A - 28 Ruimtelijke Ordening (30) 00 Voordracht Vaststellen van het geactuali
Tekst van het document
Plannen voor aanpassingen van gebiedsontwikkeling (Hamerkwartier, NDSM-werf) en benodigde aansluitingen op het fiets- en OVnetwerk moeten in het vervolg worden uitgewerkt en de kosten hiervoor zijn in deze fase nog niet geraamd – in dat vervolg moet ook gekeken worden naar een passende toedeling van verschillende soorten kosten. Financiële kostenraming bruggen over het IJ en voetgangerspassage Brug zonder OV 12 mtr
Brug met OV 17 mtr
Oostbrug
€ 196 – € 260 mln
€ 324 – € 430 mln
Westbrug
€ 213 – € 285 mln
€ 344 – € 457 mln
Totaal bruggen
€ 409 – € 545 mln
€ 668 – € 887 mln
Voetgangerspassage
€ 278 – € 368 mln
€ 278 – € 368 mln
Totaal incl. passage
€ 687 - € 913 mln
€ 946 - € 1.255 mln
• bedragen zijn in miljoenen, ex btw, prijspeil 2021 • ‘mtr’ geeft de breedte van de brug aan In de ramingen zitten alle brug-gerelateerde kosten van ‘oever-aansluiting’ tot ‘oever-aansluiting’. In de raming van de Voetgangerstunnel zit verder Tunnel Technische Installaties en een Tapis Roulant. Ook kosten voor maatregelen op het gebied van bereikbaarheid, leeaarheid, veiligheid en communicatie zijn geraamd alsmede grondverweringskosten en planschade. Er zijn opslagen meegenomen voor engineeringskosten en risico’s. De bandbreedte in de raming geeft de betrouwbaarheid aan met als ondergrens de zogenaamde P50 waarde en als bovengrens de P85 waarde. P50 en P85 betekent respectievelijk 50% kans of 85% kans het project binnen deze waarde te realiseren. De kosten van de Oostbrug zijn exclusief de kosten voor de IJhavenbrug/Lloydpassage – de investeringskosten voor deze fietsverbinding zijn tussen de € 41 en € 55 miljoen, omdat deze brug vooralsnog niet als noodzakelijk wordt gezien (de verbindingsdam is biedt nog voldoende capaciteit) en is derhalve nog niet in uitwerking genomen.
Verder zit niet in de raming overige inpassingen en inrichting aan groen en wegen bij de aansluitingen buiten de oevers, kosten voor de verplaatsing van PTA, trambanen op de bruggen en aansluitingen, grote K&L verleggingen (er is wel een post gerekend voor kruising van een bestaande leiding met de Voetgangerstunnel) en baggerwerk voor de bruggen (valt onder de reguliere onderhoudskosten). De verwachte investeringskosten van een voetgangerspassage bij CS (inclusief rolbanden) en de twee bruggen zijn dan aankelijk van wel/niet OV over bruggen en de gekozen breedte tussen de € 687 en € 1.425 miljoen. Ter vergelijking: de Javabrug, een fietsbrug, was in 2017 begroot op €
Gegenereerd: v1.109
16
Gemeenteraad
VN2021-036986 Verkeer en Openbare Ruimte
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 16 februari 2022
210 miljoen. In 2018 bedroeg de raming € 240 miljoen. Nieuw ten opzichte van die raming is dat de bruggen veel langer zijn door de nieuwe ligging, voorbereid op de toevoeging van openbaar vervoer en de bandbreedte op P85 waarde. Structurele kosten voor instandhouding en gebruik In de raming van RHDHV is tevens een inschatting gemaakt van de kosten voor instandhouding en de operationele kosten voor de bediening van de installaties. Voor de drie oeververbindingen tezamen komt dat op een jaarlijks bedrag voor respectievelijk de 17 meter en de 21 meter variant tussen de € 15 miljoen en € 17,1 miljoen. Dekking Besluitvorming over de uitvoering en dekking van de investerings- en beheers- en onderhoudskosten vindt per project plaats conform reguliere PBI-systematiek. Hierbij geldt ook de investeringen moeten passen binnen de door het college vastgestelde investeringsplafonds. De planning voor het vervolg, in relatie tot zicht op financiële dekking, wordt aan het volgende gemeentebestuur overgelaten. In deze planfase hoort een beschrijving van ‘zicht op financiële dekking’. De projecten worden naar verwachting volgtijdig gerealiseerd (allicht wel gelijktijdig voorbereid), dus er wordt een uitvoeringsbesluit voorgelegd per project - niet voor het pakket gezamenlijk.
Volgens de fasering van commissie D’Hooghe wordt eerst de Oostbrug gerealiseerd (tussen Azartplein en Hamerkwartier), dan de Westbrug (tussen Danzigerkade en NDSM werf) en ten slotte de voetgangerspassage tussen CS en de Buiksloterweg. Hieronder wordt een beschrijving gegeven van de mogelijke financiële dekking voor de Oostbrug, die in het advies van commissie D’Hooghe als eerste zou moeten worden gerealiseerd. Op het moment dat het uitvoeringsbesluit wordt voorgelegd, moet deze dekking rond zijn (2025). Voor de financiering van de investeringskosten van de in het Advies benoemde andere twee oeververbindingen zijn nog geen reserveringen gemaakt noch bij de gemeente, noch bij het Rijk en de Vervoersregio. Dit geldt ook voor de randvoorwaardelijke ingrepen zoals de verplaatsing van de PTA en voor de exploitatie en de onderhouds- en beheerskosten. Gezien de recente besluitvorming over de investeringsplafonds waarbij er sprake was van beperkte financieringsruimte waardoor veel voorgenomen investeringen zijn geschrapt of uitgesteld, is op dit moment geen zekerheid te geven over de toekomstige aanvullende dekking. Op dit moment is er € 205 miljoen dekking beschikbaar/ toegezegd voor de Oostbrug, gedeeltelijk gemeentelijk budget Javabrug en gedeeltelijk bijdrage Vervoerregio Amsterdam.
Gemeentelijk budget Javabrug Als we terugkijken naar de Javabrug (voorkeursbesluit Sprong over het IJ, 2017), dan zien we dat het voornemen was, om deze brug over het IJ voor een deel te betalen door de gemeente en voor een deel door de Vervoerregio Amsterdam. Het gemeentelijke deel van de financiële dekking was geregeld via het vereveningsfonds. Na de bestuurlijke impasse over de Javabrug is de reservering in het vereveningsfonds vervallen. In de voorjaarsnota 2019 is besloten de investering in de Javabrug niet meer uit het vereveningsfonds te bekostigen maar op te nemen in het Meerjaren Investeringsplan (MIP). Reden daartoe was dat daarmee voor € 135 miljoen incidentele (verevenings) ruimte ontstond in het vereveningsfonds, die uitgenomen kon worden en ingezet kan worden voor het vullen van de reserve voor achterstallig onderhoud. De structurele kapitaallasten die met de investering in de Javabrug zijn gemoeid (€ 5,1 miljoen per jaar) zijn onderdeel gemaakt van de structurele stelpost voor kapitaallasten die volgt uit het MIP. In de besprekingen in juli 2021 van B&W over de gemeentelijke begroting is besloten dat deze reservering in stand blijft, bovenop de investeringsplafonds per begrotingsprogramma. Investering Oostbrug bovenop investeringsplafond
Gegenereerd: v1.109
17
Gemeenteraad
VN2021-036986 Verkeer en Openbare Ruimte
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 16 februari 2022
Het college heeft bij de begrotingsbehandeling 2022 besloten dat de structurele stelpost voor kapitaal- en exploitatielasten nieuwe investeringen waarin € 5,1 miljoen beschikbaar voor de Oostbrug (oorspronkelijk Javabrug) bovenop het investeringsplafond komt. Gemeentelijke fondsen en begroting Er is op dit moment geen zicht op een financiële bijdrage uit het Vereveningsfonds, Stedelijk Mobiliteitsfonds of algemene middelen door opname in het investeringsplafond. Op het moment dat blijkt dat de € 135 miljoen in het MIP en de bijdrage van de Vervoerregio niet volstaan en er een extra financiële bijdrage vanuit de gemeente nodig is, dan zal worden beoordeeld of en in welke verhouding deze dekkingsbronnen een bijdrage kunnen leveren. Daarbij wordt aangemerkt dat gezien de huidige krapte in de fondsen en de instelling van het investeringsplafond het een grote uitdaging zal zijn daarvoor middelen vrij te maken. De onderbouwing voor een bijdrage uit deze middelen kan worden gevonden in de volgende redenatie. De vaste oeververbindingen zijn infrastructurele projecten die deels ten goede komen aan de bestaande stad, waardoor het Stedelijk Mobiliteitsfonds in beeld komt. Maar deze oeververbindingen zijn ook noodzakelijk, als ontsluiting voor de woningbouwopgave rond het IJ, daarom is een bijdrage aan deze gebiedsoverstijgende voorzieningen denkbaar vanuit het Vereveningsfonds.
Ten slotte vormen deze oeververbindingen een verbetering van de structuur van Amsterdam, die aansluit bij het gemeentelijk beleid Stad in balans en de Omgevingsvisie 2050. Ook dragen deze oeververbindingen bij aan de veiligheid van de gebruikers (zowel op land als in het water). Alle maatschappelijke baten van de oeververbindingen worden weergegeven in de MKBA (denk aan het positieve economische effect van snellere reistijden). Er zijn ook positieve financiële effecten (zoals minder kosten voor exploitatie van veren). Als gevolg hiervan is een bijdrage uit de gemeentelijke begroting denkbaar door de investeringen in te passen binnen het investeringsplafond. Vervoerregio Amsterdam Vanuit de Vervoerregio is € 70 miljoen toegezegd aan de Javabrug in 2017. Die toezegging blijft vooralsnog in stand. Deze bijdrage is gebaseerd op een fietsbrug. Als blijkt uit de nadere studie in opdracht van Vervoerregio en gemeente samen, dat het wenselijk is om ook openbaar vervoer over de brug te laten gaan, kan dit ook van invloed zijn op de bijdrage vanuit VRA. Rijk - regio Er zijn verschillende grote infrastructuur projecten in Amsterdam, waarover wordt gesproken met het Rijk. Denk aan Zuidas-Dok, doortrekken Noord-Zuidlijn naar Schiphol, sluiten kleine ring van het metronet. Sprong over het IJ is nu geen onderdeel van deze gesprekken.
We verkennen in hoeverre Sprong over het IJ onderdeel kan zijn van Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBAB), een programma waarin Rijk en regio samenwerken. SBAB is niet een financiële dekkingsbron op zichzelf, maar hier kan overeenstemming ontstaan over de waarde van de oeververbindingen voor bereikbaarheid als voorwaarde voor de woningbouwopgave en daarom zou wel kunnen worden gekeken naar bijdragen van regio en rijk. Europa Op verschillende momenten wordt door de gemeente geïnventariseerd welke Europese subsidies mogelijk relevant zouden kunnen zijn voor onze projecten. In een gemeentelijke studie in 2019 getiteld ‘Europees & Internationaal beleid ‘ - Verkeer &Openbare Ruimte 2019 – 2022’ , wordt het volgende geconcludeerd: er zijn geen Europese subsidiemiddelen beschikbaar voor fysieke investeringen in infrastructuur of de openbare ruimte. Met andere woorden er is geen subsidie voor ‘steen en hout’, daarentegen wel voor pilots of innovatieve projecten, zoals verduurzaming van infrastructuur. Allicht biedt het Europees Herstelfonds, waar 6 miljard in omgaat, gedeeltelijk soelaas. Immers, het nationale herstelplan moet voor 37% besteed worden aan klimaat doelen, en
Gegenereerd: v1.109
18
Gemeenteraad
VN2021-036986 Verkeer en Openbare Ruimte
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 16 februari 2022
bijdragen aan fietsinfrastructuur zouden in deze een logische keuze kunnen zijn. Op het moment dat het Investeringsbesluit genomen wordt, zullen de Europese kansen goed bekeken worden. Alternatieve financiering Er zijn ook andere vormen van financiering mogelijk. Hierbij valt te denken aan publiek – private samenwerking. Zonder toevoeging van commerciële activiteiten of vergoeding van het gebruik wordt deze mogelijkheid echter niet als kansrijk beschouwd. Toch zullen deze mogelijkheden in de volgende fase worden verkend. Resumé raming en dekking Oostbrug Na besluitvorming over het voorbereidingskrediet zal gestart worden met de voorbereiding van de Oostbrug. Daarom nog kort een resumé over de raming en dekking van de Oostbrug. In de ramingen van RHDHV ligt de verwachte investering in de Oostbrug tussen de € 196 miljoen en de € 514 miljoen. De hoogte van het bedrag is met name aankelijk van de keuze voor wel of geen OV op de brug en de breedte van de brug. Het ligt in de lijn der verwachting dat bij het uitvoeringsbesluit gekozen wordt voor een verwachtingswaarde van 85% (P85). Dat ligt voor de goedkoopste versie van de Oostbrug (12 meter zonder OV) nu op € 260 miljoen. De reeds beschikbare / toegezegde dekking is de € 135 miljoen in het MIP (€ 5,1 op kapitaallastenniveau) en de € 70 miljoen van de Vervoerregio.
NB: de toezegging van de Vervoerregio was nog gebaseerd op 1/3 bijdrage bij een verwachte investering van € 210 miljoen. Dat betekent dat er in ieder geval zicht is op dekking van € 205 miljoen, waarmee al een groot deel van de Oostbrug in de variant 12 meter zonder OV, is gedekt. De verwachting is dat de bijdrage van de Vervoerregio navenant zal stijgen door het toevoegen van OV. Conclusie
De genoemde beslispunten in de voordracht hebben wel financiële consequenties en deze zijn reeds geraamd in de begroting (100% dekking). Geheimhouding
Het college heeft op 14 september 2021 op grond van artikel 25, lid van de Gemeentewet geheimhouding opgelegd op de bijlage ‘Kostennota Sprong over het IJ/vaste oeververbinding’, met uitzondering van daarin genoemde bandbreedte voor de investeringskosten voor de vaste oeververbindingen. Dit in verband met de belangen genoemd in artikel 10, tweede lid, onder b van de Wet openbaarheid van bestuur. De geheimhouding is opgelegd totdat alle maatregelen uit het geactualiseerde voorkeursbesluit zijn gerealiseerd en uiterlijk tot 31 december 2045.
Welke stukken treft u aan
Gegenereerd: v1.109
19
Gemeenteraad
VN2021-036986 Verkeer en Openbare Ruimte
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 16 februari 2022
Meegestuurd
Registratienr.
Naam
AD2022-009560
1. Verkenning ruimtelijke inpassing oeververbindingen.pdf (pdf)
AD2022-009561
2. Inpassing Westbrug NDSM.pdf (pdf)
AD2022-009569
3. Verkeersonderzoek vaste Oeververbindingen.pdf (pdf)
AD2022-009570
4. OV netwerkanalyse Sprong over het IJ.pdf (pdf)
AD2022-009571
5. MKBA-Lite, update MKBA Sprong over het IJ 2021 (Decisio).pdf (pdf)
AD2022-009572
6. GEHEIM Kostennota vaste oeververbindingen (RHDHV).pdf (pdf)
AD2022-009573
7. Nota van Antwoord Actualisatie NvU Sprong over het IJ.pdf (pdf)
AD2022-009574
8. VERTROUWELIJK Niet-geanonimiseerde lijst met insprekers.pdf (pdf)
AD2022-009575
9. Actualisatie NvU SprongoverhetIJ.pdf (pdf)
AD2021-140406
Gemeenteraad Voordracht (pdf)
Registratienr.
Naam
Ter Inzage
Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)
Meret Muntinga, 06 22430435, m.muntinga@amsterdam.nl
Gegenereerd: v1.109
20