Aanvulling 13 februari 2022
Tekst van het document
Aanvulling 13-2 Geachte Gemeenteraad van Amsterdam, Het is vreemd en druist in tegen de formeelwettelijke regels en bedoeling van de coördinatieregeling in de Wro (afdeling 3.6 Wro en artikel 3.8 Wro als hier een bestemmingsplan deel van uitmaakt), dat jullie als raadsleden de ONTWERP-omgevingsvergunning niet voorgelegd krijgen door B&W, bij de voordracht aan de raad om Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B vast te stellen. Men kan zelfs overtuigend stellen, dat ALS de vaststelling van een bestemmingsplan en een omgevingsvergunning en/of andere bestuurlijke besluiten (van B&W) gecombineerd worden, dan de GEMEENTERAAD ook bevoegd wordt om over de omgevingsvergunning te besluiten, dwz. over de wenselijkheid ervan, de vergunbaarheid en dat het College van B&W dan EERST GROEN LICHT nodig heeft van de Gemeenteraad voor verlenen van de omgevingsvergunning. Deze overdenkingen las ik op Omgevingswet: Gemeentelijke Coördinatieregeling in de Wro.
Onbekend maakt Onbemind: https://www.omgevingsweb.nl/nieuws/gemeentelijkecoordinatieregeling-de-wro-onbekend-maakt-onbe/ 2/5 Kunnen alle besluiten op hetzelfde moment door hetzelfde bestuursorgaan worden genomen? " Je zou denken, eenvoudig zo' n coördinatieregeling! De voorbereiding van besluiten ten behoeve van een ruimtelijk project vindt gelijktijdig plaats, de terinzageleggingen voor de zienswijzenprocedure en voor de beroepstermijn vindt tegelijkertijd plaats. Dus zou je denken, dan zal ook de besluitvorming zelf wel gelijktijdig kunnen en moeten plaatsvinden. Bij bijvoorbeeld een vaststellingsbesluit van een bestemmingsplan (waarbij de gemeenteraad het bevoegde orgaan is), en een omgevingsvergunning (bouwvergunning), waarbij Burgemeester en Wethouders bevoegd zijn, zou je denken dat dan de gemeenteraad als hoogste orgaan op het moment dat het bestemmingsplan wordt vastgesteld, ook over de omgevingsvergunning (bouwvergunning) kan besluiten. Het staat niet in de wet dat dit niet zou kunnen. Belangrijker is echter dat niet in de wet staat dat dit wèl zou mogen. Hieruit moeten we de conclusie trekken dat de gemeenteraad niet ook de omgevingsvergunning(en) kan verlenen." Die laatste conclusie deel ik niet! Want de Grondwet verklaart de raad tot hoogste orgaan en de Gemeentewet werkt dit nader uit.
Ik citeer relevante constitutionele bepalingen: Grondwet Artikel 124 1 Voor provincies en gemeenten wordt de bevoegdheid tot regeling en bestuur inzake hun huishouding aan hun besturen overgelaten. 2 Regeling en bestuur kunnen van de besturen van provincies en gemeenten worden gevorderd bij of krachtens de wet. Dit is het onderscheid tussen gemeentelijke autonomie (lid 1) en medebewind (lid 2) Artikel 125 1 Aan het hoofd van de provincie en de gemeente staan provinciale staten onderscheidenlijk de gemeenteraad. Hun vergaderingen zijn openbaar, behoudens bij de wet te regelen uitzonderingen. 2 Van het bestuur van de provincie maken ook deel uit gedeputeerde staten en de commissaris van de Koning, van het bestuur van de gemeente het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester. Gemeentewet Titel III. De bevoegdheid van het gemeentebestuur Hoofdstuk VIII. Algemene bepalingen § 1. Inleidende bepalingen Artikel 108 154 1 De bevoegdheid tot regeling en bestuur inzake de huishouding van de gemeente wordt aan het gemeentebestuur overgelaten.
2 Regeling en bestuur kunnen van het gemeentebestuur worden gevorderd bij of krachtens een andere dan deze wet ter verzekering van de uitvoering daarvan, met dien verstande dat het geven van aanwijzingen aan het gemeentebestuur en het aan het gemeentebestuur opleggen of in zijn plaats vaststellen van beslissingen, slechts kan geschieden indien de bevoegdheid daartoe bij de wet of krachtens de wet bij provinciale verordening is toegekend. 3 Onverminderd het bepaalde in de artikelen 110, vijfde lid, 119, vierde lid en 120, tweede lid, worden de kosten, verbonden aan de uitvoering van het tweede lid, voor zover zij ten laste van de betrokken gemeenten blijven, door het Rijk aan hen vergoed. Hoofdstuk IX. De bevoegdheid van de raad Artikel 147 1 Gemeentelijke verordeningen worden door de raad vastgesteld voor zover de bevoegdheid daartoe niet bij de wet of door de raad krachtens de wet aan het college of de burgemeester is toegekend. 2 De overige bevoegdheden, bedoeld in artikel 108, eerste lid, berusten bij de raad. 3 De overige bevoegdheden, bedoeld in artikel 108, tweede lid, berusten bij het college, voor zover deze niet bij of krachtens de wet aan de raad of de burgemeester zijn toegekend. Artikel 147a 1 Een lid van de raad kan een voorstel voor een verordening of een ander voorstel ter behandeling in de raad indienen.
2 De raad regelt op welke wijze een voorstel voor een verordening wordt ingediend en behandeld. 3 De raad regelt op welke wijze en onder welke voorwaarden een ander voorstel wordt ingediend en behandeld. 4 De raad neemt geen besluit over een voorstel dan nadat het college in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van de raad te brengen. Artikel 147b 1 Een lid van de raad kan een voorstel tot wijziging van een voor de vergadering van de raad geagendeerde ontwerp-verordening of ontwerp-beslissing indienen. 2 Het tweede lid van artikel 147a is van overeenkomstige toepassing. Hoofdstuk X.
De bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders Artikel 160 1 Het college is in ieder geval bevoegd: a.het dagelijks bestuur van de gemeente te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet de raad of de burgemeester hiermee is belast; b.beslissingen van de raad voor te bereiden en uit te voeren, tenzij bij of krachtens de wet de burgemeester hiermee is belast; c.regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van de gemeente, met uitzondering van de organisatie van de griffie; d.tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente te besluiten; e.te besluiten namens de gemeente, het college of de raad rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij de raad, voor zover het de raad aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist; f.ten aanzien van de voorbereiding van de civiele verdediging; g.jaarmarkten of gewone marktdagen in te stellen, af te schaffen of te veranderen. 2 Het college besluit slechts tot de oprichting van
en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raad een ontwerp-besluit is toegezonden en in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. 3 Het college neemt, ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding, alle conservatoire maatregelen en doet wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit. Artikel 169 1 Het college en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan de raad verantwoording schuldig over het door het college gevoerde bestuur. 2 Zij geven de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. 3 Zij geven de raad mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. 4 Zij geven de raad vooraf inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder e, f, g en h, indien de raad daarom verzoekt of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente.
In het laatste geval neemt het college geen besluit dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. 5 Indien de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder f, geen uitstel kan lijden, geven zij in afwijking van het vierde lid de raad zo spoedig mogelijk inlichtingen over de uitoefening van deze bevoegdheid en het terzake genomen besluit. Het verlenen van een omgevingsvergunning, waaronder een bouwvergunning, is een publiekrechtelijke, rechtshandeling, een bestuurlijk besluit van een overheidsorgaan, geen civielrechtelijke rechtshandeling. De Gemeenteraad blijft hier dus volledig bevoegd gezag. Al voert het college het dagelijks bestuur, kan de gemeenteraad, als hoogste gezag binnen de gemeente, altijd een bestuurlijk besluit aan zich trekken. Vooral: als B&W van de raad vragen om een bestemmingsplan goed te keuren, dat een omgevingsvergunning vergunbaar maakt! Zoals nu gebeurt met Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B. U behoort in de gemeenteraad het besluit TOT AL DAN NIET door B&W overgaan tot vergunningverlening minstens tot onderwerp van VERANTWOORDING maken. Daartoe behoeven jullie ALLE inlichtingen, bij het besluiten over vaststelling van het Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B in elk geval over de ONTWERP-omgevingsvergunning en de MER-notitie.
Het is bizar, dat AL DEZE stukken wel ter inzage hebben gelegen bij de Stadsdeelcommissie Centrum en gepubliceerd zijn ter kennisname door omwonenden en andere belangstellende burgers, maar dat het College van B&W deze niet bij agendapunt 27 aan de raad overlegt! De Gemeenteraad, is het hoogste gezag in Amsterdam, NIET B&W met de DB's van de SDC's! Bovendien ontbreken de adviezen van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, de ruimtelijke verkenning door Irene Klarenbeek, senior stedenbouwkundige van R&D en het advies van Monumenten & Archeologie, met uitvoerige historische schets en bepaling van de (zeer) hoge stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden van deze werf en directe omgeving. Die zijn enkel deels in de Toelichting op het ontwerp-bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B verwerkt.