A - 7 Openbare Orde en Veiligheid (4) 05. Samenvatting en conclusie Monitor Top400 2019.pdf
Tekst van het document
Samenvatting en conclusie Top400 monitor 2019
Hieronder volgt een samenvattende conclusie van de belangrijkste punten uit de rapportage. Sinds de start van de Top400 in 2015 hebben 575 personen op de Top400-lijst gestaan. Begin 2020 bestaat de Top400 uit 264 personen, waarvan 18 vrouwen, met een gemiddelde leeftijd van 19 jaar. Top400-personen zitten momenteel in een jeugdgroep. In 2019 zaten er 82 minderjarigen in de aanpak Top400. Dit aantal is lager dan in 2018 (93 minderjarigen). Afgezet tegen het aantal personen in de aanpak is dat in beide jaren echter gelijk: 31% minderjarigen ten opzichte van het totaal aantal personen in de aanpak. Het gemiddeld aantal aanhoudingen per persoon per jaar van de huidige Top400 is na de start van de regie lager dan ervoor. De aanhoudingen voor Drugs- & Geweldsdelicten (DG) dalen met 35%, de aanhoudingen voor High Impact Crime (HIC)-delicten dalen met 51%, dat is een stuk sterker dan in 2018 (27%) of 2017 (29%). Overige delicten dalen minder sterk, namelijk met 11%, waarmee het totaal komt op een daling van het aantal aanhoudingen van 19% (na start regie versus voor de start van regie). Het gemiddeld aantal aanhoudingen per persoon daalt sterk in het eerste jaar na regie, maar stijgt daarna ook weer (in het tweede jaar na regie). Het gaat dan vooral om de categorie "overige delicten", in het bijzonder winkeldiefstal, nepdope en heling.
De stijging in en na het tweede jaar kan enigszins vertekend zijn omdat de absolute aantallen variëren. Zo bestaat het tweede jaar na regie nog maar uit 39 personen (versus 185 in het eerste jaar), en het derde jaar nog maar uit 12 personen. Het gaat hierbij om een kleine groep personen van wie de regieperiode (na de standaardregieperiode van 2 jaar) al minstens 3. keer met een jaar is verlengd omdat zij recent nog meermalen zijn aangehouden. Deze groep is kleiner dan voorgaande jaren. De daling van het gemiddelde aantal aanhoudingen per persoon per jaar is, uiteraard, het sterkst in de groep die uit de Top400 is uitgestroomd: 54% daling voor DG, 63% voor HIC, 58% voor overige delicten en dat maakt een daling van 57% in totaal. Sinds de start van de Top400 zijn 89 personen doorgestroomd naar de Top600. 72 op basis van de HIC-criteria, 12 op basis van de DG-criteria en 5 op basis van beiden. Voor de Top400 is een recidivevermindering te zien: het aantal dagvaardingen voor de Top400 daalt (voor start regie versus na start regie), met name bij HIC (37%). Het aantal dagvaardingen voor DG-delicten daalt met 27%, voor overige delicten met 17% en de totale daling is dan 21%. Het aantal dagvaardingen van de groep die reeds is uitgestroomd uit de Top400, daalt uiteraard sterker: een daling van 6o% voor HIC, een daling van 45% in totaal.
Opvallend genoeg daalt het aantal dagvaardingen van DG-delicten bij de uitstromers juist nauwelijks: 2%. In 2019 zijn er door de politie 1431 incidenten geregistreerd met een Top400-persoon (gemiddeld 5,4 per persoon). Het gemiddeld aantal registraties per persoon is in 2019 (5,4) lager dan in 2018 (6,2 per persoon). In 53% van de incidenten in 2019 was de Top400persoon verdachte, in 44% betrokkene, en in 3% was de Top400-persoon slachtoffer. De top 3 van politieregistraties bestaat uit: mishandeling (9%), overlast (7%) en overige vermogensdelicten (5%). Gekeken naar incidenten waarin Top400-personen verdachte zijn, dan komen (overige) vermogensdelicten, drugshandel en straatroof naar voren. Met name de incidenten
drugshandel zijn toegenomen sinds 2018. De verwachting is dat het in april 2019 door het college van B&W vastgestelde uitvoeringsplan programma Weerbare Mensen, Weerbare wijken, dat is gericht op het verminderen van de sociale ontwrichting door drugshandel van buurten en (kwetsbare jonge) mensen en op het weerbaarder maken van wijken en jongeren tegen de aantrekkingskracht van drugs, ook een positieve invloed gaat hebben op de drugshandel door Top400-personen. In de herijking Top400 wordt tevens ingezet op jongeren die het risico lopen af te glijden in de drugscriminaliteit. Aangezien Top400personen bij de DG-delicten voornamelijk voor delicten op het gebied van geweld en wapens worden aangehouden, worden wapendelicten eveneens als aandachtspunt meegenomen in de herijking van de Topoo. Hoewel Topoo-personen vooral woonachtig zijn in Nieuw-west en Zuidoost, plegen zij -
-
-
vooral delicten in stadsdeel Centrum. In 2019 zijn bij 70% van de eindvonnissen aan Topoo-personen bijzondere voorwaarden verbonden aan het eindvonnis (76 zaken). Dit is veel meer dan bij niet-Top400 personen, waar dit bij 25% van de eindvonnissen is. In 2018 was dit (bij Topoo-personen) gemiddeld 63%. Dit is een positieve ontwikkeling omdat de bijzondere voorwaarden een belangrijke stok achter de deur vormen voor het Top400-plan van aanpak. Van de personen ouder dan 16 jaar is eind 2019 23% van de Topoo lijst gescreend door de GGD (eind 2018 was dit 21%). De GGD heeft in 2019 67 pogingen tot een screening gedaan, waarvan 25 succesvol zijn afgerond. De Topoo-personen waren in het tweede halfjaar van 2019 het meest zelfredzaam op het leefgebied lichamelijke gezondheid. Ver daarachter volgt het leefgebied 'activiteiten dagelijks leven'. Het minst zelfredzaam is de Tow° op het leefgebied justitie. Daarnaast scoort (bijna) driekwart slecht op de leefgebieden sociaal netwerk en maatschappelijke participatie. Dit zijn belangrijke aandachtspunten voor de aanpak. In de herijking Tow° krijgen regisseurs daarom een duidelijke rol bij bijvoorbeeld de toeleiding van Topoopersonen naar het laagdrempelig aanbod van activiteiten en ondersteuning in de eigen buurt of wijk (sociale basis) en jongerenwerk. De scores van de ZRM van de Tow°
-
vertonen sterke gelijkenis met die van de Top600. Vanuit het Topl000-leerplichtteam wordt ingezet om verzuim tegen te gaan. Op drie peilmomenten gaat het in 2019 gemiddeld met 41% van de Top400 goed op school (geen verzuim), en met 27% gaat het niet goed op school (regelmatig verzuim). Vanuit Werk Participatie en Inkomen (WPI) wordt met een speciaal interventieteam inzet gepleegd op de leefgebieden werk, inkomen, dagbesteding en schulden. Gemiddeld zijn in 2019 139 Top400-personen in begeleiding bij WPI. Alle Top400-personen in de leeftijd van 13 tot 23 jaar en woonachtig/ ingeschreven in Amsterdam zijn in beeld bij Leerplicht
-
en/of WPI. In 2019 is in totaal 79 keer een Top400-persoon uit detentie gekomen. Op basis van metingen bij 52 detenties zijn de leefgebieden voor en na detentie vergeleken: alle leefgebieden zijn tijdens detentie vooruit gegaan. Vooral inkomen, zorg en dagbesteding zijn verbeterd door de inzet tijdens detentie. Dit komt overeen met het beeld van eerdere jaren. Huisvesting is iets verbeterd, maar in het algemeen is de huisvestingsituatie van
-
(ex-) gedetineerde Top400-personen slechter dan eerdere jaren. In 2019 had het PIT gemiddeld 52 gezinnen en 26o kinderen actief in begeleiding.