CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 38 Ruimtelijke Ordening (30) Bijlage 5. Bijlagen regels bestemmingsplan

RAAD 16 februari 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Exclusiva Hamerkwartier en het besluit hogere waarden Exclusiva Hamerkwartier VN2021-03551229.286 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Lokale duurzame energieopwekking Zonnepanelen op gebouwen zijn nodig om voldoende duurzame energie lokaal op te wekken in de wijk. De opgave is om de zonnepanelen op (hoge) daken en eventueel in gevels architectonisch te integreren. Voor de lagergelegen daken (onder 17 m) geldt dat de voorkeur uitgaat naar kwalitatief hoogwaardige groene daken die een mooi zicht bieden, een bijdrage leveren aan biodiversiteit en eventueel dienst kunnen doen als daktuin. In sommige gevallen is ook bij die lagere daken een combinatie met zonne-energieopwekking mogelijk. Denk aan de integratie van zonnepanelen in daklijsten of andere onderdelen. Er komen steeds meer innovaties met BIPV-panelen op de markt die de opwek van duurzame energie combineren met een mooie esthetische uitstraling. Aandachtspunt hierbij is het voorkomen van hinderlijke reflectie of inzet van esthetisch minder fraaie (blauwe) zonnepanelen.

Collectieve fietsbergingen Alle gebouwen hebben collectieve fietsbergingen met een capaciteit die een ruime interpretatie is van de Amsterdamse normstelling, rekening houdend met scooters en bakfietsen (Nota Parkeernormen fiets en scooter). De fietsenbergingen zijn comfortabel te gebruiken en hebben een vanzelfsprekende gebruiksrelatie met de entree en stijgpunten van de gebouwen. Maar bovenal zijn de collectieve fietsbergingen architectonisch buitengewoon fraai vormgegeven. Mogelijk gecombineerd met foyers, wellicht riant voorzien van groen en daglicht en natuurlijk sociaal veilig.

Dispensatieregel De in dit beeldkwaliteitskader benoemde sturende principes zijn het instrumentarium dat gemeente inzet om regie te voeren op beeldkwaliteit, met als motief het realiseren van de in dit kader gedefinieerde kernwaardes en ambities. Afwijken van sturende principes is mogelijk in die gevallen dat briljante ontwerpoplossingen, hoewel niet passend binnen de benoemde principes, evengoed of beter leiden tot realisatie van de gedefinieerde kernwaardes en ambities. De bewijslast hiertoe ligt bij de indienende architect, de beoordeling bij het supervisieteam.

Techniek en nutsvoorzieningen Alle traforuimtes, schakelkasten voor data-aanbieders en overige nutsvoorzieningen zijn inpandig en architectonisch adequaat gehuisvest. Niet gesitueerd op gebouwhoeken. Data-kasten waar mogelijk combineren met entree parkeergarage. Traforuimtes moeten vanaf de openbare ruimte bereikbaar zijn. Voor technische uitwerking zie H4.

Principe schema toevoeging buitenruimte in tweede schil bij torens Referentiebeelden daktuin

92

93

Impressie Motorplein

94

95

4

Technische bouwregels Dit hoofdstuk omschrijft de rolverdeling tussen de gemeente en de ontwikkelende partijen ten behoeve van bouwtechnische kaders.

Rolverdeling gemeente en ontwikkelaar Hemelwaterverwerking Gemeente

Ontwikkelaar

Voldoet aan de hemelwaterzorgplicht volgens het geldend beleid, Gemeentelijk Rioleringsplan (GRPA) of Omgevingsprogramma Riolering (OPR). Hierin staat dat de gemeente wettelijk verantwoordelijk is voor de inzameling en verwerking van hemelwater in de openbare ruimte (niet de private ruimte). Waternet voert de gemeentelijke rioleringstaak uit namens de Gemeente Amsterdam.

Volgens het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRPA) en Omgevingsprogramma Riolering (OPR) is de kaveleigenaar verantwoordelijk voor de verwerking van hemelwater dat op het volledige oppervlak van zijn eigen terrein valt. Hij moet ervoor zorgen dat dit niet tot overlast of vervuiling leidt bij hemzelf of in zijn omgeving. In de huidige discours betekent dit dat de ontwikkelaar moet zorgen dat de te ontwikkelen kavel ‘hemelwaterneutraal’ moet zijn volgens de definitie die in de paragraaf hieronder is uitgelegd.

De gemeente gaat gefaseerd de gemengde riolering afkoppelen.

96

97

Slim maaiveldontwerp

Rainproof, hemelwaterneutraal Gemeente

Ontwikkelaar

Gemeente

Ontwikkelaar

Controleert of de plannen van de ontwikkelaar hemelwaterneutraal zijn;

Moet ervoor zorgen dat de kavels hemelwaterneutraal zijn. Hiervoor moet de ontwikkelaar voldoen aan de meest recente hemelwaterverordening. De ambitie voor het Hamerkwartier is een hemelwaterberging van 90 liter per m² bebouwd oppervlak.

Is verantwoordelijk voor de verwerking van hemelwater in de openbare ruimte, waarin 60 mm in 1 uur kan worden verwerkt zonder schade aan huizen en vitale infrastructuur door o.a. extra berging te creëren in straten, groenzones en hemelwaterriool; straten onder afschot aanleggen richting locaties (bijvoorbeeld oppervlaktewater) waar het geen schade kan. De ambitie is het verwerken van een extreme bui van 70 mm in 1 uur in de openbare ruimte zonder dat schade optreedt.

Voorkomt wateroverlast door: ■ de binnentuinen verdiept aan te leggen ten opzichte van het vloerpeil van de woning zodat water niet vanuit de tuin de woning kan binnenstromen; ■ de toegang van onder het maaiveld gelegen bouwlagen zodanig te ontwerpen dat het regenwater niet (vanuit de openbare ruimte) naar binnen kan stromen; ■ technische/elektrische installaties en vitale infrastructuur zodanig plaatsen (hoog, waterdichte kelder) dat er een beperkte kans is op waterschade

N.B. de afdeling VTH (Vergunningen, Toezicht & Handhaving) toetst de aanvraag van de omgevingsvergunning voor bouwen of functiewijziging aan de hemelwaterverordening.

Daarnaast zijn hieronder aanvullende eisen gesteld voor onbebouwd oppervlak op de kavels, waar de verordening van toepassing op is. Voor onbebouwd oppervlak op deze kavels geldt: De kaveleigenaar moet tenminste 60 liter per m² onbebouwd oppervlak bergen of infiltreren en loost maximaal 1 liter per m² onbebouwd oppervlak per uur (1l/m²/uur) op het openbaar riool (via een geknepen afvoer). Omdat het weer steeds extremer wordt, is de ambitie 90 liter per m² onbebouwd oppervlak. In principe is actieve infiltratie op de kavels niet mogelijk, omdat de kavels in het Hamerkwartier over het algemeen een ontwateringsdiepte hebben die kleiner of gelijk is aan de grondwaternorm (0,9 m-mv). Indien de ontwateringsdiepte groter is dan de grondwaternorm van 0,9 m is infiltratie een optie. In dat geval dient de ontwikkelaar onderzoek te (laten) doen naar de effecten op de grondwaterstand in de omgeving. De effecten van infiltratie dienen aangetoond te worden middels een geohydrologische berekening waarbij een even grote fictieve infiltratie wordt meegenomen op de aangrenzende buurkavels. De berekende effecten op de grondwaterstand in de omgeving mogen niet groter zijn dan 0,05 m. Daarnaast mag de grondwaternorm van 0,9 m niet worden overschreden. Op basis van de uitkomst van dit onderzoek zal de gemeente vaststellen of actieve infiltratie toegestaan is.

■ De ontwikkelaar laat tijdens het ontwerpproces en het definitieve ontwerp van de hemelwaterberging door de gemeente toetsen. ■ De ontwikkelaar laat de afdeling VTH (Vergunningen, Toezicht & Handhaving) de aanvraag van de omgevingsvergunning voor bouwen of functiewijziging toetsen.

98

Grondwater Gemeente

Ontwikkelaar

Stelt een plan op voor de inrichting van de openbare ruimte met bijbehorend beheerplan om (grond)wateroverlast in de toekomst te voorkomen;

Dient te voldoen aan de grondwaterzorgplicht. Dit betekent dat er tijdens en na de bouw geen verslechtering van de grondwatersituatie mag optreden, ook niet voor naastgelegen gebieden.

Grondwaternorm Gemeente

Ontwikkelaar

Controleert of de ontwikkelaar voldoet aan de uitgegeven maaiveldhoogte.

Is verantwoordelijk voor het op hoogte brengen van de gehele kavel ter aansluiting op de door de gemeente uitgegeven maaiveldhoogte om te kunnen voldoen aan de grondwaternorm (0,9 m t.o.v. de GHG). Het toegepaste zand heeft een doorlatendheid van minimaal 7 m/d (zie box 1 t/m box 3).

Controleert of de ontwikkelaar volgens de gewenste methode een zandcunet aanbrengt.

Brengt een goed doorlatend zandcunet aan bij de aanleg van een openbare weg. Het zandcunet moet minstens een dikte hebben van 1,35 m over de gehele breedte van de openbare ruimte. Onder het zandcunet dient over een minimale breedte van 5 m een diepcunet aangebracht te worden met een dikte van 0,9 m. Hoe breder en dikker het zandcunet, hoe effectiever de werking daarvan. Het zand heeft een doorlatendheid van minimaal 7 m/d (zie box 1 t/m box 3).

99

criteria doorlatendheid basisvan van korrelgrootteverdeling korrelgrootteverdeling BOX1:BOX1: criteria doorlatendheid opopbasis

Kelderbouw

De doorlatendheid wordt getoetst op de volgende criteria:

Gemeente

Ontwikkelaar

De doorlatendheid wordt getoetst op de volgende criteria:

De afdeling VTH (Vergunningen, Toezicht & Handhaving) toetst bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de aanleg van een kelder of deze grondwaterneutraal is.

Laat bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de aanleg van een kelder zien dat het voldoet aan het Paraplubestemmingsplan grondwaterneutrale kelders en afwegingskader grondwaterneutrale kelders.

■ Criteria 1: Het lutumgehalte (<2 µm) moet kleiner zijn dan %.  Criteria 2:Het te verwerken zand moet voldoen aan 1,5 het gestelde in 22.06.03 van de ■ Criteria 2: Het RAW te verwerken zand moet voldoen aanµm het gestelde in 22.06.03 van de 2015. Dit betekent dat de fractie <63 kleiner moet zijn dan 15 % (zand in RAW 2015. Dit betekent dat de fractie <63 µm kleiner moet zijn dan 15 % (zand in zandbed). zandbed). ■ Criteria 3: De van3:Kozeny met:  wet Criteria De wet van Kozeny met:

Controleert of de plannen van de ontwikkelaar grondwaterneutraal zijn.

Aanvullend op het Paraplubestemmingsplan grondwaterneutrale kelders en afwegingskader grondwaterneutrale kelders dient de ontwikkelaar een drainagestrook met een doorlaatvermogen (kD) van minimaal 7 m²/d onder- en langszij de kelder aan te brengen. De drainagestrook dient door te lopen tot aan de kavelgrens, zodat de drainagestrook wordt verbonden met het goed doorlatend zandcunet onder de wegen in de openbare ruimte.

Waterberging Gemeente

Ontwikkelaar

Controleert of in de plannen van de ontwikkelaar de groenzones en binnentuinen voldoende waterberging en -infiltratiecapaciteit hebben.

■ Treft voorzieningen, bijvoorbeeld in de binnentuinen of op het dak, om de waterberging te vergroten. ■ Gebruikt hemelwater voor het beregenen van het groen in plaats van direct lozen. ■ Laat tijdens het ontwerp van de groenzones en binnentuinen door de gemeente toetsen op beschikbare waterberging en infiltratiecapaciteit.

Criteria 1: Het lutumgehalte (<2 µm) moet kleiner zijn dan 1,5 % .

ne=poriëngetal=0,36 0,36 ne=poriëngetal=

k  245.000 *

ne3 * U 2 (1  ne ) 2

U

0,4343 1 1 *(  ) log(d 60 )  log(d10 ) d10 d 60

Een korrelgrootteverdelingsdiagram van zandfractie en de D10, D50 en D60 dienen te worden bepaald. De gewichtspercentages van volgende fracties moeten hiervoor worden bepaald: ■ <2 µm Een (lutum) korrelgrootteverdelingsdiagram van zandfractie en de D10, D50 en D60 dienen te ■ <16 µmworden of 20 bepaald. µm (slib) De gewichtspercentages van volgende fracties moeten hiervoor worden ■ <63 µmbepaald: (silt) ■ <90 µm  <2 µm (lutum) ■ <125 µm  <16 µm of 20 µm (slib) ■ <180 µm  <63 µm (silt) ■ <250 µm  <90 µm ■ <500 µm  <125 µm <180 µm ■ <2000 µm (zand)  <250 µm ■ >2000 µm (grind)  <500 µm  <2000 µm (zand) Daarnaast het gewichtspercentage van de droge stof:  >2000 µm (grind)

■ Organische stof (humus) ■ CalciumDaarnaast Carbonaat (CaCO3) het gewichtspercentage van de droge stof:  

Organische stof (humus) Calcium Carbonaat (CaCO3)

BOX 2: monsterneming Monsterneming bij de bron De monsterneming om de doorlatendheid te bepalen kan worden gecombineerd met de keuring op chemische parameters. Voor de keuring op chemische parameters is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. In het kort komt het erop neer dat een partijgrootte wordt gehanteerd van maximaal 10.000 ton of 2.000 ton (bij ernstig verontreinigde of asbestverdachte grond) en een monsternemingsraster van 2 maal 50 grepen zodat een uniforme werkwijze ontstaat. De precieze werkwijze en uitzonderingen staan in protocol 1001 van de SIKB[31]. Binnen het project Hamerkwartier wordt deze werkwijze wordt ook gevolgd voor de bepaling van de doorlatendheid (civieltechnische eigenschap). Afhankelijk van de civieltechnische uniformiteit van het zand dient een partijgrootte van maximaal 10.000 ton of 2.000 ton te worden gehanteerd.

100

101

BOX 3: monsterneming

Bodemkenmerken

In situ meting Na het aanbrengen van het zand op locatie dienen in situ doorlatendheidsmetingen te worden uitgevoerd. De doorlatendheidsmetingen dienen volgens de “Constant Head” methode uitgevoerd te worden en volgens de richtlijnen van Rioned: www.riool.net/doorlatendheidsmetingen-in-het-veld-in-situ-

Gemeente

Ontwikkelaar

Zorgt ervoor dat er bodemonderzoek is uitgevoerd voorafgaand aan de herprofileringen van de openbare ruimte en dat er in de openbare ruimte grondverbetering wordt toegepast om de waterhuishouding binnen het gebied te verbeteren.

Zorgt ervoor dat voorafgaand aan de herontwikkeling de aard en omvang van alle mogelijke verontreinigingen in kaart zijn gebracht en de daaruit volgende belemmeringen

Toetst bij de planvorming van de individuele ontwikkelaars of bij de eventuele saneringen op de kavels voldoende rekening wordt gehouden met het voor-komen van verspreiding van verontreinigingen naar de schone wegcunetten.

Zorgt ervoor dat er geen verontreinigingen vanaf de kavels in de schone wegcunetten komen en legt derhalve de meldingen bodem voor ter toetsing aan de gemeente voordat deze worden ingediend.

Het aantal metingen is afhankelijk van de kavelgrootte. Een richtlijn hiervoor staat weergegeven in onderstaande tabel: oppervlakte kavel (m2)

Aantal boringen en metingen

<500

2

500-1.000

3

1.000-5.000

5

5.000-10.000

6

Archeologie

>10.000

>6

Gemeente

Ontwikkelaar

Doet afhankelijk van de diepte en de locatie aanvullend onderzoek van ondergrondse werkzaamheden in de openbare ruimte

Doet aanvullend archeologisch bodemonderzoek bij bodemingreep, locatie en diepte-afhankelijk.

Ondergrondse kadeconstructies Gemeente

Ontwikkelaar

Onderneemt geen actie omdat op basis van het geohydrologisch onderzoek is gebleken dat de ondergrondse kadeconstructues geen belemmeringen vormen voor de ontwikkelingen van de ontwikkelaars binnen het Hamerkwartier.

Indien ontwikkelaar concludeert dat damwanden voor werkzaamheden een obstakel zijn, dient zij deze zelf te verwijderen en onderzoek te doen naar geotechnische gevolgen hiervan.

Zorgt ervoor dat de ondergrondse constructies in de openbare ruimte geen belemmering vormen voor de grondwaterhuishouding c.q. uitstoom naar het oppervlaktewater. Bijlage: Rapportage vooronderzoek ondergrondse obstakels

Bouwrijp maken

102

Gemeente

Ontwikkelaar

Controleert of ontwikkelaar voldoet aan gemeentelijk gestelde bouwrijpmaak-eisen.

Ontwikkelaar dient te voldoen aan alle bouwrijpmaak-principes. Deze worden hieronder verder uitgelicht.

103

Principes bouwrijp maken

Aanleveren gegevens Voor de overdracht worden alle relevante bewijsmiddelen in een overdrachtsdocument aangeleverd. Te denken valt aan: ■ Achtergebleven funderingspalen en -resten dienen te worden ingemeten met x, y en z coördinaten; de inmeting dient te worden aangeleverd in dgn, dwg en pdf formaat. ■ bestek en revisie ■ certificatie aangebracht zand ■ bodemonderzoek, saneringsplan, meldingen ■ evaluaties ■ melding sloop ■ asbestinventarisatie, vrijgave asbestsanering ■ sonderingsonderzoek ■ zettingsverloop zakbakens ■ inmetingen ontgravingsdieptes

Er zijn twee varianten denkbaar bij het herontwikkelen van de kavels in het Hamerkwartier: ■ Autonome (her)ontwikkeling met door te leveren gronden ■ Autonome (her)ontwikkeling zonder door te leveren gronden

Autonome (her)ontwikkeling met door te leveren gronden Indien gronden worden doorgeleverd aan de gemeente, gelden de volgende leidende principes: Vrijmaken locatie van constructies Alle aanwezige boven- en ondergrondse bebouwing, verhardingen, kabels en leidingen, tanks, opslagruimtes, putten alsmede de fundering en funderingsresten dienen tot 0,5 meter onder het niveau van de ondergrens van de nieuw aan te leggen openbare ruimte te zijn gesloopt en geheel verwijderd. Grondverbetering Alle gronden dienen vanaf een vooraf aangegeven diepte te zijn aangevuld met goed doorlatend zand met kwaliteit wonen en dienen aan een minimale K-waarde van 7 m/d te voldoen. Restzetting De door te leveren gronden dienen bij levering en voor de termijn dat kabels en leidingen worden aangebracht te voldoen aan de gemeentelijke restzettingseis (max. 15 cm zetting over een periode van 20 jaar).

Rolverdeling gemeente en ontwikkelaar Kabels en leidingen Gemeente

Ontwikkelaar

Coördinerende taak zodat alle K&L-bedrijven in staat worden gesteld om de ondergrondse infra te verwijderen, verleggen of vernieuwen op basis van een Definitief Tracé Akkoord (DTA).

Tijdens de ontwerpfase dient het project aangemeld te worden op www.mijnaansluiting.nl/project-aanmelden

Gemeente neemt initiatief om de aanleg van een regeneratiestelsel op de markt te zetten.

Indienen van een aanvraag via www.huisaansluitingen.nl voor het aansluiten van de toekomstige ontwikkelingen op de ondergrondse infrastructuur.

Toetsende rol inpandige voorzieningen en huisaansluitingen.

WKO-bronnen in combinatie met centrale waterwater warmtepompen dienen op kavel te worden gerealiseerd, en op het centrale regeneratienet te worden aangesloten. Drycoolers en luchtwaterpompen worden niet toegestaan.

Verhaalclausule Mocht na overdracht van de gronden tijdens de werkzaamheden van de gemeente blijken dat zich in de gronden nog andere funderingsresten en/of andere obstakels of verontreinigingen bevinden die de werkzaamheden van de gemeente hinderen, dan zal de gemeente de kosten van het alsnog verwijderen van deze obstakels of verontreinigingen kunnen verhalen op de ontwikkelaar. De ontwikkelaar verplicht zich om deze door de gemeente te maken kosten te vergoeden.

Dienen rekening te houden met inpandige voorzieningen (trafo’s, datakasten etc.); Dienen zelf bij de K&L-bedrijven de laatste eisen op te vragen met betrekking tot inpandige voorzieningen. Hierbij o.a. rekening houdend met bouwkundige eisen & afstand van middenspanningsruimtes en gevoelige bestemmingen zoals slaapkamers (aan zijkanten en boven- en onder kanten van de ruimtes) i.v.m. elektromagnetische stralingen.

Autonome (her)ontwikkeling zonder doorlevering gronden

Dienen in het voortraject met het Ingenieursbureau van de gemeente Amsterdam en de K&L bedrijven afspraken te maken over de positionering van de inpandige voorzieningen en overige K&L aspecten. Waarbij de ontwikkelaar ook de aard en het benodigde vermogens van de totale energie vraag dient aan te leveren.

Indien er sprake van een autonome herontwikkeling zonder dat er gronden worden overgedragen dan geldt het volgende:

Bodemsanering Indien er sprake is van mobiele verontreinigingen in de door te leveren gronden, dan dienen deze tot zodanig niveau verwijderd te zijn dat er in de toekomst geen sprake kan zijn van herverontreiniging van de openbare ruimte of van de gronden in de directe omgeving.

Bodemsanering Als er sprake is van mobiele verontreinigingen dan dienen deze tot zodanig niveau verwijderd te zijn in de directe omgeving van de openbare ruimte dat er in de toekomst geen sprake kan zijn van verontreiniging van deze openbare ruimte.

Hulpconstructies Indien er op de grens of in de openbare ruimte hulpconstructies voor de bouw worden toegepast dan is de bouwende partij verplicht voorafgaand aan het plaatsen van deze constructies een plan voor het plaatsen en verwijderen van de hulpconstructies met alle BLVC-aspecten aan te bieden ter toetsing. Uitgangspunt is dat alle hulpconstructies verwijderd moeten worden uit de openbare ruimte en dat deze niet achter mogen blijven en in de toekomst geen ondergrondse belemmering mogen vormen. Voorafgaand aan het aanbrengen van de damwanden dient de sleuf gecontroleerd te worden d.m.v. proefsleuven.

Hulpconstructies Indien er op de grens of in de openbare ruimte hulpconstructies voor de bouw worden toegepast dan is de bouwende partij verplicht voorafgaand aan het plaatsen van deze constructies een plan voor het plaatsen en verwijderen van de hulpconstructies met alle BLVC-aspecten aan te bieden ter toetsing. Uitgangspunt is dat alle hulpconstructies verwijderd moeten worden uit de openbare ruimte en dat deze niet achter mogen blijven en in de toekomst geen ondergrondse belemmering mogen vormen. Voorafgaand aan het aanbrengen van de damwanden dient de sleuf gecontroleerd te worden d.m.v. proefsleuven.

104

De netaansluitingen worden in 3 fases gerealiseerd. I.v.m. de netcapaciteit dienen alle PV-systemen op geleverde 3 fases te worden aangesloten.

Kadeconstructies Gemeente Aanvankelijk van de onderhoudstatus en het eigendom van de kades zal de gemeente het initiatief nemen voor het vervangen van de kades Bijlage: Rapport inspectie en beoordeling kadeconstructie Hamerkwartier (Fugro)

105

Regie op de openbare ruimte, door BLVC-kader en Impactanalyse Gemeente

Ontwikkelaar

Opstellen BLVC-kader

Opstellen BLVC-uitvoeringsplan voor ontwikkelingen op eigen kavel.

Toetsen BLVC-uitvoeringsplannen ontwikkelaars. Opstellen BLVC-uitvoeringsplan openbare ruimte. Bijlage: Generieke BLVC-kader Hamerkwartier

Verlichting In het projectgebied van het Hamerkwartier sluit de keuze voor de soort van verlichting in de openbare ruimte aan op het Amsterdamse beleid - Puccini. Dit betekent dat het 21e eeuw armatuur wordt toegepast. Het armatuur wordt op meerdere manieren ingezet: een staande mast enkel en dubbel, en hangende armatuur.

kabels welke met inbouwankers aan de gevel zijn bevestigd.

Gezien de dichtheid van de bebouwing is er gekozen om in de hoofstructuur en op bijzondere plekken lichtmasten toe te passen en in de zijstraten door middel van hangarmaturen. Deze armaturen hangen in een vast ritme om goede en evenredige verlichting te garanderen. De hangarmaturen hangen op ca. 5,50m boven het maaiveld aan span-

De ontwikkelaar dient tijdens het ontwerpproces rekening te houden met de benodigde technische voorzieningen voor het aanbrengen van spankabels en hangarmaturen in de spouwmuren en in de gevelconstructie. De bevestigingsankers, voedende kabels en voedingskast kunnen tijdens het ontwerp en de bouw in de constructie integraal opgenomen worden. Hierdoor wordt voorkomen dat de voorzieningen na de bouw als opbouwelementen apart aan het pand aangebracht moeten worden.

Principe locaties hangverlichting

Verlichting Gemeente

Ontwikkelaar

Opstellen definitief verlichtingsontwerp tijdens planontwikkeling

Dienen zelf bij het Ingenieursbureau van de gemeente Amsterdam de laatste eisen op te vragen van de bouwkundige voorzieningen Afstemming tijdens het ontwerpproces met het Ingenieursbureau van de gemeente Amsterdam over de positionering en de bouwkundige eisen

106

107

Regie op de openbare ruimte, door BLVC-kader en Impactanalyse BLVC-kader, faseringsdraaiboek en impactanalyse Om regie te voeren op de openbare ruimte en alle uitvoeringswerkzaamheden in het Hamerkwartier op elkaar af te stemmen, maken we gebruik van een aantal producten. Allereerst het BLVC-kader. Hierin zijn de generieke uitvoeringseisen opgenomen die de gemeente stelt aan werkzaamheden in (en/of met invloed op) de openbare ruimte. Daarnaast hanteren we het faseringsdraaiboek voor het gehele gebied en de impactanalyse. Tot slot de impactanalyse. Bouwen in een gebied in transitie vereist continu analyseren, faciliteren, faseren, coördineren en handhaven van afspraken. Hoe zijn de verschillende verkeersstromen in het gebied geborgd en welke projecten zijn wanneer in uitvoering? Hoeveel (bouw)ruimte kan er eigenlijk per project onttrokken worden aan de openbare ruimte? Dit wordt in de impactanalyse door de BLVC-adviseur (samen met het technisch team

Hamerkwartier) proactief verkend. Zo vinden we potentiële knelpunten tussen geplande werkzaamheden en de activiteiten van de huidige gebruikers en kunnen we die zo mogelijk preventief aanpakken. Naast organisatorische en communicatieve maatregelen, kunnen dat tijdelijke maatregelen in de openbare ruimte of aan de infrastructuur zijn. Indien de impactanalyse hiertoe aanleiding geeft, worden ook eventuele ‘nadere uitvoeringseisen’ vastgesteld.

Rol projectorganisatie bij BLVC van planvorming tot uitvoering

Proces

In gebiedsontwikkeling/gebieden in transitie maken we onderscheid tussen gemeentelijke kavels, particuliere initiatieven en civiele werken/openbare ruimte. Het initiatief en de regie op de planvorming van de gemeentelijke kavels en de civiele werken/ openbare ruimte ligt bij de projectorganisatie (gemeente Amsterdam). Bij deze ontwikkelingen worden in de tender of aanbesteding de minimale eisen al als bindend document meegegeven, zoals het BLVC-kader.

Elk project krijgt altijd het vastgestelde BLVC-kader Hamerkwartier mee (generieke uitvoeringseisen), plus eventuele aanvullende projectspecifieke eisen (voortkomend uit de impactanalyse). Op basis hiervan stelt de ontwikkelaar (of doorgecontracteerde bouwaannemer) of de maaiveld/infra-aannemer van een project een BLVC-uitvoeringsplan op.

De fase van planvorming wordt afgesloten met een ondertekening van een realisatieovereenkomst die uitmondt in een erfpachtwijziging of (anterieure) overeenkomst (bij ontwikkeling met bestaande rechten), een kavelpaspoort (bij uitgifte nieuwe kavels) of een civiel contract (civiele werken).

Voor infra/openbare ruimte projecten kan de gemeente er ook voor kiezen om zelf al het BLVCuitvoeringsplan op te stellen en deze mee te geven aan de aannemer.

Een groot deel van de plannen zal echter op initiatief van de markt tot stand komen. Door middel van een planontwikkelingsproces wordt er een ontwikkelovereenkomst gemaakt. Het BLVC-kader vormt daarbij een bijlage en is hiermee ook privaatrechtelijk verankerd met de betreffende contractpartij. De contractpartij is verantwoordelijk voor eventuele doorcontractering aan bouwende partijen. Eventueel aanvullende projectspecifieke uitvoeringseisen worden bij de VO-toets meegegeven en/of opgenomen in de realisatie- of uitvoeringsovereenkomst of erfpachtaanbieding. De projectorganisatie heeft bij de start van de BLVC-voorbereiding een faciliterende rol en informeert de ontwikkelaar, bouwer of aannemer proactief over het BLVC-proces en geeft input t.a.v. projectspecifieke belangen en stakeholders. Op initiatief van de bouwer of civiele aannemer (voor

108

Het Generiek BLVC-kader + de impactanalyse bevatten bij elkaar de generieke en project-specifieke uitvoeringseisen, gebaseerd op de WAT, WAAR en WIE. Een BLVC-uitvoeringsplan bevat de toelichting op HOE in woord en beeld. De maatregelen die nodig zijn om een goede balans te creëren tussen veilig en efficiënt werken en het handhaven van de bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid van de directe omgeving’. Voorkomen, verminderen en beheersen van knelpunten door o.a. slimme bouwmethode en logistiek huur contract

bereikbaar veilig

WIOR vergunning

bouwenveloppe veilig

leefbaar

openbare ruimte

kavelpaspoort

tijd bouw

zover van toepassing) kan een eerste conceptplan worden voorbesproken. Dit kan vertraging in het verdere traject voorkomen. Vanaf start uitvoering worden de eisen op het gebied van bereikbaarheid en de kwaliteit van de openbare ruimte gehandhaafd via de WIORprocedure (Werken In De Openbare Ruimte). Het BLVC-uitvoeringsplan, dat is uitgewerkt op basis van de eisen uit het BLVC-kader, is onderdeel van de verleende WIOR-vergunning. De handhaving wordt uitgevoerd door Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte (THOR). Uiteraard blijft de projectorganisatie vanuit haar privaatrechtelijke rol ook toezien op naleving van de afspraken.

109

bouw kavel

5

Blokpaspoorten In dit deel wordt de ontwikkelruimte nader gepreciseerd voor zowel de ruimtelijke als de programmatische mogelijkheden. Op die punten waar de ontwikkelruimte meetbaar is en in cijfers uit te drukken, is dit een kwantitatief kader. Denk aan bouwhoogtes en maatvoering bouwvelden en straatprofielen, maar ook aan de hoeveelheid en de samenstelling van het mogelijke programma en functies. Daarnaast komen duurzaamheidsrandvoorwaarden terug in algemene zin en per ontwikkelveld.

Algemene blokinformatie Hieronder worden een aantal algemene randvoorwaarden opgesomd, die gelden voor alle ontwikkelingen in het Hamerkwartier. Daarna volgen de duurzaamheidsprincipes, zowel op blokniveau als blok overschrijdend. Vervolgens komen de parkeernormen voor de ontwikkelingen in het Hamerkwartier aan bod. Ten slotte wordt per ontwikkelveld het blokpaspoort gepresenteerd. Opbouw Elk blok kent een basement van maximaal 17 - 21m hoog. Boven het basement worden torens gerealiseerd tussen de 45 - 60 m, waarbij op een aantal locaties afwijkingen voorkomen. Naast elke toren wordt een loods ontwikkeld van 1.000 m2 en 9 m hoog, waarop een daktuin gesitueerd wordt. Hierdoor ontstaat een wisselend basement van loodsen tot 9m en woongebouwen tot 17- 21 m.

Groen Minimaal 40% van de kaveloppervlakte moet groen worden ingericht, dit kan op het dak of op gevels. Minimale gronddekking dak 10 cm. Wanneer beplanting en/of bomen worden geplaatst is 0,5 - 1,0m gronddekking nodig op het dak. Rainproof De kavels moeten hemelwaterneutraal zijn. Dit betekent dat 60 liter per m² oppervlak (60 mm) op eigen kavel moet worden geborgen of geïnfiltreerd en maximaal 1 liter per m² oppervlak per uur (1l/ m²/uur) geloosd mag worden op het openbaar riool (via een geknepen afvoer).

Tussenruimte Bij bedrijfsfuncties kan gevel 2 - 5 m teruggelegd worden waar mogelijk, ten behoeve van tijdelijke opslag. Deze tussenruimte is openbaar toegankelijk en wordt niet afgeschermd.

Afval In de openbare ruimte worden afvalinzamelpunten georganiseerd door de gemeente, bedoeld voor de woonfuncties van Hamerkwartier. Voor niet-woonfuncties wordt dit inpandigopgelost. Bedrijven en andere gebruikers dienen dit zelf, uit het zicht, op te lossen.

Parkeren Op eigen kavel waarbij een verdiepte parkeergarage verplicht is. De entree bevindt zich aan de hoofdstructuur wegen. Parkeernorm zie pagina118.

Mechanische ventilatie Alle gebouwen dienen te worden voorzien van een mechanische ventilatie die bij een externe calamiteit handmatig moet kunnen worden uitgeschakeld.

Fietsparkeren Voor fietsparkeren wordt de Nota parkeernormen fiets en scooter gebruikt. Zie hoofdstuk beeldkwaliteit voor kwalitatieve randvoorwarden

Bezonning op gevels Voor bezonning op de gevel van woningen wordt binnen Amsterdam vaak een afgeleide gehanteerd van de lichte TNO norm. De TNO-norm geeft ten aanzien van de bezonningsuren een richtlijn. In de afgeleide norm wordt uitgegaan van minimaal 2 bezonningsuren per dag in de periode tussen 21 maart en 21 september. Noordgevels zijn hiervan

Nutsvoorzieningen Nutsvoorzieningen zoals bijvoorbeeld trafo’s, datakasten etc. worden inpandig ingepast.

110

Natuurinclusief Er moet voldaan worden aan het handboek Natuurinclusief bouwen en ontwerpen in twintig ideeën.

111

zaamheid van Hamerkwartier en de extra gekozen duurzaamheidsambities. Bij het voorlopig en definitief ontwerp zal de duurzaamheidsadviseur van de gemeente de projectdocumenten, berekeningen en tekeningen toetsen en beoordelen. Na oplevering zal steekproefsgewijs gecontroleerd worden of de afgesproken duurzaamheidsmaatregelen daadwerkelijk geïmplementeerd en gerealiseerd zijn.

uitgesloten, aangezien hier geen direct zonlicht op valt. Als uitgangspunt voor bezonning op pocketparken, daktuinen en overige verblijfsruimte in de openbare ruimte geldt de richtlijn dat 2 uur zon, op minstens 50% van het oppervlak moet vallen op 21 maart/ september en 4 uur op minstens 50% van het oppervlak op 21 juni.

Uitgangspunten en ambities Duurzaam & gezond Hamerkwartier Algemeen

Uitgangspunt ■ De inschrijver/ontwikkelaar onderschrijft de bouwregels en duurzame ambities van Hamerkwartier en neemt deze mee bij de opzet en uitvoering van de ontwikkeling op de kavel.

Energie

Uitgangspunt ■ (Bijna) Energieneutrale of energieleverende nieuwbouw met voor woningbouw de volgende BENG-waarden: BENG 1 ≤ 60kWh/ m² per jaar, BENG 2 ≤ 10 kWh/m² per jaar en BENG 3 ≥ 85% (NTA8800). De overige utiliteitsbouw, oftewel alle andere gebouwen waar geen woningen in komen, moet voldoen aan de BENG-normen zoals uiteengezet in de tabel hieronder. Bij bepaling van BENG3 wordt duurzame energie op locatie/ perceel opgewekt (m.u.v. stadswarmte en koude) conform NTA 8800. ■ Zonnepanelen dienen architectonisch geïntegreerd te worden in het ontwerp van het gebouw.

Amsterdam zet bij de herontwikkeling van Hamerkwartier in op een duurzame en gezonde wijk. Dit is vertaald in spelregels op de onderdelen energie, gezonde materialen en circulair bouwen, groen, water, en duurzame mobiliteit. De spelregels bestaan uit uitgangspunten (eisen) en (te kiezen) ambities. De ontwikkelende partij moet voldoen aan de uitgangspunten en kiest uit de tabel ook minimaal drie thema’s waarbinnen, naast de uitgangspunten, ook ambities gerealiseerd worden. De ontwikkelende partij kan ook zelf binnen de thema’s andere ambities inbrengen.

Duurzaam & Gezond Hamerkwartier In de projectnota zijn de uitgangspunten voor duurzaamheid in het Hamerkwartier vastgelegd. Ondertussen zijn de uitgangspunten duurzaamheid verder gespecificeerd tot spelregels Duurzaam & Gezond Hamerkwartier. Deze spelregels zijn van toepassing op ontwikkelingen in Hamerkwartier en worden ook onderdeel van het Investeringsbesluit Hamerkwartier.

Ambitie ■ Energieneutrale of energieleverende nieuwbouw met een BENG 1 ≤ 60kWh/m²per jaar, BENG 2 ≤ 0 kWh/m² per jaar en BENG 3 ≥ 100% (NTA8800). ■ Toepassing energieopslag in combinatie met smart grid-systeem op de kavel, gekoppeld aan energieopslag/elektrische auto’s.

De in dit document genoemde spelregels worden in een vroeg stadium besproken met de betreffende eigenaar/ontwikkelaar van de kavel. Ze krijgen een plek in de afspraken tussen gemeente en ontwikkelaar en maken onderdeel uit van een overeenkomst. In de uitwerking wordt bij het Voorlopig- en Definitief Ontwerp getoetst op realisatie van de spelregels.

Dit document beschrijft de spelregels en gaat daarbij in op: 1. De spelregels voor de kavelontwikkelingen in Hamerkwartier die in een vroeg stadium besproken worden met de betreffende eigenaar/ ontwikkelaar; 2. De spelregels die een plek moeten krijgen binnen de kaveloverschrijdende werkzaamheden in Hamerkwartier, de gemeentelijke opgave en daarbinnen ook de herontwikkeling van de openbare ruimte. De gemeente beoordeelt de initiatieven van ontwikkelende partijen op de uitgangspunten voor duur-

Uitgangspunt ■ Een aansluiting op aardgas is niet mogelijk, conventionele koelof verwarmingsinstallaties zoals HR-ketels, elektrische boilers of airco’s zijn niet toegestaan. ■ Warmte/koudeopslagsysteem kan op eigen kavel of in samenwerking met omliggende kavels gerealiseerd worden. Bij het ontwerpen van het bodemenergiesysteem dient rekening gehouden te worden met de spelregels zoals vastgelegd in het Bodemenergierapport Hamerkwartier van IF Technology. ■ Inzet voor de nieuwbouw op lage temperatuurverwarming, hoge temperatuurkoeling. ■ Regeneratie van bodembronnen met oppervlaktewater via de collectieve regeneratieleiding Hamerkwartier die de gemeente in ontwikkeling heeft. Hiermee wordt de inzet van dry coolers voorkomen en blijven de daken van gebouwen beschikbaar voor duurzame energieopwekking, groen en waterberging.

Energie: Duurzame warmte en koude levering

In nevenstaande tabel staan per deelthema de spelregels zoals deze per 2020 gelden. Iedere twee jaar (of eerder als dit noodzakelijk wordt geacht) vindt een update van de spelregels plaats.

Ambitie ■ Samenwerking met eigenaren bestaande bebouwing met als doel Hamerkwartier aardgasvrij te maken.

BENG Amsterdam utiliteit

112

Bijeenkomst gebouw

Kantoor

Cel logies

Onderwijs

Sport

Gezondheid

Winkel

BENG1 (kWh/m2/jr)

90

90

160

190

40

40

90 - 350

BENG2

15

20

50

25

35

35

50

BENG3

85

75

75

75

75

75

75

113

Uitgangspunten en ambities Duurzaam & gezond Hamerkwartier Circulaire & gezonde bouwmaterialen

Uitgangspunt ■ De ontwikkeling heeft een MPG ≤ 0,71. ■ Gezonde gebouwen met bouwmaterialen die dat ondersteunen; ■ Geen toxische bouwmaterialen toepassen. ■ Al het hout dat wordt toegepast in het gebouw moet aantoonbaar voldoen aan de beginselen van duurzaam bosbeheer (FSC-keurmerk of vergelijkbaar). Ambitie ■ Toepassen van 25% gerecycled en 50% hernieuwbaar materialen; ■ MPG ≤ 0,5. ■ Hergebruik van materialen of constructies uit bestaande bebouwing. ■ Toepassing van materialenpaspoort.

Gebouwindeling en flexibel/ toekomstbestendig bouwen

Uitgangspunt ■ Gebouwontwerp en indeling die gezondheid van de gebruiker ondersteunt. ■ Adaptief en demontabel bouwen. Denk aan scheiden van drager en inbouw en droge verbindingen zodat het gebouw flexibel en toekomstbestendig is en de indeling desgewenst aangepast kan worden.

Afvalinzameling

Uitgangspunt ■ Faciliteren op kavel dat bewoners hun afval kunnen scheiden in verschillende fracties (glas, papier, PMD (=plastic, blik/metaal en drankenkarton), textiel) zodat deze waardestromen separaat ingezameld kunnen worden via het (ondergrondse) huishoudelijk afvalcontainersysteem in de openbare ruimte. Ambitie ■ Afvalscheiding inclusief Groente Fruit en Etensresten (GFE) fractie.

Groen en biodiversiteit

Uitgangspunt ■ 40% van de oppervlakte van het perceel (ontwikkeleenheid) dient uit hoge kwaliteit groen te bestaan. Deze vergroening kan een plek krijgen op het dak, aan de gevel of op het (verhoogd) maaiveld, binnen de ontwikkeleenheid. Voor het groen op het dak geldt een minimale substraatdikte van 10 cm. ■ Biodiversiteit: minimaal toepassing van drie aanvullende maatregelen natuur inclusief bouwen en ontwerpen per gebouw die bijdragen aan meer biodiversiteit op de ontwikkeleenheid die voor 40% groen is. Denk bijvoorbeeld aan maatregelen voor vogels, voor vleermuizen en voor insecten (bijen en vlinders), toepassing van bijzondere grassen, kruiden, planten, struiken of bomen (op het maaiveld of op een intensief dak). Uw voorstel graag verwerken in een groen plan. Het Amsterdamse handboek Natuurinclusief bouwen en ontwerpen kunt u als inspiratiebron gebruiken.

Water: rainproof en hergebruik water

Uitgangspunt ■ Een gebouw dient een hemelwaterberging te realiseren met een capaciteit van 60 liter per m2 bebouwd oppervlak. ■ De kavels zijn hemelwaterneutraal volgens de meest recente hemelwaterverordening. ■ Opgevangen hemelwater dient hergebruikt te worden voor de bevloeiing van de groenvoorzieningen op de kavel. Ambitie ■ Een hemelwaterberging met een capaciteit van 90 liter per m² bebouwd oppervlak en afvoer volgens de richtlijnen van de meest recente hemelwaterverordening. ■ Hergebruik van water voor toiletspoeling of eventuele andere functies.

Mobiliteit

Uitgangspunt ■ Aantoonbaar voldoende ruimte voor parkeren van (bak)fietsen. ■ Parkeren ondergronds of in de parkeergebouwen; ■ 50% van de parkeerplaatsen wordt ingericht voor elektrisch vervoer waarvan 25% direct een (bi-directioneel) oplaadpunt krijgt en de overige 25% wordt voorzien van mantelbuizen & kabelgoten. ■ Slimme en duurzame bouwlogistiek te verwerken in het BLVCplan dat bouwer dient te maken en voor te leggen aan de gemeente. ■ Zo mogelijk aan-en afvoer van bouwmaterialen over het water. Ambitie ■ Toepassing van deelsysteem voor (elektrische) (bak)fietsen of (elektrische) auto’s op de kavel en daarmee duurzaam mobiliteitsconcept aanbieden aan toekomstige bewoners. ■ 50% van de parkeerplaatsen voorzien van laadpunt en 100% van de parkeerplaatsen voorbereiden. ■ Lokale duurzame energieopwekking koppelen aan opslag van energie in elektrische auto’s.

Ambitie ■ 25% van de gevel voorzien van groene beplanting. ■ Toepassen van 5 maatregelen natuurinclusief bouwen per gebouw. 1 In de berekening van de MPG score in het kader van deze spelregels mogen de PV panelen die toegepast worden bovenop de eisen van het geldend publiekrechtelijk kader m.b.t. energie, worden weggelaten. Dit om tegenstrijdigheid tussen de betere energie score en lagere MPG score te voorkomen.

114

115

Spelregels duurzaamheid gebiedsniveau

Mobiliteit

■ Schone, veilige en bereikbare wijk. ■ Goed fietsnetwerk. ■ Daar waar mogelijk straten inrichten voor langzaam verkeer, waarbij auto’s te gast zijn of verboden zijn. ■ Ruimte in de openbare ruimte reserveren voor stalling van (elektrische) deelfietsen. ■ Faciliteren van duurzame mobiliteits(deel)concepten per kavel en/of faciliteren mobiliteitsconcept voor de wijk, gekoppeld aan de te ontwikkelen hub(s). ■ Elektrificatie gemotoriseerd vervoer. ■ 25% van parkeerplaatsen in de openbare ruimte voorzien van laadpaal. ■ Transport over water.

Overig

■ Bij aanbestedingen van werken door de gemeente wordt ingezet op gezondheid van bewoners en op duurzaamheid. Duurzaamheid wordt verwerkt in het Plan Van Aanpak Bouwlogistiek en het BLVC-kader.

Hieronder staan de duurzame opgaven op gebiedsniveau die een plek gaan krijgen bij de opzet van de gebiedsontwikkeling, het bouwrijp maken, en in de herontwikkeling van de openbare ruimte. Deze onderdelen betreffen werkzaamheden voor de gemeente.

Duurzaam & gezond Hamerkwartier, gebiedsniveau Algemeen

De gemeente neemt de duurzame ambities van Hamerkwartier mee in haar werkzaamheden.

Energie

■ Aardgasvrije wijk, op termijn ook bestaande bedrijven van het gas af. ■ Vaststellen ordening warmte-/koudebronnen via Bodemenergieplan Hamerkwartier. ■ Ruimte bieden voor (systeem)innovaties en warmte-/koudelevering. ■ Ontwikkeling collectieve regeneratieleidingen i.c.m. oppervlaktewater. ■ Toepassing dimbare ledverlichting, op termijn in de gehele wijk. ■ Koppeling bestaande bebouwing en/of omliggende wijken met warmte-/koudevoorziening Hamerkwartier.

Grondstoffen en Materialen

■ 50% circulair materiaal toepassen bij ontwerp, inrichting en beheer openbare ruimte. Dat wil zeggen dat 50% van de ingezette materialen en componenten in de openbare ruimte hergebruikt zijn, hernieuwbaar zijn of een lage milieubelasting kennen. ■ Inventariseren aanwezige componenten en materialen in de wijk Hamerkwartier en opname hiervan in de digitale materialenhub van Amsterdam Noord. Ontwerpers kunnen deze digitale materialenhub gebruiken als basis bij de start van hun ontwerp van de openbare ruimte. ■ Mogelijk opzetten van een fysieke materialenbank Hamerkwartier/Noord voor tijdelijke opslag van grond en of (bouw)materialen ten behoeve van hergebruik.

Groen en Bewegen

■ Groen plan ontwikkelen voor de openbare ruimte in Hamer-kwartier, dat als basis dient voor de groen- en biodiversiteitsstructuur en in de wijk. Realisatie beplantingsplan, realisatie en toepassing natuurinclusieve maatregelen en beheerplan. ■ Aantal bomen in gebied neemt toe. Bomen langs hoofdwegen; ■ 20 sporttoestellen en/of sportvoorzieningen worden in de openbare ruimte aangelegd.

Water

■ Rainproof openbare ruimte (minimaal 60mm/m²/uur), ambitie 90mm/m ■ Aanleg waterberging openbare ruimte/ kade ten behoeve van beregenen groene zones / beplanting

116

117

Parkeernorm Hamerkwartier

veel bedrijven, kantoren en overige functies, zoals voorzieningen. Er is van uitgegaan dat ook het parkeren voor deze functies meedoet in de relatief lage parkeernormen, voor zover het niet gaat om bestaand parkeren op eigen terrein. Voor het berekenen van de parkeernormen voor werken en voorzieningen wordt uitgegaan van de minimum CROW-kencijfers voor zeer sterk stedelijke schil/ overloopgebied. Deze cijfers geven een indicatie van gewenste parkeerplekken die per ontwikkeling maatwerk zijn en in overleg met projectteam Hamerkwartier bepaald worden.

Voor het Hamerkwartier gelden de volgende parkeernormen en uitgangspunten voor zowel wonen als voor werken en voorzieningen. Stap 1 Parkeren voor wonen Parkeren voor wonen op basis van nota parkeernormen auto 2017. Het geldende principe is parkeren op eigen terrein en in het gebied worden geen parkeervergunningen uitgegeven. Om te komen tot het gewenste mobiliteitsmilieu, gelden de onderstaande normen als wenselijke maximumnorm voor wonen. Hierbij is uitgegaan van de gemiddelde parkeernorm voor B-locaties, waarna er een reductie van 30% is toegepast voor het bieden van hoogwaardige kwaliteit fiets- en OV-voorzieningen in en rondom Hamerkwartier. Daarbij is er de mogelijkheid om lagere normen te hanteren binnen de bandbreedte die wordt gegeven in de nota parkeernormen auto.

Stap 3 Dubbelgebruik van parkeerplaatsen Toepassen van dubbelgebruik. Voor de aanwezigheidspercentages wordt gebruik gemaakt van de actuele kencijfers van het CROW. Stap 4 Inzetten van deelmobiliteit Additioneel wordt ervan uitgegaan dat 30% van de parkeervraag van bewoners wordt ingevuld met deelmobiliteit, waarbij één deelauto telkens vier reguliere parkeerplaatsen vervangt.

Stap 2 Parkeren voor werken en voorzieningen Naast woonfuncties krijgt het Hamerkwartier ook

Functie

Bandbreedte normen Nota parkeernormen

Bandbreedte norme Investeringsnota

0,0 – 0,1

0,0 – 0,1

per woning

Middeldure huur

0,0 – 1,0

0,0 – 0,4

per woning

Vrije sector woning < 30 m2 BVO

0,1 – 1,0

0,1 – 0,4

per woning

Vrije sector woning 30 – 60 m2 BVO

0,3 – 1,0

0,3 – 0,5

per woning

Vrije sector woning > 60 m2 BVO

0,6 – 1,0

0,6

per woning

0,1

0,1

per woning

0,0 – 0,8

0 – 0,6

Kantoor

Met de opbrengsten hiervan kan een fonds ten behoeve van de realisatie van de mobiliteitshub worden gestart.

■ Realiseren parkeerplaatsen op basis van te ontwikkelen programma en de geldende parkeernorm op basis van het Mobiliteitsplan Hamerkwartier en opgenomen in tabel. Deze cijfers geven gewenste maxima. Hiervan kan worden afgeweken waar gemotiveerd en in overleg met en ter beoordeling door projectteam Hamerkwartier. ■ Realiseren van het deel bezoekersparkeren bewoners (0,1 parkeerplaats/woning); ■ Ontsluiting aan de hoofdstructuur wegen; ■ Parkeervoorzieningen moeten minimaal toegankelijk zijn voor iedereen die een bestemming heeft op de kavel. Indien mogelijk openbaar.

Randvoorwaarden voor het aanbieden van deelmobiliteit

Indien een ontwikkelaar niet kan voldoen aan een of meer van de randvoorwaarden voor parkeren, wordt deze geacht het aantal benodigde parkeerplaatsen af te nemen in een van de mobiliteitshub(s).

Het is van belang dat de deelmobiliteit in een wijk toegankelijk is voor iedereen. Een mobiliteitshub speelt een onmisbare rol in het onderbrengen van de deelmobiliteit en het faciliteren van Mobility as a Service. Naast de mobiliteitshub kunnen ontwikkelaars zelf ook deelmobiliteit aanbieden. Hierbij is het belangrijk dat: ■ De deelmobiliteit geclusterd wordt, zodat deze niet versnipperd over het Hamerkwartier wordt verspreid. Deelauto’s moeten daarom minimaal in clusters van 5 auto’s worden aangeboden; ■ De deelmobiliteit openbaar toegankelijk is voor alle bewoners van Hamerkwartier; ■ Voor het gehele Hamerkwartier hetzelfde Randvoorwaardensysteem wat betreft deelmobiliteit wordt aangeboden.

Eenheid

Sociale huur

Bezoekers wonen

Randvoorwaarden parkeren

per 100 m2 BVO

Gehanteerde parkeernormen (na 30% reductie voor bieden hoogwaardige kwaliteit fiets- en OV-voorzieningen) om te komen tot de gewenste mobiliteitsuitwerking van het Hamerkwartier. Deze normen dienen als richtlijn voor een verdere uitwerking per ontwikkelkavel.

Kaart mobiliteitsstrategie Hamerkwartier 2019 Goudappel Coffeng waarin zoekgebied hub wordt aangegeven.

118

119

Legenda Bouwveld Flexibele rooilijn Verplichte rooilijn. Incidenteel terugspringing t.o.v. architectonisch accentueren van entrees en passages mag Eigendomsgrenzen Zoekgebied entree parkeergarage Openbare ruimte Laagbouw = 9 m Middenbouw ≤ 17 m Middenbouw ≤ 21 m Zoekruimte bouwvlak met middenbouw ≤ 21 m Zoekruimte hoogbouw Zoekruimte daktuin/terras op bedrijfsloods op 9 m (1.000 m2 per hoogteaccent) Zoekruimte pocketpark Te handhaven opstallen (uit cultuurhistorische overwegingen) Te handhaven opstallen Eigen terrein van de te handhaven opstallen Te handhaven karakteristieke gebouwelementen Te conserveren bestemming (TCB) Deels te conserveren bestemming (n.t.b.) Wenselijke doorgang ≥ 8 m Hoogte, footprint en orientatie hoogbouw Bijzonder hoogbouwaccent, maximale hoogte Coördinaat Coördinaat afhankelijk van inmeting van gebouw De ene of de andere positie, n.t.b. Onderbreking middenhoogbouw, min breedte 15 m, max bouwhoogte 9 m (positie indicatief) Zoekruimte clubhuis jachthaven Nader te bepalen ivm oeververbinding De ene of de andere Monumentale boom en zijn kroon

Overzichtskaart blokpaspoorten

120

121

Blokken A1 t/m A3

Blokkaart

Blokinformatie

Locatie: Bouwvelden A1-A3 liggen in de zuidwesthoek van het plangebied, ingesloten tussen het IJ, het Motorkanaal en het Gedempt Hamerkanaal. De Kromhouthal is onderdeel van dit bouwveld en is een identiteitsdrager van de wijk. Uitwerking: Deze uitwerking is een resultaat van een onderhandelingstraject met ontwikkelaar en hun stedenbouwkundig adviseur Urhahn. Ten behoeve van de aanleg van openbare ruimte zal er grond aan de gemeente moeten worden overgedragen. Bloktype: Samengesteld bouwblok met een generieke plint van 21 m, drie hoogte-accenten (1 van 60 m, 2 van 45 m) gekoppeld aan een loods (9 m) met dakterras. Torens kunnen in hoogte variëren, dit wordt in de bouwplanbegeleiding uitgewerkt. Boven de Storkloods is ruimte voor een special. Eigenaarschap: Dit bouwveld kent 1 eigenaar.

Bouwveld oppervlak A1: 13.946 m2 Bouwveld oppervlak A2: 3.849 m2 Bouwveld oppervlak A3: 2.140 m2 Niet-woonfuncties: VO Tech school, sporthal, productieve/creatieve bedrijvigheid, culturele instelling, buurtkamer, leisure, horeca, supermarkt. Te behouden opstallen: Kromhouthal en Storkloods blijven behouden. Pocketpark: Het pocketpark bevindt zich tussen blok A2-A3 of aan de oostzijde van A3. Zie zoekruimte. Special: Er dient ten minste 5m ruimte te zitten tussen de onderkant van de horizontale special en de bovenkant van de loodsen. Hierna genoemde woningaantallen en woninggroottes zijn indicatief en richtinggevend. De verdeling 30-40-30 ligt vast. Wanneer torens worden opgehoogd tot respectievelijk 50m en/of 70m geldt een maximaal programma van 78.000m² BVO.

Legenda

Coördinaten

Bouwveld

A1

Flexibele rooilijn

A X = 123 180.677

Y = 488 337.286

A X = 123 262.395

Y = 488 448.485

B X = 123 171.346

Y = 488 387.480

B X = 123 243.887

Y = 488 547.095

C X = 123 222.219

Y = 488 396.959

C X = 123 291.777

Y = 488 556.023

D X = 123 216.969

Y = 488 425.049

D X = 123 310.166

Y = 488 457.391

Zoekgebied entree parkeergarage

E X = 123 166.199

Y = 488 415.170

Openbare ruimte

F X = 123 164.370

Y = 488 425.009

A3

Middenbouw ≤ 21 m

G X = 123 165.341

Y = 488 425.191

A X = 123 272.626

Y = 488 393.375

Zoekruimte hoogbouw

H X = 123 156.160

Y = 488 474.559

B X = 123 264.563

Y = 488 436.630

I

X = 123 152.830

Y = 488 473.910

C X = 123 312.374

Y = 488 445.543

J

X = 123 151.809

Y = 488 479.279

D X = 123 320.439

Y = 488 402.288

K X = 123 165.230

Y = 488 485.591

Verplichte rooilijn. Incidenteel terugspringing t.o.v. architectonisch accentueren van entrees en passages mag Eigendomsgrenzen

Zoekruimte daktuin/terras op bedrijfsloods op 9 m (1.000 m2 per hoogteaccent) Zoekruimte pocketpark Te handhaven opstallen (uit cultuurhistorische overwegingen)

X = 123 156.511

Y = 488 530.805

Te handhaven opstallen

M X = 123 219.544

Y = 488 542.557

Te handhaven karakteristieke gebouwelementen

N X = 123 227.095

Y = 488 502.052

Deels te conserveren bestemming (n.t.b.)

O X = 123 239.120

Y = 488 491.179

P X = 123 265.019

Y = 488 353.189

Hoogte, footprint en orientatie hoogbouw (* hoogte kan afwijken in gesprek met supervisie commissie)

L

Onderbreking middenhoogbouw, min breedte 15 m, max bouwhoogte 9 m (positie indicatief) Zoekruimte clubhuis jachthaven De ene of de andere Wenselijke doorgang ≥ 8 m Coördinaat

122

A2

123

Blokken A1 t/m A3

Opbouw blokvolume

Woonprogramma, verdeling naar woningtypen* Totale programma Onderdeel

Te conserveren A1

Bouwveld oppervlak (m2)

4.773

Nieuw A1

10.356

Nieuw A3

Nieuw A4

Nieuw A1-A4

3.849

2.140

190

15.472

20.124

4,3

4,3

4,3

1,5

4,3

3,6

39.809

16.705

9.287

285

66.086

76.442

49.616

49.616

16.470

26.826

Aandeel Wonen (m2 BVO) Aandeel Niet-Wonen (m2 BVO)

Totaal A1-A4

9.173

Dichtheid – Floor Space Index (FSI) Bruto vloeroppervlak bovengronds (m2 BVO)

Nieuw A2

10.356

Woonprogramma, verdeling naar woningtypen sociale huur

Voorbeeld uitwerking

vrije sector

Verdeling per sector (%)

30

40

30

Aantal woningen

185

247

185

gem. m2 BVO per woningtype

75,34

75,34

91,78

gehanteerde factor BVO/GBO

0,73

0,73

0,73

gem. m2 GBO per woningtype

55,00

55,00

67,00

Woonprogramma totaal (BVO)

13.938

18.610

16.979

Niet-woonprogramma

m2 BVO

Bedrijf hybride

400

Commerciele voorzieningen – Detailhandel

2.500

Commerciele voorzieningen – Horeca

800

Sociaal-Maatschappelijke voorzieningen – Onderwijs

7.800

Sociaal-Maatschappelijke voorzieningen – Buurtkamer

120

Sociaal-Maatschappelijke voorzieningen – Sport

3.400

Cultuur

1.500

Nutsvoorziening

ntb (250 gerekend)

Niet-woonprogramma totaal (BVO)

124

middelduur

16.470

125

Blok A5

Blokkaart

Blokinformatie

Locatie: Bouwveld A5 is gelegen aan de zuidzijde van Gedempt Hamerkanaal en de westzijde van de Hamerstraat. Het blok kent een kenmerkend gebouw dat blijft behouden op deze locatie. Bloktype: Samengesteld bouwblok met een generieke middenbouw van 21 m, twee hoogteaccenten (1 van 60 m, 1 van 45 m) gekoppeld aan een loods (9 m) met dakterras. Een deel van de huidige bebouwing en programma blijft behouden.

Bouwveld oppervlak: 4.759 m2 Maximale oppervlakte te bebouwen: 4.142 m2 Niet-woonfuncties: Productieve/creatieve bedrijvigheid Te behouden opstallen: Dit plot kent te behouden opstallen en te conserveren bestemming. Hierna genoemde woningaantallen en woninggroottes zijn indicatief en richtinggevend. De verdeling 30-40-30 ligt vast.

Eigenaarschap: Dit bouwveld kent meerdere eigenaren, waardoor gezamenlijk een plan gemaakt dient te worden. Ten westen van dit plot dient een strook v aan de gemeente overgedragen te worden ten behoeve van de inrichting van de openbare ruimte.

Legenda

Coördinaten

Bouwveld

A X = 123 324.911

Y = 488 460.140

Flexibele rooilijn

B X = 123 306.547

Y = 488 558.643

C X = 123 353.232

Y = 488 567.352

D X = 123 371.597

Y = 488 468.844

Verplichte rooilijn. Incidenteel terugspringing t.o.v. architectonisch accentueren van entrees en passages mag Eigendomsgrenzen Zoekgebied entree parkeergarage Openbare ruimte Middenbouw ≤ 17 m Zoekruimte hoogbouw Zoekruimte daktuin/terras op bedrijfsloods op 9 m (1.000 m2 per hoogteaccent) Te handhaven opstallen (uit cultuurhistorische overwegingen) Eigen terrein van de te handhaven opstallen Te handhaven karakteristieke gebouwelementen Te conserveren bestemming (TCB) Hoogte, footprint en orientatie hoogbouw Onderbreking middenhoogbouw, min breedte 15 m, max bouwhoogte 9 m (positie indicatief) Coördinaat

126

127

Blok A5

Opbouw blokvolume

Woonprogramma, verdeling naar woningtypen Totale programma Onderdeel

Te conserveren

Bouwveld oppervlak (m2)

Nieuw

Totaal

617

4.142

4.759

4,7

4,4

19.600

21.129

14.115

14.115

5.485

7.014

Dichtheid – Floor Space Index (FSI) Bruto vloeroppervlak bovengronds (m2 BVO)

1.529

Aandeel Wonen (m2 BVO) Aandeel Niet-Wonen (m2 BVO)

1.529

Woonprogramma, verdeling naar woningtypen sociale huur 30

40

30

Aantal woningen

53

71

52

gem. m BVO per woningtype

75,34

75,34

91,78

gehanteerde factor BVO/GBO

0,73

0,73

0,73

gem. m GBO per woningtype

55,00

55,00

67,00

Woonprogramma totaal (BVO)

3.993

5.349

4.773

2

Niet-woonprogramma

m2 BVO

Bedrijf regulier

2.984

Bedrijf hybride

1.058

Kantoor

1.443

Nutsvoorziening

ntb

Niet-woonprogramma totaal (BVO)

128

vrije sector

Verdeling per sector (%)

2

Voorbeeld uitwerking

middelduur

5.485

129

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11167466/1