CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

adviesrapport_route_naar_herstel_medium.pdf

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 20 juni 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van het adviesrapport 'Route naar herstel' en de raadsinformatiebrief (VN2024-008006)23.320 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Adviesrapport:

Route naar Herstel

1

© Zwart Manifest

Colofon ‘Route naar Herstel’ is een adviesrapport van het Zwart Manifest voor de gemeente Amsterdam. Het adviesrapport is namens het Zwart Manifest geschreven door Mitchell Esajas (The Black Archives) en Dionne Abdoelhafiezkhan (IZI Solutions). De literatuurstudie is verricht door Cedric Joy Berkelouw (The Black Archives). Dit rapport is mede tot stand gekomen door de steun van Nikita Krouwel, Jerry Afriyie en Joanna Rijsdam. Vormgeving en layout: S. Willemse Creative inset Het Zwart Manifest is een initiatief van individuen en organisaties die Zwarte emancipatie bevorderen door anti-Zwart racisme tegen te gaan. Het is er om enerzijds eindverantwoordelijken een concreet actieplan te bieden en anderzijds om Zwarte mensen en betrokkenen handvatten te geven om punten te agenderen en monitoren. De Zwarte gemeenschap in Nederland is de eigenaar van het Zwart Manifest. Met het Zwart Manifest streven we naar een concrete en consistente positieverbetering van de Zwarte gemeenschap en een toekomst zonder het systematisch uitsluiten, marginaliseren, criminaliseren en discrimineren van Zwarte mensen in Nederland.

De samenwerkende partners die een structurele bijdrage leveren om het Zwart Manifest geïmplementeerd te krijgen en zich met de uitvoering bezighouden bestaan uit Stichting Nederland Wordt Beter, The Black Archives/New Urban Collective, IZI Solutions, Controle Alt Delete, Stichting We Promise, Stichting IXL Sickle Cell Awareness, Zetje In en Black Queer & Trans Resistance NL.

Het is toegestaan (delen van) de inhoud van deze publicatie te citeren of te verspreiden, mits daarbij Zwart Manifest en deze publicatie als bronnen worden vermeld. Aan deze publicatie kunnen geen rechten worden ontleend. Amsterdam, april 2024

Zwart Manifest info@zwartmanifest.nl www.zwartmanifest.nl

2

Voorwoord Amsterdam kent al eeuwenlang een Zwarte gemeenschap, de stad was op verschillende manieren actief betrokken bij de trans-Atlantische slavenhandel. Een van de erfenissen daarvan is de langdurige aanwezigheid van mensen uit voormalige koloniën zoals Aruba, Bonaire, Curaçao, Ghana, Guyana, Saba, Sint Eustatius, Sint Maarten, Suriname, Zuid-Afrika, en andere Afrikaanse landen. Een andere erfenis is de doorwerking van het slavernijverleden in de vorm van institutioneel en anti-Zwart racisme. Al decennialang wordt er gestreden voor erkenning van het slavernijverleden en de erfenis ervan, evenals voor excuses en herstelbetalingen, oftewel reparaties. Zo organiseerde vereniging Ons Suriname in 1963 een van de eerste Keti Koti optochten dwars door het centrum van Amsterdam.1 Ook organisaties zoals vereniging Opo Kondreman, stichting Eer en Herstel, de Afro-Europese vrouwenbeweging Sophiedela en het Landelijk Platform Slavernijverleden zetten zich al decennialang in voor erkenning, excuses en reparaties.2 Erkenning en excuses hebben plaatsgevonden. Het is nu tijd voor reparaties. "Na de excuses van de burgemeester was er leegte.

Ik hoop dat dit lijvig rapport resulteert in een route naar herstel dat recht doet aan Afro-Caribische mensen in deze stad." - Roy Groenberg, alias Kaikusi, stichting Eer en Herstel Diverse (inter)nationale grassroots organisaties, NGO’s, landen en wetenschappers vanuit de Afrikaanse diaspora hebben zich ingezet om landelijk en internationaal het gesprek over ‘herstel en reparaties’ op de kaart te zetten. De initiatiefnemers van het Zwart Manifest bouwen voort op het werk dat anderen al hebben verzet. Nakomelingen van tot slaaf gemaakten mensen (Afro-Nederlanders) ondergaan tot op heden de gevolgen van het slavernijverleden. Om recht te doen aan de ernst van de slavernij en de nog altijd voelbare gevolgen, is herstel dringend nodig. Het ongedaan maken van de geschiedenis is niet mogelijk, wel kan de achterstand die Zwarte mensen hebben opgelopen door de gruwelen van de slavernij enigszins worden gecorrigeerd. Dit adviesrapport voegt perspectieven toe vanuit een nieuwe generatie die in een andere tijd en context de erfenis van het slavernijverleden heeft geërfd. Dit rapport biedt een route naar herstel.

3

Samenvatting De gemeente heeft IZI Solutions, namens het Zwart Manifest, gevraagd om een plan op te stellen met concrete handvatten om herstel voor de lange termijn vorm te geven. Het plan is tot stand gekomen in samenspraak met de stad, en is geschreven door The Black Archives en IZI Solutions namens het Zwart Manifest. Diverse (inter)nationale grassroots organisaties, NGO’s, landen en wetenschappers vanuit de Afrikaanse diaspora hebben zich ingezet om landelijk en internationaal het gesprek over ‘herstel en reparaties’ op de kaart te zetten. De initiatiefnemers van het Zwart Manifest bouwen voort op het werk dat anderen al hebben verzet. Nakomelingen van tot slaaf gemaakte mensen (Afro-Nederlanders) ondergaan tot op heden de gevolgen van het slavernijverleden. Om recht te doen aan de ernst van de slavernij en de nog altijd voelbare gevolgen, is herstel dringend nodig. Het ongedaan maken van de geschiedenis is niet mogelijk, wel kan de achterstand die Zwarte mensen hebben opgelopen door de gruwelen van de slavernij enigszins worden gecorrigeerd. Dit adviesrapport voegt perspectieven toe vanuit een nieuwe generatie die in een andere tijd en context de erfenis van het slavernijverleden heeft geërfd. Dit adviesrapport biedt een route naar herstel. In dit adviesrapport ligt de focus op een brede definitie op herstel, en niet slechts op herstelbetalingen.

Wel is het van belang om te benadrukken dat een breed pakket aan herstelmaatregelen geld zullen kosten en dat het te reserveren bedrag in verhouding dient te staan met het leed dat tot slaaf gemaakten is aangedaan en de ‘omgekeerde herstelbetalingen’ die plantage-eigenaren hebben ontvangen. Historische onrechtvaardigheden kunnen niet worden rechtgezet zonder het gebruik van holistische reparaties, een concept dat voortkomt uit de bredere discussie over herstelrecht en sociale rechtvaardigheid. Bijna alle geraadpleegde experts geven aan dat geen enkele herstelmaatregel de daden van de Nederlandse overheid goed maakt. Allen benadrukken vooral de noodzaak van rechtsherstel dat de positie van nazaten in het heden verbetert op sociaal, economisch, psychologisch en spiritueel gebied. Dit wordt in de literatuur aangeduid als holistische reparaties.

4

We hebben gebruikgemaakt van het raamwerk van de Verenigde Naties voor 'holistisch herstel', het 10-puntenplan van CARICOM, evenals relevante literatuur over rechtsherstel. Het uiteindelijke doel is dat Zwarte gemeenschappen hersteld zijn in waardigheid, identiteit en bovenal autonomie. Alle aanbevelingen zijn gebaseerd op de verzamelde inzichten, wensen, behoeften van alle deelnemers aan de focusgroepen, diepte-interviews en enquêtes. De aanbevelingen zijn geclusterd onder de vijf richtlijnen van de VN: ● Stoppen en voorkomen van herhaling ; ● Restitutie in de zin van het herstellen van onrecht en het rechtzetten van historische fouten; ● Compensatie voor geleden schade; ● Rehabilitatie gericht op het welzijn en de functionaliteit van individuen en gemeenschappen die schade hebben geleden, zoals fysieke of mentale trauma's; ● Genoegdoening voor het leed uit het verleden. Om de positie van Zwarte gemeenschappen te verbeteren en anti-Zwart racisme te stoppen en voorkomen worden verschillende maatregelen voorgesteld aan de Gemeente Amsterdam. Het belang van diversiteitssensibiliteit binnen de ambtelijke dienst wordt benadrukt om conflicten en burn-out onder Zwarte ambtenaren te voorkomen en de autonomie van Zwarte gemeenschappen te ondersteunen.

Dit omvat het opzetten van mechanismen voor monitoring en evaluatie van het gemeentelijke beleid, de implementatie van antiracisme- en antidiscriminatiebeleid voor gemeentelijke instellingen, het strafbaar stellen van anti-Zwart racisme, en het erkennen van negatieve ervaringen bij hulpverlenende instanties en de politie. Besteed ook aandacht aan verzet, emancipatie en de periode vóór de trans-Atlantische slavernij. Verder wordt voorgesteld om specifieke educatieve initiatieven te faciliteren, onderzoek naar het slavernijverleden te stimuleren, de positie van studenten uit Curaçao te verbeteren, eenheid en solidariteit onder gekoloniseerde gemeenschappen te bevorderen en te stoppen met de stigmatiserende Top-400 en Top-600 aanpak.

5

Restitutie omvat verschillende maatregelen gericht op het herstellen of compenseren van historische onrechtvaardigheden, zoals het verplaatsen of verwijderen van omstreden monumenten en het teruggeven van geroofde kunst en cultureel erfgoed aan de rechtmatige eigenaren. Daarnaast is het van belang om historische figuren in de juiste context te plaatsen en hen niet te verheerlijken als helden als ze misdaden tegen de menselijkheid hebben begaan. Een campagne ter vergroting van kennis over het slavernijverleden en de rol van voormalige koloniën kan worden ingezet door helden en rolmodellen uit deze gebieden in de schijnwerpers te zetten. Hernoemingen van straten, tunnels en zelfs de raadszaal kunnen symbolisch zijn, zoals de Tula zaal of de Anton de Kom tunnel. Digitalisering van archieven, met aandacht voor dekolonisatie van terminologie en narratieven, draagt ook bij aan herstel. Het herstellen van rechten voor specifieke groepen, zoals ongedocumenteerde Surinamers, en het mogelijk maken van visumvrij reizen vanuit bepaalde gebieden, zoals Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Eustatius, Sint Maarten en Suriname, vormen verdere stappen naar herstel en erkenning binnen de gemeente.

Compensatie omvat een reeks maatregelen gericht op het verlichten van historisch leed en het verminderen van financiële en maatschappelijke achterstanden die voortkomen uit systematische ongelijkheden en discriminatie. Deze maatregelen omvatten onder andere het kwijtschelden van schulden die zijn ontstaan door het toeslagenschandaal en het bieden van extra compensatie voor de gevolgen van institutioneel racisme. Daarnaast wordt voorgesteld om een fonds in eigen beheer in te richten voor nazaten, zodat zij eigenaarschap hebben over verschillende gebieden en te investeren in zelforganisaties en bestuurlijke kennis. Organisaties die subsidie ontvangen dienen getoetst te worden op inclusiviteit en impliciete vooroordelen. Ook is er behoefte aan onderzoek naar de economische impact van slavernij en herstelbetalingen, evenals de mogelijkheid tot herstel in voormalige koloniën en bijzondere gemeentes. Verdere aanbevelingen omvatten ondersteuning bij subsidieaanvragen, het faciliteren van multifunctionele gebouwen en Afro-Caribische voorzieningen, het bevorderen van kennis over financiën en het verstrekken van subsidies en beurzen voor onderzoekers die zich richten op bewustwording over de verbinding tussen de trans-Atlantische slavernij en bredere systemen van kolonialisme, imperialisme en kapitalisme.

Daarnaast worden concrete oplossingen voorgesteld, zoals het dichten van het AOWgat voor Surinaamse Amsterdammers en het faciliteren van een 'huis van herstel' voor gedupeerden van het toeslagenschandaal.

6

Rehabilitatie richt zich op het herstellen van individuen en gemeenschappen na schade of trauma. De genoemde maatregelen zijn gericht op het bieden van ondersteuning, heling en herstel aan individuen en gemeenschappen die zijn getroffen door racisme, discriminatie en historische onrechtvaardigheden. Ze omvatten het bieden van psychosociale ondersteuning, het faciliteren van safe spaces, het erkennen en ondersteunen van culturele tradities en spirituele praktijken, en het bieden van educatieve kansen aan specifieke groepen, zoals studenten uit Caribische landen in het Koninkrijk. Deze maatregelen dragen bij aan het herstel van het mentale, emotionele en spirituele welzijn van individuen en gemeenschappen die zijn getroffen door racisme en historische trauma's, en dragen zo bij aan hun rehabilitatie. Dit omvat het faciliteren van herstel- en helingstations in elk stadsdeel, waar mensen geholpen kunnen worden, het bieden van psychosociale ondersteuning aan overlevenden n hun families, sessies met systeemtherapeuten gericht op (Zwarte) familierelaties, erkenning en ondersteuning van Afro-Nederlandse spirituele tradities, en het faciliteren van educatieve kansen voor studenten uit de Caribische landen in het Koninkrijk.

Genoegdoening voor het slavernijverleden omvat het erkennen van onrecht en het bieden van compensatie en herstelmaatregelen om het leed van de slachtoffers te verzachten. Deze maatregelen omvatten symbolische erkenningen van het verleden, zoals het vaststellen van 1 juli als een vrije dag in Amsterdam, het markeren van beladen plekken in de openbare ruimte en het benadrukken van onderbelichte Zwarte geschiedenis. Daarnaast omvatten ze het uitvoeren van onderzoek naar specifieke kwesties die van belang zijn voor Zwarte gemeenschappen, zoals gezondheidsrisico's en de aanpak van racisme en discriminatie. Het is van essentieel belang dat de gemeente de verankering van 'erkenning, excuses en herstel' in de wet ondersteunt als cruciaal voor heling en herstel. Het erkennen van andere delen van het Nederlandse koninkrijk, inclusief het respecteren van talen zoals Papiamentu en Papiamento, draagt ook bij aan genoegdoening door het respecteren van Zwarte identiteiten en het behouden van verbindingen met cultuur en geschiedenis. Een belangrijke basisvoorwaarde die wij hebben getrokken is dat er geen sprake kan zijn van heling zonder herstel. Dit adviesrapport is een lijvig rapport met meer dan 70 aanbevelingen geworden. In onze optiek is een van de belangrijkste aanbevelingen: ● Geef nazaten zelf de regie over dit proces van herstel.

Het is nodig om te investeren in een eigen infrastructuur, instituten, voorzieningen, fondsen en Zwarte ondernemers. Alle geraadpleegde Zwarte organisaties met wie is samengewerkt bij het organiseren van de focusgroepen hebben aangegeven graag betrokken te zijn bij de uitvoering van dit rapport.

7

Leeswijzer Dit adviesrapport bestaat uit acht hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk geeft weer wat de aanleiding was van dit rapport. In het tweede hoofdstuk wordt de methodologie toegelicht die is gebruikt om data te verzamelen. Het derde hoofdstuk, "Zwart in Nederland", biedt inzicht in hoe Zwarte gemeenschappen in Nederland, inclusief Amsterdam, zichzelf definiëren en te maken hebben met de erfenis van het koloniale/slavernijverleden. Het vierde hoofdstuk biedt een diepgaand begrip van de historische context, terwijl het vijfde hoofdstuk ingaat op de doorwerking van het slavernijverleden. Beiden zijn essentieel om de noodzaak voor herstel te begrijpen. Lezers die kennis hebben van de historische context en de doorwerking van het slavernijverleden kunnen deze hoofdstukken eventueel overslaan. Het zesde hoofdstuk belicht verschillende perspectieven en inzichten over herstel en herstelbetalingen. In het zevende hoofdstuk wordt het concept van holistische reparaties uitgediept, dat een duurzaam herstelproces beoogt dat alle in dit rapport genoemde dimensies van schade adresseert. Het achtste en laatste hoofdstuk bevat aanbevelingen voor herstel in Amsterdam, gestructureerd op basis van verzamelde inzichten uit focusgroepen, diepte-interviews en enquêtes, gebruikmakend van internationale raamwerken en literatuur over rechtsherstel.

Gezien de veranderende maatschappelijke context en de beperkingen van dit onderzoek,dient dit rapport te worden gelezen als een adviesrapport met een verkennend karakter.

8

Inhoudsopgave Colofon ....................................................................................................... 2 Voorwoord ................................................................................................. 3 Samenvatting ........................................................................................... 4 Leeswijzer ................................................................................................... 8 1. Aanleiding .............................................................................................. 11 2. Onderzoeksmethode en aanpak ................................................... 13 3. Zwart in Amsterdam ......................................................................... 18 3.1 Intersectionaliteit en diversiteit binnen Zwarte gemeenschappen .................... 19

4. Historische context ............................................................................ 21 4.1 De betrokkenheid van de stad Amsterdam en haar bestuurders.......................23 4.2 De economische impact van slavernij ........................................................................25 4.3 Van Vrolik en Dapper tot zwarte piet ...........................................................................25 4.4 Collectief bewustzijn met raciale vooroordelen en stereotype beelden ..........28 4.5 Afschaffing van de slavernij, zonder emancipatie ................................................ 30 4.6 De prijs van vrijheid: ‘omgekeerde herstelbetalingen’ ......................................... 34

5 Doorwerking van het slavernijverleden ...................................... 38 5.1 Witte onschuld ................................................................................................................... 38

5.2 Alledaags racisme ......................................................................... 40 5.3 Institutioneel racisme ...................................................................................................... 41 5.4 Anti-Zwart racisme .......................................................................................................... 42 5.5 Anti-Zwart racisme in Europa....................................................................................... 43 5.6 Anti-Zwart racisme in Nederland ................................................................................ 43 5.7 Anti-Zwart racisme in Amsterdam ............................................................................. 44 5.8 Anti-Zwart racisme in Amsterdam en meldingsbereidheid ............................... 46

9

6. Herstel(betalingen).......................................................................... 49 6.1 Complexiteit herstel(betalingen)................................................................................. 50 6.2 Herstelbetalingen in Nederland ................................................................................... 53 6.3 Zorgen bij herstel(betalingen) ......................................................................................57 6.4 Geleerde lessen m.b.t. herstel(betalingen) ............................................................. 59

7 Holistische Reparaties .......................................................................62 7.1 De vijf categorieën van herstel ...................................................................................... 64

8 Aanbevelingen voor herstel in Amsterdam ............................... 69 8.1 Stoppen en voorkomen ................................................................................................... 69 8.2 Restitutie...............................................................................................................................72 8.3 Compensatie ......................................................................................................................74 8.4 Rehabilitatie ........................................................................................................................ 77 8.5 Genoegdoening .................................................................................................................79

Nawoord ....................................................................................................82 Bibliografie .............................................................................................. 84

10

1. Aanleiding In 2021 heeft burgemeester Femke Halsema namens de gemeente Amsterdam excuses aangeboden voor de rol van het stadsbestuur in de slavernij. Het was hiermee de eerste stad in Nederland die excuses aanbood. Een van de redenen voor de excuses was dat erkenning van het verleden een basis kan zijn voor een toekomst waarin alle Amsterdammers, ongeacht afkomst of kleur, in gelijkwaardigheid en vrijheid kunnen samenleven. De excuses van burgemeester Halsema markeerden een historisch moment waarin de misdaden tegen de menselijkheid die tijdens de trans-Atlantische slavernij hebben plaatsgevonden voor het eerst door een Nederlandse gemeente volmondig werden erkend: “In 2019 nam de meerderheid van onze gemeenteraad het initiatief om de Amsterdamse betrokkenheid bij de commerciële koloniale slavernij te onderzoeken. Dat onderzoek toont aan dat die betrokkenheid vanaf het eind van de zestiende eeuw tot ver in de negentiende eeuw direct, wereldwijd, grootschalig, veelzijdig en langdurig was. Geen enkele nu levende Amsterdammer heeft schuld aan het verleden. Als bestuur nemen wij wel onze verantwoordelijkheid hiervoor. Dit stadsbestuur staat in een ononderbroken lijn met het bestuur van haar voorgangers. Ook met die regenten en burgemeesters, wier handelen wij verafschuwen. Wij streven naar een rechtvaardige omgang met onze geschiedenis.

Verzoening, rond een gedeeld verleden, maakt ruimte voor een gezamenlijke toekomst. Voor de actieve betrokkenheid van het Amsterdamse stadsbestuur bij het commerciële systeem van koloniale slavernij en de wereldwijde handel in tot slaafgemaakten bied ik, namens het college van burgemeester en wethouders, excuses aan.” - Burgemeester Femke Halsema3

11

Na Amsterdam volgden onder meer Den Haag, Utrecht en Rotterdam. Op 1 juli 2022 bood De Nederlandsche Bank (DNB) excuses aan voor haar rol in het trans-Atlantische slavernijverleden. De betrokkenheid van DNB en haar bestuurders kwam naar voren uit onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek.4 Op 19 december 2022 bood Mark Rutte excuses aan namens de Nederlandse Staat, hij zei: “We zetten geen punt, maar een komma”. Rutte zei dit om duidelijk te maken dat er een ongebroken lijn bestaat tussen de transAtlantische slavernij en structureel racisme in de hedendaagse maatschappij. Daarmee benadrukte hij ook dat de excuses een begin zijn van een herstelproces. De memorabele uitspraak van Rutte is overigens eerder uitgesproken en bedacht door kunstenaar Serana Angelista.5 Op 1 juli 2023 bood koning Willem-Alexander, namens het Koningshuis, excuses aan voor het Nederlandse slavernijverleden. Ook vroeg hij om vergiffenis, omdat zijn voorouders destijds niet hebben ingegrepen tegen het systeem. Op basis van de historische ontwikkelingen in relatie tot het Nederlands slavernijverleden heeft de gemeente Amsterdam het volgende gesteld: “De excuses moeten dan ook gezien worden als een begin.

Ze moeten een vervolg krijgen in de vorm van herstel.”6 De gemeente heeft IZI Solutions, namens het Zwart Manifest, gevraagd om een plan op te stellen met concrete handvatten om herstel voor de lange termijn vorm te geven. Het plan is tot stand gekomen in samenspraak met de stad, en is geschreven door The Black Archives en IZI Solutions namens het Zwart Manifest.

12

2. Onderzoeksmethode en aanpak Op basis van de opdrachtomschrijving is er gekozen voor kwalitatief onderzoek gericht op het begrijpen van opvattingen, motivaties en ervaringen. Er zijn 14 bijeenkomsten georganiseerd om input op te halen voor dit adviesrapport, waarbij twee groepen zijn betrokken: Zwarte Amsterdammers en Amsterdammers die geen directe begunstigden zijn van het herstel. Focusgroepen zijn gekozen als methodiek omdat ze bewezen effectief zijn bij het verzamelen van meningen en standpunten voor beleidskwesties, het identificeren van patronen, het genereren van nieuwe inzichten en het creëren van draagvlak voor voorgestelde maatregelen. Daarbij wordt ook het belang van het betrekken van gedupeerde belangengroepen bij het onderzoek en het herstelproces duidelijk uit de literatuur over het vraagstuk van herstel. Het is gelukt om een reeks van 14 ontmoetingen in samenwerking met organisaties op diverse locaties te organiseren waarbij er - voor ons vanzelfsprekend - rekening gehouden is met de (intersectionele) diversiteit binnen die groepen. De deelnemers per focusgroep zijn geworven middels verschillende partners in de stad:

13

● Bartendaz richt zich op natuurlijke beweging en ● Stichting Africa Roots Movement is lid van de persoonlijke ontwikkeling, met name in

Reparation Commission Netherlands, die zich

Amsterdam Zuidoost. Het bevordert

richt op herstelbetalingen, de verankering van

zelfontwikkeling en maatschappelijk

excuses in de Nederlandse wet en de

leiderschap.

strafbaarstelling van Afrofobie. De Africa Roots Movement zet zich ook in voor deze doelen en

● The African Calendar is gericht op het delen

organiseert bewustwordingsactiviteiten op

van Afrikaanse geschiedenis en cultuur, vooral

wijk- en buurtniveau, waarbij ze haar

voor mensen van Afrikaanse afkomst die hun

achterban betrekt bij het proces van

erfgoed verloren zijn door de slavernij.

doorwerking en herstel.

● Huis van de Wijk de Banne doet dienst als

● De Meevaart is de huiskamer van de Indische

ontmoetingsplaats, met een focus op de

Buurt: voor en door bewoners.

diverse behoeften van de buurtbewoners.

● De gemeenteraad is gevraagd om deel te

● Tori Oso ligt in het hart van de G-buurt en is

nemen aan een focusgroep.

gerealiseerd door Stichting 45+. Dit buurthuis

Vertegenwoordigers van alle Amsterdamse

richt zich specifiek op de vaak vergeten groep

partijen in de raad waren aanwezig bij het

ouderen, waar 'hangmannen' in een informele

gesprek, behalve JA21.

sfeer hun zorgen kunnen delen.

● Grassrootsorganisaties hebben een persoon

● Radio Mart is een radiostation dat belangrijke

aangedragen om bij de ambtswoning met

maatschappelijke en politieke kwesties

Wethouder Meliani in gesprek te gaan over de

agendeert, met een sterke focus op de

erkenning van het slavernijverleden en de

Surinaamse gemeenschap in Amsterdam.

mogelijke herstelmaatregelen. Aanwezigen:

● Radio Rakoki is een radiostation in de

Glenn Godfried (Radio Mart), Kenneth Donau

Kolenkitbuurt dat maatschappelijke thema’s

(Stichting Grani), Nana Bogha en Kodyo Asadu

bespreekt zoals eenzaamheid en

(Comité Boni), Brian Juan Pedro (Bartendaz),

talentontwikkeling. Radio Rakoki komt voort uit

Lucia Martis (St. Profor), Patty Rudge (Suriname

het initiatief de ‘Vergeten Moeders’ dat onder

Museum), Ivette Forster (Vereniging. Ons

andere aankaart dat er te weinig representatie

Suriname), Patricia D. Gomes (historica), Guno

is van donkere mensen in de buurt.

Macintosh (Sabi Yu Rutu Skoro) en Roy Groenberg alias Kaikusi (St. Eer en Herstel).

● Platform Gehandicapten Zuidoost is een

Vanuit de gemeente waren Peggy Brandon

belangenorganisatie die opkomt voor de

(kwartiermaker Nationaal Slavernijmuseum) en

rechten en belangen van gehandicapten in

wethouder Meliani aanwezig.

Amsterdam Zuidoost. ●

● Stichting Marhaba is een stichting in

The Black Archives is een archief en cultureel centrum in Amsterdam dat zich richt op het

Amsterdam Nieuw West dat met haar

documenteren en zichtbaar maken van Zwarte

activiteiten een bijdrage wilt leveren aan een

geschiedenis en cultureel erfgoed.

beter leef- en woonmilieu maar ook aan de persoonlijke ontplooiing van buurtbewoners. ● Stichting SAAAM is een stichting in Amsterdam Nieuw-West die zich richt op het versterken van vrouwen. ● Stichting Profor is een organisatie die in Zuidoost gevestigd is en maatschappelijke ondersteuning biedt aan Spaanstaligen.

14

In totaal hebben 160 mensen uit heel Amsterdam deelgenomen aan de focusgroepen. De interactie tussen de deelnemers was heel waardevol bij het verkrijgen van diepgaande inzichten ten behoeve van dit adviesrapport. Aanvullend hierop heeft de gemeente Amsterdam aan ons gevraagd om inzichten op te halen bij verschillende gemeenschappen die sinds de jaren ’90 van de vorige eeuw een vorm van herstel ontvangen van de staat of gemeente(n) ter compensatie voor leed uit het verleden. Uit deze herstelbewegingen zijn lessen te leren. Door in gesprek te gaan met begunstigden van herstelzaken of activisten die bij herstel betrokken zijn geweest, kan geleerd worden welke vormen van herstel wel of niet goed ontvangen zijn en waarom. Hierbij valt te denken aan Roma/Sinti, Joden, Bosniaks (nabestaanden Srebrenica) en Rawagede weduwen. Ook zijn we gevraagd om de behoefte op te halen bij andere gemeenschappen met een (Nederlands) slavernijverleden zoals de inheemsen. Verder zijn er gemeenschappen in Amsterdam die nazaten zijn van slavernij en/of ander koloniaal geweld buiten het trans-Atlantische kader om. Hierbij valt te denken aan nazaten van slavernij rond de Indische oceaan en contractarbeiders in Suriname en andere (voormalige) Nederlandse koloniën.

Hoewel de focus van herstel in dit adviesrapport ligt op herstel voor trans-Atlantische slavernij, wilt de gemeente ook een indruk krijgen van de behoeften van deze gemeenschappen. Dit vooral met het oog op toekomstige herstelvraagstukken van deze gemeenschappen. Voor het verkrijgen van een eerste indruk bij al begunstigde gemeenschappen en nog niet begunstigde gemeenschappen hebben we een tiental diepte-interviews afgenomen. Er is gekozen voor deze methode omdat het helpt een gedetailleerd begrip te krijgen van complexe sociale fenomenen en om te verkennen hoe individuen bepaalde situaties ervaren. Ook hebben we mensen middels een enquête gevraagd naar hun visie op herstel bij de tentoonstelling van The Black Archives genaamd ‘Geen Heling Zonder Herstel: 150/160 jaar afschaffing van de slavernij’. Deze tentoonstelling reflecteerde op het herdenkingsjaar, excuses en de vraag wat er ‘Na de komma’ zou moeten komen. Verder is er een online vragenlijst uitgezet via de sociale media kanalen van The Black Archives. Hiervoor werd de vraag breed uitgezet: wat betekent herstel? Daarnaast zijn er enkele publieke evenementen georganiseerd waarin er dialoog en kritisch debat over dit vraagstuk plaatsvonden.

In totaal verzamelden we online 296 antwoorden op de vraag ‘Wat moet er na de komma komen?’, 163 handgeschreven reacties in de tentoonstelling in Amsterdam, en nog 50 reacties bij de pop-up expo in Utrecht.

15

De resultaten hiervan tezamen met de uitkomsten van de 14 focusgroepen en de verschillende diepte-interviews zijn gebundeld in dit rapport: Route naar Herstel. Een rapport met inzichten, ervaringen en verwachtingen van de betrokken gemeenschappen. Tot slot hebben we een uitgebreide literatuurstudie gedaan om onze bevindingen en aanbevelingen te onderbouwen.

16

17

3. Zwart in Amsterdam Met dit adviesrapport streven we ernaar een bijdrage te leveren aan een beter begrip van hoe Zwarte gemeenschappen in Nederland, inclusief Amsterdam, zichzelf definiëren en omgaan met de erfenis van het koloniale en slavernijverleden.7 De term ‘Zwart’ refereert in het dagelijkse gebruik van de Nederlandse taal naar de kleur zwart en het wordt in de Nederlandse taal vaak als bijvoeglijk naamwoord gebruikt. Hierbij heeft de term vaak een negatieve betekenis; in het Van Dale-woordenboek staat dat het onder andere ‘vuil’, ‘donker’, ‘pessimistisch’, ‘zuur’, ‘verboden’ en ‘onwettig’ betekent.8 Hoewel de term Zwart door sommigen in Nederland nog als ‘politiek Zwart’ wordt opgevat, wordt het in de hedendaagse samenleving vooral gebruikt om een gedeelde politieke en culturele identiteit aan te duiden van mensen van Afrikaanse herkomst die zichzelf als Zwart identificeren.9 Dit kwam duidelijk tot uiting tijdens de #BlackLivesMatter-protesten in de zomer van 2020, waar Zwarte mensen zich uitspraken over hun identiteit en het racisme waarmee ze dagelijks geconfronteerd worden. Zwartheid is tevens een transnationale politieke en culturele identiteit die door mensen in de Afrikaanse diaspora gedeeld wordt.

In dit adviesrapport wordt de term Zwart met een hoofdletter geschreven om aan deze gedeelde culturele en politieke identiteit te refereren en het onderscheid te maken tussen het gebruik van de term als kleur of bijvoeglijk naamwoord.10 De Zwarte identiteit wordt in dit onderzoek niet beschouwd als een vastomlijnd, essentialistisch gegeven, maar eerder als een identiteit die contextueel en in relatie tot andere betekenissen wordt gevormd, en waarover verschillende opvattingen bestaan. Sociaal wetenschapper Stuart Hall omschreef Zwarte identiteit als iets dat constant ‘in wording’ is en constant wordt gevormd en transformeert binnen de dynamiek van geschiedenis, macht en cultuur. Het kan worden gezien als ‘een diaspora-identiteit’ die hybride is, uit meerdere lagen en aspecten van multidimensionale identiteit kan bestaan.

18

Zo kan een Zwart persoon zich naast ‘Zwart’ ook identificeren als Amsterdammer, vrouw, queer, moslim, Caribisch, etcetera. Een diaspora-identiteit is niet geworteld in een essentialistisch idee over Zwartheid dat gebaseerd is op een geconstrueerd narratief van een gedeelde geschiedenis, maar wordt gekenmerkt door heterogeniteit, hybriditeit en diversiteit. Hoewel er in de Nederlandse en Amsterdamse context deels sprake is van een gedeelde geschiedenis en voorouderschap, hebben mensen die zichzelf als Zwart zien of als Zwart worden gezien verschillende etnische en culturele achtergronden.11

3.1 Intersectionaliteit en diversiteit binnen Zwarte gemeenschappen Om het vraagstuk van de doorwerking van het slavernijverleden en herstel binnen Zwarte gemeenschappen te begrijpen, is een intersectioneel uitgangspunt belangrijk. Intersectionaliteit is een term dat in 1990 door jurist Kimberlé Crenshaw werd geïntroduceerd. Het is een belangrijk concept dat binnen de Zwarte feministische beweging in de VS is ontstaan.12 Crenshaw stelt dat de onderdrukking die Zwarte vrouwen ervaren fundamenteel anders is dan de onderdrukking die Zwarte mannen of witte vrouwen ervaren. Zwarte vrouwen kunnen bijvoorbeeld zowel op basis van hun ‘ras’ of etniciteit als op basis van hun gender worden gediscrimineerd. Intersectionaliteit zonder het concept van 'ras', resulteert altijd in witheid. De doorwerking van het slavernijverleden treft Zwarte vrouwen anders, het uit zich bijvoorbeeld in specifieke stereotypen over Zwarte vrouwen. Om hun ervaring te begrijpen, moet zowel hun vrouw zijn als hun Zwart zijn in acht genomen worden. Dit uitgangspunt is niet alleen relevant voor het begrijpen van de onderdrukking van Zwarte vrouwen, maar is ook van toepassing op de bredere samenleving.

In de Nederlandse context is het concept van intersectionaliteit een belangrijke manier van denken geworden binnen de ‘Zwarte migranten vrouwenbeweging’ die in de jaren ’80 actief werd en binnen de discipline Gender- en Vrouwenstudies in Nederland.

19

Het werd vertaald naar het concept ‘kruispuntdenken’, wat inhoudt dat een analyse over racisme niet los van andere factoren zoals gender, seksualiteit, religie, nationaliteit en klasse moet plaatsvinden.13 Intersectionaliteit poogt de sociale positie van mensen binnen een samenleving te begrijpen, waarbij macht en privilege een rol spelen. Verschillende assen zijn tegelijkertijd werkzaam, hebben onderling invloed op elkaar en werken elkaar in de hand om een kleine groep mensen op machtsposities te behouden. Om effectieve heling en herstel te realiseren moeten structurele machtsverhoudingen dus ook geanalyseerd worden.

20

4. Historische context Een diepgaand begrip van de historische context is essentieel om de noodzaak voor herstel van het slavernijverleden te begrijpen en om te komen tot gepaste vormen van herstel, die recht doen aan de complexiteit en impact van historische onrechtvaardigheden. Vóór de trans-Atlantische slavenhandel had Afrika een rijke verscheidenheid aan samenlevingen, culturen en politieke systemen. Het continent was de thuisbasis van bloeiende koninkrijken, stadstaten en gemeenschappen, met diverse economieën en sociale structuren. Afrikaanse samenlevingen hadden geavanceerde kunst, architectuur, ambachten en handelssystemen, en waren verbonden door uitgebreide netwerken van handel en culturele uitwisseling. In dit rapport gaan we niet dieper in op de slavernij van Afrikanen door Europeanen op het continent Afrika. Het is een op zichzelf staand onderzoeksrapport om weer te geven welke brutaliteit, exploitatie, vernietiging en andere gevolgen de slavernij heeft gehad voor Afrikaanse gemeenschappen ofwel Zwarte gemeenschappen. De impact van deze geschiedenis op de cultuur, tradities en spiritualiteit van Afrikanen, Afrikaanse landen en de diaspora van Afrikaanse afkomst wereldwijd. We focussen ons in dit rapport op de Amsterdamse geschiedenis in relatie tot de trans-Atlantische slavernij.

21

De stad Amsterdam heeft meer dan driehonderd jaar lang een sleutelrol gespeeld in de ‘Oost en West’ vanaf de opkomst van de Nederlandse handelscompagnieën in de zeventiendeeeuw tot aan de afschaffing van de slavernij in de Nederlandse koloniën in de negentiende eeuw.14 In juni 2019 werd in de Amsterdamse gemeenteraad een motie aangenomen waarin werd gepleit dat de stad excuses moest maken voor haar rol in de slavernij. De toenmalige Wethouder Groot Wassink wilde eerst laten onderzoeken wat de rol van de gemeente in de slavernij precies was.15 Dit onderzoek resulteerde in de publicatie ‘De Slavernij in Oost en West: het Amsterdam onderzoek’ waarin verschillende wetenschappers, denkers en schrijvers uiteengezet hebben hoe diep de verbondenheid van de stad met dit verleden was, hoe het de stad heeft vormgegeven en hoe de stad invloed heeft gehad op andere plekken in de wereld.16 Uit het onderzoek bleek tevens hoe hedendaagse vormen van institutioneel en specifiek anti-Zwart racisme voor een deel voortkomen uit het koloniale- en slavernijverleden waar de stad actief bij betrokken was. In dit hoofdstuk zetten we enkele belangrijke historische feiten uiteen die van belang zijn om het vraagstuk van herstel te begrijpen.

22

4.1 De betrokkenheid van de stad Amsterdam en haar bestuurders Bestuurders van de stad Amsterdam en de stad zelf waren diep verweven met de slavernij. Het eiland Curaçao werd bijvoorbeeld in 1634 veroverd en fungeerde als depot voor de handel in tot slaaf gemaakten en goederen; het werd bestuurd vanuit de Amsterdamse kamer van de West-Indische Compagnie (WIC). In 1637 werd Fort Elmina, in het huidige Ghana, veroverd door Johan Maurits. Het vormde zo’n 150 jaar een belangrijk knooppunt in de trans-Atlantische handel in tot slaaf gemaakten. Jacob de Petersen was lang stadsbestuurder in Amsterdam en lange tijd bestuurder in de West-Afrikaanse kuststreek. Vanaf 1683 was Amsterdam mede-eigenaar van de kolonie Suriname, waardoor het direct onder de verantwoordelijkheid van de Amsterdamse burgemeesters viel. De Sociëteit van Suriname zetelde in het Paleis op de Dam. Hoewel deze geschiedenis lang verzwegen werd, werd er in 2023 een samenwerking tussen het Paleis op de Dam en Black Heritage Tours Amsterdam gelanceerd waarin deze geschiedenis via educatieve rondleidingen en een publicatie wordt erkend:

“Het Koninklijk Paleis Amsterdam werd gebouwd als stadhuis van Amsterdam en in 1655 in gebruik genomen. Het was de trots van de stad: indrukwekkend, groot en rijk versierd. De boodschap die het aan alle bezoekers moest overbrengen was dat Amsterdam het centrum van het universum was, over de wereld heerste en er vrede bracht. Maar het gebouw werd deels bekostigd met de inkomsten uit overzeese handel, die gebruik maakte van de overheersing, uitbuiting en slavernij van mensen.” - Het Koninklijk Paleis Amsterdam17

23

Ook in ‘de Oost’ waren er verschillende vormen van slavernij. In de loop van de zeventiende en achttiende eeuw vervulden meer dan vijftig burgemeesters een bestuursfunctie in de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC). De Amsterdamse kamer binnen de koloniale compagnie had de meeste invloed. Hiermee was de stad direct betrokken bij verschillende vormen van slavernij, uitbuiting en onvrijheid in door de VOC bestuurde kolonies, zoals Zuid-Afrika en de Banda-eilanden. Op de Banda-eilanden ontstond na de volkerenmoord in 1621, geleid door Jan Pieterszoon Coen, een op slavernij gebaseerde economie. Dit blijkt uit verschillende historische bronnen, waaronder verslagen van de gebeurtenissen op de Banda-eilanden. In 1652 stichtte Jan van Riebeeck in opdracht van de Amsterdamse kamer van de VOC een ‘verversingskolonie’ genaamd Kaap de Goede Hoop als tussenstation tussen Europa en Azië, dit groeide uiteindelijk uit tot de Kaapkolonie. De VOC heeft meer dan 30.000 mensen in de Kaap tot slaaf gemaakt en legde hiermee de basis voor het systeem van apartheid in Zuid-Afrika.18 In de door Nederland gekoloniseerde gebieden in Azië kreeg de slavernij door de ontwikkeling van andere vormen van dwangstelsels zoals corveearbeid, contractarbeid en gevangenenarbeid steeds meer een ‘huishoudelijk’ karakter en dwangarbeid.

In ‘de West’ ontwikkelde het zich daarentegen steeds meer naar plantageslavernij. Hoewel inheemse mensen in het begin ook tot slavernij werden gedwongen, verschoof dit steeds meer naar mensen van Afrikaanse herkomst. Zo staat er in het onderzoek over de Amsterdamse betrokkenheid bij de slavernij het volgende: “Ook ontstond er al vroeg een tendens naar een heel zichtbaar een sterk geracialiseerde vorm van slavernij waarin slaafgemaakten vrijwel allemaal uit Afrika afkomstig waren en de planterselite vrijwel volledig bestond uit witte Europeanen.”

24

4.2 De economische impact van slavernij Amsterdamse bestuurders waren zowel bestuurlijk als particulier betrokken bij de slavernij en handel in tot slaaf gemaakten door te investeren in plantages of bijvoorbeeld via bestuursfuncties in de VOC of WIC. Amsterdam was een belangrijk financieel centrum voor de handel in tot slaaf gemaakten. Er werden leningen verstrekt aan plantage-eigenaren en er werden producten uit de kolonies verhandeld, zoals suiker, cacao, nootmuskaat en foelie: “In de 18e eeuw kwam 40 procent van de economische groei voort uit slavernij. En in Amsterdam verdiende bijna iedereen aan de kolonie Suriname. Het stadsbestuur, dat mede-eigenaar en bestuurder van de kolonie was, voorop." Burgemeester Femke Halsema19 Uit onderzoek van het IISG blijkt dat de Nederlandse economie voor een aanzienlijk deel afhankelijk was van slavernij. Het Bruto Binnenlands Product (BBP) was in 1770 voor 5,2% (van 440 miljoen gulden) op slavernij gebaseerd, voor de provincie Noord-Holland liep dit percentage zelfs op tot 10,36%. Het nationale aandeel is vergelijkbaar met het aandeel van 6% van de Rotterdamse haven in de huidige Nederlandse economie. De steden Amsterdam en Rotterdam hebben aanzienlijk geprofiteerd van de slavernij.

Dit kwam doordat de slavenhandel en het slavernijsysteem zorgden voor een enorme toename van zowel directe als indirecte handel en werkgelegenheid in deze steden. De economieën van Amsterdam en Rotterdam bloeiden als gevolg van hun betrokkenheid bij de slavernij en de handel in tot slaaf gemaakten. Zo huisvestte de stad Amsterdam naar schatting 110 van de 150 suikerraffinaderijen in 1770 om de door tot slaaf gemaakten geproduceerde suiker te verwerken.20

4.3 Van Vrolik en Dapper tot zwarte piet Vanaf de tweede helft van de zestiende eeuw werden naar schatting tussen de acht en tien miljoen Afrikanen naar het Amerikaanse continent verscheept om als tot slaaf gemaakten op de plantages te werken.21 Slavernij en handel in tot slaaf gemaakten hadden primair het economische doel om winst te maken. Bestuurders, wetenschappers, de staat, wetgevers, kolonisten en ‘planters’ ontwikkelden geracialiseerde ideeën om de slavernij en handel in de tot slaaf gemaakten te rechtvaardigen. In deze context ontstond anti-Zwart racisme en raakte het diep geworteld in het Europese denken.

25

De ‘Verlichting’ was de intellectuele stroming waarin ‘wetenschappers’ aan de hand van de ‘rede’ en filosofie de wereld om zich heen trachtten te verklaren die in de achttiende eeuw opkwam.22 Idealen zoals vrijheid, gelijkheid en het vooruitgangsdenken stonden centraal. De ‘Verlichting’ was echter diep verweven met de slavernij en koloniale expansie. De ‘Verlichte’ idealen gingen hand in hand met de onvrijheid, onderdrukking en uitbuiting van mensen in de koloniën. Het idee van witte superioriteit was in deze periode vanzelfsprekend. Zwarte mannen en vrouwen werden op basis van ‘rassenleer’ als ‘permanente kinderen’ gezien die witte bevoogding nodig hadden. ‘Afrikanen’ werden gereduceerd tot handelswaar, waarbij de racistische term ‘n*g*r’ (het n-woord) gemeengoed werd om hen te omschrijven. Diverse in Amsterdam gevestigde ‘verlichte denkers’ ontwikkelen in deze periode theorieën waarin een hiërarchie tussen verschillende ‘menselijke rassen’ werd geproduceerd. Vandaag de dag zijn er straten naar hen vernoemd en worden ze nog gedoceerd op Amsterdamse universiteiten, hun bijdrage aan het rassendenken wordt echter vaak verzwegen. Voorbeelden van ‘wetenschappers’ en ‘denkers’ die bij hebben gedragen aan racistische denkbeelden en worden geëerd met straatnamen zijn Petrus Camper, Gerardus Vrolik, Olfert Dapper en Carl Linneaus.

In 2022 faciliteerde de gemeente Amsterdam een wandelroute en publieke tentoonstelling genaamd ‘OOSTCAST Koloniaal Oud-Oost’ waarbij de verborgen geschiedenis achter deze straatnamen werd verteld.23

26

Petrus Camper (1722-1789) Petrus Camper (1722-1789) was een zoöloog en anatoom en wordt beschouwd als de bedenker van de craniometrie: het meten van schedels. Hij had zijn praktijk op de Nieuwmarkt en deed als een van de eersten onderzoek naar de overeenkomsten in skeletten van gewervelden, zowel mens als dier.24 Dat deed hij door kadavers en lijken te bestuderen en schedels te meten. Hij werd met name bekend door ‘Campers gelaatshoek’. Hij had zijn praktijk op de Nieuwmarkt en ontleedde er onder meer de lichamen van vijf Afrikaanse mensen. Eén daarvan was dat van een elfjarig Angolees jongetje dat model stond voor een van zijn bekendste tekeningen over de vergelijkingen tussen mensen. Camper tekende schedels na en zette ze in een rangorde, op basis van de gezichtshoek. Camper plaatste de Afrikaan tussen de orangoetan en de Europeaan. Hij geloofde zelf echter wel dat alle mensen in essentie gelijk zijn. Zijn onbewezen theorie werd echter door andere onderzoekers gebruikt als bewijs dat Afrikanen de ontbrekende schakel waren tussen de mens en apen.

Gerardus Vrolik (1775-1859) Gerardus Vrolik (1775-1859) was hoogleraar Plantkunde, Verloskunde, Anatomie en Fysiologie. Hij was directeur van de Hortus Botanicus en de eerste hoogleraar Verloskunde die de leiding had over een kraamzaal. Hij onderzocht de bouw en ontwikkeling van planten, dieren en mensen. Zo publiceerde hij stukken over de snijtanden van de neushoorn, over zeldzame ziekten bij aardappelen en over de vermeende oorzaken van de hazenlip. Vrolik maakte een raciale rangorde gebaseerd op de bekkenvorm van witte en Zwarte mensen. Ook verzamelde Vrolik schedels en botten van over de hele wereld. Een deel was afkomstig uit de voormalige koloniën. Hij schreef expliciet onder de vermeende minderwaardigheid van Zwarte mensen, zo schreef hij: “Of zij echter wel immer, als volk beschouwd, geraken zullen tot het hoogtepunt van beschaving waardoor Europa en andere verlichte werelddeelen, zoo heerlijk schitteren, hieraan zoude ik schier wanhopen, bij de overweging van zoo vele raakpunten, dat zij aan het dierlijke grenzen.”25

27

4.4 Collectief bewustzijn met raciale vooroordelen en stereotype beelden Diverse wetenschappers, kunstenaars en activisten hebben onderzocht hoe raciale vooroordelen, stereotiepe beelden en karikaturen vanuit het koloniale tijdperk onderdeel werden van de populaire cultuur en het collectief bewustzijn van Nederland. De expositie ‘Zwartheid Onder Ogen Komen’ (Facing Blackness)26 staat in een traditie van expositie zoals ‘Wit Over Zwart’ (1989) en ‘Zwart Van Roet’ (2011) die beeldvorming over Zwarte mensen kritisch behandelen. In 1989 zorgde ‘Wit Over Zwart’ voor veel beroering. Deze tentoonstelling was gebaseerd op de bijzondere collectie ‘negrophilia’ van Felix de Rooy. In 2011 organiseerde een nieuwe generatie kunstenaars en activisten de tentoonstelling ‘Zwart Van Roet’ in tandem met de ‘Zwarte Piet Is Racisme’ campagne. Ook deze expositie bevatte objecten van ‘Felix de Rooy’ en plaatste zwarte piet in historische context. In een onderzoek, gebaseerd op de collectie van Felix de Rooy schreef sociaal wetenschapper Jan Nederveen Pieterse dat hedendaagse beeldvorming en vooroordelen over Zwarte mensen, “zoals het vooroordeel dat ze ‘dichterbij de natuur’ staan, ‘seksueel losbandig’, ‘muzikaal’, ‘kinderlijk’ enzovoorts zijn” uit dit koloniale verleden komen.27 Het figuur zwarte piet is een voorbeeld van een dergelijke karikatuur die voortkomt uit koloniale beeldvorming.

Het werd in 1850 bedacht door de Amsterdamse onderwijzer Jan Schenkman en werd zo populair dat hij onderdeel werd van de meest populaire Nederlandse traditie. Naast zwarte piet waren er echter ook vele andere voorbeelden van racistische karikaturen van Zwarte mensen. Antikoloniale schrijvers als Franz Fanon en de Surinaamse Anton de Kom hebben beschreven hoe dit anti-Zwarte en koloniale gedachtegoed hebben geleid tot vormen van mentale slavernij en een minderwaardigheidscomplex.28 “Geen beter middel om het minderwaardigheidsgevoel bij een ras aan te kweeken, dan dit geschiedenisonderwijs waarbij uitsluitend de zonen van een ander volk worden genoemd en geprezen. Het heeft lang geduurd voor ik mijzelf geheel van de obsessie bevrijd had, dat een Zwart persoon altijd en onvoorwaardelijk de mindere zijn moest van iederen witte persoon.” - Anton de Kom29

28

Aan de andere kant is er ook een lange traditie van Zwart verzet en emancipatie. Vanaf het begin van de slavernij en kolonialisme zijn er altijd verschillende vormen van verzet geweest, ook in Amsterdam. Zo was actiegroep ‘Zwarte Piet Is Zwart Verdriet’ al in de jaren ‘90 actief om de racistische karikatuur zwarte piet in de gemeente Amsterdam uit het Sinterklaasfeest te verwijderen. In 1996 diende de groep een petitie in bij het stadsdeel Zuidoost. Dit leidde tot een kortstondige verandering van de traditie met de introductie van gekleurde pieten. De activisten kregen echter met veel weerstand te maken en de verandering werd snel teruggedraaid. Pas drie decennia later, toen een nieuwe generatie een nieuwe beweging begon met de slogan ‘Zwarte Piet is Racisme’ en onder meer door acties van Nederland Wordt Beter en Kick Out Zwarte Piet (KOZP) besloot de gemeente Amsterdam om het karikatuur in 2016 af te schaffen.30 Vreedzame Afro-Nederlandse activisten betaalden echter een dure prijs, velen werden geconfronteerd met politiegeweld, en racistisch geweld van witte medeburgers. De gemeente Amsterdam is hiermee decennialang nalatig geweest in het beschermen van haar Zwarte Amsterdamse inwoners.31

29

4.5 Afschaffing van de slavernij, zonder emancipatie Het was lange tijd een taboe in de Nederlandse samenleving om te spreken over slavernij en de erfenis ervan, inclusief institutioneel racisme en specifiek anti-Zwart racisme.32 Hoewel nazaten al decennialang de afschaffing van de slavernij herdenken, heeft de herdenking van de slavernij ook in Nederland, met name in Amsterdam, steeds meer een openbaar karakter gekregen. De onthulling van het Nationaal Slavernij Monument in het Amsterdamse Oosterpark in 2002 was een belangrijk moment voor de publieke erkenning van dit verleden. In deze periode werd tevens het Nationaal Instituut Slavernijverleden en Erfenis (NiNsee) opgericht. Om de erfenis van het slavernij- en koloniale verleden te begrijpen en om de route naar herstel in goede banen te leiden is het van belang dat er voldoende erkenning, kennis en historisch besef is over het slavernijverleden, de afschaffing ervan en hoe dit doorwerkt in het heden. Zoals prof. dr. Hillary Beckles33 stelde:

“Er is eerst besef en erkenning nodig dat er een probleem is, voordat er instrumenten kunnen worden aangeboden die herstellend (reparatory) zijn.”

30

Historicus Kwame Nimako beschrijft in het boek 'Staat & Slavernij: het Nederlandse koloniale-/ slavernijverleden en zijn doorwerkingen' het concept van 'afschaffing zonder emancipatie'. Hoewel we steeds breder en uitgebreider de afschaffing van de slavernij herdenken, en sommigen zelfs vieren tijdens Keti Koti, Dia di Abolishon of Emancipation Day, is het van cruciaal belang om de betekenis van dit moment te blijven overdenken. Hoewel de eigendomsslavernij formeel werd afgeschaft op 1 juli 1863, werd het systeem van koloniale onderdrukking voortgezet. Ideologieën en systemen waarin Afrikanen of Zwarte mensen als inferieur werden beschouwd, bleven bestaan en werden zelfs verder ontwikkeld. De ‘vrijgemaakte’ mensen gingen er niet per definitie economisch en sociaal maatschappelijk op vooruit stelt Nimako: “Hoewel er in officiële documenten sprake is van een 'emancipatieverklaring' was er in de praktijk geen sprake van emancipatie. De slavernij werd bij wet afgeschaft, maar emancipatie houdt veel meer in dan dat. Emancipatie is een proces waarbij een gestigmatiseerde groep die overheerst is door een andere groep in de maatschappij zich hieraan ontworstelt en haar positie probeert te verbeteren. De groep probeert een volwaardige plaats in de maatschappij op te eisen, te integreren in de bestaande sociale orde en daarin aanzienlijke veranderingen aan te brengen.

Dit emancipatieproces is veel breder, transformatiever en bestendiger dan de sociale mobiliteit van een enkeling uit de overheerste groep. Dit proces is nog steeds niet afgerond.” 34 Op 1 juli 1863 werd de slavernij in de Nederlandse ‘West-Indische kolonies’ op papier afgeschaft. Volgens de wet waren de tot slaaf gemaakten in de Nederlandse koloniën vrij. Groot-Brittannië had de slavernij in de Amerika’s al in 1834 afgeschaft en Frankrijk volgde in 1848. De afschaffing van de slavernij in andere landen had invloed op de beslissing van de Nederlandse regering om de slavernij in de koloniën ook af te schaffen. In 1814 werd Nederland onder druk gezet om de handel in tot slaaf gemaakten te stoppen, wat uiteindelijk resulteerde in de ondertekening van het Verdrag van Londen. Dit verdrag verbood de trans-Atlantische slavenhandel, maar de handhaving ervan begon pas nadat Nederland in 1818 een verbod op de slavenhandel in nationale wetgeving vastlegde. Dit betekende dat er geen aanvoer van nieuwe Afrikaanse tot slaaf gemaakten was terwijl het sterftecijfer onder tot slaaf gemaakten door de wreedheid van het systeem relatief hoog was. Het systeem leek niet langer houdbaar te zijn. De krimpende bevolking aan tot slaaf gemaakten dwong de Nederlandse overheid en de koloniale autoriteiten ertoe om in 1844 een commissie in leven te roepen die over het

31

vraagstuk van een mogelijke afschaffing van de slavernij moest rapporteren. De commissie stelde dat het systeem van slavernij niet langer houdbaar was en afgeschaft diende te worden als Nederland Suriname als kolonie wilde behouden. Hierna werd het proces in gang gezet om tot afschaffing van de slavernij overgegaan. Groepen belanghebbenden zoals plantage-eigenaren en bankiers - waarvan velen in Amsterdam gevestigd waren - zetten een lobby in om een vorm van compensatie te krijgen. Na tientallen jaren aan debatten, adviesrapporten en onderzoeken presenteerde de Nederlandse regering in 1862 een afschaffings- en emancipatieplan aan het parlement. De 72 - witte, mannelijke - parlementariërs gingen ruim een week in debat over het voorstel. Het afschaffingsplan bestond uit vier onderdelen: 1) de opheffing van de slavernij, 2) compensatie voor de plantage-eigenaren, 3) staatstoezicht in Suriname en 4) de immigratie van contractarbeiders naar Suriname. Tijdens het debat in 1862 waren de politici het eens over het afschaffen van de slavernij, maar de Nederlandse regering was geen voorstander van volledige vrijheid voor de Zwarte bevolking. De regering stelde een periode van ‘Staatstoezicht’ voor waarin tot slaaf gemaakten op Surinaamse plantages voor een schamel loon nog door moesten werken. Enkele Kamerleden waren dan ook kritisch op het voorstel.

32

Kamerlid Pieter van Bosse stelde bijvoorbeeld: “Ik beschouw staatstoezicht als een misleiding voor de slaaf en de natie. Een misleiding vooral voor de slaaf die nu na zijn emancipatie wordt gedwongen om bij de plantagehouder te werken waar hij voorheen werkzaam was.” Afschaffing van de slavernij betekende dat plantage-eigenaren tot slaaf gemaakten niet meer konden dwingen om gratis arbeid te leveren. Veel plantage-eigenaren stuurden petities en brieven waarin ze een vorm van ‘compensatie’ eisten. Ze stelden namelijk dat de overheid hun ‘bezit’ afnam en dat zij daardoor het slachtoffer waren van de afschaffing. De argumenten van plantage-eigenaren kwamen ook terug in het debat. Peter Marius Tutein Nolthenius: “Zonder schadevergoeding of tegemoetkomingen zou ik niet voor de emancipatie kunnen zijn, want ik kan geen oud onrecht herstellen door nieuw onrecht te laten plaatsvinden.” Een van de weinige Kamerleden die zich afvroeg of de tot slaaf gemaakten recht hadden op een vergoeding, ofwel een vorm van herstelbetaling was Kamerlid Elout van Soeterwoude:

“Zou de slaaf niet juist aanspraak hebben om bij de plantage-eigenaar en bij ons in Nederland, die het onrecht heeft toegelaten, ten minste vergoeding te vragen voor het bittere leed dat generaties voor twee eeuwen hebben geleden.”

33

4.6 De prijs van vrijheid: ‘omgekeerde herstelbetalingen’ Na een week lang te hebben gedebatteerd werd de wet tot afschaffing van de slavernij in 1862 aangenomen. Het bestond uit vier componenten: de afschaffing van de slavernij in ‘West-Indië’ zou plaatsvinden op 1 juli 1863; er werd een periode van Staatstoezicht van hoogstens 10 jaar in Suriname vastgesteld, de regering zou de immigratie van buitenlandse arbeiders voor hoogstens 5 jaar naar Suriname stimuleren en de plantageeigenaren kregen een ‘tegemoetkoming’, ofwel ‘omgekeerde herstelbetalingen’.35

Perez Jong Loy en de 1873-campagne 1863 staat in de geschiedenisboeken bekend als het jaar waarin slavernij werd gestopt. Maar over de tien jaar daarna waarin tot slaaf gemaakten moesten doorwerken op Surinaamse plantages is weinig bekend. Mede dankzij Perez Jong Loy en Vereniging Opo Kondreman weten wij meer over de periode tot 1873. Door de ‘1873’ bewustwordingscampagne weet Nederland dat de tot slaaf gemaakten nog tien jaar verplicht op de plantages moesten werken. Ook werd hierdoor in 2023 niet 160 jaar maar 150 jaar afschaffing van de slavernij herdacht.36

34

Het verhaal dat plantage-eigenaren ‘compensatie’ kregen is echter minder bekend. ●

Plantage-eigenaren kregen een bedrag per tot slaaf gemaakte:

●

300 gulden in Suriname

●

250 gulden op Aruba, Bonaire, Curaçao en St. Eustatius

●

200 gulden op Saba

●

150 gulden op St. Maarten.

Uiteindelijk heeft de Nederlandse overheid bij elkaar zo'n f. 12 miljoen gulden uitgegeven aan de ‘tegemoetkoming’ aan plantage-eigenaren. Dat was toentertijd zo'n 10 procent van het overheidsbudget en vergelijkbaar met wat er tegenwoordig aan onderwijs wordt uitgegeven.37 Deze f. 12 miljoen zou in het jaar 2021 omgerekend een waarde hebben van ca. €140 miljoen.38 Deze bedragen konden hoog oplopen zoals bij de plantage-eigenaren en bank directeuren van Firma Insinger & Co, het bedrijf dat vandaag de dag bekendstaat als De Nederlandsche Bank (DNB). Voor de 1111 tot slaaf gemaakten kreeg de bank 333.300 gulden (omgerekend bijna vier miljoen euro) aan compensatie van de Nederlandse staat. Terwijl de plantage-eigenaren ruim gecompenseerd werden, bleven de tot slaaf gemaakten met lege handen achter. Dit kan worden gezien als een vorm van omgekeerde herstelbetalingen. Er zijn verschillende voorbeelden van welgestelde Amsterdamse families en firmas die met de afschaffing van de slavernij miljoenen aan ‘compensatiegelden’ hebben ontvangen zoals de families Bosch Reitz en de familie Insinger. De familie Insinger ontving omgerekend meer dan 4 miljoen euro omdat ze ongeveer 1200 mensen tot slaaf gemaakt hadden.39

35

36

Hoe de Amsterdamse familie Bosch Reitz profiteerde van de afschaffing van de slavernij Uit onderzoek blijkt dat er sprake was van enorme belangenverstrengelingen tussen de lobby van plantage-eigenaren die zowel in Suriname als Amsterdam resideerden en de Haagse politiek. Een vijfde van de Eerste- en Tweede Kamerleden en ministers hadden destijds direct of via (schoon)familie-connecties met plantage-eigenaren.40 De familie Bosch Reitz is een voorbeeld van een invloedrijke in Amsterdam gevestigde familie die flink heeft geprofiteerd van de slavernij en ook bij de afschaffing van de slavernij een substantiele ‘tegemoetkoming’ ofwel omgekeerde herstelbetalingen ontving. Ze woonden op de Keizersgracht maar hadden belangen in diverse plantages in Suriname. Gijsberth Christiaan Bosch Reitz was een invloedrijke Amsterdammer, hij was lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland en in 1853 werd hij voorzitter van de Staatscommissie ter behartiging van belangen van ondernemers in de Surinaamse landbouw. G.C. Bosch Reitz schreef in 1835 met 45 anderen een petitie aan de Tweede Kamer waarin ze aandrongen op ‘compensatie’ voor 'plantage-eigenaren'. Hoewel G.C. Bosch Reitz belangen had in diverse plantages werd hij in 1863 voorzitter van de adviescommissie voor de afschaffing voor de afschaffing van de slavernij.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14252226/1