CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 28 Grond en Ontwikkeling (22) 4. Bijlage PN 2 Nota van beantwoording NvU

RAAD 8 november 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de projectnota Marineterrein en instemmen met de voorbereiding van een investeringsbesluit VN2023-02206647.385 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

82

Door de landschappelijke aanleg heeft het 9 terrein in die laatste periode tevens een opmerkelijk groen karakter gekregen, dat inmiddels ook bijdraagt aan de karakteristiek ervan. Behalve de beslotenheid en de open relatie met het water, is dus ook het groene karakter hiervoor bepalend. Vanuit deze karakteristiek ligt het voor de hand de bijzondere eigenschappen van dit gebied te behouden en te versterken. De “bijzondere, enclave-achtige sfeer” en open relatie met het water worden in de conceptnota wel erkend en op waarde geschat, maar dienen tevens het belangrijkste uitgangspunt te zijn voor eventuele herontwikkeling.

De enclave-achtige setting van het Marineterrein blijft behouden, doordat de muur aan de Kattenburgerstraat grotendeels behouden blijft. De monumentale en monumentwaardige gebouwen en bomen, zoals op de Voorwerf, vormen de gewaardeerde en waardevolle basis die ook in de toekomst behouden blijft. De open relatie met het water wordt vertaald in het raamwerk door nadrukkelijk te kiezen voor de openbaarheid van de randen en de maximale zichtlijnen vanuit het gebied naar het water.

Conclusie

A

Conclusies: A: Inspraakreactie was al opgenomen in de concept-NvU. B: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU. C: Inspraakreactie leidt wel tot een wijziging in de concept-NvU. D: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU en vraagt niet om een beantwoording. E: Inspraakreactie is niet van toepassing op de concept-NvU. Het onderwerp komt pas aan de orde in een latere planfase, het is te vroeg om daar nu antwoord op te geven.

40

Gemeente Amsterdam

Nr.

Inspraakreactie

Code

Beantwoording

Conclusie

83

In het voorliggende conceptplan zijn de bomenrijen grotendeels gehandhaafd (merk wel op dat de driedubbele rij tot een dubbele rij is gereduceerd), alleen is de bedoeling hiervan, namelijk om door die boomomzoming ‘architectonische ruimte’ te laten ontstaan, geheel teniet gedaan doordat deze ruimtes worden volgebouwd met acht rijen flats. Van het ontwerp van Meijers-Warnau blijft in die zin alleen het voorwerfterrein behouden.

9

Met de nieuwe stedenbouwkundige opzet verandert ook de inrichting van de buitenruimte. Met name bij het stratenpatroon is dit het geval. Dat neemt niet weg dat belangrijke elementen van de huidige terreininrichting als onderdeel zijn meegenomen in de opzet voor de openbare ruimte. Zo worden karakteristieke onderdelen van de huidige boomstructuur, zoals de beeldbepalende iepenrijen langs de kaden en de monumentale bomen op de Voorwerf, behouden. Het Marineterrein wordt grotendeels autovrij en de verharding wordt zoveel mogelijk geminimaliseerd, zodat het beeld van een groen tapijt, passend bij de toekomstige functies, grotendeels overeind blijft.

A, E

84

Alle huidige 23 gebouwen verkeren in goede 6 staat en worden goed gebruikt voor succesvolle, innovatieve broedplaats- en bedrijfsactiviteiten. Toch voorziet het gemeentelijk RAAMWERK in sloop van tenminste 12 gebouwen, waarmee ca. 60.000 m2 vloeroppervlak verloren gaat. Ten onrechte, want dit gaat niet alleen ten koste van de huidige, betaalbare, werkruimtes, maar is ook in strijd met de nagestreefde principes van DUURZAAMHEID EN CIRCULARITEIT. Bovendien zijn met grootschalige sloop en herstructurering onnodig hoge, extra kosten, ook voor bouwrijp maken. Sloop is daarmee ongewenst en onnodig. Nader onderzoek wijst daarnaast uit dat maximaal behoud en herstel goed samen gaat met beperkte, aanvullende nieuwbouw, tot het gewenste programma van 185.000 vloeroppervlak. Winst is dat daarmee een groot oppervlak van een 6 hectare aaneengesloten groot groen stadspark eenvoudig mogelijk is.

In de concept-NvU wordt uitgegaan van op B termijn sloop van een aantal bestaande gebouwen, met name Orde 3 en basisorde gebouwen (zie pagina 19 van de concept-NvU). Op termijn wordt op het hele terrein voor zowel de nieuwe kazerne als voor de rest van de ontwikkeling ca. 40.000 m2 aan bestaande gebouwen gesloopt en blijft ca. 30.000 m2 behouden. Omdat de ontwikkeling gefaseerd zal plaatsvinden, zullen veel van deze gebouwen nog jarenlang worden gebruikt en geleidelijk worden vervangen. In het kader van duurzaamheid is het uitgangspunt dat maximaal ingezet wordt op hergebruik van bestaande materialen, dus ook het materiaal van te slopen gebouwen. Voor het opstellen van het stedenbouwkundig raamwerk zijn verschillende opties onderzocht. Het uiteindelijke resultaat biedt het meest compacte model voor bebouwing waardoor ruimte voor een stadspark vrijkomt. Binnen de in de concept-NvU gestelde uitgangspunten is het niet mogelijk om het volume van 185.000 m2 aan bebouwing te realiseren zonder een aantal bestaande gebouwen te vervangen door nieuwbouw.

41

Nota van Beantwoording inspraakreacties Marineterrein

Nr.

Inspraakreactie

Code

85

Het stedenbouwkundig raamwerk gaat uit van 9 6 “nieuwbouwstroken”, met een gezamenlijk bebouwingspercentage van 30%. De grote bouwhoogtes (30 tot 40 meter) met zeven tot dertien bouwlagen maken hiermee een maximaal vloeroppervlak nieuwbouw mogelijk van ca. 300.000 m2. Dit is 115.000 m2 (60%) méér dan het gewenste totaalprogramma van 185.000 m2 voor wonen, werken en defensie samen: een toekomstige “vrijbrief” voor projectontwikkelaars en gemeente. Deze veel te grote marge wordt mogelijk gemaakt doordat gemeentelijke berekeningen uitgaan van extra grote verdiepinghoogtes van 4 tot 4,5 meter. Deze flexibiliteit zal maar in een beperkt aantal gevallen nodig en nuttig zijn. De bouwhoogtes kunnen en moeten teruggebracht worden van 30 en 40 meter naar gemiddeld 25 meter met zeven bouwlagen. Hiermee wordt bebouwing van 15 meter langs de randen aan Dijksgracht en Kattenburgerstraat mogelijk.

In de concept-NvU wordt de verdiepingshoog- B, E te van de bovenliggende verdiepingen niet vastgelegd. Wel is een uitgangspunt opgenomen dat gebouwen generiek en adaptief moeten worden. Een hogere verdiepingshoogte is één van de middelen om dit te bereiken. Alleen voor de plinten wordt in principe de minimale bouwhoogte van 4,5 meter voorgeschreven. Dit betekent dat, met behoud van het totaal aantal bvo’s van 185.000 m2, bij de uitwerking een deel van de gebouwen bijvoorbeeld ook lager kan worden. Of om hoger te bouwen op een deel van het plangebied, zodat minder oppervlakte van het terrein bebouwd hoeft te worden. Een bouwhoogte van 4 meter is niet ongebruikelijk voor kantoren en bedrijfsruimtes, waar deze hoogte ook nodig is voor de installatieruimte. Bij de uitwerking van de gebouwen zal blijken hoe adaptiviteit zal vorm krijgen.

86

Op deze plek wordt gesproken over het Marineterrein als symbool van marinegeschiedenis. De directe buurman Museumhaven Amsterdam symboliseert en vertegenwoordigt de maritieme geschiedenis van Nederland evenzeer. Voor wat betreft de relatie van het Marineterrein tot water: ook daar is de Museumhaven een levend symbool van de relatie met het water. Zodra dat symbool – bijvoorbeeld door een brug – door midden gesneden wordt en geen bestaansrecht meer heeft op die plek, is die relatie weg.

Een mogelijke verbinding naar de NEMO-pier is B, E nu alleen als ruimtelijke reservering voor in de toekomst opgenomen. De beoordeling over wenselijkheid, nut en noodzaak wordt gekoppeld aan het moment waarop het gebied zich daadwerkelijk heeft ontwikkeld.

87

Als wij de plannen doorrekenen op basis van 6 het voorliggende Raamwerk en de informatie dat de nieuwbouw minimaal 20 en maximaal 30 meter hoog zal worden (+ twee torens van max. 40 meter), komen wij op een totale vloeroppervlakte uit die meer dan 50% hoger ligt dan het voorgestelde basisprogramma van 185.000 vierkante meter.

2

Beantwoording

Conclusie

In de concept-NvU is het maximum uiteindelijk C te realiseren bouwvolume vastgelegd op 185.000 m2 bovengronds. Het klopt dat bij het optrekken van de bouwhoogte van alle bouwblokken naar 30 meter meer bouwvolume zou kunnen worden gerealiseerd. Echter, niet alle ruimte zoals verbeeld in het raamwerk zal door bebouwing worden opgevuld. Juist door een beperking op te leggen ten aanzien van de maximale vloeroppervlakte, zal de gewenste variatie in bouwhoogte worden bereikt. Ook vormt het raamwerk een basis voor variabele bouwvolumes door o.a. eisen aan de daglichttoetreding. Op pagina 72/73 van de concept-NvU zijn bouwstenen opgenomen waarmee variatie in hoogte en breedte van de bouwblokken bereikt kan worden. In combinatie met het maximale volume van 185.000 m2 bovengronds leidt dit tot gevarieerde bouwblokken.

Conclusies: A: Inspraakreactie was al opgenomen in de concept-NvU. B: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU. C: Inspraakreactie leidt wel tot een wijziging in de concept-NvU. D: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU en vraagt niet om een beantwoording. E: Inspraakreactie is niet van toepassing op de concept-NvU. Het onderwerp komt pas aan de orde in een latere planfase, het is te vroeg om daar nu antwoord op te geven.

42

Gemeente Amsterdam

Nr.

Inspraakreactie

Code

88

Moeite hebben wij met het ruimtelijke beslag 8 van de nieuwbouw ten koste van de groenpotentie van het gebied. Circa twee derde van het terrein, het noordoostelijke deel, wordt in beslag genomen door gebouwen en tussenliggend groen en verharding, en circa een derde, het zuidwestelijke deel, krijgt een parkachtige invulling onderbroken door verspreid liggende gebouwen en verharding (65% groen; 35% gebouwen en verharding, p. 56).

Beantwoording

Conclusie

Een belangrijk uitgangspunt is om de aanwezi- C ge kwaliteiten van de locatie zo optimaal mogelijk te benutten door o.a. de realisatie van een stadspark aan het Oosterdok. Daarnaast willen we echter ook voldoende groene kwaliteit geven aan de kades en het binnengebied door o.a. het sparen van bestaande waardevolle bestaande bomen. Met een verdergaande verdichting zou hiervoor niet voldoende ruimte overblijven. Mede naar aanleiding van de inspraakreacties wordt het raamwerk aangepast, zodat er meer ruimte ontstaat voor het park. Het noordwestelijk deel van het park wordt vergroot door de sloop op termijn van gebouw 026 (zie pagina 22 van de concept-NvU). Over de toekomstige inrichting van het park wordt in de volgende planfase nagedacht, met inbreng van de omgeving.

Nota van Beantwoording inspraakreacties Marineterrein

2.3.2 Gebouwen Gebouwen, adaptiviteit en verdiepingshoogte – codes: 12, 29, 33 In de concept-NvU wordt de verdiepingshoogte van de bovenliggende verdiepingen niet vastgelegd. Wel is het uitgangspunt opgenomen dat gebouwen generiek en adaptief moeten worden. Een hogere verdiepingshoogte is één van de middelen om dit te bereiken. Alleen voor de plinten wordt in principe de minimale bouwhoogte van 4,5 meter voorgeschreven. Dit betekent dat, met behoud van het totaal aantal bvo’s van 185.000 m2, bij de uitwerking een deel van de gebouwen bijvoorbeeld ook lager kan worden. Wat ook kan, is dat de maximale bouwhoogte van een deel van het plangebied benut wordt; dan hoeft er minder oppervlakte van het terrein bebouwd te worden. Een bouwhoogte van 4 meter is niet ongebruikelijk voor kantoren en bedrijfsruimtes waar deze hoogte ook nodig is voor de installatieruimte. Bij de uitwerking van de gebouwen zal blijken hoe adaptiviteit vorm zal krijgen.

43

44

Gemeente Amsterdam

Nr.

Inspraakreactie

Code

Beantwoording

Conclusie

89

Wij maken ons zorgen over het aanzien van het 9 toekomstige Marineterrein vanuit de binnenstad, omdat de 30-40 m hoge gebouwen zullen concurreren met het silhouet van ’s Lands Zeemagazijn, dat gezien vanuit de binnenstad nu nog het beeld bepaalt (afb. 2). Het verdient daarom aanbeveling de bouwhoogte te beperken. In dit kader missen wij een 3D-model, waaraan de relatie van het nieuwe woongebied tot de stad afleesbaar is, c.q. de impact van de beoogde bouwhoogtes op de omgeving beter kan worden beoordeeld. Aangezien de bebouwing van het Marineterrein de belangrijkste ‘inbreiding’ van de stad is van de laatste decennia, is dit geen overbodige luxe.

Het stedenbouwkundig raamwerk is ter A, B advisering voorgelegd aan de Hoogbouwadviescommissie. Daarbij is gebruik gemaakt van een mogelijke 3D-uitwerking van het raamwerk. Naar aanleiding van het advies van de commissie zijn de bouwhoogtes van twee hogere gebouwen (hoger dan 30 meter) bijgesteld van 50 naar 40 meter en is één hoger gebouw uit het raamwerk geschrapt. Een belangrijke afweging bij de wijzigingen was de zichtbaarheid van het silhouet van het Scheepvaartmuseum (‘s Lands Zeemagazijn). Het advies van de Hoogbouwadviescommissie is als bijlage toegevoegd aan de Projectnota. Van een mogelijke uitwerking van het raamwerk is ook een maquette gemaakt. Deze kon in tijdens de inspraakperiode in december 2021 bij de door het projectteam georganiseerde inloopspreekuren bezichtigd en bevraagd worden.

90

Pas op dat de gebouwen niet gaan lijken op die 45 uniforme nieuwe gebouwen waar Amsterdam nu van vergeven is, van Houthavens tot Oostenburg. Het is een zichtlocatie in het Centrum, enige durf en ambitie mag wel dmv onderscheidende architectuur, denk aan het nautisch verleden en de bijbehorende vormgeving daar met timpanen en rondbogen, natuurlijk wel met een uiterst moderne architectonische variant, maar enige grandeur is welkom daar.

De gewenste architectonische uitwerking van gebouwen wordt beschreven in het nog op te stellen beeldkwaliteitsplan voor het Marineterrein. Dit zal gebeuren in de fase na het projectbesluit. De gelaagde geschiedenis, ook in de architectonische zin, dient als uitgangspunt dienen voor de toekomstige ontwikkeling.

91

De beoogde bouwblokken (flats) zijn bovendien gemiddeld 30 m hoog (tien verdiepingen of meer): te hoog voor een prettige woonwijk naar menselijke maat onzes inziens. Omdat het typerende open-besloten karakter van het terrein door deze flats teniet wordt gedaan en niet wordt aangesloten bij de bouwhoogte van de omgeving (de binnenstad, inclusief Kattenburg en de andere Oostelijke Eilanden), maar bij het Oosterdokseiland.

9

De bouwhoogte varieert tussen de 20 en 30 B, E meter (vijf tot zeven verdiepingen afhankelijk van de verdiepingshoogte van de bouwlagen). In de hoogteopbouw sluit het raamwerk aan op de omgeving. De bouwhoogte verloopt van hoog in het midden op het terrein naar lager aan de Kattenburgerstraat en de Dijksgracht. Vooralsnog is alleen voor de kazerne een bouwvolume tot 30 meter hoogte opgenomen. Bij de planuitwerking van de kazerne zal onderzocht worden welke bouwhoogte daadwerkelijk nodig is.

92

Voorkeur voor minder hoogbouw.

157

E

D

45

Nota van Beantwoording inspraakreacties Marineterrein

Nr.

Inspraakreactie

Code

Beantwoording

Conclusie

93

Alle bouwhoogtes hoger dan 15 meter leiden 41 bij ons tot een groot verlies aan zonlicht. In de winter komt mijn schip dan volledig in de schaduw te liggen. Het zal een sterke negatieve impact hebben op ons woongenot. Dit heb ik gezien op de digitale impressie tijdens de testsessie. Ik heb plannen om zonnepanelen te leggen op mijn dak, maar ik ben erg geschrokken van de concept-NvU. Als niet voorkomen wordt dat er zulke hoge gebouwen komen, heeft het weinig zin om zonnepanelen te leggen.

Voor het raamwerk is een studie B Schaduwwerking op Omgeving uitgevoerd, uitgaande van een mogelijke uitwerking van de gebouwen volgens de maquette. Uit de studie blijkt dat de schaduwwerking van de mogelijke nieuwbouw op een deel van de woonschepen aan de overkant van de Dijksgracht vooral in de wintermaanden optreedt. De schaduw van de toekomstige bebouwing heeft geen gevolgen voor deze woonschepen in de maanden maart t/m september. De schaduwwerking in de wintermaanden is vergelijkbaar met de huidige schaduwwerking van het marechausseegebouw. In oktober en februari schuift de schaduw vanaf 17:00 uur over deze woonschepen tot de zonsondergang rond 18:00 uur in februari. In november en januari schuift de schaduw vanaf ca. 14:00 uur over de woonschepen tot de zonsondergang rond 16:30 uur.

94

Uit de concept-NvU: “De verdiepingen hebben een dusdanige overmaat dat er functie-uitwisseling mogelijk is tussen wonen, logies, kantoren en bedrijfs­ ruimte.”

12

Zie intro hoofdstuk Gebouwen op pagina 43.

B, E

Dat je de bebouwing voor verschillende 33 doeleinden bruikbaar wil houden is een leuk idee. Maar hoe wil je ruimte die eenmaal als woning in gebruik is aan die woonbestemming onttrekken? Dat wil zeggen dat zeker de 40% sociale woningbouw echt geen verdiepingen van 4m hoogte nodig hebben. Dat is een manier om de beperkte ruimte die er is voor bebouwing aan zoveel mogelijk mensen ten goede kan komen.

Zie intro hoofdstuk Gebouwen op pagina 43.

B, E

De plannen houden er rekening mee dat de te bouwen woningen op termijn weer zouden kunnen veranderen in bedrijfsruimtes of hotels. Dit heeft als gevolg dat er nu aanmerkelijk minder woningen gebouwd kunnen worden dan wanneer er met een voor woningen gangbare (lagere) plafondhoogte wordt gewerkt. Enige overmaat voor enkele panden zou misschien handig zijn, maar de voorgestelde hoogtes zijn mijns inziens te extreem. Kostbare ruimte wordt zo verspild voor een eventualiteit. In plaats van 800 woningen zouden de plannen dan wellicht op 1000 woningen kunnen uitkomen. 95

Conclusies: A: Inspraakreactie was al opgenomen in de concept-NvU. B: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU. C: Inspraakreactie leidt wel tot een wijziging in de concept-NvU. D: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU en vraagt niet om een beantwoording. E: Inspraakreactie is niet van toepassing op de concept-NvU. Het onderwerp komt pas aan de orde in een latere planfase, het is te vroeg om daar nu antwoord op te geven.

46

Gemeente Amsterdam

Nr.

Inspraakreactie

Code

Beantwoording

Conclusie

96

Adaptiviteit als ontwikkelingsstrategie 29 Op zich zinvol om het gebied adaptief in te richten. Dit toepassen op gebouwniveau impliceert echter zoals in de concept-NvU is aangegeven in een “overmaat” in verdiepingshoogte, en daarmee in gebouwhoogte. Dat “bouwen op de groei” is in wezen niet adaptief, maar het aanmeten van een ruime jas die mogelijk ook te ruim kan blijken te zijn, en daarmee een verspilling van bouwvolume.

In de concept-NvU wordt de verdiepingshoog- D te van de bovenliggende verdiepingen niet vastgelegd. Wel is een uitgangspunt opgenomen dat gebouwen generiek en adaptief moeten worden. Een hogere verdiepingshoogte is één van de middelen om dit te bereiken. Alleen voor de plinten wordt in principe de minimale bouwhoogte van 4,5 meter voorgeschreven. Dit betekent dat bij de uitwerking een deel van de gebouwen ook lager kan worden, bijvoorbeeld voor woningen die 40% van het programma beslaan. Dit met behoud van de 185.000 m2. Een andere mogelijkheid is om de bouwhoogte van een deel van het plangebied te benutten en daarmee minder oppervlakte van het terrein te bebouwen. Een bouwhoogte van 4 meter is niet ongebruikelijk voor kantoren en bedrijfsruimtes waar deze hoogte mede nodig is voor de installatieruimte. Bij de uitwerking van de gebouwen zal blijken hoe adaptiviteit zal vorm krijgen.

97

Bouwen aan de randen van de stad en daar 17 waar hele wijken kunnen worden heringericht, zodat flinke aantallen kunnen worden behaald, heeft m.i. zin. Maar om voor een luttele 1,71% van het streefaantal, een Vinex-wijk voor middenklassen inkomens neer te plempen in het centrum van een al veel en veel te drukke stad, zelfs door ontzettend lelijke en om meerdere redenen storende hoogbouw neer te zetten waar dat nergens in de binnenstad wordt gebruikt, vind ik ongelooflijk en eeuwig zonde.

Het beschikbaar komen van het Marineterrein B als bijzondere plek in het centrum van Amsterdam biedt een unieke kans voor de ontwikkeling van een innovatief stadsmilieu, waarbij het wonen ca. 40% van het gehele programma bedraagt. Het gebied is groot genoeg om impact te kunnen hebben en klein genoeg om speciaal te blijven. Het bijzondere programma vraagt om een centrale ligging in de stad. De bouwhoogtes in het raamwerk zijn afgestemd op de omgeving. De hoogteaccenten zijn getoetst door de Hoogbouwadviescommissie in het kader van de Hoogbouwvisie.

47

Nota van Beantwoording inspraakreacties Marineterrein

Nr.

Inspraakreactie

Code

Beantwoording

Conclusie

98

Hoewel de concept-NvU stelt dat de bebou6 wing aan de Dijksgracht nu iets lager wordt, zien we dat er ook daar nog steeds wordt uitgegaan van gebouwen van 30 en 25 meter hoogte. Ter vergelijking: het Scheepvaartmuseum is 20 meter. Deze hoogtes belemmeren niet alleen het uitzicht van de bewoners van de omliggende buurten, maar zorgen voor veel geluidsweerkaatsing van het spoorweggeluid en langsvarende passagiersschepen. Wij dringen er op aan om uit te gaan van een bouwhoogte van maximaal 15 meter aan de randen van het terrein en 30 meter meer naar het midden. Sowieso moet het een uitgangspunt zijn dat de bouwhoogtes geen onacceptabele inbreuk mogen maken op de woonkwaliteit en leefkwaliteit van de direct omwonenden van het Marineterrein. Dat geldt bijvoorbeeld voor de Dijksgracht, waarbij de woonboten bij een bouwhoogte van meer dan 15 meter al voor een substantieel deel van het jaar in de schaduw komen liggen.

In het raamwerk wordt uitgegaan van een B maximale hoogte van 25 meter aan de Dijksgracht. De concept-NvU, onderdeel van de Projectnota, legt alleen de ruimtelijke en programmatische uitgangspunten voor verdere planvorming vast en niet de plannen zelf. Dus bijvoorbeeld wel hoeveel bebouwing en groen er komt, maar niet hoe hoog elk gebouw wordt of hoe het groen eruit komt te zien. Voor de Projectnota vinden al wel onderzoeken op hoofdlijnen plaats om de impact en haalbaarheid van deze uitgangspunten inzichtelijk te maken en daarop gebaseerd nadere keuzes te bepalen. Bij het beoordelen van de impact worden de bestaande omgeving en ontwikkelingen in de omgeving waarvoor plannen zijn vastgesteld, meegenomen. Deze onderzoeken richten zich in deze fase op relevante aspecten zoals geluid, luchtkwaliteit, verkeer en bezonning. De resultaten van deze onderzoeken op hoofdlijnen zijn als bijlage bij de Projectnota opgenomen. De definitieve uitkomsten van de onderzoeken volgen als de daadwerkelijke plannen voor de gebouwen gemaakt worden, want dan pas kan de definitieve berekening gemaakt worden. Voor het raamwerk is een bezonningsstudie uitgevoerd uitgaande van een indicatieve uitwerking van de bouwvolumes conform de maquette. Uit de studie blijkt dat de schaduwwerking van de nieuwbouw op een deel van de woonschepen aan de overkant van de Dijksgracht vooral in de wintermaanden optreedt.

De schaduw van de toekomstige bebouwing heeft geen gevolgen voor deze woonschepen in de maanden maart t/m september. De schaduwwerking in de wintermaanden is vergelijkbaar met de huidige schaduwwerking van het marechausseegebouw. In oktober en februari schuift de schaduw vanaf 17:00 uur over deze woonschepen tot de zonsondergang rond 18:00 uur in februari. In november en januari schuift de schaduw vanaf ca. 14:00 uur over de woonschepen tot de zonsondergang rond 16:30 uur.

99

Ons verzoek is om een (bindende) afspraak met 6 Defensie te maken dat de bebouwing aan de Kattenburgerstraat niet hoger mag zijn dan de nu aanwezige depotgebouwen van het Scheepvaartmuseum.

De concept-NvU is een weergave van mogelijke B, E bouwvolumes. Het betreft nog geen uitgewerkte plannen voor de gebouwen. Omdat ook Defensie in deze fase de plannen voor de kazerne nog niet heeft uitgewerkt qua gebouwen, wordt hier vooralsnog vastgehouden aan de maximale maximaal mogelijke hoogte van 30 meter. Bij de uitwerking van de plannen wordt onderzocht welke hoogte daadwerkelijk nodig is.

Conclusies: A: Inspraakreactie was al opgenomen in de concept-NvU. B: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU. C: Inspraakreactie leidt wel tot een wijziging in de concept-NvU. D: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU en vraagt niet om een beantwoording. E: Inspraakreactie is niet van toepassing op de concept-NvU. Het onderwerp komt pas aan de orde in een latere planfase, het is te vroeg om daar nu antwoord op te geven.

48

2.3.3 Openbare ruimte INTRO

Meer groen en aaneengesloten stadspark – codes 6, 8, 12, 14, 15, 16, 17, 18, 31, 33, 63, 117, 181 In de huidige situatie is het groen op het terrein versnipperd en grotendeels afgesloten door hekken. Door het vrijkomen van een groot deel van het Defensieterrein neemt in de nieuwe situatie het totale oppervlak aan openbare ruimte voor de stad aanzienlijk toe. De waarde van groen is meegenomen bij het opstellen van het raamwerk. Daarom is er ook voor gekozen om circa 70% van het terrein niet te bebouwen. Veel van deze openbare ruimte wordt ingericht als openbaar groen. Aan de zijde van het Oosterdok is een stadspark gepland van ongeveer 4,7 ha. Omdat het Marineterrein in de toekomstige situatie grotendeels autovrij wordt, is er ook meer ruimte voor recreatie. De verblijfskwaliteit neemt toe en de gebruikswaarde van het groen wordt groter. Mede naar aanleiding van de inspraakreacties is het raamwerk aangepast zodat er meer ruimte ontstaat voor het park. Het noordwestelijk deel van het park wordt vergroot door de sloop op termijn van gebouw 026. Dit gebeurt met behoud van de 185.000 m2, dus wordt het extra gesloopte metrage elders in de nieuwbouw toegevoegd (voor de nummering van de gebouwen zie pagina 22 van de concept-NvU). Over de toekomstige inrichting van het park wordt in de volgende planfase nagedacht, met inbreng van de omgeving.

Het Marineterrein is in de toekomst niet de enige plek in dit deel van de stad waar extra verblijfsgroen toegevoegd wordt. Met de realisatie van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer komt er aan de Dijksgracht Oost op het spoorterrein bij het nieuwe woon- en werkgebied Oostenburg ongeveer 15.000 m2 groen beschikbaar. Amsterdam is met ProRail in gesprek om deze ruimte voor langere tijd in beheer te nemen en om te vormen tot een nieuw openbaar toegankelijk stadspark. Berekening van percentage groen, wens voor meer groen – codes 31, 63 Het Marineterrein wordt zeker niet geheel bebouwd. Waar in de Principenota nog werd uitgegaan van 50% onbebouwd, wordt in het raamwerk nu uitgegaan van 70% onbebouwd terrein. Het is belangrijk dat het Marineterrein een bijdrage levert aan ruimte voor

Gemeente Amsterdam

groen en recreatie. Dat doen we o.a. door het toevoegen van een stadspark en een sportveld. Maar naast ruimte voor groen en recreatie, draagt het Marineterrein ook bij aan het vinden van oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken en de behoefte aan woningen. Deze mix van functies kan er juist voor zorgen dat het een fijne plek wordt waar ontmoeten, recreëren, cultuur, leren en werken samengaan.

Behoud van en meer bomen – codes 6, 14, 15, 16, 31, 33, 40, 117, 157 Uitgangspunt voor de ontwikkeling van het Marineterrein is dat het aantal bomen minimaal gelijk blijft en dat waardevolle bomen behouden blijven. Gestreefd wordt om zoveel mogelijk bomen te behouden of te verplanten. In de volgende planfase wordt gekeken of meer bomen ook mogelijk is. Behoud mogelijkheid zwemmen in de haven – codes; 44, 116, 152, 153, 157, 171, 216, 152, 157, 229, 255, 291, 292, 314, 323 Voor de nu nog onofficiële mogelijkheid om te kunnen zwemmen in de binnenhaven, geldt dat in afstemming met de daarvoor bevoegde instanties onderzocht wordt of dit in de toekomst een officiële openwater zwemplek kan worden. Inrichting openbare ruimte; o.a. sport- en speelvoorzieningen, losloop-uitrenveld voor honden, rolschaatsbaan – codes 11, 14, 15, 16, 51, 116, 117, 129, 130, 131, 132, 133, 135, 139 Sport en beweging voor jong en oud zijn belangrijke elementen op het Marineterrein. Het is duidelijk dat er behoefte is aan een losloop- dan wel uitrenplek voor honden in dit deel van de stad. De concrete inrichting van de openbare ruimte is in deze haalbaarheidsfase nog niet aan de orde. In de volgende planfase wordt een Plan Openbare Ruimte opgesteld, waarbij de principes voor de inrichting van de openbare ruimte worden vastgelegd.

Het ontwerp van de openbare ruimte van het Marineterrein wordt ook in de volgende fase van de planontwikkeling gestart. In die fase kan gekeken worden welke functies in de openbare ruimte goed te combineren zijn met de ontwikkeling van het Marineterrein. In samenspraak met het stadsdeel wordt gekeken of en waar een losloop-uitrenveld voor honden en sport- en speelvoorzieningen kunnen komen en hoe die eruit gaan zien. Dit zal ook onderwerp zijn van participatie.

49

Nota van Beantwoording inspraakreacties Marineterrein

Nr.

Inspraakreactie

100

101

Code

Beantwoording

Conclusie

Meer dan in het plan voorzien zouden de kades 9 daarbij publieke ruimtes kunnen worden. Kades kunnen ook ruimte bieden aan commerciële functies als horeca, aanlegplaatsen voor boten, etc. Het water van het Oosterdok dient echter zoveel mogelijk open te blijven, aangezien dat reeds behoorlijk is dichtgeslibd. Dit betekent dus ook niet dat verder dichtslibben door steigers etc. gewenst is.

In het ontwerpproces is overwogen om extra water in de vorm van grachten aan het gebied toe te voegen. Omwille van de bruikbaarheid van het gehele gebied en de wens om aaneengesloten openbare ruimte te realiseren, is er uiteindelijk niet voor gekozen. Daarnaast bieden de huidige kades veel verblijfsruimte aan het water. Er zijn geen steigers of andere voorzieningen gepland aan de kades van het Oosterdok.

A, B

Graag een veldje voor de honden behouden en 129 zelfs evt. uitbreiden

Hoofdstuk Openbare ruimte, pagina 48.

E

Conclusies: A: Inspraakreactie was al opgenomen in de concept-NvU. B: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU. C: Inspraakreactie leidt wel tot een wijziging in de concept-NvU. D: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU en vraagt niet om een beantwoording. E: Inspraakreactie is niet van toepassing op de concept-NvU. Het onderwerp komt pas aan de orde in een latere planfase, het is te vroeg om daar nu antwoord op te geven.

50

Gemeente Amsterdam

Nr.

Inspraakreactie

Code

102

Te weinig (aaneengesloten) groen. In de concept-NvU 6 uitgangspunten staat dat 40% van de oppervlakte van het terrein groen zal blijven. Er wordt alles aan gedaan om het terrein in de teksten een groene uitstraling te geven. De smalle kades langs de Dijksgracht en het Oosterdok worden tot ecologisch groen bestempeld. De niet erg brede straten tussen de strokenbebouwing worden eufemistisch aangeduid als ‘parkstraten’ en ‘tuinstraten’. En in de berekeningen wordt al het snippergroen in de straten (elke boom en plantenbak) meegeteld als “openbaar groen”. Zelfs het Defensiesportveld wordt als openbaar groen meegerekend. Bij onze narekening van dezelfde gegevens komen wij op niet meer dan 27,6% groenoppervlakte. De in de concept-NvU gesuggereerde 7,5 voetbalvelden groen die worden gerealiseerd, vinden wij misleidend (zie ook bijlage 1). In alle inspraakreacties tot nu toe is aangedrongen op meer aaneengesloten groen in de vorm van een serieus stadspark. Dat is in de huidige plannen niet terug te vinden. Het voorgestelde stadspark is zeer beperkt van omvang en niet aaneengesloten. Wat er nu naast de Voorwerf wordt voorgesteld als “Stadspark” is slechts een smalle strook langs het water waar ook nog vier gebouwen op staan. Het hoogste gebouw in de plannen (40 meter) staat nota bene gepland in datzelfde stadspark.

Het grootste groene oppervlak is het nieuwe sportveld dat eigendom blijft van Defensie. Dit sportveld kan alleen buiten Defensie-uren gebruikt worden door publiek; dat betekent na 17 uur en in de weekenden. Bovendien wordt het sportveld ook tien dagen per jaar gebruikt als helikopter-landingsplek. We vragen ons ook af hoe groen dit sportveld werkelijk wordt. Is een atletiekbaan ook groen? Verder wordt gezegd dat er geen hek om het sportveld zal komen, maar wij voorspellen dat dit op den duur toch zal gebeuren. Hiermee verdwijnt dan het openbare karakter. In de concept-NvU wordt gesteld dat het huidige aantal bomen behouden blijft, door o.a. bomen te verplanten en nieuwe bomen aan te planten. Wij hebben in kaart gebracht wat de consequenties van de plannen voor de huidige bomen zijn en constateren dat tenminste 75 van de bestaande bomen moeten verdwijnen (zie bijlage 2). Ook is er op dit punt nog onduidelijkheid. In de maquette van de gemeente staan aan de Dijksgracht bij het sportveld wel bomen getekend, maar volgens de andere tekeningen worden die verwijderd. Als laatste bij dit punt willen wij erop wijzen dat het groen op het Marineterrein niet alleen van wezenlijk belang is voor de toekomstige bewoners en gebruikers, maar vooral ook voor de omliggende buurten en de oostelijke binnenstad in zijn geheel. Er is in dit deel van de stad een gigantisch tekort aan openbaar groen.

Het noodzakelijke percentage groen per inwoner dat de gemeente hanteert wordt in de oostelijke binnenstad bij lange na niet gehaald. (Het Wertheim-park is niet meer dan een postzegel). Wij zijn niet de enigen die dat zeggen. Volgens de onafhankelijke Rekenkamer heeft het college van Amsterdam weliswaar ‘veel ambities ten aanzien van het groen, maar ontbreken ‘duidelijke normen’ ten onrechte nog steeds. De Rekenkamer is van oordeel dat voldoende groen ‘een belangrijke voorwaarde is voor verdere groei en verdichting van de stad’. Voor ons is een aaneengesloten stadspark met substantieel groen een harde eis.

Beantwoording

Conclusie

In de huidige situatie is het groen op het terrein C erg versnipperd. En een groot deel is afgesloten door hekken. Door het vrijkomen van een groot deel van het Defensieterrein en doordat het gebied straks grotendeels autovrij wordt, is er naast de plannen voor nieuwbouw voldoende ruimte voor openbaar groen. Het beoogde parkkarakter in het noordwestelijk deel van het gebied is inderdaad afhankelijk van de beschikbare ruimte. Zie intro hoofdstuk Openbare ruimte, pagina 48. De weergave in de maquette is een mogelijke uitwerking van de concept-NvU en geen eindbeeld. Of er wel of geen bomen blijven langs de Dijksgracht ter hoogte van het sportveld, is nog onderwerp van onderzoek.

51

Nota van Beantwoording inspraakreacties Marineterrein

Nr.

Inspraakreactie

Code

Beantwoording

Conclusie

103

Graag zou ik pleiten voor een parkachtige 12 invulling van het terrein. Met verschillende zichtlijnen en beplantingshoogtes. Nu lijkt de Voorwerf meer op een evenemententerrein met slechts een groot grasveld en wat bosschages aan de rand. Ook zouden niveauverschillen het gebied een meer natuurlijk karakter kunnen verschaffen. Dus kies voor een park en niet voor platte recreatie.

Het uitgangspunt is om het gebied een B, E gevarieerde groene inrichting te geven met een afwisseling aan verschillende typen beplanting. Het doel is om een gebied te realiseren met een hoge belevingswaarde en goede biodiversiteit. Er wordt in de volgende planfase voor het gebied een Plan Openbare Ruimte opgesteld met alle ontwerpprincipes voor de inrichting van de buitenruimte. Hierbij zullen de gebruikers, bewoners en andere belanghebbenden uit de omgeving betrokken worden.

104

Gebruik de vrijgekomen ruimte om een echt 17 groot uniek park te creëren, waar de hele binnenstad, en de vele toeristen en dagjesmensen die onze stad bezoeken, enorm graag gebruik van zullen maken. De stad schreeuwt om ruimte om prettig buiten te verblijven - aan de lopende band moest het Marineterrein bij mooi weer afgesloten worden, omdat het te druk werd. Waar kun je verder naar toe met mooi weer? Parken zijn er zeer beperkt in dit deel van de stad, en die er zijn zitten bij de eerste zonnestraal, bomvol.

Zie intro hoofdstuk Openbare ruimte, pagina 48.

C, E

105

Derhalve maken wij bezwaar tegen het 18 concept-Nota van Uitgangspunten Marineterrein op de volgende punten: Het ontbreken van een aaneengesloten stadspark.

Zie intro hoofdstuk Openbare ruimte, pagina 48.

C, E

106

Stadspark: een royaal groen stadspark ont31 breekt nu in de concept-NvU. De voorgestelde strook langs het water kan niet als stadspark worden aangemerkt.

Zie intro hoofdstuk Openbare ruimte, pagina 48.

C, E

107

Met name in het noordoostelijke deel van het 8 Marineterrein domineren de stenen. Het tussenliggende groen kan niet ervaren worden als parkgroen en het grote door Defensie bedongen ‘sportpark’, annex helikopter-landingsplaats, zelfs niet als (openbaar) groen. Door de aanwezige bebouwing en de drukte op zomerse dagen - het groen is nu al ontoereikend, nog zonder rekening te houden met de komst van meer bewoners en werkenden - is het maar zeer de vraag of de zuidwestelijke parkstrook kan worden ervaren en gebruikt als stadspark, met de daarbij horende functionaliteiten zoals het kunnen wandelen en genieten van de (relatieve) rust en stilte. Daarmee rijzen ook twijfels of de doelstelling voor het park wel gehaald kan worden: “een functie voor de hele stad (…), voor zowel bewoners en gebruikers van het Marineterrein als voor bezoekers (p. 86).

Zie intro hoofdstuk Openbare ruimte, pagina 48.

C, E

Conclusies: A: Inspraakreactie was al opgenomen in de concept-NvU. B: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU. C: Inspraakreactie leidt wel tot een wijziging in de concept-NvU. D: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU en vraagt niet om een beantwoording. E: Inspraakreactie is niet van toepassing op de concept-NvU. Het onderwerp komt pas aan de orde in een latere planfase, het is te vroeg om daar nu antwoord op te geven.

52

Gemeente Amsterdam

Nr.

Inspraakreactie

108

Code

Beantwoording

Conclusie

Voor liefhebbers van veel schaduw tussen dicht 63 op elkaar staande hoge gebouwen met ergens aan de noord (schaduw)kant een ‘sportveldje’ moet dit een heerlijke wijk gaan worden. Voor een stadsbestuur die de mond vol heeft van ‘meer groen in de stad’ moet het een zure smaak in die mond zijn te zien dat een paar boompjes en geveltuintjes voor het beloofde ‘meer groen in de stad’ moeten gaan zorgen. De zoveelste gemiste kans omwille van geld waar later met kromme tenen op teruggekeken zal worden. Advies: meer open ruimte, meer groen.

Zie intro hoofdstuk Openbare ruimte, pagina 48.

C

109

Het huidige open en groene karakter van het 31 Marineterrein wordt vrijwel geheel tenietgedaan. Afbeelding testsessie). De berekening van 40% groen in de concept-NvU is onjuist. Omliggende buurtbewoners hebben behoefte aan groen. Het wegdek is onbebouwd, maar is niet groen!!! Zie het feitelijk gebruik van stadsgenoten op de foto. Het maximaal realiseerbare vloeroppervlak op basis van de concept-NvU (Raamwerk) ligt meer dan 50% hoger dan het basisprogramma. Uitgaande van 185.000 m2 zijn er vele mogelijkheden voor meer groen.

Er komt bebouwing bij op het Marineterrein, C, D, E met name in het Dok, maar het Marineterrein wordt zeker niet geheel bebouwd. Waar in de Principenota nog werd uitgegaan van 50% onbebouwd terrein, wordt in het raamwerk nu uitgegaan van 70% onbebouwd terrein. Het is inderdaad belangrijk dat het Marineterrein een bijdrage levert aan ruimte voor groen en recreatie. Dat doen we o.a. door het toevoegen van een stadspark en een sportveld. Maar naast ruimte voor groen en recreatie draagt het Marineterrein ook bij aan het vinden van oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken en de behoefte aan woningen. Het daarvoor beschikbare vloeroppervlak is, anders dan gesteld in de inspraakreactie, geen basisprogramma maar een maximaal volume van 185.000 m2. Deze mix van functies kan er juist voor zorgen dat het een fijne plek wordt waar ontmoeten, recreëren, cultuur en leren en werken samengaan. Mede naar aanleiding van de inspraakreacties is het raamwerk aangepast, zodat er meer ruimte ontstaat voor het park. Het noordwestelijk deel van het park wordt vergroot door de sloop op termijn van gebouw 026 (voor de nummering van de gebouwen zie pagina 22 van de concept-NvU). Over de toekomstige inrichting van het park wordt in de volgende planfase nagedacht, met inbreng van de omgeving.

110

Behoud van groen & zwemlocatie.

Het Marineterrein is en blijft een groene plek. A Het is een stedelijk gebied met een groene, waterrijke en autovrije omgeving. Groen en water vormen belangrijke structurerende elementen van het raamwerk. Belangrijke boomgroepen krijgen een plek in het raamwerk en worden zo ingepast in de toekomstige structuur. Het bestaande parkgroen op de Voorwerf wordt aan de noordwestzijde van de binnenhaven uitgebreid, waardoor een fraai stadspark ontstaat aan het water van het binnen-IJ.

157

Mede n.a.v. de inspraakreacties is het raamwerk aangepast zodat er meer ruimte ontstaat voor het park. Het noordwestelijk deel van het park wordt vergroot door de sloop op termijn van gebouw 026 (voor de nummering van de gebouwen zie pagina 22 van de concept-NvU). Over de toekomstige inrichting van het park wordt in de volgende planfase nagedacht, met inbreng van de omgeving.

53

Nota van Beantwoording inspraakreacties Marineterrein

Nr.

Inspraakreactie

111

Code

Beantwoording

Conclusie

Op het Google map kaartje en het kaartje uit de 31 concept-Nota van Uitgangspunten zijn de te kappen bomen in rode stippen aangegeven en de nieuwe aanplant in groen. De grootte van de markeringen geven een indicatie van de grootte van de bomen. Duidelijk is al dat er veel meer gekapt gaat worden dan er nieuw geplant gaan worden.

Zie intro hoofdstuk Openbare ruimte, pagina 48.

A, E

112

Blijft er een groene wandelroute voor buurtbewoners over?

44

In het raamwerk zijn verschillende wandelroutes opgenomen, zoals bijvoorbeeld ‘het rondje Marineterrein’.

A

113

Niet alles zo aanharken, beetje spontane schietwilgen/ sporkehout en rommel takkenhoekjes zijn goed. Verder veel planten voor bijen.

44

Bij de inrichting van de openbare ruimte is nadrukkelijk aandacht voor biodiversiteit, waaronder bijenvriendelijke beplanting.

A

114

Er dreigen bomen te verdwijnen op belangrijke 40 plekken, er verdwijnt zonlicht en ruimte, uitzicht en mooie luchten, er verdwijnt een hoognodige prachtige plek als de plannen zoals ze er nu liggen door zouden gaan. Laat de hoop die we hebben op een betere oplossing voor dit terrein alstublieft niet verdwijnen

Zie intro hoofdstuk Openbare ruimte, pagina 48.

A, E

Conclusies: A: Inspraakreactie was al opgenomen in de concept-NvU. B: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU. C: Inspraakreactie leidt wel tot een wijziging in de concept-NvU. D: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU en vraagt niet om een beantwoording. E: Inspraakreactie is niet van toepassing op de concept-NvU. Het onderwerp komt pas aan de orde in een latere planfase, het is te vroeg om daar nu antwoord op te geven.

54

Gemeente Amsterdam

Nr.

Inspraakreactie

Code

115

De Rekenkamer maakt zich zeer ongerust over 14, 15, het ontbreken van voldoende verblijfsgroen in 16 Oost (Rapport ‘Groen in de Stad, september 2021). De Rekenkamer heeft een representatieve enquête gehouden onder 1365 Amsterdammers, ook zijn via sociale media jongeren benaderd en maakten de onderzoekers gebruik van gegevens van OIS (Onderzoek, Informatie en Statistiek). De Rekenkamer is van oordeel dat voldoende groen ‘een belangrijke voorwaarde is voor verdere groei en verdichting van de stad’. De Rekenkamer stelt dat de ruimtelijke ontwikkelingen en verdichting van de stad niet ten koste mogen gaan van het groen. Ook in onze directe omgeving is een disproportioneel tekort aan aaneengesloten verblijfsgroen. De herontwikkeling van het Marineterrein biedt een unieke eenmalige kans om van het terrein een aaneengesloten stadspark te maken. De huidige plannen van de stedenbouwkundige voorzien ten onrechte vooral in grootschalige verdichting met aaneengesloten hoogbouw, hetgeen de realisatie van een stadspark met aaneengesloten verblijfsgroen nagenoeg geheel onmogelijk maakt. Groen is een plek voor ontspanning. Het Marineterrein heeft zich in de laatste zomers ontwikkeld tot een zeer populaire verblijfs- en ontmoetingsplaats voor jongeren, stadsgenoten én omwonenden, zeker in de periode van de ernstige beperkingen als gevolg van de coronamaatregelen.

Groen draagt bij aan een gezonde leefomgeving voor omwonenden. De huidige verdere verdichting van het Marineterrein maakt dat omwonenden en ondergetekenden ernstig worden gedupeerd. Om deze reden maken wij bezwaar tegen de herontwikkeling van het Marineterrein.

Beantwoording

Conclusie

Zie intro hoofdstuk Openbare ruimte, pagina 48.

A, C, E

55

Nota van Beantwoording inspraakreacties Marineterrein

Nr.

Inspraakreactie

116

117

Code

Beantwoording

Conclusie

Volgens de concept-NvU wordt bij de heront14, 15 wikkeling van het Marineterrein de huidige en 16 35% groen uitgebreid tot 40% groen. In de nota wordt gesteld dat er zelfs een nieuw STADSPARK van 5 hectare mogelijk kan zijn. De gemeente suggereert zo een park vergelijkbaar met de grootte van het Sarphatipark, wat misleidend is. Het huidige groen van de Voorwerf, Oosterwerf en de beide sportvelden vormt 35% van het Marineterrein, gelegen tussen relatief lage gebouwen van slechts enkele verdiepingen hoogte. In de nieuwe plannen zullen de toekomstig kleinere groenvlakken allen zijn gelegen tussen hoge flatgebouwen van 20 tot 30/40 meter hoogte en is het groen oppervlak veel kleiner. Wanneer we het toekomstige nieuwe sportveld, de Oosterdok en de Voorwerf optellen dan komen we op maximaal 19% aaneengesloten groen, hetgeen bijna de helft is van het huidige groen op het Marineterrein. De hoeveelheid groen stijgt niet met 5% tot 40%, maar daalt van de huidige grote groenvlakken van samen 35% tot 19%. Daar komt nog bij dat het grootste groenvlak, het sportveld van 9.000 m2, overdag zal worden afgesloten voor algemeen gebruik omdat dit sportveld op de werkdagen door Defensie wordt gebruikt voor sportactiviteiten en als helikopter-landingsbaan. Naar verwachting zal het sportveld om die reden omhekt moeten worden.

Zonder het sportveld is het percentage groen nog lager dan de 19%, dus zelfs beduidend lager dan de helft van de 40% die in de concept-NvU aan de burgers wordt voorgeschoteld.

Zie intro hoofdstuk Openbare ruimte, pagina 48.

A, C, E

Deze dingen zouden wat mij betreft absoluut moeten blijven op het Marineterrein:

Sport en beweging voor jong en oud zijn A, E belangrijke elementen op het Marineterrein. De concrete inrichting van de openbare ruimte is in deze haalbaarheidsfase nog niet aan de orde. In de volgende planfase wordt een Plan Openbare Ruimte opgesteld, waarbij de principes voor de inrichting van de openbare ruimte worden vastgelegd. En dus ook hoe sport en beweging eruit komt te zien.

116

- openlucht sport parcours/mogelijkheden

118

Nergens wordt gerept over speelvoorzieningen 139 voor kinderen - goed om daar ook oog voor te hebben.

Sport en beweging voor jong en oud zijn E belangrijke elementen op het Marineterrein. De concrete inrichting van de openbare ruimte is in deze haalbaarheidsfase nog niet aan de orde. In de volgende planfase wordt een Plan Openbare Ruimte opgesteld, waarbij de principes voor de inrichting van de openbare ruimte worden vastgelegd. En dus ook hoe sport en beweging eruit komt te zien. Dit geldt dus ook voor speelvoorzieningen voor kinderen.

Conclusies: A: Inspraakreactie was al opgenomen in de concept-NvU. B: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU. C: Inspraakreactie leidt wel tot een wijziging in de concept-NvU. D: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU en vraagt niet om een beantwoording. E: Inspraakreactie is niet van toepassing op de concept-NvU. Het onderwerp komt pas aan de orde in een latere planfase, het is te vroeg om daar nu antwoord op te geven.

56

Gemeente Amsterdam

Nr.

Inspraakreactie

Code

Beantwoording

Conclusie

119

Neem nu eens als uitgangspunt de bomen op het terrein. Geef ze de ruimte. Ben tevreden met de helft van het te bebouwen oppervlak. Houdt de waterkanten vrij. En weeg de voordelen van de ruimte die groen en onbebouwd overblijft zwaar!!!! Waarom wordt de waarde van het terrein alleen bepaald door het maximaal mogelijk te bouwen huizen? Hoeveel mensen uit de wijde omtrek zullen daar vele uren van genieten en gezonder zijn? Hoeveel water kan er in de bodem zakken? Hoeveel koelte zullen die bomen brengen? Hoeveel stof zullen die bomen vangen? Hoeveel vogels en insecten hoeven hun leefruimte niet te verliezen.? Dat heeft ook waarde! Ik hoop dat jullie in je overwegingen ook rekening houden met deze zaken.

33

Zie intro hoofdstuk Openbare ruimte, pagina 48.

A, E

120

Een ander punt is de ecologische ambitie. Weer 35 veel mooie worden: ‘Het Marineterrein draagt bij aan het vergroten van de ecologische diversiteit en natuurinclusiviteit van de stad’ Een stadspark maakt onderdeel uit van de plannen. Maar de concept-NvU legt echter geen enkele relatie met het Concept Beleidskader Hoofdgroenstructuur dat momenteel in besluitvorming verkeert. Het Beleidskader Hoofdgroenstructuur is ambivalent over de positie van het Marineterrein. In de Opgavekaart 2050 staan de huidige groenvlakken op het terrein aangeduid als toekomstig stadspark, in de toetskaart zijn deze vakken nog wel aangegeven, maar hebben geen gemarkeerd groentype, en ‘bestaan’ dus niet in de Hoofdgroenstructuur? Het lijkt mij voor de hand liggen dat zowel de concept-NvU als het Beleidskader Hoofgroenstructuur een expliciete eenduidige aanwijzing geven voor de rol van het Marineterrein op dit onderdeel.

In het concept-beleidskader D, E Hoofdgroenstructuur is aangegeven dat toekomstig groen (en andere belangrijke groene opgaven in de Hoofdgroenstructuur) een plek krijgen in de “opgavenkaart hoofdgroenstructuur 2030”. Deze opgavenkaart is gepland in 2022/2023. Daarin zal ook het groen op het Marineterrein opgenomen worden, mits de Projectnota dan is vastgesteld. In de toetskaart van de Hoofdgroenstructuur is alleen de huidige hoofdgroenstructuur opgenomen. Daar valt het groen op het Marineterrein niet onder. Op welke wijze de ecologische ambities worden ingevuld, wordt beschreven in het Plan Openbare Ruimte, dat in de volgende planfase wordt opgesteld. Daarin worden de principes voor de inrichting van de openbare ruimte vastgelegd.

121

Opnieuw is het uitgangspunt van dit plan dat 117 het aantal bomen er niet op achteruit gaat. In een echt groene ambitie van de plannen, waar steeds de mond vol van is en waar de bewoners bij eerdere inspraakrondes steeds om vroegen, zouden er juist meer bomen geplant moeten worden, zodat er zo in het stadscentrum een groene long bij komt die veel CO2 en andere uitlaatgassen opneemt en de stad leefbaar maakt. Want laten we eerlijk zijn, dat is bij de ontwikkeling van Oostenburg helemaal mislukt.

Zie intro hoofdstuk Openbare ruimte, A, D, E pagina 48. Het gaat er ook om of de bomen die er staan en worden aangeplant, genoeg ruimte hebben om te groeien. Die ruimte is nu zowel ondergronds als bovengronds gereserveerd. In de concept-NvU is opgenomen dat alle bomen in groenstroken komen te staan in plaats van in de stenen van de stoep. Hierdoor hebben de bomen meer groeiruimte en krijgen ze een veel hogere levensverwachting.

57

Nota van Beantwoording inspraakreacties Marineterrein

Nr.

Inspraakreactie

Code

122

Laten we het Mariniersterrein niet zo vol 117 bouwen, want al die mensen uit deze buurt en nu ook het nieuwe Oostenburg zijn op zoek naar een stukje groen om te ontspannen en dat komt in de huidige plannen te weinig tot uitdrukking. En bomen die ingeklemd tussen gebouwen staan krijgen uiteindelijk te weinig licht en kwijnen weg. Ja dat betekent misschien iets minder ruimte voor gebouwen, maar de kwaliteit van leven op het terrein gaat er in sprongen mee op vooruit. Laten we nog iets meer van de huidige ademruimte die het Mariniersterrein biedt aan de omliggende buurten behouden.

De waarde van groen is meegenomen bij het A, E opstellen van het raamwerk. Daarom is er ook voor gekozen om ongeveer 70% van het hele terrein niet te bebouwen en voor een groot deel groen in te vullen. Daar heeft het Stadspark een groot aandeel in, maar ook in het dicht bebouwde Dok is de onbebouwde ruimte voor bijna de helft groen. Uitgangspunt voor het Marineterrein is dat het aantal bomen minimaal gelijk blijft en dat waardevolle bomen behouden blijven. Gestreefd wordt om zoveel mogelijk bomen te behouden of te verplanten. Ook de bomen in de straten zijn van grote betekenis voor de stad. Er zijn boomsoorten die daar prima groeien. De relatie met de breedte van de straten en de hoogte van de aangrenzende gebouwen, is hierbij echter erg belangrijk. Dit heeft ook zeker de aandacht. Het Marineterrein is in de toekomst niet de enige plek in dit deel van de stad waar extra verblijfsgroen toegevoegd wordt. Met de realisatie van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer komt er aan de Dijksgracht Oost op het spoorterrein bij het nieuwe woon- en werkgebied Oostenburg ongeveer 15.000 m2 groen beschikbaar. Amsterdam is met ProRail in gesprek om deze ruimte voor langere tijd in beheer te nemen en om te vormen tot een nieuw openbaar toegankelijk stadspark.

123

Ik wil graag dat: alle oude bomen blijven (heel belangrijk, bouw er maar omheen).

Dit vinden wij ook belangrijk. Tot op zekere A, B hoogte kan dit en doen we dat ook. Het uitgangspunt is dat het aantal bomen minimaal gelijk blijft en dat waardevolle bomen zoveel mogelijk blijven behouden. Maar alle bestaande bomen behouden kan niet. Dat komt doordat niet alle bestaande bomen op het terrein gezond zijn en een hoge levensverwachting hebben. Een aantal bestaande bomen kan worden verplant naar een andere locatie op het Marineterrein. Maar ook omdat er gebouwen bij moeten komen die nodig zijn voor een waardevol innovatiemilieu.

44

Beantwoording

Conclusie

Conclusies: A: Inspraakreactie was al opgenomen in de concept-NvU. B: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU. C: Inspraakreactie leidt wel tot een wijziging in de concept-NvU. D: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU en vraagt niet om een beantwoording. E: Inspraakreactie is niet van toepassing op de concept-NvU. Het onderwerp komt pas aan de orde in een latere planfase, het is te vroeg om daar nu antwoord op te geven.

58

Gemeente Amsterdam

Nr.

Inspraakreactie

Code

Beantwoording

Conclusie

124

Een andere reden van bezwaar betreft de kap van 75 volwassen bomen. Op het Marineterrein worden tenminste 75 bomen van het huidige volwassen bomenbestand gekapt. Van het gewenste grote STADSPARK van 5 hectare komt niets terecht: hetgeen in strijd is met de vastgestelde Groenvisie 2020-2050. Mede om deze reden tekenen wij bezwaar aan tegen de concept-NvU.

14, 15 en 16

Door het vrijkomen van een groot deel van het B huidige Defensieterrein neemt het totale oppervlak aan openbare ruimte voor de stad aanzienlijk toe. Van deze openbare ruimte wordt een groot deel groen ingericht. Uitgangspunt is dat het aantal bomen minimaal gelijk blijft en dat waardevolle bomen zoveel mogelijk behouden blijven. Waar bomen niet behouden of verplant kunnen worden, worden zij vervangen door nieuwe bomen. Aan de zijde van het Oosterdok is tevens een stadspark gepland van ongeveer 4,7 hectare. Omdat het Marineterrein in de toekomstige situatie grotendeels autovrij wordt, is er ook meer ruimte voor recreatie. De verblijfskwaliteit neemt toe en de gebruikswaarde van het groen wordt groter. Mede naar aanleiding van de inspraakreacties is het raamwerk aangepast, zodat er nog meer ruimte ontstaat voor het park. Het noordwestelijk deel van het park wordt vergroot door de sloop op termijn van gebouw 026 (voor de nummering van de gebouwen zie pagina 22 van de concept-NvU). Over de toekomstige inrichting van het park wordt in de volgende planfase nagedacht, met inbreng van de omgeving. In de vastgestelde Groenvisie 2020-2050 wordt het Marineterrein niet als zodanig benoemd.

125

Ik vind het van groot belang dat er op het Marineterrein ruimte blijft voor een losloop- of uitrenterrein voor honden. In het centrum is zo goed als geen hondvriendelijk groen.

11

Zie intro hoofdstuk Openbare ruimte, pagina 48.

D, E

59

Nota van Beantwoording inspraakreacties Marineterrein

Nr.

Inspraakreactie

126

Code

Beantwoording

Conclusie

In de huidige plannen zie ik geen aandacht 117 voor een belangrijke functie die het Marineterrein na de geleidelijke openstelling is gaan vervulling en dat is als terrein waar mensen hun hond uitlaten en op het helikopterveld met andere honden laten spelen. Er is in het centrum van Amsterdam een groot tekort aan hondenuitlaatplekken en hier is er spontaan één ontstaan, waardoor mensen vanuit de oostkant van het centrum van de wallen tot en met de Oostelijke Eilanden en ook de Kadijken samenkomen. Verschillende lagen van de bevolking komen, ook in deze corona-tijden, zo bij elkaar en slaan een brug naar elkaar door een praatje te maken over hun hond en zo verder. Ze worden zo sociaal naar elkaar, laten in noodgevallen de hond voor elkaar uit etc. Ik heb 2 jaar geleden iemand van de gemeente gesproken die op zoek was naar uitlaatplekken en daarom kwam kijken op het helikopterveld, maar in de plannen is dat niet tot uitdrukking gekomen. En de Voorwerf en de steiger zijn in de zomermaanden te druk om de hond uit te laten. Een aparte plek voor mensen met een hond, waar de beestjes kunnen spelen en de baasjes babbelen, moet er gewoon blijven op het terrein. De binnenstad heeft dat heel hard nodig. Het is veelzeggend dat in geen van de illustraties een hond is te zien!

Zie intro hoofdstuk Openbare ruimte, pagina 48.

D, E

127

Graag het helikopterveld op Marineterrein vrijhouden voor de honden. Er is al heel weinig plek en het is een sociale en fijne plek voor hondenbezitters

127, 128

Zie intro hoofdstuk Openbare ruimte, pagina 48.

D, E

128

Graag een uitren- en losloopgebied voor honden behouden! :)

130, 132, 133, 134, 135

Zie intro hoofdstuk Openbare ruimte, pagina 48.

D, E

129

Graag wil ik als honden- en bomenliefhebber dat u in uw concept-Nota van Uitgangspunten Marineterrein Amsterdam het volgende opneemt:

131

Zie intro hoofdstuk Openbare ruimte, pagina 48.

D, E

1. een ruim, afgebakend hondenspeelveld ter vervanging van het huidige helikopterterrein;

Conclusies: A: Inspraakreactie was al opgenomen in de concept-NvU. B: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU. C: Inspraakreactie leidt wel tot een wijziging in de concept-NvU. D: Inspraakreactie leidt niet tot een wijziging in de concept-NvU en vraagt niet om een beantwoording. E: Inspraakreactie is niet van toepassing op de concept-NvU. Het onderwerp komt pas aan de orde in een latere planfase, het is te vroeg om daar nu antwoord op te geven.

60

Gemeente Amsterdam

Nr.

Inspraakreactie

Code

130

Ik zou graag een voorstel doen om op het 51 Marineterrein in Amsterdam een rolschaatsbaan van internationaal niveau te ontwikkelen. De baan zou dan 40 x 70 m van omvang zijn. Met een tribune en een horecagedeelte. Ook zou er een nette parkeerplaats bij moeten komen. Graag doe ik hiervoor een ontwikkelingsvoorstel in een persoonlijk gesprek.

Beantwoording

Conclusie

Belangrijk onderdeel van de ontwikkeling van het Marineterrein is ruimte voor sport en bewegen. Het meest in het oog springende onderdeel daarvoor is het sportveld. Deze is bestemd voor zowel bezoekers als voor Defensie. Gezien het feit dat de ruimte voor sport in dit deel van de stad schaars is, is het uitgangspunt om die ruimte multifunctioneel in te richten, zodat er veel verschillende vormen van sport beoefend kunnen worden.

B, E

Zie intro hoofdstuk Openbare ruimte, pagina 46. De vraag of een rolschaatsbaan op internationaal niveau passend is bij het Marineterrein en bij het uitgangspunt van multifunctionaliteit, zal dan pas aan de orde komen. Verder zal het terrein autovrij worden, dus een parkeerplaats voor een rolschaatsbaan is niet te verenigen met dit uitgangspunt. 131

Er zijn mogelijkheden om nestkasten toe te passen voor gierzwaluwen, vleermuizen en de andere holenbroeders.

60

Bij de herontwikkeling van het Marineterrein D staan ecologie en natuurinclusiviteit hoog in het vaandel. Er zijn veel mogelijkheden om die te versterken in de openbare ruimte, maar ook op gebouwniveau. Daarvoor heeft de gemeente Amsterdam het handboek ‘Natuurinclusief Bouwen en Ontwerpen’ ontwikkeld.

9

Alle bestaande bomen op het Marineterrein zijn A in het verleden geïnventariseerd. Voor de Projectnota is de bomeninventarisatie geactualiseerd. Deze geactualiseerde inventarisatie is als bijlage bij de Projectnota gevoegd.

Graag vertel ik erover. Zie Facebook Gierzwaluwwerkgroep Amsterdam 132

Op het terrein staan vele grote bomen, die in de onderzoeksfase niet zijn geïnventariseerd op monumentaliteit. Doordat het Marineterrein lange tijd gesloten is geweest voor publiek heeft een dergelijke inventarisatie nooit eerder plaatsgevonden, maar dient dit voorafgaand aan de vaststelling van het stedenbouwkundig plan alsnog te gebeuren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13420079/1