CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 64 Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid (9) 2. Verkenningsrapport Met

RAAD 17 februari 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de bestuurlijke reactie nationaal slavernijmuseum VN2022-00352634.552 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

verwantschap zo’n belangrijke rol speelt in de Afrikaanse diasporacultuur, wil het NTASM ook echt een familiemuseum zijn. Het museum moet daarop ingericht zijn door een losse museumcultuur te hanteren (geen fluistercultuur!) en gemakkelijk contacten met andere bezoekers te stimuleren. En zeker ook om op momenten dat families samen op bezoek kunnen komen (weekends, schoolvakanties en speciale dagen als Keti Koti of Tuladag), ook familieprogramma’s aan te bieden. Daarnaast zal het NTASM ook geen ‘vitrine-museum’ moeten zijn, maar een interactief museum. Met name waar het de zo belangrijke immateriële betreft moeten in ieder geval Afro-bezoekers het gevoel hebben dat ze mee mogen doen (hardop reageren, meezingen, meebewegen enz.).

Wellicht moet er zelfs een multifunctionele zaal bij het NTASM komen die kan worden afgehuurd voor bijvoorbeeld fondsenwerving, feesten en andere bijeenkomsten voor onder meer de vele Afro-Surinaamse, Antilliaanse en Afrikaanse verenigingen die Nederland rijk is. Meer in het algemeen zou het zeer toe te juichen zijn als Afro-organisaties een eigen onderkomen zouden kunnen krijgen op het terrein van het museum, zoals Black Archives, Splika, Recogin of Radio Mart. Een groot aantal praktische aanbevelingen is te vinden in Bijlage 3, IZI, Draagvlak en Dialoog.

78 | Met de kracht van de voorouders

Onderwijs Het NTASM stelt zichzelf ten doel alle scholieren in Nederland tijdens hun schooltijd minstens één keer op bezoek te hebben gehad, fysiek en als het niet anders kan in ieder geval digitaal. Daarvoor worden specifieke programma’s ontwikkeld. Hedendaags actief burgerschap vereist immers kennis van het trans-Atlantische slavernijverleden en de door­ werking daarvan. Het museum pleit ervoor dat scholen een begrotingspost voor burgerschap opnemen zodat een deel daarvan kan worden gebruikt om klassen jaarlijks gratis het museum te laten bezoeken en aan de activiteiten mee te kunnen doen. Vanuit de Werkplaats & Educatie-afdeling van het museum worden scholen dan ook actief benaderd. Ook worden docenten en leerlingen gevraagd deel te nemen aan het co-creatie programma van het NTASM, waarbij ze meedenken over de scholen­ programma’s, de exposities, de website en de ­programma’s van het museum. Een ideale samen­ werkingspartner is het netwerk van 61 zogenaamde Unesco-scholen in Nederland, die in een speciaal programma aandacht besteden aan vier Unesco-­ thema’s: vrede en mensenrechten, intercultureel leren, duurzame ontwikkeling en wereldburgerschap.55 Daarnaast heeft Unesco al meer dan een kwart eeuw het Slave Route Project in huis en ondersteunt het Het Decennium voor Mensen van Afrikaanse Afkomst.

De ervaring van de Unesco­scholen op dit gebied en de springplankfunctie die zij naar het overige onderwijs kunnen vervullen voor het museum zijn van zeer groot belang. Het NTASM zal zeer pro-actief te werk gaan. De educatie-afdeling gebruikt de Museumwerkplaats om met name docenten die meer op afstand staan van het onderwerp, of zoals het tegenwoordig ook wordt omschreven, handelingsverlegen zijn, over de brug te helpen. Daarvoor worden aantrekkelijke, multimediale lespakketten, in co-creatie, geproduceerd, er wordt outreachend naar de scholen gewerkt door actief te tonen wat het museum te bieden heeft en hoe het de taak van de docenten kan helpen verlichten en er wordt intensief en structureel overleg gevoerd met de ontwikkelaars en uitgevers van schoolmethoden. Tegelijk zal het NTASM eraan moeten werken dat het idee ingang vindt dat de

geschiedenis van de Afrikaanse diaspora verteld moet worden bij Geschiedenis en wellicht bij Burgerschap, maar dat het leren van inclusiviteit, van dékoloniaal denken en van een anti-racistische houding álle ­ schoolvakken en álle schoolboeken betreft. De twee meest effectieve vormen van educatie die het museum hanteert, die buiten de klas misschien nog beter werken dan in de klas en die de docent kan helpen in zijn/haar verlegenheid of onwetendheid zijn: peer learning en intergenerationeel leren. Het laatste werkt heel goed in het museum, maar ook thuis. Centraal staat het gesprek dat de jongere aangaat met ouderen, zijn familie. In het museum leren ze samen en praten daarover aan de hand van wat ze zien en beleven. Via schoolbezoek aan het NTASM stimuleert het museumlesprogramma de jongeren om ouderen, hun familie, thuis/buiten school te vragen wat zij over dit onderwerp weten en vervolgens hun ervaringen en kennis hierover met de ouderen en v.v. te delen. Bij peer learning en peer education staat het aan elkaar leren centraal van jongeren uit dezelfde leeftijdsgroep. Ze werken samen aan een opdracht, doen onderzoek, wisselen uit en geven feed back op elkaars werk. Er wordt wel eens gezegd dat bij peer learning afkijken verplicht is, als je maar samen over de inhoud praat.

Bij peer education worden jongeren ‘opgeleid’ om op hun eigen manier aan andere jongeren in interactie kennis over te dragen. Het NTASM zou zo ook een groep peer educators kunnen opleiden. Iets dergelijks gebeurt al in veel musea, met als bekendste voorbeeld waarschijnlijk de zogeheten Blik-openers van het Stedelijk Museum. Een groot aantal praktische aanbevelingen ten aanzien van educatie en daarmee verwant de code culturele diversiteit is te vinden in Bijlage 3, IZI, Educatie en Onderwijs.

55 [https://www.unesco.nl/nl/dossier/unesco-scholennetwerk]

79 | Met de kracht van de voorouders

Programma Het NTASM heeft een huisprogramma en een extern programma. Beide lopen veelal vloeiend in elkaar over. Bovendien betekent dit dat het museum langere openingstijden zal hebben dan normaliter in musea. Het theatergedeelte zal vrijwel dagelijks geprogrammeerd staan met films, muziek- dans- en theater­ voorstellingen, spoken word optredens, debat- en gespreksavonden, lezingen, kunstrondleidingen, meet-the-artist bijeenkomsten en therapeutische avonden gericht op verwerking van ‘Zwarte’ en ‘Witte’ problemen (Trauma? Schuld?) zullen een vrijwel volcontinu programma bieden, waarvoor ook de horeca en het park open blijven. Tegelijk brengt het NTASM delen van dit programma elders in het land in, zelfstandig of als onderdeel van de programmering van andere instellingen. Ook neemt het deel aan door anderen georganiseerde festivals, zoals de diverse Afrika festivals in Nederland, Kwaku, Zomercarnaval, Black Light filmfestival, Black Achievement Month etc.

Bovendien telt de jaarkalender inmiddels een groot aantal dagen waarop het NTASM in huis iets moet organiseren en/of extern iets moet bijdragen. Te denken valt aan:

21 maart: Internationale Dag tegen Racisme en Discriminatie 25 maart: Internationale Herdenkingsdag van de Slachtoffers van Slavernij en de trans-Atlantische Slavenhandel 30 mei: Trinta di Mèi (Curaçao) 1 juni: start van de Keti Koti Maand 30 juni: Herdenking slachtofffers van ­ trans-Atlantische slavernij 1 juli: Keti Koti 9 aug: Dag der Inheemsen (Suriname) 17 aug: Tula herdenking 20 aug: Herdenking Kerwin Lucas Duinmeijer 10 okt: Dag van de Marrons 2 dec: Internationale Dag voor de Afschaffing van Slavernij 10 dec: Internationale Mensenrechten dag

Eye Filmmuseum / Youtube

80 | Met de kracht van de voorouders

Door een zo breed, divers en gelaagd mogelijk programma samen te stellen bedient het NTASM veel verschillende soorten publiek en toont daarmee er voor iedereen te zijn. Zie voor een groot aantal mogelijkheden Bijlage 3, IZI, Programmering en activiteiten, p. 16-19. Daarbij is het heel belangrijk om vooraf helder te communiceren op welke doelgroepen de programmering en activiteiten gericht zijn. Voor de identificatie kan er bijvoorbeeld bij vermeld worden welke influencer er over heeft meegedacht of eraan meewerkt, maar dat kan ook door toon en taal. Ook kan er, net als bij de Kijkwijzer, een legenda worden opgesteld zodat bezoekers weten wat ze van het event, maar ook van elkaar mogen en kunnen verwachten. Met het oog op de veiligheid die het museum wil creëren is dit belangrijk voor noties van thuishoren, veilig voelen en inclusief zijn. Het NTASM maakt diversiteit en inclusie tot de kern van zijn beleid. Daarbij hanteert het de vier P’s van de Code Culturele Diversiteit en Inclusie: Programma, Publiek, Personeel (en toezichthouders), Partners. Vertaald naar het NTASM betekent dit dat er ruimte wordt gegeven aan verschillende perspectieven in de dienstverlening van het NTASM. Dat het raadzaam wordt geacht het eigen –inhoudelijk en artistiek– perspectief van het NTASM te verbreden door aan te sluiten bij nieuwe netwerken.

Dat het NTASM zorg draagt voor een representatieve samenstelling van het personeel in alle lagen van de organisatie. En ten slotte zorgt het NTASM ervoor dat het voor zijn publiek als organisatie en in zijn dienstverlening breed toegankelijk is op in ieder geval zes terreinen: de bereikbaarheid en verder de fysieke, sociale, financiële, informatieve en digitale toegankelijk. Zie voor de verdere uitwerking hiervan Bijlage 3, IZI, Draagvlak en Dialoog, p. 25-34.

81 | Met de kracht van de voorouders

9 Wie zijn stakeholders?

9. Wie zijn stakeholders? • Nederlanders en Amsterdammers • De overheid • De media • Makers en experts • Overige Met behulp van onderstaand stappenplan zijn de belangrijkste stakeholders van het NTASM in kaart gebracht. Zij worden uitgebreid in beeld gebracht in Bijlage 3, IZI, Draagvlak en Dialoog.

netwerkmuseum ook de relatie voor het voetlicht met andere erfgoedinstellingen in binnen- en buitenland (zie voor het laatste ook Bijlage 2, MZM, Slavernij­ musea Wereldwijd), evenals in hoofdstuk 7 met betrekking tot hun collecties. Toch resteert dan nog een aantal belangrijke stakeholders. Deze komen hierna kort aan bod. Ook de locatie kan als een soort stakeholder worden gezien, maar die is in hoofdstuk 3 behandeld.

De belangrijkste stakeholders, de Afro-gemeenschappen en het onderwijs zijn al in hoofdstuk 8 aan de orde gekomen waarbij ook de rol van influencers ter sprake kwam. In hoofdstuk 3 kwam onder de noemer van

Stappenplan 1

4

7

Breng alle stakeholders in kaart.

Scoor alle stakeholders op een vijfpuntenschaal qua Range (a) x Belang (b) x Macht/Invloed (c).

Verdeel de geprioriteerde stakeholderclusters op 3 niveaus op basis van hun totaalscores.

2

5

Cluster alle stakeholders.

Bereken de totaalscore per stakeholdercluster.

3 Breng per stakeholders de thema’s in kaart waar de stakeholder een raakvlak mee, belang bij en/of macht over heeft.

6 Maak een lijst waarbij de stakeholdercluster op basis van hun totaalscores (van hoge naar lage scores) op volgorde geplaatst worden.

Infographic IZI

83 | Met de kracht van de voorouders

8 Maak vervolgens een strategie en een actieplan per stakeholdercluster om hen gedurende het jaar te betrekken bij en informeren over het NTASM.

9 Alle stappen jaarlijks doorlopen, rapporteren en communiceren.

In deze tabel staan de scores van de belangrijkste stakeholderclusters gerangschikt per aspect van het museumproject (Bron: IZI)

Nederlanders en Amsterdammers

De overheid

Nederlanders en Amsterdammers die niet tot de Afrikaanse diaspora behoren zullen de grootste publieksgroep van het NTASM vormen. Bij hen zit de grootste onwetendheid en zij hebben waarschijnlijk verhoudingsgewijs de minste band met dit thema. Door middel van een aantrekkelijke programmering, veel evenementen, veel outreaching, veel publiciteit en een toon die het concept ‘kracht’ blijft benadrukken moet het museum hen ‘verleiden’ naar het NTASM te komen. Zeker voor Amsterdammers zal het museum met park aan het water ook gewoon een ‘uitje’ zijn. Daarnaast is er een groep niet-Afro-Nederlanders en Amsterdammers die wel degelijk al kennis heeft, zich anti-racistisch opstelt en wel een steentje bij wil dragen. Voor hen en voor Afro-Nederlanders moet er een mogelijkheid komen een (of een aantal) baksteen/ bakstenen van het gebouw financieel te adopteren. Zo worden zij letterlijk aandeelhouders in het gebouw. Op dezelfde manier kunnen financiers worden gezocht die een aandeel in het NTASM willen kopen, waarvan het rendement maatschappelijk-moreel is, niet financieel. Daarbij kan zeker ook worden gedacht aan bedrijven die ooit aan de Afrikaanse diaspora hebben verdiend en nu nog in een of andere vorm bestaan (o.a. Douwe Egberts, ABN-AMRO, Hudig & Veder, AON, de Nederlandsche Bank).

Van de overheid, ooit de grote facilitator van de door Nederland gedwongen Afrikaanse diaspora en degene die bij de formele afschaffing van de slavernij de verkeerde partij een fortuin meegaf, kan worden gezegd dat ze met de Afro-gemeenschappen de oudste stakeholder in dit verhaal is en dus een grote verantwoordelijkheid heeft. Het ligt voor de hand dat dit betekent dat zij het grootste deel van de oprichtings- en exploitatiekosten voor haar rekening neemt. Een actieve steunrol van de gemeente Amsterdam en het Rijk is in deze fase onontbeerlijk om verdere stappen te maken op weg naar een GO-besluit op termijn. Tegelijkertijd zullen er andere samenwerkingspartners, relevante musea, bedrijven, individuele sponsoren in alle betekenissen van het woord, gaandeweg de rit aan het museum verbonden moeten worden. En natuurlijk gaat het om een samenwerking tussen al deze niveaus. Er zijn al grote stappen gezet. Nadat Amsterdam met de call voor plannen m.b.t.

een Museale Voorziening Nederlands Slavernijverleden was gekomen haakte de verantwoordelijk minister, Engelshoven daarop in 2018 al aan in de Tweede Kamer en zei: ‘Hier gaat het erom dat er een plek komt in ons erfgoed voor de Nederlandse nazaten van ons eigen slavernijverleden’ en ‘voor mij moet het leidend zijn wat de nazaten uit ons eigen slavernij­ verleden het meest wenselijk vinden’ is een stelling die moeilijk te omzeilen is.56 Vooral ook, omdat ze dat 56 Tweede Kamer, 11-09-2018, agendapunt ‘Bescherming en Behoud van Erfgoed’.

84 | Met de kracht van de voorouders

concreet maakte door daar later voor de voorberei­ dingen daarvan in de periode 2021-2024 een miljoen euro per jaar vrij te maken.

De media De media spelen een belangrijke rol in de vertaling en verspreiding van wat het NTASM doet en wil bereiken. Zij zullen dus vanuit dit project altijd goed en regel­ matig geïnformeerd en gevoed moeten worden. Dat betekent onder meer dat er aan een logisch partnership wordt gewerkt. Als er in de actualiteit dingen gebeuren toont het NTASM zich een nuttige gesprekspartner en omgekeerd creëert het NTASM voor de media actuele ‘haakjes’ waar nieuws aan kan worden opgehangen, onder meer via de programmering. Ook hier spelen de BN-er/influencers een belangrijke rol, omdat zij toch al door de media worden gevolgd en dus al nieuws zijn.

De makers en experts Ook de makers en experts horen bij het NTASM. Zij zijn zowel te vinden in museale en wetenschappelijke kring als in grass roots kring. Hun expertises zijn teveel om op te noemen en lopen uiteen van graphic design tot archief-onderzoek, van textielbewerking tot bonuman, van taalkunde tot regisseur. In de loop der tijd zal dit netwerk aan experts, want dat zijn het allemaal, groeien en door voortdurende samenwerking zal de band ook groter worden. Het ligt voor de hand dat experts met een Afrikaanse diaspora achtergrond veelal als eerste zullen worden gevraagd en gestimuleerd. Het gaat er natuurlijk wel om of de kwaliteit en de inhoud in overeenstemming zijn met waar het NTASM voor staat (zie missie, visie en kernwaarden) en dat is niet per definitie aan iemands achtergrond gebonden. Het verdient aanbeveling om naast de verplichte Raad van Toezicht die vooral naar het functioneren van de organisatie kijkt ook een Inhoudelijke Adviesraad in te stellen. Deze ziet erop toe én stimuleert dat de inhoud van wat het NTASM doet en presenteert niet alleen in overeenstemming is met de missie en visie, maar ook of die up to date genoeg zijn met de veranderende nationale en internationale context.

Tegelijk fungeert de Adviesraad voor het management als inhoudelijk klankbord en sparring partner. De precieze structuur moet nog bedacht, maar de leden zullen in ieder geval uit het diverse veld van (inhoudelijke en maatschappelijke) experts worden aan­getrokken.

Overige Naast de directe stakeholders zijn er allerlei mogelijke partners in het veld met wie op vele wijzen kan worden samengewerkt en van elkaar geprofiteerd, van samen programmeren tot en met elkaars kalenders en producten in de gaten houden om elkaar niet in de weg te zitten. Twee voor de hand liggende voorbeelden en twee minder voor de hand liggende. De eerste is natuurlijk het Tropenmuseum dat in 2022 een hele verdieping inricht met de permanente expositie ‘De Erfenis’. ‘Aan de hand van verschillende thema’s gaat de opstelling in op de Nederlandse koloniale periode en de doorwerking ervan. De focus op de directe belevingswereld van de bezoeker en op de bewustwording van de relatie tussen het dagelijkse leven en de erfenissen van kolonialisme en slavernij.’57 Zo luidt de eigen omschrijving die veel herkenning en aanknopingspunten biedt voor wat het NTASM gaat doen. Een van de grote verschillen is natuurlijk dat het NTASM de hele ontwikkelingsgang van de Nederlandse Afrikaanse Diaspora presenteert, bezien vanuit die diaspora zelf en met de nadruk op kracht. Het concentreert zich bovendien alleen hierop waardoor het heel andere en diepere inzichten en belevingen kan bieden.

Dat is goed, want in het Tropenmuseum wordt de focus gericht op de slavernij in zowel het trans-Atlantisch als het Indisch-Oceanisch gebied én op de koloniale ontwikkelingen die niet direct met de slavernij te maken hebben. Dat alles wordt bovendien getoond in de context van een museum waar verder ook nog heel andere onderwerpen worden gepresenteerd. Dat is dus een heel andere ervaring dan het NTASM zal bieden. En dat is goed, want dat geeft dit museum alle gelegenheid zijn eigen verdiepende verhaal te vertellen en tegelijk te verwijzen naar datgene wat het Tropenmuseum al doet als component van dezelfde Nederlandse geschiedenis. Er zal 57 [https://www.lnsv.nl/tropenmuseum-krijgt-nieuwe-slavernij-expo/]

85 | Met de kracht van de voorouders

dus goed overlegd en samengewerkt moeten worden om dit voor het publiek tot een coherente ervaring te maken. Eens te meer geldt dat natuurlijk voor de programmering, waar samenwerking ook zeker tot kostenbesparing en efficiëntie kan leiden. Een tweede voorbeeld, dat laat zien dat er opeens initiatieven kunnen ontstaan waar het NTASM tevoren niet van wist, maar wel van kan profiteren, is het in 2020 door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ingestelde Adviescollege Dialooggroep Slavernijverleden. Deze heeft tot taak een dialoog te organiseren in de Nederlandse samenleving en in het Caribisch deel van het Koninkrijk ‘over het slavernijverleden, en over de doorwerking daarvan in de hedendaagse samenleving. Deze dialoog is gericht op verbinding en op een bredere erkenning en inbedding van dit gedeelde verleden’.58 Dat proces is nu gaande door middel van een groot aantal dialooggesprekken in de betrokken samenlevingen en met inhoudelijke ondersteuning van een aantal wetenschappers. Dit jaar worden de uitkomsten aan de regering gepresenteerd. De Regiegroep staat in contact met de Dialooggroep, want het is duidelijk dat de uitkomsten van hun rapport en de reactie van de regering erop, van grote betekenis zijn voor het museum.

Ook is het een goede les in hoe te opereren in zulke initiatieven, want het is de vraag of de grass roots organisaties hierin wel voldoende worden meegenomen. Een derde voorbeeld van partnering is samen­ werking buiten de eigen discipline, zoals bijvoorbeeld met het toneel. Inmiddels zijn er meerdere theatergezelschappen die zich vooral richten op ‘Zwarte’ producties zoals Well Made, Raymi Sambo Produc­ tions, Stichting Julius Leeft, of Urban Myth. Dat moeten natuurlijke partners van het NTASM zijn. Maar in 2016-2017 zag niemand het overdonderende succes aankomen van de voorstelling Race, die al eerder was opgevoerd. Maar nu scoorde het witte bolwerk dat het Nationaal Toneel lang geweest is, met Romana Vrede in de hoofdrol, ermee en liet blijken nieuwe wegen in te willen slaan. Het NTASM moet daar dan meteen op aanhaken, het debat dat zij entameren, waar nodig steunen en bijvoorbeeld hoofdrolspelers, regisseur en gezelschapsleider uitnodigen voor een publiek, of juist besloten gesprek. Zo verankert het museum steeds meer, creëert het nieuwe stakeholders en wordt het deel van uitdijende netwerken. 58 Brief van minister Ollongren van BZK aan de Tweede Kamer d.d. 30-06-2020.

Well Made

Raymi Sambo

Volksopera

Julius Leeft59

59 Foto’s van de websites van de respectieve toneelgroepen. Foto Romana Vrede: https://www.artez.nl/dit-is-artez/nieuws/ theo-d-or-voor-romana-vrede-en-colombina-voor-lotte-dunselman.

86 | Met de kracht van de voorouders

Romana Vrede krijgt de Theo d’Or, 2017 (Nederlands Theater festival/Anna van Kooij, foto: Anna van Kooy)

87 | Met de kracht van de voorouders

10 Hoe is het proces georganiseerd?

10. Hoe is het proces georganiseerd? • Het museum in de spotlight • Eerste planning • Kosten • Functie-indeling Het museum in de spotlight Het NTASM is een nationaal museum, over een thema waar niet iedereen goed bekend mee is en dat ook niet iedereen noodzakelijk vindt. Vanaf moment 1 moet het NTASM dus regelmatig en positief, wat niet betekent on-kritisch, zichtbaar zijn. Nu is het nog fase 0, want er is nog geen definitief besluit, moment 1 is als er een politiek besluit is genomen om daadwerkelijk van start te gaan en de kwartiermakersfase begint. Vanaf dat moment moet er, liefst direct, een inhoudelijk communicatiepersoon zijn die op nieuws inspringt dat relevant is voor (het thema van) het museum. Vandaar dat er ook zo snel mogelijk een pop up van het museum moet komen om direct zichtbaar te zijn en mee te spelen in het veld. Het is sterk aan te bevelen als de nationale overheid vanaf fase 0 duidelijk maakt dat zij vindt dat dit museum er moet komen –als onderdeel van de nationale geschiedenis– en dat zij daarom dit project faciliteert. Zoals de discussies rond het ex-Nationaal Historisch Museum en de Canon hebben geleerd, past het de overheid ook bij het NTASM om zich vooral te richten op de randvoorwaarden en ver te blijven van inhoudelijke bemoeienis. Dat betekent ruim baan geven aan de maatschappelijke krachten die het fundament moeten gaan vormen van het museum.

Er kan niet vroeg genoeg begonnen worden met het zichtbaar maken van de (op)bouw in alle betekenissen van het woord van het museum. Uiteraard zal daaraan voorafgaand, in de kwartiermakersfase, een plan de campagne aan ten grondslag moeten liggen. Het is sterk aan te bevelen om direct een collectie-scout aan het werk te zetten die een uitputtende lijst maakt van alles wat er in de wereld is aan poten­ tiële collectie van de Nederlandse Afrikaanse Diaspora

evenals hedendaagse kunst en kunstenaars op dat gebied en wat eventueel beschikbaar is voor permanente of tijdelijke bruikleen. Tegelijk wordt er meteen vanaf moment 1 een website opgezet. Deze zal heel interactief moeten zijn om de educatieve vraagbaak en dialoogfunctie van het NTASM direct duidelijk te maken. De collectiescout zorgt dat er iedere 2 weken een ander object of immaterieel stuk erfgoed met bijbehorend verhaal op de website in de spotlight staat. Die items blijven staan en zo wordt langzaamaan duidelijk wat er zoal te zien zou kunnen zijn in het museum. Tegelijk voorziet het docenten meteen al van lesmateriaal. Het beslissen over een locatie en het formaliseren van een zakelijk-organisatorische samenwerking met een Amsterdams museum zijn effectieve momenten om te laten zien dat het project weer een stap verder zet, dat het een onomkeerbaar proces is en dat het serious business is. En dat geldt ook voor de opening van de pop up. Dat wordt de plek waar de eerste interactie met het ‘gewone’ publiek gaat plaatsvinden en waar dingen kunnen worden uitgeprobeerd voor het definitieve museum. Er kan tegelijkertijd ook geëxperimenteerd worden met een museum op wielen dat naar scholen toegaat. Dit kan de werfkracht en naamsbekendheid in het onderwijsveld enorm verhogen voor als later het echte museum er is.

Bovendien maakt het direct duidelijk dat het een outreachend museum is, dat buiten de eigen muren kijkt en verbinding zoekt. Die bus kan overigens ook worden opgesteld bij musea in het land die hebben aangegeven met het NTASM te willen samenwerken. Ook dat kan in samenwerking met scholen in hun regio. En wellicht

89 | Met de kracht van de voorouders

kunnen ze in hun museum een tijdelijke plek inruimen voor een voorwerp uit hun collectie of gemeentelijk/ provinciaal archief dat refereert aan het slavernijverleden of een Diasporaverband heeft. Zo krijgt het museum extra schoolbezoek en wordt het netwerken van het NTASM meteen concreet. Voor een groot aantal aanbevelingen over zichtbaarheid zie Bijlage 2, MZM, Nationale Betekenis.

Eerste planning Volgens planning zal de gemeente Amsterdam in november een beslissing nemen over de volgende stap, waarin de kwartiermaker(s) aan de slag gaat/n. Gezamenlijk moet dat leiden tot een programma van eisen waarop in juni 2022 een voorbereidingsbesluit genomen kan worden. Op basis van de onderhavige verkenning wil de Regiegroep graag meegeven wat volgens haar in de fase hierna, inhoudelijk gezien, prioriteit zou moeten hebben. 1. Alle ervaringsdeskundigen in binnen- en buitenland raden aan om regelmatig tijdens het proces van totstandkoming met de belangrijkste stakeholders en de buitenwacht in het algemeen te communiceren. Onze aanbeveling is om dat dus ook al in de fase tussen 28 mei en het beslissingsmoment in november te doen. Er kan bijvoorbeeld een publieksmoment worden georganiseerd (of op Keti Koti) waarin de contouren van het NTASM zoals neergelegd in deze verkenning worden gepresenteerd en uitgelegd wat de verdere fasering is. Bij een tweede, eveneens breed georganiseerd publieksmoment, bijvoorbeeld in oktober, wordt uitgelegd wat de overwegingen zijn bij het go/no go besluit en wat er van de samenleving wordt verwacht bij een GO. 2. Als het GO wordt, dan idealiter ook meteen een aankondiging van een vooruitzicht op- en locatie van een pop up museum met voorkeur voor ruimte(s) in het Paleis op de Dam. 3.

Er moet dan ook direct een Website & Nieuwsbrief worden opgezet. 4. Dat betekent direct een communicatiepersoon aannemen die ook inhoudelijk sterk is en als vraagbaak/doorverwijzer kan dienen.

5. Ook direct een collectie-scout aanstellen die gaat inventariseren en netwerken en een selectie maakt voor de pop up. 6. Tegelijkertijd wordt er gewerkt aan een plan voor de pop up door een conservator/tentoonstellingsmaker. 7. Zodra er aan de pop up kan worden gewerkt ook een educatiemedewerker aanstellen. Extern wordt een designer ingehuurd. 8. In de pop up fase kan alvast een museumbus worden aangeschaft en ingericht en kan er een schoolprogramma worden geschreven. (Hier kan geleerd worden van de ervaringen van het Verzetsmuseum Amsterdam die in 2019 begon met een ‘Verzetsmuseum Op Wielen’.) 9. In de pop up fase is de definitieve museumlocatie hopelijk beschikbaar gekomen en kan met de bouw van module 1 (zie hoofdstuk 3) worden begonnen.

90 | Met de kracht van de voorouders

Kosten

Functie-indeling

De Regiegroep heeft, zoals gezegd, gekozen voor een (middel)groot museum, gezien de multifunctionele opzet van het NTASM met Werkplaats & Onderzoeks­ centrum, Theater en multifunctionele buitenruimte. De eerste en grootste kostenpost is de totstand­ koming van het NTASM, waarbij ook de pop up fase moet worden meegenomen. Over de omvang daarvan valt in deze fase met geen mogelijkheid iets te zeggen, alleen al omdat dit enorm per locatie kan verschillen en omdat de bouw en inrichting ervan in fasen zal plaatsvinden. Daarna komen de exploitatiekosten als het museum er eenmaal is. Ook dat verschilt natuurlijk per fase van de totstandkoming.

(gemiddeld volgens de Museumvereniging)

9% 11% 5% 17%

Fte’s naar functie, 2019

Verhoudingsgewijs zijn in het algemeen de exploitatiekosten van een museum volgens de Nederlandse Museumvereniging (NMV) als volgt samengesteld60:

34%

25%

Inkomsten: De helft is Subsidie (Rijk, Gemeente, Provincie, Overheidsfondsen en Europa) Eigen inkomsten: Entree Horeca en winkel Sponsoring Private fondsen Giften

Publiek en presentatie Bedrijfsvoering

46 % 16 % 5% 13 % 6%

Collectie Wetenschap Commerciële activiteiten

Exploitatiekosten:

Educatie

Personeel 43% Huisvesting (incl. afschrijving) 23 % Tentoonstellingskosten 10 % Aankoopkosten (collectie) 4% Inkoop horeca & winkel 3% Overige bedrijfsvoering 17 %

60 [https://www.museumvereniging.nl/media/museumcijfers2019_def. pdf], p.30-33

91 | Met de kracht van de voorouders

Organogram van het NTASM Dit organogram geeft een hoofdlijnenbeeld van de (middel)grote museale organisatie van het NTASM. De basis daarvan zijn de belangrijkste functies en taken uit onze verkenning. Daarnaast is uitgegaan van de kengetallen die de NMV hanteert. Er is geen rekening gehouden met effecten van integrale uitbesteding, dan wel inhoudelijke samenwerking met andere musea. Wel zichtbaar in het schema is de uitkomst uit de verkenning dat de zakelijke functies in een samenwerkingsarrangement kunnen worden ondergebracht bij één of meerdere collega musea. Dit model gaat uit van een algemeen directeur en een zakelijk leider.

De zakelijk leider valt onder de algemeen directeur en fungeert als functionaris tussen het NTASM en de taken die belegd worden bij een zustermuseum, zijnde Financiën, Facilitair (Beveiliging, Gebouwenbeheer, Installaties, ICT, Services) en HR. Deze functies zijn in dit model met de kleur rood aangegeven. Dit model gaat o.g.v. kengetallen van de NMV uit van een middelgroot/groot museum. De FTE’s die vallen onder de taken die belegd worden bij een zuster­ museum zijn hierbij niet meegerekend. Ook niet meegerekend is het aantal flexibele medewerkers, zoals rondleiders, museumdocenten, gastvrouwen en -heren. Daarom komen we zonder deze functies uit op een model van 55 FTE.

Organogram

Raad van Toezicht

Algemeen Directeur Zakelijk leider

PA Directeur

Hoofd Collectie

Hoofd Educatief centrum

Hoofd Retail/Winkel

Hoofd Marketing & Communicatie

Hoofd Development & Events

Hoofd Tentoonstelingen

Infographic met dank aan Martine Gosselink

92 | Met de kracht van de voorouders

Hoofd Finaciële Zaken

PA Zakelijk coördinatorleider

Hoofd Facilitaire Zaken

Human Resource Manager

Detail van monument Desenkadena (ontketening) op Curaçao, voorstellend Tula die de ketens doorklieft (foto: Alex van Stipriaan)

bijlage Profiel kwartiermaker

Profiel kwartiermaker 1. Inleiding Onderdeel van de opdracht van de regiegroep is een voorstel te doen voor het profiel van de kwartiermaker voor het NTASM (in vervolg ‘het museum’). In het vervolgproces zou de fysieke kant van de ontwikkeling van het museum uitgevoerd worden door een fysieke trekker van de gemeente Amsterdam. De inhoudelijke kant zou ingevuld worden door de kwartiermaker. In deze rapportage wordt het profiel van de kwartiermaker beschreven aan de hand van de volgende punten: • Kerntaak • Positionering • Opdrachtgever • Opdracht • Taken • Functietypering • Facilitering • Verantwoording

2. Kerntaak Met de oplevering van het rapport van de regiegroep is de verkenningsfase voor het museum afgesloten en treedt de tussenfase in, waarbij overheden op basis van adviezen een besluit nemen over het vervolg. Dan komt de kwartiermaker in beeld. We gaan in deze fase van verkenning naar definiëring van wat we inhoudelijk precies willen met het museum, hoe dat er uit ziet, hoe veel het mag kosten en we schetsen de weg ernaartoe. Dat geheel noemen we de definitiefase. Daarbij hoort een proces, gekoppeld aan onder meer maatschappelijke, culturele en bestuurlijke stakeholders, dat idealiter bijdraagt aan draagvlak en ondersteuning van het museum. De kwartiermaker treft de voorbereiding van de komst van het museum. In beslistermen: op basis van zijn/ haar uitwerkingsplan kan een principebesluit worden genomen om met de voorbereiding van het museum te starten.

3. Positionering

NTASM is de samenhang tussen de fysieke en inhoudelijke elementen zo groot dat niet één scheiding maar een combinatie van functies voor de hand ligt. Dat betekent niet één maar twee kwartiermakers voor resp. het inhoudelijke en het fysieke pakket. Een illustratie van de samenhang: de keuze voor locatie wordt naast fysieke aspecten in hoge mate ingegeven door de historie en de symbolische betekenis van de locatie en het (consultatie) draagvlak van nazaten. De aard en inrichting van museaal gebouw en omgeving heeft een directe relatie met de bijzondere aard van collecties (zoals immaterieel, grote kunstwerken, virtuele verbeelding, veel ruimte binnen/buiten voor activiteiten). We stellen ons voor dat de kwartiermaker-fysiek en de kwartiermaker-inhoud in intensieve dialoog met elkaar (en de buitenwereld) komen tot een bij elkaar passende invulling die hun neerslag vindt in een fysiek en een inhoudelijk plan. Naast samenhang vinden wij dat juist in deze definitiefase de combinatie van twee kwartiermakers de kans vergroot op synergie en wederzijdse inspiratie.

4. Opdrachtgever De vraag welke partij of partijen het museum kunnen gaan exploiteren is nog niet ingevuld. Een samen­ werkingsarrangement met bestaande partners uit de museale en maatschappelijke wereld is één van de opties, maar ook een nieuwe organisatie is niet uitgesloten. In deze omstandigheid ligt het voor de hand om het opdrachtgeverschap voor de kwartier­ makers éénduidig in handen te leggen van de overheid, i.c. de gemeente Amsterdam en OCW. Daarnaast bepleiten wij de instelling van een kleine begeleidingscommissie voor inhoud en fysiek als klankbord. Daarin hebben zitting: een museaal deskundige, een persoon met een ruimtelijke achtergrond en een maatschappelijk ervaringsdeskundige. Allen hebben affiniteit met de corebusiness van het museum. De functie van klankbord dient zo letterlijk mogelijk te worden genomen.

In de oorspronkelijke opzet is naast de kwartiermaker voorzien in een fysieke trekker van de gemeente Amsterdam. Voor een doorsnee project is dat een beproefde combinatie. Echter in het geval van het

95 | Met de kracht van de voorouders

5. Opdracht De opdracht voor de ‘kwartiermaker-inhoud’: “Maak een ondernemingsplan voor het Trans-Atlantisch Slavernij Museum waarin ook de inhoud, de organisatie en een bijbehorende kostenraming zijn uitgewerkt. Richtsnoer van het ondernemingsplan bestaat uit de missie, visie en kernwaarden uit de verkenningsfase. Het ondernemingsplan heeft het geaccordeerde verkenningsplan als basis, past bij de fysieke vormgeving van het museum en fungeert als inhoudelijke onderlegger voor een vervolgbesluit voor de voorbereidingsfase van het museum.”

6. Taken De kwartiermaker- inhoud is een museale maatschappelijke ontwikkelaar die in het ondernemingsplan het programma van eisen formuleert voor het museum. Hij/zij is verantwoordelijk voor de totstandkoming van het ondernemingsplan, geeft leiding aan de personele ondersteuning, (externe) adviseurs en is bevoegd voor de besteding van het werk- en onderzoeksbudget (zie punt 9). Uitgesplitst in taken leidt dat tot het volgende beeld: a. Uitwerking van de verkenningsfase van de drie partijen. Op welke punten is concretisering en verbijzondering nodig op weg naar een inhoudelijk pve?; b. Een voorstel voor het samenwerkingsarrangement van de museale organisatie, w.o. samenwerking/ onderbrenging zakelijke functies; c. Een voorstel voor een schets inhoudelijk programma op de onderdelen collectie, tentoonstellingsbeleid, educatie, activiteiten/ presentaties binnen en buiten, communicatie/ marketing functie; d. Een voorstel in hoofdlijnen voor de nieuwe organisatie uitgesplitst naar bedrijfsfilosofie, structuur, inrichting, werkwijze, indicatieve formatie, rekening houdend met b en c; e. Een voorstel voor de tijdelijke programmering w.o. een pop-up museum, eventuele tijdelijke locatie en een (ontwikkel)programma voor het netwerk­museum; f. Specifiek aandachtspunt is de strategische datum in 2023 herdenking 150 / 160 jaar afschaffing slavernij.

Op dat moment past een krachtig signaal voor een pop up museum.

g. Een financiële raming voor de exploitatie van het museum en een meerjarig voorstel voor de tijdelijke programmering. Het tijdvak van de werkzaamheden voor het project is start november 2021 tot en met juni 2022 (bestuurlijke afronding).

Functie typering Als we sec kijken naar de taken van de kwartiermaker dan lijken we op het eerste gezicht te zoeken naar een senior projectleider met gevoel voor organisatie en kunst. De schijn bedriegt echter. Het woord was al gevallen: we hebben het over een maatschappelijke ontwikkelaar die in een kort tijdsbestek en - in nauwe samenwerking met de ‘kwartiermaker- fysiek’ - een museaal maatschappelijk ontwikkelplan maakt dat getuigt van kennis, liefst ervaring met de ontwikkeling van een museaal concept in een nieuwe setting en ook nog eens zijn / haar weg weet in het netwerk van museale instellingen. Dan zijn we er nog niet. Minstens zo belangrijk is dat de ‘kwartiermaker inhoud’ kennis en ervaring heeft met het werken in een multiculturele omgeving met in het bijzonder het trans-Atlantisch slavernijverleden, institutionele vormen van discriminatie, omgaan en werken met het rijke palet van groepen nazaten. Het is essentieel dat deze invalshoek wordt meegenomen in het kwartiermakers proces. Het is de vraag of deze combinatie direct voorhanden is. Naar onze mening zal het zwaartepunt moeten liggen op de maatschappelijke kennis en ervaring. Dat is immers het USP (unique selling point) van het NTASM. Evenzeer blijft het dan belangrijk dat de ‘kwartiermaker inhoud’ gevoel en kennis heeft van kunst en cultuur in het algemeen en bij voorkeur musea in het bijzonder.

Hij/ zij zal vooral de goede vragen stellen en de antwoorden kunnen wegen. Aanvullend op het voorafgaande: • Competentie: deskundig, kennis, ervaring, relevant netwerk met multiculturele omgeving en met name Afro-Nederlandse gemeenschappen, (ontwikkel) vraagstukken w.o. de trans-Atlantische Slavernij en de doorwerking, uitsluiting en coping mechanismen, community building/organizing, kennis en ervaring met kunst en cultuur in het algemeen en museale ontwikkeling in het bijzonder; • Vaardigheden: omgaan met complexe, tegengestelde belangen, kritisch en onafhankelijk in denken en doen, tegelijk een twee-eenheid vormend met

96 | Met de kracht van de voorouders

de kwartiermaker ‘fysiek’. Gevoel voor inclusieve communicatie, op de hoogte van dékoloniale terminologie, bouwen en onderhouden van relaties in een diverse omgeving. Omgevingsbewust: inzicht in (politiek) bestuurlijke processen, gevoel voor de dynamiek en netwerk in de Nederlandse samenleving en met name in de Afro-Nederlandse gemeenschappen; • Zakelijk: vermogen om bedrijfsprocessen, organisatiebouw vraagstukken en financiële ramingen te analyseren en beoordelen in relatie tot het inhoudelijk programma van eisen; • Constructief: sterke sociale en communicatieve vaardigheden, gevoel voor inclusieve communicatie, bouwt en onderhoud relaties met verschillende gremia, van grass roots, burgers professionals en (top) managers. Kent de gevoeligheden rondom termen, woorden en beelden die niet meer gebruikt en/of bediscussieerd worden.

7. Facilitering

9. Tenslotte De projectduur van 8 maanden zal rekening houdend met de duur voor bestuurlijke besluitvorming effectief 6 maanden zijn. Uit het oogpunt van het noodzakelijke proces is dat een zeer kort tijdsbeslag. Het verdient aanbeveling om de periode tussen oplevering van de verkenning en tussentijdse advisering te besteden aan het ‘kwartier maken voor de kwartiermaker’. Tenslotte, de Regiegroep gaat ervan uit dat bij de werving van de kwartiermakers actief gebruik wordt gemaakt van de netwerken in de betrokken Afro-­ Nederlandse gemeenschappen.

Bijlage: indicatieve (jaar) begroting (bedragen x € 1000) kwartiermaker inhoud senior projectmedewerker bureau medewerker opdrachten/ onderzoek totaal

De kwartiermakers- inhoud en -fysiek werken nauw met elkaar samen op één werkplek. Op beide wordt een groot beroep gedaan op coördinerende eigenschappen, proceskwaliteiten en het vermogen om verschillende disciplines bij elkaar te brengen. Zij worden ondersteund door een tijdelijk projectbureau bestaande uit een secretaris en twee projectmede­ werkers. Zij beschikken elk over een werk- onderzoeksbudget. Daarnaast wordt een afspraak gemaakt met de gemeente Amsterdam over het beroep dat zij kunnen doen op gemeentelijke capaciteit.

8. Verantwoording De ‘kwartiermaker- inhoud’ legt periodiek verantwoording af aan de opdrachtgever i.c. de wethouder Kunst en Cultuur, de wethouder Diversiteit en een vertegenwoordiging van de minister van OC&W. In de dagelijkse praktijk wordt de bestuurlijke opdrachtgever vertegenwoordigd door het hoofd K&C, het hoofd Diversiteit van de gemeente Amsterdam en een ambtenaar van OC&W.

97 | Met de kracht van de voorouders

140 75 55 190 460

bijlage

1

Ontketend perspectief Deelrapport Werkgroep 1 NiNsee

Verkenningsrapport voor een Nationaal trans-Atlantisch Slavernijmuseum in Amsterdam Mei 2021

Klik op de afbeelding voor de link naar deze bijlage

99 | Met de kracht van de voorouders

bijlage

2

Museaal Concept

Deelrapport Werkgroep 2 Museum zonder Muren

Verkenningsrapport voor een Nationaal trans-Atlantisch Slavernijmuseum in Amsterdam Mei 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11205496/1