CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 26 Ruimtelijke Ordening (23) 14. Bestemmingsplan Overschiestraat 182 en

RAAD 20 december 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Aanvaarden MER Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier en vaststellen van het bestemmingsplan Overschiestraat 182 en 188 VN2023-02248530.322 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan Overschiestraat 182 En 188

Vastgesteld

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan Overschiestraat 182 en 188

Colofon

Opdrachtgever Opdrachtnemer

Ruimte en Duurzaamheid

IMRO_idn

NL.IMRO.0363.F2207BPGST-VG01

Datum print

16 November 2023

Planstatus

vastgesteld

blz. 3

Inhoudsopgave Bijlagen bij Toelichting

5

Bijlage 1

Bouwenvelop Overschiestraat 182 en 188

7

Bijlage 2

Omgevingseffectrapport (OER) Schinkelkwartier

23

Bijlage 3

Bijlagen 1 t/m 4 Omgevingseffectrapport (OER) Schinkelkwartier

363

Bijlage 4

Bijlagen 5 t/m 9 Omgevingseffectrapport (OER) Schinkelkwartier

615

Bijlage 5

Bijlagen 10 t/m 13 Omgevingseffectrapport (OER) Schinkelkwartier

1539

Bijlage 6

Bijlagen 14 t/m 20 Omgevingseffectrapport (OER) Schinkelkwartier

2379

Bijlage 7 Doorwerking uitkomsten Omgevingseffectrapport (OER) Schinkelkwartier

2909

Bijlage 8

Ladder voor duurzame verstedelijking

2935

Bijlage 9

Plan-/Objectanalyse Luchthavenindelingbesluit Schiphol

2947

Bijlage 10

Verkennend bodemonderzoek en aanvullend historisch onderzoek

2977

Bijlage 11

Geohydrologisch onderzoek

3259

Bijlage 12

Quickscan ecologie

3287

Bijlage 13

Notitie stikstofdepositie

3299

Bijlage 14

Archeologische quickscan

3365

Bijlage 15

Hoogbouweffectrapportage (HER)

3369

Bijlage 16

Zonstudie

3447

Bijlage 17

Windstudie

3475

Bijlage 18

Verkeersonderzoek

3509

Bijlage 19

Akoestisch onderzoek

3551

Bijlage 20

Advies TAVGA

3757

Bijlage 21

Quickscan luchtvaartgeluid

3761

Bijlage 22

Notitie akoestische metingen grondgeluid

3781

Bijlage 23

Besluit hogere waarden Wet geluidhinder

3793

Gemeente Amsterdam

blz. 4

Bijlage 24

Quickscan trillingen spoor

4061

Bijlage 25

Nota van beantwoording zienswijzen

4087

Bijlage 26

Nota van wijzigingen

4275

bestemmingsplan_Overschiestraat 182 en 188 (vastgesteld)

blz. 5

Bijlagen bij Toelichting

Gemeente Amsterdam

blz. 6

bestemmingsplan_Overschiestraat 182 en 188 (vastgesteld)

blz. 7

Bijlage 1

Bouwenvelop Overschiestraat 182 en 188

Gemeente Amsterdam

Bouwenvelop Overschiestraat 182 en 188

Team Schinkelkwartier 23 december 2021

Inhoudsopgave 1 2 3 4

5

6

7

8

9 10

2

Inleiding Plan beschrijving Riekerpark/Sloterstrip Verkaveling Overschiestraat 182 en 188 Programmatische kaders Overschiestraat 182 en 188 Bouwblok Overschiestraat 182 en 188 Programma kavel Overschiestraat 182 en 188 Woningbouw Parkeernormen Fietsen Ruimtelijke kaders Overschiestraat 182 en 188 Bouwhoogte Maximale bouwhoogte Verdiepingshoogte Gebouwdiepte Gevels Ontsluiting en levendig straatbeeld Flexibel casco Binnenterreinen Verkeer en parkeren Aansluitingen Tijdelijke maatregelen geluidsscherm Techniek en uitvoering Techniek Afval Verlichting Duurzaamheid Duurzame energie Circulair materiaalgebruik Klimaat adaptief en natuur inclusief bouwen Juridisch planologische randvoorwaarden en spelregels Juridisch-planologisch kader en M.E.R. Verkeer Hoogbouw Geluid Luchtkwaliteit Veiligheid Natuur en stikstof Bodem en water Natuur inclusief bouwen Gezondheid Beeldkwaliteit Kabels en Leidingen

4 6 10 12

14

17

18

20

22 24

3

Inleiding Deze bouwenvelop bevat de kaders voor de herontwikkeling van de Overschiestraat 182 en 188. De herontwikkeling van de kavel maakt onderdeel uit van de gebiedsontwikkeling van Schinkelkwartier. Schinkelkwartier wordt de komende 25 jaar ontwikkeld van een bijna mono werkgebied naar een gemengd woon- en werkgebied met de daarbij behorende voorzieningen. Schinkelkwartier is een grootstedelijk gebiedsontwikkeling waarvoor in februari 2019 een Principenota is vastgesteld door B&W van Amsterdam. Op dit moment werkt de gemeente aan een Projectnota Schinkelkwartier. Dit is een haalbaarheidsstudie. De Projectnota geeft richting aan de ontwikkeling van Schinkelkwartier. Streven is dat de Projectnota Schinkelkwartier eind dit jaar bestuurlijk wordt vastgesteld en daarmee het kader vormt voor verdere ontwikkelingen in het gebied. Vervolgens zal per deelgebied een investeringsnota, inclusief stedenbouwkundig plan, worden opgesteld en bestuurlijk vastgesteld. Met de investeringsnota wordt het stedenbouwkundig plan voor Sloterstrip vastgesteld. De planvorming en deze bouwenvelop de voor Overschiestraat 182 en 188 loopt hierop vooruit. De kavel aan de Overschiestraat 182 en 188 heeft een bijzondere positie in het plan. Het ligt in deelgebied Sloterstrip aan de Henk Sneevlietweg. Ruimtelijk is het echter meer onderdeel van deelgebied Riekerpark.

De bouwregels voor dit specifieke kavel komen overeen met de samengestelde super bouwblokken van het Riekerpark (toekomstig Nieuwe Meer oost). In de bouwenvelop zijn de ruimtelijke en programmatische kaders voor de herontwikkeling van de Overschiestraat 182 en 188 opgenomen. Deze regels hebben niet alleen betrekking op de vorm van het gebouw (samengevat in de bouwenveloptekening) maar ook op het toegestane programma, de wijze waarop er geparkeerd wordt, de duurzame maatregelen en de aansluiting van het gebouw op de openbare ruimte. De bouwenvelop vormt een bijlage bij een afsprakenbrief en dient in combinatie daarmee te worden gelezen. In de afsprakenbrief worden de privaatrechtelijke afspraken tussen de gemeente en erfpachter vastgelegd. Dit gebeurt onder voorbehoud van het bestuursrechtelijke juridisch planologisch traject. De verantwoordelijkheid voor de haalbaarheid van de herontwikkeling en het voldoen aan de randvoorwaarden die voortvloeien uit wet- en regelgeving ligt bij ontwikkelaar. 4

Foto’s Riekerpark, Theo Baart

5

Plan beschrijving Riekerpark/Sloterstrip De kavel aan de Overschiestraat 182 en 188 ligt in deelgebied Sloterstrip aan de Henk Sneevlietweg. Ruimtelijk is het echter meer onderdeel van deelgebied Riekerpark. Riekerpark Deelgebied Riekerpark wordt een woonbuurt waarin de nadruk ligt op gezinnen, veel groen en een breed scala aan voorzieningen. In de buurt realiseren we ook kleinschalige bedrijfsruimten en woonwerkgebouwen voor kenniswerkers en creatieve ondernemers. Om wonen in Riekerpark mogelijk te maken zijn langs de randen geluidwerende maatregelen nodig. Gedacht wordt aan een park wal aan de zuidzijde langs de A4, een aaneengesloten en relatief hoge eerstelijnsbebouwing aan de oostkant, geluidschermen langs de A10 en aan de westkant aaneengesloten eerstelijnsbebouwing en geluidschermen langs het metrospoor. De doelmatigheid van deze ingrepen wordt nog onderzocht. Aan de randen van het gebied wordt relatief hoge en continue bebouwing gerealiseerd met circa 7 bouwlagen om te zorgen voor een geluidluw binnenklimaat. Daarbinnen gaan we uit van grote bouwblokken met royale, groene binnenterreinen. Hier is de basishoogte 5 lagen. Boven deze basishoogte zijn in het hele plan opbouwen/ setbacks mogelijk van 1 tot 2 lagen.

Op zorgvuldig gekozen locaties (logische routes en voorkomen van geluidslekken) kennen de bouwblokken openingen die zorgen voor contact tussen de straten en de grote binnenterreinen. Daardoorheen lopen paden voor voetganger en fiets. De bouwblokken zijn opgedeeld in behapbare panden, autonome eenheden met een eigen ontsluiting, die zelfstandig gebouwd of getransformeerd kunnen worden. Woningen worden ontsloten via een kleinschalige ontsluiting zoals een portieketage, liftportiek, korte galerij of corridor-ontsluiting. Lange galerij- of corridorontsluitingen zijn niet toegestaan. Dit verstekt de sociale samenhang binnen het gebouw en zorgt voor levendige plinten. Aan de hoofdstraten hebben de panden een breedte tussen de 16 en 64 meter, maar in de secundaire straten zijn ze smaller, met een breedte tussen 16 en 48 meter. De meeste panden hebben een vaste rooilijn aan de openbare ruimte. Hoogte-accenten worden toegepast op plekken waar ze de oriëntatie in het gebied 6

Sloterstrip

Overschiestraat 182 -188

Riekerpark

Raamwerkkaart stedenbouwkundig kader 2045 Planvisualisatie van de Riekerpark en omgeving. In het noordelijk deel liggen grote blokken met straten, in het zuidelijk deel liggen smallere bouwblokken met oost-west georiënteerde straten op het park.

7

versterken, bijvoorbeeld bij de gebiedsentree aan de Henk Sneevlietweg, op de Noordwesthoek van het bouwblok. De begane grond van de bouwblokken heeft een bruto-hoogte van 4,50 meter zodat hij geschikt is voor commerciële voorzieningen en publieke functies. Sloterstrip De Sloterstrip is een 1, 3 kilometer lang deelgebied tussen de Henk Sneevlietweg en de Vlaardingenlaan/Aletta Jacobslaan, beginnend bij het Aalsmeerplein en eindigend bij de Johan Huizingalaan. Beeldbepalend is vooral de Henk Sneevlietweg, ooit onderdeel van de autosnelweg naar Den Haag, waar de auto dominant is. In de toekomst gaat dat veranderen, want de oriëntatie op de auto maakt plaats voor een oriëntatie op de fiets en het openbaar vervoer. Daarmee verandert ook de Henk Sneevlietweg van karakter, er komen vrijliggende fietspaden en een openbaar vervoerverbinding naar het centrum en de weg wordt kwalitatief opgewaardeerd tot een 55 meter brede stadsboulevard met gebouwen en adressen aan de straat.

Visualisatie Henk Sneevliet boulevard 8

De huidige bebouwing van de Sloterstrip kent nog de losse opzet van de naoorlogse wijken en de functies verraden nog de perifere ligging, Een bouwmarkt, hotel, politiebureau, opslaggebouw en een aantal scholen voor voortgezet onderwijs. Een bebouwing met twee gezichten, zowel aan de Aletta Jacobslaan als aan de Henk Sneevlietweg. Die dubbele oriëntatie blijft ook in de toekomst bestaan, de stoepen en entrees blijven aan de hoofdstraten, maar daartussen komen dwarsverbindingen die het binnengebied ontsluiten, waar onder meer het parkeren plaatsvindt, ondergronds of onder een dek. De bebouwing is gemiddeld 5 lagen hoog met een dubbelhoge plint aan de hoofdstraten en maximaal 2 extra verdiepingen die terugliggen. Om eenvormigheid te voorkomen zijn de panden maximaal tweemaal zo breed als ze hoog zijn. Daarbij vraagt de hellingbaan naar de A10 om slimme oplossingen om het hoogteverschil te overbruggen.

XXL Bouwblokken met overmaat en grote binnenterreinen

Menging Menging van functies op blok- en straatniveau is voorwaarde voor metropolitaan wonen

Hoogte aan hoofdstraat Losse opbouwen 1 of 2 terugliggende lagen Schouderhoogte: 5-7 lagen

Rust Rust als conditie voor hoogstedelijk wonen (ontspanning, sport en spel) Een binnenterrein is minimaal 50% onverhard Doorwaadbaarheid Aan verschillende zijden openbare doorsteken die het binnengebied met de straat en aanliggende binnengebieden verbinden Basishoogte Losse opbouwen 1 of 2 terugliggende lagen Schouderhoogte: 5 lagen

Leefbaarheid Adressen aan de straat d.m.v. portieken Fietsenstallingen en techniek Nutsvoorzieningen, fietsenstallingen en inzamelpunten voor afval worden inpandig opgelost zodat ze vanaf de straat niet zichtbaar zijn

Binnenwereld Entrees aan publiek toegankelijke binnengebieden

Blik uit de straat Collectieve ondergrondse parkeergarage of eigen parkeervoorziening per pand

De bouwregels voor dit specifieke kavel komen overeen met de samengestelde super bouwblokken van het Riekerpark (toekomstig Nieuwe Meer oost).

Toekomstig profiel Henk Sneevliet boulevard 9

Verkaveling Overschiestraat 182-188 Het bouwblok aan de Overschiestraat 182 en 188 bestaat uit 1 kadastraal perceel met een geluidluw semi openbaar binnen terrein: • Perceel 4996 is in erfpacht uitgegeven aan DD Invest 3B S.à. r.l., dit betreft een plot van circa 8.985 m2 De gemeente Amsterdam heeft een openbare toegangsweg voorzien op een deel van perceel 4996. Ten behoeve van deze toegangsweg gaat de westelijke in erfpacht uitgegeven grondstrook van 1.362m2 terug naar de gemeente. Ten behoeve van een heldere rooilijn aan de Nieuwe Sloterweg en fietsstraat, wordt de zuidelijke strook van 133m2 in erfpacht uitgegeven, en gaat de oostelijke grondstrook van 105m2 terug naar de gemeente.

10

Bestaand, in erfpacht uitgegeven gronden Donkerblauw: in erfpacht uitgegeven gronden gaan terug naar gemeente

11

Programmatische kaders Overschiestraat 182 en 188 Bouwblok Overschiestraat 182 - 188 Deze bouwenvelop met de daarin genoemde ruimtelijke kaders en het genoemde programma richt zich op het zuidelijke deel van het bouwblok Overschiestraat 182 en 188. Er dient rekening te worden gehouden met een gefaseerde ontwikkeling waarbij de noordelijke kavels naadloos kunnen aansluiten bij deze ontwikkeling. Programma kavel Overschiestraat 182 en 188 Het bovengrondse bruto-vloeroppervlak van de ontwikkeling is maximaal 30.500 m2 BVO. Op de kavel wordt een bouwblok met maximaal 96% woonfuncties ontwikkeld. Met minimaal 4% tot maximaal 10% voorzieningen in de plint, met focus aan de zuid- en oostzijde van de ontwikkeling. Het accent ligt op het vergroten van de sociale veiligheid langs de loop en fietsroutes. Woningbouw Het programma voor de woningbouw kent een minimale gemiddelde woninggrootte van 49 m2 GO, met een verdeling van: • 40% Sociaalsegment van 30 - 45 m2 (gemiddeld minimaal 36 m2) • 40% Middensegment van 40 - 60 m2 (gemiddeld minimaal 51 m2) • 20% Vrije sector (gemiddeld maximaal 71 m2) Voorzieningen De volgende voorzieningen zijn hier toegestaan: • Maatschappelijke voorzieningen • Dienstverlening • Horeca (max 2 vestigingen)

Parkeernormen De Nota Parkeernormen Auto (2017) zijn kaderstellend voor de ontwikkeling van dit gebied. Daarbovenop geldt hier een maximum parkeernorm van 0,3 parkeerplek per woning. Dat is inclusief het bezoekersparkeren. Bewoners worden uitgesloten van parkeervergunningverlening. Het parkeren voor eigen gebruik moet ondergronds op eigen terrein worden opgelost. De hellingbanen naar de parkeergarage worden inpandig opgelost. Inpandig is eveneens een vlakstand op maaiveld niveau van min 5 meter lengte aanwezig, om voetgangers te beschermen voor auto’s die hard omhoog rijden op de helling. In de openbare ruimte komen geen zuilen of andere obstakels ten behoeven van de parkeergarage. Het parkeren van auto’s voor bezoekers wordt door de gemeente gefaciliteerd in de openbare ruimte.

30.500 m² BVO

Fietsen De Nota Parkeernormen Fiets en Scooter (2018) is kader stellend voor de ontwikkeling van dit gebied. Als uitzondering op de nota dient er rekening gehouden te worden met een ruimteclaim van 6% voor bijzondere voertuigen met een groter ruimtebeslag zoals bakfietsen en moeder/vader fietsen etc. Fietsenstallingen worden inpandig opgelost, dit betekend binnen de rooilijnen en/of in de ondergrondse parkeergarage. De fietsenstalling moet goed toegankelijk zijn. Zie ook ruimtelijke kaders. Het parkeren van fietsen en scooters voor bezoekers wordt door de gemeente gefaciliteerd in de openbare ruimte.

Een horecavestiging heeft een maximale grootte van 250 m² BVO. Overige voorzieningen hebben een maximale grootte van 350 m² BVO. Detailhandel is niet toegestaan.

12

Visualisatie bouwvolume

13

Ruimtelijke Kaders Overschiestraat 182 en 188 Naast de onderstaande ruimtelijke kaders, geldt uiteraard het vigerende bouwbesluit. Bouwhoogte Voor de gebouwen aan de westzijde wordt een maximale schouderhoogte van 8 lagen toegepast, voor de overige zijden is dit maximaal 5 lagen. Er dient een wisselende daklijn te worden toegepast, zodat er geen massief, uniform blok ontstaat. Een samengesteld bouwblok is het streven. In het gehele plan zijn losse opbouwen mogelijk van 1 tot 2 lagen. Een opbouw ligt minimaal 2 meter achter de gevellijn. Hoogte-accenten worden alleen op die plekken toegepast waar ze de oriëntatie in het gebied versterken. Aan de westzijde, langs het metrospoor, moet ter afscherming van geluid voor het achterliggende gebied een aaneengesloten eerstelijnsbebouwing van minimaal 20 meter komen. Maximale bouwhoogte De planlocatie ligt binnen de zone waar het Luchthavenindelingbesluit (LIB) Schiphol van toepassing is. Dat stelt eisen aan het toestaan van bewoning en het begrenst de hoogte (inclusief technische installaties) van nieuwe bebouwing. De bouwhoogte is beperkt tot de maatgevende toetshoogte die op deze locatie varieert van 36 meter in het zuidwesten tot 41 meter in het noordoosten. De bouwhoogte is ook beperkt door de toetshoogte radar, die op deze locatie oploopt van 40 meter in het zuidwesten naar 41 meter in het noordoosten.

Ontheffing van het LIB is niet uitgesloten, maar de grenswaarde ligt volgens Europese regels op 41 meter.

eis voor geluidsluwe zijde en dat bij woningen met enkelzijdige oriëntatie spuien aan geluidsluwe zijde mogelijk moet zijn. Gevels Het bouwblok kent aan de buitenzijde een formele straatgevel. Inpandige balkons en loggia s zijn toegestaan. De diepte van uitstekende delen, zoals erkers of Franse balkons, is beperkt tot maximaal 70 centimeter. De binnenzijde van het blok is informeler van aard, de architectuur van deze gevel kent veel plasticiteit. Er is een sterke interactie tussen het gebouw en de openbare ruimte. Voor de buitengevels passen we bij voorkeur aardse tinten en warme materialen toe. Ontsluiting en levendig straatbeeld Voor de levendigheid op straat krijgt iedere niet woonfunctie een aparte toegang. Woningen worden ontsloten via een kleinschalige ontsluiting zoals een portieketage, liftportiek, korte galerij of corridorontsluiting. Lange galerij of corridor-ontsluitingen zijn niet toegestaan. Hierdoor liggen er veel voordeuren aan de straat en blijft het aantal woningen per laag beperkt. Dit draagt bij aan een afwisselend straatbeeld en sociale cohesie in de buurt. Entrees aan de binnenzijde van de bouwblokken zijn toegestaan en dragen bij aan het semiopenbare karakter van de binnenterreinen. Bouwblokken worden opgedeeld in behapbare eenheden. Aan de hoofdstraten vormen panden een doorlopend geheel met een breedte tussen de 16 en 64 meter.

Aan de secundaire straten zijn panden smaller, de breedte varieert tussen de 16 en 48 meter.

30.500m2

Verdiepingshoogte De begane grond van de westelijke gebouwen zijn geschikt voor publiekstrekkende of collectieve functies. De gehele begane grond van de ontwikkeling dient een bruto-hoogte te hebben van minimaal 4,5 meter. Voor de overige verdiepingen gelden de eisen uit het bouwbesluit. Voor de technische installaties op het dak wordt gerekend met een hoogte van minimaal 2,5 meter. Deze ruimtes vallen binnen de maximale toelaatbare bouwhoogte.

14

Gebouwdiepte Voor de bouwblokken gaat de voorkeur uit naar een gebouwdiepte van 15 meter in oost/west richting en 16 meter in noord/ zuid richting. Het aantal eenzijdig, op het noorden georiënteerde woningen wordt tot een minimum beperkt. Aandachtspunt voor de bouwplanuitwerking is de

Principe profiel van de Overschiestraat

Uitsnede Ontwikkelkaart

15

Flexibel casco Ieder pand vormt bouwkundig gezien een autonome eenheid met een zelfstandige ontsluiting. Open bouwsystemen zonder vaste scheidingswanden hebben de uitdrukkelijke voorkeur, gesloten bouwsystemen met vaste scheidingswanden worden zoveel mogelijk vermeden. Hierdoor wordt de flexibiliteit van panden groter en daarmee de toekomstige transformatiekansen hoger. Binnenterreinen De in erfpacht uitgegeven binnenterreinen in het ontwerp zijn geluidluw en openbaar toegankelijk voor voetganger en fiets. Toegang met minimaal twee openingen in het bouwblok die logisch aansluiten op een dwaalstructuur met ander binnenterreinen. Er worden geen hekken geplaatst bij de toegangen tot deze terreinen. Binnenterreinen worden zoveel mogelijk in de volle grond aangelegd om de waterbergende functie van het terrein en groeimogelijkheden voor bomen te vergroten. De groene binnenterreinen zijn voorwaardelijk voor het behalen van de Amsterdamse groen en speelnormen. Een binnenterrein is minimaal 50% onverhard in de vorm van beplanting en/of gras. Indien er sprake is van een parkeergarage onder het binnenterrein, dan dient minimaal 50% van het oppervlak op die bak te bestaan uit een ‘leeflaag’ ten behoeve van bomen, struiken en overige beplanting. De dikte van zo’n leeflaag is minimaal 1 meter, gemeten vanaf de bovenkant van de constructie.

Op deze manier kunnen bomen toch wortelen en is er een drainerende laag op het dak van de garage aanwezig om overtollig water voldoende snel af te kunnen voeren. Het uitgangspunt is dat het maaiveld van een binnenterrein aansluit op de omgeving. De betreffende garages liggen dientengevolge 1 meter onder het maaiveld. Verkeer en parkeren Autoparkeren vindt plaats in verdiepte garages onder de gebouwen, of onder de binnenterreinen met bovengenoemde eisen. De garages zijn bereikbaar via routes die aansluiten op de Henk Sneevlietweg. Specifiek voor het zuidelijk deel is de westzijde als enige bereikbaar voor de auto. De hellingbanen naar de parkeergarage worden inpandig opgelost. Inpandig is eveneens een vlakstand op maaiveld niveau van min 5 meter lengte aanwezig, om voetgangers te beschermen voor auto s die hard omhoog rijden op de helling. In de openbare ruimte komen geen zuilen of andere obstakels ten behoeven van de parkeergarage. De fietsenbergingen zijn daarnaast goed bereikbaar.

16

Aansluitingen De ontwikkeling is onderdeel van een groter bouwvolume. Er dient rekening gehouden te worden met de ontwikkeling van aangrenzende panden. Denk hierbij aan beperking van lichtinval, ontsluitingsmogelijkheden en het voorkomen van wachtgevels. In de zone van twee meter evenwijdig aan de erfgrens moet er rekening worden gehouden met de privacy van toekomstige naastgelegen ontwikkelingen Alle gevel hebben geen tijdelijke uitstraling, en worden in samenhang ontworpen. Tijdelijke maatregelen geluid Er zijn hoogstwaarschijnlijk tijdelijke maatregelen nodig om geluidsbelasting te reduceren vanwege de gefaseerde ontwikkeling van het plot en de omgeving. In de uiteindelijke situatie is vooral de westelijke gevel belast door het trein- en metrogeluid. Indien er een tijdelijk geluidscherm nodig is, dient het onderdeel te zijn van de architectuur en is het verwijderbaar.

Techniek en uitvoering Techniek Nutsvoorzieningen, fietsenstallingen en inzamelpunten voor bedrijfsafval worden inpandig opgelost zodat ze vanaf de straat niet zichtbaar zijn. Toegangen tot dergelijke functies worden zoveel mogelijk gecombineerd. Technische installaties op het dak worden aan het zicht onttrokken en geïntegreerd in de architectuur. Afval Het afval afkomstig van de woningen, wordt in ondergrondse afvalcontainers in de openbare ruimte opgevangen. De gemeente is verantwoordelijk voor het aanbieden en legen van deze afvalcontainers. Afval voor utiliteit wordt inpandig georganiseerd, uit het zicht en logistiek goed bereikbaar. De gemeente is hier niet verantwoordelijk voor. Verlichting Het verlichtingsniveau van het binnenterrein en de entree’s/steegjes moet gelijk zijn aan het verlichtingsniveau in de openbare ruimte: Te voldoen aan de Richtlijn Openbare Verlichting (R-OVL) en het Politiekeurmerk Veilig Wonen). Het hanteren van een standaardkleurtemperatuur (warm wit; 2700/3000 K) (Beleidskader Verlichting (2017).

Er zijn tijdelijk verschillende geluidswerende maatregelen nodig, zoals verglaasde balkons en een tijdelijk geluidsscherm Nieuwe Meer Oost binnenterrein visual

17

Duurzaamheid Duurzame energie Alle nieuwbouw in Amsterdam moet aardgasvrij worden gebouwd. Daarnaast geldt vanaf 1 januari 2021 voor alle nieuwbouw dat deze moeten voldoen aan de BENG-normen. Wij adviseren de ontwikkelaar hier rekening mee te houden door een energieberekening op te stellen gebaseerd op de NTA8800. Op het moment dat de Omgevingswet inwerking treedt (nu voorzien op juli 2022) zullen er publiekrechtelijk ambitieuzere BENG-eisen komen voor nieuwbouwwoningen. Wij dagen de ontwikkelaar uit om voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet al een ambitieuzere BENG-norm na te streven (EPC ≤ 0,2). Voor Schinkelkwartier geldt tot 2030 een concessie met Westpoort Warmte. In deze concessie staat dat alle nieuwbouw een aansluiting op stadswarmte krijgt. Wanneer de locatie niet is gelegen binnen 40 meter van het warmtenet en de ontwikkelaar geen aanbieding ontvangt van de concessiehouder die de prijs van 40 meter niet overschrijdt geldt er geen aansluitplicht. Wanneer er wel een aanbieding wordt gedaan dan geldt de aansluitplicht volgens de bouwverordening. De bouwverordening biedt ruimte voor een ontheffing indien een dusdanig duurzamer alternatief voorgesteld wordt. In Amsterdam werkt de omgevingsdienst mee aan een ontheffing op de aansluitplicht indien aan het daaraan gekoppeld vigerend beleid en normen wordt voldaan.

Circulair materiaalgebruik De gemeente zet in op een circulaire economie. Hieronder hoort ook het gebruik van duurzame materialen. Het gebruik van hout met het FSC keurmerk is een randvoorwaarde. De gemeente daagt de partijen uit om een zo laag mogelijke MPG score te behalen. Per 1 januari 2018 geldt een norm van 1,0 voor de milieuprestatie van een gebouw (MPG). Verwacht wordt dat deze norm in 2021 naar 0,8 aangescherpt zal worden.

Klimaat adaptief en natuur inclusief bouwen De gemeente stimuleert marktpartijen om groen en water in een vroegtijdig stadium van de gebiedsontwikkeling te integreren in het ontwerp. Hiervoor heeft de gemeente een Handboek Natuur Inclusief Bouwen opgesteld. In dit handboek is een puntensysteem opgenomen. Binnen het systeem is veel vrijheid maar aan een ondergrens van 30 punten moet in elk geval worden voldaan. Het gemeentelijk handboek met richtlijnen voor natuur inclusief bouwen vindt u op: https://issuu.com/ gemeenteamsterdam/docs/toe-brochure-nib-2018-v4 De integratie van groen en water draagt bij aan de leefbaarheid en klimaatbestendigheid van het gebied. Gebouwen krijgen waar mogelijk dakterrassen, groene daken en groene gevels. In het Schinkelkwartier wordt gestreefd naar minimaal 50% groene daken. Groene daken kunnen goed worden gecombineerd met zonnepanelen. Groen en water moeten hoogwaardig en aantrekkelijk zijn, bijdragen aan de biodiversiteit, gebruikswaarde hebben en goed toegankelijk zijn. Bij het definitieve ontwerp van een gebouw dient de ontwikkelaar een plan aan te leveren waarin te zien is op welke manier groen op de kavel is opgenomen en hoe er invulling wordt gegeven aan het reeds genoemde natuur inclusief bouwen en het tegengaan van hittestress.

De gemeente heeft de ambitie om een bui van 60 millimeter in een uur te kunnen verwerken zonder dat er schade optreedt (bron: Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam 2016-2020). Dit is onlangs vastgesteld in de Hemelwaterverordening Amsterdam. Deze verordening stelt dat bij nieuwbouw in de stad de verplichting geldt om een voorziening te maken voor de opvang en het verwerken van regenwater op het eigen perceel. De ontwikkeling dient te voldoen aan de eisen van deze verordening.

Voor het tijdelijke geluidscherm dient er gezocht te worden naar lichte en modulaire constructies, zodat gebruikte materialen na de tijdelijke periode van 10 jaar weer hergebruikt kunnen worden. Bij voorkeur zoveel mogelijk gebruik maken van herbruikbare (biobased) materialen.

18

19

Juridisch planologische randvoorwaarden en spelregels Parallel aan de projectnota Schinkelkwartier is een milieueffectrapportage (MER) opgesteld, waarin keuzes en condities voor de transformatie in beeld zijn gebracht. In de geest van de Omgevingswet is in dit geval gekozen voor een dynamische omgevingseffectrapportage (OER), waarin alle aspecten van de fysieke leefomgeving zijn betrokken. Het OER wordt via periodieke monitoring actueel gehouden en biedt daarmee de basis voor toekomstige ruimtelijke besluiten in Schinkelkwartier. De uitkomsten van het OER worden verwerkt in een leefomgevingsfoto en gebiedsgericht spelregelkader: daaruit volgen randvoorwaarden en spelregels voor ontwikkeling. De belangrijkste daarvan voor de planlocatie worden hieronder opgesomd. De opsomming is richtinggevend en geeft geen uitputtende lijst van alle randvoorwaarden en spelregels.

het stadslandschap, windhinder en sociale veiligheid in beeld worden gebracht.

Juridisch-planologisch kader en M.E.R. Om de beoogde ontwikkeling op de kavel mogelijk te maken is aanpassing van het huidige juridisch planologisch kader nodig. Afhankelijk van het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet gaat die aanpassing via een bestemmingsplanwijziging (postzegelbestemmingsplan), wijziging van het tijdelijke omgevingsplan of omgevingsvergunning. Een ruimtelijk besluit zal op het moment dat het genomen wordt dienen te voldoen aan het dan geldend kader.

Bij het wonen in Schinkelkwartier hoort een zekere mate van hinderacceptatie. Daarbij is het belangrijk dat toekomstige bewoners vooraf actief worden geïnformeerd over de milieubelasting (snelweg, spoor, luchtvaart, industrie), zodat zij een bewuste keuze kunnen maken voor wonen in een milieubelaste omgeving. Vanuit het oogpunt van gezondheid wordt gestreefd naar een eerlijke verdeling tussen sociale huurwoningen en koopwoningen over de milieubelaste locaties.

Uitgangspunt is dat de M.E.R. procedure Schinkelkwartier aan een ander ruimtelijk besluit (elders in Schinkelkwartier) wordt gekoppeld. De planning van het ruimtelijke besluit voor deze ontwikkeling is afhankelijk van het doorlopen van de M.E.R. procedure Schinkelkwartier. In het ruimtelijk besluit voor deze ontwikkeling moeten de uitkomsten van de Omgevingseffectrapportage (OER) Schinkelkwartier worden verankerd. Verkeer Er is onderzoek nodig naar de verkeersafwikkeling, waarmee wordt aangetoond dat de ontwikkeling niet leidt tot onaanvaardbare effecten op de bereikbaarheid, doorstroming en verkeersveiligheid. Hoogbouw Bij iedere nieuwe ontwikkeling met een bouwhoogte hoger dan 30 meter dient een Hoogbouw Effect Rapportage (HER) te worden opgesteld, waarin de effecten van het hoogbouwplan op onder andere 20

Geluid Voor het geluid geldt dat de realisatie van de park wal langs de A4 (totaal 15 m hoog), de geluidschermen langs de A10-West en het metrospoor voorwaardelijk zijn voor het realiseren van gevoelige functies zoals woningbouw. Zolang er geen besluit over de park wal en de geluidschermen is genomen kan hier planologisch nog niet op worden voorgesorteerd. Dit vormt een aandachtspunt voor het programmeren van gevoelige functies. Vooruitlopend op dat besluit moet worden uitgegaan van: of gevelmaatregelen (dove gevels) of toepassing Stad en Milieubenadering (inclusief verplichte compensatie) of (tijdelijk) alternatief programma.

In het geval van toevoegen van woningbouw in de LIB-5 zone dient er rekenschap te worden gegeven van luchtvaartgeluid, de geluidniveaus en de getroffen maatregelen om de blootstelling aan die geluidniveaus te beperken en de akoestisch kwaliteit te bevorderen. Daarnaast is de ontwikkelaar verplicht om toekomstige bewoners hier actief over te informeren, dit wordt vastgelegd in de erfpachtovereenkomst en uiteindelijk als kettingbeding in koop- en huurcontracten. Luchtkwaliteit Voor luchtkwaliteit geldt dat binnen 300 meter vanaf de rand van rijkswegen geen luchtkwaliteit gevoelige functies worden toegestaan (scholen, kinderdagverblijven, verzorgingsen bejaardenhuizen). Dat geldt ook voor eerstelijnsbebouwing binnen 50 meter van de Henk Sneevlietweg, tenzij bijzondere omstandigheden en belangen aanleiding geven daarvan af te wijken. Aan de westzijde van het bouwblok is wel ruimte voor gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit, zoals een kinderdagverblijf.

Trillingen Binnen 100 meter van het spoor geldt dat nieuwe trillingsgevoelige objecten zoals woningbouw zijn toegestaan, mits met een onderzoek aangetoond wordt dat de ontwikkeling niet leidt tot onaanvaardbare trillingshinder zoals vastgelegd in de SBR-richtlijn trillinghinder. Natuur en stikstof Er is nader onderzoek nodig naar de eventuele aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten, de effecten op deze soorten en de eventuele overtreding van verbodsbepalingen. Voor elk plan of project is onderzoek nodig naar stikstofdepositie op habitatgevoelige Natura 2000 gebieden. Als mogelijk sprake is van significante gevolgen op Natura 2000 gebied moet een passende beoordeling worden uitgevoerd. Toestemming voor het plan of project kan verleend worden wanneer met zekerheid gesteld kan worden dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast. Archeologie Voor de planlocatie geldt een archeologische verwachting ter plaatse van de zone rondom de historische Sloterweg. Er geldt een uitzondering voor archeologisch onderzoek bij bodemingrepen kleiner dan 500 m2 of ondieper dan 1,5 meter. Bodem en water Er dient rekening te worden gehouden met de bodemopbouw. Met actueel verkennend bodemonderzoek moet worden nagegaan of verontreinigingen aanwezig zijn.

In geval van het realiseren van ondergrondse parkeergarages is geohydrologisch onderzoek vereist, waarin wordt aangetoond dat de ontwikkeling geen onaanvaardbare grondwatereffecten heeft. Als er wel onaanvaardbare effecten zijn dan moeten maatregelen worden getroffen ter beperking van die effecten. Over de uitkomsten van geohydrologisch onderzoek is advies nodig van hoogheemraadschap AGV/Waternet.

de ontwikkeling geen onaanvaardbare grondwatereffecten heeft. Als er wel onaanvaardbare effecten zijn dan moeten maatregelen worden getroffen ter beperking van die effecten Over de uitkomsten van geohydrologisch onderzoek is advies nodig van hoogheemraadschap AGV/Waternet. Natuur inclusief bouwen Voor natuur inclusief bouwen geldt het Puntensysteem voor natuur inclusief bouwen. Binnen het systeem is veel vrijheid maar aan een ondergrens van 30 punten moet in elk geval worden voldaan. Het gemeentelijk handboek met richtlijnen voor natuur inclusief bouwen vindt u op: https://issuu. com/gemeenteamsterdam/docs/toe-brochure-nib2018-v4. Zie ook ‘Duurzaamheid’ *er zijn vleermuizen aangetroffen in het gebied.

Gezondheid Vanuit gezondheid gelden vanuit spelregelkader OER nog de volgende spelregels: • Binnen 250 meter van bestaande en nieuwe scholen worden geen nieuwe snackbars (horecacategorie 1) toegestaan; • Inpandige trafohuisjes, onderstations en aanleggen van nieuwe of verleggen van bestaande hoogspanningskabels (> 50 kV) zijn alleen mogelijk nadat advies met betrekking tot elektromagnetische velden is ingewonnen bij GGD Amsterdam; • Bij iedere nieuwe ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met voldoende zonbescherming/ schaduwplekken; • Bij iedere nieuwe ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met hittestress, bijvoorbeeld door zoveel mogelijk groenen watervoorzieningen en voldoende watertappunten.

De noordstrook is geprojecteerd in de beschermingszone van de secundairewaterkering Henk Sneevlietweg. Werkzaamheden in die zone zijn vergunningplichtig en daarbij is advies nodig van Hoogheemraadschap AGV/Waternet. In geval van het realiseren van ondergrondse parkeergarages is geohydrologisch onderzoek vereist, waarin wordt aangetoond dat 21

Beeldkwaliteit Voor Schinkelkwartier is nog geen beeldkwaliteitsplan vastgesteld. De hieronder beschreven regels zijn een eerste aanzet en logische vertaling van de beoogde gebiedsomschrijving. Voor de buitengevels passen we aardse tinten en warme materialen toe. Daarbij heeft baksteen de sterke voorkeur. Het bouwblok kent formele straatgevels zonder uitstekende delen. Inpandige balkons/ loggia’s hebben de voorkeur aan de straatzijde. De binnenzijde is informeler van aard met veel plasticiteit. Overgangen van privé naar openbaar/ collectieve ruimte zijn onderdeel van de architectuur of onderdeel van het groenontwerp van het binnen gebied. Dit geld in het bijzonder voor ruimtes op de begane grond, deze zijn met zorg ontworpen en hebben bij voorkeur een natuurlijke afscheiding in de vorm van een haag of andere beplanting. Schuttingen zijn uit den boze.

Een bouwblok bestaat uit meerdere panden, die zichtbaar dienen te worden. Om de verscheidenheid te vergroten werken verschillende architecten aan verschillende gebouwen. Eén van de architecten superviseert de ander architecten en zorgt voor onderlinge samenhang, dit is de aanspreekpunt voor de gemeente.

1. Wibautstraat, Amsterdam 2. Transformatie fabrieksterrein Codrico, Katendrecht te Rotterdam 3&4 Boulogne-Billancourt, te Parijs 22

23

Kabels en leidingen Op en naast de plot van Overschiestraat 182-188 liggen diverse kabels en leidingen. Sommige kabels en leidingen zullen in het kader van de ontwikkeling moeten worden verlegd. Bij verlegging van sommige kabels en leidingen zal op en naast deze plot ruimte moeten worden gevonden voor een nieuw tracé . Om de nieuwe vrij van kabels en leidingen te krijgen zal de gemeente een wenstracéprocedure doorlopen voor de bouwrijpfase. Het product van de procedure is een Definitief Tracé Akkoord met kabels- en leidingbedrijven en beheerders. Deze procedure duurt 1 jaar waarna er gestart kan worden met de verlegging van kabels en leidingen. De planning voor de verlegwerkzaamheden zal later bepaald worden als bekend is welke kabels er verlegd moeten worden en wat de nieuwe tracés worden. In overleg met de ontwikkelaar zullen ook de kabels en leidingen op de plot Overschiestraat 182-188 meegenomen worden in de wenstracé procedure omdat deze kabels en leidingen ook een tracé in de openbare ruimte moeten krijgen. Afhankelijk van het type leiding en de leeftijd kunnen er kosten verbonden zijn aan de verlegging van kabels en leidingen op de plot Overschiestraat 182-188 naar de openbare ruimte.

De ontwikkelaar dient zijn eerste ontwerp te presenteren aan het Planvormingsoverleg van de gemeente Amsterdam zodat nutspartijen randvoorwaarden mee kunnen geven voor een verdere uitwerking van het ontwerp. Belangrijk hierbij is om ook rekening te houden met kelders en tijdelijke bouwkuipen die buiten de kavel worden gesitueerd. Voor de bouwwerkzaamheden dient de ontwikkelaar het werk aan te melden in Victor. Dit kan via onderstaande link. https://www.amsterdam.nl/parkeren-verkeer/ werkenopenbare-ruimte/wior-proces/

komen ten alle tijde voor rekening en risico van de erfpachter en ontwikkelaar. Dit geldt tevens voor de kosten voor hiervoor bijkomende werkzaamheden en de coördinatie daarvan. •

• • • • •

• •

• • •

Alle nuts- en energievoorzieningen (zoals elektriciteit, telecommunicatie, drinkwater, hemelwater- en afvalwaterafvoeren, stadsverwarming en koeling, riool en vetput) die nodig zijn voor de kavel voor de bouwfase en gebruiksfase dienen in opdracht van de ontwikkelaar aan te worden gesloten. De posities van de aansluitingen moeten worden afgestemd met kabel- en leidingbeheerders en gemeente Amsterdam, om deze passend te krijgen binnen het ontwerp van de openbare ruimte en kabel- en leidingen tracés. De eerste afstemming met nutspartijen kan in het Planvormingsoverleg van de gemeente Amsterdam waarin alle nutspartijen deelnemen. De aanvraag van de aansluiting gaat via: www. aansluitingen.nl. Buiten de erfpachtgrenzen en binnen de eventueel beschikbare werkterreinen zouden zich kabels en leidingen (en lichtmasten, brandkranen e.d.) van derden kunnen bevinden. Deze dienen te allen tijde bereikbaar te zijn voor de betreffende eigenaar ten behoeve van onderhoud- en vervangingswerkzaamheden en bij calamiteiten. De erfpachter/bouwer dient zich ervan te vergewissen welke kabels en leidingen zich in de openbare ruimte bevinden en dient hiervoor de vereiste beschermingsmaatregelen te treffen in afstemming met de betreffende nutspartijen. Rondom kabels en leidingen kunnen bovendien bouwbeperkingen gelden waarmee in de planuitwerking rekening gehouden moet worden.

Wijzigingen door en ten behoeve van het plan van de ontwikkelaar in de openbare ruimte en na het DTA zijn voor rekening van de ontwikkelaar.

Voor de benodigde kabels- en leidingwerkzaamheden (aansluitingen) in de woonrijpfase dient opnieuw een wenstracéprocedure gevolgd te worden. De gemeente zal de wenstracé procedure namens de ontwikkelaar verzorgen en dit zal gestart worden na gereed komen van het DO. Kabels & leidingen die verlegd, verwijderd en bijgelegd moeten worden voor de nieuwe aansluitingen als gevolg van de ontwikkeling 24

25

Duurzaamheid

Colofon

Team Schinkelhaven Beelden Inhoud: Team Schinkelkwartier Referentie beelden zijn geleend van derden Foto’s Theo Baart Voorblad: Boelens de Gruyter Informatie schinkelkwartier@amsterdam.nl www.amsterdam.nl/projecten/schinkelkwartier Versie december 2021

30.500m2

26

27

blz. 22

bestemmingsplan_Overschiestraat 182 en 188 (vastgesteld)

blz. 23

Bijlage 2

Omgevingseffectrapport (OER) Schinkelkwartier

Gemeente Amsterdam

Omgevingseffectrapport (OER) Schinkelkwartier

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Colofon Gemeente Amsterdam Klaas-Jan Dolman (projectleider) Ruben Dijkhof Antea Group Tim Artz Kjell Spillekom Just Verhoeven Status definitief Versie november 2023 Contact schinkelkwartier@amsterdam.nl

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Inhoud Samenvatting............................................................................................................ 6 Leeswijzer ............................................................................................................... 18 DEEL A – Algemeen ................................................................................................. 19 Inleiding ............................................................................................................... 20 Aanleiding ............................................................................................................................... 20 Projectnota Schinkelkwartier .................................................................................................. 21 Voorsorteren op Omgevingswet .............................................................................................. 21 Een OER voor Schinkelkwartier ............................................................................................... 21 M.e.r. procedure ...................................................................................................................... 23 Schinkelkwartier in vogelvlucht ..............................................................................

26 Ligging plangebied .................................................................................................................. 26 Historische ontwikkeling ......................................................................................................... 26 Ruimtelijke structuur ............................................................................................................... 28 Functionele structuur .............................................................................................................. 29 Sociaal-economische structuur ............................................................................................... 31 Eigendomssituatie .................................................................................................................. 32 Plan- en studiegebied .............................................................................................................. 33 Autonome ontwikkelingen ...................................................................................................... 33 Raakvlakprojecten .................................................................................................................. 34 Referentiesituatie ..................................................................................................................

36 Beleid, uitgangspunten en ambities ........................................................................ 38 Inleiding................................................................................................................................... 38 Beleidskader............................................................................................................................ 38 Uitgangspunten....................................................................................................................... 41 Ambities .................................................................................................................................. 42 Ontwikkelstrategie .................................................................................................................. 45 Methodiek OER ..................................................................................................... 46 Opzet van dit OER ................................................................................................................... 46 Deel A – Algemeen.................................................................................................................. 47 Deel B – Leefomgevingsfoto en effectbeoordeling transformatie ...........................................

47 Deel C – Nadere keuzes ........................................................................................................... 51 Deel D – Toetsing projectnota Schinkelkwartier ...................................................................... 51 Deel E – Flexibiliteit en monitoring.......................................................................................... 52 DEEL B – Leefomgevingsfoto en effectbeoordeling transformatie ................................ 53 Duurzame inrichting .............................................................................................. 54 Bodem en ondergrond............................................................................................................. 54

3

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Water ...................................................................................................................................... 62 Landschap, groen en natuur .................................................................................................... 70 Cultuurhistorie en archeologie ................................................................................................ 79 Bouwhoogte............................................................................................................................ 92 Conclusie................................................................................................................................. 98

Mobiliteit.............................................................................................................101 Verkeer ..................................................................................................................................101 Parkeren ................................................................................................................................112 Conclusie................................................................................................................................ 117 Gezonde en veilige leefomgeving .......................................................................... 119 Geluid en trillingen ................................................................................................................ 120 Luchtkwaliteit ....................................................................................................................... 154 Geur ...................................................................................................................................... 162 Stof ....................................................................................................................................... 166 Omgevingsveiligheid .............................................................................................................

169 Gezondheidsbescherming ...................................................................................................... 177 Gezondheidsbevordering....................................................................................................... 182 Conclusie ............................................................................................................................... 186 Energie en circulariteit ......................................................................................... 189 Energie .................................................................................................................................. 189 Circulariteit ............................................................................................................................197 Conclusie ............................................................................................................................... 201 DEEL C – Nadere keuzes ..........................................................................................203 Nadere keuzes .................................................................................................... 204 Inleiding ................................................................................................................................

204 Aanpassing watersysteem .................................................................................................... 205 Waterpeil Riekerpark............................................................................................................. 209 Uitbreiding groenstructuur ................................................................................................... 213 Omgang cultuurhistorie .........................................................................................................217 Mobiliteitspakket .................................................................................................................. 221 Ligging metrostation Henk Sneevlietweg.............................................................................. 228 Fietsverbinding Schinkel ....................................................................................................... 232 Inpassing parkeervoorzieningen.............................................................................................237 Dezonering Schinkelhaven .................................................................................................. 241 Toekomst zandoverslag.......................................................................................................

245 Toekomst datacenter .......................................................................................................... 248 Geluidafschermende maatregelen....................................................................................... 252 Omgang luchtvaartgeluid.................................................................................................... 259 Inpassing sportvoorzieningen .............................................................................................. 264 Energiesysteem................................................................................................................... 267 Omgang bouwmaterialen .................................................................................................... 272 Overzicht effectbeoordeling ................................................................................................ 275

4

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

DEEL D – Toetsing projectnota Schinkelkwartier ...................................................... 278 Toetsing projectnota Schinkelkwartier ................................................................ 279 Inleiding............................................................................................................................... 279 Projectnota Schinkelkwartier .............................................................................................. 279 Aangepast programma projectnota ..................................................................................... 280 Effectbeoordeling duurzame inrichting ............................................................................... 282 Effectbeoordeling mobiliteit................................................................................................ 288 Effectbeoordeling gezonde en veilige leefomgeving ........................................................... 297 Effectbeoordeling energie en circulariteit ............................................................................ 320 Overzicht effectbeoordeling ................................................................................................ 322 DEEL E – Flexibiliteit en monitoring ..........................................................................

325 Flexibiliteit ........................................................................................................ 326 Inleiding ............................................................................................................................... 326 Opgaven per deelgebied...................................................................................................... 326 Gevolgen programmatische wijzigingen .............................................................................. 328 Fasering deelgebieden en maatregelen ............................................................................... 329 Hinder tijdens realisatie ........................................................................................................ 331 Monitoring ......................................................................................................... 333 Inleiding................................................................................................................................ 333 Aanleiding monitoring .......................................................................................................... 333 Onderwerpen monitoring ....................................................................................................

334 Systematiek monitoring .......................................................................................................335 Leemten in kennis ................................................................................................................ 337 Overzicht bijlagen OER........................................................................................... 338

5

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

Samenvatting Transformatieopgave Schinkelkwartier Schinkelkwartier ligt in het zuidwesten van Amsterdam en bestaat uit de volgende deelgebieden: Schinkelhaven, Riekerpark, Sloterstrip, Nieuwe Meer Oost, Nieuwe Meer West en De Plantijn. Lange tijd was Schinkelkwartier een geïsoleerd en gefragmenteerd gebied aan de rand van de stad. Door de voortschrijdende ontwikkeling van de Amsterdamse zuidflank is Schinkelkwartier inmiddels een strategisch gelegen gebied tussen Zuidas en Schiphol, nabij de Nieuwe Meer. In het kader van Ruimte voor de Stad - Koers 2025 en de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 is Schinkelkwartier aangewezen als een van de grote ontwikkelgebieden, waar ruimte is voor verdere verdichting en het toevoegen van woningen.

Voor de transformatie van Schinkelkwartier zijn zes ambities geformuleerd: stedelijkheid, ruimtelijke kwaliteit, bereikbaarheid, gezondheid en veiligheid, duurzaamheid en sociale inclusiviteit. Het gaat om doelen op hoofdlijnen die richtinggevend zijn voor de transformatie en het eindbeeld op de lange termijn. Daarbij wordt uitgegaan van 11.000 woningen, 1.020.000 m2 werkruimte (ten opzichte van 700.000 m2 in de huidige situatie) en 450.000 m2 maatschappelijke en commerciële voorzieningen. De mate van sturing op de transformatie van Schinkelkwartier door de gemeente is van invloed op het behalen van de geformuleerde ambities. Omdat de gemeente weinig grondposities heeft en de meeste grond in erfpacht is uitgegeven, hanteert de gemeente ‘uitnodigingsplanologie’ als sturingsprincipe. Daarbij is het scheppen van voorwaarden voor initiatieven het primaire doel en wordt per initiatief ontwikkelruimte op maat mogelijk gemaakt: regisseren waar het moet en faciliteren waar het kan.

Omgevingseffectrapport Omdat belangrijke nadelige milieugevolgen niet op voorhand kunnen worden uitgesloten is voor Schinkelkwartier een Milieueffectrapport (MER) opgesteld en wordt een m.e.r. procedure doorlopen. In de

6

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

geest van de Omgevingswet is het MER voor Schinkelkwartier opgesteld als Omgevingseffectrapport (OER). Het OER Schinkelkwartier heeft een brede reikwijdte waarin de gevolgen voor de gehele fysieke leefomgeving zijn betrokken. Het doel van een m.e.r.-procedure is om het milieubelang volwaardig mee te wegen in de besluitvorming. Daarvoor is onderzoek naar omgevingseffecten en mogelijke (meer milieuvriendelijke) alternatieven voor bepaalde keuzes van belang. Om optimaal gebruik te maken van de uitkomsten is het concept OER gelijktijdig opgesteld met de projectnota Schinkelkwartier (vastgesteld door college van B&W op 14 december 2021), waarin de haalbaarheid van de gebiedsontwikkeling centraal staat. De uitkomsten van het concept OER zijn richtinggevend geweest voor de projectnota. De m.e.r.-procedure is gekoppeld aan het eerste ruimtelijk besluit voor een concrete ontwikkeling in Schinkelkwartier.

Methodiek OER Het OER Schinkelkwartier bestaat uit vijf delen (zie onderstaand figuur). Deel A bevat een beschrijving van beleid, ambitie, programma en methodiek. In deel B worden per omgevingsaspect de huidige en referentiesituatie beschreven en de effecten van transformatie beoordeeld. Deel C bestaat uit een beoordeling van alternatieven voor omgevingsaspecten, waarvoor een nadere keuze nodig is. In deel D volgt een eindbeoordeling van de omgevingseffecten op basis van de vastgestelde projectnota Schinkelkwartier. Deel E van het OER gaat over flexibiliteit en monitoring.

De huidige situatie en referentiesituatie van de fysieke leefomgeving in Schinkelkwartier is in deel B aan de hand van uitgebreid onderzoek in kaart gebracht. Per omgevingsaspect zijn de relevante waarden, belemmeringen en aandachtspunten inzichtelijk gemaakt en opgenomen in een digitale leefomgevingsfoto. Vervolgens is voor elk omgevingsaspect het worst case effect van de transformatie van Schinkelkwartier beoordeeld. Daarnaast is kwalitatief beoordeeld of sprake is van een positieve of

7

Omgevingseffectrapport Schinkelkwartier

negatieve bijdrage aan het behalen van de ambities voor Schinkelkwartier. Deze toetsing is gebaseerd op kwantitatieve modelberekeningen, kwalitatief onderzoek en expert judgement. Voor veel omgevingsaspecten geldt dat de effecten beperkt zijn of kunnen worden gemitigeerd. In dat geval volstaat het om maatregelen (voor gemeente) en/of spelregels (voor initiatiefnemers) te formuleren. Op basis daarvan is de effectbeoordeling veelal aangepast. Voor andere aspecten is sprake van (zeer) negatieve effecten of een (zeer) negatieve impact op de ambities. In dat geval is het nodig om alternatieven te beoordelen en een nadere keuze te maken om ongewenste effecten te voorkomen en/of de ambities te behalen. Voor de omgevingsaspecten, waarvoor een nadere keuze nodig is, zijn in deel C alternatieven (keuzemogelijkheden) geformuleerd. Aan de hand van scoreborden is beoordeeld in hoeverre een alternatief bijdraagt aan het behalen van de ambities en is een voorkeursalternatief bepaald. Zodoende is een samengesteld pakket met voorkeursalternatieven ontstaan dat zo veel mogelijk bijdraagt aan het behalen van de ambities voor Schinkelkwartier. Om de ambities te behalen en effecten te mitigeren of te optimaliseren zijn per voorkeursalternatief maatregelen en spelregels opgenomen. Daardoor is de effectbeoordeling verbeterd.

In deel D zijn de effecten van de vastgestelde projectnota beoordeeld en zijn de gevolgen voor de effectbeoordeling inzichtelijk gemaakt.

Huidige en referentiesituatie De omgevingsaspecten, waarvoor de huidige en referentiesituatie in kaart zijn gebracht en de effecten zijn beoordeeld, zijn onderverdeeld in vier hoofdthema’s: duurzame inrichting, mobiliteit, gezonde en veilige leefomgeving en energie en circulariteit. Hieronder volgen per hoofdthema de belangrijkste aandachtspunten en de onderbouwing om voor sommige aspecten een nadere keuze te maken. Duurzame inrichting De bodem in Schinkelkwartier zorgt voor enkele aandachtspunten voor de transformatie. Zo moet Bodem en lokaal rekening worden gehouden met beperkingen voor ontwikkeling als gevolg van bodemopbouw, ondergrond bodemverontreiniging, mogelijke niet gesprongen explosieven en kabels en leidingen. Het huidige watersysteem in Schinkelkwartier is ontoereikend. Er is sprake van verschillende waterpeilen, het ontbreekt aan een fijnmazige waterstructuur en de doorstroming van het Water oppervlaktewater is beperkt. Daarnaast ontstaat bij zware regenval lokaal wateroverlast, met name in deelgebied Riekerpark. Voor de aanpassing van het watersysteem en het waterpeil in Riekerpark moet een nadere keuze worden gemaakt. Het ontbreekt aan voldoende kwalitatief en openbaar toegankelijk groen, terwijl dit essentieel is voor ontspanning, beweging en ontmoeting, maar ook voor biodiversiteit en klimaatadaptatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13612820/1