CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Achterstelling_en_Discriminatie_in_het_Amsterdamse_Onderwijs_Crul-Steinmetz-Lelie_2024.pdf

RAAD 11 december 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van het rapport over achterstelling en discriminatie in het Amsterdamse Onderwijs (VN2024-017010)29.465 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het volgende verhaal is van een Turks-Nederlandse leerlinge en haar moeder over het lage schooladvies dat zij heeft gekregen ondanks haar goede schoolresultaten en de uitkomst van de cito toets. Het conflict tussen de ouders en de school over het schooladvies loopt hoog op. Interviewer:

Wat heb je voor advies gekregen in groep 7?

Leerlinge:

“vmbo-kader.”

Interviewer:

Wat was de score van de citotoets?

Onderadvisering

39

Leerlinge:

“Die was 541. Havo-vwo” [een score vanaf 535 is havo, vanaf 545 vwo]

Moeder:

“Eind groep 6 hadden we het rapportgesprek, het was nog steeds Corona. In dat gesprek werd gezegd: “Ja, het gaat op zich wel goed, maar let vooral op de rekenvaardigheden”. In groep 7 mochten de kinderen weer naar school, althans gedeeltelijk, een aantal maanden van dat jaar. En toen weer terug naar thuisonderwijs, 3 maanden thuis, 2 maanden naar school. In groep 7 kreeg ze het schooladvies. Mijn man en ik zijn daar samen naartoe gegaan. Mijn dochter was daarbij. We kregen een brief en daarin stond vmbo-kader. Daar schrok ik heel erg van. Er zit veel potentie in onze dochter. Zij is geen vmbo-kader kind. Als voorlopige advies dachten wij aan vmbo-t /havo. Daarom stelde ik de vraag aan haar school: “Waar baseren jullie dat advies op?” Daarop zeiden ze: “Daar zullen we een ander keertje op in gaan, want we moeten nu verder. We hebben nog andere kinderen die we te woord moeten staan.” Ik heb toen gezegd: “Ik laat het niet hierbij. Ik zou heel graag een gesprek willen met de directrice en de IB’er [Intern Begeleider].” Toen heb ik de IB’er een mail gestuurd met in de CC de directrice. In die mail heb ik gevraagd: “Kunnen wij zo snel mogelijk voordat het schooljaar afloopt hierover in gesprek gaan.” Een week later heeft zij een afspraak ingepland. Dat gesprek heb ik gevoerd met de IB’er en de directrice samen. Toen hebben ze me “Terror Moeder” genoemd.”

Interviewer:

Een wat?

Moeder:

“Een terror moeder omdat zij vond dat ik te aanwezig was. Zij vond mij in het groepje ‘terror moeders’ passen. Meteen dezelfde dag is het schooladvies van vmbo-kader naar vmbo-t gegaan.”

Interviewer:

Ja, help mij eens? Wat is een terror moeder?

Moeder:

“Die term is heel groot.”

Interviewer:

Ik heb die term nog nooit gehoord, jij bent de eerste die mij dat vertelt.

Moeder:

“Met deze term kun je twee kanten op. Je bent terror omdat je te veel vraagt. Veeleisend bent. Terror Moeder kan ook iets in de richting zijn van het criminele circuit.

40

Onderadvisering

Omdat ik een strijder ben voor mijn kind. Ik weet het niet. Thuis heb ik dit scheldwoord besproken met mijn man.” “Met die verandering van vmbo-kader naar vmbo-t waren we toch niet echt blij. Mijn vraag was direct: “Wij willen graag voor onze dochter een vmbo-t /havo schooladvies.” Dat kon niet volgens de directrice. Ik begreep daar weinig van. In de klas van mijn dochter zaten kinderen die minder slim waren dan mijn dochter. Toch kregen zij een hoger schooladvies.” “Ik heb toen de politieke partij Denk benaderd, Numan Yilmaz.” Hij heeft zich ontzettend voor ons ingezet. Meteen heeft hij Menno van de Koppel van het OCO [Onderwijs Consumenten Organisatie] benaderd. Menno heeft hem dezelfde dag ook nog even gebeld. En hij heeft het ook in de vergaderingen besproken met de directe collega’s van Marjolein Moorman. Toen ineens ging het heel snel. Want het was zomervakantie. We hebben 6 weken vakantie gehad. Een heerlijk vakantie gehad. Wel met een naar gevoel of het wel goed zou komen. Ik geloofde dat straks de CITO eindtoets echt wel een heel ander schooladvies zou opleveren. Ik had absoluut niet verwacht dat de directrice mij de eerste week van school zou mailen. Daarin stond of ik meteen op gesprek wilde komen? Dat heb ik ook meteen gedaan. Mij werd toen gevraagd of ik voor mijn dochter extra ondersteuning wilde voor haar rekenvaardigheden.

Dat is meteen ingezet voor twee uurtjes per week. We hebben die bijles docent uitgelegd wat er aan de hand is. Hij heeft ook intelligentie onderzoeken bij mijn dochter gedaan. Die onderzoeken lieten zien dat haar niveau havo/vwo is. Dat bleek uit die testen.” “Met de resultaten van dat onderzoek ben ik naar de school van mijn dochter gegaan. Daar zeiden ze: “Dat maakt voor ons helemaal niks uit. Ook al zou hier uitkomen bovengemiddeld intelligent of juist veel meer dan dat, dan zou dat nog niet uitmaken, want wij maken hier de dienst uit”. Dat werd letterlijk zo gezegd.” “Ik zei: “Menno, ik denk dat we samen op gesprek moeten gaan bij deze school. Want ik word hier weggeschoven en onbeschoft behandeld.” Toen hebben we gesprekken gevoerd met het schoolbestuur en de schooldirectie. Uiteindelijk is het voorlopige advies vmbo-t/havo geworden.”

Onderadvisering

41

Het inschakelen van een derde partij heeft in dit geval uitkomst geboden maar pas na lang aandringen en het inschakelen van hulp van buitenaf en het uitoefenen van druk op de school. Veel migranten ouders en ouders van kleur hebben te maken met onderadvisering van hun kinderen. Zoals bekend heeft onderadvisering zeer nadelige gevolgen voor de schoolcarrière. Zelfs als de leerling door middel van stapelen alsnog het hoger onderwijs weet te bereiken, dan gaat dit met veel extra jaren onderwijs, veel inspanningen en uithoudingsvermogen en ook financiële lasten gepaard.

Zelforganisaties en onderwijs professionals over onderadvisering We spraken ook met een aantal professionals en zelf organisaties over onderadvisering en de klachten van ouders daarover. Ouder & Kind adviseur:

“Ik heb hier ook migranten gezinnen met kinderen op een wat meer witte school. Die gezinnen klagen vaak over de schooladviezen. Hun kind krijgt van de basisschool een lager schooladvies dan blijkt uit de citotoets. Ook gaan de gesprekken over witte kindjes met lage citotoetsen en hoge schooladviezen.”

Een medewerker van de Stichting Studiezalen die wij spraken benadrukt dat het conflict over onderadvisering vaak samengaat met een Cito-score die niet overeenkomt met het gegeven schooladvies door de leerkracht. De focus van de Studiezalen is om de positie van de ouders te versterken. Veel migranten ouders accepteren het gegeven advies zonder tegenspraak vanuit een respect voor de autoriteit van de leerkracht. Daarom is een deel van de aanpak van de Stichting Studiezalen gericht op het ‘empoweren’ van ouders, het bewust maken van hun rol in het onderwijsproces van hun kinderen. Door ouders mondiger te maken, moedigt de organisatie hen aan om op te komen voor de belangen van hun kinderen en weerstand te bieden aan onderadvisering. Ze willen hiermee het patroon doorbreken waarin ouders zich erbij neerleggen en hen laten zien dat actieve betrokkenheid bij de onderwijs beslissingen van hun kinderen een positieve impact kan hebben op hun kansen in het onderwijs. In Amsterdam-Oost hebben we ook met medewerkers van de Stichting De Dappere Dames gesproken over het thema onderadvisering. Groepsleider:

42

“De zoon van deze mevrouw (een moeder van Marokkaanse afkomst die niet goed Nederlands

Onderadvisering

spreekt) had als schooladvies van zijn juf vmbo basis/ kader gekregen. Dit schooladvies klopte niet met zijn rapportcijfers. Want die waren goed en zijn cito toets was ook gewoon goed. Zij volgde het schooladvies van de leerkracht op. Zij kwam niet voor haar rechten op.” “Op aanraden van een vriendin heeft de moeder haar zoon toen ingeschreven op een vmbo basis/ kader middelbare school. Deze vriendin uit de buurt kwam zij toevallig tegen. De dochter van die vrouw en haar zoon zaten samen in de klas en ze hadden dezelfde rapporten, maar haar dochter had een hoger schooladvies dan haar zoon. En deze vrouw uit de buurt zei tegen haar: “Dit schooladvies moet je niet accepteren. Je moet hem op deze middelbare school uitschrijven en inschrijven op een andere middelbare school die past bij zijn niveau.” Daarover heeft zij toen nagedacht en heeft toen het besluit genomen: “Dat is wat ik ga doen.” Zij heeft haar zoon uitgeschreven bij de vmbo basis/kader middelbare school en heeft hem ingeschreven bij een vmbo-t middelbare school, bij de school die deze vrouw haar had geadviseerd. Hij is aangenomen en binnen een half jaar, van september tot december had de school al gezegd: “Hij doet het hartstikke goed”. Een daarna mocht hij naar havo twee.” Interviewer:

Wat heeft hij daarna gedaan?

Groepsleidster:

“Hij heeft zijn havo en hbo afgerond en hij is nu leraar. Mevrouw gaf nog een aanvulling. Haar aanvulling is dat het haar pijn doet dat haar zoon dat schooladvies heeft gekregen van zijn basisschool. Ook denkt ze terug wat er met haar zoon zou zijn gebeurd als zij die buurvrouw niet was tegen gekomen.”

In Amsterdam-Zuidoost zet Meester Kwame zich in voor leerlingen en ouders. Meester Kwame zegt in het interview met hem dat in Zuidoost vaak het maximale schooladvies vmbo is. Meester Kwame signaleert dat ouders meer ondersteuning nodig hebben om hen mondiger te maken als er sprake is van onderadvisering. Hij ziet bij de kinderen die hij begeleidt dat de potentie die in de kinderen zit, niet benut wordt. Meester Kwame: “Tegenwoordig merk ik dat wat minder, maar voorheen merkte ik dat scholen de ouders heel vaak niet zagen omdat ze dachten dat de kinderen van deze ouders niks of weinig kunnen. Toevallig was ik anderhalve

Onderadvisering

43

maand geleden bij een meeting met alle directeuren van gemeente Amsterdam. En ze zeiden vergeleken met andere stadsdelen, krijgt 80% van de kinderen in Amsterdam-Zuidoost een vmbo-advies. Deze directeuren vroegen mij: “Hoe komt dat?” Mijn antwoord was: “Vmbo is hier in Amsterdam-Zuidoost altijd het hoogst haalbare geweest. Nu pas is die trend een beetje aan het switchen.” Deze directeuren vroegen door: “Hoe denk je dat dat tot stand is gekomen?” Mijn antwoord was: “Als jongeren de kans krijgen om havo of vwo te mogen doen dan gaat dat lukken. Ik ben van die kans krijgen zelf een levend voorbeeld. Het gaat lukken. Deze kinderen moeten gewoon een push krijgen.” “Soms ga ik er ook met gestrekt been in, zeker. Maar omdat ik ook weet dat de kinderen een aantal jaar op school moeten zitten, ben ik meestal voorzichtig. Je wil de docenten niet tegen de schenen schoppen. Maar ik kom altijd met feiten. Soms plaats ik verhalen op Instagram of Facebook als ik merk een bepaald issue niet snel door scholen wordt opgepakt. Ik heb een keer een jongedame gehad, die met vmbo-kader advies begon. Het jaar erop zat ze op vmbo-t maar de middelbare school vond niet dat ze het derde jaar naar havo mocht gaan. Hun argument was: “Zij heeft geen inzicht.” Belachelijk, want het meisje haalde alleen maar zeer goede cijfers. Dus heb ik eerst haar moeder gestuurd, en gezegd: “Ga met school praten”.

Maar het mocht niet baten. Toen ben ik zelf naar die school gegaan. Daarover heb ik een ‘bericht’ geplaatst zonder de naam van de school te noemen. Het bericht was: “In Nederland, wat vind jij hiervan, wat zou jij doen?’ Ja, dat is minimaal vwo, zei iedereen”. Dat meisje had dat aan haar mentor laten zien. Die mentor belde mij. Nogmaals ik had geen naam van de school laten zien. Dat meisje doet nu 6 vwo.” “En dat is wat ik merk, middelbare scholen in Amsterdam-Zuidoost willen eerst een kind het vmbo laten afmaken. Zij willen niet dat dat kind op haar/ zijn tenen moet lopen. Maar zodra dat kind het vmbo heeft afgemaakt zit het in de relaxmodus en dan vinden ze havo moeilijk. Een deel van die kinderen maakt het ROC af. Die kinderen zeggen: “Hbo is te moeilijk.” Mijn mening is dat het ROC zelf die manier van denken creëert. Hun motto is: “Hoger dan dit ga je sowieso niet redden.” Mijn motto is: “Voor gelijke kansen moet je voor een ongelijke behandeling kiezen.” Als jij weet

44

Onderadvisering

dat een kind thuis een moeder heeft die te weinig tijd heeft voor haar kind, terwijl het kind zich zet wel enorm inzet op school, dan zou de school het kind een extra zetje moeten geven. Precies dat ontbreekt bij de docenten. De reden kan zijn dat docenten daar de tijd daar niet voor hebben. Maar scholen willen ook niet dat die kinderen hier bij mijn Stichting komen. Ze willen niet dat kinderen naar bijles gaan. Ik werk met Leergeld Amsterdam, dat is een organisatie die ouders financieel ondersteunt vanaf groep 6 voor bijles of huiswerkbegeleiding. Voor dat bedrag geeft de gemeente Amsterdam 500 euro per jaarbasis. Dat krijgen wij alleen als de school een formulier ondertekent. Maar dat formulier willen scholen heel vaak niet ondertekenen. Dus wat verwacht je dan? De moeder kan dat kind niet helpen, en de vader ook niet. Wij wel, maar alleen als de school een formulier ondertekent voor ouders die financieel het niet breed hebben. Maar de school weigert dat.

Samenvatting Het schooladvies voor het vervolgonderwijs en onderadvisering worden in publicaties in beeld gebracht met een heel eigen taal en complexiteit. Elke school heeft een leerlingvolgsysteem en bijbehorende softwarepakketten, zoals bijvoorbeeld Parnassus en Magister. Daarnaast is er het schooladvies van de leerkrachten en er zijn de Cito-toetsen of andere toetsen om te bepalen op welk van de zes schoolniveaus (vier Vmbo richtingen, Havo en Vwo) kinderen het beste tot hun recht zouden moeten komen. En vervolgens moeten de ouders ook nog de daarbij passende middelbare school vinden. De opzet van de middelbare school kan de mogelijkheden van de leerling verruimen als er sprake is van een brede brugklas of van doorstroommogelijkheden naar een hoger niveau, of juist beperken als er bijvoorbeeld geen hoger niveau binnen de school aanwezig is. Nederland heeft daarmee een van de meest complexe schoolsystemen van de wereld gecreëerd. De adviezen, de toets resultaten en de schoolkeuze lijken op het eerste gezicht een objectief en eerlijk systeem, maar zij verhullen een harde werkelijkheid: namelijk dat migrantenkinderen en andere kinderen van kleur systematisch ongelijke kansen krijgen. De hoge doorverwijzing naar het vmbo in Amsterdam-Zuidoost is daarvan een treurige illustratie.

Onderadvisering

45

Uit de aanklacht van de ouders die hun verhaal hebben verteld kan niet zondermeer worden opgemaakt dat alle Amsterdamse scholen zich hieraan schuldig maken. Maar ook als een minderheid van scholen en leerkrachten leerlingen een lager advies geeft dan wat ze eigenlijk aan zouden kunnen, dan is dit schadelijk, want onderadvisering heeft ernstige gevolgen. Een te laag schooladvies kan vele jaren negatieve doorwerken in de ontwikkeling van leerlingen. Het is bijzonder ingewikkeld om in het voortgezet onderwijs tussendoor over te stappen naar een hoger onderwijsniveau. Door een te laag schooladvies zijn leerlingen genoodzaakt om opleidingen te gaan ‘stapelen’ om hun doel te bereiken en de studie te kunnen volgen die ze eigenlijk aankunnen. Dit kost veel extra inzet en extra studiejaren, met alle financiële gevolgen van dien voor de leerling en voor diens familie. Steeds meer ouders en professionals van kleur organiseren zich dan ook in zelforganisaties om deze vorm van achterstelling en discriminatie aan te pakken. Daar waar het onderwijssysteem en de algemene professionals falen zetten zij zich, vaak op vrijwillige basis, in voor gelijke kansen.

Zij doen dit door belangenbehartiging, door met elkaar te leren hoe je je moet bewegen in het Nederlandse onderwijssysteem en door gebruik te maken van een eigen netwerk waarmee invloed kan worden uitgeoefend om onderadvisering terug te dringen.

Op basis van dit hoofdstuk over onderadvisering willen we de volgende vragen stellen aan het burgerberaad:

1

Herkent u wat in dit hoofdstuk gezegd wordt over onderadvisering?

2

Kunt u een innovatieve oplossing bedenken om onderadvisering tegen te gaan?

46

Onderadvisering

Slechte onderwijskwaliteit

4. Slechte onderwijskwaliteit

Introductie De titel van dit thema valt meteen met de deur in huis: dit hoofdstuk gaat over ervaringen van ouders en leerlingen met een teleurstellende kwaliteit van het gegeven onderwijs. Dit is geen verhaal over wat er allemaal wel goed gaat en wat er precies niet goed gaat. Dit hoofdstuk laat zien welke ervaringen ouders en leerlingen hebben met een slechte onderwijskwaliteit. Het thema slechte onderwijskwaliteit bevat een aantal deelonderwerpen die uit de verhalen naar voren zijn gekomen: slecht lesmateriaal, bijvoorbeeld verouderd lesmateriaal, slechte uitleg van lessen, het lerarentekort, de kwaliteit van de (inval)leerkrachten, en het te snel doorverwijzen naar het speciaal onderwijs. De gevolgen van een slechte onderwijskwaliteit kunnen groot zijn. In de verhalen lezen we over verveling in de klas, conflicten tussen leerlingen en leerkrachten en isolatie van bepaalde leerlingen in de klas. Op de langere termijn zien we dat het leidt tot slechtere schoolprestaties, switchen van scholen of langdurig schoolverzuim en zelfs uitval. Dit resulteert in lagere of geen schooldiploma’s en daardoor een slechtere arbeidsmarktpositie. Onderwijskwaliteit gaat over het effectief aanleren van een breed scala aan kennis en vaardigheden aan de leerlingen. We hebben het over de ontwikkeling van een leerling op verschillende vlakken: niet alleen het

Slechte onderwijskwaliteit

49

aanleren van kennis, maar ook het aanleren van sociale vaardigheden en het aanleren van verantwoordelijkheid. De LeerKRACHT Academie6 heeft recent gesteld dat de kwaliteit van het Nederlands onderwijs sterk achteruitgaat. De verschillen in onderwijskwaliteit tussen scholen zijn in Nederland nergens zo groot als in Amsterdam. De onderwijsinspectie zegt daarover: “De verschillen tussen sterke en matige scholen zijn zó groot dat deze voor een kind het verschil kunnen maken tussen na de basisschool doorgaan op het vmbo of havo/ vwo.” En die achterstand halen kinderen volgens de onderwijsinspectie ook niet meer in. Het antwoord van de LeerKRACHT Academie hierop is: “dat alleen schoolleiders en leraren samen het onderwijs kunnen verbeteren”. Daarvoor is een verbetercultuur op school nodig. Wij hopen met deze voorbeelden zichtbaar te maken op welke specifieke vlakken de onderwijskwaliteit verbetert zou kunnen worden.

Te weinig begeleiding en teruglopende onderwijsprestaties Wij hebben met ouders en leerlingen gesproken over hun ervaringen op de basisschool en, in mindere mate, het voortgezet onderwijs. Veelgehoorde klachten gingen over verouderde lesmethoden, gebrek aan extra begeleiding bij vakken waar kinderen moeite mee hebben en over (inval) leerkrachten die slecht onderwijs geven. De citaten illustreren dat een slechte onderwijskwaliteit ernstige gevolgen heeft voor de prestaties en doorstroomkansen van de leerlingen. De onderstaande citaten uit het gesprek met een moeder van Marokkaanse afkomst en haar dochter (die op het praktijkonderwijs zit) geven weer hoe het gebrek aan begeleiding de schoolloopbaan van haar dochter heeft beïnvloed: Interviewer:

En hoe was je basisschoolperiode?

Dochter:

“Was wel goed, maar ik had echt moeite met de lessen.”

Interviewer:

Waarom?

Dochter:

“Qua stof. Rekenen vooral. Rekenen is gewoon ingewikkeld. Nu nog steeds. Op die basisschool heb ik een achterstand opgelopen.”

Interviewer:

Hoe kwam dat?

50

Slechte onderwijskwaliteit

6. stichting-leerkracht.nl/ kennisbank/hoevergroot-je-onderwijskwaliteit/

Dochter:

“Ik weet het niet, ik vond rekenen gewoon echt moeilijk. Het gaat gewoon niet bij mij.”

Interviewer:

En ben je daarbij geholpen?

Dochter:

“Ik heb nu bijles. Dat helpt wel. Dat had ik eerder moeten hebben. Die verhaalsommen zijn vreselijk. Ja, zij hadden me eerder moeten helpen. Maar ze hebben dat niet gedaan.”

Interviewer:

Maar wisten ze dat dan niet?

Dochter:

“Jawel, dat wisten ze wel.”

Interviewer:

En hoe komt het dat je voor rekenen geen extra hulp hebt gekregen?

Dochter:

“Ik had daar echt geen goeie begeleider.”

Interviewer:

Geen goeie docent?

Dochter:

“Ook niet, ze hebben het gewoon zo gelaten.”

Interviewer:

Wat voor advies heb je toen gekregen?

Dochter:

“Praktijkonderwijs.”

Interviewer:

Praktijkonderwijs? Maar taal, dat ging toch wel goed?

Dochter:

“Dat ging zeker goed. Alleen rekenen niet.”

Interviewer:

En wat vond je ervan dat je het advies praktijkonderwijs7 kreeg?

Dochter:

“Dat past eigenlijk niet bij mij.”

Interviewer:

Leg dat eens uit?

Dochter:

“Ik was wel goed in spelling en andere vakken. Ook lezen was ik goed in. Alleen met rekenen had ik echt heel veel moeite.”

Interviewer:

Wat vonden jouw ouders ervan dat je dit advies kreeg?

Dochter:

“Ze waren er niet tevreden mee.”

Interviewer:

En hoe vond je het op de praktijkschool?

7. Praktijkonderwijs is er voor leerlingen voor wie een vmbo-diploma niet direct mogelijk is. Leerlingen worden in het praktijkonderwijs voorbereid op werk of doorleren op het mbo. Het praktijkonderwijs duurt gemiddeld vijf jaar. De opleiding stopt als een leerling achttien jaar wordt, maar kan worden verlengd.

Slechte onderwijskwaliteit

51

Dochter:

“Ja, op deze school kreeg ik ook geen goede begeleiding. Daar hadden we echt heel veel leerlingen. Dus was er geen tijd voor ons. Deze middelbare school (in Amsterdam-Noord) was een bende. En dat voelden en merkten wij als leerlingen.”

Hieronder is een citaat opgenomen van een moeder van Marokkaanse afkomst en dochter op een middelbare school in Amsterdam-Noord. De nadruk in dit gesprek ligt op chaos op school. Moeder:

“De kinderen zijn eigenlijk benadeeld omdat er gewoon geen geld werd gestoken in leerkrachten. Leerkrachten gingen weg en verwaarloosden de boel. Mijn dochter heeft zes maanden lang een paar belangrijke vakken niet gekregen, waardoor ze onmogelijk kon overgaan. Aan het einde van het schooljaar werd er tegen haar gezegd: “Je moet alles inhalen”. Dat is bizar. Dus er was heel veel stress. Uiteindelijk heeft één van de ouders die journalist is de situatie bij Follow-the-Money aangekaart. Ja, er zijn ook artikelen uitgekomen over de bestuurders van deze middelbare school. Daarover zijn vragen gesteld in de Tweede Kamer.”8

Het volgende interviewfragment van een moeder van Surinaamse afkomst en haar zoon van 10 jaar op de basisschool in Amsterdam Nieuw-West illustreert een andere meermaals gehoorde klacht. Verschillende ouders geven aan dat een bepaalde docent weliswaar bekend staat om diens ondermaatse manier van lesgeven, maar dat er niet wordt ingegrepen door de schoolleiding. De ouders voelen zich hierdoor machteloos. Moeder:

52

“Mijn zoon is echt een jonge man aan het worden. Dus ik neem aan dat zijn ontwikkeling goed gaat. Alleen heeft hij op deze school, in groep vijf, een leerkracht gehad die zijn cijfers naar beneden heeft gehaald. Dat was bij alle kinderen in de klas zo. Als ik nu terugkijk op zijn rapporten van groep één tot en met vier zijn de cijfers allemaal gewoon: normaal, goed. In groep 5 worden ze slechter, en in groep 6 wordt de cijfers weer iets beter. Dat komt doordat de lessen in groep 5 zo slecht waren. Alleen weet ik niet hoe ik dat als ouder moet aankaarten. Die juf geeft nu aan mijn jongere zoontje les. Ik denk dat deze juf helemaal geen les kan geven.”

Slechte onderwijskwaliteit

8. nos.nl/artikel/ 2420259inspectie-doetaangifte-tegen-schoolbestuurder-omfinanciele-transacties & trouw.nl/binnenland/ hoe-een-onderwijsideaal-verzandt-indubieuze-geldtransacties-belangenverstrengeling-engedesillusioneerdedocenten~b971400e/ & onderwijsconsument. nl/achtergrondenbij-het-inspectieoordeel-zeer-zwakover-de-svpo-inamsterdam

Interviewer:

Hoe weet je dat de lessen die zij geeft, slecht zijn?

Moeder:

“Dat heb ik gezien aan de rapporten en gehoord in alle gesprekken die ik heb gevoerd met andere ouders en met mijn eigen kind. De kinderen kwamen met veel verhalen over de slechte lessen thuis.”

Leerachterstanden door moeilijkheden bij begrijpend lezen Volgens de website wij-leren.nl hebben kinderen voor wie de Nederlands taal niet hun moedertaal is (NT2-leerlingen) doorgaans een beperktere Nederlandse woordenschat en daardoor meer problemen met begrijpend lezen. Ze hebben meer uitleg van woorden en uitgebreidere instructie van de leerkracht nodig. Zij hebben behoefte aan een rijke taalleeromgeving met veel ruimte voor zelfstandig lezen maar ook ruimte om te praten over boeken. Zo vergroten deze leerlingen hun woordenschat en tekstbegrip9. We herkennen dit in de verhalen die we opgehaald hebben. Hieronder volgt een deel van het gesprek met een Egyptisch jongetje van 10 jaar oud (een zogenoemde nieuwkomer) in groep 6 op een basisschool in Amsterdam-Noord. Hij heeft het naar zijn zin op de basisschool. Zijn juf vindt hij erg aardig en hij heeft ook vriendjes op school. Deze jongen geeft aan dat spellen, schrijven en rekenen hem op de computer goed afgaat. Rekenen vindt hij leuker dan taal. Dit komt omdat hij Nederlands een moeilijke taal vindt. De thuistaal van de jongen is Arabisch. Zelf geeft hij aan dat hij vooral moeite heeft met begrijpend lezen en taal. Kenmerkend voor het rekenonderwijs in Nederland zijn verhaalsommen, waarbij een leerling zonder een goed begrip van de Nederlandse de sommen niet kan maken.

Daardoor wordt ook het rekenen, een vak dat hij leuk vindt en waar hij goed in is, toch lastig voor hem te begrijpen. Interviewer:

En hoe gaat het op school? Wat gaat er goed en wat gaat er niet goed?

Leerling:

“Goed gaan spelling en rekenen op de computer en ook schrijven.”

Interviewer:

Wat doe je zoal op de computer?

Leerling:

“Op de computer reken ik en maak ik sommen.”

Interviewer:

Sommen, oké. En vind jij rekenen leuker dan taal?

9. Meer lezen? wij-leren.nl/leerkrachtonafhankelijke-werkvormen-begrijpende-leesvaardigheidnttwee-lln.php

Slechte onderwijskwaliteit

53

Leerling:

“Ja.”

Interviewer:

En komt dat omdat het Nederlands voor jou een moeilijke taal is?

Leerling:

“Dan zit ik heel lang vast aan een taalsommetje dat ik niet begrijp.”

Interviewer:

Geef eens een voorbeeld.

Leerling:

“Ik heb geen voorbeeld.”

Interviewer:

Zal ik je dan een voorbeeld geven? Gaat het om sommetjes zoals: Er zitten 4 kinderen in een bak en 8 kikkers. Die kinderen proberen de kikkers te vangen. Hoeveel kikkers en kinderen zitten er in de bak? Dat soort verhaalsommetjes?

Leerling:

“Ja zoiets, maar dan met 68 personen.”

Interviewer:

Dus nog veel moeilijker.

Leerling:

“Ja, heel moeilijk.”

Aanpassing van het lesmateriaal, waarbij de sommen niet verpakt zijn in taalsommetjes, zou een optie kunnen zijn voor leerlingen die nog maar een beperkte Nederlandse woordenschat hebben. Een vak waarin zij eigenlijk goed zijn, wordt anders een probleem vak. Het gevolg daarvan kan zijn dat zij dit vak niet leuk meer vinden.

Lerarentekort en lage onderwijskwaliteit Een ander thema wat veel wordt genoemd in de verhalen die we hebben opgehaald, is het lerarentekort. Er is al veel geschreven over het lerarentekort dat een groot probleem vormt. Zeker op scholen met veel kwetsbare leerlingen. Tegelijkertijd weten we nog weinig over hoe het lerarentekort precies doorwerkt in de prestaties van de leerlingen. Door de verhalen van ouders en leerlingen komt de ernst van deze situatie pas echt naar voren. Een moeder van Surinaamse afkomst in Nieuw-West over het lerarentekort en de gevolgen voor haar zoontje:

54

Slechte onderwijskwaliteit

Moeder:

“We hebben laatst een brief gekregen. Ze hebben op deze basisschool een lerarentekort. Ik denk dat alle ouders zo’n brief hebben gehad. Zij redden het gewoon niet meer. Eigenlijk heeft die school te weinig leerkrachten die lesgeven. Dus ze doen het met wat ze wat ze hebben. En op die basisschool zit mijn kind.” “Ik weet niet wat die invalleerkracht die kinderen heeft geleerd. Bij mijn zoon is zijn rapport naar beneden gegaan, sinds hij van haar les heeft. Nu probeer ik zijn rapportcijfers weer omhoog te krijgen. Maar als ik nu op die periode terugkijk denk ik: “Dit heeft hem en de andere kinderen veel schade berokkend.” En ik weet niet hoe je daar als ouder mee om moet gaan. Hoe kan ik als ouder dat probleem aanpakken dat mijn kind een jaar lang een juffrouw heeft gehad die niks deed, die de kinderen de hele dag gewoon liet tekenen. Dat kan gewoon niet. Ik wil dat mijn kind gewoon leert en nu zijn z’n cijfers achteruitgegaan.”

Interviewer:

Hoever zijn ze achteruitgegaan voor je gevoel?

Moeder:

“Begrijpend lezen is verslechterd. Alle ouders die ik tot nu toe heb gesproken zeggen precies hetzelfde. Kortom, de school heeft dus problemen. Daarom heeft het bestuur de ouders een officiële brief gestuurd waarin staat dat we rekening moeten houden met het lerarentekort. Dat er problemen zijn. Mijn vraag is: “Wat moet ik daar als moeder aan doen?”

Het probleem van het lerarentekort doet zich niet alleen voor op de basisschool maar we horen het ook terug in de verhalen van leerlingen in het voortgezet onderwijs. Ook daar kan het gebrek aan continuïteit en gekwalificeerde leerkrachten grote gevolgen hebben. In de onderstaande citaten uit het gesprek vertellen een moeder van Marokkaanse afkomst en haar dochter op het voortgezet onderwijs in Amsterdam-Noord hoe door het uitvallen van lessen en door de lessen van invalkrachten de prestaties van de dochter beneden haar niveau waren en er uiteindelijk voor zorgden dat ze bleef zitten: Moeder:

“Uiteindelijk heeft mijn dochter veel stress ervaren, waardoor twee á drie vakken, volgens mij belangrijke vakken, er niet goed voorstonden.”

Interviewer:

En welke vakken waren dat?

Slechte onderwijskwaliteit

55

Dochter:

“Scheikunde, natuurkunde en aardrijkskunde, daar stond ik een vijf voor. Voor aardrijkskunde stond ik wel een 5,5. Maar om daarmee het eindexamenjaar in te gaan, vond ik niet handig. En voor scheikunde en natuurkunde had ik echt een onvoldoende: een 5,1 en een 4,9. Voor de andere vakken stond ik super hoog omdat we daar wel gewoon docenten voor hadden. Je mag maximaal drie onvoldoendes hebben. Dat had ik en ik had compensatie. Toch zei mijn docent tegen mij: “Je kan op het nippertje overgaan, maar dat raad ik je niet aan.” Want dat gaat je veel stress opleveren. En toen ben ik even eerlijk gaan nadenken over de vraag: “Wat is nou handig?” Ik heb er toen voor gekozen om te blijven zitten en het jaar opnieuw te doen.”

Gebrekkige begeleiding en slecht doorverwijzen Naast klachten over slecht, of gebrekkig onderwijs hebben we ook een aantal klachten verzameld over het niet of slecht doorverwijzen bij leerproblemen van kinderen. Ouders zijn soms ten einde raad omdat de school de problemen niet serieus neemt of niet voor een passende aanpak kiest. Ook hier kunnen de gevolgen groot zijn. Door onvoldoende begeleiding binnen de school worden sommige kinderen naar het speciaal onderwijs verwezen, terwijl het de vraag is of zij daar thuishoren. Het onderstaande voorbeeld laat zien hoe door een opstapeling van problemen, die buiten de schuld van de ouders liggen, een leerling leerachterstanden oploopt. Vervolgens legt de school het probleem bij de ouders en verwijst het kind door naar het speciaal onderwijs. Een Antilliaans-Nederlandse moeder met twee kinderen, één van 7 jaar en één van 10 jaar, wonend in Amsterdam-Zuidoost vertelt haar verhaal: Moeder:

56

“Ik heb het nodige meegemaakt met mijn dochter. Zij zit nu op het speciaal onderwijs. Laat ik bij het begin beginnen. Hier in Amsterdam-Zuidoost was een school waar kinderen een uniform droegen. Ik dacht: “Oh leuk. Ik zet mijn kind daar op school.” Maar op die school was het echt een foute boel. In een klas zaten heel veel kinderen en maar één juffrouw. Ik vond dat raar. Pas na een tijd kwam er een extra juf bij. Verder hoorde ik van andere moeders op het schoolplein het gerucht dat deze school dicht zou gaan. Daarom ben ik op de

Slechte onderwijskwaliteit

directeur afgestapt. Tegen de directeur zei ik: “Ik wil u niet op het schoolplein vragen stellen, maar ik vraag het liever direct aan u. Ik hoor dat de school dicht gaat, is dat waar?” De directeur zei: “Nee, dat is niet waar.” Dus toen dacht ik: Oké. Een maand later ging die school toch dicht. Dus nu moesten alle ouders rennen om plekjes op andere scholen te vinden. Dit was een hele slechte start voor mijn dochter.” “En toen kwam corona. Dat viel in groep 3 van mijn dochter. Toen zat mijn dochter weer thuis. Dat was echt vreselijk. Want na een slechte school denk je, ik zet haar hier op een betere school. En dan komt corona. Komt ze thuis. Dat is onvergelijkbaar met elke dag in de klas zitten en dagelijks huiswerk maken. Dat werd vervangen door de laptop. Elke dag kregen de leerlingen opdrachten die ze moesten uitvoeren. Dat was echt vreselijk. Ik had elke dag ruzie met mijn dochter. Ze wilde niet meewerken. Ze was het helemaal zat. Dat kwam ook omdat zij de leerstof niet goed begreep. Na de corona ging zij weer even terug naar school. Toen was er weer Corona.” “Na afloop van die tweede corona golf mocht mijn dochter weer naar school. Ik ben toen naar de directrice gegaan.

“Hoe zit het eigenlijk met mijn dochter? Ik weet dat ze een achterstand heeft door de eerste school en vervolgens door de twee corona perioden.” “Nee,” zei de directrice: “het gaat goed met uw dochter.” Maar aan het eind van groep 4 werd ik geroepen. Ik voelde me behandeld als een klein kind. Ze hadden drie stoelen in het lokaal gezet en voor mij een stoel tegenover die drie stoelen.” Interviewer:

En daar moest jij zitten?

Moeder:

“En hier moest ik zitten. Een, twee, drie leraressen. Ook was daar een nieuwe juffrouw bij. Zij had duidelijk de pest aan mijn dochter. “Ja,” zei zij: “jouw dochter kan niet lezen, jouw dochter kan dit niet, kan dat niet.” Ik dacht toen: “Als juffrouw hoor je dat niet zo te zeggen, je moet juist helpen.”

Interviewer:

Ja, zou een positieve benadering niet beter zijn?

Slechte onderwijskwaliteit

57

Moeder:

“En toen kwamen ze met een toets. Zij hadden mijn dochter een toets laten uitvoeren. Daaruit zou blijken dat mijn dochter het allerlaagste niveau heeft. Ik dacht: “Wat? Het allerlaagste niveau?” Mijn kind kent het telefoonnummer van haar oma, van mij, van iedereen. Met het allerlaagste niveau kun je dat niet onthouden. En hoe zit dat dan? Volgens school kan mijn dochter niet lezen. Ik weet dat mijn dochter gewoon kan lezen. Als we samen zitten leest zij mij voor, dan leest zij gewoon. Niet perfect, maar ze kan wel lezen. Nou, die nieuwe juffrouw had gewoon de pest aan mijn dochter. Zij deed altijd zo gemeen tegen haar. Ik weet eigenlijk niet waarom zij dat deed. Dus die dag toen ik daar zat met die drie stoelen, vertelden zij mij dat mijn dochter naar een andere school moest, want dat was het beste voor haar. Toen zei ik: “Maar wat hebben jullie eigenlijk voor haar gedaan?” Het antwoord was: “Een paar dagen per week krijgt zij samen met andere kinderen een half uurtje de tijd om wat te lezen.”

Het meisje is door de school vervolgens doorverwezen naar het speciaal onderwijs. Aan de moeder heeft de basisschool niet uitgelegd waarom zij dat nodig vonden. Een moeder van Marokkaanse afkomst vertelt over de problemen met haar zoon die autisme heeft. Zij is zelf maatschappelijk werkster. Ze heeft jaren met de school en de instanties geworsteld. Moeder:

“Overal heb ik hulp gevraagd. Ik heb geen hulp gehad omdat mijn vragen in het grijze gebied zitten. Ik ben ook nog mondig, toch? Want mijn zoon heeft begeleiding nodig. Hij kan niet met geld omgaan. Hij kan geen werk vinden en als hij dat heeft kan hij het niet behouden. Bij veel zaken heeft hij hulp nodig. Vanaf zijn dertiende heeft hij een dossier opgebouwd, hij is overal geweest maar komt nergens voor in aanmerking. Ik zeg vaak: “De grootste beperking is dat je aan mijn zoon niet ziet dat hij een beperking heeft.” En nog erger, mij werd vaak hulp aangeboden, nee, aangepraat, hulp die niet nodig was. Bijvoorbeeld. Dan zeiden ze van: “Ja, uw zoon heeft adhd+.” En dan werden er – ik weet niet hoeveel – onderzoeken gedaan. En dan kwam er niks uit.” “Op een gegeven moment gebeurde er iets. Mijn zoon had een bueno-reep gejat van de Aldi. Een maand eerder had hij dat ook gedaan. Ik dacht, oh nee, dat niet.

58

Slechte onderwijskwaliteit

Toen werd hij gepakt. Ik was heel boos op hem. En door die bueno-reep hebben we een heel Halt-traject gehad.” Interviewer:

Om een reep?

Moeder:

“Het was 79 cent. Het was diefstal. Of het nou een reep was of iets anders, hij is ermee weggelopen. De politie heeft hem gepakt. Hij zat op het politiebureau, en kreeg een heel scala aan interventies. We hadden een heel Halt-traject, een excusesbrief etcetera. En een maand later, doet mijn zoon precies hetzelfde. Ik werd zo boos. Maar hij herkende mijn boosheid niet. Ik weet nog dat ik zo gefrustreerd was. Mijn zoon begon toen te huilen omdat hij niet wist wat hij verkeerd had gedaan. Hij wist het ook niet. En omdat ik zo overstuur was, werkte het averechts. Want mijn zoon wist niet dat hij autisme had. Dat ben ik toen zelf gaan onderzoeken bij mijn jongen, het werkt niet bij hem. Mijn twee oudste zonen herkenden mijn verdriet, mijn teleurstelling en dat voel je dan terug. Bij mij hem was dat niet. Bij hem was het net alsof het een vlak iets was. Dus dacht ik: “Er is iets met deze jongen.” Ik ben toen zelf naar de huisarts gegaan en heb gezegd: “Ik denk dat er iets mis met hem is.” Ik had een hele aardige huisarts die hem heeft doorverwezen, en daar kwam toen uit dat hij autisme had. Dit luchtte mij op. Ik begreep waarom hij zo deed.” Maar ondertussen, dat was natuurlijk vanuit school, waren er allerlei trainingen en vertrouwenspersonen. Mij werd gezegd: “Er is iets met de thuissituatie.” Ik heb toen gezegd: “Nee, het ligt niet aan de thuissituatie.

Want als mijn zoon thuis is, heb ik geen last van hem. Maar als hij op school zit, dan is er iets wat hem triggert.” Over autisme werd nooit wat gezegd door al die ondersteunende diensten. Mijn opmerking toen was: “Jullie nemen mij als ouder niet serieus, je gaat er al bij voorbaat vanuit dat er iets mis in de thuissituatie is.” Ja, daarom zeg ik, ook al ben je mondig, dan is het toch nog moeilijk om hulp te vinden die bij je past.”

Het onderstaande verhaal gaat ook over een kind met autisme. We hebben ervoor gekozen om dit verhaal in zijn geheel op te nemen om de sociale gevolgen voor het kind te illustreren. De Amerikaans moeder (de vader van het kind is Syrisch) kaart de problemen van haar kind regelmatig aan op de basisschool, maar de leerkracht reageert er niet passend op. De communicatieve problemen van het kind met de school worden steeds groter tot de ouder ten einde raad haar kind van school haalt.

Slechte onderwijskwaliteit

59

Moeder:

“Op het moment dat mijn zoon naar school ging, wist de basisschool dat hij een spraakachterstand had. Mijn zoon heeft autisme. Autisme is moeite om te begrijpen wat een ander van jou verwacht, het niet goed kunnen aanvoelen van andere mensen en weinig aandacht voor de ander. Ook wisten ze op de basisschool dat hij dyspraxie had. Autisme was bij de basisschool bekend, van dyspraxie had de school nog nooit gehoord. Dyspraxie is dat je moeite hebt met motorische taken.” “Mijn zoon werd door het AMC behandeld in de periode dat hij naar de basisschool in Westerpark ging. Ik vertelde zijn leerkracht wat zijn vermoedelijke diagnose was. Dat het AMC zijn gedrag ging observeren en dat hij volgens het AMC extra hulp moest hebben. Uiteindelijk kreeg mijn zoon ook de diagnose dyspraxie. Het AMC zei: “We denken dat hij meer taalondersteuning nodig heeft. Dus laten we daarmee doorgaan en dan zien we wel hoe dat uitpakt als hij een jaar lang meer taalondersteuning heeft gehad.” “Zijn lerares op de basisschool zei dat hij deze stoornis niet had. Zij bleef zeggen: “Nee, dat heeft hij niet. Er is niets mis met hem.” Haar verklaring was dat kinderen moeite hebben met het leren van een tweede taal. Zijn tweede taal is Nederlands. Voor hij naar deze basisschool ging, sprak hij geen Nederlands. Thuis spreken we Engels.

Deze leerkracht zei: “Het is normaal dat een kind een tweede taal heel langzaam leert”. Dit staat haaks op het advies van het AMC: “Geef hem meer taalondersteuning in het Nederlands.” “Op deze basisschool was het voor mijn zoon en mij echt frustrerend. Hij startte daar in maart op zijn verjaardag. De school bleef ons maar tegenwerken. Tussendoor zag ik artsen die me vertelden: “Hij loopt achter, hij heeft extra hulp nodig.” En deze leerkracht van de basisschool zei: “Nee, hij is gewoon heel dromerig”. Dat is wat zij maar bleef zeggen. Deels klopt dat ook, soms is hij echt dromerig.”

Interviewer:

Weet deze leerkracht wat stoornissen als autisme en dyspraxie inhouden?

Moeder:

“Nee. Deze leerkracht zegt tegen mij: “Ik ben een lerares met 20 jaar ervaring en ik weet hoe je met kinderen moet werken, en dat weet jij niet.” Wat raar is. Want in Amerika werkte ik met kinderen van

60

Slechte onderwijskwaliteit

0 tot 4 in een normale omgeving en een normale kinderopvang. Door die ervaring wist ik dat er iets aan de hand was met mijn zoon. Ik heb normale kinderen zich zien ontwikkelen en ik heb ook kinderen met een achterstand zich zien ontwikkelen. Bij mijn zoon zag ik gedragskenmerken op zijn vierde en later ook op zijn zesde levensjaar die ik niet kon verklaren. Hij kan een puzzel voor een driejarige niet maken, maar hij kan wel een Sudoku maken. Als je hem een puzzel geeft van een kat in een veld die iets aan het doen is met maar 16 puzzelstukjes, dan kan hij die puzzel niet oplossen. Er gaat iets mis in zijn hersenen als hij naar visueel gecompliceerde informatie kijkt. Hij moet dan beslissen wat hij er vervolgens mee gaat doen en dat lukt niet. Maar als hij moet rekenen, of leren lezen, ben ik ervan overtuigd dat hij dat kan als de stof maar vaak genoeg wordt herhaald.” “Ik heb een gesprek gehad met de IB’er [Intern Begeleider], de logopediste en de juf om een aanvraag voor mijn zoon te doen bij het Kentalis Audiologisch Centrum Amsterdam. Mijn vraag was: “Kan mijn zoon extra hulp krijgen op school?” Zijn juf wilde de aanvraag niet indienen. Zij was er immers vast van overtuigd dat er niets aan de hand was met mijn zoon. En de IB’er zei tegen haar: “Kijk naar zijn taal, hij ontwikkelt zich anders dan de andere kinderen.

Je kunt zien dat het moeilijk voor hem is om taal te ontwikkelen en om taal vast te houden.” Verder zei de IB’er: “Het is echt belangrijk om deze aanvraag in te dienen zodat we hem kunnen helpen.” En de leerkracht van mijn zoon was alleen maar boos omdat we hulp voor mijn zoon vroegen. En tot op het allerlaatst zei zij dat hij geen hulp nodig had. En eigenlijk geloof ik dat deze juf van mening is dat ik de problemen van mijn zoon verzin.” “Mijn zoon is makkelijk in de omgang. Ik kan dat niet goed uitleggen. Daarom was ik zo verbaasd dat mijn zoon mij ineens smeekte om hem niet meer naar school te laten gaan. Ik dacht: hij is vier, dat is te jong om bang te zijn en een hekel aan school te hebben. Mijn zoon vertelde me dat de andere kinderen gemeen tegen hem waren. En ik kreeg ook meldingen van andere ouders en andere leerlingen uit de klas op school dat hij gepest werd.” Interviewer:

Gepest. En de leraar grijpt niet in?

Slechte onderwijskwaliteit

61

Moeder:

“Ja dat klopt. Ik vermoed dat dit deels een Nederlandse culturele opvatting is. Laat ik een voorbeeld geven. Een tijd geleden zag ik dat een Nederlands kind een ander kind duwde en aan haar haren trok. Haar moeder zag dat ook. Haar kind was net op die school begonnen. Ze stonden allemaal in de rij om één voor één naar het schoolplein te gaan. Het kind achter dit nieuwe meisje dat net vier was geworden, trok haar aan haar haar naar achteren in de rij. De moeder zei toen tegen de lerares: “Zag u dat ook? Dat kind trok haar naar achteren aan haar haren.” Niemand zei iets. En de juf zei: “Ja, ze moet leren voor zichzelf op te komen en tegen andere kinderen leren zeggen dat ze moeten ophouden.” “Zo’n advies kreeg ik regelmatig over mijn zoon. Hij moest van de school leren voor zichzelf op te komen. Er was een tijd, vlak voordat ik hem van school haalde, dat hij tegen mij zei: “Zij (de andere leerlingen) doen me vaak pijn”. Hij kwam thuis met blauwe plekken. En op een dag zag ik het volgende. Mijn zoon en andere kinderen speelden na school met elkaar, en een nieuw kind uit zijn klas sprong bovenop mijn zoon en sloeg hem op zijn hoofd. De moeder van het andere kind was er ook, en we hadden allebei zoiets van, oh, oh, oh, en we trokken de kinderen uit elkaar.” “Maar mijn zoon beweegt helemaal niet.

Als een kind een ander kind slaat, dan slaat dat kind terug en kan er een gevecht ontstaan. Maar mijn zoon is net een kleine schildpad. Hij kan zijn lichaam niet bewegen. Zijn brein kan niet zeggen: “Stop, ho.” Hij kan geen van die dingen doen. Dat zijn allemaal stappen die te ingewikkeld voor hem zijn. Dus daarom begrijp ik waarom hij thuiskomt met blauwe plekken.” “Verder kende ik heel wat ouders en oudere kinderen die zeiden dat de kinderen in de klas van mijn zoon zijn broek en ondergoed uittrokken, of tegen hem zeiden dat hij zijn broek en ondergoed moest uittrekken. Nu pas weten we zeker dat zijn diagnose autisme is. Toen was dat nog niet vastgesteld. Mijn zoon denkt gewoon niet na. Nee zeggen tegen iemand die hem zegt dat hij zijn broek of ondergoed moet uittrekken kan hij niet. Hij denkt niet: “Is dit iemand die ik wel kan vertrouwen? Of: “Waarom zeggen ze dat ik dat moet doen?” Of: “Wat moet ik nu doen?” Als je hem gewoon tegen hem zou zeggen: “Eet dat eten op of doe je broek uit”, dan doet hij dat.”

62

Slechte onderwijskwaliteit

“Toen ouders me dat vertelden, zei ik tegen hem: “Trek je broek of ondergoed niet naar beneden als mensen zeggen dat je dat moet doen, want dat is niet aardig.” Pas toen wist hij dat hij dat niet moet doen. Toch kreeg ik nog steeds berichten van andere kinderen op school die hem voortdurend vroegen zijn broek uit te trekken. Het was echt een verschrikkelijke situatie. Voortdurend belde ik zijn leerkracht en zei haar: “Mijn zoon extra hulp nodig”. Maar zij stemde daar niet mee in. Dat was de druppel die de emmer deed overlopen. Vlak voor zijn vijfde verjaardag haalde ik hem van deze school.” De ernstige problemen uit dit verhaal zijn helaas niet uniek. Ook andere ouders vertellen soortgelijke verhalen. Dit is het verhaal van een AntilliaansNederlandse moeder uit Amsterdam-Zuidoost over haar dochter: Interviewer:

Hebben ze ook niet bepaalde toetsen met haar gedaan via school? Om te kijken of ze dyslexie of wat anders had?

Moeder:

“Nee dat is niet het probleem. Mijn dochter had een leerachterstand. Die leerkrachten bleven maar op mij inpraten. De eindstand was dat ik heel erg boos was. Ik wist niet wat ik moest doen. Ik weet nog dat ik die dag ging huilen. Ik was echt boos. En toen heb ik maar getekend.”

Interviewer:

Waar heb je voor getekend?

Moeder:

“Voor die andere school.”

Interviewer:

Een speciaal onderwijs school?

Moeder:

“Ja, waar ze nu op school zit. Zij zeiden tegen mij van: “Ja als je haar hier op deze school laat en jouw dochter gaat naar groep 5, dan voelt zij echt die achterstand. Dan voelt zij dat ze er niet bij hoort.” Dat werd mij verteld door deze drie leerkrachten. Ik had toen zoiets van: “Ik stuur haar naar de bijles hier bij het buurthuis.” Verder begon ik ook uit mijn eigen zak op de zaterdag een bijles-dame te betalen. En nu heb ik een mevrouw waar mijn dochter naartoe gaat, en die is al op leeftijd, en die twee hebben een perfecte klik. Nu zie ik wat mijn dochter allemaal kan. Ik kijk mijn ogen uit. Want mijn dochter functioneert op een heel hoog niveau. Terwijl zij op het speciaal onderwijs zit, waar zij zich verveelt.

Slechte onderwijskwaliteit

63

Ze zegt het elke dag: “Mama ik verveel me op die school, we moeten elke dag makkelijke dingen doen, waarom zit ik eigenlijk daar?” En mijn dochter is boos op mij. Zij denkt dat ik haar op die school heb gezet. Ik heb haar gezegd: “Ik heb jou niet op deze school gezet, jouw vorige school heeft dat gedaan.” Desondanks is zij boos op mij.” Interviewer:

En hoe oud is ze nu?

Moeder:

“10 jaar. En die mevrouw van de bijles zegt: “Ik snap het niet? Jouw dochter kan zoveel. Allemaal in dat uur dat ze bij mij is. Alles wat zij doet is goed: rekenen, geld tellen. Ik snap het gewoon niet.” Ja deze bijles-mevrouw heeft echt een band met haar. En als ik kom, ik zit daar, en drink een kopje thee, dan zie ik dat mijn dochter vrolijk is. En eerst was mijn dochter boos. Zij zei: “Moet ik echt naar bijles?” En nu niet, ze gaat met plezier daarnaartoe. En ze is blij. Zij laat mij haar opdrachtjes zien. Zelf heb ik de conclusie getrokken dat mijn dochter hier blijft en dat ik dat maar uit mijn eigen zak moet betalen. En dat ik zorg dat zij in de toekomst naar een andere school gaat.” “Op grond van deze informatie van de bijles-dame had ik een gesprek op de speciaal onderwijs school en die juffrouw zei tegen mij: “Ik mag jou dit eigenlijk niet vertellen, maar mijn gevoel zegt me dat jouw dochter niet op deze school hoort.” Een andere moeder die aanwezig is bij het gesprek vraagt: “Maar kunnen ze dan niet bepaalde toetsen doen zodat ze dan wel weer een stapje hoger gaat?”

Interviewer:

Weet jij of er de mogelijkheid is om van het speciaal onderwijs weer naar het regulier onderwijs te gaan?

Andere moeder: “Ja, want zij verveelt zich.” Moeder:

“Ja, mijn dochter doet wel haar werk. Maar zij zegt tegen mij: “Mama dit is echt saai.” En ze zegt ook: “Op die school zitten rare kinderen.”

Andere moeder: “Dat is zielig.” Interviewer:

Wat bedoelt ze met rare kinderen?

Moeder:

“Er is een jongen die haar elke dag pest en treitert.”

64

Slechte onderwijskwaliteit

Interviewer:

Ook dat nog.

Moeder:

“Ja, dat komt er ook nog erbij.”

Interviewer:

Mag dat zomaar?

Moeder:

“Ik ben voor dat pesten al een paar keer naar die school geweest. En ik wacht nu totdat zijn ouders komen. Ik hoop dat dit pesten stopt.”

Het kind zit een jaar later nog steeds op het speciaal onderwijs omdat er nog steeds geen andere plek is. We hebben ook verhalen opgehaald bij experts, mensen die in de gemeenschappen met de ouders werken. We spraken met een medewerkster van Marokkaanse afkomst van een van de vrouwengroepen in Amsterdam-Oost. Volgens haar worden leerlingen al snel gelabeld als ‘te druk’ of ‘heeft een gedragsprobleem’. Zij is van mening dat leerkrachten meer moeten leren omgaan met de verschillende soorten leerlingen en niet ‘handelingsverlegen’ zijn: “Ik vind dat kinderen van immigranten snel het stempel krijgen: “Ze zijn te druk.” Meteen wordt gezocht naar: hebben ze ADHD, of ADD. Dan denk ik: “Ja, maar jij bent handelingsverlegen. Want wat nodig is voor het kind is een leraar, die zich aanpast aan het kind, aan haar/zijn leeftijd en omgeving.” Deze medewerkster vertelt als voorbeeld over een leerling op het vmbo: “Er werd gezegd: “Wij kunnen deze leerling niet meer in de klas hebben.” De school vond dat hij één op één begeleiding in een apart klaslokaal moest hebben. Want één op één begeleiding in de klas, werkte niet. Nog steeds was hij onhandelbaar, maar onhandelbaar tussen aanhalingstekens, want ik heb zijn gedrag geobserveerd. Op een gegeven moment voelt het kind zich buitengesloten, en voelt zich anders. En het draait niet meer om het kind.

Het draait om, ja… wij als school vinden hem hier niet passen en het werkt niet. Dus in een aparte ruimte, niet in de klas, ochtends en de middags mocht ie maar een half uurtje in de klas met die één op één begeleiding. En als er geen één op één begeleiding was, dan moesten de ouders hem thuishouden. Ik zou hem in ieder geval niet op die school hebben gelaten. Dat heb ik ook aangegeven aan de ouders. Voor de eigen veiligheid van jullie kind. Voor zijn sociaal-emotionele ontwikkeling zou ik hem van deze school afhalen. Want anders houdt hij daar klachten aan over.”

Slechte onderwijskwaliteit

65

Samenvatting De ouders en leerlingen die in het thema Onderwijskwaliteit aan het woord komen geven aan dat zij zich benadeeld en slecht behandeld voelen door leerkrachten, de schoolleiding of andere onderwijsprofessionals op de scholen. De ouders vertellen over slecht onderwijs. Daarmee bedoelen zij een lerarentekort, gebrekkige of geen begeleiding bij leerproblemen of onzorgvuldige en ook onterechte doorverwijzing naar het speciaal onderwijs. Ouders die daar in het belang van hun kind tegen in opstand komen, voelen zich vaak machteloos tegenover de school. Het burgerberaad moet zich ervan bewust zijn dat wij hier alleen de ouders en de leerlingen aan het woord hebben gelaten. Wij hebben hun verhalen opgehaald. Wij hebben de leerkrachten en de scholen niet gevraagd om hun kant van het verhaal te vertellen, want zover reikte het project niet. De verhalen van ouders en leerlingen geven ons een inkijkje over wat er in het Amsterdamse onderwijs gebeurt. Het was voor ons belangrijk dat de ouders en leerlingen hun ervaringen in hun eigen woorden hebben kunnen vertellen.

De vraag aan het burgerberaad is welke mogelijke oplossingen zijn er te geven om de problemen die hier worden gesignaleerd te voorkomen? Een belangrijk onderwerp is het lerarentekort met als gevolg minder lessen, of lessen door inval leerkrachten of niet gekwalificeerde leerkrachten waardoor de onderwijskwaliteit achteruitgaat. Het lerarentekort is een thema wat veel in het nieuws is, maar wat vooral als een probleem voor de schoolleiding wordt gepresenteerd. De verhalen laten concreet zien dat door het lerarentekort onderwijsachterstanden ontstaan met praktische gevolgen voor leerlingen. De meest kwetsbare leerlingen, vluchtelingenkinderen en leerlingen op het praktijkonderwijs bijvoorbeeld, lijken onevenredig vaak te maken te hebben met een slechte onderwijskwaliteit. Een vraag voor het burgerberaad is wat moeten de scholen concreet doen om de opgelopen achterstanden bij deze leerlingen weg te werken? Een tweede belangrijk onderwerp dat uit de interviews naar voren komt is het gebrek aan passende begeleiding door leerkrachten en andere begeleiders bij leer- en gedragsproblemen. Ook dit onderwerp is al vaak onderwerp van discussie geweest. We zien dat dit onderwerp ertoe kan leiden dat de school en de ouders recht tegenover elkaar kunnen komen te staan, in plaats van dat zij naast elkaar, in het belang van het kind, tot een gezamenlijke aanpak en oplossing proberen te komen.

De verhalen laten zien dat ouders zich in toenemende mate machteloos voelen. Dat kan zijn omdat de school de problemen niet wil onderkennen, of de oorzaak van de problemen niet ziet. Vaak ziet volgens de verhalen de school de behoeftes en kwaliteiten van het kind niet. Dit leidt tot een vertrouwensbreuk met de school waardoor samenwerken met de school voor ouder en kind steeds moeilijker en uiteindelijk zelfs onmogelijk wordt.

66

Slechte onderwijskwaliteit

De vraag aan het burgerberaad is: hoe kan de negatieve spiraal doorbroken worden in het belang van ouders, leerlingen als school? De verhalen, ten slotte, laten zien dat de migranten en andere ouders van kleur die wij gesproken hebben, net zoals andere ouders, opkomen voor hun kinderen. Deze ouderbetrokkenheid moeten wij als samenleving koesteren. Het kind moet weten en voelen dat ouders achter het kind staan en het kind ondersteunen. Deze (toenemende) mondigheid van ouders is een thema dat wordt besproken onder leerkrachten en andere onderwijsprofessionals. Daar waar veertig jaar geleden het thema was dat migrantenouders niet voldoende ondersteuning aan hun kinderen konden bieden in het onderwijs, lijken scholen nu vooral te klagen over migrantenouders die krachtig voor hun kinderen opkomen.

De vraag aan het burgerberaad is:

1

“Hoe kunnen we ervoor zorgen dat scholen de ouders elkaar niet zien als tegenstanders, maar als bondgenoten? Wat is daarvoor nodig? Wie zou daarin een rol kunnen spelen?”

2

Maar ook: “Waar kunnen ouders terecht als zij zich machteloos voelen tegenover een schoolorganisatie waarvan zij afhankelijk zijn voor het onderwijs en welzijn van hun kind?”

Slechte onderwijskwaliteit

67

Onveilige situatie op school

5. Onveilige situatie op school

Introductie Veel ouders en leerlingen vertelden ons over hun ervaringen met een onveilige situatie op school. Het gaat daarbij vaak om pestgedrag of om fysiek geweld door medeleerlingen. Sommige ouders vertelden hoe zij dit hebben aangekaart bij de leerkrachten en hoe er op gereageerd is. In dit hoofdstuk komt ook aan bod hoe leerlingen zich door bepaalde leerkrachten ongelijk behandeld voelen of ervaren dat een bepaalde leerkracht het speciaal op hen heeft gemunt. Geweldsincidenten en andere onveilige situaties op school zijn al jaren onderwerp van gesprek in schoolbesturen en ouderraden, maar ook in de media en de politiek. De situaties die we in dit hoofdstuk bespreken, zijn niet uniek en niets nieuws. In de meeste publicaties over dit onderwerp ligt de nadruk op hoe vaak incidenten voorkomen en hoe ernstig die zijn. De verhalen van ouders en leerlingen gaan vooral over wat dit soort incidenten en een onveilige sfeer op school doet met de leerlingen en ouders die er slachtoffer van zijn. We horen regelmatig uit de verhalen dat de school niet of nauwelijks reageert op de incidenten en de onveilige situatie. Mede door het gebrek aan steun en interventies escaleren situaties, zo laten onze voorbeelden zien.

70

Onveilige situatie op school

Pesten Hoe pesten begint, weten we niet. Wat we wel weten is dat kinderen door andere leerlingen vanwege hun huidskleur worden gediscrimineerd, worden weggezet als ‘nerd’, of worden gepest omdat ze er anders uit zien, iets niet kunnen, of omdat ze gedrag vertonen dat afwijkt van de norm. Pesten op school kan gaan om: uitschelden, roddelen, belachelijk maken, isoleren, achtervolgen, bedreigen, tot fysiek geweld aan toe. Het volgende verhaal van een moeder van Marokkaanse afkomst en haar dochter laat zien dat de school in gebreke blijft. De moeder zoekt uiteindelijk zelf hulp voor haar dochter. Moeder:

“Als mijn dochter een moeilijk woord gebruikt, dan kijken ze haar aan alsof ze gek is. “Wat zegt ze nou allemaal?” Ze lachen haar ook een beetje uit. Alleen omdat mijn dochter een moeilijk woord gebruikt.”

Interviewer:

Door wie werd je gepest?

Dochter:

“Medeleerlingen. Ik probeer het te vergeten (dochter huilt)”.

Interviewer:

Wie pestte jou?

Dochter:

“Het is een meisje. Die haalde ook andere leerlingen er bij die van alles tegen mij roepen. Van school naar huis werd ik achtervolgd, en belachelijk gemaakt.”

Interviewer:

Zoals?

Dochter:

”Op mij reageren, en naar mij kijken. Op school zeggen dat ik dom ben. Mij uitlachen. Heel raar. Ook werd ik een keer op zaterdag door deze meisjes achtervolgd. Ze hadden zoiets, we blijven je achtervolgen, want je kan niet harder fietsen, we halen je toch weer in.”

Interviewer:

Heb je jouw mentor daarop aangesproken?

Dochter:

“Hij ging met het meisje in gesprek.”

Moeder:

“Ze hebben de kanjer trainingen op school, maar tijdens de mentorlessen is hier nooit over gepraat. Dat ze nu uiteindelijk weerbaarder is, daar ben ik ontzettend blij om, maar dat heeft ons veel geld gekost”.

Interviewer:

Wat bedoel je met: “Dat heeft ons veel geld gekost?”

Onveilige situatie op school

71

Moeder:

“Mijn dochter heeft sessies gehad met een psycholoog. Praten over pesten en zorgen dat zij weerbaar wordt. De school doet niks, maar dan ook echt helemaal niks. De school heeft alleen een stomme, hoe noem je dat ook alweer, kanjertraining. Een pest protocol met een training, maar alles is verkeerd aan die kanjertraining10. Aan het pesten wordt niks gedaan, er wordt niets opgelost. De enige oplossing is dat het gepeste kind altijd hulp moet gaan zoeken. Kortom, het gepeste kind moet iets doen, maar de pester niet!”

Een andere moeder van Surinaamse afkomst stapt ook naar de school omdat haar kind wordt gepest. Ook deze school onderneemt geen actie. Daarop onderneemt de moeder zelf maar actie. Haar gewaagde initiatief leidt gelukkig wel tot resultaat. Moeder:

“Toen de pesterijen begonnen ben ik meteen naar school gegaan. Tegen de Intern Begeleider heb ik toen gezegd: “Als moeder heb ik ook voor de klas gestaan.” Ik zei tegen haar: “De kinderen gaan zo meteen naar het voortgezet onderwijs en dus moeten we dat pesten nu oplossen.” Mijn voorstel is: ‘Laten we de ouders van de pesters bijeen halen en laat de kinderen vertellen waarom zij pesten”.

Interviewer:

Ja, dat lijkt me een goed idee.

Moeder:

“En dan kunnen de kinderen zelf aangeven waarom ze pesten. De anderen, de slachtoffers, kunnen dan vertellen wat het met je doet als je wordt gepest. En zo kunnen wij als ouders de school helpen. Dat voorstel werd niet in dank afgenomen. Ondertussen zag dat mijn jong wegkwijnde. Vervolgens heb ik gezegd: “Waar wonen die meisjes? Mag ik hun namen?” Ik ben toen aan de deur geweest bij de meiden thuis. Hun ouders wisten niets van het pesten af. Wel had de school een bulletin rondgestuurd over problemen in de klas. Maar die ouders wisten niet dat hun kinderen de pesters waren. Dus pas toen ik aan de deur kwam, bij de mensen thuis, toen werd door de ouders gezegd: “Oh, is dit wat er allemaal op school gebeurd?” “Ik reageerde ook zo omdat ik als kind zelf ook gepest werd op school. Dus ik weet wat het met je doet. Het breekt je. Het doet me pijn dat de pesters niet worden gestraft.”

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14896837/1