CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 40 Grondzaken (31) Bijlage 1 Concept-stedenbouwkundig plan Groenehuyzen-

RAAD 7 juli 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het stedenbouwkundig plan Groenehuyzen-Blomwijckerpad, grondexploitatie en het beschikbaar stellen van een krediet VN2021-0163045.347 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Stedenbouwkundig Plan

Groenehuyzen, Blomwijckerpad 21 april 2021

Colofon Gemeente Amsterdam Alfred Spronk Sipke de Boer Peter Bouwmeester Ronald Rijntjes Ronald Rijntjes Houssain Ait-Taleb Jeroen Hermsen Frank van der Weijer Joep Timmer

(projectmanager) (assistent-projectmanager) (planningsadviseur) (stedenbouwkundige) (ontwerper buitenruimte) (verkeersontwerper) (projectleider openbare ruimte) (projectleider grondzaken) (planeconoom)

In samenwerking met: Stadgenoot Sjacco van Klinken (ontwikkelmanager) Joris van den Boom (ass. ontwikkelmanager) Niels Raat en Sharon Lie A Tsoen Jos Witjes

Eigen Haard

Stedenbouwkunig bureau Rob van der Velden Atelier Dutch Architect Karin Dorrepaal Door Architecten Verantwoording beeldmateriaal, kaarten & foto’s Beeldbank Amsterdam Collectie kaarten & foto’s, gemeente Amsterdam architecten Alle impressies en tekeningen zijn indicatief en hier kunnen geen rechten aan ontleend worden.

2

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

5

2.

Context

7

3.

Stedenbouwkundig Plan

10

4.

Duurzaamheid & Milieu

16

5.

Proces, middelen & planning

19

Stedenbouwkundig Plan - Groenehuyzen, Blomwijckerpad

3

4

Groenehuyzen, begin jaren ‘60

1. Inleiding Voorwoord

Voor u ligt het stedenbouwkundig plan voor het plangebied ‘Groenehuyzen-Blomwijckerpad’ in de Wildemanbuurt in Amsterdam NieuwWest. In de periode 2005-2011 heeft er voor de Wildeman-/Blomwijckerbuurt diverse planvorming plaatsgevonden. Er is een stedelijk vernieuwingsplan opgesteld en geparticipeerd met de buurt. Door de economische crisis kwam de planvorming stil te liggen, en zijn de nieuwbouwplannen niet uitgevoerd.

Proces

Aan de hand van stedenbouwkundige randvoorwaarden die meegegeven zijn aan Stadgenoot is in 2018/2019 een ruimtelijke stedenbouwkundige verkenning gemaakt door Atelier Dutch. Dit vormt de basis voor voor het voorliggende plan. Hierin wordt de stedelijke vernieuwing vormgegeven door de sloop van 36 sociale huurwoningen, 12 winkels (circa 1.212 m2 bvo), het Huis van de Wijk (’t Blommetje, circa 216 m2 bvo) en 18 garageboxen. Daarvoor in de plaats komt er nieuwbouw van circa 231 appartementen, winkels (circa 1.091 m2 bvo), een nieuw wijkkantoor voor woningcorporatie Stadgenoot en een nieuw Huis van de Wijk (circa 316 m2 bvo). In de eerste helft van 2021 voltooit de woningcorporatie Stadgenoot het ontwerp voor de nieuwbouw en start de herhuisvesting van bewoners en ondernemers. Het stadsdeel werkt aan een inrichtingsplan voor de openbare ruimte. In 2021 zal Stadgenoot een omgevingsvergunning voor de nieuwbouw indienen.

stedenbouwkundig plan opgesteld. Stadgenoot heeft in samenspraak met de gemeente architectenbureau ‘DOOR’ uit Amsterdam aangetrokken om de nieuwbouw te ontwerpen.

Bewonersoverleg

In 2019 en 2020 is er door Stadgenoot overleg gevoerd met de bewonerscommissie van de woningen om tot een sociaal plan te komen. De bewonerscommissie heeft ingestemd met het ontwerp- en sociaal plan voor de sloop en nieuwbouw. Op basis van een overeengekomen sociaal plan kan volgens de kaderafspraken een peildatum worden aangevraagd. Tevens is Stadgenoot in overleg met de ondernemers van de winkels om te goede afspraken te komen. Het stedenbouwkundig plan zal tijdens de inspraakperiode aan de buurt, bewoners en belanghebbenden voorgelegd worden.

Het nieuwbouwprogramma voor de locatie garageboxen, welke op dit moment zijn uitgegeven in erfpacht aan woningstichting Stadgenoot en Eigen Haard, bestaat uit circa 56 middeldure huurwoningen. Dit wordt nader onderzocht. De woningtypes bestaan uit studio’s, twee en drie kamerwoningen.

Programma

Het nieuwbouwprogramma Groenehuyzen bestaat uit een toren en langgerekt woonblok met in totaal circa 175 sociale huurwoningen. De woningtypes bestaan uit circa: ƒ 1-kamerwoning (aantal: 36) ƒ 2-kamerwoning (aantal: 80) ƒ 3-kamerwoning (aantal: 36) ƒ 4-kamerwoning (aantal: 12) ƒ 5-kamerwoning (aantal: 11) Daarnaast zullen in de plint van het gebouw in de plint ongeveer 9 winkels terugkomen. Er zal een wijkkantoor van woningcorporatie Stadgenoot en Huis van de Wijk worden gerealiseerd.

Planvorming

Voor het plangebied is er geen principenota opgesteld. Om de voortgang van de stedelijke vernieuwing te versnellen wordt er direct een Stedenbouwkundig Plan - Groenehuyzen, Blomwijckerpad

5

Definitieve verkaveling in het AUP 1950

Situatie Groenehuyzen, 1950

Het woon- en winkelblok aan de Groenehuyzen, 1957

Fragment situatie Groenehuyzen, 2019

6

Plangebied Groenehuyzen, Braak en Bosch en Beek en Hoff

2. Context Ligging

Het projectgebied ‘Groenehuyzen-Blomwijckerpad bevindt zich in het ‘postcodegebied’ Wildemanbuurt. Deze buurt wordt doorsneden door de Osdorper Ban. Het noordelijke gedeelte wordt in de volksmond de Wildemanbuurt genoemd, en het zuidelijke gedeelte de Blomwijckerbuurt. De Wildemanbuurt ligt in de luwte aan de westelijke rand van Amsterdam. De bereikbaarheid is goed en de nabijheid van vele voorzieningen op het Osdorpplein en plekken zoals de Sloterplas hebben een positieve invloed op het vestigingsklimaat en woongenot in de Wildemanbuurt. Het groen, de rust en de ruimte worden door veel bewoners nog altijd gewaardeerd.

Projectlocatie

De projectlocatie Groenehuyzen wordt aan de noordkant begrensd door de Osdorper Ban en aan de zuidkant door het Blomwijckerpad. De twee projectlocaties garageboxen liggen ten zuiden van de straten Braak en Bosch en Beek en Hoff.

Historie

De Wildeman- en Blomwijckerbuurt ligt in het oostelijk deel van Nieuw-West, deelgebied Osdorp. Dit is een van de meest gave AUP-gebieden die in Amsterdam te vinden is. Uitgangspunt bij het ontwerpen van de buurten en de woningen was de toetreding van licht, lucht en ruimte. Aan de Meer en Vaart is door de jaren heen het één en ander verandert. Aan de Geer Ban zijn gesloten bouwblokken gerealiseerd en hierdoor zijn de haakflats in de tweede-linie geschoven. Van oorsprong waren de haakflats op deze plek gesitueerd om de snelweg te begeleiden. Deze weg is er nooit gekomen, maar de bebouwing staat er wel. Hierdoor is aan de Meer en Vaart een meer onsamenhangend beeld ontstaan. En daar Stedenbouwkundig Plan - Groenehuyzen, Blomwijckerpad

zijn nu gesloten bouwblokken gekomen op de plek waar voorheen de haken stonden aan de Geer Ban. Bij Hoekenes zijn de stroken ingeruild voor duplexwoningen voor senioren, die hiermee in de luwte aan de Osdorpergracht kwamen te wonen. De ruimtelijke structuur van de Wildeman- en Blomwijckerbuurt is kenmerkend voor de Westelijke Tuinsteden. Er is sprake van een samenhangende compositie van wegen, groen, water en bebouwing.

Cultuurhistorische waarde

De cultuurhistorische waarde van het gebied zit met name in de bebouwing van de haken en stroken, waarbij de randen van het gebied zeer goed zijn gedefinieerd. Hoge bebouwing domineert de grenzen van zowel de Wildeman- als de Blomwijckerbuurt. De architectuur is over het algemeen sober en ingetogen van karakter. Bebouwing heeft in de AUP-gebieden een modernistische of een meer traditionalistische stijl. Katholieke woningcorporaties, scholen en kerken huurden vaak architecten in van de architectuurstroming Delftse School. M.J Granpré Molière, A. Evers, G.J.M. Sarlemijn, A. Staal en J.F. Berghoef zijn architecten die tot deze stroming kunnen worden gerekend. Deze architecten haalden inspiratie uit de traditionele landelijke architectuur en uit de Romaanse bouwkunst. De door hun ontworpen gebouwen zijn te herkennen aan een klassieke architectuur in baksteen, schuine pannendaken en versieringen als zuilen, Byzantijns aandoende mozaïeken en een traditioneel kleurgebruik (crèmewit, okergeel, donkergroen, donkerblauw, bordeauxrood).

Architectuur

De architectuur in de Wildeman- en Blomwijckerbuurt is vrij ingetogen van karakter. Men

was op zoek naar goede, goedkope woningen en niet naar esthetiek. De bewoner en zijn woongenot stond centraal en niet de bouwmassa of de vorm, zoals bijvoorbeeld bij de Amsterdamse School. Per architectonische eenheid is de architectuur identiek. Het grootste deel van de bebouwing is uitgevoerd in baksteen. Bij voorzieningen en hoogbouw komt wat meer beton voor. Er zijn in de Wildeman- en Blomwijckerbuurt zowel platte daken als licht hellende daken. Voorzieningen, bedrijvigheid en hoogbouw hebben altijd platte daken.

Analyse

In de Wildemanbuurt (en de Blomwijckerbuurt) wonen ca. 5000 bewoners. De woningen bestaan voor 95% uit sociale huurwoningen die voor het merendeel in bezit zijn van woningbouwcorporatie Stadgenoot. De overige 5% zijn voornamelijk koopwoningen. Er woont een relatief grote groep (autochtone) 75 plussers. De armoede is hoog en er zijn veel lage inkomens. Ook de criminaliteitscijfers zijn hoger dan gemiddeld, vooral onder jongeren. Er heerst een boven gemiddeld groot gevoel van onveiligheid. De fysieke woonomgeving (groen en woningen) is toe aan verbetering. De waardering van bewoners voor hun woonomgeving is onder het gemiddelde. Er is diverse planvorming geweest met als hoogtepunt het stedelijke vernieuwingsplan Parkstad in 2010. Er waren grootse plannen voor en met de buurt. In een actief participatietraject met de bewoners zijn er toen concrete plannen gemaakt voor sloop-nieuwbouw en andere verbeteringen van de buurt. Deze plannen zijn bij aanvang van de economische crisis van tafel verdwenen en sindsdien niet gerealiseerd. De bewoners zijn mede hierdoor gedesillusioneerd geraakt en zijn sceptisch over nieuwe plannen van de overheid en/ of woningbouwcorporaties.

7

Beschrijving focusopgave uit het gebiedsplan 2021

In gesprekken met bewoners van de Wildeman-/ Blomwijckerbuurt worden er unaniem steevast drie onderwerpen genoemd waarop de bewoners verbetering wensen: 1. Betere huizen en voorzieningen: achterstallig onderhoud, verouderde woningen, grootte van de woning past niet bij de gezinssamenstelling (te klein), wens tot sloop/nieuwbouw zoals die ooit was gepland voor de economische crisis, verbetering winkelstraat Osdorperban. 2. Schonere en mooiere straten en pleinen: mensen gooien hun vuilnis over het balkon, bewoners stapelen vuilnis rond de afvalcontainers in plaats van het erin te gooien, het groen is slecht onderhouden en achterstallig. Idem voor bestrating en inrichting van de straten en pleinen. 3. Geen jeugdoverlast meer. Er is op bepaalde plekken sprake van luidruchtige hangjongeren tot diep in de nacht, vernielingen door jongeren, vuil dat ze achterlaten, inbraken, intimidatie en het vermoeden van illegale praktijken.

Sociale veiligheid

In de huidige situatie functioneren de woningen van Groenehuyzen en de garageboxen in de context van de Wildemanbuurt onvoldoende. Zowel de bebouwing als de openbare ruimte hebben een sleetse uitstraling. De achterzijde van de winkels aan Groenehuyzen geven een gevoel van sociale onveiligheid.

Eigendomsverhoudingen

Het projectgebied is in eigendom van de gemeente Amsterdam. Alle gebouwen in het plangebied zijn in erfpacht aan Stadgenoot uitgegeven exclusief acht garageboxen aan het Beek en Hoff, dezen zijn in erfpacht uitgegeven aan Eigen Haard.

Kaders

Relevante kaders voor deze opgave zijn; ƒ Bestemmingsplan Wildemanbuurt (2010) ƒ Nota Cultuurhistorie NW (Erfgoedverordening) (2013) ƒ Koers 2025 - Ruimte voor de Stad 2015) ƒ Schoonheid van Amsterdam (CRK) (2016) ƒ Woonagenda (2017) ƒ Agenda Duurzaamheid (2017) ƒ Nota Parkeernormen (2017) ƒ Ruimte voor de Economie van morgen (2017) ƒ Nota Fietsparkeren (2018)

Stedenbouwkundig Plan - Groenehuyzen, Blomwijckerpad

8

Richtlijnen AUP Tuinstad Standaard Bebouwing

ƒ Typologie verkavelingseenheden mag worden omgeruild bij: ƒ Ensemble (mag voorzieningenstrook worden); ƒ Voorzieningenstrook (mag ensemble worden). ƒ Bij nieuwbouw:in principe van oorsprong voorkomende verkaveling typologieën, ƒ geen gesloten bouwblokken, verder zijn alle typologieën van open verkaveling toegestaan (U-blokken, willekeurig opengewerkte bouwblokken, AUP Buitenveldert verkavelingen en verkavelingen, waarbij het ontbreken van hoven wordt gecompenseerd door openbare groenstroken); ƒ Woningbouw ook in voorzieningenstrook (stroken, hybride of solitair); ƒ Bouwblok (stempel) kan architectonische eenheid zijn als: ƒ Sprake is van afstemming binnen ensemble. ƒ Gebouw kan architectonische eenheid zijn als: ƒ Gebouw binnen ensemble wordt herhaald per stempel; ƒ Sprake is van afstemming binnen ensemble. ƒ Woning kan architectonische eenheid zijn als: ƒ Bouwlocatie niet grenst aan Raamwerk of Buurtstraat; ƒ Bij voorkeur aan autovrije straat (niveau stoep / woonpad); ƒ Locatie pandsgewijze verkaveling wordt herhaald per stempel; ƒ Sprake is is van afstemming binnen ensemble. ƒ De maatvoering van de onbebouwde ruimte tussen bebouwing bedraagt minimaal anderhalf keer de maat van de bouwhoogte van het hoogste gebouw (2 : 3 verhouding); ƒ Hoogbouw enkel aan Raamwerk.

Stedenbouwkundig Plan - Groenehuyzen, Blomwijckerpad

Netwerken:

ƒ Groene, blauwe en grijze Raamwerk blijft in stand; ƒ Bestaand stratenplan mag worden gewijzigd mits hiërarchie in stand blijft; ƒ Alle schaalniveaus groen blijven gehandhaafd; ƒ Toepassen Bomentaal Nieuw-West; ƒ Straatprofielen zijn asymmetrisch; ƒ Minimaal collectieve, groene hof of openbaar groen tussen bouwblokken minimaal 20 x 30 meter (bij strokenbouw: groenstrook minimaal 10 meter breed);

ƒ Hof is bereikbaar en zichtbaar van buiten het bouwblok.

9

3. Stedenbouwkundig Plan 3.1 Hoekenes/Groenhuyzen

Vanuit de opbouw van de buurt ligt deze locatie aan de rand van de Blomwijckerbuurt (westzijde). De groene en blauwe structuur zijn hierin dominerend. De nieuwbouw dient daar dan ook op te reageren net zoals de bestaande bebouwing dat doet. De locatie Hoekenes zal in de tweede fase aan bod komen. Er zal eerst begonnen worden met de nieuwbouw van Groenehuyzen die maximaal 6 lagen inclusief een kap of een plat dak mag zijn. Aan de Osdorper Ban zal een hoogte accent komen bestaande uit maximaal 12 bouwlagen. Aan Groenehuyzen zal de plint ingevuld kunnen worden voor ruime benedenboven woningen. De maatschappelijke functie en detailhandel en appartementen zullen hun entree aan Hoekenes hebben. Ook zullen appartementen ingangen aan de zijde Groenehuyzen krijgen om zodoende de sociale veiligheid te vergroten. De nieuwbouw aan de Hoekenes zal nader worden uitgewerkt en draagt bij aan de differentiatie van het gebied. De open structuur naar het groen en het water moet gerespecteerd worden. Hierdoor zal het mogelijk zijn om uit te gaan van vijf stroken die haaks op de Hoekenesgracht zullen staan. Dit sluit tevens aan op de vroegere verkaveling die in het AUP denkbaar was, waardoor doorzichten ontstaan en er een heldere aansluiting op de openbare ruimte zal komen. Met een openbare oever om de doorwaadbaarheid van deze plek zorgvuldig in te passen.

De garageboxen aan de Braak en Bosch worden gesloopt om een woongebouw van maximaal vier bouwlagen te kunnen realiseren. Op deze manier wordt de zuidkant van het hof afgemaakt en ontstaat er aan deze zijde van het gebied een meer sociaal veilige plek dat een nieuw ensemble met

10

de bestaande bebouwing vormt. Dit geldt tevens voor de garageboxen aan Beek en Hoff die in erfpacht zijn uitgegeven aan Eigen Haard. De twee woonblokken zullen in verschijningsvorm familie van elkaar worden. Zo ontstaat er stedenbouwkundige samenhang tussen de nieuwe en bestaande bebouwing. Aan de hand van deze typologieen zal het recht doen aan de verkavelingsmogelijkheden die passen op deze locatie en de rand accentueren. Lucht, licht en ruimte zijn de componenten die deze strook dragen en kwaliteit geven. De overgang prive-openbaar moet helder zijn. Daarbij is een margestrook voor de woningen een belangrijke uitgangspunt. De hieronder getoonde plankaart benadrukt de uitgangspunten voor de uitwerking van deze locatie.

Programma

Het nieuwe programma zal uit wonen, detailhandel en maatschappelijk vastgoed bestaan. De huidige garageboxen verdwijnen en keren niet terug in het nieuwe plan. Op de locatie Groenehuyzen, Braak en Bosch en Beek en Hoff zullen in totaal circa 231 appartementen, circa 9 winkels, wijkkantoor van woningcorporatie Stadgenoot en een nieuw Huis van de Wijk worden gerealiseerd.

Wonen

De circa 175 appartementen aan Groenehuyzen zullen sociale huurwoningen zijn. Rond de 30 woningen aan Braak en Bosch zullen middensegment huurappartementen worden. Aan de Beek en Hoff komen er ongeveer 26 middensegement huurappartementen.

Detailhandel

ƒ Stadgenoot draagt zorg voor de realisatie van de winkelruimtes in de plint. Met de zittende huurders wordt besproken wie er wil terugkeren in het gebied en daar waar mogelijk wordt dit gefaciliteerd. Met Stadgenoot wil de gemeente verder in overleg om afspraken te maken over wenselijke invulling met voldoende bedrijfsruimtes en branchering die aansluit bij de positionering van het winkelgebied en (maatschappelijke) opgave in de omgeving. ƒ Voor de huurders en gebruikers van de plint zetten we in op een duurzame manier van afvalverwerking. Het stimuleren van afvalscheiding, tegengaan van (bedrijfs-)containers op straat en het beperken van vervoersbeweging is daarbij onze inzet. Dit kan bijvoorbeeld mede door het stimuleren van collectieve afspraken tussen huurders, verhuurder en afvalverwerkende partijen onderling. ƒ Nader bekeken wordt nog of er een (beperkte) luifel terug komt ter ondersteuning van de winkelfunctie en maatschappelijke voorzieningen.

Stedenbouwkundig Plan - Groenehuyzen, Blomwijckerpad

11

Maatschappelijk vastgoed

Het Huis van de Wijk ’t Blommetje komt terug in de nieuwbouw.

Parkeren

Met de afwikkeling van het verkeer in het plangebied zijn er, ten opzichte van de huidige situatie, geen substantiële wijzigingen benodigd. Het stratenpatroon in het gebied blijft hetzelfde. Er worden circa 231 woningen in het gebied toegevoegd. Voor het plangebied is een parkeerbalans voor auto’s opgesteld. De minimale parkeernorm voor auto’s, die het parkeerbeleid toelaat, zal gehanteerd worden. Wanneer het programma definitief is, zal de parkeerbehoefte per functie aangegeven worden en in het openbare ruimte ontwerp verwerkt worden. Uitgangspunt is dat, conform de in de Gemeenteraad vastgestelde Nota Parkeernormen, bewoners geen parkeervergunning voor de openbare ruimte krijgen. Uit onderzoek blijkt dat er voldoende parkeerplaatsen voor auto’s zijn om aan de parkeervraag in het gebied te voldoen. De parkeerdruk zal wel toenemen. Door het ontbreken van een parkeerregime is de werkelijke situatie op straat echter veel drukker. Er wordt in de buurt veel geparkeerd door zogenaamde vreemdparkeerders van buiten de buurt. De 2e fase (Hoekenes) kan, vanwege de toevoeging van een groot aantal woningen en beperkte ruimte in de omgeving, worden gerealiseerd als er een parkeerregime voor het plangebied is. Het fietsparkeren wordt voor bewoners inpandig opgelost. Voor bezoekers zullen er in de openbare ruimte voldoende parkeerplekken voor fietsers komen.

3.2. Openbare ruimte

De nieuwbouw heeft beperkte gevolgen voor de aangrenzende openbare ruimte. Het huidige

12

ontsluitingsprincipe voor verkeer blijft behouden, maar het trottoir en naastgelegen parkeerplaatsen in het plangebied zullen worden heringericht en passend aansluiten op de nieuwbouw. De openbare ruimte is bepalend voor de beeldvorming van het gebied. Voor de openbare ruimte is het van belang dat Hoekenes een stadsstraat zal worden naar het centrumgebied. De aansluiting met de nieuwe bebouwing is dan ook verkeerskundig van een belangrijke orde. Er zal dan één aansluiting vanuit het gebied op de weg moeten komen van zowel de oost- als de westzijde. De oever zal voorzien moeten worden van een wandelpad die de Hoekenesgracht begeleid. Dit kan als zowel een recreatieve- als wandelroute benoemd worden. Het ligt in de tweede linie ten opzichte van de Hoekenes. Deze route sluit aan op een meer meanderende route langs de bebouwing. Het woongebouw aan Groenehuyzen zal alzijdig worden, waardoor de route achterlangs een prettigere verblijfsplek zal worden. Verder zal de bestaande bomenstructuur behouden blijven. Bij de garageboxen zullen er bomen gekapt worden om de vier laagse bebouwing te kunnen realiseren. De herplantplicht is hier dan ook van toepassing. In de volgende fase van het plan openbare ruimte dient rekening te worden gehouden met voldoende ruimte voor o.a. parkeren, leidingen, oplaadpunten, fietsparkeren (incl.

bakfietsen en scooters), klimaatadaptiviteit en ondergrondse afvalcontainers. Voor de inrichting van de openbare ruimte geldt het beleid Puccini Rood. In de Puccinimethode is een visie opgenomen voor de kwaliteit van de openbare ruimte. Deze is ook voor het plangebied van toepassing.

3.3. Beeldkwaliteit

De nieuwbouw zal moeten aansluiten in de bestaande context. Het moet voldoen aan de eisen die gesteld zijn aan de Schoonheid van Amsterdam en de Nota Cultuurhistorie. Daarnaast dient de bebouwing aan de Hoekenes van hoogwaardige en passende kwaliteit te zijn. Hierbij zal het in materialisering moeten passen in de bestaande context. Woningen moeten voldoende buitenruimtes hebben en de ontsluiting moeten niet alleen uit een gang bestaan, maar meer kansen bieden voor ontmoeting. De woonblokken aan Beek en Hof en Braak en Bosch zullen aansluiten op de bestaande bebouwing en onderdeel worden van het hof. De articulatie van het ontwerp zal gezien kunnen worden als een paviljoen in het groen. Waar licht, lucht en ruimte de kernwaarden zijn.

3.4. Welstand - de schoonheid van Amsterdam 2016 (september 2016)

In de Nota ‘De Schoonheid van Amsterdam’ zijn de criteria opgenomen, aan de hand waarvan wordt gekeken of een plan voldoet aan redelijke eisen van welstand. De bouwplannen worden getoetst aan dit kader. De volgende hoofdstukken in de nota zijn relevant: ƒ hoofdstuk 3, pagina 22 en 26 ƒ hoofdstuk 5, pagina’s 45 en 46 ƒ hoofdstuk 8, pagina’s 155 tot en met 159 De locatie maakt formeel deel uit van een gebied waarvoor het welstandniveau ‘gewoon’ geldt. Dit zijn gebieden, waar het beleid inzet op beheer van de bestaande kwaliteit en is het welstandsbeleid ondersteunend aan de gangbare kwaliteit van het gebied. Het plangebied behoort tot het ‘ruimelijk systeem’ AUP en Post-AUP (gebied 6). Voor een effectieve sturing en resultaat is de totale keten van kwaliteitsbegeleiding essentieel: stedenbouwkundig plan, bestemmingsplan, bouwaanvraag, supervisie en welstandstoetsing.

Architectonische kwaliteit, stedenbouwkundige inpassing, programmering van de plint, verblijfskwaliteit in de openbare ruimte en duurzaamheid zijn onderdelen van de integrale ruimtelijke kwaliteit. Zowel beeldkwaliteit als programmatische invulling, met name van de plint, is daar onderdeel van. In het gebied is een supervisor actief. Hij fungeert als voorportaal richting welstand en hij doet dit door middel van het schrijven van een preadvies. Het is verplicht om de verschillende ontwerpfases aan de supervisor voor te leggen.

3.5. Nota Cultuurhistorie Nieuw-West (2013)

De Nota Cultuurhistorie is op 26 juni 2013 door de stadsdeelraad vastgesteld. De doelstelling van de Nota Cultuurhistorie Nieuw-West is om de hooggewaardeerde architectonische objecten en stedenbouwkundige structuren van de Westelijke Tuinsteden te beschermen zonder daarbij de stedelijke ontwikkeling en de stedelijke vernieuwing in het bijzonder op slot te zetten. De nota bevat

richtlijnen hoe om te gaan met cultuurhistorische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen en formuleert verschillende beschermingsregimes die per gebied in mate van bescherming kunnen variëren. De Cultuurhistorische Waarderingkaart NieuwWest vormt de basis voor het erfgoedbeleid binnen Amsterdam Nieuw-West en bepaalt deze verschillende beschermingsregimes. De kaart is gebaseerd op: ƒ ‘Waarderingskaarten AUP-gebieden 2013’ ƒ Ordekaart uit de ‘Cultuurhistorische Verkenning 2007, Dorpskern Sloten en Osdorperweg’. ƒ Ordekaart uit de Welstandsnota Slotervaart (2004). Er zijn in totaal vier beschermingsregimes op buurtniveau van toepassing waarvoor richtlijnen voor vernieuwing zijn geformuleerd. Dit zijn respectievelijk: AUP Tuinstad Uitzonderlijk, AUP Tuinstad Bijzonder, AUP Tuinstad Standaard en AUP Basis. De richtlijnen voor de regimes zijn zo geformuleerd dat ze van ‘streng’ naar ‘mild’ aflopen. Wat in een streng regime mag, wordt

Kaart Nota Cultuurhistorie

Welstandscriteria Stedenbouwkundig Plan - Groenehuyzen, Blomwijckerpad

13

in de minder strenge regimes per definitie ook toegestaan. De Wildeman-en Blomwijckerbuurt/ Kop Osdorperban hoort in de beschermingsregime AUP Tuinstad Standaard. Dat leidt tot de volgende richtlijnen voor bebouwing: ƒ Bebouwing heeft een individueel karakter; ƒ Nieuwbouw situeren in samenhang met de historische verkavelingsrichting; ƒ Behoud bestaande doorzichten vanaf wegen naar achterland; ƒ Bebouwing blijft minimaal twee meter uit de oeverlijn; ƒ Ruimte tussen huizen in Oud-Osdorp handhaven; ƒ Binnen de dorpskern Oud-Osdorp de rooilijn handhaven; ƒ Bouwplannen voldoen aan de welstandsnota De Schoonheid van Amsterdam 2013.

ƒ ƒ ƒ ƒ

aan te leggen) grootschalige bedrijfsgebouwen of -terreinen; Nog bestaande bruggen worden niet door een dam vervangen; aanleg brug heeft voorkeur; Kavels mogen niet geheel verstenen (bebouwing en verharding); Vóór de voorgevelrooilijn dient minimaal 50% van het erf groen te blijven; Inheemse, historisch voorkomende boomsoorten toepassen.

De Nota Cultuurhistorie is met het vaststellen van de Erfgoedverordening Amsterdam op 16 december 2015 opnieuw bekrachtigd.

Daarnaast geeft de Cultuurhistorische Waarderingskaart Nieuw-West het groene, blauwe en grijze Raamwerk (de zogenaamde Schotse Ruit) weer. Deze is ontleent aan de studie De Groene Kracht van Ytje Feddes e.a., de Groenvisie NieuwWest en aanvullend onderzoek. De richtlijnen voor de omgang met het groene, blauwe grijze netwerk op lagere schaalniveaus hangt af van het beschermingsniveau op buurtniveau. Hoe hoger de waarden op buurtniveau zijn, hoe richtinggevender de richtlijnen zijn. Voor de Wildeman-en Blomwijckerbuurt/Kop Osdorperban zijn dat: ƒ Groene, blauwe en grijze Raamwerk blijft in stand; ƒ Bestaande slotenpatroon blijft in hoofdlijnen gehandhaafd; ƒ Verkavelingsrichting is leidend bij nieuwe ontwikkelingen; ƒ Hoogteverschillen (o.a. kades, dijken, polders) blijven zo veel mogelijk in tact; ƒ Behoud van groene oevers van de sloten, een houten beschoeiing kan wel; ƒ Aandacht voor boombeplanting rondom (nieuw Stedenbouwkundig Plan - Groenehuyzen, Blomwijckerpad

14

Stedenbouwkundig Plan - Groenehuyzen, Blomwijckerpad

15

4. Duurzaamheid & Milieu Bodem

De bodem is in de interactieve kaart Amsterdam aangeduid als bodem zone 2, geschikt voor wonen. Er is geen verwachting van verontreiniging. De bodem onder de huidige bebouwing kan pas worden onderzocht als de woningen gesloopt zijn.

Ecologie & Natuurinclusief bouwen

Het plangebied maakt geen onderdeel uit van de Hoofdgroenstructuur of Ecologische Hoofdstructuur. In het plan is een goed en gezond vestigingsklimaat voor mens en dier wenselijk. Een mogelijkheid is broedkasten in de gevels te integreren voor de huismus, spreeuw en gierzwaluw en verblijfplaatsen voor de vleermuis.

Natuurwaarden

Het is niet de verwachting dat er beschermde plantensoorten aanwezig zijn binnen de planlocatie. Bij de uitvoering van het plan is het volgende aandachtspunt van belang: ƒ Uitvoering van werkzaamheden voor het bouwrijp maken van het gebied bij voorkeur in het najaar en in ieder geval niet in het voorjaar. Verder wordt verder voorgesteld om de natuurwaarden in het plangebied te verbeteren door aandacht te besteden aan het creëren van plekken voor holenbroeders (volgels die in holen broeden) en toepassing van gevelbegroeiing.

Flexibel en circulair bouwen

Circulair bouwen richt zich op het slim omgaan met (de levensduur van) materialen en op aanpasbaar bouwen. Het slim ontwerpen van gebouwen is belangrijk om gebouwen een lange levensduur te kunnen geven. Een van de aspecten daarvan is een flexibele aanpak, waardoor gebouwen kunnen

16

worden aangepast op nieuwe gebruikers en andere toepassingen. Om deze reden wordt in de plint een hoge bruto verdiepingshoogte voorgeschreven zodat uitwisselbaarheid van de functies in de toekomst mogelijk blijft. Er wordt gestreefd naar het hergebruik van materialen en het gebruik van lokale materialen. Bij toepassing van hout dient deze FSC gecertificeerd te zijn. De gemeente Amsterdam wil uiteindelijk toe naar gebouwen waarbij materialen demontabel zijn en gedocumenteerd worden, zodat materialen elders kunnen worden hergebruikt.

Rainproof & Klimaatbestendigheid

Het plan moet bijdragen aan de ambitie om de stadklimaatbestending en ‘rainproof’ te maken. Bij de herinrichting van het openbaar gebied is er aandacht voor het waterverwerkend vermogen van het plangebied. Door de herontwikkeling van het gebied en nieuwbouw op huidige locatie zal het verhard oppervlak niet toenemen. De nieuwbouw zal voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Er wordt onderzocht of een extensief groendaksysteem kan worden gerealiseerd. Dit draagt bij aan de opgave rainproof en het verhogen van de biodiversiteit.

Duurzame mobiliteit

Duurzame mobiliteit wordt gestimuleerd middels het beperken van het autogebruik en het stimuleren van fietsparkeren via parkeernormering van fietsparkeerplekken in de nieuwbouw. De locatie heeft goede alternatieven voor de auto, zoals de fiets en het openbaar vervoer.

Aardgasvrij & Warmtenet

Gemeentelijk en landelijk beleid schrijven aardgasvrije nieuwbouw voor. De agenda duurzaamheid wil warmte uit andere, duurzame bronnen betrekken. De nieuwbouwwoningen

vallen in het concessiegebied voor stadswarmte. Contractueel is hierbij vastgelegd dat woningen in het plangebied worden aangesloten op het warmtenet. Er zal met de concessiebeheerder onderzocht worden of er alternatieve (laagtemperatuur) watersystemen mogelijk zijn. Voor de gebiedsontwikkeling en de WAM aanpak in de van Blomwijcker-Wildemanbuurt, waar ca. 1000 nieuwbouwwoningen worden geïntegreerd in bestaand bebouwd gebied, is onderzocht welk energiesysteem het beste presteert op betaalbaarheid en duurzaamheid. Dit onderzoek is gedaan in het kader van het comply-or-explainbeginsel in de LT-motie.Er geldt in dit gebied een bestaande concessieafspraak met Westpoort Warmte. Uit de scenarioanalyse komt naar voren dat een MT 70 C) warmtenet aangesloten op het reeds bestaande Westpoort Warmte de laagste totale ketenkosten heeft voor de wijk. Daarnaast stoot deze variant in dit geval minder CO 2 uit dan andere, op betaalbaarheid vergelijkbare, alternatieven. Deze bevinding is in lijn met de Transitievisie Warmte en sluit aan bij de bestaande concessieafspraken met Westpoort Warmte. De uitkomst van de TKK analyse wordt hoofdzakelijk verklaard door: ƒ de meerkosten die een gescheiden infrastructuur voor bestaande en nieuwbouw oplevert; ƒ de meerkosten die ontstaan door de benodigde tapwatersystemen in lagere temperatuurregimes.

De kansen voor aquathermieuit de Sloterplas worden parallel onderzocht. Mogelijk is dit in de toekomst een aantrekkelijke energiebron in combinatie met een temperatuurverlaging van de bestaande infrastructuur.

Verminderen energiegebruik

Het Amsterdamse beleid gaat uit van nieuwbouwwoningen met een Energieprestatiecoëfficiënt (EPC) van < 0,2. Vanaf 1 januari 2021 geldt het BENG-model. Het dak van de nieuwbouw kan benut worden met zonnepanelen (PV) om de gestelde EPC eis te kunnen halen.

ƒ ƒ ƒ

Grondwater

Voor de nieuwbouw geldt dat deze moet voldoen aan de grondwaternorm, zoals omschreven in het gemeentelijke rioleringsplan. De grondwaterstanden in relatie met het toekomstige maaiveld zijn in beeld gebracht.

Kabels & Leidingen

Er liggen diverse (hoofd-)kabels en leidingen in het plangebied. Bij ontwikkeling van het gebied wordt rekening gehouden met de ligging van deze kabels en leidingen middels de positie van de bebouwing en het ramen van verleggingskosten. Doordat de nieuwbouw op bijna dezelfde locatie terugkomt zijn er hierdoor geen hoge kosten te verwachten.

Geluid

Het plangebied is niet geluidbelast door bijvoorbeeld de nabijheid van sporen en snelweg. Er zal in het kader van de omgevingsvergunning een akoestisch onderzoek worden uitgevoerd. Naar aanleiding daarvan zullen er al dan niet geluidwerende maatregelen nodig zijn.

Afvalinzameling

De gemeente wil het scheidingspercentage voor huishoudelijk afval omhoog brengen van 19% in 2013 naar 65% in 2020. Daarvoor zijn gemeentelijke richtlijnen voor nieuwbouwprojecten in de maak. Het Uitvoeringsprogramma bepaalt dat dat: ƒ Plastic en blik niet langer gescheiden wordt Stedenbouwkundig Plan - Groenehuyzen, Blomwijckerpad

ƒ

ingezameld maar samen met het restafval via de na scheiding wordt verwerkt; Er bovengrondse containers worden geplaatst voor de inzameling van textiel; De focus komt te liggen op de inzameling van GFT / GFE (=etensresten); Nabij de woningen aanbiedplaatsen voor grof afval worden gerealiseerd. Grof afval wordt op afspraak opgehaald; Daarnaast kan grof afval zelf weggebracht worden naar de afval brengstations.

Er zullen nieuwe locaties voor ondergrondse afvalinzamelingspunten worden gerealiseerd. Dit zal onderdeel worden van het plan voor de openbare ruimte.

Luchthavenindelingsbesluit

Met de inwerkingtreding van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol in 2003 (LIB 2003) zijn ruimtelijke beperkingen opgelegd aan de omgeving van Schiphol. In het LIB zijn beperkingen opgenomen voor geluidsgevoelige bestemmingen om mensen die wonen rondom Schiphol te beschermen tegen geluidshinder en externe veiligheidsrisico’s. Dit plangebied maakt onderdeel uit van het zogenaamde “20Ke gebied”. Toekomstige bewoners zullen door de woningcorporatie vooraf en actief worden geïnformeerd over mogelijke geluidshinder.

Archeologie

Monumenten & Archeologie Amsterdam ziet geen aanleiding om voor het plangebied een cultuurhistorisch onderzoek te laten uitvoeren. In de Wet op archeologische monumentenzorg (Wamz) is opgenomen dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan dat leidt tot bodemverstoring, verantwoordelijk is voor de planologische en de financiële inpassing van archeologisch onderzoek.

Luchtkwaliteit

Deze ontwikkeling zal circa 231 woningen toevoegen in het gebied. De luchtkwaliteit zal derhalve afnemen. Bij het invoeren van een parkeerregime zal de luchtkwaliteit verbeteren.

Externe veiligheid

In plangebied zijn geen externe veiligheidscontouren van bedrijven, transportroutes gevaarlijke stoffen of hoge druk aardgasleidingen.

17

18

5. Proces, middelen en planning Juridische voorbereiding

Op basis van het definitieve ontwerp van de architect wordt er door Stadgenoot een uitgebreide omgevingsvergunning aangevraagd. Het voorgestelde plan wijkt af van de mogelijkheden in het vigerende bestemmingsplan Wildeman-/ Blomwijckerbuurt (2015).

Communicatie

Het stedenbouwkundig plan is doorgerekend. De bijbehorende financiële paragraaf en de risicoanalyse zijn kabinet.

De omgeving wordt via verschillende kanalen geïnformeerd over de plannen voor het gebied. Naast informeren is er ook sprake van consultatie en dialoog met de omgeving doormiddel van een inspraakavond. Tijdens de informatieavond krijgen bewoners informatie over het stedenbouwkundig plan. Reacties worden in de vorm van een verslag verzameld en als bijlage toegevoegd aan het concept stedenbouwkundig plan. Officiële bezwaren zijn gebundeld en voorzien van een reactie via een nota van beantwoording.

Planning besluitvorming

Participatie

Financiële uitvoerbaarheid

Het streven is om medio 2022 te beginnen met de bouw. Om die planning te kunnen halen ziet het besluitvormingsproces er als volgt uit: 1. Inspraak Het stedenbouwkundig plan voor het plangebied Groenehuyzen-Blomwijckerpad zal ter inzage worden gelegd voor inspraak. Er zal tijdens de inspraakperiode een informatiebijeenkomst georganiseerd worden voor bewoners, ondernemers, direct omwonenden en andere belanghebbenden. 2. Nota van beantwoording Na de inspraakperiode worden de inspraakreacties vastgelegd in een Nota van Beantwoording. De eventuele aanpassingen van het stedenbouwkundig plan worden daarin benoemd en doorgevoerd in het plandocument zelf. 3. Bestuurlijke besluitvorming Het stedenbouwkundig plan gaat, samen met het bijbehorende Investeringsbesluit, vervolgens naar het college van B&W en daarna naar de gemeenteraad. De bovengenoemde planning is afhankelijk van inspraak en besluitvorming.

Stedenbouwkundig Plan - Groenehuyzen, Blomwijckerpad

Bereikbaar, toegankelijk & bruikbaar

Bij het uitgeven van de werkterreinen voor de nieuwbouw is een normale bereikbaarheid van de woningen in de nabijheid goed te regelen zonder aanvullende maatregelen. Na vaststelling van het stedenbouwkundig plan wordt een plan opgesteld, waarin de eisen voor bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie (BLVC-plan) tijdens de uitvoering worden vastgelegd.

Voor het stedenbouwkundig plan is een informatieavond georganiseerd. Na vaststelling van het stedenbouwkundig plan, kunnen omwonenden/ ondernemers mee denken over het verdere ontwerp voor de openbare ruimte. Voor het voorlopig ontwerp van de openbare ruimte volgt ook een informatiavond en inspraakperiode.

Beheer openbare ruimte

De kwaliteit van de openbare ruimte bestaat uit een goede inrichting en goed beheer. Dit zijn geen twee op zichzelf staande elementen. De inrichting bepaalt of er goed beheer kan worden uitgevoerd en de mate van beheer is toonaangevend voor de uitstraling van de inrichting. Om tot een goede inrichting te komen is het daarom van groot belang bij het ontwerpen rekening te houden met toekomstig beheer (en handhaving). Dit wordt “beheerbewust ontwerpen” genoemd. Na oplevering wordt een gebied aan de beheerder, stadsdeel Nieuw-West overgedragen. De inrichting dient, ook na overdracht aan het stadsdeel, te passen bij de middelen die voor onderhoud worden gereserveerd.

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10340917/1