CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A- 28 Openbare Orde en Veiligheid (4) Economische-Verkenningen-Metropoolregi

RAAD 1 april 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de bespreking van het onderwerp Weldoordacht plan van aanpak heropening Amsterdamse samenleving in de raadscommissie AZ. Nr. VN2021-00624748.647 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

Financiële diensten, Specialistische zakelijke diensten en ICT-diensten zijn sectoren die in sterkere mate in Overig Amstel-Meerlanden zijn gevestigd.

Arbeidsvolume (fte’s)

Bron: CBS (bewerking TNO)

5

figuur 4.10 tonen alleen cijfers van vóór de uitbraak van het corona­ virus. Het is waarschijnlijk dat Amstelland-Meerlanden relatief hard geraakt zal worden door de recessie die onvermijdelijk zal intreden als gevolg van de coronamaatregelen.

Economische ontwikkeling per sector Het kenmerkende economische profiel van Amstelland-Meerlanden met veel bedrijfsactiviteiten in Vervoer en opslag en Groothandel is duidelijk zichtbaar in figuur 4.12. Dit zijn omvangrijke sectoren die ruim zijn vertegenwoordigd in deze deelregio, vergeleken met het totale aandeel van bijna 21 procent in het brp van de MRA. Daarbij maakten deze sectoren in de periode 2013-2018 een sterke groei in toegevoegde waarde door, evenals de sectoren Detailhandel, Horeca Economische Verkenningen MRA 2020

116

en Overige zakelijke diensten. De coronapandemie heeft grote invloed op het internationale verkeer, waardoor de economie van Amstelland-Meerlanden welhaast in het hart geraakt wordt. De onzekerheid over de toekomstige economische ontwikkeling is daardoor bij uitstek voor deze deelregio groot.

kenmerkt. De werkgelegenheid groeit daardoor in een veel lager tempo mee met de ontwikkeling van toegevoegde waarde dan in de eerdergenoemde dienstensectoren. Het feit dat deelgebied Overig Amstelland-Meerlanden een zakelijke-dienstenprofiel heeft (met Financiële diensten, Informatie en communicatie, Onroerend goed en Specialistische zakelijke diensten), maakt dat de impact van de coronamaatregelen hier waarschijnlijk minder groot zal zijn dan in regio Haarlemmermeer. Dit soort diensten kunnen namelijk relatief eenvoudig vanuit thuiskantoren geleverd worden.

De werkgelegenheidsontwikkeling in Amstelland-Meerlanden (zie figuur 4.14) wordt in belangrijke mate gedragen door de sectoren Overige zakelijke diensten, Detailhandel en Informatie en communi­ catie. Dit zijn sectoren die onder andere diensten leveren aan of een relatie hebben met luchthaven Schiphol, maar niet direct verbonden zijn met vervoersactiviteiten zelf. Het gaat bijvoorbeeld om reis­ bureaus, beveiligings- en schoonmaakbedrijven (in de sector Overige zakelijke diensten) en de winkelvoorzieningen op de luchthaven en elders in de regio. De omvangrijke sectoren Vervoer en opslag en Groothandel hebben een relatief lage werkgelegenheidsgroei vanwege het hoge arbeidsproductiviteitsniveau dat deze bedrijfssectoren

Figuur 4.13 De meeste werkgelegenheid bevindt zich in regio Haarlemmermeer Aandeel werkgelegenheid in % Financiële diensten Onroerend goed Informatie en communicatie Specialistische zakelijke diensten

Figuur 4.12 Groothandel en Vervoer en opslag ruim vertegenwoordigd in Amstelland-

Cultuur, sport en recreatie

Meerlanden

7

Zorg Onderwijs

Toegevoegde waarde 2013-2108 Gemiddelde groei in %

Overige diensten Overheid Detailhandel

6 Financiële diensten

Detailhandel Overige zakelijke diensten

Bouw

5

Horeca

2 1

10

Horeca Vervoer en opslag Landbouw Aandeel sector in MRA (in %)

Aandeel regio in MRA: 20,8%

20

30

40

50

60

70

Economische Verkenningen MRA 2020

Totaal werkgelegenheid (fte)

0

80

* De bolgrootte geeft uitsluitend de verhouding binnen de eigen regio weer. De omvang van de sectoren is zodoende niet vergelijkbaar met die van andere deelregio's. Bron: CBS (bewerking TNO)

117

Industrie Landbouw

Informatie en communicatie Overheid

Zorg

0

Overige zakelijke diensten

Gemiddelde regionale groei, 2013-2018 (3,7%)

Industrie

Specialistische zakelijke diensten Onderwijs

Bouw Energie, water en afval

Groothandel

4 Onroerend goed 3

Groothandel Vervoer en opslag

10

20

30

40

Regio Haarlemmermeer

50

60

70

80

90

100

Overig Amstel-Meerlanden

Bron: CBS (bewerking TNO)

Economische Verkenningen MRA 2020

118

4.4 Amsterdam

Figuur 4.14 Overige zakelijke diensten van belang voor werkgelegenheid

6

Werkgelegenheid (fte) 2013-2018 Gemiddelde groei in %

De economie van Amsterdam Het economisch zwaartepunt van de MRA bevindt zich in Amsterdam. Bedrijven en instellingen in deze stad brengen ruim de helft van het brp voort en leveren ongeveer 45 procent van alle arbeidsplaatsen in de MRA. De arbeidsmarkt van Amsterdam heeft daarbij een aantrekkingskracht op forensen vanuit andere deelregio’s binnen de MRA én de rest van Nederland. De bevolkingsomvang (zo’n 34 procent van de totale bevolking van de MRA) is in verhouding tot het aantal voltijdsbanen en werkzame personen een stuk kleiner. Niettemin neemt het aantal inwoners van Amsterdam al jaren in een vrijwel gelijk tempo toe. De stad is voor velen een geliefde woonplaats, maar in de krappe woningmarkt lukt het niet iedereen om een geschikte woning te vinden die past bij het huishoudensinkomen of de gezinssituatie.

Specialistische zakelijke diensten Detailhandel

4 2

Informatie en communicatie

Horeca Cultuur, sport en recreatie

Vervoer en opslag

Industrie

Onderwijs Overige diensten

0

Overige zakelijke diensten

10

Financiële diensten Bouw Overheid 20

Groothandel

30

Gemiddelde regionale groei, 2013-2018 (2,1%)

40

50

60

Zorg

-2 -4

Landbouw Aandeel sector in MRA (in %) Aandeel regio in MRA: 19,2%

* De bolgrootte geeft uitsluitend de verhouding binnen de eigen regio weer. De omvang van de sectoren is zodoende niet vergelijkbaar met die van andere deelregio's. Bron: CBS (bewerking TNO)

Tabel 4.4 Kerngegevens Amsterdam 2018

2014 aandeel in MRA (%)

Forensen (woon-werkverkeer) Het aantal werkzame personen in Amstelland-Meerlanden is een stuk groter dan de omvang van de werkzame beroepsbevolking van zo’n 183 duizend personen. In 2018 was er daarmee sprake van een netto inkomende pendelstroom van 102 duizend personen. Iets meer dan de helft van de in totaal 206 duizend inkomende forensen is afkomstig uit de MRA. Het meeste woon-werkverkeer vanuit woonlocaties binnen de MRA is afkomstig uit Amsterdam (56 duizend personen) en Zuid-Kennemerland (23 duizend personen). Vanuit de rest van Nederland pendelen er ongeveer 100 duizend personen naar hun werk in Amstelland-Meerlanden. Omgekeerde stromen, van inwoners van Amstelland-Meerlanden die buiten de eigen woonregio werken, gaan vooral richting Amsterdam (54 duizend personen; bijna gelijk aan de inkomende stroom vanuit deze stad) en naar werklocaties buiten de MRA (31 duizend personen). Van de 183 duizend werkzame inwoners werken er 79 duizend in Amstelland-Meerlanden zelf.

119

Economische Verkenningen MRA 2020

2015

2016

2017 2018 2019

jaarlijkse groei in %

Bruto regionaal product

mld euro

80,1

51,0

3,6

4,1

6,0

4,8

3,3

2,8

Arbeidsvolume (fte's)*

x 1.000

579,0

45,6

2,2

3,9

3,2

2,5

2,5

2,2

Werkzame personen*

x 1.000

675,8

44,3

0,5

6,3

2,4

2,1

2,3

2,2

Bevolking

x 1.000

859

34,3

1,4

1,5

1,3

1,2

1,2

1,0

Potentiële beroepsbevolking

x 1.000

674

35,5

1,3

1,3

1,5

1,4

1,2

0,9

Beroepsbevolking

x 1.000

481

35,4

1,1

0,9

3,3

-0,2

1,5

1,9

Werkzame beroepsbevolking

x 1.000

458

35,2

1,5

1,9

4,2

0,9

2,5

2,4

Beroepsbevolking naar opleiding

Regio

MRA

Hoogopgeleid

in %

59,3

45,2

Middelbaar opgeleid

in %

27,5

36,7

Laagopgeleid

in %

13,2

18,1

Brutoparticipatiegraad

in %

71,4

71,6

71,4

71,1

72,3

71,2

71,4

72,1

Werkloosheid

in %

4,8

4,0

8,6

7,6

6,7

5,7

4,8

4,3

aandeel in %

* Prognose 2019, raming TNO Bron: CBS (bewerking TNO/SEO Economisch Onderzoek)

Economische Verkenningen MRA 2020

120

Amsterdam is een drijvende kracht achter de economische groei van de MRA. In de gehele periode 1995-2018 groeiden het brp en de werkgelegenheid in Amsterdam (zie figuur 4.15) gemiddeld sneller dan het brp en de werkgelegenheid in de MRA als geheel, en bovendien in een hoger tempo dan de Nederlandse economie. Een nuancering hierbij is dat vanaf 2017 de groeivoorsprong ten opzichte van andere MRA-deelregio’s kleiner wordt. In 2018 kenden vooral Almere-Lelystad, Gooi en Vechtstreek, Zuid-Kennemerland en Zaanstreek-Waterland een groeiversnelling, waardoor de economische groei van Amsterdam zo rond het gemiddelde van de MRA is komen te liggen. Ook in 2019 groeide de economie van Amsterdam rond het gemiddelde tempo van de MRA.

Economische ontwikkeling per sector ICT-diensten zijn van groot belang voor de economie van Amsterdam. Zowel gemeten in toegevoegde waarde als in werkgelegenheid, is dit een omvangrijke sector die bovendien een bovengemiddeld grote gemiddelde jaarlijkse groei doormaakte in de periode 2013-2018 (zie figuur 4.16). Vanaf 2014 is er een trend van toenemende concentratie van bedrijven in de MRA die actief zijn binnen de sector Informatie en communicatie. Vooral Amsterdam is voor deze bedrijven een geliefde vestigingslocatie. De sectoren Specialistische zakelijke diensten, Financiële diensten en Groothandel zijn voorbeelden van afnemers van die ICT-diensten. Daarmee is er in Amsterdam een clustering van zakelijkedienstensectoren die onderling met elkaar zijn verweven. Vrijwel al deze dienstensectoren maakten in de periode 2013-2018 een relatief sterke groei door. Ook ging het Bouw goed in Amsterdam.

Niettemin was er van 2013 tot en met 2019 sprake van een hoogconjunctuur waarin de economie van Amsterdam voortdurend stevig groeide en de werkloosheid continu daalde. Vergeleken met andere delen van de MRA ligt de werkloosheid in Amsterdam op een wat hoger niveau, maar is deze in 2019 ook uitgekomen rond een uitzonderlijk laag niveau van 4 procent van de beroepsbevolking.

Figuur 4.16 Sterke groei in Informatie en communicatie in Amsterdam Figuur 4.15 Economische groei Amsterdam zakt naar het gemiddelde groeitempo van de MRA

12

Toegevoegde waarde 2013-2018 Gemiddelde groei in %

Groei in %

8

10

6

8

4

6

Overige zakelijke diensten Specialistische zakelijke diensten

Onroerend goed

Bouw

4 1996

2000

Horeca Gemiddelde regionale groei, 2013-2018 (4,2%)

2005

2010

2015

2019

0

-4

-2

Arbeidsvolume (fte)

Groothandel Energie, water en afval

2

-2

Bruto regionaal product

Overheid

Overige diensten Zorg

Onderwijs

10

20

30

40

50

Cultuur, sport en recreatie

60

70

Financiële diensten

80

90

100

Aandeel sector in MRA (in %)

Industrie Aandeel regio in MRA: 51%

* De bolgrootte geeft uitsluitend de verhouding binnen de eigen regio weer. De omvang van de sectoren is zodoende niet vergelijkbaar met die van andere deelregio's. Bron: CBS (bewerking TNO)

Bron: CBS (bewerking TNO)

121

Vervoer en opslag

Detailhandel

2 0

Informatie en communicatie

Economische Verkenningen MRA 2020

Economische Verkenningen MRA 2020

122

Uit figuur 4.17 is op te maken dat, naast de eerdergenoemde zakelijke en ICT-diensten, de sectoren Horeca, Detailhandel en Cultuur, sport en recreatie van belang zijn voor de werkgelegenheidsontwikkeling in Amsterdam. Hierin klinken de activiteiten gericht op bezoekers, toeristen en recreanten door. Op dit deel van de Amsterdamse economie heeft de coronapandemie veel invloed. Tekenend hiervoor waren de lege straten in de binnenstad in maart 2020. Amsterdam ziet zich nu geconfronteerd met grote onzekerheid over het herstel van internationaal recreatief en zakelijk verkeer. Daarnaast is de ruime vertegenwoordiging van de cultuursector ten tijde van alle contactbeperkingen een kwetsbare factor van de Amsterdamse economie.

Waterland en Gooi en Vechtstreek komen relatief veel forensen naar Amsterdam. In 2018 waren er ongeveer 158 duizend Amsterdammers die buiten de eigen woonplaats werkten. Veel van deze uitgaande forensen vinden emplooi in Amstelland-Meerlanden en locaties buiten de MRA. Niettemin is er ook substantieel woon-werkverkeer vanuit Amsterdam naar Zaanstreek-Waterland, Gooi en Vechtstreek en Zuid-Kennemerland.

Forensen (woon-werkverkeer) Amsterdam biedt veel werk. Een groot deel van de werkzame Amsterdammers werkt in de eigen stad (ongeveer twee derde deel van de 458 duizend werkzame inwoners). Daarbovenop komen nog 375 duizend forensen, waarvan 224 duizend personen uit woonplaatsen buiten de MRA komen en 151 duizend personen uit andere MRA-deelregio’s. Vooral uit Amstelland-Meerlanden, ZaanstreekFiguur 4.17 Tot en met 2018 sterke werkgelegenheidsgroei in ICT-dienstverlening en Horeca

10

Werkgelegenheid (fte) 2013-2018 Gemiddelde groei in %

Informatie en communicatie

8 Overige diensten Overige zakelijke diensten

6

Horeca

Detailhandel

Specialistische zakelijke diensten

4

Gemiddelde regionale groei, 2013-2018 (2,6%) Vervoer en opslag 2

-2

10

Cultuur, sport en recreatie

Bouw

Groothandel Zorg

20

30

Industrie

0

Energie, water en afval

40

Overheid Onroerend goed

50

60

Onderwijs Aandeel regio in MRA: 45,6%

70

80

90

Financiële diensten

Aandeel sector in MRA (in %)

* De bolgrootte geeft uitsluitend de verhouding binnen de eigen regio weer. De omvang van de sectoren is zodoende niet vergelijkbaar met die van andere deelregio's. Bron: CBS (bewerking TNO)

123

Economische Verkenningen MRA 2020

Economische Verkenningen MRA 2020

124

4.5 Gooi en Vechtstreek

Vechtstreek inhoudelijk of kwalitatief niet volledig aansluit op de lokale arbeidsvraag. Zo oefent Hilversum, met zijn grote concentratie van media-gerelateerde bedrijvigheid, een aantrekkingskracht uit op mensen vanuit heel Nederland.

De economie van Gooi en Vechtstreek Deelregio Gooi en Vechtstreek wordt gevormd door de gemeenten Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Weesp en Wijdemeren. Het is een geliefde regio om te wonen, mede dankzij de centrale ligging tussen Amsterdam, Almere en – buiten de MRA – onder andere Amersfoort en Utrecht, maar ook dankzij het natuurschoon in de directe omgeving. Gooi en Vechtstreek huisvest ongeveer 10 procent van de bevolking van de MRA, het aandeel in de economie is met 7 procent van het brp en zo’n 8 procent van de werkgelegenheid iets kleiner. Per saldo is het lokale arbeidsaanbod vanuit de werkzame beroepsbevolking ongeveer even groot als de werkgelegenheid in Gooi en Vechtstreek. De verwevenheid met andere regio’s via inkomende en uitgaande pendelstromen is echter relatief groot. Dit betekent dat de beroepsbevolking van Gooi en

De economie van Gooi en Vechtstreek groeide vanaf 2014 gestaag door (zie figuur 4.18), in een tempo dat wat onder het MRAgemiddelde lag. Dit beeld kantelde in 2018 echter. In dat jaar was er sprake van een flinke groeiversnelling in Gooi en Vechtstreek, die past in het gespiegelde beeld van groeivertraging in de economische concentratiegebieden (Amsterdam en Amstelland-Meerlanden). Het valt niet uit te sluiten dat Gooi en Vechtstreek, samen met enkele andere deelregio’s buiten de grootste economische concentratie in de MRA, profiteert van fysieke grenzen aan de groei, die met name in Amsterdam steeds meer in beeld komen. In 2018 was er sprake van een stevige groei in de sectoren Bouw, Detailhandel, Horeca, Onroerend goed en (Specialistische) zakelijke diensten. Tegelijk met de gunstige economische trend tot en met 2019, is de werkloosheid in Gooi en Vechtstreek voortdurend gedaald. Er is overigens geen garantie dat deze gunstige ontwikkeling zonder meer

Tabel 4.5 Kerngegevens Gooi en Vechtstreek 2018

2014 aandeel in MRA (%)

2015

2016

2017 2018 2019

jaarlijkse groei in %

Bruto regionaal product

mld euro

11,0

7,0

3,0

2,8

0,4

2,5

3,5

2,0

Arbeidsvolume (fte's)*

x 1.000

102,2

8,0

0,2

2,7

0,5

1,5

3,0

1,6

Werkzame personen*

x 1.000

127,8

8,4

-0,3

0,5

0,6

1,8

2,6

1,6

Figuur 4.18 Economische groei in Gooi en Vechtstreek versnelde in 2018 groei in %

12 Bevolking

x 1.000

254

10,1

0,4

0,4

1,2

0,8

0,8

0,8

Potentiële beroepsbevolking

x 1.000

185

9,8

0,6

0,6

0,6

2,2

0,0

1,1

Beroepsbevolking

x 1.000

128

9,4

0,0

0,0

0,8

0,0

0,8

3,1

Werkzame beroepsbevolking

x 1.000

126

9,7

0,0

0,0

3,4

1,7

3,3

1,6

Regio

MRA

Beroepsbevolking naar opleiding

10 8 6 4

Hoogopgeleid

in %

42,6

45,2

2

Middelbaar opgeleid

in %

39,5

36,7

0

Laagopgeleid

in %

17,8

18,1

Brutoparticipatiegraad

in %

69,2

71,6

70,4

70,0

70,2

68,6

69,2

70,6

Werkloosheid

in %

3,1

4,0

6,3

6,3

5,5

3,1

3,1

3,0

-2

aandeel in %

* Prognose 2019, raming TNO Bron: CBS (bewerking TNO/SEO Economisch Onderzoek)

125

1996

2000

2005

2010

2015

2019

-4 Bruto regionaal product

Arbeidsvolume (fte)

Bron: CBS (bewerking TNO)

Economische Verkenningen MRA 2020

Economische Verkenningen MRA 2020

126

blijft aanhouden. Allereerst laat onderzoek van Ecorys (2020) zien dat er kwetsbaarheden in het vestigingsklimaat van Gooi en Vechtstreek zijn, die een dempend effect op investeringen en werkgelegenheidsgroei hebben. Daarnaast zorgt het coronavirus voor de nodige onzekerheid. Juist bedrijfsactiviteiten in cultuur, recreatie en horeca, die in Gooi en Vechtstreek goed vertegenwoordigd zijn en waarin bovendien veel zzp’ers werken, hebben last van alle beperkende coronamaatregelen. De economie van Gooi en Vechtstreek kan daardoor relatief hard geraakt worden.

Bouw fors. Overige zakelijke diensten en Specialistische zakelijke diensten zijn beide omvangrijke sectoren in de economie van Gooi en Vechtstreek, die zich zo rond het gemiddelde groeitempo van 1,6 procent per jaar ontwikkelden. In de periode 2013-2018 was de werkgelegenheidsgroei (zie figuur 4.20) in Gooi en Vechtstreek met 0,9 procent per jaar relatief gematigd in vergelijking met de gemiddelde groei van 1,8 procent per jaar in de MRA als geheel. In 2018 is dit beeld omgedraaid en behoorde Gooi en Vechtstreek (samen met IJmond en Amstelland-Meerlanden) tot de groep binnen de MRA waar de werkgelegenheid het snelst toenam. In de gehele periode 2013-2018 groeide de werkgelegenheid in Gooi en Vechtstreek met name hard in de sectoren Overige zakelijke diensten en Horeca.

Economische ontwikkeling per sector De economische ontwikkeling van Gooi en Vechtstreek leunde in de periode 2013-2018 sterk op een aantal grote, ruim vertegenwoordigde sectoren (zie figuur 4.19). In het bijzonder gaat het dan om Informatie en communicatie, Groothandel, Onroerend goed en Detailhandel. Ook was de groei van toegevoegde waarde in de

Figuur 4.19 Informatie en communicatie van groot belang voor Gooi en Vechtstreek Toegevoegde waarde 2013-2018 Gemiddelde groei in %

8

Specialistische zakelijke diensten

6 4 2

10 Bouw

Overige zakelijke diensten Horeca Industrie

Vervoer en opslag

0

Detailhandel

4 Overheid 6

groei, 2013-2018 (1,6%)

-8

Zorg

10

12

Overige diensten

Overige zakelijke diensten

6 Informatie en communicatie

14

16

Cultuur, sport en recreatie

-4 -6

8

Groothandel

Werkgelegenheid (fte's) 2013-2018 Groei in %

8

Onroerend goed

Onderwijs

2

-2 Gemiddelde regionale

Cultuur, sport en recreatie

Groothandel Onderwijs Onroerend goed Informatie en communicatie Bouw

4

Gemiddelde regionale groei, Horeca 2 2013-2018 (0,9%) Specialistische Vervoer en opslag zakelijke diensten 0

-2

2

4

Overheid

-4

6

8

10

12

14

Zorg Industrie Detailhandel Overige diensten

16

-6

Financiële diensten Aandeel regio in MRA: 7,0%

-8 Aandeel sector in MRA (in %)

* De bolgrootte geeft uitsluitend de verhouding binnen de eigen regio weer. De omvang van de sectoren is zodoende niet vergelijkbaar met die van andere deelregio's. Bron: CBS (bewerking TNO)

127

Figuur 4.20 Sterkste werkgelegenheidsgroei in Overige zakelijke diensten

Economische Verkenningen MRA 2020

Financiële diensten Aandeel regio in MRA: 8,0%

Aandeel sector in MRA (in %)

* De bolgrootte geeft uitsluitend de verhouding binnen de eigen regio weer. De omvang van de sectoren is zodoende niet vergelijkbaar met die van andere deelregio's. Bron: CBS (bewerking TNO)

Economische Verkenningen MRA 2020

128

4.6 IJmond

Forensen (woon-werkverkeer) In Gooi en Vechtstreek zijn het aantal arbeidsplaatsen en de omvang van de werkzame beroepsbevolking nagenoeg in balans. Met 128 duizend werkzame personen in de deelregio en 126 duizend werkzame inwoners, was er in 2018 een netto inkomende pendel van 2 duizend personen. Ongeveer 59 duizend inwoners werken in Gooi en Vechtstreek zelf. Van de 67 duizend uitgaande forensen werkt ruim de helft buiten de MRA en werken er 24 duizend in Amsterdam. Zo’n 5 duizend personen pendelen naar Amstelland-Meerlanden en nog eens 5 duizend personen naar Almere-Lelystad. Gooi en Vechtstreek telde in 2018 ongeveer 69 duizend inkomende forensen. De meerderheid hiervan komt uit woonlocaties buiten de MRA (46 duizend personen). Binnen de MRA is er richting Gooi en Vechtstreek relatief veel woon-werkverkeer vanuit Amsterdam, Almere en Lelystad.

De economie van IJmond De gemeenten Beverwijk, Heemskerk en Velsen werken bestuurlijk samen in MRA-deelregio IJmond. De economie van IJmond heeft een sterk industrieel karakter, met de staalindustrie in Velsen en overige industriële activiteiten op de zeehaventerreinen en langs het Noordzeekanaal. Terwijl na 2014 de Nederlandse economie in een hoogconjunctuur verkeerde, zorgden ontwikkelingen in de industrie in 2015 en 2016 voor een tijdelijke economische neergang in IJmond (zie figuur 4.21). Schokken in de wereldhandel, zoals destijds onzekerheden in de staalhandel als gevolg van protectionisme van China en de Verenigde Staten, hebben relatief sterke gevolgen voor de economie van IJmond en duren voort tot op de dag van vandaag. Vanaf 2017 is er Tabel 4.6 Kerngegevens IJmond 2018

2014 aandeel in MRA (%)

2015

2016

2017 2018 2019

jaarlijkse groei in %

Bruto regionaal product

mld euro

6,8

4,3

2,7

-5,6

-2,4

0,9

2,6

0,4

Arbeidsvolume (fte's)*

x 1.000

68,4

5,4

1,4

-0,5

0,1

-0,3

3,3

0,3

Werkzame personen*

x 1.000

85,6

5,6

1,1

-2,4

0,4

0,0

2,9

0,3

Bevolking

x 1.000

198

7,9

0,0

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

Potentiële beroepsbevolking

x 1.000

147

7,8

0,0

0,0

1,4

0,7

0,0

0,7

Beroepsbevolking

x 1.000

107

7,9

-1,0

1,0

1,9

0,9

0,0

0,9

Werkzame beroepsbevolking

x 1.000

101

7,8

0,0

0,0

3,1

1,0

0,0

4,0

Beroepsbevolking naar opleiding

Regio

MRA

Hoogopgeleid

in %

34,3

45,2

Middelbaar opgeleid

in %

42,9

36,7

Laagopgeleid

in %

22,9

18,1

Brutoparticipatiegraad

in %

72,8

71,6

71,5

72,2

72,6

72,8

72,8

73,0

Werkloosheid

in %

3,7

4,0

5,8

4,8

4,7

4,7

3,7

2,8

aandeel in %

* Prognose 2019, raming TNO Bron: CBS (bewerking TNO/SEO Economisch Onderzoek)

129

Economische Verkenningen MRA 2020

Economische Verkenningen MRA 2020

130

echter weer sprake van economische groei, die in 2018 bovendien versnelde. Daarbij nam ook de werkgelegenheid sterk toe en daalde de werkloosheid tot uiteindelijk een zeer laag niveau van 2,8 procent van de beroepsbevolking in 2019.

Figuur 4.21 Economische groei IJmond hield in 2018 en 2019 aan Groei in %

12 10 8 6 4 2 0 -2 -4 -6

1995

2000

2005

2010

2015

Economische ontwikkeling per sector De industrie van IJmond maakt ruim een kwart uit van het brp en heeft een aandeel van bijna 20 procent in de werkgelegenheid in 2018. Daarnaast zijn Zorg, Groothandel, Detailhandel en Zakelijke diensten relatief omvangrijke sectoren in de economie van IJmond. In de periode 2013-2018 maakten met name de sectoren Bouw en Onroerend goed een sterke toegevoegde-waardegroei door (zie figuur 4.22). Vooral de Bouw is binnen de MRA sterk vertegenwoordigd in IJmond. Hier gevestigde bouwbedrijven profiteerden in de periode 2013-2018 van de goedgevulde orderportefeuilles, met name na een sterke groei vanaf 2014.

2019

-8 -10 -12 Brp

Arbeidsvolume (fte)

Bron: CBS (bewerking TNO)

Figuur 4.22 Industrie van groot economisch belang voor IJmond

8

Toegevoegde waarde 2013-2018 Gemiddelde groei in %

2 -2 Groothandel -4 -6 -8

4

6

Onderwijs Overheid Vervoer en opslag

Financiële diensten

8

10

2

Landbouw

Energie, water en afval

14

16

18

Groothandel communicatie Onroerend goed Horeca

Specialistische zakelijke diensten

0

-2 -4 -6

Aandeel sector in MRA (in %)

* De bolgrootte geeft uitsluitend de verhouding binnen de eigen regio weer. De omvang van de sectoren is zodoende niet vergelijkbaar met die van andere deelregio's. Bron: CBS (bewerking TNO)

131

20

Gemiddelde regionale groei, 2013-2018 (-0,2%)

Aandeel regio in MRA: 4,3%

Economische Verkenningen MRA 2020

Overige zakelijke diensten

4 Informatie en

Industrie

12

Cultuur, sport en recreatie

6

Onroerend goed Specialistische zakelijke diensten Horeca Zorg Detailhandel

2

Werkgelegenheid (fte's) 2013-2018 Groei in %

8 Bouw

6 Informatie en communicatie Overige zakelijke 4 diensten

0

Figuur 4.23 Werkgelegenheid (fte) per sector 2013-2018

-8

2

Zorg

4

6

Vervoer en opslag Onderwijs Overheid

Landbouw

Energie, water en afval

Gemiddelde regionale groei, 2013-2018 (0,7%)

8

10 Bouw 12

Detailhandel

14

16

18

20 Industrie

Overige diensten

Financiële diensten

Aandeel regio in MRA: 5,4%

Aandeel sector in MRA (in %)

* De bolgrootte geeft uitsluitend de verhouding binnen de eigen regio weer. De omvang van de sectoren is zodoende niet vergelijkbaar met die van andere deelregio's. Bron: CBS (bewerking TNO)

Economische Verkenningen MRA 2020

132

4.7 Zaanstreek-Waterland

In de periode 2013-2018 was de werkgelegenheidsontwikkeling (zie figuur 4.23) in IJmond met een groei van gemiddeld 0,7 procent per jaar relatief gematigd vergeleken met het gemiddelde groeitempo in de MRA van 1,8 procent. De groeiversnelling in 2018 maakte echter dat in dat jaar binnen de MRA de werkgelegenheid het snelst toenam in IJmond. In 2018 groeide de werkgelegenheid in IJmond onder andere snel in de sectoren Overige zakelijke diensten, Horeca, Informatie en communicatie, Vervoer en opslag, Cultuur, sport en recreatie en Specialistische zakelijke diensten. Daarmee was die groeiversnelling breedgedragen. Over de gehele analyseperiode 2013-2018 nam de werkgelegenheid het snelst toe in Overige zakelijke diensten. Forensen (woon-werkverkeer) De omvang van de werkzame beroepsbevolking in IJmond is groter dan het aantal arbeidsplaatsen. Daarom zijn relatief veel inwoners van IJmond aangewezen op werk in andere regio’s. Van de 101 duizend werkzame inwoners van IJmond, werken er 47 duizend in de eigen regio. De uitgaande pendelstroom bedroeg in 2018 ongeveer 54 duizend personen, waarvan 22 duizend personen naar een baan elders in Nederland reisden en de overigen naar een werkplek in de MRA. Binnen de MRA zijn de forensenstromen vanuit IJmond naar andere deelregio’s ongeveer gelijk verdeeld over Amsterdam, Amstelland-Meerlanden, Zuid-Kennemerland en ZaanstreekWaterland.

De inkomende pendelstroom telde in 2018 zo’n 39 duizend personen, waarvan de meesten uit woonlocaties buiten de MRA kwamen (13 duizend personen) en een relatief omvangrijke stroom uit Zuid-Kennemerland (11 duizend personen). De overige inkomende forensen kwamen uit Zaanstreek-Waterland, Amsterdam en Amstelland-Meerlanden.

De economie van Zaanstreek-Waterland Deelregio Zaanstreek-Waterland is een samenstelling van twee gebieden: Zaanstreek (de gemeenten Uitgeest , Wormerland en Zaanstad) en Waterland (de gemeenten Beemster, Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend en Waterland). Langs de noordelijke IJ-oevers vinden veel logistieke activiteiten plaats, gerelateerd aan de agrofoodindustrie. Deze bedrijfsactiviteiten zijn van oudsher een belangrijk onderdeel van de economie van de regio. Daarnaast is de bouwsector binnen de MRA sterk vertegenwoordigd in Zaanstreek-Waterland. In 2018 versnelde de economische groei van deze deelregio (zie figuur 4.24), mede ingegeven door de ontwikkeling van woon- en werklocaties langs de Zaan en het IJ en een trend waarbij de economische groei van de MRA zich sterker lijkt te manifesteren buiten kernstad Amsterdam. Tabel 4.7 Kerngegevens Zaanstreek-Waterland 2018

2014 aandeel in MRA (%)

2015

2016

2017 2018 2019

jaarlijkse groei in %

Bruto regionaal product

mld euro

9,3

5,9

2,6

-1,9

2,5

1,5

3,2

2,2

Arbeidsvolume (fte's)*

x 1.000

102,8

8,1

-0,1

-0,5

2,3

-0,2

2,6

1,8

Werkzame personen*

x 1.000

131,0

8,6

0,4

-2,1

1,1

-0,5

2,4

1,8

Bevolking

x 1.000

336

13,4

0,3

0,6

2,5

0,9

0,6

0,6

Potentiële beroepsbevolking

x 1.000

251

13,2

0,4

0,0

0,4

0,4

0,4

0,4

Beroepsbevolking

x 1.000

179

13,2

-1,1

0,6

1,1

-0,6

2,3

0,6

Werkzame beroepsbevolking

x 1.000

171

13,1

-1,2

1,2

2,5

0,6

1,8

2,9

Beroepsbevolking naar opleiding

Regio

MRA

Hoogopgeleid

in %

31,4

45,2

Middelbaar opgeleid

in %

44,6

36,7

Laagopgeleid

in %

24,0

18,1

Brutoparticipatiegraad

in %

71,3

71,6

69,8

70,2

70,7

70,0

71,3

71,4

Werkloosheid

in %

3,4

4,0

6,4

5,7

5,1

4,0

3,4

2,2

aandeel in %

* Prognose 2019, raming TNO Bron: CBS (bewerking TNO/SEO Economisch Onderzoek)

133

Economische Verkenningen MRA 2020

Economische Verkenningen MRA 2020

134

Figuur 4.24 De economie van Zaanstreek-Waterland groeide in 2018 en 2019 stevig 8

Groei in %

6 4 2 0 -2

1995

2000

2005

2010

2015

2019

-4 -6 -8 Brp

Arbeidsvolume (fte)

De deelgebieden Zaanstreek en Waterland verschillen niet veel in absolute economische omvang. In zowel brp als werkgelegenheid heeft Zaanstreek een aandeel van rond de 54 procent. In de periode 2013-2018 groeide de economie van Waterland gemiddeld iets sneller dan die van Zaanstreek (zie figuur 4.25). Dit betreft voor een deel inhaalgroei, aangezien de economische omvang van Waterland in 1995 een stuk kleiner was dan die van Zaanstreek. De werkgelegenheid nam in de periode 2013-2018 gemiddeld sterker toe in Zaanstreek. Met de relatief sterkere vertegenwoordiging van de industrie in Zaanstreek (zie figuur 4.27), is dit gebied wat gevoeliger voor schokken in de wereldhandel. Zodoende had Zaanstreek in 2015 en 2017 te maken met een kortstondige dip in de economische groei, terwijl Waterland gestaag bleef groeien. In 2018 was echter in beide gebieden sprake van een groeiversnelling en in 2019 groeiden beide gebieden in een ongeveer gelijk tempo, dat net onder het gemiddelde brp-groeitempo van de MRA lag.

Bron: CBS (bewerking TNO)

Figuur 4.25 De werkgelegenheid in Zaanstreek groeide sneller dan in Waterland

2,5

Toegevoegde waarde 2013-2108 Gemiddelde groei in %

1,5

Gemiddelde groei fte's Zaanstreek-Waterland (0,5%)

Waterland

2,0

Gemiddelde groei brp Zaanstreek-Waterland (1,6%)

1,0

Zaanstreek

0,5

0 0,2

0,4

0,6

0,8

Werkgelegenheid (fte's) 2013-2018 Gemiddelde groei in % Bron: CBS (bewerking TNO)

135

Economische Verkenningen MRA 2020

In de periode vanaf 2014, waarin de Nederlandse economie zich in een hoogconjunctuur bevond, kende de economische ontwikkeling in Zaanstreek-Waterland een relatief schokkerig verloop. Negatieve ontwikkelingen in de sector Specialistische zakelijke diensten lijken hier in 2015 met name aan bij te dragen. Daarnaast spelen schokken op de wereldmarkt voor industriële producten mogelijk een rol. In 2017 was er sprake van een relatief sterke daling van de werkgelegenheid in de Zorg. Daarentegen is er in 2018 een duidelijke economische groeiversnelling opgetreden, die mogelijk wordt ingegeven door ‘overloop’ van bedrijvigheid vanuit Amsterdam naar ZaanstreekWaterland. In 2019 groeide het brp van Zaanstreek-Waterland met 2,2 procent, net onder het gemiddelde brp-groeitempo van de MRA. Met de gunstige economische ontwikkeling tot en met 2019 is de werkloosheid in Zaanstreek-Waterland ook verder gedaald en op een zeer laag niveau van 2,2 procent terechtgekomen.

Economische ontwikkeling per sector In de periode 2013-2018 groeide de economie van ZaanstreekWaterland gestaag door na de kortstondige dip in 2015. De toegevoegde-waardegroei van gemiddeld 1,5 procent per jaar werd gestuwd door de meeste van de omvangrijke en ruim vertegenwoordigde sectoren: Bouw, Groothandel en Detailhandel Economische Verkenningen MRA 2020

136

(zie figuur 4.26). De groei van de sector Industrie lag net onder het gemiddelde tempo van de deelregio. Landbouw, Informatie en communicatie en Horeca kenden eveneens een relatief hoge groei in de periode 2013-2018.

De werkgelegenheidsgroei in Zaanstreek-Waterland was in de periode 2013-2018 met gemiddeld 0,5 procent per jaar relatief gematigd vergeleken met andere deelregio’s van de MRA. Horeca, Cultuur, sport en recreatie, Groothandel en Detailhandel waren belangrijke pijlers onder de werkgelegenheidsgroei in ZaanstreekWaterland (zie figuur 4.28).

Het feit dat de deelgebieden Zaanstreek en Waterland niet heel veel verschillen in economische omvang, vertaalt zich door in de vestigingslocatie van bedrijven in de meeste sectoren. Figuur 4.27 toont dat over het geheel genomen Zaanstreek een iets groter aandeel heeft in de totale werkgelegenheid. Met name de sectoren Landbouw, Zorg, Financiële diensten, Horeca en Cultuur, sport en recreatie zijn wat sterker vertegenwoordigd in Waterland. Dit maakt dat bedrijven in Waterland mogelijk iets sterker de impact van de coronamaatregelen zullen merken. Vooral bedrijven gericht op toerisme en recreatie hebben immers last van de terugval in bezoekersaantallen en van de contactbeperkingen. Dit geldt uiteraard evengoed voor de attracties in Zaanstreek.

Figuur 4.27 Ongeveer gelijke omvang van sectoren in Zaanstreek en Waterland Aandeel werkgelegenheid (fte's) in % Landbouw Zorg Financiële diensten Horeca Cultuur, sport en recreatie

Figuur 4.26 Sterke groei in grote sectoren in de economie van Zaanstreek-Waterland

8

Toegevoegde waarde 2013-2018 Gemiddelde groei in %

Overige diensten Bouw

Vervoer en opslag 6 Informatie en Groothandel Onroerend goed 4 communicatie Horeca Detailhandel

2 0 -2 -4 -6 -8

Groothandel Informatie en communicatie

Cultuur, sport en recreatie

Landbouw

Specialistische zakelijke diensten

Bouw Industrie

Detailhandel

Gemiddelde regionale groei, 2013-2018 (1,5%)

Overige 5 10 15 Onderwijs Overige diensten zakelijke diensten Overheid Specialistische zakelijke diensten

20

25

Overige zakelijke diensten Industrie Vervoer en opslag Energie, water en afval

Financiële diensten

Totaal werkgelegenheid (fte)

0

Aandeel sector in MRA (in %)

* De bolgrootte geeft uitsluitend de verhouding binnen de eigen regio weer. De omvang van de sectoren is zodoende niet vergelijkbaar met die van andere deelregio's. Bron: CBS (bewerking TNO)

137

Overheid Onroerend goed

Zorg

Aandeel regioin MRA: 5,9%

Onderwijs

Economische Verkenningen MRA 2020

10

20

Zaanstreek

30

40

50

60

70

80

90

100

Waterland

Bron: CBS (bewerking TNO)

Economische Verkenningen MRA 2020

138

4.8 Zuid-Kennemerland

Figuur 4.28 Stevige werkgelegenheidsgroei in de Horeca van Zaanstreek-Waterland

8 6

Werkgelegenheid (fte's) 2013-2018 Groei in % Cultuur, sport en recreatie Specialistische

4 zakelijke diensten

Horeca

Informatie en

Onderwijs Groothandel

2 communicatie

-4

Landbouw

Detailhandel Industrie

0 Vervoer en opslag -2

De economie van Zuid-Kennemerland Deelregio Zuid-Kennemerland bestaat uit de gemeenten Bloemendaal, Haarlem, Heemstede en Zandvoort. De economie kenmerkt zich met de Noord-Hollandse provinciehoofdstad Haarlem door een relatief grote sector Overheid en – dankzij het strand en omliggende natuur nabij Bloemendaal en Zandvoort – door een rijk aanbod aan voorzieningen voor consumptie, cultuur en recreatie. Daarmee is Zuid-Kennemerland niet alleen in trek als woonlocatie, maar oefent de regio ook grote aantrekkingskracht uit op toeristen uit binnen- en buitenland.

5

Overheid Overige zakelijke diensten

10

15

Overige diensten

Zorg

Bouw

20

25

Gemiddelde regionale groei, 2913-2018 (0,5%)

Onroerend goed

-6

De economie van Zuid-Kennemerland ontwikkelt zich gemiddeld wat trager dan die van de MRA als geheel. Na 2014 waren de economische en werkgelegenheidsgroei positief, waarbij er in 2017

-8 Financiële diensten

Aandeel regio in MRA: 8,1%

Aandeel sector in MRA (in %)

* De bolgrootte geeft uitsluitend de verhouding binnen de eigen regio weer. De omvang van de sectoren is zodoende niet vergelijkbaar met die van andere deelregio's. Bron: CBS (bewerking TNO)

Tabel 4.8 Kerngegevens Zuid-Kennemerland 2018

Forensen (woon-werkverkeer) In 2018 bedroeg de omvang van de werkzame beroepsbevolking in Zaanstreek-Waterland zo’n 171 duizend personen. In dat jaar waren er 131 duizend werkzame personen. Per saldo had ZaanstreekWaterland daarmee een netto uitgaande pendelstroom van 40 duizend personen. Van de 171 duizend werkzame inwoners werkten er 78 duizend in de eigen regio en pendelden 93 duizend personen naar werk elders in Nederland of in de MRA. De grootste forensenstroom vanuit Zaanstreek-Waterland gaat naar werklocaties buiten de MRA (36 duizend personen). Binnen de MRA pendelen 31 duizend personen voor werk naar Amsterdam. Daarnaast gaan er nog relatief grote uitgaande pendelstromen naar AmstellandMeerlanden, Zuid-Kennemerland en IJmond. Van de 53 duizend inkomende forensen komt de meerderheid uit woonlocaties buiten de MRA (24 duizend personen). Vanuit overige delen van de MRA komen relatief veel forensen uit Amsterdam (14 duizend personen) en IJmond (7 duizend personen).

2014 aandeel in MRA (%)

Bruto regionaal product

mld euro

Arbeidsvolume (fte's)* Werkzame personen*

2015

2016

2017 2018 2019

jaarlijkse groei in %

7,6

4,8

-0,8

2,0

1,9

2,9

3,4

0,5

x 1.000

82,4

6,5

-1,8

-0,1

2,5

1,9

2,7

0,4

x 1.000

104,0

6,8

-1,4

1,5

0,6

2,2

2,3

0,4

Bevolking

x 1.000

228

9,3

0,9

0,9

0,9

0,4

0,9

0,9

Potentiële beroepsbevolking

x 1.000

167

8,8

0,6

0,6

1,2

1,2

0,0

0,6

Beroepsbevolking

x 1.000

121

8,9

-0,9

1,8

1,7

1,7

0,8

0,8

Werkzame beroepsbevolking

x 1.000

117

9,0

0,0

1,8

0,9

1,8

2,6

0,9

Beroepsbevolking naar opleiding

Regio

MRA

Hoogopgeleid

in %

49,6

45,2

Middelbaar opgeleid

in %

33,1

36,7

Laagopgeleid

in %

17,4

18,1

Brutoparticipatiegraad

in %

72,5

71,6

70,4

71,2

71,5

71,9

72,5

72,6

Werkloosheid

in %

2,5

4,0

7,9

7,8

5,1

4,2

2,5

2,5

aandeel in %

* Prognose 2019, raming TNO Bron: CBS (bewerking TNO/SEO Economisch Onderzoek)

139

Economische Verkenningen MRA 2020

Economische Verkenningen MRA 2020

140

en 2018 sprake was van een versnelling (zie figuur 4.29). Net als andere deelregio’s om Amsterdam en Amstelland-Meerlanden heen, lijkt Zuid-Kennemerland te profiteren van de ruimte die deze regio nog heeft voor nieuwe bedrijfsactiviteiten. Met het aanhouden van de gunstige economische ontwikkelingen is in 2017 ook de werkloosheid in Zuid-Kennemerland gedaald en in 2019 uitgekomen op een zeer laag niveau van 2,5 procent van de beroepsbevolking.

Figuur 4.29 Economische groei Zuid-Kennemerland op een wat lager pitje in 2019 8

Groei in %

6 4 2 0 -2

1995

2000

2005

2010

2015

Economische ontwikkeling per sector In de periode 2013-2018 werd de economische groei in ZuidKennemerland aangedreven door Zakelijke diensten, Horeca en Detailhandel (zie figuur 4.30). De sector Onroerend goed maakte eveneens een gunstige ontwikkeling door, profiterend van het sentiment op de woningmarkt. Specialistische zakelijke diensten, Industrie en de omvangrijke én relatief sterk in Zuid-Kennemerland geconcentreerde publieke diensten Overheid, Onderwijs en Zorg, hadden een iets gematigder toegevoegde-waardeontwikkeling.

2019

-4 -6 -8 Brp

Arbeidsvolume (fte)

Bron: CBS (bewerking TNO)

Figuur 4.30 De onroerendgoedsector in Zuid-Kennemerland groeide stevig

8 6

Toegevoegde waarde 2013-2018 Gemiddelde groei in %

5 Onroerend goed

Informatie en communicatie

Specialistische zakelijke diensten 4 Horeca Overige zakelijke diensten Groothandel Energie, water en afval 2 Vervoer en opslag Onderwijs

0

2

4

-2 Gemiddelde regionale groei, 2013-2018 (1,1%)

Bouw

6

Industrie

-8

8

Detailhandel Overheid

Zorg 10 Overige diensten

Aandeel regio in MRA: 4,8%

0 -1

-4 Aandeel sector in MRA (in %)

Economische Verkenningen MRA 2020

Onroerend goed Informatie en communicatie Overige zakelijke diensten

Horeca

Detailhandel Vervoer en opslag Gemiddelde regionale groei, 1 2013-2018 (0,6%) Specialistische zakelijke diensten

-3

Financiële diensten

Werkgelegenheid (fte's) 2013-2018 Gemiddelde groei in %

Onderwijs

2

-2

* De bolgrootte geeft uitsluitend de verhouding binnen de eigen regio weer. De omvang van de sectoren is zodoende niet vergelijkbaar met die van andere deelregio's. Bron: CBS (bewerking TNO)

141

4 3

Cultuur, sport en recreatie

-4 -6

Figuur 4.31 Sterke werkgelegenheidsgroei in Informatie en communicatie en Horeca

2

4 Groothandel

6 Industrie

Cultuur, sport en recreatie Zorg

8

10

Bouw

Overheid

Overige diensten

12

Energie, water en afval

Aandeel regio in MRA: 6,5%

Aandeel sector in MRA (in %)

* De bolgrootte geeft uitsluitend de verhouding binnen de eigen regio weer. De omvang van de sectoren is zodoende niet vergelijkbaar met die van andere deelregio's. Bron: CBS (bewerking TNO)

Economische Verkenningen MRA 2020

142

In de periode 2013-2018 was de werkgelegenheidsgroei in ZuidKennemerland vergeleken met elders in de MRA relatief gematigd. In die periode werd de werkgelegenheidsontwikkeling aangedreven door de sectoren Informatie en communicatie, Horeca en Overige zakelijke diensten (zie figuur 4.31). Ook nam de werkgelegenheid relatief sterk toe in Onderwijs, Vervoer en opslag, Cultuur, sport en recreatie en Detailhandel. Forensen (woon-werkverkeer) In verhouding tot de omvang van de werkzame beroepsbevolking (117 duizend personen), is er in Zuid-Kennemerland een klein aantal arbeidsplaatsen (104 duizend werkzame personen). Relatief veel inwoners van Zuid-Kennemerland werken daarom elders in de MRA of daarbuiten. De uitgaande pendelstroom bedroeg in 2018 zo’n 70 duizend personen; 47 duizend personen wonen en werken in Zuid-Kennemerland zelf. De meeste van de uitgaande forensen werken in Amstelland-Meerlanden (23 duizend personen), Amsterdam (17 duizend personen), buiten de MRA (16 duizend personen) of IJmond (11 duizend personen). De inkomende forensenstroom bedroeg in 2018 ongeveer 57 duizend personen, waarvan 23 duizend van buiten de MRA en 11 duizend uit Amsterdam. De herkomst van overige inkomende forensen is ongeveer gelijk verdeeld over de deelregio’s Amstelland-Meerlanden, IJmond en Zaanstreek-Waterland.

143

Economische Verkenningen MRA 2020

Economische Verkenningen MRA 2020

144

5 n

n

n

n

n

Economie en leefomgeving

In de MRA strijden de behoeften aan ruimte voor woningen, bedrijven, energieopwekking, recreatie en natuur in toenemende mate om de schaarse ruimte. Het wordt steeds moeilijker om de verschillende ruimteclaims tegen elkaar af te wegen, en daarom zijn scherpe keuzes noodzakelijk. Het tekort aan ruimte uit zich in het bijzonder in spanningen op de woningmarkt. Dit leidt tot grote pendelstromen, congestie en daarmee ook milieueffecten. De MRA stoot minder CO2 uit, ondanks de bovengemiddelde economische groei. Deze absolute ontkoppeling is een eerste stap in de transitie naar een klimaatneutrale energievoorziening. De ontwikkeling van hernieuwbare energie in de MRA verloopt echter niet snel genoeg om het nationale doel (14 procent in 2020) te realiseren. De transitie naar een circulaire economie levert grote uitdagingen op. Evengoed zijn in de MRA de eerste resultaten zichtbaar in het terugdringen van huishoudelijk afval en de verwerking ervan. Een belangrijk deel van het afval wordt echter nog steeds verbrand of gestort, en reststromen worden nog beperkt ingezet. De coronacrisis leidt naar verwachting tot minder milieudruk en ruimteclaims. Dit is echter een tijdelijke ontwikkeling: na deze crisis zullen de druk op het milieu en de ruimteclaims weer toenemen.

Economische Verkenningen MRA 2020

146

In recente edities van de Economische Verkenningen Metropoolregio Amsterdam is herhaaldelijk gewezen op de groeiende schaarste aan ruimte. In de Metropoolregio Amsterdam (MRA) strijden de behoeften aan ruimte voor woningen, bedrijven, energieopwekking, recreatie en natuur in toenemende mate om de schaarse ruimte. Het wordt steeds moeilijker om de verschillende ruimteclaims tegen elkaar af te wegen en daarom zijn scherpe keuzes noodzakelijk. In dit hoofdstuk wordt de samenhang tussen economie, duurzaamheid en ruimtegebruik in de MRA nader verkend. Zonder uitputtend of alomvattend te willen zijn, worden enkele saillante ontwikkelingen en indicatoren beschreven. Het gaat hierbij met name om ontwikkelingen op langere termijn. In de paragrafen 5.1 tot en met 5.3 worden trends beschreven van vóór de coronacrisis met betrekking tot ruimtegebruik (5.1), woningmarkt, kantorenmarkt en bedrijventerreinen (5.2) en duurzaamheid, te weten de energietransitie en de overgang naar een circulaire economie (5.3). Dat een afruil tussen economie, leefomgeving en ruimte noodzakelijk is, illustreren we in paragraaf 5.4 aan de hand van twee cases: de luchthaven en de zeehaven. Paragraaf 5.5 bevat een slotbeschouwing waarin scenario’s worden geschetst met betrekking tot mogelijke toekomstige ontwikkelingen, mede onder invloed van de coronacrisis.

5.1 Ruimtegebruik In deze paragraaf beschrijven we het ruimtegebruik in de MRA. Figuur 5.1 toont dat in de MRA, in vergelijking met Nederland, een relatief groot deel van de grond gebruikt wordt voor woningen, bedrijven, infrastructuur en recreatie (ILT, 2020).12 Dit verschil is extra saillant, omdat Nederland in vergelijking met andere EU-landen het hoogste percentage ‘versteend’ oppervlak heeft (PBL, 2020). Opvallend is echter ook dat er in de MRA ook relatief meer natuur is Figuur 5.1 Aandeel agrarische grond in de MRA lager dan in Nederland Aandeel landgebruik 2015* in %

Nederland

MRA

0

20

40

60

Woningen

Bedrijven

Transport

Natuur

Agrarisch

Overig

80

100

Recreatie

* 2015 is het meest recente jaar waarvoor gegevens beschikbaar zijn. De volgende vormen van grondgebruik vallen onder woongebruik: terrein met bestemming wonen, primaire voorzieningen als (buurt)winkels, scholen voor kleuter- en basisonderwijs, bijkantoren van onder andere banken, groenvoorziening kleiner dan 1 hectare, straten en parkeerplaatsen, erven, tuinen, trapveldjes en speelplaatsen, woonwagenkampen (exclusief wrakkenopslagplaatsen > 0,1 hectare). De categorie Bedrijven is inclusief kantoren. De categorie Overig betreft terreinen voor openbare voorzieningen en sociaal-culturele voorzieningen, stortplaatsen, wrakkenopslagplaatsen, begraafplaatsen, delfstofwinplaatsen, bouwterreinen en semi-verharde overige terreinen. Bron: CBS (bewerking SEO Economisch Onderzoek)

12

147

Economische Verkenningen MRA 2020

Recentere gegevens dan van 2015 zijn niet beschikbaar.

Economische Verkenningen MRA 2020

148

dan in Nederland als geheel. Tegelijkertijd is het aandeel agrarische grond in de MRA lager dan in Nederland.

Opvallend is dat in Amsterdam, als enige deelregio, het grondgebruik voor woningen is afgenomen terwijl het aantal woningen in deze periode met ruim 10 procent is toegenomen (Gemeente Amsterdam, 2016). Een van de verklaringen voor deze paradox is dat het door het CBS gemeten grondgebruik voor wonen ook soorten grondgebruik omvat die geen woningen betreffen (zie de noot bij de figuur). Mogelijk zijn deze vormen van grondgebruik afgenomen, maar het grond­ gebruik voor woningen niet. Een andere mogelijke verklaring is dat niet alle woningen op woningterreinen staan. Zo worden woningen boven bedrijfspanden qua grondgebruik als bedrijven geclassificeerd. Een volledige verklaring zou echter nader onderzoek vereisen.

Figuur 5.2 laat zien dat de ruimte voor woningen, bedrijven, recreatie en natuur in de MRA tussen 2006 en 2015 is toegenomen ten koste van agrarisch gebied. Het grondgebruik voor bedrijven is sterker toegenomen dan voor woningen en recreatie. Soortgelijke ontwikkelingen treden ook op in Nederland als geheel,13 maar in de MRA zijn deze relatief sterker (behalve voor natuur). Figuur 5.2 Bedrijven, recreatie en natuur nemen steeds meer ruimte in Aandeel landgebruik 2015* in %

Er zijn in Amsterdam wel extra woningen gerealiseerd via verdichting.14 De woningdichtheid in Amsterdam is toegenomen van 2.272 woningen per km2 in 2006 naar 2.533 woningen per km2 in 2015 (Gemeente Amsterdam, 2016). Een voorbeeld is de Zuidas, waar met hoogbouw niet alleen kantoren maar ook woningen zijn toegevoegd. Daarmee heeft de regio invulling gegeven aan de trend van versterking en het inzetten op benutting van de in hoofdstuk 3 beschreven agglomeratiekracht (zie ook Economische Verkenningen MRA 2016).

Amstelland-Meerlanden Amsterdam Almere-Lelystad Gooi en Vechtstreek IJmond Zuid-Kennemerland Zaanstreek-Waterland MRA Nederland -5

-4

-3

-2

-1

0

1

Woningen

Bedrijven

Transport

Natuur

Agrarisch

Overig

2

3

4

5

Recreatie

* 2015 is het meest recente jaar waarvoor gegevens beschikbaar zijn. De volgende vormen van grondgebruik vallen onder woongebruik: terrein met bestemming wonen, primaire voorzieningen als (buurt)winkels, scholen voor kleuter- en basisonderwijs, bijkantoren van onder andere banken, groenvoorziening kleiner dan 1 hectare, straten en parkeerplaatsen, erven, tuinen, trapveldjes en speelplaatsen, woonwagenkampen (exclusief wrakkenopslagplaatsen > 0,1 hectare). De categorie Bedrijven is inclusief kantoren. De categorie Overig betreft terreinen voor openbare voorzieningen en sociaal-culturele voorzieningen, stortplaatsen, wrakkenopslagplaatsen, begraafplaatsen, delfstofwinplaatsen, bouwterreinen en semi-verharde overige terreinen. Bron: CBS (bewerking SEO Economisch Onderzoek)

13

Ook de Monitor Nationale Omgevingsvisie laat zien dat in Nederland het areaal werkgebied veel sterker is toegenomen (+44 procent) dan het areaal woongebied (10 procent). Volgens de monitor is werkgelegenheid ruimte-intensiever geworden (PBL, 2020).

149

Economische Verkenningen MRA 2020

Spanningen op de woningmarkt laten zien dat er een tekort is aan woningaanbod. De groeiende behoefte aan woningen is lastig te accommoderen. Locaties waar nog ruimte is, kennen veelal beperkingen of nadelen. Zo maakt geluidshinder woningbouw op verschillende locaties rond Schiphol onmogelijk. Er is in de MRA flink gebouwd, bijvoorbeeld in Almere en eerder in Purmerend. Woningprijzen geven aan dat veel woningzoekenden in of dicht bij Amsterdam en Haarlem willen wonen (zie figuur 5.3 over woningprijzen per deelregio).15 Het creëren van extra ruimte voor woningen binnen steden is niet eenvoudig. Zo kende het vervangen van havens en industrie door woningen in het gebied Haven-Stad ten westen van Amsterdam Centraal Station, een lange aanloop. Pendelstromen nemen toe door de spanning op de woningmarkt, met congestie en negatieve

Dit zou kunnen verklaren waarom het ruimtegebruik niet of beperkt is gestegen, maar niet waarom het is gedaald. 15 In de Economische Verkenningen MRA 2016 werd al geconstateerd dat hoe groter en centraler de stad, des te duurder de woningen (als reflectie van een relatief grote bereidheid tot betalen). 14

Economische Verkenningen MRA 2020

150

milieueffecten tot gevolg. De bereikbaarheid van de regio staat onder druk. In de spits zijn er knelpunten op de wegen en in het openbaar vervoer. Die knelpunten doen zich in toenemende mate voor in het zuidwestelijke deel van de MRA, waar de afgelopen jaren de groei van economische activiteiten zich in sterke mate heeft geconcentreerd (De Groot & Teulings, 2020). Uitbreiding van wegcapaciteit lijkt veel extra verkeer uit te lokken. Dit wijst op een substantiële latente, niet-geaccommodeerde vraag naar capaciteit op de weg (KiM, 2014). Uit kosten-batenanalyses van nieuwe infrastructuur blijkt echter dat inpassing ervan in stedelijk gebied doorgaans dure tunnels of verdiepte ligging vereist (bijvoorbeeld de A9 in Amsterdam-Zuidoost). Wegverbredingen en nieuwe wegen vergroten bovendien milieu­ problemen (stikstof en CO2). Schiphol groeide de afgelopen jaren tegen grenzen aan met betrekking tot het aantal passagiers, de omvang van geluidshinder en de hoogte van emissies.

5.2 Woningmarkt, kantorenmarkt en bedrijventerreinen Ontwikkelingen op de woningmarkt De woningmarkt in de MRA toonde de afgelopen decennia een toenemende mismatch tussen vraag en aanbod. Tussen 2011 en 2013 daalden de prijzen per vierkante meter woonoppervlakte van koopwoningen als gevolg van de Grote Recessie, maar tussen 2014 en 2019 stegen zij weer sterk, zeker ook ten opzichte van overig Nederland (zie figuur 5.3). Hierbij was de stijging in Amsterdam het grootst, maar alle andere deelregio’s kenden de laatste jaren ook flinke prijsstijgingen. Sinds 2012 zien we dat de groei naast Amsterdam met name ook aantrekt in de regio’s Almere-Lelystad, ZuidKennemerland, Amstelland-Meerlanden en Zaanstreek-Waterland. Er is daarmee sprake van een geleidelijke overloop van de krapte van de stad Amsterdam naar omliggende deelregio’s. De verkoopduur is sterk gedaald. Deze duur was in Amsterdam lager dan in de MRA, wat ook duidt op een relatief overspannen markt in de hoofdstad (zie tabel 5.1).16 Na jaren van stijging is het aantal verkochte woningen in 2017 (Amsterdam) en 2018 (Nederland) gedaald (zie tabel 5.1).

De stormachtige ontwikkelingen in de afgelopen jaren zijn onder meer het gevolg van de sterke economische groei in de regio.17 Meer banen en hogere lonen leiden tot meer vraag naar woningen.18 Daarbij speelt ook vestiging vanuit het buitenland een rol; zo was het positieve saldo van buitenlandse migratie naar en vanuit Amsterdam in 2018 16.015 personen (Dignum, 2019).19 Naarmate het lukt om extra woningen te bouwen, zijn er nog meer woningen nodig: als er meer mensen in de MRA wonen, neemt ook het aantal banen in de MRA weer toe, bijvoorbeeld in de sectoren Zorg en Detailhandel. Zie ook Lianne Hans, Marion Plegt en Paul de Vries (2020), voor de bijzondere positie van Amsterdam op de woningmarkt. 17 Daarnaast hebben nationaal en internationaal beleid een rol gespeeld, zoals de beperking van de aftrek van hypotheekrente (Nederlands beleid) in combinatie met een laag niveau van de hypotheekrente (door beleid van de Europese Centrale Bank). 18 Zie voor meer informatie over de woningmarkt in de MRA het onderzoek Wonen in de Metropoolregio Amsterdam (WiMRA), (Metropoolregio Amsterdam en Platform Woningcorporaties Noordvleugel Randstad, 2020a), (Gemeente Amsterdam, 2019). 19 Zie hierover ook het onderzoek Wonen in de Metropoolregio Amsterdam (WiMRA), (Metropoolregio Amsterdam en Platform Woningcorporaties Noordvleugel Randstand, 2020b). 16

151

Economische Verkenningen MRA 2020

Economische Verkenningen MRA 2020

152

Over de vraag of er sprake is van een ‘zeepbel’ op de woningmarkt zijn verschillende geluiden te horen. Zakenbank UBS (2020) ziet risico’s van een bubble. De Nederlandsche Bank (DNB) ziet signalen van overwaardering (DNB, 2019). Het Centraal Planbureau (CPB) zag op basis van cijfers tot en met het eerste kwartaal van 2018 wel ‘oververhitting’ maar geen ‘bubbel’. Korevaar et al. (2020) zien in Amsterdam wel hoge prijzen maar geen ‘zeepbel’. Vooralsnog is onduidelijk welke van deze analyses het beste beeld geeft.

De spanningen op de woningmarkt hebben ook een breder economisch effect. In de MRA waren in 2018 1,5 miljoen personen werkzaam; bijna een half miljoen van hen woonde buiten de MRA. Er zijn regelmatig berichten over tekorten aan personeel. Als in de MRA meer woningen voor werkenden beschikbaar zijn, kunnen nog meer mensen in de MRA wonen en werken (temeer omdat mensen Tabel 5.1 Steeds kortere verkoopduur en dalend aantal verkopen van woningen 2010

Ook bij huurwoningen is er een toenemende discrepantie tussen vraag en aanbod (zie tabel 5.2). De huurverhogingen waren bij sociale huurwoningen niet zeer groot vergeleken met de prijsontwikkeling bij koopwoningen, maar de wachttijden voor het in aanmerking komen van een huurwoning zijn wel toegenomen. De huurprijzen in de vrije sector stegen sterk in de MRA en in Amsterdam. Sinds 2017 zijn de stijgingen in Amsterdam minder groot dan daarvoor. De vrije sector dient als uitwijksegment voor woningzoekenden die niet (tijdig) aan een sociale huurwoning of woning in het middensegment kunnen komen. In de vrije sector betalen zij hoge prijzen (MRA & Platform Woningcorporaties Noordvleugel Randstad, 2020b).

2011

2012

2013

Verkoopduur koopwoningen*

2014

2015

2016

2017

2018

2019

aantal maanden

Nederland

-

-

-

5,2

4,5

3,7

3,0

2,0

1,5

1,2

MRA

-

-

-

5,8

4,9

3,8

2,6

1,6

1,3

1,4

Amsterdam

-

-

-

2,8

2,2

1,3

0,9

0,8

0,8

1,0

Nederland

-1,1

-4,3

-2,9

-6,1

39,4

16,1

20,5

12,6

-9,7

0,1

Amsterdam

4,5

-0,8

-5,7

-3,2

61,8

10,7

-0,6

-9,1

-

-

Verkochte woningen**

jaarlijkse groei in procenten

Bron: * NVM, (bewerking SEO); **CBS en Kadaster (bewerking SEO)

Tabel 5.2 Langere wachttijden voor sociale huurwoningen en gestegen vrijesectorhuur Figuur 5.3 Woningprijzen stijgen sneller in MRA dan in Nederland, en in Amsterdam nog sneller 2008

2019

Amsterdam Zuid-Kennemerland MRA Amstelland-Meerlanden Gooi en Vechtstreek Zaanstreek-Waterland IJmond

Totaal woningen

4,4

2,4

0

1000 1995

2000 2008

3000 2019

4000

5000

6000

Stippellijnen Overig Nederland

Economische Verkenningen MRA 2020

2016 1,9

Sociale woningen

-

2,6

1,6

Geliberaliseerde woningen

2,9

1,8

Wachttijd sociale verhuur**

aantal jaren

2017

2018

2019

1,6

2,3

2,5

1,1

1,7

2,0

2,2

2,3

3,1

3,3

groei in procenten

Nederland

4,7

-

-

6,3

-

-

MRA

7,9

-

-

8,7

-

-

Amsterdam

8,7

-

-

8,9

-

-

Nederland

0,4

3,7

7,0

8,5

5,7

4,1

MRA

1,1

9,8

4,7

5,0

2,4

4,6

Amsterdam

4,4

8,2

5,1

0,4

2,8

3,0

Huurprijs vrije sector***

Almere-Lelystad

153

2015

Huurverhoging Nederland*

Prijs per m2 koopwoning (prijspeil 2014) 1995

2014

groei in procenten

Bron: * CBS; ** RIGO (bewerking SEO); *** Pararius (bewerking SEO)

Economische Verkenningen MRA 2020

154

gemiddeld niet meer dan 70 tot 90 minuten per dag aan reizen willen besteden).20 Dit leidt niet alleen tot meer productie, maar ook tot minder tekorten aan arbeidskrachten, bijvoorbeeld in het onderwijs en de zorg. Ook hoeven dan minder mensen naar de MRA te pendelen, waardoor de congestie en de milieu-impact van woon-werkverkeer kunnen dalen. Een alternatief daarvoor is nieuwe infrastructuur waardoor werkenden gemakkelijker naar de MRA kunnen pendelen.21 Zie hoofdstuk 2 en hoofdstuk 4 voor ontwikkelingen in de pendel­ stromen in de MRA. Kantoren en bedrijventerreinen: een korte schets Het overschot aan kantoorruimte na de vorige economische crisis (2009-2014) is vanaf 2016 sterk teruggelopen (zie figuur 5.4). Transformatie van incourante kantoren naar met name woningen (44 procent van het getransformeerde volume) maar ook horeca (12 procent) heeft daarbij een belangrijke rol gespeeld (Bureau Buiten, 2019). In Amsterdam is het kantoorgebruik het sterkst gestegen (Bureau Buiten, 2019) en lijkt er sprake van een tekort op toplocaties.22 Ook in Amstelland-Meerlanden is er een flinke toename. In andere deelregio’s verschilt het beeld per regio. Op 1 januari 2020 varieerde de leegstand van kantoren van 16,3 procent in Amstelland-Meerlanden en 11,3 procent in regio Zuid-Kennemerland tot 6,3 procent in Gooi en Vechtstreek (Provincie Noord-Holland, 2020).

De uitgifte van bedrijventerreinen is na de vorige economische crisis toegenomen. In de MRA als geheel nam de uitgifte in 2017 en 2018 sterk toe (MRA, 2018c; Bureau Buiten, 2019). In 2018 was de uitgifte met name hoog in Amsterdam, Amstelland-Meerlanden en AlmereLelystad. Het gaat hierbij vooral om uitgifte op logistieke terreinen (Bureau Buiten, 2019). In alle deelregio’s van de MRA is nog aanbod van bedrijventerreinen beschikbaar; het aanbod in Amstelland-Meerlanden en Amsterdam is echter veel groter dan in Gooi en Vechtstreek, Zuid-Kennemerland en IJmond. In Amsterdam betreft dit vooral https://nl.wikipedia.org/wiki/BREVER-wet. Spreiding van economische activiteiten/werkgelegenheid lijkt op het eerste gezicht ook een alternatief. Dit zou echter afbreuk doen aan agglomeratievoordelen. 22 https://www.rabobank.nl/bedrijven/cijfers-en-trends/vastgoed/vastgoedbericht-2018/ deelmarkten-kantoren.

haventerreinen; in Amstelland-Meerlanden vooral gemengde terreinen en logistiek (Provincie Noord-Holland, 2020). In 2018 is de markt voor bedrijfsruimten in de MRA krapper geworden; dit speelt het sterkst in de steden Amsterdam en Haarlem (Bureau Buiten, 2019). Kadegebonden zeehaventerreinen worden relatief extensief gebruikt vergeleken met andere soorten bedrijventerreinen: het aantal werk­nemers per hectare is daar relatief laag (zie figuur 5.5). Of de toegevoegde waarde per hectare soortgelijke verschillen vertoont, is niet bekend. De toegevoegde waarde per werknemer in het Noordzeekanaal­ gebied lag in 2018 tussen circa 80 duizend en circa 130 duizend euro (Projectbureau Noordzeekanaalgebied, 2020).

Figuur 5.4 Leegstand van kantoren in de MRA is sterk afgenomen miljoen m2

Bruto vloeroppervlakte (bvo) kantoren, per 1 januari

aandeel in %

15

25

12

20

9

15

6

10

3

5

0

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

0

20 21

155

Economische Verkenningen MRA 2020

Voorraad in gebruik

Leegstand

% Leegstand (rechteras)

Bron: Plabeka monitor 2019 (bewerking SEO Economisch Onderzoek)

Economische Verkenningen MRA 2020

156

5.3 Duurzaamheid

Figuur 5.5 Relatief weinig banen per hectare op zeehaven- en industrieterreinen Aantal banen per hectare Hoogwaardig / campus Gemengd Logistiek Industrieel Zeehaventerrein: havengerelateerd Zeehaventerrein: kadegebonden

Totaal MRA

0

10

20

30

40

50

60

70

80

Bron: Plabeka monitor 2019 (bewerking SEO Economisch Onderzoek; p.38 werklocatiemarkt MRA 2018-2019)

In de strijd om ruimte in de MRA, vraagt een relatief nieuwe ontwikkeling om aandacht: het streven naar een meer duurzame economie. De MRA sluit zich aan bij de doelstellingen van het Klimaatakkoord, dat streeft naar een landelijke broeikasgasreductie van 49 procent in 2030 en 95 procent in 2050 ten opzichte van 1990. De Regionale Energie Strategie (RES)23 is een eerste stap om invulling te geven aan de afspraken in het Klimaatakkoord. In de RES wordt onderzocht waar en hoe het best duurzame elektriciteit op land opgewekt kan worden. Daarnaast wil de MRA circulair worden, oftewel een regio zijn waar verspilling van grondstoffen en energie tot het verleden behoort en grondstoffen en producten hergebruikt worden. De energietransitie en de transitie naar een circulaire economie vormen daarmee twee belangrijke pijlers in het streven van de MRA naar duurzaamheid. In deze paragraaf gaan we in op relevante ontwikkelingen in beide transities, waaronder de absolute ontkoppeling die plaatsvindt als de kwaliteit van leefomgeving en milieu verbetert en er tegelijkertijd economische groei plaatsvindt – een belangrijk signaal dat de eerste stappen richting duurzaamheid worden gezet. 5.3.1 Klimaatneutrale energievoorziening CO2-emissies In figuur 5.6 is te zien dat de CO2-uitstoot in de periode 2010-2017 afnam, met een versnelling in de daling vanaf 2015.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9958916/1