A - 35 Ruimtelijke Ordening (30) 2a. Bestemmingsplan IJtram Pampuslaan Bijla
Tekst van het document
De provincie zal samen met gemeenten, waterschappen en belanghebbenden zorgen voor maatwerk in het Noord-Hollandse grond- en oppervlaktewatersysteem. Daarbij hanteert de provincie een integrale gebiedsontwikkeling. Een belangrijk middel voor het realiseren van de provinciale waterdoelen is het via integrale gebiedsontwikkeling proactief zoeken naar kansrijke combinaties met veiligheid, economie, recreatie, landbouw, milieu, landschap, cultuur en natuur. Het Waterplan heeft voor de ruimtelijke aspecten de status van een structuurvisie op basis van de Wet ruimtelijke ordening. In het Waterplan staan de ruimtelijke consequenties van ons waterbeleid. Alle ruimtelijke opgaven uit het Waterplan zijn integraal afgewogen bij de vaststelling van de Structuurvisie. 14.2.5 Waterbeheerplan AGV 2010-2015 Op 17 juni 2010 heeft het Algemeen Bestuur van het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht het Waterbeheerplan AGV 2010-2015 goedgekeurd. Het is het eerste waterbeheerplan van AGV in de nieuwe 6-jarige waterplancyclus van rijk, provincie en waterschap. Het waterbeheerplan heeft als titel meegekregen: 'Werken aan water, in en met de omgeving'. Het waterbeheerplan gaat in op de hoofdtaken van het waterschap: veiligheid, voldoende water, schoon water.
Ook wordt aandacht gegeven aan de maatschappelijke (neven)taken: nautisch en vaarwegbeheer, recreatief medegebruik, natuurbeheer en cultuurhistorische, landschappelijke en architectonische waarden. Voor elk van deze thema’s is aangegeven wat het wensbeeld is op de middellange termijn, wat de doelen zijn en de aanpak op hoofdlijnen is en op welke indicatoren de resultaten van dat taakveld worden beoordeeld.
Gemeente Amsterdam
blz. 64
14.2.6 Keur HHNK In november 2009 heeft het algemeen bestuur van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) een nieuwe Keur 2010 vastgesteld die op 1 januari 2010 in werking is getreden. In deze Keur is een aantal wijzigingen aangebracht ten opzichte van de vorige Keur. Een belangrijke wijziging is de verplichting tot het uitvoeren van compenserende maatregelen bij verhardingstoenames groter dan 800 m². 14.2.7 Plan gemeentelijke watertaken 2010-2015 De gemeente Amsterdam is wettelijk verantwoordelijk voor drie watertaken. Deze zogenaamde zorgplichten betreffen: de inzameling en transport van stedelijk afvalwater; de inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater; het nemen van grondwatermaatregelen. In het Plan gemeentelijke watertaken 2010-2015 staat hoe deze drie zorgplichten door de gemeente Amsterdam worden ingevuld, mede in het licht van de te verwachten klimaatverandering. Doel van het plan is om aan het bevoegd gezag te verantwoorden op welke wijze de gemeente Amsterdam haar watertaken uitvoert, en in hoeverre zij afdoende middelen heeft om dit in de toekomst te blijven doen. Dit plan is hiermee een zgn. verbreed gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Met dit plan voldoet de gemeente aan de planverplichting zoals die in de Wet milieubeheer is opgenomen. Tot 2008 had de gemeente de zorgplicht voor doelmatige inzameling en transport van afvalwater.
De zorg voor de riolering is sinds 1 januari 2008 verbreed tot de bovengenoemde drie zorgplichten. Dit is het eerste Plan gemeentelijke watertaken waarin de drie zorgplichten zijn opgenomen. Het plan volgt op het op 22 juni 2004 door het college van Burgemeester en Wethouders vastgestelde Afvalwaterplan Amsterdam 2005-2009. Ook de Nota Grondwater is met het Plan gemeentelijke watertaken komen te vervallen. 14.2.8 Keur AGV De Waterschapswet zegt in artikel 78 dat het waterschap verordeningen mag opstellen voor de "behartiging van aan het waterschap opgedragen taken". In december 2011 is de Keur van het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) vastgesteld. De Keur van het AGV is gericht op het beschermen van de wateraan- en -afvoer, de bescherming tegen wateroverlast en overstroming en op het beschermen van de ecologische toestand van het watersysteem. In de toelichting bij de Keur is aangegeven dat de aanleg van verhard oppervlak in beginsel leidt tot een grotere belasting van het oppervlaktewatersysteem en/of rioleringssysteem, omdat pieken in de regenafvoer minder worden afgevlakt door infiltratie. Bij nieuwbouw in stedelijk gebied, verdichting in bestaand stedelijk gebied of de aanleg van wegen is sprake van verharding van gebieden waar voorheen water in de bodem kon worden geborgen.
De toename van de belasting van het oppervlaktewatersysteem moet daarom worden gecompenseerd door de initiatiefnemer. Dat betekent dat het watersysteem na de realisering van de verharding niet zwaarder belast mag worden dan voordien. Op grond van artikel 16, onder a, van de Keur is het verboden om in stedelijk gebied meer dan 1.000 vierkante meter verharding aan te brengen of het verhard oppervlak met 1.000 vierkante meter te laten toenemen. Het Dagelijks Bestuur van het waterschap kan ontheffing verlenen van deze verbodsbepaling.
bestemmingsplan_IJtram, Pampuslaan (concept)
blz. 65
14.2.9 Legger De legger is een openbaar register van AGV waarin wordt bepaald aan welke eisen (diepte, hoogte, sterkte etc.) de wateren, dijken en kunstwerken moeten voldoen. Het is een openbaar register van het waterschap en dient als uitwerking van de Keur. 14.2.10 Waterplan Amsterdam 'Water - het Blauwe Goud van Amsterdam' De centrale doelstelling van het Waterplan Amsterdam 'Water - het Blauwe Goud van Amsterdam' (2001) is het realiseren van een ecologisch gezond en veilig functionerend watersysteem met een hoge belevingswaarde, dat evenwichtig en duurzaam wordt gebruikt en dat de identiteit van Amsterdam als waterstad versterkt. Het Waterplan Amsterdam buigt zich over vier thema's: ruimtelijke structuur en kwaliteit van het water, functies en gebruik van het water, onderhoud en beheer en beperken van grondwateroverlast. Het streefbeeld voor 2030 is zo uitgewerkt, dat het aansluit op de doelstellingen uit de Europese Kaderrichtlijn Water.
14.3
Watertoets
Door Sweco is op 19 januari 2019 een waterparagraaf opgesteld. Deze rapportage is opgenomen in de bijlagen bij deze toelichting. Uit de waterparagraaf blijkt dat in de toekomstige situatie geen verslechtering van het watersysteem wordt verwacht. De toenemende verharding zorgt voor minder infiltratie in de bodem, waardoor de grondwaterstand enigszins kan uitzakken maar dit effect zal waarschijnlijk marginaal zijn. Voor de afvoer van overtollig regenwater worden er geen problemen verwacht, gezien:
· de grootte van de veranderingen in het plangebied; · de aanwezigheid van een goed doorlatende zandige ophooglaag; · aankoppeling van het extra verharde oppervlak op het vuil regenwater riool; · de beschikbaarheid van voldoende oppervlaktewater.
Wel moet er worden gezorgd dat het relatief vervuild water van het nieuwe verharde oppervlak niet richting het oppervlaktewater stroomt. Voor de tram-/busbaan is dit geregeld door de aankoppeling op kolken. Voor de brug is dit nog niet duidelijk hoe dit gebeurt. Verder dient de stabiliteit van de waterkering gedurende de werkzaamheden en voor de nieuwe situatie bekeken te worden.
14.4
Conclusie
Er hoeft geen compensatie voor de extra verharding plaats te vinden, aangezien het om de uitvoering van een vigerend goedgekeurd bestemmingsplan gaat waarin de verharding reeds was meegenomen.
Gemeente Amsterdam
blz. 66
bestemmingsplan_IJtram, Pampuslaan (concept)
blz. 67
Hoofdstuk 15 15.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Waar de overige paragrafen van deze bestemmingsplantoelichting de achtergronden van het bestemmingsplan belichten, geeft deze paragraaf een toelichting op de bestemmingsplanregels. Uitgelegd wordt wat de bedoeling en strekking is van de verschillende onderdelen van de regels. Daartoe worden in deze paragraaf de regels per artikel toegelicht. Het (juridisch deel van het) bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels, vergezeld van een toelichting. De verbeelding heeft een functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende deel van het bestemmingsplan. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse regels artikelsgewijs worden besproken. De toelichting heeft geen bindende werking; de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van de bestemming en overige regels. In de toelichting wordt ook een relatie met het relevante beleid gelegd en een gebiedsbeschrijving gegeven.
Op basis van het beleid en de gebiedsbeschrijving zijn vervolgens de uitgangspunten voor het bestemmingsplan geformuleerd.
15.2
Planvorm
Voorliggend bestemmingsplan betreft een partiële herziening van de bestemmingsplannen "IJburg 1e fase" en "IJburg 1e fase CS". Het betreft een gedetailleerd bestemmingsplan waarbij qua systematiek wordt aangesloten op genoemde bestemmingsplannen.
15.3
De bestemmingen
In deze paragraaf worden de niet voor zichzelf sprekende en bijzondere juridische aspecten van de bestemmingsbepalingen toegelicht. Het beleid wordt niet toegelicht, maar de wijze van regelen. HOOFDSTUK 1 - INLEIDENDE REGELS Begrippen Artikel 1 geeft, in alfabetische volgorde, een omschrijving van een aantal begrippen die in de regels worden gebruikt. Hiermee wordt formeel vastgelegd wat wel en wat niet onder het betreffende begrip moet worden verstaan. Dit artikel is dus primair bedoeld om begrippen duidelijk te begrenzen en niet om de gedachten achter de gebruikte termen uit te leggen. Daarvoor is juist deze toelichting bedoeld. In deze toelichting worden gehanteerde begrippen waar nodig uitgelegd. Wijze van meten Met dit artikel wordt aangegeven op welke wijze moet worden beoordeeld in hoeverre een initiatief past binnen de minima en maxima die door de overige regels worden aangegeven. HOOFDSTUK 2 - BESTEMMINGEN Verkeer Het volledige plangebied is bestemd is bestemd als ‘Verkeer’. In de bestemming ‘Verkeer’ is het gebruik Gemeente Amsterdam
blz. 68
als wegen, staten, pleinen, fiets- en voetpaden en parkeervoorzieningen toegestaan. Tevens zijn railverkeer ten behoeve van tramverkeer en bruggen toegestaan ter plaatse van de betreffende specifieke aanduiding. Op een enkele plek zal een gelijkrichterstation ten behoeve van het tramverkeer worden gebouwd. Een dergelijk gebouw is toegestaan. In de bouwregels is aangegeven welke maxima en andere voorwaarden gelden voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering In het plangebied zijn diverse waterkeringen aanwezig (zie paragraaf 5.1). Deze waterkeringen en de bijbehorende beschermingszones zijn dubbelbestemd. Voor werkzaamheden in deze zones is een watervergunning nodig. Anti-dubbeltelregel Dit artikel bevat een algemene regeling waarmee kan worden voorkomen dat er in feite meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogd. Algemene bouwregels In deze regel wordt geregeld dat bepaalde overschrijdingen van de bouwregels zijn toegestaan. Algemene gebruiksregels In deze regel worden de algemene regels omtrent gebruik vastgelegd. Naast het algemene gebruiksverbod om de gronden en opstallen in strijd met de bestemming te gebruiken, is een aantal activiteiten uitgezonderd. Algemene afwijkingsregels In dit artikel worden algemene afwijkingsregels opgesomd.
Er kan voor gebouwen van nutsvoorzieningen en elektriciteitsvoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals gedenktekens, plastieken en dergelijke worden afgeweken van de regels. Ook kan van de regels worden afgeweken voor geringe afwijkingen en tevens mag de in de regels toegestane maximale bouwhoogte worden overschreden in bepaalde gevallen. Hetzelfde geldt voor de op de verbeelding aangegeven bestemmings- of bouwgrenzen. Overgangsrecht De overgangsregel is evenals de anti-dubbeltelregel overgenomen uit de standaardregels uit het Bro. Slotregel De slotregel ten slotte geeft de officiële benaming van dit bestemmingsplan weer alsmede de datum van vaststelling door de gemeenteraad.
bestemmingsplan_IJtram, Pampuslaan (concept)
blz. 69
Hoofdstuk 16
Economische uitvoerbaarheid
Voor de realisatie wordt een uitvoeringskrediet wordt gevraagd. De kosten voor de planvorming en voorbereiding worden gedekt uit het ter beschikking gestelde projectbudget (voorbereidingsbudget). Uit een planschaderisicoanalyse blijkt verder dat geen sprake is van het ontstaan van planschade als gevolg van de voorgenomen planologische wijziging.
Gemeente Amsterdam
blz. 70
bestemmingsplan_IJtram, Pampuslaan (concept)
blz. 71
Hoofdstuk 17 17.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Overleg met betrokken overheden (art. 3.1.1. Bro)
Op grond van de Algemene inspraakverordening (artikel 2, derde lid, onder a) is bepaald dat er geen inspraak wordt verleend als het beleidsvoornemen bij of krachtens wettelijk voorschrift van inspraak is uitgesloten of al bij of krachtens wettelijk voorschrift in een openbare voorbereidingsprocedure is voorzien. De wet voorziet in een procedure om te komen tot vaststelling van een bestemmingsplan en in deze procedure is voorzien in een wettelijke voorbereidingsprocedure. Op grond van het voorgaande is op stedelijk niveau geen inspraak van toepassing op bestemmingsplannen. Er vindt derhalve geen formele inspraak plaats op het voorliggende voorontwerpbestemmingsplan. In het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het concept ontwerpbestemmingsplan verzonden aan: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Ministerie van Infrastructuur & Milieu; Ministerie van Defensie; Ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie; Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; Provincie Noord-Holland; Brandweer Amsterdam-Amstelland; Dagelijks Bestuur van het stadsdeel Oost; Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht / Hoogheemraadschap van Rijnland;
Van deze instanties zijn geen bezwaren tegen het voorgenomen plan ontvangen.
17.2
Zienswijze
[PM]
Gemeente Amsterdam
blz. 80
bestemmingsplan_IJtram, Pampuslaan (concept)
blz. 81
Bijlage 2
Akoestisch rapport
Gemeente Amsterdam
BP Haveneiland - Reconstructieonderzoek geluid Bestemmingsplanwijziging Haveneiland reconstructieonderzoek geluid
Status Versie Rapport Datum
definitief 3 M.2020.0068.01.R001 31 augustus 2020
BP Haveneiland - Reconstructieonderzoek geluid
Colofon Opdrachtgever
Ingenieursbureau Amsterdam Postbus 12693 1100 AR AMSTERDAM
Contactpersoon opdrachtgever
mw. L. Kint l.kint@amsterdam.nl
Project Betreft Uw kenmerk
Bestemmingsplan Haveneiland Reconstructieonderzoek geluid -
Rapport Datum Versie Status
M.2020.0068.01.R001 31 augustus 2020 3 definitief
Uitgevoerd door
DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V. Casuariestraat 5 2511 VB Den Haag Postbus 370 2501 CJ Den Haag
Contactpersoon
ing. T. (Tim) Vergoed 088 346 78 58 tvr@dgmr.nl
Auteur
ing. T. (Tim) Vergoed 088 346 78 58 tvr@dgmr.nl
Projectadviseur
ir. M.H.J. (Mark) Bakermans 088 346 78 50 bk@dgmr.nl
2e lezer/secr.
XMA/BK|OZU|MHK
k:\doc\m\2020\006801\m2020006801r001v3.docx 31-08-2020
2
BP Haveneiland - Reconstructieonderzoek geluid
k:\doc\m\2020\006801\m2020006801r001v3.docx 31-08-2020
Inhoud 1. Inleiding
4
2. Wettelijk kader 2.1 Beoordelingskader tram 2.2 Omrekening Hogere Grenswaarden 2.3 Aftrek 110g Wgh 2.4 Startpunt reconstructie 2.5 Reconstructietoets 2.6 Maatregelen 2.7 Grenswaarden bij reconstructie 2.8 Hogere waarde vaststellen
5 5 5 5 5 6 6 7 7
3. Uitgangspunten 3.1 Rekenmodel 3.2 Uitgangspunten weg 3.3 Uitgangspunten tram 3.4 Vigerende hogere grenswaarden 3.5 Geprojecteerde woningen Centrumeiland
8 8 8 10 11 13
4. Resultaten IJburglaan/Pampuslaan 4.1 Resultaten reconstructietoets 4.2 Maatregelen 4.3 Maatregelvariant C 4.4 Maatregelvariant D 4.5 Maatregelvariant G 4.6 Maatregelvariant H 4.7 Samenvatting maatregelen
14 14 14 15 16 17 18 19
5. Uitstraling reconstructie
20
6. Aan te vragen hogere grenswaarde 6.1 Pampuslaan/IJburglaan 6.2 Binnenwaarden
21 21 22
7. Conclusie
23
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3
Wettelijk kader Invoergegevens model Rekenresultaten IJburglaan/Pampuslaan
3
BP Haveneiland - Reconstructieonderzoek geluid
1. Inleiding De gemeente Amsterdam breidt de wijk IJburg uit met de ontwikkeling van IJburg 2. Om de nieuwe wijk aan te sluiten op de rest van het Amsterdamse tramnetwerk en de verkeersgroei op te vangen wordt de Pampuslaan heringericht.
figuur 1: bestemmingsplan IJburg fase 2
Naast het doortrekken van de tram wordt een aparte OV-baan voor bus en tram gerealiseerd en wordt de kruising met de Muiderlaan veranderd. Deze wijzigingen passen niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Voor de wijziging van het bestemmingsplan is onder andere een onderzoek naar geluid nodig. Dit betreft een reconstructietoets, zoals beschreven in de Wet geluidhinder en het bepalen of sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
Leeswijzer In hoofdstuk 2 vindt u een korte samenvatting van het wettelijk kader. Hierna worden de gehanteerde uitgangspunten toegelicht. Vervolgens vindt u de resultaten van de reconstructietoets op de IJburglaan/Pampuslaan en de aanliggende wegen. In hoofdstuk 6 geven wij een samenvatting voor de hogere waarde aanvraag en we sluiten af met de conclusies.
4
k:\doc\m\2020\006801\m2020006801r001v3.docx 31-08-2020
De onderzoeksvragen in deze rapportage luiden dan ook: 1 Is sprake van reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder? 2 Welke maatregelen zijn nodig om de wijziging mogelijk te maken? 3 Zijn hogere grenswaarden nodig? 4 Is sprake van een goede ruimtelijke ordening?
BP Haveneiland - Reconstructieonderzoek geluid
2. Wettelijk kader In dit hoofdstuk geven wij een korte samenvatting van het wettelijk kader. Voor een uitgebreide toelichting verwijzen wij u graag naar bijlage 1. 2.1 Beoordelingskader tram Het bestaande deel van de IJtram is opgenomen in de Regeling zonekaart spoorwegen Wet geluidhinder. Hiermee vormt dit deel van de IJtram dus een gezoneerde spoorlijn. Het Ministerie I&W heeft aangegeven dat, in verband met de invoering van de Omgevingswet (januari 2022), de zonekaart niet meer aangepast gaat worden. Het nieuwe deel van de IJtram bestaat nog niet en staat dan ook niet op de zonekaart. Om zogenaamde ‘Salamitactieken’ te voorkomen is de tram in dit onderzoek daarom meegenomen als wegverkeer. Omdat de tram fysiek deel uitmaakt van de weg wordt het geluid van de trams opgeteld bij het geluid van het overige wegverkeer op de IJburglaan/Pampuslaan. 2.2 Omrekening Hogere Grenswaarden Binnen het plangebied bevinden zich veel geluidsgevoelige objecten waar een hogere grenswaarde op basis van de etmaalwaarde (oude Wet geluidhinder) is vastgesteld. Om deze hogere grenswaarden te gebruiken voor een toetsing moeten deze eerst omgerekend worden naar een waarde in Lden. Deze methode is toegelicht in artikel 3.7 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (RMG 2012). Om deze waarde om te rekenen is per blok de geluidsbelasting in Lden en in Letmaal bepaald.
Het verschil hiertussen is ongeveer 1.8 dB. Dit betekent dat de hogere grenswaarden in Letmaal (60 dB(A)) gelijk zijn aan 58.2 dB (Lden). 2.3 Aftrek 110g Wgh Voor het bepalen van een geluidsbelasting, of een verschil tussen twee geluidsbelastingen, moet artikel 110g van de Wet geluidhinder (Wgh) in acht genomen worden. Deze aftrek bedraagt 5 dB voor wegen met een representatief te achten snelheid lager dan 70 km/u.
k:\doc\m\2020\006801\m2020006801r001v3.docx 31-08-2020
Uit jurisprudentie1 volgt dat het geluid van de tram en de weg eerst bij elkaar opgeteld moet worden waarna de 5 dB aftrek toegepast wordt. Dit is ook overeenkomstig het 5 dB minder strenge toetsingskader voor railverkeer. Voor het vaststellen van de binnenwaarde bedraagt de aftrek 0 dB. 2.4 Startpunt reconstructie De eerste stap van een reconstructieonderzoek is het startpunt vaststellen. Deze waarde vormt de toetswaarde waar de geluidsbelasting aan getoetst wordt. Deze waarde is gelijk aan de laagste waarde van de heersende geluidsbelasting óf een eerder verleende hogere grenswaarde (in dB). Daarnaast is deze waarde altijd ten minste 48 dB. Dit is schematisch weergegeven in de volgende figuur.
1
Uitspraak Raad van State 201803482/1/R1 van 15 mei 2019 in het kader van het bestemmingsplan ‘Tram Maastricht – Hasselt)
5
BP Haveneiland - Reconstructieonderzoek geluid
figuur 2: stroomschema startpunt reconstructie
Het startpunt van de reconstructietoets is een afgeronde waarde op twee decimalen nauwkeurig en inclusief de aftrek conform artikel 110g van de Wet geluidhinder. 2.5 Reconstructietoets Vervolgens wordt de geluidsbelasting in het maatgevende jaar na aanpassing berekend. In deze situatie mogen nog geen maatregelen meegenomen worden, tenzij deze deel uitmaken van het ontwerp. Het huidige type asfalt mag wel meegenomen worden in de toekomstsituatie. De geluidsbelasting in de toekomstige situatie wordt berekend op twee decimalen. Een geluidsbelasting van 48 dB of lager (inclusief de aftrek van artikel 110g Wgh) is altijd toegestaan. Deze toekomstige geluidsbelasting wordt vergeleken met het startpunt van de reconstructie. Als de toename van de geluidsbelasting hoger of gelijk is aan 1.50 dB is er sprake van reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder. 2.6 Maatregelen Wanneer sprake is van reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder moeten maatregelen onderzocht worden. Voor het toetsen van de maatregelen geldt het onderstaande stappenplan. Het doel van het maatregelonderzoek is om de toename volledig weg te nemen (verschil tussen de afgeronde geluidsbelastingen is kleiner dan 0 dB). Dit betekent echter niet dat wanneer de toename niet volledig weggenomen kan worden meetregelen niet doelmatig zouden zijn.
6
k:\doc\m\2020\006801\m2020006801r001v3.docx 31-08-2020
figuur 3: stroomschema toetsing maatregelen bij reconstructie
BP Haveneiland - Reconstructieonderzoek geluid
Wanneer maatregelen de toename volledig wegnemen is er nog steeds sprake van reconstructie. Er hoeft echter geen hogere waarden onderzoek meer plaats te vinden voor deze woningen. Een toename groter dan 5 dB is niet toegestaan (behoudens enkele gevallen; zie onderstaande paragraaf). 2.7 Grenswaarden bij reconstructie Bij een reconstructie gelden de volgende eisen: 1 De geluidsbelasting mag niet hoger worden dan de maximale ontheffingswaarde. Deze waarde is 63 dB voor binnenstedelijke woningen, waarvoor eerder een hogere waarde vastgesteld is, langs een bestaande weg. 2 De geluidsbelasting mag niet met meer dan 5 dB toenemen. 3 Een uitzondering op lid 2 is dat dit alleen toegestaan is wanneer een minimaal gelijk aantal woningen een afname van 5 dB heeft én dat alle maatregelen onderzocht zijn. 2.8 Hogere waarde vaststellen Voor woningen waar sprake is van een restoverschrijding moet onderzoek gedaan worden voor een hogere waarde aanvraag. Als de reeds verleende hogere grenswaarde al voldoet hoeft in principe geen aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden. Als nog geen hogere waarde vastgesteld is óf de vigerende hogere waarde niet toereikend is dan moet een nieuwe hogere grenswaarde aangevraagd worden. Voor het vaststellen van hogere grenswaarden in het kader van de Wet geluidhinder mogen gemeenten zelf beleid opstellen.
Het geluidbeleid van de gemeente Amsterdam is echter beperkt tot het ontwikkelen van nieuwe geluidsgevoelige objecten. Het geluidbeleid is dus niet van toepassing voor dit onderzoek.
k:\doc\m\2020\006801\m2020006801r001v3.docx 31-08-2020
Onverminderd is wel artikel 111b van de Wet geluidhinder van toepassing dat bij het verlenen van een hogere grenswaarde de geluidsbelasting in de woning maximaal 33 dB (exclusief aftrek) moet zijn.
7
BP Haveneiland - Reconstructieonderzoek geluid
3. Uitgangspunten 3.1 Rekenmodel De berekeningen zijn uitgevoerd in het programma Geomilieu versie 5.21, dat rekent volgens de standaard rekenmethode 2 uit bijlage III van het Reken- en meetvoorschrift Geluid 2012. In het model zijn naast de bronnen ook alle akoestisch relevante omgevingseigenschappen opgenomen. De omgeving is opgebouwd op basis van openbaar beschikbare bronnen (onderstaande tabel). Daarnaast hebben we de omgeving aangevuld op basis van een inventarisatie met Google Streetview en de bestemmingsplannen. Een gedetailleerd overzicht van de uitgangspunten vindt u in bijlage 2. tabel 1: bronnen omgevingsmodel Itemtype Gebouwen Gebouwhoogtes Gebruiksfuncties Bodemgebieden
Bron Basisregistratie Adressen en gebouwen BAG3D van Esri, aangevuld met de recente Basisregistratie Adressen en gebouwen Basisregistratie Adressen en gebouwen en risicokaart Bestand grootschalige topografie
Peildatum februari 2020 januari 2020 februari 2020 februari 2020 27 februari 2020
Alleen de zachte bodemgebieden zijn in het model opgenomen. Als worst-case benadering is het Centrumeiland volledig hard uitgevoerd. In onderstaande figuur staat een impressie van het model.
3.2 Uitgangspunten weg Voor de ligging van de wegen in de huidige situatie is uitgegaan van het Nationaal Wegenbestand (februari 2020). Waar nodig is de ligging van de weg aangepast aan de werkelijke situatie. Voor de verharding is uitgegaan van een dunne geluidreducerende deklaag type A (DGD-A), met uitzondering van de kruisingsvakken. Deze overgangen zijn verkregen uit de kleurverschillen van het wegdek in Google Streetview. De rijsnelheid op de IJburglaan, Pampuslaan en de Muiderlaan bedraagt 50 km/u. 8
k:\doc\m\2020\006801\m2020006801r001v3.docx 31-08-2020
figuur 4: impressie model met gebouwen (blauw; donkerder is hoger) en bodemgebieden (groen)
BP Haveneiland - Reconstructieonderzoek geluid
In de huidige situatie hebben wij de geregelde kruising tussen de Pampuslaan en de Bart Haanstrakade ingevoerd. In de toekomstige situatie hebben we ook de nieuwe geregelde kruising tussen de Pampuslaan en Muiderlaan ingevoerd. In alle situaties is sprake van een gelijkwaardige kruising van de 1e orde. De verkeersgegevens die zijn gebruikt zijn afkomstig uit de notitie uitgangspunten verkeers- en akoestisch onderzoek van november 2019. Deze uitgangspunten worden ook in de andere onderzoeken rond de uitbreiding van IJburg gebruikt. Zo wordt in alle onderzoeken van dezelfde uitgangspunten uitgegaan. Voor de huidige situatie is uitgegaan van het jaar 2022 (jaar voor aanpassing). Voor het toekomstige jaar is uitgegaan van het zichtjaar 2040. In dit jaar zou de volledige uitbreiding van IJburg 2 afgerond moeten zijn. Voor de gehanteerde verkeersintensiteiten verwijzen we u graag naar bijlage 2.
k:\doc\m\2020\006801\m2020006801r001v3.docx 31-08-2020
figuur 5: wegdekverhardingen in de huidige situatie (blauw: dgd-A; rood: referentiewegdek; gearceerd: kruisingen met VRI)
figuur 6: wegdekverhardingen in de toekomstige situatie (blauw: dgd-A; rood: referentiewegdek; gearceerd: kruisingen met VRI)
9
BP Haveneiland - Reconstructieonderzoek geluid
3.3 Uitgangspunten tram Voertuigen De trams die naar het Haveneiland rijden moeten door de Piet Hein-tunnel. Alleen de lage vloer trams, zoals de Combino en de nieuwe 15G, mogen door deze tunnel rijden. In dit onderzoek zijn we in zowel de huidige situatie als de toekomstige situatie uitgegaan van Combino-trams. De verkeersgegevens die zijn gebruikt zijn afkomstig uit de notitie uitgangspunten verkeers- en akoestisch onderzoek van november 2019. Deze uitgangspunten worden ook in de andere onderzoeken rond de uitbreiding van IJburg gebruikt. Zo wordt in alle onderzoeken van dezelfde uitgangspunten uitgegaan. Geluidsemissie De intensiteiten van de trams zijn verkregen uit de meetrapportage MD-MO20061392 van december 2006. In deze rapportage beschouwen we de volgende varianten: 1 Tram in asfalt, grasbaan en ballastbed met standaard railruwheid. 2 Tram in asfalt, grasbaan en ballastbed met geoptimaliseerde railruwheid. De gehanteerde geluidsemissies van de tram vindt u in bijlage 2. De Combino-tram is een lage instaptram met schortplaten. Omdat de meest dominante bron het contactvlak tussen de wiel en de spoorstaaf is hebben we voor de tram een bronhoogte van 10 cm aangehouden. Dit is mogelijk binnen het Reken- en meetvoorschrift, omdat het voorschrift alleen spreekt over een bronlijn van motorvoertuigen.
Het spoor tussen de Julius Pergerstraat en de Lumièrestraat is uitgevoerd als tram op ballastbed. Het overige deel van het tramtracé is als tram in asfalt gemodelleerd. Maatregel: Geoptimaliseerde railruwheid (WRC) De dominante bron bij railverkeerslawaai is het geluid dat veroorzaakt wordt tussen het contactvlak van het wiel en de spoorstaaf. In het meest ideale geval is de spoorstaaf en het wiel helemaal glad en zal de tram nagenoeg geluidloos zijn. In de praktijk is elke spoorstaaf en wiel niet volledig glad (zie onderstaande figuur).
10
k:\doc\m\2020\006801\m2020006801r001v3.docx 31-08-2020
figuur 7: spoorstaafruwheid op een spoorstaaf
BP Haveneiland - Reconstructieonderzoek geluid
Deze oneffenheden noemen we spoorstaaf- en railruwheid en hebben een golflengte tussen 2 mm en 20 cm. Om deze oneffenheden weg te nemen wordt de spoorstaaf (ongeveer) 1 keer per jaar geslepen of gepolijst en worden de wielen regelmatig afgedraaid. Door dit vaker te doen neemt de (jaarlijks gemiddelde) geluidsemissie af. Het primaire doel van het toepassen van wiel-railconditionering is het verminderen of wegnemen van booggeluid in bochten. Uit onderzoek van DGMR volgt dat een bijkomend effect van WRC is dat de geluidsemissie over het jaar gelijk blijft. Bovendien is het effect van railconditionering over een afstand van enkele kilometers waar te nemen. Op een spoorstaaf met een regulier onderhoudsprogramma neemt de spoorstaafruwheid gedurende het jaar toe. Na een jaar wordt meestal de spoorstaaf weer geslepen, waardoor het geluid weer op een nieuw-situatie uitkomt. De geluidstoename door toenemende spoorstaafruwheid kan tot 8.5 dB per jaar zijn. Door de toepassing van WRC wordt de spoorstaaf continu gepolijst zodat de spoorstaaf in nieuwstaat blijft. Dit effect is weergegeven in onderstaande figuur.
k:\doc\m\2020\006801\m2020006801r001v3.docx 31-08-2020
figuur 8: resultaten proef WRC. Links de geluidstoename met regulier spooronderhoud (2 cycli) en rechts met WRC.
Waar WRC als maatregel toegepast is zijn we uitgegaan van de emissiegetallen behorende bij ‘nieuw spoor’ zoals beschreven in de rapportage van DHV. Het effect van WRC is volgens de rapportage van DHV voor de Combino voertuigen “slechts” 1.6 dB. Dit lijkt ons een conservatieve aanname. Wanneer de gerapporteerde geluidspectra voor “nieuwstaat” bekeken wordt lijkt er namelijk nog een groot aandeel golfslijtage met een golflengte van circa 5 cm gemeten te zijn. Dit wordt overigens ook onderkend door de auteurs van de voornoemde rapportage. 3.4 Vigerende hogere grenswaarden Het vigerende moederplan voor IJburg 1e fase stelt een aantal invullingsplannen vast (volgende figuur). Voor elk invullingsplan zijn hogere grenswaarden vastgesteld. In tabel 2 zijn per blok de vigerende hogere grenswaarden gegeven en bij welk onderzoek deze hogere grenswaarden horen.
11
BP Haveneiland - Reconstructieonderzoek geluid
figuur 9: blokken uit bestemmingsplan IJburg 1e fase
tabel 2: vigerende hogere grenswaarden Blok 34 40 41 53 54 40a 45a 45c 46a 46b 47b 47d
Hoofdwegen 60 dB(A)2 60 dB(A) 60 dB(A) 60 dB(A) 58 dB 60 dB(A) 60 dB(A) 60 dB(A) 60 dB(A) 60 dB 60 dB(A) 60 dB(A)
49b
59 dB
51a 51b 52a Centrumeiland
60 dB(A) 60 dB(A) 60 dB(A) 58 dB5
Spoor
65 dB
Uitwerkingsplan / besluit Besluit van 2 november 20063 Besluit van 2 november 2006 Besluit van 2 november 2006 Besluit van 2 november 2006 Bestemmingsplan IJburg Centrum4 Besluit van 2 november 2006 Besluit van 2 november 2006 Besluit van 2 november 2006 Besluit van 2 november 2006 Bestemmingsplan IJburg Centrum Besluit van 2 november 2006 Besluit van 2 november 2006 Bestemmingsplan IJburg 1e fase CS (Centrale Stad). Voor bestemming GD-2 Besluit van 2 november 2006 Besluit van 2 november 2006 Besluit van 2 november 2006 Moederplan Centrumeiland
2
Hogere grenswaarde is vastgesteld op basis van een Letmaal, voor de toetsing moet deze omgerekend worden naar een Lden. Partiële herziening bestemmingsplan IJburg, eerste fase: http://ftp.ruimtelijkeplannen.amsterdam.nl/SDOost/30EAC623FC3A-4F28-A9DE-8A5EBAB10AB3/t_NL.IMRO.03630000M1115BPSTD0001-.pdf 4 Bestemmingsplan IJburg 1e fase Amsterdam; Akoestisch onderzoek nieuwe geluidgevoelige bestemmingen van 12 september 2012. https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0363.M1107BPSTDOH02/tb_NL.IMRO.0363.M1107BPSTD-OH02_6.pdf 5 Dit geldt voor alle gezoneerde wegen. De gevels welke direct aan (de verlengde) Pampuslaan liggen moeten doof uitgevoerd worden. https://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/transform/NL.IMRO.0363.M1707BPGSTVG01/pt_NL.IMRO.0363.M1707BPGST-VG01.xml#NL.IMRO.PT.s875 3
12
k:\doc\m\2020\006801\m2020006801r001v3.docx 31-08-2020
De hogere grenswaarden die in dB(A) gegeven zijn moeten omgerekend worden naar een waarde in LDEN. De waarde blijkt voor alle blokken tussen 1.6 dB en 1.8 dB te liggen. De verleende hogere grenswaarden van 60 dB(A) liggen tussen 58.2 dB en 58.4 dB.
BP Haveneiland - Reconstructieonderzoek geluid
3.5 Geprojecteerde woningen Centrumeiland Op een aantal rekenpunten op de geprojecteerde woningen op het Centrumeiland neemt de geluidsbelasting met bijna 8 dB toe. Dit zou formeel niet mogelijk zijn onder het kader reconstructie. Voor deze woningen zou een uitzondering gemaakt moeten worden voor de reconstructietoets, wetende dat: 1 Op het moment van schrijven het plan (Centrumeiland 1e tranche) nog in de ontwerpfase is. 2 De woningen nog niet bewoond zijn bij aanvang van de werkzaamheden. Het toetsingskader reconstructie is bedoeld om bewoners te beschermen tegen grote groei van de geluidsbelasting. De nieuwe bewoners van deze woningen ervaren de “huidige situatie” dan ook niet. 3 In het ontwerpbestemmingsplan Centrumeiland 1e tranche worden de oostelijk georiënteerde gevels aangemerkt als doof en zal een hogere waarde van 58 dB aangevraagd worden. 4 De bestemmingsplanwijziging Haveneiland en Centrumeiland 1e tranche zijn niet los van elkaar te zien.
k:\doc\m\2020\006801\m2020006801r001v3.docx 31-08-2020
Rekening houdend met de bovenstaande afwegingen is het toetsingskader reconstructie voor de woningen Centrumeiland niet van toepassing en toetsen we enkel aan de reeds verleende hogere grenswaarden. De burgers worden immers al beschermd door de ruimtelijke procedure die voor het Centrumeiland loopt. De bijdrage van de Muiderlaan en de geluidsbelasting op de te projecteren woningen valt daarmee buiten het bereik van dit onderzoek.
13
BP Haveneiland - Reconstructieonderzoek geluid
4. Resultaten IJburglaan/Pampuslaan 4.1 Resultaten reconstructietoets Door de wijziging en verkeersgroei van de IJburglaan en Pampuslaan treden langs het hele onderzoeksgebied toenames op. De grootste toename bedraagt 6.36 dB. Langs de IJburglaan treden toenames van circa 2 dB op, aan het eind van de Pampuslaan treden toenames van 4 tot 6 dB op. In totaal zijn er 1559 rekenpunten6 waar sprake is van reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder.
figuur 10: resultaten reconstructietoets
Door het grote aantal woningen zijn zeer veel reductiepunten beschikbaar. Hierdoor zijn bijna alle mogelijke maatregelcombinaties doelmatig. Een complete doelmatigheidstoets is daarom niet toegepast.
Voor de volledige resultaten verwijzen wij graag naar bijlage 3. Alleen varianten C, D, G en H zijn juridisch inpasbaar. Bij de overige varianten is sprake van een toename groter dan 5 dB. Deze worden hieronder toegelicht. 6
Formeel moet een reconstructie getoetst worden op woningniveau. Door de grote hoeveelheid geluidsgevoelige objecten gaan we ervan uit dat elk rekenpunt een woning is. Dit betekent dat hoekappartementen mogelijk dubbel geteld worden. Bij de vaststelling van de nieuwe hogere waarden moet dit in detail bekeken worden.
14
k:\doc\m\2020\006801\m2020006801r001v3.docx 31-08-2020
4.2 Maatregelen In totaal hebben wij acht maatregelvarianten getoetst: Asfaltbaan a Geasfalteerde OV-baan met minischermen. b Zelfde als a, met SMA-NL8G+. c Zelfde als b, met wielrailconditionering. d Zelfde als c, met minischermen langs de IJburglaan. Grasbaan e Grasbaan (bus op hoofdwegen). f Zelfde als e, met minischermen. g Zelfde als f met SMA-NL8G+ én wielrailconditionering. h Zelfde als g, met minischermen langs de IJburglaan.
BP Haveneiland - Reconstructieonderzoek geluid
4.3 Maatregelvariant C De maatregelvariant C bevat de volgende maatregelen: Minischermen (80 cm) lang, tussen de Eva Besnyöstraat en Bert Haanstrakade. De wegvakken tussen de Julius Pergerstraat en Muiderlaan worden uitgevoerd met SMA-NL8G+. Dit wegdek kan over de kruisingen gelegd worden waardoor een betere geluidreductie ontstaat. Toepassing van wielrailconditionering. Na het toepassen van dit maatregelpakket zijn er nog 1368 rekenpunten7 over waar de toename niet volledig weggenomen kan worden. In onderstaande figuur hebben wij de rekenresultaten grafisch opgenomen.
figuur 11: restoverschrijdingen (1381) na toepassing van maatregelvariant C
k:\doc\m\2020\006801\m2020006801r001v3.docx 31-08-2020
Vervolgens hebben we ook gecontroleerd waar de vigerende hogere grenswaarde nog voldoet en voor welke woningen een nieuwe grenswaarde aangevraagd moet worden. In totaal zijn voor 180 toetspunten nieuwe grenswaarden nodig. De benodigde hogere grenswaarden bedragen maximaal 60 dB.
figuur 12: nieuw aan te vragen hogere grenswaarden bij variant C (180 stuks) 7
Formeel moet een reconstructie getoetst worden op woningniveau. Door de grote hoeveelheid geluidsgevoelige objecten gaan we ervan uit dat elk rekenpunt een woning is. Dit betekent dat hoekappartementen mogelijk dubbel geteld worden.
15
BP Haveneiland - Reconstructieonderzoek geluid
4.4 Maatregelvariant D Voor variant D zijn we in de basis uitgegaan van de maatregelvariant C. Omdat veel woningen, waarvoor een nieuwe hogere grenswaarde aangevraagd moet worden, zich aan de IJburglaan bevinden hebben we hier ook minischermen langs de tram toegepast. Na deze maatregel zijn er nog 1205 rekenpunten8 over waar de toename niet volledig weggenomen kan worden. De ligging en de rekenresultaten ziet u in onderstaande figuur.
figuur 13: restoverschrijdingen (1194) bij maatregelvariant D
Vervolgens hebben we ook gecontroleerd waar de vigerende hogere grenswaarde nog voldoet en voor welke woningen een nieuwe grenswaarde aangevraagd moet worden. In totaal zijn voor 171 toetspunten nieuwe grenswaarden nodig. Deze hogere grenswaarden bedragen ten hoogste 60 dB.
8
Formeel moet een reconstructie getoetst worden op woningniveau. Door de grote hoeveelheid geluidsgevoelige objecten gaan we ervan uit dat elk rekenpunt een woning is. Dit betekent dat hoekappartementen mogelijk dubbel geteld worden. Bij de vaststelling van de nieuwe hogere waarden moet dit in detail bekeken worden.
16
k:\doc\m\2020\006801\m2020006801r001v3.docx 31-08-2020
figuur 14: nieuw aan te vragen hogere grenswaarden bij variant D (162 stuks)
BP Haveneiland - Reconstructieonderzoek geluid
4.5 Maatregelvariant G Voor variant G zijn we van de volgende maatregelen uitgegaan: Minischermen (80 cm) langs het tramspoor tussen de Eva Besnyöstraat en Bert Haanstrakade. De (hoofd)wegen tot tussen de Julius Pergerstraat en Muiderlaan uitgevoerd met SMA-NL8G+. Dit wegdek kan over de kruisingen gelegd worden waardoor een betere geluidreductie ontstaat. De trambaan is als een grasbaan uitgevoerd (bussen over hoofdweg). Na deze maatregel zijn er nog 1345 rekenpunten9 over waar de toename niet volledig weggenomen kan worden. De ligging en de rekenresultaten ziet u in onderstaande figuur.
figuur 15: restoverschrijdingen (1345) bij variant G
k:\doc\m\2020\006801\m2020006801r001v3.docx 31-08-2020
Vervolgens hebben we ook gecontroleerd waar de vigerende hogere grenswaarde nog voldoet en voor welke woningen een nieuwe grenswaarde aangevraagd moet worden. In totaal zijn voor 176 toetspunten nieuwe grenswaarden nodig. De nieuwe hogere grenswaarden bedragen 60 dB.
figuur 16: nieuw aan te vragen hogere grenswaarden bij variant G (176 stuks)
9
Formeel moet een reconstructie getoetst worden op woningniveau. Door de grote hoeveelheid geluidsgevoelige objecten gaan we ervan uit dat elk rekenpunt een woning is. Dit betekent dat hoekappartementen mogelijk dubbel geteld worden.
17
BP Haveneiland - Reconstructieonderzoek geluid
4.6 Maatregelvariant H Voor variant H zijn we uitgegaan van de maatregelen uit variant G. Omdat veel woningen waarvoor een nieuwe hogere grenswaarde aangevraagd moet worden zich aan de IJburglaan bevinden hebben we ook minischermen langs de tram gelegd. Na deze maatregel zijn er nog 1184 rekenpunten10 over waar de toename niet volledig weggenomen kan worden. De ligging en de rekenresultaten ziet u in onderstaande figuur.
figuur 17: restoverschrijdingen (1184) na toepassing van maatregel H
Vervolgens hebben we ook gecontroleerd waar de vigerende hogere grenswaarde nog voldoet en voor welke woningen een nieuwe grenswaarde aangevraagd moet worden. In totaal zijn voor 167 woningen nieuwe grenswaarden nodig. De hoogste nieuw aan te vragen grenswaarde bedraagt 60 dB.
10
Formeel moet een reconstructie getoetst worden op woningniveau. Door de grote hoeveelheid geluidsgevoelige objecten gaan we ervan uit dat elk rekenpunt een woning is. Dit betekent dat hoekappartementen mogelijk dubbel geteld worden.
18
k:\doc\m\2020\006801\m2020006801r001v3.docx 31-08-2020
figuur 18: nieuw aan te vragen hogere grenswaarden na toepassing van variant H (167 stuks)
BP Haveneiland - Reconstructieonderzoek geluid
4.7 Samenvatting maatregelen Uit de berekeningen volgt dat de enige maatregelen die voldoende reductie opleveren om de reconstructie juridisch inpasbaar te maken zijn: het plaatsen van een minischerm langs de Pampuslaan; het toepassen van een wegdek van het type SMA-NL8G+; het toepassen van wielrailconditionering. Bij een combinatie van deze maatregelen moet voor ongeveer 180 appartementen een nieuwe hogere grenswaarde van 60 dB afgegeven worden. tabel 3: samenvatting onderzochte maatregelen Maatregel X A B C
Tram In asfalt In asfalt In asfalt In asfalt
D
In asfalt
E F G
Gras Gras Gras
H
Gras
Mini-scherm Geen Pampuslaan Pampuslaan Pampuslaan Pampuslaan en IJburglaan Pampuslaan Pampuslaan Pampuslaan Pampuslaan en IJburglaan
Wegdek dgd-A dgd-A SMA-NL8G+ SMA-NL8G+
WRC Nee Nee Nee Ja
Restoverschrijdingen 1559 1545 1525 1368
Nieuwe HW Juridisch niet inpasbaar Juridisch niet inpasbaar Juridisch niet inpasbaar 180 stuks, tot 60 dB
SMA-NL8G+
Ja
1205
171 stuks, tot 60 dB
dgd-A dgd-A SMA-NL8G+
Nee Nee Ja
1559 1543 1345
Juridisch niet inpasbaar Juridisch niet inpasbaar 176 stuks, tot 60 dB
SMA-NL8G+
Ja
1184
167 stuks, tot 60 dB
De varianten X (geen maatregelen), A, B, E en F zijn juridisch niet inpasbaar omdat de geluidsbelasting met meer dan 5 dB toeneemt. Nieuwe hogere grenswaarden Pampuslaan Het grootste deel van de nieuw aan te vragen hogere grenswaarden is gelegen langs de IJburglaan. Terwijl langs (het einde van) de Pampuslaan juist hogere toenames door de reconstructie berekend worden. De oorzaak van dit verschil kan verklaard worden door: Op de Pampuslaan is een grotere verkeersintensiteit. De bijdrage van wegverkeer is hier vele malen hoger dan van de tram.
k:\doc\m\2020\006801\m2020006801r001v3.docx 31-08-2020
De maatregelen in alle varianten hebben met name invloed op het geluid van de tram, maar weinig effect op het wegverkeer. De hogere grenswaarde is dus nodig door de verkeersaantrekkende werking van de uitbreiding van IJburg. Het plaatsen van de minischermen langs de tram op de IJburglaan lijkt dan ook niet zinvol. We adviseren hier geen schermen/hagen te plaatsen in het kader van de reconstructie. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zouden schermen wel overwogen kunnen worden. Het treffen van schermmaatregelen om het geluid van wegverkeer tegen te gaan stuit op bezwaren van stedenbouwkundige aard.
19