CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A. Raadsinformatiebrief terugkoppeling onderzoeken groei SO en vrijstellingen.pdf

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 13 september 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Terugkoppeling van de uitkomsten van onderzoeken in relatie tot de groei Speciaal Onderwijs en stijging aantal vrijstellingen in Amsterdam (VN2023-017746)4.054 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief

Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 21 juni 2023 Onderwijs Marjolein Moorman OJZ bestuurszaken.ojz@amsterdam.nl Terugkoppeling van de uitkomsten van onderzoeken in relatie tot de groei Speciaal Onderwijs en stijging aantal vrijstellingen in Amsterdam

Geachte leden van de gemeenteraad, In de afgelopen jaren valt het op dat steeds meer kinderen naar het Speciaal Basis Onderwijs (SBO) en in het bijzonder naar het Speciaal Onderwijs (SO) gaan. Deze ontwikkeling stelt de stad voor een lastige uitdaging en gaat in tegen de ambitie om zoveel mogelijk kinderen passend onderwijs te bieden in hun eigen omgeving, op reguliere scholen. Momenteel kan het leerlingenvervoer de stijgende vraag niet bijbenen. Ook zijn er in Amsterdam bijna geen plekken meer op SO-scholen voor kinderen in de basisschoolleeftijd. In het Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO) is deze stijging overigens (nog) niet merkbaar. Door de volle SO-scholen stagneert de instroom van kinderen op deze scholen. Het gaat hierbij om kinderen met specifieke ondersteuningsvragen die doorstromen vanuit de kinderopvang en reguliere (voor)scholen. Maar ook om kinderen uit zorgvoorzieningen die toe zijn aan SO. Dit zijn bijvoorbeeld kinderen met een verstandelijke of meervoudige beperking die naar medische kinderdagcentra (KDC) gaan. Ik vind dit een zorgelijke ontwikkeling, omdat hiermee deze groep kwetsbare kinderen in de knel dreigt te komen. Naast de opvallende groei in het SO, valt het ook op dat het aantal kinderen met een vrijstelling op grond van artikel 5 sub a van de Leerplichtwet stijgt.

Dit zijn kinderen die een vrijstelling krijgen van de leerplicht op basis van lichamelijke of psychische beperkingen. Een deel van deze groep zou mogelijk ook gebruik kunnen maken van het SO, omdat zij in hun ontwikkeling op de grens zitten van het net wel of net niet kunnen volgen van onderwijs. Dit roept vragen op als: Welke rol speelt dit gegeven bij de groei van het SO? Neemt het SO meer kinderen op die anders een vrijstellingen zouden krijgen? Als dat zo zou zijn, zou je verwachten dat het aantal vrijstellingen afneemt, of in ieder geval niet toeneemt, zoals nu. Toch zien we deze trend wel in Amsterdam, net als in de andere G4-gemeenten. Vanuit de gemeente is daarom samen met het Samenwerkingsverband Primair Onderwijs (SWV PO) een aantal onderzoeken uitgezet om goed zicht te krijgen op waar deze groei vandaan komt. Het SWV PO heeft de verantwoordelijkheid om te zorgen voor een passende onderwijsplek voor ieder kind in de stad. De toenemende druk op het SO maakt het lastig voor het SWV om aan deze taak uitvoering te geven. Naast het SWV PO zijn ook Orion (schoolbestuur SO) en de

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

21 juni 2023 Pagina 2 van 9

Jeugdgezondheidszorg (JGZ) bij deze onderzoeken betrokken. Aanvullend hierop heeft de gemeente, samen met de G4, een onderzoek laten uitvoeren naar de stijging van vrijstellingen op grond van artikel 5 sub a van de Leerplichtwet. Zoals ik u eerder heb toegezegd in de raadscommissie van 28 september, wil ik u met deze raadsbrief informeren over de uitkomsten van deze onderzoeken, te weten: 1. Doorverwijzingen naar speciaal (basis)onderwijs binnen het SWV PO: welke trends zien we en welke factoren spelen een rol? Dit onderzoek is uitgevoerd door een onderzoeker van Oberon voor het SWV PO over de schooljaren 2017/2018 – 20212022 (opgeleverd: dec ’22) 2. Overstappers vanuit het regulier onderwijs naar het S(B)O: welke rol spelen kind- en schoolkenmerken bij deze overstap? Dit onderzoek is uitgevoerd door O&S over de schooljaren 2018/’19 - 2020/’21 (nov ’22). 3. Verdiepend dossieronderzoek naar achterliggende kind- en gezinskenmerken van toename aantal 4-jarigen in het SO (dec ’22). Dit onderzoek is uitgevoerd door de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) in aanvulling op eerder onderzoek van het SWV PO naar de toename van 4-jarigen (mrt ’22). 4. Dit dossieronderzoek raakt ook aan het onderzoek van Orion naar het aantal ingrijpende levenservaringen dat leerlingen van het SO en VSO hebben meegemaakt in hun jonge leven (mrt ’22). 5.

Onderzoek naar stijging van de vrijstellingen op grond van de Leerplichtwet artikel 5 sub a. In opdracht van de G4 onderzocht door het Kohnstamminstituut over de jaren 2017-2022 (mei ‘23). Hieronder nemen we u mee in de belangrijkste inzichten uit deze rapporten wat betreft de trends en bepalende factoren van de groei van S(B)O; en de ontwikkelingen en mogelijke oorzaken van de stijging van het aantal vrijstellingen onder artikel 5 sub a. Tot slot geef ik aan hoe we deze inzichten meenemen in ons beleid om er samen met onze partners in de stad voor te zorgen dat alle kinderen in de stad gelijke en optimale onderwijskansen krijgen.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

21 juni 2023 Pagina 3 van 9

Trends rondom de groei van het S(B)O De gemeente en het SWV PO signaleren meerdere trends rondom de groei van het S(B)O. In figuur 1 is de groei van het leerlingaantal op het S(B)O en VSO visueel weergegeven voor de jaren 2017 tot en met 2023. Het leerlingaantal op het SO is in 2022-‘23 het meest toegenomen met 26% t.o.v. 2017-‘18. In dezelfde periode is het leerlingaantal op het SBO gestegen met 18% en op het VSO licht gedaald met 0,6%.

Groei leerlingaantal S(B)O en VSO 2000 1800 1600 1400 1200 1000

2017-'18

2018-'19

2019-'20

SBO

2020-'21 SO

2021-'22

2022-'23

VSO

Figuur 1: Lijndiagram groei leerlingaantal S(B)O en VSO in 2017 tot en met 2023

Meer overstappers vanuit het regulier onderwijs De onderzoeken van het SWV PO en O&S laten zien dat in 2022 meer kinderen zijn overgestapt vanuit het regulier onderwijs naar het SO t.o.v. 2018. Zo blijkt uit de onderzoeken dat het aantal overstappers met 17% is toegenomen. Het aantal kinderen dat is overgestapt naar het SBO is in deze periode daarentegen gedaald met 20%. Hierbij valt op dat vooral jongens worden doorverwezen naar het S(B)O: +/- 66% op het SBO en +/- 75% op het SO. Ook is het opmerkelijk dat we met name een stijging zien bij vier- en vijfjarigen die overstappen. Dit zijn kinderen die kort op het regulier onderwijs hebben gezeten en overstappen naar het SO. Toename directe instroom van 4-jarigen Naast de toename van het aantal overstappers naar het SO, is ook het aantal 4-jarigen dat direct instroomt in het SO gestegen. Een groot deel van deze groei komt door een stijging van het aantal verwijzingen vanuit (medische) KDC’s, zo laten de onderzoeken van het SWV PO en JGZ zien. Meer verwijzingen naar cluster 4 Als we verder inzoomen in het type scholen binnen het SO, zien we dat vooral de vraag naar cluster 4 scholen flink is gegroeid. Dit zijn scholen voor kinderen met ernstige stoornissen of ernstige gedragsproblemen. In 2022 is het aantal kinderen met een cluster 4 advies gestegen met bijna 80% t.o.v. 2018, zo blijkt uit gegevens van SWV PO.

Bepalende factoren groei Volgens de onderzoeken van het SWV PO, JGZ, Orion en O&S spelen meerdere factoren een rol bij de groei van het S(B)O. Zo blijkt dat het merendeel te maken heeft met de omstandigheden waarin kinderen opgroeien. Grofweg: kinderen die opgroeien in kwetsbare gezinnen en die wonen

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

21 juni 2023 Pagina 4 van 9

in kwetsbare gebieden/wijken hebben meer kans om te worden doorverwezen naar speciale voorzieningen. In het bijzonder als ze ook nog naar een school gaan waar veel kinderen met risico op onderwijsachterstanden zitten, waar veel wisselingen zijn onder het onderwijspersoneel en die te maken hebben met een groot lerarentekort. Opmerkelijk is dat met name kleine scholen kinderen vaker doorverwijzen. Een mogelijke verklaring hiervoor zou kunnen zijn dat het voor deze scholen lastiger is om een goede zorgstructuur op te zetten, zo geeft het SWV PO aan. Grote verschillen per stadsdelen Gezien de bepalende rol van omgevingsfactoren, zien we een groot verschil tussen stadsdelen en het aantal kinderen dat wordt doorverwezen naar het S(B)O. Zo stappen kinderen in Zuidoost relatief het vaakst over naar een S(B)O en in Centrum en Diemen het minst vaak 1. Ook zien we dat scholen in Zuidoost kinderen het vaakst doorverwijzen naar het S(B)O en scholen in Zuid het minst 2. Als we inzoomen op het aantal verwijzingen vanuit reguliere scholen naar het SO, valt met name op dat het doorverwijzingspercentage in Nieuw West flink is gestegen. In dit stadsdeel zien we een verdubbeling in schooljaar ’21-22 ten opzichte van ’17-’18, zoals blijkt uit cijfers van het SWV PO. Het doorverwijzingspercentage in Zuidoost is in z’n totaliteit het hoogst in deze periode.

3 Door de opeenstapeling van factoren zien we dat (voor)scholen minder in staat zijn te voldoen aan ondersteuningsbehoeften van leerlingen, en daardoor relatief veel leerlingen doorverwijzen naar het SO (met name naar cluster 4). Deze factoren zijn niet nieuw, maar de impact van corona en het groeiend lerarentekort lijken een katalyserende werking te hebben gehad. Link met toenemend aantal kwetsbare gezinnen We weten dat met name kwetsbare gezinnen extra hard zijn geraakt door de coronaperiode. De onderzoeken van Orion en de JGZ laten zien dat op cluster 4 scholen veel leerlingen zitten die opgroeien in kwetsbare thuissituaties. Bijna 44% van de leerlingen hebben acht of meer ingrijpende levenservaringen meegemaakt op vaak al jonge leeftijd (in de leeftijd van 0-3 jaar). Het gaat hierbij om ervaringen zoals lichamelijke, emotionele mishandeling/verwaarlozing, of ouders met psychische problematiek, in detentie, met verslavingen en vechtscheiding.4 Ook zien we in de dossieranalyse van 4-jarigen in het SO terug dat er in de gezinnen vaak sprake is van bestaanszekerheidsproblematiek. Hiernaast is er bij een derde van de onderzochte dossiers sprake van kinderen die (veel) te vroeg zijn geboren of een slechte start hebben meegemaakt in de geboorteperiode.5

1 O&S, Overstappers vanuit het regulier onderwijs naar het S(B)O, analyses over de schooljaren 2018/’19 - 2020/’21,

in opdracht van gemeente Amsterdam en SWV PO (nov ’22). 2 SWV PO, Doorverwijzingen naar speciaal (basis)onderwijs binnen het SWV PO, analyses over de schooljaren

2017/2018 – 2021-2022 (dec ’22) 3 idem 4 Evelyne C. P. Offerman 1, Michiel W. Asselman e.a , Prevalence of Adverse Childhood Experiences in Students with Emotional and Behavioral Disorders in Special Education Schools from a Multi-Informant Perspective, international journal of environmental research and public health (mrt ’22) 5 JGZ, aanvullende analyse met verdiepend inzicht in de achterliggende kind- en gezinskenmerken van 4-jarigen (dec ’22)

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

21 juni 2023 Pagina 5 van 9

Dit maakt het aannemelijk dat de toenemende druk op kwetsbare gezinnen in onze stad door groeiende bestaansonzekerheid in combinatie met de naweeën van corona van invloed zijn op de groei van het SO. Bij kinderen kan deze toenemende druk en stress zich uiten in lastig verstaanbaar gedrag, wat de vraag naar cluster 4 onderwijs zou verklaren voor kinderen met ernstige gedragsproblematiek. Meer kinderen van zorg naar SO Hiernaast zien we bij de 4-jarigen die direct het SO instromen, kinderen die door programma’s als “Gezonde en Kansrijke start” 6 eerder worden gesignaleerd en behandeld en daardoor de overstap kunnen maken naar SO. Voorheen zouden zij naar zorgvoorzieningen (blijven) gaan, als medische KDC’s. We zien dit als een positieve ontwikkeling, omdat zo meer kinderen onderwijskansen krijgen in de stad. Echter is het wel opmerkelijk dat we tegelijkertijd ook zien dat de druk op KDC’s en het aantal kinderen met een vrijstelling blijft toenemen. Toename van het aantal vrijstellingen De opvallende groei van het SO is ook een aanleiding geweest om de stijging van het aantal vrijstellingen op basis van artikel 5a nader te onderzoeken. Het Kohnstamminstituut heeft hiervoor in 2022 opdracht gekregen van de G4, die allen deze stijging constateerden.

Bij deze vrijstellingen gaat het om kinderen die vanwege een ernstige meervoudige verstandelijke beperking niet in staat zijn om een vorm van onderwijs te volgen, ook geen SO. In Amsterdam ging het in schooljaar 2017-2018 om 348 kinderen; in 2021-2022 om 484 kinderen: dat is 0,42% van alle leerplichtige Amsterdamse leerlingen (5-17 jaar). Figuur 2 toont aan dat Amsterdam in vergelijking met de andere gemeenten in de G4 de kleinste stijging kent: 28,6% sinds 2017 (ter vergelijking: Rotterdam: 42,3%, Den Haag: 79,8%, Utrecht: 33,7%).

Stijging aantal vrijstellingen op basis van artikel 5a in percentages 100% 80% 60% 40% 20% 0%

Amsterdam

Rotterdam

Den Haag

Utrecht

Figuur 2: Staafdiagram stijging aantal vrijstellingen op basis van artikel 5a sinds 2017 per stad

Grootste stijging bij oudere kinderen De meeste vrijstellingen worden in Amsterdam toegekend aan kinderen van vijf jaar. Het aantal 5jarigen met een vrijstelling is t.o.v. 2017 licht gestegen: 14 kinderen meer kregen deze vrijstelling. 6

https://www.ggd.amsterdam.nl/gezonde-en-kansrijke-start-amsterdam/

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

21 juni 2023 Pagina 6 van 9

Zij gaan dan naar een KDC, waar op een andere manier aan hun ontwikkeling wordt gewerkt. Om te kijken of een kind met een vrijstelling niet toch een vorm van onderwijs kan volgen, wordt getoetst bij het SWV of er niet toch een onderwijsaanbod mogelijk is. Opvallender is echter dat in Amsterdam vooral het aantal vrijstellingen artikel 5 sub a voor kinderen vanaf 6-11 jaar is toegenomen (+ 76 kinderen) en –in mindere mate - ook voor de groep van 12-17 jaar in dezelfde periode (+ 46 kinderen). Factoren die een rol spelen Kohnstamm benoemt verschillende factoren die een rol spelen bij de stijging, op basis van interviews met direct betrokkenen: • Bij de lichte stijging bij 5-jarigen noemen professionals de eerdere en betere signalering als mogelijke reden. Hierdoor wordt al bij jonge kinderen opgemerkt dat ze specifieke zorgondersteuning nodig hebben. • Verder lijkt het haperen van de keten een belangrijke factor te zijn: er zijn wachtlijsten in zorg en SO. Door het personeelstekort bij de zorg, kinderopvang en op (SO) scholen is er minder capaciteit en expertise voor het begeleiden van kinderen die extra aandacht nodig hebben. Dat leidt tot meer kinderen in het SO, zodat het SO op zijn beurt minder plaatsen en personele capaciteit heeft voor kinderen, die nog meer extra zorg en begeleiding nodig hebben om onderwijs te kunnen volgen.

Gevolg daarvan is dat er vaker een vrijstelling wordt aangevraagd voor die kinderen, die nu niet meer terecht kunnen. Ook voor de zogenoemde onderwijs-zorg groepen zijn er nu wachtlijsten. Dat zijn kleine groepen in het SO, met kinderen die heel veel zorg nodig hebben. • Jeugdartsen geven ook aan dat er meer (heel) vroeggeboren kinderen en kinderen met genetische aandoeningen in leven blijven, doordat er door medisch vooruitgang meer mogelijk is. Als er sprake is van een medische en psychische beperking bij deze kinderen, kan dit eraan bijdragen dat er een toename is in het aantal kinderen dat een vrijstelling krijgt. • Als het gaat om de groep kinderen van 6 jaar en ouder blijkt volgens de geïnterviewde professionals dat het onderwijs niet altijd voor alle kinderen voldoende passend is. Er zijn kinderen die vastlopen in het onderwijs. Dit zijn volgens de geïnterviewden onder meer hoogbegaafde kinderen en/of kinderen met autisme. Na een kortere of langere tijd proberen in het onderwijs, blijkt de situatie toch te ingewikkeld voor school en/of ouders en kind, wat reden kan zijn voor een vrijstellingsaanvraag. Hierbij speelt mogelijk ook de ervaring van ouders een rol tijdens de coronatijd, dat hun kind thuis beter af is.

• Specifiek bij de groep van 17 jaar (15 leerlingen in 20221/2022) spelen andere redenen: hier gaat het vaak om jongeren die vastgelopen zijn in hun onderwijsloopbaan (bijv. door psychische problematiek). Beleidsinzichten en vervolg De verschillende onderzoeken bevestigen dat de groei van het S(B)O en de stijging van het aantal vrijstellingen verweven is met andere maatschappelijke uitdagingen in onze stad, zoals het enorme lerarentekort, tekorten binnen de kinderopvang, lange wachtlijsten bij jeugdhulp en de bestaanszekerheid die onder druk staat. Dit werkt grotere kansenongelijkheid in de hand.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

21 juni 2023 Pagina 7 van 9

Dit leert ons dat er geen makkelijke oplossing is voor het probleem, maar dat het vraagt om integrale benadering waarbij alle partners vanuit onderwijs, jeugd, en het armoededomein nauw samenwerken om gelijke onderwijskansen te bieden aan alle kinderen in onze stad. Als wethouder Onderwijs, Jeugd en Armoede heb ik mij er daarom ook hard voor gemaakt dat deze sterke samenwerking één van de speerpunten is – naast o.a. goede onderwijskwaliteit en aanpak personeelstekorten - in de nieuwe onderwijs ambitieagenda 2023-3027 die ik heb opgesteld met onderwijspartners uit de stad (kinderopvang, schoolbesturen, SWV’en, en mboinstellingen). Eind mei heb ik u geïnformeerd over deze ambitieagenda. In dit plan spreken we de gezamenlijke ambitie uit om te bouwen aan inclusieve kinderopvang en onderwijs in de stad. Dit doen we vanuit een sterke pedagogische basis op en om (voor)school door krachtige samenwerking tussen onderwijs, jeugdhulp, zorg en welzijn. De (voor)school is een plek waar alle kinderen en jongeren welkom zijn en zich samen kunnen ontwikkelen. Als daarbij ondersteuning nodig is krijgt het kind of de jongere die tijdig en zoveel mogelijk in de eigen omgeving. Naast het kind en de jongere bieden we waar nodig ook ondersteuning aan het hele gezin om de thuissituatie te verbeteren en kansenongelijkheid tegen te gaan.

Zo zorgen we dat de komende jaren meer kinderen onderwijs volgen in hun eigen omgeving en in een reguliere setting. En gaan we verwijzingen vanuit het regulier naar het SO tegen. In lijn met deze ambities stellen we de gemeenteraad voor het aantal Familiescholen in Amsterdam uit te breiden 7, gericht op het versterken van de pedagogische basis voor elk kind door nauwe samenwerking tussen school en gezin, met waar nodig ondersteuning in de thuissituatie (vaak gerelateerd aan bestaanszekerheidsproblematiek). Op basis van de inzichten van bovenstaande onderzoeken, hebben we er expliciet voor gekozen in het voorstel op te nemen dat de subsidieregeling vanaf komend schooljaar ook open staat voor SO-cluster 4 scholen. Zo kunnen de scholen gebruik maken van deze subsidie om te investeren in ondersteuning van de kwetsbare gezinnen op hun school. We werken deze ambitie de komende maanden verder uit in gezamenlijkheid met de SWV’en en in nauwe afstemming met kinderopvang, schoolbesturen en jeugdpartners (als het Ouder- en Kindteam en specialistische jeugdzorgaanbieders). Hierbij hebben we speciale aandacht voor het jonge kind, omdat hier de knelpunten in de doorstroom het grootst zijn. Met zorgaanbieders, kinderopvang, het SWV PO en gemeente focussen we bij de jonge kinderen op de beweging naar voren, inzet dichtbij de ouders en kinderen in hun eigen omgeving.

We werken toe naar inclusievere kinderopvang, zo kunnen kinderen in hun eigen omgeving naar de opvang en voorschool. We voegen extra zorg en/of specialistische expertise toe voor de kinderen en ouders die dit nodig hebben. De ouderbetrokkenheid wordt bevorderd en er is hierbij extra aandacht voor die ouders die ondersteuning nodig hebben. Zo zorgen we dat achterliggende problematiek wordt opgepakt. Voor het PO en VO zetten we samen een stap naar voren richting inclusief onderwijs in de stad. Dit doen we door het ondersteunen van reguliere scholen met kennis en kunde uit het SO en het 7

De beleidsbrief familiescholen is geagendeerd voor de raadscommissie van 7 juni 2023

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

21 juni 2023 Pagina 8 van 9

stimuleren van nauwe samenwerking tussen reguliere en SO-scholen. Hier bovenop versterken we scholen en kinderopvang vanuit de gemeente met inzet vanuit welzijn, jeugdhulp en bestaanszekerheid. Dit doen we door samen verder te bouwen aan sterke expertisenetwerken op/om school vanuit SO, OKT, buurtteam en (specialistische) jeugdhulp, aansluitend bij ondersteuningsvragen van kind en gezin. Zo brengen we de hulp en kennis naar het kind en gezin in plaats van het kind te verplaatsen naar specialistische voorzieningen. Hierbij richten we ons op die scholen en die gebieden waar inzet het hardst nodig is. Om te bepalen welke inzet waar nodig is, maken we gezamenlijke analyses waarbij we data en inzichten over ondersteuningsvragen vanuit onderwijs, jeugdhulp en bestaanszekerheid bundelen. Zo zorgen we dat de inzet en aanbod goed op elkaar is afgestemd, voorkomen we overlap en zorgen we voor een goede spreiding over de stad. Binnen de gezamenlijke ambitieagenda met de SWV’en zetten we er tevens op in dat meer kinderen onderwijs volgen die nu een vrijstelling hebben en/of volledig naar zorg gaan. Dit doen we door o.a.: - Het versterken van de samenwerkingen tussen leerplicht, SWV, en JGZ op de afgiftes van vrijstellingen op basis van art. 5 sub a.

We willen ervoor zorgen dat het onderwijsperspectief goed wordt meegenomen en voorkomen dat vrijstellingen worden ingezet bij het ontbreken van passende onderwijsplekken doordat er te weinig doorstroming is in het systeem. - Te onderzoeken wat er nodig is om kinderen die eerst op school zaten en vervolgens een vrijstelling hebben gekregen toch onderwijs kunnen laten volgen. Daarbij kijken we ook goed naar de overgang po-vo. Daarnaast bekijken we met de SWV’en in hoeverre het nodig en mogelijk is het aanbod voor kinderen met internaliserend gedrag te verbeteren. Door de aard van de problematiek zijn zij soms later in beeld. - Leerplicht geeft extra aandacht aan de vrijstellingenprocedure door in de aanloop naar een mogelijke aanvraag scherper met scholen en Samenwerkingsverband te kijken of een vorm van (ander) onderwijs mogelijk is. Ook zal Leerplicht, als de aangewezen GGDartsen hun advies over een aanvraag hebben gegeven, toetsen of de aanvraag is gecheckt bij het SWV. - Experimenten te organiseren op het snijvlak onderwijs-zorg zodat kinderen die veel zorg nodig hebben ook onderwijs kunnen volgen, ofwel door zorg naar de (so)scholen te brengen of onderwijs aan te bieden op zorglocaties. Dit doen we o. a.

vanuit de door het Ministerie van OCW toegekende experimenten voor onderwijs-zorg arrangementen in onze stad om meer maatwerk te kunnen bieden aan kinderen met een complexe ondersteuningsbehoefte op het gebied van onderwijs en zorg. Na de zomer zullen we u verder informeren over de gezamenlijke ambitieagenda met de SWV’en zodra deze volledig is uitgewerkt. Naast deze agenda, zijn we momenteel bezig met het ontwikkelen van de Amsterdamse Uitvoeringsagenda Jeugd en Gezin. Ook in deze agenda zullen we bovengenoemde ambities gericht op sterke samenwerking tussen onderwijs, jeugd, zorg, welzijn en bestaanszekerheid een plek geven om zo te zorgen voor een sterke pedagogische basis voor elk kind en gelijke ontwikkel- en onderwijskansen.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

21 juni 2023 Pagina 9 van 9

Gezien het feit dat het hierbij gaat om uitdagingen die niet alleen in Amsterdam spelen, maar ook bij de andere grote gemeenten, trekken we nauw op met de G4, het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Het Rijk voert op landelijk niveau een onderzoek uit naar de druk op de keten tussen KDC’s, kinderopvang en (speciaal) onderwijs i.v.m. de landelijke groei van het SO en stijging van het aantal vrijstellingen. We zijn als gemeente aangehaakt bij dit onderzoek en informeren u wanneer de uitkomsten hiervan bekend worden gemaakt. Ik hoop u hierbij voldoende geïnformeerd te hebben. Met vriendelijke groet, Marjolein Moorman Wethouder Onderwijs

Bijlagen 1. SWV PO, Doorverwijzingen naar speciaal (basis)onderwijs binnen het SWV PO, analyses over de schooljaren 2017/2018 – 2021-2022 (dec ’22) 2. O&S, Overstappers vanuit het regulier onderwijs naar het S(B)O, analyses over de schooljaren 2018/’19 - 2020/’21, in opdracht van gemeente Amsterdam en SWV PO (nov ’22). 3. A. SWV PO en JGZ, Dossieronderzoek naar de toename van het aantal 4-jarigen in het SO (april ’22); B. JGZ, aanvullende analyse met verdiepend inzicht in de achterliggende kinden gezinskenmerken (dec ’22). Het onderzoek en de verdiepende analyse zijn uitgevoerd in opdracht van SWV PO en gemeente Amsterdam (3a+3b in bijlage). 4. Onderzoek van Orion naar het aantal ingrijpende levenservaringen dat leerlingen van het SO en VSO hebben meegemaakt in hun jonge leven: Evelyne C. P. Offerman 1, Michiel W. Asselman e.a , Prevalence of Adverse Childhood Experiences in Students with Emotional and Behavioral Disorders in Special Education Schools from a Multi-Informant Perspective, international journal of environmental research and public health (mrt ’22) 5. Kohnstamminstituut, Onderzoek naar stijging van de vrijstellingen op grond van de Leerplichtwet artikel 5 sub a, in opdracht van de G4 (mei’23)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13079360/1