A - 56 Onderwijs (20) 3. Dialogic Evaluatie Amsterdamse Kernprocedure 2021
Tekst van het document
43%
35% 20%
In beperkte mate
19%
23% 40%
60%
8%
29% 80%
100%
N.v.t. / weet ik niet
Figuur 16: In hoeverre digitale mogelijkheden geholpen hebben bij het maken van een keuze, volgens ouders (n=1824).
Dialogic innovatie ● interactie
27
Filmpjes over de school
57%
Virtuele rondleiding door school
51%
Webinar of online informatieavond
32%
Digitale proefles
30%
Vlogs van leerlingen die op de school zitten
26%
Online kennismaken met docenten of brugklassers
16%
Live-chat met docenten
15%
Digitaal magazine van de school
4%
Geen
4%
Anders
2% 0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
70%
Figuur 17: Voorkeur leerlingen voor verschillende vormen van digitale open dagen (n=1796).
Uit de interviews en de open toelichtingen blijkt tot slot dat het aanbod van VO-scholen enorm divers is geweest in type aanbod maar ook in kwaliteit. Het goed kunnen beoordelen van scholen was daardoor lastiger: sommige scholen zijn beter in het vormgeven van digitale open dagen dan anderen, maar dat hoeft niets te zeggen over de kwaliteit/kenmerken van de school. Oordeel VO-scholen Over het algemeen zijn de digitale open dagen goed verlopen, zo blijkt uit de interviews en open toelichting. Bijna de helft van de respondenten uit het VO is van mening dat hun school zich tijdens de digitale open dagen voldoende voor het voetlicht heeft weten te brengen (zie Figuur 18). Toch geeft ook 22% aan dat dit niet het geval is. Betrokkenen uit het VO geven aan dat het maar beperkt lukt de sfeer op school goed mee teven. Dit wordt wel als gemis gezien (zoals ook door ouders en leerlingen aangegeven). Voordeel is dat het wat van de druk(te) wegneemt volgens de scholen. Het voorbereiden van de digitale open dagen kostte ook meer werk dan het voorbereiden van fysieke open dagen, zo geeft ruim de helt van de respondenten aan (zie Figuur 18). Dit heeft er ook mee te maken dat het de eerste keer was; naar verwachting kan veel van het digitaal materiaal ook volgend schooljaar weer gebruikt worden.
Daarnaast heeft de lange onduidelijkheid over de mogelijkheden van een eventuele hybride vorm van open dagen ‘extra werk’ gekost omdat lange tijd ingezet is op verschillende scenario’s (digitaal/fysiek/hybride). Ook een klein deel van de respondenten (14%) is het oneens met de stelling; zij geven aan dat het organiseren van fysieke dagen ook veel tijd kost. Een verbeterpunt dat is aangedragen in de interviews is het overgaan tot één systeem met een centrale kalender die overzicht biedt over het totale aanbod aan digitale activiteiten/open dagen en een centraal reserveringssysteem. VO-scholen hanteerden hun eigen aanmeldingssysteem voor digitale activiteiten wat het aanbod soms wat onoverzichtelijk maakte. Ouders moesten telkens zich weer in een ander systeem aanmelden en inloggen.
28
Dialogic innovatie ● interactie
Onze school heeft zichzelf tijdens de digitale open dagen voldoende voor het voetlicht kunnen brengen.
15%
25%
0% Mee eens
Neutraal
21%
19%
9% 3%
Het voorbereiden van de digitale open dagen kostte meer werk dan het voorbereiden van fysieke open dagen.
Zeer mee eens
33%
Mee oneens
28%
20%
40%
22%
60%
Zeer mee oneens
14%
80%
12%
100%
N.v.t. / geen mening
Figuur 18: Oordeel VO-scholen over digitale open dagen. (n=129)
In Figuur 19 is te zien dat 36% van de respondenten uit het VO verwacht ook volgend jaar digitale open dagen te organiseren maar wel als aanvulling op fysieke open dagen. Ruim een kwart (27%) geeft aan volgend jaar naar verwachting géén digitale open dagen meer te organiseren en wederom 36% geeft aan dit nog niet te weten. Duidelijk wordt dat de digitale open dagen de fysieke open dagen niet kunnen vervangen, maar tegen een combinatie wordt positief aangekeken (bereik vergroten, mogelijkheid tot meer scholen bekijken, drukte op de fysieke open dagen verminderen).
1%
Verwacht u dat uw school volgend jaar onder normale omstandigheden weer digitale open dagen zal aanbieden?
36%
0%
20%
Ja, in plaats van fysieke open dagen
27%
40%
36%
60%
80%
Ja, in aanvulling op fysieke open dagen
100% Nee
Weet ik niet
Figuur 19: Verwachting VO-scholen over het vervolg van digitale open dagen. (n=129)
3.3 Voorkeurlijst en aanmelding 3.3.1 Opstellen voorkeurslijst Na de oriëntatiefase stellen de ouders en leerlingen een voorkeurslijst op. Voor deze voorkeurslijst geldt, zoals eerder vermeld, een minimale lengte om in aanmerking te komen voor de plaatsingsgarantie. Deze minimale lengte is afhankelijk van het schooladvies (zie paragraaf 2.1). Dit jaar was het door het digitale aanmeldingssysteem niet mogelijk om een kortere lijst dan de minimale lijstlengte in te dienen.31 Oordeel leerlingen Moeilijkheid opstellen lijst Bijna alle leerlingen geven aan op de hoogte te zijn geweest van de vereiste lengte voor hun voorkeurslijst (94%). Figuur 18 laat zien dat ruim de helft van de leerlingen het ‘een beetje moeilijk’ vonden om hun voorkeurslijst op te stellen. 19% vond dat ‘heel moeilijk’.
31
Twee leerlingen hebben ondanks de validatie t.a.v. de lijstlengte in het aanmeldingssysteem toch een te korte lijst in kunnen leveren.
Dialogic innovatie ● interactie
29
Hoe vond je het om een voorkeurslijst met scholen te maken?
25%
0%
10%
54%
20%
30%
40%
50%
19%
60%
70%
80%
Ik vond het makkelijk
Ik vond het een beetje moeilijk
Ik vond het heel moeilijk
Weet ik niet meer
90%
3%
100%
Figuur 20: Oordeel leerlingen over het opstellen van een voorkeurslijst (n=1796).
Leerlingen vonden het dit jaar niet moeilijker dan vorig jaar om een voorkeurslijst op te stellen. De verdeling van de antwoorden op de vraag uit Figuur 18 is nagenoeg gelijk (25% vond het makkelijk, 54% vond het moeilijk en 17% vond het heel moeilijk). Tabel 3 laat zien dat leerlingen met een havo, havo/vwo of vwo advies het over het algemeen lastiger vinden om de voorkeurslijst op te stellen. Dit heeft te maken met het hogere aantal scholen op de voorkeurslijst dat vereist is voor het in aanmerking komen van de plaatsingsgarantie. Van de leerlingen die aan hebben gegeven het een beetje of heel moeilijk te vinden om hun voorkeurslijst op te stellen, geeft 47% aan dat dat komt omdat ze minder scholen leuk vonden dan er op de lijst moesten. Voor 40% geldt als reden dat ze te weinig informatie hadden om een goed beeld over de scholen te krijgen. 8% zegt juist dat ze meer scholen leuk vonden dan er op de lijst mochten en 10% geeft aan niet te weten waarom ze het (een beetje) moeilijk vonden om een voorkeurslijst op te stellen. In het groepsgesprek met enkele leerlingen kwam naar voren dat het voor leerlingen dit jaar met de digitale open dagen lastig was om te onthouden welke informatie bij welke school hoorde.
Mogelijkerwijs is dit alsook de beperktere toegevoegde waarde van de digitale open dagen ten opzichte van de fysieke open dagen (zie paragraaf 3.2.2) ook voor sommigen een reden waarom het opstellen van de voorkeurslijst (een beetje) moeilijk was. Tabel 3: Moeite opstellen voorkeurslijst per schooladvies (n=1796).
Minimale lengte voorkeurslijst Ik vond het makkelijk Ik vond het een beetje moeilijk Ik vond het heel moeilijk Weet ik niet meer Totaal
vmbo-b, vmbo- vmbo-t, vmbob/k, vmbo-k t/havo
havo, havo/vwo, vwo
4 scholen
12 scholen
6 scholen 46% 37% 11% 6% 267
31% 53% 12% 5% 400
18% 58% 23% 2% 1129
Voorkeur voor scholen Voor kinderen blijken een goede sfeer het belangrijkste criterium te zijn om een school op de eerste plek op de voorkeurslijst te zetten (45%, zie Figuur 19). Ook let een deel van de kinderen (38%) op het al dan niet aanbieden van extra lessen zoals sport, kunst of lesvormen zoals tweetalig onderwijs. Voor 30% heeft de afstand van de school meegespeeld in de keuze. 28% van de leerlingen geeft aan dat een leuke digitale open dag een reden is geweest om een school op de eerste plek op de voorkeurslijst te zetten. In vergelijking met vorig jaar zien we dat de fysieke open dagen die toen hebben plaatsgevonden een stuk doorslaggevender zijn geweest: 60% gaf aan dat een leuke (fysieke) open dag een reden is geweest om een school op de voorkeurlijst te zetten. Ook het ervaren van een goede sfeer is vorig jaar vaker als reden genoemd (60%).
30
Dialogic innovatie ● interactie
Omdat er een goede sfeer hangt
45%
Omdat ze hier extra lessen aanbieden (sport, kunst, of tweetalig onderwijs)
38%
Omdat deze school dicht bij mijn huis is
30%
Omdat ik de digitale open dag heel leuk vond
28%
Omdat mijn ouders/familie/broer/zus hebben gezegd dat het een leuke school is
25%
Omdat mijn vrienden/vriendinnen deze school ook op nummer 1 hebben gezet
13%
Omdat mijn broer of zus al op deze school zit
11%
Omdat de basisschool dit voor mij de beste school vond
9%
0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% 35% 40% 45% 50%
Figuur 21: Redenen voor leerlingen om een school op plek 1 op de voorkeurslijst te zetten (n=1796).
In het groepsgesprek met leerlingen kwam naar voren dat er vaak een duidelijke voorkeur is voor de eerste paar scholen op de lijst (ca. plek 1-3) en dat de rest van de plekken redelijk arbitrair wordt opgevuld. Oordeel ouders Over het algemeen begrepen ouders waarom er een voorkeurslijst ingediend moest worden (74%). Voor 9% van de ouders geldt dit niet en 15% staat hier neutraal tegenover.
Wij begrepen waarom we een voorkeurslijst moesten indienen. 2%
28%
0%
10%
46%
20%
Geheel mee eens
30%
40%
Mee eens
Neutraal
50% Mee oneens
15%
60%
70%
Geheel mee oneens
80%
5% 4%
90%
100%
N.v.t. / geen mening
Figuur 22: Mate waarin ouders begrijpen waarom er een voorkeurslijst ingediend moet worden (n=2041).
Figuur 23 laat zien dat 30% van de ouders het makkelijk vond om een voorkeurslijst op te stellen. Voor 46% is dat niet het geval en 24% staat hier neutraal tegenover. In vergelijking met vorig jaar vinden ouders het beduidend lastiger om de voorkeurslijst op te stellen; in 2020 vond ongeveer de helft van de ouders het op stellen van de voorkeurslijstlijst makkelijk (48%) en vond 31% dat niet. Naar verwachting heeft dit te maken met het feit dat de fysieke open dagen in verband met de maatregelen rondom Covid-19 niet door zijn gegaan. Eerder zagen we namelijk al dat de digitale open dagen dit jaar minder hebben geholpen bij het maken van de keuze in vergelijking met de fysieke open dagen vorig jaar (zie paragraaf 3.2.2). Uit de interviews blijkt dat het niet voor iedereen duidelijk was wat de invloed van het kiezen voor kansrijke klassen op de lijstlengte was. Omdat het inleveren van een te korte lijst door toepassing van het digitale aanmeldingssysteem niet mogelijk was, kwamen ouders hier uiteindelijk achter, maar op voorhand was dit niet helder.
Dialogic innovatie ● interactie
31
1% 2020
10%
38%
19%
24%
7% 1%
2021
7%
0%
23%
10%
Geheel mee eens
20%
24%
30%
Mee eens
40%
Neutraal
29%
50%
60%
Mee oneens
17%
70%
80%
Geheel mee oneens
90%
100%
N.v.t. / geen mening
Figuur 23: Vergelijking antwoorden omtrent moeite opstellen voorkeurslijst in 2020 (n=2309) en 2021 (n=2041).
We hebben ouders gevraagd hoe zij aankijken tegen de lengte van de voorkeurslijst die voor hen geldt (op basis van het basisschooladvies van hun kind). Figuur 24 laat zien dat ouders die een langere lijst hebben moeten indienen logischerwijs vaker aangeven dat deze betreffende lijstlengte te lang is. De ouders van kinderen met een havo, havo/vwo of vwo-advies hebben een lijst met 12 scholen in moeten dienen; 83% van deze ouders geeft dat een lijst met 12 scholen te lang is. In de open toelichtingen wordt aangegeven dat je bij 12 scholen simpelweg niet meer over voorkeuren kan spreken. Bij de ouders van kinderen met een vmbo-t of vmbo-t/havo advies (6 scholen) vindt 44% de lijst te lang en bij de ouders van kinderen met een vmbo-basis, vmbo-basis/kader of vmbo-kader (4 scholen) is dat 27%.
Een voorkeurslijst met 4 scholen is te lang
11%
16%
21%
14%
4% 2%
Een voorkeurslijst met 6 scholen is te lang
17%
27%
24%
22%
7% 1%
Een voorkeurslijst met 12 scholen is te lang
51%
0% Geheel mee eens
34%
10%
Mee eens
20%
Neutraal
30%
32%
40%
Mee oneens
50%
60%
70%
Geheel mee oneens
9% 5%2%
80%
90%
100%
N.v.t. / geen mening
Figuur 24: Oordeel ouders over het opstellen van de voorkeurslijst (stelling is voorgelegd aan de ouders waarvoor de betreffende lijstlengte geldt, respectievelijk n=231, n=433 en n=1377).
Oordeel scholen en overige betrokkenen In de gesprekken met scholen en overige betrokkenen wordt net als door de ouders aangekaart dat een lijstlengte van 12 scholen te lang is om nog te kunnen spreken van voorkeuren; de staart van de lijst wordt ingevuld met scholen als opvulling. Sommigen geven aan positief tegenover een lijst van ca. 6 scholen te staan. Eén van de gesprekspartners haalt aan dat het vergroten van de capaciteit op de populaire VO-scholen de enige manier is om met de huidige opzet van de loting en matching (incl. plaatsingsgarantie) een kortere lijst toe te staan. Het feit dat het inleveren van een te korte lijst dit jaar niet mogelijk was door het digitale aanmeldingssysteem wordt over het algemeen als positief ervaren. Echter wordt wel genoemd dat deelname aan de plaatsingsgarantie op deze manier verplicht wordt gemaakt doordat het niet mogelijk was een te korte lijst in te dienen, terwijl het in feite niet verplicht
32
Dialogic innovatie ● interactie
is om mee te doen met de plaatsingsgarantie. Ouders en leerlingen zouden alsnog de keuze moeten hebben om wel of niet mee te doen met de plaatsingsgarantie.
3.3.2 Kansrijke klassen Oordeel ouders Ongeveer de helft van de ouders zegt niet bekend te zijn met de mogelijkheid tot kansrijk plaatsen (48%). 26% geeft aan daar wel bekend mee te zijn en ook 26% is ‘een beetje’ bekend met het kansrijk plaatsen. Aan de ouders die hebben aangegeven wel of een beetje bekend te zijn met het kansrijk plaatsen, hebben we gevraagd wat hun oordeel is ten aanzien van de communicatie over het kansrijk plaatsen. Volgens 36% van de ouders was de communicatie (zeer) goed, 35% staat daar neutraal tegenover en 21% van de ouders vond de communicatie matig tot slecht. In de interviews en open antwoorden in de vragenlijst komt naar voren dat er veel onduidelijkheid heeft bestaan over het kansrijk plaatsen. Dit had onder meer te maken met het feit dat informatie hierover pas laat verstrekt werd. Ouders werden hier op 2 maart over geïnformeerd; een kleine week voor de start van de aanmeldingsperiode. Sommige ouders kwamen er pas achter dat het mogelijk was om voor een kansrijke klas te kiezen bij het invullen van de voorkeurslijst en vonden het op voorhand niet helder wat de invloed van het kiezen van een kansrijke klas op de voorkeurslijstlengte was. Enkele ouders geven in de open toelichting in de vragenlijst aan dat het niet duidelijk was wat de kansrijke klassen precies inhielden en hoe VO-scholen hiermee omgaan.
Ook uiten enkele ouders onbegrip geuit over het feit dat het aanbieden van een kansrijke klas niet de garantie biedt dat deze klas ook daadwerkelijk gevormd wordt.
6%
0%
30%
10%
35%
20%
30%
Zeer goed
40% Goed
50%
Neutraal
15%
60% Matig
70%
Slecht
6%
80%
9%
90%
100%
Geen mening
Figuur 25: Oordeel ouders over de communicatie over het kansrijk plaatsen (n=1063).
Van de ouders waarvan het kind een dubbeladvies ontvangen heeft (vmbo-basis/kader, vmbo-t/havo en havo/vwo) geeft 40% aan rekening te hebben gehouden met scholen die kansrijke klassen aanboden. 28% van deze ouders heeft daar geen rekening mee gehouden.
Bij het opstellen van de voorkeurslijst hebben we rekening gehouden met de scholen die kansrijke klassen aanboden voor leerlingen met een dubbeladvies. 14%
0%
10%
26%
20%
Geheel mee eens
21%
30%
40%
Mee eens
Neutraal
50% Mee oneens
17%
60%
70%
Geheel mee oneens
11%
80%
11%
90%
100%
N.v.t. / geen mening
Figuur 26: Mate waarin ouders rekening hebben gehouden met het aanbod van kansrijke klassen (n=698).
Dialogic innovatie ● interactie
33
Oordeel scholen Figuur 27 laat zien dat het PO en VO verschillend hebben gereageerd op de stelling over het begrijpen van de procedure rondom het kansrijk plaatsen. Waar vanuit het VO 45% van de respondenten heeft aangegeven dat hun school deze procedure begreep, is dat bij het PO 78%. Door het PO en VO wordt herkend dat er bij ouders veel onduidelijkheid heeft bestaan omtrent de kansrijke klassen. Gesprekspartners geven aan dat VO-scholen wisselend omgaan met deze mogelijkheid (bijv. wel/geen les op het hoogste niveau, extra ondersteuning, andere becijfering/normering) en ouders zijn hier onvoldoende van op de hoogte gesteld. Sommige scholen hebben al brede brugklassen, waardoor kansrijk plaatsen daar al minder relevant is. Ook zien VO-scholen de teleurstelling bij ouders als er onvoldoende animo voor een kansrijke klas blijkt te zijn en de klas niet gevormd wordt. Er wordt in de interviews aangeraden om richting ouders en leerlingen transparantie te bieden over de omgang van VO-scholen met kansrijke klassen. Wat daarnaast nog werd opgemerkt is dat er geen kansrijke klassen op het niveau vmbo-kader/vmbo-tl waren.
Onze school begreep hoe de procedure rondom het kansrijk plaatsen van leerlingen met een dubbeladvies werkte. VO
9%
PO
36%
24%
20% 0% Zeer mee eens
12%
58% 20% Mee eens
40% Neutraal
60% Mee oneens
6%
13%
13%
7%
80%
Zeer mee oneens
2% 1% 100%
N.v.t. / geen mening
Figuur 27: Oordeel PO-scholen (n=333) en VO-scholen (n=129) over de informatievoorziening omtrent het kansrijk plaatsen van leerlingen met een dubbeladvies.
Aan betrokkenen uit het PO en VO is ook gevraagd hoe zij in algemene zin aankijken tegen het aanbieden van kansrijke klassen. Vanuit het PO vindt 57% het goed dat dit wordt aangeboden en 2% niet. Van de betrokkenen uit het VO geeft een groter deel aan deze mogelijkheid goed te vinden (73%), maar tegelijkertijd geeft ook een groter deel aan hier negatief tegenover te staan (10%). Uit de interviews en de open antwoorden in de vragenlijsten blijkt dat er wisselend wordt aangekeken tegen de mogelijkheid tot kansrijk plaatsen. Sommigen zien het als een positieve ontwikkeling ten aanzien van de spelende discussie over de leeftijd waarop leerlingen een niveauadvies ontvangen.32 Anderen geven aan de toegevoegde waarde niet te zien als er vanuit het PO ook al kansrijk wordt geadviseerd. Er wordt door het PO aangegeven dat het op voorhand niet bekend was dat er naast het kansrijk adviseren ook kansrijk plaatsen toegepast zou worden. Vanuit de interviews en de open toelichtingen merken we op dat er zowel onder betrokkenen uit het PO als het VO in dit kader zorgen zijn omtrent over-advisering. Er wordt genoemd dat kansrijk adviseren in combinatie met de mogelijkheid tot kansrijk plaatsen dubbelop is. Daarnaast is de normering van de eindtoets aangepast vanwege
32
Zie bijvoorbeeld [poraad.nl].
34
Dialogic innovatie ● interactie
leerachterstanden door corona. Dit maakt dat sommigen bezorgd zijn of leerlingen het niveau aankunnen.
Het is goed dat plaatsing in kansrijke klassen is aangeboden voor leerlingen met een dubbeladvies. VO
50%
23%
PO
15%
14%
42%
26%
6% 4%
2%
15% 2%
0%
20%
Zeer mee eens
Mee eens
40% Neutraal
60% Mee oneens
Zeer mee oneens
80%
100%
N.v.t. / geen mening
Figuur 28: Oordeel PO-scholen (n=333) en VO-scholen (n=129) over de mogelijkheid tot kansrijk plaatsen van leerlingen met een dubbeladvies.
3.3.3 Digitale aanmelding De aanmeldingsprocedure heeft dit jaar volledig digitaal plaatsgevonden om het aantal contacten en verplaatsingen te verminderen in verband met de maatregelen rondom Covid-19. Ouders ontvingen van de basisschool een email van ELK met daarin de inloggegevens voor het ouderportaal waar zij op een persoonlijk aanmeldingsformulier de voorkeurslijst konden invullen om deze vervolgens in te dienen. Hiermee gaan zij akkoord met de voorwaarden voor deelname aan de centrale loting en matching. Vorig jaar moesten ouders de leerling fysiek aanmelden bij de VO-school van eerste voorkeur. Ouders dienden allereerst het aanmeldingsformulier te laten ondertekenen door de basisschool, om deze vervolgens in te leveren bij de VO-school van eerste voorkeur. Oordeel scholen Betrokkenen vanuit het PO geven aan over het algemeen voldoende geïnformeerd te zijn over de digitale aanmeldingsprocedure (83%). 8% geeft aan dat zij niet voldoende zijn geinformeerd. Ouders, het PO en het VO hebben op 2 maart een brief ontvangen waarin zij geïnformeerd zijn over de overstap naar een digitaal aanmeldingssysteem, waarmee ouders hun kinderen in de periode van 8 t/m 19 maart konden aanmelden.
Ondanks dat er slechts een kleine week heeft gezeten tussen deze brief en de daadwerkelijke aanmeldingsperiode, geeft 72% van de betrokkenen uit het PO aan tijdig geïnformeerd te zijn over de digitale aanmeldingsprocedure. Ruim de helft van respondenten uit het PO geeft aan dat hun school heeft dit jaar wel meer tijd moeten besteden aan de voorlichting van ouders door de overstap naar een digitaal systeem (56%). Daarnaast geeft 40% van dat hun school veel ouders heeft moeten helpen of begeleiden met de aanmelding, voor eveneens 40% geldt dit daarentegen niet. Dit zal naar verwachting vooral een rol hebben gespeeld op scholen die meer te maken hebben met ouders die minder digitaal vaardig zijn.
Dialogic innovatie ● interactie
35
1% Onze school is voldoende geïnformeerd over de digitale aanmeldingsprocedure.
26%
57%
10% 7%
3% Onze school is tijdig geïnformeerd over de digitale aanmeldingsprocedure.
22%
50%
11% 14% 2%
Onze school heeft dit jaar meer tijd moeten besteden aan de voorlichting van ouders door de digitale aanmeldingsprocedure. Onze school heeft veel ouders moeten helpen/begeleiden met de digitale aanmelding van hun kind.
22%
Mee eens
Neutraal
22%
19% 1%
14%
0% Zeer mee eens
34%
2%
26%
20%
Mee oneens
20%
40%
8%
32%
60%
Zeer mee oneens
80%
100%
N.v.t. / geen mening
Figuur 29: Oordeel PO-scholen over de digitale aanmeldingsprocedure. (n=333)
Vanuit het VO is de meerderheid van de respondenten tevreden met het verloop van de digitale aanmelding (62%, zie Figuur 30). 13% zegt hier niet tevreden mee te zijn en 21% staat hier neutraal tegenover. Figuur 33 laat zien dat tweederde van de respondenten uit het VO het wenselijk vindt dat de digitale aanmeldingsprocedure volgend jaar weer wordt toegepast. Een deel van deze respondenten vindt daarbij echter wel dat er aanpassingen doorgevoerd moeten worden (26% van het totaal). 22% van de respondenten ziet liever niet dat de digitale aanmeldingsprocedure volgend jaar herhaald wordt.
In hoeverre bent u tevreden met het verloop van de digitale aanmelding?
16%
0%
46%
20% Geheel tevreden
21%
40% Tevreden
Neutraal
12%
60% Ontevreden
1% 5%
80%
Geheel ontevreden
100%
N.v.t / geen mening
Figuur 30: Tevredenheid VO-scholen over de digitale aanmelding. (n=129)
Is het volgens u wenselijk dat de digitale aanmeldingsprocedure volgend jaar weer wordt toegepast?
40%
0%
20%
26%
40%
Ja, in dezelfde vorm Nee, liever een fysieke aanmelding
22%
60%
12%
80%
100%
Ja, maar wel met aanpassingen N.v.t. / geen mening
Figuur 31: Oordeel VO-scholen over het vervolg van de digitale aanmeldingsprocedure. (n=129)
36
Dialogic innovatie ● interactie
Ook vanuit de interviews met betrokkenen uit het PO, VO en overige betrokkenen horen we terug dat de digitale aanmelding over het algemeen goed is verlopen. De meeste gesprekspartners zijn voorstander voortzetting van de digitale aanmelding. Er worden enkele vooren nadelen genoemd. Sommige punten kunnen als voordeel en als nadeel gezien worden. Tabel 4: Voor- en nadelen uit de interviews van de digitale aanmeldingsprocedure t.o.v. de fysieke aanmelding die tot vorig jaar plaatsvond. Voordelen
Nadelen
Efficiënter aanmeldingsproces
Lastiger voor ouders die minder digitaal vaardig zijn
Geen fysieke kennismaking (het voorkomt teleurstellingen als een leerling niet op de school van eerste voorkeur geplaats werd)
Geen fysieke kennismaking (het persoonlijke contactmoment ontbreekt)
Te korte lijst indienen was niet mogelijk (voorkomt fouten)
Te korte lijst indienen was niet mogelijk (ouders en leerlingen konden hierdoor niet de keuze maken om niet mee te doen met de plaatsingsgarantie)
PO-scholen kunnen direct zien wanneer inlogcodes geactiveerd zijn en leerlingen zijn aangemeld (om te monitoren welke ouders eventueel nog aangejaagd of ondersteund moeten worden)
PO-scholen hadden geen check meer op de voorkeurslijst (ingrijpen/adviseren bij onlogische keuzes was daardoor lastiger) en kunnen niet monitoren op welke plek op de voorkeurslijst de leerlingen uiteindelijk geplaatst zijn (nazorg: wie is er teleurgesteld?)
Oordeel ouders De meerderheid van de ouders geeft aan voldoende geïnformeerd te zijn over de wijze van digitaal aanmelden (78%, zie Figuur 32). Ruim de helft van de ouders zegt daarnaast dat zij bij hun basisschool terecht konden voor hulp bij de digitale aanmelding (54%). 82% van de ouders vond het digitaal aanmelden van hun kind makkelijk. Het feit dat alle kinderen op hetzelfde moment zien van welke school zij een plaatsingsaanbod ontvangen, wordt als prettig ervaren door 76% van de ouders. Een aantal ouders met ervaring met de overstap door een ouder kind licht in de vragenlijst toe hoe ze de digitale aanmelding t.o.v. de fysieke aanmelding in eerdere jaren vonden. De meesten geven aan de digitale aanmelding een verbetering te vinden ten opzichte van het fysiek aanmelden. Zij vonden de fysieke aanmelding inefficiënt en de persoonlijke interactie niet van toegevoegde waarde. Een enkeling noemt dat het wel een gemis is dat de aanmelding niet meer fysiek plaatsvindt, omdat er geen mogelijkheid is tot persoonlijk contact en het stellen van vragen. Uit de gesprekken met ouders kwam naar voren dat de email over het digitaal aanmelden bij veel ouders in de spam-box terecht is gekomen.
Daarnaast wordt door één van de ouders als voordeel genoemd dat je bij het digitaal aanmelden de aanmelding meer zelf in de hand hebt; er is meer ruimte om er nog rustig over na te denken en op het laatste moment nog wijzigingen door te voeren. Ook noemde één ouder dat het niet helemaal duidelijk was hoe er bij de aanmelding gebruik kon worden gemaakt van geldende voorrangsregels.
Dialogic innovatie ● interactie
37
2% 2% Ik ben voldoende geïnformeerd over de wijze van digitaal aanmelden.
26%
19%
38%
18%
5%
19%
44%
10%5%
2% 2%
Ik vond het prettig dat alle kinderen op hetzelfde moment in het ouderportaal konden zien waar ze geplaatst waren.
41%
0% Neutraal
35%
2% 1%
Ik vond het digitaal aanmelden van mijn kind makkelijk.
Mee eens
13% 5% 4%
Ik kon bij mijn basisschool terecht voor hulp bij de digitale aanmelding voor de centrale loting en matching.
Geheel mee eens
52%
Mee oneens
20%
40%
35%
14%
6%
60%
80%
100%
Geheel mee oneens
N.v.t. / geen mening
Figuur 32: Oordeel ouders (n=2041) over het digitaal aanmelden.
3.3.4 Hardheidsclausule Ouders kunnen een beroep doen op de hardheidsclausule wanneer zij van mening zijn dat voor hun kind een plaatsing op een specifieke VO-school noodzakelijk is. Dit moet op grond van een combinatie van individuele persoonlijke kenmerken, een gezondheids- en/of thuissituatie zijn die een specifiek aanbod geëigend maakt. Indien het beroep op de hardheidsclausule gegrond wordt verklaard, hoeft de betreffende leerling logischerwijs niet mee te doen met de loting en matching. Ouders en leerlingen moeten zich dan ook voorafgaand aan de sluiting van de aanmeldingsprocedure verzekeren van een plek op de VOschool middels de hardheidsclausule. Vanwege het digitale aanmelden moesten ouders en leerlingen die een beroep wilden doen op de hardheidsclausule dit jaar wél een volledige voorkeurslijst invullen. Dit had geen gevolgen voor de toepassing van de hardheidsclausule. Als een beroep niet wordt toegekend, dient de leerling alsnog mee te doen met de loting en matching.33 Elke VO-school kan maximaal 2% van het aantal beschikbare plekken in de eerste klas inzetten voor leerlingen die een beroep op de hardheidsclausule doen. Oordeel ouders De meerderheid van de ouders geeft aan niet bekend te zijn met de hardheidsclausule (57%). De rest is daar wel (19%) of ‘een beetje’ bekend mee (24%).
In de interviews met betrokkenen vanuit het PO, VO en overige betrokkenen wordt eveneens aangegeven dat de hardheidsclausule voor ouders slecht vindbaar is. Aan de ouders die (een beetje) bekend zijn met de hardheidsclausule is gevraagd hoe zij over de communicatie inzake de hardheidsclausule oordelen (zie Figuur 33). 23% geeft aan de communicatie (zeer) goed te vinden. Echter geeft ook 23% van de ouders aan de communicatie matig of slecht te vinden.
33
Zie Kernprocedure overstap PO-VO, Amsterdam 2021 (p. 26).
38
Dialogic innovatie ● interactie
4%
19%
0%
10%
40%
20%
30%
Zeer goed
40% Goed
50%
Neutraal
60% Matig
15%
8%
70%
80%
Slecht
14%
90%
100%
Geen mening
Figuur 33: Oordeel ouders over de communicatie omtrent de hardheidsclausule (n=881).
In de vragenlijst lichten enkele ouders toe dat er onduidelijkheid rondom de hardheidsclausule heeft bestaan in relatie tot het gebrek aan eenduidige richtlijnen (wat valt er wel en niet onder?) en de deadline voor de hardheidsclausule (zie ook hieronder). Oordeel scholen Figuur 34 laat zien dat 64% van de betrokkenen uit het VO goed geïnformeerd is over de werking van de hardheidsclausule. 12% van de respondenten zegt dat dat voor hun school niet het geval is. Bij het PO is men in vergelijking met het VO iets minder goed op de hoogte van de werking van de hardheidsclausule. 48% zegt goed geïnformeerd te zijn, waar dit voor 15% niet geldt. Veel van de gesprekspartners wijzen op het belang van de rol van het PO in het herkennen van leerlingen die een beroep zouden kunnen doen op de hardheidsclausule. Hiertoe is het essentieel dat het PO zich bewust is van deze rol. Een suggestie die hiertoe wordt gedaan is het opnemen van de hardheidsclausule in het oki-doc. Daarnaast is het van belang dat het PO goed op de hoogte is van wat de hardheidsclausule inhoudt en welke situaties daar onder zouden kunnen vallen. In de interviews en open antwoorden van de vragenlijsten komt echter naar voren het niet altijd duidelijk is wanneer er beroep kan worden gedaan op de hardheidsclausule, mede omdat VO-scholen hier verschillend mee omgaan.
Onze school is goed geïnformeerd over de werking van de hardheidsclausule.
1%
VO
15%
49%
16%
11%
9% 3%
PO
9% 0%
Zeer mee eens
38% 20%
Mee eens
29% 40%
Neutraal
60%
Mee oneens
Zeer mee oneens
12% 80%
9% 100%
N.v.t. / geen mening
Figuur 34: Oordeel PO-scholen (n=333) en VO-scholen (n=129) over de informatievoorziening omtrent de hardheidsclausule.
Het ontbreken van een eenduidige deadline voor de hardheidsclausule wordt ook door de betrokkenen vanuit het PO en VO en de overige betrokkenen aangehaald. In het tijdpad van de Kernprocedure is als deadline de sluitingsdatum van de aanmeldingsprocedure genoemd. Echter hebben VO-scholen verschillende deadlines gehanteerd. In de gesprekken wordt dan ook aangeraden om één deadline te stellen. Vanuit het VO wordt daarbij aangegeven dat er na de deadline van de hardheidsclausule voldoende tijd moet zijn voor VO-scholen om alle aanvragen zorgvuldig te kunnen beoordelen en dat ouders en leerlingen in het geval van een afwijzing vervolgens nog voldoende tijd moeten hebben om een voorkeurslijst in te dienen.
Dialogic innovatie ● interactie
39
In de interviews wordt door enkele gesprekspartners gepleit om beroepen op de hardheidsclausule ook nog toe te staan na het uitvoeren van de loting en matching, mochten er bijvoorbeeld onvoorziene situaties optreden tussen de aanmelding de loting en matching of daarna. Ook wordt de begrenzing van 2% (VO-scholen kunnen maximaal 2% van de capaciteit inzetten voor de hardheidsclausule) ter discussie gesteld: de (on)billijkheid van individuele situaties moet leidend zijn. Door de deelnemers aan de validatiesessie is aangegeven dat VO-scholen in de praktijk verschillend omgaan met de genoemde 2%: sommige scholen ‘vullen’ de 2% op met minder schrijnende gevallen wanneer de 2% nog niet bereikt is, waar dit voor andere scholen niet geldt.
3.4 Plaatsing Na de uitvoering van de centrale loting en matching hebben bijna alle leerlingen op 8 april en plaatsingsaanbod ontvangen op een VO-school van hun voorkeurslijst. De uitkomst wordt centraal bekend gemaakt via het ouderportaal, waarin leerlingen eventueel ook hun positie op de reservelijst in kunnen zien (indien zij niet op de school van eerste voorkeur geplaatst zijn).
3.4.1 Tevredenheid met plaatsing Tevredenheid leerlingen Aan de leerlingen is gevraagd in hoeverre zij tevreden zijn met de school waarop ze geplaatst zijn. 83% van de leerlingen geeft aan dat dat het geval is (zie Figuur 35). Dit is gelijk aan vorig jaar. Het overgrote deel van de leerlingen heeft dan ook zin om na de zomervakantie naar hun nieuwe school te gaan (81%). De leerlingen hebben over het algemeen ook de indruk dat hun ouders tevreden zijn met het plaatsingsaanbod dat ze hebben gekregen (85%). 4% Ben je tevreden met de school waar je naartoe gaat?
83%
11% 3%
Zijn je ouders tevreden met de school waar je naar toe gaat?
85%
81%
0% Ja
Gaat wel
20% Nee
40%
1%
10% 4%
Heb je zin om na de zomervakantie naar je nieuwe school te gaan?
2%
3%
13%
60%
80%
100%
Weet ik niet
Figuur 35: Tevredenheid leerlingen uitslag loting en matching (n = 1976).
Als we kijken naar de tevredenheid van leerlingen uitgesplitst naar het aanbod dat de leerlingen ontvangen hebben, zien we dat de leerlingen die op plek 1 geplaatst zijn bijna allemaal aangeven dat ze tevreden zijn met het aanbod (95%, zie Figuur 37). De tevredenheid neemt logischerwijs af naarmate leerlingen lager op de voorkeurslijst geplaatst zijn. De percentages zijn grotendeels vergelijkbaar met vorig jaar; wel zien we dat dat bij een plaatsing op 4-5 en plek 6 of hoger de leerlingen dit jaar iets tevredener zijn. In 2020 gaf 32% van de leerlingen die op plek 4-5 geplaatst waren aan tevreden te zijn, 35% ‘gaat wel’ en 29% was niet tevreden. Bij een plaatsing op plek 6 of hoger was in 2020 11% van de leerlingen tevreden, 30% zei ‘gaat wel’ en 58% was ontevreden. Dit kan voor de laatstgenoemde groep (plaatsing
40
Dialogic innovatie ● interactie
op plek 6 of hoger) mogelijk verklaard worden doordat er dit binnen deze categorieën in de steekproef relatief meer kinderen dan vorig jaar op de hogere plekken zijn geplaatst (zie Bijlage 3, Tabel 18). Bij de categorie ‘plaatsing op plek 4-5’ is dat echter niet het geval; hier komt de verdeling over de plekken 4 en 5 overeen met vorig jaar (zie Bijlage 3, Tabel 17). Figuur 36: Tevredenheid leerlingen met plaatsingsaanbod (n=1796).
1% Plaatsing plek 1
95%
3% 3%
Plaatsing plek 2-3
70%
Plaatsing plek 4-5
22%
31%
Plaatsing plek 6 of hoger
48%
18%
36%
50%
0%
25%
20% Ja
18%
40%
Kind kon niet geplaatst worden
Gaat wel
40% Nee
5%
7%
13%
60%
3%
13%
80%
100%
Weet ik niet
Figuur 37: Tevredenheid leerlingen naar plaatsingsaanbod (n=1724; exclusief de leerlingen waarvan de ouders niet meer wisten op welke plek de leerling geplaatst is).
Tevredenheid ouders Ruim de helft van de ouders is zeer tevreden met de school waar hun kind naartoe gaat (54%) en 27% is tevreden (zie Figuur 38). 6% van de ouders geeft aan niet tevreden te zijn.
Hoe tevreden bent u met de school waar uw kind na de zomervakantie naartoe gaat? 3% 54%
0%
10% Zeer tevreden
20%
27%
30%
Tevreden
40%
Neutraal
50%
Ontevreden
60%
70%
Zeer ontevreden
9%
80%
3%3%
90%
100%
Geen mening/weet ik niet
Figuur 38: Tevredenheid ouders met plaatsingsaanbod (n=2292).
Ook de tevredenheid van de ouders hangt samen met de plek waarop hun kind geplaatst is (zie Figuur 39). 92% van de ouders waarvan het kind een plaatsingsaanbod op de school van eerste voorkeur heeft ontvangen, is tevreden of zeer tevreden. Ook bij de ouders zien we dat er ten opzichte van 2020 een toename in de tevredenheid als we kijken naar de ouders waarvan het kind op plek 4-5 of plek 6 over hoger geplaatst is. In 2020 gaf 34% van de ouders bij een plaatsing op plek 4-5 aan (zeer) tevreden te zijn, 31% stond hier neutraal tegenover en 35% was (zeer) ontevreden. Bij een plaatsing op plek 6 of hoger was dit
Dialogic innovatie ● interactie
41
respectievelijk 16%, 23% en 42%. Zoals genoemd heeft dit voor de laatste groep (plaatsing plek 6 of hoger) mogelijk te maken met het feit dat er in de steekproef binnen deze groepen meer leerlingen op de hogere plekken zijn geplaatst (zie Bijlage 3, Tabel 18). Bij de verdeling over de plekken 4 en 5 geldt dat niet (Bijlage 3, Tabel 17). 2% Plaatsing plek 1
68%
24%
5%
3% Plaatsing plek 2-3
35%
39%
14%
2%
7% 1%
4% Plaatsing plek 4-5
43%
27%
15%
9%
4% Plaatsing plek 6 of hoger
2% 18%
Kind kon niet geplaatst worden
17%
0%
Zeer tevreden
Tevreden
Neutraal
26%
9%
20%
17%
13%
31%
22%
20%
40%
60%
Ontevreden
Zeer ontevreden
22%
80%
100%
Geen mening/weet ik niet
Figuur 39: Tevredenheid ouders naar plaatsingsaanbod (n=2196; exclusief de ouders die niet meer wisten op welke plek hun kind geplaatst was).
De afnemende tevredenheid onder ouders en leerlingen bij plaatsing op een school die lager op de voorkeurslijst was opgenomen sluit aan bij de meningen van ouders en leerlingen omtrent welke plaats op de voorkeurslijst nog acceptabel gevonden wordt (zie Tabel 5). 63% van de ouders zou een plaatsingsaanbod binnen de top 3 nog acceptabel vinden. Van de leerlingen vindt 55% dit acceptabel (zie ook Tabel 19 en 20 in Bijlage 3). De acceptatie neemt daarna snel af. De percentages liggen iets lager in vergelijking met het voorgaande jaar. Tabel 5: Oordeel over de plek op de voorkeurslijst die nog acceptabel was geweest van ouders (n=2292) en leerlingen (n=1796).
Plek op de voorkeurslijst Alleen de eerste keuze Een school in de top 2 Een school in de top 3 Een school in de top 4 Een school in de top 5 Een school in de top 6 Een school in de top 7 Een school in de top 8 Een school in de top 9 Een school in de top 10 Een school in de top 11 Alle scholen op de lijst
% ouders dat dit nog % leerlingen nog blij acceptabel vindt bij plaatsing 100% 82% 63% 39% 29% 15% 10% 8% 6% 6% 5% 5%
100% 79% 55% 32% 23% 12% 7% 6% 4% 4% 3% 3%
Verwachtingen ten aanzien van de plaatsingsuitkomst Ouders zijn over het algemeen op de hoogte van het feit dat er een kans bestaat dat hun kind niet op de school van eerste voorkeur geplaatst wordt (92%, zie Figuur 40). De ouders
42
Dialogic innovatie ● interactie
die aangeven zich hier bewust van te zijn, zeggen bijna allemaal dat ze het ook met hun kind over deze kans gehad hebben (97%). Om teleurstellingen te voorkomen wordt er daarnaast door sommige ouders geprobeerd om bij alle scholen op de lijst de positieve punten te benadrukken richting hun kind, zo blijkt uit de interviews. 77% van de ouders geeft aan dat ze door de basisschool voorgelicht zijn over de kans op een plaatsingsaanbod lager op de voorkeurslijst; voor 23% van de ouders is dat niet het geval geweest. Aan de betrokkenen uit het PO is eveneens gevraagd of ouders vanuit hun basisschool voorgelicht worden over deze kans. 93% van de respondenten zegt dat dat op hun basisschool het geval is (zie Figuur 41).
Wist u dat de kans bestond dat uw kind niet op de school op plek 1 van de voorkeurslijst geplaatst zou worden?
8%
92%
3% Heeft u het met uw kind gehad over de kans dat uw kind niet op de school op plek 1 van de voorkeurslijst geplaatst zou worden?
97%
Bent u door de basisschool voorgelicht over de kans dat uw kind niet op de school op plek 1 van de voorkeurslijst geplaatst zou worden?
77%
0% Ja
20%
23%
40%
60%
80%
100%
Nee
Figuur 40: Oordeel ouders (n=2292, tweede stelling is enkel gevraagd aan de ouders die bij de eerste stelling ‘Ja’ geantwoord hebben (n=2108)) over de kans dat hun kind niet op de voorkeursschool geplaatst zou kunnen worden.
Onze school informeert ouders en kinderen over de kans dat leerlingen niet op hun middelbare school van eerste voorkeur geplaatst worden. 47%
0%
20%
Zeer mee eens
Mee eens
46%
40% Neutraal
60% Mee oneens
4%
80%
Zeer mee oneens
2% 2% 100%
N.v.t. / geen mening
Figuur 41: Informatieverstrekking door het PO over de kans dat leerlingen niet op de school van eerste voorkeur geplaatst worden (n=333).
Oordeel PO-scholen Aan betrokkenen uit het PO is gevraagd in hoeverre zij vinden dat de groep 8 leerlingen van hun school volgend jaar over het algemeen naar VO-scholen gaan die past bij hun onderwijsbehoefte. Het overgrote deel geeft aan dat dat op hun school het geval is: 21% is het hier zeer mee eens en 63% is het hier mee eens. Echter, 8% van de betrokkenen uit het PO schat in dat er een minder goede aansluiting is tussen de onderwijsbehoefte van hun groep 8 leerlingen en de VO-scholen waar zij geplaatst zijn.
Dialogic innovatie ● interactie
43
De groep 8 leerlingen van mijn school gaan over het algemeen volgend jaar naar een VO-school die past bij hun onderwijsbehoefte. 21%
0%
63%
10%
20%
Zeer mee eens
30%
Mee eens
40%
Neutraal
50%
8%
60%
Mee oneens
70%
Zeer mee oneens
80%
1% 7%
90%
100%
N.v.t. / geen mening
Figuur 42: Oordeel PO-scholen over de uitkomst van de centrale loting en matching (n=333).
3.4.2 Plaatsingsgarantie op basis van de voorkeurslijst Zoals genoemd geldt er bij een voldoende lange voorkeurslijst een plaatsingsgarantie, d.w.z. dat een leerling gegarandeerd een plek krijgt op één van de scholen op de voorkeurslijst (zie paragraaf 2.1). 34% van de ouders zegt niet te weten wat de plaatsingsgarantie inhoudt. 39% is er wel bekend mee en 26% zegt een beetje bekend te zijn met de plaatsingsgarantie. Aan de ouders die (een beetje) bekend zijn met de plaatsingsgarantie, is gevraagd hoe zij oordelen over de communicatie hieromtrent. 42% zegt de communicatie (zeer) goed te vinden; 16% geeft aan dat de communicatie matig of slecht is. Ongeveer een derde van de ouders staat hier neutraal tegenover.
6%
0%
36%
10%
20%
32%
30%
Zeer goed
Goed
40%
50%
Neutraal
12%
60%
Matig
70%
Slecht
80%
4%
90%
10%
100%
Geen mening
Figuur 43: Oordeel ouders over de communicatie omtrent de plaatsingsgarantie (n=1338).
Zoals eerder genoemd wordt er in de interviews en de open antwoorden de vraag gesteld wat een plaatsingsgarantie bij een lijst van 12 scholen nog waard is, omdat je niet meer kan spreken van voorkeuren. Doordat het dit jaar niet mogelijk was om een te korte voorkeurslijst in te leveren, is het in feite verplicht gesteld om mee te doen met de plaatsingsgarantie. Enkele gesprekspartners noemen dat er nog steeds de mogelijkheid zou moeten zijn voor ouders en leerlingen om hier niet aan mee te doen. In de interviews en open antwoorden van betrokkenen uit het PO hebben we signalen opgevangen dat sommige ouders strategisch kiezen: de staart van de lijst wordt bewust met scholen gevuld die heel populair zijn, om bij een ongunstig lotnummer meer kans te maken op plaatsing op een school die hoger op de lijst staat door de plaatsingsgarantie (4% extra capaciteit en het garantieoverleg) en de staartverbetering (resterende 4% extra capaciteit). Gezien de gehanteerde lotingssystematiek juist is ingevoerd om strategisch kiezen tegen te gaan, beveelt één van de gesprekspartners aan om te onderzoeken of de huidige systematiek nog optimaal werkt.
44
Dialogic innovatie ● interactie
3.4.3 Staartverbetering Dit jaar is zoals toegelicht in paragraaf 2.1 voor het eerst de procedure van staartverbetering toegepast om het aantal leerlingen dat in de ‘staart’ van de voorkeurslijst 34 geplaatst wordt te verminderen. Door toepassing van deze procedure is het dit jaar voor het eerst dat er geen leerlingen op plek 12 geplaatst zijn. Vanuit het PO staat ruim de helft van de bevraagde betrokkenen positief tegenover het inzetten van de procedure van staartverbetering (57%). Slechts 2% is het hier niet mee eens, en 26% staat er neutraal tegenover. Ook geeft 15% aan geen mening te hebben. Bij het VO kijkt men iets minder positief aan tegen de staartverbetering. 38% vindt het goed dat dit is doorgevoerd, maar 5 % is het daar niet mee eens. 29% zegt hier neutraal tegenover te staan. Het aandeel respondenten dat geen mening heeft is relatief groot (28%).
Het is goed dat er dit jaar het proces van staartverbetering is ingezet om de resterende extra 4% capaciteit te benutten. 3% 2% 9%
VO
29%
29%
28% 2%
PO
15%
42%
0%
20%
Zeer mee eens
Mee eens
26%
40% Neutraal
Mee oneens
60% Zeer mee oneens
15%
80%
100%
N.v.t. / geen mening
Figuur 44: Oordeel PO-scholen (n=333) en VO-scholen (n=129) over de staartverbetering.
De meeste gesprekspartners die bekend zijn met de staartverbetering vinden het idee erachter positief, namelijk het minimaliseren van plaatsingen in de staart. Er wordt door één van de respondenten aangeraden om te onderzoeken hoe ver gegaan kan worden met het uitbreiden van de staart (dus bijv. naast plek 12 t/m 9 ook de procedure voor plek 8, 7, etc. uitvoeren). Wat we opmerken uit de interviews en de open antwoorden in de vragenlijsten is dat niet iedereen bekend is met wat de procedure inhoudt. Bij de procedurele uitvoering van de staartverbetering zijn fouten ontdekt.35 De leerlingen met een gunstiger lotnummer zijn eerst behandeld in plaats van de leerlingen met een ongunstig lotnummer. OSVO heeft de fout kunnen herstellen en heeft de gedupeerde leerlingen een nieuw plaatsingsaanbod kunnen doen; wel horen we terug in één van de interviews dat het lang heeft geduurd voordat OSVO met een reactie kwam op de fout. Deze fout heeft bij een groep ouders tot veel onbegrip en vergroot de roep om controleerbaarheid van het systeem. Zoals eerder genoemd maken de optimaliseringsslagen (plaatsingsgarantie en de staartverbetering) de procedure lastiger uitlegbaar en ogenschijnlijk minder eerlijk en transparant. Ook horen we in één van de gesprekken terug dat na de uitvoering van de plaatsingsgarantie en staartverbetering bleek dat onderling ruilen in sommige gevallen voor
34
Plek 3-4 bij een lijstlengte van 4 scholen, plek 5-6 bij een lijstlengte van 6 scholen en plek 9-12 bij een lijstlengte van 12 scholen.
35
OSVO (1 juni 2021). Persbericht loting en matching 2021.
Dialogic innovatie ● interactie
45
beide leerlingen tot een plaatsing hoger op de voorkeurslijst betekende. Dit wordt bevestigd in de cijfermatige analyse van de loting en matching van dit jaar.36
3.4.4 Voorrangsregels Ten aanzien van voorrangsregels halen wij enkele zaken op: •
•
•
•
Tegen de voorrangsregel voor onderwijsconcepten (Montessori, Dalton, vrije school) wordt wisselend aangekeken. In enkele interviews en open antwoorden komt naar voren dat er enerzijds wordt gevonden dat het oneerlijk is dat leerlingen die een bepaald onderwijsconcept niet gevolgd hebben hierop achtergesteld worden terwijl een dergelijk onderwijsconcept wel passend kan blijken. Leerlingen die voor een bepaald onderwijsconcept bij de basisschool zijn uitgeloot ervaren hier dan tweemaal hinder van. Ook geven sommige ouders aan zich bij de keuze voor de basisschool niet bewust te zijn geweest van het feit dat dit nu invloed blijkt te hebben op de plaatsing op een VO-school. Anderzijds geven enkelen aan het van belang te vinden dat de leerlingen die via een bepaald onderwijsconcept geschoold zijn de leerlijn ook af kunnen maken. Sommige ouders noemen dat het verwarrend en zeer teleurstellend is geweest dat VO-scholen wisselend omgaan met de voorrangsregels. Enkele ouders waren bijv. in de veronderstelling dat hun kind dat op een montessoribasisschool heeft gezeten voorrang kon krijgen op het Metis Montessori Lyceum, terwijl dat niet het geval bleek. Net als eerdere jaren geven sommige ouders aan het oneerlijk te vinden dat leerlingen uit Amsterdam geen voorrang krijgen ten opzichte van leerlingen uit randgemeenten.
Ook noemen enkelen dat het wenselijk zou zijn als de afstand tot de school wordt meegewogen in de plaatsing. Een paar ouders halen voorrang voor broertjes en zusjes aan (een voorrangsregel die sinds 2016 wordt afgebouwd). Hier wordt wisselend tegenaan gekeken: enkelen vinden dit het systeem minder eerlijk maken, anderen wensen juist dat dat een dergelijke voorrangsregel weer wordt ingevoerd. In de open antwoorden van de vragenlijst voor het PO wordt daarnaast nog aangegeven dat de voorrangsregels voor leerlingen die vanuit het SBO doorstromen naar het VO niet helemaal duidelijk zijn.
3.4.5 Reservelijsten Figuur 45 laat zien hoe ouders en betrokkenen uit het PO en VO aankijken tegen de opbouw van de reservelijsten. Ruim de helft van de ouders vindt het rechtvaardig dat leerlingen die een school als eerste voorkeur hebben opgegeven, met een hoog (ongunstig) lotnummer bovenaan de reservelijst komen (54%). 12% is het daar niet mee eens. Bij de betrokkenen vanuit het PO vindt 66% de opbouw van de reservelijsten rechtvaardig en bij de betrokkenen vanuit het VO is dat 56%. De meerderheid van de betrokkenen vanuit het VO geeft daarnaast aan goed geïnformeerd te zijn over de afhandeling van de reservelijsten (54%, zie Figuur 46).
36
Van der Klaauw & Oosterbeek (mei 2021). Beschrijvende analyse matching en loting voortgezet onderwijs Amsterdam 2021.
46
Dialogic innovatie ● interactie
Het is rechtvaardig dat leerlingen die een school als eerste voorkeur hebben opgegeven, met een (ongunstig) hoog lotnummer boven aan de reservelijst komen.
Ouders
24%
30%
25%
VO
22%
34%
18%
PO
23%
43%
0%
20%
40%
Zeer mee eens
Mee eens
Neutraal
Mee oneens
8% 4%
7% 2%
19% 60% Zeer mee oneens
10%
16%
5%2% 10%
80%
100%
N.v.t. / geen mening
Figuur 45: Oordeel Ouders (n=2041), PO-scholen (n=333) en VO-scholen (n=129) over de rechtvaardigheid van de opbouw van reservelijsten.
Onze school is goed geïnformeerd over de afhandeling van de reservelijsten.
2%
9%
0%
45%
18%
19%
9%
10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Zeer mee eens Mee eens Neutraal Mee oneens Zeer mee oneens N.v.t. / geen mening
Figuur 46: Oordeel VO-scholen over informatievoorziening omtrent de reservelijsten. (n=129)
In de interviews komt eveneens naar voren dat de opbouw van de reservelijsten over het algemeen goed wordt gevonden. De verwachting leeft dat dit voor de meeste ouders duidelijk is. Wel wordt genoemd dat er bij ouders soms onduidelijkheid bestaat over waarom er bij sommige scholen veel leerlingen via de reservelijsten geplaatst worden en bij andere scholen minder. Een aanbeveling die gedaan wordt door één van de gesprekspartners is om het voor ouders en leerlingen inzichtelijk te maken wat de actuele plek op de reservelijst van de leerling is. Ook is de suggestie gedaan enkel leerlingen die buiten hun top 5 zijn geplaatst in aanmerking te laten komen voor een plek op de reservelijst. In één van de interviews wordt aangegeven dat er geprioriteerd zou moeten worden welke leerlingen als eerst recht hebben op vrijgevallen plekken. Nu worden vrijgevallen plekken direct opgevuld vanuit de reservelijst. Er wordt gesuggereerd om de vrijgevallen eerst in te zetten voor bezwaarschriften en de heroverwegers alvorens leerlingen vanaf de reservelijst te plaatsen. Tijdens de validatiesessie is door de deelnemers aangegeven dat leerlingen met een gehonoreerd bezwaarschrift of een heroverwogen advies in de praktijk vaak alsnog geplaatst worden.
3.5 Afsluitende fases Kernprocedure 3.5.1 Afrondingsfase De leerlingen die af wilden zien van het ontvangen plaatsingsaanbod of geen plaatsingsaanbod kon worden gedaan, kregen de mogelijkheid om opnieuw een voorkeurslijst op te stellen met hierop VO-scholen die nog plek hadden na de eerste ronde van de centrale loting en
Dialogic innovatie ● interactie
47
matching. Binnen één week na de uitslag van de eerste ronden gaven de VO-scholen met beschikbare plekken extra voorlichting en konden de ouders de leerlingen zich opnieuw aanmelden met een voorkeurslijst bij de VO-school van (nieuwe) eerste voorkeur. Deze leerling hebben in de afrondingsfase nogmaals aan de centrale loting en matching deelgenomen. In de afrondingsfase krijgen de leerlingen een nieuw lotnummer. Dit jaar hebben in totaal 78 leerlingen die nog geen plek hadden op een school van hun voorkeur óf die afstand hadden gedaan van het plaatsingsaanbod in de eerste ronde, deel genomen aan de afrondingsfase. Dat waren er een stuk minder dan vorig jaar (131 leerlingen), omdat het door de digitale aanmelding dit jaar niet mogelijk was een te korte lijst in te vullen (zie paragraaf 3.3.3). Er waren uiteindelijk voldoende plekken om deze leerlingen te kunnen plaatsen op de school van hun (nieuwe) eerste voorkeur. Uit de gesprekken blijkt dat, net als voorgaande jaren, dit traject erg gehaast wordt ervaren. De periode om een nieuwe lijst op te stellen wordt is heel kort (vijf dagen). Daarnaast bestaat er bij sommige ouders verwarring over het aanbod in de afrondingsfase. Niet alle ouders waren er van op de hoogte dat in de afrondingsfase alleen de scholen die nog plek hebben op de nieuwe voorkeurslijst geplaatst kunnen worden.
3.5.2 Behandelfase Informatieoverdracht oki-docs In de behandelfase wordt de ondersteuningsbehoefte van de gematchte leerlingen in kaart gebracht. Naast de behandelfase vindt er al eerder in het proces (tussen aanmelding en loting) een procedurele check plaats van het VO op compleetheid oki-doc en onderbouwing basisschooladvies. In de praktijk wordt er in die fase (dus vóór de loting) vaak al contact op genomen met ouders over de passendheid van de school van eerste voorkeur voor hun kind indien dit niet in orde lijkt te zijn. Het PO heeft een belangrijke taak in het adviseren van ouders over welke school passend is bij het kind. Doordat dit jaar de aanmelding digitaal plaats vond, hadden PO-scholen geen mogelijkheid voor een check op de voorkeurslijst. Zowel betrokkenen uit het PO als VO is gevraagd naar hun ervaringen bij de informatieoverdracht in de oki-docs m.b.t. ondersteuningsbehoeften (Figuur 47). Hieruit blijkt dat Het PO dit over het algemeen goed vindt verlopen (71%), terwijl het VO hier minder tevreden over is: 35% van de respondenten uit het VO vindt dat dit goed verloopt, maar 29% vindt van niet. Zoals aangegeven in paragraaf 3.1 blijkt uit de open toelichtingen dat volgens het VO de oki-docs niet altijd goed of volledig worden ingevuld.
Verder wordt opgemerkt dat in het vernieuwde oki-doc het moeilijker is om op goede manier de ondersteuningsbehoefte van leerlingen te beschrijven. Ook zijn toelichtingen niet verplicht, wat het voor het VO lastiger maakt om te achterhalen wat er precies aan ondersteuning nodig is. Enkele respondenten uit het PO geven daarentegen aan dat de informatieoverdracht ook mede afhankelijk is van hoe de oki-docs gelezen worden door het VO en dat het idee leeft dat dit niet altijd goed gebeurt.
48
Dialogic innovatie ● interactie
De informatieoverdracht van het primair naar het voortgezet onderwijs over de ondersteuningsbehoefte van leerlingen in oki-docs verloopt goed. VO
32%
3%
29%
25%
4% 7% 2%
PO
14%
57%
0%
20%
Zeer mee eens
Mee eens
40% Neutraal
Mee oneens
17%
60% Zeer mee oneens
80%
2%
8% 100%
N.v.t. / geen mening
Figuur 47: Oordeel PO-scholen (n=333) en VO-scholen (n=129) over de onderlinge informatieoverdracht middels oki-docs.
Behandeling gematchte leerlingen op hun ondersteuningsvraag Na de centrale loting en matching brengen de VO-scholen de ondersteuningsbehoefte van de gematchte leerlingen in kaart. In veel gevallen gaan de VO-scholen hierover in gesprek met de basisschool en indien gewenst met de ouders en de leerling zelf. Dit met als belangrijkste doel om de leerlingen passend onderwijs te kunnen bieden op hun nieuwe school. Alle VO-scholen hebben een reguliere zorgplicht wat inhoudt dat ze basisondersteuning aanbieden. In generieke zin bestaat er onduidelijkheid over de afbakening van deze ondersteuning zo blijkt uit de gesprekken: wat valt precies onder basisondersteuning, wat valt onder de extra ondersteuningsbehoefte en wat behoort tot de hardheidsclausule? In de vragenlijst onder het VO en PO is gevraagd naar de mogelijkheden voor maatwerk voor leerlingen met ondersteuningsbehoeften die de loting en matching biedt. Hieruit blijkt dat 30% van de respondenten uit het VO en 24% van de respondenten uit het PO van mening is dat de loting en matching onvoldoende mogelijkheden voor maatwerk biedt (zie Figuur 48). Daarentegen geeft 18% van de respondenten uit het VO aan dat hier wel voldoende mogelijkheden toe zijn tegenover 37% van de respondenten ut het PO. Uit gesprekken en open antwoorden blijkt dat het voor leerlingen met specifieke behoeften onzeker blijft of ze goed geplaatst worden.
Specifiek wordt hier door enkele respondenten de situatie van hoogbegaafde kinderen aangehaald. Hoogbegaafdheid valt onder de basisondersteuning en deze leerlingen maken ook geen aanspraak op de hardheidsclausule. Kinderen met hoogbegaafdheid volgen daarom de reguliere procedure omtrent loting en matching waarmee het risico bestaat dat zij niet op een voor hen passende school terecht komen. Kortom, de lotingsprocedure geeft veel onzekerheden en de hardheidsclausule biedt ook maar beperkte mogelijkheden tot maatwerk (alleen voor de meest schrijnende gevallen). Daarnaast wordt aangegeven dat het zeer onwenselijk is om leerlingen na de loting en matching alsnog niet te plaatsen omdat de school de gevraagde ondersteuning niet kan leveren. Veel scholen zitten dan al vol en dan is het lastig om een school te vinden die passend onderwijs kan bieden. In één van de interviews is opgemerkt dat in feite leerlingen zonder extra ondersteuning in het PO (dus met basisondersteuning) niet geweigerd zouden mogen worden door het VO. Dat betekent dat iedereen zonder extra ondersteuning in het PO automatisch plaatsbaar is op de school waar die op ingeloot is.
Dialogic innovatie ● interactie
49
De loting en matching biedt voldoende mogelijkheden voor maatwerk voor leerlingen met ondersteuningsbehoeften. 2% VO
16%
33%
24%
6%
19% 3%
PO
5%
32%
0%
20%
Zeer mee eens
Mee eens
31% 40% Neutraal
Mee oneens
21% 60%
80%
Zeer mee oneens
7% 100%
N.v.t. / geen mening
Figuur 48: Oordeel PO-scholen (n=333) en VO-scholen (n=129) over de mogelijkheden tot maatwerk voor leerlingen met ondersteuningsbehoeften.
Tot slot wordt de nieuwe procedure rondom LWOO door sommigen onduidelijk gevonden c.q. niet als verbetering gezien. Scholen bieden het nog wel aan maar kinderen met LWOO kunnen zich ook op andere scholen inschrijven die die ondersteuning niet kunnen bieden. Andersom zijn leerlingen achteraf alsnog afgewezen op de school waar ze geplaatst zijn omdat de ondersteuning niet geboden kon worden.
3.5.3 Heroverwegingsfase Wanneer een leerling een hogere score haalt op de eindtoets dan het basisschooladvies luidde, dan kunnen de ouders en de leerling in gesprek gaan met de basisschool om het basisschooladvies te heroverwegen. Het advies kan worden opgehoogd, tenzij de basisschool een onderbouwing geeft waarom dit onwenselijk is (of wanneer ouders en/of de leerling dit niet willen). Ouders en leerlingen moeten in dat geval in gesprek met de school van eerste voorkeur om te kijken of er plek is op de school. Kan dit niet, dan zullen de ouders en de leerling, indien nodig in overleg met de basisschool, de leerling aanmelden bij een VO-school die het passende onderwijsniveau aanbiedt en nog een plek heeft. Omdat al een aantal jaar blijkt dat het aanbod voor leerlingen met een bijgesteld advies beperkt is doordat de heroverwegingsfase plaats vindt na de loting en matching en de afrondingsfase, is ook dit jaar aan ouders met een kind waarvan het advies is bijgesteld hoe zij dit ervaren. In Figuur 49 is te zien dat 31% van de ouders vindt dat het aanbod niet voldoende is, 25% vindt van wel en 27% is neutraal. Ook in interviews is gevraagd naar het aanbod voor leerlingen met bijgesteld advies.
Hierbij wordt wederom genoemd dat een nadeel van het huidige tijdpad is dat leerlingen met een bijgesteld advies vaak geen plek meer kunnen krijgen op de school waar de leerling oorspronkelijk geplaatst is. Suggesties die worden aangedragen om het aanbod voor de heroverwegers te vergroten zijn het samenvoegen van de afrondingsfase en de heroverwegingsfase of het verlaten van de loting en matching tot na de adviezen. Ook wordt gesuggereerd om heroverwegevers voorrang te geven ten opzichte van de afhandeling van de reservelijst. Dit probleem zal zich vanaf het schooljaar 2022-2023 niet meer voordoen, omdat vanaf dat schooljaar de eindtoets vervroegd naar maart.
50
Dialogic innovatie ● interactie
Voor leerlingen met een bijgesteld advies naar aanleiding van hun eindtoetsscore is het aanbod van middelbare scholen voldoende. 5%
0%
20%
10%
Geheel mee eens
27%
20%
30%
Mee eens
12%
40% Neutraal
50% Mee oneens
60%
19%
70%
17%
80%
Geheel mee oneens
90%
100%
N.v.t. / geen mening
Figuur 49: Oordeel ouders met kind met bijgesteld advies over aanbod scholen na heroverweging (n=178).
Tot slot wordt in gesprekken genoemd dat dit jaar mogelijk minder heroverwegingen hebben plaats gevonden omdat er kansrijk is geadviseerd. Dit blijkt echter niet direct uit de cijfers: dit schooljaar kreeg 12% een bijgesteld advies, in 2019 bedroeg dit 13%.
3.6 Vragen, klachten en bezwaren 3.6.1 Vraagloketten Ouders kunnen, indien zij vragen hebben over het proces en de uitslag van de centrale loting en matching, terecht bij verschillende vraagloketten. ELK heeft een servicedesk ingericht voor algemene vragen over loting en matching (hetzelfde telefoonnummer als de helpdesk digitaal aanmelden) die beschikbaar was in de periode 6 april t/m 23 april. Vorig jaar was de servicedesk in verband met Covid-19 enkel bereikbaar per mail. Nieuw dit jaar was de servicedesk ELK digitaal aanmelden die bedoeld is vragen van ouders te beantwoorden over de digitale aanmelding. Deze helpdesk was beschikbaar van 4 maart t/m 19 maart. Het gebruik van de vraagloketten is in algemene zin gestegen ten opzichte van vorig jaar, maar toch blijft de bekendheid van de vraagloketten een aandachtspunt Dit jaar heeft 78% van de ouders geen gebruik gemaakt van een vraagloket, ten opzichte van 91% in 2019 en in 2020). Daarnaast heeft 16% van de ouders aangegeven naar de basisschool te hebben gebeld met vragen en 22% naar de middelbare school. 10% van de ouders heeft gebruik gemaakt van de servicedesk van ELK (zie Figuur 50). In 2019 en 2020 werd de servicedesk respectievelijk door 6% en 7% van de ouders gebruikt (destijds servicedesk OSVO genoemd).