A - 30 Democratisering (inclusief Bestuurlijk Stelsel) (10) Bekendmakingsbes
Tekst van het document
Opmerkingen voor publicatie: Te publiceren in: Uiterlijk bekendmaken op: Niet eerder bekendmaken dan op: Consolideren op overheid.nl Gevolgen voor de werking van een andere regeling: Externe informatieve bijlage voor de leesbaarheid: Andere bijzonderheden:
Gemeenteblad Zo snel mogelijk n.v.t. Ja n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Verordening van de raad van de gemeente Amsterdam houdende regels over de bestuurscommissies in de stadsdelen en het stadsgebied van Amsterdam 2022 (Verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022)
De raad van de gemeente Amsterdam, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 september 2021, gelet op artikel 83 en 149 van de Gemeentewet, gezien de inspraakreacties, de uitkomsten van de enquête en de Reactienota uitkomsten inspraak en participatie bij de voorgenomen Hoofdlijnen bestuurlijk stelsel vanaf 2022, de adviezen van de dagelijks besturen van de bestuurscommissies van stadsdelen, overwegende dat het wenselijk is het bestuurlijk stelsel te versterken en te verbeteren door een heldere inrichting, met meer zeggenschap van het lokaal bestuur met inbegrip van het budget, duidelijke bevoegdheden, goede sturingsmogelijkheden, controle en tegenspraak op stadsdeelniveau en verbeterde invloed van de bewoners, besluit de volgende verordening vast te stellen: HOOFDSTUK 1 - INLEIDENDE BEPALINGEN Artikel 1: de stadsdelen 1. De gemeente Amsterdam kent de volgende stadsdelen en één stadsgebied Weesp die zijn onderverdeeld in de volgende gebieden: a. Centrum; i. Centrum-West; ii. Centrum-Oost; b. West; i. Westerpark; ii. Bos en Lommer; iii. Oud-West, De Baarsjes; c. Nieuw-West; i. Geuzenveld-Slotermeer, Sloterdijken; ii. Osdorp;
iii. De Aker, Sloten en Nieuw-Sloten; iv. Slotervaart; d. Zuid; i. Oud-Zuid; ii. Buitenveldert, Zuidas; iii. De Pijp, Rivierenbuurt; e. Oost; i. Oud-Oost; ii. Indische Buurt, Oostelijk Havengebied; iii. Watergraafsmeer; iv. IJburg, Eiland Zeeburg; f. Noord; i. West; ii. Oud-Noord; iii. Oost; g. Zuidoost; i. Bijlmer-Centrum, Amstel III; ii. Bijlmer-Oost; iii. Gaasperdam; h. Weesp; i. Weesp, Driemond. 2. De grenzen van de gebieden, de stadsdelen en het stadsgebied zijn aangegeven op de bij deze verordening behorende kaartbijlage. HOOFDSTUK 2 - INRICHTING EN SAMENSTELLING DAGELIJKS BESTUUR STADSDELEN Paragraaf 1 - Samenstelling en benoeming dagelijks bestuur stadsdelen Artikel 2: dagelijks bestuur 1. In elk stadsdeel is er een bestuurscommissie als bedoeld in artikel 83 van de Gemeentewet, die optreedt als verlengd lokaal bestuur van het college. 2. De bestuurscommissie bestaat uit een dagelijks bestuur met drie leden die op voordracht van het college door de raad, gehoord de stadsdeelcommissie, worden benoemd en ontslagen. De voorzitter wordt op dezelfde wijze benoemd en ontslagen. 3. De stadsdeelcommissieleden stemmen naar aanleiding van de hoorzitting van de kandidaat-bestuursleden individueel en anoniem over de kandidaten.
Indien één of meerdere kandidaten geen meerderheid behaalt, krijgen de leden van de stadsdeelcommissie de gelegenheid om deze keuze te motiveren in een raadscommissie. De raad betrekt het advies van de stadsdeelcommissie bij de benoeming. Artikel 3: onverenigbare betrekkingen, verboden handelingen en nevenfuncties 1. Op een lid van het dagelijks bestuur zijn de artikelen 36a, 36b, 41b en 41c, eerste lid, van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing waarbij voor ‘wethouder’ wordt gelezen: ‘voorzitter of lid van het dagelijks bestuur’’ en waarbij in het tweede lid van artikel 36a, 41b en 41c, eerste lid, voor ‘raad’ wordt gelezen: ‘college’. 2
2. De gemeenteraad stelt voor de leden van het dagelijks bestuur een gedragscode vast. Artikel 4: eed of verklaring en belofte 1. Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen leggen de leden van het dagelijks bestuur, samen met de leden van het college of ten hoogste één vergadering van de gemeenteraad later, ten overstaan van de burgemeester de verklaring en belofte of eed af. Artikel 41a van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing waarbij voor ‘wethouder’ wordt gelezen ‘voorzitter of lid van het dagelijks bestuur’. 2. Bij een tijdelijke vervanging of een tussentijdse benoeming wordt de verklaring en belofte of eed afgelegd ten overstaan van de voorzitter van het dagelijks bestuur. Artikel 5: reglement van orde en adviescommissies 1. Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn vergaderingen en zijn andere werkzaamheden. 2. Het dagelijks bestuur kan adviescommissies instellen. De artikelen 84 en 86 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 6: vergaderingen 1. Op de vergaderingen en stemmingen van het dagelijks bestuur zijn de artikelen 53, 53a, 54 en 56 tot en met 59a van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing waarbij voor ‘burgemeester’ en ‘college’ wordt gelezen: ‘voorzitter van het dagelijks bestuur’ en ‘dagelijks bestuur’. 2.
In aanvulling op hetgeen in artikel 86 van de Gemeentewet is bepaald, hebben de raad, het college en de burgemeester inzage in stukken waarop door het dagelijks bestuur of de voorzitter van het dagelijks bestuur geheimhouding is opgelegd. Artikel 7: bestuurssecretaris 1. Elk dagelijks bestuur heeft een bestuurssecretaris. Deze staat de voorzitter en het dagelijks bestuur bij de uitoefening van hun taak terzijde. 2. De bestuurssecretaris wordt aangesteld door het college op voordracht van de gemeentesecretaris en in overeenstemming met het dagelijks bestuur. 3. Op de bestuurssecretaris is artikel 15, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing waarbij voor ‘ lid van de raad’ en ‘gedeputeerde staten’ wordt gelezen: ‘bestuurssecretaris’ en ‘raad’. 4. Het college stelt nadere regels over de taken en bevoegdheden en de vervanging van de bestuurssecretaris. Artikel 8: beëindiging lidmaatschap en tijdelijke vervanging 1. Op de beëindiging van het lidmaatschap van het dagelijks bestuur zijn de bepalingen uit artikel 42, 43 en 46 tot en met 50 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing waarbij voor ‘de verkiezing’, ‘wethouder’ en 'artikel 36' wordt gelezen: ‘de benoeming’, ‘voorzitter of lid van het dagelijks bestuur’ en 'artikel 2, tweede lid van deze verordening'. 2.
Ten aanzien van de tijdelijke vervanging van een lid van het dagelijks bestuur is artikel 45, 45a en 45b van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing waarbij voor
3
‘wethouder’, ‘raad’ en ‘burgemeester’ wordt gelezen: ‘voorzitter of lid van het dagelijks bestuur’, ‘college’ en ‘voorzitter van het dagelijks bestuur’. Paragraaf 2 - taken en bevoegdheden dagelijks bestuur Artikel 9: taken en bevoegdheden dagelijks bestuur 1. Het dagelijks bestuur is belast met de dagelijkse bestuur- en beheerstaken in het stadsdeel en oefent de taken en bevoegdheden uit die het college aan hem heeft opgedragen. 2. De taken en bevoegdheden die door het college en de burgemeester aan het dagelijks bestuur respectievelijk de voorzitter zijn opgedragen zijn vermeld in de bij deze verordening behorende bijlage 2 (taken) en bijlage 3 (bevoegdheden). 3. De bijlagen kunnen bij collegebesluit en burgemeestersbesluit worden gewijzigd, elk voor zover het de eigen taken en bevoegdheden van het college of de burgemeester betreft. Artikel 10: taken en bevoegdheden voorzitter 1. De voorzitter van het dagelijks bestuur heeft de leiding over de vergaderingen van het dagelijks bestuur en oefent de taken en bevoegdheden uit die de burgemeester aan hem heeft gemandateerd. 2. Op de voorzitter is artikel 170, eerste lid, onder a, c, d en e van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing waarbij voor ‘burgemeester’ wordt gelezen: ‘voorzitter van het dagelijks bestuur’. 3.
Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter worden zijn taken en bevoegdheden waargenomen door een door het dagelijks bestuur uit haar midden aangewezen plaatsvervangend voorzitter. Artikel 11: bekendmaking besluiten Besluiten van het dagelijks bestuur en de voorzitter worden gepubliceerd in het gemeenteblad, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Bekendmakingswet. De artikelen 8 en 10 van die wet en artikel 145 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. Paragraaf 3 - de verhouding tot het college en de burgemeester Artikel 12: advies 1. Het college en de burgemeester betrekken het dagelijks bestuur bij de voorbereiding van stedelijke kaders als deze kaders betrekking hebben op de taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur of het dagelijks bestuur een rol krijgt in de uitvoering van die kaders. 2. Als het college of de burgemeester voornemens is over de stedelijke kaders een besluit te nemen of voornemens is een ander besluit te nemen waarbij de belangen van één of meer stadsdelen zijn betrokken, in ieder geval bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wint het college of de burgemeester bij het dagelijks bestuur advies in. 3. Bij het inwinnen van advies verstrekt het college en de burgemeester de informatie die nodig is om het voorstel te kunnen beoordelen.
Het college en de burgemeester kunnen ten aanzien van de informatie en het voorstel geheimhouding opleggen. 4. Het college of de burgemeester stelt voor het advies een termijn vast. Deze termijn bedraagt minimaal zes weken, waarbij recesperiodes niet worden meegeteld. In 4
uitzonderlijke gevallen kan het college of de burgemeester gemotiveerd besluiten een kortere termijn vast te stellen. 5. Het college of de burgemeester legt de volledige adviezen van het dagelijks bestuur en de stadsdeelcommissie samen met het voorstel aan het college en de raad voor. Indien het college of de burgemeester in het voorstel afwijkt van het advies van het dagelijks bestuur, motiveert het schriftelijk waarom van het advies wordt afgeweken. Artikel 13: toelichting dagelijks bestuur Indien in een vergadering van het college een onderwerp wordt behandeld waarbij de belangen van een stadsdeel betrokken zijn, kan, op verzoek van het college of de burgemeester, een of meer leden van het dagelijks bestuur de behandeling bijwonen en het standpunt van het dagelijks bestuur toelichten. Artikel 14: inlichtingen college en burgemeester 1. Indien het college of de burgemeester inlichtingen wenst, kunnen zij deze inlichtingen aan het dagelijks bestuur vragen. Tevens kunnen de burgemeester, de wethouder of de gemeentesecretaris inlichtingen inwinnen bij de secretaris van het dagelijks bestuur. 2. De in het eerste lid van dit artikel bedoelde inlichtingen worden verstrekt binnen vier weken na ontvangst van het verzoek. Indien dat om technische of juridische redenen niet mogelijk blijkt te zijn, wordt daarvan, onder opgaaf van redenen, mededeling gedaan. 3.
Het college en de burgemeester zijn ook bevoegd het dagelijks bestuur op te dragen systematisch informatie te verstrekken over aangelegenheden waaromtrent zij bevoegd zijn. Artikel 15: terugnemen bevoegdheden 1. Indien daar naar het oordeel van het college of de burgemeester aanleiding toe is, neemt het college of de burgemeester de gedelegeerde taken en bevoegdheden terug, ieder voor zover het de door hen overgedragen taken en bevoegdheden betreft. 2. In het besluit waarmee de delegatie van de taken en bevoegdheden wordt ingetrokken, wordt bepaald welke taken en bevoegdheden worden teruggenomen, voor welke periode dit geldt en welk dagelijks bestuur het betreft. 3. Over het terugnemen van de taken en bevoegdheden vindt vooraf overleg met het betrokken dagelijks bestuur plaats. Artikel 16: indeplaatsstelling 1. Wanneer het dagelijks bestuur een bij of krachtens deze of een andere verordening gevorderde beslissing niet of niet naar behoren neemt, een bij of krachtens deze of een andere verordening gevorderde handeling niet of niet naar behoren verricht of anderszins een bij of krachtens deze of een andere verordening gevorderd resultaat niet, niet tijdig of niet naar behoren tot stand brengt, voorziet het college of de burgemeester daar namens en ten laste van het dagelijks bestuur in. Ieder voor zover het de door hen overgedragen taken en bevoegdheden betreft. 2.
Spoedeisende gevallen uitgezonderd, voert het college of de burgemeester het besluit tot indeplaatsstelling niet uit dan nadat een in het besluit genoemde termijn is verstreken,
5
waarbinnen het dagelijks bestuur de gelegenheid heeft alsnog te voorzien in hetgeen het besluit vordert. 3. Indien het besluit tot indeplaatsstelling een bij of krachtens deze of een andere regeling gevorderd resultaat betreft dat niet tijdig tot stand zal worden gebracht, geeft het college of de burgemeester in het besluit tot indeplaatsstelling aan welke beslissingen, handelingen of resultaten moeten zijn uitgevoerd binnen de in het tweede lid bedoelde termijn. Voor verschillende beslissingen, handelingen of resultaten kunnen daarbij verschillende termijnen worden gesteld. Indien het dagelijks bestuur niet binnen die termijn heeft voorzien in hetgeen het besluit van hem vordert, voorziet het college of de burgemeester in het tot stand brengen van het gevorderde resultaat. 4. Van een besluit tot indeplaatsstelling, alsmede van het voornemen tot het nemen van een dergelijk besluit, wordt mededeling gedaan in een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze. Een afschrift van het besluit en van het voornemen wordt gezonden aan de gemeenteraad. Indien de situatie dermate spoedeisend is dat het college of de burgemeester de beslissing om over te gaan tot indeplaatsstelling niet tevoren op schrift kan stellen, wordt alsnog zo spoedig mogelijk voor de opschriftstelling en bekendmaking gezorgd. Artikel 17: schorsing en vernietiging 1.
De besluiten van het dagelijks bestuur inzake gedelegeerde taken en bevoegdheden kunnen door het college worden vernietigd voor zover zij in strijd zijn met het recht of met het algemeen stedelijk belang. 2. Hangende het onderzoek of er reden is tot vernietiging over te gaan, kan een besluit door het college worden geschorst. Binnen twee maanden na het schorsingsbesluit draagt het dagelijks bestuur het geschorste besluit ter vernietiging voor aan het college. 3. Voordat een besluit tot vernietiging wordt genomen, wordt het dagelijks bestuur de gelegenheid tot overleg geboden. 4. Het besluit tot vernietiging wordt met redenen omkleed. Het besluit tot vernietiging, schorsing, opheffing of verlenging van de schorsing wordt in het Gemeenteblad gepubliceerd. Paragraaf 4 - de verhouding tot de raad en de stadsdeelcommissie Artikel 18: toelichting dagelijks bestuur 1. Indien in een vergadering van de raadscommissies van de raad een onderwerp wordt behandeld waarbij de belangen van het dagelijks bestuur betrokken zijn, kan op verzoek van het college of de burgemeester, een of meer leden van het dagelijks bestuur de behandeling bijwonen en het standpunt van het dagelijks bestuur toelichten. 2. Het dagelijks bestuur ontleent zijn bevoegdheden aan het college. De raad kan het college verzoeken om aanwezigheid van een of meer leden van het dagelijks bestuur.
Artikel 19: verhouding dagelijks bestuur tot de stadsdeelcommissie 1. Het dagelijks bestuur legt alle adviesvragen van het college, bedoeld in artikel 12, eerste en tweede lid, voor aan de stadsdeelcommissie. De stadsdeelcommissie kan besluiten advies uit te brengen over een adviesaanvraag. 6
2. Het dagelijks bestuur vraagt de stadsdeelcommissie om advies als het voornemens is een product in het kader van een gebiedscyclus op te stellen of op eigen initiatief een taak of bevoegdheid uit te oefenen waarbij een uniforme openbare voorbereidingsprocedure in de zin van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht of inspraak in de zin van de Algemene Inspraakverordening aan de orde is. In die gevallen: a. maakt het dagelijks bestuur met de stadsdeelcommissie afspraken over de wijze waarop burgers en ondernemers bij de voorbereiding van de besluitvorming worden betrokken; b. wordt de stadsdeelcommissie in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen. 3. Bij het inwinnen van advies verstrekt het dagelijks bestuur de informatie die nodig is om het voorstel te kunnen beoordelen. 4. Het dagelijks bestuur stelt voor het advies, bedoeld in het tweede lid, een termijn vast. Indien het advies tijdens de terinzagelegging of de inspraakperiode wordt gevraagd, is de termijn gelijk aan de periode van terinzagelegging of inspraak. In alle andere gevallen bedraagt de termijn minimaal een periode waarbinnen twee overlegvergaderingen van de stadsdeelcommissie vallen, of vier weken, indien binnen die termijn minder dan twee overlegvergaderingen vallen. In uitzonderlijke gevallen kan het dagelijks bestuur gemotiveerd besluiten een kortere termijn vast te stellen. 5.
Bij de besluitvorming maakt het dagelijks bestuur inzichtelijk wat het advies van de stadsdeelcommissie is en hoe eventuele voorstellen of moties als bedoeld in artikel 30, derde lid, zijn verwerkt. Het dagelijks bestuur neemt een advies, motie of een voorstel van de stadsdeelcommissie over indien het advies, de motie of het voorstel is vastgesteld met een meerderheid van stemmen en binnen de stedelijke en budgettaire kaders past. Het dagelijks bestuur kan uitsluitend schriftelijk met zeer zwaarwegende redenen afwijken van een advies of voorstel van de stadsdeelcommissie. Paragraaf 5 - De financiën van het dagelijks bestuur Artikel 20: budget voor het dagelijks bestuur 1. Het dagelijks bestuur ontvangt jaarlijks een budget. 2. Het budget van het dagelijks bestuur wordt vastgesteld in de gemeentebegroting. Artikel 21: gebiedscyclus 1. Het dagelijks bestuur legt vierjaarlijks voor elk gebied een gebiedsagenda voor aan de gemeenteraad ter vaststelling. 2. Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks gebiedsplannen vast en legt deze voor aan het college ter kennisname. 3. Het dagelijks bestuur legt jaarlijks verantwoording af aan het college over de uitvoering van de gebiedsplannen. 4. Het college stelt voor het opstellen en aanleveren van de gebiedsplannen en de verantwoording zo nodig voorschriften vast. Artikel 22: verordening ex artikel 212 Gemeentewet
7
In de Financiële verordening gemeente Amsterdam en de daarop gebaseerde beleidsnota's en uitvoeringsbesluiten worden de overige financiële regels voor de dagelijks besturen vastgelegd. HOOFDSTUK 3 - INRICHTING EN SAMENSTELLING STADSDEELCOMMISSIE IN DE STADSDELEN Paragraaf 1 - Samenstelling en verkiezing stadsdeelcommissie in de stadsdelen Artikel 23: leden en voorzitter stadsdeelcommissie 1. In elk stadsdeel is er een bestuurscommissie als bedoeld in artikel 83 van de Gemeentewet met taken en bevoegdheden van de raad. 2. Voor de samenstelling van de stadsdeelcommissie worden per stadsdeel verkiezingen gehouden. Per stadsdeel wordt het volgende aantal leden gekozen: a. Centrum: 11 b. West: 15 c. Nieuw-West: 17 d. Zuid: 15 e. Oost: 15 f. Noord: 11 g. Zuidoost: 11 3. De leden van de stadsdeelcommissie kiezen uit hun midden een voorzitter. 4. De verkiezingen voor de leden van de stadsdeelcommissie vinden elke vier jaar gelijktijdig met de gemeenteraadsverkiezingen plaats. De leden van de stadsdeelcommissie die aftreden in verband met nieuwe verkiezingen, zijn dadelijk herkiesbaar. 5. Voor de toepassing van het tweede lid, is het inwonertal van het stadsdeel bepalend, zoals dit voorkomt in de van gemeentewege openbaar gemaakte bevolkingscijfers per 1 januari van het jaar voorafgaande aan het jaar van de verkiezingen voor de stadsdeelcommissie.
Verwachte inwonersgroei in een stadsdeel vanwege opgeleverde woningbouw in de daaropvolgende vier jaren wordt betrokken bij de vaststelling van het aantal leden van de stadsdeelcommissie, indien de omvang van de verwachte inwonersgroei dit rechtvaardigt. Artikel 24: verkiezingen stadsdeelcommissie 1. Ten aanzien van de verkiezingen zijn de bepalingen uit de Kieswet betreffende de verkiezing van de leden van de raad van overeenkomstige toepassing, waarbij voor ‘gemeente’, ‘gemeenteraad’, ‘burgemeester en wethouders’ en ‘burgemeester’ wordt gelezen: ‘stadsdeel, ‘stadsdeelcommissie’, ‘dagelijks bestuur’ en ‘voorzitter van het dagelijks bestuur’. 2. In afwijking van hetgeen in het eerste lid is bepaald, wordt de leeftijd, bedoeld in artikel B 3, eerste lid van de Kieswet vastgesteld op 16 jaar en wordt de periode, bedoeld in het tweede lid, onder b, van de Kieswet voor de verkiezingen voor de stadsdeelcommissie vastgesteld op twee jaar. 3. In afwijking van hetgeen in het eerste lid is bepaald, wordt het hoofdstembureau in de zin van artikel E 7 van de Kieswet en het centraal stembureau in de zin van artikel E 11 van de Kieswet per stadsdeel ingesteld. 8
4. In afwijking van hetgeen in het eerste lid is bepaald, wordt bij de verdeling van restzetels het percentage, bedoeld in artikel P 8, tweede lid, van de Kieswet vastgesteld op 25% van de kiesdeler. 5. In aanvulling op hetgeen in artikel G 3 van de Kieswet is bepaald, kunnen niet-politieke groeperingen en stichtingen zich voor de verkiezingen laten registreren. Artikel G 3, derde lid onder a en b is op deze groeperingen en stichtingen niet van toepassing. 6. In afwijking van hetgeen in artikel G 3, tweede lid en artikel H 14, eerste lid van de Kieswet is bepaald, is voor de registratie en de kandidaatstelling geen waarborgsom verschuldigd. 7. Het college stelt voor de verkiezing nadere regels vast. Voor zover dat voor een ordelijk verloop van de verkiezing noodzakelijk is, kan het college daarbij afwijken van de in het eerste lid bedoelde bepalingen. 8. Ten aanzien van het vervullen van een opengevallen plaats is hoofdstuk W van de Kieswet van overeenkomstige toepassing. 9. In aanvulling op hetgeen in het achtste lid is bepaald, is artikel W 4, eerste lid, van de Kieswet van overeenkomstige toepassing als zich een vergelijkbare situatie voordoet als omschreven in dat artikel. 10. In afwijking van artikel O 1, eerste lid, van de Kieswet, houdt het hoofdstembureau drie werkdagen na de stemming om 10.00 uur een openbare zitting.
Artikel 25: passief kiesrecht stadsdeelcommissie Om lid te kunnen zijn van de stadsdeelcommissie is vereist dat men ingezetene is van het stadsdeel waarvoor men gekozen is, de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt, niet is uitgesloten van het kiesrecht en voldoet aan de vereisten voor het lidmaatschap van de raad, zoals opgenomen in artikel 10, tweede en derde lid van de Gemeentewet. Dit met dien verstande dat de periode, bedoeld in het tweede lid, onder b, van dit artikel wordt vastgesteld op twee jaar. Artikel 26: vereisten lidmaatschap stadsdeelcommissie, onverenigbare betrekkingen, verboden handelingen en nevenfuncties 1. Op een lid van de stadsdeelcommissie zijn de artikelen 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing waarbij voor ‘raad’ en 'wethouder' wordt gelezen ‘stadsdeelcommissie’ en 'wethouder, lid van de raad of lid van het dagelijks bestuur'. 2. De gemeenteraad stelt voor de leden van de stadsdeelcommissies een gedragscode vast. Artikel 27: eed of verklaring en belofte 1. Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de leden van de stadsdeelcommissie samen met de nieuwe leden van de raad ten overstaan van de burgemeester de verklaring en belofte of eed af. Op de verklaring en belofte of eed is artikel 14 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing waarbij voor ‘raad’ wordt gelezen ‘stadsdeelcommissie’. 2.
Bij een tijdelijke vervanging of een tussentijdse benoeming wordt de verklaring en belofte of eed afgelegd in handen van de voorzitter van de stadsdeelcommissie. Artikel 28: beëindiging lidmaatschap en tijdelijke vervanging
9
Op de beëindiging van het lidmaatschap en de tijdelijke vervanging van de leden van de stadsdeelcommissie zijn de bepalingen uit hoofdstuk X van de Kieswet van overeenkomstige toepassing waarbij voor ‘vertegenwoordigend orgaan’ en ‘gemeenteraad’ wordt gelezen: ‘stadsdeelcommissie’. Artikel 29: reglement van orde De stadsdeelcommissie stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen en de andere werkzaamheden vast. Paragraaf 2 - Taken en bevoegdheden, vergaderingen en secretaris Artikel 30: taken en bevoegdheden en instrumenten 1. De stadsdeelcommissie oefent de taken en bevoegdheden uit die de raad aan haar heeft overgedragen, zoals opgenomen in bijlagen 2 en 3 bij deze verordening. 2. De stadsdeelcommissie brengt gevraagd of ongevraagd advies uit aan het dagelijks bestuur over aangelegenheden die het stadsdeel betreffen. 3. De stadsdeelcommissie kan moties en voorstellen indienen bij het dagelijks bestuur en kan vragen stellen over de wijze waarop het dagelijks bestuur zijn taken en bevoegdheden uitoefent. 4. De stadsdeelcommissie agendeert tevens voor de overlegvergaderingen met het dagelijks bestuur de overige onderwerpen die naar het oordeel van de stadsdeelcommissie noodzakelijk zijn. 5. .
Als de standpunten van de leden van de stadsdeelcommissie in een advies uiteen lopen, kan de commissie in de adviezen en bij de onderwerpen die het voor de overlegvergaderingen met het dagelijks bestuur agendeert, de verschillende standpunten binnen de commissie weergeven. Artikel 31: financiën 1. Het college maakt jaarlijks tegelijk met het vaststellen van de gemeentebegroting transparant welke budgetten beschikbaar worden gesteld aan de stadsdelen voor welke doeleinden. 2. Het dagelijks bestuur informeert de stadsdeelcommissie vooraf over de inzet van de middelen en de stadsdeelcommissie wordt in de gelegenheid gesteld daar advies over uit te brengen, waaronder voorstellen voor een andere inzet. 3. Het dagelijks bestuur neemt een advies of voorstel van de stadsdeelcommissie in beginsel over als het advies of voorstel met een meerderheid van stemmen is vastgesteld en als het binnen de stedelijke en budgettaire kaders past. Het dagelijks bestuur kan uitsluitend schriftelijk met zeer zwaarwegende motieven afwijken van een advies of voorstel van de commissie. 4. Het dagelijks bestuur informeert de stadsdeelcommissie over de daadwerkelijke inzet van de middelen en licht afwijkingen toe. Artikel 32: overlegvergaderingen tussen stadsdeelcommissie en dagelijks bestuur 1.
De stadsdeelcommissie schrijft, buiten de recesperiodes van de raad, elke maand één of twee vergaderingen uit waarin de stadsdeelcommissie met het dagelijks bestuur overlegt. 10
2. De voorzitter van de stadsdeelcommissie zit de overlegvergaderingen tussen de stadsdeelcommissie en het dagelijks bestuur voor. De voorzitter en de leden van het dagelijks bestuur nemen aan de beraadslaging deel. 3. Tijdens de vergaderingen worden de adviezen vastgesteld die het dagelijks bestuur op grond van artikel 19 heeft gevraagd. 4. Voor de vergaderingen worden daarnaast de volgende onderwerpen geagendeerd: a. de adviezen die het dagelijks bestuur op grond van artikel 19 tweede lid, heeft gevraagd en die nog in voorbereiding zijn; b. de onderwerpen die op grond van artikel 30, vierde lid, op initiatief van de stadsdeelcommissie op de agenda zijn geplaatst. c. de adviesaanvragen waarover de stadsdeelcommissie op grond van artikel 19, heeft besloten om advies uit te brengen. 5. De vergaderingen zijn openbaar en vinden plaats op het stadsdeelkantoor of een andere door de stadsdeelcommissie gekozen voor publiek toegankelijk plek binnen het stadsdeel. 6. Op de vergaderingen zijn de artikelen 19 en 20 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing waarbij voor ‘raad’ en ‘burgemeester’ wordt gelezen: ‘stadsdeelcommissie’ en ‘voorzitter van de stadsdeelcommissie’. Artikel 33: overige vergaderingen stadsdeelcommissie 1. De voorzitter van de stadsdeelcommissie schrijft de overige vergaderingen van de stadsdeelcommissie uit.
De voorzitter van de stadsdeelcommissie zit die vergaderingen voor. 2. De vergaderingen zijn openbaar en vinden plaats op het stadsdeelkantoor of een andere door de stadsdeelcommissie gekozen voor publiek toegankelijke plek binnen het stadsdeel. 3. Op de vergaderingen is artikel 17 tot en met 20 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing waarbij voor ‘raad’ en ‘burgemeester’ wordt gelezen: ‘stadsdeelcommissie’ en ‘voorzitter van het dagelijks bestuur’. Artikel 34: commissiesecretaris 1. Voor elke stadsdeelcommissie wordt een ambtelijk commissiesecretaris aangewezen. Deze staat de voorzitter en de stadsdeelcommissie bij de uitoefening van hun taak terzijde. 2. De commissiesecretaris wordt aangesteld door het college op voordracht van de gemeentesecretaris en in overeenstemming met de stadsdeelcommissie. Paragraaf 3 - de verhouding tot het dagelijks bestuur en de raad Artikel 35: informatie dagelijks bestuur 1. Als de stadsdeelcommissie voornemens is een onderwerp op grond van artikel 30, vierde lid voor de overlegvergaderingen met het dagelijks bestuur te agenderen, dan maakt de stadsdeelcommissie dit aan het dagelijks bestuur kenbaar. 2. Het dagelijks bestuur verstrekt aan de stadsdeelcommissie de informatie die nodig is om dit onderwerp voor de overlegvergadering te agenderen. 3.
Als het onderwerp op een overlegvergadering met het dagelijks bestuur is besproken, dan maakt het dagelijks bestuur inzichtelijk wat met de uitkomst van die bespreking is gedaan. 11
Artikel 36: toelichting en agendering raadscommissie 1. Indien in een vergadering van een raadscommissie een onderwerp behandeld wordt: a. waarover de stadsdeelcommissie advies heeft uitgebracht; b. waarover het dagelijks bestuur de stadsdeelcommissie om advies had moeten vragen op grond van artikel 19, eerste of tweede lid, maar dit niet is gebeurd of c. dat naar aanleiding van initiatief van de stadsdeelcommissie op grond van artikel 30, vierde lid voor de vergadering van de raadscommissie is geagendeerd, kunnen één of meer leden van de stadsdeelcommissie op eigen verzoek op of verzoek van de raadscommissie de behandeling bijwonen en het standpunt van de stadsdeelcommissie toelichten. 2. In die gevallen waarin een onderwerp niet op grond van het eerste lid in de vergadering van een raadscommissie aan de orde komt, kan de stadsdeelcommissie een advies over dit onderwerp voor een vergadering van een raadscommissie ter agendering aandragen. Indien het onderwerp vervolgens tijdens een vergadering van de raadscommissie behandeld wordt, kunnen één of meer leden van de stadsdeelcommissie op eigen verzoek of op verzoek van de raadscommissie de behandeling bijwonen en het standpunt van de stadsdeelcommissie toelichten. Artikel 37 Bekendmaking besluiten Artikel 11 van deze verordening is van overeenkomstige toepassing op besluiten van de stadsdeelcommissie.
Artikel 38 Stadsdeelpanels 1. De stadsdeelcommissie stelt via loting een stadsdeelpanel in om de commissie te adviseren over onderwerpen of thema’s die relevant zijn voor het stadsdeel. 2. Het stadsdeelpanel bestaat uit inwoners uit het desbetreffende stadsdeel. 3. Het aantal deelnemers van het stadsdeelpanel is ten minste 250 leden. 4. Het voltallige stadsdeelpanel adviseert minimaal tweemaal per jaar. 5. De stadsdeelcommissie, de gemeenteraad en burgers woonachtig in het stadsdeel kunnen kwesties aan het stadsdeelpanel, dan wel leden daarvan voorleggen. 6. Om tot een gewogen oordeelsvorming te komen kan het stadsdeelpanel ondersteund worden door een deskundige op het gebied van participatie. 7. Leden van het stadsdeelpanel krijgen voor het bijwonen van een bijeenkomst, bedoeld in het vierde lid, een vacatie vergoeding van maximaal €100,-. 8. Het stadsdeelpanel brengt schriftelijk advies uit aan de stadsdeelcommissie, gemeenteraad of burgers binnen maximaal vier weken nadat de kwestie is voorgelegd. HOOFDSTUK 4 - INRICHTING EN SAMENSTELLING STADSGEBIED WEESP Paragraaf 1 - Samenstelling en verkiezing bestuurscommissie stadsgebied Weesp Artikel 39: bestuurscommissie
12
1. In het stadsgebied Weesp is een bestuurscommissie als bedoeld in artikel 83 van de Gemeentewet. De bestuurscommissie treedt op als verlengd lokaal bestuur van het college en zorgt binnen de stedelijke kaders voor participatie in het stadsgebied. 2. De bestuurscommissie bestaat uit elf leden. 3. Voor de samenstelling van de bestuurscommissie worden verkiezingen gehouden in het stadsgebied Weesp. 4. De verkiezingen voor de leden van de bestuurscommissie vinden elke vier jaar gelijktijdig met de gemeenteraadsverkiezingen plaats. De leden van de bestuurscommissie die aftreden in verband met nieuwe verkiezingen, zijn dadelijk herkiesbaar. Artikel 40: verkiezingen bestuurscommissie 1. Ten aanzien van de verkiezingen zijn de bepalingen uit de Kieswet betreffende de
verkiezing van de leden van de raad van overeenkomstige toepassing, waarbij voor ‘gemeente’, ‘gemeenteraad’, ‘burgemeester en wethouders’ en ‘burgemeester’ wordt gelezen: ‘stadsgebied’, ‘bestuurscommissie’, ‘bestuurscommissie’ en ‘voorzitter van de bestuurscommissie’. 2. In afwijking van hetgeen in het eerste lid is bepaald, wordt de leeftijd, bedoeld in artikel B 3, eerste lid, van de Kieswet vastgesteld op 16 jaar en wordt de periode bedoeld in het tweede lid, onder b, van de Kieswet voor de verkiezingen voor de stadsdeelcommissie vastgesteld op twee jaar. 3. In afwijking van hetgeen in het eerste lid is bepaald, wordt bij de verdeling van restzetels het percentage, bedoeld in artikel P 8, tweede lid, van de Kieswet vastgesteld op 25% van de kiesdeler. 4. In aanvulling op hetgeen in artikel G 3 van de Kieswet is bepaald, kunnen niet-politieke groeperingen en stichtingen zich voor de verkiezingen laten registreren. Artikel G 3, derde lid onder a en b is op deze groeperingen en stichtingen niet van toepassing. 5. In afwijking van hetgeen in artikel G 3, tweede lid en artikel H 14, eerste lid van de Kieswet is bepaald, is voor de registratie en de kandidaatstelling geen waarborgsom verschuldigd. 6. Het college stelt voor de verkiezing nadere regels vast.
Voor zover dat voor een ordelijk verloop van de verkiezing noodzakelijk is, kan het college daarbij afwijken van de in het eerste lid bedoelde bepalingen. 7. Ten aanzien van het vervullen van een opengevallen plaats is hoofdstuk W van de Kieswet van overeenkomstige toepassing. 8. In aanvulling op hetgeen in het vijfde lid is bepaald, is artikel W 4, eerste lid, van de Kieswet van overeenkomstige toepassing als zich een vergelijkbare situatie voordoet als omschreven in dat artikel. 9. In afwijking van artikel O 1, eerste lid, van de Kieswet, houdt het hoofdstembureau drie werkdagen na de stemming om 10.00 uur een openbare zitting. Artikel 41: passief kiesrecht van de bestuurscommissie Om lid te kunnen zijn van de bestuurscommissie is vereist dat men ingezetene is van Weesp of Driemond, de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt, niet is uitgesloten van het kiesrecht en voldoet aan de vereisten voor het lidmaatschap van de raad, zoals opgenomen in artikel 36a
13
van de Gemeentewet. Dit met dien verstande dat de periode, bedoeld in het tweede lid, onder b, van artikel 10 Gemeentewet waarnaar wordt verwezen, wordt vastgesteld op twee jaar. Artikel 42: vereisten lidmaatschap bestuurscommissie, onverenigbare betrekkingen, verboden handelingen en nevenfuncties Op een lid van de bestuurscommissie zijn de artikelen 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing waarbij voor ‘raad’ en 'wethouder' wordt gelezen ‘bestuurscommissie’ en voor 'wethouder’ ‘lid van de raad of lid van de bestuurscommissie'. Artikel 43: eed of verklaring en belofte 1. Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de leden van de bestuurscommissie ten overstaan van de burgemeester de verklaring en belofte of eed af. Op de verklaring en belofte of eed is artikel 14 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing waarbij voor ‘raad’ wordt gelezen ‘bestuurscommissie’. 2. Bij een tijdelijke vervanging of een tussentijdse benoeming wordt de verklaring en belofte of eed afgelegd ten overstaan van de voorzitter van de bestuurscommissie. Artikel 44: beëindiging lidmaatschap en tijdelijke vervanging 1. Op de beëindiging van het lidmaatschap van de bestuurscommissie zijn de bepalingen uit de eerste en tweede paragraaf van hoofdstuk X van de Kieswet van overeenkomstige toepassing. 2.
Ten aanzien van de tijdelijke vervanging van een lid van de bestuurscommissie is de derde paragraaf van hoofdstuk X van de Kieswet van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat een lid van de bestuurscommissie niet tijdelijk wordt ontslagen wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, maar verlof opneemt. 3. Gedurende het verlof, bedoeld in het tweede lid, is het lid dat met verlof gaat, ontheven van zijn taken en bevoegdheden en kan het lid geen gebruik maken van zijn stemrecht. De bestuurscommissie wordt gedurende het verlof met een tijdelijke vervanger aangevuld. Artikel 45: reglement van orde en adviescommissies 1. De bestuurscommissie stelt een reglement van orde vast voor zijn vergaderingen en zijn andere werkzaamheden. 2. De bestuurscommissie kan adviescommissies instellen. Artikel 84 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. Paragraaf 2 - Samenstelling en benoeming dagelijks bestuur stadsgebied Weesp Artikel 46: dagelijks bestuur en voorzitter 1. De bestuurscommissie heeft een dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur bestaat uit een voorzitter en twee andere leden. 2. De leden van het dagelijks bestuur en de voorzitter worden door de bestuurscommissie uit haar midden benoemd. Artikel 47: onverenigbare betrekkingen, verboden handelingen en nevenfuncties leden dagelijks bestuur 14
Op een lid van een dagelijks bestuur zijn de artikelen 11, 36b, 41b en 41c, eerste lid van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Dit met uitzondering van hetgeen in artikel 36b, onder l, van de Gemeentewet is bepaald. Daarbij wordt voor ‘wethouder’ gelezen: ‘voorzitter of lid van het dagelijks bestuur’ en in het tweede lid van artikel 36b, 41b en 41c, eerste lid, wordt voor ‘raad’ gelezen: ‘bestuurscommissie’. Artikel 48: benoeming dagelijks bestuur 1. De bestuurscommissie benoemt, na de periodieke verkiezing, in zijn eerste vergadering een tijdelijk voorzitter van het dagelijks bestuur. 2. Als bij stemming geen der kandidaten de volstrekte meerderheid behaalt, wordt een tweede stemming gehouden tussen de twee kandidaten die bij de eerste stemming de meeste stemmen hebben verkregen. Als bij tweede stemming geen der kandidaten de volstrekte meerderheid behaalt, dan vervult de lijsttrekker van de in de bestuurscommissie gekozen fractie waarop de meeste stemmen zijn uitgebracht, tijdelijk deze functie. 3. De twee overige leden van het dagelijks bestuur worden benoemd op de tweede maandag volgend op de datum waarop de bestuurscommissie is geïnstalleerd. Op die dag vindt ook de definitieve benoeming van de voorzitter plaats. 4.
Voor ieder te benoemen lid van het dagelijks bestuur geldt: als bij stemming geen der kandidaten de volstrekte meerderheid behaalt, wordt een tweede stemming gehouden tussen de twee kandidaten die bij de eerste stemming de meeste stemmen hebben verkregen. 5. Ten aanzien van de benoeming van de leden van het dagelijks bestuur zijn de artikelen 38, 40 en 42 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. 6. De benoeming ter vervulling van een plaats die tussentijds openvalt, geschiedt zo spoedig mogelijk. Artikel 49: ontslag en tijdelijke vervanging leden dagelijks bestuur 1. Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan de bestuurscommissie. Artikel 43, tweede lid, van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. Een lid van het dagelijks bestuur kan ook door de bestuurscommissie worden ontslagen. 2. Een lid van het dagelijks bestuur kan bij zwangerschap en bevalling of ziekte verlof opnemen en gedurende die periode tijdelijk worden vervangen. De artikelen 45, 45a en 45b van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 50: taken voorzitter De voorzitter is zowel voorzitter van de bestuurscommissie als voorzitter van het dagelijks bestuur. De artikelen 32a, 53, 59a en 74 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 51: verhindering of ontstentenis voorzitter en leden dagelijks bestuur 1. Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter van het dagelijks bestuur wordt zijn ambt waargenomen door een door het dagelijks bestuur aan te wijzen lid van het dagelijks bestuur.
15
2. Bij verhindering of ontstentenis van alle leden van het dagelijks bestuur wordt het ambt waargenomen door een door de bestuurscommissie aan te wijzen lid van de bestuurscommissie. Artikel 52: reglement van orde dagelijks bestuur Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vast. Paragraaf 3 - Taken en bevoegdheden, vergaderingen en secretaris Artikel 53: taken en bevoegdheden bestuurscommissie 1. De artikelen 9 tot en met 11 zijn van overeenkomstige toepassing waarbij voor ‘dagelijks bestuur’ ‘bestuurscommissie’ wordt gelezen. 2. Waar in de bijlagen 2 en 3 (takenlijst en bevoegdhedenregister) behorend bij deze verordening staat genoemd ‘DB’ of ‘dagelijks bestuur’ wordt voor het stadsgebied Weesp gelezen: bestuurscommissie. Artikel 54: vergaderingen 1. Op de vergaderingen en stemmingen van de bestuurscommissie zijn de artikelen 17 tot en met 20, 24, 26 en 27 tot en met 32 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing waarbij voor ‘burgemeester’ en ‘raad’ wordt gelezen: ‘voorzitter van de bestuurscommissie’ en ‘bestuurscommissie’. 2. Op de vergaderingen van het dagelijks bestuur is artikel 6, eerste lid van overeenkomstige toepassing. 3.
In aanvulling op hetgeen in artikel 86 van de Gemeentewet is bepaald, heeft de raad, het college en de burgemeester inzage in stukken waarop de bestuurscommissie geheimhouding heeft opgelegd. 4. In afwijking van hetgeen in artikel 32, vierde tot en met het zesde lid, van de Gemeentewet is bepaald, heeft de voorzitter een doorslaggevende stem indien de stemmen binnen de bestuurscommissie staken. Artikel 55: bestuurssecretaris 1. De bestuurscommissie heeft een secretaris. De bestuurssecretaris staat de voorzitter, het dagelijks bestuur en de bestuurscommissie bij de uitoefening van hun taak terzijde. 2. De bestuurssecretaris wordt aangesteld door het college op voordracht van de gemeentesecretaris en in overeenstemming met de bestuurscommissie. 3. Op de bestuurssecretaris is artikel 15, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing waarbij voor ‘ lid van de raad’ en ‘gedeputeerde staten’ wordt gelezen: ‘bestuurssecretaris’ en ‘raad’. 4. Het college stelt nadere regels over de taken en bevoegdheden en de vervanging van de bestuurssecretaris. Artikel 56: de verhouding tot het college en de burgemeester De artikelen 12 tot en met 17 zijn van overeenkomstige toepassing waarbij voor ‘dagelijks bestuur’ ‘bestuurscommissie’ en voor ‘stadsdeel’ ‘stadsgebied’ wordt gelezen. 16
Artikel 57: de financiën van de bestuurscommissie De artikelen 20 tot en met 22 zijn van overeenkomstige toepassing waarbij voor ‘dagelijks bestuur’ ‘bestuurscommissie’ wordt gelezen. Artikel 58: stadsgebiedpanels Artikel 38 van deze verordening is van overeenkomstige toepassing op het stadsgebied Weesp, met dien verstande dat voor “stelt via loting een stadsdeelpanel in”, in het eerste lid moet worden gelezen “kan via loting een stadsdeelpanel instellen”, dat voor “stadsdeelpanel” moet worden gelezen “stadsgebiedpanel” en dat voor “stadsdeelcommissie” moet worden gelezen “bestuurscommissie”. HOOFDSTUK 5 - OVERGANGSBEPALINGEN Paragraaf 1 - de verkiezingen van de leden van de stadsdeelcommissies Artikel 59: verkiezingen stadsdeelcommissies Deze paragraaf is van toepassing op de eerste verkiezing van de leden van de stadsdeelcommissies. Deze vindt plaats op 16 maart 2022. Artikel 60: voorbereiding van de verkiezingen 1. De bestuurscommissies die zijn ingesteld op grond van de Verordening op het lokaal bestuur in Amsterdam zijn belast met de organisatie van de in artikel 24 bedoelde verkiezing. Elke bestuurscommissie is verantwoordelijk voor de verkiezing van de stadsdeelcommissie die voor zijn grondgebied wordt ingesteld. 2.
De bestuurscommissies zijn in verband met de organisatie van de verkiezing van de leden van stadsdeelcommissies belast met de uitvoering van de artikel E 4 tot en met P 26 alsmede hoofdstuk V van de Kieswet, met dien verstande dat het hoofdstembureau in de zin van artikel E 7 en het centraal stembureau in de zin van artikel E 11 per stadsdeel wordt ingesteld. Artikel 61: registratie groepering 1. Aan de registratievereisten op grond van artikel G 3 van de Kieswet is voldaan, als de aanduiding van een groepering is geregistreerd voor de verkiezing van de leden van de stadsdeelcommissie zoals die op grond van de Verordening op het lokaal bestuur werd gehouden. 2. In afwijking van artikel G 3, zevende lid, onder d, van de Kieswet wordt de aanduiding van de in het eerste lid bedoelde groepering geschrapt indien voor de verkiezing van de leden van de stadsdeelcommissies geen geldige kandidatenlijst wordt ingeleverd. Artikel 62: groeperingen De laatst gehouden verkiezing van de leden van de stadsdeelcommissie zoals die op grond van de Verordening op het lokaal bestuur in Amsterdam werd gehouden, wordt voor de toepassing van de bepalingen uit de Kieswet en het Verkiezingsreglement aangemerkt als de laatst gehouden verkiezing van de leden van stadsdeelcommissies.
17
Artikel 63: zitting centraal stembureau In afwijking van de bepalingen uit de Kieswet vindt de zitting van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de stadsdeelcommissies, waar een beslissing wordt genomen over de nummering van de kandidatenlijsten plaats op de zevende dag na de kandidaatstelling in een openbare zitting om tien uur. Artikel 64: Aanwijzing bijzonder stemlokaal 1. Het college kan besluiten dat kiezers kunnen stemmen in een of meer stemlokalen die liggen in de gemeente, maar buiten het gebied van de stadsdeelcommissie waarvoor de verkiezing wordt gehouden. 2. Het college kan tevens besluiten dat kiezers kunnen stemmen voor de bestuurscommissie van het stadsgebied Weesp in één of meer stemlokalen in de gemeente Amsterdam. Paragraaf 2 – waarneming, regelgeving en taken en bevoegdheden Artikel 65: waarneming voorzitter en dagelijks bestuur bestuurscommissies 1. Degenen die op grond van de Verordening op het lokaal bestuur in Amsterdam waren benoemd als de voorzitter en de overige leden van het dagelijks bestuur van de bestuurscommissies treden tot het moment dat de leden van dagelijks bestuur op grond van artikel 4, eerste lid worden benoemd als waarnemers op. Als de waarnemers ontslag nemen of worden ontslagen, kan het college een vervanger benoemen. 2.
Over de periode van 16 maart 2022 tot op het moment dat de leden van het dagelijks bestuur op grond van artikel 4, eerste lid worden benoemd, worden de taken en bevoegdheden die op grond van deze verordening aan het dagelijks bestuur worden opgedragen, opgedragen aan de waarnemers en hun eventuele vervangers. Zij nemen gedurende deze periode geen beslissingen als bedoeld onder punt 3 in de Algemene bepalingen en beperkingen in Bijlage 3 bij deze verordening (het bevoegdhedenregister). 3. De waarnemers en hun eventuele vervangers kunnen voor de taken en bevoegdheden ondermandaat verlenen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. 4. Gedurende de in het tweede lid genoemde periode, blijft voor de bezoldiging van de waarnemers de verordening voorzieningen bestuurscommissieleden van toepassing zoals die op 15 maart 2022 gold. Artikel 66: aanblijven bestuurssecretaris De aanstelling van een bestuurssecretaris op grond van artikel 7, tweede lid van de Verordening op het lokaal bestuur, zoals deze gold op 15 maart 2022, geldt als een aanstelling als bedoeld in artikel 7, tweede lid van deze verordening.
Artikel 67: regelgeving bestuurscommissies De taken en bevoegdheden in de verordeningen, beleidsregels of overige voorschriften die door de gemeenteraad, het college, de burgemeester of de bestuurscommissies op grond van de Verordening op het lokaal bestuur in Amsterdam zijn vastgesteld en die zijn toegekend aan het algemeen of dagelijks bestuur van de bestuurscommissies die op grond van de Verordening op het lokaal bestuur in Amsterdam zijn ingesteld, worden vanaf 16 maart 2022 uitgeoefend door het dagelijks bestuur in dat stadsdeel. Dit geldt voor zover deze taken en 18
bevoegdheden op grond van de deze verordening ook aan het dagelijks bestuur zijn toegekend. Artikel 68: beheer van besluiten, rechten en plichten van de gemeente, subsidies en procedures en rechtsgedingen 1. De besluiten die door een bestuurscommissie op grond van de Verordening op het lokaal bestuur in Amsterdam zijn genomen, kunnen met ingang van 16 maart 2022 worden gewijzigd of ingetrokken door het dagelijks bestuur, voor zover die taken en bevoegdheden op grond van deze verordening ook aan het dagelijks bestuur zijn toegekend. 2. De rechten en plichten die door een besluit van een bestuurscommissie op grond van de Verordening op het lokaal bestuur in Amsterdam op de gemeente rusten, gaan met ingang van 16 maart 2022 over op het dagelijks bestuur, voor zover die taken en bevoegdheden op grond van deze verordening ook aan het dagelijks bestuur zijn toegekend. 3. Een subsidie die door een bestuurscommissie op grond van de Verordening op het lokaal bestuur in Amsterdam is verleend, kan met ingang van 16 maart 2022 worden vastgesteld door het dagelijks bestuur, voor zover de subsidie ziet op taken en bevoegdheden op grond van deze verordening ook aan het dagelijks bestuur zijn toegekend. 4.
De wettelijke en bestuursrechtelijke procedures en rechtsgedingen waarbij de gemeente op basis van de besluitvorming van een bestuurscommissie op grond van de Verordening op het lokaal bestuur in Amsterdam is betrokken, gaan met ingang van 16 maart 2022 over op het dagelijks bestuur. Dit voor zover die taken en bevoegdheden op grond van deze verordening ook aan het dagelijks bestuur zijn toegekend. Paragraaf 3: de verkiezing van de bestuurscommissie van het stadsgebied Weesp Artikel 69: verkiezingen bestuurscommissie Weesp Dit artikel is van toepassing op de eerste verkiezing van de leden van de bestuurscommissie van het stadsgebied Weesp. Deze vindt plaats op 16 maart 2022. Artikel 70: voorbereiding van de verkiezingen 1. Het hoofdstembureau voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van Amsterdam, bedoeld in artikel E 7 van de Kieswet, is bevoegd op te treden als hoofdstembureau voor de in artikel 40 bedoelde verkiezing. 2. Het hoofdstembureau is in verband met de organisatie van de verkiezing van de leden van de bestuurscommissie belast met de uitvoering van de artikel E 4 tot en met P 26 alsmede hoofdstuk V van de Kieswet. 3. Voor de in artikel 40 bedoelde verkiezing treedt het hoofdstembureau tevens als centraal stembureau op. Artikel 71: registratie groepering Artikel 62 van deze verordening is van overeenkomstige toepassing. Artikel 72: groeperingen
19
De laatst gehouden verkiezing van de leden gemeenteraad van Weesp, wordt voor de toepassing van de bepalingen uit de Kieswet en het Verkiezingsreglement aangemerkt als de laatst gehouden verkiezing van de leden van de bestuurscommissie. Artikel 73: zitting centraal stembureau Artikel 63 van deze verordening is van overeenkomstige toepassing. HOOFDSTUK 6 - SLOTBEPALINGEN Artikel 74: intrekking verordening op het lokaal bestuur De verordening op het lokaal bestuur in Amsterdam wordt met ingang van 16 maart 2022 ingetrokken. Artikel 75: inwerkingtreding 1. Hoofdstuk 1, 2, 3 en 5 treden op 16 maart 2022 in werking, met uitzondering van artikel 9, tweede en derde lid, artikel 30, eerste lid, en artikel 53, tweede lid, die op een door de raad nader te bepalen tijdstip in werking treden en de paragrafen 1 en 3 van hoofdstuk 5, die drie dagen na publicatie in het Gemeenteblad in werking treden. 2. Hoofdstuk 4 treedt op 24 maart 2022 in werking, met uitzondering van paragraaf 1, die drie dagen na publicatie in het Gemeenteblad in werking treedt. Artikel 76: citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van [datum (maand voluit geschreven)]. De voorzitter Femke Halsema De raadsgriffier Jolien Houtman
20
Bijlage 1: Kaart Amsterdam met indeling stadsdelen
21
Toelichting Algemeen deel In het Hoofdlijnenbesluit bestuurlijk stelsel 2022 is overwogen dat het bestuurlijk stelsel vanaf 2022 vraagt om versterking en verbetering. Een heldere bestuurlijke inrichting van het stelsel is nodig en daarbij is een breed bestuurlijk draagvlak voor meer zeggenschap van het lokaal bestuur (inclusief budget), duidelijke bevoegdheden, goede sturingsmogelijkheden, controle en tegenspraak op stadsdeelniveau en verbeterde invloed van de bewoners. Stadsdeelbesturen en stadsdeelcommissies moeten meer invloed krijgen en de mogelijkheden voor inwoners om mee te denken, mee te doen en mee te beslissen moeten worden vergroot. Dit vraagt om verbeteringen in het bestuurlijk stelsel zelf, maar ook in de mogelijkheden voor participatie, ambtelijke organisatie en cultuur. Maar het vraagt bovenal om een concretisering van het mandaat van de stadsdelen. De invloed van stadsdelen moet groter en vooral beter aansluiten op de lokale opgave, door een gebiedsgerichte focus. We willen een stelsel dat beter uitlegbaar is, zodat bewoners weten waar ze moeten zijn met vragen en ideeën, en weten hoe en waarover ze kunnen meebeslissen over zaken die hun directe leefomgeving betreffen.
Het lokale bestuur krijgt heldere taken, verantwoordelijkheden, instrumenten en ambtelijke ondersteuning om die opdracht waar te kunnen maken: De taken en bevoegdheden van het lokaal bestuur zijn grotendeels adequaat maar vragen wel nadere uitwerking en verheldering, zodat het voor bestuurders, ambtenaren, burgers en andere belanghebbenden duidelijk is waar ze over gaan. In 2018 was al een bestuursakkoord gesloten tussen college en stadsdeelbestuurders. Hoewel hierin goede afspraken werden gemaakt over de wijze van samenwerking (en ambtelijke ondersteuning) zijn de afspraken na ondertekening van het bestuursakkoord onvoldoende uit de verf gekomen. Meer duidelijkheid over de lokale bevoegdheden bij de stadsdelen en de zeggenschap daarover kan hierbij helpen en daarmee bijdragen aan de lokale opgave. Ook het versterken van de onderlinge relaties kan de samenwerkingscultuur bevorderen zoals jaarlijkse bestuursconferenties of het actief koppelen van collegeleden en raadsleden aan het stadsdeel en de stadsdeelcommissies. Uit eerdere evaluaties blijkt dat cultuurverandering een lange adem nodig heeft, dit gaat niet vanzelf. De roep voor een meer open en toegankelijke cultuur komt ook uit de inspraak en participatie naar voren. Met het voorstel van het college voor het bestuurlijk stelsel is het stelsel niet af.
Stevige inzet en bestuurlijke aandacht ook voor houding en gedrag en gedeeld eigenaarschap zijn blijvend nodig om de gewenste veranderingen, waar de Amsterdammer mee gebaat is, tot wasdom te brengen. In deze verordening is op basis van bovenstaande de basis gelegd voor de inrichting en werkwijze van het lokale bestuur in de zeven stadsdelen en het stadsgebied van Amsterdam. De omvang van Amsterdam en de uiteenlopende problematiek in de verschillende delen van stad, vragen om een stevig lokaal bestuur. De lokale bestuurders zijn degenen die lokaal oplossen wat lokaal kan, die de oren en ogen van het college in het stadsdeel of stadsgebied vormen, die initiatieven nemen om de wijken leefbaar te houden en ruimte bieden aan initiatieven van de Amsterdammer. Het lokale bestuur is voor onze stad naast het centrale stadsbestuur essentieel.
22
De zeven stadsdelen kennen een benoemd dagelijks bestuur, bestaande uit drie leden. Daarnaast is er een rechtstreeks gekozen stadsdeelcommissie met een minimum van 11 en een maximum van 17 leden. Zowel het dagelijks bestuur als de stadsdeelcommissie zijn vanaf 16 maart 2022 bestuurscommissies in de zin van artikel 83 Gemeentewet. Het dagelijks bestuur voert taken en bevoegdheden uit namens het college, de stadsdeelcommissie enkele taken en bevoegdheden namens de raad. Het zijn daarmee in juridische zin gelijkwaardige spelers. Ook geven de stadsdeelcommissies de dagelijks besturen gevraagd en ongevraagd advies. De stadsdeelcommissie kunnen voorstellen en moties indienen bij het dagelijks bestuur wat onderdeel vormt van hun controlerende taak. Het dagelijks bestuur neemt voorstellen en moties van de stadsdeelcommissie over en kan hier alleen met zwaarwegende redenen schriftelijk van afwijken. Tot slot onderhoudt en versterkt de stadsdeelcommissie netwerken van inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Zij benut, faciliteert en stimuleert verschillende vormen van burgerparticipatie. Gelet op de omvang van hun takenpakket is het totale aantal stadsdeelcommissieleden uitgebreid ten opzichte van het stelsel tussen 2018 en 2022. Om die reden is ook hun vergoeding verhoogd.
Met het bestuurlijk stelsel zoals dat per 16 maart 2022 geldt, is de verwachting dat er in de stadsdelen een evenwichtig bestuur zal zijn. Het uitvoering geven aan het dagelijks reilen en zeilen in het stadsdeel is aan het dagelijks bestuur. De stadsdeelcommissie heeft naast een stevige adviestaak, voldoende instrumentarium om het gesprek aan te gaan met de dagelijks besturen over hun keuzes. Dit geeft een mate van tegenwicht op lokaal niveau die nodig is om elkaar scherp te houden. Het stadsgebied Weesp, bestaande uit Weesp en Driemond, kent een andere bestuursvorm. In plaats van twee bestuurscommissies, een benoemd dagelijks bestuur en een gekozen stadsdeelcommissie, is er gekozen voor één gekozen bestuurscommissie, die uit haar midden een dagelijks bestuur aanwijst. In verband met de gemeentelijke fusie tussen Weesp en Amsterdam per 24 maart 2022 is hier bewust voor gekozen door de gemeenteraden van Weesp en Amsterdam. Centraal voor Weesp stond de nabijheid van bestuur in het stadsgebied. Met een direct gekozen bestuurscommissie van elf leden die de belangen van de inwoners van het stadsgebied behartigen en lokaal oplossen wat kan, is de verwachting dat hier aan wordt voldaan. Artikelsgewijze toelichting
Hoofdstuk 1 - Inleidende bepalingen Artikel 1: de stadsdelen Amsterdam kent zeven stadsdelen en één stadsgebied. De grenzen van de stadsdelen, die weer onderverdeeld zijn in de 22 gebieden, en het stadsgebied, dat is onderverdeeld in twee gebieden, zijn aangegeven op de kaart, die als bijlage 1 bij de verordening is opgenomen. 23
Opmerking verdient dat grote delen van Westpoort met ingang van 1 januari 2015 aan de stadsdelen West en Nieuw-West zijn toegevoegd. Voor het deel van Westpoort dat tot de haven hoort, geldt echter dat het geen onderdeel uitmaakt van de stadsdelen of gebieden. De ingezetenen van dat deel van Westpoort kunnen dus niet voor een stadsdeelcommissie of bestuurscommissie stemmen. Het aantal (stemgerechtigde) ingezetenen van dat deel is overigens zeer beperkt.
Hoofdstuk 2 - Inrichting en samenstelling dagelijks bestuur De Gemeentewet biedt de mogelijkheid om verschillende commissies in te stellen. Op grond van artikel 83 van de Gemeentewet kunnen bestuurscommissies worden ingesteld. Dat zijn commissies die bevoegdheden kunnen uitoefenen die door de gemeenteraad, het college of de burgemeester aan hen zijn overgedragen. Op grond van de Gemeentewet moet een bestuurscommissie worden ingesteld door het orgaan dat de bevoegdheden aan de bestuurscommissie overdraagt. Dat orgaan moet daarbij de taken, bevoegdheden, samenstelling en werkwijze van de commissie regelen en vaststellen op welke wijze verantwoording wordt afgelegd. Verder moet geregeld worden op welke wijze het orgaan dat de bestuurscommissie heeft ingesteld inzage heeft in de stukken waaromtrent door de commissie geheimhouding is opgelegd. In dit hoofdstuk wordt daar uitvoering aan gegeven. Artikel 2: dagelijks bestuur Met het eerste lid stelt het college per stadsdeel een bestuurscommissie in. In het tweede lid staat dat de bestuurscommissie bestaat uit drie leden en dat de raad op voordracht van het college de leden van het dagelijks benoemt en ontslaat. De raad doet dit niet dan nadat de stadsdeelcommissie de kandidaat-leden heeft gehoord en naar aanleiding van die hoorzitting een advies heeft uitgebracht dat de raad betrekt bij de benoeming (derde lid).