A - 28 Grond en Ontwikkeling (22) 17. Bijlage PN 3b onderzoek bodem Marinete
Tekst van het document
Verkennend en nader bodemonderzoek Marineterrein Amsterdam Kattenburgerstraat 5 Amsterdam 12 april 2023
Kenmerk
R001-1282979RMH-V03-bko-NL
Verantwoording Titel
Verkennnend en nader bodemonderzoek Marineterrein Amsterdam
Opdrachtgever
Rijksvastgoedbedrijf
Projectleider
Erik Boscher
Auteur(s)
Roos Heistek en Cindy Bleeker-Manshanden
Uitvoering meet- en inspectiewerk
Marvin (M.) Soepijan, Pascal (A.P.) Spierings, Rene (R) de Vries, Arnold (W.M.) Tang, Floris (F) van Rijn, Roberto (R.) Fiorillo, Remco (R.J) Celie (certificaatnummer Tauw; K54913) en Luc (L.F.) Alt, Mark (M.T.) Murray, Lucas (L.) Francois, Hendry (H.C.M.M.) Gehlen en Albert (A.D.J.H.) Huitsing (certificaatnummer Sialtech: VB 059)
Projectnummer
1282979
Aantal pagina’s
73 (excl. bijlagen)
Datum
12 april 2023
Handtekening
Colofon TAUW bv Zekeringstraat 43g Postbus 20748 1001 NS Amsterdam T +31 20 60 63 22 2 E info.amsterdam@tauw.com
2/72
Kenmerk
R001-1282979RMH-V03-bko-NL
Inhoud Samenvatting .................................................................................................................................... 6 1
Inleiding ..................................................................................................................................... 7
2
Vooronderzoek .......................................................................................................................... 8 2.1
Situatie- en locatiegegevens .............................................................................................. 8
2.2
Samenvatting conclusies vooronderzoek Koenders & Partners 2018 ............................. 10
2.3
Actualiserend vooronderzoek ........................................................................................... 12
2.3.1
Uitgevoerde bodemonderzoeken op en nabij de onderzoekslocatie na maart 2018 12
2.3.2
PFAS-verdachtheid van de bodem ........................................................................... 14
2.3.3
Terreinverkenning ..................................................................................................... 14
2.4 3
Definiëring deellocaties binnen het onderzoeksgebied .................................................... 16
Veldonderzoek......................................................................................................................... 20 3.1
Veiligheid en kwaliteit ....................................................................................................... 20
3.2
Opzet en uitvoering van het onderzoek ........................................................................... 22
3.3
Uitgevoerde werkzaamheden .......................................................................................... 26
3.4
Resultaten veldonderzoek ................................................................................................ 30
3.4.1 4
Veldmetingen grondwater ......................................................................................... 31
Chemisch-analytisch onderzoek.............................................................................................. 33 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ................................................ 33
4.2
Deellocatie A: Aanvullend bodemonderzoek ................................................................... 34
4.2.1
Chemisch-analytisch onderzoek ............................................................................... 34
4.2.2
Beoordeling en interpretatie analyseresultaten ......................................................... 35
4.3
Deellocatie B: PFAS in bodem ......................................................................................... 38
4.3.1
Chemisch-analytisch onderzoek ............................................................................... 38
4.3.2
Beoordeling en interpretatie analyseresultaten ......................................................... 39
4.4
Deellocatie C: PAK in grondwater .................................................................................... 40
4.4.1
Chemisch-analytisch onderzoek ............................................................................... 40
4.4.2
Beoordeling en interpretatie analyseresultaten ......................................................... 40
4.5
Deellocatie E: Nader bodemonderzoek ........................................................................... 42
4.5.1
Chemisch-analytisch onderzoek ............................................................................... 42
4.5.2
Beoordeling en interpretatie analyseresultaten ......................................................... 45
Kattenburgerstraat 5 Amsterdam 3/72
Kenmerk
4.6
Deellocatie F: Wegverhardingen en -funderingen ............................................................ 50
4.6.1
Chemisch-analytisch onderzoek ............................................................................... 50
4.6.2
Beoordeling en interpretatie analyseresultaten ......................................................... 51
4.7
Deellocatie G: In de toekomst te bebouwen terreindeel (Het DOK) ................................. 52
4.7.1
Chemisch-analytisch onderzoek ............................................................................... 52
4.7.2
Beoordeling en interpretatie analyseresultaten ......................................................... 54
4.8
Deellocatie H: Nader bodemonderzoek ........................................................................... 59
4.8.1
Chemisch-analytisch onderzoek ............................................................................... 59
4.8.2
Beoordeling en interpretatie analyseresultaten ......................................................... 60
4.9
5
R001-1282979RMH-V03-bko-NL
Risicobeoordeling ............................................................................................................. 64
4.9.1
Beleid ........................................................................................................................ 64
4.9.2
Gebruikt risicomodel ................................................................................................. 64
4.9.3
Uitganspunten risicobeoordeling ............................................................................... 65
4.9.4
Uitgangspunten locatiespecifieke (stap 3) beoordeling............................................. 66
4.9.5
Resultaten risicobeoordeling ..................................................................................... 67
Conclusies en aanbevelingen.................................................................................................. 69 5.1
Conclusies ........................................................................................................................ 69
5.2
Aanbevelingen ................................................................................................................. 72
Bijlage 1
Regionale ligging onderzoekslocatie
Bijlage 2
Kadastrale kaart en registratie
Bijlage 3
Foto’s terreinverkenning
Bijlage 4
Kaart ligging gebouwen
Bijlage 5
Kaart met verdachte locaties
Bijlage 6
Ligging kabels en leidingen (KLIC)
Bijlage 7
Toetsingskader
Bijlage 8
Resultaten deellocatie A; Aanvullend bodemonderzoek
Bijlage 9
Resultaten deellocatie B; PFAS in bodem
Bijlage 10
Resultaten deellocatie C; PAK in grondwater
Bijlage 11
Resultaten deellocatie D; Brandstoftank
Bijlage 12
Resultaten deellocatie E; Nader bodemonderzoek
Bijlage 13
Resultaten deellocatie F; Wegverhardingen
Bijlage 14
Resultaten deellocatie G; In de toekomst te bebouwen terreindeel (Het DOK)
Kattenburgerstraat 5 Amsterdam 4/72
Kenmerk
R001-1282979RMH-V03-bko-NL
Bijlage 15
Resultaten deellocatie H; Nader bodemonderzoek
Bijlage 16
Rapportage risicobeoordelingen (Sanscrit)
Bijlage 17
Kaart met kwaliteit grond en grondwater (bolletjeskaart) inclusief resulaten Geofox
(17 april 2013)
Kattenburgerstraat 5 Amsterdam 5/72
Kenmerk
R001-1282979RMH-V03-bko-NL
Samenvatting
Onderzoekslocatie: Marineterrein perceel N 4420 en N3773
Type onderzoeken: Aanvullend vooronderzoek NEN 5725, verkennend bodemonderzoek NEN 5740/ARVO, asbest in puin NEN 5898, en nader onderzoek NTA5755 Aanleiding: voorgenomen onroerende zaaktransactie of uitgifte
Doelstelling: vaststellen huidige milieuhygiënische bodemkwaliteit
Op basis van de resultaten van het uitgevoerde onderzoek worden de volgende belangrijkste conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan: Uit het voor- en bodemonderzoek blijkt dat de ondergrond sterk heterogeen verontreinigd is met zware metalen. Deze verontreinigingen zijn niet te relateren aan bepaalde zintuiglijke waarnemingen aangezien deze in zowel de zintuiglijk schone als lagen met bodemvreemde materialen zijn aangetoond. Op basis van de resultaten van het bodemonderzoek wordt geconcludeerd dat met name de buitenrand binnen het onderzoeksgebied heterogeen verontreinigd is met zware metalen. De sterke verontreinigingen zijn te relateren aan de historische activiteiten op het Marineterrein. De bovengrond is over het algemeen licht tot matig verontreinigd met zware metalen (enkele spots uitgezonderd). Op basis van de aangetoonde PFAS gehalten in de boven- en ondergrond zijn bij het toepassen van de grond beperkingen in grondwaterbeschermingsgebieden (landelijk beleid). Volgens de beleidsregel van gemeente Amsterdam is de grond deels verontreinigd. In twee mengmonsters van de fundatie is asbest aangetoond. Dit betreft niet hechtgebonden chrysotiel en hechtgebonden chrysotiel. Het asbestgehalte overschrijdt niet de norm voor nader asbestonderzoek (> 50 mg kg ds).
Uit de analyseresultaten blijkt dat de geanalyseerde parameters voldoen aan de samenstellingswaarden uit het Besluit bodemkwaliteit. Bij deellocaties C en G zijn bij de voormalige teerloods verschillende minerale olie en PAK verontreinigingen in de ondergrond en het grondwater aangetoond. De aanwezige PAK en minerale olie verontreiniging is afgeperkt. Het geval van ernstige bodemverontreiniging voor de grond heeft een oppervlakte van minimaal 1.000 m2 en heeft een dikte van circa 1,6 meter. Het totale volume verontreinigde grond betreft daarom circa 1.600 m3. Met de huidige onderzoeksresultaten heeft het geval van ernstige bodemverontreiniging in het grondwater een oppervlakte van circa 1.900 m2 en heeft een dikte van circa 7,2 meter. Het totale volume verontreinigde grondwater betreft daarom circa 13.700 m3. Uit de risicobeoordeling blijkt dat spoedige sanering van deze verontreiniging bij toekomstig gebruik (wonen met siertuin) van de locatie niet noodzakelijk is. Wegens de aanwezige verhardingen en funderingen kon beperkt nader onderzoek plaatsvinden naar de sterke verontreiniging met PAK in het grondwater nabij het ketelhuis (deellocatie E, IX). Wij bevelen aan om het nader bodemonderzoek alsnog uit te voeren wanneer de verhardingen en funderingen zijn verwijderd.
Kattenburgerstraat 5 Amsterdam 6/72
Kenmerk
R001-1282979RMH-V03-bko-NL
1 Inleiding In opdracht van Rijksvastgoedbedrijf heeft TAUW een actualiserend vooronderzoek, verkennend en nader bodemonderzoek en een milieukundig verhardingsonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de kadastrale percelen bekend als Amsterdam sectie N 3773, 4420, 4421. De percelen zijn gelegen op de locatie Kattenburgerstraat 5 (Marineterrein) te Amsterdam Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 57251 (waarbij de onderzoeksaspecten voor aanleiding A zijn onderzocht) en de nadere eisen van het Rijksvastgoedbedrijf. Het bestaande uitgebreide vooronderzoek van Koenders en Partners uit 2018 is geactualiseerd naar de huidige situatie. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de ARVO2 en de NEN 57403. Het funderingsonderzoek naar asbest is uitgevoerd volgens de NEN 58974. Tevens heeft naar aanleiding van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek (aanwezigheid van één of meerdere vermoedelijke gevallen van ernstige bodemverontreiniging met PAK en minerale olie in grond en/of grondwater) een nader bodemonderzoek volgens de NTA 57555 plaatsgevonden. De aanleiding voor de uitvoering van het bodemonderzoek is de voorgenomen onroerende zaaktransactie of uitgifte. Het doel van het verkennend onderzoek is om te bepalen of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en verhardingen een belemmering vormt voor de voorgenomen transactie en het toekomstige gebruik.
Het doel van het nader onderzoek is het bepalen van de aard en omvang van de verontreinigingen voor minerale olie en PAK, teneinde te bepalen of er sprake is van één of meerdere gevallen van ernstige bodemverontreiniging in grond en grondwater. Naar aanleiding van de resultaten van het nader onderzoek kan worden bepaald of er potentiële risico’s zijn voor het (toekomstige) gebruik van de locatie. Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft de resultaten van het vooronderzoek. Op basis van de conclusies uit het vooronderzoek is de definitieve invulling van het verkennend bodemonderzoek en zijn de onderliggende onderzoekshypotheses vastgesteld. In hoofdstuk 3 zijn de uitgevoerde veldwerkzaamheden alsmede de veldwaarnemingen beschreven. Het chemisch-analytisch onderzoek (inclusief resultaten en interpretatie) van de verschillende deellocaties zijn in hoofdstuk 4 opgenomen. De interpretatie van het gehele onderzoek, alsmede de conclusies en aanbevelingen zijn beschreven in hoofdstuk 5.
1
NEN 5725: Bodem - Landbodem - Strategie bij het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017 ARVO 2020 Amsterdamse Richtlijn voor Verkennend Onderzoek; 26 mei 2020 3 NEN 5740: Bodem - Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, januari 2009/A1:2016 4 NEN5897+C2: Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopaval en recyclinggranulaat, 2017 5 NTA 5755 –Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek – Onderzoek naar de aard en omvang van de bodemverontreiniging, NEN, juli 2010
2
Kattenburgerstraat 5 Amsterdam 7/72
Kenmerk
R001-1282979RMH-V03-bko-NL
2 Vooronderzoek 2.1
Situatie- en locatiegegevens
De onderzoekslocatie is gelegen aan Kattenburgerstraat 5 te Amsterdam. Het Marineterrein heeft een oppervlakte van circa 150.000 m2 en is momenteel in gebruik als kazerneterrein met bijbehorende faciliteiten. Zuidwestelijk van de locatie bevindt zich het Scheepvaartsmuseum. Het zuidwestelijke gebied van de locatie heeft een publieke recreatieve functie. Hierbinnen zal mogelijk circa 52.000 m2 worden herontwikkeld voor woningbouw (Het DOK: zie witte contour). Aan de oostzijde zal een gedeelte van het kazerneterrein worden gehandhaafd (rode en groene contour ca. 25.000 m2, figuur 1) en valt buiten de scope van dit onderzoek. Het bodemonderzoek richt zich op een gebied van 105.000 m2 (zie zwarte contour).
Figuur 2.1 Overzicht onderzoekslocatie (In zwart is de locatiecontour weergegeven)
In bijlage 1 is de regionale ligging van de onderzoekslocatie opgenomen. In de onderstaande tabel 2.1 zijn de belangrijkste kenmerken van de locatie weergegeven.
Kattenburgerstraat 5 Amsterdam 8/72
Kenmerk
R001-1282979RMH-V03-bko-NL
Tabel 2.1 Algemene gegevens onderzoekslocatie Algemene gegevens Adres
Kattenburgstraat 5
Postcode - plaats
1018 JA Amsterdam
Kadastrale gegevens (www.kadaster.nl)
N 4420 en N 3773
RD-coördinaten (X/Y)
N 4420; X:122953 - Y:487439 N 3773; X:122740 - Y:487532
Oppervlakte m2 Verhardingssituatie m
Circa 150.000 m2 2
Circa 25% bebouwd, 35% klinkers, 5% betonplaten, 35% groen
Bebouwing
Ja
Huidig gebruik
Kazerneterrein, zuidwestelijk deel heeft een publieke recreatieve functie
Toekomstig gebruik
woningbouwen deels publiekelijk recreatief
Voormalig historisch gebruik
Scheepswerf, opleidingscentrum voor de marine en goederenopslag.
Gebruik conform circulaire bodemsanering
Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie
Huidige eigenaar
De staat (Rijksvastgoedbedrijf)
Toekomstige eigenaar
onbekend
Publiekrechtelijke beperking
Kennisgeving, vordering, bevel of beschikking, Wet Bodembescherming, Erfgoedwet
Archeologische waarden verwacht*
Voor het gehele plangebied geldt de wettelijke
https://maps.amsterdam.nl/archeologie/
meldingsplicht. Dit houdt in dat ook in geval geen
https://www.amsterdam.nl/kunst-
archeologisch vervolgonderzoek is vereist en toch
cultuur/monumenten/publicaties/amsterdamse/69-marine/
bodemvondsten ouder dan vijftig jaar worden
Rapport Marine Etablissement Amsterdam, Inventariserend
aangetroffen dit aan Bureau Monumenten en
Veldonderzoek Kattenburgerstraaat, Amsterdam (2012)
Archeologie wordt gemeld, zodat in overleg met de opdrachtgever maatregelen getroffen worden tot documentatie en berging van vondsten. Op het Marineterrein zijn 4 beleidszones opgesteld die staan uitgelegd in het desbetreffende archeologisch rapport
Exoten (gemeente Amsterdam)
Onverdacht op Japanse duizendknoop
Verdacht op Niet Gesprongen Explosieven (NGE)*
Onverdacht
https://data.amsterdam.nl/data/geozoek * Geen verplicht onderdeel vanuit de NEN 5725
De kadastrale kaart en eigendomsinformatie is opgenomen in bijlage 2.
Kattenburgerstraat 5 Amsterdam 9/72
Kenmerk
2.2
R001-1282979RMH-V03-bko-NL
Samenvatting conclusies vooronderzoek Koenders & Partners 2018
Op de locatie is in 2018 een uitgebreid vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725 met kenmerk 180017, d.d. 16.03.18 opgesteld door Koenders & Partners. Het vooronderzoek heeft zich gericht op het gehele Marineterrein van circa 150.000 m2. De adviezen zijn in paragraaf 2.4 (definiëring verdachte deellocaties) weergegeven. De conclusies uit het rapport zijn hieronder weergegeven. In de eind jaren 80 en begin jaren 90 van de vorige eeuw heeft er een uitgebreid historisch vooronderzoek plaatsgevonden met betrekking tot het gehele terrein en zijn de voormalige bodembedreigende bedrijfsactiviteiten in beeld gebracht. Aansluitend is bodemonderzoek uitgevoerd naar de algemene bodemkwaliteit van het terrein. Tevens zijn in een groot aantal
onderzoeken de puntbronnen onderzocht, waaronder alle bekende brandstoftanks Het Marineterrein is in de periode van 1650 tot en met 1915 intensief gebruikt als scheepswerf met alle hieraan gelieerde activiteiten. De scheepswerf is in de 17e eeuw aangevangen in de zone parallel aan de Kattenburgerstraat. De buitenrand langs de Dijksgracht is in de loop van de 18e en 19e eeuw verder opgehoogd met verontreinigd baggerslib uit de grachten en vanaf medio 19e eeuw in gebruik genomen als scheepswerf.
Als gevolg hiervan is een historisch belaste (verontreinigde) ophooglaag aanwezig langs de (voormalige) buitenranden van het Marineterrein Het voormalige centraal gelegen natte dok is in de jaren zestig van de vorige eeuw gedempt met voornamelijk relatief schoon zand. In dit relatief schone dempingsmateriaal zijn echter plaatselijk wel matige tot en met sterke verontreinigingen aangetoond. De kwaliteitsverschillen binnen het centrale terreindeel zijn waarschijnlijk gerelateerd aan verschillen in de kwaliteit van het toegepaste dempingsmateriaal, alsmede aan bouw- en sloopwerkzaamheden en bedrijfsactiviteiten gedurende de periode dat de locatie is gebruikt als kazerneterrein. Bij eerdere bodemonderzoeken en op bodemkwaliteitskaarten van het terrein (d.d. jaren 90 van de vorige eeuw) is het beeld geschetst dat de bodem ter plaatse van het centrale terreindeel schoon is. Dit beeld is niet correct. Dit terreindeel is schoner dan de buitenranden van het terrein. Wel is er sprake van diffuus heterogene verontreinigingen in verschillende gradaties;
Omstreeks 1994 heeft een grootschalige reconstructie plaatsgevonden van de wegen, inclusief de aanwezige kabels en leidingen (project renovatie van de ondergrondse infrastructuur en verhardingen). Hierbij is de meeste uitgekomen grond niet geschikt bevonden voor hergebruik, op basis van de aanwezige puinbijmengingen, al dan niet in combinatie met aan het puin gerelateerde grondverontreiniging met zware metalen en PAK. De ontgravingen zijn na aanleg van de ondergrondse infrastructuur aangevuld met “schoon zand”. Alleen ter plaatse van fase I, aan de westzijde van het Marineterrein, is uitgekomen grond gedeeltelijk teruggeplaatst. Dit heeft mede te maken met veranderende wetgeving voor hergebruik van grond tussen 1992 en 1994
Ter plaatse van het terrein zijn diverse boven- en ondergrondse brandstoftanks geregistreerd. De meeste tanklocaties zijn aantoonbaar onderzocht. Ter plaatse van diverse tanklocaties hebben bodemsaneringen plaatsgevonden. Waarschijnlijk zijn alle buitengebruik geraakte tanks verwijderd. Voor zover herleidbaar zijn er nog vijf brandstoftanks in gebruik, waarvan twee (bij gebouw 001 een tank van 1 m3 en bij gebouw 004 een tank van 6 m3) op de huidige onderzoekslocatie. Indien de nog in gebruik zijnde tanklocaties buiten gebruik worden gesteld, dienen de tanks en het bijbehorend leidingwerk te worden verwijderd. Voorafgaand aan een tanksanering dient een eindsituatie bodemonderzoek te worden uitgevoerd (conform Wet milieubeheer)
Kattenburgerstraat 5 Amsterdam 10/72
Kenmerk
R001-1282979RMH-V03-bko-NL
Uit de in het verleden uitgevoerde bodemonderzoeken wordt afgeleid dat in de bovengrond tot en met circa 0,5 m -mv over het algemeen lichte tot en met matige verontreinigingen zijn aangetoond met de onderzochte parameters. Incidenteel zijn in de bovengrond sterke verontreinigingen vastgesteld
In de ondergrond is er over het algemeen sprake van diffuse lichte tot en met sterke verontreinigingen met zware metalen en PAK, die niet kunnen worden teruggevoerd op een specifieke bron. Kenmerkend voor een diffuse verontreiniging is dat deze zich in een groot gebied voordoet in wisselende concentraties, waardoor geen contouren kunnen worden getrokken rond kernen met bodemverontreiniging. De verontreinigingsgraad ter plaatse van de voormalige werven en dijk langs de Dijkgracht is gemiddeld hoger dan op het
middenterrein Centraal op het terrein zijn op een diepte van 6,0-6,25 m -mv sterke verontreinigingen vastgesteld met minerale olie en zware metalen. Deze verontreiniging is vermoedelijk gerelateerd de aanwezigheid van een oude sliblaag. Mogelijk is deze verontreinigde sliblaag in een groter gebied aanwezig In de bovengrond zijn incidenteel fragmenten asbesthoudend plaatmateriaal aangetroffen. Op basis van de resultaten van de uitgevoerde bodemonderzoeken naar asbest is geconcludeerd dat de aangetoonde asbestgehaltes lager zijn dan de interventiewaarde en restconcentratienorm van 100 mg/kg ds gewogen. Derhalve is er formeel geen sprake van
bodemverontreiniging met asbest. Het terrein is voldoende onderzocht op verontreiniging met asbest In het grondwater zijn over het algemeen maximaal lichte verontreinigingen met de onderzochte parameters aangetoond. Incidenteel zijn sterk verhoogde gehaltes aan minerale olie vastgesteld. Door Geofox-Lexmond is geadviseerd om het grondwater ter plaatse van de oude scheepswerf aanvullend te onderzoeken op PAK. Dit in verband met de aangetoonde sterke verontreinigingen met PAK in de ondergrond en het gebruik van teerhoudende producten op de werf. De ervaring leert echter dat PAK-verontreiniging over het algemeen niet tot weinig mobiel zijn in het grondwater. Wij adviseren om bij toekomstige herontwikkelingen het grondwater ter plaatse van de voormalige teerloods en de voormalige olie- en pekstokerij, alsmede ter plaatse van de oude werf parallel aan de Kattenburgerstraat te analyseren op PAK
Op basis van het uitgevoerd onderzoek is geconcludeerd dat in de ondergrond ter plaatse van de voormalige scheepswerf (terrein rondom het voormalige natte dok) sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met zware metalen en PAK. De bodemverontreiniging met PAK (teer) en metalen in de ondergrond is waarschijnlijk het sterkst ter plaatse van de vroegere scheepshellingen, de bergplaatsen voor teer en brandstoffen en de gieterijen/smederijen
De verontreinigingen zijn veroorzaakt vóór 1987. Derhalve betreft het een historisch geval van ernstige bodemverontreiniging. Bij gelijkblijvende situaties worden dergelijke verontreinigingen in algemene zin alleen gesaneerd bij herontwikkeling of op eigen initiatief van de eigenaar
De verschillende deellocaties worden nader in hoofdstuk 2.4 uitgewerkt.
Kattenburgerstraat 5 Amsterdam 11/72
Kenmerk
2.3
R001-1282979RMH-V03-bko-NL
Actualiserend vooronderzoek
2.3.1 Uitgevoerde bodemonderzoeken op en nabij de onderzoekslocatie na maart 2018 Op en nabij de locatie zijn de volgende bodemonderzoeken bekend van na het opgestelde vooronderzoek van Koenders en Partners in maart 2018: Tabel 2.2 Uitgevoerde bodemonderzoeken en samenvatting Naam onderzoek
Korte samenvatting
Onderzoeksbureau;
Verkennend
In de matig beton- en baksteenhoudende zandige
BK ingenieurs;
bodemonderzoek
ondergrond (traject 0,7 – 1,0 m -mv) zijn
181994; 24 juli 2018
Kattenburgerstraat 7 te
sterk verhoogde gehalten koper, lood en zink en licht
Amsterdam
verhoogde gehalten cadmium, kobalt, kwik, PAK, PCB
kenmerk; datum
en minerale olie aangetoond. Visueel is geen asbest Locatie: Kunstgrasveld
verdacht materiaal aangetroffen op het maaiveld en in de opgeboorde grond.
Verkennend
De ondergrond bij de tanklocatie is licht verontreinigd met
Vink; P19M0059; 25
bodemonderzoek 2
PCB. De grondlaag vanaf het maaiveld tot 1 m -mv bij de
juni 2019
ondergrondse tanks,
vulpuntenbak is licht verontreinigd met PAK en PCB;
Kattenburgerstraat 7 te
In het grondwater is geen verontreinigingen aangetoond.
Amsterdam Het vermoeden bestaat dat de ondergrondse tank niet Locatie: BOS-pomp
correct is gesitueerd op de overzichtstekening. Er heeft geen
gelegen op het MEA-
onderzoek plaatsgevonden ter plaatse van het grootste deel
terrein
van de locatie van de verdachte activiteit. Daarnaast heeft er geen onderzoek plaatsgevonden naar de restverontreiniging met minerale olie.
Rapport verkennend en
Repac funderingslaag ter plaatse van BOS-pomp:
KP adviseurs;
eindsituatie
In de puinfunderingslaag onder de verhardingslaag is
190561-B01; 12
bodemonderzoek
geen asbest aangetoond;
november 2019
Het funderingsmateriaal komt indicatief voor hergebruik als Locatie: Gebouw 008 en
niet-vormgegeven bouwstof in aanmerking;
BOS-pomp gelegen op
Bodem:
het MEA-terrein
Er is geen asbest in de grond aangetoond; In de bovengrond is plaatselijk een licht verhoogd gehalte aan kwik aangetoond. Tevens zijn licht verhoogde gehaltes aan PFOA en PFOS vastgesteld ten opzichte van de detectielimiet; In de ondergrond zijn licht verhoogde gehaltes aan kwik, PAK, PCB en/of minerale olie aangetoond; In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties aangetoond met xylenen of tetrachlooretheen.
Rapport actualiserend
Funderingslaag:
KP adviseurs;
verkennend
200466-B01; 13
bodemonderzoek
november 2020
Kattenburgerstraat 5 Amsterdam 12/72
Kenmerk
R001-1282979RMH-V03-bko-NL
Naam onderzoek
Korte samenvatting
Onderzoeksbureau; kenmerk; datum
In de (puin)funderingslaag is zowel zintuiglijk als analytisch Locatie:
geen asbest aangetoond; De fundering komt indicatief voor
Binnenveld en
hergebruik als niet-vormgegeven bouwstof in aanmerking;
buitengebied
Bodem:
omloopbaan
Er is geen asbest aangetoond.
Marine Etablissement
In de bovengrond zijn over het algemeen maximaal lichte verontreinigingen aangetoond. Incidenteel zijn sterke verontreinigingen met enkele zware metalen vastgesteld; In de ondergrond is sprake van diffuse (lichte tot en met sterke) verontreinigingen met zware metalen en incidenteel met PAK, die niet kunnen worden teruggevoerd op een specifieke bron; In de meest verdachte bodemlagen zijn (minimaal) verhoogde gehaltes aan enkele PFAS-verbindingen aangetoond. De grond is echter herbruikbaar op basis van het tijdelijk handelingskader PFAS en op basis van het lokale PFAS-beleid van gemeente Amsterdam;
Verkennend
In de boven- en ondergrond zijn licht verhoogde gehalten
Stantec; M18B0069;
bodemonderzoek
zware metalen, PAK en PCB gemeten.
15 januari 2019
ARVO bodem- en
In het funderingsmateriaal van het fietspad is analytisch
Stantec;
verhardingsonderzoek
asbest aangetoond in gehalten onder de grenswaarde voor
M19a0355.r01.doc;
Kattenburgerstraat te
nader onderzoek.
28 januari 2020
Amsterdam
In de bodem is zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest
Kabel- en leidingtracé ter plaatse van Kattenburgerstraat 7 te Amsterdam Locatie Kattenburgerstraat
aangetoond. De bodem is niet verontreinigd met asbest. Locatie
Licht tot sterk verhoogde gehalten koper, lood, zink en PAK
Kattenburgerstraat
en licht verhoogde gehalten overige zware metalen, PCB en minerale olie. PFAS is verhoogd aangetoond. In monster B01-1PF is PFOS conform het beleid Amsterdam sterk verhoogd aangetoond. GenX is niet boven de detectielimiet gemeten
Afperkend PFAS
PFAS is in zowel de boven- als ondergrond in gehalten
Stantec;
onderzoek
boven de detectielimiet aangetoond. Conform het beleid
M19a0355.e01.doc;
Kattenburgerstraat te
Amsterdam is de grond verontreinigd met PFAS. Voor geen
14 februari 2020
Amsterdam
van de monsters is sprake van een overschrijding van de interventiewaarde.
Locatie Kattenburgerstraat
Kattenburgerstraat 5 Amsterdam 13/72
Kenmerk
R001-1282979RMH-V03-bko-NL
Momenteel bevindt zich nog één bovengrondse tank (1.000 l.) op de onderzoekslocatie, ter plaatse van gebouw 001. De twee tanks bij gebouw 004 zijn op 24-04-2020 en 01-05-2020 gesaneerd (zaaknummers z9580156 enz9592323). 2.3.2 PFAS-verdachtheid van de bodem Op/nabij de onderzoekslocatie zijn terreindelen aanwezig die de bodem verdacht maken voor PFAS verbindingen als gevolg van puntbronnen6. Uit eerdere onderzoeken blijkt wel dat het voormalig ketelhuis (deellocatie IX; zie ook hoofdstuk 2.4) in het verleden werd gebruikt ten behoeve van brandoefeningen, waarbij mogelijk is geoefend met blusschuim. Daarnaast is op en nabij de locatie op verschillende locaties (minimaal) verhoogde gehalten van PFAS aangetoond. Op basis van het handelingskader PFAS wordt de kans op het vrijkomen van PFAS in de bodem als gevolg van puntbronnen bij het Ketelhuis (deellocatie IX) groot geacht. De bovengrond en diepere geroerde bodemlagen zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS7. Op basis van het vooronderzoek kan hiervan gemotiveerd worden afgeweken als de betreffende bodemlaag evident onverdacht is op het voorkomen van PFAS, bijvoorbeeld in geval van diepere ongeroerde bodemlagen onder de grondwaterspiegel of een slecht doorlatende bodemlaag.
De bodem van de onderzoekslocatie locatie is diffuus verdacht voor PFAS in de bovengrond. De locatie ligt in een gebied met gebiedspecifiek beleid voor PFAS. 2.3.3 Terreinverkenning Op 14 en 20 december 2021 is door Marvin Soepijan, Roos Heistek & Cindy Bleeker een terreinverkenning uitgevoerd. De terreinverkenning heeft tot doel het verifiëren van de resultaten van het vooronderzoek, het identificeren van eventuele verdachte activiteiten welke niet uit het archiefonderzoek zijn gebleken en het vaststellen van de mogelijkheden en beperkingen van fysiek bodemonderzoek. In bijlage 3 zijn de kaart met de resultaten van de terreinverkenning, fotopunten met richting en de nummers van de gebouwen opgenomen. De foto’s van de terreinverkenning zijn opgenomen in bijlage 3. Bebouwing (zie bijlage 4) Op de onderzoekslocatie zijn 18 panden aanwezig. Hiervan wordt een deel gebruikt voor recreatie en een deel is in gebruik voor defensiedoeleinden. Op het defensieterrein is het niet mogelijk om de gebouwen 26, 28, 29 en 30 te betreden en (proef)boringen uit te voeren voor onderzoek.
6
Op basis van tabel 1 handelingskader PFAS, handelingskader PFAS, Expertisecentrum PFAS, 25 juni 2018 Kamerbrief bij Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 8 juli 2019 7
Kattenburgerstraat 5 Amsterdam 14/72
Kenmerk
R001-1282979RMH-V03-bko-NL
Ter plaatse van gebouw 40 (Marineterrein) werden aan de zuidkant chemicaliën opgeslagen (circa 1 m2). De chemicaliën waren veelal schoonmaakmiddelen en voor de werkzaamheden bij de voormalige auto(hobby)garage in gebouw 40. De opslag was ten tijden van de terreinverkenning leeg. Aan de voorkant van gebouw 30 en 20/018 worden zuren basen (schoonmaakproducten) en olie opgeslagen voor de kantine (foto’s 048 t/m 051). Aan de buitenkant van gebouw 20/018 zijn containers voor o.a. emulsie olie aanwezig (foto 051). Gebouw 022 op het openbare terrein betreffen verschillende blauwe containers die in het verleden gebruikt werden als schietbaan (foto’s 34, 35 en 36). In de gebouwen zijn geen kruipruimtes aanwezig. Indien deze wel aanwezig waren lag er een massieve betonnen vloer onder. Een uitzondering hierop is gebouw 024. Tanks Ter plaatse van gebouw 001 is een kleine 1.000 l. bovengrondse tank aanwezig. Deze staat aan de zuidkant van het gebouw (zie foto’s 55, 56 en 57). In voorgaande tekeningen stond deze aan de westkant van het gebouw ingetekend. Onder de tank is geen lekbak aanwezig. Wel loopt er een ondergrondse tunnel onder de tank door, hierdoor zal het hoogstwaarschijnlijk niet mogelijk zijn om een peilbuis te plaatsen.. Ter plaatse van voormalig gebouw 004 zijn geen aanwijzingen van de voormalige tanks aangetroffen.
Toegangswegen Alle toegangswegen op de onderzoekslocatie bestaan uit klinkers. Onder de klinkers is een harde funderingslaag. Handmatig is het lastig vast te stellen wat de dikte van deze laag is. Op het openbare terrein zijn de toegangswegen beperkt voor motorverkeer door middel van paaltjes op de weg, na aanmelding is het mogelijk met motorverkeer het terrein te betreden. Het openbare deel is te voet vrij toegankelijk. Het defensieterrein wordt afgesloten door een slagboom en controlepost. Parkeerplaatsen De parkeerplaats tussen gebouw 028, gebouw 029 en gebouw 030 en de parkeerplaats aan de weg nabij gebouw 040 bestaan net als de toegangswegen uit klinkers. De parkeerplaats direct grenzend aan gebouw 040 bestaat uit betonplaten. De parkeerplaats tussen gebouw 026 en gebouw 040 bestaat hoofdzakelijk uit betonplaten, maar heeft tussen de betonplaten ook een aantal rijen klinkers liggen. Japanse duizendknoop Tijdens de terreinverkenning zijn geen waarnemingen gedaan van de Japanse duizendknoop. Daarnaast bleek na rondvraag bij de beheerders van het openbare gedeelte en het Marineterrein dat er geen Japanse duizendknoop is aangetroffen.
Kattenburgerstraat 5 Amsterdam 15/72
Kenmerk
R001-1282979RMH-V03-bko-NL
De grasvelden en het sportveld Op de onderzoekslocatie zijn twee grasvelden en één sportveld te vinden. Het sportveld bevindt zich binnen het huidige defensieterrein. Doordat het sportveld ten tijde van het onderzoek in gebruik is voor sportdoeleinden is het niet toegestaan om met een geoprobe het grasveld te betreden. Geplaatste peilbuizen moeten worden afgewerkt onder de grasmat. Naast het sportveld en gebouw 034 is kunstgras aanwezig. Hier kan derhalve niet geboord worden. Tussen gebouw 002 en gebouw 006 is een grasveld waarvan het veld opnieuw is ingericht en het gras net opnieuw gezaaid is. Ook daar is het niet toegestaan om met een geoprobe te boren. Het grootste grasveld bevind zich tussen gebouw 026, gebouw 039 en gebouw 040. Op dit grasveld is een helikopterplatform te vinden. Naast het helikopterplatform is een stadverwarming gesitueerd op ongeveer 0,3 m -mv. Tussen gebouw 026 en gebouw 040 is een talud te vinden welke net als het veld zelf begroeid is met gras. Ten noorden van het talud is een parkeerplaats te vinden. De bodemopbouw Uit proefboringen blijkt dat onder de toegangswegen een harde (puin) laag aanwezig is. Deze laag varieert van zeer sterk puin tot puin, maar is overwegend puin. Na het boren met een machinale Makita-boor blijkt dat deze harde laag ongeveer 0,2 á 0,3 m dik is en loopt tot ongeveer 0,7 m -mv.
Onder de laag ligt op veel plaatsen puinhoudend ophoogmateriaal. Op de meeste plekken waar beplanting groeit is geen verhardingslaag aanwezig. De bovengrond bestaat voornamelijk uit zand. Op de parkeerplaats direct grenzend aan gebouw 31 is tijdens een proefboring een olieachtige substantie waargenomen in de ondergrond.
2.4
Definiëring deellocaties binnen het onderzoeksgebied
Op basis van het vooronderzoek zijn de volgende deellocaties op de onderzoekslocatie aanwezig:
Deellocatie A: Aanvullend bodemonderzoek Het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de bebouwing tot 2,0 m -mv conform de ARVO 2020. Waar mogelijk dient ook inpandig bodemonderzoek plaats te vinden (alleen ter plaatse van gebouw 024). Ten tijde van de veldwerkzaamheden kon hier echter geen boring geplaatst worden wegens het actieve gebruik van het pand. Deellocatie B: PFAS in bodem
Het vaststellen van de eventuele aanwezigheid van PFAS in de bodem tot 1,0 m -mv Deellocatie C: PAK in grondwater Aanvullend onderzoek PAK in grondwater ter plaatse van de teerloods, voormalige olie en
pekstokerij en de oude werven aan de zuidzijde van het gebied. Deellocatie D: Brandstoftank Het verifiëren van de huidige status van bekende boven- en ondergrondse tanks (aanwezig /
verwijderd / gesaneerd). Uit het vooronderzoek is al reeds gebleken dat alleen ter plaatse van gebouw 001 een bovengrondse tank van 1.000 l. aanwezig is. Deellocatie E: Nader bodemonderzoek (zie ook tabel 2.3) Het vermoeden bestaat dat de ondergrond sterk heterogeen verontreinigd is met zware metalen. De meeste verontreinigingen zijn al reeds in kaart gebracht. Een aantal locaties zijn echter nog niet (nader) onderzocht. In de diverse bodemrapporten wordt nader onderzoek aanbevolen naar aangetroffen spots met verontreiniging.
Kattenburgerstraat 5 Amsterdam 16/72
Kenmerk
R001-1282979RMH-V03-bko-NL
Deellocatie F: Wegverhardingen en -funderingen Het vaststellen van de indicatieve hergebruiksmogelijkheden van aanwezige wegverhardingen en funderingsmateriaal waar dit in het verleden nog niet is gedaan en dit praktisch mogelijk is.
Deellocatie G: In de toekomst te bebouwen terreindeel (Het DOK) Het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit van 2,0 tot 4,0 m -mv conform de ARVO 2020, op delen van het terrein waar dit in het verleden nog niet is gedaan en dit praktisch mogelijk is. Waar mogelijk dient ook inpandig bodemonderzoek plaats te vinden.
Op basis van het vooronderzoek uit 2018 is de gehele locatie voldoende onderzocht op het voorkomen van asbest. Op enkele locaties is asbest in de bodem aanwezig, maar de concentraties zijn lager dan de interventiewaarde of voor verkennend onderzoek 0,5 x de interventiewaarde. In onderhavig onderzoek is dus geen onderzoek naar asbest in bodem conform de NEN 5707 uitgevoerd. Tabel 2.3 Deellocatie E; deelgebieden en omschrijving verontreinigingslocaties (voor ligging zie bijlage 5) Deelgebied
Omschrijving verontreinigingssituatie
Bron
I.
Op de locatie is sprake van sterke verontreinigingen met
(12) Oriënterend
lood en koper in de grond tot ca. 1,0 m -mv. De
bodemonderzoek op de
verontreinigingen zijn gerelateerd aan het gebruik als
schietbaan Marinekazerne te
schietbaan.
Amsterdam, Grontmij, kenmerk 3601.BWT/MS, juli 1992.
II.
In de puinhoudende bovengrond zijn matige
(14) Aanvullend
verontreinigingen met lood aangetroffen. Thans onbekend of
bodemonderzoek fase 1,
deze locaties reeds gesaneerd zijn.
Haskoning, kenmerk, 8912.A0911.FO/R001 /CJ/DA, april 1994 (concept).
III.
In de ondergrond zijn sterke verontreinigingen met koper,
(50) Verkennend
lood en zink aangetoond vanaf minimaal 1,4 m -mv. De
bodemonderzoek MEA terrein te
verticale en horizontale omvang van deze verontreiniging is
Amsterdam Nieuwbouwlocatie
onbekend.
Gebouw 027, Geofox-Lexmond bv, projectnummer 20142148/EBOE, 12 maart 2015.
IV.
Sterke verontreiniging met minerale olie in de grond tot ca.
(46) Bodemonderzoek gebouw
1,5 m -mv. In het grondwater zijn ten hoogste lichte
027 25G30 MEA Marinecomplex
verontreinigingen met minerale olie en aromaten aanwezig.
Kattenburgerstraat 7
De omvang van de verontreiniging is thans onbekend.
Amsterdam, Ambiente Nederland BV, kenmerk MD0010, 17 mei 2010.
V.
Uit het vooronderzoek blijkt dat deellocatie V al reeds
(29) Saneringsevaluatie
voldoende is onderzocht en de tanks zijn gesaneerd in 2020.
bodemsanering BOS-pomp Marinekazerne, Oranjewoud, kenmerk
Kattenburgerstraat 5 Amsterdam 17/72
Kenmerk
Deelgebied
R001-1282979RMH-V03-bko-NL
Omschrijving verontreinigingssituatie
Bron 4604-92341, 27 mei 1998; Omgevingsdienst Noordzeekanaal gebied
VI.
Bij een sanering is ontgraven tot civieltechnisch bepaalde
(26) Evaluatierapport inzake de
einddiepten (onderzijde te realiseren
sanering van “De Voorwerf”
vloeren). Er is tevens een spot met sterke
Marinekazerne te Amsterdam,
kwikverontreiniging verwijderd ter plaatse van de te
Oranjewoud, projectnummer
realiseren aanbouw. Onder gebouw 003 zijn plaatselijk
4604-89314, 15 mei 1997.
sterke restverontreinigingen achtergebleven met koper en lood, alsmede matige verontreiniging met minerale olie. Deze verontreinigingen zijn geïsoleerd door de nieuwe vloeren.
Kattenburgerstraat 5 Amsterdam 18/72
Kenmerk
VII.
R001-1282979RMH-V03-bko-NL
Aangetroffen sterke verontreiniging met minerale olie in
(48) Bodemonderzoek (asbest
het grondwater. Omvang onbekend, maar verwachting is
en klassieke parameters),
dat het een beperkte verontreiniging betreft. Tevens
MEA-terrein,
wordt geadviseerd aanvullend onderzoek naar PAK in
Kattenburgerstraat 7 te
grondwater uit te voeren.
Amsterdam, Geofox-Lexmond bv, projectnummer 2012593/RSME, 17 april 2013.
VIII.
Verontreinigingen met koper en PAK die de tussenwaarde
(21) Verkennend
overschrijden. Gerelateerd aan bodemvreemde
bodemonderzoek 2
bijmengingen in de grond tot maximaal 3,0 m- mv. Het
nieuwbouwlocaties op het
grondwater is niet significant verontreinigd.
MKAD te Amsterdam, Oranjewoud, projectnummer 4604-89995, 3 juli 1996.
IX.
X.
Verontreiniging met minerale olie in het grondwater nabij een
(9) 2e fase nader onderzoek
voormalig ketelhuis. Het is onbekend of deze locatie is
ketelhuis en omgeving
gesaneerd. De locatie is tevens verdacht op het voorkomen
Marinekazerne te Amsterdam,
van een verontreiniging met PFAS als gevolg van het
Chemielinco,
gebruik van verdacht blusschuim (in verband met
projectnummer 91167, 20
brandoefeningen).
november 1991.
Verontreiniging met metalen en PAK in de bodemlaag van
(9) 2e fase nader onderzoek
0,5 tot 2,0 m -mv. als gevolg van sloopafval
ketelhuis en omgeving Marinekazerne te Amsterdam, Chemielinco, projectnummer 91167, 20 november 1991.
XI.
Centraal op het terrein zijn op een diepte van 6,0-6,25 m-mv
(49) Bodemonderzoek (asbest
sterke verontreinigingen vastgesteld met minerale olie en
en klassieke parameters), MEA-
metalen. Deze verontreiniging is vermoedelijk gerelateerd de
terrein, Kattenburgerstraat 7 te
aanwezigheid van een oude sliblaag. Mogelijk is deze
Amsterdam, Geofox-Lexmond
verontreinigde sliblaag in een groter gebied aanwezig.
bv, projectnummer 2012593/RSME, 17 april 2013.
XII.
Betreft een beperkte restverontreiniging. Locatie ligt buiten
(44) Evaluatie bodemsanering
de onderhavige onderzoekslocatie en wordt derhalve niet
calamiteit Marinecomplex
nader onderzocht.
Kattenburgerstraat 7 Amsterdam, Kwinfra Milieu BV, rapportnummer 07104-rappl d.doc, 20 november 2007.
Kattenburgerstraat 5 Amsterdam 19/72
Kenmerk
R001-1282979RMH-V03-bko-NL
3 Veldonderzoek 3.1
Veiligheid en kwaliteit
Voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden is, ter voorkoming van schade aan kabels- en leidingen, een Klic-melding gedaan. In bijlage 6 is de kaart met geregistreerde kabelsen leidingen, die binnen en nabij het onderzoeksgebied aanwezig zijn, opgenomen. Alle veldwerkzaamheden behorende bij het landbodemonderzoek worden uitgevoerd binnen de reikwijdte van het certificatieschema, volgens de eisen uit het certificatieschema BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch landbodem- en waterbodemonderzoek: Protocol 2001: Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen
Protocol 2002: Het nemen van grondwatermonsters
Alle overige werkzaamheden die tevens uitgevoerd zijn vallen buiten de reikwijdte van dit certificatieschema. Er is onderbouwd afgeweken van protocol 2001 op de volgende onderdelen:
Bij peilbuizen 702, 706 en 902 is een filterstelling van slechts 0,5 m geplaatst wegens het niet op diepte kunnen komen door ondoordringbare lagen. De filters zijn daarom niet conform de in protocol 2001 voorgeschreven 1,0 m geplaatst. Aangezien hier geen verontreinigen zijn aangetoond heeft deze afwijking naar verwachting geen invloed op de resultaten en de genomen conclusies. Tevens komen de resultaten van deze peilbuizen overeen met de resultaten van omliggende peilbuizen.
Er is onderbouwd afgeweken van 2002 op de volgende onderdelen: Door de zeer slechte toestroming van het grondwater in peilbuizen 151, 190, 312, 314, 315, 324, 701, 703, 705 en 902 is er belucht bemonsterd. Hierdoor kunnen vaste gronddeeltjes in
het grondwater de analyseresultaten beïnvloeden. Alleen bij peilbuis 701 is een sterke verontreiniging met PAK aangetoond. Door de slechte toestroming bij peilbuizen 70, 151, 189, 312, 313, 314, 315, 321, 323, 324,
336, 701, 702, 705, 902 en 906 minder spoelwater afgepompt dan vereist en/of direct bemonsterd. Ook dit kan leiden tot een verhoogde troebelheid. Door de slechte toestroming bij een aantal peilbuizen is de EC-waarde niet gemeten.
Op de genoemde protocollen is het gebruikte beeldmerk daarom niet van toepassing. Er is onderbouwd afgeweken van NEN5897 en NEN5898 op de volgende onderdelen: Voor mengmonsters F2 (23 kg) en F3 (24) is te weinig monstermateriaal aangeleverd (< 25kg). Doordat het tekort geleverde materiaal minimaal is, wordt niet verwacht dat deze afwijking invloed heeft op de resultaten en de genomen conclusies.
Kattenburgerstraat 5 Amsterdam 20/72
Kenmerk
R001-1282979RMH-V03-bko-NL
Analysenormen In het onderstaande tabel 3.1 is een overzicht weergegeven van de overschrijding van conserveringstermijnen van analyses en/ of voorbehandelingen. Tabel 3.1 Overzicht opmerkingen vanuit de analysecertificaten Certificaat
Analyse
Monster
2022015566
Minerale olie GC (voorbehandeling)
189-5, 191-8
2022015566
Extractie PCB/PAK
189-6, 192-6
2022008284
Minerale olie GC (voorbehandeling)
G OG13, OG14, OG15, OG17
2022008284
Vluchtige componenten
G189-4
2022022304
PAK, PCB (voorbehandeling)
F5 puin, F6 puin
2022022304
MO (voorbehandeling)
F5 puin, F6 puin
2022013724
Te weinig monstermateriaal aangeboden
F2, F3
2022026648
Minerale olie GC (voorbehandeling)
EIV401, EIV404
2022026648
Ongeschikte monsterhouder
EIV403
2002109052
Organisch stof
311-9, 317-3
2002109052
Minerale olie GC (voorbehandeling)
1317-3, 324-8
2002109052
Extractie PCB/PAK
311-9
2022101270
Minerale olie GC (voorbehandeling)
320 (1,5-2,0)
2022098124
Minerale olie GC (voorbehandeling)
322-2
2022089238
Minerale olie GC (voorbehandeling)
311-7, 312-3, 313-4, 314-3, 315-4, 321-11
De conserveringstermijn van de extractie van minerale olie. Vluchtige componenten PCB en PAK overschreden. Dit als gevolg van de corona-pandemie het laboratorium de analyses niet eerder kon uitvoeren en/of door het feit dat de mengmonsters uitgesplitst en de deelmonsters vervolgens separaat zijn geanalyseerd. Het gevolg van deze conserveringstermijnoverschrijding is onbekend en volgens het laboratorium niet onderzocht. Verwacht wordt dat de resultaten niet significant zullen afwijken bij een nieuwe monstername. Bij analysecertificaten 2022003259/1 (deellocatie A+B), 2022022304/1 (deellocatie F), 2022013828/1 (deellocatie F), 2022007222/1 (deellocatie G) en 2022008284/1 (deellocatie G) is het analyseresultaat van PCB 28, PCB 138 en PCB 153 mogelijk overschat vanwege co-elutie met PCB 31, PCB 163 en PCB 132. De analyses zijn uitgevoerd volgens de vereiste accreditaties zoals weergegeven in het certificaat inclusief de daarbij behorende uitgevoerde kwaliteitscontroles door het laboratorium. Het gehalte van de “indicatieve” meetwaarde van de individuele parameter PCB leveren in dit geval geen relevante bijdrage aan het gehalte van de somparameters PCB en kunnen onzes inziens als niet kritisch worden beschouwd. Het mechanisch boorwerk is uitgevoerd door een extern boorbedrijf conform BRL SIKB 2100: Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat Mechanisch boren: 1.
Protocol 2101: Mechanisch boren Certificaathouder extern boorbedrijf: Sialtech. Certificaatnummer extern boorbedrijf: VB059.
Kattenburgerstraat 5 Amsterdam 21/72
Kenmerk
R001-1282979RMH-V03-bko-NL
Het keurmerk ‘kwaliteitswaarborg Bodembeheer’ geeft aan dat de activiteiten in het kader bodembeheer, waaronder veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek goed en betrouwbaar volgens door de overheid opgestelde protocollen en programma’s zijn uitgevoerd. TAUW bv is erkend voor het uitvoeren van veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek conform de protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018. TAUW bv verklaart dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000. Bij interne opdrachtverlening is gebruik gemaakt van interne functiescheiding onder de voorwaarden die het Besluit bodemkwaliteit hieraan stelt.
De analyse van asbest in materialen zijn uitgevoerd conform NEN 5898. Deze norm maakt geen onderdeel uit van de BRL SIKB 2000, protocol 2018. Protocol 2018 is voor dit onderdeel niet van toepassing. De monstername voor PFAS is uitgevoerd conform de Handreiking van VKB, VVMA en Expertisecentrum PFAS8. De analyses zijn uitgevoerd bij een geaccrediteerd milieulaboratorium. TAUW verklaart hierbij dat het een onafhankelijke positie heeft (en kan behouden) ten opzichte van de opdrachtgever. Dat wil zeggen dat er geen organisatorische relatie bestaat met de opdrachtgever (zuster- of moederbedrijf) of diens eigenaar.
3.2
Opzet en uitvoering van het onderzoek
Op basis van het vooronderzoek zijn de volgende deellocaties onderzocht: A. Aanvullend bodemonderzoek conform ARVO 2020 tot 2,0 m -mv ter plaatse van de gehele onderzoekslocatie. Uit het aanvullend vooronderzoek en terreinverkenning is gebleken dat inpandig geen boringen geplaatst kunnen worden. Daarom is ervoor gekozen de boringen tegen de gevels te plaatsen. Het onderzochte oppervlakte betreft 10.000 m2 B. Verkennend bodemonderzoek PFAS conform ARVO 2020 ter plaatse van de gehele onderzoekslocatie van 105.000 m2 tot 1,0 m -mv Er is geen algemeen onderzoek naar PFAS in grondwater uitgevoerd C. Aanvullend onderzoek PAK in grondwater ter plaatse van de teerloods, voormalige olie en pekstokerij en de oude werven aan de zuidzijde van het gebied D. Verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 (VEP-OO of VEP) naar in gebruik zijnde bovengrondse brandstoftank. Uit het actualiserend vooronderzoek blijkt op drie locaties nog in gebruik zijnde brandstoftanks aanwezig waren. Twee van deze locaties bevinden zich buiten de onderhavige onderzoekslocatie (op het deel van het Marineterrein dat in gebruik blijft als kazerne). De andere tank betreft een bovengrondse dieseltank van 1,0 m3 bij gebouw 001. De tank is niet in gebruik. Door de aanwezige ondergrondse tunnel onder de tank door kon hier geen peilbuis geplaatst worden.
8
Handreiking PFAS bemonsteren Versie 1.0, VKB, VVMA & Expertisecentrum PFAS, d.d. 25 juni 2020
Kattenburgerstraat 5 Amsterdam 22/72
Kenmerk
R001-1282979RMH-V03-bko-NL
Het bodemonderzoek naar mogelijke olie verontreinigingen is hiermee afgerond. In de grond zijn tevens geen oliewaarnemingen aangetroffen. De relevante bijlagen zijn opgenomen in bijlagen 11 E. Nader onderzoek conform NTA 5755 naar de aard en omvang van diverse in het verleden aangetoonde bodemverontreinigingen (zie ook tabel 3.2) F.
Onderzoek milieuhygiënische kwaliteit puinfunderingen (samenstelling en asbest) uitgevoerd conform de NTA 5897 (zie bijlage 5 voor ligging fundatie). Het onderzochte oppervlakte betreft 24.500 m2
G. Verkennend bodemonderzoeken conform de ARVO 2020, vooroorlogse wijken, naar de ondergrond van 2,0 tot 4,0 m -mv ter plaatse van toekomstige woningbouw van 52.000 m2 Tabel 3.2 Deellocatie E: Onderzoekstrategieën per deelgebied (zie bijlage 5 voor ligging deellocaties) Deelgebied
Onderzoekstrategie
I.
NEN 5750, VED HE, actualiseren verontreinigingssituatie koper en lood in de grond tot 1,5 m mv. over een oppervlakte van ca. 400 m2.
II.
NEN 5750, VED HE, actualiseren verontreinigingssituatie lood in de grond tot 1,0 m -mv. over een oppervlakte van ca. 2.500 m2.
III.
NTA 5755, nader onderzoek naar de omvang van de verontreinigingen van koper lood en zink in de ondergrond vanaf 1,4 m -mv.
IV.
NTA 5755, nader onderzoek naar de omvang van de verontreinigingen met minerale olie en aromaten in de ondergrond tot 1,5 m -mv.
V.
Geen onderzoek. Voldoende onderzocht
VI.
Geen onderzoek. Restverontreiniging bevindt zich geïsoleerd onder vloer gebouw 003 en is geregistreerd in een evaluatieverslag.
VII.
NTA 5755, nader onderzoek naar de omvang van de minerale olie en (eventueel) PAK verontreiniging in het grondwater
VIII.
NTA 5755, nader onderzoek naar de omvang van de verontreinigingen met koper en PAK in de ondergrond tot 3,0 m -mv.
IX.
NTA 5755, nader onderzoek naar de omvang van de verontreinigingen met minerale olie en (eventueel) PAK in het grondwater. ARVO 2020 onderzoek naar PFAS in grond en grondwater (locatie ca. 200 m2)
X.
NTA 5755, nader onderzoek naar de omvang van de verontreinigingen met metalen en PAK in de ondergrond tot 2,0 m -mv.
XI.
NTA 5755, nader onderzoek naar de omvang van de verontreinigingen met minerale olie en metalen aangetoond op een diepte van 6,0 m -mv.
XII.
Geen onderzoek. Locatie ligt buiten de onderhavige onderzoekslocatie en wordt derhalve niet nader onderzocht.
H. Naderonderzoek Verontreinigingssituatie/conceptueel model en kennishiaten Bij het huidige verkennend bodemonderzoek blijkt dat ter plaatse van peilbuis 63 een sterke PAKverontreiniging in het grondwater is aangetoond. Bij de nabij gelegen peilbuizen 186 en 189 zijn zowel de ondergrond als het grondwater sterk verontreinigd met minerale olie. De oliefracties zijn bij de peilbuizen echter wel verschillend. Zo zijn in peilbuis 189 met name vluchtige olie aangetoond en bij 186 de zwaardere fracties(diesel en stookolie).
Kattenburgerstraat 5 Amsterdam 23/72
Kenmerk
R001-1282979RMH-V03-bko-NL
Wegens de aanwezigheid van een voormalige teerloods nabij peilbuis 63 is het grondwater hier alleen op PAK geanalyseerd. Peilbuizen 186 en 189 zijn alleen op standaard pakket geanalyseerd (bevat geen PAK analyses, met uitzondering van naftaleen). Daarnaast is alleen de grond geanalyseerd bij peilbuizen 186 en 189. Het nader bodemonderzoek dient te onderzoeken wat de exacte omvang is van de aangetoonde sterke verontreinigingen en te onderzoeken of de verschillende PAK/minerale olie verontreinigingen te relateren zijn aan de voormalige teerloods of aan verschillende bronnen.
Figuur 3.2 Ligging locatie aanvullend bodemonderzoek, in rood is de ligging van de voormalige teerloods weergegeven
Kattenburgerstraat 5 Amsterdam 24/72
Kenmerk
R001-1282979RMH-V03-bko-NL
Naast de aangetoonde PAK/minerale olie verontreinigingen is bij peilbuis 70 een sterke verontreiniging met lood in het grondwater aangetoond. De bodem is hier ook sterk verontreinigd met lood en de aangetoonde verontreinigingen zijn te relateren aan onder andere de voormalige schietbaan. Echter omdat lood zeer immobiel is wordt lood niet verwacht in het grondwater. Het nader onderzoek betreft dan ook een herbemonstering van het grondwater in peilbuis 70, teneinde te verifiëren of er sprake is van een verontreiniging met lood in het grondwater, of dat er mogelijk sprake is van een tijdelijke verstoring van het bodemevenwicht. Onderzoeksopzet en uit te voeren werkzaamheden Het onderzoek is uitgevoerd conform NTA 5755. Het nader bodemonderzoek is in verschillende stappen uitgevoerd: Stap 1: bemonsteren peilbuizen (doel: gelijktrekken analyses om duidelijk beeld te krijgen van de mogelijke bron(en) Peilbuis 63 bemonsteren op minerale olie C6-C40 Peilbuis 186* bemonsteren op minerale olie C6-C10 en PAK
Peilbuis 189 bemonsteren op minerale olie C6-C10 en PAK Peilbuis 70 bemonsteren op lood
*Wegens de aanwezigheid van een asielzoekerscentrum ter plaatse van het parkeerterrein kon peilbuis 186 niet worden bemonsterd. Stap 2: plaatsen peilbuizen (doel: afperken grond/grondwater verontreinigingen) 9 freatische peilbuizen ter horizontale afperking verontreiniging rondom peilbuizen 63, 186 en 189. Ter plaatse van peilbuizen 63, en 189 een diepe peilbuis met filterstelling van 5,0 tot
6,0 m -mv ter verticale afperking Peilbuis 70 nogmaals bemonsteren op lood
Stap 3: bemonsteren peilbuizen De bemonstering van het grondwater is een week na de plaatsing van de peilbuizen van stap 2 uitgevoerd. Analyses betreffen minerale olie en PAK. Stap 4: Verdere afperking Uit de resultaten van stap 2 en 3 is gebleken dat de PAK verontreiniging nog niet geheel is afgeperkt. Derhalve zijn richting het zuiden twee aanvullende peilbuizen geplaatst. De grond is geanalyseerd op minerale olie en het grondwater op minerale olie en PAK. Daarnaast zijn peilbuizen de al reeds bestaande peilbuizen 43, 173 en 182 aanvullend geanalyseerd op PAK om uit te sluiten dat niet op het gehele marineterrein PAK verontreinigingen aanwezig zijn in het grondwater. Stap 5: Risicobeoordeling aanscherpen en vervolg nader bodemonderzoek Uit de initiële beoordeling blijkt dat, bij de functie wonen met siertuin de maximale gehaltes van zowel de diesel als stookolie tot onaanvaardbare humane risico’s leiden voor zowel grond als grondwater. Derhalve is de grond (boringen 328 en 329) en het grondwater (peilbuizen 189 en 325) geanalyseerd op alifaten en aromaten. Kattenburgerstraat 5 Amsterdam 25/72
Kenmerk
R001-1282979RMH-V03-bko-NL
Daarnaast zijn aan de westkant van peilbuis 311 horizontale afperkende peilbuizen geplaatst (peilbuizen 330 /m 337). Bij peilbuis 63 is een verticaal afperkende peilbuis tot 10,0 m-mv geplaatst (peilbuis 338). Tijdens de eerste bemonsteringsronde van deze diepe peilbuis bleek echter dat de PAK concentraties de interventiewaarde overschreden. Echter wegens de zeer hoge troebelheid is besloten om een iets andere bemonsteringsstrategie aan te houden om de troebelheid zo laag mogelijk te houden. De volgende bemonsteringswijze is hier aangehouden: Er is langzaam afgepompt met maximaal 125 ml/min. Zodoende wordt getracht de hoeveelheid zwevend stof te beperken
De daling van de grondwaterstand tijdens de bemonstering mocht niet meer bedragen dan 30 cm. Zodoende blijft de stroomsnelheid beperkt en daarmee de kans op zwevend stof in het grondwater
De slang is tot halverwege het filter neergelaten om te voorkomen dat een mogelijk aanwezige bezinklaag werd opgepompt
3.3
Uitgevoerde werkzaamheden
De grond is bemonsterd tussen 10 januari 2022 en 15 februari 2022 door Roberto (R.) Fiorillo, Marvin (M.) Soepijan, Pascal (E.P.) Spierings, Arnold (W.M.) Tang en René (R.) de Vries. De inzet van de geoprobe was van 12 januari tot en met 19 februari 2022 en was uitgevoerd door Luc (L.F.) Alt, Mark (M.T.) Murray, Lucas (L.) Francois, Hendry (H.C.M.M.) Gehlen en Albert (A.D.J.H.) Huitsing (Sialtech). Het funderingsonderzoek was uitgevoerd met behulp van een kraan tussen 26 januari en 16 februari 2022. Het grondwater is bemonsterd op 8 tot en met 24 februari 2022 door Henk (H.W.) Onstenk, Marvin (M.) Soepijan en René (R.) de Vries. Het veldwerk is uitgevoerd onder certificaatnummer K54913 en VB059. Het nader bodemonderzoek (deellocatie H; nabij de voormalige teerloods) is uitgevoerd. De afperkende peilbuizen zijn geplaatst op 1 tot en met 24 november door Floris (F.) van Rijn, Marvin (M) Soepijan, Pascal (E.P.) Spierings, Hendry (H.C.M.M.) Gehlen en Luc (L.F.) Alt. De peilbuizen zijn grotendeels geplaatst met behulp van een geoprobe. Het grondwater is bemonsterd op 19 mei, 1 juni en 30 juni, 25 augustus, 23 september, 1 december 2022 en 10 januari 2023 door Floris (F.) van Rijn, Roberto (R.) Fiorillo, Remco (R.J) Celie en Marvin (M.) Soepijan. In tabel 3.3 zijn de uitgevoerde veldwerkzaamheden per deellocatie weergegeven.
Kattenburgerstraat 5 Amsterdam 26/72
Kenmerk
R001-1282979RMH-V03-bko-NL
Tabel 3.3 Overzicht uitgevoerde veld- en analysewerkzaamheden per deellocatie Veldwerk
Aantal
Monsterpuntnummers
Boring tot circa 2,0 m -mv
8
31, 33, 37, 38, 39, 40, 41, 47
Boring met peilbuis tot circa 3,0 m -mv
4
43, 45, 46, 70
Gestaakte boring
8
32, 35, 42, 44, 48, 58, 60, 71
12
A BG01, A BG02, A BG03, A OG04, A OG05,
Deellocatie A: Aanvullend bodemonderzoek Veldwerk
Chemische analyses Standaardpakket grond 1)
A OG06, A BG07, A BG08, A OG09, A OG10, A OG11, A OG12 Uitsplitsing op lood (Pb) in grond
11
A 31, A32, A38, A45, A33, A33, A37, A38, 36 (1,4-1,9), 39 (1,05-1,5), 39 (1,5-1,9)