CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 29 Algemene Zaken (1) Rib bijlage JuridischeVernieuwing

RAAD 10 november 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de jaarbeschouwing 2021 van de Ombudsman en Kinderombudsman getiteld Luisteren Leren Doen VN2022-0297924.175 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voortgang Juridische Vernieuwing

1. Wat hebben we gedaan sinds januari dit jaar Op 13 januari dit jaar zond ik u de notitie ‘Vertrouwen begint bij de overheid’. In deze notitie en de bespreking daarvan in februari heb ik u een stand van zaken in het najaar toegezegd. In de tussentijd is in de wereld veel veranderd. De oorlog in Oekraïne, de energiecrisis, de torenhoge inflatie, de opvangcrisis, de krapte op de arbeidsmarkt en de protesten rondom stikstof, om maar een paar ontwikkelingen te noemen. Het vertrouwen in de overheid op zowel internationaal als nationaal niveau is er niet groter op geworden. Dit is betreurenswaardig want de overheid is er voor de burger. In Amsterdam is doorgewerkt aan de concrete beantwoording van de vraag hoe de juridische functie meer ten dienste kan staan van de vertrouwensrelatie overheid-burger. Hiermee draagt de juridische functie bij aan het vergroten van het vertrouwen in de gemeente. Het is ook onderdeel van bredere organisatieontwikkelingen. De nieuwe coalitie heeft deze gedachte ook omarmd. In de bespreking van de notitie met uw raad heb ik gevraagd om ook uw opvattingen met mij te delen. U staat immers ook in verbinding met onze inwoners, bedrijven en instellingen. Met vertegenwoordigers van de meeste fracties hebben deze gesprekken plaatsgevonden waarbij centraal stond welke verbeteringen in de juridische functie de leden zouden willen zien.

Een terugkerend onderwerp was de externe adviescommissie bij de behandelingen van bezwaarschriften. Zoals ik in de eerdere notitie en in de bespreking met uw raad heb gezegd, wil ik over dit punt samen met uw raad tot een beslissing komen. Zoals ik in de notitie en in gesprekken met uw raad heb opgemerkt, vergt de benodigde omslag tijd. Om de vernieuwing een succes te maken, zal er ook in andere functies de omslag moeten worden gerealiseerd. Onlangs heb ik in een bijeenkomst, waarvoor alle juristen van de gemeente waren uitgenodigd, gediscussieerd over de juridische vernieuwing, new public management en de gevolgen daarvan. We hebben gesproken over zaken waarmee de juristen in hun dagelijkse werk worstelen. Zoals het verenigen van alle belangen die in het geding kunnen zijn in bijvoorbeeld een bezwaarzaak; de ruimte die aan ambtenaren wordt gegeven oplossingen te zoeken binnen de geldende kaders; de keuze voor een andere, niet-juridische aanpak van een bezwaar die tijd kost, het leidt vaak tot een goede afloop, maar er is ook kans dat het in totaal meer tijd vraagt elders. Wat ik heb geconstateerd, was dat de juristen ook burgergericht willen werken en velen al zo werken. Er gaan ook dingen goed. De dingen die niet goed gaan, trekken echter meer de aandacht, wat logisch is.

De geluiden dat zaken niet goed gaan, blijven signalen waaraan wij aandacht moeten besteden, die we moeten verbeteren, zoals verder in deze brief nader toegelicht. In mijn notitie heb ik een aantal sporen uitgezet voor de herijking van de juridische functie, te weten: 1. op korte termijn een afwegingskader voor beleid en regelgeving; 2. de herziening van de bezwaarprocedure en de klachtbehandeling en; 3. op langere termijn: de dejuridisering door wijzigen van procedures, inzet van mediation en bezien van andere vormen van geschillenbeslechting. Het gaat om een proces waarin stappen worden gezet, op korte termijn en een visie voor de langere termijn. In de afgelopen periode zijn de volgende stappen gezet.

1/8

2. De bezwaarprocedure, een andere manier van werken In mijn notitie gaf ik ook mijn voorkeur aan voor een vereenvoudiging, versnelling en het bieden van een oplossing op maat bij een bezwaar. Ik neem u graag mee in waar we vandaan komen en wat er in de tussentijd op dat vlak is gebeurd. Het andere werken Een belangrijke stap in het minder juridisch maken en het vereenvoudigen van de bezwaarprocedure is de zogeheten ‘Passende Aanpak’, en de informele aanpak, die bij diverse onderdelen van de organisatie wordt toegepast. In deze aanpak kijkt de behandelaar naar de gehele situatie in de behandeling van een bezwaar. Uitgangspunt is dat de burger of de ondernemer die het niet eens is met het handelen van het gemeentebestuur wordt gehoord. Ook worden andere mogelijkheden om tot een passende oplossing te komen, ook als dit buiten het formeel juridische traject om gaat, verkend. Voor de een is het werken op deze manier vanzelfsprekend. Voor de ander betekent het dat vraagstukken een andere betekenis krijgen dan gewend. Er is geen strak omlijnd stappenplan. Een voorbeeld: buurtbewoners hadden bezwaar gemaakt tegen een tijdelijke terrasuitbreiding. Zij vreesden voor het permanent worden van dit terras. Daarnaast was er ook nog overlast door uitwaaiering van het reguliere terras. De vergunninghouder is op dit laatste aangesproken door de gemeente. Het bestemmingsplan stond dit niet toe.

Vervolgens gingen buurtbewoners en de vergunninghouder met elkaar in gesprek over de overlast en vonden gezamenlijk een oplossing voor hun punten. De formeel juridische procedure en de uitkomst daarvan – ongegrond bezwaar - hadden daardoor geen doorslaggevende betekenis meer. Dit illustreert dat langs de lijn van gesprek een oplossing kan worden gevonden waarbij beide partijen zich gehoord voelen en juridische bureaucratie wordt vermeden. Samenwerking met afdelingen in de organisatie Werken volgens de eerdergenoemde aanpak geldt voor de gehele keten, van voorbereiding van het besluit tot de behandeling van bezwaar. De afgelopen periode is daarom samengewerkt met afdelingen die beslissingen nemen, bijvoorbeeld Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH). Veel bezwaren zijn gericht tegen besluiten die deze afdeling heeft voorbereid. Met elkaar is gezocht naar een oplossing die het beste bij de situatie van de Amsterdammer past. Procedures die vriendelijker zijn, minder juridiseren en het bieden van maatwerk is een opdracht voor de gehele gemeentelijke organisatie. Het resultaat hiervan is dat de mens steeds meer centraal komt te staan. Vereenvoudiging van behandeling van bezwaarschrift In het sociaal domein wordt al enige tijd voornamelijk met een ambtelijke, enkelvoudige bezwaarschriftencommissie gewerkt.

Alle zaken over de Participatiewet en de Wet maatschappelijke ondersteuning worden op deze manier afgedaan. Het college heeft recent besloten om bij eenvoudige bezwaren bij duurzaamheidsubsidies eveneens door een eenhoofdige bezwaarcommissie af te laten doen1. Behandeling door dergelijke commissie betekent dat voortaan één jurist de bezwaarde hoort en het advies voor de beslissing op het bezwaarschrift opstelt. Deze jurist is niet betrokken geweest bij de voorbereiding van het besluit waartegen bezwaar is gemaakt. Blijkt tijdens de behandeling dat de zaak toch complexer is, dan wordt de commissie uitgebreid met meerdere leden. Momenteel wordt bezien of er nog meer categorieën van bezwaren zijn die op deze wijze kunnen worden behandeld. Toegankelijke en open benadering Om begrijpelijk uit te leggen aan de Amsterdammer hoe de behandeling van het bezwaar verloopt, volgen de medewerkers in de verschillende afdelingen de lijn van het gemeentebrede programma Taal voor Allemaal. 1 Bes luit eenhoofdige bezwaarschriftencommissie duurzaamheidssubsidies

2/8

Verder worden in ieder geval excuses aangeboden aan de bezwaarmaker en de eventuele belanghebbenden wanneer de procedure niet binnen de wettelijke termijn kan worden afgerond. Het is wellicht een klein gebaar maar het brengt wel tot uitdrukking dat wij ons er in die gevallen bewust van zijn, dat we behandeling van een bezwaarschrift niet hebben afgerond binnen de voorgeschreven termijn. Dit zijn tevens signalen voor onszelf om te kijken waar zaken anders kunnen worden aangepakt, om daarvan te leren. Persoonlijker contact met adviseurs (het informeel contact): inwoners en ondernemers laten zich regelmatig bij het contact met de gemeente in belastingzaken bijstaan door een juridische dienstverlener, bijvoorbeeld een belastingadviseur. De dienst Belastingen heeft het contact met deze adviseurs geïntensiveerd, gericht op het vermijden van onnodige bezwaren en het vereenvoudigen en bespoedigen van de behandeling van bezwaren. De nieuwe reclamebelasting, bijvoorbeeld, kent een informele aanpak. Gebruikelijk is dat het contact met de inwoner of ondernemer begint met een juridisch document: een belastingaanslag. De reclamebelasting is echter zo ingericht dat ondernemers eerst een informele melding krijgen (een zogenaamde ‘voormelding’) en in de gelegenheid worden gesteld om de informatie in te zien op basis de aanslag wordt opgelegd.

Ondernemers kunnen daar op informele, niet-juridische weg op reageren en wijzigingen of onjuistheden aangeven, zodat de voorgenomen aanslag in goed overleg en zonder formeel bezwaarproces wordt aangepast. Daarmee wordt nadrukkelijk geïnvesteerd in de fase voordat in formele zin bezwaar wordt gemaakt. Met inzet van moderne techniek en kunstmatige intelligentie worden grote aantallen relatief eenvoudige bezwaarschriften technisch voorbewerkt. De medewerkers beoordelen vervolgens die voorbewerking en nemen het besluit. Door deze innovatie kunnen de meer complexe bezwaarschriften, die vragen om persoonlijk contact, uitleg en het verkennen van oplossingsrichtingen, sneller worden geïdentificeerd en wordt meer aandacht besteed aan de complexiteit. Externe bezwaarschriftencommissie? Dit onderwerp staat sinds het begin van het debat over de juridische functie op de agenda. De voors en tegens zijn bekend. Afstand van de bezwaarschriftencommissie tot het bestuur kan vertrouwen van de burger in een eerlijke procedure vergroten. Niettemin blijft het bestuur verantwoordelijk voor de beslissing op het bezwaar en kan zij altijd afwijken van het advies van deze commissie.

De bezwaarprocedure is immers bedoeld als bestuurlijke heroverweging en niet een rechtsgeding: het geeft de kans om burger en overheid van gedachten te laten wisselen en tot een oplossing te komen voordat de zwaardere, gerechtelijke weg wordt bewandeld. Evaluaties van de Algemene wet bestuursrecht wijzen uit dat een externe adviescommissie vaak leidt tot verdere juridisering van de procedures. In het licht van het vereenvoudigen en versnellen van procedures is dat natuurlijk een ongewenst effect. Bovendien kan bij ambtelijke commissies met voldoende mandaat, veel oplossingsgerichter worden gehandeld. In dat opzicht heeft de nabijheid tot het bestuur juist voordelen. Onderzoeken2 wijzen uit voor de bezwaarde dat de oplossingsgerichtheid van de commissie zwaarder weegt dan de onafhankelijkheid, zoals ik in mijn eerdere notitie ook al naar voren heb gebracht. Ik zou daarom liever met uw raad van gedachten willen wisselen over de wijze waarop wij de huidige bezwaarcommissies verder kunnen versterken zodat nog sneller, eenvoudiger en oplossingsgericht

2 H.A.M. Grootelaar, Interacting with Procedural Rights in Courts, 2018, Utrecht University, M. Wever, Kwaliteit va n

bes tuursrechtelijke procedures, 2020, University of Groningen, en Arnt Mein en Sanne Ma rx (red), Handboek opl ossingsgericht werken bij bezwaar, Boom Juridisch Den Haag, 2021

3/8

beslissingen kunnen worden genomen. Waarbij ik gelijk aanteken dat mijn streven is om zoveel en voor zover mogelijk geschillen met burgers al eerder te hebben opgelost dan in een bezwaarfase. Dit staat er niet aan in de weg dat ik met uw raad wil kijken bij welke soorten bezwaarschriften een adviescommissie met externe leden (of in ieder geval een externe voorzitter) de inwoners en ondernemers van Amsterdam beter kan bedienen dan een ambtelijke commissie. Ik stel voor om voor een periode van één jaar een aantal categorieën van zaken door een dergelijke commissie te laten behandelen. We kunnen op die manier ook evalueren of dit inderdaad de oplossing is voor het vergroten van het vertrouwen van de Amsterdammer in de behandeling van bezwaarschriften door de gemeente. In artikel 2.3 van de Regeling bezwaar en beroep (college en burgemeester) is voorzien dat een dergelijke commissie kan worden ingesteld. Ook zijn bij wijze van voorbeeld drie categorieën van bezwaarschriften omschreven die daarvoor in aanmerking komen. Een invulling van de categorieën van zaken is inmiddels door de juridische kolom onderzocht. Bijvoorbeeld bij zaken die terugverwezen zijn door de rechtbank en zaken waarbij specifieke deskundigheid nodig is, zou een externe bezwaarschriftencommissie kunnen worden ingezet. Ik bespreek dit graag nader met uw raad.

Ontwikkelingen die de juridische vernieuwing in de weg kunnen staan Er tekenen zich ook ontwikkelingen af die invloed kunnen hebben op de wens om juridische vernieuwing te bespoedigen en bestendigen. In toenemende mate worden bezwaren ingediend door professionele bureaus. Voor deze bureaus is het maken van bezwaar en het voeren van beroeps- en hoger beroepsprocedures het verdienmodel. Enerzijds worden burgers door dit soort bureaus geholpen, anderzijds zien wij in de groei van deze bureaus een belangrijke factor voor de formalisering van het contact over bezwaren. Het contact met de burger verloopt veelal via een tussenpersoon. Voor de uitbreiding van de rechtsbescherming heeft de wetgever met de Fiscale vereenvoudigingswet 2017 besloten om beslissingen over kwijtschelding van belastingen open te stellen voor bezwaar en beroep. Dit zal naar verwachting in 2024 in werking treden.3 Het gevolg zal zijn dat het aantal bezwaren en beroepen naar verwachting aanzienlijk toeneemt. Hoewel zoveel mogelijk langs informele weg met inwoners zal worden gesproken over hun verzoek om kwijtschelding, is het te verwachten dat ook hier meer tussenpersonen zullen optreden. We zetten als gemeente in op minder procedures. In sommige gevallen ligt echter ook een verantwoordelijkheid bij inwoners en ondernemers om niet gelijk juridische procedure te starten.

3. Klachtenafhandeling In mijn notitie ben ik ingegaan op de klachtenbehandeling. Diverse initiatieven, waaronder een stedelijk programma Klachtbehandeling zijn ingezet om de klachtbehandeling te verbeteren zowel op korte als op lange termijn. Een onlangs opgericht klachtenloket gaat ervoor zorgen dat alle klachten geregistreerd en gemonitord kunnen worden, zodat de signalen van degene die de klacht indiende worden herkend en goed worden opgepakt. Hiermee wordt het gezien en gehoord van de klager bevorderd. 3 Wi jzi ging va n enkele belastingwetten en enige a ndere wetten (Fiscale vereenvoudigingswet 2017)

https ://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34554-3.html)

4/8

Het klachtenformulier op de website is verder vereenvoudigd, en binnenkort geeft een representatieve groep Amsterdammers hun mening op de inhoud en proces van de klachtbehandeling. De inzichten worden gebruikt voor verbetering van de klachtbehandeling. Momenteel worden de meer complexe klachten met betrokkenheid van de relevante directeuren onderling besproken. Tot slot wordt zowel wat behandeling als aanpak betreft in toenemende mate samengewerkt met andere processen in de gemeente (zoals de meldingen, bezwaarschriftenbehandeling en de Woo-verzoeken) om zodoende tot een meer alomvattende behandeling te komen.

4. Amsterdams Afwegingskader (AAK) In de notitie ‘Vertrouwen begint bij de overheid’ kondigde ik de ontwikkeling aan van een rechtsstatelijke toets. Deze toets moet ervoor zorgen dat maatregelen niet alleen noodzakelijk zijn, in overeenstemming met het geldend recht, maar ook rechtvaardig en proportioneel. Het Amsterdams Afwegingskader is grotendeels afgeleid van het Integraal Afwegingskader (IAK) dat op Rijksniveau wordt toegepast. Het IAK is niet ongewijzigd toe te passen vanwege de verschillen in organisatie, inclusief de besluitvormingsprocedures en betrokken externe advisering. Daarnaast zijn er specifieke elementen aan toegevoegd, die ik van belang acht voor de Amsterdamse praktijk. Het Amsterdamse Afwegingskader bestaat uit vragen die telkens bij het maken van beleid of opstellen van regelgeving worden beantwoord. De vragen zijn:

      

Waarom deze beleidsmaatregel of deze regeling? Wat willen we bereiken met het voorgestelde beleid of de regeling? Waarom is dit het meest geschikte instrument? Is er getoetst op de risico-regelreflex? Is het voorgestelde beleid of de regeling uitvoerbaar voor burger en bedrijfsleven? Is het voorgestelde beleid of de regeling uitvoerbaar voor de gemeente? Welke gevolgen heeft het gekozen instrument? Hoe verhoudt het zich tot de nationale of internationale regelgeving, inclusief de grond- en mensenrechten? Is er sprake van autonomie of medebewind? Heeft er een begrijpelijke taaltoets plaatsgevonden?

Het leidend beginsel bij het afwegingskader is dat de gemeente uitleg wil geven en transparant wil zijn over de afwegingen en overwegingen, bij beleidsontwikkeling als bij voorstellen voor regelgeving, zoals in het coalitieakkoord tot uitdrukking is gebracht. Behoorlijk bestuur vergt dat het bestuur ook aan degenen voor wie het beleid, de regel of maatregel geldt, duidelijk kan maken waarom dit beleid of de regeling bestaat of waarom voor bepaalde maatregelen is gekozen. Door het beantwoorden van een aantal vragen wordt ook overbodige regulering of onnodig beleid voorkomen. Een aantal onderdelen van het Amsterdams Afwegingskader worden in de praktijk al toegepast. Beleidsontwikkeling en opstellen van regelgeving, voor zover de gemeente daarin autonoom in kan zijn, gaat immers niet over een nacht ijs. Daarnaast maakt de gemeente al gebruik van de MKB-toets om tot effectieve, uitvoerbare regels en maatregelen te komen voor het MKB en om onnodige regeldruk te voorkomen. Verder wordt het project Taal voor Allemaal toegepast op de belangrijkste informatie voor Amsterdammers zodat dit zodanig geformuleerd en vormgegeven is dat iedereen het in één keer kan begrijpen. Met het AAK worden op een meer gestructureerde en geüniformeerde wijze de beweegredenen en de afwegingen vastgelegd.

Om te voorkomen dat het Amsterdams Afwegingskader een verplichte invuloefening wordt, moet het onderdeel worden van het bewustzijn van alle betrokken ambtenaren én bestuurders zodat naast rechtmatigheid ook het burgerperspectief, het doenvermogen en de uitvoerbaarheid komen te staan. In 5/8

de komende maanden wordt daar bij de uitrol van het Afwegingskader door toelichting en training een begin meegemaakt. Ik wil ook met uw raad in gesprek over dit afwegingskader.

5. Openbaarheid en vertrouwen Een betrouwbare overheid is een overheid die gevraagd en ongevraagd openheid van zaken geeft. Een belangrijke stap daarin is de inwerkingtreding van de Wet open overheid (Woo) op 1 mei van dit jaar. Die wet schrijft ten eerste voor dat we meer informatie uit onszelf naar buiten gaan brengen. Nog dit jaar doen we dat voor de bestuurlijke documenten van het college, jaarplannen en –verslagen, convenanten en Woo-verzoeken. De rest volgt volgend jaar. Ten tweede moeten we verzoeken tot openbaarmaking sneller gaan afhandelen, niet binnen maximaal acht maar binnen maximaal zes weken. Ik heb uw raad eerder geïnformeerd over de moeite die het ons nu nog kost om dit waar te maken. Het vereist een verbetering van de gehele informatiehuishouding van de gemeente in werkwijzen, systemen, houding en gedrag. Het college heeft hiervoor in het coalitieakkoord middelen vrijgemaakt. Op dit moment wordt hiervoor een plan van aanpak gemaakt dat in opdracht van mij ook extern getoetst gaat worden. Ik bericht uw raad nog voor het einde van dit jaar daarover nader in een aparte brief. Ik ben mij bewust van wat wel de transparantieparadox genoemd wordt. Meer informatie openbaar maken kan leiden tot meer maatschappelijke aandacht voor incidenten en individuen, en daarmee onbedoeld tot een verlaging van het vertrouwen van burgers in overheden en bestuurders.

Een nieuwe aanpak alleen zal dat effect niet kunnen wegnemen. Daarom is eveneens onderdeel van de nieuwe aanpak het gesprek aangaan met indieners van Woo-verzoeken, journalisten en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties. Op die manier hopen we te bereiken dat we ons niet alleen houden aan de letter van de Woo, maar vooral ook werken volgens de bedoeling daarvan. Het college omarmt die bedoeling met overtuiging.

6. Cultuurverandering Een nieuwe aanpak betekent ook een cultuurverandering in de organisatie. Een voorbeeld hiervan is binnen het sociaal domein, waar wordt gewerkt met buurtteams. Daar adviseren sociale raadslieden burgers, bijvoorbeeld wanneer zij een brief hebben gekregen. Dit biedt een kans aan juristen binnen de gemeente mee te denken met het advies dat aan de burger wordt gegeven. Hier zit met name de vernieuwing die van toepassing is op een breder deel dan alleen waar de juristen werken. Dit vraagt om een samenwerking beschreven binnen de opgave Vertrouwen Burger - Overheid. De genoemde passende en informele aanpak bij een vraag van een burger is een verandertraject en heeft tijd nodig. Samen met de burger kijken naar wat een zaak nodig heeft vanuit het geheel vraagt soms meer tijd, maar het levert ook tijd op door het verminderen van onnodige bureaucratie. Echt het gesprek aangaan met de burger geeft mooie uitkomsten. Ook als de uitspraak negatief is, is de feedback meermaals dat burgers zich goed gehoord voelen. Om de medewerkers te ondersteunen in deze nieuwe manier van werken, krijgen zij trainingssessies en begeleiding.

Deze zijn gericht op het vergaren van kennis en ontwikkelen van vaardigheden om samen te werken waarbij burger en ondernemer centraal staan: er wordt gewerkt op een andere manier waarbij ruimte is voor een alternatieve aanpak, samenwerking en voortdurend leren.

6/8

7. Toekomst en vervolg In het voorafgaande is ingegaan op stappen die zijn gezet in bestaande procedures. We zijn er nog lang niet. Die stappen helpen wel bij de grotere ontwikkeling die ook in gang is gezet: de dejuridisering. Voor de goede orde, het is niet mijn bedoeling regels af te schaffen. De gemeente is gebonden aan de wet en aan dwingende wettelijke procedures die ook ten gunste zijn van de burger of de ondernemer, bijvoorbeeld omdat ze rechtsbescherming bieden of in de ongelijke relatie tot de overheid meer evenwicht brengen. Waar het om gaat is dat bij het contact met de burger niet de regels centraal staan maar de vraag: waar gaat het om? Of, welk probleem moet worden opgelost? Het recht is dan het reservecircuit. Waar het om gaat is dat wij onnodig toepassing van regels moeten voorkomen. Niet alleen brengt die juridisering vaak onnodige kosten met zich, maar ook veel stress, verharding van standpunten en wederzijds wantrouwen. In mijn notitie heb ik naar voren gebracht dat onder voorzitterschap van de heer Alex Brenninkmeijer een commissie aan de slag zou gaan om andere omgangsvormen en procedures met de Amsterdammer te verkennen. Vanwege het onverwachte en zeer betreurde overlijden van de heer Brenninkmeijer hebben wij ons opnieuw over deze opdracht gebogen en gekeken hoe wij verder kunnen. Er is een nieuwe commissie samengesteld.

Bij de bespreking van deze brief zal ik u meer kunnen onthullen over de personele invulling van die commissie. De opdracht wordt om te kijken welke alternatieven er zijn voor procedures waarbij verzoening en vertrouwen met de burger of ondernemer ontstaat, zonder dat dit leidt tot onverantwoordelijke gevolgen en willekeur. In een visiedocument voor de verkenning naar de omgangsvormen en procedures met de Amsterdammer, schreef de heer Brenninkmeijer: “Het vinden van oplossingen zal veel meer gevonden kunnen worden in verbinding met de inwoners van Amsterdam die het aangaat en ook de betrokken ambtenaren omdat die ook een beeld kunnen hebben waar het schort aan responsiviteit. Daarin schuilt een belangrijke vorm van vernieuwing, omdat die vernieuwing niet ontworpen wordt in de gemeentelijke burelen alleen en min of meer van boven wordt opgelegd”. Aan deze visie gaan wij in ieder geval gestalte geven door ambtenaren met een representatieve groep burgers en ondernemers, onder begeleiding van deskundigen een gezamenlijke klantreis te laten maken door een aantal bestaande procedures van de gemeente, waaronder de bezwaarprocedure. De ervaringen of de verkregen inzichten vormen de basis voor verbeteringen en voor het bedenken van alternatieven. In de komende maanden wordt hiermee begonnen.

Over alternatieve geschillenbeslechting, in het bijzonder mediation, liet ik al in januari weten dat de mediation pool van Amsterdam per 1 november 2021 is geformaliseerd. De mediation pool wordt inmiddels ook steeds meer ingezet bij kwesties tussen overheid en burgers, met goede resultaten. Vooral bij zaken die al jarenlang lopen, kan mediation het nog jarenlang voortslepen van de juridische procedures voorkomen. Daarmee worden niet alleen kosten bespaard maar worden ook veel spanningen enz. gereduceerd omdat men met elkaar in gesprek komt. Tot september 2022 zijn in totaal 26 nieuwe mediations opgestart, waarvan een aantal een geschil tussen overheid -burger betrof. De verwachting is dat in de maanden oktober-december nog een aantal nieuwe mediations zullen worden opgestart. In november zullen wij een evaluatie over de mediation pool starten. Ik bericht uw raad ook graag over de resultaten daarvan.

7/8

Wat betreft buurtrechtspraak als alternatief wil ik met de rechtbank Amsterdam onderzoeken of deze ook meer bestuursrechtelijke aspecten kan omvatten. De buurtrechter kijkt immers naar alle problemen tegelijkertijd. Door deze integrale aanpak kent hij of zij iemands hele verhaal. Samen met de bewoner gaat de buurtrechter op zoek naar goede en blijvende oplossingen voor de problemen. De buurtrechtbank is thans in Venserpolder. Als de middelen het toelaten, zou ik de buurtrechtspraak ook willen uitbreiden naar andere wijken. Tot slot ben ik geïntrigeerd geraakt door een Frans initiatief om burgers te helpen bij het herstellen van administratieve fouten, bijvoorbeeld bij het invullen van formulieren. Het gaat om het recht om zich te mogen vergissen en de mogelijkheid te hebben om fouten te herstellen zonder onmiddellijke sancties, dat in Frankrijk in de wet is verankerd 4. Ter ondersteuning daarvan is een site waarop burgers en ondernemingen wegwijs worden gemaakt hoe zij fouten kunnen voorkomen en er wordt hulp geboden bij het herstellen van fouten. De idee van de wet en de site is het vergroten van het vertrouwen tussen burger en overheidsdiensten. Ook is de goeder trouw van de burger het uitgangspunt: de bewijslast voor kwader trouw of fraude ligt bij de overheidsdienst. Met de Franse collega’s is en wordt gesproken over hun aanpak.

Ik zal uw raad informeren over eventuele navolging in Amsterdam.

8. Financiën Bovengenoemde interventies en maatregelen hebben financiële consequenties. De omvang daarvan is op dit moment nog niet exact bekend. Dit zal nader worden geïnventariseerd en uitgewerkt in dekkingsvoorstellen, via de Voorjaarsnota aan u ter besluitvorming worden voorgelegd .

9. Ten slotte Het uitgangspunt is dat de gemeente dienstbaar is aan haar inwoners en ondernemers want zonder hun vertrouwen is het bestaansrecht van de gemeentelijke organisatie moeilijk te legitimeren. Wat wij willen bereiken met de juridische vernieuwing is dat de burger of de ondernemer bij een aanvraag, beslissing, klacht, bezwaar, of in een gerechtelijke procedure, de ervaring heeft dat er daadwerkelijk en serieus is meegedacht om een oplossing te vinden. Daarbij streven we ernaar op een zo toegankelijke manier de burger van dienst te zijn, onder meer door procedures van onnodige bureaucratie te ontdoen.

4 LOI n° 2018-727 du 10 a oût 2018 pour un Eta t au service d'une société de confiance

8/8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12030306/1