A - 31 Grond en Ontwikkeling (22) Bijlage 4b Beleidskader Bijlagen Bodem Omg
Tekst van het document
Meer informatie De website van de GGD geeft gezondheidskundige informatie over lood in de bodem, maar ook in drinkwater en verf: Lood in de leefomgeving - GGD Amsterdam De website van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied presenteert een kaart met loodgehalten zoals die in bodem onderzoeken zijn aangetroffen: Lood op kaart - Loket OD NZKG Op de website van de gemeente Amsterdam kan men zich aanmelden voor een gratis ‘lood in de bodem-check: Lood in de grond, niet in de mond - Gemeente Amsterdam
63
|
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
BIJLAGE 9 Situaties van grondwaterverontreiniging en aanpak Tabel B9.1 Historische grondwaterverontreinigingen Historische grondwaterverontreiniging (veroorzaakt voor 1987)
Wettelijk kader
Bevoegd gezag
Type activiteit/opmerking
Maatregel
Wbb (het oude recht) o.g.v. overgangsrecht H3 Aanvullings wet bodem.
Provincie of rechtstreekse gemeente (Wbb bevoegd gezag).
- S poedgevallen kennen een zelfstandige saneringsplicht vanwege onaanvaardbare risico’s humaan, eco, verspreiding. Ernst, geen spoedgevallen (saneringsplan ingediend voor i.w.t. Ow): Aanpak vaak vanwege een activiteit of ontwikkeling (natuurlijk moment).
- S aneren conform Wbb: saneringsplan of BUS-melding categorie mobiel. - Nazorg/gebruiksbeperkingen conform Wbb (nazorgplan/ evaluatieverslag).
Overgangsrecht Locaties die onder de Wbb (het oude recht) blijven vallen, zoals lopende of uitgevoerde saneringen (saneringsplan of BUS-melding ingediend voor i.w.t. Ow) of beschikte spoed.
Nazorg bij sanering conform BUS-categorie mobiel: Regeling uniforme saneringen stelt geen specifieke eisen aan (de controle op) functioneren aangebrachte voorzieningen (zoals horizontale drain). Verantwoordelijkheid eigenaar.
Gebruiksbeperking of beheermaatregel op grond van artikel 37 lid 4 Wbb.
Wbb (het oude recht) o.g.v. overgangsrecht H3 Aanvullings wet bodem.
Provincie of rechtstreekse gemeente (Wbb bevoegd gezag.
Kan bijvoorbeeld gaan om - verbod om grondwater op te pompen; - v erplichting om verontreiniging te monitoren (bijv om te bepalen of sanering toch niet spoedeisend is).
Gebruiksbeperking naleven of beheermaatregel uitvoeren.
Locaties met een Wbb-beschikking ernst - geen spoed.
Omgevingswet: Bruidsschat regels omgevingsplan.
Gemeente
Vangnetregel voor in principe elke activiteit (tenzij in het kader daarvan al specifieke regels over aanpak verontreiniging zijn gesteld).
Aanpak op natuurlijk moment; Verdere verspreiding voorkomen en evt ongedaan maken verontreiniging. Maatregelen worden door gemeente/ omgevingsdienst verder geconcretiseerd in omgevingsplan/ maatwerkvoorschrift.
Indien locaties (gevallen van veront-reiniging) al onder overgangsrecht Aanvullingswet bodem vallen omdat saneringsplan is ingediend, of omdat een maatregel 37 lid 4 Wbb voor de locatie geldt, is deze vangnetregel doorgaans niet of minder relevant.
64
|
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
Vooralsnog alleen signaleren bij gemeente, die bepaalt de vervolgaanpak.
Vervolg Tabel B9.1 Historische grondwaterverontreinigingen Historische grondwaterverontreiniging (veroorzaakt voor 1987)
Wettelijk kader
Bevoegd gezag
Type activiteit/opmerking
Maatregel
Omgevingswet: ruimtelijke omgevingsvergunning bouwen in omgevingsplan.
Gemeente*
Bouwen bodemgevoelig gebouw.
Saneren (vaste bodem) door afdekken of verwijderen**. Eventueel maatregelen tegen uitdamping (vluchtige stoffen).
Omgevingswet: afdeling 19.2a Ow.
Gemeente
Oogmerk gezondheid Locaties met overschrijding waarde toelaatbare kwaliteit bodem (vaste bodem) bij bouwen bodemgevoelig gebouw.
Toevalsvondst bodem: Locaties met onaanvaardbare gezondheidsrisico’s die zijn ontdekt na i.w.t. Ow.
Grondwater wordt wel onderzocht, maar alleen de waarden in de vaste bodem worden formeel getoetst (aan de waarden toelaatbare kwaliteit in het omgevingsplan). Toevalsvondst bodem. Kan bij een activiteit als bouwen, saneren, graven ontdekt worden, of bijv. n.a.v. een klacht. Het gaat om onder Wbb ‘gemiste’ spoedlocaties humaan (risico’s voor de gezondheid). Zie echter volgende pagina, ziet ook op humane risico’s door verspreiding.
Voor saneerder en gemeente geldt evt een informatieplicht op grond van omgevingsverorde ning van de provincie N-H, zie onder oogmerk verspreiding. Tijdelijke beheermaatregelen door eigenaar/erfpachter (of door gemeente met mogelijkheid kostenverhaal) om gezondheidsrisico’s weg te nemen.
* Provincie op complexe bedrijven. ** Saneringsaanpak verwijderen is verplicht bij vluchtige stoffen in de bodem boven de waarde toelaatbare kwaliteit bodem (op grond van een maatwerkregel in het omgevingsplan van de gemeente Amsterdam). Indien verwijdering niet volledig haalbaar is, dan zijn eventueel ook maatregelen tegen uitdamping nodig.
65
|
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
Vervolg Tabel B9.1 Historische grondwaterverontreinigingen Historische grondwaterverontreiniging (veroorzaakt voor 1987)
Wettelijk kader
Bevoegd gezag
Type activiteit/opmerking
Maatregel
Omgevingswet: afdeling 19.2a Ow.
Gemeente
Toevalsvondst bodem. Kan bij een activiteit als bouwen, saneren, graven ontdekt worden, of bijv. n.a.v. een klacht. Het gaat om onder Wbb ‘gemiste’ spoedlocaties humaan, ziet ook op humane risico’s die kunnen ontstaan door verspreiding richting drinkwatervoorrraden.
Tijdelijke beheermaatregelen door eigenaar/erfpachter (of door gemeente met mogelijkheid kostenverhaal) om gezondheidsrisico’s weg te nemen.
Directe en indirecte blootstelling relevant; Van indirecte blootstelling is in ieder geval sprake bij aanzienlijke bedreiging van de kwaliteit van drinkwatervoorraden wanneer aangetroffen verontreiniging het grondwater kan bereiken.
Let op: overlap met ‘toevalsvondst grondwater’ in omgevingsverordening van de provincie met informatieplichten voor gemeente en saneerder (zie hieronder).
Oogmerk verspreiding Toevalsvondst bodem.
Locaties met een nog onbekende grondwater-verontreiniging van meer dan 6000 m3 informatieplicht gemeente.
Omgevingswet: Omgevings verordening provincie NH2022.
Provincie
‘Toevalsvondst grondwater’.
De gemeente (omgevingsdienst) informeert GS over een tot dan toe nog niet bekende verontreiniging bij het signaleren daarvan. Eventuele saneringsaanpak door provincie te bepalen, in overleg met de gemeente en de waterbeheerder. De Omgevings verordening HN2022 bevat hierover geen regels.
Locaties met een nog onbekende grondwater-verontreiniging van meer dan 6000 m3 informatieplicht saneerder.
Omgevingswet: Omgevings verordening provincie NH2022.
Provincie
‘Toevalsvondst grondwater’.
De saneerder informeert GS indien de grondwaterverontreiniging groter blijkt te zijn dan 6000m3 en dit nog niet bekend is. Eventuele saneringsaanpak door provincie te bepalen, in overleg met de gemeente en de waterbeheerder. De Omgevings verordening HN2022 bevat hierover geen regels.
66
|
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
Tabel B9.2 Nieuwe grondwaterverontreinigingen Nieuwe grondwaterverontreiniging (veroorzaakt na 1986)
Wet
Bevoegd gezag
Type activiteit/opmerking
Maatregel
Wbb (zorg- en herstelplicht artikel 13 Wbb, aanwijzingen artikel 27 lid 2 Wbb).
Voor artikel 13 Wbb is zowel gemeente, provincie als rijk aan-gewezen als bevoegd gezag voor handhaving. Provincie of recht-streekse gemeente (Wbb bevoegd gezag) kan aanwijzingen geven o.g.v. artikel 27 lid 2 Wbb.
Handelingen als bedoeld in artikel 6 t/m 11 Wbb.
Verontreiniging zoveel mogelijk ongedaan maken door veroorzaker.
Omgevingswet (algemene of specifieke zorgplicht).
Bevoegd gezag zorgplicht Ow (gemeente of provincie).
Aangewezen activiteit in Bal of omgevingsplan (specifieke zorgplicht).
Gebruiksbeperking naleven of beheermaat regel uitvoeren.
Omgevingswet: afdeling 19.1 Ow (informatieplichten in Bal en omgevingsplan).
Bevoegd gezag voor de activiteit, anders gemeente.
Zorgplicht overgangsrecht Verontreiniging veroorzaakt na 1986 en voor inwerkingtreding Omgevingswet (ook indien de verontreiniging pas na i.w.t. Ow ontdekt wordt).
Zorgplicht onder Omgevingswet Verontreiniging veroorzaakt na inwerkingtreding Omgevingswet Ongewoon voorval Verontreiniging ten gevolge van een ongewoon voorval.
Verontreiniging zoveel mogelijk ongedaan maken door veroorzaker.
Herstelplicht bodem na eindonderzoek Verontreiniging die is veroorzaakt door het bedrijf (milieubelastende activiteit aangewezen in Bal).
Omgevingswet: Paragraaf 5.2.1 Bal voor zover ‘aangezet’ bij ‘bedrijfs’-MBA in H3 of H4 Bal.
Meestal gemeente, provincie voor complexe bedrijven.
Bij ‘bedrijfs’-MBA in het Bal, voor zover daarbij par 5.2.1 over eindonderzoek bodem en herstelplicht is aange-wezen. Voor verontreiniging die door het bedrijf is ver-oorzaakt geldt een herstel-plicht. Bij sommige grotere bedrijven is een nulonder-zoek vereist, dit is beperkter dan nu. Bij gebrek aan een nulonderzoek toetsen aan waarden in artikel 5.6, eerste lid, onder b en c.
Verontreiniging zoveel mogelijk ongedaan maken door degene die activiteit beëindigt, kan daarbij ook gaan om verontreiniging die door vorige drijver van de inrichting is veroorzaakt. Ook een grondwater-verontreiniging moet zoveel mogelijk ongedaan worden gemaakt.*
Verontreiniging die is veroorzaakt door het bedrijf (milieubelastende activiteit aangewezen in omgevingsplan).
Omgevingswet: bruidsschat regels omgevingsplan.
Gemeente
N.a.v. het verplichte eind onderzoek geldt voor de verontreiniging die door het bedrijf is veroorzaakt een herstelplicht. In bruidsschat omgevingsplan voor traditioneel schieten en pekelen van dierlijke bijproducten en organen verplicht gesteld.
Verontreiniging zoveel mogelijk ongedaan maken door degene die activiteit beëindigt, kan daarbij ook gaan om verontreiniging die door vorige drijver van de inrichting is veroorzaakt. Ook een grondwater-verontreiniging moet zoveel mogelijk ongedaan worden gemaakt.*
* Artikel 5.6 lid 1 (herstel van de bodemkwaliteit) van paragraaf 5.2.1 Bal geeft aan dat kwaliteit van het grondwater moet worden hersteld tot die in het nulsituatieonderzoek. Als er geen nulsituatieonderzoek is uitgevoerd, is er soms een grondwaterkwaliteitskaart waar een terugsaneerwaarde voor het grondwater uit kan worden afgeleid. In het eerstvolgende Verzamelbesluit zal naar verwachting een aantal wijzigingen in paragraaf 5.2.1 van het Bal doorgevoerd worden. Daarbij zal in de toelichting bij die wijziging dan ook naar verwachting iets over grondwater vermeld worden. Voor de Nota van toelichting ligt er een conceptvoorstel om de volgende tekst op te nemen: In het geval er geen bodemonderzoek voor aanvang van de activiteit is uitgevoerd, wordt een referentieniveau bepaald, waaraan het eindonderzoek bodem wordt getoetst. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de streefwaarden uit de vervallen Circulaire bodemsanering 2013, grondwatermetingen uit de omgeving of de bepalingsgrenzen van het laboratorium. De onderbouwing van het referentieniveau wordt opgenomen in het eindonderzoek bodem.
67
|
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
Vervolg Tabel B9.2 Nieuwe grondwaterverontreinigingen Nieuwe grondwaterverontreiniging (veroorzaakt na 1986)
Wet
Bevoegd gezag
Type activiteit/opmerking
Maatregel
Omgevingswet: Primair zorgplicht.
Bevoegd gezag zorgplicht Ow (gemeente of provincie).
Primair aanpak nieuwe verontreiniging via (specifieke of algemene) zorgplicht onder de Ow.
Verontreiniging ongedaan maken door veroorzaker.
Secundair i.k.v. ruimtelijke omgevings vergunning bouwen in omgevingsplan.
Gemeente*
Omgevingswet: Primair zorgplicht.
Bevoegd gezag zorgplicht Ow (gemeente of provincie).
Secundair afdeling 19.2a Ow.
Gemeente (toevalsvondst bodem).
Omgevingswet: Primair zorgplicht.
Bevoegd gezag zorgplicht Ow (gemeente of provincie).
Secundair toevalsvondst bodem of toevalsvondst grondwater voor zover van toepassing.
Gemeente (toevalsvondst bodem). Provincie (toevalsvondst grondwater).
Zorgplicht overgangsrecht Locaties met overschrijding waarde toelaatbare kwaliteit bodem (vaste bodem) bij bouwen bodemgevoelig gebouw.
Locaties met onaanvaardbare gezondheidsrisico’s die zijn ontdekt na i.w.t. Ow (toevalsvondst bodem).
Indien veroorzaker niet aan te spreken (en de eigenaar/initiatiefnemer geen verwijt valt te maken over het veroorzaken van de verontreiniging), zie tabel over historische grond waterverontreiniging. Primair aanpak nieuwe verontreiniging via (specifieke of algemene) zorgplicht onder de Ow.
Verontreiniging ongedaan maken door veroorzaker.
Indien veroorzaker niet aan te spreken (en de eigenaar/initiatiefnemer geen verwijt valt te maken over het veroorzaken van de verontreiniging), zie tabel over historische grondwaterverontrei niging (toevalsvondst bodem).
Oogmerk verspreiding Locaties met een nieuwe grondwaterverontreiniging.
* Provincie op complexe bedrijven
68
|
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
Primair aanpak o.g.v. zorgplicht door het daarvoor bevoegde gezag (zie eerste 2 rijen van deze tabel, onder zorgplicht).
Verontreiniging ongedaan maken door veroorzaker.
Indien veroorzaker niet aan te spreken (en de eigenaar/initiatiefnemer geen verwijt valt te maken over het veroorzaken van de verontreiniging), zie tabel over historische grondwaterverontreiniging (toevalsvondst bodem en toevalsvondst grondwater).
Tabel B9.3 Grondwateronttrekkingen Grondwateronttrekking
Wet
Bevoegd gezag
Type activiteit
Maatregel
Grotere onttrekkingen
Omgevingswet (H16 Bal)
Provincie
Industriële onttrekking > 150.000 m3 p/j en onttrekkingen voor openbare drinkwater winning
Ongewenste verspreiding van aanwezige bodem verontreiniging tegengaan
Overige onttrekkingen
Omgevingswet: Bruidsschat regels waterschaps verordening
Waterschap
Bouwputbemaling (o.a. bij graven en saneren) en overige onttrekkingen (behalve die waarvoor de provincie bevoegd gezag is, zie rij hierboven)
Ongewenste verspreiding van aanwezige bodem verontreiniging tegengaan
Tabel B9.4 Lozingsroutes na graven of saneren Lozingsroute op:
Bevoegd gezag
Soort activiteit
Regels in
Rijkswateren en Noordzee
Waterbeheerder (Rijkswaterstaat)
Wateractiviteit
Besluit activiteiten leefomgeving (Hoofdstukken 6 en 7 Bal)
Regionale wateren
Waterbeheerder (Waterschap)
Wateractiviteit
Waterschapsverordening
Riool
Gemeente
Milieubelastende activiteit
Omgevingsplan
Op of in de bodem (ook bij lozing > 10 m diep)
Gemeente
Milieubelastende activiteit
Omgevingsplan
69
|
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
BIJLAGE 10 Arseen in grondwater
Bijlage 10
(Kaart is overgenomen uit de Nota bodembeheer 2019, update vindt later plaats)
70
|
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
BIJLAGE 11 Gebruik van de bodemkwaliteitskaart bij CROW400 De publicatie van de CROW400 ‘Werken in en met verontreinigde bodem’ [15] biedt ruimte om een veiligheidsklasse vast te stellen op basis van de bodemkwaliteitskaart. Het gebruik van de bodemkwaliteitskaart voor het vaststellen van een veiligheidsklasse biedt enkele beperkingen: • De bodemkwaliteitskaart maakt gebruik van somparameters voor PAK en PCB’s; • De bodemkwaliteitskaart doet geen uitspraak over asbest en minder voorkomende parameters; • De bodemkwaliteitskaart doet geen uitspraak over grondwater. Vanzelfsprekend is ook in dit geval het gebruik van de bodemkwaliteitskaart alleen toegestaan nadat met een vooronderzoek is komen vast te staan dat op de locatie geen sprake is van een puntbron en waarbij aandacht is voor bovengenoemde beperkingen. De CROW400 schrijft voor dat minimaal gebruik wordt gemaakt van de P80. Amsterdam maakt, als opdrachtgever en werkgever, zelf gebruik van de P90, als extra veiligheidswaarborg. De P90-waarde wordt gebruikt als invoerparameter in de CROW400 webtool ‘Bepaling veiligheidsklasse’. De webtool toetst de ingevoerde waarde aan de SRC-arbo. Is de ingevoerde waarde kleiner dan 75% van de SRC-arbo, dan geldt de basishygiëne. Boven 75% van de SRC-arbo geldt veiligheidsklasse oranje, boven (100% van) de SRC-arbo waarde geldt veiligheidsklasse rood of zwart.
In 2022 wordt in de webtool een wijziging doorgevoerd wat betreft bodemtypecorrectie: voor de blootstellingsroutes ingestie (incl. inhalatie stof) en dermale opname speelt de relatie met bodemtype geen rol voor de mate van bloot stelling. Dit geldt voor niet-vluchtige parameters. Omdat de bodemkwaliteitskaart wordt gemaakt met gehalten omgerekend naar standaardbodem, is het voor niet-vluchtige parameters nodig terug te rekenen naar waarden zonder bodemtypecorrectie om de toetsing goed uit te voeren. Het resultaat van het terugrekenen van de P90 wordt, als service, weergegeven in onderstaande tabellen, per zone en per dieptelaag. Hierbij is gebruik gemaakt van het gemiddelde lutum- en humusgehalte per zone en per dieptelaag. De wel gestandaardiseerde P90 is onderdeel van Bijlage 4 en 5A.
71
|
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
Er is voor gekozen om in deze bijlage geen daadwerkelijke toetsing op te nemen van de P90 aan de SRC-arbo waarden. Dit omdat SRC-arbo waarden kunnen wijzigen en omdat ook blootstellingsprofielen (een werknemer in een sleuf wordt meer blootgesteld dan een werknemer in een overdruk cabine) worden verwerkt in de webtool en daarom van invloed zijn op de uitkomst van de toetsing.
Tabel B11.1 P 90 zonder bodemtypecorrectie ten behoeve van invoer in online webtool Bepaling Veiligheidsklasse, horend bij CROW400 voor de laag 0 tot 0,5 m-mv Zone 0-0,5 m-mv
3
4
5
6
7
A
B
C
D
Barium
177
227
330
311
328
60
71
92
110
Cadmium
0,8
0,9
1,6
1,3
1,2
0,2
0,3
0,4
0,4
Cobalt
7,2
9,7
12,8
9,1
10,0
3,9
4,2
4,5
4,8
Koper
55,1
118,5
268,8
84,7
110,0
16,5
23,3
28,8
45,2
Kwik
0,8
2,4
0,7
1,8
2,5
0,2
0,3
0,5
0,7
Lood
270
965
575
667
380
42
71
127
230
Molybdeen
1,1
1,5
3,9
1,6
2,2
1,1
1,1
1,1
1,1
Nikkel
17,8
19,8
31,4
20,9
25,6
10,4
11,7
12,5
13,6
Zink
423
641
795
827
507
77
106
170
214
PAK 10
9,7
12,0
5,6
16,7
39,4
1,0
1,6
3,6
5,1
0,028
0,024
0,097
0,029
0,172
0,016
0,017
0,022
0,024
Stoffen
PCB (som7)
Tabel B11.2 P 90 zonder bodemtypecorrectie ten behoeve van invoer in online webtool Bepaling Veiligheidsklasse, horend bij CROW400 voor de laag 0,5 tot 1 m-mv Zone 0,5-1 m-mv
3
4
5
6
7
A
B
C
D
Barium
173
237
462
331
386
42
62
92
121
Cadmium
0,8
0,9
1,5
1,4
1,3
0,1
0,3
0,4
0,5
Cobalt
7,7
13,0
16,6
11,3
12,4
3,9
4,3
5,7
6,0
Koper
59
154
349
111
113
13
24
36
70
Kwik
0,9
3,0
1,8
2,5
1,9
0,1
0,4
1,0
1,2
Lood
326
1060
701
797
382
33
94
193
377
Molybdeen
1,5
1,8
4,6
1,8
2,7
1,1
1,1
1,1
1,1
Nikkel
18,2
23,7
53,2
24,4
31,8
9,8
12,1
14,8
15,6
Zink
392
609
1000
890
549
63
115
198
247
PAK 10
11,7
13,7
9,9
21,7
103,7
0,6
1,8
3,6
7,8
PCB (som7)
0,026
0,024
0,128
0,025
0,331
0,012
0,012
0,014
0,021
Stoffen
72
|
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
Tabel B11.3 P 90 zonder bodemtypecorrectie ten behoeve van invoer in online webtool Bepaling Veiligheidsklasse, horend bij CROW400 voor de laag 1 tot 2 m-mv Zone 1-2 m-mv
3
4
5
6
7
A
B
C
D
Barium
143
222
347
297
499
39
58
103
131
Cadmium
0,6
0,8
1,3
1,1
1,1
0,2
0,2
0,4
0,5
Cobalt
8,4
13,5
14,7
11,4
14,2
4,4
4,8
7,4
7,5
Koper
65
185
278
122
103
14
24
49
113
Kwik
1,4
4,3
1,6
3,0
2,2
0,2
0,5
1,5
2,3
Lood
377
1123
498
845
494
40
111
264
567
Molybdeen
1,6
2,2
4,0
2,0
2,7
1,1
1,1
1,1
1,6
Nikkel
18,9
25,1
34,8
23,3
35,2
12,4
13,3
17,3
18,7
Zink
296
587
736
741
616
57
106
207
291
PAK 10
10,2
14,8
7,4
20,6
110,0
0,6
2,2
4,4
9,6
PCB (som7)
0,021
0,021
0,125
0,024
0,157
0,012
0,010
0,011
0,019
Stoffen
Tabel B11.4 P 90 zonder bodemtypecorrectie ten behoeve van invoer in online webtool Bepaling Veiligheidsklasse, horend bij CROW400 voor de laag dieper dan 2 m-mv Zone > 2 m-mv
3
4
5
6
7
A
B
C
D
Barium
151
210
182
198
365
60
71
96
160
Cadmium
0,4
0,4
1,0
0,6
1,0
0,3
0,2
0,3
0,4
Cobalt
10,1
15,3
8,8
12,0
15,5
7,2
6,0
9,5
10,8
Koper
77
217
73
131
91
22
29
47
164
Kwik
1,7
5,2
1,2
3,2
2,1
0,4
0,6
1,7
3,8
Lood
360
1062
190
829
494
90
131
184
715
Molybdeen
2,0
2,6
2,2
2,2
1,8
1,1
1,3
1,2
2,2
Nikkel
22,7
26,3
26,3
21,2
28,0
19,2
17,4
25,3
26,1
Zink
243
417
361
373
416
69
100
148
308
PAK 10
9,6
18,2
5,7
15,9
52,3
0,9
2,4
2,8
11,9
0,027
0,039
0,112
0,047
0,087
0,031
0,020
0,018
0,022
Stoffen
PCB (som7)
73
|
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
BIJLAGE 12 Inhoud XML-bestand Bodemonderzoeksgegevens worden na beoordeling ingevoerd in een bodeminformatiesysteem. Alle bodemgegevens zijn openbaar en zijn door iedereen online te raadplegen. Veel waarde wordt gehecht aan een efficiënte en kwalitatief correcte overdracht van bodemonderzoeksgegevens. Digitale juistheid en volledigheid is van groot belang. Om bodeminformatie te kunnen hergebruiken, in bijvoorbeeld de bodemkwaliteitskaart, zijn sommige gegevens onmisbaar. Daarom is een minimale dataset vastgesteld voor de digitale aanlevering. Het resultaat van een bodemonderzoek wordt als volgt geleverd:
1 × digitale rapportage in PDF Het aan te leveren PDF-bestand bevat slechts 1 bodemrapportage. Zijn er meerdere onderzoeken uitgevoerd, dan betekent dit ook aanlevering van meerdere PDF’s.
XML-bestand Het aan te leveren XML-bestand voldoet aan een aantal voorwaarden: 1. Het XML-bestand voldoet technisch aan het actuele SIKB0101 uitwisselingsformaat of aan het één na laatste formaat. Bestanden van oudere versies kunnen niet worden verwerkt en zullen niet worden geaccepteerd; 2. Het XML-bestand voldoet aan de verplichte velden van de basisdataset SIKB0101, aangevuld met analysedatum bij de analysegegevens; 3. Eén XML-bestand per uitgevoerd bodemonderzoek. XML-bestanden waarbij een van de volgende situaties van toepassing is, voldoen niet: – onderzoeksgegevens van één bodemonderzoek die zijn gespreid over meerdere XML-bestanden; of – nderzoeksgegevens van meerdere bodemonderzoeken die zijn samengevoegd tot één XML-bestand;
74
|
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
4. Gegevens zijn identiek aan de informatie zoals die in het PDF-bestand staat vermeld (Alle meetpunten staan op dezelfde plek als op de kaart in PDF); 5. Analyses die in het veld worden uitgevoerd zijn onderdeel van het XML-bestand. Bijvoorbeeld XRF-analyses voor lood; 6. Het XML-bestand bevat zowel de data van het veldwerk als de basisdataset onderzoeksgegevens en is minimaal gevuld met de gegevens uit Tabel B12.1.
Tabel B12.1 Minimale dataset XML-bestand Onderdeel
Gegevens per onderdeel
Rapportgegevens
– – – – – – –
Meetpuntgegevens
– – – – – –
Monstergegevens
– – – – – –
veldmonster (volledig); analysemonster (volledig); naam (meng)monster; monstertype (bodem/sediment/asfalt/verharding); (meng)monstersamenstelling; (meng)monsterdiepte (diepte bovenkant en diepte onderkant in meter).
Analysegegevens
– – – – –
component; analyseresultaat; eenheid analyseresultaat; referentiewaarde (meetwaarde, detectielimiet, etc.); analysedatum;
Eventuele opmerkingen of toelichting in een aantekeningenveld
Bijvoorbeeld over geurwaarnemingen, vervolgtraject, aanbevelingen, enz.
Koppeling mengmonsters aan geo-referentie van de meetpunten
Voor alle mengmonsters geldt dat alle analyseresultaten gekoppeld zijn aan de veld monsters (in meter t.o.v. NAP) waaruit het mengmonster is samengesteld. Dat geldt ook voor asbest.
De contour van het onderzoeksgebied
Geografische contour van het onderzoeksgebied (met X en Y- coördinaten). Opmerking: Bij een riool- of wegtracé bestaat de contour enkel uit de grenzen van het riool- of wegtracé. Hierdoor wordt voorkomen dat naastgelegen woningen en/of terreinen onterecht bij het onderzoek worden gerekend.
75
|
rapportnaam: straat + huisnummer + plaatsnaam type onderzoek; aanleiding, conclusie en vervolg; naam adviesbureau; rapportnummer; rapportdatum; naam laboratorium.
boringnaam; boringtype; bodemlaag; einddiepte boring in meter; grondwaterstand in meter; filter: - filternaam; - filterdiepte (diepte bovenkant en diepte onderkant in meter); – X en Y en Z coördinaten (in meter t.o.v. NAP).
Bijlagen Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet Amsterdam 2024
Ebbehout 31 1507 EA Zaandam www.odnzkg.nl