CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 27 Ruimtelijke Ordening (30) 6. Nota van wijzigingen

RAAD 17 februari 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B VN2021-0354714.874 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van wijzigingen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B

Nota van wijzigingen

Colofon

Opdrachtgever Opdrachtnemer Datum

december 2021

Nota van wijzigingen

1

Algemeen

Het ontwerpbestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B heeft met ingang van 24 juni 2021 en in verband met een rectificatie 8 juli 2021 gedurende acht weken, voor een ieder voor zienswijzen ter inzage gelegen. In totaal zijn acht zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen zijn samengevat en beantwoord in de ‘Nota van zienswijzen Bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B’. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende regels, vergezeld van een toelichting. Gewijzigde vaststelling De regels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. Na de ter inzage legging is een aantal aanpassingen doorgevoerd naar aanleiding van zienswijzen. Ook zijn enkele ambtshalve aanpassingen doorgevoerd als correctie van enkele omissies in de regels en op de verbeelding. Voorliggende notitie betreft de beschrijving van de wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen en de ambtshalve wijzigingen ten opzichte van de ontwerp regels en verbeelding. Actualisatie toelichting In de toelichting is een beschrijving van het plangebied opgenomen en zijn de aan het plan ten grondslag gelegen keuzes en beleidsuitgangspunten beschreven. De toelichting is ten opzichte van de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan op enkele onderdelen in samenspraak met Waternet geactualiseerd en verbeterd.

In deze notitie is aangegeven waar de toelichting volledigheidshalve is aangepast ten op zichte van de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan.

2

Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen

Regels: 1.

In artikel 1 Begrippen: a. vanwege het nader specificeren van de bestemming ‘Gemengd’ naar ‘Gemengd – 145B’ zijn de volgende begripsbepalingen geschrapt: i. additionele horeca; ii. consumentverzorgende dienstverlening; iii. detailhandel; iv. galerie; v. gebouwd terras; vi. geldwisselkantoor; vii. growshop; viii. headshop; ix. horeca 1; x. horeca 2; xi. horeca 3; xii. horeca 4; xiii. horeca 5; xiv. horeca 6; xv. kantoor met baliefunctie; xvi. kantoor; xvii. kinderopvang; xviii. mengformule;

Nota van wijzigingen

2.

xix. minisupermarkt; xx. netto verkoopvloeroppervlakte; xxi. open puiverkoop; xxii. prostitutie; xxiii. prostitutiebedrijf; xxiv. seedshop; xxv. seksinrichting; xxvi. smartshop; xxvii. souvenirwinkel; xxviii. telefoneerinrichting; xxix. voorzieningen. In artikel 3 Gemengd: a. vanwege het nader specificeren is de naam van de bestemming ‘Gemengd’ gewijzigd in ‘Gemengd – 145B’; b. vanwege het nader specificeren van de bestemming ‘Gemengd’ naar ‘Gemengd – 145B’ is in lid 3.1 het volgende toegestane gebruik geschrapt: i. kantoor; ii. kantoor met baliefunctie; iii. voorzieningen met inbegrip van additionele horeca; iv. kinderopvang; v. galeries; vi. consumentverzorgende dienstverlening, met inbegrip van een mengformule; vii. detailhandel, met inbegrip van een mengformule. c. ter verduidelijking zijn in sublid 3.2.3 de uitzonderingen ten opzichte van de op de verbeelding weergegeven maximale bouwhoogtes bij recht mogelijk gemaakt waardoor het sublid nu als volgt luidt: “De bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de op de verbeelding aangegeven bouwhoogte., met uitzondering van: 1.

een liftopbouw met een hoogte van maximaal 0,5 meter ten opzichte van de op de verbeelding aangegeven bouwhoogte, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' en met inachtneming van de volgende maten: - een oppervlakte van maximaal 6 m²; - een afstand van minimaal 3 meter tot een dakrand; 2. een liftopbouw met een hoogte van maximaal 0,2 meter ten opzichte van de op de verbeelding aangegeven bouwhoogte, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2' en met inachtneming van de volgende maten: - een oppervlakte van maximaal 4 m²; - een afstand van minimaal 2 meter tot een dakrand; 3. gevelversieringen met een hoogte van maximaal 0,4 meter ten opzichte van de op de verbeelding aangegeven bouwhoogte, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2' en met inachtneming van de volgende maat: - per gevel mogen de gevelversieringen een breedte hebben van maximaal 10% van de gevellengte van de betreffende gevel”; d. ter verduidelijking zijn in sublid 3.2.6 de uitzonderingen op het verbod op ondergeschikte bouwdelen bij recht mogelijk gemaakt waardoor het sublid nu als volgt luidt: “Ondergeschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen zijn niet toegestaan., met uitzondering van de volgende genoemde ondergeschikte bouwdelen: a.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' ten behoeve van: 1. ventilatie-afvoerkanalen met een hoogte van maximaal 0,2 meter ten opzichte van het dak van het gebouw;

Nota van wijzigingen 2. zonnepanelen met een hoogte van maximaal 0,2 meter ten opzichte van het dak van het gebouw; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2' ten behoeve van: 1. ventilatie-afvoerkanalen, schoorstenen en vergelijkbare onderdelen, met een hoogte van maximaal 0,3 meter ten opzichte van het dak van het gebouw; 2. zonnepanelen met een hoogte van maximaal 0,3 meter ten opzichte van het dak van het gebouw”; e. ter verduidelijking is in sublid 3.2.7 een uitzondering op het verbod op installaties bij recht mogelijk gemaakt voor zover het de in sublid 3.2.3 en 3.2.6 genoemde installaties betreft waardoor het sublid nu als volg luidt: “Installaties op daken zijn niet toegestaan, met uitzondering van installaties zoals genoemd in 3.2.3 en 3.2.6”; f. vanwege het nader specificeren van de bestemming ‘Gemengd’ naar ‘Gemengd – 145B’ is in sublid 3.2.8 de zinsnede “te construeren of te wijzigen ten behoeve van gevelverkoop of open puiverkoop dan wel” geschrapt; g. vanwege het nader specificeren van de bestemming ‘Gemengd’ naar ‘Gemengd – 145B’ zijn in lid 3.5 de specifieke gebruiksregels voor de volgende functies geschrapt: i. kantoren zonder baliefunctie), galeries en nutsvoorzieningen; ii. voorzieningen; iii. kinderopvang; iv. detailhandel, consumentverzorgende dienstverlening en kantoren met baliefunctie. Toelichting: 1. 2. 3. 4.

5. 6. 7.

3

In paragraaf 2.2.3 en hoofdstuk 15 is nader ingegaan op de behoefte aan jachthaven. Paragraaf 5.2.3 is aangevuld voor wat betreft de bij recht mogelijk gemaakte uitzonderingen van de maximale bouwhoogtes en ondergeschikte bouwdelen. In paragraaf 5.2 is een subparagraaf opgenomen met betrekking tot bezonning en daglichttoetreding. De bezonningsstudie is opgenomen in de bijlagen van de toelichting. Paragraaf 9.1 is aangevuld met een beschrijving van het akoestisch onderzoek naar geluidseffecten voor bestaande woningen in de omgeving. Het akoestisch onderzoek is opgenomen in de bijlagen van de toelichting. Paragraaf 13.2 is aangepast naar aanleiding van de actualisatie van de quick scan ecologie. De geactualiseerde quick scan is opgenomen in de bijlagen van de toelichting. Paragraaf 13.3 is aangepast naar aanleiding van de actualisatie van berekening stikstofdepositie. De geactualiseerde berekening is opgenomen in de bijlagen van de toelichting. De toelichting is daar waar nodig aangepast naar aanleiding van de hiervoor genoemde wijzigingen van de verbeelding en regels, o.a. paragraaf 6.1.

Ambtshalve wijzigingen

Verbeelding: 1. 2. 3. 4.

De naam van de bestemming ‘Gemengd’ is gewijzigd in ‘Gemengd – 145B’; In het aan de Hoogte Kadijk grenzende bouwvlak is een aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – 2’ opgenomen vanwege specifieke bouwregels met betrekking tot het voorhuis; De aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – 2’ is doorgenummerd naar ‘specifieke bouwaanduiding – 3’; De begrenzing van de aanduiding ‘jachthaven’ in de bestemming ‘Water’ is in overleg met Waternet aangepast zodat deze aanduiding volledig buiten de begrenzing van het hoogwaterbemalingsgebied is gelegen;

Nota van wijzigingen 5. 6.

7.

De gronden waar de aanduiding ‘jachthaven’ is komen te vervallen zijn in overleg met Waternet aangeduid als ‘specifieke vorm van water – werkvoorraad’; De begrenzing van de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterberging’ is in overleg met Waternet aangepast zodat deze dubbelbestemming overeenkomt met de begrenzing van het hoogwaterbemalingsgebied; In het gehele plangebied is een algemene gebiedsaanduiding ‘overige zone – 2’ opgenomen, conform het (paraplu) bestemmingsplan Grondwaterneutrale Kelders.

Regels: 1.

In artikel 1 Begrippen: a. ter verduidelijking van enkele watergebonden begrippen zijn de volgende begripsbepalingen toegevoegd: i. aanlegsteiger: “boven of in het water aangebrachte of op het water drijvende constructie, voor het afmeren van een boot, waarna over de aanlegsteiger naar de wal kan worden gelopen”; ii. afmeerpaal: “paal die geplaatst is in het water al dan niet tevens bevestigd aan de kade, met als enige doel het afmeren van boten”; iii. bedrijfsvaartuig: “a. niet varend bedrijfsvaartuig: vaartuig daaronder begrepen een object te water, niet zijnde een zee- of binnenschip, bestemd voor de uitoefening van enig bedrijf of beroep dan wel voor de uitoefening van sociaal-culturele activiteiten; b. varend bedrijfsvaartuig: vaartuig hoofdzakelijk in gebruik ten behoeve van het vervoer van personen en/of goederen of het (op)slepen, of om beschikbaar te worden gesteld aan personen ten behoeve van de varende recreatie”; iv. boot: “verzamelbegrip voor schepen, woonboten, pleziervaartuigen en bedrijfsvaartuigen”; v. jachthaven: “verzameling van vaste afmeerplaatsen onder gemeenschappelijk beheer waar pleziervaartuigen kunnen liggen als ze niet in gebruik zijn en waar tevens kleine onderhoudswerkzaamheden aan pleziervaartuigen kunnen worden verricht”; vi.

ligplaats: “een nader aangeduid deel van water waar een woonboot of bedrijfsvaartuig met ligplaatsvergunning binnen de daarvoor geldende voorwaarden ligt, dan wel kan liggen aan maximaal 2 afmeerpalen”; vii. ligplaatsvergunning: “vergunning op grond van de Verordening op het Binnenwater 2010, dan wel een daarop opvolgende regeling van het college van B&W voor het met een woonboot, bedrijfsvaartuig of varend bedrijfsvaartuig innemen van een ligplaats”; viii. pleziervaartuig: “een boot, hoofdzakelijk gebruikt en bestemd voor nietbedrijfsmatige varende recreatie”; ix. steiger: “boven, op of in het water aangebrachte of op het water drijvende constructie, waarover gelopen kan worden, niet zijnde een aanlegsteiger, welke ook ten dienste van een op- en afstaplocatie kan staan”; x. werkvoorraad: “boten die in afwachting zijn van reparatiewerkzaamheden van een op de wal gevestigd bedrijf”; xi. woonboot: “een vaartuig, daaronder begrepen een object te water, hoofdzakelijk gebruikt als of bestemd tot woonverblijf. Hieronder wordt mede

Nota van wijzigingen begrepen een: - schip: boot met een scheepsromp, gekenmerkt door hoogteverschillen van de opbouw over de gehele lengte van het schip; - vaartuig: een boot met een scheepsromp met daarop een opbouw; - ark: een boot met een min of meer rechthoekige opbouw zonder noemenswaardige variatie in hoogte, gebouwd op een speciaal voor die boot gebouwd casco; - historische boot: een boot, die van algemeen belang is wegens schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde, die door het dagelijks bestuur als zodanig is aangewezen”; b. vanwege de Huisvestingsverordening 2020 zijn de volgende begripsbepalingen toegevoegd of gewijzigd: i. bed & breakfast: “het gedeeltelijk gebruik van een zelfstandige woonruimte voor kort verblijf bij de hoofdbewoner van die woonruimte, al dan niet met ontbijt”; ii. huishouden: “een alleenstaande dan wel twee personen met of zonder kinderen, die een gemeenschappelijke huishouding voeren of wensen te voeren”; iii. onzelfstandige woonruimte: “woonruimte, niet-zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft of welke niet door een huishouden zelfstandig kan worden bewoond, zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, waarbij als wezenlijke voorzieningen worden aangemerkt: keuken en sanitaire voorzieningen”; iv.

woonruimte: “besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden”; c. conform het (paraplu) bestemmingsplan Grondwaterneutrale Kelders zijn de volgende begripsbepalingen toegevoegd of gewijzigd: i. beleidsregel: “de laatst vastgestelde versie van de beleidsregel 'Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam' welke voor het eerst is vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders d.d. 7 september 2021, waarin de criteria zijn opgenomen waar bouwaanvragen voor kelders aan worden getoetst” ii. deklaag: “de bovenste bodemlaag die in de laatste circa 10.000 jaar is ontstaan en die tevens de ophooglaag bevat die door de mens is aangebracht voor bijvoorbeeld woningbouw“; iii. geohydrologisch rapport: “het resultaat van een geohydrologisch onderzoek neergelegd in een rapport met daarin de eigenschappen en kenmerken van het grondwatersysteem op een bepaalde locatie. In het geohydrologisch rapport worden in ieder geval in beeld gebracht: - de bodemopbouw; - de doorlatendheid (k-waarde) van de bodem; - de grondwaterfluctuatie; - de grondwaterstroming; - de gevolgen voor het grondwatersysteem door de voorgenomen activiteit; - de mitigerende maatregelen om grondwaterneutraal te kunnen bouwen”; iv.

grondwaterneutraal bouwen: “het bouwen van een kelder waarbij de stand en stroming van het grondwater buiten het perceel waarop de kelder is

Nota van wijzigingen

2.

3.

geprojecteerd niet of nauwelijks veranderen, waar mogelijk zal verbeteren, en geen negatieve grondwatereffecten optreden. Tot negatieve effecten worden in ieder geval gerekend risico's op opbarsten van de deklaag, welvorming, grondwateroverlast en grondwateronderlast”; v. kelder: “ondergronds (deel van een) gebouw, uitgezonderd funderingsconstructies, voor zover de onderkant van de vloer van de betreffende bouwlaag dieper is gelegen dan 0,5 meter onder het peil”; d. conform het (paraplu) bestemmingsplan Grondwaterneutrale Kelders is de volgende begripsbepaling geschrapt: i. souterrain. In artikel 2 Wijze van meten : a. conform het (paraplu) bestemmingsplan Grondwaterneutrale Kelders is de volgende meetbepaling toegevoegd: i. “de bouwdiepte van een bouwwerk: “vanaf peil tot aan het laagste punt van het bouwwerk, met uitzondering van fundering of ondergeschikte onderdelen van het bouwwerk”. In artikel 3 Gemengd – 145B: a. vanwege de Huisvestingsverordening 2020 is lid 3.1 onder a gewijzigd in “wonen in de vorm van woonruimtes, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 3.5.1 en 3.5.4”; b. conform het (paraplu) bestemmingsplan Grondwaterneutrale Kelders is het toegestane gebruik als inpandige parkeervoorzieningen en/of ondergrondse fietsenstallingen in lid 3.1 geschrapt; c. in sublid 3.2.2 onder a is: i. het woord “bouwhoogte” vervangen door “hoogte”; ii.

de eis van een minimale hoogte van 3,5 meter bij de eerste bouwlaag gekoppeld aan de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – 2’ zodat de minimale hoogte specifiek van toepassing is bij het voorhuis, daardoor luidt sub a nu als volgt: “De hoogte van de eerste bouwlaag bedraagt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2' minimaal 3,50 meter gemeten vanaf de vloer van de eerste bouwlaag tot aan de bovenkant van de vloer van de tweede bouwlaag, met dien verstande dat deze bouwhoogte tot een diepte van minimaal 5 meter, gemeten vanaf de voorgevel aan de straat, gehandhaafd dient te worden. Indien de vloer van de eerste bouwlaag onder het aangrenzend straatpeil ligt, bedraagt de bouwhoogte van de eerste bouwlaag minimaal 3,50 meter gemeten vanaf het aangrenzend straatpeil tot aan de bovenkant vloer van de tweede bouwlaag, met dien verstande dat deze bouwhoogte tot een diepte van minimaal 5 meter, gemeten vanaf de voorgevel, gehandhaafd dient te worden”; d. in sublid 3.4.2 is: i. onder 1 en 2 een aanvullende voorwaarde opgenomen vanwege het hoogbouwbeleid waardoor het sublid onder 1 en 2 nu als volgt luidt: “1.

het bepaalde in de artikelen 3.2.3, voor het overschrijden van de bouwhoogte voor liften, trappenhuizen, tot ten hoogste 4 meter; Bij mgevingsvergunning afwijken voor lift- en trappenhuizen, is alleen mogelijk indien aantoonbare redenen uitwijzen dat de bedoelde onderdelen niet (geheel) inpandig kunnen worden gerealiseerd en onder de voorwaarde dat: a. het daklandschap niet onevenredig wordt aangetast; b. gebouwen hoger dan 22,5 meter alleen zijn toegestaan indien uit een

Nota van wijzigingen hoogbouweffectrapportage blijkt dat de betreffende bouwhoogte ruimtelijk inpasbaar is en er geen negatief effect op het bestaand stadsbeeld ontstaat; 2. het bepaalde in de artikelen 3.2.6, voor het toestaan van ondergeschikte bouwdelen als schoorstenen en ventilatie-afvoerkanalen tot ten hoogste 5 meter; Bij omgevingsvergunning afwijken voor ondergeschikte bouwdelen, is alleen mogelijk onder de voorwaarde dat: a. het daklandschap niet onevenredig wordt aangetast; b. gebouwen hoger dan 22,5 meter alleen zijn toegestaan indien uit een hoogbouweffectrapportage blijkt dat de betreffende bouwhoogte ruimtelijk inpasbaar is en er geen negatief effect op het bestaand stadsbeeld ontstaat”; ii. onder 3 de zinsnede “centrale verwarmingsinstallaties” vervangen door “buitenunits voor warmtpompen” en er is een aanvullende voorwaarde opgenomen vanwege het hoogbouwbeleid waardoor het sublid onder 3 als volgt luidt: “3. het bepaalde in de artikelen 3.2.3 en 3.2.7, voor het toestaan van installaties op daken en het overschrijden van de maximale bouwhoogte voor condensatoren, koel- en luchtbehandelinginstallaties, centrale verwarmingsinstallaties en andere technische ruimten uitsluitend indien aantoonbare redenen uitwijzen dat de bedoelde onderdelen niet (geheel) inpandig kunnen worden gerealiseerd.

Bij omgevingsvergunning afwijken voor het overschrijden van de maximale bouwhoogte voor condensatoren, koel- en luchtbehandelinginstallaties, buitenunits voor warmtpompen en andere technische ruimten is alleen mogelijk indien aantoonbare redenen uitwijzen dat de bedoelde onderdelen niet (geheel) inpandig kunnen worden gerealiseerd en onder de voorwaarden dat: a. het deze installaties zo klein als technisch mogelijk dienen te zijn; b. deze installaties zoveel mogelijk uit het zicht vanaf de openbare ruimte dienen te worden geplaatst; c. het daklandschap niet onevenredig wordt aangetast; d. gebouwen hoger dan 22,5 meter alleen zijn toegestaan indien uit een hoogbouweffectrapportage blijkt dat de betreffende bouwhoogte ruimtelijk inpasbaar is en er geen negatief effect op het bestaand stadsbeeld ontstaat”; e. conform het (paraplu) bestemmingsplan Grondwaterneutrale Kelders is in lid 3.4 de afwijkingsbevoegdheid voor ondergrondse bouwlagen geschrapt; f. in lid 3.4 is de afwijkingsbevoegdheid voor dakterrassen aangepast doordat de voorwaarde dat een dakterras niet wordt gerealiseerd op een hellend vlak is geschrapt; g.

in lid 3.5 zijn de specifieke gebruiksregels voor bedrijven aangepast doordat een koppeling is gemaakt met de specifieke bouwaanduiding in plaats van het aan de bestemming ‘Verkeer’ grenzende bouwvlak waardoor de voorwaarde nu als volgt luidt: “c.de werkplaats uitsluitend is toegestaan in het bouwvlak dat is aangeduid als 'specifieke bouwaanduiding - 2'”; h. vanwege de Huisvestingsverordening 2020 zijn in lid 3.5 specifieke gebruiksregels opgenomen ten aanzien van woonruimte, deze luidt als volgt: “3.5.1 Woonruimte: a. Het gebruik van een woonruimte in de vorm van onzelfstandige woonruimte is niet toegestaan. b. Het gebruik van een woonruimte ten behoeve van bed & breakfast is niet toegestaan”; i. vanwege de Huisvestingsverordening 2020 is de afwijkingsbevoegdheid van de specifieke gebruiksregels ten aanzien van woonruimte in sublid 3.6.1 aangepast waardoor deze nu als volgt luidt: “a. het bepaalde in artikel 3.5.1 onder a ten einde een woonruimte om te zetten naar één of meer onzelfstandige woonruimten. De omgevingsvergunning wordt slechts

Nota van wijzigingen verleend indien de daarvoor benodigde vergunning op grond van de Huisvestingswet en/of -verordening is verleend. b. het bepaalde in artikel 3.5.1 onder b. De omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien de daarvoor benodigde vergunning op grond van de Huisvestingswet en/of -verordening is verleend. De geldigheidsduur wordt gelijkgesteld aan die van de vergunning op grond van de Huisvestingswet en/of -verordening”. 4.

In artikel 5: a. conform het geldende bestemmingsplan en overleg met Waternet zijn ín lid 5.1 onder b ook afmeerplaatsen voor werkvoorraad toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘jachthaven’ waardoor sub b nu als volgt luidt: “een jachthaven, afmeerplaatsen voor werkvoorraad en bijbehorende aanlegsteigers, uitsluitend daar waar op de verbeelding de aanduiding 'jachthaven' voorkomt”; b. conform het geldende bestemmingsplan en overleg met Waternet is een sub opgenomen ín lid 5.1 zodat ook afmeerplaatsen voor werkvoorraad zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van water – werkvoorraad’ waardoor sub c nu als volgt luidt: “c. afmeerplaatsen voor werkvoorraad, uitsluitend daar waar op de verbeelding de aanduiding 'specifieke vorm van water - werkvoorraad' voorkomt”; c. vanwege de Huisvestingsverordening 2020 is lid 5.1 onder g (voorheen f) gewijzigd in “wonen in de vorm van woonruimtes, met inachtneming van het bepaalde in artikel 5.4.4 en uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 3'”; d. in sublid 5.2.2 onder b is de verwijzing naar de specifieke bouwaanduiding doorgenummerd naar ‘specifieke bouwaanduiding – 3’; e.

in lid 5.2 is een verbodsbepaling opgenomen voor het bouwen van ondergeschikte bouwdelen, deze luidt als volgt: “5.2.5 Ondergeschikte bouwdelen: Ondergeschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen zijn niet toegestaan”; f. in lid 5.2 is de bouwregel voor jachthaven aangepast doordat ook rekening is gehouden met het afmeren van werkvoorraad waardoor het sublid nu als volgt luidt: “Ter plaatse van de aanduiding 'jachthaven' mogen uitsluitend (elektrische) oplaadpalen en aanlegsteigers voor het afmeren van pleziervaartuigen en (elektrische) oplaadpalen werkvoorraad worden gebouwd”; g. in lid 5.2 is een bouwregel opgenomen met betrekking tot werkvoorraad welke als volgt luidt: “5.2.10 Werkvoorraad: Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - werkvoorraad' mogen geen bouwwerken ten behoeve van de werkvoorraad worden gebouwd”; h. in sublid 5.4.1 is conform het geldende bestemmingsplan rekening gehouden met het gebruik als werkvoorraad en ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen waardoor het sublid nu als volgt luidt: “Ter plaatse van de aanduiding 'jachthaven' geldt het volgende: a. het aantal afmeerplekken voor pleziervaartuigen bedraagt maximaal 30; b. de gronden mogen naast het gestelde onder a tevens worden gebruikt voor : 1. het verrichten van kleinschalige onderhoudswerkzaamheden aan pleziervaartuigen; 2.

het innemen van één ligplaats voor een varend bedrijfsvaartuig en één ligplaats voor een niet-varend bedrijfsvaartuig ten behoeve van het ter plaatse van de bestemming 'Gemengd - 145B' op de wal gevestigde bedrijf; 3. het afmeren van maximaal 4 boten die tot de werkvoorraad behoren; c. verhuur van pleziervaartuigen is niet toegestaan”; i. in lid 5.4 is een specifieke gebruiksregel opgenomen met betrekking tot werkvoorraad, welke als volgt luidt: “5.4.2 Werkvoorraad: Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water- werkvoorraad' mogen de gronden worden

Nota van wijzigingen gebruikt voor het afmeren van werkvoorraad, met dien verstande dat boten die tot de werkvoorraad behoren slechts kortstondig mogen afmeren tot een maximum van twee dagen”; j. vanwege de Huisvestingsverordening 2020 zijn in lid 5.4 specifieke gebruiksregels opgenomen ten aanzien van woonruimte, deze luidt als volgt: “5.4.3 Woonruimte: a. Het gebruik van een woonruimte in de vorm van onzelfstandige woonruimte is niet toegestaan. b. Het gebruik van een woonruimte ten behoeve van bed & breakfast is niet toegestaan”; k. vanwege de Huisvestingsverordening 2020 is een afwijkingsbevoegdheid van de specifieke gebruiksregels ten aanzien van woonruimte in lid 5.5 opgenomen, deze luidt als volgt: “5.5.1 Woonruimte: a. het bepaalde in artikel 3.5.1 onder a ten einde een woonruimte om te zetten naar één of meer onzelfstandige woonruimten. De omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien de daarvoor benodigde vergunning op grond van de Huisvestingswet en/of -verordening is verleend. b. het bepaalde in artikel 3.5.1 onder b. De omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien de daarvoor benodigde vergunning op grond van de Huisvestingswet en/of -verordening is verleend. De geldigheidsduur wordt gelijkgesteld aan die van de vergunning op grond van de Huisvestingswet en/of -verordening”. 5. In artikel 9 Waterstaat – Waterbergingsgebied: a.

in lid 9.1 is rekening gehouden met enkele samenvallende dubbelbestemmingen waardoor de voorrangsregeling nu als volgt luidt: “De dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterbergingsgebied' is primair ten opzichte van de andere aan de gronden toegekende bestemmingen., met uitzondering van de bestemmingen 'Waterstaat - Waterkering' en 'Waarde - Archeologie 2'”; b. in sublid 9.2.1 is rekening gehouden met bebouwing vanwege de medebestemming ‘Water’ waardoor het sublid nu als volgt luidt: “Op of in de tot 'Waterstaat Waterbergingsgebied' bestemde gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. waterstaatkundige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die noodzakelijk zijn in verband met de waterhuishouding. Burgemeester en wethouders winnen daartoe het advies in van Waternet; b. daar waar de dubbelbestemming samenvalt met de bestemming 'Water', bouwwerken die op grond van artikel 5 ter plaatse mogen worden opgericht”; c. in sublid 9.2.2 is specifiek ingegaan op de bouwhoogte van waterstaatkundige bouwwerken waardoor het sublid nu als volgt luidt: “De bouwhoogte van waterstaatkundige bouwwerken, geen gebouw zijnde bedraagt ten hoogste 2 meter. Voor de bestaande waterstaatkundige bouwwerken geldt de ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaande bouwhoogte”; d.

de afwijkingsbevoegdheid voor bouwwerken geen gebouwen zijnde in artikel 9.3 is vanwege de aanpassing onder b geschrapt. 6. In artikel 10 Waterstaat – Waterkering: a. in lid 10.1 is rekening gehouden met enkele samenvallende dubbelbestemmingen waardoor de voorrangsregeling nu als volgt luidt: “De dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' is primair ten opzichte van de andere aan de gronden toegekende bestemmingen., met uitzondering van de bestemmingen 'Waarde Archeologie 1' en 'Waarde - Archeologie 2'”; b. in sublid 10.2.1 is rekening gehouden met bebouwing vanwege de medebestemming ‘Gemengd 145B’ waardoor het sublid nu als volgt luidt: “Op of in de tot 'Waterstaat Waterkering' bestemde gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. waterstaatkundige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die noodzakelijk zijn in verband met de waterhuishouding. Burgemeester en wethouders winnen daartoe het

Nota van wijzigingen advies in van Waternet; b. daar waar de dubbelbestemming samenvalt met de bestemming 'Gemengd 145B', bouwwerken die op grond van artikel 3 ter plaatse mogen worden opgericht”; c. in sublid 10.2.2 is specifiek ingegaan op de bouwhoogte van waterstaatkundige bouwwerken waardoor het sublid nu als volgt luidt: “De bouwhoogte van waterstaatkundige bouwwerken, geen gebouw zijnde bedraagt ten hoogste 2 meter. Voor de bestaande waterstaatkundige bouwwerken geldt de ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaande bouwhoogte”; d. de afwijkingsbevoegdheid voor bouwwerken geen gebouwen zijnde in artikel 10.3 is vanwege de aanpassing onder b geschrapt. 7. In artikel 13 Algemene aanduidingsregels: a. conform het (paraplu) bestemmingsplan Grondwaterneutrale Kelders is in artikel 13 een lid opgenomen met betrekking tot grondwaterneutraal bouwen, deze luidt als volgt: “13.2 Grondwaterneutraal bouwen: a. Ter plaatse van de gebiedsaanduidingen 'overige zone - 2' zijn de betreffende gronden, naast de daarvoor aangewezen andere bestemmingen en aanduidingen, mede bestemd voor de bescherming van het belang van grondwaterneutraal bouwen als genoemd in 1.48. b. Binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone - 2' is het verboden kelders te bouwen, dan wel bestaande kelders te vergroten. c.

Binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone - 2' zijn uitsluitend bestaande kelders toegestaan welke legaal aanwezig waren ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan, alsmede kelders waarvoor voorafgaand aan het moment waarop dit plan in ontwerp ter inzage is gelegd een omgevingsvergunning is verleend waar nog uitvoering aan gegeven kan worden dan wel een aanvraag omgevingsvergunning is ingediend en deze omgevingsvergunning niet geweigerd kan worden. d. Het bevoegd gezag is bevoegd om binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone - 2' overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 1, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een omgevingsvergunning te verlenen om in afwijking van het bepaalde in sub b, een kelder te bouwen of te vergroten mits de kelder grondwaterneutraal kan worden gebouwd. Om te bepalen of een kelder grondwaterneutraal kan worden gebouwd geldt: 1. voor kelders met een totale brutovloeroppervlakte van maximaal 300 m² en een maximale bouwdiepte van 4 meter dat het bevoegd gezag de aanvraag toetst aan de beleidsregel "Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam"; 2. voor kelders met een totale brutovloeroppervlakte van meer dan 300 m² of een bouwdiepte van meer dan 4 meter dat op basis van een geohydrologisch onderzoek moet worden aangetoond dat het bouwplan niet strijdig is met het belang als genoemd in sub a. e.

Het bevoegd gezag kan op basis van de toetsing aan de beleidsregel of de uitkomsten uit het geohydrologisch onderzoek aan de omgevingsvergunning voorwaarden verbinden ter bescherming van het belang als genoemd in sub a. f. Als vast staat dat een bouwplan grondwaterneutraal kan worden gebouwd, houdt het bevoegd gezag bij de afweging om gebruik te maken van de bevoegdheid in sub d tevens rekening met overige belangen in het kader van een goede ruimtelijke ordening. g. Indien de beleidsregel wordt gewijzigd of herzien, moet bij de toetsing van een aanvraag omgevingsvergunning rekening worden gehouden met deze wijziging dan wel herziening”. Toelichting:

Nota van wijzigingen 8.

In paragraaf 1.3 is de beschrijving aangepast van de inmiddels geldende parapluherziening ‘Grondwaterneutrale Kelders’. 9. De beschrijving van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is geschrapt. 10. In paragraaf 2.4 is een beschrijving opgenomen van het onlangs tussen de provincie en gemeente opgestelde Woonakkoord 2021-2025 en subparagraaf 2.3.2 en paragraaf 15.1 zijn daarop geactualiseerd. De beschrijving van het Regionaal Actieprogramma Wonen 2016-2020 is geschrapt in paragraaf 2.4. 11. In paragraaf 2.5. is de beschrijving van de structuurvisie geschrapt en die van de omgevingsvisie aangevuld. Daarbij is ook nader ingegaan op het nog steeds geldende hoogbouwbeleid. 12. In paragraaf 2.5 is de beschrijving van de Nota Parkeernormen Auto en de Nota Parkeernormen Fiets en Scooter geactualiseerd naar aanleiding van de laatste stand van zaken. Het advies van V&OR is opgenomen in de bijlagen van de toelichting. 13. In paragraaf 2.5 is een beschrijving opgenomen van de Nota Varen. 14. In subparagraaf 3.4.3 is nader ingegaan op de relatie tussen het UNESCO-gebied en het hoogbouwbeleid. 15. In subparagraaf 5.2.1 is nader ingegaan op de activiteiten van de werkplaats en de jachthaven. 16. In subparagraaf 5.2.5 is nader ingegaan op het zicht op de Oosterkerk, de helling en het water. 17.

Paragraaf 7.4 is aangevuld met een toelichting op verkamering en bed & breakfast, conform de Huisvestingsverordening 2020; 18. Paragraaf 8.2 is geactualiseerd naar aanleiding van de laatste stand van zaken. 19. Paragraaf 9.2 is geactualiseerd naar aanleiding van de laatste stand van zaken. 20. Hoofdstuk 10 is aangevuld met de stand van zaken ten aanzien van de BUS-melding vanwege de bodemverontreiniging. Het akkoord van de Omgevingsdienst op de BUS-melding is opgenomen in de bijlagen van de toelichting. 21. Hoofdstuk 11 is aangevuld met een beschrijving van de archeologische waarde ter plaatse van het water. 22. Hoofdstuk 12 is aangevuld met een beschrijving van het hoogwaterbemalingsgebied en daar waar nodig geactualiseerd vanwege het overleg met Waternet en het vastgestelde beleid ten aanzien van grondwaterneutraal bouwen. 23. In hoofdstuk 18 is ingegaan op de tijdens het overleg met Waternet geuite wens ten aanzien van het hoogwaterbemalingsgebied. 24. De toelichting is daar waar nodig aangepast naar aanleiding van de hiervoor genoemde wijzigingen van de verbeelding en regels. 25. Daar waar nodig zijn ondergeschikte aanpassingen doorgevoerd voor de leesbaarheid van de toelichting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11205260/1