A - 27 Ruimtelijke Ordening (30) 9. Nota beantwoording zienswijzen bestemmin
Tekst van het document
Het belangrijkste aspect in de m.e.r.-beoordelingsprocedure vormt de notitie waarin beschreven staat of de voorgenomen activiteit kan leiden tot belangrijke nadelige milieugevolgen. De vormgeving van deze notitie is vormvrij, maar aan de inhoud worden
63
Gemeente Amsterdam
Pagina 64 van 72
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B
wel eisen gesteld: er moet aandacht besteed worden aan de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn 'over de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten'. De toets wordt gedaan op basis van dezelfde criteria die ook gelden bij een m.e.r.-beoordeling. De aanmeldnotitie is tot stand gekomen met toepassing van de criteria uit bijlage III van de Europese Richtlijn milieueffectbeoordeling. De door adressanten genoemde aspecten (vervuilde grond, water) worden in de aanmeldnotitie besproken. Aan de hand van de voornoemde toetsing is geconcludeerd dat als gevolg van de beoogde herontwikkeling van Hoogte Kadijk 145B geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu en dus ook geen m.e.r. onderzoek nodig is. Dit geldt zowel voor het plangebied als het studiegebied (de binnenstad). Met betrekking tot de bodemverontreiniging wordt verwezen naar de beantwoording daarover in 2.3.cc en 2.5.p.
Conclusie: de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
64
Gemeente Amsterdam
Pagina 65 van 72
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B
2.7. Adressanten 13, 14 en 15 De zienswijze is ingediend door De zienswijze is mede ingediend namens en De zienswijze is ontvangen op 18 augustus 2021. Ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B, gaat de zienswijze in op de volgende onderwerpen: 2.7.a. Unesco-bescherming Adressanten geven aan dat Unesco niet alleen uitgaat van een ‘kernzone’ maar ook van een ‘bufferzone’. Deze bufferzone moet voorkomen dat Werelderfgoed visueel wordt verstoord door belendende nieuwbouw. Het plangebied Hoogte Kadijk 145B valt binnen de bufferzone die behoort bij de tot kernzone aangewezen grachtengordel. De bij de ontwerp-omgevingsvergunning en het ontwerpbestemmingsplan behorende documenten/onderzoeken, alsmede de plantoelichting, behelzen hooguit -zo geven adressanten aan- een bouwhistorische verkenning van de huidige aanwezige bebouwing en een beschrijving van het plangebied, waarin de bestaande toestand van de gebouwen en de monumentwaarden beschreven zijn. Onduidelijk blijft wat de gevolgen zijn voor de kernkwaliteiten en de status van de huidige bebouwing en de aantasting van de functie van de bufferzone. Adressanten vrezen dat de bestaande zichtassen niet behouden blijven en stadssilhouetten verdwijnen. Ook zijn adressanten van mening dat het historische cluster van de brug Kromhout/Vriesseveem/Oosterkerk ernstig zal worden aangetast.
Adressanten geven aan dat de plannen in strijd zijn met het uitgangspunt dat de aard en de kwaliteit van de bufferzone behouden moeten blijven. Beantwoording 2.7.a. De zienswijze is reeds beantwoord onder 2.2.b.
2.7.b. Akoestisch onderzoek Uit het akoestisch onderzoek behorende bij het bestemmingsplan maken adressanten op dat voor het gebruik van de slijptol ter plaatse van de werf, akoestische berekeningen zijn uitgevoerd om de ‘worst case’ situatie vast te kunnen stellen in het kader van het mogelijk maken van woningen. Adressanten geven aan dat het bronvermogen van de slijptol niet op 106 dB(A) ligt maar in ieder geval op 115 dB(A). De berekeningen in het rapport gaan uit van het verkeerde uitgangspunt en naar mening van de adressanten, kloppen de conclusies niet. De geluidbelasting op de gevel zal hoger zijn dan nu in het rapport genomen. Daarbij zal volgens adressanten het gebruik van de slijptol aan de zuidwestzijde
65
Gemeente Amsterdam
Pagina 66 van 72
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B
de norm van 70 dB(A) overschrijden. Beantwoording 2.7.b. Het gebruik van een slijptol bij Museum scheepswerf ’t Kromhout ten opzichte van de woningen in het plangebied is betrokken bij het akoestisch onderzoek ter vaststelling van de hogere geluidswaarden voor de nieuwe woningen. De bronsterkte van de slijptol is vastgesteld op basis van verrichtte geluidsmetingen. Adressanten geven niet aan op basis waarvan aan de verrichtte geluidsmetingen getwijfeld zou moeten worden. Tot slot moet worden opgemerkt dat het besluit hogere geluidswaarden strekt tot bescherming van de toekomstige bewoners van de nieuwe woningen en geen betrekking heeft op de kantoorruimtes van adressanten. 2.7.c. Quick scan ecologie Uit het rapport Quick scan ecologie van 30 maart 2021 komt naar voren dat gezocht is naar aanwijzingen voor vogels met een vaste verblijfsplaats. Gekeken is bijvoorbeeld naar nestplekken voor vogels met een ‘jaarrond beschermd nest’. Ten aanzien van vleermuizen is gesteld dat zij de belangrijkste groep strikt beschermde dieren zijn, die ter plaatse verwacht kunnen worden. Adressanten geven aan dat het niet mogelijk is om zonder nader onderzoek te concluderen dat de aanwezigheid van deze beschermde soort uitgesloten is omdat de gebouwen niet geschikt zouden zijn. Adressanten merken op dat wel nader onderzoek is gedaan naar de aanwezigheid van vogels.
Zonder nader onderzoek kan daarom niet geconcludeerd worden dat er echt geen vleermuizen zijn. Beantwoording 2.7.c. De zienswijze is reeds beantwoord onder 2.5.m.
2.7.d. Licht- en zonnestudie Volgens adressanten wordt niet voldaan aan de normen voor voldoende lichttoetreding. De te realiseren gebouwen zijn hoger dan de bouwwerken die er nu staan en één van de gebouwen steekt over de kade heen. Adressanten stellen dat te weinig rekening is gehouden met hun belangen en ten onrechte een studie naar zon – en lichttoetreding ontbreekt. Beantwoording 2.7.d. Allereerst moet worden opgemerkt dat er geen wettelijke eis bestaat voor de bezonning van woningen, kantoorgebouwen enz. In het kader van de goede ruimtelijke ordening en de belangenafweging is er een bezonningsstudie uitgevoerd die voorafgaande de terinzagelegging van het bestemmingsplan abusievelijk niet als bijlage bij de Toelichting is gevoegd noch nader in de Toelichting zelf is beschreven. In deze bezonningsstudie is de schaduwwerking van de toekomstige situatie inzichtelijk gemaakt voor het voorjaar en herfst en vergeleken met de situatie zonder de met het plan toegestane bebouwing. De uitgevoerde bezonningsstudie toont
66
Gemeente Amsterdam
Pagina 67 van 72
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B
aan dat met de bebouwingsmogelijkheden van het plan een lichte verandering optreedt qua zonlicht en schaduwwerking voor het kantoorgebouw aan de Hoogte Kadijk 143F. Deze verandering levert geen onevenredige wijziging in de bezonningsituatie op. Bovendien gaat het hier om een zijgevel met vooral kleine gevelopeningen, de voornaamste gevelopeningen bevinden zich aan de voor- en achterzijde van het pand en deze worden in de bezonning niet gehinderd door de nieuwbouw. De afstand van de zijgevel van de bestaande bebouwing tot de nieuwbouw is zodanig groot dat de bestaande ramen in de zijgevel ruim voldoende daglicht zullen blijven ontvangen. In de nieuwe situatie zal de daglichttoetreding door de bestaande ramen niet significant wijzigen ten opzichte van de huidige situatie. De gevolgen van de met het plan voorziene bebouwing voor de bezonning van het kantoorgebouw zijn ruimtelijk aanvaardbaar. Van betekenis is ook dat het gebied een stedelijke omgeving betreft.
2.7.e. Planschade Adressanten geven aan dat met de geplande ontwikkelingen hun panden minder waard worden. Ontwikkelingen die ze bij aankoop van de panden niet hadden kunnen voorzien. Adressanten zijn van mening dat ze aanzienlijke schade zullen lijden die door de gemeente moet worden vergoed. Beantwoording 2.7.e. Als adressanten vinden dat zij schade lijden door het nieuwe bestemmingsplan en de schade niet op een andere wijze is gecompenseerd, dan kunnen zij daarvoor een verzoek om planschadevergoeding indienen bij de gemeente als het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden. Voor de beoogde herontwikkeling is een risicoanalyse planschade uitgevoerd en op 14 mei 2020 is met de initiatiefnemers een planschadeovereenkomst getekend. De financiële uitvoerbaarheid van het plan is hiermee vastgesteld.
2.7.f. Parkeren auto Adressanten maken uit de plantoelichting op dat de parkeerbehoefte laag zal zijn. Op eigen terrein worden geen vaste parkeerplekken gerealiseerd. De geplande woningen zijn klein en de parkeertarieven hoog. Naar verwachting worden geen aanzienlijke bezoekersaantallen verwacht. Adressanten delen deze visie van de gemeente niet. Het feit dat de woningen klein zijn, betekent niet dat er bij de doelgroep geen parkeerbehoefte is. Het aantal van nul parkeerplekken is strijdig met de CROW gehanteerde parkeernormen. Naar mening van adressanten wordt niet voldaan aan de nota Parkeernormen auto. Hieraan wordt toegevoegd dat de parkeereis voor nieuwbouwplannen onvoldoende is om parkeeroverlast in de buurt te voorkomen.
67
Gemeente Amsterdam
Pagina 68 van 72
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B
Beantwoording 2.7.f. De zienswijze is reeds beantwoord onder 2.2.c. 2.7.g. Fietsparkeren Adressanten merken op dat het aantal geplande parkeerplekken voor fietsen en scooters lager is dan in de Nota parkeernormen fiets en scooter (maart 2018), wordt aangehouden. De gemeente verdedigt deze lagere aantallen door aan te geven dat in de nota richtlijnen zijn opgenomen die niet bindend zijn. Adressanten geven aan dat, hoewel het aantal fietsen scooterparkeerplekken voldoet aan het bouwbesluit, onvoldoende onderbouwd is waarom de gemeente afwijkt van eigen beleid. Beantwoording 2.7.g. De zienswijze is reeds beantwoord onder 2.2.d.
2.7.h. Overlast De geplande 79 studio’s zullen worden betrokken door studenten en starters. Adressanten beseffen dat ook voor deze doelgroep een woning te vinden moet zijn. Adressanten vrezen voor overlast van studenten en vinden in de plannen geen bepalingen terug waarmee de leefbaarheid in de buurt wordt beschermd. Beantwoording 2.7.h. De zienswijze is beantwoord onder 2.3.s. onder het kopje “(Geluids)overlast van de jonge bewoners”.
2.7.i. Hogere waarden wet geluidhinder Adressanten concluderen dat het ‘Besluit hogere waarden Wet geluidhinder, bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B van mei 2020’, gestoeld is op de verkeerde uitgangspunten waarmee de conclusies niet kloppen. Het beleid van de gemeente Amsterdam is gericht op het realiseren van een optimaal leefklimaat, en toch -zo geven adressanten aan- kiest de gemeente er niet voor om de studentewoningen te voorzien van een dove gevel. Omdat bij de geplande woningen voor de jongeren en studenten sprake is van campuscontracten, (een tijdelijke woonduur van 5 jaar) zou van een stille zijde kunnen worden afgezien. Adressanten betwisten dat daarmee wordt voldaan aan de doelstelling van het geluidbeleid, wat betreft de stille gevels. Adressanten vragen zich ook af hoe het civielrechtelijke aspect van het aangaan van campuscontracten, rijmt met de bestuurlijke handhaving daarvan. Ten aanzien van het gebruik van een slijptol op één van de werven, wijzen adressanten erop dat in het akoestisch onderzoek van het verkeerde uitgangspunt uitgegaan is. Voor
68
Gemeente Amsterdam
Pagina 69 van 72
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B
het gebruik van de slijptol ter plaatse, zijn akoestische berekeningen uitgevoerd om de ‘worst case’ situatie vast te kunnen stellen in het kader van het mogelijk maken van woningen. Adressanten geven aan dat het bronvermogen van de slijptol niet op 106 dB(A) ligt maar in ieder geval op 115 dB(A). De geluidbelasting op de gevel zal hoger zijn dan nu in het rapport genomen. Daarbij zal volgens adressanten het gebruik van de slijptol aan de zuidwestzijde de norm van 70 dB(A) overschrijden. De berekeningen in het rapport gaan uit van het verkeerde uitgangspunt en naar mening van de adressanten, kloppen de conclusies niet. Beantwoording 2.7.i. De doelstelling van het geluidbeleid Anders dan door adressanten gesteld, wordt wel voldaan aan het geluidbeleid van Amsterdam voor stille gevels (Amsterdams geluidbeleid, o.a. paragraaf 6.5) omdat er sprake is van doelgroepwoningen voor studenten en starters. Deze doelgroepwoningen zijn onder voorwaarde (waarborgen doorstroom door middel van tijdelijke huurovereenkomsten) uitgezonderd van het vereiste van een stille gevel. Omdat het hier om kleine eenheden gaat die eenzijdig op een gevel georiënteerd zijn, hebben de betreffende woningen geen stille zijde.
Het is niet goed mogelijk om de (enige) buitengevel van de woningen stil te maken, mede omdat de kosten van het nemen van maatregelen voor het terugbrengen van de geluidbelasting onevenredig hoog zijn. Het plan is conform het beleid ook voorgelegd aan het Technisch Ambtelijk Vooroverleg Geluidhinder Amsterdam (TAVGA) en goedgekeurd. Dove gevels zijn gelet op de geluidsbelastingen op de gevels wettelijk en beleidsmatig gezien niet aan de orde. Het civielrechtelijke aspect van campuscontracten en de bestuurlijke handhaving Adressanten vragen zich af hoe het civielrechtelijke aspect van het aangaan van campuscontracten, rijmt met de bestuurlijke handhaving daarvan. In de planregels is in artikel 3.2.11 vastgelegd dat alle woningen dienen worden te voorzien van een stille zijde, met uitzondering van de studenten- en starterswoningen die vanwege Museum scheepswerf ’t Kromhout en/of de Wittenburgergracht-Oostenburgergracht een geluidsbelasting hoger dan de voorkeursgrenswaarde ondervinden, mits de tijdelijkheid van jongeren en/of studenten in de woningen in voldoende mate is geborgd. De toekomstige verhuurder dient de planregel na te leven. Bij niet naleven ervan kan handhavend worden opgetreden. Handhaving van de openbare orde is echter nu nog een onzekere toekomstige gebeurtenis en kan in een procedure als de onderhavige niet aan de orde kan komen.
Het bronvermogen van de slijptol ligt niet op 106 dB(A) maar in ieder geval op 115 dB(A) De bronsterkte is op basis van verrichtte geluidmetingen bepaald. Adressanten hebben niet aangegeven op basis waarvan het vastgestelde bronvermogen niet juist zou zijn. De berekeningen in het rapport gaan uit van het verkeerde uitgangspunt en naar mening van de adressanten, kloppen de conclusies niet.
69
Gemeente Amsterdam
Pagina 70 van 72
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B
Het standpunt wordt niet nader onderbouwd. Het akoestisch onderzoek is verricht door een gerenommeerd akoestisch bureau en is op een zorgvuldige manier tot stand gekomen. Adressanten hebben geen aanknopingspunten geleverd die tot een andere conclusie zouden kunnen leiden.
2.7.j. Zenswijze Aanmeldnotitie m.e.r. De zienswijze is ontvangen op 18 augustus 2021. Uit de publicatie van de gecoördineerde terinzagelegging, maken adressanten op dat als gevolg van de herontwikkeling geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu en dat om die reden geen milieu-effectrapport hoeft te worden opgesteld. Adressanten zijn van mening dat de nog te realiseren haven onderdeel van deze beoordeling zou moeten zijn. Uit het akoestisch rapport blijkt -zo geven adresanten aan- dat ook de ontwikkeling tot jachthaven getoetst moet worden aan de wet- en regelgeving en dat dit niet kan worden doorgeschoven naar een later moment. Beantwoording 2.7.j. Jachthaven en de aanmeldnotitie m.e.r. De realisatie van de jachthaven is beoordeeld in de Aanmeldnotitie m.e.r. onder meer in paragraaf 2.3.1. Ook voor de realisatie van de jachthaven geldt dat geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Dit geldt zowel voor het plangebied als het studiegebied (de binnenstad). Geconcludeerd wordt dat er geen MER noodzakelijk is. Jachthaven en het akoestisch onderzoek Het akoestisch rapport van 14 april 2021 waaraan adressanten refereren bevat een passage (3.2.3.) waar de gevolgen van de jachthaven worden besproken (geen). Het rapport ligt ten grondslag aan het besluit hogere grenswaarden geluid.
Na de terinzagelegging van het bestemmingsplan is nog een aanvullend akoestisch onderzoek verricht (16 september 2021) met als doel het in kaart brengen van de geluidemissie ten gevolge van de nieuwe activiteiten in en om het plangebied ter plaatse van de bestaande woningen. Uit het aanvullend akoestisch onderzoek waarin ook de jachthaven is meegenomen blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van de activiteiten waaronder de jachthaven binnen de normstelling van het Activiteitenbesluit (zowel langtijdgemiddeld geluidniveau als piekgeluiden) passen. Ook is er geen sprake van indirecte hinder. De beoordeling van de jachthaven is dus niet doorgeschoven naar een later moment.
Conclusie: de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
70
Gemeente Amsterdam
Pagina 71 van 72
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B
2.8.
Adressant 16
De zienswijze is ingediend door
De zienswijze is ontvangen op 19 augustus 2021 en is ingediend in de vorm van een petitie met de naam: ‘Red historisch stadsgezicht Nieuwe Vaart/Entrepotdoksluis/Oosterkerk Amsterdam’ De adressant(-en) (bewoners en bezoekers op de Kadijken en Eilandenboulevard, bezorgd om verlies van cultureel erfgoed) zijn van mening dat de open historische zichtlijn van de draaibrug bij Artis naar de monumentale Oosterkerk over de Entrepotdoksluis met ophaalbrug in de Hoogte Kadijk (1903) en Museumwerf ‘t Kromhout verdwijnt door vergunning voor kolossale nieuwbouw, ca 20 meter hoog, op de werf aan Hoogte Kadijk 145B. Adressanten zijn van mening dat B&W via speciale ontwerpbestemmingsplannen inbreekt op de bescherming door het bestemmingsplan Oostelijke Binnenstad, van een sinds eeuwen gegroeid stadsgezicht aan de Nieuwevaart op de: Oosterkerk, Museumwerf 't Kromhout, Entrepotdoksluis met ophaalbrug en pakhuis Vriesseveem. Dit, zo schrijven adressanten, voor een winstgericht bouwproject: campuscontracten en middenhuur vermomd als ‘sociale woningbouw’ in de werftoren van ca.20m hoog in Cortenstaal en een 10m hoog koopwoonblok.
Adressanten verzoeken de Gemeenteraad om Bestemmingsplan Oostelijke Binnenstad in tact te laten en ontwerpbestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B met 'Eerste Partiële Herziening Bestemmingsplan Oostelijke Binnenstad' af te keuren en geen hoogbouw in de bufferzone van UNESCO werelderfgoed te vergunnen. Ter verduidelijking van het stadspunt hebben adressanten Artist Impressions toegevoegd. Beantwoording 2.8 Open historische zichtlijn van de draaibrug bij Artis naar de monumentale Oosterkerk Allereerst moet worden opgemerkt dat adressant het expliciet heeft over de zichtlijn vanaf de brug bij Artis. Maar vanaf die brug is de Oosterkerk amper / niet zichtbaar. Mocht adressant de verderop gelegen brug 80 bedoelen, dan wordt voor de beantwoording verwezen naar de zienswijze onder 2.2.b. onder het kopje “Het verdwijnen van de bestaande historische zichtlijn”. Inbreuk op het stadsgezicht en andere gronden Voor de beantwoording van de zienswijze wordt verwezen naar 2.2.b., 2.3.b, 2.3.d, 2.3.e en 2.3.f. Conclusie: de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
71
Gemeente Amsterdam
Pagina 72 van 72
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B
3. Conclusie: De aard en de strekking van de bezwaren zoals deze zijn verwoord in de zienswijzen van de adressant vermeld onder 2.5.a. en 2.5.e., voor zover deze betrekking hebben op de gebruiksmogelijkheden van de bestemming Gemengd (2.5.a.) en de bouwhoogte (2.5.e.), hebben burgemeester en wethouders geleid naar een voorstel om het bestemmingsplan aan te passen en de regeling over de bouwhoogte c.a. juridisch te stroomlijnen. Burgemeester en wethouders stellen voor de bezwaren zoals verwoord onder 2.5.a. voor zover het betreft de gebruiksmogelijkheden binnen de bestemming Gemengd, gegrond te verklaren en de bestemming ‘Gemengd’ aan te passen naar een voor de locatie meer specifieke bestemming: ‘Gemengd - 145B’. De bestemming ‘Gemengd - 145B’ is gereduceerd tot de functies wonen, bedrijven, bijbehorende erven en inpandige fietsenstallingen en niet-openbare parkeervoorzieningen. Burgemeester en wethouders stellen voor de overige bezwaren ongegrond te verklaren.
72