CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Aanvulling raadsadres dd 04-02-2021 inzake evaluatie Bestuurlijk Stelsel

RAAD 10 februari 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Raadsadres van een burger inzake herziening van het Reglement van Orde voor verruiming van het inspraakrecht en herziening van de Verordening op het Lokaal Bestuur.1.856 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanvulling raadsadres dd 04-02-2021, met inspraak bij Raadscommissie KDD evaluatie bestuurlijk stelsel Geachte Gemeenteraad van Amsterdam, De Verordening op het Lokaal Bestuur 2018 draait de machtsverhouding tussen gemeenteraad en College van B en W radicaal om. In strijd met ons constitutioneel bestel, Grondwet en Gemeentewet, werd B&W effectief hoogst gezag in de gemeente. De Dagelijkse Besturen in de stadsdelen, door B&W benoemde ambtenaren zijn verlengde arm van B&W, door de gemeenteraad nauwelijks gecontroleerd. Sindsdien ontberen de Dagelijkse Besturen van de stadsdelen in Amsterdam eigen democratische gezagslegitimatie, nu zij als beslissingsbevoegde ambtenaren niet langer worden benoemd uit de door burgers rechtstreeks gekozen decentrale volksvertegenwoordigers. Tegenover deze ambtenaren hebben de direct gekozen leden van de Stadsdeelcommissies nog slechts adviserende bevoegdheid zonder controlerende bevoegdheid. Dat is géén volksvertegenwoordiging. Inspraak, geen medezeggenschap. Het bestuurlijke evaluatierapport noemt vijf alternatieven voor de toekomst, ontleend aan de discussie over de doelstellingen van het bestuurlijk stelsel in 2014. Maar tot 2014 hadden wij volwaardige stadsdeelraden, in macht vergelijkbaar met deelgemeenten.

Het Rijk schafte deze mogelijkheid at waarop Amsterdam koos voor bestuurscommissies per stadsdeel, met gekozen algemeen bestuur en door/uit hun midden gekozen aan hen verantwoordingsplichtig dagelijks bestuur. Dat pad is verlaten. Toch noemt u alternatief 1: het 'basismodel' voortzetten, met optimalisaties. Welk stelsel vormt nu het basismodel? De stadsdeelraden van vóór 2014, de gekozen bestuurscommissies van 2014-2018 met democratische legitimatie of het stelsel sinds 2018 daarzonder: Amsterdam als ambtelijk directoraat? Laat Amsterdam niet 'voortmodderen' met het huidige stelsel met onmondige volksvertegenwoordiging op stadsdeelniveau. Schaf de stadsdelen als decentrale bestuurslaag af. Laat de gemeenteraad zijn rol als volwaardige politieke volksvertegenwoordiging, met recht van amendement en initiatief, waarmaken. Het model Centraalplus houdt vast aan een decentraal ambtelijk apparaat, georganiseerd per stadsdeel. Al wilt u dat deze onderling intensief overleggen, is centralisatie van het ambtelijk apparaat hard nodig om een op alle vlakken, juridisch, technisch, wetenschappelijk en economisch deskundige ambtenarij te kunnen stellen tegenover het op al deze vlakken sterk van deskundige afdelingen voorzien bedrijfsleven. Een versnipperd ambtelijk apparaat kan tegenover grote industriële en financiële multinationals geen vuist maken, deze niet het hoofd bieden.

Dat leidt tot uitverkoop en gentrificatie van Amsterdam. Eén wethouder per stadsdeel direct verantwoordelijk jegens de gemeenteraad is beter dan stadsdelen. Het huidige en andere decentrale bestuurlijke stelsels voor Amsterdam grijpen diep in de democratische verhoudingen in, tasten de democratische rechten van rond de 800.000 burgers en ingezetenen aan. Ik verzoek u tot opheffing van het huidige bestuurlijk stelsel, alle macht weer te hernemen, terug te brengen bij raadscommissies en gemeenteraad als onze rechtsreeks gekozen volksvertegenwoordiging. Onze Grondwet (artikel 125) bepaalt, dat de Gemeenteraad aan het hoofd staat van de Gemeente. De raad is dus het hoogste bestuurlijk gezagsorgaan binnen de Gemeente, niet het College van B&W; De Grondwet (artikel 128 jo. artikel 124, eerste lid) attribueert de bevoegdheid tot regeling en bestuur

1

inzake hun gemeentelijke huishouding aan de gemeentelijke besturen: primair de gemeenteraad, daarnaast maken B&W hier 'ook' deel van uit. Het woordje 'ook' stelt B&W op het tweede plan. De Gemeentewet legt het primaat bij de gemeenteraad. De gemeenteraad benoemt en ontslaat de wethouders. De rechter mengt zich niet in de reden van hun ontslag. De raad stelt verordeningen vast. De Gemeentewet verdeelt de bestuurlijke bevoegdheden tussen Gemeenteraad, College van B&W en de burgemeester, staat hen in de artikelen 82, 83 en 84 toe elk voor hun eigen bevoegdheden bestuurlijke commissies in te stellen, zoals de raadscommissies door de gemeenteraad (artikel 82). Maar volgens artikel 128 Grondwet krijgen slechts bij besluit van de gemeenteraad andere organen dan de in artikel 125 Gw. genoemde gemeenteraad, College van B&W en burgemeester bevoegdheid tot regeling en bestuur (art. 124 Gw.). Eigenmachtige instelling door het College van B&W of de burgemeester van eigen bestuurscommissies vanuit artikel 83 of andere commissies vanuit artikel 84 onder delegatie van de hun onderscheidenlijk toegekende bevoegdheden staat op gespannen voet met de grondwet. Dat mag alleen de gemeenteraad doen bij verordening. Bij delegatie gaat de bestuursmacht over, bij mandaat blijft deze bij de mandaatgever berusten.

De Dagelijkse Besturen van de stadsdelen, benoemd door B&W, handelen krachtens mandaat namens B&W. Aansturing van deze ambtelijke stadsdeelbesturen door B&W en hun taakuitoefening in de 'voorbereiding' van besluitvorming, die bij de gemeenteraad thuishoort en daar haar besluit vindt, die aldus zowel bevoegdheden van B&W als ook van de gemeenteraad uitoefenen, is buitenwettelijk, ongrondwettig. De gekozen stadsdeelcommissies zijn nog slechts machteloze adviseurs. De Gemeenteraad kan wethouders tussentijds ter verantwoording roepen, maar stadsdeelbesturen niet. Voormalig Minister van Binnenlandse Zaken, Ronald Plasterk schreef u op 26 september 2017 een brief, toen u de Verordening op het Lokaal Bestuur 2018 opstelde, met uw daarin vervat Mandaatsbesluit. Hij was kritisch over gebruik van mandaat als rechtsfiguur, zag meer in delegatie, maar achtte zich niet bevoegd om voorafgaand aan de gemeentelijke besluitvorming hierop bestuurlijk toezicht uit te oefenen. Zijn antwoord kan daarom niet ter legitimatie van het huidige Amsterdamse bestuurlijk stelsel dienen. Ik vraag u het huidige bestuurlijk stelsel op te heffen, alle macht terug te geven aan de gemeenteraad als rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordiging, gediend door een gecentraliseerd ambtelijk apparaat. Het is zinvol de Afdeling Advisering Wetgeving van de Raad van State om advies te vragen.

Hoogachtend en met vriendelijke groet,

Bijgevoegd: — brief dd 26-09-2017 van Minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk aan het College van B&W — brief dd 10-02-2017 van Minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk aan het College van B&W — brief dd 17-01-2017 van College van B&W van Amsterdam aan Minister van Binnenlandse Zaken

2

Minister Plasterk van Binnenlandse Zaken hield op 26-09-2017 een forse slag om de arm; ik citeer: "U schrift nu dat er bij de vormgeving van het nieuwe bestuurlijk stelsel voor is gekozen om de vakinhoudelijke bevoegdheden aan de bestuurscommissies (waarvan de leden door het college worden benoemd) te mandateren en om met name algemene bevoegdheden te delegeren. U vraagt mij of hiermee wordt voldaan aan het kader en de bedoelingen van de Gemeentewet. Delegatie en mandaat Zoals ik in mijn brief van 10 februari heb geschreven, vormt delegatie van bevoegdheid een wezenskenmerk van een bestuurscommissie. Het bestaansrecht van de bestuurscommissies is met name gelegen in de aard en betekenis van de overgedragen bevoegdheden. Deze bevoegdheden oefenen de bestuurscommissies met een zekere zelfstandigheid en op eigen naam uit, hoewel zij verantwoording verschuldigd zijn aan de raad of het college als instellend orgaan en ook aan interbestuurlijk toezicht onderworpen zijn. (mijn onderstrepingen, AJvdV) De Gemeentewet staat er niet aan in de weg dat daarnaast aan bestuurscommissies bevoegdheden worden gemandateerd. Gemandateerde bevoegdheden worden namens en onder directe verantwoordelijkheid van de mandaatgever uitgeoefend, welke ook algemene en bijzondere aanwijzingen kan geven.

Ik constateer dat in het huidige voorstel een aanzienlijk aantal — hoofdzakelijk uitvoerende bevoegdheden wordt gemandateerd. Uw college kiest hiervoor gelet op — zoals u dat zelf noemt — het uitgangspunt van verlengd lokaal bestuur. Daarnaast is echter ook een aantal algemene bevoegdheden aan de bestuurscommissies gedelegeerd. Voor uw keuze heb ik begrip; het valt echter lastig te beoordelen waar precies de grens ligt in een toelaatbare verhouding tussen delegatie en mandaat. Op basis van de mij beschikbare informatie ga ik er van uit dat u nauwgezet heeft getracht het juiste evenwicht te vinden tussen gedelegeerde en gemandateerde bevoegdheden. Een evenwicht ook tussen enerzijds recht doen aan het kader van de Gemeentewet en de bedoeling van de wetgever, maar anderzijds ook de zorg voor een effectieve bestuurlijke inrichting binnen de cornplexiteit van een stad als Amsterdam. Daarbij merk ik op dat wel vraagtekens kunnen worden geplaatst bij het delegeren van de bevoegdheid om nadere regels te stellen ten aanzien van de uitvoering van de gemandateerde bevoegdheden. De bestuurscommissies zouden dan op eigen naam nadere regels stellen ten aanzien van bevoegdheden die zij namens het college uitoefenen.

Het zou logischer zijn als zij bevoegd waren om nadere regels te stellen ten aanzien van bevoegdheden die zij ook op eigen naam uitoefenen, welke dus zijn gedelegeerd in plaats van gemandateerd. (...) Het is in beginsel niet de verantwoordelijkheid van de minister van BZK Afdeling inrichting openbaar om op voorhand een oordeel te geven over de rechtmatigheid van gemeentelijke beleidsvoornemens, Ik moet dan ook een slag om de arm houden bij de beoordeling van uw voornemens." (mijn onderstreping AlvdV)

3

Grondwet Artikel 124, Grondwet (onderscheid tussen gemeentelijke autonomie in het eerste lid en medebewind in het tweede lid van dit artikel) : 1Voor provinciens en gemeenten wordt de bevoegdheid tot regeling en bestuur inzake hun huishouding aan hun besturen overgelaten. 2 Regeling en bestuur kunnen van de besturen van provincies en gemeenten worden gevorderd bij of krachtens de wet. Artikel 125, Grondwet: 1 Aan het hoofd van de provincie en de gemeente staan provinciale staten onderscheidenlijk de gemeenteraad. Hun vergaderingen zijn openbaar, behoudens bij de wet te regelen uitzonderingen. 2 Van het bestuur van de provincie maken ook deel uit gedeputeerde staten en de commissaris van de Koning, van het bestuur van de gemeente het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester. Artikel 127, Grondwet: Provinciale staten en de gemeenteraad stellen, behoudens bij de wet of door hen krachtens de wet te bepalen uitzonderingen, de provinciale onderscheidenlijk de gemeentelijke verordeningen vast. Artikel 128, Grondwet Behoudens in de gevallen bedoeld in artikel 123, kan de toekenning van bevoegdheden, als bedoeld in artikel 124, eerste lid, aan andere organen dan die, genoemd in artikel 125, alleen door provinciale staten onderscheidenlijk de gemeenteraad geschieden. Gemeentewet, Hoofdstuk V.

De commissies, Artikel 82, Gemeentewet: 1 De raad kan raadscommissies instellen die besluitvorming van de road kunnen voorbereiden en met het college of de burgemeester kunnen overleggen. Artikel 83, Gemeentewet: 1. De raad, het college of de burgemeester kan bestuurscommissies instellen die bevoegdheden uitoefenen die hun door de raad, het college, onderscheidenlijk de burgemeester zijn overgedragen. Hij regelt daarbij de taken, de bevoegdheden, de samenstelling en de werkwijze, daaronder begrepen de wijze waarop hij inzage heeft in de stukken waaromtrent door een bestuurscommissie geheimhouding is opgelegd. Deze inzage kan slechts worden geweigerd voor zover zij in strijd is met het openbaar belong. 2. De burgemeester en de wethouders zijn geen lid van een door de raad ingestelde bestuurscommissie. Leden van de raad zijn geen lid van een door het college of de burgemeester ingestelde bestuurscommissie. Artikel 84, Gemeentewet: 1. De raad, het college of de burgemeester kan andere commissies dan bedoeld in de artikelen 82, eerste lid, en 83, eerste lid, instellen. 2. Artikel 83, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing 3. De road, het college onderscheidenlijk de burgemeester regelt ten aanzien van een door hem ingestelde andere commissie de openbaarheid van de vergaderingen. (...) Artikel 85, Gemeentewet 1.

De road, het college of de burgemeester regelt ten aanzien van een door hem ingestelde bestuurscommissie de verantwoording aan de raad, het college, onderscheidenlijk de burgemeester.

'

3. Voor zover zulks in verband met de aard en de omvang van de overgedragen bevoegdheden nodig is, regelt de road, het college aide burgemeester het overige toezicht op de uitoefening van de bevoegdheden door een door hem ingestelde bestuurscommissie. Dit overige toezicht kan mede de goedkeuring omvatten van de beslissingen van een bestuurscommissie. (...)

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9729473/1