CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 26 Ruimtelijke Ordening (23) 14. Bestemmingsplan Overschiestraat 182 en

RAAD 20 december 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Aanvaarden MER Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier en vaststellen van het bestemmingsplan Overschiestraat 182 en 188 VN2023-02248530.322 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Uitgangspunt voor de verdere planontwikkeling is het opstellen van een masterplan energie en nutsvoorzieningen voor Schinkelkwartier. Doel daarvan is om als gemeente samen met de ontwikkelende partijen, nutsbedrijven en leidingbeheerders controle te houden op de toekomstige energievraag en om het huidige nutsnetwerk in stand te houden en uit te breiden. Hiermee kunnen ook vroegtijdig gewenste reserveringen voor nieuwe verbindingen en eventuele noodzakelijke verleggingen van kabels en leidingen in beeld worden gebracht.

5.1.3 Omgevingseffecten Bodemopbouw De transformatie van Schinkelkwartier heeft geen impact op de bodemopbouw. Immers, er is geen sprake van grootschalige bodemafgraving of veranderingen aan de bodemsamenstelling. Wel is in het geval van hoogbouw nader onderzoek naar de fundering noodzakelijk. Op dit aspect wordt neutraal (0) gescoord. Bodemkwaliteit De bodem is in delen van het plangebied licht tot sterk verontreinigd. Deze bodemverontreiniging kan een belemmering zijn voor toekomstig gebruik en de realisatie van nieuwe functies. Als een ernstige

59

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

verontreiniging wordt aangetroffen dan moet deze worden gesaneerd (isoleren, gedeeltelijk ontgraven, aanbrengen van een leeflaag of een combinatie daarvan), zodat de bodem geschikt wordt voor de beoogde functie. Daarbij moeten ook eventuele mogelijkheden van grondverwerking (mede in relatie tot PFAS) worden onderzocht. Het saneren van verontreinigde gronden in het kader van de transformatie is positief voor de bodem en voor de omgeving, omdat risico op verspreiding daarmee wordt voorkomen. Het omgevingseffect treedt niet voor het hele plangebied op en is daarom licht positief (0/+) beoordeeld. Niet gesprongen explosieven Er zijn enkele locaties in het plangebied verdacht op de aanwezigheid van niet gesprongen explosieven. Op deze locaties is nader onderzoek naar de feitelijke situatie noodzakelijk wanneer er werkzaamheden in de bodem plaatsvinden. Het wegnemen van eventueel aangetroffen explosieven in het kader van de transformatie heeft een positief effect. Aangezien het om een beperkt aantal verdachte locaties gaat waar explosieven mogelijk aanwezig, is dit omgevingsaspect licht positief (0/+) beoordeeld. Kabels en leidingen Aangezien er relatief veel kabeltracés in Schinkelkwartier liggen moet hier bij de transformatie rekening mee gehouden worden.

Dit heeft niet zozeer een impact op de fysieke leefomgeving, maar levert wel een beperking op omdat bestaande kabels en leidingen mogelijk verlegd moeten worden. Om die reden wordt dit aspect licht negatief beoordeeld (0/-).

5.1.4 Initiële effectbeoordeling Toetsing omgevingseffecten De transformatie van Schinkelkwartier leidt tot ingrepen in de bodem. Op basis van de effectbeschrijving zijn de beoordelingen in onderstaande tabel samengevat. Aspect Beoordelingscriterium Bodemopbouw Impact bodemopbouw Bodemkwaliteit Mate van bodemverontreiniging Niet gesprongen explosieven Impact niet gesprongen explosieven Kabels en leidingen Impact aanwezige kabels en leidingen Tabel 5.3 – Initiële effectbeoordeling bodem en ondergrond

Omgevingseffect 0 0/+ 0/+ 0/-

Toetsing ambities De omgevingsaspecten behorend bij het thema bodem en ondergrond hebben impact op een enkele ambitie voor Schinkelkwartier. Zo heeft de mate van bodemverontreiniging een zekere impact op de ambitie gezondheid en veiligheid. Ook de mogelijke aanwezigheid van niet gesprongen explosieven heeft lokaal een impact op de omgevingsveiligheid. De omgevingsaspecten bij bodem en ondergrond hebben geen noemenswaardige impact op de overige geformuleerde ambities.

5.1.5 Nadere keuzes, maatregelen en spelregels Nadere keuzes Voor het thema bodem en ondergrond is geen sprake van (zeer) negatieve effecten of een (zeer) negatieve impact op de geformuleerde ambities. Om die reden is het niet nodig om nadere keuzes te maken. Maatregelen Masterplan energie en nutsvoorzieningen De gemeente stelt in de volgende planfase een masterplan energie en nutsvoorzieningen voor Schinkelkwartier op. Daarin worden de huidige en benodigde toekomstige ondergrondse infrastructuur in

60

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

kaart gebracht en afgestemd op de inrichting openbare ruimte. Verder volgt hieruit in hoeverre het verleggen van bepaalde kabels en leidingen noodzakelijk is en onder welke voorwaarden dat mogelijk is. Spelregels Bodemopbouw (algemeen) Bij nieuwe ontwikkelingen wordt rekenschap gegeven van de bodemopbouw ter plaatse. In geval van bebouwing hoger dan 30 meter wordt geotechnisch onderzoek uitgevoerd naar de bodemgesteldheid en de funderingsmethode. Over het geotechnisch onderzoek wordt advies gevraagd aan de gemeente (Ingenieursbureau). Maaiveldophoging (algemeen) Bij nieuwe ontwikkelingen wordt rekenschap gegeven van eventueel benodigde maaiveldophoging, waarbij rekening wordt gehouden met de geldende ontwateringsnorm. Over de eventueel benodigde maaiveldophoging wordt advies gevraagd aan Waternet. Bodemverontreiniging (algemeen) Bij (water)grondwerkzaamheden wordt een actueel verkennend (water)bodemonderzoek uitgevoerd naar mogelijke bodemverontreiniging ter plaatse. In geval van aantreffen van verontreiniging wordt advies gevraagd aan de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied over saneringsaanpak en de mogelijkheden van afvoer en verwerking. Niet gesprongen explosieven (locatie specifiek) Bij grondwerkzaamheden wordt een risicoanalyse conventionele explosieven uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid van munitie en granaten uit WOII.

Over de risicoanalyse wordt advies gevraagd aan de gemeente (Ingenieursbureau). Transportleiding riolering (locatie specifiek) Bij bouw-, graaf- en heiwerkzaamheden wordt rekening gehouden met een beperkingenzone van 5 meter aan weerszijden van de leiding. Van de geldende afstanden kan alleen worden afgeweken na goedkeuring van het betrokken nutsbedrijf en/of de leidingbeheerder of in geval de leiding vanwege de gebiedsontwikkeling wordt verlegd. Transportleiding drinkwater (locatie specifiek) Bij bouw-, graaf- en heiwerkzaamheden wordt rekening gehouden met een beperkingenzone van 10 meter aan weerszijden van de leiding. Van de geldende afstanden kan alleen worden afgeweken na goedkeuring van het betrokken nutsbedrijf en/of de leidingbeheerder of in geval de leiding vanwege de gebiedsontwikkeling wordt verlegd. Hogedruk gasleiding (locatie specifiek) Bij bouw-, graaf- en heiwerkzaamheden wordt rekening gehouden met een beperkingenzone van 2 meter aan weerszijden van de leiding. Van de geldende afstanden kan alleen worden afgeweken na goedkeuring van het betrokken nutsbedrijf en/of de leidingbeheerder of in geval de leiding vanwege de gebiedsontwikkeling wordt verlegd. Hoogspanningsleiding (locatie specifiek) Bij bouw-, graaf- en heiwerkzaamheden wordt rekening gehouden met een beperkingenzone van 2 meter aan weerszijden van de leiding.

Van de geldende afstanden kan alleen worden afgeweken na goedkeuring van het betrokken nutsbedrijf en/of de leidingbeheerder of in geval de leiding vanwege de gebiedsontwikkeling wordt verlegd.

61

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Transportleiding warmtenet (locatie specifiek) Bij bouw-, graaf- en heiwerkzaamheden wordt rekening gehouden met een beperkingenzone van 10 meter aan weerszijden van de leiding. Van de geldende afstanden kan alleen worden afgeweken na goedkeuring van het betrokken nutsbedrijf en/of de leidingbeheerder.

5.1.6 Effectbeoordeling na maatregelen en spelregels Op basis van bovenstaande maatregelen en spelregels verbetert de score voor kabels en leidingen ten opzichte van de initiële effectbeoordeling. Voor de overige aspecten veranderen de scores niet. Deze scores zijn in onderstaande tabel weergegeven. Aspect

Beoordelingscriterium

Bodemopbouw Impact bodemopbouw Bodemkwaliteit Mate van bodemverontreiniging Niet gesprongen explosieven Impact niet gesprongen explosieven Kabels en leidingen Impact aanwezige kabels en leidingen Tabel 5.4 – Effectbeoordeling na maatregelen en spelregels

Initiële effectbeoordeling 0 0/+ 0/+ 0/-

Effectbeoordeling na maatregelen en spelregels 0 0/+ 0/+ 0

Water 5.2.1 Beoordelingskader In het kader van het OER is een wateradvies opgesteld, waarin aandacht is besteed aan oppervlaktewater, waterveiligheid, waterkwaliteit, grondwater en hemelwater. Ook is onderzoek gedaan naar het waterpeil in Riekerpark en is een notitie over droogte opgesteld. Deze rapporten zijn opgenomen in bijlage 5 bij het OER. Op basis van onderstaande tabel zijn de effecten en de impact op de ambities beoordeeld. Aspect Beoordelingscriterium Oppervlaktewater Impact op doorstroming en kwantiteit van oppervlaktewater Waterveiligheid Impact op bescherming tegen overstroming Grondwater Impact op grondwater Waterkwaliteit Mate van verontreiniging van oppervlakte- en grondwater Hemelwater Mate van bescherming tegen intensieve regenbuien Tabel 5.5 – Beoordelingskader water

Methodiek Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief

5.2.2 Huidige situatie en referentiesituatie Oppervlaktewater Schinkelkwartier bestaat uit vier polders met verschillende peilgebieden en daarmee verschillende waterhuishoudkundige eisen en wensen (zie figuur 5.13): de Riekerpolder (polderpeil -1,9 meter NAP), de Sloterbinnen- en Middelveldsepolder (polderpeil -2,1 meter NAP), de stadsboezem (polderpeil -0,4 meter NAP) en Huis te Vraag (polderpeil -0,6 meter NAP). Het peilgebied Riekerpolder watert af naar het gemaal aan de Nieuwe Meer, door middel van twee onderdoorgangen onder de A4 bij de Johan Huizingalaan (in het plangebied) en de Anderlechtlaan (ten westen van het plangebied). Vroeger werd de polder bemalen door de Riekermolen. Deelgebied Riekerpark maakt deel uit van de Riekerpolder, maar heeft grotendeels een hoger peil (winterpeil -1,2

62

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

meter NAP en zomerpeil -0,7 meter NAP). Dit deelgebied watert via stuwen af op de Riekerpolder. In het knooppunt Nieuwe Meer is voor de opvang van hemelwateroverschot een vijver gecreëerd, die via een persleiding wordt geloosd op dit peilgebied Riekerpark. Het afwijkende polderpeil in Riekerpark is vanuit het oogpunt van waterbeheer een onwenselijke situatie. De Sloterbinnen‐ en Middelveldse polder ligt in het noordelijk deel van het plangebied en wordt van de boezem gescheiden door een sluis in de grote (bevaarbare) Slotervaart. De afvoer uit het plangebied naar de hoofdafvoerroute de Slotervaart gaat via twee duikers onder de Plesmanlaan en één duiker onder de Heemstedestraat.

Figuur 5.13 – Polderpeilgebieden en primaire watergangen

Deelgebied Schinkelhaven ligt binnen de stadsboezem van Amsterdam. De Schinkel is een belangrijke doorvaartroute voor recreatie en beroepsvaart en is onderdeel van de verbinding tussen de ringvaart van Haarlemmermeer en het IJ (de zogenaamde ‘staande mastroute’). De Riekerhaven en het aangrenzende deel van de Westlandgracht is een industriële insteekhaven, die wordt gebruikt door de beroepsvaart. Tot slot is er nog één klein peilgebied, polder Huis te Vraag, in het noordoosten van het plangebied. Deze polder loost via een gemaal op de stadsboezem. Waterveiligheid Waterkeringen zorgen voor de waterveiligheid. Om deze veiligheid te kunnen waarborgen zijn eisen gesteld, deze zijn opgenomen in de Keur van Amstel, Gooi en Vecht (AGV). In het plangebied zijn twee waterkeringen aanwezig (zie figuur 5.14). Beide keringen zijn verholen en niet te zien in het maaiveld. De eerste is een secundaire kering en ligt ter plaatse van de Vliegtuigstraat, de Anthony Fokkerweg en de Westlandgracht. Deze kering beschermt de Riekerpolder tegen overstroming vanuit de stadsboezem of de Nieuwe Meer en heeft een overstromingsrisico van 1/1.000 jaar. De tweede kering loopt vanaf de Henk Sneevlietweg in de richting van het Christoffel Plantijnpad.

Deze indirecte secundaire kering heeft geen normering en dient uitsluitend ter bescherming van het achterland (Sloterbinnen- en Middelveldse polder) wanneer de secundaire kering faalt. Rondom de waterkeringen zijn kern- en beschermingszones van kracht waarbinnen, zonder ontheffing van

63

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

de Keur, graaf- en bouwbeperkingen gelden. In de kernzone zijn dergelijke werkzaamheden in principe niet toegestaan. In de beschermingszone rondom de kernzone is bebouwing alleen mogelijk, onder voorwaarden dat advies wordt ingewonnen bij het waterschap. Het verleggen van een waterkering is uitsluitend mogelijk bij zwaarwegend maatschappelijk belang en onder voorwaarde dat een dijkverleggingsplan is opgesteld dat door AGV is goedgekeurd.

Figuur 5.14 – Waterkeringen

Grondwater In het verleden is het plangebied opgehoogd met een zandlaag, die voor het grondwater als freatisch pakket fungeert. Verschillen in de ophoogperioden hebben gezorgd voor gevarieerde bodemlagen per deelgebied. Daardoor kan ook de waterdoorlatendheid van het ophoogzand sterk verschillen. Vooral in deelgebied Riekerpark is sprake van een slecht doorlatende bovenlaag, afkomstig uit de Nieuwe Meer. Dit leidt tot hoge grondwaterstanden en een slechte afwatering.

Figuur 5.15 – Systematische weergave ontwateringsdiepte en opbolling

64

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

De gemiddelde grondwaterstanden in Schinkelkwartier verschillen per deelgebied. Met het ophogen van de deelgebieden is ervoor gezorgd dat het grondwater middels een lichte bolling in de ophoging kan afstromen naar de omliggende watergangen (en in Riekerpark naar de drainage). Vlakbij de watergang ligt de grondwaterstand dichtbij het polderpeil, terwijl verder van de watergang af opbolling van 0,5 meter kan ontstaan (zie figuur 5.15). De inschatting is dat in natte perioden de opbolling tot 1 meter boven het polderpeil kan bedragen. De ontwateringsdiepte geeft aan hoe diep het grondwater zich onder het maaiveld bevindt. Amsterdam hanteert voor de ontwateringsdiepte minimaal 0,9 meter. Maximaal 1 keer per twee jaar gedurende maximaal vijf aaneengesloten dagen mogen deze normen voor de ontwateringsdiepte worden overschreden. De mate van opbolling is maatgevend voor de inrichting van het gebied en de noodzaak tot ophoging van het maaiveld. Om de ontwateringsnorm te behalen, rekening houdend met klimaatverandering en het toekomstige verhardingspercentage, dient per deelgebied nader te worden onderzocht hoeveel moet worden opgehoogd. De huidige ontwateringsdiepte varieert tussen enkele decimeters in de gebieden met grondwateroverlast tot ruim een meter in de opgehoogde gebieden in de Riekerpolder en Sloterbinnenen Middelveldse polder.

In de stadsboezem is de opbolling beperkter en ligt de gemiddelde grondwaterstand dichter bij het boezempeil. Naast Riekerpark is met name in (het noordoostelijk deel van) Schinkelhaven (nabij polder Huis te Vraag) sprake van grondwateroverlast. De ontwateringsdiepte is hier zeer beperkt. Ook zijn hier waarschijnlijk houten paalfunderingen aanwezig die, om paalrot te voorkomen, onder de grondwaterstand moeten blijven. Daar komt bij dat het peil niet aangepast kan worden in verband met de aanwezige begraafplaats Huis te Vraag. In figuur 5.16 zijn de gebieden met hoog grondwater, waar de ontwatering minder dan 0,9 meter is, weergegeven. In de gele delen is drainage in principe mogelijk, in de rode gebieden zou drainage het risico op onderlast te veel vergroten.

Figuur 5.16 – Gebieden met grondwaterproblemen

Waterkwaliteit Het oppervlaktewater en het grondwater in Schinkelkwartier is op diverse plekken in meer of mindere mate verontreinigd. Deze verontreinigingen mogen door bodemingrepen niet worden verspreid en zullen, afhankelijk van de beoogde ontwikkeling, eerst gesaneerd moeten worden.

65

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

In peilgebied Riekerpolder heeft het oppervlaktewater een relatief hoog fosfaatgehalte: tussen 0,14 en 0,8 mg p/l, terwijl meer dan 0,3 mg p/l niet acceptabel is. Het hoge fosfaatgehalte betekent een toename van algengroei wat een negatieve impact op de waterkwaliteit heeft. In de Riekerhaven en het aangrenzend deel van de Westlandgracht is een verontreiniging aanwezig. In het water en de waterbodem is cadmium aanwezig, de verontreiniging zit voornamelijk in het slib op de bodem. In de waterbodem van de sloten rondom Riekerpark is een verhoogde concentratie dioxine gevonden. De ecologische kwaliteit van het water kan uitgedrukt worden in een ecologische kwaliteitsratio (EKR). Uit een vergelijking van de EKR tussen de jaren 2012 en 2016 kan worden geconcludeerd dat, ondanks de voorbetering, de ecologische kwaliteit van het water in het plangebied nog altijd matig tot slecht is. In het plangebied zelf is geen officieel zwemwater aanwezig. Wel is in de directe nabijheid van Schinkelkwartier, bij de noordoever van de Nieuwe Meer, een zwemwaterlocatie aanwezig. Hemelwater Als gevolg van klimaatverandering worden meer en intensere buien verwacht. Om hiermee om te kunnen gaan is het van belang dat gebieden ‘rainproof’ worden ingericht.

Het aanleggen van steeds grotere riolen is een relatief dure oplossing dus moet er gezocht worden naar alternatieven, door het aanleggen van meer (lager gelegen) groen, waterneutrale daken en afstroming via het maaiveld. Hierin is leidend dat extreme neerslag niet mag leiden tot schade aan eigendommen en vitale infrastructuur. In Amsterdam geldt daarvoor de rainproof norm van 70 mm in een uur, alles hieronder is niet klimaatbestendig. Bij dat ambitieniveau zijn enkele rainproof knelpunten aanwezig (zie figuur 5.17), bijvoorbeeld rondom de Anthony Fokkerweg, de Vlaardingenlaan en in de sporendriehoek wordt overlast ervaren. In de huidige situatie bevindt zich in het plangebied één rainproof knelpunt: de Johan Huizingalaan ter hoogte van De Plantijn. Als gevolg van klimaatverandering worden de buien frequenter en intenser. Voor een klimaatbestendige inrichting van het plangebied moet rekening worden gehouden met buien waarbij 120-150 mm per uur valt. In die situatie komen Riekerpark en Anthony Fokkerweg als extra rainproof knelpunt uit de analyse naar voren (zie figuur 5.18). Het KNMI verwacht dat de nieuwe klimaatscenario’s nog heviger zullen zijn dan de huidige scenario’s.

Figuur 5.17 – Waterdiepte na bui van 70 mm in uur

Figuur 5.18 – Waterdiepte na bui van 120 mm in uur

De kavels in het plangebied moeten worden ingericht volgens de principes van de waterneutrale bouwenvelop. Dit betekent concreet: 70 mm neerslag vasthouden, afvoernorm 2,5 mm/uur, hoge plaatsing van technische/elektrische installaties en vitale infrastructuur, voldoende hoog bouwpeil, waterkerende plint en benutting van opgevangen hemelwater.

66

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Als gevolg van klimaatverandering treden ook langere perioden van droogte op (zie bijlage 5c). Dit kan leiden tot verschillende problemen, waarvan inklinking van veengronden en paalrot in stedelijk gebied de voornaamste zijn. Er is beperkt risico op van inklinking vanwege de eerdere ophogingen in het plangebied. In deelgebied Schinkelhaven zijn mogelijk nog houten palen aanwezig, waardoor bij toenemende droogte de grondwaterstand daalt met paalrot als bijkomend risico. Het infiltreren van water kan een oplossing zijn om paalrot tegen te gaan.

5.2.3 Omgevingseffecten Oppervlaktewater In de huidige situatie is al sprake van verschillende verbeterpunten in de waterstructuur. De transformatie van Schinkelkwartier lost deze punten niet zonder meer op. In geval van toevoegen van verharding moet hiervoor binnen hetzelfde peilgebied watercompensatie worden toegevoegd in de vorm van extra oppervlaktewater. Deze compensatie kan in plaats van te graven water ook gerealiseerd worden door alternatieve waterberging, bijvoorbeeld wadi’s of door de toepassing van waterneutrale daken. Als gevolg van het ontbreken van diverse watergangen en de aanwezigheid van meerdere doodlopende watergangen is er geen sprake van een fijnmazige waterstructuur en is de doorstroming beperkt. Ook het afwijkende hoge waterpeil in Riekerpark ten opzichte van de rest van de Riekerpolder werkt belemmerend voor deze fijnmazige waterstructuur. Er is daarom sprake van een negatieve beoordeling (-) van de kwantiteit en de doorstroming van het oppervlaktewater. Waterveiligheid De transformatie van Schinkelkwartier heeft geen direct effect op waterveiligheid. Het veiligheidsniveau van de aanwezige waterkeringen in het plangebied wordt namelijk aanvaardbaar geacht. In het risicodiagram omgevingsveiligheid Schinkelkwartier (zie bijlage 12 bij het OER) is de overstromingskans bestempeld als onwaarschijnlijk. Dit aspect wordt om die reden neutraal (0) gescoord.

Grondwater In algemene zin kan gesteld worden dat de realisatie van ondergrondse parkeergarages, kelders en damwanden niet mag leiden tot negatieve effecten ten aanzien van grondwater. Dit wordt per ontwikkeling beschouwd. Rondom de Westlandgracht zijn grondwaterproblemen. Het grondwaterpeil kan hier echter nauwelijks verlaagd worden omdat hier anders funderingspalen bloot komen te liggen. Ook het Riekerpark kent door het afwijkende polderpeil grondwaterproblemen. De transformatie van Schinkelkwartier voorziet niet expliciet in het wegnemen van deze knelpunten en omdat het probleem mogelijk zelfs versterkt wordt is het effect negatief (-) beoordeeld. Waterkwaliteit De transformatie van Schinkelkwartier heeft geen directe impact op de waterkwaliteit. Echter, door toename van verkeer, mensen en gebouwen is de kans op afstromen van verontreinigingen in het water mogelijk groter. Veelal kan dit met maatregelen worden beperkt. Omdat deze maatregelen niet zonder meer worden getroffen is het aspect licht negatief (0/-) gescoord. Hemelwater Het gebied wordt getransformeerd van een monofunctioneel werkgebied naar een gemengd gebied met meer groen. Dit heeft in principe een positief effect op het waterbergend vermogen, zeker ook als daken (deels) groen worden uitgevoerd. Maatregelen in het kader van rainproofbeleid hebben een positief effect op het waterbergend vermogen.

Echter, zonder deze maatregelen te borgen is de kans aanwezig dat

67

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

hemelwater niet goed wordt opgevangen en tot aandachtspunten leidt. Daarom is het aspect hemelwater licht negatief (0/-) beoordeeld.

5.2.4 Initiële effectbeoordeling Toetsing omgevingseffecten De waterstructuur van Schinkelkwartier is op dit moment weinig robuust met veel doodlopende watergangen; dit is belemmerend voor de doorstroming en de waterkwaliteit. Ook zijn op meerdere locaties grondwaterproblemen die opgelost moeten worden. Dit is overigens ook in de huidige situatie al zo. Uitgangspunt is dat moet worden voorzien in een goede opvang en geleidelijke afvoer van overtollig hemelwater. Waterveiligheid is voldoende geborgd. Samengevat leidt dit tot de volgende beoordelingen. Aspect Beoordelingscriterium Oppervlaktewater Impact op doorstroming en kwantiteit van oppervlaktewater Waterveiligheid Impact op bescherming tegen overstroming Grondwater Impact op grondwater Waterkwaliteit Mate van verontreiniging van oppervlakte- en grondwater Hemelwater Mate van bescherming tegen intensieve regenbuien Tabel 5.6 – Initiële effectbeoordeling water

Omgevingseffect 0 0/0/-

Toetsing ambities De transformatie van Schinkelkwartier voorziet in de realisatie van nieuwe bebouwing en verharding. Het is daarbij van belang om de waterhuishouding op orde te houden. Toch leidt de transformatie zonder maatregelen tot problemen ten aanzien van de waterhuishouding. Het watersysteem is niet circulair, de grondwaterstand is op meerdere locaties hoog (met name in Riekerpark) en de afwatering van hemelwater is niet optimaal. Dit leidt tot een negatieve impact op de ambitie ruimtelijke kwaliteit en in het geval van effecten op waterkwaliteit mogelijk op een licht negatieve impact op de ambitie gezondheid en veiligheid. Er zijn mogelijkheden om bij de transformatie op beide ambities een positieve impact mogelijk te maken. Om deze redenen is het nodig om voor het thema water meerdere nadere keuzes te maken.

5.2.5 Nadere keuzes, maatregelen en spelregels Nadere keuzes Op basis van de effectbeoordeling en de beoordeling van de impact op de ambities moet voor de volgende onderdelen van het thema water een nadere keuze worden gemaakt. Deze komen in deel C aan bod. Nadere keuze aanpassing watersysteem Het huidige watersysteem leidt tot problemen voor de doorstroming, kwantiteit en kwaliteit van het oppervlaktewater. Er is een nadere keuze nodig om de mogelijkheden voor aanpassing van het watersysteem te beoordelen. Nadere keuze waterpeil Riekerpark Het huidige waterpeil in Riekerpark levert grondwaterproblemen op. Ook komt het peil niet overeen met de omliggende polderpeilen. Om die reden is voor het waterpeil in Riekerpark een nadere keuze nodig.

Spelregels Watercompensatie (algemeen) Bij een toename van verhard oppervlak wordt dit gecompenseerd door binnen hetzelfde watersysteem nieuw oppervlaktewater toe te voegen ter grootte van minimaal 10 procent van de verhardingstoename. Onder voorwaarden kan compensatie worden gerealiseerd door alternatieve waterberging. In geval van verplichte watercompensatie wordt advies gevraagd aan Waternet.

68

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Demping oppervlaktewater (algemeen) Bij demping van oppervlaktewater wordt hetzelfde wateroppervlak binnen hetzelfde watersysteem teruggebracht. In geval van demping van oppervlaktewater wordt advies gevraagd aan Waternet. Waterverontreiniging (algemeen) Bij grondwerkzaamheden wordt een actueel verkennend onderzoek uitgevoerd naar mogelijke verontreiniging van oppervlakte- en grondwater ter plaatse. In geval van aantreffen van verontreiniging geldt dat eventuele verontreiniging niet mag worden verspreid en advies wordt gevraagd aan Waternet. Uitlogende materialen (algemeen) Bij nieuwe ontwikkelingen is het gebruik van uitlogende materialen niet toegestaan in verband met negatieve effecten op de kwaliteit van hemel- en oppervlaktewater. Kernzone waterkeringen (locatie specifiek) Bouw-, graaf- en heiwerkzaamheden zijn in principe niet toegestaan, tenzij een ontheffing van de Keur van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht is verkregen. Beschermingszone waterkeringen (locatie specifiek) Bouw-, graaf- en heiwerkzaamheden zijn toegestaan, mits een positief advies is verkregen van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Ontwateringsnorm (algemeen) Bij nieuwe ontwikkelingen is een ontwateringsnorm van 90 cm voor bouwen met kruipruimte het uitgangspunt, waarbij rekening wordt gehouden met voldoende groeimogelijkheden voor bomen.

Grondwaterneutrale kelders (algemeen) Bij nieuwe ondergrondse ontwikkelingen is grondwaterneutraal bouwen het uitgangspunt, waarbij wordt getoetst aan de beleidsregel Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam en wordt aangetoond dat de ontwikkeling geen onaanvaardbare grondwatereffecten heeft. In geval sprake is van negatieve grondwatereffecten wordt advies gevraagd aan Waternet over benodigde maatregelen. Waterneutrale inrichting (algemeen) Bij nieuwe ontwikkelingen is waterneutrale inrichting het uitgangspunt, waarbij per uur 70 mm hemelwater wordt vastgehouden op de kavel, geleidelijk 2,5 mm per uur wordt afgevoerd en opgevangen hemelwater optimaal wordt benut. Technische/elektrische installaties en vitale infrastructuur worden hoog worden geplaatst en er wordt voorzien in een voldoende hoog bouwpeil (10 cm hoger dan gemiddelde maaiveld) en een waterkerende plint van 20 cm. Maatregelen en spelregels op basis van nadere keuzes Op basis van de uitwerking van de nadere keuzes voor water in deel C zijn eventuele (aanvullende) maatregelen en spelregels geformuleerd.

5.2.6 Effectbeoordeling na maatregelen en spelregels Op basis van bovenstaande maatregelen en spelregels voor water verbeteren voor de meeste aspecten de scores ten opzichte van de initiële effectbeoordeling. Deze verbeterde scores zijn in onderstaande tabel samengevat. Voor oppervlaktewater verandert de score na maatregelen en spelregels niet. De uitwerking van de nadere keuzes voor water leidt met bijbehorende (aanvullende) maatregelen en spelregels in deel C tot een aangepaste effectbeoordeling.

69

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Aspect

Beoordelingscriterium

Impact op doorstroming en kwantiteit van oppervlaktewater Impact op bescherming tegen Waterveiligheid overstroming Grondwater Impact op grondwater Mate van verontreiniging van Waterkwaliteit oppervlakte- en grondwater Mate van bescherming tegen intensieve Hemelwater regenbuien Tabel 5.7 – Effectbeoordeling na maatregelen en spelregels Oppervlaktewater

Initiële effectbeoordeling

Effectbeoordeling na maatregelen en spelregels

-

-

0

0

-

0/-

0/-

0

0/-

0

Landschap, groen en natuur 5.3.1 Beoordelingskader In het kader van het OER zijn voor het thema landschap, groen en natuur diverse onderzoeken gedaan: een landschappelijke analyse, een onderzoek naar stikstofdepositie, een beoordeling van de effecten op Natuurnetwerk Nederland, een quickscan natuurwaarden en ecologische kansen en een verkennend bomenonderzoek. Deze rapporten zijn opgenomen in bijlage 6 bij het OER. De effecten van de transformatie en de impact op de ambities zijn voor de volgende aspecten in beeld gebracht. Aspect Beoordelingscriterium Landschap Impact op landschappelijk groen Groen Mate waarin aan de referentienorm groen wordt voldaan Gebiedsbescherming Impact op beschermde natuurgebieden Soortenbescherming Impact op beschermde soorten Bomen Impact op beeldbepalende bomen Tabel 5.8 – Beoordelingskader landschap, groen en natuur

Methodiek Kwalitatief Kwantitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief

5.3.2 Huidige situatie en referentiesituatie Landschap Uit de landschappelijke analyse (zie bijlage 6a) blijkt dat Schinkelkwartier landschappelijk gezien te verdelen valt in drie categorieën met een eigen identiteit en kwaliteit: groene voegen, lange lijnen en gevarieerde enclaves. De ‘groene voegen’ langs de randen van de enclaves en langs de infrastructuurlijnen zorgen voor landschappelijke samenhang in het plangebied (zie figuur 5.19). Het gaat onder andere om het groene talud langs de A10 en de spoordijken en de groenstroken langs de Henk Sneevlietweg en de Johan Huizingalaan. De groene voegen zijn geen op zichzelf staande groene lijnen, maar volgen het verloop van de dijken van de infrastructuur, waterlopen en de Nieuwe Meer. Verder bevinden zich in Schinkelkwartier enkele ‘verborgen tuinen’: omsloten, geheimzinnige en verstilde plekken waar de tijd stil lijkt te staan. Deze karakteristiek is aanwezig in de volkstuincomplexen, het Siegerpark langs de Sloterweg, de begraafplaats Huis te Vraag en de moestuin bij Aalsmeerplein. Een tweede landschappelijk kenmerk in Schinkelkwartier zijn de ‘lange lijnen’: wegen, groene verbindingen en waterlopen. De planmatige opzet van het AUP heeft geresulteerd in lange noord/zuid- en

70

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

oost/west-verbindingen. Ook enkele historisch belangrijke routes vallen onder deze landschapstypologie. De lange lijnen in Schinkelkwartier zijn onder andere te herkennen in de Johan Huizingalaan, de ringspoorbaan, het Jaagpad langs de Schinkel, de historische Sloterweg aan de westzijde van het plangebied en de Westlandgracht. De bestaande infrastructuur en de groene omzoming daarvan, zorgen voor barrières en afscheidingen in het plangebied. De landschappelijke analyse onderscheidt daarbinnen acht ‘gevarieerde enclaves’, die grotendeels overeenkomen met de gedefinieerde deelgebieden: Schinkelhaven, strook Sneevlietweg/Aletta Jacobslaan, kantorenstrook Riekerhaven, sportpark Riekerhaven, driehoek tussen de dijken, Nieuwe Meer Oost, Nieuwe Meer West en de Oeverlanden.

Figuur 5.19 – Groene voegen en verborgen tuinen

Groen Er zijn geen wettelijke normen voor het voorzien in voldoende groen. Wel gelden er referentienormen voor groen op basis van de Amsterdamse referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen. Uitgaande van een gemengde stadsbuurt bedraagt de referentienorm voor gebruiksgroen 16 m2 per woning. Gebruiksgroen is stedelijk attractief groen dat gebruikt kan worden. De oppervlakte dient minimaal 0,5 hectare aaneengesloten te zijn en dient voor 60 procent te bestaan uit levend groen. Voor ecosysteemgroen bedraagt de referentienorm voor een gemengde stadsbuurt 6 m2 per woning en 0,1 m2 per 1 m2 bvo kantoor-, winkel- of bedrijfsruimte. Ecosysteemgroen heeft tot doel de buurt klimaatadaptief te maken (onder andere door middel van binnentuinen en groene daken). Tot slot is er een referentienorm voor afstanden tussen groen en woningen: voor buurtgroen geldt een afstandsnorm van 250 meter, voor stadsparken is de afstandsnorm 750 meter. Deze referentienormen voor groen zijn in Amsterdam richtinggevend voor gebiedsontwikkeling. Het voorzien in voldoende kwalitatief en openbaar toegankelijk groen is een belangrijke randvoorwaarde voor de transformatie van Schinkelkwartier. In een verdichtende stad is er een toenemende behoefte aan gebruiksgroen.

Groen is immers essentieel voor verblijven, ontspannen, bewegen, ontmoeten, maar ook voor het versterken van biodiversiteit, het 0pvangen van hemelwater en het tegengaan van hittestress. In

71

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

de huidige situatie is in Schinkelkwartier onvoldoende kwalitatief en openbaar toegankelijk gebruiksgroen aanwezig. Gebiedsbescherming Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn beschermde natuurgebieden die deel uitmaken van de Europese ecologische hoofdstructuur. Voor deze gebieden gelden op grond van de Wet natuurbescherming strenge beschermingsregimes en instandhoudingsdoelen. Schinkelkwartier ligt niet in de directe nabijheid van een Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn De Botshol (ten zuiden van het plangebied), Markermeer & IJmeer (ten westen van het plangebied) en Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske (ten noorden van het plangebied). Al deze gebieden liggen op circa 10 kilometer afstand van het plangebied (zie figuur 5.20). Natuurnetwerk Nederland De nationale ecologische hoofdstructuur is vastgelegd in het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Dit vormt een samenhangend netwerk van bestaande en toekomstige natuurgebieden in Nederland. De Nieuwe Meer, ten zuiden van Schinkelkwartier, is onderdeel van het NNN (zie figuur 5.21). Het Christoffel Plantijnpad, direct ten westen van het plangebied, is als verbinding onderdeel van het NNN. De kenmerken en waarden van een NNN-gebied mogen niet worden aangetast.

Figuur 5.20 – Natura 2000-gebieden (groen)

Figuur 5.21 – Natuurnetwerk Nederland (groen)

Hoofdgroenstructuur Amsterdam De Amsterdamse hoofdgroenstructuur omvat de minimaal benodigde hoeveelheid groen die Amsterdam wil borgen en bestaat uit gebieden die waardevol zijn voor de stad. De hoofdgroenstructuur omvat uiteenlopende typen groen, zoals stadspark, ruigtegebied/struinnatuur, corridor, volkstuinenpark, sportpark en begraafplaats. In en nabij het plangebied zijn enkele locaties onderdeel van de hoofdgroenstructuur (zie figuur 5.22). Het gaat om begraafplaats Huis te Vraag, de westoever van de Schinkel, tennispark Jaagpad en een deel van Park Schinkeleilanden. Direct grenzend aan het plangebied zijn het Siegerpark, Christoffel Plantijnpad en de Oeverlanden aangewezen als hoofdgroenstructuur. Bebouwing en verharding die het specifieke groentype niet ondersteunt, is in principe niet inpasbaar. Initiatieven in de hoofdgroenstructuur moeten worden getoetst aan het instrumentarium zoals opgenomen in de Structuurvisie Amsterdam 2040. Daarbij moet advies worden gevraagd aan de bevoegde afdeling van de gemeente Amsterdam.

72

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Figuur 5.22 – Hoofdgroenstructuur Amsterdam

Figuur 5.23 – Ecologische structuur Amsterdam en knelpunten

Ecologische structuur Amsterdam De ecologische structuur Amsterdam, opgenomen in de Ecologische Visie Amsterdam, heeft als doel de NNN te versterken en aan te vullen. In het plangebied Schinkelkwartier zijn de volgende delen onderdeel van de ecologische structuur: de westoever van de Schinkel, de groenstroken langs de A10 en A4, de taluds en sloten van de spoor- en metrolijnen en de waterpartijen in Nieuwe Meer West (zie figuur 5.23). De volgende locaties in de directe nabijheid van Schinkelkwartier zijn ook onderdeel van de ecologische structuur: het Christoffel Plantijnpad, het Siegerpark en de Oeverlanden. Er zijn drie ecologische verbindingszones in en nabij het plangebied aanwezig: het historische Jaagpad langs de Schinkel, het Christoffel Plantijnpad als verbinding tussen de Sloterplas en de Nieuwe Meer en de dijklichamen van spoor en metro. In de ecologische structuur zijn enkele knelpunten aanwezig. Het Christoffel Plantijnpad wordt een aantal keren doorkruist door autowegen, namelijk de Plesmanlaan,

73

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Louwesweg en Sloterweg. Ook de Henk Sneevlietweg vormt een barrière tussen twee groenstroken. Bij de Plesmanlaan, Louwesweg en Henk Sneevlietweg is het toevoegen van faunavoorzieningen (passages en uittreedplaats) gewenst. Momenteel wordt een nieuw beleidskader voor de Amsterdamse hoofdgroenstructuur voorbereid, waarin de ecologische structuur Amsterdam als stadsnatuurverbinding wordt opgenomen. Soortenbescherming Natuurwaarden Uit de natuurwaardenkaart Amsterdam blijkt dat de stadsranden, waaronder de noordoever van de Nieuwe Meer, de meest waardevolle gebieden zijn vanuit het oogpunt van stedelijke natuur en biodiversiteit (zie figuur 5.24). De meest waardevolle natuur is logischerwijs te vinden in de gebieden die ook als ecologische structuur zijn aangewezen.

Figuur 5.24 – Natuurwaardenkaart Amsterdam

Beschermde plant- en diersoorten In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen die toeziet op bescherming van flora en fauna. Daarnaast zijn bepaalde plant- en diersoorten specifiek beschermd. In de quickscan natuurwaarden zijn de beschermde soorten beschreven die in Schinkelkwartier kunnen voorkomen. Per deelgebied is een richtinggevend onderzoeksprotocol opgenomen, op basis waarvan per ontwikkeling nader onderzoek moet worden gedaan naar aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten. Daaruit volgt of voor de beoogde werkzaamheden een ontheffing nodig is en in hoeverre mitigerende of compenserende maatregelen nodig zijn. De belangrijkste beschermde soorten om rekening mee te houden tijdens ruimtelijke ontwikkelingen in het plangebied zijn vleermuizen, kleine marterachtigen, ringslang, rugstreeppad en vogels waarvan het nest het gehele jaarrond is beschermd (huismus, gierzwaluw, spreeuw en roofvogels). In het kader van de quickscan (zie bijlage 6b) zijn de volgende bevindingen gedaan:  Sommige bebouwing in Schinkelkwartier is mogelijk geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Daarnaast zijn delen van het plangebied geschikt als vliegroute en foerageergebied. In het hele plangebied kunnen kleine marterachtigen voorkomen, zoals de wezel, de bunzing en de hermelijn. Zowel de dieren zelf als de territoria zijn beschermd.

 In de nabijheid van Schinkelkwartier komen de beschermde rugstreeppad en ringslang voor. Deze soorten kunnen ook in het plangebied worden aangetroffen.

74

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Hoewel in het plangebied geen beschermde vis- en amfibiesoorten voorkomen is het van belang om de zorgplicht in acht te nemen. Dit betekent dat er geen water- en oeverwerkzaamheden mogen plaatsvinden in de paaiperiode (april tot juli). Op delen van de kademuren in deelgebied Schinkelhaven moet rekening worden gehouden met de beschermde tongvaren. In de buurt van het plangebied zijn broedplaatsen van de huismus (oranje), gierzwaluw (zwart) en spreeuw (paars) aanwezig. Het is dan ook niet uitgesloten dat zij ook in het plangebied broeden (zie figuur 5.25). In Schinkelkwartier zijn ook bomen aanwezig die geschikt zijn als broedlocatie voor roofvogels. Voor niet-jaarrond beschermde vogels geldt dat hun nesten gedurende het broedseizoen (maart tot september) beschermd zijn.

Figuur 5.25 – Broedlocaties huismus, gierzwaluw en spreeuw

Bomen In Schinkelkwartier zijn geen monumentale bomen aanwezig. De dichtstbijzijnde monumentale bomen staan in het Siegerpark, langs de Sloterweg en in de Oeverlanden. Wel is in het plangebied een groen gemeentelijk monument aanwezig, te weten begraafplaats Huis te Vraag. Op de begraafplaats staan enkele oude bomen, die bijdragen aan het unieke karakter van de plek. De volgende bomenlanen in het plangebied zijn als ‘groene linten’ onderdeel van de Amsterdamse hoofdbomenstructuur: Johan Huizingalaan, Plesmanlaan, Plantijnpad, Louwesweg, Aletta Jacobslaan, Vlaardingenlaan, Rijnsburgstraat, Spijtellaantje en Jaagpad. De hoofdbomenstructuur wordt te zijner tijd opgenomen in het nieuwe beleidskader hoofdgroenstructuur. Uit het verkennend bomenonderzoek (zie bijlage 6c) blijkt dat in het plangebied wel beeldbepalende bomenrijen aanwezig zijn. Het gaat om de volgende bomenrijen (zie figuur 5.26):  Goudberken aan de Sportparklaan in deelgebied Riekerpark  Italiaanse populieren naast metrostation Henk Sneevlietweg in deelgebied Sloterstrip  Bergiepen aan de oostzijde van de Johan Huizingalaan in deelgebied Nieuwe Meer Oost  Platanen langs de Albert Plesmanlaan in deelgebied De Plantijn  Platanen langs Anthony Fokkerweg in deelgebied Schinkelhaven.

75

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Figuur 5.26 – Monumentale en beeldbepalende bomen

5.3.3 Omgevingseffecten Landschap Het landschap vormt een belangrijke drager voor de transformatie van Schinkelkwartier. Het is mogelijk om landschappelijk groen en landschappelijke lijnen zichtbaar te houden en waar mogelijk te versterken. De historische Sloterweg en de groenvoorzieningen langs de lange lijnen (Jaagpad, Christoffel Plantijnpad en langs de Schinkel) vormen daarbij belangrijke elementen. Echter is nog niet duidelijk op welke wijze rekening kan worden gehouden landschappelijk groen en landschappelijke lijnen. Daarvoor moet het plan nader worden uitgewerkt. Zonder maatregelen heeft de transformatie impact op het landschappelijk groen. Daarom is dit aspect licht negatief (0/-) beoordeeld. Groen Voor de benodigde hoeveelheid groen in de toekomstige situatie dient te worden getoetst aan de Amsterdamse referentienormen voor groen. Op basis van het beoogde programma voor Schinkelkwartier is circa 18,5 hectare gebruiksgroen en circa 21,5 hectare ecosysteemgroen benodigd. Dit betekent dat groen moet worden toegevoegd om aan de referentienormen voor groen te kunnen voldoen. De transformatie van Schinkelkwartier heeft zonder maatregelen negatieve gevolgen voor de huidige groenstructuur. Op voorhand is niet geregeld dat bij de transformatie rekening wordt gehouden met het bestaande groen (waarvan een deel is aangewezen als hoofdgroenstructuur en/of ecologische structuur).

Ook is niet geregeld dat de benodigde toename van gebruiksgroen en ecosysteemgroen daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Dit moet nader worden uitgewerkt. Om die reden is dit aspect negatief (-) beoordeeld. Gebiedsbescherming Natura 2000 De transformatie van Schinkelkwartier heeft geen direct ruimtelijk effect op Natura 2000-gebieden. Op planniveau leidt de ontwikkeling van Schinkelkwartier mogelijk tot een bijdrage aan de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. In deze fase is dit aspect als licht negatief (0/-) beoordeeld, omdat niet met zekerheid te zeggen is of deze stikstofeffecten optreden. In deel D van het OER is dit in het kader van de toetsing van de projectnota specifiek onderzocht.

76

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Natuurnetwerk Nederland De gebiedsontwikkeling heeft gevolgen voor de omliggende NNN-gebieden de Nieuwe Meer en Christoffel Plantijnpad. Deze gebieden zijn beschermd in het kader van Omgevingsverordening NH2020. Conform de verordening is het ‘nee, tenzij'-regime op het NNN van kracht (geen externe werking). De ontwikkeling van Schinkelkwartier leidt niet tot ruimtebeslag of versnippering van NNN-gebied of een verlaging van het grondwaterpeil in NNN-gebied. Wel is sprake van een mogelijke toename van verstoring in NNN door toename van de recreatiedruk (zie bijlage 6e). Daarom is dit als licht negatief (0/-) beoordeeld. Hoofdgroenstructuur en ecologische structuur Amsterdam Een deel van de hoofdgroenstructuur en ecologische structuur Amsterdam overlapt met delen van het plangebied. De transformatie van Schinkelkwartier heeft mogelijk impact op deze groenstructuren. Op voorhand is niet duidelijk op welke wijze bij de transformatie met deze groenstructuren rekening wordt gehouden. Dit moet nader worden uitgewerkt. Om die reden geldt een licht negatieve score (0/-). Er zijn mogelijke effecten op de natuurgebieden waar een beschermingsregime voor geldt. Voor de diverse onderdelen hiervan (Natura 2000, NNN en gemeentelijke groenstructuren) geldt een licht negatieve beoordeling. Voor het aspect als geheel is daarom logischerwijs ook een licht negatieve (0/-) beoordeling toegekend.

Er zijn wel diverse mitigerende maatregelen mogelijk die deze score verbeteren. Soortenbescherming In en rondom Schinkelkwartier kunnen beschermde soorten voorkomen. Nader onderzoek per ontwikkeling moet uitwijzen of deze beschermde soorten werkelijk aanwezig zijn. Als gevolg van de transformatie zullen (zonder maatregelen) aanwezige beschermde soorten worden verstoord en hun leefgebieden worden aangetast. Daarom is dit effect op voorhand licht negatief (0/-) beoordeeld. Bomen In het plangebied zijn enkele beeldbepalende bomenrijen aanwezig. Het is in dit stadium niet duidelijk of de transformatie van Schinkelkwartier een effect op deze bomenrijen heeft. Ondanks dat de beeldbepalende bomen geen beschermde status hebben, heeft het de voorkeur om deze bomenrijen op een duurzame wijze in te passen in het ontwerp. Berken, essen en populieren zijn snelgroeiende soorten die, in tegenstelling tot platanen en linden, in het algemeen minder geschikt voor inpassing in stedelijk gebied. In sommige gevallen kan het verplaatsen van bomen een duurzame oplossing zijn. Omdat er zonder maatregelen dus wel effecten op bomen optreden, is dit aspect licht negatief (0/-) beoordeeld.

5.3.4 Initiële effectbeoordeling Toetsing omgevingseffecten Bij een duurzame inrichting van Schinkelkwartier hoort een groene inrichting. Met name de wijze waarop met de huidige groenstructuren wordt omgegaan is nog onduidelijk. Dit zorgt ervoor dat voor de meeste aspecten nu nog de score licht negatief (0/-) is toegekend. De referentienormen voor groen worden niet zondermeer gehaald, zodat voor het aspect groen een negatieve beoordeling is gegeven. De volgende tabel geeft samenvattend de effectbeoordeling weer. Aspect Beoordelingscriterium Landschap Impact op landschappelijk groen Groen Mate waarin aan de referentienorm groen wordt voldaan Gebiedsbescherming Impact op beschermde natuurgebieden Soortenbescherming Impact op beschermde soorten Bomen Impact op beeldbepalende bomen Tabel 5.9 – Initiële effectbeoordeling landschap, groen en natuur

Omgevingseffect 0/0/0/0/-

77

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13612820/1