A - 7 Openbare Orde en Veiligheid (4) 04. Samenvatting en conclusie Monitor Top600 2019.pdf
Tekst van het document
Samenvatting en conclusie Top600 monitor 2019
Hieronder volgt een samenvattende conclusie van de belangrijkste punten uit de rapportage. In 2019 is de Top600 verbreed naar drugsgerelateerde (gewelds)criminaliteit vanwege de toenemende impact van deze delicten op het leven van de inwoners van de regio Amsterdam Amstelland. Dit als één van de maatregelen uit het programma "Weerbare Mensen, Weerbare Wijken". De Top600 bestaat begin 2020 IA 461 personen, waarvan twee vrouwen, met een gemiddelde leeftijd van 28 jaari. Ongeveer driekwart is jonger dan 30 jaar. Doorgaans zit ongeveer een derde van de Top600 in detentie (voor lange of korte tijd). Van de huidige Top600 voldoen 389 personen aan de HIC-criteria, 55 aan de Drugs- en Geweld (DG)-criteria en 17 personen aan beide sets criteria. Voor de huidige Top600 is er in 2019 in totaal een recidivevermindering te zien van 45%. Ten opzichte van 2018 en 2017 is dit een lichte verbetering (2018: 41%, 2017: 35%). Deze wordt deels verklaard doordat de personen die nu op de Top600-lijst staan gemiddeld meer gedagvaarde zaken hadden in de twee jaar vóór regie, dan de personen die in 2018 en 2017 op de lijst stonden. Deze recidivemeting heeft als doel inzicht te geven in de geregistreerde recidive van alle personen in de Top600-aanpak en de personen die in de aanpak hebben gezeten. Het is geen strikt wetenschappelijke effectmeting van de aanpak2.
Voor de huidige Top600 is de recidivevermindering voor de HIC-delicten in 2019 gemiddeld 5o% (in 2018 was dit ook 5o%, in 2017 was dit 47%). Opvallend is dat er (anders dan voorgaande jaren) voor overvallen geen recidivevermindering is te zien, maar een lichte stijging van 4%. De meeste overvallen zijn gepleegd in het eerste jaar dat personen in de aanpak zitten (3.6x, 35%) en het vaakst in 2017 (12x, 25%) en 2018 (9x, 20%). Dit lijkt te verklaren uit het feit dat Amsterdam qua overvallen een andere (juist stijgende) trend heeft t.o.v. de rest van het land. Onderzocht wordt of eventuele aanvullende maatregelen mogelijk en nodig zijn. Voor de huidige Top600 is gemiddeld een recidiveverminderinq op de DG-delicten te zien van 36%, het gaat hier met name om een afname van geweld- en wapendelicten (respectievelijk 53% en 41%). Voor drugsdelicten is er een lichte afname te zien (4%). Met de recente verbreding van de focus van de Top600 naar drugsgerelateerde (gewelds)criminaliteit beogen we in de komende jaren een grotere afname van deze delicten te bereiken. Voor de uitgestroomde Top600 is de totale recidivevermindering 59%. Dit is ongeveer gelijk als de daling van de recidive in 2018 en 2017 (respectievelijk: 57% en 56%). Ook dit jaar is een flinke recidivevermindering specifiek voor de HIC-delicten van 81% te zien. Dit is nagenoeg gelijk aan 2018 en 2017 (2018: 81%, 2017: 82%).
De hardnekkigen, de so personen die sinds de start van de Top600 op de lijst staan, laten geen afwijkend patroon zien in recidive. Positief is dat ook hier een daling te zien is in de recidive, maar wel een minder grote daling dan bij de niet-hardnekkigen, waardoor ze niet uitstromen (37% versus 47% daling). Het aantal hardnekkigen op de lijst is de afgelopen jaren
Vanwege de nieuwe instroom in de Top600 per 3. april 2020 staan er momenteel 503 personen op de lijst. Het AcVZ werkt met het WODC aan een gezamenlijk onderzoek waarbij gebruik wordt gemaakt van een controlegroep, aangezien dit de enige zuiver wetenschappelijke methode is die onomstotelijk het effect van de aanpak kan aantonen.
1
gedaald (2017: 92, 2018: 70, 2019: so). Met de partners wordt nog nader ingezoomd op deze groep waarbij o.a. wordt gekeken naar het effect dat wordt bereikt op deze groep in relatie tot de gepleegde inspanningen. Het gemiddeld aantal politieregistraties per persoon is in 2019 ten opzichte van 2018 gedaald van 6,1 naar 5,2. Binnen de subgroepen van de Top600 is een verschil te zien in het soort incidenten waarvoor Top600 personen in 2019 zijn geregistreerd. Bij de HIC-instroonngroep gaat het vooral om mishandeling, overlast en overige vermogensdelicten, terwijl DGinstromers vooral registraties hebben op het gebied van drugshandel, nepdope en mishandeling. Binnen Amsterdam vonden de meeste incidenten plaats in stadsdeel Centrum, terwijl de meeste Top600-personen wonen in stadsdeel Zuidoost of (Nieuw)-West. In 2019 is bij 45% van de eindvonnissen aan Top600-personen bijzondere voorwaarden opgelegd. Na een daling in de tweede helft van 2018 is dit weer terug op het oude niveau. Dit is 19 procentpunt hoger dan bij niet-Top600 personen, die kregen namelijk in 26% van de eindvonnissen bijzondere voorwaarden opgelegd.
Dit positieve verschil is te verklaren doordat binnen de Top600 waar mogelijk gestuurd wordt op het opleggen van bijzondere voorwaarden omdat deze een belangrijke stok achter de deur vormen voor het plan van aanpak, bijvoorbeeld waar het gaat om het starten van behandeling of begeleiding. In 2019 zijn 92 pogingen tot screening door de GGD gedaan waarvan er 27 succesvol zijn afgerond. Van de huidige Top600-lijst was eind 2019 56% gescreend. Eind 2018 was dat 70%. Bekeken wordt hoe het percentage screeningen weer verhoogd kan worden, aangezien het van groot belang is dat er goed zicht is op de zorgbehoefte van de personen in de aanpak. De Top600-personen waren in het tweede halfjaar van 2019 het meest zelfredzaam op het leefgebied lichamelijke gezondheid. Het minst zelfredzaam is de Top600 op het leefgebied justitie, wat niet verassend is omdat ze instromen in de aanpak omdat ze veroordeeld zijn voor delicten. Daarnaast scoren ze (zoals voorafgaande jaren) slecht op de leefgebieden sociaal netwerk en dagbesteding (werk, opleiding, toeleiding naar werk). Veel Top600-personen hebben geen of een beperkt aantal personen om zich heen die steun kunnen geven of kunnen helpen zich te ontwikkelen. Hier wordt al veel aandacht aan besteed, maar met de partners wordt besproken of extra aandacht hiervoor nodig en mogelijk is.
Daarnaast toont deze score dat intensieve inzet op de dagbesteding vanuit WPI van groot belang blijft. In 2019 had het interventieteam van WPI (dat zich bezighoudt met werk, inkomen, dagbesteding en schulden) gemiddeld 258 Top600-personen en 39 ex-Top600-personen actief in begeleiding. Eind 2019 heeft het Interventieteam van WPI 265 Top600- en 32 exTop600-personen actief in begeleiding. Dit is 58% van de huidige lijst. In totaal zijn er in 2019 37 begeleidingstrajecten positief, 73 begeleidingstrajecten neutraal en 12 begeleidingstrajecten negatief beëindigd. Alle personen met een leeftijd van 3.6 tot 23 jaar zijn in beeld bij het Topl000 Leerplichtteam en/of WPI. Van de personen in de leeftijd van 23 jaar of ouder is 81% in begeleiding bij WPI. In 2019 is in totaal 337 keer een Top600-persoon uit detentie gekomen. Op basis van metingen bij 196 detenties zijn de leefgebieden voor en na detentie vergeleken: alle leefgebieden zijn tijdens detentie vooruit gegaan. Vooral dagbesteding, zorg en inzet op schulden zijn verbeterd door de inzet tijdens detentie. In 2019 had het PIT gemiddeld 43 gezinnen en 94 kinderen actief in begeleiding. Gemiddeld werden 72 gezinnen gennonitord in 2019 door het PIT. 8o% van de personen die op de huidige Top600-lijst staan, heeft een openstaande vordering of boete bij het CJIB. Dat is vergelijkbaar met het beeld in 2018.
In de meeste gevallen gaat het om maximaal 2000 euro. Dit onderschrijft het belang van inzet op de schulden vanuit de aanpak. Bij de meeste (door de regisseur) aangedragen zaken is een betalingsregeling getroffen.