A - 5 Openbare Orde en Veiligheid (4) 1587.20.Beantwoording scrhriftelijke vragen Boutkan arbeidsuitbuiting bij restaurant Saravana Bhavan.pdf
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Gemeenteblad
R
Schriftelijke vragen
Jaar Afdeling Nummer Datum indiening Datum akkoord
2020 1 1587 9 november 2020 30 november 2020
Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen van het lid Boutkan inzake arbeidsuitbuiting bij Amsterdams restaurant 'Saravana Bhavan' Aan de gemeenteraad Toelichting door vragensteller: Zaterdag 7 november 2020 stond er een uitgebreid onderzoeksartikel onder de kop ‘Ze wilden in Nederland werken, ze wisten alleen niet dat ze uitgebuit zouden worden’ in Het Parool. Het gaat over arbeidsuitbuiting bij het Amsterdamse restaurant ‘Saravana Bhavan’ aan de Stadhouderskade. Het restaurant is onderdeel van een populaire Indiase keten en heeft volgens de krant tijdelijk de deuren gesloten na uitbuiting van het personeel. Sinds kort is de keuken weer open voor bezorg- en afhaalmaaltijden. In het artikel komen een aantal zeer schrijnende situaties van medewerkers naar voren. De uitbuiting bestaat onder andere uit het innemen van het paspoort en betaalpassen en het onder valse voorwendselen hier naartoe halen van medewerkers uit India onder de kennismigrantenregeling. Medewerkers moesten extreem lange dagen maken en kregen volgens Het Parool circa € 700 per maand. Hierdoor worden zij volkomen afhankelijk gemaakt van hun werkgever en de medewerkers waren vaak niet of gebrekkig op de hoogte van hun rechten en plichten. De Inspectie SZW heeft controles uitgevoerd en er loopt op dit moment nog een onderzoek. Het restaurant was al sinds eind 2019 gesloten.
De fractie van de PvdA Amsterdam heeft al eerder aandacht gevraagd voor arbeidsuitbuiting in Amsterdam en maakt zich grote zorgen omdat dit hardnekkige fenomeen steeds weer opnieuw opduikt. Arbeidsuitbuiting van – vaak kwetsbare – medewerkers moet hard bestreden worden. Uit de expertsessie die op verzoek van ons heeft plaatsgevonden, bleek onder meer dat arbeidsuitbuiting zelden op zichzelf staat en dat er ook vaak andere misstanden zijn. Gezien het vorenstaande heeft het lid Boutkan, namens de fractie van PvdA Amsterdam, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders gesteld: 1. Heeft het college kennisgenomen van het artikel in Het Parool? Klopt de aanname in het artikel dat er arbeidsuitbuiting bij dit restaurant heeft plaatsgevonden en indien dit het geval is, kan het college aangeven welke stappen zij gaat zetten om arbeidsuitbuiting in de toekomst bij dit bedrijf te voorkomen?
1
Jaar Afdeling Nummer Datum
2020 Gemeente Amsterdam 1 Gemeenteblad 1587 Schriftelijke vragen, maandag 9 november 2020 30 november 2020
R
Antwoord: Het college heeft kennisgenomen van het artikel in Het Parool. Op het moment van het opstellen van dit antwoord is het strafrechtelijk onderzoek van de Inspectie SZW nog niet afgerond. Een rechter heeft zich dus ook nog niet uitgesproken over de vraag of er in dit restaurant daadwerkelijk (en bewezen) sprake is geweest van arbeidsuitbuiting. Om misstanden bij dit bedrijf in de toekomst te voorkomen is het proces van het reguliere vergunningentraject relevant, waarbij gekeken wordt of de nieuwe exploitanten voldoen aan de gestelde eisen. Hierbij kan worden gedacht aan het levensgedrag en de bedrijfsvoering van de exploitant en leidinggevende. Daaraan gekoppeld loopt ook een Bibob-onderzoek. De uitkomsten van een dergelijk onderzoek kunnen ertoe leiden dat een aangevraagde (exploitatie)vergunning niet wordt verstrekt of verlengd. Voorts ligt er een primaire verantwoordelijkheid bij de Inspectie SZW om te controleren op arbeidsomstandigheden. De Inspectie heeft de onderneming al tweemaal gecontroleerd. Naar verwachting zullen zij ook de (nieuwe) onderneming controleren en bij constatering van misstanden sanctioneren. Hierbij beschikt de Inspectie, naast het opleggen van boetes, over de bevoegdheid een onderneming voor een bepaalde tijd stil te leggen. 2.
Kan het college aangeven wat de rol van Amsterdam is geweest in deze situatie nadat arbeidsuitbuiting is geconstateerd? Te denken valt aan de opvang van slachtoffers. Bijvoorbeeld door het aanbieden van juridisch advies, opvangen middels noodhuisvesting en eventuele hulp bij het repatriëren? Antwoord: Vijf van de zes slachtoffers zijn opgevangen bij het Amsterdams Coördinatiepunt Mensenhandel (ACM) van HVO-Querido. Binnen het opvangtraject is aan hen de zogenoemde B8-regeling aangeboden en is een advocaat geregeld met wie zij meerdere gesprekken hebben gevoerd. Tevens hebben zij ‘leefgeld’ ontvangen. Uiteindelijk zijn zij door de Inspectie SZW als getuige gehoord omdat zij om meerdere redenen geen aangifte wensten te doen. Vervolgens zijn zij teruggekeerd naar India met behulp van de International Organization for Migration (IOM). Na hun terugkeer hebben zij nog een toegekende uitkering ontvangen. Ook is de casus geagendeerd en besproken in de RIEC-werkgroep mensenhandel en met het stadsdeel Zuid. Voor meer informatie over het RIEC zie het antwoord op vraag 7. De meest relevante ketenpartners zijn uiteindelijk betrokken (geweest) bij de interventie.
2
Jaar Afdeling Nummer Datum
2020 Gemeente Amsterdam 1 Gemeenteblad 1587 Schriftelijke vragen, maandag 9 november 2020 30 november 2020
R
3. Wat zorgelijk is, is dat de nieuwe ondernemers zich hebben ingeschreven bij de Kamer van Koophandel om een soort doorstart te maken onder dezelfde naam. Klopt het dat dit juridisch mogelijk is, ondanks het lopende onderzoek vanuit ISZW? Antwoord: Het is voor eenieder mogelijk om zich te registreren bij de Kamer van Koophandel, ook om een bedrijf te registreren onder dezelfde naam. Bij een overname van een horecabedrijf is het voor het nieuwe bedrijf mogelijk om tijdelijk te exploiteren op de vergunning van het vorige horecabedrijf, mits het nieuwe horecabedrijf binnen vier weken een nieuwe vergunning aanvraagt en er geen zwaarwegende feiten of omstandigheden zijn die zich tegen het van kracht blijven van de exploitatievergunning verzetten. In deze casus wordt door de nieuwe ondernemer geen gebruik gemaakt van de vergunning van de eerdere onderneming, maar heeft het bedrijf een voorlopige toestemming ontvangen te exploiteren in afwachting van zijn aanvraag. Die toestemming is gegeven omdat op dit moment geen sprake lijkt te zijn van zwaarwegende feiten of omstandigheden die zich daartegen verzetten. Bij het reguliere vergunningentraject wordt gekeken of het nieuwe horecabedrijf voldoet aan de gestelde eisen, zoals het levensgedrag en de bedrijfsvoering van de exploitant en leidinggevende. Daaraan gekoppeld loopt ook een Bibobonderzoek. 4.
Volgens Het Parool ligt er op dit moment een exploitatievergunning van het restaurant ter beoordeling bij de gemeente. Klopt dit? Indien ja, hoe kan het dat dit bedrijf nu blijkbaar opereert zonder vergunning en toch een keuken kan exploiteren? Antwoord: De vergunningaanvraag is momenteel in behandeling. Zie verder de beantwoording bij vraag 3. 5. Op welke manier zijn eventuele veroordelingen van invloed op een besluit op een – toekomstige – aanvraag voor exploitatie? Is dit bijvoorbeeld een weigeringsgrond? Indien dit niet het geval is, is de gemeente bereid dit op te gaan nemen als weigeringsgrond? BIBOB Antwoord: Er is een aantal gronden waarop een exploitatievergunning horecabedrijf en een drank- en horecawetvergunning geweigerd kan worden, waarbij ook het levensgedrag van de exploitant of leidinggevende van het horecabedrijf wordt betrokken. Ook worden deze horecavergunningen getoetst op grond van de Wet Bibob, waarbij niet alleen naar de exploitant wordt gekeken, maar ook naar zijn/haar zakelijke relaties.
3
Jaar Afdeling Nummer Datum
2020 Gemeente Amsterdam 1 Gemeenteblad 1587 Schriftelijke vragen, maandag 9 november 2020 30 november 2020
R
6. In de horeca geldt het three-strikes-and-you’re-out-principe, met andere woorden bij drie overtredingen van bijvoorbeeld overlast kan de vergunning tijdelijk worden ingetrokken. Is het college bereid om na te denken om bij een veroordeling voor arbeidsuitbuiting per direct de exploitatievergunning in te trekken dan wel op te schorten? Indien nee, waarom niet? Antwoord: Hier wordt gedoeld op de handhavingsstrategie waarin staat opgenomen hoe overtredingen van de APV en de Drank- en Horecawet (DHW) worden gesanctioneerd bij horecagelegenheden. Na een aantal (vier of vijf) overtredingen - steeds binnen een jaar - kan de vergunning worden ingetrokken. Arbeidsuitbuiting is niet een overtreding in de zin van de APV of de DHW. Een eventuele veroordeling voor arbeidsuitbuiting kan wel een rol spelen bij het intrekken of weigeren van de exploitatievergunning op grond van criteria voor bedrijfsvoering of levensgedrag. 7. Is het college van plan om naar aanleiding van deze casus haar beleid voor bestrijding van arbeidsuitbuiting aan te passen, dan wel andere afspraken te maken met betrokken instanties, zoals Inspectie SZW, RIEC, FIOD? Antwoord: Tijdens de commissie AZ van 5 december 2019 is een brief toegezegd met daarin de ‘Amsterdamse aanpak mensenhandel’. Deze is op 26 november 2020 aan de raad verzonden.
Daarin is zeer uitgebreid opgenomen welke activiteiten de gemeente onderneemt om mensenhandel, waaronder arbeidsuitbuiting, te voorkomen en te bestrijden. Onderdeel van de aanpak is de ketensamenwerking in RIEC-verband. In de RIEC-werkgroep Mensenhandel worden signalen en casus besproken om te komen tot integrale interventies waarmee barrières worden opgeworpen tegen mensenhandel en mensensmokkel in de regio. De interventies kunnen zowel bestaan uit financiële, bestuurlijke als strafrechtelijke interventies of een combinatie hiervan. In de werkgroep participeren meerdere ketenpartners, waaronder de Inspectie SZW. In de hiervoor genoemde brief is tevens te lezen dat de gemeente inzet op het realiseren van een daadkrachtiger RIEC-werkgroep mensenhandel en dat wordt ingezet op intensivering van de samenwerking met de Inspectie SZW. Ten slotte wijst het college op de tweejarige pilot ‘positieverbetering arbeidsmigranten’ (ter uitvoering van motie 1258 Meldpunt misstanden buitenlandse werknemers). De pilot gaat in 2021 van start en behelst het versterken van de positie van arbeidsmigranten in Amsterdam door middel van informatievoorziening, outreach, ondersteuning en het aankaarten van systemische knelpunten. Het doen van meldingen en indienen van klachten maakt eveneens onderdeel uit van de opdracht.
Deze pilot kan dus een vindplaats zijn van vermoedens van arbeidsuitbuiting, waarna de juiste route kan worden bewandeld en waar nodig gelijk actie kan worden ondernomen.
4
Jaar Afdeling Nummer Datum
2020 Gemeente Amsterdam 1 Gemeenteblad 1587 Schriftelijke vragen, maandag 9 november 2020 30 november 2020
R
8. Kan het college iets zeggen over de mate waarin arbeidsuitbuiting voorkomt in de Amsterdamse horeca? Antwoord: Slachtoffers van mensenhandel doen niet snel uit zichzelf aangifte, bijvoorbeeld omdat ze bang zijn voor represailles of zichzelf helemaal niet als slachtoffer zien. Er is bij mensenhandel dus sprake van een ‘haaldelict’: de aangifte moet als het ware ‘gehaald’ worden. Een relatief groot deel van mensenhandel blijft echter onder de radar, het dark number. Desalniettemin zijn er enkele voorbeelden bekend van arbeidsuitbuiting in de horeca. De door de gemeente aangestelde zorgcoördinator ziet daarbij ook veel grensgevallen die nu vanuit slachtofferperspectief ‘ernstige benadeling’ worden genoemd. Er is dan nog geen sprake van mensenhandel (arbeidsuitbuiting), maar de situatie is wel ernstiger dan ‘slecht werkgeverschap’. Veel van deze slachtoffers willen niet met de Inspectie SZW praten uit angst voor het verliezen van hun baan en/of huisvesting. In het geval van ongedocumenteerde werknemers, bestaat vaak ook de vrees dat de werkgever de politie inschakelt en zij het land uit worden gezet. Ook gebeurt het vaak dat zij zichzelf niet zien als slachtoffer en blijken veel slachtoffers loyaal te zijn richting hun werkgever. Burgemeester en wethouders van Amsterdam Femke Halsema, burgemeester
Peter Teesink, secretaris
5