CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Achterstelling_en_Discriminatie_in_het_Amsterdamse_Onderwijs_Crul-Steinmetz-Lelie_2024.pdf

RAAD 12 december 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van het rapport over achterstelling en discriminatie in het Amsterdamse Onderwijs (VN2024-017010)29.465 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

72

Onveilige situatie op school

10. Kanjertraining gaat over het bevorderen van onderling vertrouwen in groepen. Vertrouwen is de basis voor het creëren van rust in de klas. Hierdoor kunnen kinderen weer tot leren komen en leerkrachten aan lesgeven. De training wordt zowel gegeven in psychologenpraktijken als in klassen op het basisen voortgezet onderwijs. De Kanjertraining bestaat uit een serie lessen met bijbehorende oefeningen om de sfeer in de klas goed te houden (preventief) of te verbeteren (curatief). Link: kanjertraining.nl

Interviewer:

Hoe ging dat gesprek met de ouders en pesters?

Moeder:

“Oh ja, die kinderen, zij hadden niet verwacht dat we aan de deur zouden komen. Bij de kinderen thuis werd er wel gesproken. Die kinderen kwamen wel los want zij waren in een vertrouwde omgeving.”

Ook een andere moeder laat het er niet bij zitten als een situatie waarin haar dochter werd belaagd niet goed door school wordt afgehandeld. Ook deze school lijkt het niet prettig te vinden dat de ouder in actie komt. Moeder:

“Ja, dit incident was de druppel die de emmer deed overlopen. Ook op deze school zijn er goede docenten, maar je moet maar net geluk hebben met de leerkracht bij wie je kind in de klas komt. Mijn dochter heeft zeker 5 incidenten meegemaakt. Mijn dochter is een keer door 5 leerlingen geslagen, haar hoofdoek is van haar hoofd afgetrokken en begraven. Dit was heel erg voor haar, 5 kindjes tegen één op school. Mijn dochter is geen pittig kindje. Ze is een rustig kind. Ze was er ook niet aan gewend. Een kind tussen grote kinderen. Ze kent die interactie met jongeren niet waar wordt gevochten.” “Ik ben naar de school gegaan. Achteraf hebben deze kinderen hun excuses aangeboden. Maar over hoe dat is afgehandeld, was ik niet tevreden. Wat ik wenselijk had gevonden, is dat alle kinderen uit de klas erbij waren geroepen om daarbij in de klas excuses aan te bieden. Want de hele klas heeft gezien wat er is gebeurd. Zo’n mishandeling moet collectief worden aangepakt. Dat kan door aan alle kinderen te laten zien dat zoiets echt niet kan. Alleen door het collectief aan te pakken, kan een herhaling worden voorkomen. Met andere woorden, ik had graag gezien dat de juf het tot een klassen-moment had gemaakt, waarin ze mijn dochter haar verhaal laat doen. Hoe het voor haar voelt, hoe ze dat heeft ervaren, terwijl de kinderen luisteren die dat hebben gedaan.

Dus met de hele klas erbij dat die horen dat de kinderen die mijn dochter hebben mishandeld, hun excuses aanbieden aan mijn dochter.” “Maar ja, toen was ik de schreeuwkikker, ik had een grote mond.”

Een andere Zuid-Afrikaanse moeder vertelt een verhaal over haar zoon die gepest wordt op de basisschool. Bij dat pesten wordt ook fysiek geweld gebruikt. De oplossing die deze ouders uiteindelijk kiezen, is om hun kind

Onveilige situatie op school

73

van school te halen. Dit is een allerlaatste oplossing die in meer verhalen terugkomt. Moeder:

“Op deze school is mijn zoon in zijn maag geschopt door een veel grotere jongen. Mijn zoon is geen vechter. Hij komt niet op iemand af. Hij kan zichzelf niet fysiek verdedigen. Hij is speels. Dit doet zeer. Tegen de school zei ik: “Ik kan mijn zoon niet terugbrengen naar een school waar ze de veiligheid niet kunnen waarborgen.” Hun reactie was: “Uw zoon moet een beetje wennen. Hij moet weerbaar worden. Maar hij kan zich niet verweren tegen schoppen in zijn maag. Dit alles breekt mij hart. Mijn zoon is een beetje vloeiend. We hebben mijn zoon expressief opgevoed. Hij is een lief kind en hij danst graag. Toen hij klein was, speelde hij met meisjes, jurken en dat soort dingen. Daarom werd hij gepest.” “Een van zijn begeleiders zei toen: “Ik ken een basisschool in Amsterdam-Zuid met goede prestaties. In de klas van deze school ging het gelukkig goed met mijn zoon. Hij heeft vrienden gemaakt. Mijn zoon was op deze school populair. Heel anders dan op de vorige basisschool.” “Vanaf begin januari dit jaar (2023) kwam mijn zoon thuis met de mededeling dat twee jongens hem aan het plagen zijn. Ik zag dat dat plagen veranderde in structureel pesten. Ik dacht: “Ik moet nu ingrijpen”. Mijn zoon is in de badkamer in elkaar gezakt. Hij zei ineens: Vieze homo’s”, en “Weg met de regenboogvlag.” En dat roze shirt wilde hij ook niet meer dragen.

Verder zei hij: “Waarom slaat dat meisje uit de klas me steeds, ik mag haar niet terugslaan.” “Ja, ik moet nu huilen omdat ik nog steeds pijn heb. Ik kon mijn zoon al die jaren in Nederland niet beschermen. Niemand beschermt hem in deze maatschappij. Ik kan dit niet oplossen. Dat doet zeer (blijft huilen). Dat meisje sloeg hem steeds op zijn rug. Hij zei over het meisje: “Ik kan haar toch niet terugslaan”. Ik zei: “Maar je moet tegen haar zeggen dat zij moet stoppen.” Mijn zoon zei: “Ik heb deze incidenten aan de lerares gemeld, maar zij doet niks”. “Daarom schreef ik aan de school: “Die opmerkingen over homo’s maken mijn zoon kapot. En dat meisje dat hem maar blijft slaan, dat moet stoppen. Beste school, vertel haar dat dat ze moet stoppen. Waarom slaat ze

74

Onveilige situatie op school

hem? Mijn zoon wil dat weten.” De school zegt dan terug: “We gaan er met uw zoon over praten.” Zelf dacht ik toen: “Je moet niet met hem praten, maar met die andere kinderen”. Het schoolhoofd riep mijn zoon in haar kamer en zij zei: “Maak het goed met dat meisje.” En hij zei: “Hoe kan ik het goed maken met haar? Ik heb niks om goed maken! Zij heeft mij geslagen”. Het slechtste wat je verder kan doen, is zijn verhaal negeren en wegstoppen en niet herkennen dat hij homo wordt genoemd. Homo mag niet worden gebruikt als scheldwoord. Je moet gewoon vrienden met elkaar zijn.” “Dan op die donderdag belt mijn man mij. Hij zegt: “Onze zoon is helemaal in elkaar gezakt op school. Hij is door zijn knieën gegaan. Hij kon niet meer lopen.” Mijn man bracht hem thuis en onze zoon kon niet meer opstaan. Mijn man heeft hem naar de dokter gebracht. De dokter stelde als eerste vraag: “Is er iets gebeurd met jou, op school vandaag?” Hij kon die vraag niet beantwoorden. Volgens mijn man is onze zoon die dag op school geschopt en geslagen. Het ziekenhuis wist niet wat hij had. Ze dachten eerst: “Kan hij een epileptische aanval krijgen door de pijn”. Onze zoon gaf aan dat het voelde alsof zijn benen even uit elkaar werden getrokken. Mijn zoon zei ook: “Het is net alsof mijn ruggenwervel gebroken is.

Verder heb ik veel pijn in mijn arm en hoofdpijn.” Het ziekenhuis heeft hierna vier uur lang scans uitgevoerd. In de gang vroegen de artsen mij: “Wat weet je? Is er iets op school gebeurd?” Ze kijken jou aan alsof je controle hebt over wat er op school is gebeurd. Ze hebben geen idee wat er aan de hand is. De dokters gingen bij mijn zoon zitten en vroegen: “Is er vandaag of deze week iets gebeurd? Want die andere dokter heeft gezegd, dat er iets is gebeurd.” Mijn zoon brulde het uit. Wel bijna een minuut lang. En hij schreeuwde ook. Zo ken ik de stem van mijn zoon niet. Hij schreeuwde heel intens: “Why, Why, Why?” En dan ineens zegt mijn zoon: “Waarom slaat ze me, weet je dat? Mijn zoon jankte, hij schreeuwde en hij zei: “Mama, why she hits me? Does she hate me? Why do white people hate you and me?” De psycholoog zei tegen ons: “Dat komt van heel diep.” Zij zei: “De pijn moet eruit komen. Het moet uit zijn lichaam komen”. “Het is een extreme reactie op wat er op school is gebeurd. Voor mij voelde deze ervaringen van mijn

Onveilige situatie op school

75

zoon aan als mishandeling. Maar deze basisschool in Amsterdam-Zuid zag het niet zo. Toen ben ik verhaal gaan halen bij de school. Nogmaals heb ik de school uitgelegd wat er op school met mijn zoon is gebeurd. Hoewel dat zeer ernstig is, heeft de school de incidenten niet aangepakt. De reactie van de school was: “We hebben de incidenten wel aangepakt”. Ik reageerde daarop door te zeggen: “jullie hebben de incidenten tegen mijn zoon niet aangepakt, en jullie hebben die incidenten onder het tapijt geschoven. Jullie hebben die andere twee kinderen in bescherming genomen en mijn zoon kwam alleen te staan. Mijn zoon, die vreemde jongen, die donkere jongeren, die jongen die anders is dan de andere kinderen.” Het ziekteverloop van mijn zoon verliep geleidelijk. In het begin huilde hij veel. Hij vroeg zich af: “Waarom ben ik een homo?” Hij zat er echt mee. Homoseksualiteit? Ik heb hem verteld dat homoseksualiteit normaal is. Maar dat het niet normaal is om homo als scheldwoord te gebruiken. Ook niet normaal is dat hij voortdurend geslagen wordt. Mijn zoon is geen ruw kind, hij is sensitief. Hij heeft het idee dat er iets aan hem mankeert. Dat hij omdat hij zo gevoelig is, wordt geslagen. Daarover zei ik tegen hem: “Als iemand jou slaat, dan schrik je daarvan. We schrikken daar allemaal van.” “Tegen de school zei ik: “Ik wil dat er een mediator wordt ingeschakeld.

Dan pas wordt duidelijk waar de verantwoordelijkheid van de school ligt en hoe wij deze incidenten in de klas beter kunnen aanpakken. Want kinderen moeten leren om in vrede met elkaar te leven. Mijn zoon kan niet terugkomen en doen alsof er niets gebeurd is. De kinderen moeten ook herstellen van wat er gebeurd is. Als het ware genezen. Want op een vreedzame school mag jij jouw verhaal vertellen. Zo draag je als school de verantwoordelijkheid voor al die incidenten. Mijn zoon kan pas op school terugkomen als de kinderen ook weer ‘heel’ zijn.” “Zonder ons dat te vertellen had de school al lang besloten dat mijn zoon niet terug mocht komen. Dat voelde ik al aankomen. Door dat besluit zou hij zijn hele sociale netwerk kwijtraken. Wij deden onze best om hem te helpen. Hij kreeg van ons luisterboeken en mensen kwamen langs. Hij heeft alles uit kunnen praten en langzaam zagen wij zijn handen weer bewegen. Mijn zoon sliep bij mij en langzamerhand zag je het begin

76

Onveilige situatie op school

van blijdschap terugkomen. Omdat hij de incidenten los kon laten en ook met zijn vrienden daarover heeft gesproken. Ook over pesten. Iedereen deed haar/zijn verhaal bij mijn zoon. Dus niet alleen de psycholoog heeft mijn zoon geholpen, wij allemaal waren voor hem een mobiel team. Ik heb hierdoor gedurende die maanden niet kunnen werken. Mijn werk moest worden uitgesteld. In die periode werd ik in Nederland benoemd op de inclusief 30 lijst. Ik kon het bijna niet eens vieren, want ik wilde dat mijn zoon beter werd. Begin april 2023 stond hij op. En ineens zie je hem gewoon langzaam gaan lopen. Alleen moest hij nog kracht in zijn benen opbouwen. Hij kreeg daarbij hulp van een psychosomatische fysiotherapeut.” “Ik zei tegen de school van mijn zoon: “Hij komt terug op school. Hij is genezen, ervaart kracht, en begint zelfs met het herstellen van zijn sociale netwerk. Hij mist zijn schoolvrienden.” De schoolarts zei: “Mijn advies is dat uw zoon teruggaat naar school.” De psycholoog heeft verder gezegd: “Uw zoon is voldoende hersteld om naar school te gaan en het liefst halve dagen om zo langzaam weer hele dagen naar school te gaan.” Zijn vrienden kunnen hem ook af en toe helpen. Dat was dus ook de afspraak. De kinderen zeiden ook: “We helpen uw zoon. We blijven ook in de pauze bij hem in de klas.” Ons huis stond vol met cadeautjes van de kinderen en hun ouders.

Daardoor is hij hersteld.” “Toen kwam het bericht: “Wij zijn het er niet mee eens dat uw zoon terugkomt op school.” Ik zei: “Al op 15 februari heb ik om een mediator gevraagd, en weer op 15 maart, en een maand later nogmaals maar de mediator is nog steeds niet in beeld. Telkens schoof de komst van de mediator week na week verder. Ik zei: “We zijn nu al 4 maanden verder. Hoe lang duurt een mediation?” “Nou niet lang,” was het antwoord, “maar wij vinden dat jij ons echt hebt beschuldigd van heel veel.” Tussen de regels door zeggen zij eigenlijk: “Jij bent die onveilige ouder. Jij bent het probleem en we straffen jou en jouw kind”. Daar kwam het op neer. Ik moest toen aan mijn zoon gaan vertellen dat hij niet terug mocht komen op school.”

Onveilige situatie op school

77

Onveiligheid door Leerkrachten Naast een onveilige schoolomgeving door medeleerlingen zijn er ook ouders en leerlingen die melding maken van misdragingen en ongelijke behandeling door leerkrachten. Een leerling vertelt over zijn ervaringen in groep 7 en 8 met een leerkracht: Leerling:

“Ik werd mishandeld in de klas door de juf, waar alle leerlingen bij waren. Ze smeet met stoelen en met de tafel. Dat werd ook in mijn dossier gezet en er is veel gebeurd. Groep 8 heb ik niet goed kunnen afsluiten. Ik mocht niet in de klas zitten. Ik mocht geen eindmusical met ze doen. Ik mocht niet met ze praten. De laatste paar weken van de basisschool heb ik met een andere leraar gewoon ergens anders gezeten. Daar moest ik blijven om mijn werk te maken. Op school mocht ik niet met m’n klasgenoten omgaan.”

Interviewer:

Hoe ging het in de groepen daarvoor?

Leerling:

“Vanaf groep zeven begon het al, maar toen was het nog niet zo erg.”

Moeder:

“Om even in te haken: Ik heb toen alles zo uit de hand begon te lopen vragen gesteld aan de school en de leerkracht.”

Interviewer:

Was dat toen de mishandelingen begonnen?

Moeder:

“Nee, daarvoor. Want het is met pesten begonnen. Donkere kinderen kregen in de klas geen beurt. Al staken ze hun vingers op om een vraag te stellen. Mijn zoon zei er wat van. Hij heeft tegen zijn juf gezegd: “Je bent een racist”. Ja, dat mocht hij niet zeggen. Hij werd daarvoor geschorst. De leerlingen kregen in de klas te horen dat de woorden racisme en discriminatie scheldwoorden zijn. Die mochten ze niet op de school gebruiken.”

Een andere leerling vertelt over een juf in groep 8 op een basisschool in Amsterdam-Noord die het systematisch op hem gemunt heeft. Leerling:

78

“Ik was al 13 jaar, omdat ik was blijven zitten. Dus je kan ook beetje voor jezelf nadenken, je eigen keuzes

Onveilige situatie op school

maken. Maar de juffrouw zag mij als een crimineel. Wat heel raar is, want ik was nog zo jong. Dat kun je over zo’n jong kind toch niet zeggen, dat hij crimineel is. Daar moest ik elke dag mee dealen. Dat leidde bij mij tot een woede-uitbarsting, omdat ik mijn emoties niet kwijt kon. Ik werd door deze juf de klas uitgestuurd. Ben toen naar een ander lokaal gegaan, en heb daar de deur dicht geslagen. Ik heb met mijn vuisten tegen de muur aangeslagen.” “Twee jaar lang heb ik elke dag strafwerk gehad. Als kind ga je naar huis en wil je buiten spelen. Als ik thuiskom zegt mijn moeder: “Nee je mag niet buitenspelen, je moet strafwerk maken.” Deze juf heeft mijn leven zuur gemaakt. Zij ging na school lekker naar huis. Lekker avondeten met haar man. Maar ik zat strafwerk te maken met tranen in mijn ogen. Die ervaringen hopen op. Dus ben ik tijdens die woedeaanval naar buiten gegaan. Het was een hele oude school. Ze hadden van die scherpe bakstenen. Dus ik sloeg tegen die muur aan. Ik heb er nog steeds een litteken van.” Interviewer:

Ik zie het.

Leerling:

“De juf riep me terug in het lokaal. Huilend liep ik naar binnen. Mijn hand was bebloed. Dat kan ik me nog goed herinneren. Dit was het hoogtepunt van de ellende. Zij zei: “Kijk naar je handen.” Zij zei: “Dat is jouw fout.” Dat is mijn fout? Ik ben 13.” “Ik heb toen de rest van het jaar elke dag ’s ochtends ruzie gemaakt met mijn moeder. Vaak gehuild bij haar. “Meld me ziek, ik wil niet naar school, meld me ziek.” Dit gevoel heb ik opgeslagen in mijn hersenen. Pas nu gaat het beter. Die knop is aangezet, en nooit meer uitgegaan. Ik heb geen zin in school. Ik heb een negatief beeld over school. Ik kon niet veel meer. Alleen maar omdat die ene juffrouw mij niet mocht. Vaak zeggen mensen tegen me: “Dat geldt toch niet voor alle juffrouwen en meesters.” Dat zeg ik ook niet. In het verleden heb ik hele goede meesters en juffen gehad. Maar het lijkt wel alsof ze niet weten dat een leraar of lerares eigenlijk een moeder of vaderfiguur is van het kind.”

Interviewer:

Ik wil nog wat weten. Wat zei deze juffrouw tegen je als je strafwerk kreeg? Waarom kreeg je het?

Onveilige situatie op school

79

Leerling:

“Meisjes lachten de hele dag in de klas. Ik was de grappenmaker. Daar ben ik ook gewoon eerlijk in. Ik was geen engel. Ik werd er veel sneller uitgestuurd dan de andere leerlingen. Een meisje ging lachen, een paar rustige jongens gingen ook lachen. Toen lachte ik, maar omdat deze juffrouw mij een crimineel vond riep zij: “Ah niet weer, ga jij de klas maar uit.” Deze juf gebruikte echt heftige taal, vaak schreeuwde ze. Toen wist ik niet hoe een basisschool juffrouw zich moet gedragen jegens de kinderen in haar klas. Zij schreeuwde vaak, heftige woorden. Schold ook vaak: kut, what the fuck, enzovoort. Zij moest mij echt hebben. “

Interviewer:

Met wie hebben jullie gepraat hierover op die basisschool?

Leerling:

“Meerdere leerkrachten. Zelfs een keer met de directeur erbij. In die periode had de school om de 4-5 maanden telkens een nieuwe directeur. Dat was lastig. Maar zoals ik al eerder zei werd deze leerkracht de hand boven het hoofd gehouden. Daarom zei ik tegen mijn moeder: “Ik kan toch ook naar een andere basisschool?” Haar tegenargument: “Volhouden maar, nog 6 maanden en dan ben je klaar met je school. Dan kun je naar de middelbare school, dan ben je klaar. Dan hoef je haar nooit meer te zien.” Met dat geloof ging ik toch maar naar school en probeerde het vol te houden.”

Interviewer:

Wat voor soort advies heb je gekregen voor je middelbare school?

Leerling:

“In groep 7 hadden we 2 leerkrachten, één of twee dagen een hele aardige juffrouw. En drie dagen hadden we die onaardige juf. Ik had toen havo-advies gekregen en dat was alleen omdat die aardige juffrouw zei: “Ik wil je eigenlijk vwo geven, want dat je hebt goed gescoord op je Cito-toets.” Maar die juf die mij niet mocht, zei: “Ja, we zouden je eigenlijk vwo moeten geven, maar ik vind niet dat je dat aan kan. Ik zie dat je druk bent.” Dus ik had eigenlijk Vwo gekregen, maar ik ben gewoon tegengehouden, puur omdat zij mij niet mocht.”

Er zijn meerdere ouders en leerlingen die zeggen dat leerkrachten met name jongens met een migratieachtergrond collectief als een probleem zien. Als gevolg daarvan ontstaat er een oplopend conflict in de klas tussen docent en leerling. In het volgende citaat beschrijven een moeder van

80

Onveilige situatie op school

Marokkaanse afkomst en haar dochter hoe zo een oplopend conflict ook weer kan worden opgelost. Leerling:

“Onze juf was een hele lieve oudere dame. Maar zij had moeite met orde handhaven bij jongens. We hadden jongens in de klas en die waren soms een beetje brutaal. Niet echt brutaal, zij waren niet op hun mondje gevallen. Zij kwamen voor zichzelf op. En zodra de jongens dat deden, zei deze juf: “Wat doe je toch vervelend. Doe niet zo brutaal. Ga nu maar de klas uit.” Terwijl deze jongens best redelijk waren. Daarom dacht ik, deze juf heeft niet echt een luisterend oor of was empathisch.”

Moeder:

“Toen kwam er een stagiaire op school, een hele goeie, met een hoofddoek, een Marokkaanse dame. Zij was een begrip bij ons in de buurt.”

Leerling:

“Ik denk dat deze Marokkaanse stagiaire een luisterend oor bood. En als iemand brutaal was, zei ze: “Kom eens bij me.” Zij viel niet direct aan. Zij zei niet: “Je bent brutaal. Hou je mond of je doet dit verkeerd en je doet dat verkeerd.” Ik denk dat zij meer luistert en de jongens probeert te begrijpen. Ik denk ook dat de jongens voelen dat zij meer begrip voor hen heeft. Zij voelen zich een beetje bij haar thuis en ik zie dat echt. Ze rennen ook gewoon naar haar toe, alsof zij hun vriendin is.”

Leerling:

“Deze jongens komen van goede families. Ik ken ze allemaal. Wel zijn deze jongens ‘bijdehand’ en als een agent met zo’n jongen komt praten dan zegt zo’n jongen: “Dat kunt u allemaal wel zeggen, maar ik ken mijn rechten en plichten ook. Wat is uw probleem? Waarom moet ik mijn ID laten zien, hoezo? Op basis waarvan kijkt u naar mijn ID?” Zo ontstaan irritaties.”

Wat ons opvalt in de verhalen van kinderen van kleur is dat hun gedrag wat hoort bij opgroeiende kinderen, snel wordt uitgelegd als een gedragsprobleem. Een moeder van kleur uit Eritrea vertelt over de problemen van haar zoon op een basisschool in de Baarsjes in Amsterdam-West: Moeder:

“Zij vertellen dat hij incidenten veroorzaakt. En nou ja, daar weet ik niks van, mijn ex-partner weet daar ook niks van, niemand weet daar wat van. Door een ingeving ben ik in zijn leerlingvolgsysteem gaan kijken.

Onveilige situatie op school

81

Daarin zie je dat vanaf een bepaalde datum plotseling allemaal incidenten genoteerd worden over mijn zoon. Nou, dat correspondeert met de verhalen van andere moeders, die ook kinderen van kleur hebben op deze school. Want kinderen van kleur zijn in principe, dat is wat ik heb begrepen, niet welkom op deze school. Ik schrok heel erg toen ik zag dat het dossier van mijn zoon vol met incidenten stond. Dat is gestart nadat een moeder aan alle ouders en drie juffen een brief heeft gestuurd dat mijn zoon onveilig gedrag vertoont. En vanaf dat moment zie je dus een verandering en een verdere escalatie. Daarvoor ging het heel goed met de juffen. Hun beeld over ons is na die brief veranderd. Die moeder die de brief heeft gestuurd, heeft vaak gezegd dat zij bang voor ons is. Maar toen wist ik nog niks van die brief. De school heeft die brief nooit met mij besproken. Waarom niet? Was de school bang voor mij? Wat ik raar vind is dat het incident waar de brief over gaat door ons al met die moeder was uitgesproken. Het gaat gewoon om twee kinderen die een spelletje met elkaar deden. Iets viel om, er werd niet geslagen en er is niks aangeraakt. Sterker zelfs, er was geen enkele reden tot angst. Ook niet dat haar kind zich minder goed zou moeten voelen.” Het conflict escaleert echter verder.

Van de ouders wordt geëist dat zij hun kind psychologisch laten onderzoeken en de leerplichtambtenaar wordt ingeschakeld. Moeder:

“In het leerlingvolgsysteem Parnassus stond dat de school had gebeld met de leerplicht en dat die hen had geadviseerd een dossier op te bouwen. Dat viel mij op, omdat dit niet tot de bevoegdheden van de leerplicht hoort. Want het heeft niks met verzuim te maken.”

Het conflict escaleert steeds verder en uiteindelijk ziet de moeder zich genoodzaakt om een nieuwe school voor haar zoon te zoeken. Een andere witte Nederlandse moeder uit Amsterdam Noord met een man van Surinaamse afkomst kijkt naar achterstelling en discriminatie vanuit haar eigen professionele achtergrond:

82

Onveilige situatie op school

Moeder:

“Door mijn werk besef ik, meer vanuit een helicopterview, hoe er vanuit vooroordelen gehandeld wordt. Concreet, hoe mensen die anders zijn worden weggezet.”

Interviewer:

Heb je daar een voorbeeld van?

Moeder:

“Even nadenken. Het komt toch wel vaak voor op basisscholen. Daar worden kinderen met een temperament direct weggezet als een kind met gedragsproblemen. Dat hoor ik vaak in mijn werk over de Surinaamse of Marokkaanse cultuur. Dat die kinderen gedragsproblemen hebben, dat wordt erg benadrukt.”

Interviewer:

Wat bedoel je precies?

Moeder:

“Dat temperamentvol zijn normaal is in Suriname, maar niet in Nederland. Hier voel je de vooroordelen daarover.”

Samenvatting De verhalen van de ouders en kinderen laten zien dat de school vaak niet of niet adequaat reageert op kinderen die op school gepest worden. Ouders willen dat de leerling die gepest wordt en de leerlingen die pesten samen met de ouders en leerkracht aan tafel gaan zitten. Dat willen deze ouders om over het gedrag van hun kinderen te praten en dat te corrigeren. De school onderneemt geen actie of legt het probleem bij de leerling die gepest wordt. Sommige ouders laten het hierbij niet zitten en komen zelf in actie. Ondanks dat scholen hier vaak niet positief op reageren, geven de acties van de ouders wel handvatten om het probleem van pesten bespreekbaar te maken en ook om de daders ter verantwoording te roepen.

Een vraag aan het burgerberaad is:

1

“Hoe kan het pest protocol van scholen verbeterd worden of beter worden nageleefd?”

Onveilige situatie op school

83

Ook leerkrachten lijken “pest gedrag” te vertonen. Sommige leerkrachten lijken het speciaal gemunt te hebben op bepaalde leerlingen. Dat kan bijvoorbeeld zijn omdat ze druk zijn in de klas. Het kind krijgt een stempel opgeplakt van “lastige leerling” of “kind met gedragsproblemen”. Het gevolg is dat wanneer er iets gebeurt in de klas, deze kinderen al snel als schuldige worden aangewezen. Zo lijkt dat stempel ‘waarheid’ te worden. Dat stempel komt ook terecht in de leerling-dossiers. Elke volgende leerkracht leest dat en heeft bij voorbaat een negatief beeld van de leerling. Uit de verhalen hebben we regelmatig gehoord dat ouders die voor hun kind opkomen en aan de leerkrachten om een eerlijke behandeling van hun kinderen vragen zelf ook een stempel opgeplakt krijgen, namelijk ‘probleem ouders’ of zelfs ‘terror ouders’. Het blijkt niet zelden een situatie te zijn die razendsnel snel kan escaleren en waarin ouders en leerlingen enerzijds en de school anderzijds steeds verder van elkaar af kunnen komen te staan. Ouders en leerlingen voelen zich vaak machteloos tegenover leerkrachten die niet willen optreden tegen pestgedrag of die zelf “de pik” op een leerling hebben. Zowel bij het pesten door medeleerlingen als bij ongelijke behandeling en negatief gedrag van leraren ontbreekt het aan een onafhankelijke partij die zou kunnen bemiddelen en oplossingen aandragen.

Een onafhankelijke partij zou het machtsevenwicht tussen school en ouders en leerlingen kunnen herstellen en de spiraal van conflict en onbegrip kunnen doorbreken.

2

Welke mogelijke oplossingen ziet het burgerberaad voor de situatie waarin het contact tussen leerling en leerkracht verstoord is geraakt?

3

Wat voor suggesties heeft het burgerberaad voor een onafhankelijke partij die zou kunnen bemiddelen als er conflicten zijn tussen ouders en leerlingen aan de ene kant en de school aan de andere kant?

84

Onveilige situatie op school

Problemen tussen opvoeders en leerkrachten naar aanleiding van conflicten op school

6. Problemen tussen opvoeders en leerkrachten naar aanleiding van conflicten op school Introductie In dit hoofdstuk geven we de verhalen weer die wij hebben opgehaald over problemen tussen opvoeders en leerkrachten. Kernthema is de communicatie over schooladviezen en over incidenten op school. Uit ons eigen onderzoek weten we dat in het verleden een veel gehoorde klacht van leerkrachten was dat ouders van migrantenkinderen niet aanwezig en betrokken zijn. Migrantenouders en ouders van kleur vertelden ons op hun beurt nu echter wat er gebeurt als zij het als betrokken ouders opnemen voor hun kind omdat zij vinden dat hun kind wordt benadeeld of ongelijk behandeld. Zonder een goede communicatie tussen ouders en leerkrachten is er geen goed functionerend onderwijs. Onderstaande verhalen laten zien dat een verstoorde verhouding tussen de ouders en de school het gevoel van veiligheid en welzijn van de leerling aantasten. Bij deze verhalen gaat het niet om gelijk hebben en krijgen. Deze verhalen gaan over wat de opstelling van de school voor gevolgen heeft voor ouders en kinderen. De voorbeelden laten zien dat als de school eenmaal een bepaald beeld heeft van een leerling, dit beeld vervolgens alle verdere oordelen en acties kleurt.

Pogingen van ouders om dat negatieve beeld van hun kind bij te stellen mislukken, Of, en dit is nog tragischer, de docent zegt vervolgens dat de ouders ook een ‘probleemgeval’ zijn. Daardoor verscherpt het conflict tussen ouders en leerkracht.

Problemen tussen opvoeders en leerkrachten naar aanleiding van conflicten op school

87

Om het conflict op te lossen zoeken ouders hulp bij de schoolleiding of bij externen. Pas nadat ouders het conflict onder de aandacht brengen bij de schoolleider of rector, of wanneer zij professionele hulp inschakelen, stelt de school, onder druk, het oordeel over de leerling en ook de aanpak bij. Hulp inroepen van een derde partij, bij voorkeur een onafhankelijke partij, kan een oplossing zijn voor een, vaak hoogoplopende, conflict waar ouders en leerkrachten zelf niet uit lijken te kunnen komen.

Beeldvorming en verstoorde verhoudingen tussen ouders en school Een moeder van Surinaamse afkomst vertelt het verhaal over haar zoon op de middelbare school in de derde klas van de havo. Zij vertelt hoe haar zoon na een incident het stempel opgeplakt kreeg van pester en vechtersbaas en wat voor invloed dit op hem heeft gehad. Moeder:

“Mijn zoon heeft na de basisschool op een middelbare school in Amsterdam-Oost gezeten. Dat was verschrikkelijk voor hem.”

Interviewer:

Waarom?

Moeder:

“Echt in één woord: verschrikkelijk. Er is een bepaalde beeldvorming ontstaan in het eerste jaar schooljaar van mijn zoon, en dat beeld is nooit meer weggegaan.”

Interviewer:

En wat was die beeldvorming?

Moeder:

“Beeldvorming van een pester, een kind dat onhandelbaar is, gewoon een vervelend kind. Een kind dat niet deugt.”

Interviewer:

Hoe kwam dat?

Moeder:

“Dat gebeurde aan het eind van het schooljaar. Toen kregen wij een mail met een uitroepteken: “Hoge prioriteit ouders”. De volgende dag moesten wij als ouders ons melden op school. We werden ontvangen door de veiligheidscoördinator, het hoofd van de eerste klas en de jaarcoördinator. Daar werd mijn kind toen aangesproken. Tegen hem werd gezegd: “Jij bent

88

Problemen tussen opvoeders en leerkrachten naar aanleiding van conflicten op school

een pester, je bent agressief en jij vertoont gedrag dat onacceptabel is op deze school. En mijn man en ik keken elkaar met grote ogen aan. Hoe kan het nu, dat het beeld dat wij van ons kind hebben zo ver afwijkt van het beeld dat de school van ons kind heeft? Het gesprek ging over een stroom aan incidenten. Het ging om één specifieke jongen. In de eerste klas hadden de jongens een hechte vriendengroep. Los daarvan was er één jongen die stelselmatig door de andere kinderen werd gepest. Ook door kinderen uit de vriendengroep van mijn zoon. Ook ik heb het vaker met mijn zoon over deze pesterijen gehad. Wij hebben namelijk een hele sterke band met elkaar. Hij praat ook heel openlijk over de meest gekke dingen. Vanaf het allereerste begin vertelt hij: “Ja, mama, die jongen, dat is een vervelende jongen en hij wordt gepest.” Toen was mijn zoon klein. Toen waren er in de klas twee kleinere jongens, mijn zoon en een vriendje van hem. De jongen die gepest werd, pakte altijd de kleintjes uit de klas en vocht met ze. Met mijn zoon heb ik hierover gesproken. Hij zei: “Mama, die jongen komt, die wurgt mij en begint met mij te vechten. Ik vecht terug.” “Omdat die jongen gepest werd, werden er Snapchat filmpjes gemaakt. Mijn zoon was in dat filmpje de agressor en aan het vechten met die jongen. Mijn zoon werd daarom ‘een mishandelaar’ genoemd.

Ik ben uit dat gesprek op school helemaal flabbergasted naar huis gegaan. Ik heb toen met mijn zoon gesproken en gezegd: “Ik wil gedetailleerd van jou horen wat er gebeurd is.” Hij heeft me dat toen verteld.” Mijn zoon zei: “Mama, je wil niet weten wat een pijn die jongen mij gedaan heeft. Ja, ik heb ook teruggevochten. De Snapchat beelden waren alleen van het moment dat ik tegen hem aan het vechten was.” Ik vroeg hem: “Wat is er nou aan de hand?” En toen vertelde hij wat er allemaal is gebeurd. En hij zei: “Maar de beelden die jij gezien hebt, dat is alleen een stukje van het gevecht, het stukje waar hij was begonnen en mij helemaal aan het vloeren was, dat heb jij niet gezien.” Hij zei: “Die beelden heb ik ook.” “Toen heb ik de volgende dag een mail gestuurd naar de veiligheidscoördinator en naar het hoofd van de eerste klassen. In die mail heb ik gezegd: “Ik heb al een tijdje het idee dat er iets niet goed gaat op deze school en dat het verhaal over mijn zoon toch een beetje anders is. Ik wil graag dat jullie apart met hem

Problemen tussen opvoeders en leerkrachten naar aanleiding van conflicten op school

89

in gesprek gaan om erachter te komen wat er precies is gebeurd, want je moet hem ook horen.” Ik heb geen reactie gehad, noch van de veiligheidscoördinator noch van de leidinggevende. Die hebben niet gereageerd op mijn mail. Ik heb het gelaten. Ik dacht: “Het is goed zo.” Toen een paar weken verder. Mijn zoon zat in zijn laatste toets week. Ik kreeg toen weer een belletje. “Uw zoon was in het park aanwezig, waar is gevochten. Om die reden wordt hij geschorst.” Mijn zoon zei daarover: “Mama, ik was daar met een vriendinnetje. Die jongens hebben mij van tevoren gevraagd: “Ga je met ons mee, want we gaan vechten.” En toen heeft mijn zoon gezegd: “Nee, ik ga niet mee. Mijn moeder komt me zo meteen ophalen, ik ga niet mee.” Maar zijn naam werd genoemd, dat hij aanwezig was bij dat gevecht en op basis daarvan werd hij intern geschorst. Dus heb ik natuurlijk weer contact gehad met de school. Ik zei hen: “Dit is buiten alle proporties, hoe jullie hiermee omgaan. Dit heeft alles te maken met het beeld dat jullie van mijn zoon hebben. Want hij is ‘de agressor’, hij is degene die pest. Hij is ‘de mishandelaar’, dus wellicht is hij ook verantwoordelijk voor dit gevecht in het park.” De school zei: “Ons besluit staat vast. Hij wordt intern geschorst.” Interne schorsing in de toetsweek, terwijl mijn zoon gewoon een toets had. “Ik heb toen een afspraak gemaakt met de directeur van de school.

Ik heb toen een gesprek gehad met de directeur en met het hoofd van de eerste klassen erbij, die de intern schorsing had uitgevaardigd. In dat gesprek heb ik uitgelegd dat de vechtpartijen anders verlopen zijn dan zij van mening zijn. Ook heb ik uitgelegd dat naar het beeld op school van mijn zoon geen onderzoek is gedaan. En ik heb alle beelden laten zien die ik heb. We hebben toen afgesproken dat we er een streep onder zouden zetten. We zouden dit vergeten en dit zou verder geen effect hebben op mijn zoon en hij zou gewoon overgaan naar het tweede jaar.” “Toen begon het weer opnieuw. Ik kreeg weer een mail. “Uw kind moet zich morgen om half acht melden, want hij is betrokken geweest bij een vuurwerk incident.” Dus ik was wederom met stomheid geslagen. Weet je waarom? Want mijn zoon was die dag ziek thuis. Maar hij is blijkbaar de boef, Er was een groepje kinderen weer naar het parkje gegaan, en die hebben daar vuurwerk afgestoken. En daar werd zijn naam weer genoemd.”

90

Problemen tussen opvoeders en leerkrachten naar aanleiding van conflicten op school

Interviewer:

Maar hij was thuis.

Moeder:

“Thuis en ziek. Ik heb direct een mail teruggestuurd. Daarin heb ik gezegd: “Ik weet niet waar u het over heeft. Mijn kind is ziek, thuis.” “Oh,” reageerde de school, “dat moeten we dan maar even uitzoeken.” Als moeder word ik blijkbaar niet geloofd! Zo van, ja, die moeder denkt dat haar kind een lief kindje is, maar dat is helemaal niet waar. Want dat kind is een grote boef. De volgende dag is er onderzoek gedaan, met andere kinderen gesproken en inderdaad bleek dat mijn zoon er niet bij was. Ik heb een excuus mail gehad. Daarop heb ik gereageerd en gezegd: “Ik wil graag met jullie in gesprek.” Daar ben ik boos geworden. Ik heb gezegd: “We hadden toch afgesproken om een streep onder de incidenten te zetten. Wat doen jullie? Mijn kind wordt nog steeds gezien als de boef van de school. Hij wordt zelfs gelinkt aan een vuurwerk incident. Hem is niks gevraagd, ook is er geen onderzoek gedaan. In plaats van degelijk onderzoek te doen stuurt u direct een mail naar de ouders. Uw kind heeft dat en dat gedaan en uw kind moet zich morgen melden om half acht.” Ik zeg: “Ik weet niet hoe jullie werken. Ik zeg het omdat er zo niet gewerkt moet worden.”

Het volgende verhaal wordt verteld door een moeder van Nederlandse afkomst die een zoon heeft met een man van Surinaamse afkomst. Het verhaal gaat over een incident tussen twee jongens in de klas op een school in Amsterdam-Zuid. Haar zoon wordt door de school als schuldige aangewezen. De ouders accepteren het verhaal van de school niet en besluiten voor hun zoon op te komen. Dat zij dit doen wordt als een negatieve eigenschap gezien en er wordt gesuggereerd dat hun zoon “het niet van een vreemde heeft”. Moeder:

“Ik heb de juf van mijn zoon een mail gestuurd. Daarin stond: “Ik keur vechten niet goed, maar waar twee vechten hebben twee schuld.” Vervolgens werd ik plotseling gebeld door de afdelingsleider. Toen ik opnam, zei ze: “Ik weet niet of u heeft gehoord wat er is gebeurd?” “Ja, dat heb ik” zei ik. “Ik was net een mail aan het schrijven aan de lerares van mijn zoon, omdat haar verhaal niet klopt.” Die afdelingsleider zei toen: “Uw zoon heeft die andere jongen uit de klas ernstige gehoorschade toegebracht. Zijn trommelvlies is gescheurd. Ik zei: “Oh jee, dat is heel vervelend!”

Problemen tussen opvoeders en leerkrachten naar aanleiding van conflicten op school

91

Direct heb ik de mobiel op speaker gezet. Mijn zoon zei toen: “Zo hard heb ik hem niet geslagen.” Vervolgens zegt de afdelingsleider: “Uw zoon pest hem ook.” Daarop zegt mijn zoon: “Ik heb hem helemaal niet gepest.” Tegen de afdelingsleider zei ik: “Ik vind dit allemaal zeer vreemd. Mijn zoon gaat op deze school zijn tweede jaar in. Ik heb van hem nog nooit iets over pesten gehoord. Mijn zoon is een sociale jongen die veel grapjes maakt.” Vervolgens zegt de afdelingsleider: “De ouders van die jongen kunnen ook aangifte bij de politie gaan doen.” Tegen haar zei ik: “Als ze dat willen doen, dan moeten ze dat vooral doen. Wat ik weet is dat hun zoon mijn zoon als eerste heeft aangevallen. Kortom, als zij aangifte willen doen, dan kunnen wij ons verhaal ook doen.” “Deze afdelingsleider probeerde me te intimideren. Dat is haar niet gelukt. In het telefoongesprek deed ze er nog een schepje bovenop door te zeggen: “De kinderen in zijn klas voelen zich ook niet veilig bij uw zoon.” Ik zei: “Wat bedoelt u precies?” “Ja,” zei zij: “Hij is best wel groot en dat kan intimiderend zijn voor de kinderen uit zijn klas.” Mijn reactie op deze opmerking was: “Kunt u me vertellen wat mijn zoon precies doet?” Haar antwoord was: “Dat weet ik niet.” Op dat antwoord ben ik doorgegaan. “U zegt toch dat de kinderen uit zijn klas zich niet veilig bij mijn zoon voelen.

Daarbij doet u voorkomen alsof mijn zoon één of andere terrorist is. Toch wil ik graag weten wat deze kinderen precies bedoelen.” Haar antwoord was wederom: “Dat weet ik niet zozeer.” “Ik vond dit een zeer vreemd gesprek. Ronduit onprettig was het. Nogmaals zei ik tegen haar: “Mevrouw, die jongen heeft mijn zoon als eerste aangevallen. U was daar niet bij. Ik weet dat zeker, omdat de kinderen die achter en naast die jongen zitten, hebben bevestigd dat die jongen als eerste startte.” Haar antwoord was daarop: “ik wil dat u morgen met uw zoon naar school komt.” Dat heb ik ook gedaan. Bij dat gesprek zat nog een andere afdelingsleider. Die zat zogenaamd op zijn computer, maar was gewoon aan het meeluisteren. Deze afdelingsleider zegt tegen mijn zoon en mij: “Ik wil uw zoon eerst horen en daarna mag u wat zeggen.” Ik zei: “Prima.” Zij vraagt mijn zoon te vertellen wat er gebeurd is. Ook vertelt hij over de tik. Daarover zegt mijn zoon: “Ik heb hem een tik gegeven.” Ook zei mijn zoon: “Misschien had ik dat niet moeten doen, hem

92

Problemen tussen opvoeders en leerkrachten naar aanleiding van conflicten op school

niet moeten aanraken.” Ook zegt mijn zoon: “Ik weet niet waarom deze jongen ineens zo agressief tegen mij doet.” Verder zei hij dat één van die kinderen had gezegd dat deze jongen al veel eerder last had van zijn oren. Veel eerder had dat kind verteld dat zijn trommelvlies was gescheurd. Een leerling die naast hem zit, had ook verteld dat hij al eerder last had van z’n oor. Toen kreeg het gesprek een andere wending. De afdelingsleider zei: “Hoe voel jij je nu je weet dat je zijn trommelvlies hebt gescheurd?” Mijn zoon zegt daarop: “Dat vind ik heel vervelend, mevrouw.” Vervolgens zei deze afdelingsleider: “Heb je wel kunnen slapen?” Ik probeerde rustig te blijven, maar ik dacht: “Jij bent mijn kind gewoon aan het intimideren.” Daarna zei de afdelingsleider: “Slaan wordt hier op school niet geaccepteerd.” Mijn zoon zei toen: “Dat begrijp ik, mevrouw, maar hij heeft mij ook pijn gedaan.” En toen zei deze afdelingsleider: “Dat geloof ik niet. Kijk hoe groot jij bent en hij is zo klein en hij komt gewoon tot jouw middel, en hij is zo mager.” Waarop mijn zoon zei: “Mevrouw, ik heb wel pijn, en hij komt niet tot hier.” Vervolgens zei mijn zoon: “Waarom zegt u dat allemaal?” Ik zei: “U zegt eigenlijk dat hij liegt.” Daarna draait de afdelingsleider dat wat eerder gezegd is, weer terug. Ze zegt: “Die jongen heeft niet gezegd ‘pesten’. Het was geen pesten.

Maar hij vindt jouw grapjes niet leuk.” Waarop mijn zoon zegt: “Waarom lacht hij dan over mijn grapjes? Als hij met de anderen meelacht, dan kan ik toch niet weten dat hij dat niet leuk vindt.” Ook zei mijn zoon: “Als hij het gewoon tegen mij zou zeggen, dan weet ik het en hou ik ermee op.” Verder zegt mijn zoon: “Waarom valt hij mij aldoor zo agressief aan?” Daarop zei de afdelingsleider: “Hij komt van een school waar hij gepest werd. Begrijp je dat? Dus dat is voor hem heel moeilijk.” Dus daar ging het om.” “Na dit verhoor van mijn zoon zegt de afdelingsleider tegen mij: “Wilt u ook nog wat zeggen?” “Ja,” zei ik, dat wil ik zeker.” Ik zei tegen haar: “Ik vind de toon waarop u dit gesprek voert, niet prettig. Toen u mij thuis belde ging u ook al tegen mijn zoon te keer.” Nogmaals zei de afdelingsleider: “Je weet dat de ouders van deze jongen aangifte kunnen doen?” Tegen haar zei ik toen: “Dit is de derde maal dat je dat zegt.” Ze zei: “Maar die ouders doen dat niet. Hoewel zij wel in hun recht staan omdat deze jongen ernstige gehoorschade heeft opgelopen en hij doof kan worden.” Ik zei wederom: “Een gescheurd

Problemen tussen opvoeders en leerkrachten naar aanleiding van conflicten op school

93

trommelvlies is heel erg, begrijp me niet verkeerd. U dramatiseert alles enorm met de politie. Waarom bedreigt u mijn zoon? Met de politie? Dit gesprek vind ik niet prettig.” “Maar mevrouw, begrijpt u er dan niks van? Het trommelvlies van dat kind is gescheurd!” “Maar u geeft niet aan wat mijn zoon is aangedaan. Die jongen is als eerste begonnen. Wordt die jongen daar eigenlijk op aangesproken?” “Nee, dat doe ik absoluut niet. Dat ga ik echt niet doen.” Ik zei: “Meent u wat u zegt?” Haar reactie was: “Mevrouw, als het uw kind was dat een gescheurd trommelvlies had, wat zou u doen?” Mijn antwoord was: “Dat zou ik heel vervelend vinden en niet leuk. Tegen mijn kind zou ik zeggen: “Ook jij moet je handen thuishouden. Als je je handen thuis had gehouden, en in gesprek was gegaan dan was dit misschien niet gebeurd.” De reactie van de afdelingsleider was: “Maar toch is het echt zo gegaan.” Tegen mij zei zij toen: “Nu ik zo naar u luister, begrijp ik ook waarom uw zoon zo denkt.” Tegen die afdelingsleider heb ik toen gezegd” “Ik ga niet langer met u in discussie, ik ga juridisch advies inwinnen. U hoort nog van mij.” Toen ik eenmaal weer thuis was, heb ik het juridisch loket gebeld. Hen vertelt dat ik door de school wordt bedreigd met het doen van aangifte bij de politie. Zij hebben mij geadviseerd om contact op te nemen met de Amsterdamse Onderwijs Consumenten Organisatie [OCO].

Door te googelen kwam ik terecht bij de vertrouwensinspecteur van het ministerie van onderwijs. Vervolgens zei deze vertrouwensinspecteur: “Dit kan niet.” Ze zei: “Wat u het beste kunt doen, is een klacht met uw bezwaar indienen bij de rector. En daarna uw beklag bij de rector doen.” “Mijn man heeft een mail gestuurd aan de afdelingsleider. Daarin stond: de manier waarop u dit behandelt dat klopt gewoon niet. U bent niet objectief. U bent alleen maar bezig met één kant van het verhaal en dat klopt niet. Wij willen dat dit in het leerlingendossier van mijn zoon wordt aangepast. Want mijn zoon had intussen een schorsingsbrief gekregen. Een schorsingsbrief waarin staat dat mijn zoon een medeleerling ernstig gehoorschade heeft toegebracht. Verder zei mijn man in de mail: “Wij willen ook graag horen wat de jongeman precies heeft, want wij hebben gehoord dat hij al eerder last van z’n oor had. Dus ik wil graag een rapportage van een objectief persoon.”

94

Problemen tussen opvoeders en leerkrachten naar aanleiding van conflicten op school

De afdelingsleider stuurt mijn man een mail terug waarin staat dat mijn man gefrustreerd en boos is. Zij wilden geen welles-nietes discussie met ons. En ja, we konden ook de aansprakelijkheidsverzekering van de ouders op ons dak krijgen. Ik dacht, dat is prima, want de aansprakelijkheidsverzekering wil ook dokterspapieren zien. Die gaan niet zomaar betalen. Nooit heb ik nog iets van die ouders gehoord, helemaal niets. Dus toen hebben we samen met Amsterdamse Onderwijs Consument Organisatie een brief geschreven.” Ik zeg: “Je hebt mijn kind gewoon voor leugenaar uitgemaakt, waar ik bij zit. Vervolgens heeft u ook nog commentaar op mijn opvoed manier, omdat ik het allemaal niet eerlijk vond. U heeft gezegd “Ja, ik begrijp wel waar uw zoon dat vandaan heeft.” En toen zat ze daar, zei ze: “Ja, ik kan me dat niet herinneren.” Ik zei: “Dus u weet helemaal niets meer van het gesprek, van wat u heeft gezegd?” “Nee… Ja, ik kan me niet herinneren dat ik het zo heb gezegd.” En ja, ze vindt het erg dat mijn zoon zich zo voelt. En toen ging de rector van: “Ja, dat van de schorsing dat was mijn idee. En het is een lichte schorsing, want we hebben het niet doorgegeven aan de onderwijsinspectie.” Dus mijn man en ik zaten hem aan te kijken, en vroegen: “Wat is de straf voor de andere jongen?” “Ja, de andere jongen, zijn straf is dat z’n trommelvlies is gescheurd. Dat is zijn straf.

Het is een lichte straf om uw zoon alleen te schorsen en het niet aan de onderwijsinspectie door te geven.” “Maar hij was gewoon zo bezig, omdat hij wist dat ik contact had opgenomen met het ministerie van onderwijs en het OCO, omdat hij in z’n achterhoofd wist van, oh, dat is wel een probleem. Ja, dit gaat verder. Mijn man vroeg ook: “Waarom gaat u aan kinderen vragen of ze bang voor hem zijn en wat ze van hem vinden?” “Nee, dat is niet zo.” Ik zeg: “Alles wat wij zeggen, dat is niet zo, of u weet het niet meer.” En toen zei die rector: “Ja, u bent wel erg.” Ik zeg: “Meneer, weet u waarom ik boos ben? Ik heb een afdelingsleider die mijn zoon loopt te intimideren.” Ik zeg: “Weet u wat u zou sieren? Als u gewoon zou zeggen van, ik heb bepaalde dingen niet goed gedaan. Opeens weet u niks meer, u weet het niet meer, en dan is het niet waar.” Toen zei de afdelingsleider: “Ja, oké, misschien had ik dingen anders moeten formuleren. Misschien…”. Ja, ze voelde zich gewoon, we hadden haar heel erg in een hoek gedrukt, maar die rector die bleef het alsnog wel

Problemen tussen opvoeders en leerkrachten naar aanleiding van conflicten op school

95

voor haar opnemen. Maar ik weet zeker wel dat toen wij daar weggingen, dat hij haar wel heeft toegesproken.” Onderzoekster Melissa Weiner (2016)11 laat aan de hand van een multi-etnische Amsterdamse basisschool zien dat er mechanismen aan het werk zijn waardoor leerlingen van kleur onevenredig vaak worden gediscrimineerd, gedisciplineerd en tot zwijgen gebracht. Wij zien dit ook in de opgehaalde verhalen terug. Hieronder is een moeder van Surinaamse afkomst aan het woord over haar zoon in het basisonderwijs. Moeder:

“Je moet er niet van schrikken, want ik heb heel akelige dingen met mijn zoon meegemaakt. Kom ik in de klas en dan zie ik dat hij niet meer in een groepje van 4 kinderen zit. Hij is in een hoek gezet, helemaal alleen. Dus vraag ik waarom en de juffrouw zegt: “Hij steekt zijn vinger te vaak op en we vinden dat storend. Hij moet gewoon met de groep samenwerken en hij wil altijd iets meer, dus straffen we hem.”

Interviewer:

Omdat hij zijn vinger opsteekt, klopt dat echt?

Moeder:

“Het is wel een paar keer gebeurd dat hij gestraft werd. Het is een kind, dus zei ik tegen de juf: “Ik vind dat vreemd, dit is niet goed voor hem”. “Ja,” zei zij: “maar wij bepalen wat goed voor hem is.” Nou, mogelijk kun jij je het voorstellen, ik was woest. Ik moet mijn Surinaamse boosheid even inhouden en ben rustig naar huis gegaan. Ik ben ook vrij gelovig. Ik heb mezelf toegesproken en gezegd, laat het los, want ik moet voor mijn kinderen zorgen.”

11. tandfonline.com/doi/ful l/10.1080/13613324.20 16.1195352

“Hun vader was net overleden, dus ze zagen me op school in mijn rouwkleding. Bij verlies dragen wij Surinamers andere kleding. Maar dat interesseerde hen niet. En ik had wel wat anders aan mijn hoofd, dus dacht ik, doe dat niet, wordt nu niet boos. Wel ben ik de volgende dag naar school gegaan. Daar heb ik een foto gemaakt van de situatie in de klas van mijn zoon. Die foto heb ik laten vergroten en naar de inspectie van het onderwijs gestuurd. Hierna belde de inspectie het hoofd van de school en die was woest, want ik had het hoofd van de school overgeslagen. Ik zei tegen het hoofd van de school: “Ik heb geen tijd voor die procedures van jullie. Ik zie elke dag het effect op mijn kind. Dat is veel belangrijker voor mij.” Ik zei: “Ik wil dat er direct iets

96

Problemen tussen opvoeders en leerkrachten naar aanleiding van conflicten op school

gebeurt.” Telkens keek ik of mijn zoon weer teruggezet was in zijn groep kinderen.” Dezelfde moeder vertelt hoe de beschuldiging dat een ander kind van haar op de middelbare school in Amsterdam-Oost zou hebben gespiekt tijdens een toets escaleert tot een conflict waarin school en ouders recht tegenover elkaar zijn komen te staan. Moeder:

“Mijn zoon maakt op de middelbare school een toets Spaans. Tijdens de toets trekt een juffrouw zijn blaadje weg. Ze zegt tegen hem: “Je spiekt.” Hij zegt: “Ik spiek helemaal niet. Hoezo spiek ik?” Hij mocht zijn toets niet afmaken. Dus ben ik in gesprek gegaan met zijn rector. De rector zei: “De docent zegt dat hij gespiekt heeft”, dus daar zat ik en de rector zei: “Ons gesprek is voorbij”. Toen zei ik: “Hoezo klaar met het gesprek?” De rector zei: “Ik heb u alleen maar geroepen opdat u even mijn verhaal hoort”. Ik zeg: “Oh, nee hoor, mevrouw, ik maak een verslag van dit gesprek. Ik ben hier niet gekomen om alleen maar naar u te luisteren. Ik ben alleen gekomen om u te vertellen dat mijn zoon niet spiekt. Hij gaat de toets opnieuw doen, want jullie hebben helemaal geen enkel bewijs.” Ik zei haar: “Maakt u het verslag, of doe ik dat?” “Doet u het maar”, zei de rector, “want ik heb er geen zin in.” Vervolgens heb ik het verslag gemaakt en ik heb in het verslag vragen gesteld over het spieken, zoals “Wat hebt u precies gezien?”, “Wat heeft hij verkeerd gedaan?”, en “Hoe weet u dat dat mijn zoon gespiekt heeft?” Ze konden dat niet onderbouwen en ik heb toen kopietjes van het verslag gestuurd naar het overkoepelend schoolbestuur. Een geluk bij een ongeluk was dat de directeur van een andere school van hetzelfde schoolbestuur is.

Hij kende mijn zoon, zei dat deze school (directie) aan het liegen was. Hij zei tegen deze VO-school in Amsterdam-Oost dat mijn zoon nooit in zijn leven is betrapt op spieken. Het was volgens hem een manier om een zwart kind dat graag wil leren, de school uit te werken.” “De vrouwelijke directeur heeft toen gezegd dat mijn zoon de toets over mocht doen. Hij heeft het overgedaan. Hij ging van een 1 naar een 3. Ik zei tegen mijn zoon: je gaat door tot je een 6 haalt. Nou, dat is

Problemen tussen opvoeders en leerkrachten naar aanleiding van conflicten op school

97

gelukt. Later kreeg ik te horen waarom hij een 3 kreeg. Dat was pas toen hij geslaagd was. De Spaanse juf heeft mij na zijn eindexamen omhelsd. Toen hij zijn diploma kreeg, zei deze Spaanse juf: “Mevrouw ik ben trots op U. U bent een dappere vrouw. Ik kon uw zoon niet redden. Tegen mij werd gezegd: “Durf hem niet meer dan een 3 te geven.” Die Spaanse juf werd bedreigd. Ze zou haar baan kwijtraken als ze mijn zoon meer dan een 3 gaf. Dat was niet normaal.” Interviewer:

Wat erg.

Moeder:

“Dus, maar hij heeft het vwo gehaald. Hij is naar de Vrije Universiteit gegaan. Op de VU helpt hij studenten met wiskunde.”

Het volgende voorbeeld laat een ernstig verstoorde relatie zien tussen enerzijds een leerkracht en anderzijds een basisschoolleerling en zijn moeder, maar ook hoe een nieuwe leerkracht die luistert en voor de juiste begeleiding zorgt de relatie weer herstelt. Het is het verhaal van een alleengaande moeder van Surinaamse afkomst en haar 10-jarige zoon in Amsterdam-Noord. De zoon heeft ADHD. Moeder:

“Op die basisschool had mijn zoon al de eerste dag een nare ervaring met een mannelijke leerkracht. Terwijl mijn zoon een kind is dat graag naar school gaat. Liever dan dat hij thuis moet zitten. Tijdens dat jaar kwam hij thuis en zei: “Mama, ik wil niet meer naar school”. Ik had zoiets van wat nu, dit klopt niet. Ik vraag mijn zoon: “Waarom niet?”. Hij zegt: “Ja mama, we hebben een nieuwe leraar, deze man let de hele dag op mij en alles is mijn schuld”. Ik zei toen tegen hem: “Misschien moet je gewoon luisteren. Als hij zegt dat je stil moet zitten, doe dat dan. En als hij zegt: “Hou je mond.” doe je mond dan niet open. En als je dat allemaal gedaan hebt, kijk dan je nogmaals of hij op jou blijft letten.” “Dit jaar was voor mij als moeder een hel. Want ik had een ongelukkig kind. Hij kwam bijna elke dag ongelukkig thuis. Hier in onze straat woont een buurjongen die op dezelfde school als mijn zoon zit. Deze jongen is op straat en op school een probleemkind. Hij en mijn zoon liggen elkaar niet. Telkens als er op school een conflict was tussen die twee, moest mijn zoon een strafbriefje schrijven en dat ondertekenen. Dat vind ik niet prettig om te bekennen. Als mijn zoon bijvoorbeeld zegt dat die

98

Problemen tussen opvoeders en leerkrachten naar aanleiding van conflicten op school

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14938330/1