A - 27 Ruimtelijke Ordening (30) 9. Nota beantwoording zienswijzen bestemmin
Tekst van het document
2.3.h. Kort samengevat stelt adressant dat zij de ontwerp-omgevingsvergunning niet bij de ter inzage gelegde stukken op het stadhuis heeft aangetroffen. Deze is evenmin ter inzage gelegd bij de ODNZKG. Zowel de bekendmaking in de Staatscourant als de rectificatie daarvan in het Gemeenteblad stellen, dat de ontwerp-omgevingsvergunning bij de overige stukken van het coördinatiebesluit ter inzage ligt. Hierdoor zijn veel mensen, die tegen de ontwerp-omgevingsvergunning een zienswijze willen indienen zwaar gedupeerd, omdat zij deze nergens kunnen inzien, niet kunnen vinden. Beantwoording 2.3.h. Hoewel de beantwoording van de vraag over de niet fysiek ter inzage gelegde ontwerpomgevingsvergunning thuis hoort bij de beantwoording zienswijze ontwerpomgevingsvergunning, willen wij in het kader van het coördinatiebesluit graag hieromtrent een nadere toelichting geven. Adressant heeft op de laatste dag van de terinzagelegging (18 augustus 2021) geconstateerd dat op het Stadhuis de ontwerp-omgevingsvergunning zich niet tussen de fysiek terinzage gelegde stukken bevindt. Dezelfde ontwerp-omgevingsvergunning heeft adressant wel op verschillende plaatsen digitaal kunnen inzien: ruimtelijkeplannen.nl en de website van ODNZKG. Daarnaast is adressant als gevolg van haar Wob verzoek nog voor de terinzagelegging in het bezit gesteld van de tot de omgevingsvergunning behorende stukken.
Adressant erkent dat zij de ontwerp-omgevingsvergunning digitaal heeft ingezien. Aan adressant is de vraag gesteld of zij tijdens haar bezoek aan de balie heeft gevraagd om een afschrift van de ontwerp-omgevingsvergunning. Het is immers gebruikelijk dat bij het ontbreken van een fysiek stuk een afschrift op verzoek wordt afgegeven. Adressant heeft de vraag, of zij om een fysiek exemplaar heeft verzocht, nimmer beantwoord. Wel is op eigen initiatief van de gemeente en ODNZKG een afschrift van de omgevingsvergunning met bijlagen, per e-mail (24 augustus 2021) en per post (25 augustus 2021) aan adressant verstuurd. Heeft het ontbreken van een fysiek stuk bij de terinzagelegging juridische gevolgen? Uit de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat het ontbreken van een fysieke terinzagelegging geen probleem hoeft te zijn als de stukken maar ook digitaal ingezien kunnen worden en op verzoek ook fysiek geleverd kunnen worden (ECLI:NL:RVS:2017:2225, ECLI:NL:RVS:2019:2612). En dat is juist hier het geval geweest: de
22
Gemeente Amsterdam
Pagina 23 van 72
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B
stukken waren digitaal in te zien en ze zijn ook fysiek geleverd. Adressant is niet in haar belangen geschaad.
2.3.i. Voorgeschiedenis: Adressant zegt nogmaals te verwijzen naar de inhoud van haar raadsadressen sinds 2018, de herhaalde inspraak bij raadscommissies RO en WB en alle correspondentie, die adressant heeft gevoerd met de gemeenteraad en het College van B&W alsook de ODNZKG over deze aanvraag, (kenmerk OLO-3387303), voor een omgevingsvergunning aangevraagd door projectontwikkelaars BLVG/ Hubstudios en Boot Service Amsterdam (BSA), verenigd in Hoogte Kadijk CV voor hun hoogbouw woningproject op het werfterrein aan Hoogte Kadijk 145B. Adressant verzoekt de raad de inhoud daarvan als ingevoegd te beschouwen. Beantwoording 2.3.i. Zie beantwoording Pro forma zienswijze van 4 augustus 2021 onder 2.3.a.
Aanvullende zienswijze via e-mail van 18 augustus 2021 2.3.j. Adressant is van mening dat met het veranderen van de bestemming 'industrie' in de bestemming 'gemengd' het College van B&W niet de wettelijke plicht ontloopt, die op de gemeenteraad van Amsterdam rust om de binnenstad binnen de Singelgracht van Amsterdam als rijksbeschermd stadsgezicht te bewaren en te behoeden tegen aantasting via daartoe strekkende beschermende bepalingen in bestemmingsplannen. Bestemmingsplan Oostelijke Binnenstad bepaalt daartoe dan ook, dat deze werf niet mag worden bebouwd met gebouwen hoger dan 4 meter en de oppervlakte van dit perceel grond aan Hoogte Kadijk 145B (voorheen kadastraal bekend als O 4589, sinds 2018 verticaal gesplitst in O 5202 (BSA) en O 5203 (BLVG) in zijn totaliteit niet voor meer dan 50% mag worden bebouwd (met bedrijfsgebouwen). Adressant voegt toe dat de Minister van VROM en de Staatssecretaris van OCW in 1998 stelden, dat de vroegere Bestemmingsplannen Kadijken-Oost en Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145 destijds konden worden opgevat als bestemmingsplannen, die aan deze wettelijke plicht uit de Monumentenwet 1988 voldeden, waar deze bestemmingsplannen een maximale hoogte van 3 meter voor bebouwing tot maximaal 50% van het perceel grond op Hoogte Kadijk 145B vastlegden.
Deze bepaling in de Monumentenwet behoudt rechtskracht onder het overgangsrecht in de Wet op het Cultureel Erfgoed, totdat de Omgevingswet in werking treedt. “Het College van B&W mag de gemeenteraad daarom niet bij voordracht van dit ontwerp-bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B ertoe brengen inbreuk te maken op de
23
Gemeente Amsterdam
Pagina 24 van 72
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B
beschermende bepalingen in Bestemmingsplan Oostelijke Binnenstad”, aldus adressant. Beantwoording 2.3.j. Zoals reeds opgemerkt onder 2.3.b. zijn in verband met de ligging binnen beschermd stadsgezicht, anders dan door adressant betoogt, door middel van de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' beschermende regels opgenomen (artikel 8 van de planregels). Deze regels zijn van toepassing op het hele plangebied en hiermee is het behoud en de bescherming van het beschermd stadsgezicht, anders dan door adressant gesteld, afdoende gewaarborgd. Het plangebied maakt deel uit van een gemengd woonwerkgebied. De initiatiefnemers beogen om de gronden van de voormalige scheepswerf te transformeren naar een gemengd woonwerkgebied (93 woningen en een jachthaven met bijbehorend servicecenter/werkplaats). De herontwikkeling van het plangebied draagt op die manier bij aan de doelstelling om de bestaande stad optimaal en intensiever te gebruiken. Bovendien wordt een bedrijfsfunctie in de vorm van een scheepswerf opgeheven die in de binnenstad niet meer als passend wordt ervaren. De werf was al tientallen jaren onderwerp van klachten uit de buurt en handhavingsprocedures bij verschillende (gemeentelijke en milieu-) instanties. De Amsterdamse binnenstad heeft, anders dan door adressant betoogt, een verhouding van wonen en werken van ongeveer 1:1 met een kleine nadruk op werken.
Dit is een bewezen, werkende mix die leidt tot stedelijkheid en levendigheid. De verhouding wonen/werken wordt in het plangebied als streven gehanteerd door de toevoeging van woningen en de realisatie van een jachthaven met maximaal 30 ligplaatsen voor elektrische boten en sloepen en een servicecenter/werkplaats. Door deze mix aan functies wordt het gemengde karakter van de Kadijkenbuurt op perceelsniveau versterkt. De door adressant gewenste maximale hoogte van 3 meter (het vigerend bestemmingsplan staat overigens 4 meter toe) voor bebouwing tot maximaal 50% van het perceel grond op Hoogte Kadijk 145B, kan gezien de herontwikkeling, niet worden opgevolgd. In het algemeen kunnen aan een geldend bestemmingsplan (in dit geval de het bestemmingsplan “Oostelijke binnenstad”) geen blijvende rechten worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en voorschriften voor gronden vaststellen. Daarnaast is het door adressante voorgestelde alternatief geen redelijkerwijs in beschouwing te nemen alternatief omdat daarmee niet kan worden beantwoord aan de doelstelling van de initiatiefnemer en ook niet aan de doelstelling van de gemeente om de woningnood te verminderen.
2.3.k. “Op grond van vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (AB RvS d.d. 13 augustus 2008, nr. 200706451/1), die inmiddels tot bestuurlijke richtlijn is geworden, mag een pro forma nog ongemotiveerd ingediende zienswijze, 'bedenkingen' binnen 2 weken na afloop van de termijn van terinzagelegging van het
24
Gemeente Amsterdam
Pagina 25 van 72
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B
besluit, waartegen deze zienswijze is gericht, worden aangevuld met (nadere) gronden. Op deze rechtspraak beroept adressant zich. Het College van B&W heeft op 07 juli 2021 een besluit genomen tot rectificatie van haar eerder in de Staatscourant d.d. 23 juni 2021 openbaar gemaakte coördinatiebesluit inzake Hoogte Kadijk 145B en deze rectificatie gepubliceerd in het Gemeenteblad d.d. 07 juli 2021. Daarmee hebben B&W de termijn van terinzagelegging en tot indiening van zienswijze van 24 juni t/m 04 augustus verschoven naar 08 juli tot en met 18 augustus 2021. De termijn voor indiening van zienswijzen eindigt dus pas woensdag 18 augustus 2021. Adressant stelt: “Op grond hiervan behoud ik mij het recht voor om tot 14 dagen na dato, dus tot en met 01 september 2021 nader gronden voor mijn zienswijzen in te dienen. Deze extra tijd heb ik hard nodig, omdat het ondoenlijk voor mij is eerder volledige argumentatie op alle punten naar voren te brengen. Ondanks, dat B&W de weg van gecoördineerde besluitvorming volgens afdeling 3.6 Wro kozen, moeten burgers met bedenkingen vier verschillende zienswijzen indienen bij drie verschillende bestuursorganen, de gemeenteraad, B&W en de ODNZKG, die in mandaat namens B&W van Amsterdam bestuurlijk handelt. Zwaarwegende persoonlijke omstandigheden maken dit voor mij erg belastend.” Beantwoording 2.3.k. Zie voor de beantwoording van 2.3.k.
de beantwoording zoals opgenomen onder 2.3.g.
2.3.l. Adressant merkt op dat vandaag (18 augustus 2021) bij het Stadsloket Centrum in het Stadhuis, Amstel 1 te Amsterdam de ontwerp-omgevingsvergunning(OLO 3387303) niet ter inzage lag. Uitsluitend het ontwerp-bestemmingsplan met toelichting en nadere stukken, waaronder inzake de MER en vergunning van hogere geluidswaarden, waaronder de diverse onderzoeksrapporten, die bij het bestemmingsplan horen, lagen ter inzage. De publicatie door B&W in de Staatscourant d.d. 23 juni 2021 en bekendmaking in het Gemeenteblad d.d. 07 juli 2021 van de rectificatie stellen echter, dat de ontwerpomgevingsvergunning op het Stadhuis, Amstel 1 ter inzage ligt. Deze openbaarmakingen door B&W vermelden geen digitale weblink of papieren versie, die ter inzage zou liggen bij de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. De digitale formulieren op de website van de ODNZKG en de directe weblinks, die B&W in hun publicaties vermelden, zien enkel op indiening van zienswijzen, niet op inzage in de voorliggende stukken. Adressant vraagt wat hier - opnieuw - mis gaat en voegt toe dat dit een forse belemmering betekent voor burgers om kennis van de ontwerpomgevingsvergunning te kunnen nemen.
Het lukt adressant niet om nu een volledige motivering van haar bedenkingen tegen het ontwerp-bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B op te stellen, evenmin ten aanzien van het ontwerp-besluit inzake de MER en de hogere geluidswaarden en ook niet tegen de ontwerp-omgevingsvergunning, OLO-nr. 3387303. Adressant verzoekt daarom tot en met 1 september 2021 de tijd te krijgen om bedenkingen op te stellen.
25
Gemeente Amsterdam
Pagina 26 van 72
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B
Beantwoording 2.3.l. Deze zienswijze is reeds beantwoord. Zie hiervoor de beantwoording zoals opgenomen onder 2.3.g en 2.3.h.
2.3.m. Adressant geeft kort samengevat aan dat eeuwenlange activiteit van scheepswerven heeft geleid tot bodemvervuiling. Adressant stelt daarom dat de grond veel dieper behoort te worden afgegraven dan tot 0,9 of 1.7 m. Beantwoording 2.3.m. Uit meerdere onderzoeken: - Aanvullend bodemonderzoek, Hoogte Kadijk 145b te Amsterdam (Grondslag BV, rapportnummer 24981, van 24 augustus 2018); - Verkennend asbestonderzoek Hoogte Kadijk 145B te Amsterdam (Grondslag BV, rapportnummer 24981, van 22 februari 2018); - Verkennend bodemonderzoek Hoogte Kadijk 145B te Amsterdam (Grondslag BV, rapportnummer 24981, van 27 juni 2016). is gebleken dat de grond sterk is verontreinigd. Het grondwater is licht verontreinigd. In de bovengrond werd zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest aangetroffen. Derhalve is het perceel niet zomaar geschikt voor woningbouw. Om het perceel geschikt te maken voor woningbouw dienen sanerende maatregelen te worden genomen. Gekozen is voor het aanbrengen van een duurzame aaneengesloten afdeklaag voor bebouwing inclusief wonen zonder tuin. Het is daarom niet nodig om de grond dieper af te graven. Voor het aanbrengen van een duurzame aaneengesloten afdeklaag is op 7 oktober 2021 door de initiatiefnemers bij ODNZKG een BUSmelding gedaan, categorie immobiel. BUS is een afkorting van Besluit uniforme saneringen.
Op 25 oktober 2021 heeft ODNZKG de BUS-melding geaccordeerd. Deze stukken maken onderdeel uit van de gegevens behorende bij de te verlenen omgevingsvergunning voor het oprichten van bebouwing en zullen eveneens worden opgenomen als bijlage bij de Toelichting op het bestemmingsplan.
2.3.n. “Bij het veel dieper afgraven dan tot 0,9 of 1.7 m hoort -naar mening van adressant - ook een veel diepgravender archeologisch onderzoek. “Wordt er slechts tot 1.7 m. diep grond afgegraven tbv de betonnen poeren, gevoegd in de funderingsplaat, die de portalen, waarop het werfgebouw moet rusten, dragen en tot 0.9 meter onder het geplande appartementencomplex en wordt er dieper geheid, ook al is dit met schroefpalen, dan vernietigt dit archeologisch erfgoed, dat zich in die diepere ondergrond bevindt, die dan niet afgegraven wordt.”
26
Gemeente Amsterdam
Pagina 27 van 72
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B
Beantwoording 2.3.n. De wet (Wet op de archeologische monumentenzorg van 1 september 2007, artikel 38a (oud) Monumentenwet 1988 en het overgangsrecht van de Erfgoedwet) schrijft voor dat in elk bestemmingsplan rekening moet worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden. De archeologische verwachtingswaarden zijn met de dubbelbestemming Waarde - archeologie in het bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B verankerd. Het Bureau Monumenten & Archeologie van de gemeente Amsterdam heeft in het kader van het geldende bestemmingsplan een archeologisch bureauonderzoek (2009) uitgevoerd voor de oostelijke binnenstad. Uit het bureauonderzoek blijkt dat voor het plangebied een hoge archeologische verwachting geldt vanwege resten van bewoning en ambacht vanaf de 17de eeuw. Een archeologisch rapport is nodig indien er sprake is van bodemverstorende werkzaamheden met een oppervlak van minimaal 100 m² en die dieper dan 0,5 meter onder maaiveld. Gelet op de omvang van de nieuwbouw (circa 390 m²) en de diepte van de graafwerkzaamheden (tot 1,7 onder maaiveld) is een archeologisch rapport noodzakelijk. De afdeling Monumenten en Archeologie van de gemeente (voorheen Bureau Monumenten & Archeologie) heeft daarom een archeologische waardestelling opgesteld aan de hand van een quick scan van het beoogde bouwplan (rapportnummer QS18-068, d.d.
17 april 2018, zie bijlage 8 bij de Toelichting). Daaruit blijkt dat het project niet is uitgezonderd van archeologisch veldonderzoek. Het verplichte veldonderzoek wordt geïntegreerd in de civieltechnische uitvoering, in de vorm van een archeologische begeleiding. Daarvoor dient als eerst een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld waarin de uitgangspunten van het veldonderzoek worden gespecificeerd. Op basis van dit PvE, dat voorafgaande aan de bodemingreep beschikbaar dient te zijn, wordt een praktisch werkplan en kostenraming uitgewerkt. De afdeling Monumenten en Archeologie heeft het PvE in 2018 opgesteld in opdracht van de initiatiefnemer (zie bijlage 9 bij de Toelichting). Door het PvE en de daaruit volgende stappen (werkplan en kostenraming) is het archeologisch belang in voldoende mate gewaarborgd. Adressant heeft geen argumenten of bewijzen aangedragen waaruit dit anders zou (moeten) zijn.
2.3.o. Adressant geeft aan dat het akoestisch onderzoek van Cauberg uit april 2021 zich enkel richt op de te verwachte geluidsbelasting op de buitengevels van de geplande nieuwbouw op de Hoogte Kadijk 145B. Geluidsbelasting dat afkomstig is van de ernaast gelegen werf 't Kromhout, de 6 transformatoren in de openlucht achter de elektriciteitscentrale (Hoogte Kadijk 400) en verkeerslawaai vanaf de Eilandenboulevard. Dat is naar mening van adressant onvoldoende. Om de scheepswerf aan Hoogte Kadijk 145B, werf 't Kromhout en de elektriciteitscentrales op de Kadijken ligt sinds 1986 een geluidzone, waarbinnen ca. 100 woningen of meer gelegen zijn, aan Laagte Kadijk 63-125, Hoogte Kadijk 200-220, Hoogte Kadijk 143 en 147 en hoger, en aan de overzijde van de Nieuwevaart aan de Wittenburgeren Oostenburgergracht. Het gaat er dan juist om -zo stelt adressant- dat ook en vooral akoestisch onderzoek wordt verricht naar de geluidsbelasting op de gevels van alle woningen die in de
27
Gemeente Amsterdam
Pagina 28 van 72
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B
bestaande geluidzone liggen. Geluidsbelasting die wordt veroorzaakt door komende activiteit van Boot Service Amsterdam (BSA), vooral als BSA in de buitenlucht gaat werken, tussen de portalen onder het werfgebouw met Hubstudios op de werfhelling aan Hoogte Kadijk 145B. Daarbij gaat het ook om het te verwachten bouwlawaai, en lawaai van bouwverkeer. Dat ontbreekt geheel in de stukken ter onderbouwing van het coördinatiebesluit. Beantwoording 2.3.o. Het is juist dat het akoestisch onderzoek van 14 april 2021 enkel betrekking heeft op de nieuwe geluidgevoelige bestemmingen (woningen) en de vast te stellen hogere grenswaarden. Gelet op de Wet geluidhinder (Wgh) dient er in geval van nieuwe geluidsgevoelige objecten (zoals wonen) binnen geluidszones als bedoeld in de Wghd er een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd om te bezien hoeveel de geluidsbelasting ter plaatse van de nieuwe geluidsgevoelige functies zal bedragen. Het bestemmingsplan heeft geen betrekking op activiteiten waarvoor volgens de Wgh akoestisch onderzoek met betrekking tot de bestaande woningen nodig is. De werkplaats die in het geldende bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt betreft namelijk geen gezoneerd industrieterrein als bedoeld in de Wgh.
Alhoewel er in het kader van de Wgh dus geen akoestisch onderzoek nodig is kan het in het kader van goede ruimtelijke ordening wenselijk zijn om na te gaan wat de akoestische gevolgen van nieuwe bedrijvigheid op de omgeving zullen zijn. Naar aanleiding van de zienswijze van meerdere adressanten heeft er op 16 september 2021 daarom een aanvullend akoestisch onderzoek plaatsgevonden. Doel van dit aanvullende onderzoek is om in het kader van de beoordeling van een goede ruimtelijke ordening de geluidimmissie als gevolg van de jachthaven en bijbehorende werkplaats in en om het plangebied ter plaatse van de bestaande woningen (ook de woning van adressant), in kaart te brengen. De conclusie van het aanvullend akoestisch onderzoek is dat de geluidbelasting ten gevolge van de activiteiten binnen de nieuwe inrichting: -
binnen de normstelling van het Activiteitenbesluit past (zowel langtijdgemiddeld geluidniveau als piekgeluiden); binnen de normstelling van stap 2 (en 3) van de VNG-richtlijn past; er geen sprake is van indirecte geluidshinder.
Het aanvullend akoestisch onderzoek van 16 september 2021 wordt als bijlage aan de Toelichting op het bestemmingsplan gevoegd. Tot slot moet worden opgemerkt dat het tegengaan van overlast tijdens bouwwerkzaamheden niet iets is dat geregeld kan worden in een bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is daarvoor niet het juiste instrument. Het betreft een uitvoeringsaspect. Mocht deze bestemmingsplanprocedure leiden tot een onherroepelijke omgevingsvergunning voor het bouwen op deze locatie dan is het de taak van de vergunninghouder en de bouwer om de overlast zoveel als mogelijk is te beperken. In art. 8.3 Bouwbesluit 2012 zijn regels opgenomen voor het geluid van (ver)bouwen van bouwwerken en sloopwerkzaamheden. Deze regels hebben betrekking op bedrijfsmatige bouwen sloopwerkzaamheden.
28
Gemeente Amsterdam
Pagina 29 van 72
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B
Het bevoegde gezag beoordeelt of het aannemelijk is dat het geluid van bouw- en sloopactiviteiten voldoet aan de dagwaarden en/of blootstellingsduur uit Bouwbesluit 2012. Als de bouwactiviteiten zijn begonnen, kan het bevoegde gezag de naleving van de dagwaarden met blootstellingsduur controleren. Dit kan uiteraard tijdens het gehele of halverwege het bouwproces, of (onverhoopt) naar aanleiding van een klacht. Als blijkt dat de dagwaarden en, of voorwaarden niet worden nageleefd én de opdrachtgever/de aannemer geen adequate acties onderneemt om daar alsnog aan te voldoen, kan handhavend worden opgetreden. In de omgevingsvergunning zullen ten aanzien van “Het voorkomen van onveilige situaties en het beperken van hinder tijdens het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden” waaronder geluidshinder, voorschriften worden opgenomen.
2.3.p. Adressant merkt op dat de omgevingsvergunning van Hoogte Kadijk 145B, de oude milieuvergunning van Scheepswerf Koning William evenmin in de stukken zit. “Al heeft B&W besloten om deze omgevingsvergunning voor dit bedrijf als 'zware lawaaimaker' in de zin van de Wet Geluidhinder, categorie 13.3 sub b, Bijlage I bij de WABO, in te trekken, omdat BSA deze activiteiten niet voort wil zetten, is deze oude oprichtingsvergunning uit 1997 nu toch nog relevant ter kennisname. Een opgave krachtens het Activiteitenbesluit van het werk, dat BSA van plan is te gaan verrichten op de werf, zit nu evenmin bij de stukken.”
Beantwoording 2.3.p. De oprichtingsvergunning uit 1997 en de daarmee samenhangende wijzigingsvergunningen uit 1999 en 2010 en de veranderingsvergunning uit 2000 aangaande de (bedrijfsvoering van de) scheepswerf Koning William maken inderdaad geen deel uit van de onderliggende stukken van het bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B. In juli 2018 is door ODNZKG geconstateerd dat de scheepswerf geen gebruik meer maakt van de vergunning en de activiteiten zijn beëindigd. Adressant mist bij de stukken een opgave krachtens het Activiteitenbesluit van het werk, dat BSA van plan is te gaan verrichten op de werf. Het Activiteitenbesluit werkt echter niet rechtstreeks door in een bestemmingsplan. Wel moet worden aangetoond dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In de Toelichting op het bestemmingsplan wordt op meerdere plaatsen de werkplaats beschreven alsook de te toekomstige te verrichten werkzaamheden (o.a. par. 5.2.3., 6.10., 9.3.2.). In de akoestisch onderzoeken worden eveneens de werkzaamheden beschreven en de eventuele gevolgen ervan voor de omgeving. In de gebruiksregels van de bestemming ‘Gemengd-145B’ is bepaald dat de jachthaven en de werkplaats uitsluitend zijn te gebruiken door vaartuigen met een lengte van maximaal 7 meter. Grotere vaartuigen zijn niet wenselijk omdat deze niet plaats zouden kunnen vinden in een gesloten werkplaats.
De toekomstige werkzaamheden leveren geen onevenredige aantasting van de woon- en leefklimaat. Dit blijkt onder meer uit het hiervoor reeds genoemd aanvullend akoestisch onderzoek.
29
Gemeente Amsterdam
Pagina 30 van 72
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B
2.3.q. Adressant verzoekt kort samengevat tot slot om de inhoud van alle raadsadressen, inspraak bij raadscommissies en verder reeds gevoerde correspondentie als ingevoegd en ingelast te beschouwen in de door adressant ingediende zienswijzen. Beantwoording 2.3.q. Zie beantwoording Pro forma zienswijze van 4 augustus 2021 onder 2.3.a.
Aanvullende zienswijze via e-mail d.d. 18 augustus 2021 2.3.r. Adressant heeft bij e-mail van 18 augustus 2021 een StAB rapport van 3 augustus 2010 ingestuurd met de volgende toelichting: “Ter aanvulling zendt adressant het StAB-rapport over Hoogte Kadijk 145B, dat de Stichting Advisering Bestuursrecht in 2010 opstelde ten behoeve van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat ziet op de gehele voorgeschiedenis van vergunningverlening aan Scheepswerf Koning William aan Hoogte Kadijk 145B. Daarin zitten de geluidsmetingen van Comprimo uit de 1980-er jaren, van DMGR uit 19931994 inzake vergunningverlening aan beide werven aan Hoogte Kadijk 145B en 147 ('t Kromhout, toen nog in eigendom van de heer Van Amerongen), de instelling van een geluidszone in 1986, een saneringsplan van B&W in 1998, vaststelling van zware bodemvervuiling door GroenHolland in 1998, en de oprichtingsvergunning uit 1997 van Scheepswerf Koning William aan de Hoogte Kadijk 145B, Amsterdam.” Beantwoording 2.3.r. De toezending van het StAB verslag nemen wij ter kennisneming aan. Het verslag d.d. 12 mei 2010 is geschreven op verzoek van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State inzake de beroepsprocedure van een aantal omwonenden waaronder adressant tegen de aanpassing van de voorschriften van de milieuvergunning van de scheepswerf Koning William.
Het verslag heeft niet geleid tot een voor omwonenden gewenste resultaat. Het beroep is ongegrond verklaard. Tussen de stukken van het StAB verslag bevindt zich een Ontheffing milieubeheer d.d. 17 maart 1999 waaruit blijkt dat er op de locatie Hoogte Kadijk 145A sprake is van ernstige bodemverontreiniging. Dit is niet de locatie die betrekking heeft op het bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B. Voor de beantwoording van de zienswijze over de bodemverontreiniging op de planlocatie Hoogte Kadijk 145B wordt verwezen naar de beantwoording zoals opgenomen onder 2.3.m.
30
Gemeente Amsterdam
Pagina 31 van 72
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B
Aanvullende zienswijze via e-mail d.d. 22 augustus 2021 2.3.s. Toelichting persoonlijk belang Adressant woont op de
en een sociale huurwoning. Woonkamer en balkon van adressant liggen op ca. 10 meter hoogte aan de Entrepotdoksluis, noordelijk van meetpunt 7 van de geluidzone, ter hoogte van de woningen Laagte Kadijk 86-94, in de omschrijving in het document van de geluidzone rondom de werven aan Hoogte Kadijk 145B en 147, alsmede beide elektriciteitscentrales op de Kadijken nog genaamd: “Entrepotdoksluis 86-94”, aldaar op 10 meter hoog. Woning van adressant ligt dichter bij de werven, die de geluidsoverlast veroorzaken. Daarom vreest adressant voor geluidsoverlast van de nieuwe werf BSA. Het hoogbouwproject van BLVG/Hubstudios en BSA zal het uitzicht -zo beschrijft adressant- vanuit haar woonkamer en vanaf balkon ingrijpend beperken. Destijds koos adressant de woning vooral vanwege het uitzicht vanuit de woonkamer en vanaf balkon. “Waar ik nu uitkijk over het water van de Entrepotdoksluis, waar deze kruist met de Nieuwevaart tot aan de Oesjesduikersluis, zal ik, als het bouwproject doorgang vindt, moeten aankijken tegen het 20 tot 21,5 meter hoge werfgebouw met 79 Hubstudios”. Adressant maakt zich grote zorgen over lawaai, dagelijkse geluidsoverlast van de jonge bewoners, die elk in een heel kleine woonruimte moeten verkeren van 29 m2. Zij zullen de kades van de Entrepotdoksluis waarschijnlijk als toevluchtsoord kiezen, met alle geluidsoverlast van dien.
“Bovenal zal de geluidsoverlast van 2 jaar bouwwerkzaamheden, eerst aan het werfgebouw, dan bij de bouw van het 10 m. appartementencomplex ervoor, het genot van mijn balkon op het oosten gedurende alle werkdagen – wellicht met de zaterdagen er nog bij? – volstrekt illusoir maken.” Beantwoording 2.3.s. Geluidsoverlast als gevolg van werkzaamheden / activiteiten in het plangebied In de beantwoording onder 2.3.o is ingegaan op de gevolgen van het geluid op de omgeving. Uit het aanvullend akoestisch onderzoek is niet gebleken van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat. Geluidsoverlast als gevolg van bouwactiviteiten In de beantwoording onder 2.3.o is ingegaan op mogelijk geluidsoverlast als gevolg van bouwactiviteiten. (Geluids)overlast van de jonge bewoners Het is zowel aan de gemeente als de initiatiefnemers gelegen dat de omwonenden een goed woon- en leefklimaat behouden. Bovendien is dit niet het eerste project van de initiatiefnemers. Op meerdere plaatsen in de stad zijn soortgelijke woningen gerealiseerd die niet tot noemenswaardig overlast hebben geleid. De vrees voor geluidsoverlast van de toekomstige bewoners van het plan betreft een onzekere toekomstige gebeurtenis, het is een kwestie van
31
Gemeente Amsterdam
Pagina 32 van 72
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B
handhaving van de openbare orde die in een procedure als de onderhavige niet aan de orde kan komen. Uitzicht Bij de totstandkoming van het plan is rekening gehouden met de omgeving, en daarmee met de belangen van adressant en anderen. Dit blijkt onder meer uit de maximale bouwhoogtes die in de planregels zijn opgenomen en aansluiten bij de bestaande omliggende bebouwing. Het woon- en leefklimaat van adressant en anderen wordt door de met het plan toegestane bebouwingsmogelijkheden niet zodanig aangetast, dat hieraan een doorslaggevend belang had moeten worden toegekend. Hierbij moet betrokken worden dat conform de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, er geen recht op blijvend vrij uitzicht bestaat. De adressant kijkt bovendien rechtstreeks uit op het water van de Entrepotoksluis en de aan de overzijde van de sluis gelegen bebouwing. Het plangebied van het bestemmingsplan is alleen zichtbaar vanaf het balkon.
Aanvullende zienswijze d.d. 23 augustus 2021, ontvangen op 24 augustus 2021, dit is een nadere aanvulling van de e-mail van 22 augustus 2021 2.3.t. Vrees voor geluidsoverlast werven “Ter nadere onderbouwing van haar actuele, directe, persoonlijke belang als omwonende binnen een straal van 100 meter rondom de werf aan Hoogte Kadijk 145B, wier belangen geschaad worden door het geplande hoogbouwproject aan de Hoogte Kadijk 145B, uw coördinatiebesluit, vermeldt adressant specifiek, dat haar woning zich bevindt op de derde verdieping in het flatgebouw van Woningcorporatie De Alliantie aan de Laagte Kadijk (nr.s 63-125), Hoogte Kadijk (nrs. 206-220) en Entrepotdoksluis (nr. 4) op Laagte Kadijk 82 (een sociale huurwoning). Woonkamer en balkon van adressant liggen op ca. 10 meter hoogte aan de Entrepotdoksluis, noordelijk van meetpunt 7 in de geluidzone, die sinds 1986 is ingesteld rondom voormalige Scheepswerf Koning William (Hoogte Kadijk 145B) en 't Kromhout (Hoogte Kadijk 147). Meetpunt 7, behorend bij die geluidzone, ligt ter hoogte van de woningen Laagte Kadijk 86-94, in de omschrijving in het document van de geluidzone rondom de werven aan Hoogte Kadijk 145B en 147, alsmede beide elektriciteitscentrales op de Kadijken nog genaamd: "Entrepotdoksluis 86-94", aldaar op 10 meter hoog. Woning van adressant ligt dus dichter bij beide werven, die de geluidsoverlast veroorzaken.
Daarom vreest adressant voor toekomstige geluidsoverlast van de nieuwe werf BSA, in haar huis en op haar balkon, als tot 69 dB(A) in de werkplaats wordt geproduceerd en ook in de buitenlucht onder het geplande werfgebouw gewerkt gaat worden, dat op metalen portalen van 4,5 tot 6,5 meter hoog komt te rusten.”
32
Gemeente Amsterdam
Pagina 33 van 72
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B
Beantwoording 2.3.t. Deze zienswijze is reeds beantwoord. Zie hiervoor de beantwoording zoals opgenomen onder 2.3.o. en 2.3.s.
2.3.u. Beperking uitzicht “Het hoogbouwproject van BLVG/Hubstudios en BSA zal het uitzicht -zo geeft adressant aan- vanuit woonkamer en balkon ingrijpend beperken. In 2007 koos adressant de woning vooral vanwege het uitzicht vanuit de woonkamer en vanaf het balkon. Adressant beschrijft: “Waar ik nu uitkijk over het water van de Entrepotdoksluis, waar deze kruist met de Nieuwevaart tot aan de Oesjesduikersluis, zal ik, als het bouwproject doorgang vindt, moeten aankijken tegen het 20 tot 21,5 meter hoge werfgebouw van BLVG met 79 Hubstudios op de werfhelling en een 10 meter hoog appartementencomplex met zwarte voorgevel naast de brug. Het werfgebouw wordt volgens plan van de architecten &Prast&Hooft bekleed met Corten roestplaten.” Beantwoording 2.3.u. Deze zienswijze is reeds beantwoord. Zie hiervoor de beantwoording zoals opgenomen onder 2.3.s.
2.3.v. Vrees voor geluidsoverlast nieuwe bewoners Adressant heeft grote zorgen over lawaai, dagelijkse geluidsoverlast van de jonge bewoners van de geplande Hubstudios, die heel kleine woonruimtes krijgen van 29 m2. “Dan kiezen zij 's zomers de kades van de Entrepotdoksluis als toevluchtsoord en mijn huis dagelijks veel geluidsoverlast geven.” Beantwoording 2.3.v. Deze zienswijze is reeds beantwoord. Zie hiervoor de beantwoording zoals opgenomen onder 2.3.s.
2.3.w Vrees voor geluidsoverlast bouwwerkzaamheden Adressant vreest “bovenal de geluidsoverlast van 2 jaar bouwwerkzaamheden, eerst aan het werfgebouw, dan bij de bouw van het 10 m. appartementencomplex. Dit zal -naar mening van adressant- het genot van haar balkon op het oosten gedurende alle werkdagen — wellicht met de zaterdagen er nog bij?— volstrekt illusoir maken. Ook binnenshuis zal het bouwlawaai haar de rust de komende twee bouwjaren vaak benemen.”
33
Gemeente Amsterdam
Pagina 34 van 72
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B
Beantwoording 2.3.w. Deze zienswijze is reeds beantwoord. Zie hiervoor de beantwoording zoals opgenomen onder 2.3.o en 2.3.s.
2.3.x. Adressant verzoekt om het bestemmingsplan niet vast te stellen. Beantwoording 2.3.x. Het college stelt de raad voor om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. De zienswijzen maken deel uit van de stukken die ter besluitvorming worden voorgelegd. De uiteindelijke besluitvorming over de vaststelling van het bestemmingsplan, ligt bij de raad.
Bezwaarschrift d.d. 16 september 2021 -met nadere gronden, eveneens ingediend d.d. 16 september 2021 en nadere gronden ingediend op 18 september 2021- op het besluit van de afdeling Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte (THOR) aangaande het handhavingsverzoek van adressant inzake brug nr. 80 en de vraag of adressant al dan niet belanghebbend is. In een e-mail verzonden op 16 september aan de behandelend ambtenaar van Ruimte & Duurzaamheid, vraagt adressant ingediend bezwaarschrift inclusief nadere gronden, beiden d.d. 16 september 2021, ook te beschouwen als nadere gronden bij de zienswijze, ingediend over het ontwerpbestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B. In de nadere onderbouwing van 18 september 2021 wordt dit tevens verzocht. 2.3.ij Adressant tekent bezwaar aan tegen het besluit dat zij d.d. 13 september 2021 heeft ontvangen van de afdeling Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte (THOR) met kenmerk THOR21-10016/UIT-21-13020 over haar handhavingsverzoek inzake brug nr. 80, de metalen ophaalbrug in de Hoogte Kadijk over de Entrepotdoksluis (rijksmonument). De gemeente stelt dat adressant geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2 AWB. In haar verzoek tot handhaving van het verkeersbesluit inzake deze brug nr. 80 wordt adressant niet-ontvankelijk geacht. Adressant deelt deze conclusie niet en vraagt het besluit te heroverwegen.
Bezwaar van adressant is gericht op bescherming van brug nr. 80, een rijksmonument, in de Hoogte Kadijk tussen de nummers 145 en 147, over de Entrepotdoksluis. Adressant maakt zich in het bijzonder zorgen over toekomstig bouwverkeer met als bestemming het geplande hoogbouwproject op de werf aan de Hoogte Kadijk 145B pal naast brug 80. Samen met de sluis vormt de groene metalen ophaalbrug de eerste metalen spoorbrug in Nederland, gebouwd door Werkspoor 1903, een kwetsbaar rijksmonument. Adressant geeft aan dat toekomstig bouwverkeer geluidsoverlast en zware aantasting van de monumentale brug zal veroorzaken. Adressant vraagt handhaving van het verkeersbesluit, dat passeren van deze brug met voertuigen zwaarder dan 7,5 ton verbiedt. Adressant dient genoemde bezwaar ook in als
34
Gemeente Amsterdam
Pagina 35 van 72
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B
nadere gronden bij de zienswijze die ze heeft ingediend in het kader van het geplande bouwproject op de werf aan Hoogte Kadijk 145B, waartoe de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (ODNZKG) een ontwerp-omgevingsvergunning heeft opgesteld (OLO 3387303). Adressant voegt aan haar tweede nadere onderbouwing van 16 september 2021 een nieuw handhavingsverzoek toe waarin wordt voorgesteld dat de gemeente weegmatten en kentekencamera's plaatst op en bij brug nr. 80. zodat de afdeling THOR actief en adequaat op afstand kan handhaven op overtredingen van het verkeersbesluit. In de nadere onderbouwing ingediend op 18 september 2021 geeft adressant aan in het kader van de belanghebbendheid, dat volgens vaste jurisprudentie van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, adressant als omwonende binnen een straal van 100 rond de brug, als belanghebbende moet worden gezien. Tevens geeft adressant aan dat krachtens een eerder besluit inzake een omgevingsvergunning tot tijdelijke vervanging van het brugdek en brugval van brug 80, adressant wel ontvankelijk is verklaard als belanghebbende. Dit, omdat adressant binnen een straal van 100 meter rondom de brug woont, dus conform de jurisprudentie van de RvS. Naar mening van adressant handelt de gemeente inconsistent als ze nu bij haar laatst ingediende bezwaar, niet als belanghebbende wordt gezien. Beantwoording 2.3.ij.
Voor het bezwaarschrift d.d. 16 september 2021 -met nadere gronden, eveneens ingediend d.d. 16 september 2021, en nadere gronden ingediend op 18 september 2021- op besluit van de afdeling Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte (THOR) met betrekking tot handhavingsverzoek van adressant inzake brug nr. 80, wordt een andere besluitvormingsprocedure doorlopen dan de besluitvormingsprocedure behorend bij de vaststelling van het bestemingsplan. Adressant vraagt het betreffende bezwaarschrift te beschouwen als nadere grond bij de zienswijze die zij heeft ingediend in het kader van het ontwerpbestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B. Echter, het bestemmingsplan, maar ook het besluit tot vaststelling van hogere waarden zijn niet de instrumenten om verkeerstechnische ingrepen te doen in het plangebied. De door adressant verlangde handhaving van het verkeersbesluit inzake de brug nr. 80 kan niet met dit bestemmingsplan worden bewerkstelligd omdat dit bestemmingsplan enkel betrekking heeft op de locatie Hoogte Kadijk 145B en de brug nr. 80 maakt daar geen onderdeel uit. Ten overvloede wordt opgemerkt dat handhaving van de openbare orde in deze procedure sowieso niet aan de orde kan komen.
Dat adressant vreest voor overlast en gevolgen van het toekomstig bouwverkeer, is invoelbaar, maar dat laat onverlet dat bouwverkeer en overlast door bouwwerkzaamheden geen betrekking hebben op het plan zelf maar op de uitvoering daarvan. Zie hieromtrent tevens de beantwoording van de zienswijze van adressant onder 2.3.o.
2.3.z Nadere gronden inzake de (niet-) toepasselijkheid van de Crisis- en Herstelwet en noodzaak en plicht milieu-effectrapportage (m.e.r.) bij zienswijze ontwerpbestemmingsplan en ontwerpomgevingsvergunning, ingediend op 19, 20 en 22 september 2021
35
Gemeente Amsterdam
Pagina 36 van 72
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B
19 september 2021: Adressant merkt op dat de toepassing van de Crisis- en herstelwet in de Toelichting op het bestemmingsplan (1.9) onvolledig is geciteerd. Verder meent adressant, kort samengevat, dat de Crisis- en herstelwet niet van toepassing is omdat geen toepassing is gegeven aan artikel 2.12, eerste lid onder a, onder 3e van de WABO (uitgebreide procedure, zogenaamd projectbesluit) en het toepassen van de coordinatieregeling de toepassing van de Crisis- en herstelwet in de weg staat. Tot slot concludeert adressant dat volgens artikel 3.8 van de WABO de uitgebreide voorbereidingsproedure moet worden toegepast van afdeling 3.4 AWB. Beantwoording 2.3.z. Allereerst moet worden opgemerkt dat in de Toelichting op het bestemmingsplan (1.9) concreet de wettelijke grondslag voor de toepassing van de Crisis- en herstelwet is aangegeven. Het volledig citeren van alle grondslagen is overbodig nu daaraan geen toepassing is gegeven. Adressant is, kort samengevat, van mening dat de Crisis- en herstelwet niet van toepassing is op het coördinatiebesluit. Ook is adressant van mening dat voor het coördinatiebesluit de uitgebreide voorbereidingsproedure moet worden toegepast van afdeling 3.4 AWB. Het door adressant gestelde kan niet leiden tot een ander oordeel of een andere procedure.
Ingevolge artikel 1.1, aanhef en onder a, in samenhang bezien met categorie 3, onder 3.1, van bijlage 1 van de Crisis- en herstelwet, is afdeling 2 van hoofdstuk 1 van toepassing op de ontwikkeling en verwezenlijking van werken en gebieden ten behoeve van de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied of de herstructurering van woon- en werkgebieden. Het bestemmingsplan maakt de bouw van meer dan 11 woningen mogelijk binnen een aaneengesloten gebied en er is eveneens sprake van een herstructurering van een woonwerkgebied. Om deze redenen valt het bestemmingsplan “Hoogte Kadijk 145B” onder het toepassingsbereik van de Crisis- en herstelwet. Een bestemmingsplan dat meedoet in de coördinatieregeling zoals onderhavige heft de beoogde strijdigheid op, zodat de omgevingsvergunning, na de vaststelling van het bestemmingsplan, verleend kan worden. Op de voorbereiding en bekendmaking van alle gecoordineerde besluiten is de procedure van de artikelen 3.31 en 3.32 Wro van toepassing. Nu het bestemmingsplan onderdeel uitmaakt van het coördinatiebesluit, wordt de procedure voor het bestemmingsplan toegepast. Een aparte uitgebreide voorbereidingsproedure voor de omgevingsvergunning is hier niet aan de orde nu er ingevolge de bestemmingsplanprocedure reeds een uitgebreide voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 Awb is toegepast.
2.3.aa. Zienswijze van 20 september 2021: Adressant wijst op de artikelen 3.30, 3.31 en 3.32 Wro en de Memorie van Toelichting op de Wijziging van de Crisis- en Herstelwet in verband met met versnellen van woningbouw en
36
Gemeente Amsterdam
Pagina 37 van 72
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B
het faciliteren van duurzame ontwikkeling. Adressant komt tot de conclusie dat de formele wetgever in artikel 3.31, ten aanzien van de gecoördineerde behandeling van besluiten, waarbij het bestemmingsplan betrokken is, het recht biedt om aan een ieder om niet alleen op het ontwerp-bestemmingsplan maar ook op alle door B&W gecoördineerde besluiten een zienswijze in te dienen. In de Staatscourant van 23 juni 2021 en herhaald in het Gemeenteblad van 7 juli 2021, is opgenomen dat op het ontwerpbestemmingplan door een ieder een zienswijze kan worden ingediend maar dat op de daarmee gecoördineerde besluiten alleen belanghebenden een zienswijze kunnnen indienen. Adressant is van mening dat dit niet juist is en dat de Crisis- en Herstelwet hier niet op kan inbreken. Verder betwist adressant, kort samengevat, wederom de toepassing van de Crisis- en herstelwet en voert aan dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de definitie van de categorie in Bijlage I bij de Crisis en Herstelwet te ruim uitlegt. Het criterium van meer dan 11 woningen ziet volgens adressant niet toe op miniatuur bestemmingsplannen, doch is ontleend aan en ziet op het projectuitvoeringsbesluit.
Adressant trekt deze conclusie uit de Memorie van Toelichting op de Wijziging van de Crisis- en Herstelwet in verband met het versnellen van woningbouw en het faciliteren van duurzamje ontwikkeling, zoals het verduurzamen van energiegebruik (TK 2017-2018, nr 3, blz 6). Adressant citeert daaruit de passage 3.1. Beantwoording 2.3.aa. De kennisgeving Adressant is kort samengevat van mening dat de kennisgeving een gebrek heeft omdat daarin is aangegeven dat alleen m.b.t. het bestemmingsplan een ieder een zienswijze kan indienen en m.b.t. de overige ontwerpbesluiten alleen belanghebbenden. Het standpunt van adressant dat de kennisgeving een gebrek heeft, is juist. Alle besluiten waarop de coördinatieregeling van toepassing is, worden voorbereid met de uitgebreide voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dat betekent dat voordat een vergunning kan worden verleend waarop de coördinatieregeling van toepassing is, altijd eerst een ontwerpvergunning gedurende een termijn van zes weken ter inzage moet worden gelegd. In deze periode kan door een ieder hiertegen een zienswijze worden ingediend (art. 3.31, lid 3, aanhef en onderdeel c, Wro jo art. 3:26 lid 1 onder d Awb). Het college heeft op 8 juni 2021 besloten tot vrijgave voor een gecoördineerde terinzagelegging voor zienswijzen.
De coördinatieregeling bevat het ontwerpbestemmingsplan, ontwerp omgevingsvergunning, ontwerpbesluit hogere waarden geluid en de aanmeldnotitie m.e.r. en heeft van 24 juni 2021 tot en met 18 augustus 2021 ter inzage gelegen. In het geval van Hoogte Kadijk 145B is in de kennisgeving alleen m.b.t. het bestemmingsplan de zienswijze voor een ieder open gesteld, voor de overige ontwerpbesluiten abusievelijk alleen voor belanghebbenden.
37
Gemeente Amsterdam
Pagina 38 van 72
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B
Alle besluiten worden voorbereid met de uitgebreide voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 Awb. De kennisgeving heeft iedereen kunnen bereiken die naar verwachting bedenkingen zou kunnen hebben tegen de ontwerpbesluiten. Het bestemmingsplan is voor een ieder ter inzage gelegd. In de bijlage bij de Toelichting op het bestemmingsplan is zowel de Aanmeldnotitie m.e.r. (bijlage 12) als het ontwerpbesluit uit hogere waarden geluid (bijlage 6), gevoegd. Via het bestemmingsplan is het indienen van zienswijzen over deze besluiten dus toch ook voor een ieder open gesteld. De ontwerp omgevingsvergunning is net als het ontwerpbestemmingsplan op ruimtelijkeplannen.nl gepubliceerd. Verder is op 5 juli 2021 een online informatieavond voor de omwonenden georganiseerd waarbij een uitgebreide toelichting is gegeven over de publicatie, het indienen van een zienswijze en waarbij duidelijk is aangegeven dat een ieder de mogelijk heeft om tegen alle besluiten een zienswijze in te dienen. Er is tevens een fysiek informatiebrief verspreid naar +/- 550 adressen in de omgeving. Dezelfde informatiebrief is ook per mail verspreid naar geïnteresseerden. Er zijn van 16 adressanten 8 uitvoerige zienswijzen ontvangen waarin diverse maar ook overeenkomstige bezwaren aan bod zijn gekomen. Bijna alle geformuleerde bezwaren zijn terug te voeren op het bestemmingsplan dat voor een ieder ter inzage is gelegd.
Artikel 6:22 Awb bepaalt dat een besluit waartegen bezwaar is gemaakt of beroep is ingesteld, ondanks schending van een (on)geschreven rechtsregel of algemeen rechtsbeginsel, door het bestuursorgaan dat op het bezwaar of beroep beslist in stand kan worden gelaten, indien aannemelijk is dat de belanghebbenden daardoor niet zijn benadeeld. De toelichting luidt dat in een bestuursprocesrecht dat is gericht op een materiële en zo mogelijk definitieve beslechting van het geschil, niet langer de aard van het geschonden voorschrift doorslaggevend behoort te zijn, maar het antwoord op de vraag of door de schending een belanghebbende is benadeeld. Volgens de memorie van toelichting bij artikel 6:22 Awb is niet de aard van het geschonden voorschrift beslissend voor de beantwoording van de vraag of een gebrek in een besluit kan worden gepasseerd, maar uitsluitend het antwoord op de vraag of door de schending iemand is benadeeld. In de uitspraak van 27 maart 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:921) overweegt de Afdeling in aansluiting op deze toelichting als volgt: “Toepassing van artikel 6:22 van de Awb is mogelijk indien aannemelijk is dat de belanghebbende door het gebrek in het bestreden besluit niet is benadeeld. Een gebrek dat herstel behoeft, leent zich in beginsel niet voor toepassing van deze bepaling.
In gevallen waarin van het bestuursorgaan een bepaalde actie is vereist om het gebrek weg te nemen, kan er immers niet zonder meer van worden uitgegaan dat belanghebbenden door het gebrek niet zijn benadeeld. Alleen indien evident is dat belanghebbenden door het gebrek niet zijn benadeeld, kan bij het bestaan van een dergelijk gebrek toepassing worden gegeven aan artikel 6:22 van de Awb.” Bij de toepassing van artikel 3:12, eerste lid, van de Awb (kennisgeving) komt het college een zekere vrijheid toe, mits aldus op een geschikte wijze kennisgeving van het ontwerpbesluit plaatsvindt. Volgens de memorie van toelichting bij de Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb (Kamerstukken II 1999-2000, 27 023, nr. 3, blz. 14) moet daarbij
38
Gemeente Amsterdam
Pagina 39 van 72
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B
worden voldaan aan de voorwaarde dat de kennisgeving daadwerkelijk al diegenen kan bereiken die naar verwachting bedenkingen kunnen hebben tegen het ontwerpbesluit. Nu het bestemmingsplan de juridische basis vormt voor andere gecoördineerde besluiten (zonder het bestemmingsplan hebben de besluiten geen betekening of kunnen zij niet in stand blijven) en er aanzienlijke inspanning is geleverd om de (potentiele) belanghebbenden in te lichten, kan worden geconcludeerd dat niemand door het gebrek is benadeeld. Toepassing Crisis- en herstelwet Adressant meent wederom dat de Crisis- en herstelwet hier niet van toepassing is. Deze zienswijze is reeds beantwoord. Zie hiervoor de beantwoording zoals opgenomen onder 2.3.z.
2.3.bb. Zienswijze van 22 september 2021: Betreft nadere gronden inzake de (niet-) toepasselijkheid van de Crisis- en Herstelwet Bij de Crisis en herstelwet gaat om het toe staan van versnelde procedures bij bestemmingsplannen die een werk of een nieuw gebied beogen te realiseren of die gebieden herstructureren. Adressant is van mening dat het in dit geval echter gaat om bestuurlijke regievoering door de democratisch gekozen gemeenteraad als onze volsvertegenwoordiging en het na coalitievorming door/uit haar benoemde College van B&W. Daarbij moet aan burgers, inwoners en omwonenden van het te herstructureren of nieuw te ontwerpen gebied ook voorafgaand voldoende gelegenheid tot inspraak worden geboden. Adressant benadrukt dat het hier niet gaat om het geven van een vrijbrief aan private ontwikkelaars om op winst gerichte bouwprojecten te realiseren met behulp van bestemmingsplannen. Adressant meent dat op deze wijze de rechtsfiguur van het bestemmingsplan als bestuurlijk instrument wordt misbruikt om een bouwproject vergunbaar te maken dat tegen het vigerende bestemmingsplan Oostelijke binnenstad indruist. Beantwoording 2.3.bb.
Toepassing Crisis- en herstelwet Adressant is kort samengevat van mening dat de Crisis- en herstelwet niet van toepassing is op de bestemmingsplanprocedure omdat de bestuurlijke regievoering door de democratisch gekozen gemeenteraad als volsvertegenwoordiging en het na coalitievorming door/uit haar benoemde College van B&W, voorop dient te staan en niet doorbroken kan worden. Daarbij moet, aldus adressant, aan burgers, inwoners en omwonenden van het te herstructureren of nieuw te ontwerpen gebied ook voorafgaand voldoende gelegenheid tot inspraak worden geboden. Het door adressant gestelde kan niet leiden tot een ander oordeel of een andere procedure. Zie hiervoor de beantwoording zoals opgenomen onder 2.3.z. Aanvullend wordt opgemerkt dat de
39
Gemeente Amsterdam
Pagina 40 van 72
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B
gemeentelijke regelgeving niet mag treden in datgene wat al door een ‘hogere wetgever’ is geregeld. Onder ‘hogere’ regelgeving verstaan we: verdragen, Grondwet, wetten in formele zin (waaronder de Crisis- en herstelwet), algemene maatregelen van bestuur, ministeriële besluiten en provinciale regelgeving. De gemeenteraad kan de toepassing van de Crisis- en herstelwet niet passeren. Misbruik bevoegdheid Adressant meent kort samengevat dat het bestemmingsplan als bestuurlijk instrument wordt misbruikt om een bouwproject vergunbaar te maken dat tegen het vigerende bestemmingsplan Oostelijke binnenstad indruist. Adressant miskent met deze volkomen onterechte suggestie, dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan de bestemmingen moet aanwijzen en regels moet geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. Voor zover adressant zich op het standpunt stelt dat “een bouwproject vergunbaar wordt gemaakt dat tegen het vigerende bestemmingsplan Oostelijke binnenstad indruist” wordt overwogen dat in het algemeen aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en voorschriften voor gronden vaststellen.
Deze bestemmingen en voorschriften kunnen met zich brengen dat aan de grote woningurgentie tegemoet wordt gekomen door op de locatie Hoogte Kadijk 145B, waar nu nog de bestemming 'Bedrijf - 1' (het gebruik als scheepswerf, zijnde een categorie V bedrijf als bedoeld in de Staat van Inrichtingen) geldt, onder meer sociale woningbouw toe te staan en de watergebonden activiteiten worden voortgezet door een jachthaven met een werkplaats mogelijk te maken. Inspraak Het bieden van inspraak voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan maakt geen onderdeel uit van de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geregelde bestemmingsplanprocedure. In zoverre verplicht de wet daar niet toe. Gemeente Amsterdam heeft een Inspraakverordening. Volgens artikel 2 lid 3 sub a van de Inspraakverordening wordt geen (aparte) inspraak verleend als inspraak onder meer bij of krachtens wettelijk voorschrift al in een uniforme openbare voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 Awb) is voorzien. Afdeling 3.4 Awb is van toepassing op de voorbereiding van het bestemmingsplan. Volgens de procedure ingevolge afdeling 3.4 Awb vindt inspraak plaats in de vorm van het indienen van zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan. Het voorliggend bestemmingsplan heeft ter inzage gelegen en een ieder, waaronder adressant, heeft een zienswijze kunnen indienen.
Dit neemt allemaal niet weg dat het voorliggend plan herhaaldelijk, nog vóór de terinzagelegging, tijdens informatiebijeenkomsten is besproken alsook in het openbaar is behandeld door de stadsdeelcommissie. Adressant is bij de bijeenkomsten aanwezig geweest, heeft herhaaldelijk ingesproken en haar mening gegeven. Dit heeft adressant ook herhaaldelijk gedaan bij de raadscommissie RO, zowel mondeling als middels raadsadressen. Er is, anders dan door adressant gesteld, voldoende gelegenheid tot inspraak geweest.
40
Gemeente Amsterdam
Pagina 41 van 72
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B
2.3.cc. Zienswijzen m.b.t. de Aanmeldnotitie m.e.r. Zienswijzen per e-mails van 18 augustus 2021, tevens zienswijze ingediend op 22 september 2021 Adressant stelt in de zienswijzen van 18 augustus 2021 onder meer het volgende: “Inzake de noodzaak van een Milieu Effect Rapportage merk ik daartoe op, dat de grond onder Hoogte Kadijk 145B zwaar vervuild is met zware metalen, waaronder arsenicum en met PAK's. Begin 1920-er jaren was hier de Eerste Nederlandse Witmetaalfabriek gevestigd in een tijd, dat het milieu nog geen onderwerp van bestuurlijk beleid was. Vanwege de zwaar vervuilende aard van deze industrie verhuisde de eigenaar deze fabriek later toch naar Naarden. Later werd het een onderdeel van Billiton. …Eeuwenlange activiteit van scheepswerven heeft tot bodemvervuiling geleid. Woningbouw op zwaar vervuilde grond vereist ingrijpende bodemsanering. Dan behoort de grond veel dieper te worden afgegraven dan tot 0,9 of 1.7 m.” In de zienswijze van 22 september 2021 bestrijdt adressant dat geen MER advies nodig zou zijn volgens de EU richtlijn (SEA richtlijn 2001 /42/EG) en verzoekt daarom als onderbouwing te beschouwen: het evaluatierapport van Groen Holland uit 2000 inzake de vervuilde bodem onder Hoogte Kadijk 145B dat adressant eerder op 20 september 2021 bijsloot bij een brief aan de gemeenteraad én het Groen Holland rapport uit 1998 in het StAB-rapport uit 2010.
Adressant zegt dat het met name onder 145B gaat om zwaar vervuilde grond, met grote hoeveelheden PAK's, zware metalen waaronder lood en giftige stoffen zoals arsenicum. Daarom is –zo geeft adressant aan- diepgaande bodemsanering nodig voordat de bouw van het woningproject mag starten. Bouw van een 20 meter hoge woontoren op een werfhelling en 10 meter hoog appartementencomplex aan de straatzijde, waartoe 15 tot 20 meter diep heipalen nodig zijn, houdt werkzaamheden in die mogelijk belangrijk nadelige gevolgen hebben voor het milieu. Het uitvoeren van een MER is daarom vanwege deze mogelijk gevolgen, binnen de EU verplicht. Van deze verplichting is op betreffende locatie volgens adressant, duidelijk sprake en daarom verzoekt adressant de commissie voor de MER om onafhankelijk advies te vragen. Beantwoording 2.3.cc. Adressant meent kort samengevat dat er ten onrechte geen volledig m.e.r. onderzoek heeft plaatsgevonden nu sprake is van woningbouw op ernstig vervuilde bodem. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid die kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Uit de aanmeldnotitie m.e.r. is gebleken dat het plan niet kan leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De toets wordt gedaan op basis van dezelfde criteria die ook gelden bij een m.e.r.-beoordeling.
De aanmeldnotitie is tot stand gekomen met toepassing van de criteria uit bijlage III van de Europese Richtlijn milieueffectbeoordeling.
41
Gemeente Amsterdam
Pagina 42 van 72
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B
Op pagina 6 en verder van de Aanmeldnotitie wordt aangegeven dat de toets is gedaan op basis van de criteria genoemd in Bijlage III van de Europese richtlijn: “De toets wordt gedaan op basis van dezelfde criteria die ook gelden bij een m.e.r.-beoordeling. Deze beoordeling is dus gekoppeld aan de richtlijnen in bijlage III van de Europese Richtlijn milieueffectbeoordeling.” De toetsing is verder uitgewerkt in de Aanmeldnotitie en de sanering van ernstig verontreinigd grond is onder meer besproken in paragraaf 4.6 van de Aanmeldnotitie. Om het perceel geschikt te maken voor woningbouw dienen sanerende maatregelen te worden genomen. Gekozen is thans voor het aanbrengen van een duurzame aaneengesloten afdeklaag voor bebouwing inclusief wonen zonder tuin. Het is daarom niet nodig om de grond dieper af te graven. Voor het aanbrengen van een duurzame aaneengesloten afdeklaag is op 7 oktober 2021 door de initiatiefnemers bij ODNZKG een BUS-melding gedaan, categorie immobiel. BUS is een afkorting van Besluit uniforme saneringen. Op 25 oktober 2021 heeft ODNZKG de BUS-melding geaccordeerd. Deze stukken maken onderdeel uit van de gegevens behorende bij de te verlenen omgevingsvergunning voor het oprichten van bebouwing en zullen ook als bijlage bij de Toelichting op het bestemmingsplan worden gevoegd. De toezending van het StAB verslag nemen wij ter kennisneming aan. Het verslag d.d.
12 mei 2010 is geschreven op verzoek van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State inzake de beroepsprocedure van een aantal omwonenden waaronder adressant tegen de aanpassing van de voorschriften van de milieuvergunning van de scheepswerf Koning William. Het verslag heeft niet geleid tot een voor omwonenden gewenste resultaat. Het beroep is ongegrond verklaard. Adressant geeft niet aan hoe hieruit zou moeten blijken dat het plan tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zal leiden ingevolge de criteria genoemd in Bijlage III van de Europese richtlijn. Tussen de stukken van het StAB verslag bevindt zich overigens onder meer een Ontheffing milieubeheer d.d. 17 maart 1999 waaruit blijkt dat er op de locatie Hoogte Kadijk 145A sprake is van ernstige bodemverontreiniging. Dit is niet de locatie die betrekking heeft op het bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B. Hetzelde geldt voor het door adressant toegezonden evaluatieverslag, ook dit verslag heeft betrekking op de locatie Hoogte Kadijk 145A.