CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 25 Ruimtelijke Ordening (23) 8a. Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 1

RAAD 9 november 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 VN2023-01995319.277 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan HoofddorppleinEn Schinkelbuurt 2022

Vastgesteld

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022

Colofon

Opdrachtgever Opdrachtnemer

Ruimte en Duurzaamheid

IMRO_idn

NL.IMRO.0363.K1907BPSTD-VG01

Datum print

14 September 2023

Planstatus

vastgesteld

blz. 3

Inhoudsopgave Bijlagen bij de toelichting

5

Bijlage 1

Cultuurhistorische verkenning

7

Bijlage 2

Archeologisch bureauonderzoek

113

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek

147

Bijlage 4

TAVGA Advies

241

Bijlage 5

Externe veiligheid: risicoanalyse

245

Bijlage 6

Externe veiligheid: risicoberekening

261

Bijlage 7

Studie beperken bouwdiepte aan- en uitbouwen

361

Bijlage 8

Wijzigingen plansystematiek ontwerpbestemmingsplan

369

Bijlage 9

Nota van wijzigingen ontwerpbestemmingsplan

377

Bijlage 10

Nota van beantwoording reacties

395

Bijlage 11

Advies Stadsdeelcommissie Zuid

413

Bijlage 12

Nota van beantwoording zienswijzen

415

Bijlage 13

Toelichting in PDF

431

Gemeente Amsterdam

blz. 4

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 5

Bijlagen bij de toelichting

Gemeente Amsterdam

blz. 6

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 7

Bijlage 1

Cultuurhistorische verkenning

Gemeente Amsterdam

Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt Cultuurhistorische verkenning

C 19-032 Amsterdam

C 19-032 02 2021

Gemeente Amsterdam

Inhoud Inleiding

4

1

5

Samenvatting, conclusie en advies 1.1

Samenvatting

5

1.2 Advies en onderbouwing plangebied 1.2.1 Bebouwing / architectuur 1.2.2 Rooilijnen 1.2.3 Bouwhoogtes 1.2.4 Kapvormen 1.2.5 Plinten 1.2.6 Groen, water en openbare ruimte

6 6 7 8 8 9 9

1.3 Advies uitbouwen schijnkappen 1.3.1 Voorgestelde nieuwe regeling 1.3.2 Werkwijze 1.3.3 Orde 1-bebouwing 1.3.4 Orde 2-bebouwing 1.3.5 Zone A

11 11 12 13 14 17

1.4 Advies ophogingen Jacob Maris- en Schinkelbuurt 1.4.1 Beoordelingscriteria 1.4.2 Advies M&A 1.4.3 Vragen aan M&A

19 20 20 30

2

Beleidskader

31

3

Historisch stedenbouwkundige analyse

32

4

3.1 Ontwikkelingsgeschiedenis 3.1.1 Middeleeuwen - 1800: de Dubbele Buurt en overtoom 3.1.2 1800 - 1896: vermaaksarchitectuur en woningbouw in Nieuwer-Amstel 3.1.3 1896 – 1921: voltooiing Schinkelbuurt en woningbouw in Sloten 3.1.4 1921-1940: Hoofddorppleinbuurt 3.1.5 Jaren ’50 – 2000: naoorlogse ontwikkelingen

32 32 35 39 43 50

3.2 Stedenbouwkundige, typologische en architectonische aspecten 3.2.1 Stedenbouwkundige opzet 3.2.2 Openbare ruimte, groen en water 3.2.3 Architectuur

52 52 54 56

Betekenisvolle structuren, elementen en bebouwing

58

4.1

Stedenbouwkundige zones

58

4.2

Bebouwing

59

CHV 032

2

C 19-032 02 2021

Gemeente Amsterdam

4.3

Naoorlogse bebouwing

60

4.4

Overige elementen

69

Bronnen

70

Bijlage

72

CHV 032

3

C 19-032 02 2021

Gemeente Amsterdam

Inleiding

Stadsdeel Zuid heeft Monumenten en Archeologie (M&A) verzocht te adviseren over de bovengrondse cultuurhistorische waarden die bij het opstellen van het van het bestemmingsplan voor plangebied Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt van belang zijn. Dit heeft geresulteerd in een uiteenzetting van de ontstaansgeschiedenis en een overzicht van de in het gebied aanwezige bovengrondse cultuurhistorische waarden. Voor de ondergrondse cultuurhistorische waarden verwijzen we naar het Archeologisch Bureauonderzoek van M&A. Bij cultuurhistorische waarden gaat het over sporen, objecten, patronen en structuren die zichtbaar of niet zichtbaar onderdeel uitmaken van onze leefomgeving en een beeld geven van een historische situatie of ontwikkeling. In veel gevallen bepalen deze cultuurhistorische waarden de identiteit van een plek of gebied en bieden ze aanknopingspunten voor toekomstige ontwikkelingen. Het is meestal niet nodig alle cultuurhistorische elementen aan te wijzen als beschermd monument of gezicht. Het is wel van belang dat cultuurhistorische waarden worden betrokken in de planvorming en worden meegewogen in de besluitvorming over de inrichting van een gebied.

Afbeelding 1: Kaart met contouren van het plangebied.

CHV 032

4

C 19-032 02 2021

Gemeente Amsterdam

1

Samenvatting, conclusie en advies

1.1

Samenvatting

Het plangebied ligt ten zuidwesten van het historische centrum van Amsterdam en wordt doorkruist door de Schinkel. Van oudsher bevindt het zich op het grondgebied van verschillende gemeentes, dat door twee opeenvolgende annexaties onderdeel is geworden van Amsterdam. De eerste bebouwing ontstond in de Middeleeuwen ter hoogte van de overtoom, aan weerszijden van de Schinkel. In de zeventiende eeuw was dit uitgegroeid tot een bedrijvige plek vol met herbergen en tapperijen. Aan het begin van de huidige Sloterkade lag de Overtoomse Buurt en tussen de Schinkelkade en de Amstelveenseweg bevond zich de Dubbele Buurt. In de laatste decennia van de negentiende eeuw kwam de stad door uitbreidingen steeds dichterbij, wat onder andere leidde tot bijzondere architectuur aan de Amstelveenseweg, tegenover het Vondelpark. De grond waarop de Schinkelbuurt verrees, behoorde tot de annexatie van 1896 bij de gemeente Nieuwer-Amstel. De bebouwing van de Schinkelbuurt kwam niet volgens een uitbreidingsplan tot stand; het stratenverloop volgt de aanwezige slotenverkaveling. Het noordelijk deel hiervan werd gerealiseerd toen het grondgebied nog in handen was van de gemeente Nieuwer-Amstel, de rest is na de annexatie gebouwd door woonmaatschappij Weltevreden. De bebouwing wordt gerekend tot de 19e-eeuwse Ring.

Het grondgebied waarop de Hoofddorppleinbuurt ligt, behoorde tot de daaropvolgende annexatie van 1921 tot de gemeente Sloten. Een aantal straten was al aangelegd in de jaren ervoor en behoort tot de 19e-eeuwse Ring. Voor de aanleg van de nieuwe wijk werd een plan gemaakt waarvan de bebouwing, die deel uitmaakt van de Gordel ’20-’40, in verschillende fases tot stand kwam. Hiervoor werd voortgeborduurd op een uitbreidingsplan dat al was gemaakt onder de gemeente Sloten. Middelpunt is het Hoofddorpplein, waaromheen de eerste bebouwing in de jaren ’20 werd gerealiseerd. Het deel tussen de Rietwijkerstraat, Aalsmeerweg-Warmondstraat en de Theophile de Bockstraat werd tussen 1931 en 1940 gebouwd. Dit gebeurde op basis van een door Cornelis van Eesteren gemaakt ontwerp dat deel uitmaakt van Plan West. Beide buurten zijn grotendeels herkenbaar gebleven als onderdelen van de 19de-eeuwse Ring en de Gordel ’20-’40. Wijzigingen hebben voornamelijk plaatsgevonden in de meest historische delen van het plangebied. Een groot deel van de Dubbele Buurt moest in de jaren dertig wijken voor de verbreding van de Schinkel en de Amstelveenseweg en de Overtoomse Buurt sneuvelde deels voor de aanleg van het Surinameplein. Na de oorlog heeft op verschillende plekken aan de Sloterkade en in de Schinkelbuurt stadsvernieuwing en stedelijke vernieuwing plaatsgevonden.

CHV 032

5

C 19-032 02 2021

1.2

Gemeente Amsterdam

Advies en onderbouwing plangebied

De adviezen zijn uitgesplitst in de ruimtelijke kenmerken die voor het plangebied gelden. 1.2.1

Bebouwing / architectuur

De architectuur van de bebouwing in de Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt reflecteert de opeenvolgende periodes waarin de wijk zich heeft ontwikkeld. Aan de Sloterkade is veel (grotendeels negentiende-eeuwse) prestedelijke bebouwing te vinden. Deze kent door het verschil in rooilijnen een grillig verloop. Ook de bebouwing in de Jacob Marisbuurt stamt uit de tijd dat dit gebied nog bij de gemeente Sloten hoorde en is qua ontwerp zeer divers. De lage bouwhoogte (vaak niet meer dan 2 à 3 bouwlagen) geeft de wijk een dorps karakter. Dit deel van de Hoofddorppleinbuurt wordt dan ook gerekend tot de 19de-eeuwse Ring, waartoe overigens ook de Schinkelbuurt behoort. Deze buurt wordt gedomineerd door gesloten woningbouwblokken van rond 1910 met meestal vier bouwlagen en een kap. Het deel van de Hoofddorppleinbuurt dat behoort tot de Gordel ’20-’40 kenmerkt zich door gesloten bouwblokken voor de middenklasse die zijn vormgegeven in een sobere variant van de Amsterdamse school. Zowel aan de Sloterkade als in het noordelijk deel van de Schinkelbuurt heeft plaatselijk stads- en stedelijke vernieuwing plaatsgevonden, waardoor hier veel naoorlogse bebouwing te vinden is die voornamelijk bestaat uit grootschalige wooncomplexen, vaak in combinatie met winkels of kantoorruimte.

Afbeelding 2: (Bewerkte) afbeelding van het plangebied met daarin de gebieden aangegeven zoals die in verschillende fases tot stand zijn gekomen.

CHV 032

6

C 19-032 02 2021

Gemeente Amsterdam

Advies Voor zowel de Hoofddorpplein- als de Schinkelbuurt verdient het aanbeveling om voor de betekenisvolle bebouwing die met een orde 1 of 2 gewaardeerd is, of met een orde 3 in combinatie met een stedenbouwkundige zone A of B, een sloopvergunningsstelsel op te nemen. In een bepaling van zodanige strekking wordt opgenomen dat M&A een nadere cultuurhistorische afweging dient te maken. De achtergrond hiervan is dat sinds 1 april 2012 voor de activiteit slopen alleen nog een meldingsplicht bestaat en geen samenloopregeling bestaat tussen de melding en de omgevingsvergunning. Dit is wel het geval indien een sloopregeling wordt opgenomen in het bestemmingsplan. Aangezien bij de orde 1en 2-panden, en bij orde 3-panden in combinatie met een stedenbouwkundige zone A of B, het ruimtelijke beeld/stads- en straatbeeld in het geding is, ligt hier de ruimtelijke relevantie en relatie met het bestemmingsplan. Daarbij kan worden gewezen op het feit dat voor aangewezen monumenten de Erfgoedwet en de erfgoedverordening van toepassing zijn. Omdat de naoorlogse bebouwing in het plangebied nog geen vastgestelde ordewaardering heeft, wordt alle cultuurhistorisch waardevolle bebouwing uit deze periode beschreven in hoofdstuk 4.3. Voor alle betekenisvolle bebouwing met een hoge architectonische waarde verdient het aanbeveling om een sloopvergunningsstelsel op te nemen.

Dit betreft de volgende complexen: -

Surinameplein 35-59. Dit geldt voor het deel van de Klokkenhof dat niet is aangewezen tot gemeentelijk monument. Voor het gedeelte dat een monumentstatus heeft, zijn de Erfgoedwet en erfgoedverordening van toepassing.

-

Sloterkade 33-40

-

Jacob Marisplein 7-17

-

Amstelveenseweg 2-26

-

Derde Schinkelstraat 2-4

Ook bevindt zich in het plangebied naoorlogse bebouwing die architectonisch wat minder waardevol is, maar waarvoor het wegens de hoge stedenbouwkundige waarde en de bijdrage die het levert aan het straatbeeld, tevens aanbeveling verdient om een sloopvergunningsstelsel op te nemen. Dit betreft de volgende complexen: -

Sloterkade 50-52

-

Sloterkade 90-92

-

Sloterkade 110-124

-

Schinkelhavenkade 25-53 1.2.2

Rooilijnen

De stedenbouwkundige structuur van het plangebied bestaat uit een raster van wegen waaraan gesloten bouwblokken staan. De rooilijnen bepalen de contouren van de bebouwing en daarmee die van de openbare ruimte. Zo behoren afgeschuinde hoeken tot een klassiek kenmerk van de 19de-eeuwse Ring, waardoor de kruispunten optisch groter lijken. Dit is terug te zien op verschillende plekken in de Schinkelbuurt en bij de pre-stedelijke bebouwing aan de Sloterkade. Voor de Sloterkade geldt bovendien dat de verspringende rooilijnen karakteristiek zijn voor de ontwikkelingsgeschiedenis van deze plek, waardoor de historische gelaagdheid leesbaar blijft. CHV 032

7

C 19-032 02 2021

Gemeente Amsterdam

Advies M&A adviseert de rooilijnen van de bebouwing in de Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt vast te leggen, inclusief de her en der aanwezige verspringingen en afgeschuinde hoeken, zodat het verkavelingspatroon van de buurten herkenbaar blijft. Tevens verdient het aanbeveling om de achterrooilijnen vast te leggen. Deze rooilijnen bepalen de contouren van de binnentuinen, die in de stedenbouwkundige ruimte de contramal vormen van de openbare ruimte. 1.2.3

Bouwhoogtes

De bouwhoogtes in de verschillende buurten zijn van stedenbouwkundige en cultuurhistorische betekenis. In het geval van de Sloterkade illustreert de grote variëteit aan bouwhoogtes de ontwikkelingsgeschiedenis. De lagere bouwhoogtes van zowel de bebouwing aan de Sloterkade als in de Jacob Marisbuurt zijn een belangrijk kenmerk van de pre-stedelijke bebouwing uit de tijd dit gebied nog bij Sloten hoorde. In het deel van de Hoofddorpplein dat behoort tot de Gordel ’20-’40 is sprake van een sterke samenhang tussen architectuur en stedenbouwkundige opzet. De bebouwingshoogte onderstreept de hiërarchie tussen hoofd- en secundaire wegen en belangrijke kruisingen worden gemarkeerd met hoogteaccenten. Deze zijn dan ook van grote stedenbouwkundige betekenis. In de Schinkelbuurt is de bebouwing van vier lagen met een kap een karakteristiek en beeldbepalend aspect voor de 19e-eeuwse Ring. De bouwhoogte van enkele lagere panden in het noordelijk deel van de Schinkelbuurt is juist kenmerkend voor de tijd waarin dit gebied nog behoorde tot de gemeente Nieuwer-Amstel. Advies Het verdient aanbeveling om de bestaande bouwhoogtes vast te leggen. Ook adviseert M&A om bij schijnkappen en pre-stedelijke bebouwing de nokrichting, goot- en nokhoogte vast te leggen. Bij platte daken is dit niet nodig.

Ons advies m.b.t de panden waarbij per uitzondering een hogere bouwhoogte stedenbouwkundig denkbaar wordt geacht, is te vinden in paragraaf 1.4. 1.2.4 Kapvormen Kapvormen zijn bepalend voor het straatbeeld en vaak kenmerkend voor de bouwperiode van een pand. Bij de pre-stedelijke bebouwing uit de negentiende eeuw zijn de dakkappen vaak dwars op de straat geplaatst. Dit is te zien bij veel negentiende-eeuwse panden aan de Sloterkade en panden in de Schinkelbuurt die zijn gebouwd onder de gemeente Nieuwer-Amstel. Daarna werden panden die deel uitmaken van een architectuureenheid met een kap afgedekt die parallel aan de straat loopt, waardoor de daken een eenheid vormen. Dat geldt voor de Jacob Marisbuurt en het grootste deel van de Schinkelbuurt. Bij de Gordel ’20-’40-blokken in de Hoofddorppleinbuurt, die als één geheel werden vormgegeven, is de kapvorm afhankelijk van het ontwerp. Kenmerkend voor veel van deze bebouwing is het gesloten dakvlak, soms op regelmatige afstand doorbroken door een kleine dakkapel. Advies M&A adviseert om de vorm van de afzonderlijke dakkappen aan de Sloterkade en in de Schinkelbuurt in de regelgeving te respecteren door het vastleggen van de richting, de goot- en nokhoogten van de dakkappen. Voor de langskappen in de Schinkel- en Jacob Marisbuurt dient in de regels de goot- en CHV 032

8

C 19-032 02 2021

Gemeente Amsterdam

nokhoogte en een minimale dakhelling vast te worden gelegd. Het is aan te bevelen de vorm van de dakkappen van de Gordel ‘20-’40-blokken in de Hoofddorppleinbuurt door vaststelling van goot- en nokhoogten in de regels vast te leggen. Voor de wijzigingen ten behoeve van dakkapellen, dakterrassen en dakopbouwen kan aangesloten worden op de regels in het bestemmingsplan van De Pijp 2018 (vastgesteld op 19 september 2018). Hierin is de regeling gekoppeld aan de bouwhoogte en de zichtbaarheid vanuit de openbare ruimte. Het advies van M&A wat betreft het uitbouwen van schijnkappen is te vinden in paragraaf 1.3.1. 1.2.5

Plinten

Voor de schaalvergroting van de winkels en de komst van supermarkten, bevonden winkels zich niet alleen aan de Amstelveenseweg, maar tevens in de secundaire dwarsstraten in de Schinkelbuurt. Ook aan de Sloterkade waren veel winkelhuizen te vinden. Veel van deze winkelruimtes zijn nu in gebruik als woonruimte, voor werken aan huis of bij kleine bedrijven. Voor de beleving van de openbare ruimte en de leefbaarheid van de buurten is de wisselwerking tussen bebouwing en openbare ruimte van groot belang. De als open vormgegeven winkelpuien vertegenwoordigen een belangrijke cultuurhistorische waarde van de negentiende-eeuwse stad. In de Hoofddorppleinbuurt zijn de aanwezige winkels van oudsher gesitueerd aan de hoofdwegen. Het verdient aanbeveling te onderzoeken of de wisselwerking die op deze manier tussen straatwand en openbare ruimte wordt bewerkstelligd in de regels moet worden verankerd, of dat de welstandsnota hierin voldoende voorziet. In ieder geval zou het situeren van bergingen aan de straatzijde moeten worden tegen gegaan (zie bestemmingsplannen Amsterdam Centrum). Zo is in bestemmingsplan Nieuwmarkt (vastgesteld op 1 juli 2015) een bepaling opgenomen waarin staat geformuleerd dat bergingen aan de straatzijde, noch het construeren of wijzigen van de gevel zodat er een gesloten plint ontstaat, is toegestaan.

1.2.6 Groen, water en openbare ruimte De Schinkelbuurt kent relatief weinig openbaar groen. Van oudsher was slechts de Amstelveenseweg voorzien van beplanting. De bomen die de dwarsstraten hun groene karakter geven, zijn later pas aangeplant. In de Hoofddorppleinbuurt behoorde de boombeplanting van begin af aan bij de wijk en is het soort beplanting gekoppeld aan de hiërarchie van hoofd- en secundaire wegen. Bijzonder waardevol in deze wijk is het onder Cornelis van Eesteren gerealiseerde deel, die verantwoordelijk was voor de groenstrook aan de Theophile de Bockstraat en straten ontwierp waarbij een asymmetrisch profiel meer ruimte voor groen schiep. De stedenbouwkundige opzet van het gebied met overheersend gesloten bouwblokken brengt met zich mee dat veel van het aanwezige groen zich bevindt in de binnenhoven van de bouwblokken, die als contramal van de stedenbouwkundige structuur fungeren. Dit groen en de onbebouwde ruimte is echter zeer belangrijk voor de kwaliteit van het wonen (waaronder lucht- en lichttoetreding).

CHV 032

9

C 19-032 02 2021

Gemeente Amsterdam

Advies M&A adviseert de groen- en waterstructuren als zodanig te bestemmen, inclusief kleinere groenstroken die nu als 'Verkeer-verblijf' bestemd zijn (bijvoorbeeld in de Hoofddorppleinbuurt). Het verdient extra aanbeveling om cultuurhistorisch waardevolle profielen in het bestemmingsplan te verankeren. Het verdient tevens aanbeveling om de binnentuinen als zodanig te bestemmen en de vergunningsvrije bouwmogelijkheden in te perken wat betreft uitbouwen. Zie als voorbeeld het bestemmingsplan De Pijp 2018 (vastgesteld op 19 september 2018).

CHV 032

10

C 19-032 02 2021

1.3

Gemeente Amsterdam

Advies uitbouwen schijnkappen

Voor het nieuwe bestemmingsplan beoogt SD Zuid nader te onderzoeken onder welke voorwaarden de mogelijkheid tot het uitbouwen van zolderetages kan worden toegestaan. Als aanvulling op de cultuurhistorische verkenning is M&A dan ook gevraagd om te onderzoeken of er meer mogelijkheden kunnen worden opgenomen voor het uitbouwen van schijnkappen van orde 1- en 2-panden in het nieuwe bestemmingsplan. Het geniet de voorkeur om geen binnenplanse afwijkingsbevoegdheid op te nemen, maar om vooraf te onderzoeken of het uitbouwen van de schijnkappen van orde 1- en 2-panden al dan niet bij rechte kan worden toegestaan. De reden hiervoor is dat toekomstige aanvragen niet langer individueel beoordeeld hoeven te worden, waardoor het risico op mogelijk inconsequente aanvragen wordt verkleind. De mogelijkheid voor het uitbouwen van schijnkappen bestond al in het oude bestemmingsplan, waarin de volgende regeling gold: 

bebouwing mag niet in een gebied liggen dat in de Welstandsnota is aangemerkt als stedenbouwkundige zone A;

bebouwing mag niet in de Welstandsnota zijn aangemerkt als architectonische orde 1 of 2;

de basisdakvorm mag niet worden aangetast.

Hierbij werd uitgegaan van de drie situaties die hieronder zijn afgebeeld. Conform bovenstaande regeling is in de situaties I en III het uitbouwen van de schijnkap in principe mogelijk, mits de bebouwing niet in de stedenbouwkundige zone A ligt en/of niet is aangemerkt als architectonische orde 1 of 2. In situatie II is het uitbouwen van de schijnkap niet mogelijk, omdat hierbij de basisdakvorm wordt aangetast.

Situatie I

1.3.1

Situatie II

Situatie III

Voorgestelde nieuwe regeling

Voor het nieuwe bestemmingsplan is de volgende regeling opgesteld: 23.2.2 Daklaag Ter plaatse van de in 23.1 bedoelde gebouwen is achter de schijnkap één daklaag op het oorspronkelijke platte dak toegestaan, mits:

CHV 032

11

C 19-032 02 2021

Gemeente Amsterdam

1. de achtergevel van de daklaag onder een hoek van tenminste 45 graden terug ligt ten opzichte van de vlakke achtergevel van het hoofdgebouw of indien aanwezig de overstek van het platte dak ter plaatse van de vlakke achtergevel; 2. de daklaag tenminste 30 centimeter lager is dan de nok van de schijnkap. Uitgangspunt in deze regeling is dat er in tegenstelling tot het oude bestemmingsplan niet langer verschil wordt gemaakt tussen bovenstaande drie situaties. Reden hiervoor is dat het in de beoordeling van uitbouwplannen bij niet-monumentale panden doorslaggevend is of een uitbouw zichtbaar is vanaf de openbare ruimte. Indien dat wel het geval is, heeft dit impact op het straatbeeld en daarmee op de cultuurhistorische waarde. Reactie CRK Omdat er door bovenstaande regeling op meer panden dan voorheen een bouwrecht zal rusten, zal dit er in de praktijk toe leiden dat er meer aanvragen bij de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) terecht zullen komen. M&A heeft de CRK dan ook hierover bevraagd. Wat betreft de orde 2-bebouwing in het plangebied onderschrijft zij bovenstaande regeling. Wel wil zij hieraan toevoegen dat wat betreft situatie III de 30 centimeter onder de nok niet wenselijk is, aangezien het bij een plat dak architectonisch netter is om de dakrand door te laten lopen in plaats van een sprong te maken.

In geval van situatie I heeft dit ook de voorkeur, maar kan het hierbij het geval zijn dat het rechte geveldeel hiervoor te laag is. M&A onderschrijft dit en adviseert om op basis van onderstaande, door de CRK opgestelde formulering de regeling aan te scherpen: ‘Indien er een dakrand of knik in het dakvlak aanwezig is, is het uitgangspunt om de uitbreiding in hoogte aan te laten sluiten op deze dakrand. De doorlopende lijnen zorgen ervoor dat de eenheid behouden blijft en een (nieuw) samenhangend geheel ontstaat. Indien dit vanwege de benodigde vrije hoogte niet mogelijk is, dan zal bij de eerste uitbreiding binnen een architectuureenheid in overleg met CRK een passende aansluiting moeten worden gezocht. Dit principe geldt vervolgens als trendsetter voor volgende aanvragen binnen het ensemble.’ 1.3.2

Werkwijze

Schijnkappen bevinden zich in het plangebied uitsluitend op bebouwing uit de Gordel ’20-’40. Het grootste deel van de onderzochte panden bevindt zich dan ook in de Hoofddorppleinbuurt, een wijk ten westen van de Schinkel die in de periode 1921-1940 werd aangelegd. Voor het onderzoek zijn dan ook alle orde 1- en 2-panden uit de Gordel ’20-’40 binnen het plangebied in kaart gebracht, alvorens te inventariseren of deze beschikken over schijnkappen en zo ja, of het uitbouwen daarvan de cultuurhistorische waarden aantast. Niet aan cultuurhistorie gerelateerde toetsingscriteria, zoals de impact op de lichtinval bij buurpanden en (on)mogelijkheid van het uitbouwen van hoekpanden, zijn hier niet in meegenomen. Aangezien alle orde-1-panden in het gebied een monumentale status hebben, wordt er bij de orde 1-panden in het gebied niet alleen getoetst op de stedenbouwkundige cultuurhistorische waarde, maar ook op de architectonische impact en mate van aantasting op het oorspronkelijk ontwerp. De precieze toetsingscriteria hangen samen met de orde van het pand en worden in de paragraven 1.3.3 en 1.3.4 verder toegelicht.

CHV 032

12

C 19-032 02 2021

Gemeente Amsterdam

Afbeelding 3: Uitsnede van de Waarderingskaart architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit met daarop alle orde 1(paars) en 2-bebouwing (rood) van de Gordel ’20-’40 binnen het plangebied (aangegeven met zwarte contour).

1.3.3

Orde 1-bebouwing

Bij bebouwing in de Gordel ’20-’40 gewaardeerd met een orde 1 gaat het, zoals beschreven door de CRK, ‘om rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en panden met een vergelijkbare cultuurhistorische waarde. Voor geregistreerde rijks- en gemeentelijke monumenten geldt: te behandelen als beschermd volgens de Monumentenwet 1988 dan wel Verordening tot behoud van monumenten in de stadsdelen van de Gordel ’20-’40. Voor het casco geldt een restauratieve aanpak. Voor niet als rijks- en gemeentelijk monument geregistreerde orde 1 panden geldt restauratieve aanpak van gevels en kap grenzend aan openbaar gebied: handhaven en herstellen van de oorspronkelijke elementen in vorm, maat, materiaal, detaillering, verhouding en kleur. In geval van storende CHV 032

13

C 19-032 02 2021

Gemeente Amsterdam

verminkingen reconstructie van de oorspronkelijke bouwmassa. Voor achtergevels van niet als rijks- en gemeentelijke monument geregistreerde orde 1 panden geldt: redelijke eisen van welstand.’ Alle negen orde 1-panden in de Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt die behoren tot de Gordel ’20-’40 zijn een monument, waarvoor er bij de beoordeling is samengewerkt met Marije Bakker, monumentenadviseur bij M&A. Bij de individuele panden is gekeken naar de doorsnedes, kapprofielen, ongeschondenheid van de achtergevel, etc.1 Dat er binnen de blokken sprake is van varianten met verschillende dieptes, bijzondere hoeken en verscheidene kapvormen, maakte het lastig om te bepalen bij welke panden uitbouwen mogelijk zouden kunnen zijn en riep de vraag op of een regeling hiervoor überhaupt een geschikt instrument zou kunnen zijn. Daarbij schept een regeling ook bepaalde verwachtingen, terwijl in de praktijk een gewogen oordeel noodzakelijk lijkt. Reactie CRK De CRK geeft in haar reactie aan dat wat betreft orde 1-panden een beoordeling of een uitbreiding de monumentale waarden aantast in alle gevallen maatwerk is. Omdat er per gebouw bekeken moet worden wat de mogelijkheden zijn, acht zij het niet handig om daar op voorhand een bouwrecht aan te verbinden.

Met een bouwrecht kan er ook geen discussie ontstaan over bouwrecht versus monumentale waarden en kan er niet gestuurd worden op massa, diepte, hoogte, afstand tot de belendingen en hoeken kilkepers. Advies Op basis van het gedane onderzoek en het advies van de CRK, adviseert M&A om bij monumenten niet op voorhand in het bestemmingsplan al een bouwrecht voor het uitbouwen van schijnkappen toe te staan. 1.3.4

Orde 2-bebouwing

Bebouwing in de Gordel ’20-’40 gewaardeerd met een orde 2 bestaat, zoals beschreven door de CRK, uit ‘monumentwaardige bouwwerken met nadrukkelijke architectonische verbijzondering en bouwwerken met een bijzondere cultuurhistorische betekenis. Voor de aanpak van gevels en kap grenzend aan openbaar gebied geldt als uitgangspunt een restauratieve aanpak en het handhaven en herstellen van de oorspronkelijke elementen in vorm, maat, materiaal, detaillering, verhouding en kleur. In geval van storende verminkingen de oorspronkelijke bouwmassa reconstrueren. Het gebruik van nietoorspronkelijke materialen is niet uitgesloten mits dit visueel volledig overeenkomt met de oorspronkelijke vorm, maat, detaillering, verhouding en kleur, maar wordt dringend ontraden. Voor achtergevels geldt: redelijke eisen van welstand.’ Voortbouwend op het bovenstaande is bij het onderzoek naar de uitbouwen bij orde 2-complexen getoetst op zichtbaarheid vanaf de openbare ruimte. Uitbouwen die gezien worden vanuit de openbare

1 Hiervoor is gebruik gemaakt van Google Earth en alle beschikbare bouwtekeningen in het Archief van Bouw- en

Woningtoezicht.

CHV 032

14

C 19-032 02 2021

Gemeente Amsterdam

ruimte hebben immers invloed op het straatbeeld en tasten daarmee de cultuurhistorische waarde aan. Doordat de impact op het straatbeeld hierbij het doorslaggevende toetsingscriterium is, wordt er in tegenstelling tot het oude bestemmingsplan geen verschil gemaakt tussen de verschillende situaties (I, II en III, zoals op voorgaande pagina is afgebeeld) en is alle Gordel ’20-’40-bebouwing voorzien van schijnkappen meegenomen in het onderzoek. In totaal gaat het om 22 complexen van de 24 orde 2gebouwen die in het gehele plangebied te vinden zijn. De complexen zonder schijnkappen betreffen twee voormalige schoolgebouwen aan de Floris Verster- en Hillegomstraat. Reactie CRK Zoals eerder onder ‘Voorgestelde nieuwe regeling’ werd genoemd, onderschrijft de CRK de mogelijkheid om voor orde 2-panden in het nieuwe bestemmingsplan meer ruimte te bieden. Reden hiervoor is dat voor orde 2 aanvankelijk de definitie ‘restauratieve aanpak van straatgevels en de kap’ gold, waarbij het om de gehele kap ging, maar dat in de loop der jaren het accent voor de beoordeling is verschoven naar gevels en dakvlakken grenzend aan de openbare ruimte. Wel kaart zij aan dat hoekoplossingen een belangrijk aandachtspunt zijn en dat daar zorgvuldig naar gekeken dient te worden. Advies M&A gaat akkoord met het middels een regeling mogelijk maken van uitbouwen bij een aantal orde 2complexen.

De adviezen per complex staan in onderstaande tabel weergegeven. Het onderzoek met onderbouwing is te vinden in de bijlage van deze cultuurhistorische verkenning. N.B. Hoekbebouwing is een belangrijk aandachtspunt. Aangezien er is getoetst op de impact op het straatbeeld, zijn bouwtechnische aspecten en zaken als lichtinval bij buur- en/of hoekpanden niet meegenomen in het advies. Hier dient bij verdere uitwerking zorgvuldig naar gekeken te worden. Adres

Complexnr

Schijnkappen aanwezig?

Uitbouw mogelijk?

1

Jacob Marisstraat 79-93

16498

Ja, maar ze zijn te laag om

Nee

uitgebouwd te kunnen worden 2

Heemstedestraat 11-13 /

10051

Stolwijkstraat 2-6 3

Heemstedestraat 5-9 / Stolwijkstraat

Stolwijkstraat 2-4 voorzien van

Ja

schijnkap 10048

1-5

Heemstedestraat 5-7 en

Ja

Stolwijkstraat 1-5 voorzien van schijnkap

4

Heemstedestraat 2-28 /

10041

Warmondstraat 204-206

Heemstedestraat 6-22 en

Ja

Warmondstraat 204-206 voorzien van schijnkap

5

Hoofddorpplein 16 - 28 /

10019

Warmondstraat 197-201 /

Hoofddorpplein 18-26 voorzien

Ja

van schijnkap

Haarlemmermeerstraat 166-168 6

Haarlemmermeerstraat 167-171 / Legmeerstraat 82-84

11331

Haarlemmermeerstraat 167 en Legmeerstraat 84 voorzien van schijnkap

CHV 032

15

Ja

C 19-032 02 2021

7

Gemeente Amsterdam

Hoofddorpplein 2-14 / Legmeerstraat

10010

83-89 / Hoofddorpweg 10-32

Hoofddorpplein 4-12 en

Ja

Hoofddorpweg 10-30 voorzien van schijnkap

8

Hoofddorpweg 1-27 / Leimuidenstraat

10080

Ja, behalve hoekbebouwing

Ja

10077

Ja, behalve hoekbebouwing

Ja, behalve bij

1-9 9

Hoofddorpplein 1-17 / Leimuidenstraat 4-8/ Aalsmeerweg 1-

Leimuidenstraat 8

9 10

Hoofddorpplein 33-41

10047

/Heemstedestraat 1-3 11

Hoofddorpplein 21-31 / Aalsmeerweg

Heemstedestraat 1-3 voorzien van

Ja

schijnkap 10045

4-44

Hoofddorpplein 21-27 en

Ja

Aalsmeerweg 4-44 voorzien van schijnkap

12

Aalsmeerweg 11-17

10076

Ja

Ja

13

Aalsmeerweg 19-49

10075

Ja

Ja

14

Aalsmeerweg 46-50 / Rietwijkerstraat

10046

Ja, behalve hoekbebouwing

Ja

10074

Ja, behalve hoekbebouwing

Ja

10092

Ja, behalve hoekbebouwing

Ja

10067

Ja, behalve hoekbebouwing

Ja

10052

Stolwijkstraat 58-62 voorzien van

Ja

34-36 / Stolwijkstraat 63-65 15

Aalsmeerweg 51-55 / Rietwijkerstraat 28-32

16

Aalsmeerweg 57-59 / Rietwijkerstraat 29-35 / Woubruggestraat 2-4

17

Aalsmeerweg 52-56 / Rietwijkerstraat 39

18

Stolwijkstraat 58-64 / Rietwijkerstraat 40-42

19

Aalsmeerweg 58-74

schijnkap 10066

Aalsmeerweg 58-70 voorzien van

Ja

schijnkap 20

Aalsmeerweg 61-75 /

10090

Sassenheimstraat 42-52

Aalsmeerweg 61-75 en

Ja

Sassenheimstraat 42-46 voorzien van schijnkap

21

22

Aalsmeerweg 79-83 /

10096

Sassenheimstraat 3-39 en

Sassenheimstraat 1-39 /

Rijnsburgstraat 72 voorzien van

Rijnburgstraat 70-72

schijnkap

Rietwijkerstraat 23-27 / Woubruggestraat 3-5

10089

Rietwijkerstraat 23-27 en Woubruggestraat 3 voorzien van schijnkap

CHV 032

16

Ja

Ja

C 19-032 02 2021

Gemeente Amsterdam

1.3.5

Zone A

Van de regeling in het oude bestemmingsplan zijn niet alleen orde 1- en 2-panden uitgesloten, maar ook alle bebouwing die ligt in een stedenbouwkundige zone A, ongeacht of dit orde 1-, 2-, 3- of basisorde is. Aangezien de uitbouwmogelijkheden in de nieuwe regeling niet langer lineair zijn gekoppeld aan de voorwaarde dat bebouwing zich niet in een zone A bevindt, is tevens onderzocht of het uitbouwen van orde 3- en basisordepanden die zich in een zone A bevinden, zichtbaar is vanaf de openbare ruimte. Dit zou immers een aantasting van het straatbeeld betekenen, wat ongeacht de lagere architectonische orde van de bebouwing ongewenst is. Zoals beschreven door de CRK is zone A immers ‘te beschouwen als de dragende structuur van een hooggewaardeerd stadsgezicht. De bebouwing en/of het groen en/of het water zijn van uitzonderlijke kwaliteit en/of gaafheid en het gebied is gerealiseerd volgens een belangrijk stedenbouwkundig ontwerp of maakt deel uit van een bijzondere ruimtelijke structuur. Voor deze zone geldt een restauratieve aanpak van de ruimtelijke structuur en architectuur. Uitgangspunt is handhaving en indien nodig herstel van de kwaliteit van het oorspronkelijke stedenbouwkundig concept en de historische bebouwing.’

Afbeelding 4: Uitsnede van de Waarderingskaart architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit waarop alle orde 3(oranje) en basisordebebouwing (geel) van de Gordel ’20-’40 en stedenbouwkundige zones A (paars) staan aangegeven in het plangebied (zwarte contour).

CHV 032

17

C 19-032 02 2021

Gemeente Amsterdam

Een groot deel van de bebouwing in het plangebied die ligt in een zone A, betreft orde 1- en 2-bebouwing die in de voorgaande paragraven al is onderzocht en beschreven. Verder betreft het orde 3- en basisbebouwing aan de Westlandgracht, in het noordelijk deel van de Warmondstraat en in het westelijk deel van de Heemstedestraat. Dit betreft het deel van de buurt dat is gerealiseerd onder Cornelis van Eesteren, waarbij de architectuur in vergelijking met de rest van de buurt zeer terughoudend is en meer aandacht uitging naar de openbare ruimte. Hierdoor is er in deze straten geen sprake van een variëteit aan kapvormen, setbacks en architectonische verbijzonderingen die voor doorkijkjes zorgen en zicht bieden op mogelijke uitbouwen. Daar komt bij dat al deze straten hoofdwegen zijn in de buurt, waardoor de bebouwing hier wegens de voor de Gordel ’20-’40 kenmerkende hiërarchie hoger is dan in de buurtstraten. Dit heeft als gevolg dat mogelijke uitbouwen vanaf deze straten geheel aan het oog worden onttrokken. Het uitbreiden van de regeling naar orde 3- en basisordepanden in een stedenbouwkundige zone A leidt kort gezegd dus niet tot een onevenredige aantasting van de cultuurhistorische waarden in dit gebied.

CHV 032

18

C 19-032 02 2021

1.4

Gemeente Amsterdam

Advies ophogingen Jacob Maris- en Schinkelbuurt

In het nieuwe bestemmingsplan wordt in beginsel de bestaande bouwhoogte vastgelegd. In het noordelijk deel van de Schinkelbuurt en in de Jacob Marisbuurt (Sloterkade en de daarachter gelegen straten) staat echter een aantal panden dat qua bouwhoogte afwijkt van de rest van de bebouwing. SD Zuid heeft M&A verzocht of hier, al dan niet onder voorwaarden, een hogere bouwhoogte kan worden toegestaan. Dit zou alleen kunnen indien: 

een hogere bouwhoogte op een stedenbouwkundig verantwoorde en ruimtelijk aanvaardbare manier is in te passen;

de cultuurhistorische waarde van het pand en de straat niet wordt aangetast.

SD Zuid heeft een inventarisatie gemaakt van panden en bouweenheden waar zij een hogere bouwhoogte stedenbouwkundig gezien denkbaar acht en waar het vaststellen van een hogere bouwhoogte op het eerste gezicht ruimtelijk gezien aanvaardbaar lijkt. Deze lijst is voorgelegd aan M&A, die per pand of bouweenheid heeft beoordeeld of de voorgestelde ophoging de cultuurhistorische waarde aantast. De betreffende panden en bouweenheden zijn genummerd op onderstaande kaart.

Afbeelding 5: Uitsnede van de Waarderingskaart architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit met daarop de genummerde panden en bouweenheden die ter beoordeling aan M&A zijn voorgelegd.

CHV 032

19

C 19-032 02 2021

Gemeente Amsterdam

1.4.1

Beoordelingscriteria

Op de waarderingskaarten wordt de architectonische kwaliteit van de bebouwing in een opklimmende waardering aangegeven met basisorde, orde 3, orde 2 en orde 1. In de waarderingskaarten is bovendien aandacht voor architectuureenheden, accenten en symmetrische bebouwing. Beide aspecten worden bij de beoordeling van de voorgestelde verhogingen gebruikt als criteria. Omdat het niet alleen om het individuele gebouw, maar ook om stedenbouwkundige samenhang gaat, is aan de stedenbouw een waardering gegeven die oploopt van basiszone naar zone C, zone B en zone A. Door de combinatie van deze twee waarderingssystemen kan genuanceerd naar een bepaalde bebouwing worden gekeken. Architectuur met een lage waardering in een stedenbouwkundig hoogwaardig gebied vraagt om een zorgvuldiger beoordeling dan in een stedenbouwkundig laag gewaardeerd gebied: ordes en zones versterken elkaar of geven nuancering. Dat betekent in praktijk dat bijvoorbeeld een pand met een orde 3 als een orde 2 beschouwd kan worden, door de meerwaarde die een hoge zone waardering geeft. Op basis hiervan zijn onderstaande adviezen tot stand gekomen. 1.4.2

Advies M&A

Hieronder staat per nummer aangegeven welke goot- en bouwhoogte SD Zuid stedenbouwkundig gezien denkbaar acht op deze locaties, gevolgd door het advies en motivatie van M&A. 1. Verhogen kopse kant blok mogelijk tot goot 9 / nok 12m Basisorde + stedenbouwkundige zone B: verhogen is niet uitgesloten. Behoud van het oorspronkelijke pand geniet echter de voorkeur, aangezien ook panden met een lage ordewaardering belangrijk zijn voor de afleesbaarheid van de historische gelaagdheid. De lagere bouwhoogtes van de woningen in de Jacob Marisbuurt zijn een belangrijk kenmerk van de pre-stedelijke bebouwing uit de tijd dat dit gebied nog behoorde tot de gemeente Sloten en vormen een interessant contrast met de later gerealiseerde Hoofddorppleinbuurt.

CHV 032

20

C 19-032 02 2021

Gemeente Amsterdam

2. Verhogen tot goot 9 / nok 12m Hier bevindt zich een aantal panden met verschillende architectuurwaarderingen (‘nader te bepalen’, basisorde en orde 3). De Sloterkade is als stedenbouwkundig zone B gewaardeerd. Basisorde of ‘nader te bepalen’ + stedenbouwkundige zone B: verhogen panden mogelijk, als er geen cultuurhistorische waarden aanwezig zijn. Deze panden zijn echter onderdeel van een cultuurhistorisch ensemble dat de geschiedenis van de Sloterkade afleesbaar houdt en bijdraagt aan de historische gelaagdheid van de locatie. Veel bebouwing in deze rij is immers afkomstig uit de tijd dat dit gebied nog bij de gemeente Sloten hoorde en vormt derhalve een tastbare herinnering aan de prestedelijke bedrijvigheid rondom de overtoom (zie: hoofdstuk 3.1). Aangezien de panden conform de Slotense bouwverordening niet hoger mochten zijn dan 15 meter en er geen duidelijke rooilijn werd gehanteerd, geeft de rij panden een ietwat rommelige aanblik die echter karakteristiek is voor deze plek. De diversiteit in kapvormen draagt daar aan bij. Het verhogen of al dan herbouwen van deze rij panden wist deze historische gelaagdheid en daarmee een stukje prestedelijke historie uit dat op nog maar weinig plekken in Amsterdam zichtbaar is. Hoewel de architectuur van de bebouwing een lage waardering kent, adviseert M&A in dit geval dan ook om hier geen verhogingen mogelijk te maken.

Afbeelding 6 (boven): Oude foto van de rij panden aan de Sloterkade (nr. 41-57), vermoedelijk gemaakt in de jaren ’40-’50 waarop de pre-stedelijke bebouwing nog grotendeels in tact is. Een deel van de panden rechts is nu niet meer aanwezig. Uit SAA, OSIM00003005921.

CHV 032

21

C 19-032 02 2021

Gemeente Amsterdam

Orde 3 + stedenbouwkundige zone B: panden met een orde 3 kunnen als een orde 2 beschouwd worden door de meerwaarde die de zone B-waardering geeft. Voor een orde 2-pand geldt als uitgangspunt voor de aanpak van gevels en kap grenzend aan openbaar gebied het handhaven en herstellen van de oorspronkelijke elementen in vorm, maat, materiaal, detaillering, verhouding en kleur. In geval van storende verminkingen de oorspronkelijke bouwmassa reconstrueren. Dit betekent dat het verhogen van het pand (of sloop/nieuwbouw) een aantasting van de waardering van het pand/ de stedenbouwkundige zone is.

3. Ophogen tot 7 m (grijs pand) Orde 3 + stedenbouwkundige zone B: panden met een orde 3 kunnen als een orde 2 beschouwd worden door de meerwaarde die de zone B-waardering geeft. Voor een orde 2-pand geldt als uitgangspunt voor de aanpak van gevels en kap grenzend aan openbaar gebied het handhaven en herstellen van de oorspronkelijke elementen in vorm, maat, materiaal, detaillering, verhouding en kleur. In geval van storende verminkingen de oorspronkelijke bouwmassa reconstrueren. Dit betekent dat het verhogen van het pand (of sloop/nieuwbouw) een aantasting van de waardering van het pand/ de stedenbouwkundige zone is. In dit geval wordt echter specifiek naar deze locatie gekeken en is het verhogen van het pand niet uitgesloten.

CHV 032

22

C 19-032 02 2021

Gemeente Amsterdam

4. Verhogen mogelijk tot nok 12m, setback (3 m vanaf achtergevel) tot 9m Nieuw pand + stedenbouwkundige zone C: verhogen panden is mogelijk. Op de voorlopige (nog niet vastgestelde) Waarderingskaart architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit 1970-1985 heeft deze bouweenheid een orde 3 toegekend gekregen. Aangezien het zich in een relatief laag gewaardeerde stedenbouwkundige zone bevindt, is een mogelijke verhoging niet uitgesloten.

5. Verhogen mogelijk tot goot 9 / nok 12m Orde 3 + stedenbouwkundige zone B: panden met een orde 3 kunnen als een orde 2 beschouwd worden door de meerwaarde die de zone B-waardering geeft. Voor een orde 2-pand geldt als uitgangspunt voor de aanpak van gevels en kap grenzend aan openbaar gebied het handhaven en herstellen van de oorspronkelijke elementen in vorm, maat, materiaal, detaillering, verhouding en kleur. In geval van storende verminkingen de oorspronkelijke bouwmassa reconstrueren. Dit betekent dat het verhogen van het pand (of sloop/nieuwbouw) een aantasting van de waardering van het pand/ de stedenbouwkundige zone is.

CHV 032

23

C 19-032 02 2021

Gemeente Amsterdam

6. Verhogen tot goot 12 / nok 16,5 m en rooilijn aansluitend bij naastgelegen panden Orde 3 + stedenbouwkundige zone B: panden met een orde 3 kunnen als een orde 2 beschouwd worden, door de meerwaarde die de zone B-waardering geeft. Voor een orde 2-pand geldt als uitgangspunt voor de aanpak van gevels en kap grenzend aan openbaar gebied het handhaven en herstellen van de oorspronkelijke elementen in vorm, maat, materiaal, detaillering, verhouding en kleur. In geval van storende verminkingen de oorspronkelijke bouwmassa reconstrueren. Dit betekent dat het verhogen van het pand (of sloop/nieuwbouw) een aantasting van de waardering van het pand/ de stedenbouwkundige zone is.

7. Ophogen tot 3K: goot 9/nok 12,5m Basisorde + stedenbouwkundige zone C: verhogen pand is niet uitgesloten. Bij het verhogen van dit pand zou echter wel de cultuurhistorische waarde ervan verloren gaan. Het gaat hier namelijk om één van de weinige nog aanwezige woningen in de Schinkelbuurt die zijn gebouwd toen dit gebied bij de gemeente Nieuwer-Amstel hoorde en daarmee herinnert aan de pre-stedelijke geschiedenis van deze plek. De woningen die hier werden gebouwd, hadden een aanzienlijk lagere bouwhoogte dan de woonblokken die later onder de gemeente Amsterdam zijn gerealiseerd (zie: hoofdstuk 3.1). Het ophogen of al dan niet herbouwen van dit pand wist deze historische gelaagdheid uit. Hoewel de architectuur van de bebouwing een lage waardering kent, adviseert M&A dan ook om geen verhogingen mogelijk te maken bij dit pand.

CHV 032

24

C 19-032 02 2021

Gemeente Amsterdam

8. Ophogen tot 3K: goot 9/nok 12,5 Basisorde + stedenbouwkundige zone C = verhogen pand is niet uitgesloten.

9. Westelijk deel van het gebouw ophogen tot 4 bouwlagen (13 m); eventueel bovenop de vierde laag een kapverdieping met setback toevoegen Dit complex heeft nog geen waardering op ordekaart. Onderzoek in het kader van de nieuwe Waarderingskaart architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit 1970-1985 toont dat dit een waardevol, orde 2-waardig, complex betreft. Vanwege de hoge waardering adviseert M&A dan om hier geen verhogingen mogelijk te maken.

CHV 032

25

C 19-032 02 2021

Gemeente Amsterdam

10. Ophogen tot 4K: goot 13 / nok 16m Basisorde + stedenbouwkundig zone C: verhogen pand is niet uitgesloten.

11. Tussenstuk ophogen tot 16 m Nieuw pand + stedenbouwkundige zone C: verhogen panden is mogelijk.

CHV 032

26

C 19-032 02 2021

Gemeente Amsterdam

12. Evt. ophogen tot goot 12 / nok 16 m aansluitend bij naastgelegen panden Basisorde + stedenbouwkundige zone C: verhogen pand is niet uitgesloten. Deze woning (rechterfoto) fungeerde als dienstwoning voor de oude paardentramremise van de Amsterdamse Omnibus Maatschappij en is net als dit complex gebouwd in 1884 – toen dit gebied nog behoorde tot de gemeente Nieuwer-Amstel (zie: hoofdstuk 3.1). Ophoging of al dan niet herbouw van het pand zal de cultuurhistorie aantasten. Hoewel de architectuur van de bebouwing een lage waardering kent, adviseert M&A dan ook om geen verhogingen mogelijk te maken bij dit pand.

13. Ophogen mogelijk tot 3 K (ivm. extra hoge verdiepingen): goot 12 / nok 16 m; nokrichting parallel aan straat Orde 3 + stedenbouwkundig zone B: panden met een orde 3 kunnen als een orde 2 beschouwd worden door de meerwaarde die de zone B-waardering geeft. Voor een orde 2-pand geldt als uitgangspunt voor de aanpak van gevels en kap grenzend aan openbaar gebied het handhaven en herstellen van de oorspronkelijke elementen in vorm, maat, materiaal, detaillering, verhouding en kleur. In geval van storende verminkingen de oorspronkelijke bouwmassa reconstrueren. Dit betekent dat het verhogen van het pand (of sloop/nieuwbouw) een aantasting van de waardering van het pand en en de stedenbouwkundige zone is.

CHV 032

27

C 19-032 02 2021

Gemeente Amsterdam

14. Ophogen mogelijk tot 4 K: goot 13 / nok 16m, nokrichting parallel aan straat Orde 3 + stedenbouwkundig zone C: verhogen panden is niet uitgesloten.

15. Ophogen mogelijk tot 4 K: goot 13 / nok 16m, alleen als geheel – afdwingbaar? Orde 3 + stedenbouwkundige zone B: panden met een orde 3 kunnen als een orde 2 beschouwd worden, door de meerwaarde die de zone B-waardering geeft. Voor een orde 2-pand geldt als uitgangspunt voor de aanpak van gevels en kap grenzend aan openbaar gebied het handhaven en herstellen van de oorspronkelijke elementen in vorm, maat, materiaal, detaillering, verhouding en kleur. In geval van storende verminkingen de oorspronkelijke bouwmassa reconstrueren. Dit betekent dat het verhogen van het pand (of sloop/nieuwbouw) een aantasting van de waardering van het pand/ de stedenbouwkundige zone is.

CHV 032

28

C 19-032 02 2021

Gemeente Amsterdam

16. Ophogen tot 3K: goot 9/nok 12,5m mits rooilijn terug leggen aansluitend bij naastgelegen panden. Basisorde + stedenbouwkundig zone C:verhogen pand is niet uitgesloten. Dit betreft echter een in 1899 gerealiseerd machine- en ketelgebouw dat hoorde bij een fabrieksterrein dat zich aan deze straat bevond. De fabriek is later vervangen door woningen. Het ketelhuis heeft daarna diverse bestemmingen gehad waarvoor het wat veranderingen heeft ondergaan, waaronder de verwijdering van de oude schoorsteen en een ophoging. Toch is het oorspronkelijk ontwerp nog herkenbaar en is de karakteristieke naar voren gelegen rooilijn zichtbaar in het straatbeeld. Hoewel de architectuur van de bebouwing een lage waardering kent, adviseert M&A dan ook om vanuit cultuurhistorisch oogpunt geen verdere verhogingen mogelijk te maken bij dit pand en de naar voren gelegen rooilijn te handhaven.

Afbeelding 7: Bouwtekening van een machine- en ketelgebouw aan de Derde Schinkelstraat met stoomschoorsteen. aanzichten, plattegronden, funderingsplan, doorsnede. Uit: SAA, Archief van de Dienst Bouw- en Woningtoezicht: bouwtekeningen, 5221BT903297, 1899.

CHV 032

29

C 19-032 02 2021

Gemeente Amsterdam

1.4.3

Vragen aan M&A

Ter aanvulling op bovenstaand onderzoek is M&A verzocht antwoord te geven op onderstaande vragen. 1. Welke consequenties heeft het toevoegen van bouwlagen of het slopen en nieuw bouwen tot de voorgestelde goot- en bouwhoogte voor de cultuurhistorie waarde van deze panden? In hoeverre doet dit afbreuk aan de orde-waardering of kan het juist de orde-waardering versterken? Reactie M&A Sloop/nieuwbouw heeft altijd negatieve consequenties voor de cultuurhistorische waarde van de panden want dan bestaan de panden immers niet meer. Het toevoegen van bouwlagen heeft ook vaak negatieve consequenties voor de cultuurhistorische waarde van de panden. De achterliggende reden is vaak het winnen van ruimte en niet de versterking van de aanwezige cultuurhistorische waarden. Bovendien is bij een aantal van de bovengenoemde panden de bouwhoogte een belangrijk historisch kenmerk uit de tijd waarin het is gebouwd, waarbij in geval van ophoging de historische gelaagdheid van een gebied wordt uitgewist. 2. Welke voorwaarden kunnen er gesteld worden om te voorkomen dat het toevoegen van bouwlagen afbreuk doet aan de orde-waardering? Reactie M&A De voorwaarde dat de oorspronkelijke panden niet gesloopt worden, kan voorkomen dat het toevoegen van bouwlagen (onomkeerbare) afbreuk doet aan de orde-waardering. Voor alle historische panden, ook al hebben ze een basiswaarde, geldt dat sloop ongewenst is.

Vraag van M&A: Hoe verhoudt het wens om in een deel van het plangebied een hogere bouwhoogte toe te staan met de bestuursopdracht ‘Aanpak bouwdynamiek’ (d.d. 29 mei 2019)? De stukken zijn te vinden via (agendapunt 18): https://amsterdam.raadsinformatie.nl/vergadering/558739/Raadscommissie%20Ruimtelijke%20ordenin g%2011-09-2019

CHV 032

30

C 19-032 02 2021

2

Gemeente Amsterdam

Beleidskader

Naar aanleiding van de Modernisering van de Monumentenwet en de wijziging van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, d.d.17 juni 2011, staatsblad 5 juli 2011, nr 339) dient per 1 januari 2012 bij het maken van bestemmingsplannen een beschrijving te worden opgenomen “van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden”. In de toelichting van de Bro staat dat dit betekent dat gemeenten een analyse moeten verrichten van de cultuurhistorische waarden en daar conclusies aan verbinden die in een bestemmingsplan verankerd worden. Dit vermindert de noodzaak tot het aanwijzen van nieuwe beschermde monumenten omdat aan het belang van de cultuurhistorie dan waarde wordt toegekend via het proces van de ruimtelijke ordening. Voor Amsterdam komt het verankeren van de cultuurhistorie in het proces van ruimtelijke ordening en transformatieopgaven ook aan bod in de Beleidsnota ‘Ruimte voor Geschiedenis’ (vastgesteld 13 april 2005), ‘Spiegel van de Stad, visie op het erfgoed van Amsterdam’ (vastgesteld 14 november 2011) en in ‘Erfgoed voor de stad, agenda voor het erfgoed in een groeiend Amsterdam’ (vastgesteld 5 juli 2016) .

De Informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie van de provincie Noord-Holland is een geografische uitwerking van de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (besluit d.d.21 juni 2010). De kaart geeft in zijn algemeenheid informatie over landschapstypen, aardkundige waarden, cultuurhistorische objecten/monumenten, archeologische verwachtingen en structuurdragers als militaire structuren en historische dijken. Deze informatiekaart is voor wat betreft bovengrondse cultuurhistorische waarden vooral gericht op gemeenteoverschrijdende zaken. Het is daarom niet gericht op de specifiek Amsterdamse waarden, en het geeft daar dan doorgaans ook geen beeld van – hetgeen niet wil zeggen dat er geen waarden zijn.

CHV 032

31

C 19-032 02 2021

Gemeente Amsterdam

3

Historisch stedenbouwkundige analyse

3.1

Ontwikkelingsgeschiedenis

Het plangebied bevindt zich van oorsprong op het grondgebied van twee gemeenten. De Hoofddorppleinbuurt ligt aan de westzijde van de Schinkel in de voormalige Sloterpolder, op grondgebied van de oude gemeente Sloten. De Schinkelbuurt bevindt zich aan de oostzijde van de Schinkel in de voormalige Binnendijkse Buitenveldersche Polder van de voormalige gemeente NieuwerAmstel. 3.1.1

Middeleeuwen - 1800: de Dubbele Buurt en overtoom

Schinkel en overtoom De Schinkel was naast een grens tussen twee gemeentes een belangrijke vaarroute voor Amsterdam en de buitengebieden. De in de vijftiende eeuw aangelegde Kostverlorenvaart voorzag in een verbinding met het IJ. In 1515 werd in het water een overtoom aangelegd: een houten helling waarmee schepen over de sluis tussen de Schinkel en de Kostverlorenvaart konden worden getrokken. Dit leidde tot veel bedrijvigheid en rondom de overtoom ontstond dan ook de eerste bebouwing. Aan de westzijde van de Schinkel was dit in de vorm van dijkwoningen parallel aan de Schinkel, ter hoogte van de huidige Sloterkade. De bebouwing die hier ontstond, werd de Overtoomse Buurt genoemd. Aan deze zijde bevond zich ook een ‘kleine overtoom’: de overhaal tussen de Kostverlorenvaart en de Slotervaart die werd benut door de schuiten van de warmoezeniers die in de groentuinen of op de boerderijen in de achterliggende Sloterpolder moesten zijn. Ook hier, gelegen tussen de Slotervaart en Sloterkade, lag een buurtje. Dit werd door de ligging tussen de verschillende waterwegen ‘’t Eilandje’ genoemd. De weg die we tegenwoordig aanduiden als Overtoom is overigens vernoemd naar de Overtoomse Vaart, een in 1904 gedempte waterweg die van Amsterdam naar de overtoom in de Schinkel liep. Deze bevindt zich ten noorden van het plangebied en maakt hier dan ook geen deel van uit.

Herbergen en uitspanningen De Amstelveenseweg begrenst het plangebied aan de oostzijde en was in de middeleeuwen een weg in het Amsterdamse buitengebied die begon bij de overtoom. Op deze plek lag ook een houten brug over de sluis die de Amstelveenseweg verbond met Sloterkade (ter hoogte van de huidige Andreas Schelfhoutstraat). Het gebied aan de oostzijde van de Schinkel, tussen de Schinkel en het noordelijkste deel van de Amstelveenseweg, raakte vanaf de Middeleeuwen bebouwd. Hier ontstond een volksbuurtje dat bekend kwam te staan als de Dubbele Buurt. Dat het een levendige buurt moet zijn geweest, blijkt wel uit het feit dat aan de Amstelveenseweg in 1681 minstens tien tapperijen en herbergen te vinden waren. Ook aan de Sloterzijde van de Schinkel waren veel uitspanningen te vinden. Tegenwoordig staat van al deze herbergen slechts het gebouw van De Bonte Os aan de Sloterkade uit 1634 nog overeind. Aangezien dit lange tijd het beginpunt van de trekschuit naar Aalsmeer was, staat het gebouw ook wel bekend als het Aalsmeerder Veerhuis. Zowel van de Dubbele als de Overtoomse Buurt is tegenwoordig niet veel meer over. Zo heeft ‘’t Eilandje’ in de jaren twintig plaats moeten maken voor de aanleg van het CHV 032

32

C 19-032 02 2021

Gemeente Amsterdam

Surinameplein en de Dubbele Buurt werd in de jaren dertig grotendeels afgebroken ten gunste van de verbreding van de Schinkel en de Amstelveenseweg.

Afbeelding 7: Detail van een afbeelding uit de Atlas van het Hoogheemraadschap van Rijnland met daarop het kruispunt van de Slotervaart, Schinkel, Kostverlorenvaart en Overtoomse Vaart. De Amstelveenseweg begint bij de Overtoom en loopt verder richting het zuiden. Aan de westzijde van de Schinkel ligt de Overtoomse Buurt. Tussen de oostzijde van de Schinkel en de Amstelveenseweg ligt de Dubbele Buurt. Uit SAA, KABA00003000006, ca. 1610-1615.

Afbeelding 8: Het Aalsmeerder Veerhuis aan de Sloterkade. Uit SAA, ANP, 012000002240, 1939.

CHV 032

33

C 19-032 02 2021

Gemeente Amsterdam

Afbeelding 9: Gezicht op de overtoom. Links de Overtoomseweg en daarachter het begin van de Amstelveenseweg en de Dubbele Buurt. In het midden de overhaal tussen de Kostverlorenvaart en de Schinkel, rechts de Sloterkade met rechtsvooraan de overhaal naar de Slotervaart. Uit SAA, 010094008234, Abraham Rademaker & Leonardus Schenk, ca. 1720 ca. t/m 1765.

Afbeelding 10: Gezicht op de Dubbele Buurt en Sloterkade in zuidelijke richting. Onderaan de Kostverlorenvaart, boven – aan de andere zijde van de sluis - begint de Schinkel. Geheel links vooraan ligt de Overtoom. Aan de linkerzijde van Sunlight loopt de Amstelveenseweg met trambaan. Tussen de Amstelveenseweg en de Schinkel ligt de Dubbele Buurt. De houten brug over de sluis verbindt het begin van de Amstelveenseweg met de Sloterkade en gaat over in de Andreas Schelfhoutstraat. Rechts op de voorgrond de Overtoomse Buurt. Uit SAA, BMAB00012000034_003, 1926.

CHV 032

34

C 19-032 02 2021

Gemeente Amsterdam

3.1.2

1800 - 1896: vermaaksarchitectuur en woningbouw in Nieuwer-Amstel

Amsterdam breidt uit In de tweede helft van de negentiende eeuw groeide de Amsterdamse economie. De opkomst van industrieën en de toename van bedrijvigheid in het havengebied bracht veel werkgelegenheid met zich mee. Daarmee werd de vraag naar woningen groter. Na het slechten van de vestingmuren breidde de stad zich dan ook op ongestructureerde wijze uit. De schaal waarop deze ontwikkelingen plaatsvonden, maakte voor het eerst sinds de aanleg van de grachtengordel een nieuw uitbreidingsplan noodzakelijk. Om hierin te voorzien, stelde stadsingenieur Van Niftrik in 1866 een uitbreidingsplan op dat in 1876 werd herzien door de directeur van Publieke Werken, J. Kalff. Hierin werd de bestaande slotenverkaveling bepalend voor de oriëntatie van de bebouwing, wat kenmerkend is voor de 19e-eeuwse Ring. De huidige Schinkelbuurt rekenen we hier ook toe, maar doordat het gebied tot 1896 binnen de gemeentegrenzen van Nieuwer-Amstel viel, kwam het niet voor in deze plannen.

Afbeelding 11: Uitbreidingsplan door J. Kalff. Het plangebied staat hier niet op omdat het buiten de gemeentegrenzen lag. Uit SAA, B00000007268, 1875.

Uitzicht op een nieuw stadspark De snelle groei van de stad had ook invloed op het plangebied. In de Schinkel nam de bedrijvigheid in de negentiende eeuw toe. De oude overtoom was al in 1808 vervangen door een modernere sluis met brug, waardoor er ruimte was voor meer schepen en het een komen en gaan was van warmoezeniers. De Dubbele Buurt groeide uit tot een drukke volksbuurt met dicht op elkaar staande winkels en woonhuizen (zie: afbeelding 10). Hadden de bewoners hier aanvankelijk nog uitzicht op de uitgestrekte Binnendijkse Buitenveldersche polder, vanaf de jaren 1870 keken zij uit op een gloednieuw stadspark. In 1877 was immers het Vondelpark voltooid, dat zich vanaf het Leidse Bosje uitstrekte tot aan de Amstelveenseweg. Veel gegoede Amsterdammers zagen het wel zitten om bij dit park te gaan wonen. Het lagere belastingtarief van de gemeente Nieuwer-Amstel was bovendien mooi meegenomen. Hierdoor verrezen er ten noorden en ten zuiden van het park nieuwe zijstraten met luxe villa’s en woonblokken. Ook aan de Amstelveenseweg ontstond in negentiende eeuw meer stedelijke bebouwing. CHV 032

35

C 19-032 02 2021

Gemeente Amsterdam

Plezier- en vermaaksarchitectuur bij het Vondelpark De aanwezigheid van het nieuwe park beïnvloedde het aanzien van de Amstelveenseweg. In de laatste drie decennia van de negentiende eeuw verscheen hier veel plezier- en vermaaksarchitectuur. Zo was tegenover de ingang van het park het Boomschorshuisje te vinden, een melksalon met metselwerk waardoor het huis van boomschors leek te zijn gemaakt, en lag op de plek van het huidige plantsoentje het in die tijd immens populaire café Schinkelhaven, een uitspanning in chaletstijl met pleziertuin en een brede sloot – de ‘haven’ – waarin bootjes lagen. Beide gebouwen staan echter niet meer overeind. Café Schinkelhaven werd in 1954 gesloopt, nadat de insteekhaven al in 1946 was gedempt. Op deze plek bevindt zich nu een plantsoen. Het Boomschorshuisje is in 1998 gesloopt om plaats te maken voor een appartementencomplex. De bijzondere gevel is bewaard gebleven, maar wacht al twintig jaar op een nieuwe bestemming. Een opvallend gebouw en tevens Rijksmonument dat nog wél aan de Amstelveenseweg is te vinden, is de oude paardentramremise van de Amsterdamse Omnibus Maatschappij. Het werd in 1884 gebouwd naar een ontwerp van de architecten G.B. en A. Salm vlakbij het eindpunt van de paardentramlijn Leidseplein – Amstelveenseweg.

Het T-vormige complex, met de hoofdingang aan de Amstelveenseweg en zijingangen aan de Eerste Schinkelstraat en de Schinkelhavenstraat, bestond uit een rijtuigenstalling, paardenstallen, een smederij en een dienstwoning rondom een binnenplaats. De Salms hebben zich voor de uitbundig gedecoreerde voorgevel in eclectische stijl aan de Amstelveenseweg laten inspireren door Russische voorbeelden, een land waarmee zij intensieve contacten onderhielden. De eveneens in eclectische stijl opgetrokken gevels in de zijstraten hebben een soberder karakter. In 1904 werd de paardentramlijn vervangen door de elektrische tramlijn 1 en verloor de remise zijn functie, waarna het als garage werd gebruikt. Tegenwoordig huist er het uit de kraakbeweging voortgekomen cultureel complex De Binnenpret.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13455802/1