a. Def OS2035_NvB_Stadsdelen.pdf
Tekst van het document
Advies 5; Een belangrijk aandachtspunt bij uitbreiding en verdichting van de stad is het meegroeien van het aanbod van voorzieningen, zoals zorg, welzijn en sport. Dit om een leefbare stad te blijven. Dit staat in de concept-Ontwikkelstrategie op verschillende plaatsen beschreven. Het Dagelijks Bestuur mist alleen de concrete invulling van deze ambitie en adviseert het college om hier in de Ontwikkelstrategie meer nadruk op te leggen. Met daarbij specifiek het verzoek om toevoeging en intensivering van sportparken in Oost te versterken. Antwoord Een belangrijk onderdeel van de Ontwikkelstrategie is dat we parallel aan de woningbouw voorzieningen als welzijn, zorg en sport willen verbeteren en toevoegen. We zien dit advies dan ook als een belangrijke ondersteuning van deze inzet. Verdere concretisering zal in nadere uitwerkingen moeten plaatsvinden, tegelijk met de planvorming voor nieuw op te starten gebieden. Specifiek voor sport zijn de sportlandschappen uit de Omgevingsvisie in de Ontwikkelstrategie overgenomen. Het ligt in de lijn om de mogelijkheden die deze locaties bieden voor de middellange termijn nader te verkennen.
Concept Nota van Beantwoording Advies Stadsdelen
24
Anders werken Het projectoverstijgend perspectief dat voortvloeit uit de strategische zone rondom het Amstelstation is een voorbeeld van de gevolgen van het intensiever ontwikkelen binnen de bestaande stadsgrenzen. De inzet op ingrepen in de bestaande stad vraagt om een andere manier van werken. Dit met betrekking tot onder meer de opgave voor de bereikbaarheid van de omgeving, maar ook de sturing op programma als werkgelegenheid, groen, sport, onderwijs, zorg en nutsvoorzieningen. Op basis van een gebiedsoverstijgend perspectief kunnen er betere beslissingen genomen worden over investeringen in de stad. De Ontwikkelstrategie is hiervoor een belangrijke inhoudelijke onderlegger, maar kennis van de lokale identiteit en ruimtelijke context is nodig voor de juiste invulling hiervan. •
Advies 6: Het Dagelijks Bestuur vraagt het college om voor kleinschaligere ontwikkelingen (bijbouwen, optoppen en sloop-nieuwbouw) een visie te ontwikkelen waarbij nadrukkelijk de lokale kennis van de stadsdelen in balans met de stedelijke visie worden gebracht. Antwoord De stad en ook specifiek stadsdeel Oost biedt mogelijkheden voor kleinschalige verdichting. Deze zijn in de Ontwikkelstrategie bewust niet expliciet benoemd omdat deze mogelijkheden zich vaak incidenteel voordoen en moeilijk voor de middellange termijn zijn te voorspellen. Wel is dit de reden waarom een beleidsuitwerking optoppen wordt voorgesteld. Het ligt voor de hand om voor grotere ontwikkelingen en ontwikkelzones, zoals in de Ontwikkelstrategie aangegeven, een samenhangend perspectief te ontwikkelen. In eerste instantie zal de gemeentelijke capaciteit ook op deze locaties gericht worden. Wanneer kleinschaliger ontwikkeling hierom vraagt kan wel een stedelijk perspectief aan deze ontwikkelingen worden meegegeven.
Ingrepen voor 2035 De koppen van de scheggen zijn met een kwaliteitsimpuls aangeduid om de grote recreatieve en ecologische waarde te versterken. Dit wordt in samenhang gedaan met omliggende gebiedsontwikkeling. Voor stadsdeel Oost zijn hier het Flevopark en het Nieuwe Diep aangemerkt. Voor het Nieuwe Diep wordt specifiek ingezet op het versterken van de recreatie- en natuurwaarden in het gebied en het openbaar maken van de oevers. Ook bij de Amstelscheg is de wens tot een kwaliteitsimpuls aangegeven. Versterking van de Amstelscheg kan gepaard gaan met de ontwikkeling rondom het afwaarderen van de A2-zone. •
Advies 7: Het Dagelijks Bestuur vraagt ook de kop van de Amstelscheg op te nemen in tekst en beeld van de ontwikkelingen in Oost. Dit is nu onder Zuidoost gesitueerd. Antwoord In de Ontwikkelstrategie worden projecten per windrichting beschreven en niet zozeer per stadsdeel, hoewel hiertussen uiteraard vaak grote overlap is. Het klopt dat de Kop Amstelscheg aansluit op de ontwikkeling van Overamstel. Het kan ook gezien worden als de groene schakel die Zuidoost met Zuidas en het centrum verbindt. We lossen dit op door ook bij de beschrijving van Oost te verwijzen naar de Amstelscheg en dit gebied ook in de kaarten van windrichting oost op te nemen (zonder vervaging).
Voor de omgeving van het Muiderpoortstation wordt op de middellange termijn (tot 2035) eerst ingezet op de verbetering van de openbare ruimte en levendigheid in de directe omgeving van het Concept Nota van Beantwoording Advies Stadsdelen
25
station. Tot die tijd wordt er in de strategie geen rekening gehouden met aanvullende woningbouw. Tuinwijck nabij het Muiderpoortstation is aangegeven als aanvullende ontwikkelruimte na 2035. Deze is uitgesloten van grootschalige ontwikkeling voor 2035 omdat een deel van de woningen hier relatief recent is opgeknapt. Daarentegen sluit dit niet uit dat kleinschalige ontwikkeling op andere locaties in Tuinwijck of elders in het gebied nog voor 2035 plaats kan vinden. •
Advies 8: Het Dagelijks Bestuur wijst erop dat door kleinschalige ontwikkeling (door middel van bijvoorbeeld bijbouwen of sloop-nieuwbouw) er mogelijk ook vóór 2035 intensivering kan plaatsvinden van nu extensief gebruikt gebied. Hierdoor kan er in het gebied al eerder een beperkt aantal woningen worden toegevoegd. Er wordt geadviseerd deze mogelijkheid op te nemen in de Ontwikkelstrategie. Antwoord De Ontwikkelstrategie houdt de mogelijkheden voor kleinschalige ontwikkeling in de stad open. Dit geldt ook voor kleinschalige ontwikkeling op locaties die zijn aangemerkt als mogelijke ontwikkellocaties na 2035. We houden er daarbij wel rekening mee dat die kleinschalige ontwikkelingen latere ontwikkelingen niet belemmeren of onmogelijk maken.
Ontwikkelruimte na 2035 De “projectvoorstellen” en “te verkennen locaties” zijn extra uitgelicht in een losse kaart. In dit overzicht zijn twee locatie aangewezen als doorkijk naar de aanvullende ontwikkelruimte na 2035. Op deze kaart is naast Tuinwijck ook een gebied net buiten de stadsdeelgrenzen, Amstel Business Park Zuid, onder de Weespertrekvaartbuurt aangewezen. Dit is onderdeel van de gemeente Ouder-Amstel, maar de grond is in bezit van de gemeente Amsterdam. Ontwikkeling van dit gebied nabij de Weesperterkvaartbuurt (Overamstelgebied) is gezien de transformatie van de omgeving aannemelijk. •
Advies 9; Het Dagelijks Bestuur wijst erop dat ook hier ontwikkeling van dit gebied voor 2035 al kan plaatsvinden en vraagt er om dit niet uit te sluiten in de Ontwikkelstrategie. Antwoord Op dit bedrijventerrein in de gemeente Ouder-Amstel wordt al aan transformaties gewerkt. De eerdere classificatie was dus niet terecht. We nemen dit terrein op als lopend project.
Ingrepen na 2035
Concept Nota van Beantwoording Advies Stadsdelen
26
De Gooiseweg is aangemerkt als te “versterken stadslaan met veel ruimte voor groen, stedelijk wonen en gezond bewegen” (na 2035). Deze impuls is al langdurig in beeld, maar door de noodzakelijke functie als ontsluiting van Zuidoost (en de bijkomende complexiteit van de opgave) nog niet uitgevoerd. In deze strategie blijft de Gooiseweg in beeld, maar wordt er nog niet op ingezet deze af te waarderen. Iets concreter wordt de sneltramverbinding van Amsterdam Noord naar het Amstelstation in kaart gebracht. Deze uitbreiding staat voor na 2035 op de kaart. Mogelijke uitbreidingen van het metronetwerk zijn ook voor na 2035 op de kaart gezet. Hierbij is een Oost-West verbinding vanaf Muiderpoortstation naar Nieuw-west te zien en een mogelijke verbinding van IJburg II naar Zuid-Oost. Het toevoegen van hoogwaardige OV-verbindingen brengt grote investeringen met zich mee. Maar voor de bereikbaarheid van IJburg en het Zeeburgereiland, is het noodzakelijk dat het gebied wordt ontsloten met meer en hoogwaardig openbaar vervoer (gezien de grote uitbreidingen die hier worden gerealiseerd), •
Advies 10: Het Dagelijks Bestuur vraagt dan ook om een betere ontsluiting van deze gebieden ook voor 2035 al mogelijk te maken. Antwoord De middelen om te investeren in de bereikbaarheid van de stad zijn de komende jaren beperkt. Juist daarom kiezen we er met de Ontwikkelstrategie voor om de al aanwezige bereikbaarheid (of investeringen die daarin de komende jaren op de rol staan) zo goed mogelijk te benutten. Wat betreft uitbreiding van het metronetwerk ligt de prioriteit van de stad bij het doortrekken van de Noord/Zuidlijn en het verlengen van de kleine Ring. Daarnaast wordt reeds gewerkt aan een pakket aan OV-, fiets- en automaatregelen voor de ontsluiting van het Zeeburgereiland en IJburg richting de oostelijke binnenstad, Zuidoost en Weesp in het kader van het mobiliteitsplan Zeeburgereiland/IJburg. Dit pakket, met horizon tot 2040, is gerelateerd aan reeds lopende projecten. Uitgangspunt bij nieuwe projecten is dat deze op dit pakket meelopen en geen aanvullende grote bovenplanse investeringen in mobiliteit vragen.
•
Advies 11: Het Dagelijks Bestuur verzoekt het college om een terugkoppeling te geven op de adviezen van alle stadsdelen in het portefeuillehoudersoverleg.
Antwoord Terugkoppeling in het portefeuillehoudersoverleg ligt voor de hand. Er staat alleen voor de behandeling van de inspraak en adviezen geen portefeuillehoudersoverleg gepland. Ambtelijk wordt gezocht naar een alternatief voor terugkoppeling.
Concept Nota van Beantwoording Advies Stadsdelen
27
Advies stadsgebied Weesp Advies Stadsgebied Weesp onderschrijft de urgentie van het zoeken naar extra ruimte voor woningen. Tegelijkertijd constateren we dat binnen de horizon van de Ontwikkelstrategie 2035 in Weesp al een groot aantal woningen gebouwd wordt. Vooral in Weespersluis, maar ook op een aantal binnenstedelijke locaties. De bestuurscommissie constateert dat dit ook als zodanig in de Ontwikkelstrategie staat en dat geen grote nieuwe ontwikkelingen voorzien zijn in het stadsgebied. Met alle al toe te voegen woningen verdubbelt het aantal inwoners in Weesp namelijk. Dit heeft grote invloed op de bestaande stad, met daarbij extra opgaven op het gebied van bereikbaarheid en voorzieningen, vooral voor jonge gezinnen. •
Het feit dat de Omgevingsvisie van de voormalige gemeente Weesp als uitgangspunt is genomen, maakt dat de in de Ontwikkelstrategie opgenomen punten voor het stadsgebied herkend worden. Met name het stationsgebied zou kansrijk kunnen zijn om verder te ontwikkelen, waarbij het randvoorwaardelijk zou moeten zijn dat hiervoor voldoende voorzieningen toegevoegd worden. Vooral het verbeteren van de verbinding tussen de beide zijden van het spoor is voor Weesp van groot belang, waarbij het wenselijk is om niet alleen de bestaande onderdoorgangen te verbeteren, maar daarnaast een extra spoortunnel te realiseren. Antwoord Als het stationsgebied van Weesp verder ontwikkeld wordt, horen daar voldoende voorzieningen en alle andere aspecten die in de Ontwikkelstrategie worden omschreven als noodzakelijk voor "vitale buurten" bij. Dit geldt ook voor goede verbindingen tussen wijken. Het voornemen is om dit jaar te starten met een onderzoek naar verbetering van bestaande en nieuwe verbindingen in en rond het stationsgebied van Weesp.
•
Specifiek voor Weesp staat ook opgenomen dat het wenselijk is om te komen tot een perspectief voor het landelijk gebied. Dit staat nu alleen voor Aetsveld benoemd, maar dit zou ook voor de overige delen van het landelijk gebied moeten gelden. Hier spelen grote opgaven, die ook vanuit de gemeente om een visie vragen. Juist om voldoende toekomstperspectief voor de agrarische ondernemers te bieden, is het noodzakelijk om duidelijkheid te krijgen over bijvoorbeeld de mogelijkheden voor verbreding van de landbouw, nevenactiviteiten en recreatie. Het stadsgebied gaat graag aan de slag om tot een dergelijke visie te komen. Antwoord In de (nog steeds vigerende) Omgevingsvisie Weesp staat (kaart p. 123 en uitleg p. 136) voor (vrijwel) het gehele landelijke gebied rond Weesp de wens voor nader onderzoek naar multifunctioneel agrarisch gebruik: “Multifunctioneel agrarisch gebruik gaat over het combineren van verschillende functies en meervoudig gebruik van het landschap (ten gunste van de biodiversiteit) bij agrarische ondernemingen. Multifunctioneel agrarisch gebruik heeft in principe betrekking op alle agrarische ondernemingen in Weesp en beperkt zich niet tot één of meerdere gebieden. Nader onderzoek is nodig om hier invulling aan te kunnen geven.” Dit onderzoek zou het bredere perspectief kunnen opleveren waar het stadsgebied op wijst.
Wij gaan graag met het stadsgebied in overleg over de vormgeving van dit onderzoek. Bovendien wordt met de Ontwikkelstrategie specifiek ingezet op een verkenning naar het landelijke gebied Aetsveld. In deze verkenning wordt onderzocht hoe we de groene kwaliteiten kunnen combineren met de inpassing van stedelijke functies en voorzieningen (o.a. sport, nutsvoorzieningen en vrije ruimte). Een goede landschappelijke inpassing is het Concept Nota van Beantwoording Advies Stadsdelen
28
uitgangspunt en woningbouw valt daar niet onder.
•
Daarnaast benadrukt de bestuurscommissie graag dat Weesp in grotere ruimtelijke ontwikkelingen goed betrokken moet worden. In de Ontwikkelstrategie wordt de energietransitie ook als vraagstuk voor het landelijk gebied genoemd, maar in de praktijk kan dit grote consequenties hebben voor Weesp. Gezien de impact die deze vraagstukken hebben, is het nauw betrekken van het bestuur en de inwoners van Weesp hierbij van groot belang. Antwoord We werken de Ontwikkelstrategie verder uit in overleg met stadsdelen en het stadsgebied. Ook worden bewoners en andere stakeholders nauw betrokken bij de vormgeving en uitwerking van de plannen.
•
Tenslotte hebben wij nog een opmerking over de kaart met kwetsbare buurten, op pagina 22. Hierop staat ook Driemond vermeld, maar er is niet terug te lezen of er specifiek beleid/programma voor Driemond is opgesteld. Wij zien hier graag een toelichting op, zowel waarom dit een kwetsbare buurt is als welke maatregelen het college wil treffen. Antwoord De analyse over kwetsbare buurten met een combinatie van sociaaleconomische en ruimtelijke opgaven is gedaan op basis van een samenstelling van sociale en ruimtelijke indicatoren. De eerste indicator is het aantal huishoudens met een slechtere sociaaleconomische positie in een buurt. In dit onderzoek is gefocust op de 50 buurten met het hoogste aantal kwetsbare huishoudens. Vervolgens is gekeken welke van deze buurten kwetsbaar zijn op drie verschillende ruimtelijke indicatoren. Hierbij is gekeken naar: 1. Woningkwaliteit: veel krappe woningen, lage energielabels en onderhoudsopgaven 2. Nabijheid van dagelijkse voorzieningen: gemiddelde afstand tot huisarts, grote supermarkt, school en bibliotheek is > 1 km 3. Bereikbaarheid: (zeer) slechte OV-bereikbaarheid o.b.v. Public Transit Accessibility Level
Met de Ontwikkelstrategie zetten we in op buurten waar daadwerkelijk kansen worden gezien om met ruimtelijke verbeteringen bij te dragen aan de sociaal-economische opgave. Met als randvoorwaarde dat deze plekken aansluiten bij een momentum en/of (grote) bovenplanse investeringen op orde zijn. Hierdoor worden niet alle 50 buurten die uit de analyse naar boven zijn gekomen in de Ontwikkelstrategie voorgesteld als te ontwikkelen locaties. Driemond behoort evenmin tot de te ontwikkelen locaties.
Concept Nota van Beantwoording Advies Stadsdelen
29
5 Advies stadsdeel West Advies Het Dagelijks Bestuur van stadsdeel West heeft kennisgenomen van de Ontwikkelstrategie 2035. In het algemeen kan opgemerkt worden dat met de Ontwikkelstrategie qua locaties met name aandacht is voor nieuwe ontwikkelingen buiten de ringweg (en Noord). Met name wordt aansluiting gezocht rond OV-knooppunten. Vanuit stadsdeel West is in de eerdere ophaalronde ambtelijk en bestuurlijk meegegeven dat we geen grote ontwikkelingsmogelijkheden/ verdichtingslocaties zien in West. •
Wel vraagt het DB aandacht voor kleinschalige (transformatie)projecten in stadsdeel West die opgeteld ook een bijdrage leveren aan de (woningbouw)opgave. Antwoord Dank u wel voor deze toevoegingen. Wij nemen dit expliciet op in de Ontwikkelstrategie 2035.
•
En waar in het dichtbebouwde stadsdeel West weinig ruimte is voor nieuwe ontwikkeling, moet er wel worden stilgestaan bij de aansluiting van nieuwe op oude wijken, zowel op het vlak van sociale cohesie als qua voorzieningenniveau. Denk hierbij aan Sloterdijk I Zuid en de aansluiting op gebied Westerpark. Hier is het van belang dat er voldoende groen wordt toegevoegd en goed wordt nagedacht over de fasering hiervan, in het kader van de druk op het Westerpark. Antwoord Dit zijn belangrijke aandachtspunten die al worden uitgewerkt in de plannen voor Sloterdijk I Zuid en het programma Haven-Stad. Ook in nieuw op te starten plannen op basis van de Ontwikkelstrategie zal voor bovengenoemde punten aandacht zijn.
•
Ook zou het DB graag zien dat Samen Stadmaken ook bij de ontwikkeling van HavenStad als randvoorwaarde wordt opgenomen. Antwoord Vanuit het programma Haven-Stad loopt nu al een traject voor het Samen Stadmaken met de omgeving. In de definitieve versie van de Ontwikkelstrategie zullen we dit ook benoemen.
Daarnaast vraagt het DB om aandacht voor een tweetal kleine punten: • In het overzicht kwetsbare buurten op p. 21 ontbreken de Mercatorbuurt en de Spaarndammerbuurt in stadsdeel West. Antwoord De analyse over kwetsbare buurten met een combinatie van sociaal-economische en ruimtelijke opgaven is gedaan op basis van een samenstelling van sociale en ruimtelijke indicatoren. De eerste indicator hierbij is het aantal kwetsbaren in een buurt. Deze geeft aan hoe de sociale en economische positie van buurtbewoners is in de samenleving. In dit onderzoek is gefocust op de 50 buurten met het hoogste aantal kwetsbaren. De Spaarndammerbuurt Zuid-West maakt hier onderdeel van uit, de Mercatorbuurt niet. Vervolgens is gekeken welke van deze buurten kwetsbaar zijn op drie verschillende ruimtelijke indicatoren: woonkwaliteit, voorzieningenniveau en bereikbaarheid. Hier komt de Spaarndammerbuurt Zuid niet uit naar voren. In het vervolgtraject van de Ontwikkelstrategie wordt verder onderzocht waar de kwetsbaarheid en ruimtelijke opgave precies zit in de aangemerkte buurten. Dat wordt vanzelfsprekend ook samen met de bewoners van deze buurten gedaan. De conclusies hiervan Concept Nota van Beantwoording Advies Stadsdelen
30
en de ingrepen die eventueel volgen zullen dus per buurt verschillen, zowel wat voor ingrepen dit zijn als hoe ingrijpend deze zullen zijn.
•
Bedrijventerrein Landlust Westerkwartier is aangeduid als ‘bestaande bedrijventerreinen intensiveren met stedelijke functies’. Deze aanduiding is niet meer correct, bedrijventerrein Landlust en Westerkwartier is in de door het DB vastgestelde visie met actielijnen (30 januari 2024) aangemerkt als locatie om de bedrijvigheid te behouden en versterken (het gaat hier om maak- en reparatiebedrijven en stadsverzorgende bedrijvigheid).
Antwoord In het concept Ontwikkelstrategie is het bedrijventerrein Landlust-Westerkwartier in stadsdeel West aangemerkt als te behouden bedrijventerrein. Daarbij zijn mogelijkheden voor intensivering met functies die de levendigheid van het terrein versterken. Specifiek wordt hier ook de mogelijkheid voor nachtcultuur genoemd. Dit komt voort vanuit het participatietraject van de Ontwikkelstrategie waarbij het belang van nachtcultuur werd onderstreept. Ook zien meerdere eigenaren op Landlust kansen voor het toevoegen van andere niet-woonfuncties, zo blijkt uit de inspraak. De inzet van de concept Ontwikkelstrategie is een verruiming van de stedelijke bedrijvenstrategie, die focust op het behouden, intensiveren en verduurzamen van het bedrijventerrein. Hierbij kan worden onderzocht of het toevoegen van niet-woonprogramma de intensivering van het bedrijventerrein ten goede kan komen, mits dit de bedrijfsfunctie van het terrein niet in de weg zit. Voor een aantal functies als nachtcultuur, zijn de mogelijkheden binnen de ring beperk. Daarom willen we de mogelijkheid hiervoor in de definitieve versie van de ontwikkelstrategie openhouden. In het kader van het gemeentelijk onderzoekstraject nachtcultuur zullen de mogelijkheden en randvoorwaarden hiervoor voor deze locatie verder worden verkend.
Concept Nota van Beantwoording Advies Stadsdelen
31
6 Advies stadsdeel Zuid Advies • Als algemeen adviespunt willen we meegeven dat de aspecten duurzaamheid, voorzieningen en kansen voor doorstroming (door extra, diverse, woningen) naast het belang van het combineren van verdichten en vergroenen in de strategie sterker neergezet mag worden. De nadruk op woningen die geschikt zijn voor ouderen mist nu. Deze is cruciaal voor de gewenste doorstroming. Veel ouderen wonen in te grote en ongeschikte woningen. Door meer nultredenwoningen toe te voegen, komt de verhuisketen op gang: doordat ouderen verhuizen komen er gezinswoningen vrij en doordat gezinnen verhuizen komen starterswoningen vrij. Verder is het breed verduurzamen van de stad een belangrijke opgave voor de nabije toekomst, deze krijgt in de strategie nu nog onvoldoende aandacht. Antwoord We zijn van mening dat de genoemde aspecten al stevig in het concept van de Ontwikkelstrategie 2035 zijn opgenomen, meer specifiek in de paragrafen 2.4 - Duurzame toekomst, 3.2 Vernieuwing van het voorzieningenaanbod en 3.5 Passend en beter wonen in de bestaande voorraad.
•
Het versterken van de Noord-Zuidverbindingen richting Amstelveen en het versterken van de (buurt)voorzieningenclusters zijn aandachtspunten, net als de onderhouds- en verduurzamingsopgave voor de bestaande woningvoorraad en openbare ruimte op de middellange termijn, en het versterken van de verbindingen met de entrees naar het Amsterdamse Bos en de Amstelscheg. Antwoord Deze aandachtspunten passen goed bij de uitgangspunten van de Omgevingsvisie 2050 en de Ontwikkelstrategie 2035 en zullen in het vervolgtraject nader worden uitgewerkt.
•
In onze Quickscan Verdichting Buitenveldert waren we ons er al heel goed van bewust dat het verzilveren van de verdichtingskansen die hier liggen, op een aantal vlakken hele andere manieren van werken zullen vragen. Wij vinden het dan ook zeer terecht dat hier in de concept Ontwikkelstrategie in hoofdstuk 5 veel aandacht voor wordt gevraagd. Dat we met de buurten samen in het verlengde van de Ontwikkelstrategie (nieuwe) samenwerkingsvormen en instrumenten gaan verkennen zal spannend zijn en veel nieuwe uitdagingen brengen. Om daarbij ook groepen in de stad te betrekken die minder vanzelfsprekend invloed hebben op besluiten, zal mogelijk extra en nieuwe inspanningen vergen, maar dat lijkt onontbeerlijk in het bereiken van de beschreven ontwikkelkansen. Hierbij hebben wij ook met instemming kennisgenomen van het voornemen mee te werken aan initiatieven vanuit bewoners en marktpartijen op basis van een te ontwikkelen perspectief voor de wijk als geheel en ter verbetering van de verbinding met de Prinses Irenebuurt, Rivierenbuurt, Stadionpleinbuurt, Zuidas en Amstelveen-Noord. Waarmee voorkomen kan worden dat projecten niet langer ad-hoc en opzichzelfstaand worden beoordeeld en ontwikkeld. Het is ons echter niet helemaal duidelijk hoe, wanneer en met wie dit te ontwikkelen perspectief tot stand zal worden gebracht.
Hopelijk kan dit bij de vaststelling van de Ontwikkelstrategie meer duidelijk worden.
Concept Nota van Beantwoording Advies Stadsdelen
32
Als stadsdeel pakken we dit graag samen met u op. Antwoord Parallel aan vaststelling van de Ontwikkelstrategie 2035 definiëren we vervolgstappen. Hierbij zoeken we de samenwerking met het stadsdeel en de overige stakeholders in het gebied.
Kaartbeelden Op de pagina’s 37 en 45 zijn respectievelijk de strategische inzetkaart en de projecteninzetkaart van de concept Ontwikkelstrategie opgenomen. We kunnen ons voor het belangrijkste deel in de kaartbeelden vinden. •
Strategische inzetkaart Niet duidelijk is wat bedoeld wordt met het doortrekken van markering ‘versterken groene randen aan de koppen van de scheggen’ in het Kleine Loopveld ter hoogte van het sportpark in Amstelveen. Hier bestaat een brede ecologische zone en is er geen behoefde voor aanpassingen om de villabebouwing beter te verbinden met de scheg. Antwoord Dank u wel voor dit advies. Wij nemen dit over in de Ontwikkelstrategie.
•
Projecteninzetkaart Oostkant Buitenveldertselaan ter hoogte van winkelcentrum Rooswijck markeren als ‘te verkennen ontwikkelingen langs stadsstraten en –lanen’. Dit ter verduidelijking van het inzetten op een zo veel mogelijk doorgaande stadsstraat.
De ontwikkeling van de Vreugdehof (westelijk gedeelte van De Klencke) nog niet markeren als project in Plaberumfase. Over deze ontwikkeling is er discussie over eventuele verplaatsing. Het gebied De Klencke kan beter als geheel opgenomen worden als gebied voor ‘ontwikkeling hoogstedelijke buurt’. Antwoord Dank u wel voor dit advies. We nemen het advies over om deze buurt als geheel op te nemen als mogelijk ontwikkelgebied.
•
We zien nog een mogelijke tegenstrijdigheid in het kaartbeeld tussen het ‘versterken groene randen aan de koppen van de scheggen’ in samenhang met ‘versterken stadslaan’ (zoals weergegeven op de strategische inzetkaart), afgezet tegen ‘te verkennen ontwikkelingen langs stadsstraten en –lanen’. Deze mogelijke onduidelijkheid speelt bijvoorbeeld aan de oostzijde van Buitenveldert. We gaan ervanuit dat het versterken van de groene randen mogelijk is in combinatie met de mogelijke verdichting. Antwoord Met inachtneming van geldende kaders als de Hoofdgroenstructuur is het versterken van groene randen inderdaad mogelijk met verdichting. Voor verdichting zal dan in eerste instantie gekeken worden naar de bebouwde kant van de rand. In de uitwerking verkenning stadsranden willen we de mogelijkheden hiervoor verder onderzoeken.
Concept Nota van Beantwoording Advies Stadsdelen
33
7 Advies stadsdeel Zuidoost Advies De Ontwikkelstrategie is een uitwerking van de Omgevingsvisie die aangeeft waar Amsterdam zich tot 2035 op gaat focussen. Het document gaat over meer dan alleen woningbouw. De focus op de ontwikkeling rondom de stations klopt met de plannen van stadsdeel Zuidoost, zeker de inzet op de oostzijde van het spoor. Er is een grote transformatieopgave bij Amstel III maar ook de vernieuwing en verdichting van bestaande buurten is een groot speerpunt van het dagelijks bestuur van Zuidoost. •
De woningbouwopgave wordt in de Ontwikkelstrategie heel kwantitatief benaderd. Het Dagelijks Bestuur vraagt bij de bouw van nieuwe woningen in Zuidoost naast de aantallen wederom aandacht voor woningen van voldoende grootte. Het stadsdeel constateert dat een heel groot deel van recent opgeleverde woningen of de woningen in de planvoorraad vaak te klein zijn om lang in te wonen, wat doorstroom lastig maakt. Ook draagt dit bij aan gentrificatie en segregatie in het stadsdeel, de te kleine woningen voldoen niet aan de behoefte van huidige inwoners van Zuidoost. Antwoord De Ontwikkelstrategie benoemt een stedelijke kwantitatieve ambitie voor woningbouw. Daarnaast wordt voor specifieke gebieden een kwalitatieve opgave geformuleerd. Deze richt zich vooral op wat er in specifieke ontwikkelgebieden nodig is om te voorzien in lokale behoeften om doorstroming te bevorderen en kan zorgen voor meer diversiteit in het woningaanbod. Stedelijke uitspraken over programmering worden niet in de Ontwikkelstrategie 2035 gedaan maar zijn opgenomen in de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting en het Woningbouwplan. Als uitwerking hiervan wordt gewerkt aan een gebiedsgerichte doelgroepenprogrammering die aansluit bij de gebiedsgerichte inzet in de Ontwikkelstrategie.
•
Daarnaast zijn er te weinig goede woningen voor ouderen. Deze groep verdient een goede plek in het stadsdeel om op een prettige manier oud te worden. Daarom vraagt het DB sterk in te zetten op het bouwen van goede woningen voor ouderen. Antwoord We erkennen het belang van het creëren van goede woningen voor ouderen. In het licht van vergrijzing en als middel om de doorstroming in de bestaande voorraad te verbeteren. In de AAV en de onderhavige woonzorganalyse is een uitgebreide analyse van de behoefte gemaakt. Zowel in nieuwbouw als in bestaande bouw zullen meer woningen moeten worden gerealiseerd die geschikt zijn voor ouderen. In de definitieve Ontwikkelstrategie zullen we ouderenwoningen als aandachtspunt opnemen en agenderen we een uitwerking ‘ruimte voor zorg’.
•
Ook vraagt het DB aandacht voor een goede mix van functies in wijken. De Ontwikkelstrategie benoemt dat ontwikkelingen bijdragen aan een complete stad en vitale buurten en dat er gewaakt moet worden voor het verdringen van kwetsbare maar noodzakelijke functies. Het DB ziet echter andere ontwikkelingen in haar stadsdeel. In Zuidoost moeten veel lokale ondernemers, bijvoorbeeld zoals gevestigd in de buurt Hakfort/Huigenbos, plaatsmaken voor woningbouw zónder dat er ruimte terug wordt gebouwd voor deze ondernemers. Het DB vindt dat de bouw van woningen niet ten koste moet gaan van de lokale bedrijvigheid en de levendigheid van Zuidoost. Bedrijvigheid is een essentieel onderdeel van een vitale buurt. Het DB vraagt om een goede mix van
Concept Nota van Beantwoording Advies Stadsdelen
34
functies te bouwen waarbij woningbouw andere functies niet verdringt. Antwoord In het kader van vitale buurten zetten we in op ruimte voor werkgelegenheid in bestaande woonbuurten. In de praktijk blijkt dit lastig te borgen. Dit is daarom als aandachtspunt opgenomen in de definitieve versie van de Ontwikkelstrategie in paragraaf 3.3 ‘ruimte voor werk en vitale functies’.
Buurten met kwetsbaarheid en ruimtelijke opgaven: De Ontwikkelstrategie schrijft dat er veel buurten liggen met grote opgaven op het gebied van verbetering van de woningvoorraad, kansengelijkheid, energietransitie en leefkwaliteit (o.a. veiligheid, gezondheid, klimaatadaptatie en waterkwaliteit). Maar ook andere opgaven, zoals de nabijheid en toegankelijkheid van voorzieningen, logistiek, agenda autoluw en het stimuleren van deelmobiliteit. Er liggen in deze bestaande buurten kansen om deze opgaven te koppelen aan verdichting. In Zuidoost gaat het volgens het college om de volgende buurten (blz 21): i. Vensepolder-west (kwetsbare buurt met gebrekkige nabijheid dagelijkse voorzieningen) ii. Amsterdamse Poort (kwetsbare buurt met gebrekkige nabijheid dagelijkse voorzieningen) iii. De kameleon e.o. (kwetsbare buurt met gebrekkige nabijheid dagelijkse voorzieningen) iv. Hakfort/huigenbos (kwetsbare buurt met gebrekkige nabijheid dagelijkse voorzieningen) v. Holendrecht-west (kwetsbare buurt met gebrekkige nabijheid dagelijkse voorzieningen) vi. Hoge Dijk (kwetsbare buurt met gebrekkige nabijheid dagelijkse voorzieningen en (zeer) slechte bereikbaarheid) vii. Bijlmermuseum noord (kwetsbare buurt met gebrekkige nabijheid dagelijkse voorzieningen en (zeer) slechte bereikbaarheid) viii.
Landelijke gebied Driemond (kwetsbare buurt met gebrekkige nabijheid dagelijkse voorzieningen en (zeer) slechte bereikbaarheid) ix. Rechte H-buurt (kwetsbare buurt) x. Kortvoort (kwetsbare buurt met gebrekkige kwaliteit woningen en nabijheid dagelijkse voorzieningen) xi. Reigersbos (kwetsbare buurt met (zeer) slechte bereikbaarheid) xii. Gein 1 (kwetsbare buurt met (zeer) slechte bereikbaarheid) xiii. G-buurt noord (kwetsbare buurt met gebrekkige kwaliteit woningen) •
Het kaartbeeld is naar de mening van het DB wat onduidelijk: stapeling van ‘kwetsbaarheden’ is niet zo goed af te lezen. Daarnaast roepen de typeringen gekoppeld aan de buurten de nodige vragen op bij het DB. Het DB vindt het vreemd dat juist de buurten die bij de metro en dichtbij de (sub-)centra liggen worden aangemerkt als kwetsbare buurten op grond van de omgeving en ruimtelijke opgaven. Antwoord De analyse van kwetsbare buurten is gedaan op basis van beschikbare data. Dit was een van de methoden om tot een selectie van buurten te komen waar we gezamenlijk mee aan de slag gaan. Daarnaast zijn de principes van de Ontwikkelstrategie zoals nabijheid van voorzieningenclusters en stations toegepast. Uit de analyse van kwetsbare buurten zijn op basis van sociaal-ruimtelijke indicatoren de 50 buurten met het grootste aandeel kwetsbare huishoudens geselecteerd. Daar zijn vervolgens indicatoren naast gelegd die betrekking hebben op de nabijheid van voorzieningen, de bereikbaarheid en de kwaliteit van de woningvoorraad. De combinatie van kwetsbaarheid met een van de drie andere variabelen maakt dat een buurt naar voren komt als meer of minder
Concept Nota van Beantwoording Advies Stadsdelen
35
kwetsbaar. Het kan dus zijn dat een buurt als kwetsbaar wordt aangemerkt, in relatie tot een relatief lange reistijd/afstand tot winkels scholen, gezondheidscentra of sportvoorzieningen. Op basis van deze analyse gaan we in eerste instantie in gesprek met bewoners en organisaties over de opgaven die zij zien en hoe ruimtelijke ontwikkeling hieraan kan bijdragen.
Bij de Kameleon e.o. is bijvoorbeeld een winkelcentrum in de buurt terwijl de buurt staat aangewezen als kwetsbaar met gebrekkige nabijheid van dagelijkse voorzieningen. Ditzelfde geldt voor de Amsterdamse Poort. Deze buurt heeft het grootste winkelgebied van Zuidoost met o.a. een bibliotheek en scholen. Ook Holendrecht-west heeft een winkelcentrum en scholen, een buurthuis en voortgezet onderwijs dichtbij. Bijlmermuseum noord staat op de kaart als kwetsbaar o.a. door slechte bereikbaarheid terwijl deze buurt een metrostation een winkelcentrum en scholen dichtbij heeft. Voor Reigersbos is de aangemerkte bereikbaarheid frappant gezien ook hier een metrostation is. De Hoge Dijk kent ook een slechte bereikbaarheid volgens de kaart terwijl dit een recreatiegebied met golfbaan is waar bijna niemand woont. Daarnaast staan er buurten niet op de kaart die wel een grote mate van kwetsbaarheid en ruimtelijke opgaven kennen. Denk aan het gebied Amstel 3 (Bijlmer West) dat nu niet is ingetekend op de kaart maar nog in ontwikkeling is en waar vele opgaven spelen. Zoals slechte leefbaarheid, veiligheid spelen en een heel gebrekkig aanbod aan dagelijkse voorzieningen. Ook de F-buurt, een buurt die geografisch het meest afgelegen ligt van Openbaar Vervoer en voorzieningen staat niet op de kaart aangemerkt als kwetsbaar.
• Vanuit de praktijk denkt het DB van Zuidoost dat de kaart niet klopt en roepen de ingetekende buurten meer vragen op dan dat ze helderheid schept. Het DB roept het college op om met de R&D gebiedsteams van Zuidoost in gesprek te gaan om de kaart te herzien. • De Ontwikkelstrategie wil inzetten op buurten waar daadwerkelijk kansen worden gezien om met ruimtelijke verbeteringen bij te dragen aan de sociaal economische opgave. Het DB vindt dit een mooie ambitie, maar vooral weinig concreet. Het DB ziet graag een uitwerking van de manier waarop deze ontwikkelingen kunnen bijdragen aan het tegengaan van kansenongelijkheid en welke sociaal economische opgaven (waar de inwoners van Zuidoost last van hebben) concreet kunnen worden aangepakt middels verdichting en nieuwe ontwikkelingen. • Complete stad, vitale buurten De verdrukking van lokale ondernemers en bedrijven, maatschappelijke initiatieven, andere buurtorganisaties en plekken voor kunst en cultuur (zowel makersplekken als bezoekersplekken) is een groot pijnpunt voor Zuidoost. Het DB benadrukt op deze plek graag dat het stadsdeel op het gebied van maatschappelijke voorzieningen en plekken voor kunst- en cultuur ver achterloopt op de rest van Amsterdam. Oók in vergelijking met andere ontwikkelstadsdelen Noord en Nieuw-West. Zo heeft niet elke buurt in Zuidoost een buurthuis en telt het stadsdeel maar één podium.
Er zijn financiële middelen en veel inspanning nodig om Zuidoost de noodzakelijke inhaalslag te laten maken. Het DB vraagt het college om bovenstaande ambitie écht concreter te maken in de Ontwikkelstrategie: op welke manier en met welke middelen gaat de gemeente deze ambitie waarmaken? Antwoord De Ontwikkelstrategie is een strategisch en ruimtelijk visiedocument voor de middellange termijn. Concrete uitwerking komt in andere stukken te staan. De strategische huisvestingsplannen voor maatschappelijke voorzieningen zijn hier voor de kortere termijn een belangrijke stap in en zullen jaarlijks worden geactualiseerd. Hierin is aandacht voor de inhaalslag die in Zuidoost te maken is, zeker ook op het gebied van Kunst en cultuur. Het GOP is een van de documenten waarin dit verder wordt uitgewerkt, o.b.v. de Concept Nota van Beantwoording Advies Stadsdelen
36
Ontwikkelstrategie.
•
Het DB vraagt om aansluiting te zoeken bij het Masterplan Zuidoost en de daarin opgenomen ambities voor het verbeteren van de voorzieningen in het stadsdeel. Ook vindt het DB het belangrijk om in te zetten op het versterken van de lokale economie via het principe van de Community Wealth Building waarbij lokaal ondernemerschap, werkgelegenheid en bedrijvigheid wordt gestimuleerd. Dit speelt een belangrijke rol in het creëren van een vitaal stadsdeel. Als laatste toevoeging vraagt het DB aandacht voor de bevordering van sociale cohesie en vermindering van onveiligheid middels de nieuw te ontwikkelen woningen en de Ontwikkelstrategie. • Ook vraagt het DB om te zoeken naar concrete oplossingen om woningen betaalbaar te maken en houden voor de inwoners van Zuidoost. Antwoord Betaalbaarheid is een belangrijk doel in de AAV. Hierin is onder andere opgenomen dat we inzetten op realiseren van betaalbare nieuwbouw (sociale huur en middensegment) en inzetten op het betaalbaar houden van deze voorraad in eigendom van de woningcorporaties. Hierin zijn de prestatieafspraken die we maken met woningcorporaties en huurdersvertegenwoordiging een belangrijk middel.
Link met Masterplan Zuidoost: Bevordering van sociale cohesie en vermindering van onveiligheid middels de nieuw te ontwikkelen woningen is in lijn met de ambities uit de Ontwikkelstrategie. • Het DB onderschrijft de ambitie om het bouwprogramma te laten aansluiten op de woonbehoeften in de buurt en het bouwen van woningen die bijdragen aan de doorstroming en de verbreding van het woningaanbod. De DB ziet de ‘gebiedsgerichte doelgroepenprogrammering’ graag tegemoet en juicht het aanwijzen van woningen met lokale voorrang toe. Antwoord Ambtelijk wordt druk gewerkt aan de verdere vormgeving en toepassing van de gebiedsgerichte doelgroepenprogrammering. In Q2 van dit jaar zal deze werkwijze gereed zijn en toegepast kunnen worden in de stedelijke ontwikkeling. •
Gebiedsgerichte inzet Zuidoost • Het DB ziet graag de verkenning van de verbetering van Hoptille zoals voorgesteld door het college tegemoet. Deze verkenning is onbekend bij het DB. Hoptille is een buurt die veel uitdagingen kent en behoefte heeft aan een impuls om op verschillende vlakken zoals veiligheid, openbare ruimte en leefbaarheid te verbeteren. Op dit moment klinkt verkenning van verbetering vaag voor het DB, graag zien wij een uitwerking tegemoet wat deze verbetering in zal houden en vraagt het college hierover af te stemmen met team R&D van Zuidoost. Antwoord De Ontwikkelstrategie is een strategisch document voor de middellange termijn. Hierin worden voorstellen voor nieuwe plannen gedaan. Momenteel ligt er dus nog geen plan voor de verbetering van Hoptille. Concrete uitwerking volgt in verder planvorming en volgt uit het traject Samen Stadmaken.
Concept Nota van Beantwoording Advies Stadsdelen
37
•
Als toevoeging op de ambitie: “om duurzaam en gezond bewegen te bevorderen en de auto een minder prominente plek te geven” wil het college kijken naar de functie van een aantal dreven in het stadsdeel. Het DB zou graag de onderzoeken naar de twee dreven in de Bijlmer (de Flierbosdreef en de Groesbeekdreef) en de S111 vanuit de autoluw gedachte combineren met de visie over openbaar vervoer. De herziening van het Mobiliteitsplan voor Zuidoost biedt hierin misschien kansen. Daarnaast is het van belang dat de groei en doorontwikkeling van het stadsdeel resulteert in een goed verkeersplan voor alle manieren van vervoer zodat inwoners zich goed kunnen blijven verplaatsen. Antwoord Dit is gelijk aan de insteek van de Ontwikkelstrategie. Voor S111 is reeds een integrale verkenning gestart onder het Mobiliteitsplan Zuidoostflank waarbij de inpassing van het OV aan bod komt. Vanuit het Mobiliteitsplan Zuidoostflank zijn nog geen initiatieven voor de Flierbosdreef en Groesbeekdreef. Wel wordt het functioneren van het wegennet in samenhang met het OV-netwerk in Zuidoost onderzocht en gemonitord in het kader van de actualisatie van het Mobiliteitsplan. Binnen het projectteam MP ZOF wordt aanvullend bekeken of er tot het opstellen van een visie op OV kan worden overgegaan. Op dit moment staan er diverse andere maatregelen op het gebied van OV in het lopende programma.
Hierbij moet wel worden opgemerkt dat het onderzoek naar de dreven niet enkel het mobiliteitsaspect belicht maar juist ook kijkt naar de bredere inpassing, relatie met omliggende buurten en verdichtingsmogelijkheden.
•
Het DB onderschrijft de wens voor alternatief gebruik van de dreven en de ruimtes daaromheen als het gaat om toevoegen van bijvoorbeeld bedrijfsruimte of publieke in relatie tot sociaaleconomische opgaven. Maar hierin mist het DB een verhaal over het doorbreken van de strenge functiescheiding die kenmerkend is voor Zuidoost. De uitspraak over de mogelijkheden voor het toevoegen van bedrijfsruimten en publieke ruimten wordt door het DB gemist ten aanzien van de buurtcentra bij de metrostations (Kraaiennest, Ganzenhoef, Reigersbos) en bij station Holendrecht. Juist deze plekken zijn, door de goede OV-bereikbaarheid, geschikt als locatie voor een gemengd programma van wonen, voorzieningen én werken. Graag ziet het DB het doorbreken van de mono-functionaliteit van deze plekken en het mengen met werkfuncties expliciet genoemd in de Ontwikkelstrategie. Antwoord We onderschrijven de kansen die er juist rond buurtcentra en metrostations liggen voor het creëren van vitale buurten. Concrete invulling hiervan krijgt in de planuitwerking vorm maar we zullende mogelijkheden in het definitieve concept van de Ontwikkelstrategie expliciet benoemen.
•
Stationsontwikkeling Bijlmer ArenA wordt niet expliciet genoemd, terwijl juist op dit station de komende jaren juist een enorme opgave ligt. Het stationsgebied Amsterdam Bijlmer ArenA heeft twee gezichten: voor de evenementen in het gebied is het een uiterst belangrijke poot in de afwikkeling van zowel instroom, maar met name uitstroom in het gebied. In het dagelijks gebruik is het een belangrijk station voor heel stadsdeel Zuidoost. In de evenementensituatie is het station is niet berekend op de enorme toestroom aan reizigers gedurende evenementen: de stationshal is te krap en de perrons worden slechts met één toegang ontsloten. Door de verdichting en de groei van het aantal inwoners en de modal shift wordt een grote toename van het aantal dagelijkse reizigers verwacht: daar is het station niet op berekend. Op dit moment werkt gemeente in samenwerking met de verschillende stations- en vervoerspartijen aan een integraal plan voor de herontwikkeling van het hele stationsgebied. Enerzijds gaat wordt gewerkt
Concept Nota van Beantwoording Advies Stadsdelen
38
aan een visie voor de langere termijn, waarbij alle grote vervoersvraagstukken worden opgelost. Anderzijds is er ook een pakket korte termijnmaatregelen opgesteld om de acute problemen rondom station Bijlmer ArenA direct aan te pakken. Dit zijn maatregelen op het gebied van signing en wayfinding, verlichting, kleine aanpassingen in de stationshal ter bevordering van de doorstroom en fietsparkeren. Het DB raadt het college aan om contact te zoeken met afdeling R&D van gebiedsteam Zuidoostflank en/of projectmanager stationsgebied Bijlmer ArenA om deze ontwikkeling goed te verwerken in de Ontwikkelstrategie. Antwoord De Ontwikkelstrategie gaat niet over kortetermijnmaatregelen. We erkennen het belang van stationsgebied Bijlmer ArenA voor de ontwikkeling van Zuidoost en hier wordt zoals beschreven ook al aan gewerkt. Dit zullen we in de gebiedsspecifieke inzet voor Zuidoost verder benadrukken. Het gebied rondom het station, ArenAPoort is onderdeel van de projectenportefeuille van gebiedsontwikkeling. In die zie zin is er geen nieuwe, aanvullende inzet nodig.
De ontwikkeling van het stationskwartier Duivendrecht wekt bijna het beeld op van een buurtgerichte, bescheiden ontwikkeling met veel groen. Maar Duivendrecht is een plek met een uitstekende bereikbaarheid met trein, metro en bus. Daarmee is de plek volgens het DB geschikt voor een (groot)stedelijk programma. Afstemming met aangrenzende buurten vindt het DB uiteraard erg belangrijk, maar het is ook belangrijk om duidelijk te zijn over de (groot)stedelijk mogelijkheden van deze plek en de mogelijkheden van de goede ov-bereikbaarheid die benut kan worden. Antwoord We erkennen het belang van Duivendrecht en de potentie die hier is voor (groot)stedelijk programma. Rond het station moet de ontwikkeling tot volwaardig stationskwartier ook de inzet zijn. Dit staat ook zo benoemd in de gebiedsspecifieke inzet voor Zuidoost. In dat kader is de gemeente al geruime tijd bezig met het project De Nieuwe Kern, tezamen met gemeente Ouderamstel en de overige grondeigenaren. Tegelijkertijd is Venserpolder een buurt waar we volgens traject Samen Stadmaken gaan werken. Dit vraagt ook om een verfijnde aanpak. We bekijken hoe we de inzet rond station Duivendrecht op kunnen hogen. •
•
Over de Gaasperplas schrijft het college dat er ‘op kleinere schaal mogelijkheden liggen om door middel van verdichting rondom de metrostations in het stadsdeel de sociaaleconomische opgaven in omringende wijken aan te pakken en het Openbaar Vervoer en de voorzieningen rond metrohaltes langs de Gaasperplaslijn te versterken’. Deze ambitie klinkt anders dan die in het (vastgestelde, positief TAC-advies) Toekomstplan Gaasperplas, waarin een reservering is opgenomen voor een passende stedelijke functie in de (nabijheid van) de entreezone van de plas. Ook is de Gaasperplas in de Omgevingsvisie opgenomen als groen-blauwe hotspot, waaronder ook worden genoemd buitentheaters en musea. Graag ziet het DB in de Ontwikkelstrategie een duidelijkere formulering die past bij de vastgestelde ambities. Antwoord Dank u wel voor dit advies. We nemen de al vastgestelde ambities uit de genoemde plannen over in de Ontwikkelstrategie.
Concept Nota van Beantwoording Advies Stadsdelen
39
Correcties kaarten en afbeeldingen • Kaart blz 14: De genoemde lopende projecten bij Gaasperdam kloppen niet (rode kruisjes onderstaande kaart). De juiste grex-grenzen afstemmen met team R&D van Zuidoost.
• Kaart blz 45: de begrenzing van de te verkennen locatie bij Hoptille moeten goed worden afgestemd met het R&D team in het stadsdeel. Bij de getekende grenzen rondom de ABN-AMRO lijkt de begrenzing niet goed te lopen tot de Karspeldreef. • Kaart blz 45: Graag de volgende projecten toevoegen als ‘te verkennen binnen bestaande buurten’: Lopikhof en het bouwveld naast Brasapark. Hieronder aangegeven met rode cirkels. Deze projecten ook graag toevoegen in de tabel op blz 51. Antwoord Dank u wel voor de correcties. Contouren van Hoptille en locaties Gaasperdam hebben we aangepast. Na interne afstemming met collega’s van R&D Zuidoost afgesproken Lopikhof aan te houden als grijs ‘lopend project’. Lopikhof niet in Plaberum maar gaat wel bijna van start. Alles wat rood is in de kaart van de Ontwikkelstrategie zijn in feite de locaties die in ontwikkeling worden genomen naast alle projecten die in planvoorraad zitten of de komende jaren worden uitgevoerd. Brasapark is een nieuwe gebiedsontwikkeling en geen verdichting in een bestaande buurt (dus binnen huidig stedenbouwkundig weefsel). Bij verdichten in bestaande buurten wordt ook gewerkt middels het traject ‘Samen stadmaken’. Daarom hebben we Brasapark als rood vlak ‘projectvoorstel’ opgenomen. We passen dit aan in de Ontwikkelstrategie.
• Kaart blz 51: de genoemde locaties corresponderen niet helemaal met de kaart. Bij Bijlmer Oost is de locatie niet in de tabel aangegeven. De vraag is welke projecten hier wel/niet worden meegenomen. Aan de andere kant mist Reigersbos in de kaart (hiervoor is al investeringsbesluit vastgesteld) als “doorontwikkelen wijk-buurtcentra”. Het is niet duidelijk welke locaties waar aan gewerkt wordt zijn meegenomen. Daarnaast zijn de intensivering van de bedrijvenstrook Amstel III niet in de kaart is meegenomen. Het noordelijk deel wordt transformeert en verdicht met o.a. woningbouw maar het zuidelijk deel moet ook een veel hogere dichtheid krijgen. Antwoord Dank u wel voor de correctie. De tabel en kaart trekken we gelijk in de Ontwikkelstrategie. Reigersbos voegen we echter niet toe omdat hier al een investeringsbesluit ligt en daardoor geen onderdeel is van de Ontwikkelstrategie.
Concept Nota van Beantwoording Advies Stadsdelen
40
•
Afbeelding blz 52: de tweede afbeelding wordt nu onderschreven als “bij station Gaasperplas” dit betreft echter buurt K-midden.
Antwoord Dank u wel voor de correctie. We passen dit aan in de Ontwikkelstrategie.
•
Kaart blz 63: in deze kaart worden de belangrijkste fietspadden in Zuidoost niet allemaal aangegeven. In het Mobiliteitsplan (waarvoor nu een update wordt gemaakt) wordt het idee van lange fietsverbindingen meegenomen. Het DB ziet graag de belangrijkste routes afgestemd met het R&D-team van Zuidoost in samenspraak met het mobiliteitsplan. Daarnaast wordt als schakelpunt alleen de Karspeldreef meegegeven, terwijl Holendrechtdreef-Meibergdreef een gelijke problematiek kent.
Antwoord De verbindingen die zijn opgenomen komen uit zowel de kansen- en verbindingenkaart als uit het mobiliteitsplan. Maar het gaat hier wel om een selectie van de verbindingen omdat de samenhang met de ontwikkelgebieden een belangrijke voorwaarde is in de Ontwikkelstrategie. De inzet is zorgvuldig afgestemd met alle betrokkenen. Vanuit Mobiliteitsplan Zuidoostflank is gestart met het programma fiets. Bij input/aanpak knelpunten zal samenwerking worden gezocht met het stadsdeel. Schakelpunten hebben we overgenomen uit de Omgevingsvisie. Schakelpunten die samenvallen met een stationskwartier, innovatiedistrict of stadsdeelcentrum hebben we niet op de kaart gezet, omdat dit integraal onderdeel is van een dergelijke opgave.
Concept Nota van Beantwoording Advies Stadsdelen
41
Colofon
Deze Nota van Beantwoording ’adviezen stadsdelen’ op het concept Ontwikkelstrategie, Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst, is opgesteld in opdracht van het gemeentebestuur van Amsterdam. Contact Gemeente Amsterdam, Ruimte en Duurzaamheid Postbus 2758 1000 CT Amsterdam ontwikkelstrategie2035@amsterdam.nl www.amsterdam.nl/buurten-toekomst Projectleiding Rick Vermeulen (Ruimte en Duurzaamheid) en Ard Wolthuis (Ruimte en Duurzaamheid).
Projectteam Rick Vermeulen (Ruimte en Duurzaamheid), Joost Bos (Wonen), Jeroen Hofman (Maatschappelijke voorzieningen), Anne Meijer (Maatschappelijke voorzieningen), Simcha Goudsmit (GGD Amsterdam), Mark Bos (Communicatie), Cor de Jong (Grond en Ontwikkeling), Harriet Wildenberg (Grond en Ontwikkeling), Floor Zwiers (Ruimte en Duurzaamheid) , Daniel Hogendoorn (Ruimte en Duurzaamheid), Lianne Hulsebosch (Ruimte en Duurzaamheid), Anke Rolsma (Economische Zaken en Cultuur), Bas Maas (Verkeer en Openbare Ruimte), Jasper Bras (Ruimte en Duurzaamheid), Mireille Vos (Ruimte en Duurzaamheid), Alexandra Jansen (Ruimte en Duurzaamheid), Harry de Vries (Ruimte en Duurzaamheid), Klaas Tromp (Ruimte en Duurzaamheid), Ard Wolthuis (Ruimte en Duurzaamheid). Dank aan alle betrokkenen.
Concept Nota van Beantwoording Advies Stadsdelen
42