A.RaadsinformatiebriefAmsterdamseArmoedemonitor2024enBredemonitor.pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 20 oktober 2025 Armoedebestrijding en Schuldhulpverlening Wethouder Moorman Directie Werk, Participatie en Inkomen, bestuurszaken.wpi@amsterdam.nl Amsterdamse Armoedemonitor 2024 en Brede Monitor Armoederegelingen juli 2025
Geachte leden van de gemeenteraad, De Amsterdamse Armoedemonitor verschijnt jaarlijks en bevat de belangrijkste cijfers over armoede in stad. De monitor is gebaseerd op de meest recente armoededata van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), die gaan over het jaar 2023. Daarnaast wordt in de armoedemonitor het bereik van een aantal gemeentelijke armoederegelingen beschreven in 2024. In de Brede monitor armoederegelingen wordt meer in detail ingegaan op het gebruik van deze regelingen in de eerste helft van 2025. In deze brief wordt nader ingegaan op beide documenten. In 2023 is een einde gekomen aan een daling van tien jaar van de armoede in de stad. Het aantal huishoudens met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum en weinig vermogen steeg in dit jaar met 3.000 tot 71.200. Dit is 15,9% van alle Amsterdamse huishoudens. Naar verwachting zal de toename doorzetten, en zullen ook de armoedecijfers over 2024 een lichte stijging laten zien. De cijfers laten zien dat nog steeds een grote groep Amsterdammers maandelijks van weinig geld moet rondkomen en ondersteuning nodig heeft voor bijvoorbeeld noodzakelijke uitgaven voor hun kinderen of om mee te kunnen doen in de stad. Onze armoederegelingen blijven dus hard nodig om deze Amsterdammers te ondersteunen.
Het college blijft daarom landelijk pleiten voor verhoging van het sociaal minimum, zodat inwoners minder afhankelijk worden van deze regelingen. Ook landelijk en in andere grote gemeenten nam het aantal huishoudens met een laag inkomen toe.
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 20 oktober 2025 Pagina 2 van 5
Figuur 1 Percentage en aantal Amsterdamse huishoudens met een laag inkomen (< 130% van het sociaal minimum) en weinig vermogen (< bijstandsnorm).
Meer minimahuishoudens, maar ook iets meer te besteden De stijging van de armoedecijfers in de stad heeft verschillende oorzaken. In de eerste plaats zorgde de instroom van Oekraïense ontheemden voor een toename van het aantal huishoudens met een laag inkomen. Ten tweede was er vanaf eind 2022 sprake van een lichte daling van de conjunctuur, waardoor meer huishoudens van een uitkering moesten leven. Een derde oorzaak heeft te maken met de armoededefinitie die wordt gehanteerd en de stijging van het minimumloon in 2023. Deze stijging had een tegenstrijdig effect op de armoedecijfers. De grensbedragen waarmee wordt bepaald of er sprake is van een laag inkomen worden afgeleid van het minimumloon. 1 De stijging van het minimumloon zorgde hierdoor voor een iets ruimere afbakening en (op papier) meer huishoudens met een laag inkomen. Gelijktijdig zorgden koopkrachtmaatregelen zoals de verhoging van het minimumloon en in het verlengde hiervan de bijstand en de AOW ook voor meer bestedingsuimte voor huishoudens met een krappe portemonnee. Landelijk steeg de koopkracht van huishoudens met een bijstandsuitkering in 2023 met 2,2 procent en van werknemers met 1,1 procent (CBS, 2024). Dit geldt echter niet voor alle huishoudens. De verhoging van het minimumloon heeft geen direct effect op het inkomen van alle werknemers en uitkeringsgerechtigden, of van zelfstandig ondernemers.
Landelijk bestaan er verschillende armoededefinities. In 2024 introduceerden CBS, SCP en Nibud een nieuwe landelijke armoedegrens die in beeld brengt hoeveel mensen een inkomen onder de absolute ondergrens hebben. 2 Een belangrijk element in deze landelijke methode is dat er 1 De hoogte van deze grensbedragen is afhankelijk van de huishoudsamenstelling. Voor een paar is het normbedrag gelijk aan 130 procent van het wettelijk minimumloon bij een 36-urige werkweek (in 2023 € 1.510). De normbedragen voor andere huishoudtypen zijn hiervan afgeleid. 2
CBS, SCP, Nibud (2024) De nieuwe methode om armoede in Nederland te meten.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 20 oktober 2025 Pagina 3 van 5
rekening wordt gehouden met uitgaven en vaste lasten. In de Amsterdamse armoedemonitor zijn uitgaven en vaste lasten niet meegenomen en wordt uitsluitend gekeken naar het inkomen. Volgens de nieuwe landelijke methode ligt het armoedepercentage in Amsterdam aanmerkelijk lager dan het percentage uit de Amsterdamse Armoedemonitor, namelijk op 6,6% 3. Armoede ongelijk verdeeld over de stad De stadsdelen Zuidoost (22%), Nieuw-West (19%) en Noord (19%) hebben het grootste aandeel huishoudens dat maandelijks met weinig geld moet rondkomen. 45% van alle minimahuishoudens woont in deze 3 Stadsdelen. De cijfers bevestigen het beeld dat extra ondersteuning in deze gebieden nodig is. Vanuit het Masterplan Zuidoost, het Nationaal programma samen Nieuw-West en Aanpak Noord werken we met een integrale langjarige aanpak om kansengelijkheid, bestaanszekerheid en leefbaarheid te verbeteren. Specifiek op het gebied van armoedebestrijding, zetten we in op een breed pallet aan Stadspasactiviteiten in deze gebieden. Naast populaire activiteiten in het centrum zoals Artis of het Rijksmuseum, kunnen pashouders hierdoor ook in hun eigen buurt activiteiten ondernemen zoals een bezoek aan een bioscoop, repaircafé of zwembad. Hiermee wordt de drempel tot deelname verlaagd en is men minder afhankelijk van vervoer.
Ook is de Flying Squad veelvuldig in Zuidoost, Noord en Nieuw-West aanwezig om bewoners te informeren over het gemeentelijke aanbod van armoederegelingen. Huishoudens met één inkomen zijn kwetsbaar De meerderheid van de huishoudens met een laag inkomen en weinig vermogen zijn eenpersoonshuishoudens. Een relatief groot aandeel van de alleenstaanden in Amsterdam behoort tot de groep minima, namelijk 22 procent. Dat geldt ook voor eenoudergezinnen, waarvan 32 procent een laag inkomen en weinig vermogen heeft. Beide groepen moeten rondkomen van één inkomen, wat hen financieel kwetsbaarder maakt. Het percentage minderjarige kinderen dat opgroeit in een gezin met weinig geld groeide van 15,5% in 2022 naar 16,2% in 2023. Door vergrijzing nam het aantal minima AOW'ers toe van 23.700 in 2022 tot 24.800 in 2023. Voor een belangrijk gedeelte zijn dit gepensioneerde Amsterdammers die in het buitenland geboren zijn en hierdoor minder AOW en pensioen hebben opgebouwd. Naast gepensioneerden, zijn Amsterdammers met een bijstandsuitkering (37.100) de grootste groep die van weinig geld moet rondkomen. Er zijn ook werknemers (17.400) en zelfstandigen (10.100) die maandelijks weinig bestedingsruimte hebben. Van hen moeten 7.000 werknemers en 2.700 zelfstandigen al langdurig (tenminste 3 jaar) van een laag inkomen moeten leven.
Waar gepensioneerden en bijstandsgerechtigden vaak langduriger een laag inkomen hebben, is bij werkende armen deze periode meestal korter en weten veel van hen na 1 of 2 jaar hun inkomen weer te verhogen tot boven de armoedegrens. Om inkomensverbetering voor deze groep te stimuleren wordt sinds 2021 de pilot werkende minima uitgevoerd waarbij door opleiding of toeleiding naar meer of beter betaald werk wordt gewerkt aan meer bestedingsruimte. Na een positieve evaluatie met 3
In de raadsinformatiebrief over de nieuwe landelijke armoedegrens d.d. 24 oktober 2024 wordt toegelicht waardoor deze nieuwe rekenmethode in 2023 leidt tot een relatief hoog armoedecijfer in Amsterdam.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 20 oktober 2025 Pagina 4 van 5
veelbelovende resultaten (zie bijlage), waarbij een aanzienlijk deel van de deelnemers hun inkomen heeft verbeterd, zal deze pilot ook in 2026 worden voortgezet. Hoog bereik onder bijstandsgerechtigden en AOW'ers, extra inzet op werkende minima 70% van de huishoudens met een laag inkomen en weinig vermogen maakte in 2024 gebruik van gemeentelijke armoederegelingen als de Stadspas, de collectieve zorgverzekering voor minima, of gratis vervoer voor ouderen. Het bereik onder huishoudens met minderjarige kinderen is 78%. Onder huishoudens met kinderen tussen 12 jaar en 17 jaar is dit 83%. Huishoudens met een bijstandsuitkering (98%) en AOW'ers (77%) worden het beste bereikt. Omdat bijstandsgerechtigden allemaal in beeld zijn bij de gemeente kan aan hen relatief eenvoudig gemeentelijke armoederegelingen worden toegekend. Voor andere groepen Amsterdammers met een laag inkomen geldt dit niet en moeten zij eerst worden gevonden voordat aan hen armoederegelingen kunnen worden toegekend. Dit geldt in het bijzonder voor werkende armen. Waar na het eerste jaar 13% (2023: 9%) van de zelfstandigen en 25% (2023: 22%) van de werknemers wordt bereikt met armoederegelingen nemen deze percentages na het derde jaar laag inkomen toe tot respectievelijk 28% (2023: 28%) en 72% (2023: 67%).
Om werkende armen zo goed mogelijk te bereiken zetten we in op vindplaatsen zoals samenwerkingen met werkgevers en uitzendbureaus en communicatie die zich specifiek op deze groep richt. En in het verlengde van het Wetsvoorstel proactieve dienstverlening dringt Amsterdam er bij het Rijk op aan om door het beter delen van gegevens tussen overheden meer huishoudens die nog niet in beeld zijn bij de gemeente te kunnen bereiken. Toename aantal minima leidt tot meer gebruikers minimaregelingen Uit de brede monitor armoederegelingen komt naar voren dat het bereik van een aantal armoederegelingen in het eerste halfjaar van 2025 licht toeneemt. De Stadspas is de regeling met het hoogste bereik met in totaal 126.252 pashouders in juli 2025. Dit is een kleine toename ten opzichte van een jaar eerder, toen het aantal pashouders 123.654 bedroeg. Ook bij de vervoersregelingen voor minima scholieren, AOW'ers en mantelzorgers is een lichte toename te zien. Hetzelfde geldt voor de Regeling Tegemoetkoming Meerkosten (RTM) voor chronisch zieken en gehandicapten en de collectieve zorgverzekering voor minima (CZM). Het aantal huishoudens dat klant is van Voedselbank Amsterdam is met ongeveer een kwart gestegen ten opzichte van het eerste halfjaar van voorgaande jaren.
Een verklaring hiervoor is dat Voedselbank Nederland begin 2025 een landelijke bereikactie heeft uitgevoerd wat leidde tot een toename van het aantal aanmeldingen in de eerste zes maanden van 2025. Ook verbeteringen in het intakeproces in 2024 spelen hierbij mogelijk een rol. Tot 2026 voldoende middelen om huidige armoedebeleid voort te zetten Ter afsluiting wil ik benadrukken dat onze armoederegelingen van groot belang zijn ter ondersteuning van onze minima, zolang het sociaal minimum niet toereikend is. Dankzij onze armoederegelingen zoals het kindtegoed en het PC-tegoed kunnen kinderen worden voorzien van essentiële schoolspullen. Door de stadspas kunnen minima genieten van een uitje of deelnemen
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 20 oktober 2025 Pagina 5 van 5
aan een activiteit in hun buurt en oudere minima kunnen door het gratis OV actief blijven meedoen in de stad. In de armoedemonitor 2024 zien we helaas dat het aantal huishoudens dat van weinig geld moet rondkomen weer iets toeneemt en de verwachting is dat deze lijn zich voortzet. Voor 2025 en 2026 heeft het college zich ingespannen om extra middelen voor armoedebestrijding vrij te maken zodat het budget op niveau is gebleven. Hierdoor kan het huidige pakket van gemeentelijke armoederegelingen in deze jaren worden gecontinueerd. Vanaf 2027 is er sprake van een teruggang van het armoedebudget met € 8 mln. door het wegvallen van tijdelijke middelen, dat in 2028 oploopt naar € 16 mln. Als in de nieuwe collegeperiode geen aanvullende middelen beschikbaar komen, zal het op termijn nodig zijn om keuzes te maken.
Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Marjolein Moorman Wethouder Armoedebestrijding
Bijlagen 1. Amsterdamse Armoedemonitor 2024 2. Brede monitor armoederegelingen t/m juli 2025 3. Evaluatie pilot werkende minima
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl