CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 29 Democratisering (inclusief Bestuurlijk stelsel) (17) Concept Amsterda

RAAD 20 juli 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de routekaart participatieverordening VN2023-0160302.376 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Opmerkingen voor publicatie: Te publiceren in: Uiterlijk bekendmaken op:

Niet eerder bekendmaken dan op: Consolideren op overheid.nl Gevolgen voor de werking van een andere regeling: Externe informatieve bijlage voor de leesbaarheid: Andere bijzonderheden:

Gemeenteblad [zo snel mogelijk / datum (hou rekening met maximaal twee weken verwerkingstijd na vaststelling en kies als datum geen weekenddag of feestdag)] [n.v.t. / datum] [Ja / nee] [n.v.t. / beschrijving gevolgen en titel besluit] [n.v.t. / titel externe informatieve bijlage] […]

Eerste concept Participatieverordening van de raad van de gemeente Amsterdam De raad van de gemeente Amsterdam, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van…. gelet op artikel 149 en 150 Gemeentewet [gezien de inspraakreacties en de nota van beantwoording van [datum], de adviezen van de dagelijks besturen van de bestuurscommissies van stadsdelen [stadsdeelnamen] van [data] en de adviezen van [eventuele adviesorganen noemen] van [datum]], Besluit vast te stellen de Participatieverordening gemeente Amsterdam Artikel 1 definities In deze verordening wordt verstaan onder: - beleidsvoornemen: voornemen van een bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid; - burgerparticipatie: het deelnemen van inwoners, organisaties, bedrijven en andere belanghebbenden aan de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid of gemeentelijke plannen; - overheidsparticipatie: de manier waarop de gemeente ondersteuning of een bijdrage geeft aan publieksinitiatieven van inwoners, maatschappelijke organisaties, bedrijven of andere belanghebbenden; - buurtrecht: recht van ingezetenen en lokale maatschappelijke partijen om een verzoek bij het bevoegde bestuursorgaan in te dienen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen, als zij denken deze taak beter en goedkoper uit te kunnen voeren; - netwerkparticipatie: [nog uit te werken] -

buurtplatformrecht: [nog uit te werken] - bestuursorgaan: de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester of een bestuurscommissie. - uitdaagrecht: Initiatiefnemers hebben het recht om een plan in te dienen om bestaande taken van de gemeente zelf uit te voeren of te coproduceren, wanneer zij denken dat het op deze wijze beter aansluit bij wat er speelt in de buurt of stad. - omgekeerd uitdaagrecht: de gemeente geeft wijkgericht inzicht in budgetten die voor bepaalde taken op de begroting staan. Daarmee worden bewoners uitgenodigd de gemeente uit te dagen deze taken over te nemen. - biedingsrecht op maatschappelijk vastgoed of openbare grond: initiatiefnemers hebben het recht om een bod te doen op de huur of koop van een pand of de huur van grond voor de realisatie van een maatschappelijke functie.

- buurtplan recht: Initiatiefnemers hebben het recht een plan in te dienen voor de inrichting van de openbare ruimte. Artikel 2 Doel verordening 1. De verordening regelt de betrokkenheid van bewoners en andere belanghebbenden bij de ontwikkeling, van voorbereiding tot en met uitvoering, van gemeentelijk beleid. Deze verordening is daarnaast van toepassing op de manier waarop de gemeente reageert of ondersteuning biedt aan initiatieven bewoners, lokale ondernemers en maatschappelijke organisaties in het kader van buurtrechten. 2. De verordening beoogt de kwaliteit van lokale democratische processen te vergroten, samenwerking tussen gemeente, inwoners en initiatiefnemers te versterken en helderheid en eenduidigheid te scheppen over het proces en ieders rol daarin. 3. De verordening beoogt helder een transparant en zorgvuldig participatieproces met expliciete keuzes en afwegingen over doel, vorm en beïnvloedingsruimte van bewoners en andere belanghebbenden vorm te geven. Deel 1 - Burgerparticipatie Artikel 3 - reikwijdte – optie 1 1. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of participatie wordt toegepast. 2. Participatie wordt altijd toegepast als de wet daartoe verplicht. 3. Als participatie wordt toegepast, wordt een participatieplan vastgesteld door het verantwoordelijke bestuursorgaan. 4. Er is geen participatie mogelijk: a.

ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen; b. als participatie bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; c. als sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; d. inzake de vaststelling van de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; e. als de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat participatie niet kan worden afgewacht; f. als het belang van participatie niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving. Artikel 3 – reikwijdte – optie 2 1. Burgerparticipatie is – behoudens de uitzonderingen opgenomen in lid 3 - verplicht op alle terreinen van gemeentelijk bestuur. 2. Er wordt voor elk participatietraject tijdig een participatieplan vastgesteld door het verantwoordelijke bestuursorgaan. 3. Er wordt geen burgerparticipatie toegepast in de volgende gevallen: a. ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen; b. indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; c. indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan weinig beleidsvrijheid heeft; d.

de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet;

2

e. wanneer het een beleidsvoornemen betreft dat betrekking heeft op intern organisatorische aangelegenheden van de gemeente; f. indien de besluitvorming over of uitvoering van een beleidsvoornemen vanwege een crisissituatie naar het oordeel van het bestuursorgaan dermate spoedeisend is dat participatie of inspraak niet kan worden afgewacht; g. indien het belang van participatie of inspraak niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving; h. als andere zwaarwegende belangen het afzien van participatie vergen. Artikel 3 – reikwijdte – optie 3 1. Het verantwoordelijk bestuursorgaan stelt bij de start van een proces voor de vaststelling van een visie, beleid, plan, programma of project vast of en op welke manier burgerparticipatie wordt toegepast en legt dit vast in een participatieplan. 2. Lid is niet van toepassing in de volgende gevallen: a. ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen; b. als participatie bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; c. als sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; d. inzake de vaststelling van de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; e.

als de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat participatie niet kan worden afgewacht; f. als het belang van participatie niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving; g. als andere zwaarwegende belangen het afzien van participatie vergen. Artikel 4 Inhoud participatieplan 1. In een participatieplan wordt in ieder geval opgenomen: a. een expliciete en onderbouwde keuze voor een helder, haalbaar en door gemeente en burgers gedeeld doel van de participatie; b. de mate van invloed van deelnemers; c. welke kaders op voorhand worden meegegeven of zelfs al zijn vastgesteld waar in het participatietraject rekening mee moet worden gehouden; d. wijze waarop en tijdvak waarin ingezetenen en belanghebbenden hun inbreng kunnen leveren; e. wijze waarop democratische waarden in de participatieprocedure worden gewaarborgd; f. begroting van de kosten. 2. Bij het bepalen van de mate van invloed wordt een keuze gemaakt tussen verschillende niveaus van invloed: meebepalen, samenwerken (co creatie), adviseren, reageren, meedenken of informeren; 2. Het vastgestelde participatieplan wordt openbaar gemaakt en gepubliceerd op de website van de gemeente.

Artikel 5 Doel burgerparticipatie 1.Ten aanzien van het doel van de participatie wordt in ieder geval een keuze gemaakt tussen zeggenschap, eigenaarschap, kwaliteit van aanpak en beleid, belangen in beeld en/of bewustwording; 2. Bij de keuze voor het doel van burgerparticipatie wordt toegelicht welke inschatting is gemaakt over wat het (veronderstelde) doel is vanuit burgerperspectief en waar deze inschatting op is gebaseerd. 3

3. Bij het bepalen van het doel worden de relevante politieke afwegingen en gemeentelijke belangen die van invloed (zullen) zijn op de uiteindelijke keuze expliciet naar voren gebracht in het vraagstuk dat wordt voorgelegd. Artikel 6 Uitgangspunten participatieplan Bij het opstellen van een participatieplan worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: a. impact op bewoners vertaalt zich in de omvang van participatie en de wijze van besluitvorming. b. impact op een specifieke groep wordt vertaald in een gerichte aanpak om hen te betrekken. c. de beschikbare beleidsruimte is indicatief voor de mate van zeggenschap en invloed. Artikel 7 Betrokkenheid verantwoordelijk bestuurder 1. De verantwoordelijk bestuurder is op kritieke momenten in het participatieproces betrokken. 2. Onder kritieke momenten wordt in ieder geval verstaan: a) het vaststellen van het participatieplan; b) het wegen, beoordelen en vastleggen van de opbrengst van het participatietraject. Artikel 8 Afronding burgerparticipatie 1. Ter afronding van een participatieproces wordt een eindverslag opgesteld. 2. Het eindverslag bevat in ieder geval: a. een overzicht van de gevolgde participatieprocedure; b. indien van toepassing: een weergave van de zienswijzen die tijdens het participatieproces mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht; c.

indien van toepassing: een reactie op deze zienswijzen, waarbij wordt aangegeven welke punten al dan niet worden overgenomen. d. een herkenbare weergave van hetgeen met de deelnemers is besproken. e. een toelichting op voorstellen en aanpassingen die niet worden overgenomen. f. een reflectie of de beoogde doelen van het participatieplan zijn bereikt en wat hier wel/niet aan heeft bijgedragen. 3. Het eindverslag wordt openbaar gemaakt en gepubliceerd op de website van de gemeente. Artikel 9 Rechten Deelnemers aan een participatieproces hebben recht op ondersteuning, in de vorm van a. recht op toelichting; b. recht op verslaglegging; c. recht op traceerbaarheid van wat met hun inbreng is gedaan; d. inzicht in alle op het beleidsvoornemen betrekking hebbende stukken, tenzij er sprake is van weigeringsgronden op grond van de Wet open overheid; e. contact met betrokken ambtenaren voor toelichting; f. gebruik van door de gemeente faciliteerde vergaderfaciliteiten, indien zij niet zelf in die behoefte kunnen voorzien. Artikel 10 Plichten De bestuursorganen verplichten zich om gedurende het participatieproces: a. helder en begrijpelijk te communiceren; b. transparant te zijn over de vaststaande kaders (respectievelijke de ruimte voor participatie); c. in de uitvoering centraal te stellen met welk beoogd doel burgers worden betrokken; d.

tijdig en duidelijk over te brengen wat er met de opgehaalde inzichten is gebeurd en tot welk besluit dit heeft geleid;

4

f. beschikbaar te zijn voor de uitoefening van de rechten van deelnemers bedoeld in artikel 9 onder a, d en e. Deel 2 - Overheidsparticipatie Buurtrechten Artikel 11 Doel buurtrechten Het doel van buurtrechten is gelegen in a. het stimuleren van initiatieven; b. samenwerking; c. bieden van expertise en budget en ruimte maken in de gemeentelijke kaders. d. ruimte bieden in beleidskaders om initiatieven te realiseren. e. eigenaarschap en verantwoordelijkheid voor opgaven in de stad overdragen aan bewoners. Artikel 12 Onderwerp van buurtbuurtrechten 1.Alle autonome taken en lokale voorzieningen van de gemeente komen in aanmerking voor het buurtrecht, uitgezonderd de taken die exclusief zijn voorbehouden aan de overheid, medebewindstaken en de taken benoemd in artikel 13. 2. Het bestuursorgaan wijst ingezetenen en lokale maatschappelijke partijen actief op het van toepassing zijn van het buurtrecht. Artikel 13 Uitzonderingen van overname door een buurtrecht 1. Overname van de uitvoering van de volgende taken is niet mogelijk: a. als het een lopend uitvoeringstraject of ondergeschikte herzieningen daarvan betreft; b. als het buurtrecht bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; c. als sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; d.

inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; e. als de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde uitkomt; f. als de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat het benutten van het buurtrecht niet kan worden afgewacht; g. als het belang van het buurtrecht niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving. 2.Bij een weigering van een buurtrecht gelden voor de gemeente de volgende eisen: a. Er is aantoonbaar binnen de wettelijke mogelijkheden actief gezocht naar alle mogelijkheden om overname mogelijk te maken. Er wordt de indiener een helder onderbouwde toelichting gestuurd voor de reden van weigering. b. De aanvraag is aantoonbaar onderzocht vanuit de maatschappelijke waarde van het initiatief, niet enkel vanuit bestaande beleidskaders. Is voor de realisatie van een initiatief gedeeltelijk, tijdelijk of permanent beleid aangepast of gewijzigd beleid nodig, dan wordt een besluit daartoe voorgelegd aan het college en/of de raad. Artikel 14 Procedure buurtrechten 1. Initiatiefnemers dienen een aanvraag in waarin staat beschreven welke resultaten beoogd worden en op welke wijze de continuïteit is gegarandeerd; 2 De aanvraag voldoet daarnaast aan de volgende eisen:

5

a. bevat een begroting van de verwachte kosten; de kosten voor de uitvoering zijn bij voorkeur lager, maar in ieder geval niet hoger dan de huidige kosten; b. geeft aan welke rechtsvorm ze hebben; c. geeft de maatschappelijke meerwaarde aan en maakt inzichtelijk op welke opgaven het plan inspeelt; d. een social handprint aangemaakt op de Maatschappelijke AEX (MAEX). Deze social handprint maakt duidelijk aan welke maatschappelijke doelstellingen en sustainable development goals (SDG’s) een initiatief bijdraagt; e. omschrijft met welke partijen wordt samengewerkt en wie betrokken zijn of gaan worden; f. maakt duidelijk welke kennis en capaciteit de indieners in huis hebben om het initiatief te realiseren. g. maakt aannemelijk dat de aanvrager de prestatie kan leveren; 2. Het bestuursorgaan beslist binnen 26 weken op het verzoek. Bij complexe verzoeken die bijvoorbeeld ook personele consequenties binnen de kunnen gemeente hebben, volgt een besluit uiterlijk binnen 52 weken. 3. Als het verzoek wordt ingewilligd, voorziet het bestuursorgaan de verzoeker van gepaste ondersteuning. 4. Het bestuursorgaan maakt met de verzoekers afspraken over het proces, het resultaat, het budget en de looptijd. De aanvrager is gehouden de taak gedurende een afgesproken periode uit te voeren. 5.

Het bestuursorgaan maakt het besluit ten aanzien van een binnengekomen verzoek binnen veertien dagen openbaar. Deel 3 - Netwerkparticipatie Buurtplatformrechten Artikel 15 Buurtplatformrechten [nader uit te werken] 1. De gemeente verplicht zich om in en rond projecten en nieuw beleid actief contact te zoeken met bewonersplatforms in buurten zodat elkaars netwerken maximaal bereik krijgen en eigenaarschap en zeggenschap van bewoners en ondernemers kan groeien. 2. [aan te vullen]

Artikel 16 Evaluatie en monitoring 1. De uitvoering van deze verordening wordt eenmaal per jaar geëvalueerd. Burgemeester en wethouders zenden hiertoe telkens jaarlijks aan de raad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk. 2. Ten behoeve van de evaluatie verzamelen burgemeester en wethouders systematisch informatie over: a. het aantal gevolgde participatietrajecten; b. de waardering van het traject door alle deelnemers; c. …. Artikel 17 Deze verordening wordt aangehaald als Participatieverordening gemeente Amsterdam. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van [datum (maand voluit geschreven)].

6

De voorzitter Femke Halsema De raadsgriffier Jolien Houtman Toelichting Algemeen deel […] Artikelsgewijze toelichting […]

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13013211/1