Achterstelling en Discriminatie in het Amsterdamse Onderwijs Crul-Steinmetz-Lelie 2024
Tekst van het document
VU Research Portal
Achterstelling en Discriminatie in het Amsterdamse Onderwijs Crul, Maurice; Steinmetz, Carl; Lelie, Frans
2024
document version Publisher's PDF, also known as Version of record
Link to publication in VU Research Portal
citation for published version (APA) Crul, M., Steinmetz, C., & Lelie, F. (2024). Achterstelling en Discriminatie in het Amsterdamse Onderwijs. Vrije Universiteit Amsterdam.
General rights Copyright and moral rights for the publications made accessible in the public portal are retained by the authors and/or other copyright owners and it is a condition of accessing publications that users recognise and abide by the legal requirements associated with these rights. • Users may download and print one copy of any publication from the public portal for the purpose of private study or research. • You may not further distribute the material or use it for any profit-making activity or commercial gain • You may freely distribute the URL identifying the publication in the public portal Take down policy If you believe that this document breaches copyright please contact us providing details, and we will remove access to the work immediately and investigate your claim. E-mail address: vuresearchportal.ub@vu.nl
Download date: 29. okt.. 2024
Achterstelling en Discriminatie in het Amsterdamse Onderwijs Prof. Maurice Crul, Dr. Carl H.D. Steinmetz en Frans Lelie
Amsterdam 2024, Vrije Universiteit
Achterstelling en Discriminatie in het Amsterdamse Onderwijs Prof. Maurice Crul, Dr. Carl H.D. Steinmetz en Frans Lelie Amsterdam 2024, Vrije Universiteit
Achterstelling en Discriminatie in het Amsterdamse Onderwijs is een uitgave van de Vrije Universiteit Amsterdam Maurice Crul, Carl H.D. Steinmetz en Frans Lelie Copyright © 2024 Vormgeving: Zeppa. Illustraties: Hedy Tjin Druk: REPRO VU Deze uitgave is mogelijk gemaakt door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Contact: Dr. Carl H.D. Steinmetz, Managing Director, Expats & Immigrants Mail: carl@expats-immigrants.com
Index 1. Het verhalen en transformatie project Amsterdam
5
Introductie7 Wie zijn geïnterviewd?
2. Discriminatie op school
9
12
Introductie14 Discriminatie op school
17
Racisme van medeleerlingen
25
Samenvatting27
3. Onderadvisering29 Introductie31 Onderadvisering33 Zelforganisaties en onderwijs professionals over onderadvisering
42
Samenvatting45
4. Slechte onderwijskwaliteit
47
Introductie49 Te weinig begeleiding en teruglopende onderwijsprestaties
50
Leerachterstanden door moeilijkheden bij begrijpend lezen
53
Lerarentekort en lage onderwijskwaliteit
54
Gebrekkige begeleiding en slecht doorverwijzen
56
Samenvatting66
5. Onveilige situatie op school
68
Introductie70 Pesten71 Onveiligheid door Leerkrachten
78
Samenvatting83
6. Problemen tussen opvoeders en leerkrachten naar aanleiding van conflicten op school
85
Introductie87 Beeldvorming en verstoorde verhoudingen tussen ouders en school
88
Samenvatting109
7. Problematische thuissituaties en psychische problematiek
110
Introductie112 Problematische thuissituaties
113
Zelforganisaties als vangnet voor jongeren met een probleem
124
Samenvatting129
8. Samenvatting131 Schokkende uitkomsten
133
Waarom gaat het mis?
134
Het verhalen en transformatie project Amsterdam
1. Het verhalen en transformatie project Amsterdam
Introductie Begin 2019 is het idee ontstaan voor een Verhalen & Transformatie Commissie voor het Amsterdamse onderwijs. Het centrale idee was om verhalen op te halen in het basis- en voortgezet onderwijs bij ouders/ verzorgers1 en leerlingen van kleur en/of met een migratieachtergrond. Patronen worden naar boven gehaald, waardoor inzichtelijk wordt wat er speelt. Die inzichten kunnen worden benut om keuzes te maken om daarmee veranderingen in gang te zetten. Ter voorbereiding van deze Verhalen & Transformatie (VT) Commissie hebben we meerdere bijeenkomsten georganiseerd in het Pakhuis de Zwijger. Hier waren naast ouders ook docenten, schooldirecteuren, bestuurders uit het onderwijs, Amsterdamse raadsleden en de wethouder onderwijs en armoedebestrijding Marjolein Moorman aanwezig, alsmede een aantal wetenschappers uit de faculteiten sociologie, psychologie en rechten. Tijdens deze bijeenkomsten werden er opvallend veel verhalen verteld over discriminatie en achterstelling in het onderwijs. Zo kwamen we op het idee om meer systematisch verhalen van ouders en leerlingen in de stad Amsterdam op te halen. Er is, ook door onszelf, al veel onderzoek naar migranten- en vluchtelingenkinderen in het onderwijs gedaan. De insteek van de VT Commissie is anders. In plaats van een onderzoeksrapport met
1. Omwille van de leesbaarheid van de tekst hebben we het over “ouders”, waarmee wij ook andere verzorgers van de kinderen bedoelen.
Het verhalen en transformatie project Amsterdam
7
aanbevelingen te produceren dat wordt aangeboden aan schoolbesturen en beleidsmakers wilden wij verhalen over discriminatie en achterstelling van ouders en leerlingen van kleur en/of met een migratieachtergrond bundelen. Deze verhalen kunnen worden gebruikt om informatie over de gevoelens en meningen over discriminatie en achterstelling bloot te leggen. Dat het ophalen van verhalen geen passend instrument is voor een harde meting wil niet zeggen dat het geen waarde heeft voor de evaluatie van de beleving van ouders en leerlingen van kleur en/of met een migratieachtergrond. Die verhalen willen wij voorleggen aan een burgerberaad. In plaats van aan professionals willen wij aan gewone Amsterdammers vragen wat zij van de verhalen vinden. Daarnaast willen we hen vragen welke oplossingen zij zien voor de problemen die ouders en kinderen schetsen. Het burgerberaad zal bestaan uit 50 mensen die een vertegenwoordiging vormen van migrantenouders en ouders van kleur in de stad. Het burgerberaad geeft aanbevelingen aan de schoolbesturen, het gemeentebestuur en beleidsmakers op het gebied van onderwijs, maar ook op andere gebieden die van belang blijken, in de stad. We hebben in de ontwerpfase van de VT Commissie contact opgenomen met Professor Dr. Stephan Parmentier van het Leuvens Instituut voor Criminologie in België. Hij is gespecificeerd in Waarheidscommissies over de hele wereld.
De meest beroemde Waarheidscommissie is die van Bisschop Desmond Tutu, opgericht in 1995 om de gebeurtenissen in de periode van apartheid in Zuid-Afrika te onderzoeken met als doel om vervolgens tot een vorm van verzoening te komen. We doen in dit rapport verslag van alle verhalen over achterstelling en discriminatie die we bij moeders en hun kinderen en bij enkele experts hebben opgehaald in zes thematisch hoofdstukken. De hoofdstukken behandelen uiteenlopende onderwerpen zoals communicatieproblemen tussen school en ouders, conflicten op school, lage onderwijskwaliteit en discriminatie. De hoofdstukken zijn ontstaan uit verhalen van ouders en leerlingen zelf. Daarvoor hebben we gekozen opdat deze verhalen voor zich kunnen spreken zonder commentaar van onze kant. De verhalen staan centraal. Het is aan het burgerberaad om naar verklaringen voor de verhalen te zoeken en ook om mogelijke oplossingen te schetsen.
8
Het verhalen en transformatie project Amsterdam
Wie zijn geïnterviewd? We hebben Amsterdamse migrantenouders en ouders van kleur en hun kinderen geïnterviewd. De interviews die we hebben afgenomen, hebben vrijwel alleen betrekking op moeders en hun kinderen. Dat komt omdat onze geïnterviewden vooral afkomstig waren van vrouwenorganisaties zoals bijvoorbeeld Nisa4Nisa en Stichting Dappere Dames, de Onderwijs Consumentenorganisatie van Amsterdam en de Openbare Bibliotheek Amsterdam Noord. Hier mag niet de conclusie aan worden verbonden dat mannen-vaders zich niet inzetten voor de schoolcarrière van hun kinderen. In Tabel laat zien wie we geïnterviewd hebben. Tabel 1: Type onderwijs en aantallen geïnterviewde personen. Basisonderwijs
Voortgezet onderwijs
Moeders over hun kinderen
18
Moeders en kinderen
9
Ouders
9
Leerlingen
9
33
Leerkrachten
3
5
Totaal
48
44
Totaal geïnterviewd
106
Deskundigen
6
14
De gesprekken gaan over de ervaren achterstelling van deze Amsterdammers op Amsterdamse Basisscholen en scholen voor het Voortgezet Onderwijs. Achterstelling is een onderscheid maken: 1. Jij bent meer en jij bent minder 2. Minachting en verachting 3. Achterop- en achteraan plaatsen 4. Afkeuren. Waar komen we achterstelling tegen?
Het verhalen en transformatie project Amsterdam
9
School 1. Onderadvisering en/of niet kansrijk adviseren. 2. Er niet bij horen (school, klas en kinderen). 3. Niet mee mogen doen. 4. Een systematische negatieve benadering van kinderen en opvoeders van kleur. 5. Pesten (incidenteel en structureel). 6. Discriminatie (incidenteel, alledaags of structureel). 7. Mishandelen en schelden.
Thuis 1. Armoede. 2. Huiselijk en seksueel geweld. 3. Psychische problemen Graag bedanken we alle geïnterviewde vrouwen en kinderen voor hun bijdrage aan dit boek en de verhalen die zij gedeeld hebben. Zonder hun verdriet en wilskracht om onze kinderen in het Amsterdamse basis- en voortgezet onderwijs te ondersteunen, was dit boek niet tot stand gekomen. Ook willen we de onderwijsexperts die we hebben gesproken bedanken. Het Verhalen en Transformatie Commissie project is tot stand gekomen met een subsidie van het Ministerie voor OCW. We willen de volgende mensen bij naam danken voor hun bijdrage aan dit boek: Menno van der Koppel (de voormalige directeur van de Amsterdamse Onderwijs Consumenten Organisatie), Hanane Abaydi en Fatima Jaouni die ons aan een groot aantal moeders hebben geholpen met wie we in gesprek mochten gaan. Maar ook Miemoent El Fakih van de vrouwenorganisatie in Amsterdam Nieuw-West, zoals Nisa4Nisa, en daarnaast Abdelhamid Idrissi van de Stichting Studiezalen, de Stichting Dappere Dames uit AmsterdamOost, de Stichting Carabic in Amsterdam-Zuidoost, een Turkse vrouwengroep, en tot slot Rahma el Mouden en Mona Halhoul van de Verrijking. De interviews zijn mede tot stand gekomen door hulp van de volgende organisaties: 1. Stichting Doras. 2. Nisa4Nisa. 3. Stichting Studiezalen. 4. Stichting Dappere Dames Amsterdam-Oost.
10
Het verhalen en transformatie project Amsterdam
5. Onderwijs Consumenten Organisatie Amsterdam. 6. Huis van de Wijk Amsterdam-Noord. 7. Open Scholengemeenschap Bijlmer. 8. Vmbo Mediacollege Amsterdam. 9. Montessori Lyceum Oostpoort. 10. Samenwerkingsverband Primair Onderwijs. 11. ‘De Verrijking’. 12. Stichting Carabic in Amsterdam-Zuidoost 13. Turkse vrouwengroep De gesprekken vonden plaats in Amsterdam gedurende een veldwerk periode van een half jaar, van juni tot en met eind december 2023. De interviews zijn afgenomen door Carl H.D. Steinmetz, Nina Arslan, Sarah Rhee en Marrit de Boer. Met veel energie en doorzettingsvermogen hebben zij mensen voor de interviews geworven en de interviews afgenomen, getranscribeerd en op deelthema’s geordend. Deze interviews zijn verwerkt in de rapportage die nu voor U ligt en de rapportage is de input voor het Amsterdamse burgerberaad.
De deelnemers aan het burgerberaad vragen we om hun ideeën te formuleren over de volgende drie centrale vragen:
1
Hoe kan in het basis- en voortgezet onderwijs achterstelling, racisme, discriminatie en kansenongelijkheid van kinderen van immigranten en mensen van kleur worden tegengegaan?
2
Welke oplossingen zouden kunnen worden bedacht om de in het rapport geschetste problemen en conflicten aan te pakken? Wat kan er gedaan worden vanuit het perspectief van ouders en leerlingen en welke oplossingen zouden kunnen komen vanuit onderwijs professionals, beleidsmakers en schoolbesturen?
3
Hoe kan ondersteuning, herstel of verzoening worden georganiseerd tussen ouders en leerlingen en de school zodat zij weer als partners in het onderwijs kunnen gaan werken in plaats van, zoals nu het geval lijkt, als tegenstanders.
Het verhalen en transformatie project Amsterdam
11
Discriminatie op school
2. Discriminatie op school “Kinderen zijn onschuldig. Dat heb ik zelf meegemaakt toen ik met een blank kindje op een basisschool een wandelingetje ging maken. Ik hield een blank kindje haar handje vast. Zij was heel lief. Ik ben het nooit meer vergeten, dit was 30 jaar geleden. Dat meisje zei: “Zo eng bent u toch niet mevrouw?” — Moeder van Surinaamse afkomst
Introductie Deze rapportage begint met een hoofdstuk over discriminatie. Discriminatie is het thema van het openingshoofdstuk omdat discriminatie van migrantenouders en ouders van kleur bij alle onderwerpen die in deze rapportage voorbij komen aan bod komt. Discriminatie is zichtbaar in de communicatie van witte medewerkers van Nederlandse afkomst, leerkrachten en schooldirecteuren, met deze ouders. Discriminatie is zichtbaar bij de schooladviezen en bij het doorverwijzen naar het speciaal onderwijs. We zien discriminatie als er sprake is van een verschil van mening tussen school en ouders. Ook ervaren leerlingen van kleur discriminatie door witte leerlingen. Het is belangrijk om al lezend te beseffen dat de verhalen in de hierop volgende hoofdstukken over onderadvisering, onveilige situaties op school, over achterstelling en over conflict met de school, allemaal betrekking hebben op migrantenouders en ouders van kleur, waarbij vooroordelen een rol kunnen spelen. De interviewers hebben niet bij elk onderwerp aan ouders en leerlingen gevraagd:
14
Discriminatie op school
“Ziet U dit als discriminatie?” In dit eerste hoofdstuk komen echter de verhalen aan bod waar hier wel expliciet naar gevraagd is. We gebruiken de definities van racisme en discriminatie uit het woordenboek van de American Psychological Association2: “Racisme is een vorm van vooroordelen die over het algemeen negatieve emotionele reacties op leden van een groep, acceptatie van negatieve stereotypen en rassendiscriminatie tegen individuen inhoudt. In sommige gevallen kan het leiden tot geweld.”
2. apa.org/topics/ racism-biasdiscrimination
“Discriminatie verwijst naar de onrechtvaardige en gedifferentieerde behandeling van leden van verschillende leeftijds-, geslachts-, raciale, etnische, religieuze, nationale, bekwaamheids-, seksuele geaardheid-, sociaaleconomische en andere groepen op individueel niveau (bijvoorbeeld een gedragsmatige manifestatie van vooroordelen die samengaat met een negatieve, vijandige en schadelijke behandeling) en op het institutionele/structurele niveau (bijvoorbeeld procedures, wetten en beleid) die bepaalde groepen bevoordelen boven andere en tot gevolg hebben dat de kansen voor andere groepen worden beperkt. Discriminatie is doorgaans de gedragsmatige uiting van vooroordelen en impliceert daarom een negatieve, vijandige en schadelijke behandeling van leden van afgewezen groepen.” Ervaringen in het onderwijs met discriminatie staat niet los van discriminatie in de Nederlandse maatschappij. Discriminatie in het onderwijs is slechts een deel van wat mensen in de samenleving en in hun dagelijkse leven meemaken. Het onderstaande verhaal van een van onze respondenten, een Somalisch-Nederlandse moeder die getrouwd is met een witte man van Nederlandse afkomst, schets dit treffend. Moeder:
“Toen ik naar Nederland kwam sprak mijn moeder vier talen en zij had economie gestudeerd.”
Interviewer:
Hoe oud was je toen je hier kwam?
Moeder:
“Ik was 13 jaar en mijn moeder was 42. We waren met zes kinderen. Mijn moeder wilde graag werken. Zij wilde aan de maatschappij bijdragen en haar kennis delen. Maar het enige wat zij mocht doen, was schoonmaken.”
Interviewer:
Dat is ernstig.
Moeder:
“Ja, maar mijn moeder vond dat niet erg. Ze zei: “Ik ga schoonmaken”. Mijn moeder draagt een hoofddoek. Ik heb het over de periode rond 1990. Mijn moeder kwam bij mensen thuis. Die mensen zeiden: “Jouw handen zijn bruin, je moet je handen schoonmaken, je bent
Discriminatie op school
15
vies. Je mag nu onze spullen niet aanraken.” Dat doet iets met je. Mijn moeder zei altijd tegen ons: “Zorg dat je nooit van de overheid iets nodig hebt. Zorg dat je onafhankelijk bent.” Verder zei zij: “Ik wil terug. Somalië is nog steeds niet veilig, in Somalië wordt je letterlijk doodgemaakt, maar in Nederland lig je aan het infuus, je bent niet dood en je leeft niet. Je wacht, je lijdt en je wacht tot je uit je lijden wordt verlost”. Interviewer:
Je hebt een Nederlandse man. Praten jullie hierover?
Moeder:
“Ik praat altijd met hem. Ik ken hem vanaf mijn achttiende.”
Interviewer:
En wat vindt hij hiervan? Helpt hij je hierbij?
Moeder:
“Natuurlijk helpt hij mij en als ik ergens ben geweest en gefrustreerd thuis kom, dan vertel ik mijn verhaal. Ik ben dan boos op alles en iedereen en hij luistert. Ik kalmeer. Ik ga dan filteren. Dat is goed. Alles kan ik tegen hem zeggen en met hem delen.”
Interviewer:
Jullie hebben samen kinderen die ook met discriminatie in aanraking komen?
Moeder:
“Ja zeker, maar mijn kinderen zijn gelukkig groot, nu 22 en 20 jaar. Mijn zoon werkt nu in de modewereld. Als model. Hij is gestopt met zijn studie. Dat vonden we jammer, dat was in de Corona-tijd.”
Interviewer:
Zijn in die wereld de verschillen tussen wit en donker misschien minder moeizaam dan in het onderwijs?
Moeder:
“Nee hoor, daar komt racisme ook voor. Mijn zoon is bruiner dan mijn dochter. Mijn dochter is heel wit. Mijn zoon wordt heel vaak gevraagd: “Waar kom je vandaan?” Mijn zoon voelt zich Nederlander omdat zijn vader wit is en hij wordt boos als mensen vragen: “Waar kom je vandaan?” Hij zegt: “Ik ben geboren in Rotterdam.” Mijn dochter heeft stijl haar en een hele witte huid, niemand vraagt haar wat. En zij voelt zichzelf Somalisch. Zij zegt tegen iedereen: “Ik ben Somalisch.” Hahaha!”
16
Discriminatie op school
Discriminatie op school Deze paragraaf gaat over verhalen van ouders die vooroordelen en de daaruit voortkomende discriminatie ten aanzien van hun kinderen en henzelf bij leerkrachten meemaakten. We beginnen met een aantal korte citaten van antwoorden van leerlingen op de vraag of zij ervaringen met discriminatie hebben. Daarna komen de langere verhalen van zowel ouders als leerlingen over discriminatie op school. Die verhalen gaan over hoe discriminatie op school ontstaat (de context). Leerling 1:
“Ja, mijn cito-score was havo, maar ik kreeg van mijn docent het advies vmbo-t. Mijn juf van toen was racistisch, mijn advies was eerst vmbo-t/havo en opeens zeiden ze vmbo-t.”
Leerling 2:
“Ja, ik ben gediscrimineerd door leerlingen op de basisschool. Dit beïnvloedt dus mijn schoolloopbaan ja.”
Leerling 3:
“Ik merk helaas dat wanneer ik een vraag stel, de docent boos reageert en wanneer een Nederlander het vraagt, wordt hij of zij minder boos. Zowel op de basisschool als op de middelbare school is me dit overkomen. Ik herinner me nog dat een juf op de basisschool een racistische opmerking maakte, ik was gevallen en ze zei: ‘Je mag naar je eigen land.’”
Leerling 4:
“Ja, ik ben wel eens gediscrimineerd vanwege mijn afkomst. Sommige mensen moeten heel goed begrijpen wanneer iets een grap is en wanneer iets een belediging is. Het heeft wel iets gedaan met mijn zelfvertrouwen en ik durf minder snel iets te zeggen in de klas”.
Leerling 5:
“Nee, ik ben niet gediscrimineerd vanwege mijn afkomst. Gelukkig heb ik dat niet meegemaakt, maar het is natuurlijk belangrijk in welke omgeving je je bevindt. Als je op een school zit waar helemaal geen allochtonen zitten en jij daar als enige allochtoon bent, zal dat misschien anders kunnen zijn”.
Leerling 6:
“Die docent ziet het als een spel. Deze docent zei: “Ja, als Carmen wat geld leent van de bank? Dan kan dat, want ja, ze heet Carmen en ze ziet eruit als een Nederlander. Maar als ‘zij’ (dat was ik) geld leent van een bank? Ja, dan vraagt die bank zich af: “Moeten we
Discriminatie op school
17
wel doen? Want misschien gaat ze (ik dus) een moskee of een kerk bombarderen.” en hij lachte. Hij vond dit echt heel grappig. Heel de klas schrok en de klas vroeg zich af: “Wat is dit nou weer?” En hij volhardde. Dat zag ik aan zijn houding. Want hij liep naar mijn tafeltje en ik keek hem aan met een blik van: “Wat zeg jij nou allemaal?” Ik dacht, vind je dit oprecht grappig? Als jij dit grappig vindt, is het echt MIS met jou en ik keek hem aan. Vervolgens zegt hij: “Oh, het is dus niet zo grappig.” De hele klas was stil. Hij dacht vast dat de klas zou gaan lachen.” Veel van de mensen die we gesproken hebben, vertellen over aanvaringen met docenten of de schoolleiding. Bij die aanvaringen hebben zij het gevoel dat zij niet gelijk behandeld worden, dat er onderliggende vooroordelen zijn en dat er gediscrimineerd wordt. Met opzet geven we hier langere delen van de gesprekken weer, omdat die laten zien wat discriminatie voor gevolgen heeft voor ouders en leerlingen. Het eerste deel van een gesprek komt uit een interview met een moeder van Surinaamse afkomst en haar twaalfjarige zoon die op een basisschool in Amsterdam-Zuidoost zit. We vragen of er sprake is van discriminatie op de school. Leerling:
“Ik denk van wel. De volwassenen deden dat meer.”
Interviewer:
En wat voor discriminatie?
Leerling:
“Discriminatie naar kleur.”
Interviewer:
Geef eens een voorbeeld van wat jij hebt meegemaakt of gezien?
Leerling:
“Misschien jij, mama? Heb jij een voorbeeld?”
Moeder:
“Hoeveel wil je er hebben? Bijvoorbeeld over Zwarte Piet. Leerkrachten die op hun persoonlijke Facebookpagina zetten: “Als de mensen in Volendam zwarte pieten nodig hebben dat kunnen ze een aantal kinderen van onze school meenemen.”
Interviewer:
Echt waar?
Moeder:
“Dat was naar aanleiding van dat Kick Out Zwarte Piet proces in Volendam en toen heeft een juffrouw dat onder de post gezet van Volendam. En de directeur van deze basisschool zegt dat de kinderen op deze school niet verder zullen komen dan een praktijkschool.
18
Discriminatie op school
Hij zegt verder dat hij zich niet voor kan stellen waarom wij als ouders vechten voor onze kinderen. “Want,” zegt hij, “ze zullen geen arts of piloot worden.” Ook zegt deze directeur dat ouders allemaal in de bijstand zitten en analfabeten zijn. Tegen de kinderen zegt hij dat ze duivels zijn. Dit heb ik allemaal gehoord. Dit het zijn de grote lijnen. Veel te veel racisme incidenten om ze nu in één keer op te noemen.” Een andere moeder van Surinaamse afkomst vertelt over haar ervaringen op een basisschool in Amsterdam Nieuw-West waarop haar dochter en zoon zaten. Moeder:
“Hier heb ik het over een gemixte basisschool. Zelf maak ik een onderscheid tussen zwarte en witte scholen. Het is niet altijd zo, maar het heeft wel vaak te maken met wat ik ervaar. Mijn kinderen zitten op een witte school in Amsterdam Nieuw-West met maar een paar gekleurde kinderen. De gekleurde kinderen mogen in de klas niet altijd meedoen met spelletjes opdrachten van witte kinderen. En die spelletjes zijn vaak leer- en rekenspelletjes. Mijn eigen kinderen kregen op deze basisschool ook andere opdrachten bij lezen dan de witte kinderen. De gekleurde kinderen kregen makkelijker opdrachten. De witte kinderen kregen denkspelletjes, ze kregen meer prikkels mee bij de spelletjes. Dus vroeg ik, “Waarom mag mijn kind daar niet aan meedoen?” “Dat komt wel.” zeiden ze. Dit selectieve aanbod van leerstof werd door meerdere ouders van kleur opgemerkt.” “Omdat mijn zoon een gekleurd kind is, gaat de school ervan uit dat hij niet slim kan zijn. Hij moet daar weg is de redenering. Hij moet naar het speciaal onderwijs. Hier was de school continue mee bezig. Ik heb me nooit welkom gevoeld op die school. Heel zwaar til ik er niet meer aan. De voorstanders van het in zwart en wit denken krijgen dat van huis uit mee. Van andere ouders, gekleurde ouders, weet ik wat er allemaal op deze basisschool gebeurde. Ze wilden daar geen zwarte kinderen hebben.
Dat begon al toen ik mijn kinderen op deze basisschool ging inschrijven. Het inschrijvingsloket op de school zei: “Gaat u maar naar een andere school, want deze school is niet voor jullie.”
Discriminatie op school
19
Als zij een gymnasium bezoekt op zoek naar een middelbare school loopt de moeder opnieuw tegen vergelijkbare vooroordelen aan. Moeder:
“De leerkracht zei: “U denkt dat uw kindje gymnasium kan doen?” Op de basisschool was mijn zoon al bezig met Grieks en Latijn. Hij vond dat spannend. De vrouwelijke leerkracht zei: “Uw zoon is helemaal geen gymnasium kind. U wilt hem daar hebben.” Ik heb toen over mijn zoon een boekje geopend. Ik liet haar een boek zien en zei: “Dit is het boek dat mijn zoon heeft gekregen van de Kinderjury. Als kind heeft hij een wedstrijd gewonnen om kinderboekenschrijvers te beoordelen.” In dat boek heeft zij even gebladerd. ABN-AMRO had deze wedstrijd georganiseerd om thuislezen te bevorderen. De deelnemer-winnaars mochten kinderboeken beoordelen. Met elkaar hebben zij een aantal maal over de boeken gesproken. Mijn zoon was voor provincie Noord-Holland gekozen. Hij was toen 10 jaar. “Ach,” zei deze vrouwelijke leerkracht tegen mij: “Dat is al lang geleden”. Ik zei toen tegen haar: “Ik laat mijn kind niet bij u. Hij doet wel gewoon vwo. Ik vertrouw mijn kind niet aan u toe.” Op die manier werd mijn zoon de deur ontzegd om gymnasium te doen. Tegen mijn zoon heb ik gezegd: “Dit gevecht gaan we niet aan, want die vrouw maakt je af.”
Een andere moeder van Surinaamse afkomst vertelt over haar ervaringen met haar zoon op een middelbare school in Amsterdam-Oost. Interviewer:
Heeft het beschuldigen van jouw zoon van al die incidenten op school mogelijk te maken met het feit dat hij een kind van kleur is?
Moeder:
“Ik zal je wat vertellen. Ik ben niet iemand die meteen zegt dat het discriminatie is. Je hebt een hele heleboel mensen die meteen zeggen van: “Ik word gediscrimineerd.” Ik ben daar niet van. Ik ben hier opgegroeid. In deze maatschappij heb ik op de middelbare school gezeten. Alleen nu, na drie jaren lang, iedere keer weer dat dat ‘pik-gedrag’ jegens mijn zoon doet me toch twijfelen. Ze hebben duidelijk de pik op hem. Ik dacht: “Verdorie zou dat ‘pik-gedrag’ daar mogelijk toch mee te maken hebben. Mijn zoon heeft wel eens tegen mij gezegd: “Mama, ze moeten mij altijd hebben en waarschijnlijk is dat gewoon vanwege
20
Discriminatie op school
mijn kleur. Ik zeg dan tegen hem: “Nee, je moet naar jouw eigen gedrag kijken.” Ja, hij is ook een beetje donkerder dan ik. Maar ik zeg: “We trekken niet de discriminatie kaart. Je moet kijken naar wat je doet. Je moet de consequenties dragen van je daden.” Mijn zoon geeft dan als antwoord: “Mama, die docent Duits laat mij duidelijk zien dat dit te maken heeft met mijn kleur. Andere kinderen doen ergere dingen in de klas en die worden niet zo behandeld als ik. Constant komt die mevrouw bij mij kijken en zij maakt en plein public vervelende op- en aanmerkingen.” Een witte moeder van Nederlandse afkomst met een partner van Surinaamse afkomst vertelt over de ervaringen van haar gekleurde zoon en dochter op de basisschool en op de middelbare school. Interviewer:
Jouw dochter en zoon hebben op een witte middelbare school gezeten. Wat is daar de reden van?
Moeder:
“Nou, als je gymnasiumniveau krijgt, heb je geen andere keus. Die zijn alleen maar wit. Bestaat niet anders. De leerkrachten zeiden: “Zet ze zo hoog mogelijk.” En dat was dus het gymnasium.”
Interviewer:
Hebben jullie daarover nagedacht?
Moeder:
“Ja, terwijl ik toen al dacht: “Hij moet helemaal niet naar het gymnasium.” Had ik toen maar beter naar mezelf geluisterd. Want ik dacht al dat hij zich daar niet thuis zou voelen. Ik wist eigenlijk al dat hij op die school niet gaat leren. Dus dan strandt hij gewoon. Maar goed, je vult de lijst in en je wordt ingeloot. Op die school voelde hij zich echt heel erg gediscrimineerd. Hij had op die school heel erg het gevoel: “Ze pikken mij er de hele tijd uit omdat ik een kleur heb.” Tegen andere jongens die net zo vervelend doen als hij, gedragen de leerkrachten zich anders. Zijn vader zag dat ook zo. Ikzelf vond dat lastig om het op kleur te gooien. Hoewel ik het snapte. Hij heeft een opvallend uiterlijk. Behalve zijn bruine kleur is het een grote knappe jongen. Hij valt meteen op. Dus alles wat hij doet ligt ook meteen onder een loep. En wat die andere tien blonde jongens doen lijkt op hoe ze behandeld worden niets uit te maken. En ja, zodra je de racismekaart inzet, heb je sowieso verloren. Mijn ervaring is dat als je het bij witte leerkrachten gaat hebben over hun collega’s, ze onmiddellijk beledigd
Discriminatie op school
21
zijn. Ze zetten jou dan in het hokje van, “Oh lekker makkelijk”. Hun antwoord is: “We zijn echt zo hard bezig voor jouw kind.” Dus met de racisme kaart mag je niet gaan zwaaien. Want dan heb je het echt bij iedereen verpest.” Interviewer:
Werd jouw zoon door de leerkracht gepest?
Moeder:
“Nou hij zou het zelf geen pesten noemen, maar wel zeggen dat ze vooroordelen hebben over hem. Ook zou hij zelf zeggen dat zij hem geen eerlijke kans gaven. Ik weet het ook niet zeker’, want ik ervoer mijn zoon natuurlijk ook wel eens als lastig. Daarom vond ik het lastig om te denken: “Dit heeft alleen maar met jouw kleur te maken.” Maar je merkt wel dat kleur altijd een onderwerp is. Mijn dochter kwam thuis van school en zei: “Ik denk dat mijn docenten denken dat ik arm ben.” En als ik dan vroeg waarop haar oordeel is gebaseerd, dan zei zij: “Op mijn huidskleur. Ze denken altijd dat ik geen geld heb om wat te kopen.”
Interviewer:
Geef eens een voorbeeld?
Moeder:
“Tijdens corona was er geld van de overheid voor een laptop. Mijn dochter kreeg toen een laptop van school, terwijl zij daar niet om had gevraagd. Klaarblijkelijk werkt kleur ook in je voordeel! Tegen haar zei ik: “Laten we de laptop maar houden. Haha.” Dat zijn de voordelen ervan. Haha. Mijn dochter weet dat direct. “Mam,” zegt zij: “Deze leerkracht bekijkt mij anders. Deze leerkracht ziet mij als een soort achterstandskind.” Mijn dochter voelt dat gelijk aan, dat er een vooroordeel over haar is. Hoewel de meeste docenten haar heel erg waarderen. Zij is iemand die niet tegen onrecht kan. Zelfs als een docent geplaagd wordt, dan staat ze op voor de docent. Dus ze heeft ook wel eens docenten gehad, die zeiden, “Dankjewel, ik heb jou echt in de klas nodig.”
Interviewer:
En merkte je ook dat leerkrachten om jouw kinderen gaven?
Moeder:
“Ja. Door de opmerkingen die ze maakten. Bepaalde opmerkingen doen je inzien: “Ze zien haar of hem echt voor wie zij of hij is. Ze zijn echt begaan met mijn kinderen.” Een voorbeeld is een docent die zei, “Natuurlijk heeft hij geen vmbo-t, geloof me, ik ga me daar hard voor maken. Ik ga ervoor zorgen dat het geen vmbo-t wordt, want dat klopt niet.” En zo nog veel
22
Discriminatie op school
meer. Bij mijn dochter had ik heel sterk dat een docent negatief naar haar keek. Deze docent maakte onbewust een onderscheid tussen de kinderen van kleur en Hollandse kinderen. Maar dat was echt lang niet bij alle docenten.” Een moeder van Marokkaanse afkomst en de vader die afkomstig is uit Sierra Leone vertellen over de ervaringen met hun drie kinderen, eerst in Den Haag en later in Amsterdam-Zuidoost. Interviewer:
Heb je we eens te maken gehad met discriminatie?
Moeder:
“Het ging al fout bij de eerste peuterspeelzaal. Wij woonden daar heel dichtbij. Dat was voor mijn man een heel nare ervaring. Mijn man is Afrikaans. Hij is in Nederland gewend om niet positief benaderd te worden. Mijn man brengt onze dochters naar de peuterspeelzaal. De juf benadert hem heel kinderlijk. Zij zegt tegen hem: “Kunt u wel lezen en schrijven? U bent Afrikaans, u spreekt een beetje Engels, en gebroken Nederlands.” De juf lachte dan heel hard. Daarover zei mijn man tegen mij: “Is die vrouw gek ofzo? Zo praat je toch niet met een volwassen man.” Tegen mijn man zei ik toen: “Weet je, ik praat wel met de juf”. Tegen deze juf zei ik: “Luister, mijn man gaat naar zijn werk en hij wil heel graag ’s ochtends met zijn dochter tien minuutjes een puzzel doen. Kunnen we afspreken dat je hem even met rust laat? Want om 09:15 gaat hij weg.” Dat gesprek heb ik geprobeerd met deze juf te voeren, maar dat lukte niet. Toen zijn we dus wel naar een andere peuterspeelzaal gegaan. Dat was pas toen mijn jongste ook naar de peuterspeelzaal moest. Dus toen gingen mijn dochters samen. Ik werkte niet, dat hoefde ook niet, en toen zijn onze dochters naar een community school gegaan. Daar zat een leuke peuterspeelzaal bij, een hele andere ervaring.”
Interviewer:
Waarom was deze peuterspeelzaal leuk?
Moeder:
“Dat was leuk, omdat wij als ouders bij onze kinderen mochten zijn. En wij zijn gewoon ouders. We willen bij onze kinderen zijn, weet je, we willen gewoon even ‘s ochtends rustig met onze kinderen zijn. Misschien doet 80 procent dat niet, maar wij willen dat wel. Snap je een beetje wat ik bedoel. Mij gaat het om een benadering die is afgestemd op ons als ouders.”
Discriminatie op school
23
Als de kinderen naar de basisschool gaan lopen deze ouders weer tegen verschillende vormen van discriminatie aan. De interviewer vraagt de moeder om een voorbeeld te geven. Moeder:
“Op deze school zat ik in de ouderraad. Een van de leden van de ouderraad wilde in het schoolbestuur. Daar mogen ouders zich ook voor aanmelden. Ik wilde dat zelf niet. De inschrijving was open. Wij mochten stemmen. Ik zei tegen die vrouw: “Top, leuk, dat jij het bestuur in wil.” Zij is een Antilliaanse, een slimme vrouw. Toen ineens kwam een nieuwe eis uit de lucht vallen. Die eis was: “Alle bestuursleden moeten minimaal hbo-niveau hebben”. Ik vond dat offensive. Wat krijgen we nu? Die vrouw is moeder van een kind op school. Trouwens, ze studeert op de universiteit, daar studeert zij rechten. Zij heeft ook een baan. En zij probeert de school te helpen. Plotseling die eis, dat vond ik raar. Dat maakt mij ook heel boos. Daarover hebben we ook klachten ingediend.”
Interviewer:
Gaat dit voorbeeld over impliciet racisme denk je?
Moeder:
“Eigenlijk vind ik dat wel en het is ook goed om het onder woorden te brengen.”
Na de basisschool verhuist het gezin van Den Haag naar AmsterdamZuidoost. Daar merken ze dat het gelukkig ook anders kan. Moeder:
“Wij gaan naar Amsterdam. Wij schrijven onze zoon in bij een school voor Voortgezet Onderwijs in Amsterdam-Zuidoost. Daar was de benadering heel anders. Deze school had een directrice van Surinaamse afkomst. Dat had ik nooit eerder meegemaakt. Zij zei: “Ik lees geen enkel rapport.” [De moeder lacht hard]. “Jouw zoon komt nu hier op school. We beginnen gewoon helemaal opnieuw.” Ik zeg tegen haar: “Dat meen je niet!” Ik zal deze vrouw nooit vergeten. Dus ja, onze zoon begon daar met een schone lei.”
Interviewer:
Hoe keek deze directeur tegen kinderen aan?
Moeder:
“Deze directeur ziet voornamelijk veel instituten die inzoomen op wat een kind allemaal niet kan. Zij benaderde onze zoon als volgt: “Je komt hier en als je hier komt, gaan we puur kijken naar wat je wel kan. En als je meer kan, is het mooi, maar je kan in ieder
24
Discriminatie op school
geval iets”. Dus ja, maar dat, zo zag zij het en dat was heel mooi. Daar ben ik ook in de ouderraad gegaan. Ouderbetrokkenheid was er bij die andere scholen in Den Haag niet. Daar voelde ik me ook niet echt op mijn gemak. Hier ging ik met alles mee. Ik ben zelfs een keer mee geweest naar Londen en een studiereis naar Manchester. De directrice vond mijn inbreng heel waardevol en die vond het belangrijk dat ouders inspraak hadden, zichtbaar waren in de school en mee spraken. En dat is waar ik echt gezien heb hoe zij iedereen erbij betrok.”
Racisme van medeleerlingen Naast verhalen over racisme en discriminatie door leerkrachten en directies van scholen vertellen ouders en leerlingen ook over racisme en discriminatie door medeleerlingen. Veelal wordt hiertegen niet opgetreden door de school. Een zwarte moeder afkomstig uit Zuid-Afrika vertelt over de racistische gebeurtenissen die haar zoon van tien op school heeft meegemaakt. De school kijkt volgens haar de andere kant op. Moeder:
“Toen wij vanuit Zuid-Afrika richting Amsterdam kwamen wisten we niets over Amsterdamse scholen. Kinderen uit Afrika worden hier altijd als minderwaardig gezien. Deze kinderen gaan grof met mijn zoon om. Dat leid ik af uit uitspraken zoals: “Je moeder is een hoer.” Mijn zoon snapt daar niks van. Waarschijnlijk komt dat omdat ik er anders uitzie dan de andere moeders daar. Ook is mijn zoon geslagen in de bosjes. Die situatie heeft lang geduurd en mijn zoon heeft best wel geleden. Maar toen de school hier achter kwam, was het alsof het hen niet uitmaakte dat dit gebeurt. Ze waren gewend aan dit soort verhalen.”
Een andere leerling van kleur vertelt over zijn ervaringen op de basisschool in Amsterdam-Zuid. Leerling:
“Deze basisschool in Amsterdam-Zuid was bijna helemaal wit. Mijn echte vrienden waren buitenlands. Ook waren mijn vrienden twee, drie Nederlandse
Discriminatie op school
25
jongetjes. De andere leerlingen mocht ik niet echt, omdat ze vervelend waren.” Interviewer:
En wat bedoel je met vervelend, wat doen ze dan?
Leerling:
“Ze zijn raar en racistisch.”
Interviewer:
Geef eens een voorbeeld van racisme.
Leerling:
“Zwarte Piet.”
Interviewer:
Zeggen ze dat tegen jou?
Leerling:
“Ja”.
Moeder:
“Ja, zeker vond dat plaats op deze basisschool in Amsterdam-Zuid. Het is geen slechte school, maar wel een witte school. In elke klas zaten er een paar donkere kindjes. Hiervoor heeft mijn zoon één jaar op een andere basisschool in Amsterdam-Zuid gezeten. Op die basisschool kwam mijn zoon op een dag naar huis en zei: “Ik wil ook wit en lang zijn.” Toen dacht ik: “Deze basisschool is het niet.” Daar heb ik hem toen weggehaald.”.
Leerling:
“Mijn hele klas was blank. Alleen een Braziliaans jongentje en ik waren van kleur.”
Interviewer:
Waarom wilde je toen je zo klein was, wit zijn?
Leerling:
“Omdat ik nergens aan mee mocht doen.”
Interviewer:
Werd je uitgesloten?
Leerling:
“Ja.”
Moeder:
“Voor het eerst hoor ik hem nu zeggen dat hij zich toen buitengesloten voelde.”
Een andere moeder die wij spreken probeert haar eigen ervaringen en die van anderen met discriminatie in perspectief te plaatsen. Zij zegt dat zij hoopt dat de rapportage van de Verhalen en Transformatie Commissie de mensen de ogen opent voor de ervaringen met racisme en discriminatie in het onderwijs.
26
Discriminatie op school
Interviewer:
Mijn laatste vraag is: heb je nog iets te zeggen tegen de lezers van deze verhalen?
Moeder:
“Ik hoop natuurlijk dat deze verhalen serieus worden genomen. Ik merk bij dit onderwerp – wat over dagelijks en institutioneel racisme gaat – dat de tegenpartij zich meteen in een hoek gedreven voelt. Zij reageren dan heel beledigd en zeggen dan: “Wij Nederlanders zijn toch helemaal niet racistisch? Kijk nou hoe we met elkaar leven.” En dan gaan alle luiken meteen dicht. Daar ben ik altijd bang voor, dat als je dit onderwerp aankaart, mensen zich meteen zelf geraakt voelen en de luiken dichtgooien. Terwijl dat eigenlijk het moment zou moeten zijn dat je voelt dat het je raakt. Dan zou je juist moet denken: “Zit er niet een kern van waarheid in?” Dat vind ik zo opvallend bij dit onderwerp. Mensen voelen zich meteen persoonlijk aangevallen. Ook zouden we eens echt moeten luisteren naar zo’n verhaal over achterstelling en constateren: “Jeetje, heftig, dat mensen dit zo ervaren.” Maar niet door te zeggen, te voelen en te denken: “Dit klopt niet, want wij Nederlanders zijn toch heel tolerant.” Dat zou je helemaal niet moeten denken en zeker er niet trots op moeten zijn.”
Samenvatting De Verhalen en Transformatie Commissie heeft verhalen opgehaald onder leerlingen en migrantenouders en ouders van kleur in het Basis Onderwijs en het Voortgezet Onderwijs in Amsterdam over hun ervaringen in het onderwijs. Uit de verhalen komt naar voren dat kinderen met een donkere huidskleur racisme en discriminatie meemaken door zowel leerkrachten als medeleerlingen. De ouders gebruiken de term discriminatie vaak heel voorzichtig. Zij gaan zelf ook na of er andere oorzaken zijn voor de opmerkingen en acties van de leerkrachten. Ouders willen liever niet ‘de racisme kaart spelen’, zoals zij zeggen, omdat ze weten dat de reactie hierop heel sterk en negatief kan zijn. Een voorbeeld van stigmatisering in veel interviews is een kind van kleur dat de schuld krijgt van incidenten op school waarbij meerdere andere kinderen betrokken zijn (zie ook Hoofdstuk 4 en 5 in dit rapport). Die beschuldigen drukken een stempel op het kind. Hierna kan het kind weinig goeds meer doen. Een voorbeeld van uitsluiting en achterstelling is kinderen van kleur niet mee laten doen aan reken- of taalspelletjes samen met witte klasgenoten zonder migratieachtergrond. De kinderen van kleur krijgen systematisch minder moeilijke opdrachten, waardoor ze minder worden uitgedaagd en daardoor achteropraken in de klas.
Discriminatie op school
27
Amsterdam is actief bij de aanpak van racisme en discriminatie in de stad, in haar eigen ambtelijke organisatie, in het onderwijs, de zorg en het bedrijfsleven. Die aanpak bestaat vooral uit praten en voorlichten, het ontwerpen van procedures die kansenongelijkheid tegengaan en het faciliteren van het Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam. De verhalen die we van moeders en kinderen over racisme en discriminatie in het onderwijs hebben verzameld laten zien dat er toch nog veel te doen valt. Wat moeders, kinderen en experts vertellen doet vermoeden dat het veelkoppig monster van racisme en discriminatie in de stad Amsterdam nog springlevend is.Tegen die achtergrond stellen we de volgende vragen aan het burgerberaad:
Tegen die achtergrond stellen we de volgende vragen aan het burgerberaad:
1
Herkent u de verhalen over racisme en discriminatie?
2
Wat ontbreekt er in de aanpak van racisme en discriminatie door scholen en leerkrachten?
3
Wat kan de gemeente Amsterdam nog meer in haar aanpak doen?
4
Welke rol kunnen organisaties van migranten en mensen van kleur zelf spelen?
28
Discriminatie op school
Onderadvisering
3. Onderadvisering
Introductie Dit hoofdstuk gaat over onderadvisering. Onderadvisering houdt in dat een kind een lager schooladvies krijgt dan het kind in werkelijkheid aankan. Een voorbeeld is een leerling die met citotoetsen een havoniveau haalt, maar die van de leerkracht een vmbo-t advies krijgt. Onderadvisering wordt structureel racisme wanneer bepaalde leerlingen (leerlingen van kleur en/of met een migratieachtergrond) systematisch een lager schooladvies krijgen dan witte leerlingen zonder migratieachtergrond met dezelfde capaciteiten en prestaties. Dit heet kansenongelijkheid. Het Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS) stelde in haar onderzoek uit 2023 dat bij de totstandkoming van schooladviezen voor leerlingen met een migratieachtergrond het schooladvies passend dient te zijn bij de cognitieve vaardigheden, werkhouding en inzet van de leerling. Bovendien zou rekening gehouden moeten worden met de ontwikkeling van de leerling. De aanwezigheid van meerdere beoordelaars en een combinatie van de eindtoets en andere toets gegevens via het leerlingvolgsysteem worden in het rapport als de beste manier van advisering voorgesteld3. Hieronder staan eerst wat korte citaten over onderadvisering uit de interviews met de leerlingen en ouders.
In de daaropvolgende paragraaf gaan we wat uitgebreider in op de verhalen van ouders en leerlingen over hun ervaringen en de consequenties van onderadvisering.
3. Verder lezen over onderadvisering? kis.nl/publicatie/ discriminatie-bij-hetschooladvies
Onderadvisering
31
Interviewer:
Heb je op de basisschool een lager schooladvies gekregen dan de Cito eindresultaten?
Leerling:
“Ja mijn Cito eindresultaten waren hoger dan het schooladvies. Ik had vmbo-t /havo gescoord op mijn Cito, maar de docent gaf mij het advies vmbo-kader.”
Interviewer:
Heb je op de basisschool een lager schooladvies gekregen dan de Cito eindresultaten?
Leerling:
“Op een middelbare school in Amsterdam-Zuid begon ik met vmbo-basis. Ik kon natuurlijk veel beter. Ik doe nu vmbo-kader plus. Ik heb dus eigenlijk wel een lager schooladvies gekregen dan dat ik kan.”
Leerling:
“Mijn neefje gaat naar het gymnasium. Zijn eigen juf zegt: “Nee, dat mag niet, zijn schooladvies is havo.” Zijn vader zei toen: “Ik luister niet naar jullie, want zijn Citotoets zegt gymnasium.” Hij is ook bij een gymnasium ingeschreven en het gaat goed met hem.”
Leerling:
“Ja, mijn Cito-toets score was havo, maar ik kreeg van mijn docent het advies vmbo-t. Mijn juf van was racistisch, mijn advies was eerst vmbo-t / havo en opeens zeiden ze vmbo-t.”
Student:
“Toen ik jong was, kreeg ik het schooladvies vmbo-kader. En toen zijn mijn ouders naar de basisschool gegaan, want mijn vader was het er niet mee eens. Hierna kreeg ik een Cito-toets. Die Cito-toets was in die tijd leidend. Als je ietsjes hoger haalde dan werd het schooladvies aangepast. Ik heb toen vmbo-t gehaald. Voor mij was dat als kind heel stressvol. Ik heb mijn vmbo-t gedaan, daarna havo en vervolgens hbo. “
Moeder:
“Nu is ze 19 jaar. Haar schooladvies was vmbo-t. Dat was stressvol. Gelukkig heeft zij in een keer havo gedaan.”
Interviewer:
Hoe ging het verder na het schooladvies? Is zij vmbo-t gaan doen?
Moeder:
“Ja, ik zei tegen haar: “Je moet het maar accepteren.” Mijn dochter is naar een middelbare school in Amsterdam-Oost gegaan. Daar heeft zij vmbo-t gedaan en daarna havo. Nu studeert zij psychologie op het hbo. Ik weet niet of zij daarna nog door wil of niet.”
32
Onderadvisering
Nog een andere moeder vertelt hoe haar zoon aanvankelijk een laag advies kreeg. Moeder:
“Ja, hun schooladvies was laag. Ik begreep dat op dat moment niet. Hun onderwijsniveau was in vergelijking met de Hollandse kindjes lager. Turkse kinderen kregen een lager schooladvies. Mijn zoon had faalangst. Hij was altijd heel erg verlegen. Hij durfde niks. En dan komt meteen het oordeel van de basisschool. Als schooladvies kreeg hij vmbo-kader. Maar hij heeft nu een hbo opleiding afgerond. Dus mijn kind is niet dom, maar de school is dom.”
Onderadvisering In deze paragraaf gaan we uitgebreider in op wat er gebeurt als ouders zich niet neerleggen bij de onderadvisering van hun kinderen. Vaak maakt een verschil tussen het schooladvies en de Cito-toets score dat de ouders in actie komen voor hun kinderen. Een moeder van Marokkaanse afkomst vertelt over het schooladvies van haar dochter op de basisschool. Moeder:
“Mijn dochter had een heel laag schooladvies. Haar advies was vmbo-basis leerwegondersteuning. De Cito-toets was gelukkig wel in haar voordeel. Zij had een hogere score voor haar Cito-toets, vmbo-t. Ik heb over het schooladvies van mijn dochter veel gesprekken gehad. Elke keer moest ik langskomen bij haar juffrouw en twee meesters. Ik dacht: “Echt niet, jullie gaan niet van mij winnen, want ik weet gewoon dat er meer in dat kind zit!” Daarom ben ik ook naar een paar middelbare scholen geweest. De ene school wilde wel meewerken en de anderen niet. Want ik had gehoord dat de school waar ik mijn dochter naartoe wilde brengen, Cito-toetsen uitvoert. Die school heeft haar getoetst. Daar mocht ze toen toch vmbo-t gaan doen. Jammer genoeg zijn er moeders die zeggen: “Dit is het.” en dan moet het kind helemaal gaan klimmen tot het kind uiteindelijk op het juiste schoolniveau komt.”
Interviewer:
En wat is er uiteindelijk met jouw dochter gebeurd?
Onderadvisering
33
Moeder:
“Dat heeft ze gehaald, mbo 4 gedaan en ze is in de zorg gaan werken.”
Een moeder van Surinaamse afkomst met vier kinderen in AmsterdamZuidoost vertelt hoe de school het advies weigert bij te stellen, ondanks de herhaalde positieve toets resultaten. Moeder:
“De basisschool wilde mijn zoon als schooladvies praktijkonderwijs4 geven. Ik was verbaasd omdat mijn zoon in groep 5/6 op deze basisschool was gekomen met een advies vmbo-kader. Volgens het rapport over zijn didactisch onderzoek5 zat hij op dat niveau. Ik heb tegen de basisschool gezegd: “Hij is hier gekomen met vmbo-kader. Het hek gaat van de dam als hij niet met minimaal vmbo-kader van deze school afgaat.” En toen zeiden ze: “Nee, basis.” Ik heb toen weer een didactisch onderzoek laten uitvoeren. Daar kwam weer vmbo-kader uit. Ik zei toen tegen hen: “Is dat dan wat jullie gaat adviseren?” De school zei: “Nee, dat doen we niet.” Toen moest mijn zoon nog een andere toets doen. Daarop had hij wederom vmbo-kader gescoord. Ik zei: “Het advies moet worden aangepast, want hij is intussen aangenomen op een middelbare school in Amsterdam-Zuidoost en die school biedt doorgroeimogelijkheden. “Toen ik erachter kwam dat mijn zoon op de basisschool een achterstand had heb ik particuliere bijles voor hem geregeld. Tegen deze middelbare school zei ik: “Zoals u ziet, is de leerlijn van mijn zoon door de bijles stijgende”. Toen zeiden ze: “Oh, u bent een betrokken ouder en hij heeft het dus wel in zich.” Want uit al die onafhankelijke testen werd duidelijk dat de schoolprestaties van mijn zoon omhoog zijn gegaan. Daarom werd mijn zoon toch toegelaten op deze middelbare school.”
Een alleengaande moeder van Surinaamse afkomst met zes kinderen in Amsterdam-Zuidoost, zelf docent op een middelbare school, vertelt over het schooladvies van haar 11-jarige zoon op de basisschool. Moeder:
34
“Bij kinderen van immigranten heeft taal een effect op wat zij wel of niet begrijpen. Een bijvoorbeeld zien we bij de Cito vraagstellingen en Cito dingen waar ze naar vragen. Een concreet voorbeeld is een
Onderadvisering
4. Praktijkgericht onderwijs, ook wel bekend als praktijkonderwijs, is een onderwijsaanpak die zich richt op het leren door te doen. Leerlingen krijgen in plaats van theoretische kennis vooral onderwijs om praktische vaardigheden te ontwikkelen. 5. Bij het didactisch onderzoek staat het in kaart brengen van het didactisch niveau centraal. In het onderzoek worden het niveau van rekenen, technisch en begrijpend lezen en spelling van een kind onderzocht. Daarnaast wordt in het didactisch onderzoek gekeken naar de leervoorkeur die een kind heeft en welke leeringangen het beste ontwikkeld zijn.
vensterbank. Een woord dat een kind niet kent omdat een vensterbank niet voorkomt in hun ouderlijk huis en dat van hun familieleden. Ook komt het woord vensterbank bij een deel van die kinderen niet voor in hun moederland-taal. Dit leidt tot achterstelling van het kind. Een ander voorbeeld zijn de Nederlandse groenten die het kind niet kent.” “Het schooladvies van mijn oudste zoon was de aanleiding om extern advies en hulp te gaan zoeken bij het schoolbestuur, de Inspectie van het Onderwijs en de Amsterdamse Onderwijs en Consumenten Organisatie (OCO). Ik overweeg namelijk om een officiële klacht in te dienen, want het moet gewoon anders op school. Ik wil dat we als ouders serieus worden genomen.” “Mijn zoon had in groep 7 als schooladvies vmbo-basis/ vmbo-kader gekregen. Daar kon ik me totaal niet in vinden. Dat heb ik toen ook aangegeven. Ik was toen behoorlijk van slag. Zo erg dat ik dat ik het gesprek niet meer kon voortzetten. Nu zijn we een jaartje verder, en zit hij in groep 8. En dan komt het schooladvies weer en het blijft vmbo basis/kader. De school had het schooladvies al doorgestuurd naar het voortgezet onderwijs, terwijl ze wisten dat ik het er niet mee eens was.
De onderbouwing van de school voor het schooladvies was dat een vmbo-t of hoger schooladvies alleen wordt gegeven als de leerling weet te plannen.” “Ik heb zelf op een middelbare school lesgegeven met alle onderwijsniveaus twee jaar lang bij elkaar in dezelfde klas. Daar zag ik dat kinderen die op vwo-niveau instromen, echt niet allemaal kunnen plannen. Zij moeten dat nog op school leren. Kortom, hoe gebruik je een agenda? Hoe pak je dat aan? Van leswissel, naar huiswerk, naar magister. Op niveau twee zijn er kinderen die goed kunnen plannen en er zijn ook kinderen op vwo-niveau die niet kunnen plannen. Plannen is, kortom, geen valide argument als onderbouwing voor een vmbo basis/kader schooladvies. Tegen de school zeg ik: “Waarom adviseren jullie niet kansrijk?” “Ik keek ook naar mijn kinderen vanuit mijn eigen ervaring. Ik ben ook lager geplaatst. Ik heb ook vmbo-t gedaan en ben uiteindelijk op de universiteit beland. In Amsterdam-Zuidoost ben ik eerst mavo gaan doen.
Onderadvisering
35
Dat deed ik met mijn vingers in mijn neus. Je hoeft alleen op te letten in de klas en dan redde je het wel.” Ook met haar oudere dochter had deze moeder al eerder ervaring met onderadvisering. Moeder:
“Mijn dochter heeft tot en met groep 5 op een basisschool in Amsterdam-Zuidoost gezeten. Daar ging het goed met haar. Het enige aandachtspunt was haar tempo, maar begrip en begrijpend lezen gingen goed. Op deze school had de juf nooit het idee dat ze iets niet begreep. Ik vroeg haar: “Hoe zie je haar? Zie je haar als een vwo of een havo kindje. Denk je dat ze dat aan zou kunnen?” Haar antwoord was: “Havo sowieso, maar voor vwo moet haar werk en leertempo worden opgevoerd.” Dat werd ineens heel anders bij de volgende basisschool in Amsterdam-Zuidoost. Daar belandt mijn dochter in groep 6/7. Deze juf geeft mijn dochter een vmbo basis/kader advies. Ik schrok heel erg van het schooladvies van de juf van deze nieuwe basisschool. Verder schrok ik omdat de Cito-scores van mijn dochter goed waren. Op Cito begrijpend lezen scoorde mijn dochter havo-vwo niveau. Wat de scores waren, was uitgelekt. De leerlingen hadden de blaadjes met toets resultaten zien liggen. Direct ben ik toen naar de IB’er gegaan, die toentertijd ook de onderdirecteur was. Tegen de IB’er heb ik gezegd: “Ik heb begrepen dat dit het schooladvies is dat jullie tijdens het gesprek binnenkort gaan doorgeven.” Ik zei: “Ik raad je aan om je heel goed voor te bereiden op dit gesprek, want ik wil echt weten waar dit schooladvies vandaan komt en zonder goede uitleg ga ik niet gewoon zomaar weg.” “Dat gesprek heb ik gehad.
Ik heb tegen de juf gezegd: “Ik wil graag die toets zien, hebben jullie die hier?” Ook heb ik gevraagd of ze die toets had geanalyseerd. Dat vraag ik, omdat ik van mening ben dat als er iets niet goed gaat, de docent zelf moet onderzoeken waar het kind op vastloopt. “Nee.” was haar antwoord. Toen zei ik: “Mag ik de toetsen of een kopietje ervan, want dan kan ik de toetsen zelf analyseren of met iemand uit mijn netwerk.” Nooit gekregen, meerdere keren gevraagd. Ik weet dat het mijn recht is om die toets resultaten te mogen inzien. Tegenwoordig scannen ze de toetsen in Parnassus, maar toentertijd waren die toetsen niet digitaal in te zien. Het was er wel voor de school, maar niet voor de ouders.”
36
Onderadvisering
“In groep 8 heb ik aan het begin van het jaar aan de docenten aangegeven dat ik me niet kan voorstellen dat het schooladvies van mijn dochter vmbo basis/kader is. In het tweede gesprek ergens halverwege het jaar heeft de docent ook aangegeven: “Zij is wel een theoretisch kindje, dus ze kan minimaal vmbo-t/havo niveau.” Toch hebben ze eraan vastgehouden, terwijl de school wist dat voor de eerste keuze middelbare school van mijn dochter minimaal havo nodig was.” “Voor begrijpend lezen scoorde mijn dochter heel hoog. Ik heb vervolgens haar documentatie naar het OCO doorgestuurd met het verzoek om een advies uit te brengen. Het OCO gaf op grond van de resultaten van mijn dochter aan dat de school haar gewoon een havo-advies mag geven. Wel was aan het advies door het OCO een disclaimer toegevoegd: “We kennen haar studiehouding niet en we kennen haar niet persoonlijk.” De school past het advies echter niet aan. Interviewer:
En op welk schoolniveau zit jouw dochter nu?
Moeder:
“In 3 mavo op de middelbare school in AmsterdamZuidoost. Mijn dochter zegt nu dat ze havo wil gaan doen. Langzamerhand krijgt mijn dochter het vertrouwen in school terug. Zij merkt dat zij school aan kan. Ik denk dat ik toentertijd heel erg heb onderschat wat voor invloed de school heeft gehad op haar zelfvertrouwen, en op haar eigen waarde gevoel.”
Een andere moeder van Surinaamse afkomst vertelt over de ervaringen met haar zoon op een middelbare school in Amsterdam-Oost. Moeder:
“Pas later hoorde ik dat dat je op deze middelbare school als gekleurd kind via de voordeur naar binnen komt, maar dat deze school je via de achterdeur er weer uitduwt. Zo wil deze middelbare school in Amsterdam-Oost de school wit houden.” “Toen mijn zoon zijn rapport kreeg, klopte er een heleboel niet. We moesten erover gaan praten. Op deze middelbare school zeiden ze van: “Hij is wel als vwo binnengekomen, maar het enige niveau die hij van
Onderadvisering
37
ons krijgt, is vmbo-t.” Ja, vmbo-t, zwart op wit op papier heb ik het. Tegen de school zeg ik: “Hij gaat niet naar het vmbo-t, over my dead body”. Deze school heeft mijn zoon zijn schoolcarrière verwoest. Hij wilde daar ook niet meer op school zijn. Tegen mijn zoon zei ik: “Ik ga een andere school voor je zoeken. Maar alle scholen zeiden: “De vorige school heeft gezegd dat hij vmbo-t moet krijgen.” Daarom heeft mijn zoon 3 maanden thuisgezeten. Geen school wilde hem aannemen op zijn eigen niveau. Toen ben ik samen met een meneer die mijn zoon ondersteunt en die zelf gymnasium heeft gedaan, het gesprek aangegaan met de directeur. Deze meneer zei: “Zorg dat alle scholen waar U nog gaat proberen een plaats voor uw zoon te vinden alleen mij bellen, dan gaan we wat regelen.” “Mijn zoon kwam nergens binnen en het maakte hem verdrietig want hij zat gewoon thuis. Op een gegeven moment zijn we uitgekomen bij een middelbare school in Amsterdam-West. Dat was de enige school die hem wilde. Want deze school was net met een havo-afdeling gestart. Die directeur was heel goed bezig. Alle kinderen die wat lager scoorden, probeerde hij een niveau hoger te krijgen. Veel van die kinderen gingen alsnog richting havo. Mijn zoon is toen in een havo klas gezet. Hij haalde daar de mooiste cijfers. Ik zat daar ook in de Medezeggenschap Raad.
De directeur en de juffen zeiden: “We kunnen er verder niks aan doen, we hebben hier niet meer dan havo. We zien echt dat dit gewoon racisme is. Discriminatie van hier tot ginder, wat je kunt zien aan zijn Cito-toets score. Terwijl hij van zijn vorige middelbare school vmbo-t moest gaan doen.” “Nou ja, hij heeft het gedaan, havo, en via deze middelbare school in Amsterdam-West ging hij naar een andere middelbare school in Amsterdam-Oost die in dezelfde scholengroep zat. Op die school heeft hij vwo gedaan. Dat was wel lastig, maar hij heeft het heel goed gedaan daar. Hij zegt, “Mamma, ze hebben geen wiskunde A, wel B. Toen zei hij: “Dan doe ik toch A & B.” Dus zegt hij, “Ze houden me toch niet tegen.” Dit vak vindt hij nu gewoon schitterend. Hij is ook een schaker.” Een moeder van Marokkaanse afkomst is zelf hbo-geschoold maatschappelijk werkster en zij vertelt over het schooladvies van haar dochter die ondertussen eindexamen vwo doet met een dubbel profiel: Natuur en Techniek en Natuur en Gezondheid.
38
Onderadvisering
Dochter:
“Ik zelf heb het meegemaakt. Mijn cijfers en Cito-scores, ik had score 547 en dat is 3 minder dan de maximale score, waren veel hoger dan het advies dat ik kreeg, dat klopte gewoon niet. Ik kreeg te horen dat ik Vmbo-t had. Eerst was ik heel verdrietig en later werd dat woede. Dat heb ik omgebogen in motivatie. Laten zien dat ik het wel kan. Daarom kreeg ik in plaats van dat ik buiten kon spelen, privéles van een dame, mijn goeroe.”
Moeder:
“Uiteindelijk hebben we met onderhandelen bereikt dat het havo werd. We hebben een goed gesprek gehad. Ze kwamen niet van me af. Normaal zagen ze me nooit. Maar nu ineens zagen ze me vaak. Uiteindelijk werd het havo. Daarop zei ik: “Waarom niet vwo?” Want als je in twee dagen van het ene schoolniveau naar een hoger schoolniveau kunt gaan, dan kan je met twee extra dagen en wat denktijd misschien naar het vwo. Die gesprekken waren gewoon een lachertje. De school kon niks onderbouwen. Ik had mijn dossier thuis al klaarliggen. Ook heb ik alle argumenten op een rij gezet. Daar konden zij niet tegenop. Uiteindelijk heb ik getekend voor havo, maar met de zekerheid in mijn achterhoofd dat het vwo gaat worden. Nog een aanvulling is dat mijn dochter haar Cito-toets op vwo-niveau heeft gehaald. Pas daarna zegt haar juf: “Maar het lijkt ons handig als het havo/ vwo wordt.” “Ja, en het was trouwens niet de reguliere juf van mijn dochter. Zij zei: “Laten we jouw dochter niet gelijk op vwo zetten. We zetten haar op havo-vwo.” Dus geen vwo. Ik maakte me daar niet meer druk over. Want ik had het voor mijn dochter al lang geregeld dat ze naar een middelbare school in Amsterdam-Noord mocht en daar vwo mocht doen. Op deze middelbare school krijg je drie jaar om te bewijzen dat je vwo aan kan.”