CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 25 Ruimtelijke Ordening (23) 8. Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 14

RAAD 9 november 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 VN2023-01995340.666 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Bestemmingsplan HoofddorppleinEn Schinkelbuurt 2022

Vastgesteld

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022

Colofon

Opdrachtgever Opdrachtnemer

Ruimte en Duurzaamheid

IMRO_idn

NL.IMRO.0363.K1907BPSTD-VG01

Datum print

14 September 2023

Planstatus

vastgesteld

blz. 3

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1

5 Inleiding

7

Aanleiding Doel bestemmingsplan Ligging plangebied en plangrens Geldende bestemmingsplannen Totstandkoming bestemmingsplan Leeswijzer

7 7 7 10 10 12

Het plangebied

15

Historie Ruimtelijke structuur Functionele structuur Openbare ruimte, groen en water

15 16 18 24

Uitgangspunten

27

Algemene uitgangspunten Uitgangspunten bouwen Uitgangspunten voorzieningenstructuur Uitgangspunten gebruiksmogelijkheden

27 28 58 63

Ontwikkelingen

77

Ontwikkelingen sinds bestemmingsplan 2008 Hogere bouwhoogtes Initiatieven die niet zijn opgenomen

77 78 83

Beleidskader

85

Europees recht Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid Stadsdeelbeleid

85 95 102 104 105 137

Milieuaspecten

143

6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6

Milieueffect Milieuzonering bedrijven Luchtkwaliteit Geluidhinder Externe veiligheid Bodemkwaliteit

143 143 146 148 156 166

Hoofdstuk 7

Omgevingsaspecten

167

Mobiliteit Water Archeologie Cultuurhistorie

167 170 174 182

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 Hoofdstuk 6

7.1 7.2 7.3 7.4

Gemeente Amsterdam

blz. 4

7.5

Natuurbescherming

197

Juridische toelichting

201

Algemeen Planregels

201 202

Hoofdstuk 9

Economische uitvoerbaarheid

223

Hoofdstuk 10

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

225

Opstellen nota van Uitgangspunten Reacties op het voorontwerp Zienswijzen op het ontwerp Ambtshalve wijzigingen

225 225 225 226

Hoofdstuk 8 8.1 8.2

10.1 10.2 10.3 10.4

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 5

Toelichting

Gemeente Amsterdam

blz. 6

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 7

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Het bestemmingsplan Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt (vastgesteld in 2008) is bijna 15 jaar oud en is op onderdelen verouderd. Daarom wordt een nieuw bestemmingsplan voor de Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt opgesteld. De actualisatie maakt onderdeel uit van de Actualisatieopgave Bestemmingsplannen Amsterdam van het college. De ambitie van de gemeente Amsterdam is dat alle bestemmingsplannen voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet actueel en digitaal beschikbaar zijn. Het ontwerpbestemmingsplan Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 moet vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage worden gelegd. Daarna kan er namelijk geen ontwerpbestemmingsplan meer ter visie worden gelegd.

1.2

Doel bestemmingsplan

Met de actualisatie van dit bestemmingsplan streeft de gemeente de volgende doelen na: 1. het komen tot uniformiteit in regels en wijze van bestemmen van de Amsterdamse bestemmingsplannen; 2. het verkrijgen van een actuele planologisch-juridische vertaling van de bestaande bebouwing en het bestaande gebruik (conserverende bestemmingsplannen) en het eventueel mogelijk maken van nieuwe ontwikkelingen (ontwikkelingsgerichte bestemmingsplannen); 3. het komen tot digitaal raadpleegbare en uitwisselbare bestemmingsplannen.

1.3

Ligging plangebied en plangrens

Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld voor het plangebied Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt. Het plangebied ligt nabij de Ringweg A10-West, direct ten zuiden van het Surnameplein.

Gemeente Amsterdam

blz. 8

Afbeelding: Ligging plangebied

Het plangebied bestaat uit twee buurten, namelijk de Hoofddorppleinbuurt en de Schinkelbuurt. Deze buurten liggen zuidwestelijk van het stadscentrum, binnen en in de nabijheid van de ring A10. De Schinkel vormt de scheiding tussen de twee buurten. De Schinkelbuurt beslaat het oostelijk deel van het plangebied en maakt deel uit van de zogeheten '19e eeuwse Ring'. De Hoofddorppleinbuurt beslaat het westelijke deel van het plangebied en maakt deel uit van de 'Gordel 20-40'. De strook bebouwing langs de westzijde van de Schinkel is gemengd wat bouwjaar en bouwstijl betreft. In deze strook is pre-stedelijke bebouwing aanwezig uit de tijd dat dit gebied nog onderdeel uitmaakte van de voormalige gemeente Sloten. De buurten hebben veel ruimtelijke overeenkomsten en zijn in de eerste plaats woonwijken. Vooral op de begane grond bevinden zich echter diverse andere activiteiten zoals winkels, horeca, kantoren en bedrijven. Het Hoofddorpplein, de Hoofddorpweg, de Zeilstraat en de Amstelveenseweg vormen samen het wijkwinkelgebied van beide buurten. De bebouwing bestaat bijna geheel uit gesloten bouwblokken. Een aantal binnentuinen is grotendeels bebouwd en een aantal binnentuinen is vrijwel onbebouwd gebleven.

Het plangebied Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt heeft de volgende plangrenzen: aan de noordzijde: het Surinameplein en de Surinamestraat (stadsdeelgrens West); aan de oostzijde: de Amstelveenseweg, inclusief de panden aan de oostzijde van de Amstelveenseweg tussen de Oranje Nassaulaan en de Sophialaan; aan de zuidzijde: de Vaartstraat, de Rijnsburgstraat en het Aalsmeerplein; aan de westzijde: de Westlandgracht (stadsdeelgrens Nieuw West).

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 9

Afbeelding: Grenzen bestemmingsplangebied

Enkele 'snippers' In Amsterdam zijn diverse, vaak zeer kleine stukjes grondgebied waarvoor een verouderd bestemmingsplan geldt. Deze gebieden worden ook wel 'snippers' genoemd. Gebleken is dat er langs de Boelelaan, grenzend aan de Zuidas, nog een aantal locaties ligt waar op dit moment het oude bestemmingsplan Buitenveldert 2001 nog van kracht is. Ook rondom De Nieuwe Meer bevinden zich Gemeente Amsterdam

blz. 10

enkele snippers waarvoor geen recent bestemmingsplan geldt. Uit het oog van efficiency is ervoor gekozen om géén aparte bestemmingsplanprocedures te gaan starten om deze snippers te actualiseren, maar zijn zij opgenomen in het voorliggende bestemmingsplan. De betreffende locaties grenzen weliswaar niet aan het plangebied Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt, maar dat is geen belemmering. De gronden waarvoor een bestemmingsplan wordt vastgesteld hoeven geen aaneengesloten gebied te vormen.

1.4

Geldende bestemmingsplannen

In het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan zijn momenteel de volgende, door de stadsdeelraad van stadsdeel Oud-Zuid vastgestelde bestemmingsplannen van kracht: Bestemmingsplan

Vastgesteld

Onherroepelijk

Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt

29 oktober 2008

16 juni 2009

Hoofddorpweg 1-5

16 december 2009

19 februari 2010

Daarnaast zijn de afgelopen tien jaar in afwijking van het bestemmingsplan uit 2008 meerdere omgevingsvergunningen verleend. Deze ontwikkelingen zijn in het voorliggende bestemmingsplan opgenomen.

1.5

Totstandkoming bestemmingsplan

Het college van B & W heeft op 16 januari 2018 de Actualisatieopgave Bestemmingsplannen Amsterdam (hierna: ABA) vastgesteld. De ambitie van de gemeente Amsterdam is dat alle bestemmingsplannen voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet (2023) actueel en digitaal beschikbaar zijn. Het doel van de ABA is om de actualisatie van verouderde bestemmingsplannen te versnellen. Het bestemmingsplan Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt is een van de bestemmingsplannen die in het kader van de ABA dient te worden geactualiseerd. In deze paragraaf wordt toegelicht hoe het nieuwe bestemmingsplan tot stand is gekomen. De totstandkoming bestaat uit vijf fases, te weten: het plan van aanpak, de nota van uitgangspunten, het voorontwerpbestemmingsplan, het ontwerpbestemmingsplan en de vaststelling van het bestemmingsplan. Alle vijf fases worden hieronder toegelicht. Plan van aanpak Het Dagelijks Bestuur van stadsdeel Zuid (hierna: DB) heeft op 17 juli 2018 het Plan van Aanpak voor de actualisatie van het voorliggende bestemmingsplan vastgesteld. Hierin zijn o.a. de processtappen, de projectorganisatie, de planning en het participatieproces vastgelegd. In het plan van aanpak is ervoor gekozen om eerst een Nota van uitgangspunten op te stellen. Daarnaast is ervoor gekozen om zo vroeg mogelijk in het planproces te starten met de participatie.

Aan deze keuzes liggen de volgende overwegingen ten grondslag. Met het oog op de nieuwe Omgevingswet wordt in het nieuwe bestemmingsplan geanticipeerd op ontwikkelingen die in het gebied spelen. Om een goed afgewogen bestemmingsplan te maken wordt daarom eerst een nota van uitgangspunten opgesteld. Het is bij de actualisatie van een bestemmingsplan gebruikelijk dat bewoners en ondernemers pas voor het eerst kunnen reageren als het voorontwerpbestemmingsplan ter visie wordt gelegd. Maar dan zijn de keuzes voor de plansystematiek al gemaakt. Bewoners en ondernemers kunnen op dat moment alleen bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 11

reageren op de vertaling van die keuzes naar hun perceel of dat van hun buren. Bij de actualisatie van het voorliggende bestemmingsplan konden bewoners en ondernemers meepraten over de formulering van de uitgangspunten voor het nieuwe bestemmingsplan en konden zij zelf ideeën aandragen voor het plan. Hierdoor hebben zij invloed gehad op de keuzes die er in de plansystematiek worden gemaakt. Nota van uitgangspunten In de nota van uitgangspunten (hierna: NvU) zijn de keuzes met betrekking tot de systematiek van bestemmen vastgesteld. Bijvoorbeeld over de bouwdiepte van aan- en uitbouwen en over de functies die zijn toegestaan op begane grond van de winkelstraten. Deze uitgangspunten vormen de basis voor het bestemmen van alle gronden en gebouwen in het bestemmingsplan. In deze paragraaf wordt toegelicht hoe de NvU tot stand kwam. Het opstellen van de NvU startte met een participatietraject. Eind 2018 is er een mini-enquête gehouden om de mening van bewoners en ondernemers in het plangebied te peilen over een aantal onderwerpen die een plek krijgen in het nieuwe bestemmingsplan. Alle bewoners en ondernemers zijn via een huis-aan-huisbrief uitgenodigd om mee te doen. Er zijn ruim 9.000 huis-aan-huisbrieven verstuurd. De mini-enquête is ruim 1.200 keer ingevuld. Hierdoor is een goed beeld ontstaan van de wensen vanuit het plangebied.

In het voorjaar van 2019 zijn er twee buurtgesprekken gehouden in de Schinkelbuurt en de Hoofddorppleinbuurt. Deze buurtgesprekken werden door ca 75 resp. ca 150 mensen bezocht. De uitkomsten van de mini-enquête en de buurtgesprekken vormden samen met het gemeentelijk beleid en de ambities uit het coalitieakkoord de basis voor het formuleren van uitgangspunten voor het nieuwe bestemmingsplan. De concept uitgangspunten zijn vervolgens vastgelegd in een consultatieversie van de NvU. Deze consultatieversie is op 2 juli 2019 vastgesteld door het DB. De consultatieversie is voor advies aangeboden aan de stadsdeelcommissie. Tevens is de consultatieversie ter kennisname naar de wethouder ruimtelijke ordening gestuurd. De opmerkingen van de wethouder en de stadsdeelcommissie zijn verwerkt in de definitieve versie van de NvU. Tevens zijn er enkele ambtshalve aanpassingen doorgevoerd. Het DB heeft de definitieve NvU vervolgens op 15 oktober 2019 vastgesteld. Voorontwerpbestemmingsplan In het najaar van 2019 is gestart met het uitvoeren van alle inventarisaties. De bestaande bouwhoogtes zijn ingemeten. De cultuurhistorische waarden zijn in kaart gebracht. En er is geïnventariseerd welke niet-woonfuncties er in het plangebied aanwezig zijn. Daarbij is tevens nagegaan of deze niet-woonfuncties ook op de betreffende locaties zijn toegestaan conform het huidige bestemmingsplan uit 2008.

Vervolgens is het voorontwerpbestemmingsplan Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2021 opgesteld. Het DB heeft op 26 mei 2020 ingestemd met de ter visie legging van het voorontwerpbestemmingsplan. Het voorontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 2 juni tot en met 13 juli 2020 ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn kon iedereen een reactie indienen. Tegelijkertijd is het voorontwerpbestemmingsplan, conform artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke

Gemeente Amsterdam

blz. 12

ordening, voor een reactie voorgelegd aan de wettelijke (voor)overlegpartners. Dit zijn de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In totaal hebben 10 bewoners en ondernemers een reactie op het voorontwerp ingediend. Daarnaast hebben 2 overlegpartners een reactie ingediend. De ontvangen reacties zijn samengevat en beantwoord in de nota van beantwoording reacties, die als bijlage 10 bij de toelichting is gevoegd. In hoofdstuk 10 wordt nader ingegaan op de beantwoording van de reacties op het voorontwerpbestemmingsplan. Ontwerpbestemmingsplan Vervolgens is het voorontwerpbestemmingsplan omgezet naar een concept ontwerpbestemmingsplan. Daarbij is het voorontwerp op een aantal punten gewijzigd. De belangrijkste wijzigingen staan beschreven in de notitie wijzigingen plansystematiek die als bijlage 8 bij de toelichting is gevoegd. Voor een overzicht van alle wijzigingen tov het voorontwerpbestemmingsplan, inclusief motivering wordt verwezen naar de nota van wijzigingen, die als bijlage 9 bij de toelichting is gevoegd. Het DB heeft op 16 februari 2021 ingestemd met het concept ontwerpbestemmingsplan.

Het concept ontwerpbestemmingsplan is vervolgens voor een advies aan de Stadsdeelcommissie van Zuid voorgelegd. De stadsdeelcommissie heeft op 7 april 2021 positief geadviseerd op het concept ontwerpbestemmingsplan. Het advies van de stadsdeelcommissie is als bijlage 11 bij de toelichting gevoegd. Daarna wordt het ontwerpbestemmingsplan overgedragen aan de wethouder Ruimtelijke Ordening. De wethouder Ruimtelijke Ordening besluit namens het college van B & W over de ter visie legging van het ontwerpbestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan wordt vervolgens voor een termijn van zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kan iedereen een zienswijze indienen. Alle zienswijzen zullen in de Nota van beantwoording zienswijzen worden samengevat en beantwoord. In de nota wordt tevens toegelicht tot welke aanpassingen de ingediende zienswijzen hebben geleid. Vaststellen bestemmingsplan Het bestemmingsplan wordt naar verwachting in de eerste helft van 2023 door de gemeenteraad van Amsterdam vastgesteld. Belanghebbenden kunnen tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Nadat de beroepstermijn is afgelopen, treedt het nieuwe bestemmingsplan in werking.

1.6

Leeswijzer

Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende regels, vergezeld van een toelichting. De regels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. In de toelichting is een beschrijving van het plangebied opgenomen en zijn de aan het plan ten grondslag gelegen keuzes en beleidsuitgangspunten beschreven. De toelichting bestaat uit 10 hoofdstukken. Hoofdstuk 2 beschrijft de bestaande ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied en geeft aan welke ontwikkelingen zich voordoen in het plangebied.

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 13

In hoofdstuk 3 worden de uitgangspunten voor het bestemmingsplan 2021 beschreven. In het daarop volgende hoofdstuk 4 worden de ontwikkelingen beschreven die in het bestemmingsplan een plek krijgen. De voor het plan relevante beleidskaders van rijk, provincie en regio en het eigen gemeentelijke beleid zijn in hoofdstuk 5 beschreven. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten en hoofdstuk 7 behandelt de relevante omgevingsaspecten. Hierbij vindt er een toets aan de diverse milieuen omgevingsaspect plaats. Een toelichting op het juridische systematiek en een omschrijving van de afzonderlijke bestemmingen wordt gegeven in hoofdstuk 8. In hoofdstuk 9 wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven en in hoofdstuk 10 de maatschappelijke uitvoerbaarheid en de te doorlopen procedures.

Gemeente Amsterdam

blz. 14

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 15

Hoofdstuk 2

Het plangebied

In dit hoofdstuk wordt in paragraaf 2.1 eerst kort de ontstaansgeschiedenis van het plangebied beschreven. Voor een uitgebreide beschrijving van de ontstaansgeschiedenis wordt verwezen naar de Cultuurhistorische verkenning Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt, die als bijlage 1 bij de toelichting is opgenomen. In de daarna volgende paragrafen wordt de huidige situatie beschreven. Daarbij komt in paragraaf 2.2 eerst de ruimtelijke structuur aan bod. In paragraaf 2.3 wordt de functionele structuur van het plangebied toegelicht. Een toelichting op de openbare ruimte, het groen en het water in het gebied staat in paragraaf 2.4. De bereikbaarheid van het plangebied voor de verschillende vervoersvormen (auto, openbaar vervoer, fiets en lopend) is beschreven in paragraaf 7.1 'Mobiliteit'.

2.1

Historie

Het plangebied ligt ten zuidwesten van het historische centrum van Amsterdam en wordt doorkruist door de Schinkel. Van oudsher bevindt het plangebied zich op het grondgebied van verschillende gemeentes, dat door twee opeenvolgende annexaties onderdeel is geworden van Amsterdam. De eerste bebouwing ontstond in de Middeleeuwen ter hoogte van de overtoom, aan weerszijden van de Schinkel. In de zeventiende eeuw was dit uitgegroeid tot een bedrijvige plek vol met herbergen en tapperijen. Aan het begin van de huidige Sloterkade lag de Overtoomse Buurt en tussen de Schinkelkade en de Amstelveenseweg bevond zich de Dubbele Buurt. In de laatste decennia van de negentiende eeuw kwam de stad steeds dichterbij, wat onder andere leidde tot bijzondere architectuur aan de Amstelveenseweg, tegenover het Vondelpark. Het gebied waarop de Schinkelbuurt verrees, behoorde tot de annexatie van 1896 bij de gemeente Nieuwer-Amstel. De bebouwing van het noordelijk deel van de Schinkelbuurt kwam niet volgens een uitbreidingsplan tot stand; het stratenverloop volgt de aanwezige slotenverkaveling. Het noordelijk deel van de Schinkelbuurt werd door particuliere partijen (vaak plaatselijke aannemers) gerealiseerd toen het grondgebied nog tot de gemeente Nieuwer-Amstel behoorde.

Het zuidelijke deel van de Schinkelbuurt is na de annexatie gebouwd door de aan het eind van de negentiende eeuw opgerichte Amsterdamse woningbouwverenigingen. De bebouwing wordt gerekend tot de 19e-eeuwse Ring. Het grondgebied waarop de Hoofddorppleinbuurt ligt, behoorde tot de daaropvolgende annexatie van 1921 tot de gemeente Sloten. Een aantal straten was al aangelegd in de jaren ervoor en behoort tot de 19e-eeuwse Ring. Voor de aanleg van de nieuwe wijk werd een plan gemaakt waarvan de bebouwing, die deel uitmaakt de Gordel '20-'40, in verschillende fases tot stand kwam. Hiervoor werd voortgeborduurd op een uitbreidingsplan dat al was vastgesteld door de gemeente Sloten. Middelpunt is het Hoofddorpplein, waaromheen de eerste bebouwing in de jaren '20 werd gerealiseerd. Het deel tussen de Rietwijkerstraat, Aalsmeerweg-Warmondstraat en de Theophile de Bockstraat werd tussen 1931 en 1940 gebouwd. Dit gebeurde op basis van een door Cornelis van Eesteren gemaakt ontwerp dat deel uitmaakt van Plan West. Beide buurten zijn grotendeels herkenbaar gebleven als onderdelen van de 19de-eeuwse Ring en de Gordel '20-'40. Wijzigingen hebben voornamelijk plaatsgevonden in de meest historische delen van het plangebied.

De Dubbele Buurt moest in de jaren dertig wijken voor de verbreding van de Schinkel en de Amstelveenseweg en de Overtoomse Buurt sneuvelde grotendeels voor de aanleg van het Surinameplein. Plaatselijk, zoals op verschillende plekken aan de Sloterkade, heeft stadsvernieuwing en

Gemeente Amsterdam

blz. 16

stedelijke vernieuwing plaatsgevonden.

2.2

Ruimtelijke structuur

2.2.1

Stedenbouwkundige opzet

Schinkelbuurt De bebouwing van de Schinkelbuurt volgt grotendeels de oude slotenverkaveling. De hoofdader in de buurt wordt bepaald door de drukke Amstelveenseweg, die tevens de oostgrens van het plangebied vormt. Van oudsher is deze woon/winkelstraat een belangrijke verbinding tussen Amsterdam en Amstelveen. Tussen deze weg en de Schinkelkade lopen oost-west georiënteerde dwarsstraten die worden gedomineerd door woningbouw van rond 1910 en bestaat uit aaneengeschakelde gesloten bouwblokken. Deze straten zijn stenig en voorzien van één rij bomen: het meeste groen bevindt zich achter gesloten gevels in de binnentuinen. In de Zeilstraat en Amstelveenseweg bevinden zich op de begane grond van de woonblokken winkel- en horecavoorzieningen. In de Schinkelbuurt werden, verspreid over de dwarsstraten, ook enkele scholen gebouwd waarvan de gevels werden geïntegreerd in de gesloten bouwblokken. Op de plek van de oude Dubbele Buurt, in de 'driehoek' waar de Amstelveenseweg en de Schinkelhavenkade samenkomen, zijn verschillende bouwblokken uit de tweede helft van de twintigste eeuw te vinden die verschillen in grootte en opzet. Ten zuiden van de Vaartstraat bevinden zich publieke en maatschappelijke voorzieningen, maar deze liggen buiten het plangebied.

Hoofddorppleinbuurt Het deel van de Hoofddorppleinbuurt dat behoort tot de Gordel '20-'40 is planmatig tot stand gekomen en kent een duidelijke structuur die bestaat uit een grid van oost-west- en noord-zuidlopende hoofd- en secundaire wegen. De belangrijkste wegen komen samen op het Hoofddorpplein, dat het centrum van de buurt vormt. De bajonetontsluiting van Heemstedestraat, Haarlemmermeerstraat, Hoofddorpweg en Aalsmeerweg is vergelijkbaar met die van het Mercatorplein. Belangrijk voor het karakter van de buurt is het schaalverschil tussen de hoofd- en secundaire wegen. De breedte van de straten varieert van 22 meter voor de hoofdwegen tot 15 à 18 meter voor de buurtstraten. Aan de hoofdwegen telt de bebouwing overwegend vijf lagen, aan de secundaire wegen zijn dat er meestal vier. De bebouwing bestaat uit gesloten bouwblokken voorzien van binnentuinen en was indertijd bedoeld voor de middenklasse. Een aantal (voormalige) schoolgebouwen is te vinden in de secundaire wegen, zoals de Rietwijkerstraat, de Hillegomstraat, de Bennebroekstraat en de Floris Versterstraat. De gevels van de scholen zijn geïntegreerd in de gesloten bouwblokken. Een uitzondering vormt het multifunctionele schoolgebouw aan de Theophile de Bockstraat bij de Westlandgracht dat in 2010 is gerealiseerd.

Winkel- en horecavoorzieningen bevinden zich op de begane grond van de blokken aan verschillende hoofdstraten, zoals de Heemstedestraat, de Hoofddorpweg en het Hoofddorpplein. Het Surinameplein begrenst de buurt aan de noordzijde, de Westlandgracht aan de westzijde en de Schinkel vormt de oostgrens. De Jacob Marisbuurt kwam al tot stand voor de annexatie van de gemeente Sloten en behoort nog tot de negentiende-eeuwse ring. Ook deze buurt bestaat uit een rastervormig grid van oost-west en noord-zuidlopende wegen met gesloten bouwblokken. Deze woningen variëren meer in ontwerp en hebben een aanzienlijk lagere en meer diverse bouwhoogte dan het Gordel '20-'40-gedeelte. Het oudste deel van de Hoofddorppleinbuurt wordt gevormd door de Sloterkade, die door de verschillende rooilijnen en bebouwingstypes een grillig verloop kent. De (deels pre-stedelijke) bebouwing is hier door de eeuwen heen op een bijna organische manier ontstaan en herinnert aan de tijd van grote bedrijvigheid bij de overtoom. Daarmee is het een belangrijke cultuurhistorische as. De diversiteit aan bebouwing maakt de gelaagde ontwikkelgeschiedenis van de kade afleesbaar. Door de ligging aan de Schinkel kent deze van oudsher een functiemengeling van wonen, werken en (voornamelijk bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 17

pre-stedelijke) industrie. Tegenwoordig is hier door de ligging aan het water ook horeca te vinden. 2.2.2

Bebouwingstypologie

Schinkelbuurt De Schinkelbuurt wordt gedomineerd door gesloten woningbouwblokken van rond 1910 met meestal vier bouwlagen en een kap. De kap is grotendeels parallel aan de straat geplaatst en de blokken hebben karakteristieke verticale ramen en dakkappelen met een uitkragende hijsbalk. Qua bebouwingskarakteristiek onderscheid het noordelijk deel van de Schinkelbuurt (Derde Schinkelstraat en noordelijker) zich duidelijk van het zuidelijk deel (Sluisstraat en zuidelijker). Het noordelijk deel van de buurt kenmerkt zich door kleinere bouweenheden, die in verschillende periodes zijn gebouwd. Het bebouwingsbeeld kenmerkt zich door een variatie in architectuurstijlen, bouwhoogten en in enkele gevallen een verspringende rooilijn. Enkele panden stammen nog uit de tijd dat de Schinkelbuurt onderdeel uitmaakte van de gemeente Nieuwer-Amstel. Bij sommige blokken is er tussen de lange zijde van een woonblok en de kopbebouwing een opening aanwezig, bedoeld voor lichtinval en luchtdoorstroming. De al eerder genoemde kenmerkende afgeschuinde hoeken zijn vaak voorzien van verbijzonderingen in de architectuur. Aan de Amstelveenseweg zijn de huizen wat rijker gedecoreerd dan in de dwarsstraten. Op de begane grond van deze bouwblokken bevinden zich winkels en horecagelegenheden, die duidelijk herkenbaar zijn aan de verschillende winkelpuien die de plinten sieren.

Opvallend is de negentiende-eeuwse paardentramremise, die in Russische stijl is neergezet en een overblijfsel is van de vermaaksarchitectuur bij het Vondelpark. In de jaren tachtig, negentig en nul is her en der wat bebouwing in de dwarsstraten vervangen door moderne woningbouw met een meer eigentijdse architectuur die de aanwezige verkavelingsvormen respecteert. Het noordelijkste deel van de buurt in de ‘driehoek’ tussen de Amstelveenseweg en de Schinkelhavenkade bestaat voornamelijk uit woningbouw- en appartementenblokken die in de tweede helft van de twintigste eeuw zijn gebouwd. Het zuidelijk deel van de Schinkelbuurt kent een sterk samenhangend bebouwingsbeeld. Dit deel van de Schinkelbuurt is gebouwd na de gedeeltelijke annexatie van Nieuwer-Amstel in 1896. De bebouwing bestaat geheel uit panden van vier bouwlagen plus een kap. De bebouwing in de woonstraten en de Zeilstraat is consequent uitgevoerd in de stijl van de overgangsarchitectuur die in zwang was rond de eeuwwisseling. Op de koppen van de Amstelveenseweg is de bebouwing uitgevoerd in de verwante stijl van het rationalisme. De bouwblokken zijn geheel gesloten. Er is nergens een ruimte opengelaten voor lichtinval en luchtdoorstroming. Met uitzondering van de nieuwbouw op de hoek van de Schinkelkade en de Vaartstraat heeft in dit deel van de Schinkelbuurt nergens sloop-nieuwbouw plaatsgevonden.

Hoofddorppleinbuurt De Hoofddorppleinbuurt wordt gedomineerd door gesloten bouwblokken voor de middenklasse die zijn vormgegeven in een sobere variant van de Amsterdamse School. De hiërarchie tussen de secundaire en hoofdwegen komt tot uiting in de architectuur. Aan de hoofdwegen telt de bebouwing overwegend vijf lagen, aan de secundaire wegen zijn dat er meestal vier. Rond het Hoofddorpplein en langs de hoofdwegen is de architectuur uitbundiger dan de woonbebouwing langs de buurtstraten. In het noordwestelijk gedeelte dat tussen 1932 en 1937 verrees onder de stedenbouwkundige regie van Van Eesteren is de architectuur bewust zeer terughoudend gehouden met erkerpartijen die voor een sterke ritmering van de stedenbouwkundige ruimte zorgen en een ver uitkragende dakgoot die de straat van boven duidelijk beëindigt. Op die manier is de aandacht verschoven van de architectuur naar de vormgeving van de stedenbouwkundige ruimte, die dan ook hoger is gewaardeerd op de ordekaarten (zie hoofdstuk 7.3.3). De architectuur van de pre-stedelijke bebouwing rondom het Jacob Marisplein bestaat voornamelijk uit

Gemeente Amsterdam

blz. 18

drie bouwlagen en is qua ontwerp zeer divers. Net als in de Schinkelbuurt is hier op meerdere plekken gezorgd voor lichtinval door ruimte open te laten tussen de lange zijde van een woonblok en de kopbebouwing. De Sloterkade kent door het verschil in rooilijnen en bebouwingshoogtes een grillig verloop. Naast het zeventiende-eeuwse Aalsmeerder Veerhuis wordt hier negentiende-eeuwse en begin-twintigste-eeuwse bebouwing afgewisseld met modernere bouwblokken.

2.3

Functionele structuur

De Hoofddorppleinbuurt en de Schinkelbuurt zijn allebei woonbuurten die zich kenmerken door een zekere mate van functiemenging. In veel panden zijn op de begane grond winkels, consumentgerichte dienstverleners, horeca, kantoren, maatschappelijke voorzieningen en kleinschalige bedrijven gevestigd. Functiemenging Functiemenging betekent simpelweg dat een bepaald gebied zich kenmerkt door de aanwezigheid van verschillende functies. Binnen een gebouw, een straat, buurt of wijk en op de hogere schaalniveaus, en steeds weer in een andere verhouding. Het gaat om de menging tussen wonen, werken en voorzieningen, en om de menging binnen deze functies.

Afbeelding: Uitsnede kaart Functiemix Amsterdam

Op de bovenstaande uitsnede van de kaart 'Functiemix Amsterdam' van de gemeente Amsterdam is goed te zien dat de Hoofddorpplein- en de Schinkelbuurt hoofdzakelijk woonbuurten zijn. De meeste publieksgerichte voorzieningen (winkels, consumentgerichte dienstverlening en horeca) zijn gevestigd in

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 19

de winkelstraten en de doorgaande straten. In de woonstraten zijn daarnaast ook diverse maatschappelijke voorzieningen, kantoren en kleinschalige bedrijven gevestigd. Onderstaande uitsnede van de 'Functiekaart Amsterdam' van de gemeente geeft hiervan een goede indruk. In de volgende paragraaf wordt de voorzieningenstructuur in het plangebied nader toegelicht.

Afbeelding: Uitsnede Functiekaart Amsterdam

2.3.1

Voorzieningenstructuur

De Amstelveenseweg ten zuiden van de Schinkelhavenstraat, de Zeilstraat, de Hoofddorpweg en het Hoofddorpplein zijn de winkelstraten en vormen het wijkwinkelgebied van het plangebied. Kenmerkend zijn de vele kleine winkelruimtes (50 tot 100 m2), waardoor er relatief weinig winkelketens zijn gevestigd. In de directe omgeving van het kruispunt Amstelveenseweg/ Zeilstraat bevindt zich een clusteringen van enkele ketens zoals de Zeeman, Blokker, Etos en Albert Heijn. In de Zeilstraat, de Hoofddorpweg en op het Hoofddorpplein ligt het accent op detailhandel en consumentgerichte dienstverlening. Langs de Amstelveenseweg is naast detailhandel en consumentgerichte dienstverlening ook sprake van een clustering van horecavoorzieningen. Langs de Surinamestraat bevindt zich ook een clustering van horeca en winkels. De Surinamestraat maakt echter geen onderdeel uit van het wijkwinkelgebied. Deze straat fungeert als de aanloopstraat naar het winkel- en voorzieningenlint van de Overtoom. In de overige doorgaande straten zoals de Haarlemmermeerstraat, de Heemstedestraat en de Aalsmeerweg bevinden zich in de begane grond zowel woningen als niet-woonfuncties. Het eerste deel van de Heemstedestraat en het eerste deel van de Aalsmeerweg vormen daarbij de aanloopstraten naar Gemeente Amsterdam

blz. 20

de wijkwinkelstraten. Hier bevinden zich voornamelijk niet-woonfuncties op de begane grond, waarbij het accent op consumentgerichte dienstverlening en horeca ligt. Langs de Sloterkade (nummer 110 t/m 140) zijn vier winkelketens gevestigd die veel winkelend publiek trekken. De aanwezigheid van winkelketens op deze locatie net buiten het winkellint kan worden verklaard omdat de winkelruimtes hier beduidend groter zijn dan in de winkelstraten. In het plangebied bevinden zich vier supermarkten met een verkoopvloeroppervlak van meer dan 300 m2: een Dirk van den Broek aan de Sloterkade 110-124, een Albert Heijn aan de Amstelveenseweg 186-190, een Marqt aan de Hoofddorpweg 2 en een Deen aan de Rietwijkerstraat 22-24. Daanaast bevinden zich in het plangebied enkele kleine supermarkten met een verkoopvloeroppervlak van minder dan 300 m2. Van oudsher waren er veel buurtwinkels op de straathoeken van de woonstraten gevestigd. Ook waren er enkele buurtwinkelstrips aanwezig, zoals in de Weissenbruchstraat, het noordelijk deel van de Haarlemmermeerstraat en de Rietwijkerstraat tussen de Stolwijkstraat en de Woubruggestraat. Veel van deze winkels zijn in de loop der jaren omgezet naar andere voorzieningen, zoals een tandartspraktijk, een horecavoorziening of een kantoor. Ook zijn sommige buurtwinkels omgezet naar een woning.

Op onderstaande kaart is aangegeven waar de winkelstraten, de aanloopstraten, de overige doorgaande straten en de clusterpunten met voorzieningen buiten de winkelstraten zich bevinden.

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 21

Afbeelding: De voorzieningenstructuur in het plangebied

Gemeente Amsterdam

blz. 22

2.3.2

Detailhandel en consumentgerichte dienstverlening

Winkels en consumentgerichte dienstverleners worden aangemerkt als 'publieksgerichte voorzieningen'. Dit zijn voorzieningen die zich bij voorkeur vestigen op locaties waar veel publiek aanwezig is, zoals winkelcentra, winkelstraten of stadsstraten. Winkels verkopen vanuit een voor publiek toegankelijke ruimte goederen aan consumenten, terwijl consumentgerichte dienstverleners vanuit een voor publiek toegankelijke ruimte diensten aan consumenten verlenen. Daarbij moet worden gedacht aan kappers, zonnestudio's, schoonheidssalons, wasserettes en dergelijke, maar ook aan reisbureaus, hypotheekkantoren en uitzendbureaus, veelal zaken met een baliefunctie. De winkelstraten in het plangebied functioneren goed. De bewoners waarderen het ruime en diverse voorzieningenaanbod met veel kleine speciaalzaken en buurtwinkels. Uit de Gebiedsagenda Oud-Zuid blijkt dat het winkelgebied Zeilstraat/Hoofddorpplein door de bewoners met een 7,3 wordt beoordeeld. Men is tevreden over de keuzemogelijkheden voor food en het aanbod van dag-horeca, maar iets minder over keuzemogelijkheden voor non-food en de parkeermogelijkheden. 2.3.3

Maatschappelijke voorzieningen

Bij maatschappelijke voorzieningen gaat het om verschillende vormen van (medische) gezondheidszorg, kunst, (sociaal-)cultureel werk, welzijnsinstellingen, woonzorg (waarbinnen woonzorgcentrum), kinderopvang, onderwijs en educatie, sport, religie, overheidsvoorzieningen en dergelijke. Het zijn in de regel non-profit en/of gesubsidieerde voorzieningen. In het plangebied komen verschillende vormen van maatschappelijke dienstverlening en maatschappelijke voorzieningen voor. De kleinschalige vestigingen van maatschappelijke dienstverlening zijn in het plangebied verspreid te vinden, in de begane grond van zowel de woonstraten als de winkel- en doorgaande straten. Het gaat om praktijkruimtes van huisartsen, tandartsen, fysiotherapeuten en dergelijke. De meeste van deze voorzieningen bevinden zich in de woonstraten. De grote maatschappelijke voorzieningen zijn meestal gevestigd in een eigen gebouw. In het plangebied zijn meerdere scholen gevestigd. Op de hoek van de Theophile de Bockstraat en de Westlandgracht staat een multifunctioneel gebouw waarin twee basisscholen, kinderopvang en diverse andere maatschappelijke voorzieningen zijn gevestigd. In de Rietwijkerstraat zijn twee scholen voor speciaal basisonderwijs en middelbaar onderwijs gevestigd. In het voormalige schoolgebouw aan de Veerstraat 48 zijn o.a een huiswerkbeleidingsinstituut en een kinderdagverlijf gevestigd.

In het plangebied zijn enkele voorzieningen op het gebied van kunst en cultuur gevestigd. Aan de Amstelveenseweg 134 is concertzaal OCCII gevestigd en aan de Schinkelhavenstraat 27-HS is Teatro Munganga gevestigd. Beide voorzieningen maken onderdeel uit van het woon-werkcomplex de Binnenpret aan de Eerste Schinkelstraat 14 en 16. Op het binnenterrein van het bouwblok Aalsmeerweg - Sassenheimstraat - Rijnsburgstraat bevindt zich een ateliercomplex voor kunstenaars (Retort Ateliers, Rijnsburgstraat 74). Aan de Derde Schinkelstraat 7-9 is De Derde Schinkel gevestigd, een gebouw waar diverse leer-werkbedrijven zijn gevestigd die mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt begeleiden. Aan de Schinkelkade 26-29 bevindt zich het woonzorgcomplex Schinkelhof. Op de hoek van de Schinkelkade en de Vaartstraat bevindt zich een woonzorgcomplex met maatschappelijke voorzieningen in de plint. Het aantal religieuze voorzieningen in het plangebied is beperkt tot de moskee aan de Legmeerstraat. De Andreaskerk in de binnentuin van het bouwblok langs de Andreas Schelfhoutstraat is inmiddels verbouwd tot woonappartementen.

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 23

2.3.4

Horeca

Horeca wordt onderverdeeld in eet- en drinkgelegenheden enerzijds en logiesfuncties anderszijds. Eeten drinkgelegenheden zijn publieksgerichte voorzieningen, omdat deze bij voorkeur vestigen op locaties waar veel publiek aanwezig is, zoals winkelcentra, winkelstraten of stadsstraten. Overnachtingsgelegenheden zijn geen publieksgerichte voorzieningen, omdat deze zich niet richten op langslopend publiek. Eet- en drinkgelegenheden De Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt zitten, net als veel andere wijken binnen de ring, al een jaar of vijftien in de lift. Dit uit zich onder meer in een upgrading van het horeca-aanbod. Er hebben zich in de afgelopen jaren veel nieuwe horeca-inrichtingen gevestigd die zich richten op nieuwe stedelingen. Aan de Amstelveenseweg is sinds 2003 het aanbod aan horecavestigingen gestegen, waarmee hier tevens (in toenemende mate) een clustering is ontstaan. Het merendeel van de horecagelegenheden is gevestigd in de winkelstraten en doorgaande straten. Nieuwe horeca heeft zich niet alleen in de hoofdstraten gevestigd, maar ook in een aantal woonstraten. Logiesfuncties In het plangebied zijn twee hotels gevestigd. Aan het Surinameplein 53 is op de begane grond en de 1e etage het Hotel Belfort gevestigd.

Het voormalige brugwachterhuisje bij de fietsbrug over de Schinkel naar het Vondelpark (Sloterkade 61K) is het SWEETS hotel Theophile de Bockbrug met één hotelkamer. 2.3.5

Kantoren en zakelijke dienstverlening

Binnen het plangebied staan een aantal kantoorgebouwen. Deze kantoorgebouwen zijn allemaal in gebruik als kantoor-/ bedrijfsverzamelgebouw. Het betreft de volgende adressen: Surinameplein 33-35 (broedplaats SUP), Amstelveenseweg 88-90 (boven de garage van de Kwikfit) en Hillegomstraat 12-14 (voormalig schoolgebouw dat is omgebouwd tot kantoorverzamelgebouw) Daarnaast bevinden zich diverse kantoorfuncties op de begane grond van panden met daarboven woningen. Tenslotte bevinden zich kantoorfuncties in bedrijfspanden op binnenterreinen, bijvoorbeeld het bedrijfspand aan de Aalsmeerweg 108A. Niet-publieksgerichte dienstverlening, kantoren zonder inloop- of baliefunctie, wordt ook aangemerkt als kantoorfunctie. Hierbij moet worden gedacht aan kantoren van advocaten, notarissen en dergelijke. Ook creatieve bedrijvigheid, zoals ontwerpbureaus, wordt aangemerkt als kantoorfunctie. 2.3.6

Bedrijven en ateliers

Her en der in het plangebied zijn kleinschalige, al dan niet ambachtelijke bedrijven en ateliers gevestigd. Een lichte concentratie van de bedrijvigheid doet zich voor in de (dwarsstraten van de) Schinkelbuurt met onder andere atelierwoningen. Het gaat vrijwel overal om invulling van de plint, met onder andere een garagebedrijf en wat betreft ambachtelijke bedrijven een kleermakerij en een meubelstoffeerderij. Het zijn bedrijfsvormen die passen binnen de woonomgeving, zware bedrijvigheid ontbreekt in het gebied. Verspreid over het gebied zijn tevens meerdere atelierruimtes gevestigd.

Gemeente Amsterdam

blz. 24

2.3.7

Ontspanning en sport

In het plangebied bevinden zich geen vestigingen op het gebied van ontspanning zoals bioscopen. In het plangebied bevinden zich evenmin openbare sportvoorzieningen zoals sportclubs of -velden. In het plangebied zijn wel vier sportscholen/fitnesscentra gevestigd, maar deze voorzieningen zijn aangemerkt als een bijzondere vorm van consumentgerichte dienstverlening. 2.3.8

Ongewenste voorzieningen

Bepaalde soorten publieksgerichte voorzieningen kunnen het woon- en leefklimaat van een winkelstraat negatief beinvloeden en hebben geen toegevoegde waarde voor het voorzieningenaanbod in een wijk. De gemeente Amsterdam beschouwt de volgende voorzieningen al sinds jaar en dag als ongewenst in winkelstraten: automatenhallen, belwinkels, geldwisselkantoren, massagesalons, seksinrichtingen en smartshops. Er geldt voor dit soort voorzieningen uitsterfbeleid. Bestaande vestigingen zijn toegestaan, maar nieuwe vestigingen zijn verboden. Sinds in 2018 het bestemmingsplan Winkeldiversiteit Centrum is vastgesteld, geldt er een uitsterfbeleid voor toeristenwinkels en eetwinkels in het centrum van Amsterdam. De coalitie wil dit brancheringsinstrument uitbreiden naar de hele stad. Toeristenwinkels en eetwinkels worden daarom tegenwoordig ook als een ongewenste voorziening beschouwd. De regulering van shishalounges is weliswaar nog geen gemeengoed in Amsterdam. Dit is echter eveneens een voorziening die geen toegevoegde waarde heeft voor het wijkvoorzieningenaanbod en het woon- en leefklimaat negatief kan beinvloeden. In het plangebied bevinden zich enkele ongewenste voorzieningen, te weten een sexclub, een belwinkel en enkele massagesalons. 2.3.9

Wonen

Vrijwel overal in het plangebied wordt gewoond in etagewoningen. De bevolkingssamenstelling in de Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt wijkt af van die van geheel Stadsdeel Zuid, in die zin dat er relatief weinig kinderen en jongeren wonen en relatief veel nieuwe stedelingen van westerse afkomst. In de Schinkelbuurt wonen daarnaast relatief meer alleenstaanden. De gemiddelde WOZ-waarde van de woningen ligt iets boven het stedelijke gemiddelde. Uit de Gebiedsagenda Oud-Zuid blijkt dat in zowel de Hoofddorppleinbuurt als de Schinkelbuurt de tevredenheid van de bewoners met de woning op het stadsgemiddelde ligt. Wel is in de Schinkelbuurt de tevredenheid over het onderhoud van de woning wel relatief laag. De bewoners van de Schinkelbuurt zijn niet erg tevreden met de speel- en fietsparkeervoorzieningen op straat. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de smalle straten in deze buurt. Daarnaast zijn de bewoners van de Schinkelbuurt kritisch over het schoonhouden van de openbare ruimte.

2.4

Openbare ruimte, groen en water

Schinkelbuurt In de Schinkelbuurt zijn geen echte pleinen aanwezig. Wel zijn verschillende plekken de hoeken van de bouwblokken afgeschuind of de rooilijnen naar achter gelegd, waardoor er toch een soort postzegelpleintje ontstaat. Dergelijke postzegelpleintjes zijn bijvoorbeeld aanwezig op de hoek van de Sluisstraat en de Schinkelkade en op de kruising Amstelveenseweg - Zeilstraat.

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 25

Openbare groenvoorzieningen zijn grotendeels beperkt tot boomaanplant in de straten. Zo zijn de dwarsstraten op de Zeilstraat na voorzien van een rij bomen. Ook de Schinkelkade is voorzien van een bomenrij die deze kade een groen karakter geeft. Groene long van deze buurt is het plantsoen aan de Schinkelhavenstraat op de plaats van de voormalige uitspanning Schinkelhaven. Deze maakt onderdeel uit van een groene doorgaande fiets- en wandelroute tussen het Vondelpark en het Rembrandtpark, zoals bedacht in het AUP (algemeen uitbreidingsplan). Veel privégroen in de buurt is echter niet zichtbaar vanwege de stedenbouwkundige opzet van gesloten bouwblokken. Het groen in de binnentuinen van de Schinkelbuurt is dan ook belangrijk voor de woonkwaliteit in de buurt. Ten slotte is de Schinkel een belangrijk onderdeel van de openbare ruimte. Niet alleen speelde deze waterloop een significante rol in de pre-stedelijke ontstaansgeschiedenis van de wijk, het is ook een belangrijke ruimtelijke as. Vroeger een bedrijvige handelsroute, tegenwoordig een aantrekkelijk onderdeel van de leefomgeving vanwege het uitzicht en de recreatiemogelijkheden. Hoofddorppleinbuurt In de Hoofddorppleinbuurt is een grote rol voor pleinen weggelegd.

Naast het Hoofddorpplein zijn dat het Legmeerplein, de twee pleinen in de Woestduinstraat en het Jacob Marisplein Op de hoek van de Sloterkade met respectievelijk de Theophile de Bockstraat en de Weissenbruchstraat is de rooilijn bewust naar achter gelegd om meer openbare ruimte te creëren, waardoor ook hier een soort postzegelpleintjes zijn ontstaan. Groen is volop aanwezig in de buurt. De aanwezige pleinen hebben allemaal een groene inrichting en de beplanting in de buurt werd ook ingezet om de hiërarchische opzet van de straten te onderstrepen. In de hoofdwegen zijn de bomen slank, hoog en statig, in de buurstraten klein en pittoresk. Ook verschilt de keuze van boomsoort waar de boombeplanting van straat- en plein samenkomen, zoals op het Legmeerplein. In enkele van de door Van Eesteren ontworpen straten is een asymmetrisch profiel toegepast om meer ruimte voor groen te creëren. Dit is terug te zien in de Abbenes-, Sassenheim- en Rietwijkerstraat. Het meeste privégroen is te vinden in de binnentuinen achter de gesloten gevels. Een uitzondering hierin vormt het rijtje huizen op het Jacob Marisplein, waar de achtertuinen zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte. De twee belangrijkste groenzones in de Hoofddorppleinbuurt zijn het plantsoen tussen de Theophile de Bockstraat en de Albert Neuhuysstraat en de groene oever langs de Westlandgracht.

De Theophile de Bockstrook is door Van Eesteren bedoeld als een overgangsstrook tussen het Vondelpark en het Rembrandtpark en ligt dan ook in het verlengde van het Schinkelhavenplantsoen aan de overkant van de Schinkel. Conform het gedachtegoed van de opstellers van het AUP dient deze niet alleen ter ontspanning, maar ook als doorgangsroute van voetgangers en fietsers. De Westlandgracht is naast ontspanningszone ook van stedenbouwkundige betekenis: deze markeert de scheiding tussen de oude stad en de nieuwe uitbreidingswijken, waardoor de bebouwing van de oost en westzijde sterk contrasteert. Het scherm van hoog opgaande platanen langs de gracht geeft het uitzicht over dit unieke waterplein een grote allure. Het water biedt bovendien veel mogelijkheden tot recreatie.

Gemeente Amsterdam

blz. 26

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 27

Hoofdstuk 3

Uitgangspunten

De toelichting op de in het bestemmingsplan gehanteerde uitgangspunten bestaat uit vier delen. Begonnen wordt met de algemene uitgangspunten. Vervolgens zijn de uitgangspunten voor het bouwen uiteengezet. Dan worden de uitgangspunten voor de voorzieningenclusters beschreven en tot slot worden de uitgangspunten met betrekking tot de gebruiksmogelijkheden (detailhandel, consumentgerichte dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen, horeca, kantoren, kleinschalige bedrijven, ontspanning & sport en wonen) uiteengezet.

3.1

Algemene uitgangspunten

Een bewoner of ondernemer moet erop kunnen vertrouwen dat hij in zijn pand kan blijven wonen of ondernemen. Deze rechtszekerheid wordt in het bestemmingsplan gewaarborgd door in beginsel alle bebouwing en al het gebruik dat (legaal) aanwezig is toe te staan. Dit wordt "positief bestemmen" genoemd. In de praktijk is de feitelijke situatie vaak al positief bestemd in het huidige bestemmingsplan, tenzij er sprake is van een overgangssituatie. Het huidige bestemmingsplan 2008 Het huidige bestemmingsplan Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt uit 2008 is: Conserverend van aard als het gaat om de bouwmogelijkheden. Het bestaande bouwvolume is toegestaan. In de meeste gevallen mag de bouwhoogte (bij een plat dak) of nokhoogte (bij een puntdak) niet worden verhoogd. Ook mag de achtergevel in de meeste gevallen niet naar achteren worden verplaatst, vergunningsvrije aan- en uitbouwen uitgezonderd. Als het bestemmingsplan ruimere bouwmogelijkheden biedt dan hetgeen feitelijk aanwezig is, dan is dit ook een recht van de eigenaar van het gebouw. Dit worden bouwrechten genoemd. Flexibel van aard als het gaat om de gebruiksmogelijkheden. Niet-woonfuncties hebben bijvoorbeeld een gemengde bestemming: er zijn winkels, kantoren, maatschappelijke voorzieningen en bedrijven toegestaan.

De eigenaar van een gebouw met een gemengde bestemming heeft niet alleen recht op de aanwezige functie, maar ook op de andere functies die het bestemmingsplan toelaat. Dit worden gebruiksrechten genoemd. Toevoegen of ontnemen van rechten De bouw- en gebruiksrechten hebben invloed op de vastgoedwaarde. Worden daar rechten aan toegevoegd (meer gebruiks- of bouwmogelijkheden), dan stijgt doorgaans de vastgoedwaarde van het gebouw. Worden rechten ontnomen (minder gebruiks- of bouwmogelijkheden), dan daalt de vastgoedwaarde meestal. Het toevoegen van bouw- en gebruiksrechten heeft ook ruimtelijke effecten. Zo kunnen de verkeers- en parkeerdruk toenemen. Het toevoegen van bouwrechten kan daarnaast leiden tot minder daglichttoetreding of het verlies van uitzicht voor omliggende panden. Het toevoegen of ontnemen van gebruiks- of bouwmogelijkheden dient daarom altijd zorgvuldig te worden afgewogen. Dit neemt niet weg dat er aanleiding kan zijn om bouw- en gebruiksrechten uit te breiden of in te perken. Bijvoorbeeld om de gemeentelijke ambities en beleidsdoelen in het bestemmingsplan te vertalen. Of te anticiperen op nieuwe ontwikkelingen die zich in het plangebied voordoen of zullen gaan voordoen. Ook kan er vanuit bewoners en ondernemers een wens bestaan om rechten in te perken of uit te breiden.

Gehanteerde algemene uitgangspunten Voor het bestemmingsplan Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2021 gelden de volgende algemene uitgangspunten:

Gemeente Amsterdam

blz. 28

De bestaande legaal aanwezige situatie wordt positief bestemd. Alle bebouwing die en al het gebruik dat legaal aanwezig is, wordt in het bestemmingsplan toegestaan; Het bestemmingsplan is in de basis conserverend van aard voor wat betreft de bebouwing. Voor enkele situaties en locaties worden bouwmogelijkheden gecreëerd. Dit wordt toegelicht in hoofdstuk 3.2; Het bestemmingsplan is in de basis flexibel van aard voor wat betreft gebruik. In hoofdstuk 3.3 en 3.4 wordt voor de meest voorkomende functies toegelicht welke mate van flexibiliteit wordt nagestreefd. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is rekening gehouden met actuele wet- en regelgeving, de actuele gemeentelijke beleidskaders en de ambities uit het coalitieakkoord. Deze zijn waar mogelijk verwerkt in het bestemmingsplan. In dit bestemmingsplan worden in beginsel geen nieuwe bouwprojecten mogelijk gemaakt. Voor enkele panden en complexen wordt een extra bouwlaag toegestaan. In hoofdstuk 4.2 wordt onderbouwd om welke adressen het gaat. Daarnaast worden initiatieven waarvoor reeds een omgevingsvergunning is verleend verwerkt in dit bestemmingsplan. Voorwaarde is wel dat die omgevingsvergunning nog steeds van kracht is en er geen bezwaar of beroep loopt. Indien een omgevingsvergunning weer is ingetrokken, dan wordt het betreffende initiatief niet mogelijk gemaakt in dit bestemmingsplan.

Met het bestemmingsplan worden geen bouwplannen mogelijk gemaakt waarvoor op grond van artikel 6.12 lid 1 Wro een exploitatieplan opgesteld dient te worden. Dit soort bouwplannen wordt alleen opgenomen op het moment dat het kostenverhaal (anderszins dan door een exploitatieplan) verzekerd is (d.m.v. bijvoorbeeld een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer).

3.2

Uitgangspunten bouwen

De uitgangspunten ten aanzien van de bouwmogelijkheden gelden in beginsel voor alle particuliere percelen met hoofdbebouwing. In voorkomende gevallen kan maatwerk worden toegepast voor een bepaald perceel of een bepaalde bestemming. In dit hoofdstuk worden de uitgangspunten uiteengezet met betrekking tot: cultuurhistorische waarden; goot- en bouwhoogtes; ondergronds bouwen; aan- en uitbouwen (op binnenterreinen); parkeren op eigen terrein. 3.2.1

Cultuurhistorische waarden

De cultuurhistorische waarden van de Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt worden in het bestemmingsplan beschermd. Er geldt daarbij een geleding in de mate van bescherming. Hoe hoger de architectonische en stedenbouwkundige ordewaardering, hoe strenger het beschermingsniveau. Monumenten worden al via wetgeving beschermd, waardoor aanvullende bescherming in het bestemmingsplan niet noodzakelijk is. Om te borgen dat zorgvuldig wordt omgegaan met waardevolle panden die niet wettelijk beschermd zijn, heeft Amsterdam architectonische waarderingskaarten opgesteld. De architectonische kwaliteit van de bebouwing wordt gewaardeerd in vier opklimmende ordes (basisorde, orde 3, orde 2 en orde 1). De ordewaardering is gekoppeld aan een opklimmend beschermingsniveau. Daarnaast is het cultuurhistorisch beleid erop gericht om de beeldkwaliteit binnen architectonische eenheden intact te houden, ongeacht de ordewaardering.

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 29

Het gaat bij de waardering niet alleen om het individuele gebouw of de architectonische eenheid, maar ook om de stedenbouwkundige samenhang. Daarom is ook aan de stedenbouwkundige kwaliteit een waardering gegeven oplopend van basiszone naar zone C, zone B en zone A. Door de combinatie van deze twee waarderingssystemen kan genuanceerd naar een bepaalde bebouwing worden gekeken. De aanpak van hoog gewaardeerde architectonische eenheden wordt hierbij gebaseerd op de eigen intrinsieke architectonische kwaliteiten, ook al is er sprake van een relatief lage waardering van de stedenbouwkundige zone. Lager gewaardeerde architectonische eenheden gelegen in een hoog gewaardeerde stedenbouwkundige zone moeten vanwege hun belangrijke bijdrage aan het stadsbeeld echter zodanig worden behandeld, dat de kwaliteit van de stedenbouwkundige zone intact blijft. In het bestemmingsplan wordt aangesloten bij deze systematiek van architectonische en stedenbouwkundige waarden en hun onderlinge samenhang. Voor het beschermen van de cultuurhistorische waarden van gebouwen wordt een driedeling gehanteerd. Orde 1 panden Voor orde 1 panden geldt het strengste beschermingsregime. Orde 1 panden zijn rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en panden met een vergelijkbare cultuurhistorische waarde. Voor deze panden geldt een restauratieve aanpak.

Deze panden moeten vanwege hun hoge architectonische en cultuurhistorische waarde worden beschermd en mogen niet zonder meer worden gesloopt. Ook het kapprofiel dient in beginsel te worden beschermd. Om die reden worden er in het bestemmingsplan geen bouwrechten opgenomen om de kappen van orde 1 panden aan de achterzijde uit te bouwen. Orde 2 panden en orde 3 panden in zone A en B Voor orde 2 panden en orde 3 panden in zone A en B geldt een iets lichter beschermingsregime. Orde 2 panden zijn monumentwaardige gebouwen met een nadrukkelijke architectonische verbijzondering en gebouwen met een bijzondere cultuurhistorische betekenis. Voor orde 2 panden geldt een restauratieve aanpak van voorgevels en kap. Voor orde 3 panden gelegen in zone A en B geldt eveneens een restauratieve aanpak van voorgevels en kap. Lager gewaardeerde architectonische eenheden gelegen in een hoog gewaardeerde stedenbouwkundige zone moeten vanwege hun belangrijke bijdrage aan het stadsbeeld daarom zodanig worden behandeld, dat de kwaliteit van de stedenbouwkundige zone intact blijft. In praktijk betekent dit dat panden met een orde 3 als een orde 2 beschouwd kunnen worden, door de meerwaarde die de Zone A of Zone B-waardering geeft. Deze panden mogen vanwege hun belangrijke bijdrage aan het straat- en bebouwingsbeeld niet zonder meer worden gesloopt.

Het kapprofiel dient aan de straatzijde te worden beschermd. Indien de achterzijde van het pand niet zichtbaar is vanuit de openbare ruimte, hoeft het kapprofiel aan de achterzijde niet te worden beschermd. Omdat het plangebied vrijwel geheel uit gesloten bouwblokken bestaat, is het uitbouwen van de kap in de praktijk nergens zichtbaar vanuit de openbare ruimte. Om die reden mogen kappen van orde 2 panden en orde 3 panden in zone A en B aan de achterzijde indien mogelijk over één bouwlaag worden uitgebouwd. Orde 3 panden in zone C en basisorde panden Voor orde 3 panden in zone C (basiszone komt in dit plangebied niet voor) en basisorde panden geldt een licht beschermingsregime. Orde 3 panden zijn karakteristieke bouwwerken met een architectonische en/of stedenbouwkundige meerwaarde. Voor de aanpak van de voorgevels vormt het handhaven en herstellen van de oorspronkelijke elementen het uitgangspunt. Kleine veranderingen in het gevelbeeld zijn denkbaar indien deze overeenstemmen met de oorspronkelijke karakteristiek en passend zijn binnen de architectuureenheid. Basisordepanden zijn voor de periode kenmerkende bouwwerken met basiskwaliteit of bouwwerken die door ingrijpende wijzigingen hun architectonische Gemeente Amsterdam

blz. 30

meerwaarde hebben verloren. Voor de aanpak van de voorgevels vormt de oorspronkelijke karakteristiek het uitgangspunt. Veranderingen in het gevelbeeld zijn denkbaar als deze niet leiden tot een visuele verstoring van de architectuureenheid als geheel en het straatbeeld. De cultuurhistorische waarde van orde-3 in zone C en basisordepanden is niet zodanig hoog dat deze panden moeten worden beschermd tegen sloop. Eventuele nieuwbouw dient weliswaar passend te zijn in het straatbeeld. Dit is echter ter beoordeling aan commissie voor ruimtelijke kwaliteit. Bij orde 3 panden in zone C en basisorde panden zijn wijzigingen in de bouwmassa en het kapprofiel denkbaar indien het straat- en bebouwingbeeld hierdoor kan worden versterkt. Is er in de huidige situatie sprake van een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld? Bijvoorbeeld omdat een pand onderdeel is van een architectuureenheid. Dan zal het wijzigen van de bouwmassa of/en het kapprofiel van één individueel pand het straat- en bebouwingsbeeld meestal verzwakken. In deze gevallen worden de bouwmassa en het kapprofiel aan de straatzijde daarom beschermd. Is er sprake van een variatie in bouwhoogtes, kapvormen en/of bouwstijlen? Dan kunnen wijzigingen het straat- en bebouwingsbeeld in sommige gevallen versterken. Het kapprofiel wordt in deze situatie niet beschermd.

Daar waar een hogere bouwmassa het straat- en bebouwingsbeeld versterkt, wordt in het bestemmingsplan een hogere bouwhoogte toegestaan. Dit wordt nader onderbouwd in hoofdstuk 4.2. Overige panden Panden met een kap die geen ordewaardering hebben krijgen hetzelfde lichte beschermingsregime als orde 3 panden in zone C en basisordepanden. Er geldt geen beschermingsregime voor panden met platte daken die geen ordewaardering hebben. Beschermd stadsgezicht Oud Zuid De Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt maakt geen onderdeel uit van een beschermd stadsgezicht. De oostzijde van de Amstelveenseweg is echter wel onderdeel van het nog aan te wijzen gemeentelijke beschermd stadsgezicht Oud Zuid. Het college van B & W heeft begin april 2022 ingestemd met de start van de procedure om drie gebieden, waaronder Oud Zuid, aan te wijzen als beschermd stadsgezicht. Oud Zuid wordt aangewezen omdat de wijk kenmerkend is voor de Nederlandse stedenbouw tussen 1860 en 1910, met gevarieerde bebouwing voor zowel de gegoede burgerij als voor middenstanders en arbeiders. De wijk weerspiegelt de groei van de stad vanaf eind 19e eeuw. De bebouwing is van hoge kwaliteit en goed bewaard gebleven. Zowel de stedenbouwkundigie opzet als de bebouwing en de groenaaleg zijn nog goed herkenbaar en kenmerkend voor deze periode in de stadsgeschiedenis. De defintieve aanwijzing dient plaats te vinden door de gemeenteraad.

De verwachting is dat de gemeenteraad in het najaar van 2022 een besluit neemt over de definitieve aanwijzing van Oud Zuid tot beschermd stadsgezicht. Het voorstel tot aanwijzing van Oud Zuid tot beschermd stadsgezicht wordt als volgt in het bestemmingsplan verwerkt. Voor alle panden aan de oostzijde van de Amstelveenseweg zal een sloopvergunningstelsel worden opgenomen, ongeacht de architectonische waarde van het pand. Gehanteerde uitgangspunten Een en ander betekent dat in het bestemmingsplan de volgende uitgangspunten gelden voor het

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 31

beschermen van de cultuurhistorische waarden. Het kapprofiel van orde 1 panden mag niet worden gewijzigd. Er is een sloopvergunning nodig om orde 1 panden te vervangen door nieuwbouw. Voor orde 2 panden en orde 3 panden in zone A en B geldt dat het kapprofiel aan de straatzijde niet mag worden gewijzigd. Aan de achterzijde mag waar mogelijk één daklaag worden toegevoegd op het oorspronkelijke platte dak achter de schijnkap. Er is een sloopvergunning nodig om deze panden te vervangen door nieuwbouw. Voor orde 3 panden in zone C en basisordepanden geldt dat het kapprofiel aan de straatzijde niet mag worden gewijzigd. Aan de achterzijde mag waar mogelijk één daklaag worden toegevoegd op het oorspronkelijke platte dak achter de schijnkap. Er is geen sloopvergunning nodig om deze panden te vervangen door nieuwbouw. Voor alle panden aan de oostzijde van de Amstelveenseweg is een sloopvegunning nodig om deze te vervangen door nieuwbouw, ongeacht de architectonische waarde van het pand. 3.2.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13455801/1