A - 33 Financiën (36) 00 Voordracht Tweede wijzigingsverordening RRB 2022
Tekst van het document
Gemeenteraad
VN2023-021246 Belastingen
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 20 december 2023
Portefeuille
Financiën
Agendapunt
33
Datum besluit
7 november 2023 Onderwerp
Tweede wijzigingsverordening op de Verordening op de roerende ruimtenbelastingen 2022 De gemeenteraad van Amsterdam besluit
Vast te stellen de Tweede wijzigingsverordening op de Verordening op de roerende ruimtenbelastingen 2022 Wettelijke grondslag
Artikel 216 van de Gemeentewet bevat de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingverordeningen vast te stellen. Elk besluit tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een belasting geschiedt in de vorm van een belastingverordening. Gemeentelijke belastingen kunnen enkel worden geheven op grond van de Gemeentewet dan wel een andere wet. Zonder een wettelijke basis is invoering van een gemeentelijke belasting niet mogelijk. Artikel 221 bevat de gemeentelijke bevoegdheid tot heffing van belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten die duurzaam aan een plaats gebonden zijn en dienen tot permanente bewoning of permanent gebruik maar niet onroerend zijn. Bestuurlijke achtergrond
Op basis van de Verordening Roerenderuimtenbelasting wordt door de gemeente Roerenderuimtenbelasting geheven op roerende woon- en bedrijfsruimten die duurzaam aan een plaats gebonden zijn en dienen tot permanente bewoning of permanent gebruik maar niet onroerend zijn. Bij raadsbesluit van 1 december 2021 (Gemeenteblad nr. 452102) is de Verordening op de roerende ruimtenbelastingen 2022 vastgesteld. De verordening is laatstelijk gewijzigd op 30 november 2022 (Gemeenteblad 2022, 546925). De Gemeentewet (Artikel 221, lid 3) bepaalt dat het tarief voor de Roerenderuimtenbelasting (RRB) gelijk is aan het binnen de gemeente geldende tarief voor de onroerendezaakbelasting (OZB). Een voorstel voor het aanpassen van het tarief voor de OZB moet op grond van dit artikel dus steeds worden gevolgd door een voorstel voor dezelfde tariefswijziging van de RRB. De hier voorgestelde tariefswijziging voor de RRB is - conform artikel 221 lid 3 Gemeentewet - identiek aan de voorgestelde tariefswijziging voor de OZB zoals opgenomen in de raadsvoordracht inzake de Zeventiende wijzigingsverordening Verordening Onroerendezaakbelastingen 2007. De gemeente heft RRB bij de eigenaar van roerende woon- en bedrijfsruimten en bij de gebruiker van bedrijfsruimten, die in de gemeente gelegen zijn.
Net als bij de OZB wordt de RRB geheven op grond van de waarde in het economische verkeer, in casu van de roerende ruimte. Onderbouwing besluit
De raad wordt gevraagd om de als bijlage bij deze voordracht opgenomen Tweede Wijzigingsverordening op de Verordening op de roerende ruimtenbelastingen 2022 vast te stellen, waarmee de volgende wijzigingen worden aangebracht: • Aanpassing van de waardepeildatum in art. 5, lid 2
Gegenereerd: v1.18
1
Gemeenteraad
VN2023-021246 Belastingen
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 20 december 2023
• Aanpassing van de tarieven in art. 6 lid 1 • Aanpassing van de in art. 11, lid 3 genoemde datum van ingang van de heffing. De Gemeentewet (Artikel 221, lid 3) bepaalt dat het tarief voor de Roerenderuimtenbelasting (RRB) gelijk is aan het binnen de gemeente geldende tarief voor de onroerendezaakbelasting (OZB). Een voorstel voor het aanpassen van het tarief voor de OZB moet op grond van dit artikel dus steeds worden gevolgd door een voorstel voor dezelfde tariefswijziging van de RRB. De hier voorgestelde tariefswijziging voor de RRB is - conform artikel 221 lid 3 Gemeentewet identiek aan de voorgestelde tariefswijziging voor de OZB zoals opgenomen in de raadsvoordracht inzake de Zeventiende wijzigingsverordening Verordening Onroerendezaakbelastingen 2007. De gemeente heft RRB bij de eigenaar van roerende woon- en bedrijfsruimten en bij de gebruiker van bedrijfsruimten, die in de gemeente gelegen zijn. Net als bij de OZB wordt de RRB geheven op grond van de waarde in het economische verkeer, in casu van de roerende ruimte. De raad wordt gevraagd om de tarieven voor de roerenderuimtebelasting in 2024 als volgt vast te stellen: % van de waarde van de roerende ruimte
% van de waarde van de roerende ruimte
2023
2024
Gebruikersbelasting roerende bedrijfsruimten
0,1370
0,1355
Eigenarenbelasting roerende bedrijfsruimten
0,1911
0,1868
Eigenarenbelasting roerende woonruimten
0,0431
0,0462
Financiële onderbouwing Consequenties gedekt?
Ja
Overige toelichting
Met de voorgestelde tarieven kunnen de in de begroting 2024 opgenomen baten worden gerealiseerd. Conclusie
De genoemde beslispunten in de voordracht hebben wel financiële consequenties en deze zijn reeds geraamd in de begroting (100% dekking). Geheimhouding
N.v.t.
Welke stukken treft u aan
Gegenereerd: v1.18
2
Gemeenteraad
VN2023-021246 Belastingen
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 20 december 2023
Meegestuurd
Registratienr.
Naam
AD2023-083416
Conceptbesluit Tweede Wijzigingsverordening Verordening RRB 2022 07112023.docx (msw12)
AD2023-072770
Gemeenteraad Voordracht (pdf)
Registratienr.
Naam
Ter Inzage
Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)
Ron Stam r.stam@amsterdam.nl 0683559129
Gegenereerd: v1.18
3