A - 8 Ruimtelijke Ordening (30) 4. Bestemmingsplan Doebaai toelichting + regels.pdf
Tekst van het document
Cadmium, Kwik, Lood, PAK 10 VROM
Bbk : Kwaliteitsklasse industrie
BMM06 (1,20-1,75)
005 (1,20-1,70), 003 (1,40-1,75)
zwak slibhoudend, sporen slib
Minerale olie C10 C40, Zink, Cadmium, Kwik, Lood, PAK 10 VROM
-
-
Wbb: Overschrijding achtergrondwaarde, Bbk : Kwaliteitsklasse industrie
BMM07 (1,50-2,20)
006 (1,50-1,90), 004 (1,50-1,80), 002 (1,50-1,80), 001 (1,70-2,20)
zwak slibhoudend
Minerale olie C10 C40, Zink, Cadmium, Kwik, Lood, PAK 10 VROM
-
-
Wbb: Overschrijding achtergrondwaarde, Bbk : Kwaliteitsklasse industrie
BMM08 (1,75-2,00)
005 (1,80-2,00), 004 (1,80-2,00), 003 (1,75-2,00), 002 (1,80-2,00)
-
PCB (som 7)
-
-
Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde
Verklaring bij de tabel: : Geen van de onderzochte parameters overschrijdt de betreffende toetsingswaarde; AW : Achtergrondwaarde; I : Interventiewaarde.
Uit bovenstaande tabel blijkt dat er in de bodem sprake is van een matig verhoogd gehalte aan PAK in de zandige bovengrond en zink in de kleiige ondergrond. Verder zijn er licht verhoogde gehalten aan diverse zware metalen, PAK en minerale olie gemeten.
3.4
Analyseresultaten grondwater In tabel 3.3 zijn de resultaten van het laboratoriumonderzoek voor grondwater samengevat. Tabel 3.3: Overschrijdingstabel grondwater Monster
Peilbuis (filter, m –mv.)
Parameters > S en index < 0,5 (licht verontreinigd)
> S en index > 0,5 (matig verontreinigd)
>I (sterk verontreinigd)
001-1-1
1 (1,50 - 2,50)
Barium
-
-
006-1-1
6 (1,50 - 2,50)
Arseen, Barium, Xylenen (som)
-
-
Verklaring tabel: - : Geen van de onderzochte parameters overschrijdt de betreffende toetsingswaarde S : streefwaarde, I : interventiewaarde
In het grondwater uit peilbuis 6 zijn licht verhoogde gehalten aan arseen, barium en xylenen gemeten. In peilbuis 1 is enkel een licht verhoogd gehalte aan barium gemeten.
Blad 12 van 16
Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Baaibuurt te Amsterdam projectnummer 0458083.100 19 december 2019 revisie 00
De lozingsparameters zijn opgenomen in bijlage 9. De lozingsparameters waarvoor een norm is vastgelegd, zijn opgenomen in tabel 3.4. De gemeten gehalten in het grondwater voldoen zowel aan de normen van lozen op het hemelwater- als het vuilwaterriool. Indien besloten wordt om te lozen op het riool, is de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (ODNZKG) bevoegd gezag en dient een ‘Aanvraag tijdelijke lozingsontheffing niet-inrichting voor het lozen van bemalingswater op het gemeentelijk riool ingediend te worden. De inzet van een zandvang is bij lozing op het riool ook verplicht. Tabel 3.4: Lozingsparameters Stoffen
Pb06
Lozingsnormen Vuilwaterriool
IJzer (mg/l)
1,4
5
Geen maximum
Droogrest onopgeloste bestand. (mg/l)
6,8
50
300
ODNZKG
ODNZKG
-
1.000
Extra eisen bevoegd gezag Arseen (µg/l)
3.5
Hemelwaterriool
29
Analyseresultaten PFAS In de volgende tabel zijn de conclusies van de toetsing van de in de grond gemeten gehalten aan PFAS weergegeven. Voor de toetsing wordt verwezen naar bijlage 10. Tabel 3.5: Overschrijdingstabel PFAS in grond (Meng)monster (traject in m –mv.) MM01
MM02 MM03
MM04
Meetpunt(en) 006 (0,05-0,30) 004 (0,05-0,40) 003 (0,05-0,25) 002 (0,05-0,40) 006 (0,30-0,50) 005 (0,05-0,30) 003 (0,25-0,45) 006 (0,50-0,80) 005 (0,70-1,20) 004 (0,60-1,10) 003 (0,60-1,00) 002 (0,60-1,10) 006 (1,50-1,90) 005 (1,20-1,70) 004 (1,10-1,50) 002 (1,20-1,50) 001 (1,70-2,20)
Ontvangende Bodem PMM01 008 (0,35-0,65) 009 (0,60-0,80) 010 (0,25-0,60) 011 (0,40-0,60) PMM02 007 (0,05-0,30) 008 (0,00-0,35) 011 (0,05-0,40)
Grondsoort en Parameters veldwaarnemingen Licht verontreinigd Zand, zwak puinhoudend PFOS, PFOA
Sterk verontreinigd -
Klei, zwak puinhoudend
PFOS, PFOA
-
Klei,-
PFOA
-
Klei, zwak slibhoudend matig riethoudend
-
-
Zand, -
-
-
Zand, zwak puinhoudend PFOS, PFOA
Blad 13 van 16
-
Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Baaibuurt te Amsterdam projectnummer 0458083.100 19 december 2019 revisie 00
(Meng)monster (traject in m –mv.) PMM03 PMM04
Meetpunt(en) 012 (0,05-0,50) 013 (0,00-0,30) 017 (0,00-0,15) 016 (0,00-0,15) 015 (0,00-0,15) 014 (0,00-0,15)
Grondsoort en veldwaarnemingen Klei, zwak puinhoudend
Parameters Licht verontreinigd PFOS, PFOA
Sterk verontreinigd -
Zand (grepen uit de paardenbak)
PFOS
-
In zowel de boven- als ondergrond zijn over het algemeen licht verhoogde gehalten aan PFOS en/of PFOA gemeten.
3.6
Analyseresultaten asbest In tabel 3.6 zijn de resultaten voor asbest in grond (<50% bodemvreemd materiaal) weergegeven. Tabel 3.6: Analyseresultaten asbest in fijne fractie grond Monstercode (m – mv.)
Gat(en)
Grondsoort en veldwaarnemingen
Gemeten gehalte serpentijn (mg/kg)
Gemeten gehalte amfibool (mg/kg)
Totaal gemeten gehalte asbest (mg/kg)
Gewogen gehalte asbest (mg/kg)
AMM01 (0,05-0,50)
01, 02, 03, 04, 05, 06
Zand, zwak puinhoudend
<0,7
0,0
<0,7
<0,7
Uit het onderzoek blijkt dat er in het puinhoudende zand visueel en analytisch geen asbest is aangetoond.
3.7
Veiligheid CROW 400 Voor alle niet-vluchtige stoffen wordt de humane ernstige risicowaarde (Serious Risk Concentration Humane, SRChumaan) gehanteerd als grondslag voor het bepalen van de veiligheidsklassen. Deze waarde geeft de concentratie van een stof weer in een bepaalde matrix, te weten grond, grondwater en waterbodem. Als deze concentratie wordt overschreden, is er sprake van ernstige risico’s voor de veiligheid en gezondheid van volwassen personen. Er zijn risicoklassen opgesteld waarbij onderscheid gemaakt is in vluchtige en niet-vluchtige stoffen. In het kort ziet de verdeling van veiligheidsklassen er als volgt uit:
Oranje Niet-vluchtig: o 75% ≤ SRC ≤ 100%
Rood Niet-vluchtig:
o o
Zwart Niet-vluchtig:
o o
Oranje Vluchtig:
Rood Vluchtig:
o o o
SRC > 100% + CM ≤ 1000 mg/kg of CM ≤ 1000 µg/l SRC > 100% + CM > 1000 mg/kg of CM > 1000 µg/l of Asbest > 100 mg/kg > Tussenwaarde ≤ Interventiewaarde > Interventiewaarde + voldoende ventilatie in de werksituatie
Zwart Vluchtig:
o
> Interventiewaarde +
Blad 14 van 16
Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Baaibuurt te Amsterdam projectnummer 0458083.100 19 december 2019 revisie 00
mogelijk onvoldoende ventilatie in de werksituatie of CM-stoffen
o o
Als uitgangspunt voor de toetsing wordt het grondwater beschouwd en wordt in eerste instantie uitgegaan van onvoldoende ventilatiemogelijkheden (worst-case). Over het algemeen zijn de ventilatiemogelijkheden bij werkzaamheden in een sleuf onvoldoende, bij graafwerkzaamheden met een grotere breedte zijn de ventilatiemogelijkheden mogelijk wel voldoende. Tabel 3.7: Bepaling veiligheidsklassen conform CROW 400 Monsternaam
Monstertype
Veiligheidsklasse met maatgevende stof(fen) Vluchtige stoffen Onvoldoende / voldoende ventilatie
Niet-vluchtige stoffen
basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne
basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne
Grond BMM01 (*) BMM02 (*) BMM03 (*) BMM04 (*) BMM05 (*) BMM06 (*) BMM07 (*) BMM08 (*)
grond grond grond grond grond grond grond grond
-
-
Grondwater 006-1-1 (*) grondwater basishygiëne basishygiëne 006-1-2 (*) grondwater niet getoetst basishygiëne 001-1-1 (*) grondwater basishygiëne basishygiëne Toelichting - : Niet van toepassing * : Er is een stof onderzocht waarvoor geen norm is gedefinieerd. Deze stof is niet getoetst. Het betreft: monster BMM01, BMM02, BMM03, BMM04, BMM05, BMM06, BMM07, BMM08: Chloride monster 001-1-1, 006-1-1: 1,3-Dichloorpropaan, 1,1-Dichloorpropaan, meta-/para-Xyleen, ortho-Xyleen, cis-1,2-Dichlooretheen, trans-1,2-Dichlooretheen en 1,2-Dichloorpropaan monster 006-1-2: IJzer, Fosfor, Mangaan en Chloride
Er zijn enkele stoffen onderzocht waarvoor geen norm is gedefinieerd. Aangezien de monsters conform AS3000 zijn voorbehandeld en met uitzondering van chloride geen van deze stoffen de detectielimiet overschrijden, voldoen de monsters voor deze stoffen indicatief aan het niveau basishygiëne conform de CROW400. Uit de tabel blijkt dat de veiligheidsklasse basishygiëne van toepassing is op de werkzaamheden. Voor de werkzaamheden in de grond met verhoogde gehalten chloride dient de aannemer conform CROW 400 eventueel passende maatregelen te nemen.
Blad 15 van 16
Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Baaibuurt te Amsterdam projectnummer 0458083.100 19 december 2019 revisie 00
4
Conclusies en aanbevelingen Grond In de grond zijn licht tot matig verhoogde gehalten aan PAK (zandige bovengrond) en zink (kleiige ondergrond) gemeten. Verder zijn er licht verhoogde gehalten aan diverse zware metalen en minerale olie gemeten. PFAS Zowel in de te ontgraven grond als in de ontvangende bodem zijn lichte verontreinigingen met PFOS en PFOA gemeten. Grondwater In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan arseen, barium en xylenen gemeten. Asbest Bij het onderzoek is in de puinhoudende grond zintuiglijk en analytisch geen asbest aangetoond. Veiligheidsklassen Op basis van de CROW 400 is de veiligheidsklasse basishygiëne van toepassing op de graafwerkzaamheden. Voor de werkzaamheden in de grond met verhoogde gehalten chloride dient de aannemer conform CROW 400 indien noodzakelijk passende maatregelen te nemen. Aanbevelingen Op basis van het onderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem voldoende vastgesteld en kunnen de werkzaamheden plaatsvinden in basishygiëne. De ontvangende bodem heeft eenzelfde kwaliteit op basis van PFOS en PFOA (licht verontreinigd) als de te ontgraven grond en vormt daarmee geen belemmering. Voornoemde conclusies zijn gebaseerd op het vooronderzoek, de zintuiglijke waarnemingen en analyseresultaten van dit onderzoek. Antea Group Almere, december 2019
Blad 16 van 16
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Baaibuurt te Amsterdam projectnummer 458083.100 6 december 2019, revisie 00
Bijlage 1 Toelichting op bodemonderzoek, verantwoording uitvoering onderzoek BRL2000
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Baaibuurt te Amsterdam projectnummer 0458083.100 19 december 2019, revisie 00
Kwaliteitsaspecten bodemonderzoek Betrouwbaarheid/garanties Bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van al dan niet verdachte bodemlagen. Hoewel Antea Group conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving handelt, is het juist deze steekproefsgewijze benadering die het onmogelijk maakt garanties ten aanzien van de verontreinigingssituatie af te geven op basis van de resultaten van een bodemonderzoek. Het vorenstaande betekent dat Antea Group op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Antea Group uitgevoerde bodemonderzoek neemt. In een voorkomend geval adviseren wij u altijd contact op te nemen met uw aanspreekpunt binnen Antea Group. In dit kader kan ook worden opgemerkt dat de voor het historisch onderzoek geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Antea Group wel afhankelijk van deze bronnen, waardoor Antea Group niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Certificatie/accreditatie Antea Group is gecertificeerd volgens NEN-ISO 9001. Ons bureau is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodemonderzoek (VKB).
Het veldwerk ten behoeve van het milieuhygiënisch bodemonderzoek is uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 (Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek). In de bijlage 'Verantwoording uitvoering onderzoek BRL 2000' is vermeld of Antea Group het veldwerk zelf heeft uitgevoerd of heeft uitbesteed aan een ander bureau. Zowel Antea Group als de bureaus waaraan Antea Group veldwerk uitbesteedt, zijn volgens de BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend. Eventuele afwijkingen van de beoordelingsrichtlijn zijn in voorliggend rapport vermeld. In de bijlage 'Verantwoording uitvoering onderzoek BRL 2000' staan de namen en parafen van de veldmedewerkers die de kritische functies binnen het veldwerk hebben uitgevoerd. De naleving van de kwaliteitseisen en procedures wordt periodiek getoetst door interne auditors en externe auditors, onder toezicht van de Raad voor Accreditatie (RvA). De onderzochte locatie is niet in eigendom van Antea Group of gerelateerde zusterbedrijven. De in het bodemonderzoek benodigde analyses van grond en grondwater laat Antea Group verrichten door een RvA geaccrediteerd laboratorium. Deze accreditatie garandeert dat bij de analyses consequent de juiste en vastgelegde procedures worden gehanteerd zodat de analyseresultaten een hoge betrouwbaarheid hebben.
Voor de analyses geldt dat deze conform het Accreditatieschema (AS)3000 zijn uitgevoerd. De analyseresultaten zijn gevalideerd getoetst middels BOTOVA. Toepassing grond Het bodemonderzoek geeft inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in het kader van het gebruik en/of de bestemming van de onderzochte locatie. Indien echter grond van de locatie wordt afgevoerd voor toepassing elders, volstaan de resultaten van het verrichte bodemonderzoek mogelijk niet. Afhankelijk van de omvang van de af te voeren partij(en) grond en de eisen die door de acceptant of het bevoegd gezag ter plaatse van de nieuwe toepassingslocatie worden gesteld (bijvoorbeeld aanwezigheid van een bodemkwaliteitskaart met bijbehorend bodembeheerplan), dient de grond eventueel nog conform de richtlijnen van het Besluit bodemkwaliteit te worden onderzocht. Asbest Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem geen onderdeel uitmaakt van onderzoek dat door Antea Group is uitgevoerd volgens de NEN 5740. Alleen als in de rapportage is vermeld dat er onderzoek conform NEN 5707 is uitgevoerd, is specifiek asbestonderzoek gedaan. Als tijdens het veldwerk in de bodem asbestverdachte materialen zijn opgemerkt, komt dit in de profielbeschrijvingen en de conclusies naar voren.