CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

a. Def OS2035_NvB_Stadsdelen.pdf

RAAD 26 juni 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen ‘Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst, Ontwikkelstrategie 2035’ (VN2024-005902)16.544 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota van Beantwoording adviezen stadsdelen Op het concept Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst, Ontwikkelstrategie 2035 Concept April 2024

Concept Nota van Beantwoording Advies Stadsdelen

1

Inhoudsopgave Inleiding en leeswijzer

3

Hoofdlijnen

4

Alle adviezen en antwoorden

5

1. Stadsdeel Centrum

5

2. Stadsdeel Nieuw-West

7

3. Stadsdeel Noord

14

4. Stadsdeel Oost

22

5. Stadsgebied Weesp

29

6. Stadsdeel West

31

7. Stadsdeel Zuid

33

8. Stadsdeel Zuidoost

35

Colofon

Concept Nota van Beantwoording Advies Stadsdelen

43

2

Inleiding en leeswijzer Op 8 februari 2024 is het concept ‘Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst, Ontwikkelstrategie 2035’ vrijgegeven voor advies van de stadsdelen. De adviesperiode voor de stadsdelen duurde tot en met 27 maart 2024. Deze Nota van Beantwoording biedt een overzicht van deze reacties en de antwoorden daarop. Hierbij wordt duidelijk aangegeven wanneer dit tot wijzigingen ten opzichte van het concept leidt. De Nota van Beantwoording maakt deel uit van de officiële stukken ten behoeve van de besluitvorming over Amsterdam: bouwen aan buurten van de toekomst. Daarmee is transparant wat er met de binnengekomen reacties is gedaan. De adviezen zijn per stadsdeel beantwoord. Het ordenen en beantwoorden van de adviezen was precisiewerk. Daar zijn misschien wat foutjes ingeslopen. Wie zijn of haar advies onverhoopt niet herkent, kan contact opnemen op ontwikkelstrategie@amsterdam.nl

Concept Nota van Beantwoording Advies Stadsdelen

3

Hoofdlijnen Algemene tendens Over het algemeen kunnen we constateren dat alle stadsdelen zich goed kunnen vinden in de Ontwikkelstrategie 2035. De opgave vanuit de Ontwikkelstrategie verschilt behoorlijk per stadsdeel. Toch zien we dat ook de stadsdelen waar op het eerste gezicht de opgave minder groot lijkt, de noodzaak voelen om mee te denken en waar mogelijk mee te werken aan het behalen van de opgave.

Complimenten De Dagelijks Besturen van alle stadsdelen spreken zich over het algemeen positief uit over de Ontwikkelstrategie 2035. Zij geven aan zich goed te kunnen vinden in de algemene lijn van de Ontwikkelstrategie. De meerkernige insteek en de notie van vitale buurten in een complete stad worden door alle stadsdelen omarmd en toegejuicht. Evenals de urgentie van het zoeken naar locatie voor de bouw van extra woningen, vooral buiten de binnenstad. Daarnaast wordt nog benoemd door bijvoorbeeld stadsdeel Nieuw-West, dat zij het zorgvuldig gevolgde proces en het nauw betrekken van de stadsdelen zeer waarderen. Stadsdeel Noord benoemt expliciet haar waardering voor het uitgebreid spreken met veel verschillende belanghebbende partijen. Vanuit de stadsdelen Zuidoost en Zuid wordt ook de inzet op duurzaamheid, klimaatadaptatie en bestrijden van kansongelijkheid als nuttig, noodzakelijk en positief ervaren.

Concept Nota van Beantwoording Advies Stadsdelen

4

Alle adviezen en antwoorden 1 Advies Stadsdeel Centrum Advies De Ontwikkelstrategie zet in op het versterken van de stedelijke kernen buiten de binnenstad en het verbeteren van de buurten daaromheen. Hierbij wordt uitgegaan van een complete stad met vitale buurten en spelen bewoners, gebruikers en investerende partijen een belangrijke rol. Aanpak binnenstad Het dagelijks bestuur stadsdeel Centrum kan zich goed vinden in deze Ontwikkelstrategie. Hoewel de binnenstad, buiten het Marineterrein, geen locaties voor grootschalige nieuwbouw van woningen heeft, moeten we ook in het Centrum blijven werken aan vitale buurten en betaalbare woningen. Het thema Wonen is een belangrijke prioriteit in de Aanpak Binnenstad om leefbaarheid en diversiteit te vergroten. Door te sturen op het toevoegen van woningen wil het stadsdeel bijdragen aan het verminderen van het woningtekort. Dat doen we door: 1. Het ondersteunen en stimuleren van vastgoedeigenaren (w.o. woningcorporaties) bij het omzetten van opslagruimtes, zolderverdiepingen en winkelruimtes (waar het passend is) naar woningen. 2. Inzet van het transformatieteam dat actief contact zoekt met vastgoedeigenaren met als doel o.a. woningen toe te voegen op verschillende locaties in de binnenstad. 3.

Met het project Wonen boven bedrijven worden vastgoedeigenaren gestimuleerd om niet gebruikte ruimtes boven winkels en bedrijven om te zetten naar woningen. 4. Mogelijkheden worden verkend om af te wijken van beleidskaders om woningbouw mogelijk te maken. 5. Het heroverwegen van het beleid met betrekking tot 1.000 vierkante meter werkpanden. Onder bepaalde voorwaarden is het passend en wenselijk om 1.000 vierkante meter werkpanden om te zetten naar woningen, bijvoorbeeld wanneer dit betaalbare woningen oplevert in gebieden waar de woonfunctie en leefbaarheid onder druk staat. 6. We definiëren mogelijkheden om bestaande bebouwing op te toppen om op die manier woningen te realiseren, rekening houdend met de context van de historische binnenstad. Het Marineterrein Het gaat in de Ontwikkelstrategie niet alleen om de bouw van nieuwe woningen maar ook over de verbetering van de bereikbaarheid, het groen in de buurt en een vernieuwing van het voorzieningenaanbod (scholen, kantoren, winkels etc.). Daarnaast kan het bouwen van nieuwe woningen een doorstroming op gang brengen in de bestaande woningvoorraad. De Nota van Uitgangspunten van het Marineterrein is vorig jaar met de stadsdeelcommissie besproken.

Voor de omwonenden én voor het stadsdeelbestuur is van belang dat met de ontwikkeling van het Marineterrein ruimtelijk en maatschappelijk aangesloten wordt bij de leef- en belevingswereld van de omgeving. De input van bewoners is hierbij van belang zodat er geen eiland of bubbel in de stad ontstaat die onvoldoende verbonden is met de directe omgeving. Vanwege de wooncrisis wordt veel belang gehecht aan een zo maximaal mogelijke hoeveelheid nieuwe woningen met lokale doorstroming als belangrijke pijler. In de binnenstad is er, op het

Concept Nota van Beantwoording Advies Stadsdelen

5

Marineterrein na, weinig ruimte om woningen toe te voegen terwijl de behoefte aan doorstroming van ouderen, gezinnen en jongeren uit de omliggende buurten groot is. Monitor resultaten Tot slot zijn we zeer benieuwd of het beoogde resultaat van de Ontwikkelstrategie voor stadsdeel Centrum (0.a verbetering van de leefbaarheid, mobiliteit en verduurzaming en vermindering druk) de komende jaren terug te zien is in de monitor van de Omgevingsvisie. Antwoord Het stadsdeel Centrum kan zich vinden in de inzet van de Ontwikkelstrategie voor de binnenstad. De aandacht die het stadsdeel vraagt voor de vitaliteit van buurten, mogelijkheid voor kleinschalige toevoegingen aan de woningvoorraad en voor de ontwikkeling van het Marineterrein zijn in lijn met de Ontwikkelstrategie en specifiek met de tekst over de binnenstad op pagina 62 van het concept. De link met de Aanpak binnenstad waarnaar in het stadsdeel Centrum wordt verwezen nemen we in de definitieve versie op.

Concept Nota van Beantwoording Advies Stadsdelen

6

2 Advies stadsdeel Nieuw-West Advies Het Dagelijks Bestuur (DB) adviseert positief over de Ontwikkelstrategie 2035 (OS2035). Het spreekt waardering uit voor het zorgvuldige proces dat is gevolgd. Daarnaast steunt het DB het uitgangspunt om breder te kijken dan plancapaciteit voor woningen en deze strategie te richten op het ontwikkelen van een complete stad en vitale buurten. Laat mobiliteit daarbij niet het sluitstuk zijn van de Ontwikkelstrategie 2035, maar investeer gelijkmatig in woningbouw, groen én mobiliteit. Het DB roept in dat kader op om voldoende aandacht te hebben voor het meegroeien van voorzieningen en randvoorwaarden die een minder fysieke component hebben. Denk aan de grondslag voor de sociale basis of voldoende capaciteit in het veiligheidsdomein, waar naast een groeiende stad ook nog achterstanden moeten worden ingehaald. Het DB ziet verschillende aandachtspunten om in de definitieve tekst van de OS2035 op te nemen of om in de verdere uitwerking op te pakken. Een deel van de uitwerking vindt plaats in het Gebiedsgericht Omgevingsprogramma Nieuw-West (GOP, adviesaanvraag wordt in april 2024 verwacht). Deze biedt de kans om in meer detail in te gaan op Nieuw-West. Aan het einde van deze adviesaanvraag is daarom een korte toelichting opgenomen over de relatie tussen het GOP en de Ontwikkelstrategie.

Aandachtspunten Solidaire stad met kansen voor iedereen • De kaart ‘Kwetsbaarheid buurten op verschillende ruimtelijke facetten’ (p.21) geeft een onvolledig beeld. Het DB roept op om de analyse met betrekking tot buurten met kwetsbaarheid en ruimtelijke opgaven beter aan te laten sluiten op de analyses die worden gemaakt in het kader van het Nationaal Programma Samen Nieuw-West. Daarin wordt een breder palet aan relevante indicatoren meegenomen om tot een gedetailleerder beeld te komen. Daarin komen bijvoorbeeld buurten als Dichters- en Couperusbuurt ook naar voren als aandachtsgebieden. Antwoord De analyse over kwetsbare buurten met een combinatie van sociaal-economische en ruimtelijke opgaven is gedaan op basis van een samenstelling van sociale en ruimtelijke indicatoren. De eerste indicator hierbij is het percentage kwetsbaren in een buurt. Deze geeft aan wat de sociale en economische positie van buurtbewoners is in de samenleving. In dit onderzoek is gefocust op de 50 buurten met het hoogste percentage kwetsbaren. Vervolgens is gekeken welke van deze buurten kwetsbaar zijn op drie verschillende ruimtelijke indicatoren: woonkwaliteit, voorzieningenniveau en bereikbaarheid. Dit vanuit het idee dat vanuit een ruimtelijke strategie op deze punten het meest kan worden bijgedragen.

Het is vanuit deze insteek niet vreemd dat deze analyses verschillen van analyses die vanuit een ander perspectief worden gedaan zoals voor het Nationaal Programma Nieuw-West. In het vervolgtraject van de Ontwikkelstrategie wordt verder onderzocht waar de kwetsbaarheid en ruimtelijke opgave preciezer zit in de aangemerkte buurten. Dat wordt vanzelfsprekend ook samen met de bewoners van deze buurten gedaan. De conclusies hiervan en de ingrepen die eventueel volgen zullen dus per buurt verschillen, zowel wat voor ingrepen dit zijn als hoe ingrijpend deze zullen zijn.

Concept Nota van Beantwoording Advies Stadsdelen

7

Beter benutten van bereikbaarheid • Het DB roept op om naast aanvullende middelen voor onderhoud, beheer en exploitatielasten voor mobiliteit ook de benodigde structurele verbeteringen van de bestaande infrastructuur in stedelijk gebied te benoemen, aangezien deze voor de huidige en toekomstige bewoners van groot belang zijn. • Het DB adviseert om de integrale mobiliteitsopgave nader te onderzoeken. Deze valt buiten de scope van de Ontwikkelstrategie, maar zou als uitwerking kunnen worden opgepakt, zeker in het licht van de toename van de planvoorraad die wordt voorgesteld. Het gaat dan om combinatie van beperkte parkeervoorzieningen bij sociale nieuwbouw, (betaald)parkeren, deelmobiliteit, OV, auto, fiets en voetgangers. Met name de opgave voor voetganger en fiets is onvoldoende scherp in beeld. Antwoord Op dit moment zijn er al twee integrale producten met betrekking tot mobiliteit op gebiedsniveau voor Nieuw-West: het mobiliteitsplan en het GOP. Hier (met name mobiliteitsplan) zit de opgave voor de fiets, OV en auto al in. Met betrekking tot parkeervoorzieningen en parkeren algemeen wordt nu gewerkt aan een nieuwe nota parkeernormen voor de gehele stad, waar de sociale nieuwbouw extra aandacht krijgt.

Daarnaast wordt vanuit het programma Ruimte voor de Stad de samenhang tussen de verschillende aspecten van stedelijke ontwikkeling waaronder woningbouw, bereikbaarheid en voorzieningen gemonitord.

Vernieuwing van het voorzieningenaanbod • Er is bijzondere aandacht nodig voor de integrale sociale veilige bereikbaarheid van sportparken/voorzieningen. Sportparken/voorzieningen zijn vaak aan de randen van de stad gesitueerd en slecht bereikbaar met het OV. Vooral voor de jeugd is de bereikbaarheid daarmee een uitdaging. Naast deze grootschalige voorzieningen is het van belang om voldoende sportvoorzieningen van goede kwaliteit in en nabij de wijk te hebben. Daarmee wordt de drempel om te bewegen zo laag mogelijk. Dat draagt bij aan de doelstelling om kinderen gezond op te laten groeien en overgewicht bij deze groep tegen te gaan. Antwoord Wij herkennen het belang van veilige routes en voldoende ruimte voor sport. Sport wordt geborgd middels de referentienorm. Bij het vervolg is de eerste stap om te kijken naar het toevoegen van sportfaciliteiten binnen het plangebied. Daarnaast wordt vanuit het programma Ruimte voor de Stad de samenhang gemonitord tussen de verschillende aspecten van stedelijke ontwikkeling waaronder woningbouw, bereikbaarheid en (sport)voorzieningen.

•

Betrek bij eventuele nieuwe gesprekken om overgewicht integraal aan te pakken organisaties met expertise op dit gebied, zoals de koepelorganisatie Partnerschap Overgewicht Nederland. • Zet daarnaast bij de inzet op maatschappelijke voorzieningen ook in op multifunctionele gemeenschappelijke ruimtes om de cohesie in en progressie van buurten te bevorderen. Antwoord De uitwerking van het maatschappelijke programma is een uitwerkingsopgave, waarvoor we in de Ontwikkelstrategie aandacht vragen en waarover we na vaststelling van de Ontwikkelstrategie graag met u in gesprek gaan. De Ontwikkelstrategie gaat niet over de integrale aanpak van overgewicht.

Concept Nota van Beantwoording Advies Stadsdelen

8

Passend en beter wonen in de bestaande voorraad Er wordt vermeld dat er buiten de ring huishoudens relatief groot wonen. Het DB adviseert met klem deze zin te schrappen: deze opmerking mist nuancering en doet geen recht aan de situatie van duizenden gezinnen die krap wonen in Nieuw-West. Antwoord Dank voor deze toelichting. Dit wordt herkend en aangepast. •

•

Beter per buurt kijken waar behoefte aan is, biedt veel kansen en aanknopingspunten voor doorstroom. Het DB adviseert om de ‘gebiedsgerichte doelgroepenprogrammering’ in intensieve samenwerking met het stadsdeel uit te werken. Het roept op om te waken voor een op zichzelf staande analyse en de programmering uit te werken in een kader dat geldt voor alle projecten in het desbetreffende gebied. Antwoord In het vervolgtraject van de Ontwikkelstrategie wordt verder onderzocht waar de kwetsbaarheid en ruimtelijke opgave precies zit in de aangemerkte buurten. Dat wordt vanzelfsprekend ook samen met het stadsdeel en de bewoners van deze buurten gedaan. De conclusies hiervan en de ingrepen die eventueel volgen zullen dus per buurt verschillen, zowel wat voor ingrepen dit zijn als hoe ingrijpend deze zullen zijn. In de Ontwikkelstrategie zijn buurten aangewezen als te ontwikkelen volgens de principes van Samen Stadmaken. Hierin wordt intensief met bewoners en belanghebbenden verkend welke behoeftes en kansen er in deze buurten leven. Daarnaast wordt er op dit moment de werkwijze ‘gebiedsgericht doelgroepenprogrammeren’ ontwikkeld. Via de werkwijze gebiedsgericht programmeren worden de kansen voor elke nieuwbouwdoelgroep (ouderen, jongeren en studenten, doelgroepen die specifieke bouwvorm vragen) in beeld gebracht.

Stadsdelen zijn en worden nauw betrokken bij de uitwerking en kunnen hier gebruik van maken in de eigen stadsdeelprojecten. Tot slot wordt er door O&S een onderzoek uitgevoerd naar passend wonen en doorstromingsmogelijkheden (verhuisketens). Ook deze inzichten kunnen worden gebruikt in de programmering van nieuwbouw.

•

•

De krappe en dure woningmarkt is een grote uitdaging in deze tijd voor de stad, vooral ook in gebieden buiten de ring, zoals Nieuw-West. Het is belangrijk om meerdere mogelijke oplossingen en verbeteringen aan te boren. Dit kan liggen op het vlak van financieringscategorieën, woninggrootte en woningdiversiteit en eigenaarschap. Het DB zet daarbij in op doorlopende leeflijnen, waarbij een buurt zo opgebouwd en ingericht wordt dat er ruimte ontstaat voor ontmoeting en verbinding. Dit versterkt het sociaal kapitaal dat in het DNA van de bewoners van Nieuw-West zit. De buurten kenmerken zich door verschillende type woningen die aansluiten bij de verschillende levensfasen. Doordat men samenleeft, in de breedste zin van het woord, ontstaat er vertrouwen en sociale cohesie. Hierdoor zullen bewoners, die vaak het liefst in hun eigen buurt blijven wonen, de mogelijkheid krijgen om in een nieuwe levensfase door te stromen naar een volgende passende woning in de buurt. Daarmee blijven bestaande netwerken intact, wordt de sociale cohesie versterkt en het sociale kapitaal in Nieuw-West vergroot. Voor wat betreft de woningbouwprogrammering ziet het DB in Nieuw West een behoefte aan sociale huurwoningen voor grote gezinnen en betaalbare woningen (van voldoende oppervlakte) voor middengroepen. Daarnaast is het terugdringen van personeelstekorten o.a.

in de sectoren zorg, onderwijs en politie van groot belang. De gemeente werkt hier al intensief aan, voor toekomstige

Concept Nota van Beantwoording Advies Stadsdelen

9

ontwikkelingen is de aanname dat de beschikbaarheid van woonruimte een belangrijke factor blijft. Het DB adviseert daarom deze groepen expliciet mee te blijven nemen in de woningbouwprogrammering. Antwoord Dank voor deze toelichting. Deze twee punten worden herkend vanuit het participatietraject van de Ontwikkelstrategie en moeten onderdeel worden van de uitwerking in de planvorming. De Ontwikkelstrategie doet geen beleidsuitspraken ten aanzien van de woningbouwprogrammering. Hiervoor zijn het Woningbouwplan en de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting de geëigende producten. Lokaal maatwerk vindt plaats binnen de projecten.

Samenwerkingsvormen • Het DB ondersteunt van harte de ambitie tot langdurige samenwerkingen met bewoners. Het DB adviseert daarvoor de financiële randvoorwaarden inzichtelijk te maken en waar nodig in orde te brengen, zodat projectteams de tijd en middelen hebben om tot een zorgvuldige samenwerking te komen. Het DB ziet vooral kansen in gebieden waar projecten nog moeten starten of in een vroege fase zijn. Antwoord Prettig om te lezen dat het stadsdeel ook wil inzetten op langdurige samenwerkingen. De aankomende participatieverordening stuurt ook op het vroegtijdig samenwerken en de financiën inzichtelijk maken.

•

Het DB spreekt de zorg uit dat een uitnodiging om mee te denken te vrijblijvend kan zijn. Dit zou vergezeld moeten gaan met een helder perspectief om invloed uit te oefenen, zoals het model dat nu in de Wildemanbuurt wordt toegepast. De kennis van de huidige bewoners en eventuele voorgeschiedenis zijn van groot belang om deze processen goed te laten verlopen en voor bewoners navolgbaar te maken. Dat vraagt nadere uitwerking van sturingsmodellen. Het DB adviseert om hier de expertise van het stadsdeel bij te betrekken. Antwoord Vanuit de Ontwikkelstrategie wordt vervolg gegeven aan Samen Stadmaken. In deze buurten worden, voordat wij starten met verkenningen, afspraken gemaakt over de samenwerking. De Wildemanbuurt is een heel inspirerend voorbeeld. Gesprekken met dit project lopen. De samenwerking met het stadsdeel is cruciaal.

•

Tegelijkertijd vindt het DB het voor bewoners in gebieden met lopende projecten het van groot belang dat deze tijdig doorgang vinden. Deze bewoners wachten soms al veel te lang op een nieuwe of goed gerenoveerde woning. Het DB adviseert om de Ontwikkelstrategie dus vooral te richten op projecten die nog opgestart moeten worden. Antwoord De Ontwikkelstrategie focust op nieuwe projecten ten behoeve van de planvoorraad na 2030 en in principe niet op lopende projecten. De insteek en scope van de Ontwikkelstrategie 2035 zijn dus in lijn met het advies van het stadsdeel.

Concept Nota van Beantwoording Advies Stadsdelen

10

Agglomeratie • Het DB adviseert om bij de tekst onder ‘Corridor Hoofddorp-Zuidas’ nog expliciet te benoemen dat een deel van het gebied tussen de A4 en de Nieuwe Meer onderdeel uit maakt van de Hoofdgroenstructuur. • Het DB adviseert wat betreft de Oeverlanden om de kaartbeelden te verduidelijken, zodat helder wordt dat er geen verdichting binnen de Hoofdgroenstructuur wordt toegestaan. Antwoord Wij danken u voor dit advies. Wij zullen dit overnemen in de tekst en bijbehorende kaarten.

Ringzone West/Nieuw-West • Het DB vindt de geschetste ontwikkeling en opgaven in de tekst navolgbaar. In het Gebiedsgericht Omgevingsprogramma Nieuw-West worden deze in meer detail uitgewerkt. Zie daarvoor de toelichting onder ‘Relatie Ontwikkelstrategie – Gebiedsgericht Omgevingsprogramma Nieuw-West’. Antwoord Dank u wel voor het onderstrepen van de producten en het toelichten van de relatie hiertussen.

•

Het onderscheid in de tekst tussen Ringzone West/Nieuw-West en Havenstad is ongelukkig, met name omdat het ontwikkeltempo binnen Havenstad zo fors verschilt. Daarmee worden noodzakelijke ingrepen, zoals de verbetering van de verbinding tussen Slotermeer en Sloterdijk, te veel in de context van een toekomstige lange termijn ontwikkeling geplaatst. Het DB adviseert om de ambtelijke capaciteit in te zetten waar kansen en energie zit om op redelijke termijn resultaat te boeken. Het DB adviseert daarom het deel van Havenstad dat nu al in ontwikkeling is, zoals Sloterdijk Centrum, samen met ‘Ringzone West/Nieuw-West’ onder te brengen onder het kopje ‘Nieuw-West’. Antwoord We onderkennen de relatie en zorgen ook dat deze in de tekst nadrukkelijk benoemd wordt. We zorgen dat deze ontwikkelingen in de inzetkaartjes ook goed zijn weergegeven en niet vervaagd worden weergegeven. De gebieden horen daadwerkelijk bij Haven-Stad Zuid. Zodoende brengen wij deze niet onder bij 'Nieuw-West'.

•

De beschrijving van de huidige planvorming en de kansen op middellange termijn is op hoofdlijnen. Daardoor is deze voor bewoners moeilijk navolgbaar, terwijl zij wel op het kaartbeeld hun buurt ingekleurd zien. Daarbij is de grofmazigheid van de kaart nu dusdanig dat er ook buurten ingekleurd zijn waar redelijkerwijs geen veranderingen te verwachten zijn. Stedelijke vernieuwing is naast een kans voor een goede woning ook een bron van stress voor bewoners. Het DB adviseert om een zorgvuldige communicatielijn uit te werken op het niveau van de verschillende plangebieden, met aandacht voor goed verwachtingsmanagement. Antwoord Dank u wel voor dit advies. In de uitwerking van een zorgvuldige communicatielijn zullen wij zeker de samenwerking met het stadsdeel gaan zoeken.

•

Zorgvuldige communicatie is ook van belang bij de notie van (rigoureus) vergroenen. In lopende projecten zien we dat deze frase verwarring oproept, en doorgaans door

Concept Nota van Beantwoording Advies Stadsdelen

11

bewoners of andere betrokkenen wordt geïnterpreteerd als het toevoegen van vierkante meters groen aan een plangebied. Het risico van eenzijdige interpretatie speelt onder andere in de beschrijving van het gebied Lelylaan. Het DB adviseert om hier het eerlijke verhaal te vertellen en explicieter te benoemen dat rigoureus vergroenen ook kan betekenen dat er wordt geïnvesteerd in een kwaliteitsverbetering van het groen in een plangebied waar door verdichting het oppervlak van groen afneemt. Antwoord Dank u wel voor dit advies. In de uitwerking van een zorgvuldige communicatielijn zullen wij zeker de samenwerking met het stadsdeel gaan zoeken. De tekst met betrekking tot rigoureus vergroenen passen we aan op het punt dat rigoureus vergroenen ook kan worden ingevuld door een kwaliteitsverbetering van het bestaande groen.

•

Het DB adviseert om bij de verkenning van de versterking van de Calandlaan goed aan te sluiten op de bestaande situatie en daar bij verdere uitwerking de mogelijkheden voor de inrichting tot stadsstraat over de gehele lengte te verkennen. Antwoord Dank u wel voor deze toelichting. Dit wordt herkend vanuit het participatietraject van de Ontwikkelstrategie en moet onderdeel worden van de uitwerking.

•

Het DB adviseert om sterker de nadruk te leggen op de grote opgave om bereikbaarheid te verbeteren in Nieuw-West, waarbij een helder perspectief wordt gegeven om tot gewenste interventies te komen. Het DB onderstreept daarbij specifiek het belang van beter openbaar vervoer in Nieuw-West. Het adviseert om explicieter de koppeling te maken van mogelijke planvorming met relevante besluiten op het gebied van openbaar vervoer. Werk daarbij de tangentiële lijnen meer uit. Antwoord We houden ons aan de lijnen zoals nu opgenomen. De Ontwikkelstrategie is een strategisch document en agenderend voor verder onderzoek. De uitwerking is voor later. Er zijn al twee integrale producten met betrekking tot mobiliteit op gebiedsniveau voor Nieuw-West: het mobiliteitsplan en het GOP. Hier (vooral het mobiliteitsplan) zit de opgave voor de fiets, OV en auto al in. Met betrekking tot parkeervoorzieningen en parkeren algemeen wordt nu gewerkt aan een nieuwe nota parkeernormen voor de gehele stad. Hierin krijgt de sociale nieuwbouw extra aandacht. Daarnaast wordt vanuit het programma Ruimte voor de Stad gemonitord wat de samenhang is tussen de verschillende aspecten van stedelijke ontwikkeling waaronder woningbouw, bereikbaarheid en (sport)voorzieningen.

•

In het kader van de meerkernige stad wordt er o.a. voor centrum Osdorp ingezet op een complete centrumontwikkeling. Dit is een goede en cruciale ontwikkeling. Het DB adviseert om in de tekst het benodigde hoge ambitieniveau beter te benadrukken. Antwoord In de Ontwikkelstrategie (6.1 - Ringzone West/Nieuw-West) wordt dit al beschreven.

Relatie Ontwikkelstrategie – Gebiedsgericht Omgevingsprogramma Nieuw-West Het DB ziet dat parallel aan de Ontwikkelstrategie is gewerkt aan het Gebiedsgericht Omgevingsprogramma Nieuw-West (GOP). Er is een duidelijke relatie tussen deze twee trajecten. De Ontwikkelstrategie geeft op hoofdlijnen ontwikkeling, fasering, dynamiek uit de omgeving en Concept Nota van Beantwoording Advies Stadsdelen

12

voorwaarden voor groei aan. In het GOP is uitgezocht waar de groei precies een plek kan krijgen, ook reagerend op de dynamiek uit de omgeving, en concretiseert de voorwaarden. Andersom heeft het GOP input aangeleverd voor de Ontwikkelstrategie in de vorm van potentiële ontwikkellocaties. De planning is om het GOP in april ter advies voor te leggen. Het DB ziet het GOP dus als een concretisering van de Ontwikkelstrategie. Het DB zal in de adviesaanvraag van het GOP waar nodig specifieker ingaan op de (ruimtelijke) implicaties voor Nieuw-West en daar in deze adviesaanvraag voor de Ontwikkelstrategie terughoudender in zijn. Antwoord Wij herkennen de door het stadsdeel geschetste relatie tussen de Ontwikkelstrategie en het Gebiedsgerichte Omgevingsprogramma en onderstrepen de gedachten van het stadsdeel.

Concept Nota van Beantwoording Advies Stadsdelen

13

3 Advies stadsdeel Noord Advies Het Dagelijks Bestuur van Noord adviseert overwegend positief over het uitgebreide concept ‘Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst Ontwikkelstrategie 2035’ (hierna ‘de Ontwikkelstrategie’), en vindt het goed dat er met veel verschillende partijen gesproken is. Daarbij onderschrijft het DB volledig het doel om vooral een complete stad te zijn. De meerkernige ontwikkeling, zoals omschreven op pagina 18, vraagt ook om volwaardige kernen met een compleet voorzieningenaanbod in alle stadsdelen. Het DB Noord heeft wel een aantal aanvullingen en aandachtspunten. Die lichten we hieronder toe. Ook pleit het DB van Noord voor een verdere precisering van de wijze waarop verdichting zal plaatsvinden. Antwoord Een deel van het advies van Stadsdeel Noord is gericht op de verdere uitwerking van de Ontwikkelstrategie. Dat wordt in nauw overleg met de stadsdelen vormgegeven. En in het kader van Samen Stadmaken ook met bewoners(groepen) en andere stakeholders.

•

Een betere balans Het DB steunt de koers voor een terughoudender inzet dan afgelopen periode in de transformatie van bedrijventerreinen. De laatste jaren en de komende jaren is sprake van een forse schaalsprong. De snelle groei die Noord heeft doorgemaakt en nog zal doormaken noopt tot het vinden van een nieuwe balans. Een nieuwe balans die verder gaat dan het (her)verdelen van de beschikbare ruimte tussen functies wonen, bedrijven en genormeerde (referentienormen) voorzieningen. Het is ook zaak om ruimte te behouden of zelfs te vergroten voor die functies die bijdragen aan voldoende productiviteit, innovatie en werkgelegenheid. Maar ook de benodigde voorzieningen op gebied van onderwijs, cultuur, kinderopvang, recreatie, sport, natuur en groen zullen mee moeten groeien met de groei van het aantal woningen. De ambitie om de stad te verbeteren en daarmee een complete stad met vitale buurten te maken, zien wij als een zeer noodzakelijke bijsturing op ‘Koers 2025’ waarin de woningbouwproductie dominant is. Zeker als het gaat om een nieuwe balans tussen wonen en bedrijvigheid, pleit het DB er zelfs voor om nu al bij te sturen, ook op Koers 2025 en Haven-Stad (zie onder Noordse bedrijven).

Antwoord Een van de opgaven van de Ontwikkelstrategie is om een nieuwe balans te vinden, waarin (ook) ruimte wordt gevonden (behouden of vergroot) voor functies die bijdragen aan productiviteit, innovatie en werkgelegenheid en ook voor voorzieningen op allerlei terreinen. Dit is onderdeel van de bredere inzet op vitale buurten in de Ontwikkelstrategie. Wij zitten daarin dus op één lijn met het stadsdeel. Daarom nemen we een uitwerkingsopgave op die meer inzicht moet geven in hoe binnen huidige transformatieprojecten ruimte wordt geborgd voor productie en de maakindustrie en hoe we dit zouden kunnen versterken. We betrekken hier uiteraard graag de ervaringen in het Stadsdeel Noord bij. Sturing op de projecten die op basis van Koers 2025 zijn opgestart en al lopen valt buiten de scope van de Ontwikkelstrategie. (Bij)sturing hierop is mogelijk vanuit de projectenlijn binnen het Plaberum.

Concept Nota van Beantwoording Advies Stadsdelen

14

•

Verdichten. Bijplaatsen of vervangen? Het DB van Noord onderschrijft de keuze om de verdichting in bestaande wijken toe te passen. Dit is niet alleen een logisch gevolg van terughoudendheid voor verdere transformaties maar hiermee kunnen ook kansen worden benut voor het verbeteren van bestaande wijken. Daarbij is het wel zaak om verder te preciseren hoe dit gebeurt. Het DB van Noord ziet een risico wanneer verdichting alleen gebeurt door ‘bijplaatsen of inpassen’ van gebouwen of complexen in de bestaande wijken. Al helemaal als dit gebeurt in de openbare ruimte of het groen.

Noord heeft een aantal wijken waarin sprake is van AUP of post-AUP bouw. Die kenmerkt zich door een herkenbaar maar ook repeterend stedenbouwkundig patroon. De strikte functiescheiding die daarbij is doorgevoerd zorgt voor beperkte levendigheid en vitaliteit in deze buurten en soms ook voor uitdagingen om de leefbaarheid te borgen. Voor een aantal buurten, waarin sprake is van deze ééntonige stedenbouwkundige opzet en waarin weinig mogelijkheden zijn om de vitaliteit in de buurt te vergroten, is het zaak om ook te onderzoeken of gehele vernieuwing (sloop/nieuwbouw), gecombineerd met verdichten en gevarieerde programmering, een hogere maatschappelijke meerwaarde creëert. Het DB adviseert dit specifiek voor Noord omdat sommige wijken in Noord gebouwd zijn met bouwmaterialen van mindere kwaliteit die tegen het einde van hun levensduur zitten. Dit geldt al helemaal als de kwaliteit van de woningen zo slecht is dat dit leidt tot aanhoudende onderhoudsgebreken. Het dagelijks bestuur denkt daarbij aan de wijken De Kleine Wereld en het deel Markengouw Oost waar de eerdere stedelijke vernieuwing niet is doorgezet. Ook voor delen van de Banne Noord zou, naar het oordeel van het DB verkend moeten worden of verdichten hier samen kan gaan met renoveren, of samen dient te gaan met vernieuwen.

Hiermee is niet gezegd dat stedelijke vernieuwing, ook vanuit oogpunt van duurzaamheid, al de voorkeur heeft van het DB, wel dient dit in de verdere uitwerking van de Ontwikkelstrategie, serieus verkend te worden, waarbij niet alleen de financiële ratio’s doorslaggevend moeten zijn. Specifiek deze buurten verdienen beter. Daarbij wil het DB ook aandacht vragen voor windhinder. Windhinder is een veelvoorkomend probleem in Noord, nu vooral te merken bij de nieuwe wijken. Het DB vraagt om extra maatregelen om windhinder te voorkomen, juist ook waar verdicht wordt. Antwoord Ook dit valt onder de juiste invulling van het begrip vitale buurten. In de Ontwikkelstrategie worden in Noord specifieke buurten genoemd waar projecten en werkprogramma op gericht zullen zijn (Hoofdstuk 6). Hierin worden de meeste door het stadsdeel genoemde buurten genoemd. Ten opzichte van de conceptversie wordt hierbij ook Markengouw Oost benoemd. De manier waarop verdichting plaats kan vinden, al dan niet door sloop/nieuwbouw, is onderdeel van de planvorming. Hierin krijgen de overwegingen die het stadsdeel schetst een plaats. Het door het stadsdeel genoemde probleem windhinder is onderdeel van de uitwerking van de in de Ontwikkelstrategie voorgestelde plannen. Een gezonde leefomgeving (waar een vitale buurt in moet voorzien) is ook vrij van windhinder.

•

Relatie kwetsbare buurten en onderhoud Bij de groei van het stadsdeel is een aantal buurten qua vitaliteit achtergebleven. Op de kaart van pagina 22 is goed te zien dat dit in Noord vaker het geval is dan in andere stadsdelen. In sommige van deze wijken wonen relatief veel kwetsbare inwoners, meer dan in andere kwetsbare wijken. Het is zaak om voor een betere spreiding door de stad te zorgen. Als het om kwetsbare buurten gaat, dan wordt in de Ontwikkelstrategie de nadruk gelegd

Concept Nota van Beantwoording Advies Stadsdelen

15

op het verbeteren van slechte woonkwaliteit, bereikbaarheid en de afstand tot voorzieningen. Hierbij mist het DB de kwaliteit van de openbare ruimte en het groen. Hetzelfde geldt bij de beschrijving van vitale wijken. Op pagina 47 wordt wel gesproken van ‘gerichte investeringen in de openbare ruimte’, maar wat dat concreet inhoudt blijft onduidelijk. In het stuk staat dat beheer- en onderhoudsopgaven kansen bieden om gelijktijdig de openbare ruimte te verbeteren. Hier staat het DB positief tegenover, maar dat betekent wel dat de huidige beheer- onderhoudsbudgetten niet toereikend zijn. Wordt er extra budget vrijgemaakt om de openbare ruimte te verbeteren tijdens gepland onderhoud? Er is een onderhoudsachterstand in sommige wijken in Noord. Op pagina 46 worden woningen in Noord uit de jaren ’60 en ’70 specifiek benoemd. Het DB wil ervoor waken dat het inlopen van deze achterstand gezien wordt als een extra investering in de wijken en de openbare ruimte, aangezien het om het halen van een ondergrens gaat. Ook moet onderzocht worden waar de stedelijke structuur aanpassing nodig heeft. Zo wordt bijvoorbeeld de ambitie om de Kleine Wereld beter met het Buikslotermeerplein te verbinden wel genoemd, maar niet een eventuele aanpassing van de stedelijke structuur die dat mogelijk zou maken (o.a. gezien het verhoogde talud van de IJdoornlaan).

Antwoord Het begrip vitale buurten houdt in dat (ook) de kwaliteit van de openbare ruimte en het groen waar nodig worden verbeterd. Dit wordt in de verdere planvorming verder uitgewerkt, mede op basis van de ruimtelijk programmatische hoofdstructuur uit de Omgevingsvisie 2050. In de Omgevingsvisie staat de ontwikkeling van de IJdoornlaan als stadslaan benoemd. Financiële consequenties (zoals budgetten voor beheer en onderhoud) worden na vaststelling van de Ontwikkelstrategie binnen de planvormingssystematieken verder uitgewerkt.

•

Eerlijk verdelen van de verdichtingsopgave Nog een reden om de verdichting uitsluitend gepaard te laten gaan met verbetering in de bestaande buurten vloeit voort uit de ongelijke verdeling van de verdichtingsopgave. Het dagelijks bestuur van Noord constateert dat, als gevolg van de verdichting, ook een toenemende ongelijkheid ontstaat in de beschikbare buitenruimte, ruimte tot elkaar en groen. Om zeer goede redenen worden landschappelijkheid (landelijk Noord) en de historische contouren van het dijkenlint in Noord goed beschermd. Verdichting of aantasting van het landschap wordt hier niet toegestaan. Maar het valt niet te ontkennen dat dit betekent dat de bewoners van Noord die hier wonen, waarbij opgemerkt dat dit overwegend koopwoningen zijn in het duurdere segment, minder de nadelen ondervinden van de noodzakelijke verdichting in onze stad. Over de eerlijke verdeling van de bouw en verdichtingsopgave zal, naar de mening van het degelijks bestuur van Noord, een gesprek gevoerd moeten worden. Niet om hier ook verdichting toe te staan maar wel om cohesie en begrip in het gehele stadsdeel te behouden. En ook om besef en begrip te organiseren dat, ook binnen het stadsdeel Noord zelf, meer bestuurlijke en ambtelijke aandacht vereist is voor die wijken waarin komende jaren nog veel staat te gebeuren.

De verdichting zal, bij de keuze om vooral te verdichten in de bestaande wijken, vooral neerslaan in wijken met een hoog percentage corporatiebezit. Het is juist daarom zaak dat verdichten in deze wijken niet ten koste gaat van de openbare ruimte, parkeergelegenheid of groen. Het verdichten in deze wijken moet daarom echt leiden tot een substantiële verbetering op het gebied van voorzieningen, leefbaarheid, bereikbaarheid, mobiliteit en in de kwaliteit van de openbare ruimte.

Concept Nota van Beantwoording Advies Stadsdelen

16

Antwoord We danken het stadsdeel voor deze waardevolle notie ten aanzien van de solidariteit tussen buurten. Het begrip vitale buurten benoemt de noodzaak om in al deze onderdelen te blijven investeren. Het is in de uitwerking per buurt noodzakelijk om alle ambities en randvoorwaarden tegen elkaar af te wegen. Wellicht is een vermindering van het areaal openbare ruimte of groen te compenseren met een hogere kwaliteit van diezelfde openbare ruimte of groen. Daar zijn geen algemene uitspraken over te doen of afspraken over te maken. Door de inzet van Samen Stad Maken krijgt de betrokkenheid van bewoners verder vorm, waardoor bedoelde afweging altijd met hen samen zal worden gedaan.

•

Aanpak Noord De Aanpak Noord onderschrijft het belang van Samen Stad Maken: samen met bewoners en ondernemers ontwikkelingen in eigen gebied vormgeven. Het DB is blij dat dit zo prominent terugkomt in de Ontwikkelstrategie. Wel moet ervoor gewaakt worden dat buurten qua participatie niet overvraagd worden en dat eerdere participatietrajecten worden meegenomen. Plannen die al zijn afgewezen dienen niet nogmaals (deels) te worden voorgelegd. Een goede afstemming met het stadsdeel is hierbij noodzakelijk. Het DB adviseert om deze verantwoordelijkheid op een duidelijke plek binnen de organisatie te beleggen.

Ook het projectoverstijgend perspectief (p. 41) sluit mooi aan bij de Aanpak Noord, waar de ontwikkelingen in Noord in breed perspectief worden gezien en in relatie tot omliggende buurten bekeken. Het woonaanbod, de werkgelegenheid en het aanbod van voorzieningen (waaronder sport en groen) moeten in balans zijn met het aanbod in aangrenzende wijken. Tot zo ver de theorie. Het valt daarbij op dat het aantal woningen het enige onderwerp is waar een streefgetal wordt genoemd. De praktijk leert dat een streefgetal voor het aantal woningen een sturend principe is en dat het daarbij moeite kost om andere noodzakelijke functies overeind te houden. Het DB benadrukt de behoefte aan projectoverstijgende sturing op een complete stad en adviseert dat hier in de fase van het investeringsbesluit altijd apart geld voor wordt vrijgemaakt binnen de GREX of in het geval van noodzakelijk maar buitenplanse voorzieningen, reserveringen in het VEF. Antwoord Ook in Noord dienen vitale buurten voorzien te zijn van noodzakelijke functies, voldoende groen van goede kwaliteit, aantrekkelijke openbare ruimte etc. Met ‘vitale buurten' vertalen we als het ware het begrip ‘complete stad’ naar wijk- en buurtniveau. In elke buurt dienen voorzieningen, groen, openbare ruimte van voldoende kwantiteit en kwaliteit aanwezig te zijn.

De Ontwikkelstrategie geeft geen streefgetal voor aantallen woningen per buurt of stadsdeel. Wel is er de ambitie van het college voor de gehele stad, waar deze Ontwikkelstrategie verder uitwerking aan geeft. Per buurt/project worden aantallen toe te voegen woningen bepaald, onder de voorwaarde dat er een vitale buurt wordt gecreëerd dan wel behouden blijft. De daarvoor noodzakelijke functies zitten dan in de plannen. De financiering daarvan is onderdeel van dezelfde uitwerking.

•

Wonen … en wat daarbij ook nodig is Het DB benadrukt de noodzaak om te komen tot een mix van typen (doelgroep)woningen die bij de wijk passen met de daarbij horende lokale voorzieningen. Het DB staat positief tegenover de ‘gebiedsgerichte doelgroepenprogrammering’, zoals beschreven op pagina 34. Er is hierbij behoefte aan sturing en overzicht. Bepaalde woonvormen vragen om

Concept Nota van Beantwoording Advies Stadsdelen

17

andere voorzieningen. Als er bijvoorbeeld veel woningen voor gezinnen met kinderen gebouwd worden, dan betekent dat dat er extra ruimte moet komen voor scholen, speeltuinen en georganiseerde buitensport. In sommige gevallen zal de behoefte groter zijn dan de referentienorm. Dit wordt onderstreept op pagina 41: “Integrale ontwikkeling van stedelijke kernen en hun omgeving vraagt om een ‘projectoverstijgend perspectief’: het is zaak niet alleen naar het ‘eigen’ project te kijken, maar vanuit een soort helikopterview naar het grotere geheel.” De oproep vanuit Noord is dan ook om voor toekomstige projecten sterk in te zetten op voldoende goede voorzieningen en om nu al verder te kijken dan alleen per plangebied. Als de realisatie van een groter sportpark alleen kan worden ingepast door de inzet en middelen van meerdere projectgebieden te bundelen, dan biedt dit mogelijk meer kansen dan door alleen kleinschaliger te kijken binnen een afgebakend project. Door de groei van Noord zien we een grote druk op de voorzieningen, waarbij in veel bestaande wijken geen ruimte is om deze voorzieningen alsnog te realiseren. Het DB wil dat dit bij nieuwbouw wordt opgevangen en dat er wordt gekeken naar wat nodig is vanuit de helikopterview – ook naast de nodige voorzieningen van de te ontwikkelen wijk.

Dit uitganspunt sluit mooi aan bij de belangrijkste doelen van deze Ontwikkelstrategie: het bouwen van sterke en complete buurten voor de toekomst. Het DB adviseert om in Noord per wijk én gebied te bekijken of de normen gehaald worden zodat er kan worden bijgestuurd bij ontwikkeling. Daarbij moet dus ook buiten de GREX gekeken worden. Ook moet er rekening worden gehouden met toekomstige plannen, zoals Noordwest. Antwoord Wij waarderen de manier waarop Stadsdeel Noord meedenkt over de verdere uitwerking van de Ontwikkelstrategie. Juist in dit stadsdeel is het van belang een hoger abstractieniveau te hanteren in de planvorming van een wijk of buurt. Voorzieningen kunnen ook in aangrenzende wijken of buurten gerealiseerd worden. Op voorwaarde dat ze toegankelijk zijn voor bewoners van aangrenzende wijken en buurten. Daarbij biedt de referentienorm het startpunt voor het gesprek hierover. Dat geldt te meer voor grootschalige voorzieningen die een groter verzorgingsgebied (moeten) hebben dan een individuele wijk of buurt. Het GOP is het instrument waarin bovenplanse opgaven inhoudelijk en ten opzichte van elkaar geadresseerd worden. Daarnaast wordt vanuit het programma Ruimte voor de Stad de samenhang gemonitord tussen de verschillende aspecten van stedelijke ontwikkeling waaronder woningbouw, bereikbaarheid en (sport)voorzieningen.

•

Ruimtelijke claims Met deze helikopterview in het achterhoofd, wil het DB aandacht vragen voor ruimtelijke claims van toekomstige projecten op huidige voorzieningen. Claims voor woningen ver in de toekomst blokkeren huidige ontwikkelingen, zeker omdat deze veelal buitenplans worden ingevuld. Op pagina 48 van de Ontwikkelstrategie staat de volgende zin: “De locatie Melkweg/Oostzanerwerf en het Groene Veld onderzoeken we verder als mogelijke locaties voor stadsverzorgende functies, sport, vrije ruimte en nutsvoorzieningen.” Betekent dit dat de ruimtelijke claim van Haven-Stad op de Melkweg (per 2040) komt te vervallen? Zo nee, dan wil het DB adviseren om de ruimtelijke claim van Haven-Stad op sportpark de Melkweg te laten vervallen. Dit soort claims werken nu al beperkend op het kunnen realiseren van voldoende sportvoorzieningen bij de al gerealiseerde transformaties (NDSM en Buiksloterham).

Concept Nota van Beantwoording Advies Stadsdelen

18

Antwoord De locatie Melkweg/Oostzanerwerf en het Groene Veld onderzoeken we verder als mogelijke locaties voor stadsverzorgende functies, sport, vrije ruimte en nutsvoorzieningen. Daarbij wordt ook bekeken in hoeverre dit consequenties heeft voor het aantal mogelijk te realiseren woningen voor de locatie Melkweg. De Ontwikkelstrategie loopt niet hierop vooruit door (een gedeelte van) de woningbouwmogelijkheden te schrappen. Dit zou formeel ook beter passen bij de actualisatie van de Omgevingsvisie 2050.

•

Sport Bij de toekomstige gebiedsontwikkeling wil het DB sowieso meer aandacht voor het realiseren van voldoende ruimte voor georganiseerde sportverenigingen. Nu zien we dat er bij het zogenaamde 1-2-3-principe vooral veel op de opties 2 en 3 wordt ingezet. Namelijk: intensivering bestaande sportparken (optie 2) en buitenplans toevoegen van sportvoorzieningen (optie 3). Binnenplans (optie 1) kan vaak alleen gerealiseerd worden door de ruimte toe te rekenen voor verschillende functies (vb. dubbeltellen van sport met groen). Juist het toevoegen van voldoende ruimte voor verenigingssport binnen de projectgebieden (optie 1) zorgt ervoor dat ook de toekomstige bewoners laagdrempelig in de buurt kunnen sporten en voor een betere spreiding van sportparken over het stadsdeel. Als dit niet haalbaar is dienen de investeringen bij realisatie onder optie 2 en 3 wel te zorgen of bij te dragen aan levensvatbare verenigingssport. Die investeringen gaan verder dan enkel het aantal m2 aan sportvelden uit de referentienormen. Antwoord Ook sport in de buurt hoort bij een vitale buurt. Of dat altijd georganiseerde sport moet zijn, is per buurt nader te bezien. Informele sportvoorzieningen blijken ook vaak in een behoefte te voorzien. Het binnenplans realiseren van verenigingssport is mogelijk, maar dan bestaat het risico van suboptimaal ruimtegebruik of er is een financieel risico.

Dit zal per buurt nader moeten worden bezien, de zorg van het stadsdeel over dit onderwerp is duidelijk.

•

Noordse bedrijven en innovatiedistricten In Noord is veel maakindustrie aanwezig die werkgelegenheid biedt aan de bewoners in de stad met een niet-theoretische opleiding. De maakindustrie is altijd onderdeel geweest van het karakter van Noord. De bewoners van Noord zullen, met de transformaties die al zijn gestart, de komende jaren nog veel te verduren krijgen aan veranderingen. Het is positief dat in de Ontwikkelstrategie aandacht is voor de ruimte die nodig is voor bedrijvigheid. Het DB onderstreept het belang om in te zetten op een innovatieve integrale werkwijze waar de ruimteclaims voor wonen en werken elkaar niet hoeven te beconcurreren. Alleen op die manier blijft er voldoende ruimte voor stadsverzorgende bedrijven en voldoende banen - ook voor praktisch geschoolden. Op pagina 3 staat het besluit om terughoudend te zijn met de transformatie van bedrijventerreinen, omdat men ruimte wil houden voor werkgelegenheid en vitale functies voor de stad. Er is vanuit Noord behoefte om hier concrete afspraken over te maken. Om de ambities m.b.t. bedrijven in de Ontwikkelstrategie te behalen, is het volgens het DB nodig om nu al in te grijpen en niet pas als er al veel bedrijvigheid is verdwenen. Een heroriëntatie op de effecten van Haven-Stad op een deel van Cornelis Douwes is daarbij nodig.

Ook het beter borgen van de (overlevings)kansen voor bedrijven in het Hamerkwartier is acuut. Dat kan, door voorwaarden te stellen aan de schaal en betaalbaarheid van de te ontwikkelen bedrijfsruimte.

Concept Nota van Beantwoording Advies Stadsdelen

19

Het dagelijks bestuur mist in de Ontwikkelstrategie aandacht voor ‘de fijne korrel’ die zo noodzakelijk is voor zowel de kleine maakindustrie als vitale en gevarieerde detailhandel. Ontwikkelen voor deze fijne korrel staat vaak op gespannen voet met de belangen van ontwikkelende partijen of investeerders. Variatie en kleinschaligheid zijn echter van groot belang voor bedrijvigheid in vitale wijken en het behoud van de (kleine) maakindustrie. Hiervoor is het nodig dat in de Ontwikkelstrategie, en wat ons betreft in ieder geval voor Noord, de inzet op voldoende kleine bedrijfsruimte als ambitie geformuleerd wordt, waarbij ook het in te zetten instrumentarium wordt genoemd. Het DB onderstreept het belang om de bedrijvigheid in Noord te behouden, zowel voor werkgelegenheid als aanbod van voorzieningen. In de Ontwikkelstrategie wordt hoofdzakelijk geschreven over bedrijventerreinen, maar het DB ziet ook kansen in verdichting met woningbouw boven bedrijvigheid. De scheiding van functies zoals dit voorheen geregeld was is niet overal noodzakelijk. Zeker als bedrijven met minder lawaai, uitstoot en overlast kunnen produceren. Daarnaast wordt in het stuk verwezen naar de Strategie Innovatiedistricten Amsterdam. Daarin is een aantal actiepunten opgenomen.

Het DB had graag gezien dat actie 16 (‘Uitwerken hoe Noord een bijdrage kan leveren aan de uitvoering van deze strategie’) in de Ontwikkelstrategie verder werd uitgewerkt. Bij een meerkernige stad hoort een verdere uitwerking van een innovatiedistrict in Noord. Antwoord Regionaal hebben we afgesproken om terughoudend om te gaan met nieuwe transformaties. Als er sprake is van eventuele nieuwe transformaties wordt aan de voorkant een transformatiekader opgesteld (waarbinnen aandacht is voor compensatiemogelijkheden, het zoveel mogelijk handhaven van zittende bedrijven, etc.). Als uitwerking van de ontwikkelstrategie gaan we nog beter kijken hoe we binnen transformaties ruimte kunnen borgen voor productie en de maakeconomie. Daarbij kijken we ook naar de fijne korrel en kleinschalige mengvormen. Omdat wij Cornelis Douwes 0-1 pas na 2040 willen transformeren is er nu geen aanleiding om afspraken te maken over een heroriëntatie op de effecten van Haven-Stad op Cornelis Douwes. Voldoende, kleinschalig en betaalbaar aanbod voor bedrijvigheid en andere voorzieningen in bestaande en nieuwe buurten is een belangrijk onderdeel van ‘vitale buurten’. De ruimtelijke vraag en bijpassend instrumentarium wordt verder uitgewerkt in ‘de vitale buurten aanpak’. In Noord zitten veel innovatieve bedrijven, onder andere in de maakindustrie en op de Shell Energy Transition Campus Amsterdam.

Ook bieden de in het stadsdeel aanwezige Mboopleidingen een goed aanknopingspunt voor het toepasbaar maken van de kenniseconomie. In stedelijk perspectief was dit echter onvoldoende om in de onlangs vastgestelde ‘Strategie Innovatiedistricten’ een concreet innovatiedistrict voor Noord aan te wijzen. Vanuit de ontwikkelstrategie is er geen aanleiding om hierop terug te komen.

•

Energie, transport en bereikbaarheid “Ontwikkeling kan alleen onder randvoorwaarden. Vooral investeringen in bereikbaarheid en het energiesysteem maken we randvoorwaardelijk, voor de mate waarin we er de komende periode in slagen om de op te starten plannen ook daadwerkelijk te realiseren.” Het DB is het eens met dit punt op pagina 15. Tegelijkertijd zijn dit zaken die veel ruimte in beslag nemen en dat zien we maar in beperkte mate terug. In de verdere uitwerking van de Ontwikkelstrategie dient hier voldoende rekening mee te worden gehouden. Wat het DB betreft moet dit niet apart worden genomen maar als onderdeel van de verdichting.

Concept Nota van Beantwoording Advies Stadsdelen

20

Antwoord Zowel de locatie als de manier van verdichting zal (mede) bepaald worden door de randvoorwaarden die bereikbaarheid en energiesystemen daaraan stellen. Daarmee zijn deze aspecten dus een belangrijk onderdeel van hoe de gewenste verdichting vorm krijgt. Dit is een van de redenen om een uitwerking ruimte voor vitale functies voor te stellen.

•

Ecologie Noord heeft een unieke groenstructuur die afwijkt van de rest van de stad. Het DB wil benadrukken dat er gewaakt moet worden voor deze groenstructuur en haar ecologie. Het DB vindt de formulering op pagina 10 dat groei ‘niet onevenredig ten koste moet gaan van het bestaande groen en dat de stedelijke groenstructuren beschermd moeten worden’ onvoldoende zekerheid bieden dat het groen voldoende beschermd blijft. Liever adviseert het DB om bij de uitwerking van de Ontwikkelstrategie de bescherming of zelfs versterking van groen (in het bijzonder de ecologische waarden) samen te laten gaan met verdichten of transformaties. De Ecologische kaart van Noord biedt hiervoor voldoende aanknopingspunten.

Daarnaast maakt het DB zich zorgen over de waterhuishouding. De verdichtingsambitie kan invloed hebben op de waterhuishouding: hoe meer verharding, hoe minder goed het water in de grond kan infiltreren. Het DB adviseert daarom om er rekening mee te houden dat water bij verdichting in de gehele wijk soms anders moet worden opgevangen dan voor de verdichting. Antwoord De bescherming van het groen is onderdeel van de vitale buurten. De Ontwikkelstrategie agendeert de relatie tussen groei van de stad en de verdere ontwikkeling en verbetering van het groennetwerk in de stad. De Hoofdgroenstructuur en bijbehorende bescherming van het groen blijft in stand. De wateropgave is onderdeel van de planuitwerking.

•

Mobiliteit De bereikbaarheid wordt in het stuk op pagina 22 gemeten in PTAL (Public Transit Accessibility Level). Dit lijkt vooral de aansluiting op het OV te meten, terwijl mobiliteit meer is dan alleen OV. Het DB adviseert dat er bij het meten van bereikbaarheid ook wordt gekeken naar de fiets. Antwoord In de Ontwikkelstrategie wordt op alle vormen van duurzame mobiliteit ingegaan: lopen, fietsen en OV.

Concept Nota van Beantwoording Advies Stadsdelen

21

4 Advies stadsdeel Oost Advies Het DB kan zich inhoudelijk vinden in de hoofdopzet van de Ontwikkelstrategie. Het advies van het stadsdeel heeft in hoofdzaak betrekking op het aanscherpen en verhelderen van de ontwikkelingen voor de bewoners en gebruikers van de strategie. Het Dagelijks Bestuur van Oost onderschrijft het doel van de concept-Ontwikkelstrategie. Deze is namelijk een uitwerking van de in 2021 vastgestelde Omgevingsvisie Amsterdam 2050 (OVA 2050) en sluit goed aan op de prioriteiten uit het Coalitieakkoord (2022) met betrekking tot verantwoorde groei. Afmaken lopende plannen Op pagina 49 wordt gesproken over de belangrijke ontwikkellocaties in stadsdeel Oost. Hier staat Amstelkwartier bij de projecten die de komende periode wordt uitgevoerd. Grote delen van Amstelkwartier zijn al opgeleverd. Amstelkwartier is onderdeel van het Overamstelgebied waar meerdere buurten in ontwikkeling zijn die samen een belangrijke ontwikkellocatie vormen (Amstelkwartier, Muyskenkwartier, Kauwgomballenkwartier en Weespertrekvaartbuurt).

•

Advies 1: Het Dagelijks Bestuur adviseert om de tekst aan te passen zodat het gehele project Overamstel als belangrijke ontwikkellocatie wordt benoemd en niet alleen Amstelkwartier. Antwoord Dank u wel voor dit advies. Dit nemen we over.

•

Advies 2: Het Dagelijks Bestuur onderschrijft deze noodzaak tot het versterken van de bereikbaarheid in dit transformatiegebied en adviseert aandacht te besteden aan de leefbaarheid en verbinding tussen de verschillende buurten op het Zeeburgereiland. Daarbij is het slagen van de Cruciale Mijl niet alleen van belang voor het Zeeburgereiland, maar ook voor andere delen van de stad als IJburg I en II. Antwoord We zijn het eens met het stadsdeel en we benoemen de bredere betekenis van de Cruciale Mijl voor de ontwikkelingen buiten het Zeeburgereiland.

•

Advies 3: Het Dagelijks Bestuur verzoekt om in de tekst en in beeld de A2-zone en de rest van Overamstel onderdeel te maken van de projecten die betrekking hebben op stadsdeel Oost. Het gebied omcirkeld in onderstaande afbeelding is onderdeel van het stadsdeel, maar wordt nu ondanks de ingrepen die hier plaatsvinden met een waas weergegeven. Antwoord In de Ontwikkelstrategie worden projecten per windrichting beschreven en niet zozeer per stadsdeel, hoewel hiertussen uiteraard vaak grote overlap is. Het klopt dat de A2-zone aansluit op de ontwikkeling van Overamstel maar het kan ook gezien worden als de schakel die Zuidoost met de Zuidas en het centrum verbindt. We lossen dit op door ook bij de beschrijving van Oost te verwijzen naar de ontwikkelingen van de A2-Entree en dit gebied ook in de kaarten van windrichting oost op te nemen (zonder vervaging).

Concept Nota van Beantwoording Advies Stadsdelen

22

Intensiveren bedrijventerreinen In de uitgebreide legenda van de strategische inzetkaart zijn de toepassingen van de diverse “te verkennen ontwikkelingen” verder beschreven. In de Ontwikkelstrategie wordt ingezet op het verduurzamen en intensiveren van bestaande bedrijventerreinen. Dit uitgangspunt wordt toegepast in de aangewezen gebieden door middel van drie arceringen/regimes;

De bedrijventerreinen in Oost (Veemarktterrein, Bedrijvenstrook Zeeburgereiland, Bedrijventerrein Steigereiland en Weespertrekvaart-Zuid) zijn elk aangewezen door de laatste markering “Intensiveren en verduurzamen bestaande bedrijventerreinen”. Daar is expliciet aangegeven dat er geen ruimte is voor woningbouw. Het DB onderschrijft het belang van het beschermen en verduurzamen van deze bedrijventerreinen. Naast wonen moet ook voor werkgelegenheid ruimte zijn in de verdichtende stad. Versterken stedelijke kernen Onder het versterken van de stedelijke kernen in het stadsdeel is het recent verrezen innovatiedistrict Sciencepark aangemerkt als “te verkennen ontwikkelingen”. Intensivering van

Concept Nota van Beantwoording Advies Stadsdelen

23

het aandeel woningbouw in de huidige plannen lijkt een logisch te verkennen stap in de huidige ontwikkeling van het gebied. Het Amstelstation is aangemerkt met het icoon voor “Doorontwikkeling stationskwartier”. Aansluitend op de lopende planvorming voor de Van der Kunbuurt liggen er in de nabije omgeving meer kansen voor verdichting. De Ontwikkelstrategie toont een “Strategische zone” rondom het Amstelstation om aan te geven dat er voor dit gebied een projectoverstijgend perspectief van belang is voor de ontwikkeling van vitale buurten. Binnen deze strategische zone zijn het terrein van het tuincentrum aan de Nobelweg en drie buurten aangemerkt als “te verkennen ontwikkelingen”. Deze buurten zijn Julianapark, De Wetbuurt en Tuindorp Amstelstation (ook bekend als Amsteldorp). Bij de te verkennen ontwikkelingen binnen de strategische zone van het Amstelstation is specifiek de aanvullende randvoorwaarde “Samen Stadmaken met bewoners” meegegeven. Deze randvoorwaarde is van groot belang bij het verkennen van ontwikkelingen binnen deze bestaande buurten. Daarnaast zijn woonkwaliteit en het voorzieningenniveau als aandachtspunt voor dit gebied aangemerkt. •

Advies 4; Het Dagelijks Bestuur van Oost kan zich vinden in de genoemde gebieden als te verkennen gebieden voor intensivering van woningbouw, in combinatie met Samen Stadmaken met bewoners. Wij nodigen het college uit nog nader uitwerking te geven aan het Samen Stadmaken. Het stadsdeel kan hier, met zijn kennis van de lokale situatie, een belangrijke rol in vervullen. Antwoord In het kader van de inspraak op de Ontwikkelstrategie zijn al contacten gelegd met het stadsdeel over hoe we hier samen verder invulling geven aan het Samen Stadmaken in deze buurten. Hier trekken we graag samen verder in op.

Ruimte voor buurtverbetering In het gehele stadsdeel zijn kleinschalige locaties in bestaande buurten nog steeds geschikt voor verdichting door bijbouwen, optoppen en toepassen van sloop-nieuwbouw. Hierbij werken wij als gemeente mee aan initiatieven vanuit bewoners, corporaties en marktpartijen, mits deze in overeenstemming zijn met onder meer stedenbouwkundige randvoorwaarden en een goed woningbouwprogramma. Deze ingrepen in bestaande buurten kunnen ook bijdragen aan het maken van vitale buurten. •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14296825/1