A - 28 Inclusie en Antidiscriminatiebeleid (31) Bijlage 3 Adviezen stadsdele
Tekst van het document
De cursussen kunnen zich richten op verhoging van de assertiviteit maar ook op coaching bijvoorbeeld op intergenerationele trauma’s. Advies 3a Vergroot de toegankelijkheid/beschikbaarheid van subsidies voor grass roots (organisaties/groeperingen) 3b Organiseer een werkgroep en trainingen die de grass roots samenbrengt en voorbereidt op alliantievorming 3c Organiseer trainingen om diversiteitsquota bij bedrijven te bewerkstelligen 3d Organiseer educatiebeleid discriminatie dat ook gericht is op jonge kinderen 3e Beschrijf concrete acties behorende bij de ambities die in het beleidskader zijn vastgelegd 3f Besteed gelden bij voorkeur niet aan onderzoek maar veel meer aan concrete maatregelen tegen discriminatie 3g Biedt inwoners van stadsdeel Zuidoost hoogwaardige cursussen/trainingen aan ter empowerment of om de weerbaarheid tegen discriminatie te verbeteren Zuidoost – ontwikkelingen: kansen en uitdagingen Stadsdeel Zuidoost is in ontwikkeling, met de ambitie om door te groeien naar 160.000 inwoners, een inwoneraantal vergelijkbaar met steden als Nijmegen en Haarlem. Hierbij horen grote opgaven op het gebied van woningbouw, werken, onderwijs, maatschappelijke organisaties, et cetera.
Dit creëert een dynamiek in het stadsdeel die raakt aan het thema inclusie: kansen voor de één (nieuwkomers die in het stadsdeel komen wonen) kunnen als een bedreiging worden ervaren door anderen (angst voor gentrification; herken ik straks mijn wijk en buren nog, kan ik straks nog aan een betaalbare woning komen, wat gebeurt er met het winkelaanbod?). Uit onderzoek (o.a. WRR) blijkt dat de sociale samenhang in buurten met een gevarieerde bevolkingssamenstelling onder druk kan komen te staan; de groei van inwoneraantal en veranderingen in samenstelling van de bewoners in buurt en stadsdeel creëert uitdagingen op het gebied van sociale samenhang, gemeenschapsvorming, wederzijdse acceptatie en ontmoeting. Advies 4a Het is belangrijk om deze ontwikkelingen en uitdagingen op te nemen in het visiedocument op inclusie en leefbaarheid van buurten en wijken in Amsterdam Zuidoost 4b De gemeente wordt geadviseerd om haar visie op het verschijnsel gentrification duidelijk te verwoorden en om aan te geven op welke wijze hieraan sturing kan worden gegeven, zeker ook in het stadsdeel Zuidoost.
Definitief advies DB: Advies van het dagelijks bestuur aan het college van burgemeester en wethouders
Het dagelijks bestuur kan zich vinden in de ambitie van het college dat wil toewerken naar een inclusievere stad langs de twee sporen: bestrijden van discriminatie en bevorderen van emancipatie. Daarnaast ondersteunt het dagelijks bestuur de wens van het college voor de noodzaak van een herziening van het diversiteitsbeleid met als doel een betere positie voor alle Amsterdammers, met nadruk op extra inzet voor
groepen die al jarenlang te kampen hebben met achterstand en uitsluiting. Het dagelijks bestuur is zich ook ervan bewust van de grote opgave om tegemoet te komen aan de wensen van de bewoners van het stadsdeel Zuidoost. Stadsdeel Zuidoost is van meet af een kleurrijk en divers stadsdeel. Inwoner zijn van Zuidoost betekent dat je in alle opzichten volwaardig, geaccepteerd en gerespecteerd burger bent van Amsterdam. In het coalitieakkoord staat bij het hoofdstuk antidiscriminatiebeleid: “Iedereen moet zichzelf kunnen zijn en zich veilig voelen in de stad, ongeacht gender, leeftijd, geloof, culturele identiteit of seksuele oriëntatie.” In Zuidoost willen we ons de deze bestuursperiode richten op de lhbtiq+ gemeenschap, mindervaliden en mensen van kleur. Daarbij zetten we in op culturele en gender sensitiviteit met als doel dat iedereen zich welkom en veilig voelt. We dragen daarmee bij aan een inclusieve samenleving. Dit sluit tevens aan bij de eerste ambitie van het Masterplan gericht op inclusie en diversiteit. Vanuit Zuidoost willen we ons met name richten op de volgende speerpunten uit het coalitieakkoord: 1. Doorwerking Slavernijverleden 2. Antidiscriminatie 3. Netwerken 4. Mannen aan zet In algemene zin staan wij achter de beleidsvoornemens van het college, maar vinden de uitwerking van de maatregelen en de vertaalslag naar de lokale situatie nog niet concreet genoeg.
Het dagelijks bestuur ziet graag, dat de ambitie van het college om de extra inzet voor groepen die stelselmatig achterblijven en worden uitgesloten, verzilverd wordt door hier toereikende middelen voor beschikbaar te stellen. We zouden graag zien dat bijvoorbeeld meer aandacht is voor de doorwerking van het slavernijverleden. Naar aanleiding van de aangenomen adviezen van het stadsdeelcommissie - Het DB adviseert om de adviezen omtrent beleidskader inclusie en antidiscriminatie als input mee te nemen binnen de uitwerking van de speerpunten van stadsdeel Zuidoost. - Het DB adviseert om ontwikkelingen en uitdagingen op te nemen in het visiedocument op inclusie en leefbaarheid van buurten en wijken in Amsterdam Zuidoost. - Adviezen omtrent reflectie op de gemeentelijke organisatie vallen onder het intern beleidskader Inclusie & Diversiteit van de gemeente Amsterdam.
Stadsdeel Centrum Conceptadvies DB: Het dagelijks bestuur formuleert hier t.b.v. de stadsdeelcommissievergadering een conceptadvies
Het Dagelijks Bestuur van stadsdeel Centrum (DB) is blij met de het concept beleidskader Inclusie en Antidiscriminatiebeleid 2023 – 2026. De afstemming met de stadsdeelorganisatie heeft op meerdere momenten plaats gevonden en we zien dat onze input verwerkt is in het stuk. In het huidige kader zijn nu de verschillende groepen die eerder ook benoemd zijn in het visiedocument 'Amsterdam, een stad uit duizenden’ expliciet benoemd. Daarnaast zien wij terug dat er nu ook meer aandacht is voor antisemitisme, naast discriminatie van zwarte, moslim-, Aziatische en lhbtiq+ gemeenschappen, vrouwen en personen met een (functie)beperking. Waarbij wij eerder hebben aangegeven dat van belang is meer aandacht te geven aan leren van elkaars geschiedenis. Ambitie 1. Antidiscriminatie: naar een stad waar je je vrij en beschermd voelt Het DB onderschrijft de doelstellingen en prioriteiten geeft daarbij het volgende mee vanuit stadsdeel Centrum: Het actieplan anti-LHBTIQ-geweld is een goede stap richting een veiligere stad. De inzet mag wat ons betreft ambitieuzer. Uit cijfers blijkt dat uitgaansgelegenheden en plekken waar veel jongeren samenkomen nog niet voor iedereen veilige plekken zijn en dat is onacceptabel. Lhbtiq+ personen voelen zich vaker onveilig dan heteroseksuelen.
Wij signaleren ook een stijging in het aantal incidenten, die ook gericht zijn op specifieke lhbtiq+ uitgaansgelegenheden, waaronder bijvoorbeeld Bar Prik. Daarnaast zien wij regelmatig dat regenboogvlaggen/ progress vlaggen in brand worden gestoken en dat er in taxi’s ernstige incidenten zijn richting mensen uit de lhbtiq+ community. Ook vrouwen voelen zich in het algemeen vaker onveilig en onder jonge vrouwen tussen de 15 en 35 jaar ligt dit zelfs hoger. Voor de lhbtiq+ gemeenschap is het centrum een betekenisvolle plek, waar in 2001 het eerste homohuwelijk werd gesloten en waar het homomonument bij de westertoren al 35 jaar een plek is om te herdenken, vieren en ontmoeten. Hét centrum van het Amsterdamse uitgaansleven bevindt zich midden in het stadsdeel. Wij vinden het belangrijk dat het uitgaansleven veilig en inclusief is voor alle Amsterdammers die het nachtleven willen ontdekken. Wat ons betreft is het dan ook belangrijk om zeker in het centrum van Amsterdam in te zetten op vergroten van de veiligheid in het uitgaansleven van Amsterdam. Wij pleiten voor het creëren van safe spaces, het verplichten van een sociaal veiligheidsplan en het trainen van het personeel als het gaat om grensoverschrijdend gedrag binnen alle horecagelegenheden in Amsterdam, te beginnen bij de nachtclubs.
Ondernemers hebben ook aangegeven hier graag in te willen samenwerken en dit willen we samen met het Koninklijke Horeca Nederland en het college vormgegeven. Daarnaast pleiten wij ook voor een gezamenlijke aanpak voor de incidenten waarbij vlaggen in brand worden gestoken. Nu is de aanpak vaak incidenteel en reactief. Hierbij kan gekeken worden naar financiële ondersteuning vanuit de gemeente voor het aanvragen van nieuwe vlaggen of actief uitdelen in de verschillende stadsdelen. Met betrekking tot het financieren van een vierjarig-onderzoek naar Joods verzet stellen wij voor om een koppeling te maken met het project De Joodse Stad, wat een samenwerking is tussen de gemeente (op dit moment nog getrokken door stadsdeel Centrum), het Joods Cultureel Kwartier en de Universiteit van Amsterdam. Het project heeft als doel de Joodse geschiedenis van Amsterdam zichtbaar(der) te maken voor alle Amsterdammers, middels een podcastserie, memory map en verschillende evenementen en kunstprojecten in de openbare ruimte. De pilot van dit project richt zich specifiek op de Joodse geschiedenis van de buurten Vlooienburg en Uilenburg. Dit zouden we hierna graag willen uitrollen naar andere buurten in de andere stadsdelen. Daarnaast stellen wij voor om te onderzoeken of het wenselijk en haalbaar is een koppeling te maken met het Steunpunt voor holocausteducatie voor scholen. Ambitie 2.
Emancipatie: naar een stad met ruimte om jezelf te zijn Het DB onderschrijft de doelstellingen en prioriteiten en geeft daarbij het volgende mee vanuit stadsdeel Centrum: Thuisvoelen in de binnenstad wordt als een van de belangrijkste thema’s genoemd door bewoners, ondernemers in de binnenstad én Amsterdammers buiten de binnenstad. Komende tijd gaan wij
onderzoeken voor welke groepen de binnenstad als thuis voelt, en voor welke niet en wat daarvoor de onderliggende redenen zijn. Om beter te begrijpen hoe mensen betekenis geven aan het begrip thuisvoelen, wat daarvoor nodig is en zo beter te kunnen werken aan een binnenstad die inclusiever is. Dit onderzoek ontwikkelen we in samenwerking met Humanities & Societies (geesteswetenschappen UvA). Onderzoek en monitoring meer gebiedsgericht opzetten De behoefte en problematiek op het gebied van inclusie en diversiteit kan per stadsdeel enorm verschillen. Het concept beleidskader is vrij algemeen opgesteld en gaat niet in op wat er leeft in de verschillende gebieden. Wij adviseren het beleidskader meer te specificeren op stadsdeelniveau, zodat er passende interventies ingezet kunnen worden daar waar het nodig is. Hiervoor is het wenselijk dat de verschillende onderzoeken die worden aangekondigd in het concept beleidskader op het juiste schaalniveau – minimaal per stadsdeel, liefst per wijk – worden uitgevoerd. Wij onderstrepen het belang van gebiedsgericht werken vanuit de verschillende directies. Wij constateren dat de huidige organisatie beperkt capaciteit heeft op centraal niveau en dit stelt ons als gemeente niet in staat goed gebiedsgericht te werken.
Advies stadsdeelcommissie: Advies van de stadsdeelcommissie aan het DB
De stadsdeelcommissie heeft niet aanvullend geadviseerd.
Definitief advies DB: Advies van het dagelijks bestuur aan het college van burgemeester en wethouders
Het Dagelijks Bestuur van stadsdeel Centrum (DB) is blij met de het concept beleidskader Inclusie en Antidiscriminatiebeleid 2023 – 2026. De afstemming met de stadsdeelorganisatie heeft op meerdere momenten plaats gevonden en we zien dat onze input verwerkt is in het stuk. In het huidige kader zijn nu de verschillende groepen die eerder ook benoemd zijn in het visiedocument 'Amsterdam, een stad uit duizenden’ expliciet benoemd. Daarnaast zien wij terug dat er nu ook meer aandacht is voor antisemitisme, naast discriminatie van zwarte, moslim-, Aziatische en lhbtiq+ gemeenschappen, vrouwen en personen met een (functie)beperking. Waarbij wij eerder hebben aangegeven dat van belang is meer aandacht te geven aan leren van elkaars geschiedenis. Ambitie 1. Antidiscriminatie: naar een stad waar je je vrij en beschermd voelt Het DB onderschrijft de doelstellingen en prioriteiten geeft daarbij het volgende mee vanuit stadsdeel Centrum: Het actieplan anti-LHBTIQ-geweld is een goede stap richting een veiligere stad. De inzet mag wat ons betreft ambitieuzer. Uit cijfers blijkt dat uitgaansgelegenheden en plekken waar veel jongeren samenkomen nog niet voor iedereen veilige plekken zijn en dat is onacceptabel. Lhbtiq+ personen voelen zich vaker onveilig dan heteroseksuelen.
Wij signaleren ook een stijging in het aantal incidenten, die ook gericht zijn op specifieke lhbtiq+ uitgaansgelegenheden, waaronder bijvoorbeeld Bar Prik. Daarnaast zien wij regelmatig dat regenboogvlaggen/ progress vlaggen in brand worden gestoken en dat er in taxi’s ernstige incidenten zijn richting mensen uit de lhbtiq+ community. Ook vrouwen voelen zich in het algemeen vaker onveilig en onder jonge vrouwen tussen de 15 en 35 jaar ligt dit zelfs hoger. Voor de lhbtiq+ gemeenschap is het centrum een betekenisvolle plek, waar in 2001 het eerste homohuwelijk werd gesloten en waar het homomonument bij de westertoren al 35 jaar een plek is om te herdenken, vieren en ontmoeten. Hét centrum van het Amsterdamse uitgaansleven bevindt zich midden in het stadsdeel. Wij vinden het belangrijk dat het uitgaansleven veilig en inclusief is voor alle Amsterdammers die het nachtleven willen ontdekken. Wat ons betreft is het dan ook belangrijk om zeker in het centrum van Amsterdam in te zetten op vergroten van de veiligheid in het uitgaansleven van Amsterdam. Wij pleiten voor het creëren van safe spaces, het verplichten van een sociaal veiligheidsplan en het trainen van het personeel als het gaat om grensoverschrijdend gedrag binnen alle horecagelegenheden in
Amsterdam, te beginnen bij de nachtclubs. Ondernemers hebben ook aangegeven hier graag in te willen samenwerken en dit willen we samen met het Koninklijke Horeca Nederland en het college vormgegeven. Daarnaast pleiten wij ook voor een gezamenlijke aanpak voor de incidenten waarbij vlaggen in brand worden gestoken. Nu is de aanpak vaak incidenteel en reactief. Hierbij kan gekeken worden naar financiële ondersteuning vanuit de gemeente voor het aanvragen van nieuwe vlaggen of actief uitdelen in de verschillende stadsdelen. Met betrekking tot het financieren van een vierjarig-onderzoek naar Joods verzet stellen wij voor om een koppeling te maken met het project De Joodse Stad, wat een samenwerking is tussen de gemeente (op dit moment nog getrokken door stadsdeel Centrum), het Joods Cultureel Kwartier en de Universiteit van Amsterdam. Het project heeft als doel de Joodse geschiedenis van Amsterdam zichtbaar(der) te maken voor alle Amsterdammers, middels een podcastserie, memory map en verschillende evenementen en kunstprojecten in de openbare ruimte. De pilot van dit project richt zich specifiek op de Joodse geschiedenis van de buurten Vlooienburg en Uilenburg. Dit zouden we hierna graag willen uitrollen naar andere buurten in de andere stadsdelen.
Daarnaast stellen wij voor om te onderzoeken of het wenselijk en haalbaar is een koppeling te maken met het Steunpunt voor holocausteducatie voor scholen.
Ambitie 2. Emancipatie: naar een stad met ruimte om jezelf te zijn Het DB onderschrijft de doelstellingen en prioriteiten en geeft daarbij het volgende mee vanuit stadsdeel Centrum: Thuisvoelen in de binnenstad wordt als een van de belangrijkste thema’s genoemd door bewoners, ondernemers in de binnenstad én Amsterdammers buiten de binnenstad. Komende tijd gaan wij onderzoeken voor welke groepen de binnenstad als thuis voelt, en voor welke niet en wat daarvoor de onderliggende redenen zijn. Om beter te begrijpen hoe mensen betekenis geven aan het begrip thuisvoelen, wat daarvoor nodig is en zo beter te kunnen werken aan een binnenstad die inclusiever is. Dit onderzoek ontwikkelen we in samenwerking met Humanities & Societies (geesteswetenschappen UvA). Onderzoek en monitoring meer gebiedsgericht opzetten De behoefte en problematiek op het gebied van inclusie en diversiteit kan per stadsdeel enorm verschillen. Het concept beleidskader is vrij algemeen opgesteld en gaat niet in op wat er leeft in de verschillende gebieden. Wij adviseren het beleidskader meer te specificeren op stadsdeelniveau, zodat er passende interventies ingezet kunnen worden daar waar het nodig is. Hiervoor is het wenselijk dat de verschillende onderzoeken die worden aangekondigd in het concept beleidskader op het juiste schaalniveau – minimaal per stadsdeel, liefst per wijk – worden uitgevoerd.
Wij onderstrepen het belang van gebiedsgericht werken vanuit de verschillende directies. Wij constateren dat de huidige organisatie beperkt capaciteit heeft op centraal niveau en dit stelt ons als gemeente niet in staat goed gebiedsgericht te werken.
Stadsdeel Oost Conceptadvies DB: Het dagelijks bestuur formuleert hier t.b.v. de stadsdeelcommissievergadering een conceptadvies
Het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost kan instemmen met het concept beleidskader Inclusie en Antidiscriminatiebeleid 2023-2026. Het dagelijks bestuur kan zich vinden in de omschreven ambities en de doelstellingen met de daarbij behorende beleidsprioriteiten. In dit beleidskader zien wij een effectief beleid om discriminatie - en de voedingsbodem hiervoor - te bestrijden en emancipatie van gemarginaliseerde groepen bewoners te bevorderen. De gemeente Amsterdam kan hier hierdoor toewerken naar een inclusievere stad. De gebiedsgerichte speerpunten van stadsdeel Oost zijn wij in hoofdlijnen terug in de doelstellingen van het beleidskader. Zo richt Oost zich deze bestuursperiode onder meer op de emancipatie van diverse groepen met een migratie-achtergrond, met het accent op jongeren. Extra aandacht gaat uit naar de rol van religie in emancipatie en acceptatie van gendergelijkheid en gender- en seksuele diversiteit (doelstelling 2.2). Een ander speerpunt van Oost is aandacht voor en het zichtbaar maken van het koloniale en slavernijverleden en de Joodse geschiedenis in Oost (doelstelling 1.3) Wij begrijpen dat onze input voor het kader zijn vertaald naar een hoger abstractieniveau, zoals u als winstwaarschuwing in de adviesaanvraag schrijft. Desondanks willen wij een aantal specifieke zaken benoemen en deze bij u onder de aandacht brengen. 1.
Ten aanzien van de bestuurlijke prioriteiten 1.1.1 Bevorderen van de kennis over (de effecten) van discriminatie, en 1.1.2. Bevorderen van inleveringsvermogen en empathie bij groepen die een negatieve houding hebben ten aanzien van groepen die discriminatie ervaren. Ondanks dat doelstelling 1.1. aangeeft dat het antidiscriminatiebeleid van de gemeente Amsterdam een focus legt op antisemitisme, missen wij in de activiteitenagenda 2023-2024 activiteiten die zich expliciet richten op antisemitisme. Normalisering van antisemitisme is groeiend. Aandacht voor dit probleem, en acties gericht op dit probleem, vinden wij wenselijk.
2. Ten aanzien van doelstelling 2.2. Bevorderen van gelijkheid, met nadrukkelijke aandacht voor mensen in een kwetsbare positie. U geeft terecht aan dat sociale normen en structuren leiden in de dagelijkse levens van mensen tot ongelijke uitkomsten afhankelijk van hun (gender)identiteit, leeftijd, geloof, culturele identiteit, seksuele oriëntatie en/of beperking. In de bestuurlijke prioriteiten en in de activiteitenagenda 2023/2024 zien wij echter niet terug dat de gemeente gaat werken aan het toegankelijker maken van de stad voor mensen met een (fysieke) beperking. De gemeente doet op dit vlak te weinig en wij zijn van mening dat de gemeente hierin verantwoordelijkheid moet nemen om fysieke uitsluiting van deze groep mensen tegen te gaan. 3. Ten aanzien van bestuurlijke prioriteit 2.1.1. Verbinden en faciliteren van emanciperende krachten. De regie over de aanpak van emancipatie-opgaven wordt in het beleidskader voornamelijk bij organisaties neergelegd die door de gemeente worden ondersteunt. Zo worden gemeenschappen gestimuleerd om safe spaces te exploiteren. Ten behoeve hiervan wordt onder meer de alliantie “Emancipatie van (kwetsbare en biculturele) LHBTIQ+-personen” gesubsidieerd.
Wij willen hierbij benadrukken dat extra aandacht en gerichte acties nodig zijn voor bi-culturele jongeren die nog worstelen met hun seksuele identiteit en/of met persoonlijke vraagstukken zitten op dit vlak. Deze jongeren voelen zich hierin vaak belemmerd door de culturele en religieuze achtergronden van hun eigen, directe, omgeving. Angst voor uitsluiting door hun directe omgeving speelt een belangrijke rol. Ondersteuning vanuit maatschappelijke organisaties voor deze jongeren is niet voldoende. Ook professionals die met jongeren werken (vaak in dienst van de gemeente zelf) moeten deze jongeren ondersteunen. Deze professionals moeten worden opgeleid zodat ze over kennis en tools beschikken om met vragen over seksuele
identiteit om te gaan. Ook als deze professionals vanuit de eigen waarden en normen er niet geheel achter staan. 4. Ten aanzien van bestuurlijke prioriteit 2.2.2 Bevorderen van de keuzevrijheid en het zelfbeschikkingsecht van vrouwen en LHBTIQ+-personen. Het beleidskader stelt dat patriarchale normen en hetero-normatieve opvattingen de vrijheid van vrouwen en LHBTIQ+-personen belemmeren. De gemeente gaat zich dan ook inspannen om organisaties te ondersteunen die zich inzetten om de onvrijheden te bestrijden. Wij zijn van mening dat naast de patriarchale normen en hetero-normatieve opvattingen, ook religieuze aspecten en achtergronden van invloed zijn op de onvrijheden die vrouwen en LBHTIQ+-personen kunnen ervaren. Hiermee moet ook rekening worden gehouden in de uitvoering van het beleidskader. 5. Ten aanzien van doelstelling 1.1 Terugdringen van discriminatie en onderliggende vooroordelen. Er wordt ingezet op het bevorderen van de kennis over de effecten van discriminatie en het bevorderen van inlevingsvermogen en empathie bij groepen die een negatieve houding hebben ten aanzien van groepen die discriminatie ervaren. Wat wij mee willen geven is dat in de aanpak van discriminatie ook met de complexiteit rekening gehouden moet worden dat slachtoffers van discriminatie ook daders van discriminatie kunnen zijn. 6.
Ten aanzien van bestuurlijke prioriteit 1.3.1 Gedeeld eigenaarschap van het Amsterdamse koloniale verleden en doorwerking daarvan vergroten. Als activiteit (nummer 22) benoemt u het werken aan de totstandkoming van het Nationaal Slavernijmuseum. Met de jaarlijkse slavernijherdenking in het Oosterpark, de vestiging van instituten als KIT en Black Archives, de verwijzing in de buurten naar het koloniaal verleden en het beschikken over een goede locatie (Kop van Java), zien wij het museum graag in Oost verschijnen.
Advies stadsdeelcommissie: Advies van de stadsdeelcommissie aan het DB
CONCEPT De stadsdeelcommissie van het stadsdeel Oost onderschrijft het belang van het (concept) beleidskader Inclusie en Antidiscriminatiebeleid 2023-2026 en deelt de ambities en de doelstellingen beschreven in dit beleidskader. Desondanks is er een aantal specifieke zaken die verbeterd kunnen worden:
1.
Ten aanzien van de bestuurlijke prioriteiten 1.1. Terugdringen van discriminatie en onderliggende vooroordelen.
De stadsdeelcommise benadrukt dat het van essentieel belang is om in de aanpak van discriminatie rekening te houden met de complexiteit van het gegeven dat slachtoffers van discriminatie ook daders kunnen zijn. Dit vraagt om een dieper begrip en erkenning van dit fenomeen, aangezien het beïnvloedt hoe we effectieve strategieën en interventies ontwikkelen. Het is van belang om te beseffen dat er geen strikte scheiding bestaat tussen daders en slachtoffers van discriminatie; dezelfde personen kunnen zich in verschillende contexten in beide rollen bevinden. Dit besef is cruciaal om een evenwichtige en doeltreffende aanpak van discriminatie te formuleren. Dit doet recht aan de complexiteit van de problematiek waarin alle betrokken partijen op gepaste wijze worden behandeld. Verder legt de stadsdeelcommissie de nadruk op de noodzaak om de invloed van social media, en specifiek de groeiende conservatieve en soms schadelijke inhoud die steeds meer wordt gedeeld en geconsumeerd door jongeren, zorgvuldig te overwegen. In het bijzonder moeten we aandacht besteden aan het feit dat sociale media de potentie hebben om vooroordelen te versterken en schadelijke denkbeelden over vrouwen, LHBTIers en andere gemarginaliseerde groepen te bevorderen.
Het is belangrijk om te erkennen dat jongeren in toenemende mate worden blootgesteld aan content op social media die stereotypen en vooroordelen kan versterken. Deze blootstelling kan negatieve denkpatronen en attitudes bevorderen, wat schadelijk kan zijn voor de maatschappelijke inclusie en het welzijn van gemarginaliseerde groepen. Daarom is het van groot belang dat er actieve maatregelen worden genomen om de bewustwording te vergroten, mediawijsheid te bevorderen en positieve voorbeelden en diversiteit te benadrukken op social media platforms. Op deze manier kan de invloed van social media op jongeren in positieve richting gestuurd worden en een meer inclusieve en tolerante samenleving bevorderen. 2. Ten aanzien van de bestuurlijke prioriteiten 1.1.1 bevorderen van de kennis over (de effecten) van discriminatie, en 1.1.2. bevorderen van inleveringsvermogen en empathie bij groepen die een negatieve houding hebben ten aanzien van groepen die discriminatie ervaren. De stadsdeelcommissie sluit zich aan bij de opmerking van het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost dat wij concrete acties en/of activiteiten met betrekking tot het bestrijden van antisemitisme missen. Aanvullend vindt de stadsdeelcommissie dat er te weinig concrete actie wordt ondernomen voor mensen met een fysieke beperking.
In het beleidskader wordt gesproken over een (nieuw) onderzoek naar de problemen van deze specifieke doelgroep. Op dit gebied zijn al onderzoeken gedaan, waardoor wat ons betreft direct kan worden overgegaan tot actie1. De stadsdeelcommissie hoopt daarom op afzienbare termijn op concrete acties en/of activiteiten voor deze doelgroep. Daarbij kan worden gedacht aan een plan om OV haltes toegankelijk(er) te maken. Specifiek in Oost hebben de problemen rondom tramhalte Rietlandpark opnieuw duidelijk gemaakt wat de gevolgen kunnen zijn als onderhoud achterblijft.2 Daarnaast moet er een protocol komen om ook bij wegwerkzaamheden de buurt toegankelijk te houden voor mensen met een fysieke beperking. Het is belangrijk om bewoners, ondernemers en instellingen bewust te maken van de manieren waarop zij kunnen bijdragen aan het bevorderen van de toegankelijkheid van de stad en voor deze doelgroep. Daarnaast ondersteunt de stadsdeelcommissie het belang dat gehecht wordt aan het vergroten van empathie en wederzijds begrip, zoals dat in het beleidskader benoemd wordt. Wij willen daarbij benadrukken dat uit sociaalpsychologisch onderzoek blijkt dat vooral interventies deze doelen bereiken wanneer zij aandacht hebben voor zaken die mensen met elkaar gemeen hebben en die verbinden.
Door aandacht te hebben voor gedeelde ervaringen, identiteiten en geschiedenis kan begrip voor elkaars positie en standpunt gecreëerd worden, wat uiteindelijk leidt tot inlevingsvermogen en empathie. De stadsdeelcommissie stelt daarom voor om bij evenementen en projecten die deze kwaliteiten beogen te vergroten, de nadruk te leggen op onderlinge overeenkomsten, en niet op onderlinge (historische) verschillen. Dat kan bijvoorbeeld door nadruk te hebben op gedeelde ervaringen (bijvoorbeeld van vrouwen uit verschillende gemeenschappen), gedeeld gebruik van belangrijke locaties en vieringen in de stad of het stadsdeel, of evenementen die het gedeelde Amsterdammerschap benadrukken. De stadsdeelcommissie uit haar bezorgdheid over de mogelijkheid dat de aanwezigheid bij activiteiten voornamelijk beperkt blijft tot mensen die in beginsel geen afkeer hebben van bepaalde groepen, wat de effectiviteit ervan kan beïnvloeden. Hetzelfde lijkt van toepassing te zijn op de voorgestelde interventies, waarbij het aannemelijk is dat deze vooral worden bijgewoond door mensen die al een verbinding hebben met het onderwerp en dus minder geneigd zijn tot discriminatie. De commissie vraagt zich af hoe het college van plan is om oprechte interesse te stimuleren bij een breder publiek, dan wel deze activiteiten meer onder een algemener publiek bekend te maken.
1
https://openresearch.amsterdam/image/2021/1/6/iedereen_doet_mee_voortgangsrappo rtage_toegankelijkheid_2020.pdf 2 https://www.parool.nl/nederland/lift-tramhalte-rietlandpark-wordt-vervangen-mindervalidereizigers-rijden-drie-maanden-om~b76ccbb6/
3. Ten aanzien van de bestuurlijke prioriteit 1.1.3 als gemeente zijn we normstellend, we dragen actief uit dat elke vorm van discriminatie onacceptabel is, prioriteit 1.2 sterkere rol en positie voor de antidiscriminatievoorziening, en 1.2.2. in gesprek gaan met daders om herhaling te voorkomen. De stadsdeelcommissie onderschrijft het belang van normen stellen en grenzen aangeven, maar mist concrete acties rondom handhaving van deze normen en grenzen. In gesprek gaan met daders om herhaling te voorkomen is belangrijk. Echter, als grenzen overschreden worden, is duidelijke handhaving nodig. Handhaving heeft meerdere functies en dient niet alleen als straf voor daders. Het is een signaal richting de rest van de stad (‘dit accepteren wij niet’). Naast een duidelijk normerend signaal vanuit handhaving, is het zaak om dit signaal ook via andere wegen te verspreiden, bijvoorbeeld door normerende acties (evenementen, projecten, campagnes) op bijvoorbeeld scholen, in het straatbeeld en bij het jongerenwerk. Daarnaast geeft het slachtoffers het gevoel serieus genomen te worden, iets wat momenteel vaak ontbreekt en een aspect dat direct invloed heeft op bijvoorbeeld de bereidheid om melding te maken van discriminatie.
Juist door slachtoffers het gevoel te geven dat zij gezien en gehoord worden, en dat ondersteunende organisaties zoals het Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam én handhaving achter en naast hen staan, kan vertrouwen worden gecreëerd en worden slachtoffers ondersteund - waardoor de meldingsbereidheid bijvoorbeeld ook stijgt. Deze meldingsbereidheid kan ook vergroot worden door actief met handhaving in gesprek te gaan over het bieden van een veilige en prettige proces waarbij discriminatie gemeld kan worden, en waarbij potentiële angst vanuit slachtoffers voor handhavers (politie of anderzins) wordt weggenomen. Om dit te bereiken zal handhaving ondersteund moeten worden om een dergelijk prettig en veilig proces te ondersteunen en creëren, mogelijk ook door middel van trainingen. De stadsdeelcommissie vraagt het college daarom om concrete handhavingsacties te formuleren, en via campagnes te zorgen voor een bredere bekendheid van mogelijke ondersteuning en zorg van slachtoffers door handhavende organisaties en het Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam De gemeente heeft een scala aan hulpmiddelen tot haar beschikking om inclusie en antidiscriminatie te handhaven, waaronder de leerplichtambtenaar en vergunningsvoorwaarden, maar het lijkt erop dat alleen de politie en het Openbaar Ministerie doorgaans worden gezien als de voornaamste repressieve instrumenten.
Het zou waardevol zijn om een breder bewustzijn en erkenning te creëren voor de diverse beschikbare middelen en hun potentieel in de strijd tegen discriminatie en het bevorderen van inclusie. De stadsdeelcommissie benadrukt het belang van het maximale gebruik van gemeentelijke instrumenten en dringt erop aan dat de verantwoordelijkheid voor de aanpak van discriminatie niet volledig bij het maatschappelijk middenveld wordt gelegd.
4. Ten aanzien van bestuurlijke prioriteit 2.1.1. Verbinden en faciliteren van emanciperende krachten. De stadsdeelcommissie adviseert sterk dat er aandacht wordt besteed aan de discriminatie die jongeren met een niet-westerse achtergrond ervaren bij het zoeken naar stageplekken. Dit komt voort uit mogelijke onbewuste vooroordelen van werkgevers, wat kan leiden tot ongelijke kansen voor deze groep. Om deze kwestie aan te pakken, wordt aanbevolen dat onderzoeksinstituten en overheidsinstanties regelmatig studies uitvoeren en rapporten publiceren over discriminatie bij stageplaatsen. Deze inspanningen zijn cruciaal om het bewustzijn te vergroten en beleidsmakers te informeren. Discriminatie bij het verkrijgen van een stageplek schadelijke gevolgen kan hebben, zoals verminderde carrièrekansen.
5. Ten aanzien van het monitoringsplan (pag. 17). De indicatoren die gebruikt worden bij de evaluatie van dit beleidskader moeten zo concreet mogelijk zijn. De stadsdeelcommissie adviseert het college om diverse indicatoren te hanteren (bv. perceptie van discriminatie op basis van enquêtes). De Activiteitenagenda 2023-2024 mist meetbare doelstellingen en criteria om het succes van de activiteiten te beoordelen. Hierdoor is het lastig om de effectiviteit van deze activiteiten te meten binnen dit beleidskader. De stadsdeelcommissie vraagt om inzicht te krijgen in de methoden die het college zal gebruiken om de prestaties van deze activiteiten te beoordelen. Daarnaast willen we kunnen begrijpen welke maatregelen er genomen gaan worden als de activiteiten niet het gewenste effect bereiken. De stadsdeelcommissie hoopt dat er
meerdere en andere indicatoren gebruikt kunnen worden, om zo een beter en duidelijker beeld te krijgen van discriminatoire gebeurtenissen in onze stad. Dit kunnen uiteenlopende indicatoren zijn zoals: aangiftebereidheid, antisemitistische en/of homofobe spreekkoren tijdens voetbalwedstrijden of het aantal OV haltes dat (nieuw) toegankelijk is voor mensen met een fysieke beperking.
6. Algemene opmerkingen ten aanzien van het beleidskader.. De stadsdeelcommissie benadrukt dat onderadvisering binnen het onderwijssysteem een ernstige zorg is, waarbij verschillende cruciale aspecten een rol spelen: 1. Etnische en culturele discriminatie: Het valt op dat leerlingen van minderheidsgroepen, met name die met een niet-westerse achtergrond, soms onterecht ondergewaardeerd of onderschat worden in hun academische prestaties. Dit kan resulteren in adviezen voor vervolgonderwijs die lager zijn dan wat ze daadwerkelijk zouden kunnen bereiken. 2. Economische ongelijkheid: Daarnaast is er sprake van economische ongelijkheid, waarbij leerlingen uit gezinnen met een lager inkomen mogelijk beperkte toegang hebben tot onderwijsmiddelen en buitenschoolse activiteiten die hun academische vaardigheden kunnen versterken. Dit kan eveneens leiden tot onderadvisering. De stadsdeelcommissie onderstreept dat onderadvisering de toegang van leerlingen tot hoger onderwijs kan beperken en hun latere carrièrekansen kan schaden, wat op zijn beurt bijdraagt aan de versterking van sociale ongelijkheid. Het is van groot belang dat deze zorg serieus wordt genomen en dat passende maatregelen worden genomen om gelijke kansen voor alle leerlingen te waarborgen.
Definitief advies DB: Advies van het dagelijks bestuur aan het college van burgemeester en wethouders
Het dagelijks bestuur heeft in het definitief advies het concept advies van het dagelijks bestuur samengevoegd met het advies van de stadsdeelcommissie. Twee adviezen van de stadsdeelcommissie heeft het dagelijks bestuur niet opgenomen. Het gaat hier om de volgende adviezen van de stadsdeelcommissie: 1.. Ten aanzien van bestuurlijke prioriteit 2.1.1. Verbinden en faciliteren van emanciperende krachten (punt 4 van het advies van de stadsdeelcommissie Het dagelijks bestuur neemt de aanbeveling van de commissie om onderzoeksinstituten en overheidsinstanties regelmatig studies uit te voeren en rapporten te publiceren over discriminatie bij stageplaatsen niet over. Het dagelijks bestuur is van mening dat het probleem van discriminatie bij stageplekken voldoende bekend is en dat nieuwe onderzoeken geen nieuwe inzichten gaat opleveren. Het dagelijks bestuur beveelt aan om op concrete acties te ontwikkelen op basis van de uitkomsten van reeds uitgevoerde en bekende onderzoeken. 2. Algemene opmerkingen ten aanzien van het beleidskader (punt 6 van het advies van de stadsdeelcommissie Het tweede punt van de algemene opmerkingen neemt het dagelijks bestuur niet over. Dit punt betreft de economische ongelijkheid waardoor leerlingen uit gezinnen met een lager inkomen minder toegang hebben tot middelen en activiteiten die hun potentiële academische vaardigheid kunnen versterken.
Het dagelijks bestuur ziet in dat dit een probleem is, maar is van mening dat economische ongelijkheid niet past in een beleidskader Inclusie en Antidiscriminatiebeleid. Het definitief van stadsdeel Oost is als volgt: Het dagelijks bestuur en de SDC van stadsdeel Oost kan instemmen met het concept beleidskader Inclusie en Antidiscriminatiebeleid 2023-2026. Het dagelijks bestuur kan zich vinden in de omschreven ambities en de doelstellingen met de daarbij behorende beleidsprioriteiten. In dit beleidskader zien wij een effectief beleid om discriminatie - en de voedingsbodem hiervoor - te bestrijden en emancipatie van gemarginaliseerde groepen bewoners te bevorderen. De gemeente Amsterdam kan hier hierdoor toewerken naar een inclusievere stad.
De gebiedsgerichte speerpunten van stadsdeel Oost zijn wij in hoofdlijnen terug in de doelstellingen van het beleidskader. Zo richt Oost zich deze bestuursperiode onder meer op de emancipatie van diverse groepen met een migratie-achtergrond, met het accent op jongeren. Extra aandacht gaat uit naar de rol van religie in emancipatie en acceptatie van gendergelijkheid en gender- en seksuele diversiteit (doelstelling 2.2). Een ander speerpunt van Oost is aandacht voor en het zichtbaar maken van het koloniale en slavernijverleden en de Joodse geschiedenis in Oost (doelstelling 1.3) Wij begrijpen dat onze input voor het kader zijn vertaald naar een hoger abstractieniveau, zoals u als winstwaarschuwing in de adviesaanvraag schrijft. Desondanks willen wij een aantal specifieke zaken benoemen en deze bij u onder de aandacht brengen. 1 Ten aanzien van doelstelling 1.1 Terugdringen van discriminatie en onderliggende vooroordelen. Er wordt ingezet op het bevorderen van de kennis over de effecten van discriminatie en het bevorderen van inlevingsvermogen en empathie bij groepen die een negatieve houding hebben ten aanzien van groepen die discriminatie ervaren. Wat wij mee willen geven is dat in de aanpak van discriminatie ook met de complexiteit rekening gehouden moet worden dat slachtoffers van discriminatie ook daders van discriminatie kunnen zijn.
Het is van essentieel belang om in de aanpak van discriminatie rekening te houden met deze complexiteit. Het vraagt om een dieper begrip en erkenning van dit fenomeen, aangezien het beïnvloedt hoe we effectieve strategieën en interventies ontwikkelen. Dit besef is cruciaal om een evenwichtige en doeltreffende aanpak van discriminatie te formuleren. Dit doet recht aan de complexiteit van de problematiek waarin alle betrokken partijen op gepaste wijze worden behandeld. Verder wijzen we op de noodzaak om de invloed van social media, en specifiek de groeiende conservatieve en soms schadelijke inhoud die steeds meer wordt gedeeld en geconsumeerd door jongeren, zorgvuldig te overwegen. In het bijzonder moeten we aandacht besteden aan het feit dat sociale media de potentie hebben om vooroordelen te versterken en schadelijke denkbeelden over vrouwen, LHBTIQ+-ers en andere gemarginaliseerde groepen te bevorderen. Het is belangrijk om te erkennen dat jongeren in toenemende mate worden blootgesteld aan content op social media die stereotypen en vooroordelen kan versterken. Deze blootstelling kan negatieve denkpatronen en attitudes bevorderen, wat schadelijk kan zijn voor de maatschappelijke inclusie en het welzijn van gemarginaliseerde groepen.
Daarom is het van groot belang dat er actieve maatregelen worden genomen om de bewustwording te vergroten, mediawijsheid te bevorderen en positieve voorbeelden en diversiteit te benadrukken op social media platforms. Op deze manier kan de invloed van social media op jongeren in positieve richting gestuurd worden, en een meer inclusieve en tolerante samenleving bevorderen. 2. Ten aanzien van de bestuurlijke prioriteiten 1.1.1 Bevorderen van de kennis over (de effecten) van discriminatie, en 1.1.2 Bevorderen van inleveringsvermogen en empathie bij groepen die een negatieve houding hebben ten aanzien van groepen die discriminatie ervaren. Ondanks dat doelstelling 1.1. aangeeft dat het antidiscriminatiebeleid van de gemeente Amsterdam een focus legt op antisemitisme, missen wij in de activiteitenagenda 2023-2024 activiteiten die zich expliciet richten op antisemitisme. Normalisering van antisemitisme is groeiend. Aandacht voor dit probleem, en acties gericht op dit probleem, vinden wij wenselijk. We ondersteunen het belang dat gehecht wordt aan het vergroten van empathie en wederzijds begrip, zoals dat in het concept beleidskader wordt benoemd. Wij willen hierbij benadrukken dat uit sociaalpsychologisch onderzoek blijkt dat vooral interventies succesvol als de focus ligt op wat verschillende groepen met elkaar gemeen hebben in ervaringen, en zodoende deze ervaringen verbinden.
Door aandacht te hebben voor gedeelde ervaringen, identiteiten en geschiedenis – en niet op onderlinge (historische verschillen) - kan begrip voor elkaar standpunt en positie worden gecreëerd, wat leidt tot inlevingsvermogen en empathie.
Tenslotte vragen wij ons af hoe het college bij het bevorderen van inleveringsvermogen en empathie bij groepen die een negatieve houden hebben ten aanzien van andere groepen, deze groepen denkt te bereiken. Wij zijn bezorgd dat bijvoorbeeld de aanwezigheid bij activiteiten en interventies beperkt blijft tot hen die in beginsel geen negatieve houden hebben ten aanzien van groepen die discriminatie ervaren, en juist al binding hebben met het onderwerp. Dit kan de effectiviteit beïnvloeden van de middelen die worden ingezet. 3. Ten aanzien van de bestuurlijke prioriteiten 1.1.3 Als gemeente zijn we normstellend, we dragen actief uit dat welke vorm van discriminatie onacceptabel is, 1.2 Sterke rol en positie voor de anti-discriminatievoorzening, en 1.2.2 In gesprek gaan met daders om herhaling te voorkomen. De stadsdeelcommissie onderschrijft het belang van normen stellen en grenzen aangeven, maar mist concrete acties rondom handhaving van deze normen en grenzen. In gesprek gaan met daders om herhaling te voorkomen is belangrijk. Echter, als grenzen overschreden worden, is handhaving nodig. Handhaving heeft meerdere functies en dient niet alleen als straf voor daders. Het is een signaal richting de rest van de stad (‘dit accepteren wij niet’).
Naast een duidelijk normerend signaal vanuit handhaving, is het van belang om dit signaal ook via andere wegen te verspreiden, bijvoorbeeld door normerende acties (evenementen, projecten, campagnes) op bijvoorbeeld scholen, in het straatbeeld en bij het jongerenwerk. Ook zal dit slachtoffers het gevoel geven serieus genomen te worden en gesteund te worden, iets wat momenteel vaak ontbreekt en van invloed is op de bereidheid van slachtoffers om melding te doen van discriminatie. De meldingsbereidheid zal ook vergroot worden door actief met de (handhavende) instanties in gesprek te gaan over het bieden van een voor de slachtoffers zo veilig mogelijk proces en procedure voor het doen van een melding van discriminatie, inclusief de navolging. De handhavende instanties en instanties als het MDRA zullen ondersteund moeten worden om een dergelijk prettig en veilig proces te ontwikkelen en uit te voeren. De stadsdeelcommissie vraagt het college daarom om concrete handhavingsacties te formuleren, en via campagnes te zorgen voor een bredere bekendheid van mogelijke ondersteuning en zorg van slachtoffers door handhavende organisaties en het MDRA. De gemeente heeft meerdere middelen tot haar beschikking om inclusie en antidiscriminatie te handhaven, waaronder de leerplichtambtenaar en vergunningsvoorwaarden.
Het concept beleidskader lijkt echter te doen voorkomen dat alleen de politie en het Openbaar Ministerie worden gezien als de voornaamste repressieve instrumenten. Het is waardevol om oog te hebben voor de potentie van de diverse beschikbare middelen die de gemeente heeft in de strijd tegen discriminatie en voor het bevorderen van inclusie. Wij benadrukken belang van het maximale gebruik van gemeentelijke instrumenten. De verantwoordelijkheid voor de aanpak van discriminatie kan niet volledig bij het maatschappelijk middenveld worden gelegd.
4. Ten aanzien van bestuurlijke prioriteit 1.3.1 Gedeeld eigenaarschap van het Amsterdamse koloniale verleden en doorwerking daarvan vergroten. Als activiteit (nummer 22) benoemt u het werken aan de totstandkoming van het Nationaal Slavernijmuseum. Met de jaarlijkse slavernijherdenking in het Oosterpark, de vestiging van instituten als KIT en Black Archives, de verwijzing in de buurten naar het koloniaal verleden en het beschikken over een goede locatie (Kop van Java), zien wij het museum graag in Oost verschijnen. 5. Ten aanzien van doelstelling 2.2 Bevorderen van gelijkheid, met nadrukkelijke aandacht voor mensen in een kwetsbare positie. U geeft terecht aan dat sociale normen en structuren leiden in de dagelijkse levens van mensen tot ongelijke uitkomsten afhankelijk van hun (gender)identiteit, leeftijd, geloof, culturele identiteit, seksuele oriëntatie en/of beperking. In de bestuurlijke prioriteiten en in de activiteitenagenda 2023/2024 zien wij echter niet terug dat de gemeente gaat werken aan het toegankelijker maken van de stad voor mensen met een (fysieke) beperking. De
gemeente doet op dit vlak te weinig en wij zijn van mening dat de gemeente hierin verantwoordelijkheid moet nemen om fysieke uitsluiting van deze groep mensen tegen te gaan. In het concept beleidskader wordt gesproken over een (nieuw) onderzoek naar de problemen van deze specifieke doelgroep. Op dit gebied zijn al onderzoeken gedaan, waardoor wat ons betreft direct kan worden overgegaan tot actie[1]. We vinden het wenselijk dat daarom op afzienbare termijn concrete acties en/of activiteiten voor deze doelgroep worden ontwikkeld. Daarbij kan worden gedacht aan een plan om OV haltes toegankelijk(er) te maken. Specifiek in Oost hebben de problemen rondom tramhalte Rietlandpark opnieuw duidelijk gemaakt wat de gevolgen kunnen zijn als onderhoud achterblijft.[2] Daarnaast moet er een protocol komen om ook bij wegwerkzaamheden de buurt toegankelijk te houden voor mensen met een fysieke beperking. Het is belangrijk om bewoners, ondernemers en instellingen bewust te maken van de manieren waarop zij kunnen bijdragen aan het bevorderen van de toegankelijkheid van de stad en voor deze doelgroep. ]
https://openresearch.amsterdam/image/2021/1/6/iedereen_doet_mee_voortgangsrapportage_toegankelijkheid_2020.pdf https://www.parool.nl/nederland/lift-tramhalte-rietlandpark-wordt-vervangen-mindervalide-reizigers-rijden-drie-maanden-om~b76ccbb6/
[2]
6. Ten aanzien van bestuurlijke prioriteit 2.1.1. Verbinden en faciliteren van emanciperende krachten. De regie over de aanpak van emancipatie-opgaven wordt in het beleidskader voornamelijk bij organisaties neergelegd die door de gemeente worden ondersteunt. Zo worden gemeenschappen gestimuleerd om safe spaces te exploiteren. Ten behoeve hiervan wordt onder meer de alliantie “Emancipatie van (kwetsbare en bi-culturele) LHBTIQ+-personen” gesubsidieerd. Wij willen hierbij benadrukken dat extra aandacht en gerichte acties nodig zijn voor bi-culturele jongeren die nog worstelen met hun seksuele identiteit en/of met persoonlijke vraagstukken zitten op dit vlak. Deze jongeren voelen zich hierin vaak belemmerd door de culturele en religieuze achtergronden van hun eigen, directe, omgeving. Angst voor uitsluiting door hun directe omgeving speelt een belangrijke rol. Ondersteuning vanuit maatschappelijke organisaties voor deze jongeren is niet voldoende. Ook professionals die met jongeren werken (vaak in dienst van de gemeente zelf) moeten deze jongeren ondersteunen. Deze professionals moeten worden opgeleid zodat ze over kennis en tools beschikken om met vragen over seksuele identiteit om te gaan. Ook als deze professionals vanuit de eigen waarden en normen er niet geheel achter staan.
Verder adviseren wij dat er aandacht wordt besteed aan de discriminatie die jongeren met een niet-westerse achtergrond ervaren bij het zoeken naar stageplekken. Dit komt voort uit mogelijke onbewuste vooroordelen van werkgevers, wat kan leiden tot ongelijke kansen voor deze groep. Wij vragen het college om met concrete acties komen voor dit probleem. In het verlengde hiervan willen wij het college ook meegeven dat ‘onder advisering’ in het onderwijssysteem een zorg is. Leerlingen uit minderheidsgroepen – met name die met een niet-westerse achtergrond – worden soms onterecht ondergewaardeerd of onderschat in hun (academische) prestaties. Dit resultaat dan in adviezen voor vervolgonderwijs die lager zijn dan wat deze leerlingen daadwerkelijk kunnen bereiken. 7. Ten aanzien van bestuurlijke prioriteit 2.2.2 Bevorderen van de keuzevrijheid en het zelfbeschikkingsecht van vrouwen en LHBTIQ+-personen. Het beleidskader stelt dat patriarchale normen en hetero-normatieve opvattingen de vrijheid van vrouwen en LHBTIQ+-personen belemmeren. De gemeente gaat zich dan ook inspannen om organisaties te ondersteunen die zich inzetten om de onvrijheden te bestrijden. Wij zijn van mening dat naast de patriarchale normen en hetero-normatieve opvattingen, ook religieuze aspecten en achtergronden van invloed zijn op de onvrijheden die vrouwen en LBHTIQ+personen kunnen ervaren.
Hiermee moet ook rekening worden gehouden in de uitvoering van het beleidskader. 8. Ten aanzien van het monitoringsplan (in afstemming met o.a. OIS, MDRA), pag, 17 van het concept beleidskader. De indicatoren die gebruikt worden bij de evaluatie van dit beleidskader moeten zo concreet mogelijk zijn. Wij adviseren het college om diverse indicatoren te hanteren (bv. perceptie van discriminatie op basis van enquêtes). De Activiteitenagenda 2023-2024 mist meetbare doelstellingen en criteria om het succes van de activiteiten te beoordelen. Hierdoor is het lastig om de effectiviteit van deze activiteiten te meten binnen dit beleidskader. Wij
vragen het college om inzicht te geven in de methoden die het college zal gebruiken om de prestaties van deze activiteiten te beoordelen. Daarnaast willen we weten welke maatregelen er genomen gaan worden als de activiteiten niet het gewenste effect bereiken. Wij adviseren om verschillende soorten indicatoren hiervoor te gebruiken, om zo een beter en duidelijker beeld te krijgen van discriminatoire gebeurtenissen in onze stad. Dit kunnen uiteenlopende indicatoren zijn zoals: aangiftebereidheid, antisemitistische en/of homofobe spreekkoren tijdens voetbalwedstrijden of het aantal OV haltes dat (nieuw) toegankelijk is voor mensen met een fysieke beperking
Stadsdeel West Conceptadvies DB: Het dagelijks bestuur formuleert hier t.b.v. de stadsdeelcommissievergadering een conceptadvies
Het DB van stadsdeel West is blij dat er een concept beleidskader ligt waarin antidiscriminatie en emancipatie centraal staan. Het is goed om in het visiedocument te zien dat deze uitgangspunten geworteld zijn in de verhalen en ervaringen van Amsterdammers; (ervarings)deskundigen en maatschappelijke organisaties. De voorbeelden en verhalen uit de praktijk maken zichtbaar wat er speelt en onderstrepen de bestuurlijke ambities. Diversiteit in West Diversiteit is een belangrijk beleidsterrein voor stadsdeel West. We willen bereiken dat iedereen zichzelf kan zijn, zich veilig kan voelen en kan participeren in ons stadsdeel, ongeacht gender, religie, etniciteit, culturele identiteit, seksuele oriëntatie, leeftijd of gezondheid. Daarom richten we ons ook in de komende periode op het bestrijden van discriminatie en uitsluiting en zetten we ons in voor de emancipatie van vrouwen en mannen, voor veiligheid en acceptatie van LHBTIQ+, verbinding tussen verschillende bevolkingsgroepen en inclusief herdenken en vieren. Accent op moslimdiscriminatie Vanuit West zijn we in het bijzonder blij met de keuze om het tegengaan van moslimdiscriminatie nadrukkelijk onderdeel te maken van de aanpak antidiscriminatie. Dit sluit goed aan bij de vragen en signalen die ook wij vanuit onze bewoners ontvangen.
Wij staan in nauw contact met de islamitische Amsterdammers van stadsdeel West en nodigen de wethouder daarom graag uit om aan te sluiten bij werkbezoeken waarin de stadsdeelvoorzitter in gesprek gaat over maatschappelijke ontwikkelingen, maar ook over gebiedsgerichte onderwerpen inzake leefbaarheid. Als stadsdeel zijn wij van mening dat het van belang is om warme banden te onderhouden met groepen van diverse levensbeschouwelijke stromingen; ook op willekeurige ‘normale’ momenten, met andere woorden: buiten actualiteiten en incidenten om. Als stadsdeel zien wij graag dat er ook aandacht is voor gelaagdheid, nuance en consistentie. We spreken van een ‘islamitische gemeenschap’, zoals we dat ook met de LHBTIQ+ gemeenschap doen, maar feitelijk zijn dit Amsterdammers, individuen die ieder op hun eigen authentieke manier invulling geven aan hun identiteit en leefwijze. Oog blijven houden voor de diversiteit binnen deze groepen is belangrijk. Rolmodellen van diverse levensbeschouwelijke stromingen meer zichtbaar maken, draagt bij aan de nieuwe ambitie m.b.t. representatie van alle Amsterdammers. Met name voor jongeren is het belangrijk om zich te kunnen herkennen in sleutelfiguren die op ze lijken. Dit draagt bij aan een positief zelfbeeld en het gevoel van ‘thuis zijn’ in je eigen stad.
Verder vragen wij ook aandacht voor het component discriminatie op basis van uiterlijke kenmerken, naast het religieuze/levensbeschouwelijke aspect. Deze zaken kunnen niet los van elkaar gezien worden. Als stadsdeel denken wij graag mee over de stedelijke aanpak m.b.t. moslimdiscriminatie. Representatie en medezeggenschap van alle Amsterdammers Graag benadrukken wij dat we als stadsdeel verheugd zijn over de nieuwe ambitie m.b.t. representatie en medezeggenschap voor alle Amsterdammers. In de komende bestuursperiode willen we onderzoeken hoe we hier in de uitvoering nog meer vorm aan kunnen geven, in samenwerking en afstemming met democratisering. Bevorderen van inlevingsvermogen en empathie om vooroordelen tegen te gaan Onbekend maakt onbemind. Kennis, begrip en empathie zijn daarom krachtige middelen om vooroordelen en discriminatie tegen te gaan. Vooral persoonlijke verhalen, verteld of in de vorm van een film of theatervoorstelling, kunnen vaak belangrijk bijdragen aan begrip en het besef dat ook een schijnbaar onschuldige
opmerking of grap pijn kan doen. In West organiseren en ondersteunen we nu al verschillende activiteiten waar bewoners in contact kunnen komen met voor hen onbekende personen en verhalen. Dit gebeurt bijvoorbeeld tijdens onze Keti Koti-tafels, tijdens dialoogbijeenkomsten en filmdialogen van Who’s Right en bijeenkomsten van Alle Kleuren West, maar ook door de inheemse bevolking van Suriname een podium te geven tijdens de herdenking van het slavernijverleden. In de komende bestuursperiode willen we ook op andere deelthema’s ontmoetingen en gesprekken faciliteren. Vrouwenrechtswinkel West Wij zijn er trots op dat de eerste vrouwenrechtswinkel van Amsterdam is gerealiseerd in stadsdeel West en dat onze vrouwenrechtswinkel wordt genoemd als positief voorbeeld van het werken aan meer gelijkheid. Wij kijken uit naar het verdere gesprek over de ontwikkeling van de vrouwenrechtswinkels, bijvoorbeeld door middel van een evaluatie. We leren graag meer over wat voor vragen de vrouwenrechtswinkel binnen krijgt, en wat we verder kunnen doen voor de vrouwen die gebruik maken van deze voorziening. MDRA Ook in West zien wij graag dat de werkzaamheden van het MDRA beter aansluiten bij het werk van de stadsdelen. Wij willen graag dat het MDRA daarmee herkenbaarder wordt voor bewoners. Wij werken graag samen om de inzet en het bereik van het MDRA te vergroten.
We stellen voor dat het MDRA bij de stadsdelen langskomt voor een presentatie aan het Dagelijks Bestuur en de Stadsdeelcommissies. Wij verwachten dat het nieuwe beleidskader voldoende ruimte en ondersteuning zal bieden voor de activiteiten van stadsdeel West met betrekking tot emancipatie en antidiscriminatie. In aanvulling daarop is wel belangrijk dat er structureel voldoende middelen en capaciteit beschikbaar zijn voor de uitvoering. Emancipatie: gendergelijkheid en mannenemancipatie Emancipatie is in West een integraal aandachtspunt in heel het sociaal domein. Meiden en vrouwen hebben op allerlei terreinen te maken met specifieke belemmeringen en problemen. Vanuit de sociale basis ondersteunen we diverse vrouwenorganisaties en -netwerken die vrouwen activeren, empoweren en zelfredzamer maken. Ook de Vrouwenrechtswinkel die vrouwen helpt om hun recht te halen draagt hieraan bij. Op het terrein van kunst en cultuur, jeugd, HGKM en armoede is extra aandacht voor vrouwen en meiden in een kwetsbare positie. In aanvulling hierop ondersteunen we ook activiteiten mannenemancipatie. Het gaat dan vooral om groepsactiviteiten waarin mannen worden uitgenodigd om met elkaar te praten over hun rol als echtgenoot en vader, in het kader van het voorkomen van huiselijk geweld. Emancipatie: LHBTIQ+ LHBTIQ+ emancipatie is de tweede pijler van het diversiteitsbeleid in West.
We werken aan meer zichtbaarheid en acceptatie van queer Amsterdammers, onder andere door verbinding tussen de queer Amsterdammers en andere bewonersgroepen te bevorderen. In samenwerking met afdeling Veiligheid zetten we in op het voorkomen en bestrijden van discriminatie en geweld tegen queer bewoners. We zijn ook actief betrokken bij de uitwerking van het stedelijk Actieplan anti-LHBTIQ+ geweld. Hierbij hebben wij extra aandacht voor queer Amsterdammers van kleur, trans personen en queer Amsterdammers met een beperking. We hechten waarde aan een intersectionele benadering. Veel activiteiten in West op het vlak van tegengaan van discriminatie zijn gericht op specifieke vormen van discriminatie (bijvoorbeeld racisme of discriminatie van LHBTIQ+), en bij die thema’s ingedeeld. Maar specifiek en algemeen gaan ook samen; in het kader van het Actieplan anti-LHBTIQ+ geweld wordt bijvoorbeeld ingezet op het bekender en toegankelijker maken van het MDRA, om zo het melden van LHBTIQ+-gerelateerde
discriminatie te faciliteren. Het bekender maken van het MDRA helpt ook het melden van discriminatie op andere gronden dan LHBTIQ+. Herdenking slavernijverleden en route naar herstel In stadsdeel West wordt rond de herdenking van het slavernijverleden en de doorwerking daarvan een speciaal activiteitenprogramma samengesteld. Belangrijk daarin is het bieden van een perspectief op een vervolg en verdere verdieping, zodat er na het herdenkingsjaar aandacht blijft voor het onderwerp. Activiteiten rondom dit thema kunnen gericht zijn op het vergroten van kennis over de geschiedenis, bewustwording van de sporen die dit verleden heeft nagelaten in opvattingen, emoties en gedragingen, en verwerking van trauma. Bewoners die zelf nooit racistisch bejegend worden, zijn zich vaak niet bewust van de omvang en impact van racisme. Dialoogactiviteiten kunnen helpen om de bewustwording wederzijds te vergroten. Wij zijn verheugd over de route naar herstel en heling voor de nazaten van tot slaafgemaakten. Wij gaan hierover graag het gesprek aan met de bewoners van West die een relatie hebben met dit verleden, maar ook bewoners die er verder van af staan: het is en blijft een gezamenlijk verleden. Verder vragen wij ook aandacht voor de verhalen van Amsterdammers met een inheemse achtergrond.
Tenslotte zijn wij benieuwd naar de uitkomsten van de nieuwe onderzoeken naar anti-Aziatisch racisme en Validisme en de aanbevelingen die hieruit voortkomen voor de stad en daarmee ook de stadsdelen. Advies stadsdeelcommissie: Advies van de stadsdeelcommissie aan het DB
Advies antisemitisme van BIJ1 en DENK Antisemitisme is helaas nog steeds springlevend. In deze tijd van ongelijkheid, tweedeling en wantrouwen jegens de overheid zien extreemrechtse en fascistische bewegingen hun kans schoon om eeuwenoude complottheorieën nieuw leven in te blazen en via de algoritmen van het internet wijd te verspreiden. Met alle schrikbarende gevolgen van dien. Om antisemitisme (en andere vormen van haat en discriminatie) tegen te gaan is het van belang mensen weerbaar te maken tegen nepnieuws en haatzaaiende complottheorieën. Ontmoetingen en het delen van verhalen voldoen daartoe helaas niet. Daarom adviseren wij: - In het beleidskader aandacht te besteden aan het bestrijden van antisemitische complottheorieën en het weerbaar maken van Amsterdammers daartegen Stemming: Naar aanleiding van het ingediend advies van BIJ1 en DENK heeft de stadsdeelcommissie besloten om het volgende te adviseren: - Advies aangenomen: 8 voor en 7 tegen (Groenen Basis Piraten, D66, VVD en Stem van Amsterdam) Advies emancipatie van DENK en BIJ1: Wij staan positief tegenover het conceptbeleidskader Inclusie en Antidiscriminatiebeleid 2023-2026 waarbij antidiscriminatie en emancipatie centraal staan. We waarderen de inspanningen met betrekking tot vrouwenemancipatie, maar realiseren ons dat niet alle vrouwen worden bereikt vanwege taalbarrières.