CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 64 Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid (9) 3. Samenvatting verkenning

RAAD 17 februari 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de bestuurlijke reactie nationaal slavernijmuseum VN2022-0035262.628 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Samenvatting van het rapport

Met de kracht van de voorouders Verkenningsrapport voor een Nationaal Trans-Atlantisch Slavernijmuseum (NTASM) in Amsterdam Regiegroep NTASM Mei 2021

‘Met de kracht van de voorouders’ is een concreet richtinggevende en kaderstellende verkenning, die toont wat de samenleving van het toekomstig Nationaal Trans-Atlantisch Slavernijmuseum (NTASM) kan verwachten. Het is tevens de basis voor de volgende fase van de totstandkoming van het museum en reikt handvatten aan de kwartiermaker(s) die de komst van het museum verder gaan realiseren. Deze verkenning is tot stand gekomen na een lang en uitdagend traject dat begon bij initiatieven in de samenleving, die na verloop van tijd door politici zijn opgepakt en uiteindelijk hebben geleid tot de opdracht van de gemeente Amsterdam voor deze verkenning. De verkenning is uitgevoerd door een Regiegroep bestaande uit: een vertegenwoordiger van stichting Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis (NiNsee), stichting Museum zonder Muren (MzM), Sociaal Innovatiebureau IZI Solutions (IZI). Verder namen twee experts deel aan deze groep, drs. Martine Gosselink, directeur van het Mauritshuis als museaal expert, en prof. Alex van Stipriaan, inhoudelijk expert en samensteller van het eindrapport. De Regiegroep werd voorgezeten door drs. Freek Ossel. De inhoud van dit eindrapport is gebaseerd op de onderzoeken van NiNsee, MzM en IZI, die als drie deelrapporten zijn bijgevoegd.

Daarin is de uitwerking en verdieping te vinden van alle beschrijvingen, analyses, conclusies en aanbevelingen. Dit rapport is geschreven vanuit het perspectief van het toekomstig museum zelf. Dat betekent dat de lezer vaak formuleringen zal tegenkomen dat het museum iets doet, iets wil, iets is, samenwerkt met... et cetera, alsof het al bestaat. Het rapport is opgebouwd uit tien hoofdstukken die ieder een cruciale vraag beantwoorden. Het zijn de dik gedrukte kopjes van de alinea’s hieronder.

Het NTASM ziet daarom als zijn missie: Het tonen van de perspectieven, de kracht en de strijd van de slaafgemaakten en hun nazaten waarbij het Nederlands trans-Atlantisch slavernijverleden, de erfenissen en de doorwerkingen daarvan centraal staan. Hierbij is het museum een katalysator voor sociale verbetering.

Dat gebeurt vanuit een visie gebaseerd op: Vooroplopen in het proces van verwerking, door de slaafgemaakten en hun nazaten binnen een generatie een volwaardige plek te geven in de nationale geschiedenis. Het museum maakt hierbij gebruik van de kracht en de strijd van de voorouders voor een menswaardig bestaan en staat in het teken van een gelijkwaardige en rechtvaardige samenleving. Het NTASM werkt bovendien vanuit een vijftal kernwaarden. Deze hebben betrekking op de wijze waarop het museum zich verhoudt tot het Nederlands trans-Atlantisch slavernijverleden, de erfenissen en doorwerkingen daarvan en de Afrikaanse diaspora in meer algemene zin, evenals de wijze waarop het museum zich verhoudt tot haar externe en interne stakeholders. Deze kernwaarden zijn: Kracht, Waardigheid, Representatie, Dekolonisatie en Emancipatie.

Uitgangspunt is een museum dat een nog weinig gedeeld stuk geschiedenis op vernieuwende wijze reconstrueert en deel maakt van het nationale verhaal van Nederland. Een museum dat wil bijdragen aan een samenleving die als gevolg van die geschiedenis inclusiever en gelijkwaardiger moet worden.

Het Nationaal monument slavernijverleden, fotograaf Alphons Nieuwenhuis, beeldbank Gemeente Amsterdam

Waarom een Nationaal trans-Atlantisch Slavernijmuseum en waarom nu? Met name door Afro-Nederlanders wordt al heel lang om een museum gevraagd dat de slavernij toont zoals dat door hun voorouders is beleefd. Een museum dat hen niet als naamloze slachtoffers toont, maar als veerkrachtige mensen van vlees en bloed die hebben gestreden, culturen hebben opgebouwd en hebben bijgedragen aan de Nederlandse samenleving zoals die nu is. Die geschiedenis moet toegevoegd worden aan het nationale verhaal. Tegelijk maken de Black Lives Matter beweging en vele andere initiatieven in Nederland en daarbuiten duidelijk, dat die geschiedenis nu nog altijd structureel doorwerkt. Een nationaal museum is daarvoor het meest duurzame medium en de meeste duurzame plek om dat te tonen én verandering te faciliteren. Voor het onderwijs is dit museum de ultieme professionele steun om een bewogen en beladen stuk geschiedenis te kunnen vertellen en de hedendaagse samenleving en burgerschap te leren doorgronden. Een plek waar niemand schrikt van het woord racisme, omdat het museum de achtergronden daarvan toont, verklaart en samen met de bezoeker handvatten zoekt naar manieren hoe dat uit de samenleving kan worden verdreven.

Wat wil het museum zijn? Het NTASM wil in het museale landschap vooroplopen door een werkelijk dékoloniaal museum te zijn. Het is de plaats waar alle wetenschappelijk en grass roots onderzoek, behoefte aan herinnering, erkenning, debat en respectvol beleven voor iedereen zichtbaar samenkomen. Waar nieuwe geschiedenis wordt geproduceerd en gepresenteerd, alleen al door de bezoeker nieuwe, veelal ongekende perspectieven te tonen, zoals kracht in plaats van slachtofferschap. Waar wordt gewerkt aan de verankering van deze nieuwe, dékoloniale geschiedenis in het nationaal bewustzijn, waar getoond wordt hoe Nederland door die geschiedenis gevormd is en wat er van die geschiedenis valt te leren voor het heden. Omdat dit verhaal zich niet in een Nederlands vacuüm afspeelt wil het museum vanuit de (Afro-)Nederlandse ervaring bijdragen aan de internationale ontwikkelingen en debatten op dit terrein.

Den Haag 1986 (Nat. Archief)

3 | Met de kracht van de voorouders

Wat is het museale concept? Het NTASM is een netwerkmuseum. Samenwerken, connecties maken en een hub-functie zijn de kern van de werkwijze. Altijd vanuit een zelfstandige positie met eigen management en stakeholders. Zakelijk-organisatorisch wil het museum samenwerken met een ander Amsterdams museum, zodat ‘aan de (zakelijke) achterkant’ effectief en kosten- & kennis-efficiënt kan worden gewerkt. Met enkele musea zijn al verkennende gesprekken gevoerd, die de bereidheid tot een zakelijke samenwerking hebben aangegeven. Nieuwbouw geniet veruit de voorkeur. Daarmee kan zichtbaar voor iedereen een krachtig architectonisch gebaar worden gemaakt. Zeker zo belangrijk is dat aan nieuwbouw geen koloniaal of ander belast verhaal kleeft en dat het totaal kan worden toegesneden op het verhaal dat er gepresenteerd moet worden en op de functies die het museum moet krijgen. Zo zal het om historische en spirituele redenen aan stromend water gesitueerd moeten zijn, zal het omringd moeten zijn door een park dat ook een deel van het verhaal vertelt en moet het een substantiële performance-dimensie (binnen- en buitentheater) krijgen voor het immaterieel erfgoed en cultuur die een groot deel van het verhaal schraagt van de Afrikaanse diaspora van toen en daar tot hier en nu.

Tegelijk is het museum een ontmoetingsplaats, een educatiecentrum en biedt het plaats aan ‘werkplaatsen’ voor onderzoek, debat en (kunst)productie. Kortom, een multifunctioneel gebouw & park dat uitnodigend en laagdrempelig is en een aantrekkelijke toevoeging aan de hoofdstad van Nederland vormt.

Slavernijmonument Clave in Rotterdam, door Alex da Silva (foto: Alex van Stipriaan)

Voor wie is het museum?

Wat toont het museum?

Het NTASM is er voor iedereen omdat het over nationale en zelfs internationale geschiedenis gaat. Daar binnen zijn twee groepen van extra belang: Afro-Nederlanders, die de nazaten zijn van de door Nederland gedwongen diaspora uit Afrika en scholieren, studenten en docenten. Dit deel van de geschiedenis en de doorwerkingen ervan kan pas deel worden van ieders bagage in deze samenleving als er in het onderwijs structureel aandacht aan wordt besteed. Vandaar dat het museum zich ten doel heeft gesteld alle scholieren binnen één generatie in huis ontvangen te hebben en/of bij een van zijn activiteiten buitenshuis. De presentaties en programma’s in en van het museum zullen gelaagd en divers worden aangeboden om een zo breed mogelijk en divers mogelijk publiek te kunnen bedienen.

In de presentaties van het museum staan de levens, culturen en strijd van slaafgemaakte Afrikanen en hun nazaten centraal. Dat wil zeggen dat ondanks alle onderdrukking hun leven als volwaardige, handelende, denkende, emotionele, strijdende en creatieve mensen wordt getoond vanuit hun eigen perspectieven. Daarvoor worden oude bronnen gebruikt zoals documenten uit archieven en objecten en beeldmateriaal uit musea, maar vooral ook - en in ieder geval in combinatie mét - nieuwe of herontdekte bronnen die veelal immaterieel zijn. Slaafgemaakten mochten in principe geen bezit opbouwen, maar hadden in hun hoofd, hart en lichaam meer dan genoeg erfgoed dat is doorgegeven. Dat loopt van taal en alles wat daarmee gedaan kan worden (verhalen, liederen, spreekwijzen, redeneerstijlen, filosofieën, gebeden) tot en met spiritualiteit, eetcultuur, muziek, kledingstijlen, opvoedingsmethoden, normen, waarden, wereldbeeldenfamilie- en verwantschapscultuur. Dat alles is bovendien na de slavernij verder ontwikkeld en deel van de kracht van de diaspora. Het museum moet dus veel ruimte bieden aan immateriële culturele presentaties en aan de materialisering daarvan in de vorm van hedendaagse kunst. Ook geavanceerde museale technologie, zo interactief mogelijk, moet hierbij helpen van pepper ghosts tot hologram-techniek, interactieve film en geluidsdouches.

De gelaagdheid van het verhaal wordt gegarandeerd door de bezoeker de gelegenheid te bieden eigen paden te kiezen door het museum. Denk aan een familie & kinderpad in en buiten het museum, een muziekpad, een kunstpad, een spiritueel pad, een natuurpad etc. Er zal bovendien een ruimte zijn waar mensen hun eigen verhalen achter kunnen laten. Het museum wil graag dat iedere bezoeker thuis komt met het gevoel iets bijzonders te hebben meegemaakt: de inspiratie die uitgaat van de onbreekbare kracht van mensen, tegen alle verdrukking in; een overweldigende zintuiglijke ervaring, visueel, auditief en tactiel; en de leerervaring van met andere ogen naar de Nederlandse geschiedenis en huidige samenleving te kijken, en/of die voor het eerst in een andere samenhang te zien. Bovendien de ervaring van een museum waar het fijn wordt gevonden als er wordt gepraat, uitgewisseld en interactie is, in een veilige omgeving.

Detail van het Kwaku monument in Paramaribo, door Jozef Klas (foto: Ada Korbee)

5 | Met de kracht van de voorouders

Hoe is het verhaal opgebouwd?

Hoe werkt collectie voor het verhaal?

Het museum focust op het Nederlandse slavernij­ verleden en zijn doorwerkingen in het Atlantisch gebied. Er zitten echter ook aanknopingspunten in met de verhalen van de Nederlandse slavernij in het Indisch-Oceanisch gebied, bijvoorbeeld in het ­scharnierpunt Zuid-Afrika/Kaapkolonie. De verschillende soorten slavernij waarbij Nederland betrokken is geweest gedurende de laatste vier eeuwen worden in het museum uitgelegd. Het is mogelijk dat op een later tijdstip aan die Indisch-Oceanische geschiedenis meer aandacht wordt gegeven. In eerste instantie zullen er tijdelijke tentoonstellingen over verschillende soorten slavernij worden georganiseerd en wordt in het netwerk van musea, waarin het NTASM wil samenwerken, gezocht naar partnermusea die geschikt zijn om het Aziatisch slavernijverhaal te vertellen. ­ Het wordt niet met elkaar als HET Nederlands slavernijverleden gepresenteerd, omdat het NTASM minstens zozeer aandacht wil besteden aan de doorwerkingen en aan het leven en de strijd van de nazaten tot op de dag van vandaag en die zijn voor de Aziatische slavernij geen van beide aan te wijzen. Het verhaal is opgebouwd uit de kruispunten tussen vijf tijdvakken (tussen 1450 en nu), vier processen (o.a.

strijd & overleven; creolisering & cultuurvorming), zes thema’s (van Familie en Gemeenschap tot Reparations), kantelmomenten (marronoorlogen, Tula, Afschaffing) en verschillende locaties (o.a. westkust Afrika, Suriname, Nederlandse Cariben, Nederland). Alles bezien vanuit de ogen van slaafgemaakten en hun nazaten. Met elkaar moet dat deel worden van de nationale geschiedenis van Nederland. Tegelijk moet voor iedereen duidelijk zijn in welke context het verhaal zich afspeelt. In de eerste plaats gebeurt dat aan de hand van het steeds terugkerende verhaalthema ‘Ondertussen in Nederland’ waar de grotere, meer systemische achtergrond van het verhaal wordt getoond. In de tweede plaats loopt door het hele museum een tijdlijn met relevante data, feiten en cijfers, niet alleen van het Nederlandse verhaal, maar ook van mondiale ontwikkelingen. Wellicht kan daar bij cruciale momenten of onderwerpen een (digitaal) luikje worden gemaakt waarachter nog meert informatie te vinden is.

Er zal slechts een kleine, eigen kerncollectie worden aangelegd, veelal van items die bij particulieren (nazaten en anderen) worden verzameld en van kunst. De rest wordt gebruikleend of zelf geproduceerd. Criterium voor verzamelen en presenteren is zoveel mogelijk collectie die door Zwarte handen is gemaakt of gebruikt, of door Zwarte hoofden bedacht. Een tweede criterium is dat bezoekers ook bijdragen aan de collectie door zelf verhalen achter te laten en dat nazaten van slaafgemaakten zoveel mogelijk betrokken worden bij het duiden van collectie en het bedenken en uitvoeren van presentaties, programmering en outreach initiatieven. Voor identificatie is bovendien een biografische invalshoek van belang zodat immateriële en materiële cultuur kan worden opgehangen aan concrete mensen en groepen, hun individuele verhalen, levensstijlen en strijd. Verzamelen van relaties wordt voor het museum zeker zo belangrijk als verzamelen van collectie-items.

Vrouwenfiguur, Dem. Rep. Congo, 19e eeuw en ‘koninklijke’ stoel uit Angola, begin 20e eeuw; beide collectie Wereldmuseum Rotterdam. Uitgezocht moet worden bij dit soort collectiestukken of die wel gebruikt kunnen worden i.v.m. roofkunst.

6 | Met de kracht van de voorouders

Wie zijn de partners en programmering van het verhaal? Afro-gemeenschappen en hun organisaties én het onderwijsveld zijn natuurlijke partners van het museum. Peer learning, peer education en inter­ generationeel leren zijn de poten onder de educatie-dimensie van het museum. Als netwerkmuseum zijn daarnaast institutionele partners in het erfgoed en culturele veld van groot belang. Presentaties, programmering en educatieve producten moeten in interactie met vooral de natuurlijke partners tot stand komen. Diversiteit en inclusie behoren tot de kern van het NTASM-beleid. Daarbij hanteert het de vier P’s van de Code Culturele Diversiteit en Inclusie: Programma, Publiek, Personeel (en toezichthouders) en Partners. Ook gaat het museum veel gebruik maken van influencers die meedenken en meewerken.

Wie zijn de stakeholders? Naast de natuurlijke of organische stakeholders als Afro-gemeenschappen en onderwijsveld vormen ‘overige Nederlanders’, de overheid, de media, experts & makers en partnermusea de belangrijkste stakeholders in het NTASM. Zij moeten zich ook verbonden voelen met het museum en zijn daarom al in deze verkenning uitvoerig bevraagd. Daar waar dat enigszins meetbaar is (culturele veld, experts, onderwijs) lijkt het draagvlak en de nu al toegezegde betrokkenheid uitzonderlijk hoog. Over de diffuse rubrieken media en ‘overige Nederlanders’ is dat moeilijk te zeggen, maar spontaan straatonderzoek in Amsterdam leverde overwegend positieve reacties op.

Vitrine met schilderij van Dirk Valkenburg 1707 in de Grote Suriname Tentoonstelling in de Nieuwe Kerk, Amsterdam 2019 (foto: Alex van Stipriaan).

7 | Met de kracht van de voorouders

Hoe is het proces georganiseerd? De maatschappelijke ontwikkelingen vragen erom, wanneer de beslissing eenmaal definitief genomen is, om zo snel mogelijk als museum zichtbaar te zijn. Eerst als tijdelijke pop up, op de definitieve locatie –die wat de Regiegroep betreft in het centrumgebied van de noordelijke IJ-oever ligt– dan wel op een prominente bestaande plek in de stad. In het laatste geval wordt gedacht aan het Paleis op de Dam. Ondertussen kan dan in fasen het definitieve museum worden opgebouwd. De regiegroep denkt daarbij aan een drietal modules, die na elkaar gebouwd worden. Zo kan opnieuw de zichtbaarheid snel worden gerealiseerd, er kan ook in fasen ervaring worden opgedaan met dit compleet nieuwe museum en de kosten kunnen gespreid. Bovendien geeft het de gelegenheid op een later tijdstip ruimte aan te bouwen voor nieuwe initiatieven, zoals een uitbreiding met andere slavernijverhalen of het faciliteren van een groter kunstcentrum of audiovisuele studio, et cetera. De kunst zal zijn een en ander zo in te richten dat de modules die klaar zijn geen hinder te laten ondervinden van de voortgezette bouwactiviteiten. Dat moet mogelijk zijn. Na nog een adviseringsronde door de cultuurraden zal een kwartiermaker een plan van exploitatie moeten gaan samenstellen.

De Regiegroep spreekt een sterke voorkeur uit voor twee intensief samenwerkende kwartiermakers, een fysiek-organisatorisch en een inhoudelijk-organisatorisch. De Regiegroep houdt zich aanbevolen voor verdere consultatie.

Detail van monument Desenkadena (ontketening) op Curaçao, voorstellend Tula die de ketens doorklieft (foto: Alex van Stipriaan)

Colofon De Regiegroep Nationaal Trans-Atlantisch Slavernijmuseum (NTASM) heeft deze verkenning in opdracht van de gemeente Amsterdam uitgevoerd.

Vormgeving: Vorm de Stad Mei 2021

VRM21_277

De Regiegroep bestaat uit: Urwin Vyent (NiNsee) Daniël Metz (Museum zonder Muren) Dionne Abdoelhafiezkhan (IZI Solutions), Freek Ossel (voorzitter) Cemil Yilmaz (procesbegeleider) Martine Gosselink (museaal expert) Alex van Stipriaan (inhoudelijk expert en eindredacteur)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11205497/1