CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 38 Ruimtelijke Ordening (30) Bijlage 2. Toelichting bestemmingsplan

RAAD 17 februari 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Exclusiva Hamerkwartier en het besluit hogere waarden Exclusiva Hamerkwartier VN2021-03551225.761 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

bestemmingsplan_Exclusiva Hamerkwartier (vastgesteld)

blz. 79

strategie waarmee in de komende jaren keuzes kunnen worden gemaakt in de ontwikkeling van de stad. De doelstelling is niet alleen de groei te accommoderen, maar ook om kwaliteit aan de stad toe te voegen. Daarbij spelen meerdere uitdagingen. Het aantal inwoners stijgt en daarmee ook de vraag naar woningen en nieuwe woonmilieus. Ook het aantal bezoekers en toeristen groeit snel. De snel groeiende bedrijvigheid verandert van karakter. De kennisintensieve en creatieve economie nestelt zich bij voorkeur in het hart van de stad, tussen de bewoners en de uitgaansgelegenheden. De klassieke scheiding tussen wonen en bedrijvigheid is steeds minder makkelijk te maken. Daarnaast staan steden voor een enorme duurzaamheidsopgave. Gemengde stedelijke milieus, functioneel en qua bevolkingssamenstelling, zijn het best in staat aan deze ontwikkelingen ruimte te bieden. Met het vaststellen van Koers 2025 is de focus op werken voor het Hamerkwartier genuanceerd. Werd er aanvankelijk een werk-woonmilieu geambieerd, waarbij werken het primaat behield, nu ligt het accent op een woonwerkmilieu. Met dit bestemmingsplan wordt bijgedragen aan bovenstaande beleidsopgave, zoals een versnelde woningbouwontwikkeling en het totstandbrengen van het gewenste woonwerkmilieu. 3.4.4

Ruimte voor de economie van morgen

De visie Ruimte voor de Economie van Morgen is de economische uitwerking van de stedelijke groeistrategie Koers 2025. Een onderdeel van de Ruimte voor de Economie van Morgen is de verdere (her)ontwikkeling van het waterfront langs het IJ en een uitbreiding van de binnenstad om drukte te spreiden. Het Hamerkwartier sluit hier enkel om haar locatie nabij het centrum en het IJ direct bij aan. Hamerkartier Naast het realiseren van woningbouw stelt het college zich ten doel om Amsterdam verder te ontwikkelen als economische motor, zodat de stad werkgelegenheid kan bieden aan haar inwoners en die van de metropoolregio. Door aan te sluiten op hedendaagse vestigingstrends en -behoeften biedt stedelijke ontwikkeling ook kansen voor economische groei. Bij de ontwikkeling van Amsterdam wordt daarom nadrukkelijk ook ruimte geboden aan bedrijvigheid. Daarmee keert de stad terug naar haar bouwtraditie van de negentiende eeuw, toen in de wijken wonen en werken werden gecombineerd. Integratie van bedrijven is belangrijk voor Amsterdam om economisch en sociaal divers te blijven en om ook in de toekomst plek te bieden aan verschillende soorten bedrijvigheid. Deze visie is geconcretiseerd in Ruimte voor de Economie van Morgen, de in mei 2017 vastgestelde economische uitwerking van Koers 2025.

Gemeente Amsterdam

blz. 80

Kansenk aart 'Ruimte voor de economie van Morgen' In Ruimte voor de Economie van Morgen is voor het Hamerkwartier de opgave geformuleerd om het gebied verder te ontwikkelen als productieve en creatieve wijk. Een productieve wijk is een woon-werkwijk met bedrijvigheid die verenigbaar is met wonen, of een wijk waarin door het nemen van technische maatregelen deze functiemenging mogelijk is. Dit houdt in dat in het Hamerkwartier zoveel mogelijk ruimte wordt geboden aan moderne creatieve dienstverlening, maakindustrie, productiebedrijven (mix van design, research, productie- en kantoorruimte) en ambachtelijke maakbedrijven op het gebied van mode, voeding, design, enzovoort. 3.4.5

Bedrijvenstrategie Amsterdam 2020-2030

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam heeft op 15 april 2020 de Bedrijvenstrategie 2020-2030 'Amsterdam Duurzaam Productief' vastgesteld. Het doel van het college is om in Amsterdam voldoende ruimte te houden voor productie en bevoorrading van de stad (o.a. bedrijven in maakindustrie, ambachten, stadslogistiek, groothandel en reparatie). De komende jaren gaat de gemeente de ruimte op bedrijventerreinen beter inzetten, zodat meer bedrijven zich er kunnen vestigen, en 500.000 m2 (dat is 70 voetbalvelden) bedrijfsruimte ontwikkelen in nieuwe stedelijke wijken, waar wonen en bedrijvigheid samen kunnen gaan. De Bedrijvenstrategie kent vier doelstellingen: 1. 2. 3. 4.

maximaal de kansen benutten om bedrijvigheid en wonen te combineren, het bestendigen, intensiveren en verduurzamen van bedrijventerreinen, selectief omgaan met de laatste vrije kavels op bedrijventerrein, een regionale aanpak voor bedrijfslocaties.

bestemmingsplan_Exclusiva Hamerkwartier (vastgesteld)

blz. 81

Afbeeldingen uit Bedrijvenstrategie Amsterdam 2020-2030 Amsterdam staat bekend om haar ondernemerschap en bedrijvigheid, die zorgen voor goede banen en kansen voor Amsterdammers en ver daarbuiten. De logistiek en (maak) industrie zijn de machinekamer van de economie in de regio. De ruimte voor deze bedrijven is echter aan verandering onderhevig, mede omdat in de stad veel woningen nodig zijn. Nieuwe stedelijke wijken zijn gepland op bedrijventerreinen zoals het Hamerkwartier, Cruquius, Sloterdijk I Zuid en Overamstel. Op de langere termijn wordt Haven-Stad1 ontwikkeld. Met deze transformaties neemt het aanbod aan traditionele vestigingslocaties voor bedrijven af, terwijl de vraag naar bedrijfsruimte juist toeneemt, door o.a. nieuwe economie en toepassingen voor de circulaire economie en de energietransitie. Met de transformatie van bedrijventerreinen zullen zonder aanvullende maatregelen diverse vormen van ambacht, maakindustrie en reparatie uit de stad verdwijnen. Doel van de strategie is om binnen de bredere ontwikkeling van stad voldoende ruimte te creëren en te behouden voor bedrijven, zodat Amsterdam een diverse economie houdt met een inclusieve arbeidsmarkt en duurzaam aantrekkelijk is voor ondernemers. In de Bedrijvenstrategie 2020-2030 is Hamerkwartier opgenomen als één van de bedrijventerreinen waar wonen en werken worden gecombineerd.

Ook binnen het onderhavige bestemmingsplan worden deze kansen maximaal benut. "Hamerkwartier werkt-Bouwstenen voor de realisatie van het Hamerkwartier als Creatieve Productiewijk” Hamerkwartier Werkt is een productie van de 'themagroep werken' binnen Projectteam Hamerkwartier en vormt een onderdeel van de concept Investeringsnota Hamerkwartier. In dit stuk, dat kan worden gezien als een nadere uitwerking van de gemeentelijke bedrijvenstrategie, wordt uitgelegd waarom de gemeente het Hamerkwartier als Creatieve Productiewijk wil ontwikkelen, wat dat precies betekent en hoe dat te bereiken.

Gemeente Amsterdam

blz. 82

Infographic soorten bedrijvigheid Hamerkartier Het programma van het Hamerkwartier zal voor eenderde gevuld worden door werken. Tweederde van het volume zal bestaan uit wonen. De voorgenomen mix is één van de onderscheidende onderdelen van het plan voor het Hamerkwartier. In de studie Hamerkwartier Werkt (bijlage bij de Investeringsnota) is uitgebreid beschreven hoe de gemeente gaat sturen en faciliteren op behoud en versterken van creatieve bedrijvigheid, kunstenaars en andere vormen van cultureel ondernemerschap. Inzet is om betaalbare atelierruimten, bedrijfsloodsen en bestemmingsplan_Exclusiva Hamerkwartier (vastgesteld)

blz. 83

kantoren met ondersteunende ruimten voor bijvoorbeeld exposities te faciliteren. Dit is vertaald in voorliggend bestemmingsplan. 3.4.6

Amsterdamse Woonagenda

De woonvisie uit 2009 heeft een opvolger gekregen: de Amsterdamse woonagenda 2025. Het college van B&W kiest voor een praktische woonagenda om richting te geven aan de uitdagingen waar Amsterdam wat betreft het wonen voor gesteld staat. Op het gebied van wonen liggen in Amsterdam veel uitdagingen, de woningmarkt staat onder druk in alle segmenten. Tal van exogene factoren hebben invloed op de woningmarkt en de drukte in de stad. Amsterdam komt na ruim vijf jaar uit een economische recessie die de woningmarkt sterk in zijn greep hield. Amsterdam heeft een scala aan beleidsplannen en -programma's ontwikkeld en doelstellingen geformuleerd ten aanzien van het wonen en bouwen in Amsterdam. Deze opvolger is de Amsterdamse woonagenda met als titel Voldoende, betaalbare en kwalitatief goede woningen. De nieuwe visie is gericht op meer bouwen, betaalbare en kwalitatief goede woningen voor alle doelgroepen. Door veel woningen toe te voegen, zal de krapte op de Amsterdamse woningmarkt verminderen en dat zal een drukkend effect hebben op koopprijzen en huren. Dat raakt aan het andere belangrijke doel, een ‘betaalbare’ woningvoorraad. Niet alleen huishoudens in de sociale huursector kunnen last hebben van te hoge woonlasten, ook de bewoners van de vrije huursector en kopers kunnen de problemen ervaren van een krappe woningmarkt met stijgende prijzen.

Het gaat bij die sectoren om verschillende prijsniveaus, maar het is belangrijk om de tendens naar een stijgende verhouding van woonlasten ten opzichte van inkomens over de hele linie te temperen. Dat geldt voor de huidige Amsterdammers en voor de huishoudens die in Amsterdam willen komen wonen. Een voortvarend bouwprogramma is essentieel om de druk op de woningmarkt te verminderen en het wonen betaalbaar te houden. Met het plan “Koers 2025” heeft de gemeente Amsterdam de ambitie om tot het jaar 2025 circa 50.000 extra woningen te bouwen. Het programma moet voorzien in voldoende sociale huurwoningen, onder andere voor studenten en jongeren, voor kwetsbare groepen en ouderen, maar ook ruimte voor huurders en kopers in de middeldure, dure en topsegmenten. Nieuwbouw draagt bij aan een gemengde stad. In de Woonagenda 2025 staat de prognose dat er in 2025 een tekort zal zijn aan sociale huurwoningen en middeldure huurwoningen. Ter voorkoming van dat tekort heeft de gemeente een stedelijk uitgangspunt voor de programmering van nieuwbouw geformuleerd: 40% sociale huurwoningen, 40% middeldure woningen (huur en koop) en 20% dure woningen (huur en koop). Dit uitgangspunt is van toepassing op alle plannen waarvoor nog geen investeringsbesluit is vastgesteld en geen contracten zijn gesloten of anderszins juridische en financiële verplichtingen zijn aangegaan.

Het geldt ook voor transformatieprojecten en ontwikkelingen op particuliere grond. Herontwikkeling en leegstandsbestrijding staan echter voorop. Bij transformatieprojecten liggen de percentages iets anders. Dan is de verdeling: 30% sociale huurwoningen, 40% middeldure woningen en 30% dure woningen. Hierbij geldt de aanvullende voorwaarde dat de sociale huurwoningen bij een corporatie worden ondergebracht. In Hamerkwartier zal dit beleid worden overgenomen. Het tekort aan middeldure huurwoningen (maandhuur van € 737,14 tot € 1.027,37 prijspeil 2020) geldt voor heel Amsterdam en voor Noord in het bijzonder. Om tegemoet te komen aan de verwachte behoefte van 11% meer middeldure huur in 2025, verhoogt de gemeente in het Actieplan Meer Middeldure Huur de doelstelling naar 1.500 nieuwbouwwoningen per jaar tot en met 2025. Er worden extra maatregelen genomen om de voorraad middeldure huurwoningen beter aan te laten sluiten op de woningbehoefte en om het wegvloeien van deze woningen te beperken. Dit is verder uitgewerkt in Vervolg Actieplan Meer Middeldure Huur 2020. Middeldure huurwoningen moeten tenminste voor 25 jaar worden verhuurd.

Gemeente Amsterdam

blz. 84

Gedurende die 25 jaar mag de woning niet verkocht worden en worden er grenzen gesteld aan huurverhogingen. Ook worden er eisen gesteld aan de minimale afmeting: kleiner dan 40m2 gebruiksoppervlak (GO) is niet toegestaan. In het middensegment is ook behoefte aan woningen voor gezinnen. Er moeten dus niet alleen kleine middeldure huurwoningen gebouwd worden, maar ook grotere, marktcontraire huurwoningen. Bij grotere projecten, van 800 woningen of meer, is het ook mogelijk om in plaats van middeldure huur, middeldure koopwoningen te realiseren. Een middeldure koopwoning heeft een eerste verkoopprijs tussen de € 183.000 en € 306.000 VON (inclusief afkoop erfpacht, prijspeil 2020). Het uitgangspunt is dat deze woningen marktconform worden gerealiseerd. Per ruimtelijk project wordt bestuurlijk bepaald welk woningbouwprogramma wordt gerealiseerd. Afwijken van het uitgangspunt is mogelijk op grond van specifieke omstandigheden, zoals het woningaanbod in de directe omgeving, de aard en intensiteit van de verdichtingsopgave en de omvang van de financiële effecten op de grondexploitatie. Het Hamerkwartier Hamerkwartier wordt een buurt voor iedereen. Voor jong en oud, Amsterdammer en nieuwkomer en voor allerlei inkomens en gezinssituaties. De circa 6.000 woningen krijgen een grote variatie in prijs, formaat en type.

Dertig procent van alle woningen worden sociale huurwoningen, veertig procent middensegmentwoningen en dertig procent bevindt zich in het dure segment. Ook komen er diverse woningen voor bijzondere doelgroepen, eventueel gecombineerd met zorg. In Hamerkwartier wordt gestreefd naar de volgende verdeling in woningformaten: 30% klein, 45% middelgroot en 25% groot. Er komt in Hamerkwartier ruimte voor circa 300 studenten- en jongerenwoningen. Voor het beoogde woningbouwprogramma voor dit plangebied wordt verwezen naar paragraaf 2.3.3.2. Een belangrijk uitgangspunt bij het woonprogramma is dat alle woningtypen aanpasbaar worden gebouwd, volgens de richtlijn Aanpasbaar Bouwen. Dit zorgt ervoor dat de gebouwen flexibel kunnen meebewegen, mocht er in de toekomst een andere behoefte ontstaan. Zo wordt flexibiliteit voor toekomstige doelgroepen gewaarborgd. Binnen alle prijscategorieën komt een mix aan woningen voor gezinnen, koppels en alleenstaanden. Er is - in het Hamerkwartier - desgewenst ruimte voor collectieve woonvormen. 3.4.7

Kantoorbeleid Amsterdam

Kantorenstrategie 2011/ Actualisering kantorenstrategie 2017 Op 14 juli 2011 is de "Kantorenstrategie Amsterdam" door de gemeenteraad van Amsterdam vastgesteld. De inzet in 2011 was: terugdringen van de kantorenleegstand door beperking van de nieuwbouw, meer transformeren en herontwikkelen van leegstaande kantoren. De strategie was erop gericht om samen met de regio te komen tot een blijvend gezonde en toekomstbestendige kantorenmarkt. Die inzet is succesvol gebleken: de leegstand daalde van 18% naar 12,8% per 1 januari 2017. Sinds die tijd is de dynamiek op de kantorenmarkt sterk toegenomen. Een meerderheid van de Britten stemde voor een Brexit. De economie bloeit, de vraag naar kantoorruimte groeit, er vestigen zich veel kantoorachtige bedrijven in de stad. Dit was aanleiding om te onderzoeken of de huidige strategie nog doelmatig is. Dit heeft geleid tot een actualisering van de kantorenstrategie 2017 'Het juiste kantoor op de juiste plek'. Uit onderzoek blijkt dat er steeds meer behoefte is aan kantoren op gemengde en goed verbonden locaties, ook al op korte termijn (tot 2020). Deze behoefte betreft vooral een kwalitatieve vraag. Ook is er veel behoefte aan kantoorruimte voor kleine ICT, communicatie en zakelijke dienstverlening bedrijven en ruimte voor innovatieve kantoorconcepten op meer informele plekken in de stad.

Er is nog steeds behoefte aan transformatie en leegstandsaanpak op monofunctionele kantoorlocaties.

bestemmingsplan_Exclusiva Hamerkwartier (vastgesteld)

blz. 85

Voor de korte termijn is er voldoende planvoorraad om in de uitbreidingsvraag (inclusief Brexit) te voorzien maar die voorraad ligt niet altijd op de juiste locaties. In de geactualiseerde kantorenstrategie 2017 is het volgende opgenomen: 1. De huidige planvoorraad van 970.000 m² flexibel inzetten waar op korte termijn (tot en met 2020) nieuwe kantoren zijn gewenst te weten Zuidas, Arenapoort, Amstelstation, Lelylaan, Houthaven, Oostenburg en Noordelijke IJoever. 2. Amsterdam gaat door met de transformatie van de monofunctionele kantoorlocaties Amstel III, Riekerpolder en Sloterdijk naar aantrekkelijke, gemengde woon- werkgebieden in de stad. Sloterdijk Centrum en I zijn onderdeel van de gebiedsontwikkeling van Haven Stad. 3. Amsterdam verkent waar vanaf 2020 nieuwe, gemengde gebiedsontwikkeling mogelijk is. De verwachting is dat de leegstand van kantoren, door de vele geplande transformaties en herontwikkelingen, in 2019 is gedaald naar de frictieleegstand van 8%. 4. Bij alle grote gebiedsontwikkelingen zoals Sluisbuurt, CAN gebied en Centrumeiland wordt een gemengd woon-werkmilieu gecreëerd met ruimte voor voorzieningen waaronder kantoren. Die ruimte is flexibel zodat die eventueel tijdelijk kan worden gebruikt voor andere functies afhankelijk van de vraag.

Kantorenplan 2019-2026 Het doel van het kantorenplan 2019-2026 (24 september 2019 vastgesteld door het college van B&W) is een uitgebalanceerde en toekomstbestendige kantorenmarkt waarin op korte en middellange termijn voldoende kwalitatieve woon-werkmilieus beschikbaar zijn voor de uitbreidingsvraag van 125.000 m² kantoor per jaar. Met het kantorenplan 2019-2026 wordt aangesloten op de kantorenstrategie 2017, de Economie van Morgen (de ruimtelijke economische visie van Amsterdam, 2017) en de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 (2019). Ook loopt het kantorenplan 2019-2026 vooruit op de nieuwe omgevingsvisie van gemeente Amsterdam die momenteel wordt ontwikkeld. In het kantorenplan worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Meer en sneller kantoren ontwikkelen om te voldoen aan de marktvraag; Toekomstbestendige kantoren: flexibel, efficiënt, bereikbaar en klimaatneutraal; Transformatie van monofunctionele kantoorlocaties met behoud van werk; Realiseren van gemengde woon-werkmilieus. Voor wat betreft het Hamerkwartier wordt in het Kantorenplan 2019-2026 het volgende aangegeven: ´Door de gunstige ligging aan het IJ, een betere bereikbaarheid door nieuwe verbindingen (zoals de Noord/Zuidlijn en de toekomstige Javabrug) en het wegtrekken van grootschalige bedrijven, kan het Hamerkwartier uitgroeien tot een levendig stedelijk gebied.

Het Hamerkwartier ontwikkelt zich de komende jaren van een bedrijventerrein naar een wijk met ruim 6.000 woningen en veel ruimte voor werken. Het totale programma zal voor 1/3 uit werken en voorzieningen bestaan. Van de circa 130.000 m2 nieuwe werkfuncties die kunnen worden toegevoegd is plek voor circa 50.000 m2 kleine solitaire kantoorvestigingen.' Dit bestemmingsplan sluit hierop aan. Er wordt een gemengd woon-werkmilieu gerealiseerd waarbij ook (creatieve) kantoorfuncties (met een oppervlak van maximaal 1.000 m² per vestiging) deel uitmaken van de gewenste mix.

Gemeente Amsterdam

blz. 86

3.4.8

Detailhandelsbeleid

Op 20 december 2017 heeft de gemeenteraad het nieuwe detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 vastgesteld: Sterke winkelgebieden in een groeiende stad. Het beleid is een aanvulling op de meer algemene kaders van het regionale detailhandelsbeleid en het Amsterdams Ondernemersprogramma 2015-2018: Ruimte voor ondernemers. Amsterdam wil een aantrekkelijke stad zijn voor zowel bewoners als bezoekers, als winkeliers en heeft twee hoofddoelstellingen: 1. Boodschappen dichtbij voor bewoners: met dit beleid wil Amsterdam in de eerste plaats dat bewoners op redelijke afstand van de woning (750 meter loopafstand) dagelijkse boodschappen kunnen doen. 2. Meerdere aantrekkelijke winkelgebieden, ook buiten de binnenstad: Amsterdam heeft als ambitie om meerdere aantrekkelijke winkelgebieden te hebben. Het betreft hier het echte 'winkelen' voor producten die niet elke dag worden gekocht. Voor de verschillende in het beleid onderscheiden typen winkelgebieden gelden in heel Amsterdam algemene beleidsuitgangspunten. Een van de belangrijkste daarvan is dat het winkelaanbod in Amsterdam geclusterd wordt in winkelgebieden en dat nieuwe losse winkelvestigingen in beginsel zijn uitgesloten. Hieraan ligt een aantal redenen ten grondslag. In de eerste plaats heeft clustering van winkels voordelen voor ondernemers én consumenten: alle benodigde boodschappen zijn vlakbij elkaar verkrijgbaar.

In de tweede plaats profiteren ondernemers in winkelconcentraties van elkaars bezoekersstromen. Verder is het voor de overheid efficiënter en duurzamer om een concentratie van winkels te faciliteren met bijvoorbeeld laad- en losplekken voor bevoorrading, voorzieningen voor fietsen etcetera. Het clusteren van detailhandel, en daarmee efficiëntere bevoorrading, draagt indirect bij aan de ambities van Amsterdam voor een schonere luchtkwaliteit. Naast algemeen beleid wordt een specifieke koers gevolgd voor detailhandel in verschillende gebieden. Het bestemmingsplan maakt geen detailhandel mogelijk en sluit daarmee aan bij het gemeentelijk beleid. 3.4.9

Erfgoed voor de stad

Erfgoed bepaalt in hoge mate de identiteit en de kwaliteit van Amsterdam. De cultuurhistorisch rijke en bijzondere woonomgeving is een bepalende factor in het vestigingsklimaat voor nieuwe (internationale) bedrijven en jonge startups. Niet alleen de grachtengordel met het Werelderfgoed maar ook het jongere erfgoed in de 19de-eeuwse ring, de Gordel '20-'40, Nieuw-West en Zuidoost, maakt Amsterdam tot een aantrekkelijke stad. Verborgen in de bodem liggen daarbij archeologische overblijfselen die getuigen van de rijke geschiedenis van de stad. Met “Erfgoed voor de stad (juni 2016)”, de agenda voor erfgoed in een groeiend Amsterdam, wil Amsterdam de komende jaren koersen op het optimaal inzetten van erfgoed bij de transformatie en groei van de stad. Het inventariseren en waarderen van cultuurhistorische waarden (zowel kwantitatief als kwalitatief) hoort hierbij. Dit is immers de basis voor het in beeld te krijgen van de bestaande waarden om deze optimaal te kunnen inzetten. Voor het resultaat van deze inventarisatie en waardering wordt verwezen naar paragraaf 4.14. 3.4.10 Horecabeleidsplan Stadsdeel Noord Het Horecabeleidsplan Amsterdam-Noord 2007-2015: "Voor elk wat wils" heeft als doel een gevarieerder horeca-aanbod in Amsterdam-Noord mogelijk te maken.

Stadsdeel Amsterdam-Noord werkt aan een aantrekkelijk en leefbaar stadsdeel, waar bewoners, bezoekers en ondernemers zich thuis voelen. Daarom wil het stadsdeel een gevarieerd, ruimtelijk en economisch goed functionerend voorzieningenaanbod ontwikkelen. In dat voorzieningenaanbod speelt horeca een belangrijke rol.

bestemmingsplan_Exclusiva Hamerkwartier (vastgesteld)

blz. 87

Horeca heeft volgens het beleid een belangrijke rol vooral in de vernieuwingsgebieden om mensen bij elkaar te brengen. Verder worden de locaties aan het IJ als bijzonder kansrijk gezien om het stadsdeel in positieve zin op de kaart te zetten. In de nota is aangegeven hoeveel extra ruimte er is voor nieuwe horecagelegenheden en is per gebied aangegeven wat voor type horeca mogelijk is. Het horecabeleid is opgesteld in 2007, met een doorkijk tot 2015. In dit kader kan gesteld worden dat het beleid niet meer geheel actueel is. In het beleid zijn diverse transformatiegebieden opgenomen, echter is het Hamerkwartier niet opgenomen als één van deze transformatie gebieden. De nota legt geen specifieke regels op voor het Hamerkwartier gebied. In het algemeen wordt een behoefte aan een divers aanbod van horecagelegenheden omschreven. Door de realisatie van horeca binnen het plangebied wordt in deze behoefte voorzien. Onderliggend bestemmingsplan maakt op beperkte schaal vestiging van nieuwe horeca mogelijk. Hiermee is het bestemmingsplan in lijn met het beleid van het stadsdeel. 3.4.11 Mobiliteitsbeleid Amsterdam groeit en blijft groeien. En dat heeft ook een keerzijde. Het groeiend aantal Amsterdammers, bezoekers en toeristen dat zich verplaatst in onze stad, zet de schaarse openbare ruimte in de stad nog verder onder druk.

Om de stad bereikbaar en veilig te houden en de openbare ruimte toegankelijk en aantrekkelijk, moet de gemeente Amsterdam keuzes maken en maatregelen treffen. Tot 2025 worden er per jaar meer dan 5.000 woningen bijgebouwd. De bevolkingsdichtheid zal toenemen van 5.100 inwoners per km2 nu naar 5.700 in 2030. De sterkste toename van de bevolkingsdichtheid wordt verwacht rondom Sloterdijk, IJ-oevers en Zeeburgereiland. Tegelijkertijd moet de stad wel voor iedereen toegankelijk blijven. Er is simpelweg geen plek voor én de fiets én de voetganger én het OV én de auto naast elkaar. Dat betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden. Op termijn zal het bijvoorbeeld niet meer mogelijk zijn om per persoon een parkeerplek te claimen. Omdat de auto echter een belangrijke rol zal blijven spelen, zal er nagedacht moeten worden over andere vormen. Van individueel naar collectief vervoer. En van bezit naar gebruik. Behorend bij de Mobiliteitsaanpak Amsterdam 2030 (MAA) is een breed pakket aan maatregelen in stelling gebracht, samengevat in de Uitvoeringsagenda Mobiliteit. Concrete maatregelen uit de Uitvoeringsagenda Mobiliteit zorgen voor meer ruimte en betere doorstroming voor voetganger, fietser, ov-reiziger en de automobilist. De Agenda heeft als pijlers doorstroming, creëren van ruimte en, verbindingen. De basis voor alle maatregelen is verkeersveiligheid.

Bijvoorbeeld door voetgangers en fietsers meer ruimte te geven. Soms in combinatie met een verlaging van de snelheid voor auto’s. De uitgangspunten uit MobiliteitsAanpak Amsterdam en de Uitvoeringsagenda Mobiliteit zijn verwerkt in het beleidskader Verkeersnetten. De functie van de verkeersnetten is onder andere de stad bereikbaar houden, zorgen voor een goede bereikbaarheid tussen stadsdelen en goede en veilige doorstroming van het verkeer. De belangrijkste routes voor voetganger, fiets, openbaar vervoer en auto staan in het beleidskader verkeersnetten.

Gemeente Amsterdam

blz. 88

Mobiliteitsplan Noord Het Mobiliteitsplan Noord is vastgesteld op 29 juni 2021 door het college van B&W. Het Mobiliteitsplan Noord schetst het effect van de groei van het aantal inwoners op de bereikbaarheid binnen het stadsdeel. Er is bepaald welke maatregelen nodig zijn om het stadsdeel goed bereikbaar en leefbaar te houden. Bijvoorbeeld als het gaat over parkeergelegenheid, fiets- en voetpaden, ov-verbindingen, deelmobiliteit en knelpunten. De ontwikkeling van het Hamerkwartier is onderdeel van het Mobiliteitsplan Noord. Voor de uitwerking van het mobiliteitsbeleid in het Hamerkwartier wordt verwezen naar paragraaf 4.3 van de toelichting. 3.4.12 Parkeerbeleid Parkeerbeleid auto's In de Nota Parkeernormen Auto (2017) zijn de nieuwe parkeernormen voor auto’s vastgesteld voor nieuwbouw en transformatieprojecten in de stad. De gemeente wil de stad bereikbaar en leefbaar houden met voldoende en aantrekkelijke openbare ruimte en meer ruimte voor de fietser en voetganger. Met de verwachte groei van de stad (woningen, kantoren etc.) is het noodzakelijk dat Amsterdam grenzen stelt aan het aantal geparkeerde auto’s in de openbare ruimte. De nieuwe parkeernormering levert een bijdrage aan de regulering van het aantal geparkeerde auto’s op straat.

Bewoners van nieuwbouw krijgen geen parkeervergunning meer voor parkeren op straat, ongeacht de beschikbaarheid van parkeerplaatsen op eigen terrein. De nieuwe bewoners moeten dus het wel of niet beschikbaar zijn van een parkeerplaats op eigen terrein, meenemen in hun keuze voor een woning. Door de blauwe zone is de parkeerdruk overdag vrij laag (50-60%). Ondanks dat begint de parkeersituatie op verschillende momenten en straten steeds vaker te knellen. De stedelijke ontwikkelingen in het Hamerstraatgebied en de nabijheid van station Noorderpark zullen meer druk leggen op het gebied. Ook vanuit de binnenstad zal de druk toenemen. Buiten de blauwe zone neemt die druk nu al toe. Daarom wordt voorgesteld om de blauwe zone te transformeren naar betaald bestemmingsplan_Exclusiva Hamerkwartier (vastgesteld)

blz. 89

parkeren, waarbij we de aanliggende gebieden ook opnemen in het regime met betaald parkeren (Hamerstraatgebied, noordelijk deel Vogelbuurt, Vogeldorp) . Voor het Hamerkwartier geldt bovendien parkeren op eigen terrein. Dat betekent dat geen parkeervergunningen worden uitgegeven (nulvergunningenplafond).Voor bestaande bedrijven zal worden bekeken of (tijdelijk) maatwerk mogelijk is. Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening is het toegestaan om in een bestemmingsplan regels op te nemen waarvan de uitleg bij de uitoefening van een daarbij aangegeven bevoegdheid, afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels (artikel 3.1.2 lid 2 sub a Bro). Of met andere woorden: het is mogelijk om aanvragen omgevingsvergunningen te toetsen aan (beleids-) regels die niet in het bestemmingsplan zélf zijn opgenomen, maar in een separaat beleidsdocument. Dit betekent dat de werkwijze / het toetsingskader (parkeerbeleid en parkeernormen) bij toetsing van aanvragen voor omgevingsvergunningen vergelijkbaar is met de voorheen gehanteerde werkwijze met de bouwverordening. Het gevolg van de overheveling van juridische grondslag (van bouwverordening naar bestemmingsplan) is dat, net als nu het geval is, omgevingsvergunningen voor bouwactiviteiten en/of afwijking van het bestemmingsplan, ook na inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan, dienen te voldoen aan het gemeentelijk parkeerbeleid.

Met andere woorden: “per saldo verandert er niets wat (bouw-) plantoetsing betreft”. In bestemmingsplannen dient voor het parkeren een algemene voorwaardelijke verplichting te worden voorgeschreven waarmee wordt geregeld dat een omgevingsvergunning slechts kan worden verleend indien voldaan wordt aan het gemeentelijk parkeerbeleid. In navolging van de voorheen geldende werkwijze onder de werking van de stedenbouwkundige bepalingen van de bouwverordening, wordt het maken van een afweging over het parkeerbeleid met voorliggend bestemmingsplan gekoppeld aan besluitvorming inzake omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen. Het geldende parkeerbeleid is uitgebreid uiteengezet in een separate beleidsnota. Op 8 juni 2017 heeft de raad van Amsterdam hiervoor de 'Nota Parkeernormen Auto' vastgesteld met drie moties en twee amendementen. Die zijn verwerkt en de gewijzigde versie van de nota is op 29 november 2017 vastgesteld. Het belangrijkste uitgangspunt van deze nota is dat bij nieuwbouw, bewoners en werknemers in dat gebied geen parkeervergunning krijgen. Het plangebied Exclusiva valt in een zone die in de Nota parkeernormen Auto is aangewezen als B-locatie. Deze locaties hebben goed openbaar vervoer, maar liggen verder van de intercitystations af. Het grootste deel van Amsterdam wordt als B-locatie geclassificeerd.

Hier kiest de gemeente ervoor om naast een maximumparkeernorm in sommige gevallen ook een minimumparkeernorm te hanteren. Bij de toetsing van een initiatief wordt aan de hand van de kencijfers gebieds- en functiespecifiek gekeken of de parkeervraag op eigen terrein moet worden opgelost, of dat de parkeervraag op straat mogelijk is. Bij opvang van de parkeervraag op straat, wordt aanvullend beoordeeld of de werknemers van de betreffende voorziening in aanmerking komen voor een parkeervergunning of niet. Het betreffende gebied is opgenomen in het 0-plafond van vergunningverlening, echter kan vanwege de maatschappelijk functie wel een beroep worden gedaan op een beperkt aantal parkeervergunningen in de openbare ruimte. De parkeerbehoefte voor het plangebied wordt verder uiteengezet in paragraaf 4.3 van de toelichting. Parkeerbeleid fietsen en scooters De gemeente Amsterdam wil voorkomen dat Amsterdammers hun fiets of scooter bij nieuwe woningen of voorzieningen in de openbare ruimte moeten stallen en zo een groot beslag leggen op die ruimte. Daarom worden er voorwaarden en richtlijnen gesteld bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen ten aanzien van het parkeren voor fietsen en scooters in de Nota Parkeernormen Fiets en Scooter welke is

Gemeente Amsterdam

blz. 90

vastgesteld op 14 maart 2018 en bekendgemaakt op 19 maart 2018. In de Nota Parkeernormen Fiets en Scooter zijn bindende fietsparkeernormen voor niet- woonfuncties vastgesteld en niet bindende parkeernormen voor scooters. Daarmee wil Amsterdam zorgen voor: 1. voldoende ruimte voor groen, voetgangers, fietsers, spelende kinderen, terrassen, winkelend publiek; 2. een rustiger straatbeeld; 3. het parkeren van fietsen en scooters faciliteren; 4. het verkleinen van het risico op diefstal, vandalisme en beschadigen van fietsen en scooters. Initiatiefnemers moeten bij nieuwbouw en herontwikkeling in hun plannen voldoende parkeervoorzieningen voor de fiets opnemen. Het vereiste aantal fietsparkeerplekken bepaalt de gemeente aan de hand van parkeernormen, die verschillen per functie. Door de beleidsregels uit deze nota te verankeren in bestemmingsplannen, wordt het verplicht om voldoende (inpandige) stallingsvoorzieningen te realiseren bij niet-woonfuncties, zoals kantoren, winkels, scholen, restaurants, etc. Aan initiatiefnemers van publiekstrekkende bestemmingen wordt gevraagd ook parkeervoorzieningen voor scooters op eigen terrein te realiseren. Dat geldt ook voor bedrijven waar veel medewerkers op de scooter naar hun werk komen. Het uitgangspunt is dat parkeervoorzieningen voor fietsen en scooters altijd op eigen terrein worden gerealiseerd.

Voor het bepalen van de parkeernorm voor fietsen is de gemeente ingedeeld in drie zones. Onderhavig plangebied valt binnen zone 1: er is sprake van hoog fietsverbruik.

zone-indeling normen fietsparkeren voor niet-woonfuncties uit Nota Parkeernormen Fiets en Scooter De normen voor scooterparkeren zijn in tegenstelling tot die voor fietsparkeren niet bindend. De normen worden gehanteerd als richtlijnen. Voor het parkeren van scooters zijn geen CROW-kencijfers. De parkeernormen voor scooters bij niet-woonfuncties zijn gebaseerd op de verhouding tussen het gebruik van fietsen en scooters. Omdat Amsterdammers met de scooter vaak wat langere afstanden afleggen, wordt voor de scooterparkeernormen geen onderscheid gemaakt in zones. De norm is afgeleid van de bestemmingsplan_Exclusiva Hamerkwartier (vastgesteld)

blz. 91

fietsparkeernorm voor zone 1. De Nota Autoparkeren en Nota parkeernormen fietsen en scooters worden in acht genomen bij het voorgenomen initiatief. In de regels van het bestemmingsplan is een dynamische verwijzing opgenomen. In de Uitgangspuntennotitie Parkeren (bijlage bij de toelichting) is de parkeerbehoefte voor het plan Exclusiva verder uitgewerkt. 3.4.13 Agenda Duurzaamheid In de Agenda duurzaamheid 'Duurzaam Amsterdam' is het duurzaamheidsbeleid beschreven. De gemeente wil de verduurzaming van de hoofdstad versnellen. In 2020 kent Amsterdam 20% meer duurzame energie en 20% minder energiegebruik ten opzichte van 2013. Concrete plannen zijn er voor energiebesparing en het versneld aansluiten op stadswarmte van bestaande woningen. De markt zal worden uitgedaagd om nog duurzamer te bouwen. Verdere stimulering van elektrisch vervoer, slimme distributie en de uitbreiding van de milieuzone naar bestelwagens moet de lucht in de stad gezonder maken. In de komende jaren worden 111 scholen gezonder en duurzamer gemaakt. In de Agenda Duurzaamheid staan vijf transitiepaden omschreven waarmee Amsterdam verduurzaming van de stad wil bewerkstelligen. De eerste vier paden gaan over duurzame energie, schone lucht, circulaire economie en een klimaatbestendige stad. Het laatste transitiepad is de verduurzaming van de gemeentelijke bedrijfsvoering.

Voor het Hamerkwartier komen al deze aspecten aan bod en wordt extra ingezet op duurzame energie, klimaatbestendigheid en natuurinclusiviteit. Op het aspect duurzaamheid en het daarbij behorende beleid wordt nader ingegaan in paragraaf 4.9 van de toelichting. Actieplan Schone Lucht 2019 Het Actieplan Schone Lucht beschrijft op hoofdlijnen hoe de gemeente tot 2030 toewerkt naar schonere en gezondere lucht in de stad. In het Actieplan heeft het college de ambitie uitgesproken dat in 2030 overal in de gemeente alleen maar uitstootvrij verkeer rijdt. Daarom heeft de gemeente de volgende mijlpalen verwoord: 2020: Realisatie (diesel)milieuzone binnen ring A10 personenauto's vanaf Euro4 en geografische uitbreiding milieuzones; 2022: ov-bussen en touringcars centrum zijn uitstootvrij (binnen s100 ten zuiden van het spoor) 2025: al het verkeer, waaronder ook taxi's, passagiersvaart, pleziervaart en GVB-veren, maar behalve personenauto's en motoren, is uitstootvrij binnen de ring A10 (voor brom- en snorfietsen geldt de hele bebouwde kom); 2030: al het verkeer binnen bebouwde kom is uitstootvrij. In paragraaf 4.5 wordt ingegaan op het effect van het plan Exclusiva op de luchtkwaliteit. 3.4.14 Beleidskader Grondwaterneutrale kelders Amsterdam heeft nieuwe regels opgesteld voor het aanleggen van een kelder.

Op een aantal plekken in de stad leidt onderkelderen van (onder meer) woningen tot problemen met het grondwaterpeil. Het regent vaker en er valt per bui meer water uit de lucht. Dat hemelwater komt uiteindelijk in het grondwater terecht. Bij aanleg van (meerdere) nieuwe kelders kan het grondwater niet normaal stromen. Dit kan tot overlast en schade leiden doordat op sommige plekken het grondwater te hoog en op andere plekken te laag komt te staan. In bepaalde gebieden leidt dit tot mogelijke schade bij omliggende percelen.

Gemeente Amsterdam

blz. 92

Amsterdam moet een veilige, gezonde en klimaatbestendige woonplek zijn voor iedereen. Daarom is er een afwegingskader Grondwaterneutrale kelders opgesteld. In gebieden waar grondwaterproblemen spelen worden alleen aanvragen voor het aanleggen van een kelder goedgekeurd als die voldoen aan de eisen van een grondwaterneutrale kelder. Het nieuwe afwegingskader is inmiddels opgenomen in een paraplubestemmingsplan: dit bestemmingsplan Grondwaterneutrale kelders is op 7 oktober 2021 door de gemeenteraad vastgesteld en vult alle geldende bestemmingsplannen op dit punt aan. Dit houdt in dat de nieuwe regels gelden voor alle aanvragen voor het aanleggen van kelders onder woningen en andere gebouwen in Amsterdam. Ook in nieuwe bestemmingsplannen die na vaststelling van dit paraplubestemmingsplan in procedure gaan, zoals het onderhavige bestemmingsplan, dienen de vastgestelde regels voor grondwaterneutrale kelders verwerkt te worden. Op basis van het beleidskader en bijbehorende kaart, geldt dat er sprake is van twee verschillende zones: In de zones met gebiedsaanduiding 'overige zone 1' geldt een absoluut verbod. Afwijking van het verbod is binnen deze gebiedsaanduiding uitsluitend mogelijk op basis van een buitenplanse afwijking van het bestemmingsplan.

In de zone met gebiedsaanduiding 'overige zone 2' is een onderscheid gemaakt tussen bouwplannen voor kelders tot en met 300 m2 en maximaal 4 meter bouwdiepte en kelders die groter zijn dan 300 m2 of dieper dan 4 meter. Voor de eerste categorie geldt dat het bevoegd gezag op basis van een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid kan afwijken van het bouwverbod voor kelders, mits de kelder grondwaterneutraal kan worden gebouwd. Om te bepalen of het bouwplan grondwaterneutraal kan worden gebouwd, moet het bouwplan voldoen aan de 'Beleidsregel Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam', die door het college is vastgesteld. Deze beleidsregel is gedestilleerd uit het Afwegingskader dat op 20 januari 2021 door de gemeenteraad is vastgesteld. Voor de tweede categorie geldt dat niet wordt voorzien in inhoudelijke beleidsregels. Om vast te kunnen stellen of een kelder kan worden gebouwd, zal uit een geohydrologisch onderzoek moeten blijken dat het bouwplan grondwaterneutraal kan worden gebouwd en niet strijdig is met de doelstelling die is verwoord in de aanduidingsomschrijving, om van de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid gebruik te kunnen maken. Het gehele Hamerkwartier valt binnen "overige zone 2"; deze zone is dan ook aangeduid op de verbeelding. Verder zijn de bij deze zone behorende regels verwerkt in de planregels van dit bestemmingsplan.

3.4.15 Projectbesluit Hamerkwartier 2018/ Investeringsbesluit Hamerkwartier In 2018 heeft het College van B&W middels het Projectbesluit de uitgangspunten, ambities en kaders voor de transformatie van Hamerkwartier op hoofdlijnen vastgelegd en opdracht gegeven deze verder uit te werken. Bij het bepalen van de opgave voor het Hamerkwartier heeft het bestuur destijds drie speerpunten benoemd. Deze drie bestuurlijke prioriteiten zijn steeds leidraad geweest bij de planvorming: 1. Tempo en volume woningbouwproductie Het gebied wordt ontwikkeld tot een hoogstedelijke wijk. We willen zo snel mogelijk tegemoet komen aan de grote vraag naar woningen in Amsterdam. Vooral de zuidstrook van Hamerkwartier biedt kansen om snel en in grote volumes woningen te ontwikkelen. Binnen een paar jaar na het nemen van het Investeringsbesluit zullen hier de eerste nieuwe gebouwen al gerealiseerd worden. 2. Ongedeelde wijk We willen de omliggende buurten IJplein, Vogelbuurt en Vogeldorp sociaal, fysiek en economisch mee laten profiteren van de ontwikkeling. bestemmingsplan_Exclusiva Hamerkwartier (vastgesteld)

blz. 93

3. Kwaliteit Hamerkwartier wordt een gemengde wijk met een goede mix aan woningen en andere functies. Het wordt adaptief gebouwd, wat wil zeggen dat gebouwen flexibel kunnen worden gebruikt en ook over twintig jaar nog geschikt zijn voor nieuwe functies. Het Hamerkwartier transformeert maar met respect voor de historie van het gebied. Bestaande kwaliteiten behouden hun plek, zoals waardevolle panden en historische structuren. Hieraan voegen we nieuwe kwaliteiten toe, zoals nieuwe maatschappelijke voorzieningen, een mooie openbare ruimte, winkels, horeca en scholen. De speerpunten zijn verder uitgewerkt in het Investeringsbesluit Hamerkwartier. Voor een inhoudelijke samenvatting wordt verwezen naar hoofdstuk 2 van deze toelichting, en naar de Investeringsnota zelf. Met onderhavig bestemmingsplan wordt aangesloten bij deze speerpunten voor het Hamerkwartier; het vormt het eerste ruimtelijke besluit waarmee invulling gegeven zal worden aan de ambities van het Investeringsbesluit Hamerkwartier. Mobiliteitsplan Hamerkwartier Het Mobiliteitsplan Hamerkwartier Amsterdam (2020), en addendum (2021) beschrijft – als onderdeel van de Investeringsnota - de mobiliteitsstrategie en de maatregelen die nodig zijn om de ruimtelijke ambities te realiseren.

Uit het verkeersmodel blijkt dat, met het inzetten op een sterk autoluw Hamerkwartier, het niet nodig is om nieuwe wegen voor autoverkeer te bouwen. De toekomstige passen in de bestaande infrastructuur. Hamerkwartier profteert van de aanwezigheid van het metrostation Noorderpark. Ook is de inzet om meer buslijnen het gebied in te trekken. Wel is het nodig om de rotonde Meeuwenlaan-Johan van Hasseltweg aan te passen tot een geregeld kruispunt. Parkeren in Hamerkwartier wordt op eigen terrein opgelost, er worden geen (nieuwe) parkeerver gunningen uitgegeven. Wel wordt er ruimschoots voorzien in laad en losplekken op straat. Er komt een lage parkeernorm voor wonen, werken en voor overige functies in Hamerkwartier. Voor de woningen wordt ingezet op een gemiddelde parkeernorm van 0,3 plaatsen per woning, met aanvullend 0,1 parkeerplaatsen, per woning voor bezoekers. Dit is conform de Amsterdamse parkeernorm, waarbij een kleinere marge aan de bovenkant van de normen wordt gehanteerd. Randvoorwaarden voor mobiliteit in Hamerkwartier Omdat Hamerkwartier autoluw wordt, hebben we de mogelijkheid om de parkeerruimte op straat anders vorm te geven. Dit wordt een multifunctionele strook voor laden en lossen, groen, fietsparkeren. We stellen een aantal randvoorwaarden voor mobiliteit.

Randvoorwaarden parkeren Parkeerplaatsen realiseren op basis van te ontwikkelen programma en de geldende parkeernorm op basis van het Mobiliteitsplan. Voornamelijk ondergronds parkeren voor bedrijven en voorzieningen, omdat ruimte bovengronds hard nodig is om de overige ambities te realiseren. Het is denkbaar om bij hoge uitzondering tijdelijk bovengrondse plekken te realiseren. Deze zijn dan demontabel of transformeerbaar en deze m2 gaan af van de ontwikkelmogelijkheden op de betreffende kavel. Bezoekersparkeren voor bewoners realiseren 0,1 pp./woning). Ontsluiting aan de Johan van Hasseltweg, Motorkade of Gedempt Hamerkanaal. Parkeervoorzieningen moeten minimaal toegankelijk zijn voor iedereen die een bestemming heeft op de kavel. Als het kan, worden ze openbaar. Voor niet openbare parkeervoorzieningen op kavels geldt dat minimaal 50% van de parkeerplaatsen

Gemeente Amsterdam

blz. 94

wordt ingericht voor elektrisch vervoer, waarvan 25% direct een oplaadpunt krijgt en de overige 25% wordt voorzien van mantelbuizen en kabelgoten. Zo zijn ze voorbereid op de toekomstige installatie van laadvoorzieningen. Als ontwikkelaars niet aan deze voorwaarden kunnen voldoen, kunnen zij parkeercapaciteit afnemen in de mobiliteitshub. Met de opbrengsten hiervan kan een fonds worden gestart waaruit de hub bekostigd wordt. Randvoorwaarden deelmobiliteit De deelmobiliteit wordt geclusterd, zodat het niet versnipperd raakt. Deelauto's moeten minimaal in clusters van vijf auto's worden aangeboden. De deelmobiliteit is openbaar toegankelijk voor alle bewoners van Hamerkwartier. In heel Hamerkwartier wordt hetzelfde systeem van deelmobiliteit aangeboden, het gaat hierbij om een abonnementsvorm. Ontwikkelaars die een eigen parkeergarage realiseren worden gestimuleerd om deelconcepten een plek te geven.

bestemmingsplan_Exclusiva Hamerkwartier (vastgesteld)

blz. 95

Hoofdstuk 4

Milieu- en omgevingsaspecten

4.1

Milieueffectrapport (MER)

4.1.1

Algemeen

Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieubelang een volwaardige plaats in bepaalde plan- en besluitvormingsprocessen te geven. Enerzijds maakt het opstellen van een milieueffectrapport (MER) de initiatiefnemer bewust van de milieugevolgen en anderzijds kan de overheid diverse milieugevolgen in samenhang met elkaar en op een voor de burger transparante wijze bij de besluitvorming betrekken. De regelgeving met betrekking tot de milieueffectrapportage is verankerd in de Wet milieubeheer. Voor sommige plannen of activiteiten geldt direct de verplichting om een MER op te stellen, maar er zijn ook plannen waarvoor het bevoegd gezag moet beoordelen of zij het nodig vindt om ter voorbereiding van een besluit een MER te laten maken (m.e.r.-beoordeling). In het Besluit m.e.r. is opgenomen voor welke activiteiten de m.e.r.-(beoordelings)plicht bestaat. Het gaat dan met name om activiteiten die aanzienlijke nadelige effecten op het milieu kunnen hebben. 4.1.2

Regelgeving

In de Wet milieubeheer en in het daarop gebaseerde Besluit milieu-effectrapportage (Besluit m.e.r.) worden de verplichtingen inzake milieueffectrapportage geregeld. Doel van een m.e.r. is om de milieuaspecten volwaardig mee te kunnen nemen in de besluitvorming. In het MER worden de effecten van de beoogde ontwikkeling voor alle relevante milieuaspecten systematisch in beeld gebracht. Tevens wordt nagegaan of er alternatieven of maatregelen zijn waarmee eventuele negatieve effecten kunnen worden verminderd of voorkomen. In het Besluit m.e.r. staat wanneer een project-m.e.r. of een plan-m.e.r. moet worden opgesteld. Het besluit bevat bijlagen (de zogenaamden C en D-lijst) met daarin overzichten van activiteiten en besluiten waarvoor een project-m.e.r. of plan-m.e.r. verplicht is. Bij de activiteiten horen ook drempelwaarden; niet voor elke activiteit geldt een m.e.r.-plicht, pas als bepaalde drempelwaarden worden overschreden. Naast de m.e.r.-plicht kent de Wet Milieubeheer (Wm) ook een plicht tot het maken van een m.e.r.-beoordeling. Op basis van deze beoordeling dient het bevoegd gezag te beslissen of een activiteit genoemd in het Besluit m.e.r. belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Als dit het geval is, dient er een MER te worden opgesteld.

Wanneer een m.e.r.-beoordeling dient te worden opgesteld is - evenals de m.e.r.-plicht - geregeld in het Besluit m.e.r. 4.1.3

Hamerkwartier en Exclusiva

Met het oog op de transformatie van het gehele Hamerstraatgebied is een milieueffectrapportage (MER) opgesteld. Dit milieuinformatie uit het MER heeft mede ten grondslag gelegen aan het Investeringsbesluit. De ontwikkeling van het plangebied Exclusiva valt onder het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' (Categorie D11.2 uit de D-lijst van het Besluit m.e.r.). Hiervoor geldt een zogenaamde m.e.r.-beoordelingsplicht. Hierbij wordt gekeken of en hoe groot de impact op de leefomgeving is. Voor het plangebeid sec gaat het om een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht; de zogenaamde drempelwaarden worden niet overschreden. Vanwege de omvang van de totale transformatie heeft de gemeente gekozen om voor het Hamerkwartier in plaats van een m.e.r.-beoordelingsnotitie direct een milieueffectrapportage (MER) op te stellen. Het MER is procedureel gekoppeld aan het bestemmingsplan Exclusiva, als eerste ruimtelijke plan. In een MER worden de milieueffecten onderzocht van een ontwikkeling, in dit geval de transformatie van Hamerkwartier. De basis hiervoor vormt het 'stedenbouwkundig voorkeursmodel' (dit wordt in dit MER

Gemeente Amsterdam

blz. 96

het 'projectnota-alternatief' genoemd) uit de Projectnota. In de 'geest van de nieuwe Omgevingswet' zijn dit niet alleen de traditionele milieuthema's als bodem, luchtkwaliteit en geluid, maar ook landschap, cultuurhistorie, energie en sociale inclusiviteit. De effecten op deze thema's bij transformatie van Hamerkwartier worden afgezet tegen de situatie wanneer Hamerkwartier niet ontwikkeld is (de zogenaamde referentiesituatie). Ook is beschouwd of een milieueffect bijdraagt of juist afbreuk doet aan de ambities voor Hamerkwartier. Per thema worden - waar aan de orde - ook mogelijke maatregelen in beeld gebracht die een negatief effect beperken of een positief effect juist versterken. Een Voorkeursalternatief met spelregels voor verdere uitwerking in de Investeringsnota en ruimtelijke plannen De beschouwing per thema en de keuzes voor de diverse voorkeursvarianten per thema leidt tot een aanscherping van het Projectnota-alternatief, die zijn vertaald naar spelregels (deel C van het MER). Het spelregelkader vormt het kader bij de Investeringsnota en nog te nemen ruimtelijke besluiten voor Hamerkwartier, zoals voorliggend bestemmingsplan. Monitoring van de verwachte effecten leidt tot een 'levend' MER Omdat de transformatie van Hamerkwartier over langere tijd plaats vindt, is monitoring van de effecten die voorspeld zijn in dit MER van belang.

Zo kan het opgestelde spelregelkader waar nodig aangepast of aangevuld worden bij een volgend ruimtelijk plan/initiatief als uit deze monitoring blijkt dat de effecten groter/anders zijn en hiermee de ambities voor het Hamerkwartier in het geding komen. Dit maakt dit een levend MER. In het MER is een voorzet voor monitoring opgezet. De exacte wijze van monitoring wordt op een later moment vastgesteld aan de hand van een monitorings-rapportage. Deze rapportage put uit de resultaten van dit MER, maar zal separaat van dit MER worden opgesteld. In het MER Hamerkwartier (zie bijlage) wordt expliciet ingegaan op het plan voor de locatie Exclusiva. 4.1.4

M.e.r.-procedure

De m.e.r. kent enkele verplichte procedurestappen:

bestemmingsplan_Exclusiva Hamerkwartier (vastgesteld)

blz. 97

Procedureel stappenplan van de m.e.r.-procedure. Er is een notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) voor Hamerkwartier opgesteld waarin de thema's en wijze van onderzoek benoemd worden. Deze NRD heeft 6 weken ter inzage gelegen: tussen 18 april en 31 mei 2019. Tegelijkertijd is de NRD naar diverse partijen gestuurd, zoals de Veiligheidsregio, het waterschap, Rijkswaterstaat etc. Dit zijn de wettelijke adviseurs en bestuursorganen en zij hebben advies kunnen geven op de NRD. Daarnaast is ook de Commissie voor de Milieueffectrapportage (Commissie m.e.r.) om een advies gevraagd. Deze Commissie geeft een onafhankelijk advies over het uit te voeren onderzoek. Dit advies is verkregen op 17 juni 2019. Op basis van de informatie uit de terinzagelegging en de advisering op de NRD is dit MER opgesteld. Reacties en adviezen op de NRD zijn samengevat in de Nota van Beantwoording NRD. Hierin is aangegeven op welke wijze de ingediende reacties en adviezen een plaats krijgen in het MER. Op het ontwerp ruimtelijk besluit en het MER (zie bijlagen) heeft eenieder een zienswijze kunnen indienen. De Commissie m.e.r. heeft op 10 augustus 2021 een toetsingsadvies uitgebracht op het MER Hamerkwartier. Naar het oordeel van de commissie heeft het MER veel verschillende aspecten uitgebreid onderzocht. De ambities zijn duidelijk en het MER is goed navolgbaar.

Desondanks signaleert de Commissie bij de toetsing van het MER een tekortkoming. De Commissie adviseert om de parkeerdruk in het studiegebied te onderzoeken en inzicht te geven in de gevolgen hiervan op de omgeving en daarbij de bereikbaarheid van het gebied in een aanvulling op het MER op te nemen. Zij acht deze informatie essentieel voor het volwaardig meewegen van het milieubelang bij de besluitvorming over de gebiedstransformatie. In het advies van de commissie wordt ook een aantal aanbevelingen gedaan. Deze zijn bedoeld om de kwaliteit van de besluitvorming, nu en in de toekomst, te verbeteren. Naar aanleiding van het toetsingsadvies en de daarin opgenomen aanbevelingen is het MER op onderdelen aangevuld. Het MER wordt met het ruimtelijk besluit via het College van B&W door de gemeenteraad van Amsterdam vastgelegd als bijlage bij het bestemmingsplan Exclusiva. 4.1.5

Doorwerking MER in voorliggend bestemmingsplan

In de hiernavolgende paragrafen wordt ingegaan op de onderzochte milieuthema's. Daar waar specifiek nader onderzoek is verricht voor het plangebied wordt volstaan met een korte verwijzing naar het MER. 4.1.6

Conclusie

Voor het voorliggend bestemmingsplan en ten behoeve van de gehele transformatie van het Hamerstraatgebied is een MER opgesteld. De spelregels uit het MER zijn samen met de kaders uit het concept Investeringsbesluit toegepast op het initiatief voor de locatie Exclusiva en doorvertaald naar de regels van voorliggend bestemmingsplan. Het MER is procedureel gekoppeld aan het bestemmingsplan Exclusiva.

Gemeente Amsterdam

blz. 98

4.2

Milieuzonering bedrijven

Bedrijven zijn milieubelastende bestemmingen die hinder ten opzichte van milieugevoelige bestemmingen (waaronder wonen) kunnen veroorzaken. Om deze hindersituaties te voorkomen dient bij een bestemmingsplan(wijziging) waarin milieubelastende en milieugevoelige bestemmingen in elkaars nabijheid mogelijk worden gemaakt in principe uit te worden gegaan van scheiding van functies. Daartoe zijn in de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering (2009; hierna te noemen B&M) richtafstanden opgesteld. Deze afstanden geven voor verschillende functies aan op welke afstand geen hinder is te verwachten. De meer fijne afstemming voor de voorkoming van milieuhinder vindt vervolgens plaats in het kader van de Wet milieubeheer (Activiteitenbesluit). Het plangebied en omgeving wordt aangemerkt als gemengd gebied. Milieucategorie

Richtafstanden voor rustige Richtafstanden bij gemengd woonwijk gebied

Milieucategorie 1

10 meter

0 meter

Milieucategorie 2

30 meter

10 meter

Milieucategorie 3.1

50 meter

30 meter

Milieucategorie 3.2

100 meter

50 meter

Milieucategorie 4.1

200 meter

100 meter

Milieucategorie 4.2

300 meter

200 meter

Overzicht richtafstanden Bedrijven en milieuzonering Deze afstanden in B&M zijn naast de factoren aard en omvang van het bedrijf mede afhankelijk van de omgeving. Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor andere gebieden, zoals drukke woonwijken, gemengde gebieden en landelijke gebieden. Wanneer sprake is van omgevingstype gemengd gebied kunnen de richtafstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies met één afstandsstap verlaagd worden, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Het aspect geluid is veelal het maatgevende aspect. Een gemengd gebied is een gebied met een variatie aan functies; direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren ook tot het omgevingstype gemengd gebied. Gezien de aanwezige functiemenging en/of de ligging nabij drukke wegen kent het gemengd gebied al een hogere milieubelasting. Plangebied Exclusiva Het plangebied wordt aangemerkt als gemengd gebied door de ligging ten opzichte van wegen, bedrijvigheid/industrie en de vaarweg op het IJ. Ook is een van de doelstellingen van de transformatie het maken van een gemengd gebied. Het nu geldende bestemmingsplan maakt bedrijven tot maximaal categorie 2 en onder voorwaarden categorie 3.1 of hoger mogelijk.

Voor het Hamerkwartier en dus ook voorliggend bestemmingsplan is maximale functiemenging het uitgangspunt. Met het hanteren van de richtafstanden wordt een aanvaardbaar woon- en leefklimaat geborgd. Naast het mogelijk maken van functiemenging in het gebied zijn, in het Hamerkwartier en direct daarbuiten verschillende bedrijven aanwezig. Het geldende bestemmingsplan Hamerstraatgebied kent

bestemmingsplan_Exclusiva Hamerkwartier (vastgesteld)

blz. 99

naast een algemene regeling voor toelaatbare bedrijven ook een aantal zogenaamnde maatbestemde bedrijven. Maatbestemde bedrijven met een hogere milieucategorie waarvan de bedrijfsvoering is beëindigd, zijn 'wegbestemd' op basis van het bestemmingsplan 'Hamerstaatgebied, 1e herziening' dat op 8 juli 2021 door de gemeenteraad is vastgesteld. Met het oog op de beoogde functiemenging zijn de belemmeringen van de huidige bedrijfsfuncties geinventariseerd (Milieuzones Hamerstraatgebied in Amsterdam Noord, LBP SIGHT, 2021, zie bijlage). In het gebied zijn al diverse geluidsgevoelige functies aanwezig die relevant zijn voor hinderaspecten. Het gaat hierbij om woningen die in het geldende bestemmingsplan zijn aangeduid en bestemd, danwel later zijn vergund (North Orleans).

overzicht hinderzones in Hamerkwartier

Gemeente Amsterdam

blz. 100

detail plangebied Exclusiva De afstand tot het bedrijf L.van Vliet (Tango, Hamerstraat 16) en de nieuwe bebouwing is meer dan 10 meter. Dit bedrijf vormt daarom geen belemmering voor de ontwikkeling van het plangebied voor woningbouw. In het plangebied (zuidoostzijde) is een gemaal van Waternet aanwezig. Dit gemaal blijft gehandhaafd. Afhankelijk van de planuitwerking kunnen maatregelen aan het gemaal aan de orde zijn om hinder te voorkomen en een aanvaardbaar woonklimaat te borgen. Buiten het Hamerkwartier is het bedrijf Albemarle gelegen. Het bedrijf is grotendeels een (Brzo) bedrijf uit de categorie 4.2 en deels uit de categorie 3.1. Albemarle valt onder de werking van specifieke externe veiligheidswetgeving (Brzo en het Bevi) en onder de werking van het geluidgezoneerde industrieterrein. Dit betekent dat het voor de thema’s externe veiligheid en geluid niet onder de algemene werking van milieuzonering valt. Voor de mogelijke invloed op het plangebied van voorliggend bestemmingsplan wordt verwezen naar de paragrafen externe veiligheid en geluid. Daarnaast wordt voor de beoordeling van de aspecten geur, luchtkwaliteit, en (zeer zorgwekkende) stoffen (zzs) verwezen naar de bijlagenbundel van het MER (Hamerkwartier, Amsterdam Noord Beoordeling geur- en stof(fen) emissies Albemarle LBP SIGHT, 2021).

Bij zowel geur als stof als zzs gaat het om de uitstoot (emissie) van bedrijven die zich verspreidt via de lucht en hinder veroorzaken op de woon- en leefomgeving. In de rapportage van LBP SIGHT zijn ook ZZS stofgroepen benoemd.

bestemmingsplan_Exclusiva Hamerkwartier (vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11205346/1