A - 29 Ruimtelijke Ordening (30) bijlage 3 OIS-enquête Amsterdammers over de
Tekst van het document
-
Amsterdammers over de ontwerp-omgevingsvisie 2050 Onderzoek, Informatie en Statistiek
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Omgevingsvisie 2050
In opdracht van: Projectteam Omgevingsvisie 2050 Projectnummer: 20397 Auteru: Grip, Feiko de Bosveld, Willem
Bezoekadres: Weesperstraat 113-117 Postbus 658, 1000 AR Amsterdam
data.amsterdam.nl
f.de.grip@amsterdam.nl
Amsterdam, april 2021
Foto voorzijde: Nieuwe Leeuwarderweg met bouwactiviteiten, fotograaf Edwin van Eis (2021)
2
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Omgevingsvisie 2050
Inhoud
Samenvatting
4
Inleiding
6
1 Meerkernige ontwikkeling
7
Meerderheid vindt meerkernige ontwikkeling een goede keuze Winkelcentra, drukke stadsstraten en winkels in de wijk kunnen naast elkaar bestaan Voorzieningen Centrum moeten zich vooral op Amsterdam en de regio richten Woonruimte en fiets- en wandelroutes moeten prioriteit zijn in samenwerking met buurgemeenten
2 Groeien binnen grenzen
7 8 8 9
11
Intensiever bebouwen bedrijventerreinen en slimmer benutten bebouwing krijgen voorkeur boven meer hoogbouw of verdichting zonder hoogbouw 11 Kijk bij mengen bedrijven en woningen kritisch naar het soort bedrijven 12 Wees zuinig op ruimte en groen in Nieuw-West, Zuidoost en Noord 12 Houthavens en NDSM aantrekkelijke voorbeeldwijken 13 Iets vaker een negatieve dan een positieve houding tegenover windmolens in de stad 14
3 Duurzaam en gezond bewegen Bij verbeteren verbindingen hebben uitbreiding fiets- en metronetwerk prioriteit Draagvlak voor transformatie stadslanen en meer ruimte voor fietsers en voetgangers Meningen verdeeld over maatregelen om aantal auto’s terug te dringen
4 Rigoureus vergroenen Groot draagvlak voor vergroening van de stad, helft ziet daarvoor ruimte in eigen omgeving Combineer verschillende soorten binnenstedelijke vergroening Vergroten ruimte voor de natuur en recreatie in de natuur even populair
5 Samen stadmaken
15 15 16 17
18 18 19 19
21
Faciliteer ontmoeting en bedrijvigheid in de buurt om bewoners zich te laten ontwikkelen 21 Inwoners willen meer betrokken worden bij de buurt in het algemeen en bij bouwplannen 22
Bijlage: vragenlijst
23
3
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Omgevingsvisie 2050
Samenvatting
De Omgevingsvisie Amsterdam 2050 geeft richting aan de toekomstige ontwikkelingen van de stad tot 2050. Het doel is om richting te geven aan de langere termijn ontwikkeling van de stad. Tijdens de tervisieligging van de ontwerp-omgevingsvisie begin 2021 konden Amsterdammers een reactie geven op de inhoud. Onderdeel hiervan was een enquête onder het Stadspanel Amsterdam, die door ongeveer 1.000 respondenten is ingevuld. Hiermee ontstaat een kwantitatief beeld van hoe Amsterdammers over de in de omgevingsvisie gemaakte keuzes denken. De vragenlijst en het rapport zijn opgebouwd aan de hand van de vijf strategische keuzes die in de omgevingsvisie worden voorgesteld. Meerkernige ontwikkeling Meerkernige ontwikkeling spreekt aan, goede verbindingen tussen de kernen belangrijk De omgevingsvisie stelt voor om een ontwikkeling in te zetten naar een stad en regio met meerdere stedelijke kernen. Respondenten vinden dit in meerderheid (72%) een goede keuze, vooral omdat de binnenstad erdoor ontlast wordt en andere gebieden een impuls krijgen. De winkels en horeca in stadsdeel Centrum zouden zich vooral op inwoners van Amsterdam en de regio moeten richten. Bewoners van stadsdelen die een meer grootstedelijk centrum zouden krijgen (Nieuw-West, Zuidoost en Noord) zijn vergeleken met andere stadsdelen relatief positief over deze meerkernige ontwikkeling.
Daarbij is de bereikbaarheid van de verschillende kernen in de regio wel belangrijk: goede verbindingen moeten volgens negen van de tien respondenten een speerpunt zijn in de regionale samenwerking. Een ander dossier dat volgens respondenten prioriteit verdient is samenwerking bij het realiseren van voldoende betaalbare woonruimte.
Groeien binnen grenzen Intensiever bebouwen bedrijventerreinen en slimmer benutten bebouwing krijgen voorkeur boven meer hoogbouw of verdichting zonder hoogbouw In de omgevingsvisie wordt ingezet op een stad die groeit, maar wel binnen de huidige stadsgrenzen. Daarvoor worden verschillende strategieën gecombineerd. Respondenten vinden het intensiever bebouwen van bedrijventerreinen de belangrijkste manier om binnenstedelijk te groeien. Daarbij moet wel kritisch gekeken worden welke bedrijven in de buurt kunnen staan van woningen. Ook in het beter benutten van de daken en ondergrond van gebouwen zien veel mensen kansen. Daarmee is voor deze strategieën meer draagvlak dan voor meer hoogbouw of verdichting van de stad zonder hoogbouw. De omgevingsvisie ziet voor die laatste strategie mogelijkheden in de ruimer opgezette stadsdelen Nieuw-West, Zuidoost en Noord. Respondenten geven aan dat er zuinig moet worden omgegaan met de ruimte en het groen in deze stadsdelen. Dit gevoel heerst het sterkst bij de bewoners zelf. Voor het ontwikkelen van nieuwe wijken in de stad vindt de meerderheid van de respondenten de Houthavens en NDSM aantrekkelijke voorbeelden. Ook een oudere stadsbuurt als de Indische Buurt zou volgens de helft als voorbeeld kunnen dienen.
4
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Omgevingsvisie 2050
Duurzaam en gezond bewegen Draagvlak voor meer ruimte fiets, voetganger en openbaar vervoer, maar maatregelen om auto terug te dringen vindt niet iedereen wenselijk Omdat de ruimte in een stad met meer inwoners schaarser wordt, maakt de omgevingsvisie strategische keuzes om plek te zoeken voor bouwen, groen, verblijven en voor fietsers en voetgangers. In die keuze moet de auto met haar relatief grote ruimtegebruik een stap terug doen. De wijze waarop respondenten zelf een straat zouden inrichten sluit aan bij die keuze. Drie van de vier respondenten zouden in een stadsstraat als de Overtoom of van Woustraat veel ruimte geven aan trottoirs en fietspaden. Een op de tien respondenten wil de auto ruim baan geven. Bij het verbeteren van de verbindingen binnen en naar de stad hebben de uitbreiding van het fiets- en metronetwerk prioriteit. Hoewel er draagvlak is voor meer ruimte voor de fiets, voetganger en het openbaar vervoer, wordt beleid om auto’s terug te dringen lang niet door iedereen wenselijk gevonden. Voor het verhogen van de parkeertarieven en het invoeren van tolpoorten vanaf de ring is het minste draagvlak. Respondenten in de stadsdelen waar de auto momenteel nog de meeste ruimte krijgt, Zuidoost en Nieuw-West, zijn het meest kritisch over maatregelen om autoverkeer te beperken. Het draagvlak daarvoor is het grootst in Centrum en Noord.
Rigoureus vergroenen Veel belang gehecht aan vergroening, combineer meerdere vormen daarvan binnen de stad Het beter benutten van de ruimte in de stad wordt in de omgevingsvisie gecombineerd met vergroening. Respondenten vinden dit een erg belangrijk streven. In Nieuw-West, Centrum en West wordt het meeste belang gehecht aan vergroening, in Zuidoost iets minder. De helft van de respondenten ziet in de eigen woonomgeving ruimte om te vergroenen. Dit aandeel is relatief laag in de dichter bevolkte stadsdelen Centrum en West. Bij het vergroenen van de stad zou de gemeente verschillende middelen moeten inzetten, zoals groen planten op en aan gebouwen en het toevoegen van postzegelparkjes. Voor een nieuw stadsbos net buiten de stad is minder draagvlak. Als inwoners mochten kiezen wat er aan het landschap rondom Amsterdam zou worden toegevoegd, wil men vooral de natuur meer ruimte geven maar er ook zelf van kunnen genieten. Meer ruimte voor de natuur en een grotere biodiversiteit worden even belangrijk gevonden als meer fiets- en wandelroutes door die natuur.
Samen stadmaken Faciliteer ontmoeting en bedrijvigheid in de buurt zodat bewoners zich er kunnen ontwikkelen De omgevingsvisie zet in op samenwerking met bewoners. Daarvoor moet er meer ruimte komen voor bewoners om vorm te geven aan de eigen leefomgeving en zich daar zelf te kunnen ontplooien. Er is nog ruimte te winnen in het betrekken van inwoners bij wat er speelt in de buurt. De meerderheid van de respondenten geeft aan meer betrokken te willen worden door de gemeente. Voor het stimuleren van persoonlijke ontwikkeling in de eigen buurt vinden respondenten het belangrijk dat er meer betaalbare bedrijfsruimte komt. Ook het organiseren van ontmoeting tussen Amsterdammers is belangrijk. Dit kan door buurthuizen en welzijnsvoorzieningen, maar ook door gemengdere buurten, waarin men meer verschillende mensen tegenkomt.
5
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Omgevingsvisie 2050
Inleiding
Ontwerp-Omgevingsvisie Amsterdam 2050 voorgelegd aan Amsterdammers In de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 schetst de gemeente Amsterdam hoe de stad er in 2050 uit moet zien. Het doel is om, in een regionale en mondiale context van bevolkingsgroei, internationalisering, technologische ontwikkeling, maatschappelijke tegenstellingen en klimaatvraagstukken richting te geven aan de langere termijn ontwikkeling van de stad. In de omgevingsvisie wordt een antwoord gezocht op vragen als Hoe richten we de stad in ten behoeve van welvaart, welzijn en geluk van de Amsterdammers, regiobewoners en bezoekers? Waar gaan we wonen en werken, hoe komen we van A naar B, hoe zien de publieke ruimtes eruit en welke plek is er straks voor groen?1 De omgevingsvisie stelt vijf strategische keuzes voor: Meerkernige ontwikkeling, Groeien binnen grenzen, Duurzaam en gezond bewegen, Rigoureus vergroenen en Samen stadmaken. Van 21 januari tot en met 3 maart lag de ontwerp-omgevingsvisie ter visie. Amsterdammers konden een reactie geven op de inhoud. Daarnaast is aan Onderzoek, Informatie en Statistiek (OIS) gevraagd om te helpen met het vertalen van de keuzes in een aantal vragen die door middel van een enquête aan Amsterdammers konden worden voorgelegd. Met deze enquête kon een grotere groep Amsterdammers bereikt worden. De resultaten dienen als kwantitatieve toetsing van de inspraakreacties.
Ze geven een representatief beeld. Enquête onder Stadspanel Tussen 16 februari en 1 maart is er een enquête uitgezet onder het Stadspanel Amsterdam. Voor dit door OIS beheerde panel kunnen alle volwassen Amsterdammers zich aanmelden. Uit het panel is een naar stadsdeel gestratificeerde steekproef getrokken. Dit wil zeggen dat er per stadsdeel voldoende mensen zijn uitgenodigd om een representatief beeld van de mening van alle Amsterdammers en de verschillen tussen stadsdelen te geven. Er zijn 2.002 panelleden uitgenodigd, waarvan 965 personen de vragenlijst volledig hebben ingevuld, een respons van 48%. Respondenten die de vragenlijst niet in zijn geheel hebben ingevuld zijn wel meegenomen in de resultaten. Daarom zijn sommige vragen door meer dan 965 mensen beantwoord. In deze rapportage wordt bij elke behandelde vraag aangegeven om hoeveel respondenten het gaat. Rapportage Deze rapportage geeft aan de hand van de enquêteresultaten weer hoe Amsterdammers denken over de in de ontwerp-omgevingsvisie gemaakte strategische keuzes en verschillende onderliggende dimensies. Elk hoofdstuk gaat in op een van de keuzes.
1 Gemeente Amsterdam, Ontwerp-omgevingsvisie 2050, Een Menselijke Metropool, 2020 (via
https://assets.amsterdam.nl/publish/pages/961463/ontwerp-omgevingsvisie_amsterdam_2050_2.pdf)
6
|
Onderzoek, Informatie en Statistiek
Omgevingsvisie 2050
1 Meerkernige ontwikkeling
De omgevingsvisie signaleert dat de groei van de stad in de afgelopen jaren, waarin veel op het centrum was gericht, gepaard is gegaan met ruimtelijke segregatie en toenemende kansenongelijkheid. Daarom is een van de strategische keuzes om een ontwikkeling in te zetten naar een stad en regio met meerdere (groot)stedelijke kernen. Onder andere door te investeren in de bestaande centra van Nieuw-West, Zuidoost, Noord en omliggende gemeenten moet de balans worden gevonden. Meerderheid vindt meerkernige ontwikkeling een goede keuze Ongeveer zeven van de tien (72%) respondenten vinden de keuze voor meerkernige ontwikkeling een heel goed idee (22%) of een goed idee (50%). De omgevingsvisie benadrukt het belang van samenspraak met bewoners wiens omgeving door deze keuze sterk van karakter verandert. In dat licht valt op dat bewoners van stadsdelen die een grootstedelijker centrum moeten krijgen relatief positief zijn over deze keuze. In Zuidoost staat 82% van de respondenten achter meerkernige ontwikkeling, in Nieuw-West is dit 79% en in Noord 75%. Ongeveer een op de veertien (7%) respondenten vindt meerkernige ontwikkeling een (heel) slecht idee. Inwoners van Oost (13%) en Zuid (11%) staan relatief vaak niet achter deze keuze.
Figuur 1.1 De omgevingsvisie wil dat andere centra, zoals Osdorpplein, Amsterdamse Poort en Zaandam, langzaam groter, belangrijker en stedelijker worden ten opzichte van de binnenstad. Dit noemen we ‘meerkernige ontwikkeling’. In hoeverre vindt u dat een goed idee? (n=1.004) Centrum West Nieuw-West Zuid Oost Noord Zuidoost Amsterdam
Centrum 6 West 7 Nieuw-West 7 Zuid 11 Oost 13 Noord 4 Zuidoost 4 Amsterdam 7
70 65 79 69 67 75 82 72
0
20
40
60
80
(heel) goed idee
100
0
%
20
40
60
80
100
(heel) slecht idee Bron: OIS
Veel respondenten die meerkernige ontwikkeling een goede keuze vinden, zien het als een goede manier om de binnenstad te ontlasten (als reden gegeven door 64% van de voorstanders, zie tabel 1.2) en om andere centra een impuls te geven (63%). Inwoners van stadsdelen die nu minder voorzieningen hebben geven relatief vaak aan van meerkernige ontwikkeling te verwachten dat voorzieningen dichterbij komen te liggen. Respondenten die niet achter Titel is en een meerkernige ontwikkeling staan geven als reden dat de binnenstad niet vervangbaar
7
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Omgevingsvisie 2050
centrale positie moet behouden (52%). Ook geven zij aan het geen haalbare ambitie te vinden, omdat men toch wel naar de binnenstad zal blijven gaan (32%). Het behouden van de rust in andere gebieden vormt voor een kleinere groep de reden om niet achter meerkernige ontwikkeling te staan (20%). Tabel 1.2 Wat zijn daarvoor uw belangrijkste redenen? Meerdere antwoorden mogelijk (weergegeven is het percentage respondenten dat een antwoord gekozen heeft) Van de respondenten die meerkernige ontwikkeling een (heel) goed idee vinden (n=727)
%
de binnenstad moet ontlast worden
64
de andere centra kunnen een impuls gebruiken voorzieningen komen daardoor voor mij dichterbij te liggen
63 34
Van de respondenten die meerkernige ontwikkeling een (heel) slecht idee vinden (n=75) de binnenstad is niet vervangbaar en moet haar centrale positie in de stad behouden de rust in andere centra moet behouden blijven het is niet haalbaar, mensen zullen ten alle tijden naar de binnenstad blijven gaan
% 52 20 32 Bron: OIS
Winkelcentra, drukke stadsstraten en winkels in de wijk kunnen naast elkaar bestaan Aan respondenten werd gevraagd welke plek winkels in het stadsbeeld zouden moeten hebben. In winkelcentra, in drukke stadsstraten of juist niet geconcentreerd maar rommelig verspreid door de wijk? De meerderheid van de respondenten (57%) heeft geen voorkeur voor een van deze keuzes maar spreekt zich uit voor een mengvorm. De drie keuzes zelf kunnen elk op evenveel, maar weinig steun rekenen. Winkelcentra, drukke stadsstraten en winkels in de wijk kunnen voor Amsterdammers dus naast elkaar bestaan. Inwoners van Noord, Zuidoost en Nieuw-West, stadsdelen die op dit moment al een meer geconcentreerd winkelaanbod hebben met winkelcentra, zien deze variant ook relatief graag. Figuur 1.3 Waar ziet u winkels in de stad het liefst? (n=1.041) 5% 13%
in winkelcentra, met alle winkels makkelijk bij elkaar 12%
in drukke stadsstraten, zoals de Overtoom, Van Woustraat of Linnaeusstraat een beetje rommelig verspreid door de wijk, zodat je verrast wordt
57%
13%
een mengvorm van bovenstaande keuzes geen voorkeur Bron: OIS
Voorzieningen Centrum moeten zich vooral op Amsterdam en de regio richten Volgens de omgevingsvisie kan meerkernige ontwikkeling van de stad het centrum in de toekomst ontlasten. De druk op het centrum liep de afgelopen jaren sterk op, omdat de talrijke voorzieningen naast Amsterdammers en mensen uit de regio ook steeds meer binnenlandse en buitenlandse toeristen aantrokken. Eerder onderzoek van OIS liet zien dat er wijken in stadsdeel Centrum zijn waar het grote aantal bezoekers steeds meer ten koste gaat van de leefbaarheid
8
|
Onderzoek, Informatie en Statistiek
Omgevingsvisie 2050
voor bewoners2. Respondenten geven nu aan dat de winkels en horeca in stadsdeel Centrum zich vooral op inwoners van Amsterdam en de regio moeten richten (figuur 1.4). Het aanbod voor toeristen hoeft niet te verdwijnen, maar de nadruk moet liggen op aanbod voor lokale en regionale bezoekers. Figuur 1.4 In hoeverre zouden de winkels en horeca in het stadsdeel Centrum zich op de volgende groepen moeten richten? (n=1.003)
inwoners van Amsterdam en de regio
79
inwoners van de binnenstad
73
binnenlandse toeristen 17 0
(volledig) op richten
20
30
internationale toeristen
18 47
40
neutraal
7
23
37 20
3
46
%
80
100
60
(helemaal) niet op richten Bron: OIS
Inwoners van stadsdelen die verder van Centrum af liggen, vinden relatief vaak dat de voorzieningen daar wél op toeristen (zowel internationaal als binnenlands) gericht mogen zijn. In Zuidoost geeft 22% aan dat de voorzieningen in Centrum zich grotendeels of volledig op internationale toeristen kunnen richten (tabel 1.5). Voor inwoners van Nieuw-West is dit 20%. Inwoners van stadsdeel Centrum (9%) zelf en de naastgelegen stadsdelen Oost, Noord en West (allen 13%) zijn het minst voorstander van op toerisme gerichte voorzieningen. Inwoners van Centrum geven het vaakst aan dat de voorzieningen vooral voor inwoners van de binnenstad zouden moeten zijn (85%). Tabel 1.5 Aandeel respondenten dat aangeeft dat winkels en horeca in stadsdeel Centrum zich volledig of grotendeels op de volgende groepen moeten richten, per stadsdeel (procenten) NieuwWest
Centrum West
internationale toeristen
9
13
20
binnenlandse toeristen
18
26
inwoners van Amsterdam en de regio
80
83
inwoners van de binnenstad
85
76
68
Zuid
Oost
Noord
Zuidoost
18
13
13
22
33
31
26
26
38
81
74
78
78
77
68
72
72
68 bron: OIS
Woonruimte en fiets- en wandelroutes moeten prioriteit zijn in samenwerking met buurgemeenten De gemeente Amsterdam ziet in haar omgevingsvisie kansen in betere samenwerking met de regiogemeenten om meer spreiding van voorzieningen en werkgelegenheid te realiseren. Zo zou de stedelijke kwaliteit van kernen als Almere, Zaandam, Purmerend en Hoofddorp versterkt kunnen worden met voorzieningen zoals hoger onderwijs en culturele instellingen. Dit kan er voor zorgen dat vervoersstromen minder groot worden en minder in dezelfde (centrale) richting
2 OIS, Onderzoek naar de toeristische draagkracht van wijken. De invloed van toerisme op de leefbaarheid, februari 2020
9
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Omgevingsvisie 2050
bewegen. De verbindingen binnen de regio zouden verbeterd moeten worden, met een focus om openbaar vervoer. Aan Amsterdammers is voor een aantal elementen van deze strategische keuze gevraagd hoe belangrijk zij het vinden om hier in de samenwerking met buurgemeenten op in te zetten. Zij markeren vooral het belang van samenwerking in het aanbieden van betaalbare woonruimte en een goed netwerk van fiets- en wandelroutes in de regio. Negen van de tien respondenten (89%) vinden samenwerking op deze gebieden (heel) belangrijk. Spreiding van toerisme komt op de derde plek, zeven van de tien respondenten (68%) vindt samenwerking hiervoor van belang. Ook voor het spreiden van culturele voorzieningen en een eenduidig parkeerbeleid is volgens meer dan de helft een betere samenwerking in de regio welkom. Figuur 1.6 De gemeente Amsterdam wil nauwer samenwerken met directe buurgemeenten. Hoe belangrijk is dat volgens u voor de volgende zaken? (n=1.005) samenwerken bij aanbieden van betaalbare woonruimte
89
goede fiets- en wandelroutes tussen onze gemeenten
89
het spreiden van toeristische voorzieningen
68
het spreiden van culturele voorzieningen
58
eenduidig parkeerbeleid
51
0
20
40
%
60
80
100
(heel) belangrijk Bron: OIS
10
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Omgevingsvisie 2050
2 Groeien binnen grenzen
In de omgevingsvisie wordt ingezet op een stad die flink groeit, maar wel binnen de huidige stadsgrenzen. Daarvoor liggen er kansen in het ombouwen van bedrijventerreinen tot gebieden waar zowel gewoond als gewerkt wordt en in het verdichten van de bebouwing in de ruimer opgezette wijken van Nieuw-West, Zuidoost en Noord. In stationsgebieden kan ook hoger gebouwd worden dan 70 meter. Bij het verdichten van buurten moet een goede woonkwaliteit worden gewaarborgd door middel van leefbare straten en pleinen en veel plek voor ontmoeting. Daarnaast ligt de focus bij de inrichting van de stad op hergebruik van materialen en grondstoffen en op meer zelfvoorzienende energieopwekking zoals stadsverwarming en zonneen windenergie. Intensiever bebouwen bedrijventerreinen en slimmer benutten bebouwing krijgen voorkeur boven meer hoogbouw of verdichting zonder hoogbouw Respondenten vinden het intensiever bebouwen van bedrijventerreinen de belangrijkste manier waarop Amsterdam binnenstedelijk kan groeien. Zes op de tien respondenten zou hierop inzetten. Men kon meerdere strategieën kiezen. Een ongeveer even groot deel (55%) geeft aan dat daken en de ondergrond van gebouwen beter kunnen worden benut. Daarmee is voor deze strategieën meer draagvlak dan voor meer hoogbouw (33%) of verdichting zonder hoogbouw (27%).
Voor het nog steviger inzetten op minder ruimtegebruik door auto’s staan vier op de tien respondenten (43%) open. Figuur 2.1 Op welke manieren zou u de ruimte in de stad nog beter benutten? (n=994) (meerdere antwoorden mogelijk (weergegeven is het percentage respondenten dat een antwoord gekozen heeft) bedrijventerreinen intensiever bebouwen
59
daken en ondergrond beter benutten
55
meer auto’s eruit, zowel rijdend als parkerend
43
zoveel mogelijk onbenutte ruimtes opvullen
41 33
meer hoogbouw, zoals Rotterdam
een hogere bebouwingsdichtheid zonder hoogbouw, zoals Parijs
27
volkstuinen toegankelijker maken voor iedereen
26
ongebruikt kijkgroen, zoals middenbermen, verminderen 7
0
% 20
40
60
80 100 Bron: OIS
Desgevraagd benadrukken vrijwel alle respondenten (93%) dat het ontwikkelen van nieuwe woongebieden gepaard moet gaan met voldoende maatschappelijke voorzieningen zoals scholen, zorginstellingen en buurthuizen. Ook het voorzien in betaalbare woningen is een voorwaarde bij nieuwe gebiedsontwikkelingen volgens 93% van de respondenten.
11
|
Onderzoek, Informatie en Statistiek
Omgevingsvisie 2050
Kijk bij mengen bedrijven en woningen kritisch naar het soort bedrijven Het merendeel van de respondenten vindt het een goed idee om bedrijvigheid in wijken te combineren met woningen, een van de manieren waarop Amsterdam volgens de omgevingsvisie kan groeien binnen de eigen grenzen. De helft (53%) vindt het hierbij wel belangrijk om voorzichtig te zijn met het soort bedrijven dat er wordt toegelaten. Een op de zes (16%) is voor menging en vertrouwt er zonder voorbehoud op dat dit goed zal uitpakken. Ongeveer een kwart (23%) heeft twijfels, zij willen eerst succesvoorbeelden zien van dit soort wijken. Ongeveer een op de tien (8%) respondenten vindt dit soort menging ongewenst, zij vinden dat wonen en bedrijvigheid juist zoveel mogelijk gescheiden moet worden gehouden. Figuur 2.2 De Omgevingsvisie zet in op wijken waar bedrijven met woningen worden gemengd. Wat vindt u? (n=965)
8%
16%
Ik ben helemaal voor, menging is goed en gewild.
23%
Ik ben op zich voor, maar wees voorzichtig met het soort bedrijven dat je er toelaat. Ik wil eerst weleens wat succesvoorbeelden zien, voordat we dit veel meer gaan doen. Dit soort menging is ongewenst. Houd wonen en bedrijvigheid zoveel mogelijk gescheiden.
53%
Bron: OIS
Wees zuinig op ruimte en groen in Nieuw-West, Zuidoost en Noord De Omgevingsvisie wil vooral meer bouwen in Nieuw West, Zuidoost en Noord, wijken die ooit waren opgezet voor ‘licht, lucht en ruimte’. Het meerendeel van de Amsterdammers vindt dat hier voorzichtig mee moet worden omgegaan. Dat blijkt uit de reactie op onderstaande stelling. Tweederde (65%) is het ermee eens dat er niet te veel gebouwd moet worden in deze stadsdelen, als dit ten koste gaat van de ruimte en het groen. Met name inwoners van deze stadsdelen zelf (Zuidoost 75%, Nieuw-West74%, Noord 72%) zijn het vaak eens met de stelling. Figuur In hoeverre u het eens met de volgende stelling? “WeZuidoost moeten zuinig zijn op de zoveel ruimte en het groen We2.3 moeten zuinig bent zijn op de ruimte en het groen in Nieuw-West, en Noord. Niet bijbouwen dus. in Nieuw-West, Zuidoost en Noord. Niet zoveel bijbouwen dus.” (n=965)
Zuidoost
75
Nieuw-West
74
Noord
72
West
64
Zuid
63
Centrum
55
Oost
51
Amsterdam
%
65 0
20
40
60
80 100
(helemaal) mee eens Bron: OIS
12
|
Onderzoek, Informatie en Statistiek
Omgevingsvisie 2050
Houthavens en NDSM aantrekkelijke voorbeeldwijken Respondenten vinden de relatief nieuwe wijken Houthavens en NDSM aantrekkelijke voorbeelden voor nieuwe wijken in de stad. Zeven op de tien (70%) vinden Houthavens aantrekkelijk (51%) of zelfs heel aantrekkelijk (19%). Voor NDSM is dit 48% aantrekkelijk en 13% heel aantrekkelijk. Maar ook een oudere stadsbuurt als de Indische Buurt zou volgens de helft (52%) goed als voorbeeld kunnen dienen. Een op de tien (10%) vindt deze buurt zelfs heel aantrekkelijk, 43% aantrekkelijk. Holendrecht is in de ogen van de meerderheid (55%) een onaantrekkelijk voorbeeld. Figuur 2.4 Hieronder staan verschillende voorbeelden van soorten buurten in Amsterdam. Hoe aantrekkelijk vindt u deze buurten als voorbeeld voor nieuwe wijken in de stad? (n=985)
Houthavens
70
NDSM
61
Indische Buurt
52
IJburg
44
Buitenveldert
35
Holendrecht
19 0
% 20
40
60
80 100
(heel) aantrekkelijk Nieuwbouw Karlskrona-eiland in de Houthavens (foto Edwin van Eis) Bron: OIS
13
|
Onderzoek, Informatie en Statistiek
Omgevingsvisie 2050
Iets vaker een negatieve dan een positieve houding tegenover windmolens in de stad Aan respondenten is gevraagd hun houding ten opzichte van de complexe thematiek van windmolens in de stad te plaatsen op een schaal van heel positief naar heel negatief. Ongeveer een op de drie (35%) staat er alles overwegend heel positief (9%) of positief (26%) tegenover. Een iets grotere groep (43%) is negatief (20%) of heel negatief (23%) over windmolens in de stad. Een op de vijf (22%) is neutraal. Respondenten woonachtig in Noord (54%), Zuid (49%) en Oost (47%) zijn relatief vaak kritisch over windmolens. Respondenten in Zuidoost (38%), Centrum (38%) en West (37%) zijn het vaakst positief. Alleen in West en Zuidoost zijn er per saldo meer mensen positief over windmolens in de stad dan negatief (zie kaartje links in figuur 2.5). Met name in Noord en Zuid is men per saldo negatief. Hier zijn er relatief weinig inwoners die een neutrale positie innemen rondom dit vraagstuk. Uit een onderzoek in 2020 naar het draagvlak voor plaatsing van extra windmolens kwam naar voren dat 65% van de Amsterdammers hier positief tegenover staat en 14% negatief3. Figuur 2.5 Amsterdam wil klimaatneutraal worden, maar over windmolens verschillen de meningen flink. Als u alles op een rijtje zet, staat u dan meer positief of meer negatief tegenover windmolens in Amsterdam? (n=985)
Zuidoost
38
24
38
Centrum
38
21
41
Nieuw-West
37
23
40
West
36
Oost
34
Noord
31
15
Zuid
31
20
Amsterdam
35 0
20
29
35
20
47
54 49
22 40
60
43
%
80
100
(heel) positief neutraal (heel) negatief
Bron: OIS
3 Beide onderzoeken zijn niet 1 op 1 vergelijkbaar omdat de vraagstelling anders is en het draagvlakonderzoek
uitsluitend over de plaatsing van windmolens ging. Ook verschilt het aantal respondenten en de wijze waarop zij uitgekozen zijn. Het huidige onderzoek is onder het stadspanel uitgezet, destijds is een groot aantal inwoners willekeurig benaderd. Mede door het onderzoek uit 2020 is de discussie over windmolens in de stad opgelaaid. Het is mogelijk dat de houding van Amsterdammers hierdoor beïnvloed is en dat er daardoor nu meer respondenten met een kritische houding zijn. Door de verschillen tussen beide onderzoeken blijft dit echter een hypothese. OIS, Draagvlakonderzoek nieuwe windmolens in Amsterdam, oktober 2020 (via https://data.amsterdam.nl/publicaties/publicatie/draagvlakonderzoek-nieuwe-windmolens-inamsterdam/dc14e5db-e348-4af0-820f-b74e25bb49f9/)
14
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Omgevingsvisie 2050
3 Duurzaam en gezond bewegen
Omdat de ruimte in de stad steeds schaarser wordt, maakt de omgevingsvisie strategische keuzes om plek te zoeken voor bouwen, groen, verblijven en voor fietsers en voetgangers. Om die reden moet de auto met haar relatief grote ruimteverbruik een stap terug doen. Er wordt ingezet goed bereikbare voorzieningen in de eigen buurt, inclusief parken. Buurten worden verbonden door een sterker netwerk van fietsroutes en openbaar vervoer. Ook worden er nieuwe verbindingen tussen stadsdelen voorgesteld, zoals IJ-oeververbindingen, een brug over de Schinkel en een fietsbrug over de Amstel. De omliggende gemeenten worden dichterbij gebracht door stimuleren van schoon vervoer met snelle fietsroutes en meer trein-, metro- en busverbindingen. Hoe belangrijk vinden Amsterdammers deze ambities en op welke manieren kunnen ze volgens hen het best gerealiseerd worden? Bij verbeteren verbindingen hebben uitbreiding fiets- en metronetwerk prioriteit De in de omgevingsvisie voorgestelde investeringen in verbindingen binnen, van en naar Amsterdam zijn voorgelegd aan de respondenten. Zij vinden twee investeringen het meest belangrijk: Ruim driekwart vindt het het realiseren van lange afstand fietspaden (78%) en het uitbreiden van het metronetwerk met een lijn naar Schiphol en Hoofddorp en het doortreken van de lijn tussen Sloterdijk en Centraal Station (77%) belangrijk of heel belangrijk.
Meer IJoeververbindingen in de vorm van bruggen of tunnels en een hogere frequentie van trein- en busverkeer tussen Amsterdam en de omliggende steden worden door ruim de helft van de respondenten als (heel) belangrijk gezien. Figuur 3.1 Er wonen steeds meer mensen in de stad. De gemeente Amsterdam wil de verbindingen binnen, van en naar de stad verbeteren. Hoe belangrijk vindt u de volgende investeringen daarbij? (n=995) lange afstand fietspaden
78
het doortrekken van de metrolijn naar Schiphol en Hoofddorp en van station Sloterdijk, via Isolatorweg naar Centraal Station
77
bruggen over of tunnels onder het IJ
57
het vaker laten rijden van treinen tussen Amsterdam en omliggende steden als Zaanstad, Almere en Hoofddorp
57 52
meer bussen tussen Amsterdam en de buurgemeenten
0
20
40
%
60
80
100
(heel) belangrijk Bron: OIS
Kijken we welke investeringen volgens inwoners van de verschillende stadsdelen prioriteit hebben, dan lijkt een betere ontsluiting van de eigen woonlocatie mee te spelen. Bruggen en tunnels over het IJ worden door inwoners van Noord het meest belangrijk gevonden (72% t.o.v.
15
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Omgevingsvisie 2050
57% gemiddeld). In andere stadsdelen zit dit tussen de 50% en 60%. Inwoners van Nieuw-West (83% (heel) belangrijk) en Noord (82%) hechten van alle stadsdelen het meeste belang aan het doortrekken van metro van Sloterdijk naar Centraal en van de Noord-Zuidlijn naar Schiphol en Hoofddorp. Inwoners van Oost (71%), West (73%) en Zuidoost (75%) hechten hier minder vaak waarde aan. Inwoners van Centrum vinden lange afstand fietspaden het vaakst belangrijk of heel belangrijk (86%), inwoners van Zuidoost (71%) en Nieuw-West (72%) het minst. Verder valt op dat oudere Amsterdammers een groter belang hechten aan het intensiveren van bus- en treinverkeer tussen Amsterdam en de regio dan jongeren. Voor de andere investeringen zijn er geen verschillen naar leeftijd. Draagvlak voor transformatie stadslanen en meer ruimte voor fietsers en voetgangers De Omgevingsvisie stelt voor om een aantal stadsautowegen (o.a. de Gooiseweg en de Lelylaan) te veranderen in groene stadslanen, met veel meer ruimte voor wandelaars en fietsers en aan weerszijden bebouwing. Ruim de helft van de respondenten vindt dit een goed idee (57%). Een op de vijf (19%) is neutraal en een kwart (23%) vindt het geen goed idee. Het draagvlak is vooral groot in Centrum, Oost en West en wat minder groot in Zuidoost en Nieuw-West.
impressie stadsstraat (links) en stadslaan (rechts) uit ontwerp-omgevingsvisie 2050
Straten als de Overtoom, Van Woustraat, Linnaeusstraat of Rozengracht worden stadsstraten genoemd. Deze zijn minder breed dan stadslanen en er is veel ruimte voor voorzieningen. Ook hier zou meer ruimte moeten komen voor voetgangers en fietsers. Als respondenten een stadsstraat zouden moeten indelen, geeft ruim driekwart prioriteit aan trottoirs en fietspaden. Slechts een op de tien respondenten wil de auto veel of zo veel mogelijk ruimte geven. Er is dus draagvlak voor de in omgevingsvisie uitgesproken ambitie om in stadsstraten meer ruimte te creëren voor fietsers en voetgangers. Respondenten woonachtig in Zuidoost geven de fiets minder prioriteit dan gemiddeld en geven wat vaker ruimte aan de auto. Dat laatste geldt ook voor respondenten in Nieuw-West. Van de verschillende elementen in het straatbeeld is er het meeste draagvlak voor het minimaliseren van het aantal autoparkeerplaatsen. Drieënzestig
16
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Omgevingsvisie 2050
procent zou hier weinig of helemaal geen ruimte aan geven. Daarmee is er minder draagvlak voor geparkeerde dan voor rijdende auto’s, 52% geeft weinig of geen ruimte aan autorijbanen. Figuur 3.2 Als u een stadsstraat, zoals de Overtoom, Van Woustraat, Linnaeusstraat of Rozengracht, zou moeten indelen, waar zou u dan de meeste ruimte aan geven? (n=994) trottoirs
78
2
fietspaden
76
4
fietsparkeerplaatsen
66
verblijfsfuncties (o.a. terrassen, bankjes) rijbanen voor openbaar vervoer autoparkeerplaatsen
12
autorijbanen
10 0
8
57
16
50
12 63
52
20 40 60 80 100
0
%
20 40 60 80 100
veel of zo veel mogelijk ruimte
weinig of helemaal geen ruimte
Bron: OIS
Meningen verdeeld over maatregelen om aantal auto’s terug te dringen De meningen zijn verdeeld over de verschillende manieren om het aantal auto’s in de stad te verminderen. De helft zou parkeerplaatsen weghalen (50%) of steeds meer Titelwegen afsluiten voor auto’s (49%). Ongeveer een op de drie vindt dit juist niet wenselijk. Voor het verhogen van de parkeertarieven is het minste draagvlak. Slechts 25% vindt dit wenselijk of heel wenselijk, 54% vindt dit (heel) onwenselijk. Ook hier is het draagvlak voor het weghalen van parkeerplaatsen het kleinst onder respondenten in Zuidoost en Nieuw-West. Daar vindt respectievelijk 34% en 42% dit (heel) onwenselijk. Inwoners van Centrum en Noord zijn het vaakst voorstander van de verschillende maatregelen om het aantal auto’s terug te dringen. Figuur 3.3 Hoe wenselijk zijn volgens u de volgende manieren om het aantal auto’s in de stad te verminderen? (n=990) parkeerplaatsen weghalen
50
29
steeds meer wegen afsluiten voor auto’s
49
31
minder parkeervergunningen afgeven
42
tolpoorten bij de ringweg invoeren
31
54
parkeertarieven verhogen, ook voor vergunninghouders
25
54
0
20 40 60 80 100 (heel) wenselijk
33
0
%
20 40 60 80 100 (heel) onwenselijk
Bron: OIS
Titel
17
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Omgevingsvisie 2050
4 Rigoureus vergroenen
Het beter benutten van de ruimte in de stad wordt in de omgevingsvisie gecombineerd met vergroening. Hiervoor wordt ingezet op minder verharding in de straten en meer groen aan en op gebouwen. Het is ecologisch noodzakelijk om dit groene pad in te slaan, maar het is ook belangrijk dat de wijze waarop aansluit bij de wensen van de Amsterdammers. Groot draagvlak voor vergroening van de stad, helft ziet daarvoor ruimte in eigen omgeving Respondenten hechten veel waarde aan het vergroenen van de stad. Op de vraag hoe belangrijk men het vindt dat de stad zich hiervoor inzet antwoordt 61% heel belangrijk en 31% belangrijk. In Zuidoost (89% (heel) belangrijk) wordt het belang iets minder groot geacht dan in NieuwWest, Centrum en West (94% (heel) belangrijk). Verder vinden 65-plussers (91% (heel) belangrijk) vergroening iets minder vaak belangrijk dan respondenten tot 50 jaar oud (96% (heel) belangrijk). De helft van de respondenten ziet in de eigen woonomgeving ook ruimte om te vergroenen. Dit aandeel is relatief laag in de dichter bevolkte stadsdelen (Centrum 44%, West 46%) en hoger in de ruimer opgezette stadsdelen (Noord 59%, Nieuw-West 57%, Zuidoost 54%). Figuur 4.1 Hoeveel ruimte ziet u voor vergroenen in uw eigen woonomgeving? (n=990)
Bron: OIS
18
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Omgevingsvisie 2050
Combineer verschillende soorten binnenstedelijke vergroening Bij het vergroenen van de stad zou de gemeente verschillende middelen moeten inzetten, met een focus op vergroening binnen de huidige stadsgrenzen. Voor een nieuw stadsbos net buiten de stad is geen groot draagvlak, 36% van de respondenten vindt dat hierop ingezet moet worden. Maar binnen de stad zien inwoners meerdere opties: zowel het toevoegen van kleine buurtgroentjes, het vervangen van steen door groenstroken en meer groen op- en aan gebouwen (dak- en geveltuinen) kunnen op steun rekenen van driekwart van de respondenten. Aan een betere inrichting en onderhoud van parken wordt ook veel belang gehecht. Vier op de tien respondenten (80%) vinden dat de gemeente zich hierop moet richten. Figuur 4.2 Waar moet de gemeente zich vooral op richten bij het vergroenen van de stad? (n=990) betere inrichting en onderhoud van parken en parkjes meer kleine buurtgroentjes (postzegel)parkjes vervanging van steen door groenstroken in veel straten meer dak- en geveltuinen een nieuw stadsbos, net buiten de stad
80 75 75 74 36 0
(volledig) op richten
neutraal
20
15 5 17 8 15 10 17 9 % 32
32 40
60
80
100
(helemaal) niet op richten Bron: OIS
Vergroten ruimte voor de natuur en recreatie in de natuur even populair Als inwoners mochten kiezen wat er aan het landschap rondom Amsterdam zou worden toegevoegd, wil men vooral de natuur meer ruimte geven maar er ook zelf van kunnen genieten. Van de respondenten vindt 86% meer ruimte voor de natuur en een grotere biodiversiteit belangrijk of heel belangrijk, maar aan het toevoegen van fiets- en wandelroutes in de natuur wordt ongeveer evenveel belang gehecht: 82% (heel) belangrijk. Meer ruimte voor water wordt door 63% (heel) belangrijk gevonden. 47% wil meer sportmogelijkheden en meer ruimte voor energieopwekking rondom de stad. Jongere respondenten vinden ruimte voor energieopwekking wat vaker belangrijk dan oudere respondenten. Van de 20-34 jarigen vindt 51% dit (heel) belangrijk, onder 65-plussers is dit 45%. Ongeveer een op de vijf ziet stadslandbouw als een belangrijke toevoeging aan het landschap. Hieraan wordt door oudere respondenten juist het meeste belang gehecht. Van de 50-plussers vindt 25% dit (heel) belangrijk, onder 20-34 jarigen is dit 12%.
19
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Omgevingsvisie 2050
Figuur 4.3 Als we iets toevoegen aan het landschap rondom Amsterdam, hoe belangrijk zijn onderstaande zaken dan volgens u? (n=990) meer natuur/ruimte voor dier en plant/biodiversiteit
86
meer routes om te fietsen of wandelen
82
ruimte voor water
63
meer mogelijkheden om te sporten
47
energieopwekking door zonnepanelen en windmolens
47
landbouw
22
0
20
%
40
60
80
100
(heel) belangrijk Bron: OIS
20
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Omgevingsvisie 2050
5 Samen stadmaken
De omgevingsvisie combineert doelstellingen op thema’s als ruimtelijke inrichting, groen, wonen, werken, duurzaamheid en de leefomgeving met elkaar en benadrukt dat beleid in samenhang moet worden ontwikkeld. Hierbij wordt principieel gekozen voor de samenwerking met de Amsterdammers zelf. Er komt meer ruimte voor bewoners om individueel of in collectieven zoals coöperaties huurwoningen te bouwen, voorzieningen te beheren, energie op te wekken, mee te doen met de inrichting van de buurt of lokaal ondernemerschap. Faciliteer ontmoeting en bedrijvigheid in de buurt om bewoners zich te laten ontwikkelen Een van de doelen van de Omgevingsvisie is dat het gemakkelijker wordt voor Amsterdammers om zich te kunnen ontwikkelen in hun eigen buurt. Respondenten geven in meerderheid (68%) aan dat het faciliteren van betaalbare bedrijfsruimte voor het opzetten van een bedrijf of winkel belangrijk is om dit doel te bereiken. Ongeveer even groot belang wordt gehecht aan het organiseren van ontmoeting tussen Amsterdammers. Dit kan door buurthuizen en welzijnsvoorzieningen, maar ook door gemengdere buurten, waarin men meer verschillende mensen tegenkomt. In stadsdeel Centrum vinden de meeste mensen het belangrijk dat er meer betaalbare bedrijfsruimte komt (74%). In Nieuw-West is deze groep het kleinst (56%).
Ook aan meer buurthuizen en welzijnsvoorzieningen is in Centrum relatief veel behoefte (60%), net als in Noord (70%). Inwoners van West verwachten het meest van de mogelijkheden om je eigen woongroep te ontwikkelen, 50% vindt dit (heel) belangrijk voor ontplooiing van bewoners in de buurt. In Nieuw-West wordt hier de minste waarde aan gehecht (36%). Figuur 5.1 Hoe belangrijk zijn de volgende zaken volgens u om inwoners zich te kunnen laten ontwikkelen in de eigen buurt? (n=985) meer betaalbare kleine bedrijfsruimtes voor het opzetten van je eigen bedrijf of winkel
68
meer buurthuizen en welzijnsvoorzieningen voor ondersteuning en ontmoeting
64
gemengdere buurten, zodat je meer verschillende mensen tegenkomt
63
mogelijkheden om je eigen woongroep te ontwikkelen
44 0
20
40
% 60
80 100
(heel) belangrijk
Bron: OIS
21
|
Onderzoek, Informatie en Statistiek
Omgevingsvisie 2050
Inwoners willen meer betrokken worden bij de buurt in het algemeen en bij bouwplannen Er is nog ruimte te winnen in het betrekken van inwoners bij wat er speelt in de buurt. Zeven van de tien respondenten (72%) geven aan meer betrokken te willen worden door de gemeente. In Noord is dit percentage het hoogst, daar gaat het om acht van de tien (81%). Amsterdammers Noord 81 van 50 jaar en ouder geven wat vaker dan jongere inwoners aan meer Nieuw-West 77betrokken te willen worden. Respondenten die beter op de hoogteZuid willen worden gehouden 77 van actuele ontwikkelingen geven aan bij voorkeur viaCentrum e-mail of via een nieuwsbrief 75 in de brievenbus Zuidoost 74 geïnformeerd te worden. Oost 63 West 54 Figuur 5.2 Zou u meer betrokken willen worden bij wat er in uw buurt gebeurt? Amsterdam 72 (n=985) Noord Nieuw-West Zuid Centrum Zuidoost Oost West Amsterdam
81 77 77 75 74
20 - 34 jaar 35 - 49 jaar 50 - 64 jaar 65 jaar e.o. 0
63 54 69 69 74 72
0
20
40
60
20
40
60
% 80 100
Ja, zou meer betrokken willen worden
72
20 - 34 jaar 35 - 49 jaar 50 - 64 jaar 65 jaar e.o.
69 69 74 72
% 80 100 Bron: OIS
Ja, zou meer betrokken willen worden
Als het specifiek gaat over bouwontwikkelingen in de buurt, geven respondenten in meerderheid aan dat woon- en bedrijfsruimte met meer betrokkenheid van omwonenden gebouwd kan worden. Vierentachtig procent vindt dat omwonenden beter kunnen worden geïnformeerd over bouwplannen en 78% vindt het belangrijk dat omwonenden kunnen meepraten. Ongeveer zes van de tien respondenten (58%) vinden het belangrijk dat omwonenden meer mogelijkheden krijgen om woningen in de omgeving zelf te onwikkelen. Figuur 5.3 In hoeverre bent u het eens met de volgende stelling? (n=985)
Omwonenden moeten… beter worden geïnformeerd over een bouwontwikkeling
84 78
mee kunnen praten over de bouwontwikkeling mogelijkheden krijgen om de woningen zelf te ontwikkelen
%
58
0
20
40
60
80 100
(helemaal) mee eens Bron: OIS
22
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Omgevingsvisie 2050
Bijlage: vragenlijst
Enquête Omgevingsvisie Amsterdam 2050 Amsterdam heeft een grote aantrekkingskracht. De stad groeit snel. En dat roept allerlei vragen op voor de toekomst. Hoe richten we de stad in? Waar vinden we ruimte voor nieuwe woningen en parken? En hoe bereiden we ons voor op de uitdagingen van de toekomst? Dit zijn vragen die we in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 beantwoorden. De omgevingsvisie ligt van 21 januari t/m 3 maart ter visie. Dat wil zeggen dat iedere Amsterdammer zijn of haar mening kan geven. Dit onderzoek is bedoeld om de belangrijkste keuzes die in de ontwerp-omgevingsvisie zijn gemaakt, bij u als Amsterdammer, te toetsen. De resultaten worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Meerkernige ontwikkeling We stellen eerst een aantal vragen over de toekomst van winkelgebieden in Amsterdam. vraag 1 alleen stellen aan respondenten die niet in stadsdeel Centrum wonen 1. Hoe vaak kwam u voor corona in de binnenstad? o Dagelijks o Meerdere keren per week, niet dagelijks o 1 keer per week o Maandelijks o Minder dan 1 keer per maand o geen antwoord deze introtekst voor inwoners Centrum voor v2 tonen We stellen eerst een aantal vragen over de toekomst van winkelgebieden in Amsterdam. 2.
Waar ziet u winkels in de stad het liefst? o In winkelcentra, met alle winkels makkelijk bij elkaar o In drukke stadsstraten, zoals de Overtoom, Van Woustraat of Linnaeusstraat o Een beetje rommelig verspreid door de wijk, zodat je verrast wordt o Een mengvorm van bovenstaande keuzes o Anders, namelijk o Geen voorkeur o geen antwoord 2b. Wilt u uw antwoord toelichten? o
Geen antwoord
23
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Omgevingsvisie 2050
3. In hoeverre zouden de winkels en horeca in het stadsdeel Centrum zich op de volgende groepen moeten richten? (1= niet op gericht, 5=volledig op gericht) 1 2 3 4 5 Geen antwoord o o o o o o Internationale toeristen o o o o o o Binnenlandse toeristen o o o o o o Inwoners van Amsterdam en de regio o o o o o o Inwoners van de binnenstad 4. De Omgevingsvisie wil dat andere centra, zoals Osdorpplein, Amsterdamse Poort en Zaandam) langzaam groter, belangrijker en stedelijker worden ten opzichte van de binnenstad. Met een mix van wonen, werken, winkels, horeca en cultuur. Dit noemen we ‘meerkernige ontwikkeling’ In hoeverre vindt u dat een goed idee? o Heel goed idee --> ga door naar vraag 5 en daarna naar 7 o Goed idee --> ga door naar vraag 5 en daarna naar 7 o Neutraal --> ga door naar vraag 7 o Slecht idee --> ga door naar vraag 6 o Heel slecht idee --> ga door naar vraag 6 o Geen antwoord--> ga door naar vraag 7 5. Wat zijn daarvoor uw belangrijkste redenen? Meerdere antwoorden mogelijk. De binnenstad moet ontlast worden De andere centra kunnen een impuls gebruiken Voorzieningen komen daardoor voor mij dichterbij te liggen Anders, namelijk Geen antwoord 6. Wat zijn daarvoor uw belangrijkste redenen? Meerdere antwoorden mogelijk.
De binnenstad is niet vervangbaar en moet haar centrale positie in de stad behouden De rust in andere centra moet behouden blijven Het is niet haalbaar, mensen zullen ten alle tijden naar de binnenstad blijven gaan Anders, namelijk Geen antwoord 7. De gemeente Amsterdam wil nauwer samenwerken met directe buurgemeenten. Hoe belangrijk is dat volgens u voor de volgende zaken? (1 = heel belangrijk, 5= heel onbelangrijk) 1 2 3 4 5 Geen antwoord o o o o o o Goede fiets- en wandelroutes tussen onze gemeenten o o o o o o Eenduidig parkeerbeleid
24
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Omgevingsvisie 2050
Het spreiden van culturele voorzieningen Het spreiden van toeristische voorzieningen Meer samenwerken bij het aanbieden van betaalbare woonruimte
o
o
o
o
o
o
o
o
o
o
o
o
o
o
o
o
o
o
Duurzaam en gezond bewegen 8. Er wonen steeds meer mensen in de stad. De gemeente Amsterdam wil de verbindingen binnen, van en naar de stad verbeteren. Hoe belangrijk vindt u de volgende investeringen daarbij? (1 = heel belangrijk, 5= heel onbelangrijk) 1 2 3 4 5 Geen antwoord o o o o o o Het doortrekken van de metrolijn naar Schiphol en Hoofddorp en van station Sloterdijk, via Isolatorweg naar Amsterdam Centraal Station o o o o o o Meer bussen tussen Amsterdam en de buurgemeenten o o o o o o Bruggen over of tunnels onder het IJ o o o o o o Het vaker laten rijden van treinen tussen Amsterdam en omliggende steden als Zaanstad, Almere en Hoofddorp o o o o o o Lange afstand fietspaden 9. Als u een stadsstraat, zoals de Overtoom, Van Woustraat, Linnaeusstraat of Rozengracht, zou moeten indelen, waar zou u dan de meeste ruimte aan geven? (1 = helemaal geen ruimte, 5= zo veel mogelijk ruimte) 1 2 3 4 5 Geen antwoord o o o o o o Trottoirs Fietspaden Autorijbanen Rijbanen voor openbaar vervoer Verblijfsfuncties (terrassen, bankjes, perkjes, sport en spel) Autoparkeerplaatsen Fietsparkeerplaatsen
o o o o
o o o o
o o o o
o o o o
o o o o
o o o o
o o
o o
o o
o o
o o
o o
25
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Omgevingsvisie 2050
10. De ambities om voetganger en fietser meer ruimte in de stad te geven zijn hoog. De auto krijgt dus minder ruimte. Hoe wenselijk zijn volgens u de volgende manieren om het aantal auto’s in de stad te verminderen? (1 = heel onwenselijk, 5= heel wenselijk) 1 2 3 4 5 Geen antwoord o o o o o o Parkeerplaatsen weghalen o o o o o o Minder parkeervergunningen afgeven o o o o o o Parkeertarieven verhogen, ook voor vergunninghouders o o o o o o Tolpoorten bij de ringweg invoeren o o o o o o Steeds meer wegen afsluiten voor auto’s
11. De omgevingsvisie stelt voor om een aantal stadsautowegen (o.a. de Gooiseweg en de Lelylaan) te veranderen in groene stadslanen, met veel meer ruimte voor wandelaars en fietsers en aan weerszijden bebouwing. Wat vindt u daarvan? o Heel slecht idee o Slecht idee o Neutraal o Goed idee o Heel goed idee o Geen antwoord 11b. Wilt u uw antwoord toelichten? o
Geen antwoord
12. De omgevingsvisie pleit voor een gezonder voedselaanbod in Amsterdamse buurten. In hoeverre bent u het eens met de volgende stellingen? Vijfpuntsschaal: helemaal eens/helemaal oneens/geen antwoord - De gemeente moet zich daar niet mee bemoeien. Burgers bepalen zelf hoe gezond ze willen leven. - De gemeente moet voorlichten en stimuleren, maar verder niet. - De gemeente moet zo ver mogelijk gaan om te zorgen dat het voedselaanbod gezonder wordt.
Vergroenen
26
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Omgevingsvisie 2050
De Omgevingsvisie zet in op het vergroenen van de stad: meer groen in de openbare ruimte en op gebouwen om de stad klimaatbestendig en leefbaar te houden voor mens, dier en plant. 13. Hoe belangrijk vindt u dit? o Heel onbelangrijk o Onbelangrijk o Neutraal o Belangrijk o Heel belangrijk o Geen antwoord 13b. Wilt u uw antwoord toelichten? o
Geen antwoord
14. Hoeveel ruimte ziet u voor vergroenen in uw eigen woonomgeving? (1 =geen ruimte, 5= heel veel ruimte) 1 2 3 4 o
o
o
o
5 o
Geen antwoord o
15. Waar moet de gemeente zich vooral op richten bij het vergroenen van de stad? (1 = niet op richten, 5= volledig op richten) 1 2 3 4 5 Geen antwoord o o o o o o Een nieuw stadsbos, net buiten de stad o o o o o o Meer kleine buurtgroentjes (postzegel)parkjes o o o o o o Vervanging van steen door groenstroken in veel straten o o o o o o Meer dak- en geveltuinen o o o o o o Betere inrichting en onderhoud van parken en parkjes 16. Als we iets toevoegen aan het landschap rondom Amsterdam, hoe belangrijk zijn onderstaande zaken dan volgens u? (1 = heel obelangrijk, 5= heel belangrijk) 1 2 3 4 5 Geen antwoord o o o o o o Meer natuur/ruimte voor dier en plant/biodiversiteit o o o o o o Meer mogelijkheden om te sporten
27
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Omgevingsvisie 2050
Energieopwekking door zonnepanelen en windmolens Meer routes om te fietsen of wandelen Ruimte voor water Landbouw
o
o
o
o
o
o
o
o
o
o
o
o
o o
o o
o o
o o
o o
o o
Groeien binnen grenzen 17. Amsterdam wil klimaatneutraal worden, maar over windmolens verschillen de meningen flink. Als u alles op een rijtje zet, staat u dan meer positief of meer negatief tegenover windmolens in Amsterdam? Vijfpuntsschaal: heel negatief t/m heel positief, geen antwoord 17b. Wilt u uw antwoord toelichten? o
Geen antwoord
18. Amsterdam wil groeien binnen de bestaande stadsgrenzen Daarvoor willen we de ruimte in de stad nog beter gaan benutten. Op welke manieren zou u dat doen? Meerdere antwoorden mogelijk. meer auto’s eruit, zowel rijdend als parkerend meer hoogbouw, zoals Rotterdam exclusief in combinatie met optie hieronder een hogere bebouwingsdichtheid zonder hoogbouw, zoals Parijs exclusief in combinatie met optie hierboven ongebruikt kijkgroen, zoals middenbermen, verminderen volkstuinen toegankelijker maken voor iedereen daken en ondergrond beter benutten bedrijventerreinen intensiever bebouwen zoveel mogelijk onbenutte ruimtes opvullen o geen antwoord 19. De Omgevingsvisie zet in op wijken waar bedrijven met woningen worden gemengd. Wat vindt u? o Ik ben helemaal voor. Menging is goed en gewild. o Ik ben op zich voor, maar wees voorzichtig met het soort bedrijven dat je er toelaat. o Ik wil eerst weleens wat succesvoorbeelden zien, voordat we dit veel meer gaan doen. o Dit soort menging is ongewenst. Houd wonen en bedrijvigheid zoveel mogelijk gescheiden. o Anders, namelijk o Geen antwoord 20. Hieronder staan verschillende voorbeelden van soorten buurten in Amsterdam. Hoe aantrekkelijk vindt u deze buurten als voorbeeld voor nieuwe wijken in de stad? (1= heel onaantrekkelijk, 5=heel aantrekkelijk)
28
|
Onderzoek, Informatie en Statistiek
Indische Buurt NDSM Buitenveldert IJburg Houthavens Holendrecht
Omgevingsvisie 2050
1
2
3
4
5
o o o o o o
o o o o o o
o o o o o o
o o o o o o
o o o o o o
Ik ken deze buurt niet o o o o o o
Geen antwoord
o o o o o o
21. De omgevingsvisie wil vooral meer bouwen in Nieuw West, Zuidoost en Noord, wijken die ooit waren opgezet voor ‘licht, lucht en ruimte’. In hoeverre bent u het eens met de volgende stellingen? Vijfpuntsschaal: helemaal eens/helemaal oneens/geen antwoord - We moeten zuinig zijn op die ruimte en dat groen. Niet zoveel bijbouwen dus. - Veel bijbouwen is goed. 22. De omgevingsvisie stelt dat leefkwaliteit, zoals schone lucht, soms voor economische activiteit moet gaan. Hoe belangrijk vindt u het dat de volgende bronnen van geluid- of geuroverlast in de stad verminderd worden? (1 = heel onbelangrijk, 5= heel belangrijk) 1 2 3 4 5 Geen antwoord o o o o o o Autoverkeer o o o o o o Goederenvervoer o o o o o o Havenactiviteiten o o o o o o Vliegbewegingen o o o o o o Toeristen 23. Amsterdam wil groeien en meer ruimte voor wonen en werken bieden, maar alleen onder voorwaarden. Hoe belangrijk vindt u onderstaande voorwaarden bij het ontwikkelen van nieuwe woon- en werkgebieden in de stad? (1 = heel onbelangrijk, 5= heel belangrijk) 1 2 3 4 5 Geen antwoord o o o o o o Voldoende maatschappelijke voorzieningen zoals scholen, zorginstellingen en buurthuizen in nieuwe woongebieden o o o o o o Voldoende betaalbare woningen o o o o o o Zo min mogelijk belasting van de aarde/het klimaat Samen stadmaken
29
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Omgevingsvisie 2050
24. Een van de doelen van de omgevingsvisie is dat het gemakkelijker wordt om je te ontwikkelen in je eigen buurt. Hoe belangrijk zijn de volgende zaken daarbij volgens u? (1 = heel onbelangrijk, 5= heel belangrijk) 1 2 3 4 5 Geen antwoord o o o o o o Meer buurthuizen en welzijnsvoorzieningen voor ondersteuning en ontmoeting o o o o o o Meer betaalbare kleine bedrijfsruimtes voor het opzetten van je eigen bedrijf of winkel o o o o o o Meer mogelijkheden om je eigen woongroep te ontwikkelen o o o o o o Gemengdere buurten, zodat je meer verschillende mensen tegenkomt 25. Het bouwen van woningen en bedrijfsruimten in Amsterdam kan met meer betrokkenheid van burgers en omwonenden. In hoeverre bent u het eens met de volgende stellingen? Omwonenden moeten: Vijfpuntsschaal: helemaal eens/helemaal oneens/geen antwoord - beter worden geïnformeerd over een bouwontwikkeling - mee kunnen praten met gemeente en ontwikkelaars over de bouwontwikkeling - de mogelijkheden krijgen om de woningen zelf te ontwikkelen
26. Welke groep inwoners zouden volgens u voorrang moeten krijgen op een huurwoning bij nieuwe woningbouwontwikkelingen? o Omwonenden o Beroepsgroepen die belangrijk zijn voor het functioneren van de stad, zoals leraren, zorgmedewerkers en OV-medewerkers o Omwonenden en beroepsgroepen die belangrijk zijn voor het functioneren van de stad, zoals leraren, zorgmedewerkers en OV-medewerkers o Alle Amsterdammers, en geen mensen die nu buiten Amsterdam wonen o Niemand zou voorrang moeten krijgen, iedereen moet hetzelfde recht hebben om in een buurt te kunnen wonen. o Geen antwoord 26b. Wilt u uw antwoord toelichten? o
Geen antwoord
30
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Omgevingsvisie 2050
27. In hoeverre bent u het eens met de volgende stelling? Voor mij hangt thuisvoelen in Amsterdam af van de mate waarin ik iets te zeggen heb over mijn directe leefomgeving, zoals voorzieningen en de inrichting van de openbare ruimte. Vijfpuntsschaal: helemaal eens/helemaal oneens/geen antwoord 27b. Wilt u uw antwoord toelichten? o
Geen antwoord
28. Zou u meer betrokken willen worden bij wat er in uw buurt gebeurt? o Ja o Nee o Anders, namelijk Alleen stellen als vraag 28 = ja 29. Hoe zou u hierover geïnformeerd willen worden? Meerdere antwoorden mogelijk. Via borden op straat Via een nieuwsbrief in de bus Via de gemeentekrant Via e-mail Via social media Via de website van de gemeente De gemeente zou aan de deur moeten komen Anders, namelijk
31