A. Raadsinformatiebrief Amsterdamse Armoedemonitor en Schuldenmonitor.pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 23 November 2023 Armoedebestrijding en Schuldhulpverlening Wethouder Moorman Directie Werk, Participatie en Inkomen, bestuurszaken.wpi@amsterdam.nl Amsterdamse Armoedemonitor en Schuldenmonitor
Geachte leden van de gemeenteraad, Om inzicht te krijgen in armoede en schulden gebruiken we de door Onderzoek en Statistiek (O&S) ontwikkelde Amsterdamse Armoedemonitor en Schuldenmonitor. Via deze brief bied ik u beide documenten aan. Aanvullend ontvangt u twee O&S onderzoeken rondom armoede en schulden, de Brede monitor armoederegelingen die u twee keer per jaar ontvangt en in deze brief een stand van zaken over de aanpak menstruatiearmoede. De Armoedemonitor en de Schuldenmonitor blikken terug op roerige jaren waarin de coronapandemie en hoge inflatie zorgden voor veel financiële onzekerheid. In 2021 en 2022 hebben zowel het Rijk als de gemeente Amsterdam volop ingezet op ondersteunende overheidsmaatregelen om huishoudens in deze tijden van crisis te ondersteunen. Het doet mij goed om te zien dat het aantal Amsterdammers met financiële problemen niet is gestegen tijdens deze turbulente jaren. Inmiddels zijn we in een nieuwe crisis rond energie en inflatie terecht gekomen maar dat maakt het niet irrelevant om de fase daarvoor terug te zien nu gestabiliseerde data over deze periode beschikbaar zijn. Hieronder licht ik de bevindingen vanuit de verschillende onderzoeken toe. Amsterdamse Armoedemonitor 2022 en het onderzoek doelgroepbepaling Dit jaar heeft O&S de 25ste editie van de Amsterdamse Armoedemonitor opgesteld, zie bijlage 1.
Gedurende al deze jaren brengt de Armoedemonitor (ontwikkelingen in) de minimapopulatie in kaart en beschrijft de monitor het bereik van de twee grootste en enkele aanvullende gemeentelijke minimaregelingen. De Armoedemonitor 2022 beschrijft de minimapopulatie in 2021 (tijdens de coronapandemie) en het bereik van de gemeentelijke minimaregelingen in 2022, een jaar waarin corona geleidelijk meer naar de achtergrond verdween en we te maken kregen met toenemende inflatie. Ik ga nu in op de belangrijkste bevindingen uit de Armoedemonitor 2022.
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 23 november 2023 Pagina 2 van 8
1. Aandeel Amsterdamse minimahuishoudens opnieuw licht gedaald. Ruim 73.400 Amsterdamse huishoudens hadden in 2021 een laag inkomen en weinig vermogen: dat is 17 procent van alle huishoudens. Hiermee is het percentage huishoudens onder de minimagrens in drie achtereenvolgende jaren zeer licht gedaald. Amsterdam is hierin niet uniek, ook in de rest van Nederland daalt het aandeel huishoudens met een laag inkomen. De lichte daling zet zich naar verwachting voort in 2022. In de jaren voor 2019 zagen we een sterkere daling van het aantal minimahuishoudens. Wat opvalt is dat de inkomensongelijkheid in de stad groeit door de lichte daling van het percentage minimahuishoudens in combinatie met een sterke stijging van het aantal huishoudens met een hoog inkomen (>300 procent van het sociaal minimum). Dit zien we ook terug in de stijging in Amsterdam van de Ginicoëfficiënt, een maat voor inkomensongelijkheid. De waarde van de coëfficiënt ligt tussen 0 en 1 en is sinds 2001 gestegen van 0,305 naar 0,371 in 2019. 2. Aantal kinderen dat opgroeit in armoede daalt. Minderjarige kinderen en ouderen behoren vaker tot de minima dan gemiddeld. Kijken we naar de ontwikkeling van armoede onder kinderen in de afgelopen jaren, dan zien we een daling van het percentage minima onder kinderen, namelijk van 24,5 procent in 2014, toen de armoede het grootst was, naar 17,8 procent in 2021.
In absolute zin is dit een afname van ongeveer 9.000 kinderen die opgroeien in een minimahuishouden. Amsterdam is vooralsnog op weg richting halvering van de kinderarmoede in 2030, de doelstelling die is vastgelegd door de Rijksoverheid. We zien echter grote verschillen tussen stadsdelen in het aandeel minima onder 0 t/m 17-jarigen. In Zuidoost groeit 27 procent van de kinderen op in een minimahuishouden. In Noord (22 procent), Nieuw-West (20 procent) en West (19 procent) ligt het percentage minima onder minderjarigen ook boven het stedelijk gemiddelde van 17,8 procent. Het aantal minimakinderen is in NieuwWest het hoogst met ruim 6.300 kinderen. 3. De minimapopulatie vergrijst. Van de Amsterdammers van 66 jaar en ouder behoort in 2021 bijna een kwart (23%) tot de minima. Dit armoedepercentage onder oudere Amsterdammers is sinds 2015 redelijk stabiel. Het aantal oudere minima in absolute zin neemt toe: van 16.900 in 2011 naar 23.700 in 2021, oftewel een toename van ruim 6.800 personen. Dit komt doordat de totale Amsterdamse bevolking vergrijst. Er wonen meer ouderen in de stad en daarmee ook meer oudere minima. De minimapopulatie vergrijst sneller dan de totale Amsterdamse bevolking. Vooral ouderen met een Turkse, Marokkaanse, overig Afrikaanse, Surinaamse, overig Amerikaanse en overig Aziatische migratieachtergrond behoren relatief vaak tot de minima.
Het gaat in totaal om ruim 13.000 oudere minima met deze achtergrond. Vermoedelijk heeft dit, voor eerste generatie migranten, deels te maken met het feit dat zij meestal een onvolledige AOW hebben omdat zij niet vanaf hun 15e in Nederland hebben gewoond. Een groot deel van de groep
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 23 november 2023 Pagina 3 van 8
ouderen met een Surinaamse migratieachtergrond krijgt binnenkort eenmalig een tegemoetkoming voor hun onvolledige AOW-opbouw1. 4. Verhoging inkomensgrens voor armoederegelingen naar 130% van het sociaal minimum; vooral meer werkenden en paren behoren tot de nieuwe groep minima. Sinds 2023 is de inkomensgrens voor de armoederegelingen in Amsterdam opgetrokken naar 130% van het sociaal minimum (sm). Het gaat in 2021 om ongeveer 11.550 extra huishoudens. De groep met een inkomen tussen 120% en 130% van het sm heeft vaker een inkomen uit loon dan uit bijvoorbeeld een uitkering. Alleenstaanden vormen binnen de groep 120%-130% de meerderheid (57 procent), maar er zijn in vergelijking met de groep met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum relatief veel paren in de groep 120%-130% sm. 5. Driekwart van de minimahuishoudens gebruikt armoederegelingen. Van alle Amsterdamse huishoudens met recht op armoederegelingen maakte in 2022 ruim driekwart (76 procent) hier ook gebruik van. Het bereik van de meeste afzonderlijke regelingen is in 2022 iets gedaald, maar het verzamelbereik is juist gestegen. Dit komt hoofdzakelijk door het toegenomen bereik van de Stadspas, de meest gebruikte regeling.
Onderzoek doelgroepbepaling Amsterdamse armoederegelingen In de Armoedemonitor wordt gerapporteerd over huishoudens die volgens de definities van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in 2022 een inkomen tot 120% van het sociaal minimum en weinig vermogen hadden. Deze groep komt niet exact overeen met de huishoudens die gebruik maken van het Amsterdamse minimabeleid. Een deel van de huishoudens met recht op armoedevoorzieningen maakt daar om uiteenlopende redenen geen gebruik van. Maar er is ook een groep die wél gebruik maakt van de regelingen, maar op basis van de via het CBS beschikbare data niet tot de minimapopulatie behoort. Hun inkomen zoals bekend bij CBS ligt bijvoorbeeld boven de minimagrens. Als bijlage 2 bij deze brief vindt u een rapport van de afdeling Onderzoek & Statistiek waarin de overlap van de huishoudens die in 2022 een Stadspas ontvingen en de minimahuishoudens die in beeld waren bij het CBS is geanalyseerd. Hieruit komt naar voren dat van de 74.595 Amsterdamse huishoudens met een Stadspas ongeveer een derde (24.650 huishoudens) volgens de CBSdefinities geen minimahuishoudens zijn. Dit komt bijvoorbeeld omdat het bij het CBS bekende inkomen hoger is dan 120% van het sociaal minimum. De oorzaak van dit verschil ligt in een aantal technische oorzaken en door het toepassen van maatwerk bij het toekennen van de Stadspas.
Een belangrijke technische oorzaak is dat er voor de Amsterdamse minimaregelingen wordt getoetst op het fiscaal jaarinkomen, terwijl door het CBS (en veel andere gemeenten) wordt gekeken naar het netto-inkomen. Ook lopen armoedevoorzieningen na een stijging van het inkomen vaak nog enige tijd door, omdat deze 1
Kamerbrief Gebaar van erkenning naar ouderen van Surinaamse herkomst (Kamerstukken II, vergaderjaar 2023–2024, 20 361, nr. 221).
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 23 november 2023 Pagina 4 van 8
worden toegekend op basis van het inkomen in het voorgaande jaar. Een andere belangrijke technische oorzaak is dat het CBS kijkt naar het inkomen van alle huishoudleden samen, en de gemeente naar het inkomen van de Amsterdammer en zijn of haar partner. Voorbeelden van maatwerk zijn het toekennen van een Stadspas aan huishoudens die gebruik maken van schuldhulpverlening of de voedselbank maar strikt genomen niet aan de inkomensvoorwaarden voldoen. Ook kan een hardheidsclausule worden toegepast in schrijnende gevallen, of als er sprake is van een plotselinge structurele inkomensdaling. Op deze wijze zet het college erop in dat ook huishoudens die (net) buiten de formele voorwaarden vallen, maar wel van weinig geld moeten zien rond te komen ook gebruik kunnen maken van de Amsterdamse armoederegelingen. Brede monitor armoederegelingen Met de Brede monitor armoederegelingen in bijlage 3 informeren we u aanvullend over het recente absolute bereik tot en met augustus 2023 van een groter aantal minimaregelingen. De toekenning van armoederegelingen vindt plaats op basis van het inkomen van het voorgaande jaar. In deze nieuwste versie van de Brede monitor armoederegeling ontbreekt om technische redenen recente data over de regelingen gratis laptop of tablet voor scholieren en de individuele bijzondere bijstand.
Nieuw in de monitor is informatie over de vergoeding die kinderen kunnen krijgen voor sport. We zien in deze nieuwste versie van de Brede monitor armoederegelingen dat het aantal toekenningen van twee grote regelingen, de Stadspas en de Collectieve Zorgverzekering voor Minima licht is gestegen. De verruiming van de inkomensnorm naar 130% kan hieraan ten grondslag liggen. Op basis van de voorlopige cijfers van 2023 zien we ook dat meer Stadspashouders de Stadspas wat vaker gebruiken. In december 2020 is het Kindtegoed aan de Stadspas gekoppeld vanuit de gedachte om meer voorzieningen te verbinden aan de Stadspas zodat regelingen toegankelijker en eenvoudiger worden en het bereik hoger. In de Brede monitor armoederegelingen is te zien dat het gebruik van het Kindtegoed is gestegen in het jaar 2022-2023, er is meer tegoed besteed. Dit is te verklaren omdat het bedrag van het Kindtegoed hoger is dan voorgaande jaren. Daarnaast valt op dat het gebruik van de scholierenvergoeding per schooljaar 2023-2024 is gedaald. Verklaring hiervoor is dat de scholierenvergoeding per 1 augustus 2023 is overgeheveld naar het Kindtegoed op de Stadspas. De declaraties voor het nieuwe schooljaar starten normaal in juni/juli. Er is overlap in de declaraties van het oude schooljaar en het nieuwe schooljaar, wat terug te zien is in de hoogte van de cijfers.
In het schooljaar 2023-2024 is hier geen sprake meer van omdat de scholierenvergoeding niet meer kan worden aangevraagd voor het nieuwe schooljaar en het gebruik dus lager uitvalt.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 23 november 2023 Pagina 5 van 8
Schuldenmonitor 2023 De door O&S ontwikkelde Schuldenmonitor brengt de schuldenproblematiek in Amsterdam in kaart op basis van door Amsterdammers zelf gerapporteerde, als problematisch ervaren, schulden. De monitor geeft inzicht in de hoogte en het soort schulden van Amsterdammers, en in de achtergrondkenmerken van personen met ervaren problematische schulden. Daarnaast brengt O&S in kaart hoeveel en welke Amsterdammers aangeven dat zij moeilijk rondkomen, een risicofactor voor het ontstaan van schulden. De focus ligt op schulden gerapporteerd in 2022 op basis van de Regionale Enquête Beroepsbevolking, een stadsbrede enquête die O&S vier keer per jaar verspreidt onder Amsterdammers; verder geeft de monitor de ontwikkelingen in de periode 2019-2022. U vindt de monitor in bijlage 4. Met de schuldenmonitor kunnen onze gemeentelijke instrumenten op het gebied van schuldhulpverlening in breder perspectief worden geplaatst. Bevindingen van de schuldenmonitor 2023 Gemiddeld genomen is het inkomen van huishoudens de afgelopen jaren toegenomen, ook tijdens de coronacrisis (CBS, 2023). Vanaf eind 2021 steeg de inflatie, met name als gevolg van de hoge energieprijzen (CBS, 2023), en kwam de betaalbaarheid van het levensonderhoud onder druk te staan. Huishoudens met een laag inkomen zijn hier het hardst door geraakt (CPB, 2022).
Ook in Amsterdam steeg het gemiddeld besteedbaar inkomen in de periode 2019-2021 (CBS statline, 2022) en het aantal en percentage huishoudens in armoede daalde licht zoals hierboven beschreven. Ondersteunende overheidsmaatregelen zoals de energietoeslag hebben hierin een belangrijke rol gespeeld (CBS 2023; CPB, 2023). Desondanks geeft in 2022 zestien procent van de deelnemers in de REB-enquête aan dat zij (zeer) moeilijk rond kunnen komen. Dit aandeel is de laatste jaren redelijk stabiel. Wat wel veranderd is: in 2o22 gaven minder mensen aan (zeer) gemakkelijk rond te kunnen komen. Deze trend zien we voor zowel de lagere als voor de hogere inkomens. In 2022 heeft naar schatting 8 procent van de Amsterdammers problematische schulden. Dit zijn schulden, anders dan studieschulden, die men zelf als een probleem ervaart. Het aandeel Amsterdammers met problematische schulden is in 2022 iets lager dan in voorgaande jaren. In de beleidsbrief Armoede en Schulden 2023 – 2026 en het jaarverslag schuldhulpverlening 2022 staat de inzet van de gemeente Amsterdam, samen met partners in de stad, om schulden te voorkomen, klein te houden of op te lossen. De inzet richt zich op het bieden van perspectief en schuldenrust door het verminderen van stress. In het tweede kwartaal van 2023 informeren wij u over het jaarverslag schuldhulpverlening 2023.
Rapport Helpende handen Uit de schuldenmonitor 2023 blijkt dat ruim zes op de tien Amsterdammers met ervaren problematische schulden hierbij geen hulp ontvangt. Wanneer zij wel hulp ontvangen gaat het in
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 23 november 2023 Pagina 6 van 8
de meeste gevallen om hulp uit de informele hoek: van familie, vrienden of kennissen (22%). Acht procent ontvangt hulp van de gemeente: via de schuldhulpverlening of van hun klantbegeleider. Om Amsterdammers met schulden beter te bereiken willen we, naast onder meer onze uitvoerige inzet op vroegsignalering en laagdrempelige hulpverlening, informele netwerken in de stad beter benutten. Onder de noemer Aanpak Schuldenvrije Buurt volgen en ondersteunen we vier lokale initiatieven in stadsdelen Oost, Zuidoost, Noord en Nieuw-West. De initiatieven zijn erop gericht om het vertrouwen van burgers te herstellen om zodoende de weg naar (formele) hulpverlening weer vrij te maken. Gedurende 2022 heeft O&S kwalitatief onderzoek gedaan naar de voorwaarden waaronder deze initiatieven succesvol zijn en de rol van tussenpersonen die in potentie een brug naar formele hulpverlening vormen. Het onderzoeksrapport van O&S (Helpende Handen, juni 2023) vindt u in bijlage 5. Het rapport beschrijft werkzame elementen die gebruikt kunnen worden als leidraad voor andere lokale initiatieven in de stad. Komende periode gaan we samen met collega’s uit de stadsdelen, de lokale initiatieven en de Buurtteams deze werkzame elementen in de praktijk nader toepassen en verdiepen. De samenwerking willen we bovendien laten onderbouwen door een impactmeting.
Ook zoeken we naar verbreding van de lerende aanpak en verbindende samenwerking naar nieuwe lokale initiatieven in de masterplangebieden. Stand van zaken aanpak menstruatiearmoede Armoede en schulden zorgen voor dagelijkse stress en belemmeren de kansen van Amsterdammers die met geldzorgen leven. Menstruatiearmoede vormt daarbij nog een extra hindernis omdat er niet alleen een taboe rust op armoede, maar ook op menstruatie. In 2023 zijn we gestart met een aanpak van menstruatiearmoede in samenwerking met Stichting Armoedefonds en Stichting Neighborhood Feminists. In 2024 zetten we deze samenwerking voort. Daarbij focussen we op het onderhoud van de bestaande uitgiftepunten en op meer voorlichting over menstruatie(armoede) op scholen, via OKT’s, buurtteams en op andere plekken in de stad. Hieronder geven we u een update over de stand van zaken van de vier afspraken uit het initiatiefvoorstel Aanpak menstruatiearmoede in Amsterdam2: 1. Menstruatieproducten verstrekken op publieke instellingen Sinds december 2022 werken we samen met Stichting Armoedefonds aan uitbreiding van het aantal menstruatieproducten uitgiftepunten (MUP’s). Doel was een uitbreiding van 29 naar minstens 50 MUP’s. Dat is gelukt; in september 2023 waren er 137 actieve MUP’s, waaronder 28 scholen. We werken ook samen met Stichting Neighborhood Feminists uit stadsdeel Zuidoost.
Zij bieden ook gratis menstruatieproducten aan via uitgiftepunten: begin 2023 waren dat er 15, in september 2023 46 en eind 2023 zijn het er naar verwachting 60. We werken met de twee stichtingen en de stadsdelen samen om een goede spreiding van de uitgiftepunten over de hele stad te garanderen. De stichtingen vullen elkaar aan qua gewenste locaties: het Armoedefonds richt zich meer op het bereiken van jongeren, bijvoorbeeld via scholen of bibliotheken. Neighborhood Feminists richt zich naast jongeren meer op de kwetsbaren in de stad zoals 2 Initiatiefvoorstel van de leden Yemane, Ahmadi, Bouhassani, Wehkamp, Kabamba, Bloemberg en Khan, dat uw raad op 16
maart 2023 heeft aangenomen.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 23 november 2023 Pagina 7 van 8
ongedocumenteerden of andere groepen die moeilijk in staat zijn om aan menstruatieproducten te komen. Ze zien het meeste gebruik in de stadsdelen Zuidoost, Zuid, Oost en West en in mindere mate in Centrum. Het Armoedefonds ziet het meeste gebruik in stadsdeel Noord. De twee stichtingen ontvangen in 2024 opnieuw subsidie voor het onderhouden van de uitgiftepunten, deze is opgenomen in de begroting voor 2024. 2. Menstruatiearmoede als onderdeel van gemeentelijk armoedebeleid Sinds september 2023 staat Gratis menstruatieproducten op de lijst van Regelingen bij laag inkomen op amsterdam.nl/pakjekans. Via communicatiekanalen zoals nieuwsbrieven en de Flying Squad verspreiden we informatie voor intermediairs en Amsterdammers over menstruatiearmoede. De scholen in wijken waar veel armoede is, ontvangen informatie over de mogelijkheden om gratis menstruatieproducten te verstrekken. Verder kunnen kinderen met het Kindtegoed op hun Stadspas menstruatieproducten kopen bij Hema. Met de koppeling van de Scholierenvergoeding aan de Stadspas is dit Kindtegoed nu ook beschikbaar voor 15 t/m 17 jarigen (dit was t/m 14 jaar). We onderzoeken of dit aanbod kan worden uitgebreid naar andere winkels, maar zetten vooral in op laagdrempelig aanbod van gratis producten bij scholen.
We kunnen nog niet aangeven hoeveel scholen hier gebruik van maken, omdat dit pas actief wordt ingezet vanaf het huidige schooljaar. 3. Betrekken private sector en maatschappelijk middenveld Het Armoedefonds en Neighborhood Feminists hebben contacten met de private sector. Zo werkt het Armoedefonds sinds september 2023 officieel samen met het maandverbandmerk Libresse. De Voedselbank Amsterdam krijgt ook via het Armoedefonds en via losse donaties menstruatieproducten om uit te delen. Verder hebben we contact met bedrijf Moodies Undies dat gratis menstruatieondergoed levert aan De Sociale Kruidenier in Noord en een aantal dozen met menstruatieondergoed heeft gedoneerd aan Stichting Sina. 4. Voorlichtingscampagne gericht op breed publiek en specifiek op scholen In schooljaar 2023-2024 worden 21 scholen vanuit het GGD-programma Gezonde School ondersteund op het thema relationele en seksuele vorming: 11 basisscholen, 5 VO-scholen en 5 MBO-locaties. Bij deze scholen wordt menstruatiearmoede onder de aandacht gebracht en gevraagd of zij een uitgiftepunt willen worden. Vier van deze scholen zijn vanaf september 2023 al een uitgiftepunt, waarvan één VO-school en 3 Mbo-scholen. Aan het einde van dit schooljaar moet blijken in hoeverre daadwerkelijk gebruik is gemaakt van dit aanbod.
Alle basisscholen krijgen van de GGD mee dat de toiletfaciliteiten in orde moeten zijn voor meiden in de bovenbouw. Verder onderzoeken we samen met Armoedefonds en Neighborhood Feminists of aanvullende voorlichting nodig is in 2024. Het Armoedefonds werkt op dit moment aan een informatieboekje voor bovenbouw PO-leerlingen en onderbouw VO-leerlingen om beschikbaar te stellen aan scholen in Amsterdam. Tot slot Amsterdam wil een solidaire stad zijn met gelijke kansen voor haar inwoners. In de Beleidsbrief Armoede en schulden 2023-2026 van 10 oktober j.l. heb ik u meegenomen in onze inzet op het
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 23 november 2023 Pagina 8 van 8
bestrijden van armoede en schulden in de komende jaren. Gezien de groeiende inkomensongelijkheid en de ruim 73.400 Amsterdammers die in deze stad een inkomen hebben tot 130% van het sociaal minimum blijft deze inzet onverminderd belangrijk. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Marjolein Moorman Wethouder Armoedebestrijding
Bijlagen 1. Amsterdamse Armoedemonitor 2022 2. Onderzoek Doelgroepbepaling Stadspas 3. Brede monitor armoederegelingen t/m augustus 2023 4. Schuldenmonitor 2023 5. Rapport Helpende Handen
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl