CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 25 Ruimtelijke Ordening (23) 7. Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 14

RAAD 9 november 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 VN2023-01995318.017 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

blz. 39

Artikel 14 14.1

Verkeer - 1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.

wegen, straten en pleinen; voet- en fietspaden; parkeervoorzieningen; laad- en losvoorzieningen; tramvoorzieningen; terrassen, voor zover in de direct aangrenzende hoofdbebouwing een horeca-inrichting aanwezig is;

alsmede voor: g. een staanplaats voor een verkoopkraam op de hoek Amstelveenseweg - Zeilstraat; met daarbij behorende: h. groenvoorzieningen; i. speelvoorzieningen; j. werken van beeldende kunst; k. waterhuishoudkundige voorzieningen; l. oeververbindingen (bruggen); m. nutsvoorzieningen; n. ondergrondse afvalcontainers; o. straatmeubilair. 14.2

Bouwregels

Op en onder de in artikel 14.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met inachtneming van de onderstaande bepalingen. 14.2.1 Gebouwen Er mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van: a. een verkoopkraam op de hoek Amstelveenseweg - Zeilstraat met een maximum grondoppervlak van 22 m2 en een maximale bouwhoogte van 3 meter; 14.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. maximale bouwhoogte van lichtmasten, zendmasten, sirenemasten, bewegwijzering, verkeersregelinstallaties, werken voor de beeldende kunst en daarmee vergelijkbare bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 12 meter; b. maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 6 meter.

Gemeente Amsterdam

blz. 40

Artikel 15 15.1

Verkeer - 2

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.

wegen, straten en pleinen; voet- en fietspaden; parkeervoorzieningen; laad- en losvoorzieningen; terrassen, voor zover in de direct aangrenzende hoofdbebouwing een horeca-inrichting aanwezig is;

alsmede voor: f.

een staanplaats voor een verkoopkraam langs de oostzijde van de Haarlemmermeerstraat bij het Theophile de Bock-plantsoen, op de hoek Haarlemmermeerstraat - Theophile de Bockstraat; g. een ondergrondse parkeergarage uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'parkeergarage'; h. een luifel ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1'; met daarbij behorende: i. groenvoorzieningen; j. speelvoorzieningen; k. werken van beeldende kunst; l. waterhuishoudkundige voorzieningen; m. oeververbindingen (bruggen); n. nutsvoorzieningen; o. ondergrondse afvalcontainers; p. straatmeubilair. 15.2

Bouwregels

Op en onder de in artikel 15.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met inachtneming van de onderstaande bepalingen. 15.2.1 Gebouwen Er mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van: a. een verkoopkraam op de hoek Haarlemmermeerstraat - Theophile de Bockstraat met een maximum grondoppervlak van 12 m2 en een maximale bouwhoogte van 3 meter; 15.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. maximale bouwhoogte van lichtmasten, zendmasten, sirenemasten, bewegwijzering, verkeersregelinstallaties, werken voor de beeldende kunst en daarmee vergelijkbare bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 12 meter; b. maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 6 meter.

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 41

Artikel 16 16.1

Water

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterwegen; met daarbij behorende: b. c. d. e. f. g.

kades en oevers; werken voor de beeldende kunst; kunstwerken ten behoeve van de waterhuishouding; oeververbindingen (bruggen); waterhuishoudkundige voorzieningen; nutsvoorzieningen.

16.2

Bouwregels

Op en onder de in artikel 16.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met inachtneming van de onderstaande bepalingen. 16.2.1 Gebouwen Er mogen geen gebouwen worden gebouwd. 16.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de maximale bouwhoogte bedraagt 4 meter; b. de bouw van steigers is niet toegestaan.

Gemeente Amsterdam

blz. 42

Artikel 17 17.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen, met dien verstande dat woningen in de kelder en/of het souterrain niet zijn toegestaan ter plaatse van de functieaanduiding 'fietsenstalling'. alsmede voor: b. huisgebonden beroep, huisgebonden bedrijf en bed & breakfast; c. bestaande, gebouwde parkeervoorzieningen onder het hoofdgebouw en/of in op de verbeelding aangeduide bijbehorende bouwwerken, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage'; d. een fietsenstalling onder het hoofdgebouw, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'fietsenstalling'; e. een openbaar voetpad, ter plaatse van de bouwaanduiding 'onderdoorgang'. 17.2

Bouwregels

Op en onder de in artikel 17.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met inachtneming van de onderstaande bepalingen. 17.2.1 Hoofdgebouwen en op de verbeelding aangeduide bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van hoofdgebouwen en op de verbeelding aangeduide bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. maximale bouwhoogte: zoals op de verbeelding is aangegeven; b. maximale goothoogte: zoals op de verbeelding is aangegeven; c. uitsluitend bestaande kelders en souterrains zijn toegestaan. 17.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken dienen te worden voorzien van een groen dak met een hemelwaterberging; b. de hemelwaterberging dient te voldoen aan de voorwaarden uit de Hemelwaterverordening Amsterdam (gepubliceerd op 26 april 2021). Indien deze voorwaarden worden gewijzigd, gelden de meest recente voorwaarden als toetsingskader. 17.2.3 Onderdoorgang Ter plaatse van de bouwaanduiding 'onderdoorgang' moet de bestaande onderdoorgang in stand worden gehouden. 17.3

Afwijken van de bouwregels

17.3.1 Schinkelhavenkade 6 Het bevoegd gezag kan in afwijking van het bepaalde in 17.2.1 onder a een omgevingsvergunning verlenen voor een extra bouwlaag ter plaatse van de Schinkelhavenkade 6 met inachtneming van de volgende regels: a. de maximale bouwhoogte bedraagt 6,5 meter;

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 43

b. de afstand tot de achtergevel van de tweede bouwlaag van het pand aan de Amstelveenweg 70 bedraagt ten minste 10 meter 17.3.2 Eerste Schinkelstraat 26-40 Het bevoegd gezag kan in afwijking van het bepaalde in 17.2.1 onder a een omgevingsvergunning verlenen voor twee extra bouwlagen ter plaatse van de Eerste Schinkelstraat 26-40 met inachtneming van de volgende regels: a. de twee extra bouwlagen zijn alleen toegestaan ter plaatse van het deel van het pand waar een maximale bouwhoogte van 10 meter is toegestaan; b. de maximale bouwhoogte bedraagt 16 meter. 17.4

Specifieke gebruiksregels

Voor de in artikel 17.1 genoemde gronden gelden de volgende specifieke gebruiksregels. 17.4.1 Huisgebonden beroep, huisgebonden bedrijf en bed & breakfast In woningen is de uitoefening van een huisgebonden beroep, een huisgebonden bedrijf en een bed & breakfast toegestaan met inachtneming van de volgende regels: a. maximaal 40 % van het bruto vloeroppervlak van de woning mag voor deze functies worden gebruik, met een maximum van 60 m2; b. detailhandel en horeca zijn niet toegestaan; c. een webwinkel is toegestaan; 17.4.2 Geluidsgevoelige objecten Voor zover op grond van artikel 17.1 nieuwe, nog niet bestaande geluidsgevoelige objecten mogen worden gerealiseerd, zijn deze alleen toegestaan indien: a. de geluidsbelasting op de gevels van de geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, of; b. hiervoor overeenkomstig Bijlage 1 een hogere grenswaarde is vastgesteld en in het geval van nieuwe woningen er minstens één geluidsluwe zijde wordt gerealiseerd.

Gemeente Amsterdam

blz. 44

Artikel 18 18.1

Leiding - Gas

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, naasr de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en bescherming van (ondergrondse) gasleidingen met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde. 18.2

Bouwregels

18.2.1 Gebouwen Het is niet toegestaan om op of in de in 18.1 genoemde gronden gebouwen op te richten. 18.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Bouwwerken, geen gebouw zijnde, zijn toegestaan tot een bouwhoogte van maximaal 3 meter. 18.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan in afwijking van het bepaalde in 18.2 een omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van bouwwerken en toestaan dat er op of in deze gronden een bij de andere bestemming toelaatbaar bouwwerken wordt gebouwd, mits: a. de veiligheid met betrekking tot de gasleiding niet wordt geschaad en er geen kwetsbare objecten worden toegelaten; b. er een positief advies is verkregen van de betrokken leidingbeheerder. 18.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 18.4.1 Vergunningplicht Op en in de in 18.1 genoemde gronden is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen en/of rooien van diepwortelende beplanting, waaronder bijvoorbeeld rietbeplanting; b. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding en ophoging; c. het verrichten van grondroeractiviteiten (bijvoorbeeld het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage) ander dan normaal spit- en ploegwerk; d. diepploegen; e. het aanbrengen van gesloten verhardingen; f. het permanent opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen; g. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen; h.

het plaatsen van onroerende objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; i. het indrijven van voorwerpen in de bodem. 18.4.2 Uitzonderingen op de vergunningplicht Het bepaalde in 18.4.1 is niet van toepassing op werken geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden: a. die het normale onderhoud en beheer betreffen; b. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning.

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 45

18.4.3 Afwegingskader Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden mag alleen en moet worden geweigerd, indien door het uitvoeren van de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid van een adequaat beheer of de veiligheid van de leiding en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoet gekomen. 18.4.4 Advies Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt niet eerder verleend dan nadat advies is verkregen van de betrokken leidingbeheerder.

Gemeente Amsterdam

blz. 46

Artikel 19 19.1

Leiding - Hoogspanning

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Hoogspanning' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere aldaar geldende bestemming(en) – mede bestemd voor een: a. hoogspanningsverbinding van ten hoogste 150 kV met de daarbij behorende voorzieningen, waarbij voor de bescherming en het beheer en instandhouding van de verbinding een belemmerende strook van 5 meter ter weerzijden van de buitenste kabel van de leiding in acht moet worden genomen. 19.2

Bouwregels

Op en onder de in lid 19.1 genoemde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een bouwhoogte van maximaal 3 meter ten dienste van de in lid 19.1 bedoelde bestemming worden gebouwd. 19.3

Afwijken van de bouwregels

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 19.2 voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en), indien: a. de belangen en de veiligheid van de betrokken ondergrondse kabelverbinding niet worden geschaad; b. hieromtrent positief schriftelijk advies is verkregen van de leidingbeheerder(s). 19.4

Specifieke gebruiksregels

Onder gebruik strijdig met de bestemming wordt in ieder geval begrepen het gebruik van gronden voor het permanent opslaan van goederen, (brandbare) stoffen en/of materialen. 19.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 19.5.1 Verbod Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen en/of rooien van diepwortelende beplantingen en/of bomen, dieper dan 0,80 meter onder maaiveld; b. het indrijven van voorwerpen in de bodem (incl. heiwerkzaamheden), dieper dan 0,80 meter onder maaiveld; c. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, afgraven alsmede door ophogen; d. het aanbrengen van gesloten verhardingen; e. het verrichten van grondroer werkzaamheden, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en aanleggen van drainage, dieper dan 0,80 meter onder maaiveld; f. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen; g. het plaatsen van objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; h. het opslaan van goederen, (brandbare)stoffen en/of materialen; i. het aanleggen van zonnepanelen.

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 47

19.5.2 Toegestane werkzaamheden Het verbod als bedoeld in lid 19.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. die reeds in uitvoering zijn bij het van kracht worden van het plan; b. die het normale onderhoud en beheer ten aanzien van de hoogspanningsverbinding op gronden gelegen binnen de belemmeringenstrook betreffen; c. die vallen onder de Wet Informatie-uitwisseling Boven- en Ondergrondse Netten; d. die verband houden met de aanleg, aanpassing of onderhoud van de ondergrondse kabelverbining. e. het vervangen van het wegdek bij bestaande wegen betreffen. f. die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 19.5.3 Voorwaarden en advies De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 19.5.1 kan worden verleend indien en voor zover dit niet strijdig is met de belangen van de leiding en uit het verkregen positief schriftelijk advies van de netbeheerder is gebleken dat hierdoor de veiligheid en leveringszekerheid niet blijvend onevenredig worden geschaad.

Gemeente Amsterdam

blz. 48

Artikel 20 20.1

Waarde - Archeologie 1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het beschermen van archeologische waarden. 20.2

Bouwregels

20.2.1 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen dient een archeologisch onderzoek uit te voeren, indien ter plaatse van de in 20.1 genoemde gronden sprake is van bodemverstoring met een oppervlak groter dan 100 m2. 20.2.2 Uitzondering onderzoeksplicht Het bepaalde in 20.2.1 is niet van toepassing indien de bodemverstoring: a. minder diep is dan 0,5 meter onder maaiveld; b. reeds in uitvoering is op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of uitgevoerd kan worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning; c. plaatsvindt ter plaatse van gronden waarvan vaststaat dat daar geen archeologische waarden aanwezig zijn of meer aanwezig zijn. 20.2.3 Voorwaarden Indien uit het onder 20.2.1 genoemde archeologisch onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

20.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 20.3.1 Vergunningplicht Ter plaatse van de in 20.1 genoemde gronden is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning grondbewerkingen met een oppervlak groter dan 100 m2 uit te voeren. 20.3.2 Uitzondering vergunningplicht Het bepaalde in 20.3.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a. die minder diep zijn dan 0,5 meter onder het maaiveld; b. die het normale onderhoud betreffen; c. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning;

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 49

d. in en op gronden waarvan vaststaat dat daar geen archeologische waarden aanwezig of meer aanwezig zijn. 20.3.3 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in 20.3.1 dient een archeologisch onderzoek uit te voeren. 20.3.4 Voorwaarden Indien uit het onder 20.3.3 genoemde archeologisch onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning als bedoeld in 20.3.1 de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

Gemeente Amsterdam

blz. 50

Artikel 21 21.1

Waarde - Archeologie 2

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het beschermen van archeologische waarden. 21.2

Bouwregels

21.2.1 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen dient een archeologisch onderzoek uit te voeren, indien ter plaatse van de in 21.1 genoemde gronden sprake is van bodemverstoring met een oppervlak groter dan 100 m2. 21.2.2 Uitzondering onderzoeksplicht Het bepaalde in 21.2.1 is niet van toepassing indien de bodemverstoring: a. minder diep is dan 2,5 meter onder maaiveld; b. reeds in uitvoering is op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of uitgevoerd kan worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning; c. plaatsvindt ter plaatse van gronden waarvan vaststaat dat daar geen archeologische waarden aanwezig zijn of meer aanwezig zijn. 21.2.3 Voorwaarden Indien uit het onder 21.2.1 genoemde archeologisch onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

21.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 21.3.1 Vergunningplicht Ter plaatse van de in 21.1 genoemde gronden is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning grondbewerkingen met een oppervlak groter dan 100 m2 uit te voeren. 21.3.2 Uitzondering vergunningplicht Het bepaalde in 21.3.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a. die minder diep zijn dan 0,5 meter onder het maaiveld; b. die het normale onderhoud betreffen; c. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning;

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 51

d. in en op gronden waarvan vaststaat dat daar geen archeologische waarden aanwezig of meer aanwezig zijn. 21.3.3 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in 21.3.1 dient een archeologisch onderzoek uit te voeren. 21.3.4 Voorwaarden Indien uit het onder 21.3.3 genoemde archeologisch onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning als bedoeld in 21.3.1 de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

Gemeente Amsterdam

blz. 52

Artikel 22 22.1

Waarde - Archeologie 3

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het beschermen van archeologische waarden. 22.2

Bouwregels

22.2.1 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen dient een archeologisch onderzoek uit te voeren, indien ter plaatse van de in 22.1 genoemde gronden sprake is van bodemverstoring met een oppervlak groter dan 500 m2. 22.2.2 Uitzondering onderzoeksplicht Het bepaalde in 22.2.1 is niet van toepassing indien de bodemverstoring: a. minder diep is dan 2,5 meter onder maaiveld; b. reeds in uitvoering is op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of uitgevoerd kan worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning; c. plaatsvindt in en op gronden waarvan vaststaat dat daar geen archeologische waarden aanwezig of meer aanwezig zijn. 22.2.3 Voorwaarden Indien uit het onder 22.2.1 genoemde archeologisch onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

22.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 22.3.1 Vergunningplicht Ter plaatse van de in 22.1 genoemde gronden is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning grondbewerkingen met een oppervlak groter dan 500 m2 uit te voeren. 22.3.2 Uitzondering vergunningplicht Het bepaalde in 22.3.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a. b. c. d.

die minder diep zijn dan 2,5 meter onder het maaiveld; die het normale onderhoud betreffen; die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; in en op gronden waarvan vaststaat dat daar geen archeologische waarden aanwezig of meer

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 53

aanwezig zijn. 22.3.3 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in 22.3.1 dient een archeologisch onderzoek uit te voeren. 22.3.4 Voorwaarden Indien uit het onder 22.3.3 genoemde archeologisch onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning als bedoeld in 22.3.1 de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

Gemeente Amsterdam

blz. 54

Artikel 23 23.1

Waarde - Archeologie 4

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het beschermen van archeologische waarden. 23.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 23.2.1 Vergunningplicht Op en onder de in 23.1 genoemde gronden is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning ingrepen in de waterbodem met een oppervlak groter dan 10.000 m2 uit te voeren. 23.2.2 Uitzondering vergunningplicht Het bepaalde in 23.2.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a. die het normale onderhoud betreffen; b. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning; c. in en op gronden waarvan vaststaat dat daar geen archeologische waarden aanwezig of meer aanwezig zijn. 23.2.3 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in 23.2.1 dient een archeologisch onderzoek uit te voeren 23.2.4 Voorwaarden Indien uit het onder 23.2.3 genoemde archeologisch onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning als bedoeld in 23.2.1 de volgende voorschriften verbinden: a.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 55

Artikel 24 24.1

Waarde - Cultuurhistorie 1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde – Cultuurhistorie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, herstel en de versterking van de architectonische en cultuurhistorische waarden van gebouwen. 24.2

Bouwregels

Het bestaande kapprofiel van de in 24.1 bedoelde gebouwen mag niet worden gewijzigd en de oorspronkelijke, waardevolle karakteristiek van bestaande winkelpuien mag niet worden verstoord. 24.3

Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

24.3.1 Vergunningsplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor de activiteit slopen bouwwerken geheel of gedeeltelijk te slopen. 24.3.2 Uitzonderingen op de vergunningsplicht Het bepaalde in 24.3.1 is niet van toepassing op sloopactiviteiten: a. die het normale onderhoud betreffen en/of inpandig plaatsvinden; b. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; c. die uitgevoerd mogen worden krachtens een voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan verleende dan wel aangevraagde vergunning; d. die voortvloeien uit een aanschrijving of een besluit van het bevoegd gezag. 24.3.3 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in 24.3.1 dient een cultuurhistorisch onderzoek uit te voeren. 24.3.4 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in 24.3.1 wordt slechts verleend indien: a. uit het in 24.3.3 genoemde onderzoek naar voren komt dat de architectonische en cultuurhistorische waarden zodanig laag zijn, dat behoud van het bouwwerk niet te rechtvaardigen is; b. er een omgevingsvergunning is verleend voor de ter plaatse geprojecteerde geheel of gedeeltelijke nieuwbouw. 24.3.5 Advies Het bevoegd gezag wint ten behoeve van de beoordeling van een aanvraag als bedoeld in 24.3.1 advies in bij de dienst die belast is met erfgoedbescherming.

Gemeente Amsterdam

blz. 56

Artikel 25 25.1

Waarde - Cultuurhistorie 2

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde – Cultuurhistorie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, herstel en de versterking van de architectonische en cultuurhistorische waarden van gebouwen. 25.2

Bouwregels

25.2.1 Kapprofiel beschermd Het bestaande kapprofiel van de in 25.1 bedoelde gebouwen mag niet worden gewijzigd en de oorspronkelijke, waardevolle karakteristiek van bestaande winkelpuien mag niet worden verstoord. 25.2.2 Kapprofiel niet beschermd In afwijking van het bepaalde in 25.2.1 is het toegestaan om het kapprofiel van het adres Sloterkade 48 te wijzigen, mits de maximaal toegestane goot- en bouwhoogte niet worden overschreden. 25.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan in afwijking van het bepaalde in 25.2.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het wijzigen van het kapprofiel van de in 25.1 bedoelde gebouwen in de onderstaande situaties. 25.3.1 Daklaag achter een schijnkap Bij gebouwen met een schijnkap is achter de kap één daklaag op het oorspronkelijke platte dak toegestaan, mits: a. de daklaag niet zichtbaar is vanuit de openbare ruimte; b. de achtergevel van de daklaag onder een hoek van tenminste 45 graden terug ligt ten opzichte van de vlakke achtergevel van het hoofdgebouw dan wel indien aanwezig de overstek van het platte dak ter plaatse van de vlakke achtergevel; c. de daklaag een bouwhoogte van maximaal 3 meter heeft, gemeten vanaf het oorspronkelijke platte dak achter de schijnkap; d. de daklaag tenminste 1 meter lager is dan de nok van de schijnkap; e. van het bepaalde onder sub b, c en d kan worden afgeweken, indien het wenselijk is om met het oog op de eenheid van het daklandschap dezelfde maatvoering te hanteren als bestaande daklagen in de straatwand; f. de realisatie van de daklaag niet leidt tot een onevenredige aantasting van het daklandschap. 25.3.2 Daklaag achter een setback Bij gebouwen met een setback is achter de setback één daklaag op het oorspronkelijke platte dak toegestaan, mits: a. de daklaag niet zichtbaar is vanuit de openbare ruimte; b.

de achtergevel van de daklaag onder een hoek van tenminste 45 graden terug ligt ten opzichte van de vlakke achtergevel van het hoofdgebouw dan wel indien aanwezig de overstek van het platte dak ter plaatse van de vlakke achtergevel; c. de daklaag dezelfde bouwhoogte heeft als de setback; d. van het bepaalde onder sub b en c kan worden afgeweken, indien het wenselijk is om met het oog

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 57

op de eenheid van het daklandschap dezelfde maatvoering te hanteren als reeds bestaande daklagen in de straatwand; e. de realisatie van de daklaag niet leidt tot een onevenredige aantasting van het daklandschap. 25.3.3 Daklaag achter een afgeplatte langskap Bij gebouwen met een afgeplatte langskap is achter de kap één daklaag op het oorspronkelijke platte dak toegestaan, mits: a. de daklaag niet zichtbaar is vanuit de openbare ruimte; b. de achtergevel van de daklaag onder een hoek van tenminste 45 graden terug ligt ten opzichte van de vlakke achtergevel van het hoofdgebouw dan wel indien aanwezig de overstek van het platte dak ter plaatse van de vlakke achtergevel; c. de daklaag dezelfde bouwhoogte heeft als het afgeplatte dak van de kap; d. van het bepaalde onder sub b en c kan worden afgeweken, indien het wenselijk is om met het oog op de eenheid van het daklandschap dezelfde maatvoering te hanteren als reeds bestaande daklagen in de straatwand; e. de realisatie van de daklaag niet leidt tot een onevenredige aantasting van het daklandschap. 25.3.4 Daklaag achter een dwarskap Bij gebouwen met een dwarskap mag de kap naar achteren worden verlengd op het oorspronkelijke platte dak, indien aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan: a.

de nok van de verlengde dwarskap ligt onder een hoek van tenminste 45 graden terug ligt ten opzichte van de vlakke achtergevel van het hoofdgebouw dan wel indien aanwezig de overstek van het platte dak ter plaatse van de vlakke achtergevel; b. de verlengde dwarskap heeft dezelfde kapvorm als de bestaande dwarskap; c. indien de daklaag zichtbaar is vanuit de openbare ruimte, mag er geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van cultuurhistorische waarden. Dit is ter beoordeling van de dienst die belast is met erfgoedbescherming; d. de realisatie van de daklaag niet leidt tot een onevenredige aantasting van het daklandschap. 25.4

Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

25.4.1 Vergunningsplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor de activiteit slopen bouwwerken geheel of gedeeltelijk te slopen. 25.4.2 Uitzondering op de vergunningsplicht Het bepaalde in 25.4.1 is niet van toepassing op sloopactiviteiten: a. die het normale onderhoud betreffen en/of inpandig plaatsvinden; b. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; c. die uitgevoerd mogen worden krachtens een voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan verleende dan wel aangevraagde vergunning; d. die voortvloeien uit een aanschrijving of een besluit van het bevoegd gezag. 25.4.3 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in 25.4.1 dient een cultuurhistorisch onderzoek uit te voeren.

Gemeente Amsterdam

blz. 58

25.4.4 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in 25.4.1 wordt slechts verleend indien: a. uit het in 25.4.3 genoemde onderzoek naar voren komt dat de architectonische en cultuurhistorische waarden zodanig laag zijn, dat behoud van het bouwwerk niet te rechtvaardigen is; b. er een omgevingsvergunning is verleend voor de ter plaatse geprojecteerde geheel of gedeeltelijke nieuwbouw. 25.4.5 Advies Het bevoegd gezag wint ten behoeve van de beoordeling van een aanvraag als bedoeld in 25.4.1 advies in bij de dienst die belast is met erfgoedbescherming.

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 59

Artikel 26 26.1

Waarde - Cultuurhistorie 3

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde – Cultuurhistorie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, herstel en de versterking van de architectonische en cultuurhistorische waarden van gebouwen. 26.2

Bouwregels

Het bestaande kapprofiel van de in 26.1 bedoelde gebouwen mag niet worden gewijzigd en de oorspronkelijke, waardevolle karakteristiek van bestaande winkelpuien mag niet worden verstoord. 26.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan in afwijking van het bepaalde in 26.2 een omgevingsvergunning verlenen voor het wijzigen van het kapprofiel van de in 26.1 bedoelde gebouwen in de onderstaande situaties. 26.3.1 Daklaag achter een schijnkap Bij gebouwen met een schijnkap is achter de kap één daklaag op het oorspronkelijke platte dak toegestaan, mits: a. de achtergevel van de daklaag onder een hoek van tenminste 45 graden terug ligt ten opzichte van de vlakke achtergevel van het hoofdgebouw dan wel indien aanwezig de overstek van het platte dak ter plaatse van de vlakke achtergevel; b. de daklaag een bouwhoogte van maximaal 3 meter heeft, gemeten vanaf het oorspronkelijke platte dak achter de schijnkap; c. de daklaag tenminste 1 meter lager is dan de nok van de schijnkap; d. van het bepaalde onder sub a, b en c kan worden afgeweken, indien het wenselijk is om met het oog op de eenheid van het daklandschap dezelfde maatvoering te hanteren als bestaande daklagen in de straatwand. 26.3.2 Daklaag achter een setback Bij gebouwen met een setback is achter de setback één daklaag op het oorspronkelijke platte dak toegestaan, mits: a. de achtergevel van de daklaag onder een hoek van tenminste 45 graden terug ligt ten opzichte van de vlakke achtergevel van het hoofdgebouw dan wel indien aanwezig de overstek van het platte dak ter plaatse van de vlakke achtergevel; b.

de daklaag dezelfde bouwhoogte heeft als de setback; c. van het bepaalde onder sub a en b kan worden afgeweken, indien het wenselijk is om met het oog op de eenheid van het daklandschap dezelfde maatvoering te hanteren als reeds bestaande daklagen in de straatwand. 26.3.3 Daklaag achter een afgeplatte langskap Bij gebouwen met een afgeplatte langskap is achter de kap één daklaag op het oorspronkelijke platte dak toegestaan, mits: a. de achtergevel van de daklaag onder een hoek van tenminste 45 graden terug ligt ten opzichte van de vlakke achtergevel van het hoofdgebouw dan wel indien aanwezig de overstek van het platte dak ter plaatse van de vlakke achtergevel; Gemeente Amsterdam

blz. 60

b. de daklaag dezelfde bouwhoogte heeft als het afgeplatte dak van de kap; c. van het bepaalde onder sub a en b kan worden afgeweken, indien het wenselijk is om met het oog op de eenheid van het daklandschap dezelfde maatvoering te hanteren als reeds bestaande daklagen in de straatwand. 26.3.4 Daklaag achter een dwarskap Bij gebouwen met een dwarskap mag de kap naar achteren worden verlengd op het oorspronkelijke platte dak, indien aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan: a. de nok van de verlengde dwarskap ligt onder een hoek van tenminste 45 graden terug ligt ten opzichte van de vlakke achtergevel van het hoofdgebouw dan wel indien aanwezig de overstek van het platte dak ter plaatse van de vlakke achtergevel; b. de verlengde dwarskap heeft dezelfde kapvorm als de bestaande dwarskap.

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 61

Artikel 27 27.1

Waarde - Hoofdgroenstructuur

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Hoofdgroenstructuur' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de Hoofdgroenstructuur 27.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 27.2.1 Vergunningplicht Op de in 27.1 genoemde gronden is het verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te voeren: a. het omzetten van landgebonden groen naar water; b. het omzetten van water naar landgebonden groen. 27.2.2 Nadere eisen Voordat een omgevingsvergunning zoals bedoeld in 27.2.1 wordt verleend, heeft de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur hierover een advies uitgebracht. 27.2.3 Uitzonderingen op de vergunningplicht Het bepaalde in 27.2.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a. die het normale onderhoud betreffen; b. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan, dan wel uitgevoerd mogen worden conform een aangevraagde en/of verleende vergunning. 27.3

Wijzigingsbevoegdheid

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd, overeenkomstig artikel 3.6 lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening, het bestemmingsplan te wijzigen door: a. één of meerdere bestemmingsvlakken met de dubbelbestemming 'Waarde - Hoofdgroenstructuur' geheel of gedeeltelijk te verwijderen, mits de betreffende gronden niet langer zijn aangewezen als Hoofdgroenstructuur en de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur hierover heeft geadviseerd; b. aan gronden de dubbelbestemming 'Waarde - Hoofdgroenstructuur' toe te kennen, mits de betreffende gronden worden aangewezen als hoofdgroenstructuur en de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur hierover heeft geadviseerd.

Gemeente Amsterdam

blz. 62

Artikel 28 28.1

Waarde - Landschap 1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde – Landschap' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, herstel en de versterking van het groene karakter van de binnentuinen in gesloten bouwblokken. 28.2

Bouwregels

Ter plaatse van de in artikel 28.1 genoemde gronden gelden de volgende bouwregels: a. Er mogen geen gebouwen worden opgericht, bestaande bijbehorende bouwwerken daarop uitgezonderd. De in artikel 28.1 genoemde gronden dienen niet te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit plan. b. In afwijking van het bepaalde onder a is de bouw van één vrijstaand bijgebouw per perceel toegestaan, mits er wordt voldaan aan de onderstaande voorwaarden: 1. de maximale bouwhoogte van het vrijstaande bijgebouw bedraagt 3 meter; 2. het totale grondoppervlak van alle bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 25 % van de in artikel 28.1 genoemde gronden met een maximum van 9 m2; 3. het vrijstaande bijgebouw dient te worden voorzien van een groen dak met een hemelwaterberging; 4. de hemelwaterberging dient te voldoen aan de voorwaarden uit de Hemelwaterverordening Amsterdam (gepubliceerd op 10 mei 2021). Indien deze voorwaarden worden gewijzigd, gelden de meest recente voorwaarden als toetsingskader. c. In afwijking van het bepaalde onder a mogen bestaande bijbehorende bouwwerken worden herbouwd, mits er wordt voldaan aan de onderstaande voorwaarden: 1.

de te herbouwen bijbehorende bouwwerken dienen te worden voorzien van een groen dak met een hemelwaterberging; 2. de hemelwaterberging dient te voldoen aan de voorwaarden uit de Hemelwaterverordening Amsterdam. Indien deze voorwaarden worden gewijzigd, gelden de meest recente voorwaarden als toetsingskader. 28.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden 28.3.1 Verbodsregel Het is verboden om per perceel meer dan 50 % van de in artikel 28.1 genoemde gronden te verharden, waarbij het grondoppervlak van bebouwde gronden als verharding wordt meegerekend. 28.3.2 Uitzondering Het bepaalde in 28.3.1 is niet van toepassing, indien de verharding reeds is aangebracht op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of mag worden aangebracht op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde, dan wel verleende vergunning.

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 63

Artikel 29 29.1

Waarde - Landschap 2

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Landschap 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, herstel en de versterking van het groene karakter van de (binnen-)tuinen in het plangebied. 29.2

Bouwregels

Ter plaatse van de in artikel 29.1 genoemde gronden gelden de volgende bouwregels: a. De in artikel 29.1 genoemde gronden dienen niet te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment dvan de datum van inwerkingtreding van dit plan. b. Op maximaal 50 % van de in artikel 29.1 genoemde gronden mogen gebouwen worden opgericht, bestaande bijbehorende bouwwerken worden hierbij meegerekend. Daarbij gelden de volgende bouwregels: 1. bijbehorende bouwwerken mogen maximaal één bouwlaag hoog zijn; 2. bijbehorende bouwwerken mogen maximaal 0,3 meter hoger zijn dan de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw, met een maximale hoogte van 5 meter; 3. aangebouwde bijbehorende bouwwerken mogen op een afstand van niet meer dan 2,5 meter vanaf de vlakke achtergevel van het hoofdgebouw worden gerealiseerd; 4. vrijstaande bijbehorende bouwwerken mogen een maximaal grondoppervlak van 9 m2 en een maximale bouwhoogte van 3 meter hebben; 5. bijbehorende bouwwerken dienen te worden voorzien van een groen dak met een hemelwaterberging; 6. de hemelwaterberging dient te voldoen aan de voorwaarden uit de Hemelwaterverordening Amsterdam (gepubliceerd op 10 mei 2021). Indien deze voorwaarden worden gewijzigd, gelden de meest recente voorwaarden als toetsingskader; 7.

uitsluitend bestaande kelders en souterrains zijn toegestaan. c. Bestaande bijbehorende bouwwerken mogen worden herbouwd, mits er wordt voldaan aan de onderstaande voorwaarden: 1. de te herbouwen bijbehorende bouwwerken dienen te worden voorzien van een groen dak met een hemelwaterberging; 2. de hemelwaterberging dient te voldoen aan de voorwaarden uit de Hemelwaterverordening Amsterdam (gepubliceerd op 10 mei 2021). Indien deze voorwaarden worden gewijzigd, gelden de meest recente voorwaarden als toetsingskader.

Gemeente Amsterdam

blz. 64

Artikel 30 30.1

Waterstaat - Waterkering

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en het behoud van een waterkering.

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 65

Hoofdstuk 3 Artikel 31

Algemene regels Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Gemeente Amsterdam

blz. 66

Artikel 32 32.1

Algemene bouwregels

Ontbreken bouwhoogte

Voor zover op de verbeelding of in de regels van dit bestemmingsplan geen maximum bouwhoogte is opgenomen, geldt de bestaande bouwhoogte als de maximale bouwhoogte. 32.2

Toegelaten overschrijdingen

Het is toegestaan de in dit plan aangegeven bouw- en bestemmingsgrenzen te overschrijden ten behoeve van: a. gevelelementen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, standleidingen voor hemelwater, wanden van ventilatiekanalen, schoorstenen en dergelijke delen van gebouwen, mits de overschrijding van bouw- en bestemmingsgrenzen niet meer dan 0,5 meter bedraagt; b. gevel- en kroonlijsten, overstekende daken en dergelijke delen van gebouwen, mits de overschrijding van de bouw- en bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt; 32.3

Autoparkeren

Bij het verlenen van een omgevingsvergunning moet ten behoeve van de te realiseren functies voldoende parkeergelegenheid voor auto's aanwezig zijn of gerealiseerd worden. Hierbij moet voldaan worden aan de beleidsregels in de 'Nota Parkeernormen Auto' (gepubliceerd op 22 december 2017). Indien deze beleidsregels in de planperiode worden gewijzigd, gelden de meest recent vastgestelde beleidsregels als toetsingskader. 32.4

Fietsparkeren

Bij het verlenen van een omgevingsvergunning moet ten behoeve van de te realiseren functies voldoende parkeergelegenheid voor fietsen aanwezig zijn of gerealiseerd worden. Hierbij moet voldaan worden aan de beleidsregels in de 'Nota Parkeernormen Fiets en Scooter (gepubliceerd op 28 augustus 2018). Indien deze beleidsregels in de planperiode worden gewijzigd, gelden de meest recent vastgestelde beleidsregels als toetsingskader. 32.5

Dakterras

Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een dakterras moet worden voldaan aan de beleidsregels zoals opgenomen in de "beleidsregels afwijkingen omgevingsvergunning Zuid (gepubliceerd op 31 maart 2021). Indien de beleidsregels in de planperiode worden gewijzigd, gelden de meest recent vastgestelde beleidsregels als toetsingskader.

bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 67

Artikel 33 33.1

Algemene gebruiksregels

Gebruiksverbod

Onder verboden gebruik wordt in elk geval begrepen het gebruik van gronden en/of bebouwing: a. als bedrijven die worden begrepen in bijlage I, onderdeel D van het Besluit omgevingsrecht; b. als nieuwe automatenhal, belwinkel, eetwinkel, geldwisselkantoor, massagesalon, seksinrichting, shishalounge, smartshop, toeristische voorziening en sportschool; c. als opslagplaats voor onklare voer-, vlieg- en vaartuigen; d. als stortplaats voor puin, schroot, afbraak- en bouwmaterialen of andere afvalstoffen, voor zover dit niet betrekking heeft op het tijdelijk storten van geringe hoeveelheden afvalstoffen; e. als opslagplaats van bagger en grondspecie, tenzij zulks plaatsvindt langs een waterloop en in verband met het onderhoud van de waterloop; f. als ligplaats voor woonboten, bedrijfsvaartuigen, passagiersvaartuigen en stationerende vaartuigen en objecten, behoudens pleziervaartuigen langs de Westlandgracht; g. ten dienste van bedrijven die worden begrepen onder artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer; h. ten dienste van inrichtingen waarop het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van toepassing is; i. ten behoeve van gemotoriseerde (buiten)sporten. 33.2

Toegelaten bedrijven

Voor zover bedrijven zijn toegestaan, mogen de gronden en gebouwen worden gebruikt voor de volgende categorieën bedrijven: 33.2.1 Toegelaten bedrijven uit de staat van bedrijfsactiviteiten Voor zover bedrijven zijn toegestaan, mogen de gronden en gebouwen worden gebruikt voor de volgende categorieën bedrijven: a. in het geval van activiteiten die aanpandig zijn aan woningen, zijn uitsluitend bedrijven toegestaan die zijn aangemerkt als categorie A in Bijlage 2; b. in het geval van activiteiten die bouwkundig afgescheiden zijn van woningen, zijn uitsluitend bedrijven toegestaan die zijn aangemerkt als categorie A of B in Bijlage 2. 33.2.2 Afwijken van de staat van bedrijfsactiviteiten Het bevoegd gezag kan in afwijking van het bepaalde in 33.2.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het toestaan van een bedrijf dat: a. niet in Bijlage 2 voorkomt en in vergelijking met bedrijven die vallen onder de toegelaten categorieën een gelijke of mindere milieuhinder veroorzaakt; b. in Bijlage 2 voorkomt en valt onder een hogere categorie dan toegelaten, mits het desbetreffende bedrijf in vergelijking met bedrijven die vallen onder de toegelaten categorieën een gelijke of mindere milieuhinder veroorzaakt; c.

na uitbreiding, wijziging of aanpassing in Bijlage 2 valt onder een hogere categorie dan toegelaten, mits de uitbreiding, wijziging of aanpassing niet tot gevolg heeft, dat het bedrijf in vergelijking met bedrijven die vallen onder de toegelaten categorieën, meer milieuhinder veroorzaakt.

Gemeente Amsterdam

blz. 68

Artikel 34 34.1

Algemene aanduidingsregels

Gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit

34.1.1 Bestaande gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'milieuzone - 1' geldt dat gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit uitsluitend zijn toegestaan ter plaatse van de adressen zoals opgenomen in Bijlage 3. 34.1.2 Nieuwe gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit Het bevoegd gezag kan in afwijking van het bepaalde in artikel 34.1.1 nieuwe gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit toestaan indien de Geneeskundige en Gezondheidsdienst (GGD) van de gemeente Amsterdam positief heeft geadviseerd over de vestiging van de gevoelige bestemming luchtkwaliteit op de desbetreffende locatie. 34.2

Grondwaterneutraal bouwen

Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone 2' zijn de betreffende gronden, naast de daarvoor aangewezen andere bestemmingen en aanduidingen, mede bestemd voor de bescherming van het belang van grondwaterneutraal bouwen als genoemd in 1.39. 34.2.1 Bouwregels a. Binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone 2' is het verboden om kelders te bouwen, dan wel om bestaande kelders te vergroten. b. Binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone 2' zijn uitsluitend bestaande kelders toegestaan welke legaal aanwezig waren ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan, alsmede kelders waarvoor voorafgaand aan het moment waarop dit plan in ontwerp ter inzage is gelegd een omgevingsvergunning is verleend waar nog uitvoering aan gegeven kan worden, dan wel een aanvraag omgevingsvergunning is ingediend en deze omgevingsvergunning niet geweigerd kan worden. 34.2.2 Afwijken van de bouwregels a. Het bevoegd gezag is bevoegd om binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone 2' overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 1, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een omgevingsvergunning te verlenen om in afwijking van het bepaalde in 34.2.1 sub a,een kelder te bouwen of te vergroten mits de kelder grondwaterneutraal kan worden gebouwd. Om te bepalen of een kelder grondwaterneutraal kan worden gebouwd, geldt: 1.

voor kelders met een totale bruto vloeroppervlakte van maximaal 300 m2 en een maximale bouwdiepte van 4 meter dat het bevoegd gezag de aanvraag toetst aan de beleidsregel 'Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam'; 2. voor kelders met een totale bruto vloeroppervlakte van meer dan 300 m2 of een bouwdiepte van meer dan 4 meter dat op basis van een geohydrologisch onderzoek moet worden aangetoond dat het bouwplan niet strijdig is met het belang als genoemd in 34.2. b. Het bevoegd gezag kan op basis van de toetsing aan de beleidsregels of de uitkomsten van het geohydrologisch onderzoek aan de omgevingsvergunning voorwaarden verbinden ter bescherming van het belang als genoemd in 34.2. c. Als vast staat dat een bouwplan grondwaterneutraal kan worden gebouwd, houdt het bevoegd gezag bij de afweging om gebruik te maken van de bevoegdheid in 34.2.2 sub a, tevens rekening met overige belangen in het kader van een goede ruimtelijke ordening. d. Indien de beleidsregel wordt gewijzigd of herzien, moet bij de toetsing van een aanvraag bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 69

omgevingsvergunning rekening worden gehouden met deze wijziging dan wel herziening.

Gemeente Amsterdam

blz. 70

Artikel 35 35.1

Algemene afwijkingsregels

Ondergeschikte bouwwerken en overschrijdingen

a. Het bevoegd gezag kan in afwijking van de regels van dit plan een omgevingsvergunning verlenen voor: 1. gebouwen voor nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen met een maximale bouwhoogte van 6 meter en een maximum grondoppervlak van 25 m²; 2. het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals gedenktekens, fonteinen, kunstobjecten, vrijstaande muren, geluidswerende voorzieningen, bruggen en andere waterbouwkundige constructies; 3. geringe afwijkingen van de bouw- en bestemmingsgrenzen welke in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of welke noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein, mits de afwijking in situering niet meer dan 2 meter bedraagt; 4. het overschrijden van de in de regels toegestane maximale goot- en bouwhoogten met maximaal 1,5 meter; 5. het overschrijden van de in de regels toegestane maximale bouwhoogten, anders dan bedoeld onder 4, met ten hoogste 3 meter ten behoeve van technische ruimtes, liftschachten en trappenhuizen; 6. het overschrijden van de in de regels toegestane maximale bouwhoogten, anders dan bedoeld onder 4, met ten hoogste 5 meter ten behoeve van schoorstenen, antennes, ventilatie-inrichtingen, antennemasten voor mobiele telefonie en bouwwerken voor de opwekking van duurzame energie, zoals zonnepanelen, zonneboilers en windmolens; 7.

het overschrijden van bouwvlak-, aanduidings- en bestemmingsgrenzen met ten hoogste 2 meter ten behoeve van erkers, serres, uitkragingen, bordessen, buitentrappen, galerijen, luifels, balkons, lift- en trappenhuizen en andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, met uitzondering van locaties waar laad- en losactiviteiten plaatsvinden; b. Een omgevingsvergunning als bedoeld in dit artikel kan worden verleend, mits de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad. 35.2

Autoparkeren op eigen terrein

Het bevoegd gezag kan in afwijking van de regels van dit plan een omgevingsvergunning verlenen voor het in gebruik nemen van een nieuwe parkeervoorziening voor auto's indien aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan: c. de parkeervoorziening dient inpandig te worden gerealiseerd; d. de parkeervoorziening mag niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte, met uitzondering van een gecombineerde in- en uitrit; e. het realiseren van een in- en uitrit binnen de bestemmingen Gemengd - 1 en Gemengd - 2 is niet toegestaan; f. Indien een bestaande ruimte in gebruik wordt genomen als parkeervoorziening dient te worden aangetoond dat het belang van het realiseren van parkeervoorzieningen voor auto's zwaarder weegt dan het belang van het behoud van het bestaande gebruik van die ruimte. 35.3

overige algemene afwijkingsregels

1. Het bevoegd gezag kan afwijken: a. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd – 4' van het bepaalde in artikel 5.1 onder f ten behoeve van wonen in alle bouwlagen; b. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd – 5' van het bepaalde in artikel 7.1 ten behoeve van detailhandel, dienstverlening, kantoren, bedrijven en wonen op de begane bestemmingsplan_Hoofddorpplein- en Schinkelbuurt 2022 (vastgesteld)

blz. 71

2. a. b. c. d.

grond, soutterain of kelder; c. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd – 6' van het bepaalde in artikel 8.1 ten behoeve van: detailhandel, dienstverlening, bedrijven op de begane grond, soutterain of kelder; en wonen in alle bouwlagen; d. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd – 7' van het bepaalde in artikel 9.1 ten behoeve van detailhandel, dienstverlening, kantoren, bedrijven en wonen op de begane grond, soutterain of kelder; e. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd – 8' van het bepaalde in de artikelen 4.1, 5.1 en 6.1 ten behoeve van horeca van categorie 3 op de begane grond, soutterain of kelder; f. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd – 9' van het bepaalde in de artikelen 4.1, 5.1 en 6.1 ten behoeve van horeca van categorie 1 en 3 op de begane grond, soutterain of kelder; g. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd – 10' van het bepaalde in artikel 6.1 ten behoeve van horeca van categorie 1 op de begane grond, soutterain of kelder; h. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd – 11' van het bepaalde in artikel 6.1 ten behoeve van detailhandel, dienstverlening, horeca van categorie1 en wonen op de begane grond, soutterain of kelder; i.

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd – 12' van het bepaalde in artikel 5.1 ten behoeve van horeca van categorie 4 en wonen op de begane grond, soutterain of kelder; j. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd – 13' van het bepaalde in de artikelen 4.1 onder a. en 5.1 onder a. ten behoeve van een supermarkt groter dan 300 m2; k. van het bepaalde in artikel 33.1 sub b voor een sportschool voor zover consumentgerichte dienstverlening op grond van de bestemmingsregels is toegestaan; l. van het bepaalde in artikel 32.1 sub b voor eetwinkels en een toeristische voorziening voor zover detailhandel op grond van de bestemmingsregels is toegestaan; m. van het bepaalde in artikel 33.1 sub b voor shishalounges voor zover horeca van categorie 3 op grond van de bestemmingsregels is toegestaan.

De afwijking onder lid 1 a t/m o, wordt slechts verleend indien: het woon- en leefklimaat ter plaatse niet onevenredig wordt aangetast, als het gaat om mogelijke afwijking voor niet-woonfuncties; geen afbreuk wordt gedaan aan de ter plekke evenwichtige verdeling van functies; de betreffende functie niet groter is dan 300 m2 bvo per vestiging tenzij het gaat om een afwijking van lid 1 onder l; dit naar het oordeel van het bevoegd gezag niet leidt tot een onevenwichtig aanbod in een straal van 500 meter, waarbij onder meer het reeds aanwezige aantal vestigingen van de toe te voegen functie wordt beoordeeld.

Gemeente Amsterdam

blz. 72

Hoofdstuk 4 Artikel 36 36.1

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot; 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%; c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 36.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13455799/1