CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 28 Grond en Ontwikkeling (22) 12. Bijlage PN 1a Cultuurhistorisch onderz

RAAD 8 november 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de projectnota Marineterrein en instemmen met de voorbereiding van een investeringsbesluit VN2023-02206624.872 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Marineterrein Amsterdam

Cultuurhistorisch onderzoek en waardering Deel 1: het terrein Johanna van Doorn | Evelien van Es | Eva Osinga

het IJ Amsterdam Centraal station

Dijksgracht Oosterdok

IJ-tunnel

Kattenburg Wittenburg

Oostenburg

Kadijken

2

Marineterrein Amsterdam

Inhoud < Het huidige Marineterrein (wit gestippeld). In blauw het afgesloten deel in gebruik door Defensie. [Google Maps]

Inleiding

4

Samenvatting

6

Deel 1: het Marineterrein

12

1 Historische context 2 Typering Marineterrein 3 Waardering terrein 4 Conclusies en advies Bronnen deel 1

14 77 88 99 101

Deel 2: historische ankers

-

Deel 3: naoorlogse gebouwen

-

Colofon

105

Marineterrein Amsterdam

3

Inleiding Het Marineterrein in Amsterdam kent een eeuwenlange maritieme en militaire geschiedenis, die verbonden is met het Rijk. Sinds de aanleg als Admiraliteitswerf, bedoeld voor de bouw van schepen, bepaalt het terrein het stadsbeeld en profiel van de stad. Het Marineterrein was lange tijd een van de grootste Admiraliteitswerven van het land, speelde een prominente rol in de ontwikkeling van de scheepsbouw en was een van de grootste werkgevers in de stad. Door de eeuwen heen ontwikkelde zich hier een zelfstandig gebied, dat zichzelf enkele keren opnieuw moest uitvinden, maar telkens met een maritieme functie: als Rijkswerf, Marine Etablissement en opleidingscentrum van de Koninklijke Marine, als facilitair centrum voor het ministerie van Defensie en nu als (gedeeltelijk openbaar) Marineterrein. Tot enkele jaren geleden was het terrein alleen toegankelijk voor diegenen die er werkten; voor de meesten van ons was de wereld achter de stenen muur aan de Kattenburgerstraat een geheim. Sinds 2015 is het terrein voor een deel openbaar toegankelijk. Wie nu het Marineterrein betreedt, komt in een eigenzinnige wereld terecht. De historische gelaagdheid van het terrein is groot, divers en op verschillende schaalniveaus leesbaar.

De waterranden en het front van het terrein langs de Kattenburgerstraat, de Dijksgracht en het Oosterdok, behoren tot de oudste erfenissen van het maritieme terrein, net als het Poortgebouw en het huidige Scheepvaartmuseum (als voormalig Zeemagazijn). Tegelijkertijd kent het terrein recentere invullingen met het ensemble van gebouwen uit de zestiger jaren van de vorige eeuw naar ontwerp van Ingenieursen Architectenbureau ir. F.C. de Weger, het wachtgebouw van Benthem en Crouwel Architekten, het depotgebouw van het Scheepvaartmuseum door Liesbeth van der Pol en de bouw van de nieuwe marechausseekazerne door Wansleben Architekten. Het terrein kenmerkt zich ook door een groen karakter, dat in samenhang met het naoorlogs ensemble van De Weger werd ontworpen. Al die lagen samen zorgen voor een intrigerend geheel, dat door de eeuwen heen het karakter van een geheimzinnige en eigenzinnige enclave in de stad heeft weten te behouden.

4

Marineterrein Amsterdam

Vraagstelling, doel en aanpak onderzoek Het huidige terrein zal worden herontwikkeld en herbestemd en (monumentale) gebouwen zullen worden gerenoveerd, aangepast of gesloopt. Het doel is het gebied te transformeren tot een gevarieerd programma van wonen, werken en leren. Ten behoeve van deze ruimtelijke transformatie zijn in opdracht van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) drie onderzoekers gevraagd een cultuurhistorisch onderzoek met waardestelling naar het hele terrein en de gebouwen op te stellen dat als inspiratie, input en kader voor de toekomstige planvorming zal dienen. Deze rapportage betreft de resultaten van een van de drie delen van het totaalonderzoek: Deel 1. Een cultuurhistorisch onderzoek en waardestelling naar het hele terrein met focus op de ontwikkel- en bouwgeschiedenis, de landschappelijke context en inrichting en de stedenbouwkundige setting (inclusief archeologie). Dit deel is opgesteld door architect-onderzoeker Johanna van Doorn in samenwerking met architectuurhistoricus Joke Reichardt; Deel 2. Een bouwhistorisch onderzoek en waardestelling naar de historische ankers op het terrein: het poortgebouw met uitbreidingen, de historische muur langs de Kattenburgerstraat, de voormalige Scheepstimmerwerkplaats, het Zeekadetkorpsgebouw en de schietbaan. Dit deel is opgesteld door bouwhistoricus Eva Osinga; Deel 3.

Een cultuurhistorisch onderzoek en waardestelling, documentatie en vermelding van het auteursrecht van de bebouwing uit de jaren zestig van de twintigste eeuw en de recente architectuur. Dit deel is opgesteld door architectuurhistoricus Evelien van Es in samenwerking met architectuurhistoricus Amanda Terpstra. Bij de uitvoering van de onderzoeken is gebruik gemaakt van bestaande onderzoeken door Bureau Monumenten Amsterdam met historische en stedenbouwkundige analyses, inventarisaties, archeologische verwachting en waardering van het terrein en de gebouwen op het Marineterrein. Voor de historische context was het boek van Alan Lemmers uit 2005 dat 350 jaar Marinegeschiedenis van het terrein beschrijft een belangrijke bron. Ook zijn de archieven

van het Nationaal Archief, het Nederlands Instituut voor Militaire Historie, het archief van het Rijksvastgoedbedrijf, het archief speciale collecties van de universiteit van Wageningen, het Stadsarchief van Amsterdam en het archief van bouw- en woningtoezicht geraadpleegd en is er veldwerk verricht. Voor de recente gebouwen zijn interviews gehouden met architecten Liesbeth van der Pol, Jan Benthem en Norbert Wansleben. Tot slot is de waardering van het terrein en de gebouwen volgens de Richtlijnen Bouwhistorisch Onderzoek (2009) en de Richtlijnen Tuinhistorisch Onderzoek (2012) opgesteld. In een aantal sessies zijn de resultaten met de opdrachtgever en de betrokkenen bij de planvorming van het terrein besproken. Ook intern is tussen de drie onderzoeken getracht de essenties van het erfgoed in onderling verband te brengen en door de ruimtelijke schalen heen te presenteren.

in een stedenbouwkundige waardering waarin gebieden, structuren, gebouwen en objecten in onderling verband zijn gebracht. Tot slot worden in hoofdstuk 4 conclusies en aanbevelingen vanuit cultuurhistorisch perspectief meegegeven.

Leeswijzer De drie delen van het onderzoek zijn als totaal of afzonderlijk van elkaar te lezen. Elk deel begint met een inleiding en samenvatting van het totale onderzoek. Voor het terrein zijn door de tijd heen verschillende namen gebruikt: Admiraliteitswerf, ‘s Lands werf, Rijkswerf, Marine Etablissement en Marineterrein. Omwille van de duidelijkheid (en door de tegenwoordige bekendheid van het terrein als zodanig) is in de rapportages gekozen om het terrein als Marineterrein aan te duiden (met uitzondering van hoofdstuk 1 in Deel 1, waar per periode de historische benaming wordt gehanteerd).

Deel 3 omvat de cultuurhistorische onderzoeken en waardestellingen van de naoorlogse en recente gebouwen. Bij de meeste gebouwen zijn beknopt de bouw-, ontwikkel en gebruiksgeschiedenis beschreven en zijn de bestaande situatie en een contextuele en interne waardestelling volgens de Richtlijnen Bouwhistorisch Onderzoek 2009 opgesteld. Aan bod komen de volgende gebouwen: Commandantswoning (001), (002) Commandementsgebouw (002), Wiskundig Centrum (012), Technische Opleiding Koninklijke Marine (TOKM) (027), Verbindingsschool (028), Verbindingsschool met bunker (029), Cantine korporaals en manschappen (030), Officiersgebouw (006), Onderofficiersgebouw (025), Provoosthuis (015), Marine Cantine Dienstgebouw (017), Amerikaanse loods (010), Noodstroomaggregaat (016), Wachtgebouw en abri (007), Legeringsgebouw (026), Sportschool (034), Schoolgebouw TOKM (039), Loods de Vijf Beuken (040), MOS Loods (018/020), Depot Scheepvaartmuseum (041) en Districtskantoor voor de Koninklijke Marechaussee (014).

Deel 1 - met het onderzoek naar het gehele complex en de stedenbouwkundige en landschappelijke waardering - bestaat uit vier hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk worden de bouw-, ontwikkelen gebruiksgeschiedenis van het terrein in vijf omslagmomenten (episoden) geduid. Hierin zijn zowel het terrein als de directe context van het terrein meegenomen. Elk episode sluit af met de nog zichtbare erfenissen. In het tweede hoofdstuk worden de erfenissen van elke tijdslaag, de sferen van het terrein, de kwaliteiten en knelpunten op verschillende schaalniveaus in beeld gebracht en getypeerd. De resultaten uit dit deel worden in Hoofdstuk 3 vertaald

Deel 2 bevat de bouwhistorische onderzoeken met waardestellingen van vijf complexen en onderdelen: het Poortgebouw (003), de historische muur tussen de ingang van het Poortgebouw en de Amerikaanse loods (met een coupure bij de hoofdingang van het terrein), de voormalige Scheepstimmerwerkplaats (024), Het Zeekadettenkorpsgebouw (039) en de Schietbaan (022) met munitieopslag (023). Elk onderdeel omvat de bouwgeschiedenis, een beschrijving van het bestaande en een waardestelling aan de hand van de Richtlijnen Bouwhistorisch Onderzoek 2009.

Wij danken onze opdrachtgevers voor het vertrouwen, de prettige samenwerking en de constructieve feedback. Johanna van Doorn, Evelien van Es en Eva Osinga Rotterdam, maart 2021 Marineterrein Amsterdam

5

Samenvatting Dit is een samenvatting van de drie deelonderzoeken voor het Marineterrein. Ontwikkeling van Admiraliteitswerf tot Marineterrein De geschiedenis van met Marineterrein vindt haar oorsprong in 1655 toen de Admiraliteit van Amsterdam op het eiland Kattenburg een scheepswerf liet aanleggen voor de bouw van oorlogsschepen naar ontwerp van stadsarchitect Daniël Stalpaert. Het resulteerde in een werf met een dok, dat over de gehele lengte van het eiland reikte tot aan het IJ en afgescheiden werd van de rest van het eiland met een doorlopend front van gebouwen langs de Kattenburgerstraat. Aan de stadskant lag het Zeemagazijn (huidige Scheepvaartmuseum) als baken in de stad. De Admiraliteitswerf, die in 1813 de naam Rijks Maritiem werf kreeg, groeide uit tot de grootste rijksscheepswerf van het land en als grootste werkgever van de stad. Het terrein werd in alle windrichtingen beveiligd, alleen degenen die er werkten mochten binnenkomen. Via de poort aan de Kattenburgerstraat kwamen de arbeiders het terrein binnen en verlieten dat ook weer. De relatie met de directe omgeving was sterk, de meeste arbeiders woonden in de woonhuizen op de Oostelijke eilanden en kregen de naam de Bijltjes. Alleen de hogere rangen woonden in de woningen in het Poortgebouw of in het latere Marinepaleis op de dam. In 1915 moest de Rijkswerf haar deuren sluiten wegens financiële tekorten.

De bouw van steeds grotere schepen werd steeds moeizamer door de aanleg van de Oostelijke afsluitdijk en de aanleg van het spoor. Particuliere werven namen het werk van de rijkswerven over. Het terrein verloor haar oorspronkelijke functie als werf en werd uiteindelijk benut als Marine Etablissement, een centrum voor opleidingen en faciliteiten ten behoeve van de Koninklijke Marine.

6

Marineterrein Amsterdam

Het plan voor de aanleg van de IJ-tunnel in 1955 had grote ruimtelijke gevolgen, waardoor het terrein een ware metamorfose onderging. Het resulteerde vanaf 1962 in een driehoekig terrein van 14 hectare waarin een groot deel van het dok werd gedempt. De meeste historische gebouwen maakten plaats voor nieuwe moderne opleidingsgebouwen, kantoren en kazernes naar ontwerp van Architecten- en ingenieursbureau F.C. de Weger die deze samen met de Bataafse Aannemings Maatschapij (BAM) volgens een nieuw gestandaardiseerd bouwsysteem realiseerde. De commandant kreeg een eigen woning aan het bassin. Enkele historische complexen, zoals het Poortgebouw en de Scheepstimmerwerkplaats op de kop van de dam werden behouden en herbestemd. Omdat de metamorfose van het terrein vanwege de IJ-tunnelplannen noodzakelijk was, droeg de stad Amsterdam financieel bij en ging zich daardoor ook bemoeien met de uiteindelijke uitwerking van de herinrichting. Naast nieuwbouw werd het terrein voorzien van een groene inrichting met bomen, grasvlakken en strak vormgegeven kades om het terrein beter bij het stadsbeeld van de omringende stad aan te laten sluiten. De open en ruime opzet van het terrein werd vanaf de jaren tachtig verder verdicht met enkele complexen. Inmiddels was het Zeemagazijn herbestemd als Scheepvaartmuseum.

In de eerste jaren van de 21ste eeuw werden het depot van het Scheepvaartmuseum en het districtskantoor voor de Koninklijke Marechaussee gebouwd. Daarmee kreeg het terrein haar huidige invulling en verschijning. In 2011 werd het terrein gedeeltelijk door Defensie verlaten en vier jaar later werd een deel van het terrein openbaar toegankelijk gemaakt. Vrijgekomen gebouwen werden herbestemd en de wereld achter de muren werd ‘ontdekt’ door Amsterdammers en bezoekers. Het geheimzinnige en eigenzinnige karakter, de ruime opzet en weidse uitzicht, de groene uitstraling - en dit alles in de nabijheid van de binnenstad - bleken een grote aantrekkingskracht te hebben. Het Marineterrein zal de komende tijd opnieuw een

metamorfose ondergaan, deze keer als nieuw stadskwartier met plek voor wonen, leren en werken en waar ontmoeting en interactie centraal zullen staan. Kernkwaliteiten Marineterrein Vergeleken met andere Admiraliteitswerven, Rijkswerven en Marine etablissementen is het Marineterrein het enige dat nog (gedeeltelijk) in functie is. De werf is van eminente betekenis geweest als de grootste en meest innovatieve scheepswerf van het land. Ook als grootste werkgever van de stad heeft de werf veel impact gehad op het profiel en stadsbeeld. Ondanks de metamorfose in de jaren zestig is deze geschiedenis leesbaar in de ligging, ruimtelijke opzet en de nog aanwezige historische gebouwen. De lange ontwikkelgeschiedenis van het Marineterrein resulteert in een rijkdom aan historische lagen zowel bovengronds als ondergronds. De erfenissen van de vijf episodes bepalen sterk de eigenheid en logica van het terrein. Vanuit de functionele logica ontstonden vier kenmerkende zones op het Marineterrein met elk een eigen identiteit en karakteristieke ruimtelijke en functionele eigenschappen. Deze zones zijn: de representatieve Voorwerf, de utilitaire Voorwerf, de Dijkrand en het voormalige dokgebied. Het Marineterrein heeft sinds de totstandkoming het karakter van een geheimzinnige en eigenzinnige enclave in de stad, met een eigen wereld achter de muur.

De relatie met het water is vanaf het ontstaan van het terrein continue geweest en van grote waarde. De openheid van de kades, de strakke kadeinrichting met afmeerplaatsen, de doorzichten tussen de gebouwen, het bassin met boardwalk versterken de visuele en functionele relatie met het water. Ook het groenkarakter is een belangrijke drager voor het terrein. De bomenrijen langs de kade, de (historische) bomen en hagen langs de interne route, de doorlopende groene vlakken en de tuinen rondom de belangrijkste gebouwen dragen sterk bij aan een eenvoudig parkachtig en stedelijk groenkarakter.

De gebouwen op het Marineterrein verschillen van karakter en zijn elk een representant van de tijd waarin ze zijn gebouwd. Op het terrein zijn verschillende werkgebouwen te vinden: lesgebouwen, kantoren en loodsen en magazijnen, maar ook legeringsgebouwen en een woning. De gebouwen zijn als een familie van maritieme gebouwen op te vatten, in feite drie generaties: 1) de historische ankers, 2) het sobere, doelmatige en robuuste ensemble en 3) de recentere uitgesproken markeringen. Het utilitair, alzijdig, sober en doelmatig en maritieme karakter is een algemeen kenmerk van vrijwel alle gebouwen. Waardering deel 1: terrein en gebouwen Stedenbouwkundig en landschappelijk van waarde is de leesbaarheid van de vier kenmerkende zones, met de representatieve Voorwerf als visitekaartje van het terrein. De open en ruime opzet met zichtlijnen van en naar het water, de historische interne routing als overgang tussen het front en de voormalige werf, de informele routing door de rest van het terrein, de groene inrichting door bomen, tuinen en eenvoudige groene vlakken rondom de gebouwen zijn voor het terrein belangrijke stedenbouwkundige componenten. Monument(waardig) en van grote betekenis voor het terrein zijn de vier historische ankers als oudste complexen op het Marineterrein (het Zeemagazijn, het Poortgebouw (003), de Scheepstimmerwerkplaats (024), en het Zeekadetkorpsgebouw (031).

Deze ankers bepalen zowel op stedenbouwkundig als architectonisch niveau het stadsbeeld en de ruimtelijke opzet van het terrein. Tevens behoren drie gebouwen uit de naoorlogse periode tot deze categorie: de Commandantswoning (001), het Commandementsgebouw (002) en het Officiersgebouw (006). Dit cluster stijgt boven de andere naoorlogse gebouwen uit door de positie, architectonische verschijningsvorm en onderlinge functionele samenhang op de Voorwerf en aan het Bassin (als representatieve gebouwen bestemd voor de allerhoogste rangen van de Marine). Marineterrein Amsterdam

7

Waardering Marineterrein Gebieden 1. Representatief voorwerf 2. Utilitaire voorwerf 3. Dijkrand 4. Voormalig dokgebied

Dijks

grach

024 Oosterdok

3

031

022 023

t

Hoge archeologische verwachtingswaarde

026

020/018

025

039

Grens beschermd stadsgezicht centrum

004

040

4

017

3

015

016

030

Kadestructuur (plan De Weger)

007

rst ra at

tte nb ur ge

nel IJ-tun

Waardevol groenvlak / tuin

041

006

1

Pleinruimte / veld

Locatie historische bomen

034

001

010

2

028a

Ka

028

Historische wegstructuur Interne wegstructuur (plan De Weger)

012 029

027

Waardevolle structuren en dragers 014

Historische bomen (< 1962) Bomen Warnau (1962 <) Ondergrondse structuur Zichtlijnen en panorama’s

002 003

Gebouwen en elementen Monument(waardig) Beeldbepalend Beeldondersteunend Indifferent Objecten buitenruimte

8

Marineterrein Amsterdam

N

< Waarderinsgskaart Marineterrein. De kaart dient gebruikt te worden in combinatie met de toelichting op p. 85 t/m/ p. 87 van Deel 1.

Beeldbepalend zijn de andere specials uit het ensemble van Bureau De Weger en de uitgesproken markeringen. Deze gebouwen gaan de relatie aan met de stad, nemen een belangrijke positie in het terrein of hebben een speciale functie. Het gaat hier om: het wachtgebouw en abri van Benthem en Crouwel Architekten (007), het districtskantoor voor de Koninklijke Marechaussee van Wansleben Architekten (014), het Provoosthuis (015), de hoogbouw van TOKM (027) en het depot Scheepvaartmuseum van Liesbeth van der Pol (041). Beeldondersteunend zijn de complexen die positief bijdragen aan het stadsbeeld, maar door wijzigingen en aanpassingen niet de belangrijkste onderdelen vormen binnen het ensemble van gebouwen op het Marineterrein. Het gaat hier met name om: de noordelijke kop van het Poortgebouw uit 1995 (003); de botenloods aan de Dijksgracht (004), de Amerikaanse loods (010), het Wiskundig Centrum (012) en bijbehorend noodstroomaggregaat (016), het Marine Cantine Dienstgebouw 017), het Onderofficiersgebouw (025), de laagbouw van de TOKM (027), de Verbindingsschool (028) en bijbehorende kazerne (029) en de Cantine korporaals en manschappen (030). Indifferent van waarde zijn de gebouwen die niet per se bijdragen aan de kwaliteiten of de historische herkenbaarheid van het terrein.

Dit zijn: de MOS loods (018/020), de Schietbaan (22) met munitieopslag (023), het Legeringsgebouw (026), het Onderwijsgebouw TOKM 039), de Sportschool (034) en de Loods de Vijf Beuken (040). In delen 2 en 3 worden de specifieke waarden per gebouw nader toegelicht.

Waardering deel 2: historische ankers Het voorwerfgebouw, met het van rijkswege beschermde Poortgebouw uit 1656, bevat een grote bouwhistorische gelaagdheid die in het exterieur en de constructie (voor zover zichtbaar) goed afleesbaar is. In het interieur zijn slechts enkele bijzondere interieuronderdelen, het overgrote deel stamt uit 1996 (of recenter) en is historisch niet van belang. Het noordelijke kopgebouw uit 1996 heeft wel enige stedenbouwkundige waarde, maar is op zichzelf niet van belang voor de geschiedenis van het Voorwerfgebouw. De muur langs de Kattenburgerstraat bestaat uit restanten van verschillende gebouwen langs de Voorwerf en bevat een grote historische gelaagdheid met veel herkenbare bouwsporen. De muur is tevens van belang vanwege de samenhang met het Voorwerfgebouw en vanwege het gesloten en geheimzinnige karakter. De eind negentiende-eeuwse Scheepstimmerwerkplaats is waardevol vanwege zijn relatief gaaf bewaarde exterieur en zijn positie langs de noordwestrand van het Marineterrein. Van binnen is de gaaf bewaarde constructie waardevol omdat die een open plattegrond mogelijk maakte, wat kenmerkend is voor de industriële functie van dit gebouw.

Het Zeekadetkopsgebouw dat in 1950 op de hoek van het dok werd gebouwd is zeer gaaf bewaard gebleven en heeft met zijn expressieve architectuur en verfijnde detaillering zowel stedenbouwkundige als architectuurhistorische waarde. Gebouw 022 en 023 hebben alleen een zekere mate van gebruikshistorische waarde, omdat de functie van schietbaan met munitieopslag verwijst naar de militaire functie van het terrein. Voor gebouw 022A geldt dit niet, dat is slechts een standaard toiletunit.

Marineterrein Amsterdam

9

Waardering deel 3: naoorlogse gebouwen De gebouwen die in de periode 1962-1968 naar ontwerp van Architecten- en ingenieursbureau F.C. de Weger tot stand zijn gekomen hebben cultuurhistorische waarde als onderdeel van het in systeembouw uitgevoerde bouwprogramma dat in korte tijd de metamorfose van het Marineterrein moest bewerkstelligen, terwijl de Koninklijke Marine operationeel kon blijven. In principe zijn er drie gestandaardiseerde gebouwtypen: kantoorgebouwen, lesgebouwen en legeringsgebouwen. Door de vergaande standaardisering zijn de plattegronden vrij indeelbaar waardoor de gebouwen een grote flexibiliteit hebben en zich goed lenen voor herbestemming en transformatie. Naast de standaardtypen bestaan er vanwege specifieke of unieke functies ook uitzonderingen. Het zijn veelal de uitzonderingen die een beeldbepalende kwaliteit hebben. Monumentwaardig: Commandantswoning (001), Commandementsgebouw (002), Officiersgebouw (006) De in architectuurhistorisch opzicht meest waardevolle gebouwen uit de periode 1962-1968, bevinden zich in het representatieve gedeelte van de Voorwerf: het Officiersgebouw en de Commandantswoning en in samenhang daarmee het Commandementsgebouw. De specifieke functies van de gebouwen en het gebruik ervan door de hoogste militaire rangen rechtvaardigt hun aanwezigheid op het Voorwerfterrein.

De ontwerpkwaliteit van de Commandantswoning en het Officiersgebouw spreekt uit hun alzijdigheid waarmee de markante locaties aan het Oosterdok en het Bassin volop worden benut. In opstand en plattegrond is een duidelijke invloed van Amerikaanse architectuur te zien. In de materiaaltoepassing is ook een duidelijke relatie met de systeembouwstijl van Bureau De Weger herkenbaar. Bovendien is de detaillering van het Officiersgebouw puntgaaf. Het Commandementsgebouw is weliswaar een standaard-kantoorgebouw, maar door zijn rol in de functionele organisatie van het Marine Etablissement cruciaal. Vanuit het Commandementsgebouw en de Commandantswoning 10

Marineterrein Amsterdam

werd het commando gevoerd. Dat de gebouwen sterk met elkaar samenhangen, blijkt uit de luifel tussen beide gebouwen. De Commandantswoning en het Commandementsgebouw vormen een betekenisvol architectonisch ensemble. Beeldbepalend: TOKM-gebouw (027) In de naoorlogse periode fungeerde het Marineterrein hoofdzakelijk als centrum voor opleidingen. Het bouwprogramma voor de twaalf nieuwe gebouwen omvatte twee grote lesgebouwen: het gebouw voor de Technische Opleidingen Koninklijke Marine, ook wel TOKM- gebouw en de Verbindingsschool. Beide lesgebouwen staan bij het Bassin en het Oosterdok waar ook de oefenschepen lagen aangemeerd. Het TOKM-gebouw combineert het standaard gebouwtype met een verhoogde plaatsing op piloti. Het zwevende karakter van de verhoogde vleugels geven het Marineterrein vanuit de binnenstad gezien een markant silhouet. Ook op het Marineterrein houdt de verhoogde plaatsing zichtlijnen vrij. Beeldbepalend: Provoosthuis (015) Verscholen in de zone achter de Dijksgracht staat het Provoosthuis dat door zijn functie weinig zichtbaar is. Het Provoosthuis combineert het standaardtype van kantoorgebouw met een cellencomplex. Het is een van de weinige gebouwen met een ‘bijzondere bouwgedeelte’ waarbij de luchtplaats van het cellenblok in feite als een patio is vormgegeven.

Beeldondersteunend: Als standaard van het kantoorgebouw heeft het Wiskundig Centrum (012) geen onderscheidende vormgeving of markante ligging. Het gebouw spreekt vooral tot de verbeelding door zijn betekenis in het onderscheppen en ontcijferen van gedecodeerde berichten tijden de Koude Oorlog - niet alleen voor de Koninklijke Marine, maar voor de gehele Nederlandse krijgsmacht - waarbij grote computers nodig waren. In een van de ruimtes staat nog een authentieke papierverbrander.

Het Marine Cantine Dienstgebouw (017) heeft als facilitair gebouw met een nadrukkelijke logistieke functie waarde door zijn ligging aan de Dijksgracht. Qua vormgeving vertoont het Onderofficiersgebouw (025) gelijkenis met het Officiersgebouw. Het gebouw staat op een markante locatie aan het Oosterdok. De plattegrond, vormgeving en detaillering zijn nog steeds herkenbaar, maar verre van gaaf. Rond het voormalige seinersveld staan de Verbindingsschool (028) de Verbindingsschoolkazerne (029) en de Cantine korporaals en manschappen (030) die een functioneel-ruimtelijke eenheid vormen. Deze situatie is tegenwoordig minder goed te ervaren. De Verbindingsschoolkazerne is vrij gaaf en heeft een ondergrondse schuilbunker die herinnert aan de dreiging van een atoomaanval die tijdens de Koude Oorlog werd gevoeld. De Cantine heeft een gewijzigde indeling, maar de oorspronkelijke opzet van aaneengeschakeld ruimtes is nog steeds te ervaren. Het exterieur is ingrijpend gewijzigd waardoor de architectonische samenhang met de andere gebouwen uit deze periode niet herkenbaar is. De vraag rijst in hoeverre de wijziging reversibel is. Latere toevoegingen (1982-heden) Sinds de jaren tachtig heeft zich een aantal incidentele wijzigingen voorgedaan. De architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit loopt uiteen, de gebouwen zijn indifferent of beeldbepalend. Daartussen zit niets.

laat geen twijfel bestaan over de functie van het gebouw waarin de wachtcommandant alles onder controle heeft. De verzorgde detaillering spreekt uit het bijzondere materiaalgebruik en subtiele accenten zoals de afgeronde hoeken en de zonwering van persrooster. Beeldbepalende eigentijdse pendant van het Scheepvaartmuseum: Districtskantoor voor de Koninklijke Marechaussee (014) Het districtskanoor naar ontwerp van Wansleben Architekten is door zijn krachtige hoofdvorm en ongewone detaillering de eigentijdse pendant van het Scheepvaartmuseum en bakent het Marineterrein duidelijk af. Door zijn ruwe materialisering is het gebouw een voortzetting van de muur en door zijn omvang en robuuste silhouet sterk aanwezig in het stadsbeeld. Beeldbepalend architectonisch icoon: Depot Scheepvaartmuseum (041) Het depot van het Nederlands Scheepvaartmuseum (041) naar ontwerp van Liesbeth van der Pol roept door zijn expressieve verschijningsvorm emotie op. Door de geometrisch opgebouwde hoofdvorm met geknikte gevelvlakken en expressieve uitstulpingen heeft het depot een uiterst markante contour die versterkt wordt door de titanium gevelbekleding die bij veranderende licht- en weersomstandigheden telkens een andere intensiteit laat zien.

Door zijn materialisering, hoogte en markante silhouet trekt het gebouw ook boven de muur van het Marineterrein de aandacht naar zich toe en versterkt het geheimzinnige karakter ervan.

Beeldbepalend als vroeg voorbeeld van High Tech-architectuur: Wachtgebouw met abri (007) Het wachtgebouw met abri (007) naar ontwerp van Benthem en Crouwel Architekten, behorende tot de succesvolle generatie van Nederlandse architecten die internationale roem vergaarde. Het wachtgebouw is een vroeg voorbeeld van High Techarchitectuur in Nederland. De ontwerpkwaliteit blijkt uit de strenge geleding van de voorgevel. De strikt geometrische symmetrie Marineterrein Amsterdam

11

Dijks

grach

024 Oosterdok

t

031

022 023

004

040 026

020/018

017 015

025

039

016

030

014 012

029 027 028

010

028a

002

Marineterrein Amsterdam

003

t ur ge rst

tte nb

007

Ka

IJ-tun

006

001

12

041

ra a

nel

034

Deel 1 Cultuurhistorisch onderzoek en waardering terrein Johanna van Doorn i.s.m. Joke Reichardt

Marineterrein Amsterdam

13

14

Marineterrein Amsterdam - Deel 1: het terrein

1 Historische Context Proloog: de komst van de Admiraliteit < Uitsnede kaart van de Noordelijke Nederlanden 1573, Christiaan Sgroten. Door de ligging aan de monding van de Amstel en het IJ ontwikkelde Amsterdam (wit omcirkeld) zich tot een knooppunt van handelswegen. [Noord-Hollands Archief]

De gunstige ligging aan het IJ en de monding van de Amstel was van grote invloed op de ruimtelijke ontwikkeling van Amsterdam. Eeuwenlang werd het overtollig water vanuit de veenmoerassen rondom de prestedelijke nederzetting via kleine stroompjes met herkenbare namen als Gaasp, Gein, Bullewijk en Waver afgevoerd naar de Amstel, die afwaterde op het IJ. Meerdere stormvloeden (1164, 1170, 1175) maakten van het IJ een brede rivier en een belangrijke vaarroute naar de Zuiderzee. Tegen het eind van de vijftiende eeuw was Amsterdam een bloeiende handelsstad geworden, waar scheepvaart en scheepsbouw een vanzelfsprekend onderdeel van waren. De Lastage Buiten de stadsmuur aan de oostkant van de stad was een gebied ontstaan waar het bouwen en repareren van schepen zich concentreerde. Hier lagen de schepen beschut tegen de westenwinden, er was genoeg ruimte en het lag direct aan het IJ. Een kraan ter hoogte van de Schreierstoren in het IJ diende voor het ballasten, ontlasten en belasten van de schepen, activiteiten waaraan het gebied zijn naam, de Lastage, dankte.1 Rond de monding van de Amstel was een dubbele palenrij aangelegd, de Laag genaamd. Deze diende als golfbreker om het havengebied tegen het open IJ-water te beschermen, en vormde tegelijkertijd een barrière voor vijandelijke schepen. Handelsschepen konden hier aanmeren en hun goederen overladen op kleinere schepen.

Zo ontstonden de Walen, de met palen afgeschermde ligplaatsen voor schepen. Stadsuitleg Het ging de stad voorspoedig en tussen 1580 en 1660 vonden vier grote stadsuitbreidingen plaats. Het aantal inwoners groeide in die periode van 30.000 tot ruim boven de 150.000.2 Na de

eerste en tweede uitleg – gerealiseerd tussen 1585 en 1596 – was scheepsbouw een belangrijke bedrijvigheid aan de oostzijde van de stad geworden. De stadsmuren waren vervangen door vestingwerken en omvatten nu ook de Lastage, waar woningen voor arbeiders werden gebouwd. De scheepsbouw verlegde zich naar nieuwe eilanden die aan de oostkant waren aangeplempt: Marken, Uilenburg en Rapenburg.3 De derde uitleg, gerealiseerd vanaf 1611, betrof de westzijde van de stad en het eerste deel van de grachtengordel. Aan de westkant van de stad werden, naar voorbeeld van de nieuwe eilanden aan de oostkant en beschut door nieuwe vestingwerken, het Voor-, Midden- en Achtereiland aangelegd (later Bickers-, Prinsen- en Realeneiland genoemd).4 Hier vestigde zich de West-Indische Compagnie en concentreerde zich de scheepvaart op de Oost. Aan de andere kant van de stad werd het Waalseiland tegenover de Lastage in een dichtgeslibd gedeelte van de Oude Waal aangelegd. Het Waalseiland was bedoeld voor woningbouw voor de gegoede burgerij. De dubbele palenrij in het IJ strekte zich nu uit van de westkant tot de oostkant van de stad. Kattenburg, Wittenburg en Oostenburg Om de Nieuwe Waal aan de oostzijde te beschermen werden de vestingwerken vanaf Rapenburg doorgetrokken op de landstroken Nieuwe Eylandt en het Nieuwe Hooft in het IJ. Hierop werd het eiland Kattenburg aangelegd.

De bolwerken werden afgebroken en de restanten gebruikt ter verbreding van de landstrook.5 In de vestingbouw werden verhoogde geschutsheuvels ‘katten’ genoemd. De naam Kattenburg herinnert hier nog aan. De knik in de Kattenburgerstraat is terug te voeren tot de hoek van 20 graden waaronder de bolwerken ten opzichte van elkaar lagen en markeert de vroegere ligging van het ‘Nieuwe Eylandt’.

Marineterrein Amsterdam - Deel 1: het terrein

15

Vierde Uitleg

Schreierstoren

Eerste en Tweede Uitleg

De Lastage

^ Vogelvlucht Amsterdam 1544, Cornelis Anthoniszoon, Coll. Rijksmuseum. Het begin van de scheepsbouw aan de oostkant van Amsterdam. Onder aan de linkerzijde de Schreierstoren met rechts daarvan De Lastage. [Wikimedia Commons]

> Kaart Joan Blaeu 1649, Coll. Biblioteca Nacional de España. Na de derde stadsuitleg. Links binnen de stadswallen de eilanden Vlooienburg aan de Binnen-Amstel en Rapenburg aan het IJ. Daartussen de eilanden Marken en Uilenburg. Ten westen van Rapenburg het Waalseiland, aangelegd vanaf uit 1634. De dubbele palenrij is doorgetrokken vanaf de monding van de Amstel tot aan de oostelijke vesting waardoor de Nieuwe Waal ontstond. [Wikimedia Commons]

16

Marineterrein Amsterdam - Deel 1: het terrein

eiland Kattenburg

stad binnen de stadswallen

Derde Uitleg

> Werkkaart voor de aanleg en invulling van de vierde uitleg, vervaardigd door Cornelis Dankertsz de Rij, 1660. Linksonder zijn het Zeemagazijn van de Admiraliteit op het eiland Kattenburg en het magazijn van de VOC op Oostenburg met rood ingekleurd. [Stadsarchief Amsterdam 010033000080]

Vanaf de jaren vijftig van de zeventiende eeuw vond de laatste grote uitleg plaats en werden, naast Kattenburg, de eilanden Wittenburg en Oostenburg aangelegd. De vestingwerken verplaatsten verder naar het oosten. De particuliere scheepsbouwers en aanverwante bedrijfjes die zich eerder op Marken, Uilenburg en Rapenburg hadden gevestigd moesten plaatsmaken voor woningen. Zij verhuisden opnieuw, ditmaal naar Wittenburg.6 De werf en pakhuizen van de in 1602 opgerichte Vereenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), sinds 1608 gevestigd op Rapenburg, verhuisden naar Oostenburg.7 In 1655 verhuisde de Admiraliteit van Amsterdam van Uilenburg en Rapenburg naar het eiland Kattenburg. De ontwikkeling van het latere Marine Etablissement kon beginnen.

Marineterrein Amsterdam - Deel 1: het terrein

17

Admiraliteits Boom Teerhuis Oost-Indische Compagnie

Kraan woningen

Oosterkerk

Kadijken

18

Marineterrein Amsterdam - Deel 1: het terrein

Oosten bu

urg

Zeemagazijn

rg

werven

werven

Wittenb

Kattenb urg

Timmerwerf

woningen

Episode 1 (1655-1813) Admiraliteit op ‘s Lands Dok en Werf: bedrijvigheid op land en water

< Detail Oostelijke eilanden. Kaart van de Oostelijke Eilanden en de Stadsrietlanden, met het IJ en ‘t Siecke Water, gegraveerd door B. Stoopendaal, ca. 1674. In rood gestippeld zijn de contouren van ’s Lands Dok en Werf na aankoop van hele terrein tot aan het IJ. De zwarte pijlen geven de ingangen tot het met dubbele rij palen afgescheiden dok weer. [Stadsarchief Amsterdam_ KOKA00320000001]

De Admiraliteit van Amsterdam De Admiraliteit van Amsterdam was een van de vijf Admiraliteiten binnen de Republiek der Zeven Provinciën die in 1597 de taak kregen de kusten en havens te beschermen en het kapen van handelsschepen te voorkomen.8 Naast Amsterdam hadden Zeeland, Rotterdam, Friesland en het Noorderkwartier (Hoorn en Enkhuizen) een eigen Admiraliteit. De Admiraliteit werd verantwoordelijk voor de bouw en het beheer van oorlogsschepen, hoewel in geval van oorlog ook gebruik werd gemaakt van gehuurde of gevorderde koopvaardijschepen, die dan voorzien werden van oorlogstuig. Rond 1650 voldeden de gebouwen en terreinen van de Admiraliteit op Uilenburg en Rapenburg niet meer.9 Zij lagen te verspreid en de werf op Rapenburg was door alle stadsuitbreidingen in de verdrukking gekomen. In 1655 ruilde de Admiraliteit haar terreinen met de stad voor een nieuw terrein op het westelijk deel van het eiland Kattenburg, dat aan het diepere deel van het IJ lag. Het terrein liep van de Kattenburgerbrug aan de stadskant tot iets voorbij de knik in de Kattenburgerstraat. In 1660 kocht de Admiraliteit ook het terrein dat zich van hier uitstrekte tot aan het IJ, en dat in eerste instantie aan particuliere scheepsbouwers was toegewezen. Zij had nu het hele westelijke deel van Kattenburg in bezit.

Een deel van het dok waaraan het terrein lag werd gereserveerd als ligplaats voor oorlogsschepen.10 Dit deel werd afgescheiden met een dubbele rij palen. Hiermee hadden de vroege contouren van ’s Lands Dok en Werf vorm gekregen (zoals aangegeven op de kaart uit ca. 1674 hiernaast). De Admiraliteitswerf De Amsterdamse stadsarchitect Daniël Stalpaert (1615-1676)

kreeg opdracht de Admiraliteitswerf op Kattenburg te ontwerpen. Aan de stadskant, bereikbaar via de Kattenburgerbrug, ontwierp Stalpaert een groot magazijn, ’s Lands Zeemagazijn geheten. Ten noordoosten hiervan kwam een werf met hellingen aan het diepe water, waar schepen konden worden gebouwd, gerepareerd en van uitrusting voorzien. De werf werd van de Kattenburgerstraat afgescheiden door een, eveneens door Stalpaert ontworpen, Poortgebouw dat zich uitstrekte van het Zeemagazijn tot de knik in de Kattenburgerstraat. Van het Poortgebouw tot aan het IJ scheidde een lange muur de werf van de Kattenburgerstraat. Langs de muur kregen al snel allerlei utilitaire gebouwen, werkplaatsen en opslagruimten een plaats. Stalpaerts opzet van de werf bleef tot aan het einde van de achttiende eeuw in stand. ’s Lands Zeemagazijn Het Zeemagazijn, opgeleverd in 1656, stond aan het begin van de werf, als een baken in het water. De classicistische en sobere architectuur van Stalpaert straalde een zekere rust uit, in wat een druk en rumoerig dok was. Het gebouw werd al snel een van de best bezochte toeristische attracties van Amsterdam.11 Het vijf verdiepingen tellende magazijn bestond uit vier vleugels rondom een binnenplaats.

Onder de binnenplaats lagen regenwaterreservoirs, die dienden om de schepen van drinkwater te voorzien.12 Op de binnenplaats lag geschut en in het gebouw werden scheepsbenodigdheden, wapentuig en allerhande voorraden opgeslagen. Aan de kant van de werf was een toegang gemaakt die via een brug (de magazijnsbrug) vanaf de werf bereikbaar was (het huidige bruggetje van het gebouw naar de Voorwerf ligt verder van de straat dan het oorspronkelijke).13 Rondom het Zeemagazijn was een deel van het dok afgescheiden waar de oorlogsvloot werd bevoorraad, onderhouden en uitgerust Marineterrein Amsterdam - Deel 1: het terrein

19

wachthuis en ophaalbrug

grote scheepshelling

wachthuis en ophaalbrug

teerhuis

scheepshelling

dok

pad

muur Zeemagazijn

woonhuizen

poort en kantoren Kattenburgerstraat

woningen

20

Marineterrein Amsterdam - Deel 1: het terrein

poort

woningen

woonhuizen

werkplaatsen

n

laatse

werkp

< Plattegrond van het Zeemagazijn en het poortgebouw met ernaast de werkplaatsen en de Voorwerf met scheepshellingen, 1656. De wachthuisjes op de tekeningen zijn nooit uitgevoerd. De kaart geeft het eerste deel van het terrein weer dat de Admiraliteit in 1655 in bezit kreeg. [Stadsarchief Amsterdam]

<< Gevel van het poortgebouw aan de zijde van het Voorwerf. Met in het midden de poort met aan weerszijden kantoorruimtes en op de flanken woningen met elk een ingang aan de Kattenburgerstraat. [Stadsarchief Amsterdam] < Het poortgebouw van de Admiraliteitswerf aan de Grote Kattenburgerstraat op een gravure uit 1778. [Stadsarchief Amsterdam_ 010097004317]

< Impressie van de Voorwerf uit ca. 1720, gezien vanuit de dokzijde. Op de achtergrond is het gedeelte met werkplaatsen te zien, elk met een eigen scheepshelling. [Stadsarchief Amsterdam_ 010097004365]

met de in het magazijn opgeslagen goederen. Na een grote brand werd het Zeemagazijn in 1791 door stadsarchitect Abraham van der Hart (1747-1820) geheel herbouwd.14 Het Poortgebouw In 1657 werd naast het Zeemagazijn het Poortgebouw opgeleverd in de vorm van langwerpige bebouwing die zich uitstrekte langs de Kattenburgerstraat vanaf de Magazijnsgracht tot aan de knik in de straat. Het symmetrische gebouw bestond uit twee lange vleugels aan weerszijden van een toegangspoort, gemarkeerd door een klokkentoren (het uurwerk werd in de negentiende eeuw overgebracht naar het torentje van het Zeemagazijn).15 Oorspronkelijk waren rondom de poort het ‘schrijverskantoor’ (de administratie), het spijkerhuis en op de bovenverdieping de zeilmakerij ondergebracht. De werkruimtes hadden ramen aan de werfzijde, aan de straatkant waren de grote boogramen als blindnissen ontworpen. In beide uiteinden van het gebouw waren drie woningen ondergebracht. Omgekeerd aan de werkruimtes rondom de toegangspoort, hadden de woningen ramen en deuren aan de straatzijde en aan de werfzijde grotendeels blinde muren.

Hier woonden oorspronkelijk de equipagemeesters, de schrijver van de werf, de meestertimmerman en de onder-meestertimmerman, de opzichter van het ijzerwerk en de opzichter van de sjouwers.16 Aan de zijde van het Zeemagazijn kwam kort na de oplevering een aanbouw die oorspronkelijk diende als poort voor de Magazijnsbrug (in 1814 werd deze vleugel verlengd en kreeg een extra verdieping).17 De Voorwerf De lange werfstrook langs de Kattenburgerstraat, van Zeemagazijn tot IJ, werd Voorwerf genoemd (oorspronkelijk alleen het voorste deel van deze strook). Via de toegangspoort in het Poortgebouw kon men de Voorwerf betreden. Direct voor de poort lag een open plein. Omdat de werfarbeiders hier hun loon kregen uitbetaald

werd dit plein ook wel de Beurs genoemd. Iets voorbij de knik in de Kattenburgerstraat lagen de ‘smidswinkel’ (smederij), een vierkant gebouw dat een flink stuk naar voren stak ten opzichte van het poortgebouw. Tussen het poortgebouw en de smederij kwamen enkele werkplaatsen voor verschillende ambachten.18 Aan de andere kant van de smederij werd een tweede magazijn gebouwd. Dit ‘Groot Magazijn’ was een langgerekt gebouw van twee verdiepingen. Hierin waren de riemenmakers, loodgieters en kuipers gehuisvest en tevens diende het als opslagplaats voor allerlei scheepsbenodigdheden. Onder het gebouw lagen waterreservoirs. Het gebouw was door een blinde muur van de Kattenburgerstraat afgescheiden. Op het laatste stuk van de Voorwerf, grenzend aan het IJ, stond het ‘Agterste Magazijn’ dat geheel omgeven was door een sloot. Op het stuk werf voor het Agterste Magazijn stond een kraaninstallatie waar onder andere het benodigde scheepshout gelost kon worden (het Agterste Magazijn is op latere kaarten aangeduid als Takelmagazijn). Buitenruimte Tussen de scheepshellingen en de bebouwing aan de Voorwerf was een pad vrijgehouden. Op meerdere plaatsen waren hierlangs bomen geplant. Langs het Groot Magazijn stond zelfs een lange rij bomen op gelijke afstand van elkaar als vormden zij een lange laan.

De bomen waren functioneel en werden gebruikt om houten stellages en schepen aan vast te maken, zoals te zien is op de prent van Schouten uit de tweede helft van de achttiende eeuw. Het dok De scheepshellingen op de oevers van het dok waren aflopende stukken terrein die van een zware houten vloer op palen waren voorzien. In de zestiger jaren van de twintigste eeuw werden bij graafwerkzaamheden enkele voormalige scheepshellingen blootgelegd.19 De langere hellingen lagen op het voorste gedeelte van het terrein, hier gingen de grotere schepen van wal. Kleinere vaartuigen werden op het achterste gedeelte van de Voorwerf gebouwd. Het aantal hellingen wisselde regelmatig.20 Naast of Marineterrein Amsterdam - Deel 1: het terrein

21

Deel van het poortgebouw tot Groot Magazijn (van rechts naar links):

(locatie huidige ingang) Smitswinkel

< Groot Magazijn

Kattenburgerstraat werkplaatsen

Poort

pad

Voorwerf

Deel van Groot Magazijn tot Agterste Magazijn (van rechts naar links): Kattenburgerstraat Agterste Magazijn (later Marinierskazerne)

< Groot Magazijn >

pad

IJ

Voorwerf

22

Marineterrein Amsterdam

woonhuizen en kantoren

< Plattegrond van het poortgebouw met woonhuizen en kantoren, de werkplaatsen, het Groot Magazijn en het Agterste Magazijn langs de Kattenburgerstraat, zonder jaartal. NB: de plattegrond is voor de leesbaarheid in twee delen gesplitst en bewerkt. De zwarte pijl geeft de poortingang weer aan de Kattenburgerstraat. Met een witte stippellijn gemarkeerd is het pad tussen de gebouwen aan de Kattenburgerstraat en de Voorwerf. Met een blauwe lijn zijn de contouren van de sloten op de Voorwerf. [Stadsarchief Amsterdam_010056916944]

Palenbarriere

‘Laag’

> Kaart van de werf en het dok. ca 1788. De kaart is bewerkt om de verschillende onderdelen van het terrein aan te geven. Uiterst links (in lichtbauw) is het Zeemagazijn, in het midden (in blauw) de Voorwerf met het poortgebouw, de werkplaatsen, smitswinkel en Grootmagazijn en uiterst rechts (in donkerblauw) het Agterste Magazijn afgescheiden door een sloot van de rest. Tussen de werf met scheepshellingen en de gebouwen aan de Kattenburgerstraat liep een pad met boombeplanting (zie beelden pagina 24). [Stadsarchief Amsterdam]

Ingang dok

Helling bij het Magazijn

Houthelling

Grote helling

Smitshelling Teerhuis

Schuytemakershelling

Mastemakershelling

Timmerloods

Loods

Kraaninstallatie

Beurs

Zeemagazijn

Poort

Pad

Werkplaatsen (later woonhuizen)

Smitswinkel (locatie huidige ingang)

Groot Magazijn

Agterste Magazijn (later Marinierskazerne)

Marineterrein Amsterdam

23

Groot Magazijn

Boombeplanting

Werkplaatsen

Smitswinkel (locatie huidige ingang)

Werf met scheepshellingen

Bomenrij

Zeemagazijn

Poortgebouw

Zeemagazijn

Poortgebouw: poort, woonhuizen en kantoren

Pad

Werf met scheepshelling

Agterste magazijn 24

Groot Magazijn

Dok

Palenrij

Marineterrein Amsterdam - Deel 1: het terrein

Teerhuis

Wachthuisje

Dok

Admiraliteitswerf

IJ-gracht

Piet Heinkade

<< ’ s Lands Zeemagazijn en het scheepswerfterrein gezien vanuit het noordwesten, ca. 1710. [Stadsarchief Amsterdam_ 010094002884] < De bomen aan de Voorwerf werden gebruikt om stellages en schepen aan vast te binden. Prent H.P. Schouten, ca. 1775. [Stadsarchief Amsterdam_ 010097011648]

<< Zicht op de Admiraliteitswerf vanuit het IJ. Uiterst rechts ‘s Lands Zeemagazijn. Midden achter de Oosterkerk op Wittenburg. Prent Pieter Schenk, ca. 1710. [Stadsarchief Amsterdam_ 010094002933] < Gezicht vanaf IJ-gracht (Prins Hendrikkade) in oostelijke richting naar ‘s Lands Zeemagazijn, de Nieuwe Vaart en de Oosterkerk, 1778. Links het Admiraliteitsdok met wachthuisje. [Stadsarchief Amsterdam_ 010094002941].

tussen de hellingen lagen sloten waar aan de schepen kon worden gewerkt of ze na tewaterlating werden afgetimmerd. Een groot aantal tekeningen en schetsen laat zien hoe de werf reilde en zeilde. In het dok konden de schepen ook worden afgetimmerd of gerepareerd of lagen ze opgelegd. Het dok kon vanaf het water worden bereikt via openingen in de palenrijen (coupures) aan IJ-kant en aan de Waal-kant. Bij deze coupures lagen kleine wachthuisjes in het water. De coupure aan de IJ-kant kreeg de naam Admiraliteitsboom. Kattenburg, Wittenburg en Oostenburg: wonen en werken De Admiraliteit bevond zich aan de westzijde van het eiland Kattenburg (zie kaart op p. 14). Op de oostelijke oever, langs de nieuwe Kattenburger Gracht, waren particuliere scheepswerven gevestigd.21 Het eiland werd in de lengterichting in tweeën gedeeld door twee evenwijdig lopende straten. In het middengedeelte langs de Grote en Kleine Kattenburgerstraat kwamen woonhuizen voor de arbeiders die op de scheepswerven werkten. Het eiland Wittenburg had min of meer dezelfde opzet. Hier bevonden zich aan de oevers voornamelijk particuliere scheepstimmerbedrijfjes, en in het midden woonhuizen langs twee evenwijdige straten. Het noordelijke deel van Wittenburg bleef tot halverwege de achttiende eeuw onbebouwd vanwege de te zachte ondergrond.

Aan de zuidkant van het eiland kwam in 1671 de Oosterkerk naar een ontwerp van Stalpaert in samenwerking met architect Adriaan Dortsman (1635-1682). Het eiland Oostenburg was in bezit van de VOC en werd gedomineerd door een enorm pakhuis midden op het eiland, eveneens een ontwerp van Stalpaert. Aan de noordkant van het eiland lag het dok voor de VOC-schepen. Ten oosten lag de Oosterburgervaart, waar op een langgerekt eiland zowel de lijnbaan van de VOC als die van de Admiraliteit gebouwd werden. De drie eilanden werden met elkaar verbonden door een lange kade met ophaalbruggetjes langs de Nieuwe Vaart. Deze vaart was in 1649 gegraven om het dichtslibbende IJ te kunnen omzeilen en was doorgetrokken ten zuiden van de oostelijke eilanden.

Een immateriële herinnering aan de arbeiders op Kattenburg is de uitdrukking Bijltjesdag (de dag van afrekening). De scheepstimmerlieden, voornamelijk woonachtig op het eiland, werden ook wel Bijltjes genoemd, naar hun belangrijkste gereedschap. In de tweede helft van de achttiende eeuw raakten de prinsgezinde Bijltjes, die aanhangers waren van stadhouder prins Willem V van Oranje-Nassau, slaags met patriotten, de burgers die een verregaande democratisering wensten. Nadat de Bijltjes vernielingen in de stad hadden aangericht, volgde op 30 mei 1787 een bloedige afrekening door de patriotten, later bekend geworden als Bijltjesdag. Een dam rondom het dok Een groot probleem dat het Admiraliteitsdok al vanaf het begin parten speelde was de verzanding.Het IJ voerde zand en modder uit de Zuiderzee mee, dat zich afzette achter de palenrijen. Volgens een overeenkomst uit 1693 moest de stad Amsterdam het dok op diepte houden, maar die taak werd door de gemeente verwaarloosd.22 Op voorstel van equipagemeester William May (1725-1870) werd tussen 1790 en 1794 een dam om het dok aangelegd, voornamelijk met modder dat uit de grachten en het IJ was opgebaggerd.23 May’s voorstel om een sluis in de dam te leggen werd niet uitgevoerd. Bij de aanleg van de dam werd het dok werd aan de westzijde iets uitgebreid.

De dam werd binnen de dubbele palenrij aangelegd, die nu als een beschermende arm om het dok kwam te liggen. Bij de voormalige Admiraliteitsboom, de coupure in de palenrij, kwam de entree tot het dok. Op een teerhuis en enkele wachthuisjes na, kwam er geen bebouwing op de dam, vermoedelijk door de open ligging aan het IJ, dat nog steeds onder invloed van eb en vloed stond. Door de aanleg van de dam ontstond naast het Zeemagazijn aan de stadskant het Kogeleiland.

Marineterrein Amsterdam - Deel 1: het terrein

25

26

Marineterrein Amsterdam - Deel 1: het terrein

<< Plan naar ontwerp van equipagemeester Willem May voor de dijk om ‘s Lands dok, 1782. Aan de IJ-zijde stelde hij een coupure met een sluis in de dam voor. Deze werd uiteindelijk niet uitgevoerd. [Nationaal Archief_4MTHS_851] < Tekening van de conceptaansluiting van de dijk om het Admiraliteitsdok ter zijde van het Agterste magazijn, 18de eeuw. Op de tekening is de opbouw van de dijk te zien bestaande uit een buitenberm, een buiten talud op de dijk, de kruin, de binnenloop, de binnenberm en de houten beschoeiing (aan de kant van het dok). [Nationaal Archief_4MTHS_862]

Het einde van de Admiraliteitswerf Met de komst van de Bataafse tijd kwam er in 1795 een einde aan de Admiraliteiten. Het Bataafse bewind voegde de vijf Admiraliteiten samen tot één Marine, die ook in de hieropvolgende Franse tijd werd gehandhaafd. De werf bleef in gebruik maar door slechte financiële omstandigheden nam de scheepsbouw aanzienlijk af. Na het einde van de Franse tijd in 1813 nam Koning Willem I de gecentraliseerde organisatie van de Marine over, die de naam ‘s Lands Marine en later Koninklijke Marine kreeg. De belangrijkste werven van aanbouw in Amsterdam, Rotterdam en Vlissingen, nu Rijkswerven geworden, bleven in stand.24

Marineterrein Amsterdam - Deel 1: het terrein

27

Wachthuis

dam om het dok

dubbele palenrij

< Plattegrond van de werf aan het begin van de 19de eeuw. Op de kaart is de dam om het dok te zien met aan de IJ-zijde in plaats van een sluis en opening ter plaatse van de voormalige Admiraliteitsboom en naast het Zeemagazijn het Kogeleiland. De dam lijkt te zijn begroeid (vermoedelijk gras). De Voorwerf en de wachthuizen op de dam lijken met steigers aan elkaar verbonden te zijn. [Nationaal Archief_4MTHS_854]

Teerhuis

dok Wachthuis IJ-zijde v.m. Admiraliteitsboom

Kogeleiland

werf

pad tussen bebouwing en werf

28

Marineterrein Amsterdam - Deel 1: het terrein

Erfenissen episode 1 contouren situatie 1788 contouren voormalige palenrij rond om dok muur Kattenburgerstraat pad tussen gebouwen Voorwerf en het werf met scheepshellingen locatie boombeplanting langs poortgebouw gebouwen uit eerste episode

9

er rw Vo o

6

7

ur

g

3 8

ra

4

en bu rg

1a

itt 2 1b

Nie

uw

ur g

eV aa

nb

rt

os te

t

5

W

ch

O

Jg

tte

.I

nb

vm

Ka

1. De Oostelijke eilanden Kattenburg, Wittenburg en Oostenburg (inclusief vaarten) met woningbouw en havengerelateerde bedrijvigheid en drie markante locaties a) ‘Lands werf (op Kattenburg), b) de Oosterkerk (op Wittenburg) en c) de VOC-werf (op Oostenburg); 2. De IJ-gracht en Nieuwe Vaart; 3. De Voorwerf met een hoge archeologische verwachtingswaarde (met restanten uit de 17de tot en met de 19de eeuw), zoals vermeld in de rapportage van Bureau Monumenten Amsterdam AAR 69: Inventariserend Veldonderzoek Kattenburgerstraat uit 2012 op pagina 24; 4. Het Zeemagazijn, sinds 1973 in gebruik als Scheepsvaartmuseum; 5. Het langwerpig Poortgebouw met voormalig hoofdentree tot de Voorwerf; 6. Een groot gedeelte van de muur langs de Kattenburgerstraat (voorheen onderdeel van de reeks werkplaatsen en magazijnen erachter); 7. De rooilijn van portiersgebouwen en Depot Scheepsvaartmuseum als herinnering aan de rooilijn van de voormalige smederij, het Groot Magazijn en het Agterste Magazijn; 8. Het pad en locatie van de boombeplanting op de Voorwerf parallel aan het poortgebouw. Het pad en de boombeplanting is op meerdere etsen (p.24) en kaarten (p.20-26) te zien; 9. De dam rondom het dok (waarvan het noordelijke deel is overgebleven).

Binnen het damlichaam bevinden zich vermoedelijk nog de palen van de oorspronkelijke palenbegrenzing van het dok (zie rapportage van Bureau Monumenten Amsterdam AAR 69: Inventariserend Veldonderzoek Kattenburgerstraat uit 2012, pagina 25).

f

Uit deze episode zijn de volgende elementen nog aanwezig:

1c

Marineterrein Amsterdam - Deel 1: het terrein

29

Palenrij Oostelijke afsluitdijk

Dijksgracht

Oosterdoksluizen

Oosterdok

30

Marineterrein Amsterdam - Deel 1: het terrein

Episode 2 (1813-1915) Rijks Maritiem dok en werf: moderne tijden breken aan

< Nieuwe kaart van het Oostelijk Dok voor de stad Amsterdam, 1841. De kaart is bewerkt met in rood gestippeld de contouren van het terrein van de Rijks Maritiem werf en het dok. De witte stippellijnen geven de vaarroutes tussen het IJ en het Oosterdok via de Oosterdoksluizen weer. De zwarte lijn geeft de ingang voor de schepern naar het dok van de Marine weer. [Stadsarchief Amsterdam_KOKA00319000001]

’s Lands Dok en Werf waren na de samenvoeging van de Admiraliteiten tot Nederlandse Marine (vanaf 1905: Koninklijke Marine) een Rijkswerf en maritiem dok geworden. Na een inzinking in de Franse tijd kwam de scheepsbouw onder Koning Willem I op de Rijkswerf weer vol op gang. Ook Oost-Indië viel nu onder verantwoordelijkheid van de vloot en zorgde voor een vraag naar handels- en vlootschepen. De Nederlandse Marine was al snel een van de modernste in Europa.25 Op de Rijkswerf paste men de nieuwste principes in houten scheepsbouw toe, die waren opgedaan in Frankrijk en Groot-Brittannië. De werf en de doksdijk (May’s dam) werden verhoogd, zodat ook bij hoog water de hele werf bereikbaar was. Onderdeel Oosterdok De dichtslibbing van de Amsterdamse haven door het uit de Zuiderzee aangevoerde zand en modder was een probleem voor de scheepvaart op het IJ. Niet alleen het Admiraalsdok had last van de verzanding, die bij gebrek aan een sluis ook na de aanleg van May’s dam nog doorging, maar het gehele havengebied en de scheepvaart op het IJ ondervonden hier hinder van. Op voorstel van Ingenieur der Rijkswaterstaat Jan Blanken (1755-1838) werd het Noord-Hollands Kanaal tussen Amsterdam en Den Helder aangelegd, dat in 1824 in gebruik werd genomen, en dat tot een betere verbinding tussen Amsterdam en de Noordzee leidde.

Maar Blankens voorstel voor het afsluiten van het IJ bij de Zuiderzee haalde het niet en dus ging de verzanding door.26 Na vele discussies tussen gemeentebestuur en Rijkswaterstaat over de te nemen maatregelen werd uiteindelijk in 1828 besloten tot aanleg van twee dijken, ten westen en ten oosten van het Damrak, die eb en vloed buiten de havens moesten houden.27 Het Damrak zelf moest toegankelijk blijven voor de binnenscheepvaart en mocht

daarom niet worden afgedamd. Het Rijks Maritieme dok kwam nu in zijn geheel in het nieuw ontstane Oosterdok te liggen. Aan de IJ-kant ontstond een nieuwe gracht, de Dijksgracht (ook wel De Pijp genoemd). Via een tweetal sluizen (de Oosterdoksluizen) konden schepen vanaf het dok van en naar het IJ varen. Een nieuwe coupure in de noordwestelijke arm van May’s dam, die nu geen functie meer had, gaf een snellere doorvaart van de Rijkswerf en het dok naar de sluizen en het IJ. Inrichting Rijkswerf Rond 1822 werden de hellingen op de Voorwerf overkapt, waardoor het hout droog bewerkt kon worden en men sneller kon bouwen. Bij de grootste hellingen, op het voorste gedeelte van het Voorwerfterrein, waren dat enorme overkappingen die hoog boven het Poortgebouw uitstaken. Op het achterste gedeelte, aan de noordoostkant van het Voorwerfterrein, kwamen lagere kappen voor de bouw van kleinere schepen. Ook op de dam om het dok waren hellingen gelegd, die van overkappingen werden voorzien. In een groot aantal prenten en tekeningen is het werk op en de inrichting van werf en dok in deze tijd vastgelegd. De kaart van het dok en de gebouwen uit 1834 toont hoe de werf een functionele indeling had gekregen (zie p. 26).

Op het brede gedeelte van de Voorwerf werden de ‘diepstgaande Linieschepen’ (de grootste zeilschepen met 3 of 4 masten) gebouwd, op het achterste deel stonden de fregatten (driemasters) op stapel. Op de noordelijke arm van de dam rond het dok lagen de werf voor de brikken (tweemasters) en de sloepenloods. De oorspronkelijke coupure naar het IJ aan het begin van de noordelijke arm was zichtbaar als een versmalling in dit deel van de dam. De zuidelijke arm bevatte de werf voor kanonneerschepen Marineterrein Amsterdam - Deel 1: het terrein

31

1

Oostelijk afsluitdijk

nieuwe ingang dok

werf kanonneerschepen

werf voor brikken

Dijksgracht

2

voormalige coupure

mastenmakerij werf Linie-schepen

‘s Lands Magazijn

32

Marineterrein Amsterdam - Deel 1: het terrein

poort en woonhuizen

werf Fregat-schepen

smederij

werkplaatsen en magazijn

takelmagazijn

< Plan van het Rijks Maritieme Dok en Gebouwen te Amsterdam in 1834. De nummers op de kaart verwijzen naar de afbeelden rechts. [Nationaal Archief_4MTSH_]

1

2

> Het Oosterdok, gezien van de Oosterdokssluizen in zuidoostelijke richting naar de Marinewerf, 1835. Rechts ‘s Lands Zeemagazijn. [Stadsarchief Amsterdam_ 010097014928] >> Het te water laten van stoomschip Amsterdam van het Marine Dok van ‘s Lands Werf gezien uit noordwestelijke richting, 1852. [Stadsarchief Amsterdam_ 010097004289]

(kleine zeilschepen met één kanon) en een grote houtloods. Op de hoeken van de dam bevonden zich wachthuisjes (voor de beveiliging van het dok). Naast het wachthuisje aan de noordwestkant staat op de kaart een klein gebouwtje getiteld ‘laboratorium’ ingetekend. De hogere Marinemedewerkers woonden op de werf in het Poortgebouw en in de voormalige werkplaatsen tussen de smederij en het Poortgebouw, die verbouwd waren tot woningen. Naast de smederij lagen de werk- en opslagplaatsen langs de Kattenburgerstraat. Voor het Agterste Magazijn, op de kaart aangeduid als Takel Magazijn, lag de mastenwerkplaats op een eilandje. Sanering Marine Na de afscheiding van België in 1830 noodzaakte de slechte financiële toestand van het land tot bezuinigingen op alle rijksonderdelen. Door verwaarlozing en gebrek aan onderhoud

verkeerden de gebouwen en terreinen van de Rijkswerf rond 1840 in vervallen staat.28 Herinrichting en sanering van de Marineorganisatie leidden tot grote veranderingen op het Marine-terrein in Amsterdam. Door sluiting van de Marinewerven in Rotterdam (1850) en Vlissingen (1868) en het afstoten en reorganiseren van functies op andere Marinewerven kon de Rijkswerf in Amsterdam weer opbloeien. De werf werd de belangrijkste leverancier van schepen voor de Marine. Er kwam nieuw leven in werf en dok. Kappen werden hersteld, hellingen en beschoeiing vernieuwd, vervallen loodsen afgebroken, en bestrating aangelegd. Moderne tijden Na de sanering van de Marine-organisatie en met het aantreden van het ijzer- en stoomtijdperk draaide de Rijkswerf weer op volle toeren. Marine-ingenieur Bruno Johannes Tideman (1834-1883) werd in 1867 aangetrokken om een moderne pantserinrichting op te zetten.29 Als aspirant-ingenieur had Tideman de Amsterdamse werf al in 1857 opgetekend. De werf voor kanonneerschepen Marineterrein Amsterdam - Deel 1: het terrein

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13420085/1