CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 25 Ruimtelijke Ordening (23) 8. Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 14

RAAD 8 november 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 VN2023-01995340.666 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Gemeente Amsterdam

blz. 52

Afbeelding: In het plangebied onderzochte varianten van bouwblokken aan winkelstraten.

Voorbeeld-blok 5: Bouwblok Legmeerstraat / Hoofddorpweg in de Hoofddorppleinbuurt Dit is een bouwblok met op begane grond winkels aan het Hoofddorpplein (links) en de Hoofddorpweg (onder) en woningen aan de woon- en doorgaande straten Legmeerstraat (boven) en Sloterkade (rechts). Bij de gebouwen aan de hoofdwinkelstraten (Hoofddorpplein en Hoofddorpweg) zijn aan- en uitbouwen tot 4m diepte toegestaan. Bij de gebouwen aan de overige kanten, langs woon- en doorgaande straten, zijn aan- en uitbouwen beperkt tot 2,5 m diepte. De in in dit voorbeeld onderzochte situatie en de hierbij gemaakte keuze voor de binnentuinenregeling in dit bestemmingsplankeuze met de daarbij behorende onderbouwing, geldt voor de volgende bouwblokken in het plangebied: 21 + 23 (zuid), 31 + 32 (noord) en 47. Voorbeeld-blok 6: Bouwblok Zeilstraat / Vaartstraat in de Schinkelbuurt Dit is een bouwblok met op begane grond winkels aan de Zeilstraat (boven) en de Amstelveenseweg (rechts) en woningen met keukenuitbouwen aan de Vaartstraat (onder) en de Baarsstraat (links). Bij de gebouwen aan de hoofdwinkelstraten (Zeilstraat en Amstelveenseweg) zijn aan- en uitbouwen tot 4m diepte toegestaan. Bij de gebouwen aan de overige kanten, langs woon- en doorgaande straten, zijn aan- en uitbouwen beperkt tot 2,5 m diepte.

De in dit voorbeeld onderzochte situatie en de hierbij gemaakte keuze voor de binnentuinenregeling in dit bestemmingsplankeuze met de daarbij behorende onderbouwing, geldt voor de volgende bouwblokken in het plangebied: 45 (west), 46 en 48 t/m 49. Dit leidt ertoe dat in de binnentuinen achter de hoofdwinkelstraten het vergunningsvrij bouwen van aanen uitbouwen is beperkt tot 4 meter achter de oorspronkelijke achtergevel. Dit deel van de tuin heeft op de verbeelding de enkelbestemming 'Tuin' gekregen en mag op grond van de regels voor 100% worden bebouwd. Het deel van de tuin dat dieper ligt dan 4 meter uit de oorspronkelijke achtergevel heeft op de verbeelding de dubbelbestemming 'Waarde landschap -1' gekregen. De regeling voor die delen van de tuin is gelijk aan de regeling zoals die geldt voor de tuinen achter de woon- en doorgaande straten.

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 53

3. Afwijkende regeling hoekbebouwing Woon- en doorgaande straten Aan de hand van voorgaande voorbeeldblokken zijn per bouwblok de gemaakte keuzes belicht voor de binnentuinenregeling. De daarin gemaakte keuzes zijn van toepassing voor de lange en korte zijden van de bouwblokken. Door voor deze tuinen te regelen dat voor alle tuinen in dezelfde straatwand dezelfde regeling van toepassing is, wordt in deze tuinen in dezelfde mate bijgedragen aan de leefbaarheid (waaronder rust, groen/groenbeleving), het waterbergend vermogen, ecologie et cetera. Deze regeling biedt echter onvoldoende garantie dat de tuinen in de hoekpercelen in voldoende mate open kunnen worden gehouden. De tuinen op de hoekperclen zijn nagenoeg altijd kleiner dan de percelen op de lange en korte zijden van de bouwblokken en deze kleine tuinen wijken wat betreft vorm (sterk) af van die op de lange en korte zijden van van de bouwblokken. Deze laatste zijn veelal rechthoekig van vorm. De kleine(re) tuinen op de hoekpercelen hebben daarentegen in de regel een drieen soms veelhoekige vorm en in meerdere gevallen gaat het om situaties waarbij een of twee (en soms zelfs drie) achter elkaar gelegen tuintjes 'schuin' de hoek in lopen. In de afbeelding hieronder is de sterk afwijkende situatie voor de tuinen op de hoekpercelen aangegeven aan de hand van de uitsnede van twee voorbeeldblokken.

De hier bedoelde hoektuinen zijn hierop indicatief opgenomen met een groene kleur. Daarnaast is de werkelijke (kadstrale) perceelsindeling weergegeven.

Afbeelding: Indicatieve weergave van de kleine tuinen op de hoekpercelen

Op de afbeeldingen van de voorbeeldblokken in de paragrafen hierboven zijn de hoektuinen eveneens indicatief opgenomen met een groene kleur. Te samen geven de afbeeldingen aan dat de tuinen op de hoekpercelen zowel wat betreft grootte als vorm niet vergelijkbaar zijn met de tuinen langs de lange en korte zijden van bouwblokken. Tevens blijkt uit de diverse afbeeldingen dat er in het plangebied wat betreft grootte en vorm van de hoektuinen een zeer grote variatie aanwezig is. Er zijn nagenoeg geen situaties die een-op-een met elkaar te vergelijken zijn. De tuinen op de hoekpercelen liggen vaak geheel of voor een aanzienlijk deel (meer dan de helft) binnen de erfzone van 2,5 meter achter de achtergevel waarvoor in het bestemmingsplan is bepaald dat deze voor 100% mag worden bebouwd. Dat betekent dat, indien de regeling voor de lange en korte zijden van de bouwblokken ook hier zou worden toegepast, deze tuinen geen of in veel beperktere mate een bijdrage leveren aan het open houden van de binnentuinen. Het toepassen van de regeling voor de lange en korte zijden van de bouwblokken betekent bovendien dat in de hoektuinen meer bouwrechten zouden Gemeente Amsterdam

blz. 54

worden gecreëerd dan er in de huidige situatie bestaan. Nu kan in de hier bedoelde situaties slechts de helft van het achtererfgebied (per perceel) worden bebouwd. Dit wordt bepaald in het Besluit omgevingsrecht (Bor) dat bepaalt dat maximaal de helft van het bebouwingsgebied mag worden gebouwd. Het gegeven dat in de hoektuinen meer (zelfs tot 100%) mag worden gebouwd dan in de huidige situatie, en ook nog eens vergunningsvrij, is niet te rijmen met de beleidsuitgangspunten achter de regeling. Die uitgangspunten zijn immers gericht op het beperken van het vergunningsvrij bouwen in woonbuurten, ten gunste van (onder meer) het bevorderen het waterbergend vermogen, de ecologische waarde en de leefbaarheid (in de vorm van groen ingerichte, rustige binnentuinen). Ruimtelijk gezien zou het daarmee het meest wenselijk zijn om de hoektuinen, die vaak ook nog eens donker zijn vanwege hun ligging in een hoek, juist geheel onbebouwd te laten. Echter, Het bieden van beperkte bouwmogelijkheden ten dienst van het individuele woongenot (wooncomfort, ruimte voor gezinnen) is óók een van de uitgangspunten van dit bestemmingsplan. Daarom is voor de hoeken van de bouwblokken langs de woon- en doorgaande straten de keuze gemaakt om voor de bedoelde hoektuinen te bepalen dat zij voor maximaal 50% mogen worden bebouwd.

Met maximaal 50% bebouwing wordt aangesloten op de huidige regeling omtrent het vergunningsvrij bouwen uit het Bor. De koppeling van de bouwmogelijkheden in de hoeken van bouwblokken aan een maximumpercentage, leidt ertoe dat in vrijwel elke hoektuin minder mogelijkheid tot bebouwen wordt geboden dan bij een regel om in de hoektuinen tot maximaal 2,5 meter uit de oospronkelijke achtergevel te mogen aanbouwen. Vanwege de zeer grote variatie in zowel de grootte als de vorm van de betreffende hoektuinen, is per hoeklocatie gekeken op welke tuinen de regeling van toepassing hoort te zijn. De precieze keuze is per hoeksituatie opgenomen op de verbeelding van het bestemmingsplan, door de betreffende hoektuinen op te nemen met de dubbelbestemming 'Waarde landschap – 2'. Hoofdwinkelstraten In de tuinen achter de hoofdwinkelstraten bevinden zich op de hoeken van bouwblokken, net als in de tuinen achter de woon- en doorgaande straten, hoektuinen en -tuintjes die wat betreft grootte en vorm sterk afwijken van de tuinen achter de lange en korte zijden van de bouwblokken. Ook voor deze hoektuinen geldt dat zij vaak geheel of voor een aanzienlijk deel (meer dan de helft) binnen de erfzone van de in de hoofdwinkelstraten gehanteerde 4 meter liggen, en op grond daarvan voor 100% mogen worden bebouwd.

Hierboven is echter aangegeven dat in de bouwblokken langs winkelstraten niet alleen het ruimtelijk effect van aan- en uitbouwen van 4 meter diep beperkter is, maar dat veel winkelpanden in de winkelstraten reeds een uitbouw van vier meter of dieper hebben. Daarmee ligt het niet voor de hand om voor de hoekpercelen achter de hoofdwinkelstraten dezelfde regeling op te nemen als voor de hoekpercelen achter de woon- en doorgaande straten. Indien het te bebouwen deel op de betreffende hoektuinen zou worden beperkt tot 50%, zouden daarmee de geboden ruimere bouwmogelijkheden in de tuin (tot 4 meter diep) teniet worden gedaan. Door in de betreffende hoektuinen de bebouwingsmogelijkheden tot 100% in stand te houden, wordt bij alle winkellocaties tevens recht gedaan aan de achter de winkelpanden reeds bestaande grotere uitbouwen. Tenzij deze bestaande grotere uitbouwen reeds beschikken over een groen dak, dragen zij niet bij aan de doelstellingen om de tuinen zo klimaatbestendig mogelijk te maken. Echter, de bestemmingsplanregels schrijven voor dat alle nieuwe bijbehorende bouwwerken voorzien moeten zijn van de groen dak met een hemelwaterberging. Op grond daarvan zullen de daken van de uitbouwen bij winkels op termijn (op het moment van het venieuwen van een uitbouw) op termijn groener worden ingericht.

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 55

Overigens is het aantal straten dat is als hoofdwinkelstraat, vergeleken met het aantal woon- en doorgaande straten, relatief beperkt. Daarmee is ook het aantal hoeksituaties achter winkels beperkt. Van de naar schatting circa 200 hoeklocaties in het plangebied betreft het aantal hoeksituaties achter de hoofdwinkelstraten nog geen 10%.

Gehanteerde uitgangspunten De gemeente Amsterdam wil het bouwen van aan- en uitbouwen bij woningen en ondernemingen niet verbieden, maar hecht tegelijkertijd aan de belangen die spreken vóór het open en groen houden van de binnentuinen. Uit het voorgaande blijkt dat er in het plangebied meerdere belangen spelen als het gaat om bebouwing in de binnentuinen. Er is een uitbreidingswens van bewoners en ondernemers in de begane grond. Deze wens staat in bepaalde gevallen haaks op de andere belangen die worden gevormd door de belevingswaarde van de binnentuinen, het behoud van een stedenbouwkundig waardevolle verhouding tussen groen en bebouwing en het anticiperen op klimaatveranderingen door het waterbergend vermogen van de binnentuinen op peil te houden en het beperken van hittestress. Deze belangen zijn allemaal gediend bij het tegengaan van verregaande verdichting van de binnentuinen. Echter, in het kader van de afweging van alle belangen, is ervoor gekozen om enige ruimte voor uitbreiding te blijven toestaan voor de bewoners en ondernemers in de begane grond in een mate waarin het groene en open karakter en het waterbergend vermogen van de binnentuinen niet onevenredig wordt aangetast. Deze afweging heeft ertoe geleid dat in het bestemmingsplan 2021 de volgende uitgangspunten gelden voor bijbehorende bouwwerken (aan- en uitbouwen en vrijstaande bijgebouwen) in de binnentuinen.

In de woon- en doorgaande straten wordt in de binnentuinen per straatfront eenzelfde maximale diepte voor aan- en uitbouwen aangehouden zodat één maximale achterkant van de bebouwing op de begane grond in stand blijft. Het verspringen van de diepte van aanbouwen gaat ten koste van het woongenot van de woningen op begane grond met ondiepe tuinen. Aan- en uitbouwen mogen maximaal 2,5 meter diep zijn, gemeten vanaf de oorspronkelijke achtergevel. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen woningen en niet-woonfuncties; Indien bovenstaande regeling in woon- en doorgaande straten in onvoldoende mate zorg draagt voor het openhouden van de hoektuinen, dan geldt een afwijkende regeling.

Daarbij bedraagt het bebouwingspercentage van de hoektuin maximaal 50%; In de winkelstraten mogen aan- en uitbouwen in de binnentuinen maximaal 4 meter diep zijn, gemeten vanaf de oorspronkelijke achtergevel; In elke tuin mag een vrijstaande berging van maximaal 9 m2 worden gebouwd; Het totale oppervlak aan bijbehorende bouwwerken (aan- en uitbouwen en vrijstaande bergingen) mag per tuin niet meer dan 25 % van het oppervlak van de tuin bedragen; Het verharden van de tuin is toegestaan, mits het totale oppervlak aan verharding (inclusief de bebouwde gronden) niet meer bedraagt dan 50% van het totale oppervlak van de tuin; Alle nieuwe bijbehorende bouwwerken moeten voorzien zijn van een groen dak met een hemelwaterberging.

Gemeente Amsterdam

blz. 56

3.2.4

Parkeren op eigen terrein

Het uitgangspunt van het Amsterdamse parkeerbeleid is dat bij nieuwbouw de auto's van bewoners en werknemers op eigen terrein worden geparkeerd, conform de in het parkeerbeleid gestelde normen. Deze normen zijn bindend. Alle nieuwbouw van woningen, kantoren en voorzieningen wordt bovendien uitgesloten van parkeervergunningverlening. Dit geldt ongeacht of bij de nieuwbouw parkeergelegenheid op eigen terrein wordt gerealiseerd. Bij de transformatie van een pand (bijvoorbeeld van een school naar woningen) wordt naar de parkeerdruk in het gebied gekeken. De Hoofddorpplein- en de Schinkelbuurt zijn gebieden met een hoge parkeerdruk. In gebieden met een hoge parkeerdruk worden bij transformaties nieuwe functies in principe ook uitgesloten van parkeervergunningverlening. Ook voor fietsen en scooters geldt het uitgangspunt dat deze op eigen terrein moeten worden geparkeerd. De parkeernormen voor fietsen zijn eveneens bindend. De parkeernormen voor scooters zijn niet bindend. In het parkeerbeleid wordt niet voorgeschreven hoe het parkeren op eigen terrein moet worden opgelost. Dit wordt in het bestemmingsplan, dan wel op projectniveau bepaald. Het parkeren op eigen terrein kan op het maaiveld in de tuin, in een garagebox of in een parkeergarage worden opgelost.

Fietsparkeren is in beginsel een vorm van functioneel ondergeschikt gebruik, dat in dit bestemmingsplan niet wordt gereguleerd. Autoparkeren wordt in dit bestemmingsplan wel gereguleerd. Nieuwe parkeervoorzieningen voor auto's worden nergens bij rechte toegestaan. Dit wordt hieronder toegelicht. Vrijwel het gehele plangebied bestaat uit gesloten bouwblokken. De achtertuinen bevinden zich vrijwel allemaal aan de binnenzijde van een gesloten bouwblok. De aanwezigheid van parkeerplaatsen, garageboxen of parkeergarages tast het groene en stille karakter van de binnentuinen aan en zorgt ervoor dat hemelwater minder goed kan wegstromen. Daarnaast zorgt gemotoriseerd verkeer voor veel overlast, omdat de binnentuinen als een klankkast fungeren. Om die reden is het ongewenst om in de binnentuinen nieuwe parkeervoorzieningen voor auto's te realiseren. De bestaande, legaal aanwezige parkeervoorzieningen in de binnentuinen worden op de verbeelding vastgelegd. Uitbreiding is niet toegestaan. De realisatie van een inpandige parkeergarage kan eveneens veel impact hebben om de leefbaarheid en de beeldkwaliteit. De realisatie van een parkeergarage op de begane grond van een gebouw kan de leefbaarheid en het straatbeeld aantasten. De realisatie van een parkeergarage onder een pand kan echter weer een negatieve impact hebben op het grondwater.

Om die reden wordt de realisatie van nieuwe inpandige parkeergarages niet bij rechte toegestaan. De bestaande, legaal aanwezige inpandige parkeergarages worden op de verbeelding vastgelegd. Uitbreiding is niet toegestaan. Dit laat onverlet dat bij transformatie of nieuwbouw parkeervoorzieningen moeten worden gerealiseerd om aan de parkeernormen voor auto's te voldoen. Daarvoor zijn in de praktijk uiteenlopende oplossingen denkbaar, met elk hun eigen voor- en nadelen als het gaat om de ruimtelijke inpassing, afhankelijk van de specifieke locatie en situatie. Daarmee is het inpassen van nieuwe parkeergarages maatwerk. Het realiseren van nieuwe parkeervoorzieningen in de binnentuinen is in beginsel ongewenst, omdat de binnentuinen groen en open moeten blijven. Nieuwe inpandige parkeervoorzieningen kunnen onder voorwaarden wel worden toegestaan. Hieronder wordt toegelicht welke overwegingen daarbij van belang zijn.

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 57

Zichtbaarheid vanuit de openbare ruimte Een parkeergarage die zichtbaar is vanaf de straat heeft een negatieve impact op de leefbaarheid en het straat- en bebouwingsbeeld. Een verblijfsfunctie die zorgt voor sociale controle, ontbreekt. De auto's staan in het zicht of er is een blinde gevel om de auto's uit het zicht te houden. Dit tast het straatbeeld aan. Daarom geldt in dit bestemmingsplan de voorwaarde dat inpandige parkeervoorziening niet zichtbaar mogen zijn vanaf de openbare ruimte. Aan de straatzijde is uitsluitend een in- en uitrit voor de parkeergarage toegestaan. Dit laat weliswaar onverlet dat de parkeervoorziening aan de achterzijde van de hoofdbebouwing op de begane grond kan worden gerealiseerd. De bouwdiepte van de panden in het plangebied is echter niet diep genoeg om een parkeergarage op de begane grond te realiseren die niet zichtbaar is vanaf de straat. De inpandige parkeervoorziening mag immers niet worden uitgebouwd in de tuin. De consequentie van deze voorwaarde is dat inpandige parkeervoorzieningen in de praktijk alleen in een kelder onder het hoofdgebouw kunnen worden gerealiseerd. Onderbreking van de plint Een parkeergarage heeft altijd een in- en uitrit op de begane grond, eventueel gecombineerd met een toegangsdeur voor voetgangers. Dit zorgt voor een onderbreking van de plint.

De in- en uitrit is doorgaans afgeschermd met een (rol)deur of een (rol)hek en heeft daarmee een uitgesproken gesloten karakter. Omdat daarmee afbreuk wordt gedaan aan het straatbeeld, is het gewenst dat het aantal toegangen voor auto's tot parkeerkelders wordt beperkt tot een minimum. Daarom geldt de voorwaarde dat per parkeergarage maximaal één gecombineerde in- en uitrit is toegestaan. Op sommige locaties is een onderbreking van de plint door een gecombineerd in- en uitrit niet wenselijk. Dit wordt hieronder toegelicht. Wink elstraten: de winkelstraten in dit plangebied kenmerken zich door een aaneengesloten front met publieksfuncties (detailhandel, consumentverzorgende dienstverlening en horeca). Een gecombineerde in- en uitrit neemt al snel de breedte van één pand in beslag en leidt daarom tot een ongewenste onderbreking van het winkellint. Om die reden zijn in- en uitritten naar parkeergarages niet toegestaan in de winkelstraten. Aanloopstraten en de buurtvoorzieningenclusters: in de aanloopstraten en in de buurtvoorzieningenclusters geldt als uitgangspunt dat de begane grond is bestemd voor niet-woonfuncties. In een aantal gevallen is er sprake van een aaneengesloten front met niet-woonfuncties. In ander gevallen worden niet-woonfuncties afgewisseld met woningen.

Ook hier geldt dat in- en uitritten naar parkeergarages tot een ongewenste onderbreking van het voorzieningenlint of -cluster leiden. Om die reden zijn in- en uitritten naar parkeergarages in beginsel niet toegestaan in de aanloopstraten en buurtvoorzieningenclusters. Doorgaande straten en woonstraten: In het algemeen wordt in de overige straten in het plangebied gewoond. De niet-woonfuncties in de begane grond van de woonstraten worden bovendien niet beschermd. De aanwezigheid van een in- en uitrit heeft in doorgaande straten en woonstraten een minder grote impact op het straatbeeld. Om die reden heeft het de voorkeur dat bij de realisatie van een nieuwe parkeergarage een in- en uitrit wordt gerealiseerd in een woonstraat of in het deel van een doorgaande straat waar zich geen voorzieningen bevinden. Dit laat onverlet dat een in- en uitrit om architectonische redenen ongewenst kan zijn. Dit is echter ter beoordeling aan de commissie voor ruimtelijke kwaliteit. Gehanteerde uitgangspunten Een en ander leidt tot de volgende regeling voor het parkeren op eigen terrein.

Gemeente Amsterdam

blz. 58

Bestaande parkeervoorzieningen voor auto's worden op de verbeelding vastgelegd. Uitbreiding is niet toegestaan. Bij nieuwbouw en bij transformatie van bestaande panden dient het fiets-, scooter- en autoparkeren conform de gemeentelijke parkeernormen op eigen terrein te worden opgelost. Nieuwe inpandige parkeervoorzieningen voor auto's zijn onder voorwaarden toegestaan. Nieuwe inpandige parkeervoorzieningen voor auto's mogen niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte, met uitzondering van de in- en uitrit; Het realiseren van een in- en uitrit naar een inpandige parkeervoorziening voor auto's is niet toegestaan in de winkelstraten, de aanloopstraten en buurtvoorzieningenclusters.

3.3

Uitgangspunten voorzieningenstructuur

In deze paragraaf worden de algemene uitgangspunten voor het voorzieningenaanbod beschreven. Daarbij wordt gemotiveerd waarom bepaalde voorzieningen in bepaalde straten wel of niet worden toegestaan. In de hierna volgende paragraaf 3.4 'Uitgangspunten gebruiksmogelijkheden' worden gebruiksmogelijkheden per funtcie toegelicht. In beginsel gelden de hier aangegeven uitgangspunten voor alle percelen die als zodanig worden gebruikt. Indien de situatie daarom vraagt, is voor een bepaald perceel of een bepaalde functie maatwerk toegepast. In hoofdstuk 2 is toegelicht waar de winkelstraten, de aanloopstraten, de buurtvoorzieningenclusters en de publiekstrekkers buiten de winkelstraten zich bevinden. Het detailhandelsbeleid van de gemeente Amsterdam is erop gericht om winkels en voorzieningen te clusteren langs de winkelstraten en de stadsstraten. De gemeente Amsterdam wil de uitrol van het centrumgebied via de stadsstraten kanaliseren. In het beleid wordt onderscheid gemaakt tussen voldragen stadstraten en stadsstraten in ontwikkeling. Typen straten In het bestemmingsplan zijn vier typen straten onderscheiden die hieronder per type worden beschreven. Daarbij komt ook aan bod in hoeverre deze straten functioneren als stadsstraat. De onderscheiden typen straten zijn: winkelstraten; doorgaande straten; buurtvoorzieningenclusters; woonstraten.

Winkelstraten In het bestemmingsplan zijn de Amstelveenseweg ten zuiden van de Schinkelhavenstraat, de Zeilstraat, de Hoofddorpweg en het Hoofddorpplein aangemerkt als winkelstraat. De winkelstraten in het plangebied functioneren als voldragen stadsstraten. De Surinamestraat fungeert ook als een winkelstraat, maar maakt geen onderdeel uit van het wijkwinkelgebied Hoofddorpplein - Zeilstraat Amstelveenseweg. Doorgaande straten De Haarlemmermeerstraat, de Heemstedestraat, de Aalsmeerweg, de Amstelveenseweg ten noorden van de Schinkelhavenstraat en het Surinameplein vormen de overige doorgaande straten in het

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 59

plangebied. Deze straten functioneren niet of nog niet als voldragen stadsstraten. Voor de Amstelveenseweg ten noorden van de Schinkelhavenstraat en de Aalsmeerweg liggen er kansen voor een kwaliteitsimpuls. Door om een verruiming en diversifiëring van het voorzieningenaanbod zouden deze straten kunnen uit- en doorgroeien tot voldragen stadsstraten. In het noordelijk deel van de Amstelveenseweg zijn op dit moment voornamelijk niet-publieksgerichte functies zoals kantoren en bedrijven gevestigd. Het bestemmingsplan laat echter ook publieksgerichte functies toe. Het bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van dit deel van de Amstelveenseweg tot een voldragen stadsstraat dus al mogelijk. De Aalsmeerweg fungeert op dit moment als een aanloopstraat naar het wijkwinkelgebied. Deze straat heeft echter de potentie om zich op termijn te ontwikkelen tot een voldragen stadsstraat. Dit wordt hieronder toegelicht. Aalsmeerweg als potentiële stadsstraat De ontwikkeling van het Schinkelkwartier, waar ruimte wordt gezien voor de bouw van meer dan 10.000 woningen, is een kans om het winkel- en voorzieningenaanbod in de wijk te versterken en vorm te geven aan de ontwikkeling van de Aalsmeerweg tot stadsstraat. Bewoners en bezoekers fietsen vanuit het Schinkelkwartier via de doorgaande straten in de Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt naar het Centrum en de stadsdelen Zuid en West en vice versa.

Met name de Aalsmeerstraat maakt kans om te 'profiteren' van deze nieuwe verkeersstroom. Voor fietsers vanuit het Schinkelkwartier wordt dit één van de verbindingsroutes naar Zuid, West en het centrum. Op langere termijn kan de ontwikkeling van de OV-as Zuidas - Schiphol - Hoofddorp deze verkeerstroom nog verder versterken. Het zal echter nog een aantal jaar duren voordat met de bouw van de woningen in het Schinkelkwartier wordt gestart. Als zich voor die tijd al nieuwe winkels aan de Aalsmeerweg vestigen, dan kan dit een negatieve invloed hebben op het functioneren van de winkels in de huidige winkelstraten. Mogelijk is er niet genoeg economisch draagvlak om zonder substantiële toevoeging van woningen de bestaande winkelstraten economisch gezond te houden én ruimte te bieden voor de ontwikkeling van nieuwe detailhandel. Het versterken van bestaande winkelgebieden heeft in het detailhandelsbeleid prioriteit boven het realiseren van nieuwe winkelgebieden in de stadsstraten. Het karakter van de Aalsmeerweg als stadsstraat kan ook versterkt worden door andere voorzieningen dan winkels. Te denken valt aan kleinschalige bedrijvigheid, kantoren, zorg en welzijn en andere vormen van dienstverlening. Op die manier kan worden bijgedragen aan de ambitie om van de Aalsmeerweg een stadsstraat te maken zonder dat dit een negatieve invloed heeft op het functioneren van de winkelstraten.

Voorwaarde is uiteraard dat de ruimtelijke gevolgen dermate beperkt zijn, dat de niet-woonfunctie op pandniveau kan worden gemengd met de woonfunctie. Daarom is de Aalsmeerweg niet als winkelstraat bestemd, maar als doorgaande straat. In een doorgaande straat zijn naast detailhandel en consumentgerichte dienstverlening ook maatschappelijke voorzieningen, kantoren en kleinschalige bedrijven toegestaan. Het eerste deel van de straat (t/m de kruising met de Rietwijkerstraat) wordt daarbij bestemd als aanloopstraat: hier wordt in alle panden op de begane grond een niet-woonfunctie toegestaan. De rest van de straat wordt bestemd als een doorgaande straat: dit betekent dat alleen bestaande niet-woonfuncties een gemengde bestemming krijgen. De bestaande woningen op de begane grond worden bestemd als woning. Buurtvoorzieningenclusters Buiten het wijkwinkelgebied bevinden zich vier kleinere clusters met publieksgerichte voorzieningen: 1. Sloterkade 110 – 140; Gemeente Amsterdam

blz. 60

2. Haarlemmermeerstraat 45 – 75; 3. Weissenburgstraat tussen de Haarlemmermeerstraat en de Jacob Marisstraat; 4. Rietwijkerstraat 22-24 (Deen supermarkt) en omgeving. De Sloterkade 110 - 140 is onderdeel van het wijkwinkelgebied. Hier zijn vier winkelketens gevestigd die veel winkelend publiek trekken. Dit cluster bevindt zich echter niet aan het winkellint, maar net om de hoek daarvan aan de Sloterkade. Daarom hoeven deze vestigingen niet exclusief te worden bestemd voor publieksgerichte voorzieningen, maar zouden zich hier ook maatschappelijke voorzieningen, kantoren of kleinschalige bedrijven kunnen vestigen. De andere drie clusters zijn stroken waar van oudsher buurtwinkels waren gevestigd. Deze worden daarom aangeduid als buurtvoorzieningenclusters. In deze clusters bevinden zich nog steeds publieksgerichte voorzieningen, maar een deel van de winkelpanden is omgezet naar bijvoorbeeld een kantoor of woning. Aan de Rietwijkerstraat 22-24 bevindt zich een supermarkt die als publiekstrekker voor dit buurtvoorzieningencluster fungeert. Het bestemmingsplan 2008 staat toe dat niet-woonfuncties in deze clusters worden omgezet naar woningen. Dit een onwenselijke ontwikkeling. De buurtvoorzieningenclusters dragen bij aan het gemengde karakter van het plangebied. De huren liggen bovendien lager dan in het wijkwinkelgebied.

De buurtvoorzieningenclusters zijn daarom een interessante vestigingslocatie voor speciaalzaken zich niet per se hoeven te vestigen op een locatie waar veel publiek is of voor buurtwinkels met een dagelijks aanbod (bijvoorbeeld een groenteboer of een buurtsuper). Om die reden komt de mogelijkheid om niet woonfuncties in de buurtvoorzieningenclusters om te zetten naar woningen te vervallen. Woonstraten In de woonstraten waren van oudsher veel buurtwinkels op de straathoeken gevestigd. Ook waren er in de Schinkelbuurt van oudsher veel bedrijven gevestigd in de plint van woonstraten. Veel van deze winkels en bedrijven zijn in de loop der jaren omgezet naar andere voorzieningen, zoals een tandartspraktijk, een horecavoorziening of een kantoor. De laatste jaren is er tevens een trend zichtbaar dat niet-woonfuncties in woonstraten worden omgezet naar woningen. Het omzetten naar een woning levert vaak meer rendement op dan het opnieuw verhuren als winkel- of bedrijfsruimte. Het bestemmingsplan 2008 staat toe dat niet-woonfuncties in de woonstraten worden omgezet naar woningen. In 2020 is het afwegingskader voor het omzetten van kleinschalige bedrijfsruimtes vastgesteld. Hierin is bepaald dat bedrijfsruimtes in woonstraten mogen worden omgezet naar woningen indien is aangetoond dat deze onverhuurbaar zijn als bedrijfspand.

Dit houdt in dat de bedrijfsruimte tenminste twee jaar te huur heeft gestaan voor een marktconforme prijs. Omdat kleinschalige bedrijfsruimtes in het bestemmingsplan 2008 bij rechte mochten worden omgezet naar woningen, is ervoor gekozen om deze gebruiksrechten in het bestemmingsplan 2021 te handhaven. De voorwaarde van onverhuurbaarheid wordt niet doorvertaald in het bestemmingsplan. Hierdoor ontstaat het risico dat een bedrijfsruimte onnodig lang leeg staat. Dat is niet goed voor de leefbaarheid in de buurt. De eigenaar krijgt daarom de ruimte om afhankelijk van o.a. de marktomstandigheden een eigen afweging te maken of hij de bedrijfsruimte bij mutatie opnieuw wil verhuren of wil ombouwen tot een woning. In het afwegingskader voor het omzetten van kleinschalige bedrijfsruimtes is bepaald dat kleinschalige bedrijfsruimtes die zijn gevestigd in een structuurbepalend pand niet mogen worden omgezet naar woningen. Een structuurbepalend pand is een pand op een zichtlocatie, een pand dat onderdeel is van een bedrijven- of voorzieningenstrook of een bedrijfsruimte in een bedrijfsverzamelgebouw. Om die reden mogen niet-woonfuncties in buurvoorzieningenclusters en in bedrijfsverzamelgebouwen niet worden omgezet naar een woning. Met een zichtlocatie wordt een hoekpand of een pand aan een plein bedoeld.

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 61

Hoekpanden en panden aan pleinen in woonstraten mogen in dit plangebied echter wel worden omgezet naar een woning. In de woonstraten is er namelijk onvoldoende langslopend of langsfietsen publiek om een hoekpand of een pand aan een pleintje als een aantrekkelijke vestigingslocatie te beschouwen. Het detailhandelsbeleid er op gericht is om winkels te clusteren in de winkelstraten, de vestiging van solitaire winkels in woonbuurten wordt als onwenselijk gezien. Daarom worden in de voormalige buurtwinkels en andere bedrijfsruimtes in de woonstraten maatschappelijke voorzieningen, kantoren en kleinschalige bedrijven in de begane grond bij rechte toegestaan en worden uitsluitend bestaande winkels en consumentgerichte dienstverlening positief bestemd. Daarmee is een uitbreiding van detailhandel en consumentgerichte dienstverlening niet mogelijk. De mogelijkheid om niet-woonfuncties in woonstraten om te zetten naar woningen blijft gehandhaafd, behalve in de volgende situaties: 1. Niet-woonfuncties in buurtvoorzieningenclusters. Dit is toegelicht onder het kopje 'buurtvoorzieningenclusters'. 2. Indien er een maatschappelijke voorziening is gevestigd. Dit wordt toegelicht onder het kopje 'maatschappelijke voorzieningen en kleinschalige bedrijven; 3. Indien er een kleinschalige bedrijf is gevestigd.

Dit wordt toegelicht onder het kopje 'maatschappelijke voorzieningen en kleinschalige bedrijven'. Maatschappelijke voorzieningen en kleinschalige bedrijven In het plangebied is het merendeel van de maatschappelijke voorzieningen gevestigd in de woonstraten. In heel Oud-Zuid is behoefte aan meer ontmoetingsplekken en zorgvoorzieningen, waaronder huisartsenprakijken. In de Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt zijn juist veel zorg- en welzijnsvoorzieningen gevestigd op de straathoeken. Het is niet gewenst dat deze worden verdrongen door woningen en andere niet-woonfuncties. Maatschappelijke voorzieningen worden als een aparte functiecategorie bestemd. Dit wordt nader toegelicht in hoofdstuk 3.4 onder het kopje de maatschappelijk voorzieningen. Een andere trend is dat kleinschalige (vaak ambachtelijke) bedrijven zoals fietsenmakers, meubelmakers en kleermakers in voormalige volksbuurten binnen de ring worden verdrongen naar buiten de ring. Deze kleinschalige bedrijvigheid is waardevol voor de buurt. Ze voorzien in een behoefte en passen bij het gemengde karakter dat met name het noordelijk deel van de Schinkelbuurt van oudsher heeft. Om te voorkomen dat deze bedrijvigheid als gevolg van de gentrificatie verdwijnt, is een uitwisseling met andere niet-woonfuncties niet direct mogelijk.

Het gevolg van het planologisch beschermen van maatschappelijke voorzieningen en kleinschalige bedrijven is dat het risico op leegstand bij bedrijfsbeëindiging groter wordt. De verhuurder heeft immers minder potentiele huurders aan wie hij het pand kan verhuren. Leegstand kan de leefbaarheid aantasten en zorgt voor een minder goede uitstraling van een straat. In de winkelstraten wordt aan dit bezwaar een zwaarder gewicht toegekend dat in de doorgaande straten, de buurtvoorzieningenclusters en de woonstraten. De winkelstraten hebben namelijk een meer representatieve functie dan de doorgaande straten en woonstraten. Daarom is ervoor gekozen om alleen maatschappelijke voorzieningen en kleinschalige bedrijven die in de doorgaande straten, de buurtvoorzieningenclusters en de woonstraten in de begane grond zijn gevestigd te beschermen. Uitgesloten gebruik Uitgangspunt is dat het bestemmingsplan een regeling bevat om ongewenst gebruik tegen te gaan vanwege de negatieve effecten op het woon- en leefklimaat. Zo worden in ieder geval bedrijven, genoemd in het Inrichtingen- en vergunningenbesluit behorend bij de Wet milieubeheer, uitdrukkelijk uitgesloten van vestiging in het plangebied op grond van de te verwachten overlast van dergelijke bedrijfsuitoefening.

Gemeente Amsterdam

blz. 62

In Amsterdam worden bepaalde soorten publieksgerichte voorzieningen eveneens expliciet uitgesloten als gebruiksmogelijkheid. Het betreft de volgende gebruikstypen: automatenhallen, belwinkels, geldwisselkantoren, massagesalons, seksinrichtingen en smartshops. Dit zijn voorzieningen met een ruimtelijk ongewenste uitstraling die het woon- en leefklimaat van een winkelstraat negatief kunnen beïnvloeden en geen toegevoegde waarde hebben voor het voorzieningenaanbod in een wijk. Deze worden in de algemene gebruiksregels van Amsterdamse bestemmingsplannen dan ook expliciet uitgesloten. De regulering van shishalounges is weliswaar nog geen gemeengoed in Amsterdam. Dit is echter eveneens een voorziening met een ruimtelijk ongewenste uitstraling die geen toegevoegde waarde heeft voor het wijkvoorzieningenaanbod en het woon- en leefklimaat negatief kan beïnvloeden. Om die reden worden shishalounges in dit bestemmingsplan ook expliciet uitgesloten. Ook toeristische voorzieningen en eetwinkels worden in dit bestemmingsplan uitgesloten. Toeristische voorzieningen zijn vormen van detailhandel en dienstverlening waarbij de exploitatie gericht is op dagjesmensen en toeristen, zoals souvenirwinkels, fietsverhuur of ticketshops.

Een eetwinkel is een vorm van detailhandel die zich richt op de verkoop van etenswaren en/of dranken die in hoofdzaak worden meegegeven om direct te worden geconsumeerd. In 2018 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan winkeldiversiteit Centrum vastgesteld. Hierin is bepaald dat in het centrum geen nieuwe eetwinkels en voorzieningen die zich uitsluitend op toeristen richtenen zijn toegelaten. Het stadsbestuur wil dit brancheringsinstrument uitbreiden naar de hele stad om een monocultuur in het winkelaanbod tegen te gaan. In de gebiedsagenda wordt geconstateerd dat in Oud-Zuid steeds meer winkels verschijnen die gericht zijn op toeristen. In sommige straten dreigt hierdoor een monocultuur te ontstaan. Om dit te voorkomen, worden deze voorzieningen uit voorzorg uitgesloten. Hiermee wordt ook voorkomen dat er het 'waterbedeffect' ontstaat doordat deze functies in omliggende gebieden zijn uitgesloten. Gehanteerde uitgangspunten Samengevat zijn voor het beschermen en waar mogelijk versterken van de voorzieningenstructuur in het plangebied voor de verschillende typen straten de volgende uitgangspunten gehanteerd. Winkelstraten (bestemming 'Gemengd - 1') De Amstelveenseweg ten zuiden van de Schinkelhavenstraat, de Zeilstraat, de Hoofddorpweg en het Hoofddorpplein vormen de wijkwinkelstraten.

In alle panden wordt op begane grond detailhandel en consumentverzorgende dienstverlening toegestaan. Op de hogere etages mag alleen worden gewoond. Omzetting van de begane grond naar andere niet-woonfuncties en wonen is niet toegestaan. Bestaande horeca, maatschappelijke dienstverlening, kantoren en woningen in de begane grond worden positief bestemd. Doorgaande straten (bestemming 'Gemengd - 2') Niet-woonfuncties in de overige doorgaande straten (Surinamestraat, Amstelveenseweg ten noorden van de Schinkelhavenstraat, Haarlemmermeerstraat inclusief het buurtvoorzieningencluster op nummer 45 tot 75, Heemstedestraat en Aalsmeerweg) worden als volgt bestemd: op de begane grond zijn detailhandel, consumentgerichte dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen, kantoren en kleinschalige bedrijven toegestaan. Wonen wordt toegestaan op de verdiepingen. Omzetting van de begane grond naar wonen is niet toegestaan. Bestaande horeca wordt positief bestemd. In de Aalsmeerweg ten noorden van de Rietwijkerstraat en in de Heemstedestraat ten oosten van de Woestduinstraat wordt in alle panden op de begane grond detailhandel, consumentgerichte dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen, kantoren en kleinschalige bedrijven toegestaan. Op de hogere etages mag alleen worden gewoond. Omzetting van de begane grond naar wonen is

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 63

niet toegestaan. Bestaande horeca en woningen op de begane grond worden positief bestemd. In het clusterpunt aan de Sloterkade 110 – 140 en de panden in de buurtvoorzieningenclusters aan de Weissenburgstraat (tussen de Haarlemmermeerstraat en de Jacob Marisstraat), de Rietwijkerstraat (Deen supermarkt en omgeving) en worden op de begane grond detailhandel, consumentgerichte dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen, kantoren en kleinschalige bedrijven toegestaan. Wonen wordt toegestaan op de verdiepingen. Omzetting van de begane grond naar wonen is niet toegestaan. Bestaande horeca en woningen op de begane grond worden positief bestemd. Woonstraten (bestemming 'Gemengd - 3') Niet-woonfuncties de woonstraten worden als volgt bestemd: op de begane grond zijn maatschappelijke voorzieningen, kantoren, kleinschalige bedrijven en woningen toegestaan. Op de hogere etages mag alleen worden gewoond. Omzetting van de begane grond naar detailhandel en consumentgerichte dienstverlening is niet toegestaan. Bestaande winkels, consumentgerichte dienstverlening en horeca in de begane grond worden positief bestemd. Maatschappelijke voorzieningen (bestemming 'Gemengd - 4') Maatschappelijke dienstverleners op de begane grond in de doorgaande straten, de buurtvoorzieningenclusters en de woonstraten krijgen een eigen bestemming en worden gereserveerd voor maatschappelijke dienstverlening.

Uitwisseling met andere niet-woonfuncties en wonen is niet mogelijk. Op de hogere etages mag alleen worden gewoond. Maatschappelijke voorzieningen, kantoren en kleinschalige bedrijvigheid (bestemming 'Gemengd - 5') De hierboven genoemde functies zijn in het gehele pand toegestaan. Uitwisseling met andere niet-woonfuncties dan benoemd en wonen is niet mogelijk. Kleinschalige bedrijvigheid (bestemming 'Gemengd - 6') Kleinschalige bedrijven op de begane grond in de doorgaande straten, de buurtvoorzieningenclusters en de woonstraten krijgen een eigen bestemming en worden daarmee gereserveerd voor bedrijven. Uitwisseling met andere niet-woonfuncties en wonen is niet mogelijk. Op de hogere etages mag alleen worden gewoond. Uitgesloten gebruik De volgende soorten publieksgerichte voorzieningen worden expliciet uitgesloten: automatenhallen, belwinkels, eetwinkels, geldwisselkantoren, massagesalons, seksinrichtingen, shishalounges, smartshops en toeristische voorzieningen. Bestaande, legale vestigingen worden met een functieaanduiding opgenomen in het bestemmingsplan. Het betreft de onderstaande vestigingen: Haarlemmermeerstraat 42: sexclub; Amstelveenseweg 218-220: eetwinkel; Hoofddorpplein 28 / Warmondstraat 201: massagesalon; Sassenheimstraat 48 H: massagesalon; Zeilstraat 22: massagesalon.

3.4

Uitgangspunten gebruiksmogelijkheden

De functiemenging in de Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt wordt vooral gekenmerkt door het fijnmazige voorzieningenaanbod in de begane grond waarboven wordt gewoond. Daarnaast komen in het plangebied diverse panden voor die geheel in gebruik zijn bij een of meerdere niet-woonfuncties, zoals (basis)onderwijs en kantoor/bedrijfsverzamelgebouwen. In deze paragraaf worden de specifieke uitgangspunten uiteengezet voor de achtereenvolgende functies:

Gemeente Amsterdam

blz. 64

detailhandel, consumentgerichte dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen, horeca, kantoren, bedrijven en ateliers, ontspanning en sport en wonen. 3.4.1

Detailhandel

Kleinschaligheid Het Amsterdamse detailhandelsbeleid biedt ruimte voor uitbreiding in 'toekomstbestendige' of kansrijke winkelgebieden. In deze winkelgebieden zijn er - onder voorwaarden - mogelijkheden voor uitbreiding van het winkeloppervlak, zodat in Amsterdam de winkelleegstand laag blijft. Het loslaten van het maximale vloeroppervlak van 300 m2 in de clusterpunten (delen van de winkelstraat waar de dagelijkse winkels zijn gevestigd) is op zich een kans om het aanbod in het winkelgebied te versterken. Het kan echter ook een bedreiging zijn voor de diversiteit van het winkelaanbod. Mogelijk leidt dit tot verdringing van kleine speciaalzaken en buurtwinkels door winkelketens. De winkels met dagelijkse boodschappen zijn verspreid over het gehele wijkwinkelgebied. Een aantal publiekstrekkers ligt juist net buiten de winkelstraten. Er is daarom geen aanleiding om het maximale vloeroppervlak van 300 m2 in dit bestemmingsplan los te laten. Een andere manier om de kleinschaligheid te waarborgen, is het beperken van het samenvoegen van panden. Een winkelvloeroppervlak van 300 m2 kan in veel gevallen pas gerealiseerd worden door vier panden samen te voegen. Dit zorgt voor langgerekte winkelpuien voor één winkel. Hierdoor verdwijnt het fijnmazige karakter van het voorzieningenaanbod. Dit is onwenselijk. Daarom wordt het samenvoegen van panden beperkt.

Overal mogen maximaal twee panden worden samengevoegd. Zowel het maximum aantal samen te voegen panden als het maximum van de vestigingsgrootte zijn beide van kracht. Het is niet toegestaan om het ene maximum te overschrijden om het andere maximum te kunnen behalen. Supermarkten Een bijzondere categorie binnen detailhandel zijn supermarkten, vanwege hun effecten op het woon- en leefklimaat en op de winkelstructuur. In het bestemmingsplan zijn de bestaande supermarkten die groter zijn dan het maximale vloeroppervlak voor detailhandel (300 m2) als zodanig bestemd. Uitbreiding is niet toegestaan. Door de grote aantallen mensen die op supermarkten afkomen, de frequente laad- en losactiviteiten en de bijbehorende verkeersbewegingen onderscheiden supermarkten zich van andere winkels. De effecten die supermarkten op het woon- en leefklimaat hebben, zorgen ervoor dat er terughoudend omgegaan dient te worden met het aantal supermarkten in een dicht bebouwde woonomgeving waar reeds een druk op de openbare en bebouwde ruimte bestaat. Op grond van het detailhandelsbeleid is uitbreiding van bestaande supermarkten als belangrijke trekkers mogelijk in kansrijke winkelgebieden. Indien een supermarkt in een bestaand winkelgebied wil uitbreiden, moet eerst aan de hand van een concreet plan worden beoordeeld of een uitbreiding ruimtelijk aanvaardbaar is.

Het is daarom niet wenselijk om op voorhand voor supermarkten extra vierkante meters in het bestemmingsplan mogelijk te maken. De twee grootste supermarkten (Deen aan de Rietwijkerstraat 22-24 en Dirk van den Broek aan de Sloterkade 110-127) liggen net buiten de winkelstraten en zijn vanuit het perspectief van het detailhandelsbeleid solitair gelegen. Uitbreiding van deze supermarkten is beleidsmatig gezien niet wenselijk. Mengformules Door de groei van het aantal bestedingen op het internet en de daarmee samenhangende verminderde omzetten in winkels, zijn winkeliers genoodzaakt hun omzetten op een andere manier te verkrijgen. Winkels moeten zich nu meer van elkaar onderscheiden en de consument iets extra's kunnen bieden,

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 65

zodat ze eerder in de winkel hun aankopen doen dan op internet. Het winkelen wordt daarmee steeds meer een beleving, waarbij de consument verleid wordt om langer in de winkel te verblijven dan voorheen. Dit kan door unieke artikelen aan te bieden, de inrichting van de winkel te upgraden of het winkelen te veraangenamen door iets te eten en drinken aan te bieden. In Amsterdam wordt ruimte geboden aan winkeliers om in hun onderneming een beperkt deel te benutten voor horeca die ondersteunend is aan de winkel. Winkels met dergelijk horeca-activiteiten worden mengformules genoemd. In dit bestemmingsplan is vanwege de druk op het woon- en leefklimaat aangesloten bij het beleid van mengformules zoals dat in het gemeentelijk detailhandelsbeleid is geformuleerd. Binnen winkels zijn ondersteunende horeca-activiteiten toegestaan tot maximaal 20% van de winkel met een maximum van 20 m2. Een mengformule is alleen toegestaan indien de niet-zelfstandige horeca past bij de horecacategorie 4. Met de vaststelling van de beleidsregels voor mengformules (juli 2006) mogen winkels een ondergeschikt horecadeel hebben. Daarvoor geldt wel een aantal voorwaarden, zoals bovenstaande maximale oppervlaktes. In het bestemmingsplan "Winkeldiversiteit Centrum" is aangegeven dat in de praktijk blijkt dat het voornamelijk winkels met een voedselwarenassortiment zijn die van deze regeling gebruik maken.

Daarbij kan soms worden afgevraagd wat nu feitelijk het winkelconcept is. Bij winkelconcepten zoals een traiteur met een mengformule is in de praktijk vaak nauwelijks nog onderscheid te maken met een horecazaak. Om te voorkomen dat door middel van een mengformule in feite een horecazaak wordt gerealiseerd, zijn in het bestemmingsplan "Winkeldiversiteit Centrum" mengformules in winkels die voedselwaren verkopen uitgesloten. Voorbeelden van winkels met een voedselwarenassortiment zijn onder andere een (banket-) bakker, slager, vis- en groenteboer, maar ook een traiteur. In navolging van het bestemmingsplan "Winkeldiversiteit Centrum" en voortbouwend op de regeling zoals die is opgenomen in het bestemmingsplan "De pijp 2018", is het gewenst om in dit bestemmingsplan mengformules in detailhandel met een voedselwarenassortiment uit te sluiten. Galerieën In het plangebied bevinden zich in de Hoofddorppleinbuurt enkele galerieën. Een galerie functioneert zowel als tentoonstellingsruimte als verkoopruimte. Vanwege dat laatste aspect zijn galerieën in dit bestemmingsplan aangemerkt als detailhandel. De vestiging van galerieën is daarmee overal toegestaan waar detailhandel is toegestaan. Voor galerieën gelden dezelfde uitgangspunten als voor winkels.

Gehanteerde uitgangspunten In het bestemmingsplan gelden voor detailhandel volgende uitgangspunten: Panden die zijn bestemd voor detailhandel hebben een maximale vestigingsgrootte van 300 m2. Bestaande, legale vestigingen groter dan 300 m2 mogen wel worden voortgezet, maar niet verder worden vergroot. Tevens mogen maximaal twee panden worden samengevoegd tot één vestiging; Detailhandel is alleen toegestaan in de begane grond, in het souterrain en in de kelder; Er wordt geen ruimte geboden voor de vestiging van nieuwe supermarkten die groter zijn dan 300 m2. Evenmin wordt ruimte geboden voor het vergroten van het vloeroppervlak van bestaande supermarkten die groter zijn dan 300 m2; Mengformules worden bij rechte toegestaan in detailhandel. Maximaal 20 % van het netto verkoopvloeroppervlak mag worden gebruikt voor horeca tot maximaal 20 m2. In detailhandel met een voedselwarenassortiment worden mengformules uitgesloten; Galerieën worden aangemerkt als detailhandel. 3.4.2

Consumentgerichte dienstverlening

Diverse vormen dienstverlening

Gemeente Amsterdam

blz. 66

Ten aanzien van dienstverlenende functies kunnen diverse vormen worden onderscheiden: 1. Publieksgerichte dienstverlening: persoonlijke verzorging van consumenten, zoals kappers, schoonheidsspecialisten, zonnestudio's, nagelstudio's en dergelijke, alsmede reisbureaus, hypotheekkantoren, uitzendbureaus en dergelijke. Deze vormen van dienstverlening zijn allemaal gericht op consumenten en zijn in dit bestemmingsplan benoemd als 'consumentgerichte dienstverlening'; 2. Niet-publieksgerichte dienstverlening, waarbij twee vormen kunnen worden onderscheiden: a. Maatschappelijke dienstverlening: activiteiten die een maatschappelijk belang dienen, zoals gezondheidszorg, onderwijs, religie, kunst & cultuur en welzijnsvoorzieningen en dergelijke; b. zakelijke dienstverlening: zoals advocaten- en notariskantoren. Deze hebben geen inloop- of baliefunctie en zijn vaak uitsluitend toegankelijk op afspraak. Deze vorm van dienstverlening wordt beschouwd als kantoorfunctie. In deze paragraaf komen de uitgangspunten voor de consumentgerichte dienstverlening aan bod. De uitgangspunten voor de twee vormen van niet-publieksgerichte dienstverlening worden toegelicht in de paragrafen 'Maatschappelijke voorzieningen' en 'Kantoren'.

Consumentgerichte dienstverlening Bij consumentverzorgende dienstverlening gaat het om dienstverlening die gericht is op langslopend publiek, waarbij het publiek rechtstreeks of via een balie te woord wordt gestaan en/of geholpen. Het vestigingsbeleid van de gemeente is erop gericht om publieksgerichte dienstverlenende functies alleen toe te staan in doorgaande straten en winkelstraten. De ruimtelijke uitstraling (denk aan uithangborden en gevelreclame) en verkeersaantrekkende werking van deze dienstverlenende functies maakt dat deze functie vaak niet passend is in een woonstraat. Consumentgerichte dienstverleners vestigen zich overigens bij voorkeur in doorgaande straten en winkelstraten, omdat ze hier meer zichtbaar zijn voor hun klanten. Sportscholen In het plangebied zijn vier sportscholen/fitnesscentra gevestigd. Sportscholen worden niet gerekend tot de categorie maatschappelijke dienstverlening of zakelijke dienstverlening, maar zijn tevens niet 1-op-1 vergelijkbaar met consumentgerichte dienstverlening. Ze zijn namelijk niet zonder betaling (abonnement) toegankelijk en vestigen zich niet per se in winkelstraten (twee van de vier sportscholen in het plangebied zijn gevestigd in woonstraten). Sportscholen kunnen bovendien overlast veroorzaken voor de omgeving in de vorm van veel geparkeerde fietsen op straat en geluidsoverlast (muziek) voor omwonenden.

Sportscholen zijn daarom aangemerkt als een bijzondere vorm van consumentgerichte dienstverlening. De bestaande sportscholen zijn in dit bestemmingsplan opgenomen met een specifieke aanduiding. Een toename van het aantal sportscholen is niet toegestaan. Voor het overige gelden voor sportscholen dezelfde voorwaarden als voor consumentgerichte dienstverlening. Gehanteerde uitgangspunten Het gebruik als consumentgerichte dienstverlening komt vrijwel overeen met het gebruik als detailhandel. Consumentgerichte dienstverlening heeft dezelfde ruimtelijke uitstraling en hetzelfde ruimtelijke effect als detailhandel, is net als detailhandel gericht op consumenten en vestigt zich net als detailhandel bij voorkeur in dooorgaande straten en winkelstraten. Daarom gelden voor consumentgerichte dienstverlening dezelfde uitgangpunten en voorwaarden als voor detailhandel: Panden die zijn bestemd voor consumentgerichte dienstverlening hebben een maximale vestigingsgrootte van 300 m2. Bestaande, legale vestigingen groter dan 300 m2 mogen wel worden voortgezet, maar niet verder worden vergroot. Tevens mogen maximaal twee panden worden

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 67

samengevoegd tot één vestiging; Consumentgerichte dienstverlening is alleen toegestaan in de begane grond, in het souterrain en in de kelder; Mengformules worden bij rechte toegestaan in consumentgerichte dienstverlening. Maximaal 20 % van het netto verkoopvloeroppervlak mag worden gebruikt voor horeca tot maximaal 20 m2. Sportscholen worden aangemerkt als een bijzondere vorm van consumentgerichte dienstverlening. Er wordt geen ruimte geboden voor de vestiging van nieuwe sportscholen. 3.4.3

Maatschappelijke voorzieningen

Sinds het einde van de crisis wordt er weer volop gebouwd in Amsterdam. Het beleid van de gemeente is gericht op het verdichten van de bestaande stad. Bijna alle nieuwbouw vindt plaats in de bestaande stad. Dit betekent meer druk op de maatschappelijke voorzieningen in bestaande wijken. Vastgoedprijzen zijn sinds het einde van de crisis ook sterk gestegen. Hierdoor staan minder kapitaalkrachtige niet-woonfuncties onder druk. Maatschappelijke voorzieningen sluiten in Oud-Zuid niet altijd goed aan op de vraag. Het wordt voor nieuwe maatschappelijke voorzieningen bovendien lastiger om zich in Oud-Zuid te vestigen vanwege de stijgende huurprijzen. Gemeente en bewoners delen de wens om het huidige aanbod aan maatschappelijke voorzieningen te behouden. Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument om maatschappelijke voorzieningen te beschermen. Heel pand is maatschappelijk Panden die geheel in gebruik zijn als maatschappelijke voorziening hebben in het bestemmingsplan 2008 de bestemming Maatschappelijk. Hierdoor wordt voorkomen dat maatschappelijke functies worden omgezet naar functies die meer rendement opleveren, zoals bijvoorbeeld woningen. Deze panden hebben in dit bestemmingsplan wederom de bestemming 'Maatschappelijk' gekregen.

Begane grond is maatschappelijk Het merendeel van de maatschappelijke voorzieningen is echter gevestigd op de begane grond van een pand met een gemengde bestemming. De meeste van deze voorzieningen met een gemengde bestemming (circa 50 van de 55) bevinden zich in de woonstraten. De wens is om deze maatschappelijke voorzieningen beter te beschermen. Er moet worden voorkomen dat ze worden verdrongen door functies die meer huur opleveren. Daarom wordt ervoor gekozen om de maatschappelijke voorzieningen in panden met een gemengde bestemming waar mogelijk ook een maatschappelijke bestemming te geven. Er wordt een uitzondering gemaakt voor de winkelstraten. Hier krijgen maatschappelijke voorzieningen op de begane grond een gemengde bestemming en kunnen deze voorzieningen dus worden omgezet naar een andere niet-woonfunctie. De overwegingen die aan deze uitzondering ten grondslag liggen staan hierboven in het hoofdstuk 'uitgangspunten voorzieningenstructuur'. Kinderopvang In het plangebied bevinden zich meerdere vestigingen voor kinderopvang. Kinderopvang is een vorm van maatschappelijke dienstverlening. Kinderopvang omvat dagopvang (0-4 jaar) en buitenschoolse opvang (4-12 jaar). De Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen verplicht dat bij iedere locatie waar kinderopvang wordt aangeboden voldoende buitenruimte aanwezig is.

Kinderopvang vindt in het plangebied voor het grootste deel plaats in zelfstandige kinderdagverblijven, maar kinderopvang vindt ook plaats binnen de in het plangebied aanwezige schoolpanden.

Gemeente Amsterdam

blz. 68

Kinderopvang in scholen De scholen in het plangebied hebben de bestemming Maatschappelijk gekregen. Binnen deze bestemming is het gebruik voor kinderopvang zowel in de schoolgebouwen zelf als op de bijbehorende schoolpleinen toegestaan. Zelfstandige kinderopvang in de begane grond Maatschappelijke dienstverlening is niet bij rechte toegestaan in de winkelstraten. Daarom worden bestaande kinderdagverblijven in de winkelstraten met een functieaanduiding bestemd. Een toename van kinderdagverblijven is in de winkelstraten niet gewenst en daarom niet toegestaan. In de niet woon-functies in de doorgaande straten, de buurtvoorzieningenclusters en de woonstraten is maatschappelijke dienstverlening bij rechte toegestaan. Buiten de winkelstraten is het bovendien gewenst de aanwezige maatschappelijke dienstverlening (waaronder kinderdagverblijven) als zodanig te beschermen. Daartoe hebben de aanwezige maatschappelijke dienstverleners een aparte bestemming gekregen, waarmee de begane grond van deze panden gereserveerd voor maatschappelijke dienstverlening. In stadsdeel Zuid, en zo ook in dit plangebied, wordt de buitenruimte bij kinderopvang vaak gerealiseerd in de binnentuin behorende bij de vestiging.

Omdat de meeste binnentuinen zich in een gesloten bouwblok bevinden, kunnen de bewoners van het betreffende bouwblok te maken krijgen met buitenspelende kinderen (met het daarbij behorende stemgeluid en het geluid van vallende objecten). Dit kan worden ervaren als hinderlijk, met name als er meerdere kinderdagverblijven in hetzelfde bouwblok zijn gevestigd Strikt genomen is het bedrijfsmatig gebruiken van de tuin in strijd met het bestemmingsplan. De tuinen in Zuid vormen de stiltegebieden van de bewoners op hoger gelegen bouwlagen. Het toestaan van een kinderdagverblijf en het daarbij behorende gebruik van de tuin staat hier haaks op. Echter, kinderopvang wordt eveneens gezien als een belangrijke functie voor de stad, die ook in het onderhavige plangebied ruimte moet houden voor uitbreiding. Dit houdt in dat er per geval een belangenafweging gemaakt moet worden tussen enerzijds het kinderdagverblijf en anderzijds de rust van de bewoners. Deze afweging zal niet in het kader van dit bestemmingsplan gemaakt worden, omdat ieder bouwblok andere (akoestische) eigenschappen heeft. Zo is het denkbaar dat in grote bouwblokken met grote binnenterreinen twee of meer kinderdagverblijven kunnen komen, terwijl in kleine binnentuinen maximaal één kinderdagverblijf gewenst is.

Tevens kan de reeds aanwezige bebouwing een rol spelen, maar ook de grootte van het kinderdagverblijf en het beleid dat de organisatie voert ten aanzien van buitenspelen. Er zal per geval beoordeeld moeten worden of het betreffende bouwblok ruimte kan bieden voor een kinderdagverblijf met buitenruimte. Dit leidt tot het niet zonder meer toestaan van het gebruik van de tuin als buitenruimte bij kinderopvang. Daar waar in de binnentuin reeds buitenruimte bij kinderopvang aanwezig is, is deze buitenruimte positief bestemd met een functieaanduiding in de bestemming Tuin. Dat geldt zowel voor de buitenruimten bij kinderdagverblijven in de winkelstraten als in de doorgaande straten en woonstraten. Is deze aanduiding niet aanwezig, dan kan een buitenruimte bij kinderopvang alleen gerealiseerd worden als afgeweken wordt van de bestemming Tuin. Hiervoor is een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid opgenomen, met de volgende voorwaarden: 1. het gebruik is ten dienste van de functie in het hoofdgebouw; 2. het woon- en leefklimaat ter plaatse wordt niet onevenredig aangetast. De eerste voorwaarde zorgt ervoor dat uitsluitend het gebruik van de tuin als buitenruimte bij bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 69

kinderopvang wordt toegestaan en niet wordt gebruikt voor andere doeleinden. De tweede voorwaarde betreft de belangenafweging die per geval gemaakt moet worden. Hierbij worden alle aspecten betrokken die een rol kunnen spelen in dat specifieke bouwblok met de komst van de betreffende nieuwe kinderopvang. Ondersteunende horeca De mengformules hebben een ondersteunende functie aan de winkels en andere publieksgerichte voorzieningen met een commerciële invalshoek. Er zijn echter ook voorzieningen die minder commercieel zijn en meer gericht zijn op het verlenen van diensten, al dan niet tegen een (kostendekkende) vergoeding. Bij dergelijke voorzieningen kan horeca ervoor zorgen dat de exploitatie financieel beter sluitend kan worden gemaakt. Het gaat met name om maatschappelijke, culturele en sportieve voorzieningen, waarbij een deel van het vloeroppervlak van de voorziening gebruikt wordt voor het tegen vergoeding schenken van dranken en/of verstrekken van spijzen voor directe consumptie. Bijvoorbeeld een sportkantine of een museumrestaurant voor bezoekers. In het horecabeleid van Stadsdeel Zuid is aangegeven dat ondersteunende horeca 20% van de betreffende voorziening mag bedragen. Ook bij sportscholen is ondersteunende horeca op grond van het beleid toegestaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13420034/1