CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 26 Ruimtelijke Ordening (23) 4. Bijlagen Omgevingseffectrapport Schinkel

RAAD 20 december 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Aanvaarden MER Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier en vaststellen van het bestemmingsplan Overschiestraat 182 en 188 VN2023-02248547.648 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

overgang per leeftijdsfase. Schinkelkwartier heeft ruimte voor zeven van zulke scholen. De scholen worden bij voorkeur opgenomen in de stedelijke bebouwing en gecombineerd met andere maatschappelijke functies. De school­ pleinen zijn openbaar toegankelijk en verbon­ den met sport, groen en speelvelden in de omgeving. Zo kan de school een ontmoetings­ plek zijn en het hart vormen van de wijk.

Voor elk gebied is daarom een eigen sport­ programma vastgesteld dat in het stedenbouw­ kundig kader is opgenomen. Soms gaat het om binnensporten, zoals squash, fitness en zaal­ voetbal, soms om buitensporten, zoals tennis en voetbal. Verder stimuleren we sporten en bewegen in het gebied door ruimte te creëren voor urban sports, zoals footy en padel, verkeersvrije joggingpaden, groene wandel­ routes en pocketparks.

Zorg-, jeugd- en basisvoorzieningen In Schinkelkwartier bieden we ruimte aan één gezondheidscentrum, zes huisartsenpraktijken, vier centra voor maatschappelijke dienst­ verlening en wijkzorg, vier apotheken, drie opvanglocaties, twee ruimten voor dag­beste­ ding en een hospice. Aanvullend op de al bestaande medische en zorgvoorzieningen in De Plantijn komen er in Schinkelkwartier enkele nieuwe bovenwijkse voorzieningen, zoals bijvoorbeeld een winteropvang voor dak-­en thuislozen en een gezinsopvang. Bij de basis­ voorzieningen gaat het om één huis van de wijk op een centrale plek in het gebied en drie buurtkamers in de grotere deelgebieden. Voor kinderen en jongeren houden we rekening met een jongerencentrum. Voor alle voorzieningen geldt dat ze herken­ baar, toegankelijk, flexibel en goed bereikbaar zijn door clustering aan pleinen of doorgaande routes. Bij een exploitatie van meer dan tien jaar komen de voorzieningen in eigendom bij de gemeente.

Kunst en cultuur De ontwikkelingen op het gebied van kunst en cultuur zijn minder voorspelbaar en planbaar dan die van onderwijs of zorg. Met het ver­ beteren van de bereikbaarheid nemen in Schinkelkwartier ook de kansen voor publieks­ trekkende culturele voorzieningen toe. Dat kan een broedplaats zijn, maar ook een bioscoop of buurttheater. Voorlopig denken we aan vier culturele voorzieningen en negen locaties voor kunst in de openbare ruimte.

Sport en spel Een sportieve stad is een gezonde stad. In Schinkelkwartier wordt daarom vanaf de start rekening gehouden met voldoende sportvoor­ zieningen, zodat de sport kan meegroeien met de wijk. De ontwikkeling en invulling van de sportvoorzieningen hangt nauw samen met het overige programma in de deelgebieden.

Voor de binnensporten wordt de benodigde ruimte meegenomen in de vastgoedontwikke­ ling, want veel aanbod moet worden verzorgd door commerciële partijen. Daarbij houden we boven het aanbod in de gymzalen van de scholen rekening met tenminste één gemeente­ lijke sporthal voor verenigingssporten. Naast sportvoorzieningen zijn in Schinkel­ kwartier ook speelplekken en speelvelden nodig. We houden rekening met dertig speel­ plekken en tien speelvelden. Die kunnen onderdeel zijn van de openbare ruimte.

Groenvoorzieningen Uitbreiding en versterking van het groen is belangrijk voor de ontwikkeling van Schinkel­ kwartier. Het gebied kent nu al enkele waarde­ volle groengebieden, die versterkt en beter ontsloten kunnen worden. Denk aan de Schinkeloever en het park rond het hoofd­ kantoor van IBM. Daarnaast liggen er groene stroken langs de dijken van de wegen en het spoor, die kansen bieden voor beter gebruik. We zijn zuinig op het bestaande groen en leggen daarnaast nieuwe groengebieden aan. In de directe omgeving van Schinkelkwartier liggen de groengebieden De Oeverlanden, Siegerpark en Park Schinkeleilanden, die benut en bezocht kunnen worden. Voor De Oever­ landen is in 2021 een ontwikkelstrategie opgesteld, waarin wordt uitgegaan van het beschermen en versterken van het groen en het mogelijk maken van recreatie. Speciale aandacht verdienen begraafplaats Huis te Vraag, met de direct aangrenzende ­gras­landen, het Jaagpad en de bestaande ecologische verbindingen. Ecologische ver­bindingen worden waar mogelijk versterkt en uitgebreid. In de ecologische verbindingen zitten ook knelpunten die met gerichte maat­regelen kunnen worden opgelost, zoals faunapassages bij de Louwesweg en het Henk Sneevlietpad.

39

40

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

3.2.4 Commerciële voorzieningen In een stadswijk waar 22.000 mensen wonen en 45.500 mensen werken moet ook gewinkeld kunnen worden. Het programma voor Schinkel­ kwartier is het afgelopen jaar verkend in het kader van het distributieplanologisch onder­ zoek (DPO) Nieuw-West. Dat heeft, in combi­ natie met het Detailhandelsbeleid 2018-2022, geleid tot uitspraken over de omvang, locatie en samenstelling van het winkelbestand. Winkels en winkelcentra staan al langer onder druk door de populariteit van het online winkelen. Het risico bestaat dat nieuwe vestigingen in Schinkelkwartier afbreuk doen aan bestaande centra in de omgeving, zoals het Sierplein en het Delflandplein. In het DPO is daarom geadviseerd geen grootschalige ­winkelconcentratie op te nemen. Wel is er ruimte voor 6.000 m² bvo aan kleinschalige winkelvoorzieningen, waarvan de meeste komen in een buurtverzorgend winkelcentrum voor heel Schinkelkwartier in deelgebied Riekerpark. Daarnaast is er op een enkele strategische plek langs de hoofdroutes voor langzaam verkeer ruimte voor een buurtwinkel in de plint. Verder biedt Schinkelkwartier alle voorzieningen die horen bij een hoogstedelijk woon-werkmilieu, zoals horeca, sport en leisure.

In Schinkelkwartier zijn verschillende perifere detailhandelsvestigingen (PDV) gehuisvest. In deelgebied Schinkelhaven is een aantal vestigingen geclusterd en er is ook een bouwmarkt gevestigd aan de Aletta Jacobslaan. Ondanks de transformatie van Schinkelkwartier naar een stedelijk gebied blijft PDV behouden in het gebied. Dat gebeurt mogelijk op een andere locatie binnen Schinkel­k wartier en in beperkte omvang, passend bij de geformuleerde ambities voor Schinkelkwartier. Dat betekent PDV in een kleinere schaal dan tot nu toe gangbaar is en met een goede stedelijke inpassing; dat wil zeggen met ondergronds parkeren en geïnte­ greerd in bouwblokken met kleinschalige voorzieningen, wonen en werken. Met onze ambitie voor een autoluw Schinkelkwartier willen we met deze wijze van inpassing de verkeersaantrekkende werking van PDV beperken. Er wordt gerekend met ongeveer het bestaande programma van 6.000 m² bvo PDV, waarvan twee bouwmarkten van ieder 2.000 tot 2.500 m2 bvo, aangevuld met kleinere PDV-winkels.

4

Hoofdkeuzes

Om Schinkelkwartier tot gemengde stadswijk te kunnen transformeren en het gewenste programma te kunnen realiseren, zijn keuzes nodig. Het gaat om fysieke ingrepen in infrastructuur, groen en water, maar ook om overige maatregelen die nodig zijn voor een goed woon- en leefklimaat. In het OER zijn nadere keuzes g ­ edefinieerd, verschillende

alternatieven beoordeeld en voorkeurs­ alternatieven benoemd. Dat is gelijktijdig met het opstellen van deze project­­nota gebeurd, zodat de uit­komsten richting­gevend zijn geweest voor het stedenbouw­kundig kader en de ontwikkelstrategie. In dit hoofdstuk beschrijven we eerst de methodiek en daarna de belangrijkste keuzes.

Schinkelkwartier en omgeving. Bron: YourCaptain Luchtfotografie.

41

42

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

4.1 Omgevingseffectrapport MER nieuwe stijl

Hoofdkeuzes

Voor ontwikkelingen die nadelige milieugevol­ gen kunnen hebben, is het opstellen van een milieueffectrapport (MER) wettelijk verplicht. In de geest van de aanstaande Omgevingswet is het MER opgesteld als OER. Het OER Schinkelkwartier heeft een brede reikwijdte waarin alle aspecten van de fysieke leef­ omgeving zijn betrokken. We hebben daarbij gekozen voor een dynamisch OER, omdat de ontwikkeling tenminste 25 jaar in beslag neemt. Via periodieke monitoring kan het OER actueel worden gehouden, zodat ook tussentijds kan worden bijgestuurd. De wettelijke procedure waarmee het OER uiteindelijk bestuurlijk wordt aanvaard, is gekoppeld aan een bestemmings­ plan of omgevingsplan voor een concrete ontwikkeling in het gebied. Tot het moment van aanvaarding is daarom sprake van een concept OER.

Bij de start van het proces is allereerst de bestaande situatie geschetst aan de hand van uitgebreid onderzoek. Dit is verwerkt in een digitale leefomgevingsfoto. Vervolgens zijn effecten inzichtelijk gemaakt en zijn de onder­ werpen in kaart gebracht waarvoor een nadere keuze nodig is. Voor deze nadere keuzes zijn verschillende alternatieven geformuleerd, die in meer of mindere mate kunnen bijdragen aan het halen van de ambities. Vervolgens zijn voorkeurs­alternatieven bepaald met de bijbehorende randvoorwaarden en spelregels. Dit heeft, samen met overwegingen ten aanzien van financiën en maatschappelijk draagvlak, geleid tot hoofdkeuzes die de basis vormen voor het stedenbouwkundig kader en de ontwikkelstrategie.

43

Groenstructuur zeer negatief

negatief

neutraal

positief

zeer positief Stedelijkheid

Buurtparken/ groene routes

Ruimtelijke kwaliteit Bereikbaarheid Gezondheid/veiligheid Duurzaamheid Sociale inclusiviteit

Stedelijkheid

Pocketparks/ groene binnenruimte

Ruimtelijke kwaliteit Bereikbaarheid Gezondheid/veiligheid Duurzaamheid Sociale inclusiviteit

Stedelijkheid

De Oeverlanden/ groene routes

Ruimtelijke kwaliteit Bereikbaarheid Gezondheid/veiligheid Duurzaamheid Sociale inclusiviteit

4.2 Hoofdkeuzes en afweging 4.2.1

Uitbreiding groenstructuur

Voorwaarde voor het ontwikkelen van een stedelijk gebied met een hoge dichtheid is het realiseren van een aantrekkelijke groenstruc­ tuur met voldoende groen van hoge kwaliteit. Dat is ook belangrijk voor biodiversiteit, de opvang van hemelwater en het tegengaan van hittestress. Daarnaast draagt een goede groenstructuur bij aan een gezonde en sociaal inclusieve leefomgeving.

Verder moet rekening worden gehouden met de referentienormen voor gebruiksgroen en ecosysteemgroen. Daarvoor zijn verschillende ingrepen ter verbetering van de groenstructuur beoordeeld aan de hand van onderzoek naar landschap, natuurwaarden en klimaatadaptatie.

Allereerst is het realiseren van enkele buurt­ parken en groene routes belangrijk om gebruiksgroen en ecosysteemgroen toe te voegen. Aanvullend zorgen verspreid liggende pocketparks en openbare binnenterreinen met voldoende schaduwplekken voor meer groen en verkoeling op loopafstand, waterberging en ruimte voor ontmoeting. Groene daken en gevels, natuurinclusief bouwen en nieuwe faunapassages dragen bij aan het benutten van ecologische kansen en het oplossen van knelpunten in de ecologische structuur. Met deze ingrepen voldoen we aan de referentie­ normen voor gebruiksgroen en ecosysteem­ groen en dragen we bij aan klimaatadaptatie en versterking van bio­diversiteit. Het nabijgelegen groengebied De Oever­landen kan een belangrijke rol vervullen voor de toekomstige bewoners en zorgen dat de buurtparken in Schinkelkwartier worden ontlast. Voorwaarde is wel dat er geïnvesteerd wordt in de landschappelijke en recrea­tieve kwaliteit en dat er goede, groene langzaam verkeerroutes komen vanuit Schinkelkwartier naar De Oeverlanden en de Nieuwe Meer.

Uitgangspunt daarbij is dat in een deel van De Oeverlanden ruimte komt voor recreatie waaronder sport (reuring), maar dat in andere delen de aanwezige waardevolle natuur (rust) behouden blijft. Uit onderzoek blijkt dat de ontwikkeling van Schinkelkwartier geen negatieve effecten heeft op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN gebied Nieuwe Meer. Verder wijst het onderzoek uit dat de centrale spoordijken in Schinkelkwartier niet alleen ecologisch belangrijk zijn, maar ook een regulerende functie hebben voor het micro­ klimaat. Hier vindt overdag opname van warmte plaats en ‘s nachts verkoeling; dit beïnvloedt ook het omliggende stedelijke gebied. Een goede maatregel om die functie te versterken is het verbreden van de berm­ profielen van de spoordijken en een inrichting die rekening houdt met de stroompatronen van koele wind.

44

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

4.2.2 Aanpassing watersysteem Het bestaande watersysteem in Schinkel­ kwartier kent knelpunten op het gebied van oppervlaktewater, waterbeheer, grondwater, klimaatbestendigheid, waterkwaliteit en maaiveldhoogte. Om die te kunnen oplossen en te komen tot een toekomstbestendige waterhuishouding zijn keuzes nodig over het watersysteem en het waterpeil.

Het oppervlaktewater in Schinkelkwartier heeft verschillende functies. Het zorgt voor de opvang van hemelwater, het tegengaan van hittestress en een goede verblijfskwaliteit van de openba­ re ruimte. Om aan die meervoudige functie te kunnen voldoen, zijn maatregelen om hemel­ water bij piekbuien op te vangen en af te voeren niet voldoende. Voor een goed water­ systeem zijn meer structurele ingrepen nodig.

Watersysteem zeer negatief

negatief

neutraal

positief

zeer positief Stedelijkheid Ruimtelijke kwaliteit Bereikbaarheid

Rainproofbeleid

Gezondheid/veiligheid Duurzaamheid Sociale inclusiviteit

bomen overleven het verlagen van het ­waterpeil en het ophogen van het maaiveld waarschijnlijk niet.

45

een lichte bolling aan te leggen blijft het water beleefbaar. Daarbij accepteren we de beperkte overlevingskans voor de bestaande bomen, aangezien uit de bomeninventarisatie blijkt dat de aanwezige soorten (berken) minder goed inpasbaar zijn in een stedelijke omgeving. Dit model is toegepast in het stedenbouwkundig kader.

Daarom is ook een tweede alternatief onder­ zocht. Hierin wordt het verlagen van het waterpeil beperkt en het slecht doorlatende zandpakket zo veel mogelijk vervangen door een goed doorlatende ondergrond. In combi­ natie met het toevoegen van meer oppervlak­ tewater kan dan de maaiveldophoging worden beperkt. Zo blijft de beleving van het water geborgd en hebben de bomen een betere overlevingskans. Daartegenover staat dat er zo geen toekomstbestendig en duurzaam watersysteem ontstaat.

Bij de verlaging van het waterpeil moet de spoordijk buiten schot blijven. Met het oog op de stabiliteit van het dijklichaam worden de spoorsloten losgekoppeld van het water­ systeem en verder beheerd als wadi’s (greppels met waterafvoer door infiltratie). Door deze in te richten met natuurvriendelijke oevers zorgen ze voor versterking van het ecosysteem en de biodiversiteit.

Een keuze tussen deze alternatieven blijkt bijzonder moeilijk, daarom is ook een combina­ tiepakket ontwikkeld. Hierin wordt het water­ peil verlaagd naar het overige polderpeil, maar wordt de ophoging van het maaiveld beperkt door de slechte grond te vervangen door een beter doorlatende laag. Door het maaiveld in

Stedelijkheid Ruimtelijke kwaliteit Circulair watersysteem

Beoogde aanpassing

Bereikbaarheid Gezondheid/veiligheid

VP -2,20

watersysteem en -peil.

Sloterbinnen en Middelveldsepolder

Duurzaamheid

Bron: Waternet.

VP -2,10

Sociale inclusiviteit

Huis te Vraag VP -0,60

Een belangrijke ingreep is het aanleggen van nieuwe verbindingen, waardoor een robuuster watersysteem ontstaat zonder doodlopende watergangen met meer doorstroming en een betere waterkwaliteit. Zo’n circulair water­ systeem scoort positief op de ambities voor ruimtelijke kwaliteit en gezondheid en vormt daarom het voorkeursalternatief. Belangrijke maatregelen zijn daarbij het doortrekken van de Westlandgracht naar de havenkom in Schinkelhaven, een tweede oost-west-­waterverbinding onder de spoordijk, een nieuwe hoofdwatergang door Nieuwe Meer Oost, extra waterverbindingen in Nieuwe Meer West en een watergang langs de Johan Huizingalaan. Het doortrekken van de Westlandgracht zorgt ook voor een nieuwe recreatieve vaarroute en extra water­ compensatie in de stadsboezem.

Een tweede keuze is nodig over het waterpeil, vooral in het deelgebied Riekerpark. Hier ontbreken primaire watergangen en wordt het water afgevoerd via een drainagesysteem. Daarbij wordt het hemelwater niet goed opgenomen in de grond door een slecht doorlatende zandlaag en ontstaat er snel wateroverlast. Hier zijn twee alternatieven onderzocht. Allereerst, zoals gewenst door de water­ beheerder, een verlaging van het waterpeil tot het peil van de overige polder met opheffing van het drainagesysteem en toevoeging van nieuwe primaire watergangen. Daarbij moet het maaiveld aanzienlijk worden verhoogd om voldoende opvang van hemelwater mogelijk te maken. Voor de ruimtelijke kwaliteit is deze aanpak niet gunstig, omdat er minder contact tussen land en water ontstaat. De aanwezige

Nieuw Sloten VP -2,80 Schinkel peil -0,40

-1,90 VP -2,16

WP -1,20

VP -2,30 VP -4,25

Riekerpolder VP -1,90

Nieuwe Meer

boezempeil -0,60 Netwerkkaart water LEGENDA

Polder

Waterdoorgang/circulatie verbeteren

Subpolders

Gewenste boezemverbinding

Oppervlaktewater Secundaire waterkering Indirecte secundaire waterkering Begrenzing polderpeilgebied

Wens opheffen subpolder

VP WP

Vast peil Winterpeil

46

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

4.2.3 Omgang met cultuurhistorische waarden Schinkelkwartier kent enkele cultuurhistorisch waardevolle structuren, zoals begraafplaats Huis te Vraag met de direct aangrenzende graslanden en het Jaagpad. Met deze ­waardevolle structuren wordt bij de plan­ ontwikkeling zorgvuldig omgegaan.

De bebouwing Anthony Fokkerweg 51-59 heeft ook een voorlopige orde 2 waardering. In de volgende fase zal de gemeente dit nadere onderzoek doen, aangezien deze locatie deel uitmaakt van de beoogde geluidsafschermen­ de eerstelijns­bebouwing langs de A10.

Daarnaast zijn ook diverse cultuurhistorisch waardevolle gebouwen aanwezig. De gebouwen met een orde 1 waardering zijn monument­ (waardig) en worden beschermd. Een aantal gebouwen heeft op de concept ‘Waarderings­ kaart architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit 1965-1985’ een voor­lopige orde 2 waardering. De voorkeur gaat uit naar het toepassen van maatwerk voor orde 2 gebouwen. Dit houdt in dat de initiatiefnemer van een bouwplan nader onderzoek moet laten doen om te beoordelen in hoeverre deze gebouwen voor behoud of bescherming in aanmerking komen en in hoeverre ruimte is voor transfor­ matie van het bestaande gebouw of toevoe­ ging van nieuwbouw. Afhankelijk van de uitkomst van het nadere onderzoek kan een sloopver­ gunningstelsel worden overwogen om de orde 2 gebouwen beter te kunnen beschermen.

In deelgebied Nieuwe Meer Oost hebben drie gebouwen op het voormalige IBM-terrein een voorlopige orde 2 waardering gekregen. Dit betreft bedrijfsverzamelgebouw B. Amsterdam, de voormalige IBM typemachine­ fabriek (Johan Huizingalaan 761-763) en data­­center Global Switch (Johan Huizingalaan 759). Het behouden van deze drie omvangrijke gebouwen zou betekenen dat het stedenbouw­ kundig kader (waar­onder de centrale fietsver­ binding door het plangebied) en een belangrijk deel van het beoogde programma in Nieuwe Meer Oost niet gerealiseerd kunnen worden. Om die reden heeft het college van B en W op 22 december 2020 besloten dat deze drie gebouwen niet kunnen worden behouden en daarom op de vast te stellen Waarderingskaart niet worden aangewezen als orde 2. Wel is nader onderzoek gedaan naar de cultuurhisto­

47

zoals de ribcassettevloeren en verwijzingen naar de bouwstijl van IBM. In overleg met de ontwikkelaar worden de mogelijkheden verkend.

rische waarden van deze gebouwen. Uitgangs­ punt voor de verdere planuitwerking is om de historie van IBM en bepaalde karakteristieke elementen van deze bebouwing terug te laten komen in de nieuwe gebouwen en openbare ruimte van dit deelgebied, die aansluiten op de nieuwe opzet van het gebied. Daarbij valt te denken aan hergebruik van gebouwmaterialen

Ondanks dat orde 3 panden niet in aanmerking komen voor hetzelfde beschermingsniveau als orde 1 en 2, hebben we hier bij de verdere planuitwerking wel aandacht voor.

4.2.4 Verschuiving mobiliteit Voor het realiseren van een bereikbaar en aantrekkelijk verblijfsgebied zijn keuzes nodig op het gebied van mobiliteit. Het onderzoek heeft duidelijk gemaakt dat ingrijpende maatregelen noodzakelijk zijn om te voor­komen dat het autoverkeer vastloopt en Schinkel­ kwartier onbereikbaar wordt. Er is een mobili­ teitsshift nodig. Daarvoor zijn vier pakketten van ­mobiliteitsmaatregelen door­gerekend die

oplopen in zwaarte. Bij een beoordeling daarvan op de ambities stedelijkheid, ruimtelij­ ke kwaliteit, bereikbaarheid, gezondheid en veiligheid, duurzaamheid en sociale inclusivi­ teit, blijkt vooral pakket 3 kansrijk. Dit pakket omvat een combinatie van een beperkt aantal autoparkeerplaatsen (via een lage maximum parkeernorm), nieuwe fietsverbindingen en beter openbaar vervoer.

Mobiliteitspakket zeer negatief

negatief

neutraal

positief

zeer positief Stedelijkheid Ruimtelijke kwaliteit

Cultuurhistorische waarden

Pakket 1 Geen maatregelen

Bereikbaarheid Gezondheid/veiligheid Duurzaamheid

zeer negatief

negatief

neutraal

positief

Sociale inclusiviteit

zeer positief Stedelijkheid

Stedelijkheid

Ruimtelijke kwaliteit Alleen orde 1 beschermen

Ruimtelijke kwaliteit

Bereikbaarheid Gezondheid/veiligheid Duurzaamheid

Pakket 2 OV en tram

Sociale inclusiviteit

Stedelijkheid

Stedelijkheid

Ruimtelijke kwaliteit Bereikbaarheid Gezondheid/veiligheid Duurzaamheid

Ruimtelijke kwaliteit Pakket 3 Beperken autogebruik

Sociale inclusiviteit

Gezondheid/veiligheid Duurzaamheid Sociale inclusiviteit

Gezondheid/veiligheid Duurzaamheid

Stedelijkheid

Ruimtelijke kwaliteit Bereikbaarheid

Bereikbaarheid

Sociale inclusiviteit

Stedelijkheid Orde 1 en orde 2 beschermen

Gezondheid/veiligheid Duurzaamheid

Sociale inclusiviteit

Orde 1 beschermen, orde 2 maatwerk

Bereikbaarheid

Ruimtelijke kwaliteit Pakket 4 Doortrekken Noord/Zuidlijn

Bereikbaarheid Gezondheid/veiligheid Duurzaamheid Sociale inclusiviteit

48

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

In het onderzoek is ook gekeken naar het effect van het verlengen van de Noord/Zuidlijn richting Schiphol (pakket 4). Deze maatregel is onderdeel van het MIRT-onderzoek Zuidwest Amsterdam­-Schiphol-­Hoofddorp (ZWASH) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Verlenging van de Noord/Zuidlijn blijkt niet voorwaardelijk voor de ontwikkeling van Schinkelkwartier, maar leidt wel tot een betere ontsluiting van het gebied en een opwaarde­ ring van de locaties rond het station. Het onderzoek wijst verder uit dat de locatie van het metrostation Henk Sneevlietweg bij het verbeteren van het openbaar vervoer een belangrijke factor is. Daarvoor zijn drie varian­ ten onderzocht, namelijk handhaving op de

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

huidige plek, verlenging van het station en verplaatsing naar het zuiden. Vooral dat laatste blijkt effectief. Het metrostation krijgt aanzien­ lijk meer instappers door de centrale ligging in het gebied en er ontstaat een betere spreiding van de stations op de westelijke ringlijn. De uitvoerbaarheid van de beschreven varianten moet nog wel nader worden onderzocht. Daarom spreken we in het stedenbouwkundig kader vooralsnog over aanpassing van het metrostation Henk Sneevlietweg, waarbij het vanuit de gebiedsontwikkeling de ambitie is om deze te verplaatsen naar het zuiden.

Voor het fietsverkeer is een nieuwe verbinding richting het centrum van groot belang om de verwachte toename van het aantal fietsers te kunnen verwerken. Een brug over de Schinkel tussen de Vlietstraat en Rijnsburg­ straat stuit op verkeerskundige, technische en nautische (scheepvaart betreffende) bezwaren en valt om die reden af. Van de onderzochte alternatieven (zie pagina 51) blijkt vooral een fietsverbinding over de Schinkel tussen de Laan der Hesperiden en de Generaal Vetterstraat effectief (tracé 4). Een verbinding over de Schinkel volgens tracé 4, in de vorm van een beweegbare brug trekt de meeste fietsers. Tracé 4 ontlast de bestaande drukke en daardoor minder aantrekkelijke en veilige fietsroutes via de Zeilbrug en de Nieuwe

Meersluis. Door een zorgvuldige inpassing van de brugaanlandingen kunnen de negatieve gevolgen voor de aanwezige woonboten en ecologische en cultuur­historische waarden zo veel mogelijk worden beperkt. Ten behoeve van de bereikbaarheid loopt de fietsroute vanaf de aanlanding op de westoever bij voorkeur zo centraal mogelijk door het gebied. Ondanks de gelijke scores voor tracé 4 en 5 gaat de voorkeur uit naar tracé 4. De schuine oversteek van tracé 5 stuit op nautische bezwaren en de ruimtelijke impact van dit tracé op Park Schinkeleilanden is groter. Bovendien is tracé 4 in overeenstemming met de ruimte­lijke reservering voor een fietsbrug zoals opgeno­ men in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050

Studie HOV Schinkel Op basis van onderzoek in 2017 werd een nieuwe tramlijn over de Schinkel als kansrijke verbinding met het centrum gezien. Daarom is in 2018, parallel aan het OER, gestart met een studie naar hoogwaardig openbaar vervoer (HOV), waarbij vier mogelijke routes zijn onderzocht. De voorkeur ging uit naar een middentracé via de Laan der Hesperiden en de Henk Sneevlietweg. Uit onderzoek naar de vervoerwaarde bleek echter dat de reizigersaantallen op de nieuwe lijn te laag zijn voor tramexploitatie. Alleen een buslijn lijkt mogelijk. Voor een verbinding met het centrum is een buslijn minder aantrekkelijk, omdat de binnenstad en de directe omgeving steeds minder ruimte bieden aan bussen. Daarbij zijn ook de

Heemstedestraat

capaciteit, het comfort, het imago en de ruimtelijke inpassing van busver­ voer niet optimaal. Daarom worden voor de HOV-ontsluiting, naast de onderzochte varianten, ook alternatie­ ven onderzocht. Eén daarvan is een tramverbinding via de Aalsmeerweg, waar de bestaande tramlijn 2 via een nieuwe route Schinkelkwartier kan ontsluiten. Daarover wordt pas na besluit­vorming over het doortrekken van de Noord/zuidlijn een besluit genomen. De kwaliteit van de HOV-verbinding kan worden vergroot als de Henk Sneevlietweg ter plaatse van de A10 wordt verlaagd, zodat een gelijk­ vloerse stadsstraat ontstaat die de A10 onderlangs kruist. Een technische verkenning heeft echter niet geleid tot

een haalbaar ontwerp. Er is onvol­ doende ruimte voor de op- en afritten van de A10 en er ontstaat gedurende een lange periode ernstige verkeers­ overlast. Daarom wordt voorlopig uitgegaan van de bestaande kruising bovenlangs. Waarschijnlijk wonen en werken er in Schinkelkwartier tot 2030 onvoldoen­ de mensen om een HOV-verbinding naar het centrum in gebruik te nemen. Daarom is ook onderzoek nodig naar een verbetering van het openbaar vervoer op korte termijn met gebruik van de bestaande infrastructuur. Kansrijk is een bus­verbinding tussen Schiphol en het Aalsmeerplein of Hoofddorpplein met een aantal haltes in het plan­gebied.

2

Delflandlaan

Westlandgracht

Johan Huizingalaan

Laan v. Vlaanderen

Louwesweg

2

Henk Sneevlietweg

Optie 1

Optie 2 Optie 3

Zoekgebied verplaatsen metrohalte Optie 4

Mogelijke routes voor HOV-verbinding door Schinkelkwartier.

Hoofddorpplein

49

50

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

(en daarvoor met de Structuurvisie 2040) en het Meerjarenplan Fiets 2017-2022. Aanvullend op het optimaliseren van fiets­ verbindingen en openbaar vervoer is voor een mobiliteitsshift het terugdringen van het autobezit en -­gebruik noodzakelijk. Daarbij gaan we uit van een beperkt aantal auto­ parkeer­plaatsen voor de woningen en (op

termijn) een lagere norm voor de overige functies zodra het openbaar vervoer op orde is. Ook wordt gedeeld autogebruik gestimuleerd. Om te komen tot een goede verblijfskwaliteit wordt daarbij ingezet op autoluwe deelgebie­ den waar het parkeren zoveel mogelijk plaats­ vindt in ondergrondse garages.

Fietsverbinding zeer negatief

negatief

neutraal

positief

zeer positief Stedelijkheid Ruimtelijke kwaliteit

Tracé 1A en 1B (Vlietstraat – Vlaardingenlaan/ Henk Sneevlietweg)

Bereikbaarheid Tracé 1A

Gezondheid/veiligheid Duurzaamheid

Tracé 1B

Sociale inclusiviteit

Tracé 3

Stedelijkheid Tracé 4

Ruimtelijke kwaliteit Tracé 2 (Vlietstraat – Nieuwe Sloterweg)

Bereikbaarheid Gezondheid/veiligheid Duurzaamheid Sociale inclusiviteit

Stedelijkheid Ruimtelijke kwaliteit Tracé 3 (Laan der Hesperiden noord – Henk Sneevlietweg)

Bereikbaarheid Gezondheid/veiligheid Duurzaamheid Sociale inclusiviteit

Stedelijkheid Ruimtelijke kwaliteit Tracé 4 (Laan der Hesperiden noord – Nieuwe Sloterweg)

Bereikbaarheid Gezondheid/veiligheid Duurzaamheid Sociale inclusiviteit

Stedelijkheid Ruimtelijke kwaliteit Tracé 5 (Laan der Hesperiden zuid – Nieuwe Sloterweg)

Bereikbaarheid Gezondheid/veiligheid Duurzaamheid Sociale inclusiviteit

Beoordeelde alternatieven fietsverbindingen.

Tracé 5

Tracé 2

51

52

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

53

4.2.5 Maatregelen gevoelige functies bij infrastructuur In de omgeving van de snelwegen A4 en A10 en de spoor-­en metrolijnen moet rekening worden gehouden met een hoge geluid­ belasting, veiligheidsrisico’s en een matige tot slechte luchtkwaliteit. Daarom is onderzocht wat er nodig is om hier gevoelige functies, zoals wonen, onderwijs, kinderopvang en zorg voor kwetsbare groepen mogelijk te maken. Daarbij blijken verschillende keuzes nodig. Een eerste hoofdkeuze is de aanpak van het

geluid. Er zijn diverse afschermende maat­ regelen doorgerekend, zoals geluidsschermen van verschillende hoogten, een geluidswal en afschermende eerstelijnsbebouwing. Uit het onderzoek blijkt dat voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat het maximale maat­ regelenpakket (pakket 4) noodzakelijk is. Het voorkeurspakket bestaat uit een aarden wal met een scherm (totaal 15 meter hoog)

langs de A4, geluidsschermen langs de A4 bij Nieuwe Meer West, langs de A10-West (5 meter hoog) en A10-Zuid (7,5 meter hoog) en geluidsschermen langs de spoor­- en metrolijn (2 meter hoog of lager met gelijkwaardig effect). Langs de A10 en bij voorkeur ook langs de spoor- en metrolijn is verder zo veel mogelijk aaneengesloten eerstelijnsbebouwing van minimaal 20 meter vereist om het achter­ liggende gebied af te schermen.

Deze maatregelen zijn niet alleen nodig om de gevelbelasting omlaag te brengen, maar zorgen ook voor een verbetering van de geluidsituatie in de openbare ruimte. Door de geluidswal te verbreden en in te richten als een park, zorgt deze maatregel ook voor meer landschappelijke en ecologische kwaliteit. Aanvullend zijn binnen het gebied gesloten bouwblokken met geluidsluwe binnenterreinen een effectieve maatregel.

Geluidbelasting van de

Geluidbelasting van de

rijkswegen, spoorwegen

rijkswegen, spoorwegen

en metro in het plan-­

en metro in het plan-­

gebied, met huidige

gebied, met nieuwe

bebouwing en voor

bebouwing en na

realisatie voorkeursmaat-

realisatie voorkeurs­

regelen.

maatregelen.

Bron: Cauberg Huygen.

Bron: Cauberg Huygen.

Geluidsoverlast huidig

Geluidsbelasting na maatregelen

LEGENDA

LEGENDA

Verkeersgeluid, waarneemhoogte 10 meter

Verkeersgeluid, waarneemhoogte 10 meter

Onder voorkeursgrenswaarde, zonder meer aanvaardbaar

Onder voorkeursgrenswaarde, zonder meer aanvaardbaar

Tussen voorkeurs- en maximale grenswaarde, aanvaardbaar na vaststellen hogere waarden

Tussen voorkeurs- en maximale grenswaarde, aanvaardbaar na vaststellen hogere waarden

Boven maximale grenswaarde, aanvaardbaar na treffen extra maatregelen

Boven maximale grenswaarde, aanvaardbaar na treffen extra maatregelen

Boven maximale grenswaarde, niet aanvaardbaar

Boven maximale grenswaarde, niet aanvaardbaar

54

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

Afschermende geluidsmaatregelen zeer negatief

negatief

neutraal

positief

zeer positief Stedelijkheid Ruimtelijke kwaliteit Bereikbaarheid

Geen maatregelen

Gezondheid/veiligheid Duurzaamheid Sociale inclusiviteit

Stedelijkheid Ruimtelijke kwaliteit Bereikbaarheid

Eerstelijns bebouwing

dingsplicht als er (beperkt) kwetsbare functies, zoals woningbouw, worden gerealiseerd. Het onderzoek wijst uit dat eerstelijnsbebouwing tevens effectief is bij het afschermen van veiligheidsrisico’s. Als zulke bebouwing binnen het aandachtsgebied voor explosiegevaar ligt, dat is 200 meter aan weerszijden van de snelwegen, dan kunnen aanvullende eisen worden gesteld. Verder zijn er binnen 30 meter vanaf deze wegen ook extra eisen aan de brandwerendheid van de gevels. Daarbij moet rekening worden gehouden met vluchtroutes, voldoende bereikbaarheid voor nood- en hulpdiensten en voldoende bluswater­ voorzieningen.

Gezondheid/veiligheid Duurzaamheid Sociale inclusiviteit

Stedelijkheid Ruimtelijke kwaliteit Geluidschermen en aarden wal

Bereikbaarheid Gezondheid/veiligheid Duurzaamheid Sociale inclusiviteit

Stedelijkheid Ruimtelijke kwaliteit Alle maatregelen

Bereikbaarheid Gezondheid/veiligheid Duurzaamheid Sociale inclusiviteit

Het is wenselijk om in Schinkelkwartier ontwik­ kelruimte te bieden voor geluidgevoelige functies met gelijktijdig aandacht voor de gezondheidseffecten van geluidbelasting. Dat betekent dat woningen altijd een stille zijde krijgen of in ieder geval minimaal één slaapkamer aan de stilste zijde. Ook afsluit­bare loggia’s kunnen zorgen voor een stille zijde. Na het treffen van afschermende maatregelen blijven er gebieden over met een te hoge geluidsbelasting. In die gevallen zijn gevel­ maatregen nodig. In de tussentijd kunnen tijdelijke maatregelen een oplossing bieden. Mogelijk kan onder voorwaarden de Stad en Milieubenadering worden toegepast. Daarin kan worden afgeweken van geluidsnormen onder de voorwaarde dat compenserende maatregelen worden getroffen. In de volgende planfase worden voor Schinkelkwartier de mogelijkheden nader uitgewerkt in een

strategisch geluidsplan. Per bouwplan moet nader akoestisch onderzoek uitwijzen wat mogelijk en nodig is. Per bouwplan moet ook rekening worden gehouden met de samenhang van verschillen­ de geluidbronnen. Uit onderzoek blijkt dat deze cumulatieve (optelsom van) geluidbelas­ ting naar verwachting op de meeste locaties onder de maximaal aanvaardbare waarde blijft. Er worden zeer waarschijnlijk geen woningen gerealiseerd op locaties waar de cumulatieve belasting onaanvaardbaar is, op meerdere gevels de maximale waarde wordt overschreden en geen stille zijde mogelijk is. Langs de snelwegen A4 en A10 is als gevolg van transport van gevaarlijke stoffen ook sprake van veiligheidsrisico’s. In een zone langs deze wegen geldt een wettelijke verantwoor­

Voor een goed woon- en leefklimaat is een goede luchtkwaliteit cruciaal. Die wordt

enigsz­ins verbeterd door de uitbreiding van de Amsterdamse milieuzone en de toename van het aandeel elektrische auto’s. De snelwegen A4 en A10 blijven echter maatgevend voor de luchtkwaliteit. Daarom wordt gekozen voor het strikt toepassen van de landelijke Richtlijn gevoelige bestemmingen. Scholen voor minderjarigen, kinderdagverblijven en verzor­ gings-, verpleeg- en bejaardentehuizen blijven op een afstand van minimaal 300 meter van de snelwegen. Bij het wonen in een milieubelast gebied, zoals Schinkelkwartier, hoort tijdige informatiever­ strekking aan toekomstige bewoners. Zodoende worden zij in de gelegenheid gesteld om een bewuste keuze te maken voor het wonen in een omgeving met milieubeperkingen.

4.2.6 Woningbouw en vliegverkeer Een groot deel van Schinkelkwartier ligt binnen de LIB-5 zone van het Luchthavenindeling­ besluit Schiphol. Daarbinnen heeft de gemeen­ te de bevoegdheid om een eigen afweging te maken over de aanvaardbaarheid van woning­ bouw, rekening houdend met het luchtvaart­ geluid en de veiligheidsrisico’s. De uiteindelijke afweging moet per bouwplan worden gemaakt. De gemeente moet daarbij inzicht geven in de verwachte geluidbelasting, het belang van woningbouw en mogelijke geluid­ beperkende maatregelen. Uit onderzoek blijkt dat de jaargemiddelde geluidbelasting door vliegverkeer in Schinkel­ kwartier tussen 48-53 dB(A) Lden en 38-40 dB(A) Lnight ligt. Bij deze geluidsniveaus kunnen toekomstige bewoners geluidhinder ondervin­ den, maar van ernstige slaapverstoring is geen sprake. Op grond van de Gezondheidseffect­ screening (GES) methodiek is in dat geval sprake van een redelijke tot zeer matige situatie overdag en een redelijke tot matige situatie ‘s nachts. De jaargemiddelde geluidbelasting in het plan­gebied is volgens deze methodiek acceptabel. Onderzocht is of het luchtvaartgeluid kan worden beperkt door maatregelen. Uit het onderzoek blijkt dat geluidadaptief bouwen in sommige delen van Schinkelkwartier de blootstelling aan piekgeluiden door vliegtuig­ verkeer mogelijk aanzienlijk kan verminderen.

Voorkeur gaat uit naar gebiedsgerichte maat­regelen. Daarbij kan worden gedacht aan

afscherming en het voorkomen van reflectie door een aangepaste bouwhoogte en een aangepaste afstand tussen de gevels. Direct onder de aanvliegroute blijken weer andere maatregelen effectief, zoals het toepassen van luifels en overstekken, loggia’s, extra dakisola­ tie en het gebruik van geluids­absorberende gevel­materialen. Ook het toevoegen van groen en water blijkt een positief effect te hebben. Deze maatregelen scoren ook goed als het gaat om het tegengaan van hittestress. In de volgende fase worden deze maatregelen nader uitgewerkt. Uit onderzoek blijkt dat grondgeluid vanaf de Aalsmeerbaan in het plangebied hinder kan veroorzaken. Voor grondgeluid gelden geen normen en kan niet eenvoudig worden ­berekend. Eventuele maatregelen tegen grondgeluid zullen op initiatief van Schiphol moeten worden getroffen. De acceptatie van luchtvaartgeluid wordt vergroot als toekomstige bewoners zich van tevoren bewust zijn van de te verwachten geluidbelasting. Bij woningbouw in de LIB-5 zone is de gemeente verplicht de toekomstige bewoners vooraf actief te informeren over het luchtvaartgeluid. Daarover worden in de erfpachtovereenkomst afspraken gemaakt met ontwikkelaars en corporaties. Onderdeel daarvan is het verplicht opnemen (met ketting­ beding) van informatie over het luchtvaart­ geluid in de koop- en huurovereenkomsten.

55

56

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

Omgang luchtvaartgeluid zeer negatief

Dezonering Schinkelhaven negatief

neutraal

positief

zeer negatief

zeer positief

negatief

neutraal

positief

zeer positief

Stedelijkheid

Stedelijkheid

Ruimtelijke kwaliteit

Ruimtelijke kwaliteit

Bereikbaarheid

Geen woningbouw binnen LIB-5

Gezondheid/veiligheid

Bereikbaarheid

Geen dezonering

Gezondheid/veiligheid

Duurzaamheid

Duurzaamheid

Sociale inclusiviteit

Sociale inclusiviteit

Stedelijkheid

Stedelijkheid Ruimtelijke kwaliteit

Ruimtelijke kwaliteit Bereikbaarheid

Stedenbouwkundige optimalisatie

Gezondheid/veiligheid

Bereikbaarheid

Gedeeltelijke dezonering

Gezondheid/veiligheid

Duurzaamheid

Duurzaamheid

Sociale inclusiviteit

Sociale inclusiviteit

Stedelijkheid

Stedelijkheid Ruimtelijke kwaliteit

Ruimtelijke kwaliteit Gebiedsgerichte maatregelen

Bereikbaarheid

Nieuwe zone NLR

Bereikbaarheid

Gezondheid/veiligheid

Gezondheid/veiligheid

Duurzaamheid

Duurzaamheid

Sociale inclusiviteit

Sociale inclusiviteit

Stedelijkheid

Stedelijkheid Ruimtelijke kwaliteit

Ruimtelijke kwaliteit Geen maatregelen

Bereikbaarheid Gezondheid/veiligheid

bruik, waardoor bij een onverhoopt vlieg­ tuigongeval meer slachtoffers kunnen vallen. Dit risico is aanvaardbaar, omdat het risico op een ongeval uiterst klein is en geen bron- of effectmaatregelen mogelijk zijn om dit risico te beperken.

Bij de afweging over woningbouw in de LIB-5 zone moet ook rekening gehouden worden met de mogelijke gevolgen van een vlieg­tuig­ ongeval. Schinkelkwartier ligt echter buiten de zones waar beperkingen gelden vanwege externe veiligheid. Wel leidt de gebieds­ ontwikkeling tot een intensiever ruimtege­

4.2.7 Milieucontouren bedrijven Sommige bedrijven in Schinkelkwartier, zoals het NLR, het datacenter Global Switch en de zandoverslag Van Vliet hebben milieu­ contouren die de ontwikkelmogelijkheden in de om­geving beperken. Dat vraagt keuzes over de toekomst van deze bedrijven en de toekomst van productieve bedrijvigheid in het algemeen.

57

Voor woningbouw in Schinkelhaven is het noodzakelijk om het gebied (geheel of gedeel­telijk) te dezoneren. NLR is zone­ ringsplichtig en heeft bovendien een lange geschiedenis in het gebied. Daarom wordt in eerste instantie gekozen voor een gedeelte­ lijke dezonering, waarbij NLR gezoneerd terrein blijft en een eigen geluidzone houdt. Voor deze dezonering wordt een facet­

Volledige dezonering

Bereikbaarheid Gezondheid/veiligheid

Duurzaamheid

Duurzaamheid

Sociale inclusiviteit

Sociale inclusiviteit

bestemmingsplan opgesteld, waarmee ook de 50 dB(A) geluid­zone wordt teruggelegd. Bij NLR moet rekening worden gehouden met beperkingen als gevolg van incidentele piek­geluiden. In de komende fase willen we graag met NLR gaan verkennen of er maat­ regelen mogelijk zijn om meer ontwikkelruim­ te voor woningbouw in Schinkelhaven mogelijk te maken zonder dat daardoor de huidige bedrijfsvoering van NLR onevenredig wordt belemmerd. Geluidgevoelige functies zoals woningbouw zijn binnen de geluidzone tot 55 dB(A) toegestaan na vaststellen van hogere waar­ den. Tussen 55 en 60 dB(A) zijn gevoelige functies alleen mogelijk met toepassing van gevelmaatregelen (zoals dove gevels of vliesgevels), een tijdelijke afwijking van

geluidsnormen of toepassing van de Stad en Milieubenadering. Als gevolg van de gedeeltelijke dezonering zullen de overige bedrijven in Schinkelhaven geen onderdeel meer zijn van het gezoneerde industrieterrein. Uiteraard moet rekening worden gehouden met de geluidruimte van deze bedrijven. In algemene zin geldt dat binnen milieucontouren van bedrijven vanwe­ ge geluid, geur, stof of gevaar, per bouwplan nader onderzoek nodig is om te bepalen in hoeverre maatregelen nodig en mogelijk zijn. Een tweede bedrijf dat beperkingen oplegt aan de gebiedsontwikkeling is het datacenter Global Switch in deelgebied Nieuwe Meer Oost. De milieuvergunning van Global Switch houdt zowel rekening met een uitbreiding van

58

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

59

4.2.8 Verduurzaming energiesysteem

Indicatie geluidcontouren voor en na gedeeltelijke

Voor een energietransitie in Schinkelkwartier is een duurzaam energiesysteem nodig, waarin woningen en bedrijven niet meer worden aangesloten op aardgas. Dat vraagt om inzicht in de lokale mogelijkheden en een afweging van de beschikbare alternatieven.

­dezonering Schinkelhaven. Bron: Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

Momenteel is Schinkelkwartier, met uitzonde­ ring van Schinkelhaven, een concessiegebied voor stadswarmte via de bestaande netten.

Het bestaande stadswarmtenet is een net op hoge temperatuur dat in Schinkelkwartier onlangs is uitgebreid met nieuwe aanvoer­ leidingen en een hulpwarmtecentrale. Maar er zijn in het gebied ook kansen om gebruik te maken van lokale bronnen en lokaal opgewek­ te energie. Zo zijn het datacenter Global Switch in Nieuwe Meer Oost en het bestaande ziekenhuiscluster in De Plantijn potentiële leveranciers van lage temperatuur warmte.

Verkenning mogelijk­

~ 1000 m

heden energietransitie Schinkelkwartier. Bron: GenerationEnergy, Posad Maxwan i.s.m. Endule.

~ 500 m

50º - 30º

~ 500 m

Geluidsregistratie LEGENDA 30º - 20º

30º

Gezoneerd industrieterrein ~ 30º

Geluidscontouren, waarneemhoogte 20 meter 50 - 55 dB(A)

50º - 30º

55 - 60 dB(A) > 60 dB(A)

30º - 20º

het datacenter als met de mogelijkheid om aan de zuidzijde op 30 meter afstand woningbouw te realiseren. Uit onderzoek is gebleken dat Global Switch net als NLR ook moet worden aangemerkt als ‘grote lawaaimaker’. Dit leidt overigens niet tot extra beperkingen in de omgeving. Het extensieve ruimtegebruik en de geluidbelasting op de omgeving vormen wel een belemmering voor de gewenste stedelijkheid en ruimtelijke kwaliteit. Bovendien legt Global Switch door het hoge energieverbruik een groot beslag op het elektriciteitsnet. Daartegenover staat dat de restwarmte van het datacenter in het gebied kan worden gebruikt als bron voor een warmtenet op lagere temperatuur. Verplaatsing op termijn heeft de voorkeur maar is vanwege de installaties en infrastructuur complex en kostbaar. Dit vraagt in de volgende planfase om een bestuurlijke en financiële afweging die in overleg met het bedrijf moet worden voorbereid.

Een derde aandachtspunt is de zandoverslag in Schinkelhaven, die met het leveren van grond­ stoffen een belangrijke stadsverzorgende functie heeft. Deze heeft echter ook negatieve impact op de ruimtelijke kwaliteit en zorgt voor geluid­- en stofhinder en daarmee voor een beperking van de ontwikkelruimte. Bron­- en afschermende maatregelen zijn hier nauwelijks effectief; er is wel enige inperking van de vergunde geluidruimte mogelijk. Verplaatsing van de zandoverslag heeft daarom de voorkeur. In het algemeen moet Schinkelkwartier vol­ doende ruimte blijven bieden aan productieve bedrijven, want ze hebben naast een stads­ verzorgende functie ook een belangrijke sociaal­economische functie. Goede locaties daarvoor zijn de zones waar sprake is van een hoge geluidbelasting en de randen van de deelgebieden bij de snelwegen. Voor even­tuele nieuw te vestigen bedrijven geldt dat zij mengbaar moeten zijn met wonen en dus maximaal tot milieucategorie 3.1 behoren.

50º - 30º

50º - 30º

30º - 20º

~ 12º

Water temperatuur, vraag en bron Stadsverwarming Gasleiding Temperatuur water gebruik Restwarmte beschikbaar Thermische energie uit oppervlaktewater en thermische energie uit afvalwater

Op basis van een energieverkenning zijn verschillende alternatieven voor verduurzaming van het energiesysteem onderzocht. Dat zijn aansluiting op het bestaande stadswarmtenet, aanleg van een warmtenet op lagere tempe­ ratuur met gebruik van lokale bronnen en energieoplossingen per bouwblok. Een aansluiting op het hoge temperatuur warmtenet is voor de meeste functies in Schinkelkwartier niet noodzakelijk.

Daarom heeft aansluiting op een retoursysteem of een decentraal net op lagere temperatuur vanuit duurzaamheid de voorkeur boven een aansluiting op het bestaande net. In principe kan de energie­opgave ook per bouwblok worden opgelost. Dat blijkt echter weinig schaalvoordeel op te leveren, biedt geen zekerheid over de beschikbaarheid van bron­ nen en kan afbreuk doen aan de ruimtelijke kwaliteit. Wel zijn decentrale systemen per deelgebied te overwegen.

60

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

4.2.9 Afval en circulariteit Energiesysteem zeer negatief

negatief

neutraal

positief

zeer positief Stedelijkheid Ruimtelijke kwaliteit Bereikbaarheid

Aansluiten op HT-warmtenet

Gezondheid/veiligheid Duurzaamheid Sociale inclusiviteit

Stedelijkheid Ruimtelijke kwaliteit Bereikbaarheid

Aanleg decentraal LT-warmtenet

Gezondheid/veiligheid Duurzaamheid Sociale inclusiviteit

Stedelijkheid Ruimtelijke kwaliteit Systeem per bouwblok

Bereikbaarheid Gezondheid/veiligheid Duurzaamheid Sociale inclusiviteit

Op basis van het onderzoek en de beoordeling is een definitieve keuze moeilijk. Daarom wordt aanbevolen om de systeemkeuze per deel­ gebied te maken. Belangrijk bij de afweging zijn de kosten van de systemen en de mogelijk­ heden voor een collectieve aanpak. In heel Nieuw-West geldt een concessie waarbij alle nieuwbouw aangesloten dient te worden op het bestaande stadswarmtenetwerk van Westpoort Warmte. In 2019 heeft de gemeenteraad de motie LT (lage temperatuur) aangenomen waarin de voorkeur is uitgespro­ ken om alle nieuwbouw aan te sluiten op een LT-systeem. De gemeente Amsterdam heeft private afspraken gemaakt met hierin een inspanningsverplichting, waarbij partijen op de hoogte moeten worden gebracht van de geldende aansluitplicht.

Voor opwekking van energie biedt Schinkelkwartier goede kansen. Vanwege de hoogtebeperkingen van Schiphol zijn wind­ molens in of nabij Schinkelkwartier niet mogelijk. Wel kan er gebruik worden gemaakt van zonnecollectoren op daken en gevels en mogelijk ook van zonnepanelen die geïnte­ greerd worden in geluidsschermen langs de snelwegen. Gemeente Amsterdam en Rijkswaterstaat doen hier inmiddels verken­ nend onderzoek naar. Daarnaast liggen er mogelijkheden in het overkappen van de gemeentelijke werven en het plaatsen van energieopwekkende solar-kunst.

Bij de inzameling van het huishoudelijk afval zijn op hoofdlijnen drie systemen te onder­ scheiden: ondergrondse containers met bovengronds transport, inpandige inzameling met rolcontainers en bovengronds transport, en ondergronds afvaltransport via een vacuüm­ systeem. Bij alle systemen is de inzameling van groente-, fruit- en tuinafval een aandachtspunt. Bij gescheiden inzameling kan dat worden omgezet in compost en groen gas en wordt vervuiling van het restafval voorkomen. Voor Schinkelkwartier zijn de alternatieven vergeleken op een aantal indicatoren, namelijk de kwaliteit van de dienstverlening, de ruimte­ lijke impact, het niveau van duurzaamheid en de kosten. Daarnaast is beoordeeld in welke mate de alternatieven bijdragen aan het behalen van de ambities. Op het eerste gezicht lijkt ondergronds transport aantrekkelijk, omdat daardoor het ruimtebeslag van de afvalinzameling wordt beperkt. Zo’n systeem past echter minder goed bij een gefaseerde gebiedsontwikkeling als Schinkelkwartier. Bovendien is er de wens om zo veel mogelijk aan te sluiten bij beproefde en bewezen inzamelingsmethoden in Amsterdam. Daarmee zijn schaalvoordelen te bereiken, zowel op het gebied van de kosten als van circulariteit. Het aanbrengen van ondergrondse containers in Schinkelkwartier heeft daarom vooralsnog de voorkeur (in ieder geval voor huishoudelijk afval).

Eén van de drukste afvalinzamelingspunten van Amsterdam is het afvalpunt Henk Sneevliet­ weg. Dit afvalpunt kan niet niet op de huidige locatie behouden blijven. Voor de gemeente is het hebben van een afval- en materialenpunt in of nabij Schinkelkwartier voorwaardelijk. Het is wenselijk deze te ontwikkelen tot een modern recyclecentrum met bijvoorbeeld een materialen­kringloopwinkel, educatieruimte, reparatiewerkplaats en bouwmaterialencen­ trum. Voorwaarde is wel dat er sprake is van een moderne en compacte functie met een beperkte milieubelasting, zodat de functie inpasbaar is in gemengd stedelijk gebied.

Het is daarnaast een ambitie om een gesloten grond­- en materialenbalans te hebben. Dit houdt in dat de grond en bestaande aanwezige materialen, in zowel gebouwen, maaiveld en ondergrond, in het gebied worden (her) gebruikt. Daarnaast is flexibel en adaptief bouwen, met open bouwsystemen het uitgangspunt en extra verdiepingshoogte de ambitie. Voorafgaand aan het slopen of demonteren is een inventarisatie van grondstoffen gewenst om de waarde van materialen te bepalen. Die inventarisatie kan verder worden uitgebreid tot producten en componenten. Een andere circulaire maatregel is het realiseren van gebouwen met een lage milieudruk, uitgedrukt in een MPG (Milieu Prestatie Gebouwen) met een score van maximaal 0,8. Die wordt bereikt door het gebruik van gerecycled beton, hout voor constructie en andere hernieuwbare materialen van biologische oorsprong. Een goed hulpmiddel hierbij is het opstellen van een materialenpaspoort.

61

62

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

5 Stedenbouwkundig kader

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

Schinkelkwartier heeft een grillige ontwikkel­ geschiedenis die sterk verschilt van de plan­ matige stadsuitbreidingen in Nieuw-West en Oud-Zuid. Opeenvolgende plannen en wisselende bestemmingen hebben geleid tot een gefragmenteerd stadslandschap met infrastructurele barrières en een slechte bereikbaarheid vanuit de stad. De steden­ bouwkundige opgave is het ontwikkelen van een raamwerk van verkeersroutes, watergan­ gen en groen. Een raamwerk dat niet alleen

zorgt voor samenhang en bereikbaarheid, maar ook ruimte laat voor specifieke invullingen per deelgebied en particulier initiatief. De strategi­ sche ligging van het gebied tussen AmsterdamZuid en Schiphol is daarbij een sterke troef­ kaart. Die biedt alle kansen voor de bouw van een goed bereikbare en hoogwaardige entree van Amsterdam. Maar tegelijk levert die ligging ook een aantal beperkingen en uitdagingen op die samenhangen met geluid, luchtkwaliteit, vliegverkeer en veiligheid.

63

Impressie Schinkelkwartier in 2050.

64

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

Raamwerkkaart LEGENDA

Raamwerkkaart LEGENDA

Indicatie toekomstige bebouwing Huidige bebouwing buiten plangebied Bouwvelden (groene binnenterreinen)

Indicatie toekomstige bebouwing Bouwvelden Huidige bebouwing buitenIndicatieve plangebiedzone verbinding stad en land

Raamwerkkaart LEGENDA

Bouwvelden (groene binnenterreinen) Plein Bouwvelden

Stedenbouwkundig kader

Indicatie toekomstige bebouwing

Plein

Hoofdroute langzaam verkeer

Schinkelkwartier.

Huidige bebouwing buiten plangebied

Groen

Secundaire route langzaam verkeer

Bouwvelden (groene binnenterreinen)

Water

Openbare fietsenstalling

Bouwvelden

Hoofdroute langzaam verkeer Ingang metrostation

Indicatieve zone verbinding stad en land

Secundaire route langzaamViaducten verkeer

Plein

Openbare fietsenstalling

Groen

Ingang metrostation

De omgeving van Schinkelkwartier is nu Water over­wegend perifeer en monofunctioneel. Hoofdroute langzaam verkeer Voor de transformatie naar een inclusieve, Secundaire route langzaam verkeer gemengde en groene stadswijk zijn ingrepen Openbare fietsenstalling nodig. We beschrijven deze ingrepen in dit Ingang metrostation hoofdstuk en volgen daarbij de hoofdkeuzes Viaducten die op basis van het OER zijn gemaakt. De ingrediënten uit dit hoofdstuk vormen samen de bouwstenen voor het stedenbouwkundig kader van Schinkelkwartier. Voor De Oeverlanden sluit het stedenbouwkundig kader aan op de uitgangspunten van de Ontwikkel­strategie Landschapspark De Oeverlanden.

Ontsluiting

Groen

Indicatieve zone verbinding stad en land Water

Viaducten

LEGENDA

Beoogd auto- en fietsnetwerk.

Stroomweg

Snelle fietsverbinding

Gebiedsontsluiting

Fietsverbinding

Buurtontsluiting

Onderdoorgang fiets

Onderdoorgang

Openbare fietsenstalling

Ingang metrostation

5.1 Verbindingen leggen Voor de transformatie van Schinkelkwartier zijn allereerst goede verbindingen nodig. Niet alleen om het gebied goed bereikbaar te maken, maar ook om functiemenging en verdichting te ondersteunen. Het verkeers­onderzoek en de hoofdkeuzes over mobiliteit in hoofdstuk 4 leiden tot de volgende ruimte­lijke vertaling.

Langzaam verkeer Door in hoge dichtheid te bouwen en functies te mengen, liggen woningen, werkplekken en voorzieningen dicht bij elkaar. Schinkelkwartier krijgt een fijnmazig fiets- en voetgangersnetwerk dat naadloos aansluit op zijn omgeving. Op die manier zijn alle bestemmingen gemakkelijk bereikbaar en wordt het aantrekkelijk om

verplaatsingen lopend of fietsend af te leggen. Samen met de verbetering en uitbreiding van het openbaar vervoer heeft dit een drukkend effect op de vraag naar automobiliteit. De centrale as in het plangebied wordt een snelle en autovrije route voor fietsers en voet­gangers: de Nieuwe Sloterweg. Deze route ligt in het verlengde van de historische Sloterweg en sluit, via een brug over de Schinkel, aan op de Stadionweg en de Churchilllaan. De realisa­ tie van het volledige programma leidt tot een verdubbeling van het aantal fietsbewegingen over de Schinkel. De fietsbrug is strategisch gepositioneerd om de bestaande Zeilbrug en de Nieuwe Meersluis te ontlasten en over­

65

66

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

Gemeente Amsterdam Projectnota Schinkelkwartier

kwaliteit. Minimaal 6% van alle parkeerplekken is geschikt voor bijzondere modellen, zoals bakfietsen. Ook streven we naar voorzieningen in de stallingen, zoals een service- of reparatie­ punt, een deelfietsenstalling en oplaadpunten voor e-bikes.

belasting in de toekomst te voorkomen. Daarom wordt de positie in deze fase vast­ gelegd: tussen de Laan der Hesperiden en de Generaal Vetterstraat. Het ontwerp voor de aanlandingen van de fietsbrug vraagt om een zorgvuldige inpassing. Aan de Nieuwe Sloterweg liggen straks alle bijzondere plekken en belangrijke buurt­voorzieningen, zoals de winkels en de scholen.

De stallingen hebben niet alleen goed ­zichtbare entrees aan de straat, maar zijn ook van binnenuit bereikbaar. Om te zorgen voor maximaal gebruiksgemak streven we naar fietsparkeerplekken met een enkele laag rekken. Naast oplossingen per bouwblok bouwen we ook gemeenschappelijke in­pandige stallingen op veelgebruikte locaties. We volgen voor alle voorzieningen de Nota Parkeer­ normen Fiets en Scooter.

Er komen aantrekkelijke en veilige fietsroutes die aansluiten op de Ottho Heldringstraat, het Heenwegpad en de Overschiestraat. Op die manier zijn voorzieningen langs de Nieuwe Sloterweg goed bereikbaar vanuit nabij­ gelegen buurten in de omgeving. Ook creëren we informele routes, zodat voet­gangers kunnen ronddwalen door b ­ innenterreinen en groen­gebieden.

Schinkelkwartier is niet goed bereikbaar per openbaar vervoer. Het gebied heeft in het noorden één metro­station, Henk Sneevlietweg, en kent twee busdiensten die worden gefinan­

Beoogd toekomstig

Buikslotermeerplein

metronetwerk van Amsterdam met nieuwe stations bij Riekerpark (verplaatste station Henk Sneevlietweg) en Nieuwe Isolatorweg

Amsterdam Centraal

Station Sloterdijk

Waterlooplein

Vijzelgracht

Station Lelylaan

Weesperplein

Riekerpark Amstelveenseweg Nieuwe Meer

Station Zuid

VU

RAI

Station Amstel

Spaklerweg Van der Madeweg

Station Duivendrecht Schiphol

Station Bijlmer Arena Gaasperplas

Hoofddorp

Westwijk Gein Uithoorn

In lijn met de beschreven hoofdkeuzes willen we metrostation Henk Sneevlietweg aanpassen. Het zuidwaarts verplaatsen van dit station heeft onze voorkeur. Hierdoor komt het station centraal in Schinkelkwartier te liggen en trekt het veel extra reizigers. Het nieuwe station krijgt bij voorkeur ingangen aan de Henk Sneevlietweg en de Nieuwe Sloterweg. In de volgende fase worden de (on)mogelijkheden voor behoud van een ingang van het metrosta­ tion bij de Vlaardingenlaan nader onderzocht. Een ingang bij de Vlaardingenlaan is op voor­ hand niet uit te sluiten en is daarom op de kaart van het stedenbouwkundig kader opgenomen.

Openbaar vervoer

Om fietsgebruik te stimuleren worden in de openbare ruimte en gebouwen parkeerplekken voor fietsen en scooters gemaakt van hoge

Meer.

cierd door het bedrijfsleven. Veel ondernemers noemen de verbetering van het openbaar vervoer als hun belangrijkste wens.

In het profiel van de nieuwe Henk Sneevlietweg reserveren we ruimte voor de inpassing van toekomstig hoogwaardig openbaar vervoer naar het centrum van Amsterdam. Er zijn twee opties. We geven de voorkeur aan een tramlijn in de middenberm die via de Aalsmeerweg zijn route vervolgt naar het Hoofddorpplein en verder. Een terugval­optie is een buslijn over de rijbaan die via een brug over de Schinkel zijn route vervolgt naar het Stadionplein en verder. Ook houden we binnen Schinkelkwartier rekening met het doortrekken van de Noord/ Zuidlijn van Amsterdam-Zuid via Schiphol naar Hoofddorp. Ter hoogte van de Johan Huizinga­ laan reser­veren we ruimte voor een nieuw metrostation. Dit station krijgt ingangen aan het John M. Keynesplein en de oostzijde van de Johan Huizingalaan. Op deze locaties kijken we naar de inpassing van een fietsenstalling en kleinschalige stationsvoorzieningen.

Auto Voor de auto respecteren we de Johan Huizinga­ laan en Henk Sneevlietweg als hoofd­route voor het doorgaande verkeer, maar er komen geen nieuwe hoofdroutes bij. De capaciteit van de voorgestelde aansluiting van de Henk Sneevliet­ weg op de A10 in relatie tot de verwachte stijging van het verkeersaanbod is nog een aandachtspunt. Dit wordt bij de uit­werking van de investeringsnota voor deel­gebied Schinkel­ haven meegenomen. Het autoverkeer in de buurten vindt straks zijn bestemming via insteekwegen, waardoor er meer ruimte blijft voor de fietser en de voetganger. De snelheid op de wegen wordt aangepast aan de functie. De Johan Huizingalaan, de Henk Sneevlietweg en de Vlaardingenlaan/Aletta Jacobslaan zijn stroomwegen waar een ­maximale snelheid geldt van 50 km/uur. De overige straten krijgen zoveel mogelijk een inrichting als erftoegangsweg met een maxima­ le snelheid van 30 km/uur. De Johan Huizinga­ laan en Henk Sneevlietweg worden opnieuw ingericht, want in een centrumstedelijk gebied passen geen brede verkeersprofielen. We willen ze met behoud van hun verkeers­functie transformeren tot Amsterdamse stadsstraten met publieksfuncties en entrees aan de straat. De Henk Sneevlietweg biedt met zijn brede buitenbermen bij uitstek kansen voor zo’n nieuwe inrichting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13612817/1