A - 25 Ruimtelijke Ordening (22) Bijlage 7 Nota van beantwoording zienswijze
Tekst van het document
In de definities in het bestemmingsplan de volgende definitie van “SBR-richtlijn deel B” opgenomen te worden: “Meet- en beoordelingsrichtlijn trillingen van de Stichting Bouwresearch, deel B, Hinder voor personen in gebouwen, uitgave juli 2006”. Op de verbeelding wordt een gebiedsaanduiding Milieuzone – trillingshinder spoor te worden aangegeven.
50
Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever
Zienswijze ProRail Fietsenstalling In het bestemmingsplan is een aanduidingsvlak opgenomen waarbinnen de fietsenstalling mogelijk is. Dit biedt de mogelijkheid voor behoud van de bestaande stalling als voor de realisatie van een nieuwe (ondergrondse) fietsenstalling. In paragraaf 2.2.2.2 van de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan wordt ingegaan op de fietsenstalling. Er is nog geen definitieve keuze gemaakt voor wat betreft de locatie van de fietsenstalling. In het bestemmingsplan zou een zoekgebied locatie fietsenstalling worden voorzien. De voorkeur die in paragraaf 2.2.2.2 wordt uitgesproken is de voorkeur vanuit het team gemeente Amsterdam maar wordt nog niet breed en door betrokken partijen gedeeld. Momenteel wordt er gestudeerd wat qua inpassing in het gebied maar zeker ook qua functionaliteit volgens betrokkenen de beste locatie en inrichting zou zijn. Terugvaloptie blijft het behoud van een maaiveldstalling met mogelijke uitbreiding in de toekomst. In het vast te stellen bestemmingsplan dient de fietsenstalling (locatie en inrichting) ruimtelijk inpasbaar te zijn. Reactie gemeente In het bestemmingsplan is een aanduidingsvlak opgenomen waarbinnen de ondergrondse fietsenstalling mogelijk is. Dit houdt rekening met de nadere uitwerking van de ondergrondse fietsenstalling.
Hierover loopt het overleg tussen partijen om de vanuit verschillende varianten te komen tot een voor partijen gedragen oplossing. Indien in paragraaf 2.2.2.2 wordt uitgegaan van een voorkeur vanuit de gemeente Amsterdam maar nog niet breed en door betrokken partijen wordt gedeeld wordt de tekst hierop aangepast. Zoals aangegeven is in het bestemmingsplan een aanduidingsvlak opgenomen waarbinnen de ondergrondse fietsenstalling mogelijk is en wordt niet een specifieke variant vastgelegd. Conclusie De ingediende zienswijze ten aanzien van het onderwerp ondergrondse fietsparkeergarage leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan, namelijk: - De toelichting in paragraaf 2.2.2.2 wordt aangepast naar een meer neutrale tekst.
Trillingen ProRail beoogt niet alleen voor huidige bewoners, maar ook voor toekomstige bewoners rond het spoor een "goede buur'' te zijn. Omdat de in het ontwerpbestemmingsplan "Amsteloever'' beoogde nieuwe woningen/gebouwen dichtbij het spoor zijn gepland kan trillinghinder voor de toekomstige bewoners/gebruikers ontstaan als gevolg van treinverkeer. Hoewel er geen wettelijke normen bestaan voor trillinghinder dient het aspect trillingen in het kader van de goede ruimtelijke ordeningen de zorgvuldige voorbereiding van besluiten wel te worden
51
Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever
afgewogen indien een trillingsbron aanwezig is (zie o.a. ttps://wywy.infomil.nl/onderwerpen/ruimte/milieuthema/tril/). Het onderzoek van ProRail volgend uit het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer waarnaar wordt verwezen in het ontwerpbestemmingsplan heeft een andere invalshoek en kan niet worden gebruikt als onderbouwing voor het aspect trillingen in het bestemmingsplan. ProRail verzoekt u om het aspect trillinghinder te onderzoeken en af te wegen en verwijst in dit verband naar de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2019/07/18/handreiking-nieuwbouwenspoortrillingen). Deze Handreiking helpt gemeenten, projectinitiatiefnemers en andere stakeholders om bij nieuwbouw langs spoor tijdig en concreet rekening te houden met trillingen als gevolg van treinverkeer, en geeft voorbeelden waarmee gemeenten, omgevingsdiensten, ingenieursbureaus en initiatiefnemers in concrete situaties aan de slag kunnen. In deze Handreiking is beschreven op welke wijze gemeenten het aspect trillinghinder kunnen onderzoeken en afwegen bij de vaststelling van een bestemmingsplan. ProRail adviseert om de conclusies uit het trillingsonderzoek uitgebreid op te nemen in de conclusie van een separate paragraaf Trillingen in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan en (indien nodig) door te laten werken in de planregels.
Reactie gemeente Weliswaar heeft het onderzoek van ProRail volgend uit het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer waarnaar wordt verwezen in het ontwerpbestemmingsplan een andere invalshoek, maar is wel degelijk relevant. Het geeft namelijk aan dat in de huidige situatie er geen overschrijding plaatsvindt van het beoordelingskader voor trillingshinder en er geen maatregelen nodig zijn tegen trillingshinder. Om de aandacht voor het aspect trilling te borgen en daarmee tegemoet te komen aan deze zienswijze kan in het bestemmingsplan met een gebiedsaanduiding op de verbeelding een aandachtszone worden opgenomen. Zie hiervoor 9.2.1. Conclusie De ingediende zienswijze ten aanzien van het onderwerp trillingen leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan Zie hiervoor paragraaf 9.2.1.
Windhinder In behoeve van het ontwerpbestemmingsplan is een windhinderonderzoek uitgevoerd. Dit windhinderonderzoek geeft nog geen uitsluitsel over de mogelijk kans op schadelijke gevolgen voor de monumentale stationskap. Het windhinderonderzoek geeft ook geen goed inzicht in de windhinder op de gevel en entreezone van de mogelijk toekomstig te realiseren stationshal/ stationentree. ProRail is niet akkoord met het doorschuiven van aanvullend windonderzoek naar de omgevingsvergunningprocedures voor de toekomstige hoogbouw. Om de effecten in beeld te brengen wordt door ProRail gezamenlijk met de gemeente Amsterdam aanvullend windhinderonderzoek uitgevoerd. ProRail verzoekt bij de vaststelling van het bestemmingsplan rekening te houden met de uitkomsten van dit onderzoek.
52
Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever
Reactie Gemeente Amsterdam Zoals aangegeven wordt door ProRail met de gemeente Amsterdam een aanvullend onderzoek gedaan om eventuele schadelijke effecten op de monumentale stationskap te onderzoeken. Overigens geeft het uitgevoerde windhinderonderzoek geen aanleiding tot vervolgonderzoek. In het Windhinderrapport zoals opgenomen in bijlage 15 wordt geconcludeerd dat het windklimaat in het plangebied als gevolg van een toename van hoogbouw en de kap van begroeiing op een aantal plaatsen ongunstiger worden dan in de huidige situatie, maar voldoet aan de normering zodat er geen sprake is van overschrijding van het gevaarcriterium. Wel regelt het bestemmingsplan dat als onderdeel van de omgevingsvergunningsprocedure een nader windhinderonderzoek dient plaats te vinden. Enerzijds omdat het windhinderonderzoek in het kader van het bestemmingsplan uitgaat van de bouwenveloppen terwijl de uitwerking van de ontwikkelingen nog dient plaats te vinden; anderzijds omdat aanvullende maatregelen kunnen bijdragen aan de verbetering van het windklimaat. Het verzoek van ProRail om bij de vaststelling van het bestemmingsplan rekening te houden met de uitkomsten van dit onderzoek is op basis van voorgaande niet noodzakelijk. Conclusie De ingediende zienswijzen ten aanzien van het onderwerp windhinder leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
53
Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever
Zienswijze nummer 7 Inleiding De indiener heeft een brief ingediend waarin meerdere thema’s en onderwerpen aan bod komen. De brief is in twee delen ingediend via de website, de twee delen hebben hetzelfde nummer 7 toegekend gekregen. De zienswijze wordt in dit hoofdstuk 11 beantwoord per thema. Enkele onderdelen van de zienswijzen zijn in algemene hoofdstukken voorafgaand beantwoord, zoals het hoofdstuk ‘verkeer en parkeren’ en het hoofdstuk ‘kantoren’. Wanneer dit het geval is, wordt dit aangegeven met een verwijziging naar de juiste paragraaf.
Hoogbouw Hoogbouwlocatie Indiener van zienswijze geeft aan dat in de Structuurvisie inderdaad staat dat dit een ovknooppunt en hoogbouwlokatie is. Echter is het plangebied een verdichtingslokatie waar hoogbouw gewenst is. Het ov-knooppunt ligt in de verdichtingslokatie en dat betekent volgens de indiener niet automatisch dat hoogbouw in het gehele plangebied is toegestaan. Op de kaart in de Structuurvisie op pagina 34 en 35 is te zien dat het plangebied uit drie delen bestaat: 1. Ringvaart, Weesperzijde en Mr. Treublaan, dit behoort tot het centrumgebied van stadsstraten en -pleinen waar een beperkte kwaliteitsimpuls gewenst is. Dit deelgebied is gelijk aan de Wibautstraat en is middelhoogbouw tot 30 meter het uitgangspunt 2. Van der Kunbuurt is een gebied voor ‘wonen en werken’ volgens de kaart. 3. Het deel waar bestaande hoogbouw aanwezig is, heeft een onbestemd bruine kleur en één van de ‘open scheggen’. Juist vanuit de open scheggen is de stedelijke hoogbouw nadrukkelijk te ervaren. De aangehaalde kaart in hoofdstuk 4 van de Structuurvisie (antwoord op inspraak) kan nooit op deze manier het gebied voor hoogbouw weergeven, een symbool voor het aangeven van het ovknooppunt is zomaar ineens ook de een grens waarbinnen toren mogen komen. Zo is op de Hoogbouw-Toetskaart in de Visie Hoogbouw te zien dat het ov-knooppunt op de Spaklerweg ligt, net op de 2 km zonegrens UNESCO.
Gaat het Amstelstation verplaatst worden? Op de site maps.amsterdam.nl is een Atlas Omgevingsvisie te vinden. Op de tabs Visiekaart, Stedelijke programma’s en Stadsdelen te zien wat het hoogstedelijk gebied of centrum is. Hier is te zien dat het Amstel-, Rivieren- en Stationsplein het hoogbouw gebied is. Hoogbouw boven 60 meter is dus niet toegestaan voor Amstelvista en Delta Lloyd/Toorop. Volgens de indiener is de gemeente eigenlijk zeer onduidelijk geweest en is in dit geval kaartmateriaal cruciaal in de communicatie met belanghebbenden en het maken van bestemmingsplannen. Duidelijk is wel dat de geplande stedelijke hoogbouw rond het ovknooppunt alleen ten zuiden van de Van de Kunbuurt bedoeld. Reactie gemeente
54
Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever
Op 8 juli 2021 heeft de gemeenteraad van Amsterdam de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 vastgesteld. De Omgevingsvisie Amsterdam 2050 vervangt de Structuurvisie Amsterdam 2040 uit 2011. Met vijf strategische keuzes geeft de gemeente invulling aan de grote opgaven voor de komende tien jaar: woningbouw, economische vitaliteit, de energietransitie, de mobiliteitstransitie, vergoten van de leefbaarheid, regionale ontwikkeling en meer ruimte voor maatschappelijk initiatief (zie paragraaf 3.4.1 van de toelichting van het bestemmingsplan). Op moment van opstellen van voorliggend bestemmingsplan en het vaststellen van het Stedenbouwkundig plan werd gewerkt aan de Omgevingsvisie 2050. De omgevingsvisie heeft na vaststelling door de gemeenteraad op 8 juli 2021 de Structuurvisie Amsterdam 2040 vervangen. De structuurvisie Amsterdam 2040 (destijds vastgesteld door de gemeenteraad op 17 februari 2011) lag mede ten grondslag aan de verdichting van het gebied De Omval. In de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 wordt aangegeven dat de hoogstedelijke stationskwartieren (Zuidas, CS, Sloterdijk, Amstel, Bijlmer ArenA) liggen rondom intercitystations met een nationale en regionale uitstraling, waardoor de potentie voor een rijk voorzieningenaanbod hoog is en het een aantrekkelijke plek is voor de vestiging van grote kantoren.
Bij het stationskwartier Amstel wordt uitgegaan van een stevige verdichting, ruimte voor wonen, werken en (grootstedelijke) voorzieningen. In de structuurvisie Amsterdam 2040 is aangegeven, bijvoorbeeld op pagina 223, dat in de gebieden rondom de spoorlijnen en langs het IJ hoogbouw kan bijdragen aan de verdichtingsopgave. In het bijzonder biedt hoogbouw rondom een aantal ov-stations een goed antwoord op de inzet om op goed bereikbare plekken hoge dichtheden te realiseren. Hierbij is Amstel genoemd als één van deze locaties. Daarbij wordt ook aangegeven dat (zie pagina 18) bij het verdichten van buurten een goede woonkwaliteit, met leefbare straten en pleinen en veel plek voor ontmoeting, voorop staat. Hoogbouw kan daarbij een middel zijn, maar gebouwen hoger dan 70 meter concentreren zich rond grotere stations zoals Amsterdam Amstel. De door de indiener aangehaalde verbeeldingen uit de structuurvisie Amsterdam 2040 vormen niet de basis voor een letterlijke begrenzing. De aangehaalde kaarten (p. 34 en 35) behandelen niet de bouwhoogtes, maar de stadsstraten en het centrumgebied in de stad en kunnen daarom niet als onderbouwing voor de begrenzing van bouwhoogte worden geïnterpreteerd. Deze kaarten bepalen niet waar hoogbouw wordt toegestaan. Ook op maps.amsterdam.nl is een symbolische weergave te zien, dit zijn geen letterlijke plangrenzen.
Dat hoogbouw boven de 60 meter niet is toegestaan voor Amstelvista, de Van der Kunbuurt en het Tooropgebouw, kan op basis hiervan niet worden geconcludeerd. Wel kan geconcludeerd worden uit de Structuurvisie en de Omgevingsvisie dat verdichting en hoogbouw rond het intercitystation Amsterdam Amstel Amsterdams beleid is. Daarnaast is in het Stedenbouwkundig Plan, waarop uitgebreid participatie heeft plaatsgevonden, en dat op 26 april 2021 is vastgesteld door de gemeenteraad, vastgesteld dat torens gebouwd worden in Amstelstation – Amsteloever.
55
Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever
Verdichting De Structuurvisie ziet erop toe dat de opgaven in de gehele stad plaatsvinden, maar alleen rond het Amstelstation wordt hoger dan 60 a 70 meter gebouwd. Er is een FSI-berekening, maar daarmee is de dichtheid niet te vergelijken met de andere ov-knooppunten of andere ontwikkelingen uit de Koers 2025. Tevens gaat het niet over de hoeveelheid mensen in het gebied. Nu het lijkt of de Amsteloever het beste kindje van de klas wil zijn en omdat dit niet goed voelt, verzoek ik de dichtheden voor de gehele stad te onderzoeken en de projecten meer gelijk te trekken als er te grote verschillen zijn. Hoogbouw is zeker een goed middel bij het verdichten en tot zekere hoogte ook duurzaam. Er is wel een kantelpunt, waar de CO2 footprint zo groot wordt dat juist negatieve milieueffecten optreden. Om aan de duurzaamheidsambities van de gemeente te voldoen dient dit onderzocht te worden voor er investeringen worden gedaan die negatief zijn voor het milieu. Energiebesparingen en meer groen gaan dit namelijk nooit compenseren. De urgentie van de opgave komt voortdurend in de stukken terug om de rechtvaardigheid van de ontwikkeling te steunen. Alleen lijkt de urgentie voor de Amsteloever groter is dan voor de rest van de stad.
Ik heb andere ruimtelijke plannen en ontwikkelprojecten onderzocht en kom tot de conclusie dat nergens anders zo hoog zal worden gebouwd als hier, waarbij indiener enkele voorbeelden noemt zoals Skyscraper City en De Eenhoorn van Ymere. Indiener vraagt zich af of de urgentie op ander locaties in de stad anders is dan bij Amsteloever, omdat daar lager gebouwd wordt. Zo ook rond Station Duivendrecht, wat een ov-knooppunt is van internationaal belang, en waar geen torens komen boven de 70 meter. Amstelstation is een secundair station en daar komen de hoge torens wel. Al met al lijkt de regie over de opgave in de stad te missen, worden kansen gemist en lijkt het dat hoogbouw tot 70 meter overal voldoende is om de opgave te realiseren. Met de negatieve effecten op/van milieu, geluid, wind, schaduw, verkeer verdient de Amsteloever en omliggende straten een beter ontwerp. Reactie Gemeente Dit plangebied leent zich juist om extra te verdichten, dit volgt ook uit de Omgevingsvisie Amsterdam 2050, waarin is aangegeven dat hoogbouw rondom een aantal ov-stations in het bijzonder een goed antwoord biedt op de inzet om op goed bereikbare plekken hoge dichtheden te realiseren. Deze afweging is in de omgevingsvisie voor de hele stad verwoord. Het beleid ten aanzien van hoogbouw voor dit gebied is steeds consequent geweest.
Het bestemmingsplan legt op dat punt vast wat in het beleid steeds is neergelegd. De voorziene hoogbouw rond het Amstelstation bouwt voort op het bestaande hoogbouwensemble rond het Amstelplein, De torens bouwen voort op een bestaand cluster, namelijk het bestaande hoogbouwcluster rond het Amstelstation, zoals de Rembrandttoren (135 meter hoog), Mondriaantoren (120 meter) en de Breitnertoren (95 meter). Hoogbouw heeft ook een aantal negatieve effecten op de omgeving zoals effecten op/van milieu, geluid, wind, schaduw en verkeer. Deze aspecten zijn onderzocht en per onderwerp vastgelegd in de hoogbouweffectrapportage in de bijlage van de toelichting. 56
Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever
Dat er rondom hoogbouw een kantelpunt is waarin de CO2 footprint zo groot wordt dat de voordelen niet meer opwegen tegen de nadelen is een discussiepunt dat niet simpelweg in het kader van het bestemmingsplan kan worden beantwoord, aangezien het een afweging betreft van verschillende belangen en aspecten. Hier wordt volstaan met de conclusie dat de raad heeft besloten tot het toestaan van hoogbouw binnen dit plangebied. Conclusie De ingediende zienswijze ten aanzien van het onderwerp ‘hoogbouw’ leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Beleid Samenhangend beleid Indiener van zienswijze is van mening dat bij het schrijven en lezen van de stukken opviel dat er een gebrek aan samenhang en integriteit is. Het plan is onderdeel van een systeem, namelijk heel Amsterdam. Alles is met elkaar verbonden in een maatschappij en economisch systeem, hier mist de blik over de plangrenzen (als in de inzage SP) en worden belanghebbend niet genoeg beschermd. Reactie gemeente Het bestemmingsplan legt enerzijds de bestaande situatie vast in overeenstemming met het bestemmingsplan De Omval en anderzijds worden een aantal ontwikkelingen toegestaan waarover reeds in het Stedenbouwkundig Plan door de raad is besloten. Het Stedenbouwkundig Plan heeft de ontwikkelingen binnen het plangebied in samenhang bezien, waarbij het beleid zoals vastgelegd in de structuurvisie 2050 als vertrekpunt genomen. In de structuurvisie wordt het plangebied, door de ligging nabij het Amstelstation als hoogstedelijke stationskwartier aangeduid met een nationale en regionale uitstraling, waardoor de potentie voor een rijk voorzieningenaanbod hoog is en het een aantrekkelijke plek is voor de vestiging van grote kantoren. Bij het stationskwartier Amstel wordt uitgegaan van een stevige verdichting, ruimte voor wonen, werken en (grootstedelijke) voorzieningen.
Vanuit de zienswijze wordt de terechte opmerking gemaakt dat alles met elkaar samenhangt waarbij de integraliteit begint vanuit het beleid en de structuurvisie. Omgevingsvisie en Omgevingswet De indiener is van mening dat zoals eerder benoemt hoogbouw mogelijk negatief kan zijn voor het milieu. In de toelichting wordt getoetst aan regelgeving, maar worden circulaire ambities niet werkelijk getoetst volgens de indiener. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De concentratie van stedelijke functies binnen bestaand stedelijk gebied en de aanpak van de openbare ruimte komt voort uit de Structuurvisie van 2011 en/of de structuurvisie van de rijksoverheid. De NOVI is van 2020 en de toetsing in de toelichting komt dan meer neer op ‘oude wijn in nieuwe zakken’. En is het eerder een kwantitatieve toets, dan een kwalitatieve aan nationale belangen en opgaven als: het beperken van klimaatverandering, het realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie en het verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit.
57
Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever
Als voor verkeer en geluid naar een referentiejaar wordt gekeken, om het niveau van maatregelen te bepalen, zo geeft een visie maatregelen om in een toekomstig jaar duurzame doelen te behalen. Indiener van zienswijze geeft aan dat de NOVI niet vraagt wat we al doen, maar om een verbetering van wat we al doen. Om zo richting te geven aan het behalen van duurzame en economische doelstellingen, zoals een volledig circulaire economie in 2050. In het ontwerpplan dient volgens indiener nog opgenomen te worden hoe de ontwikkelingen op de Amsteloever gaan bijdragen aan de nationale belangen en opgaven, hoe we deze benutten om vooruit te komen en tegelijk het mooie van Nederland (in casu Amsterdam) te behoeden voor toekomstige generatie na ons (website Nationale Omgevingsvisie van het Rijk). Reactie gemeente Er is getoetst aan de NOVI. De NOVI maakt gebruik van drie afwegingsprincipes: 1) Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2) Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, 3) Afwentelen wordt voorkomen. In de Omgevingsvisie 2050 wordt het plangebied, door de ligging nabij het Amstelstation, als hoogstedelijke stationskwartier aangeduid met een nationale en regionale uitstraling, waardoor de potentie voor een rijk voorzieningenaanbod hoog is en het een aantrekkelijke plek is voor de vestiging van grote kantoren.
Ingezet wordt op een gebied waarbinnen combinaties worden gemaakt van functies. Amsterdam Circulair De gemeente beschrijft in de strategie Amsterdam Circulair op vele manieren hoe ze de invloed wil uitoefenen en de regierol op zich wil nemen. In het stedenbouwkundigplan en het ontwerp bestemmingsplan is dit niet terug te lezen en, in dit geval, dus die grote rol niet pakt. Het ontwerpplan laat zien dat de gemeente niet de verantwoordelijkheid en voortrekkersrol neemt die het ambieert of dat het ambtelijke apparaat de opdracht van het college B&W beperkt uitvoert. Verlegt deze naar de ontwikkelaars in het plangebied. Principes uit de circulaire economie worden wel genoemd in het stedenbouwkundig- en ontwerp bestemmingsplan, maar de wijze waarop maakt ze te vrijblijvend. Hierom dienen voorwaarden en kaders opgenomen te worden om het ontwerpplan toekomstbestendig te maken Wel is beschreven in het ontwerpplan dat afspraken zijn gemaakt met de ontwikkelaars/marktpartijen rond klimaatadaptatie en circulaire principes en deze zijn vastgelegd in bouwenveloppen. Publicatie, met in achtneming van privaatrechtelijke wetgeving, kan mijn zienswijze natuurlijk beïnvloeden.
Dit onderdeel van mijn zienswijze afdoen met het antwoord dat de Omgevingswet nog niet van kracht is, als in voorgenomen besluit hogere waarde met het advies TAVGA is gedaan, betekent eveneens dat gemeentelijke visies, ambities en beleid ter zijde wordt geschoven en nationale belangen toch worden doorgeschoven naar toekomstige generaties. Reactie gemeente 58
Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever
De ontwikkelingen dienen uiteraard te voldoen aan de huidige wettelijke voorschriften. Het bestemmingsplan biedt op basis van de huidige wetgeving minder mogelijkheden om bovenwettelijke verplichtingen op te nemen dan onder de Omgevingswet. Allerlei aspecten zijn wel vastgelegd, zoals regenwateropvang op eigen terrein. Daarbij zijn aanvullende afspraken gemaakt met de ontwikkelende partijen. Ook in volgende fases worden ambities ten aanzien van klimaatadaptatie en circulariteit nader ingevuld, zoals in het ontwerp voor de openbare ruimte. Via het publiekrechtelijke spoor zijn dit soort aanvullende afspraken beperkt afdwingbaar. De privaatrechtelijke afspraken zijn gemaakt in anterieure overeenkomsten waar geheimhouding op rust en die niet openbaar gedeeld kunnen worden. 3d.amsterdam.nl De nieuwbouw op 3d.amsterdam.nl toevoegen is eenvoudig en wordt het mogelijk de gebouwen beter te gaan ervaren. Het verzoek van de indiener is om dit eenvoudige idee spoedig uit te voeren. Reactie gemeente In het bestemmingsplan wordt niet aangegeven hoe de gebouwen er uit gaan zien, maar beperkt zich tot de bouwenveloppen waarin onder andere maximale bouwhoogte en bouwvlak zijn aangegeven. De uitwerking naar concerete ontwerpen als onderdeel van de omgevingsvergunning dient nog plaats te vinden.
Parkeerbeleid De zienswijze van de indiener ten aanzien van parkeerbeleid wordt beantwoord in hoofdstuk 7.4. Conclusie De ingediende zienswijze ten aanzien van het onderwerp ‘beleid’ leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Communicatie Bezwaar en beroep Het ontwerp bestemmingsplan is een uitwerking en concretisering van besluiten van het college van B&W en de gemeente waar volgens de Inspraakverordening alleen inspraak mogelijk is en volgens de Algemene wet bestuursrecht geen bezwaar en beroep. Zo kunnen belanghebbenden bij dit ontwerp bestemming bezwaar maken op de Structuurvisie, de Visie Hoogbouw in Amsterdam, enz. Na vaststelling van dit bestemmingsplan. Ik zeg dit, omdat in de communicatie en participatie een al vaststaand plan is gepresenteerd waar tot op heden niet vanaf is geweken. Bewoners zijn op het verkeerde been zijn gezet en mogelijk hierom niet ageren tegen het plan. Het verzoek bij publicatie van het besluit op dit ontwerp bestemmingsplan te vermelden dat bezwaar kan worden gemaakt tegen de beleidsregels en hoe deze zijn toegepast in het bestemmingsplan. Reactie gemeente 59
Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever
Het bestemmingsplan staat open voor beroep, nadat de raad het bestemmingsplan heeft vastgesteld. De gemeente zal via de gangbare wijze van publiceren de beroepstermijn kenbaar maken om de gelegenheid te bieden beroep in te stellen. In het bestemmingsplan wordt het stedenbouwkundig plan Amstelstation – Amsteloever planolgisch – juridisch vertaald. Op zowel het stedenbouwkundig Plan als het bestemmingsplan heeft inspraak plaatsgevonden en dit heeft geleid tot aanpassing van de plannen. Naar de mening van de gemeente is er geen sprake van een al vaststaand plan waarop geen aanpassing mogelijk is gebleken. Participatie Verslag Inloopavond en DoeMeeDag: “Nadelen van hoogbouw worden te snel onder de tafel geschoven. De plint wordt vergeten, het is niet duurzaam en het geeft veel windhinder.” Verslag DenkTank bijeenkomst 3: Er wordt opgemerkt dat torens vanaf 100 meter als hoog worden ervaren. Aanwezigen vinden het jammer dat zij geen invloed (meer) uit kunnen oefenen op hoogbouwvisie van de gemeente. Amsterdam is een horizontale stad, als in de Structuur- en hoogbouwvisie beschreven. Een woon- werkstad zonder prestigieuze gebouwen. Verzoek belanghebbenden hierover te informeren, middels een nieuwsbrief en/of op de site van de gemeente Amsterdam.
Reactie gemeente In de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 wordt aangegeven dat het hoogstedelijk stationskwartier Amstel ligt rondom een intercitystation met een nationale en regionale uitstraling, waardoor de potentie voor een rijk voorzieningenaanbod hoog is en het een aantrekkelijke plek is voor de vestiging van grote kantoren. Bij het stationskwartier Amstel wordt uitgegaan van een stevige verdichting, ruimte voor wonen, werken en (grootstedelijke) voorzieningen. De beoogde verdichting zal zich vertalen in hoogbouw zoals vastgelegd in het bestemmingsplan, waardoor tevens ruimte is voor meer groen op het maaiveld. De nadelen van hoogbouw, zoals windhinder, zijn onderzocht waarbij de onderzoeken zijn opgenomen in de hoogbouweffectrapportage in de bijlage van het bestemmingsplan. Conclusie De ingediende zienswijze ten aanzien van het onderwerp ‘communicatie’ leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Voorzieningen Horeca Indiener geeft aan dat de horeca aan de Weesperzijde enorm populair geworden is en dat dit mogelijk ook geldt voor de geplande horeca in Amstelvista. Met de ramen open slapen is volgens de indiener niet mogelijk. De indiener geeft aan dat in het ontwerpplan in horeca is voorzien, maar dat deze mogelijk een aanzuigende werking hebben op de horeca aan de
60
Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever
Weesperzijde. De indiener vraagt welke maatregelen worden getroffen om deze overlast te beperken. Reactie gemeente Menging van de functies horeca en wonen is gebruikelijk in een grootstedelijke omgeving. De voorzieningen waaronder horeca worden geconcentreerd langs doorgaande routes zodat er ook gebieden ontstaan waar uitsluitend woningen worden gesitueerd. Amstelvista ligt aan een doorgaande route. Niet valt uit te sluiten dit een aanzuigende werking zal hebben op de horeca aan de Weesperzijde, hoewel dit reeds drukbezochte horecalocaties betreft. Het nog nader in te vullen concept van Amstelvista gaat overigens uit van een werk/horecaconcept dat een andere doelgroep bediend dan de Weesperzijde. Als maatregel geldt dat elke horecavestiging verplicht is een exploitatievergunning aan te vragen en bij de vergunningverlening wordt getoetst of aanvullende eisen nodig zijn om eventuele overlast te beperken.
Kantoren Indiener van zienswijze geeft aan dat vraag en aanbod zijn veranderd de afgelopen 2 jaar, en vraagt zich af of de hoeveelheid aan kantoormeters nog wel nodig is in het plan. Het kunnen dan woningen worden, hier wordt rekening mee gehouden. Het maakt de business case wel erg risicovol. Een update van de Amsterdamse Kantorenstrategie zou vooraf moeten gaan aan het besluit en niet de intuïtie. Reactie gemeente Zie hiervoor paragraaf 6.2.
Bezonning De MER beoordeling bij de toelichting laat een beperkte afname van zonlicht zien. In de winter verdwijnt de zon beperkt achter de bestaande hoogbouw. De geplande torens Leeuwenburg en Toorop beperken dit iets meer. Amstelvista verdubbelt de schaduwwerking over een langere periode van het jaar. Constateringen heeft de indiener gedaan met de Sun surveyor app. Dit houdt geen stand bij bezwaar en beroep, maar het zijn echter wel negatieve effecten van het plan. Een goede beoordeling van de is door mij niet uit te voeren, want ondanks twee verzoeken is geweigerd de rapportage toe te sturen. Dit rijst de vraag of er iets verborgen gehouden wordt, wat negatief is voor het plan. Is er voor mij reden voor bezwaar en beroep na deze zienswijze, dan moet ik overwegen een Wob verzoek te doen. Reactie Gemeente Alle informatie rondom het onderwerp bezonning is reeds openbaar en opgenomen in bijlage 10, de Hoogbouweffectrapportage. Vervolgens is het onderwerp bezonning op een aantal plaatsen in de documenten opgenomen, zoals in de Mer beoordeling en in de
61
Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever
toelichting. Basis is steeds het onderzoek dat is gerapporteerd bij de Hoogbouweffectrapportage dat uitgaat van twee benaderingen, de TNO-benadering en een schaduwonderzoek. In de Mer beoordeling is een korte conclusie opgenomen die ook volgt uit de bezonningsstudie die is opgenomen in de rapportage van de HER (bijlage 10). In paragraaf 4.10.3 zijn de resultaten van het onderzoek opgenomen met twee kaartjes (grafische calculaties). Uit de calculatie komt naar voren dat: - de verdichting geen of zeer beperkte invloed heeft op de bebouwing buiten het plangebied. - Binnen het plangebied, Langs de Ringdijk en ter hoogte van de Omval is een afname van het aantal zonuren meetbaar. Het gaat daarbij om een afname van 1 uur. Paragraaf 4.10.3 van de toelichting sluit af met de zin: " Naast de TNO-benadering is ook een schaduwonderzoek verricht. Hierbij is onderzocht wat de effecten zijn van de slagschaduwen op de omgeving. In het voor- en najaar en in de zomer heeft de ontwikkeling alleen in de avonduren een bepekte invloed op de omgeving. In de winter is deze invloed groter. De bijbehorende kaartjes waren wel opgenomen in de HER (bijlage 10, maar niet in de toelichting. Voor de zelfstandige leesbaarheid van de toelichting zijn worden de kaartjes aan de tekst toegevoegd.
Conclusie De ingediende zienswijze ten aanzien van het onderwerp bezonning leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan, namelijk: - Kaartjes schaduwonderzoek worden toegevoegd in paragraaf 4.10.3 van de toelichting.
HoogbouwEffectRapportage (HER) De indiener geeft aan dat in de torenchecklist staat onder: 1. of ze voldoende licht, lucht en ruimte tussen de toren laten zien. Voor bewoners op de Schollenbrugstraat vullen de nieuwe torens juist de bestaande lucht en ruimte op. Tevens is op de foto’s (waar de zoomlens zo is ingesteld dat de torens nagenoeg niet zichtbaar zijn) onder 3.4 Overige zichtpunten HER te zien dat de ingetekende nieuwe toren constant de lucht en ruimte opvullen en lijkt geenszins op de figuur in de checklist. De indeling van het plangebied zou opnieuw gedaan moeten worden zodat deze overeenkomt met wat de gebruikers van de stad is beloofd. 2. Of ze voortbouwen op een bestaand cluster. Er zou een punt in de checklist nog moeten worden toegevoegd namelijk: Of ze voorbouwen op de bestaande gebouwde omgeving. De Van der Kunbuurt en de Weesperzijdestrook hebben volgens bestemmingsplannen respectievelijk een maximale bouwhoogte van 19 en 17,7 meter. De huidige toren van Mart Stam is tweemaal zo hoog, wat overeenkomt met de definitie voor hoogbouw: Onder hoogbouw in Amsterdam wordt verstaan gebouwen
62
Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever
vanaf 30 meter hoogte of tweemaal de hoogte in hun directe omgeving. Amstelvista wordt het stadsblok tweemaal zo hoog als de hoogte in de directe omgeving (hoogte bestaande toren), de nieuwe toren wordt viermaal de hoogte van de directe omgeving. 3. Tevens voldoen de nieuwe torens niet aan punt 6 Of ze windhinder, slagschaduw en geluidshinder (galm, installaties ed.) voorkomen of beperken. In dit deel van mijn zienswijze is te lezen dat de torens juist wind, schaduw en geluid versterken. Het ontwerpplan moet hierop aangepast worden Reactie Gemeente De toetsing in de Hoogbouweffectrapportage heeft plaatsgevonden in het kader van het Stedenbouwkundig plan en is vastgesteld door de raad. In de rapportage van de HER (opgenomen in bijlage 10) is een checklist voor torens opgenomen. In afstemming met de Hoogbouwcomissie zijn een aantal standpunten onderzocht van waaruit getoetst is aan de checklist. Hierin is de Schollenbrugstraat als toetslocatie niet opgenomen. Hieronder een reactie per punt: 1. Het zicht vanuit de Schollenbrugstaat zal met name gedomineerd worden door de dichtstbijzijnde toren Van der Kun, de woningen zijn daarbij niet georienteerd op het plangebied maar juist gericht op het talud van het spoor. In paragraaf 3.4 is per zichtpunt gemotiveerd op welke wijze de voorgestelde torenlocaties ruimtelijk kunnen voldoen.
Daarin zijn voorwaarden opgenomen, bijvoorbeeld ten aanzien van hoogte die vervolgens in het Stedenbouwkundig Plan en vervolgens in het bestemmingsplan zijn doorvertaald. 2. De torens bouwen wel voort op een bestaand cluster, namelijk het bestaande hoogbouwcluster rond het Amstelstation, zoals de Rembrandttoren (135 meter hoog), Mondriaantoren (120 meter) en de Breitnertoren (95 meter). 3. Met punt 8 van de torenchecklist wordt bedoelt dat de torens de windhinder, slagschaduw en geluidshinder tot een minimum moeten proberen te beperken. Ten aanzien van windhinder en slagschaduw is in de onderzoeken geconstateerd dat de hoogbouw weliswaar leidt tot meer windhinder en schaduw maar dat dit beperkte hinder betreft. In het door de indiener benoemde voorbeeld, de Schollenbrugstraat, blijkt dat de Ringdijk geen schaduw werpt op de gevels van deze straat. Conclusie De ingediende zienswijze ten aanzien van het onderwerp ‘Hoogbouweffectrapportage’ leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Windhinder Anders dan wat werd gezegd tijdens de laatste informatieavond neemt de windhinder op de Schollenbrugstraat echt wel toe. De gele vlek op de figuren met een hinderkans van 10 tot 20% vertienvoudigd. De storm van kortgeleden heeft een boom doen omwaaien en heeft het
63
Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever
Rijksmonument de Schollenbrug beschadigd, net in de gele vlek in de figuur bestaande situatie. De bomen aan de Schollenbrugstraat zullen met de planontwikkeling een negatief effect hebben op de veiligheid van de bewoners. Tevens zullen de boten in de buurthaven mogelijk meer schade oplopen bij storm. Het Windklimaat onderzoek geeft niet aan of bij het berekenen van de windhinder in het referentiejaar rekening gehouden wordt met de klimaatverandering. Door te anticiperen op de Omgevingswet en de Omgevingsvisies zou het ontwerpplan in ieder geval sterker bijdragen aan het tegengaan van klimaatverandering. Het ontwerpplan heeft dus ook hier negatief effect op de leefbaarheid en veiligheid. Reactie Gemeente In het Windhinderrapport zoals opgenomen in bijlage 15 wordt geconcludeerd dat het windklimaat in het plangebied als gevolg van een toename van hoogbouw en de kap van begroeiing op een aantal plaatsen ongunstiger worden dan in de huidige situatie, maar voldoet aan de normering zodat er geen sprake is van overschrijding van het gevaarcriterium. Het windhinderonderzoek is uitgevoerd op basis van de bouwenveloppen. Met het uitwerken van de bouwplannen dient per bouwplan nog nader onderzoek te worden gedaan naar het aspect windhinder om aanvullende maatregelen in het ontwerp op te nemen.
In de regels van het bestemmingsplan is hiervoor in 25.3 opgenomen dat een omgevingsvergunning voor de bouw van gebouwen pas kan worden verleend nadat ten aanzien van windhinder op basis van een windhinderonderzoek en naar oordeel van het bevoegd gezag voldoende is aangetoond dat het bouwplan niet leidt tot onevenredige negatieve effecten op het windklimaat in het openbaar gebied, al dan niet door het treffen van maatregelen. Daarnaast wordt met de toekomstige begroeiing (conform het stedenbouwkundige plan) een deel van de toename van windhinder geneutraliseerd of dusdanig worden beperkt dat een beoordeling slecht grotendeels kan worden voorkomen. Voor de opzet van het onderzoek en de beoordeling van het windklimaat is uitgegaan van de Nederlandse norm NEN 8100:2006 Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving. Deze NEN-norm gaat uit van de meteogegevens van een groot aantal meteostations die input geven aan de gegevens. Voor windgevaar wordt 15 m/s uurgemiddelde windsnelheid als drempelwaarde gehanteerd. Op deze wijze werkt klimaatverandering door.
Conclusie De ingediende zienswijzen ten aanzien van het onderwerp windhinder leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Amstelvista
64
Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever
Samenvatting zienswijzen nr 7 Specifiek voor Amstelvista is een postzegel bestemmingsplan gemaakt en in 2015 is een bouwvergunning aangevraagd en ook ingetrokken. Constructief schijnt het niet te kunnen, maar niemand vraagt een vergunning aan als het niet constructief haalbaar is en oplosbaar is alles in de bouw. Bijzonder nu in het planproces een volume mogelijk is dat 3 tot 4 keer groter is. Zou de druk op de woningmarkt daadwerkelijk zo hoog zijn dan had deze lokatie ondertussen jaren bewoond kunnen zijn. En heb ik het verder niet over de langdurende onaantrekkelijke uitstraling. Reactie gemeente Dit bestemmingsplan maakt het Stedenbouwkundig Plan Amstelstation – Amsteloever planologisch-juridisch mogelijk. Het postzegel bestemmingsplan bij de Amstelvista locatie is hier geen onderdeel van. Op ruimtelijkeplannen.nl is het postzegel bestemmingsplan zichtbaar in het bestemmingsplan ‘De Omval’, met het nieuwe bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever wordt dit geactualiseerd naar de bestemming Gemengd-1. Het komt voor in de stad dat ontwikkelaars plannen maken die niet tot uitvoering komen, om welke reden dan ook. Door de planvorming van Amstelstation – Amsteloever is een andere stedenbouwkundige context ontstaan waarbinnen een groter bouwvolume op de Amstelvista locatie mogelijk is dan bij het voorgaande postzegelbestemmingsplan.
De totale ontwikkeling Amstelstation – Amsteloever wordt vastgelegd in dit bestemmingsplan.
Cultuurhistorie Samenvatting zienswijzen nr. 7 Leeuwenburg en Toorop gaan misschien deels gespaard worden, alleen de toren van Mart Stam moet wijken. Dit soort na-oorlogse gebouwen blijken steeds meer gewaardeerd te worden. De ontwerpen die zijn gemaakt, na 2012 voor de London toren waren mooi, ook al is het een beetje historiserend bouwen. Het gebouw wordt alleen na 2015 geheel als cultuurhistorisch en architectonisch onbelangrijk beschreven. Toch heeft de toren volgens de ordekaart Waardering stedenbouwkundige en architectonisch kwaliteit een orde 3 AUP. En is het een ontwerp van de internationaal bekende architect Mart Stam, die met Mies van der Rohe werkte en zijn W1 stoel herkend iedereen. Welke beschrijving kunnen we nu aanhouden? Het zou door een onafhankelijk deskundige onderzocht dienen te worden voor een sloopbesluit genomen wordt. Het gebouw is erg lelijk verbouwd, maar wel is de hoofdstructuur van het gebouw en de bijzondere entree nog aanwezig. Het verdient meer waardering en een eigentijdse nieuwe jas. Reactie Gemeente Aan het ontwerp bestemmingsplan is in bijlage 6 een cultuurhistorische verkenning opgenomen. Hierin is ingegaan op de ruimtelijke structuur rondom de Mart Stam-toren (Amstelvista), maar niet geconcludeerd dat deze behoudenswaardig is. Aanvullend onderzoek is hierop niet nodig.
65
Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever
Samenvatting zienswijzen nr. 7 Het geheel plangebied ligt binnen de bufferzone van het UNESCO gebied, de London toren staat 650 meter binnen de zone of 1,35 kilometer vanaf het kerngebied en dient hoogbouw hier terughoudend te worden toegepast. In de visie staat: een gebouw van ca 60 meter hoog is op een afstand van 2 km misschien wel zichtbaar, maar het heeft nauwelijks invloed op een bestaand stadsbeeld. Hoe is het oordeel van een gebouw van 75 meter op 1,4 km dan? 15 meter zijn 5 bouwlagen. De maximale bouwhoogte zou ongeveer 40 meter kunnen zijn, gelijk aan bestaande toren. Gebieden van bijzondere waarde. De lokatie staat tegen het Rijksmonument Berlage- en Schollenbrug, stadsgezicht Oud Zuid (behoort ook Weesperzijde toe) en Plan Zuid. Bekijken we de kaart op pagina 45 dan zien we gebieden aangegeven met een gele kleur een verloop naar de omliggende wijken, alsof er een bufferzone langs loopt waar terughoudendheid gewenst is. Mijn beoordeling is dat volgens de visie van de gemeente inpassing niet mogelijk. Reactie Gemeente De Amstelvista locatie zit op 1,690 meter vanaf de UNESCO kernzone. Dit valt weliswaar binnnen de UNESCO-zone, maar niet in de mate die de indiener doet vermoeden. De tekst in de structuurvisie waar de indiener naar referereert op p.233 luidt als volgt “gezien vanaf zekere afstand heeft hoogbouw geen relevant effect meer.
Een gebouw van ca 60 meter hoog is op een afstand van 2 km misschien wel zichtbaar, maar het heeft nauwelijks invloed op een bestaand stadsbeeld. Een goed voorbeeld daarvan is het zicht op de hoogbouw in de omgeving van het Amstelstation, bezien vanaf de Leidsestraat over de Prinsengracht. De Rembrandttoren is dan niet groter dan een grachtenpand. Dit wordt tot regel verheven: vanuit het gebied gekenmerkt als werelderfgoed mag een gebouw niet hoger lijken dan de gemiddelde bebouwing”. In de Hoogbouweffectrapportage (bijlage 10) is is onderzocht wat voor impact de torens hebben op UNSECO, dit is met de beheerders van het UNESCO gebied afgestemd en door hen akkoord bevonden. Conclusie is dat de torens het zicht vanuit UNESCO niet onevenredig aantasten. Dit is bevestigd door de gemeenteraad bij de vaststelling van het Stedenbouwkundig Plan. Conclusie De ingediende zienswijze ten aanzien van het onderwerp cultuurhistorie leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Leefbaarheid Voor bewoners in de Weesperzijdestrook zal ongetwijfeld veel moois gaan komen in het plangebied, maar het ontwerpplan heeft voor bewoners aan de overzijde van de Ringdijk ook een stapeling van negatieve effecten. Naast de plannen voor de Amsteloever wordt ook de parkeergarage in de binnentuin van ons bouwblok ontwikkelt tot kantoorwerkplekken. Zomers zullen hier ramen en deuren geopend worden en kan geluidshinder ontstaan.
66
Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever
De plekken zullen gebruikt worden dor creatieve ondernemers die met fiets of openbaar vervoer naar kantoor gaan. Alleen zullen er altijd bezoekers zijn die toch met de auto komen en de geluidshinder en parkeerdruk kunnen toenemen. Vanaf de entree van het kantoor sta je direct tussen de horeca gelegenheden, dat mogelijk meer overlast met zich meebrengt. Het plan voor de Amsteloever staat dus niet op zichzelf in de Weesperzijdestrook. De leefbaarheid wordt van meer kanten onder druk gezet. Reactie Gemeente Amsterdam De Weesperzijdestrook en de door de indiener benoemde parkeergarage zijn geen onderdeel van het voorliggende bestemmingsplan.
Geluidshinder De zienswijze van de indiener ten aanzien van geluidshinder is beantwoord in hoofdstuk 8 ‘geluid’.
Conclusie zienswijze nr. 7 Conclusie De ingediende zienswijze ten aanzien van het onderwerp bezonning leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan, namelijk: -
Kaartjes schaduwonderzoek worden toegevoegd in paragraaf 4.10.3 van de toelichting.
67
Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever
Zienswijze nummer 11 Samenvatting zienswijze nr 11 De indiener geeft aan dat het bestemmingsplan ruimte biedt aan 1.300 tot 2.100 nieuwe woningen. "Het college hanteert de sportnorm als uitgangspunt voor de inpassing van voldoende sportvoorzieningen in (nieuwe) woningbouwlocaties in Amsterdam." (bron: brief 0606-2019 van wethouder Kukenheim aan Vrienden van het Diemerpark). Toepassing van de sportnorm op 1.300 tot 2.100 nieuwe woningen betekent, uitgaande van een gemengd stedelijk woonmilieu, volgens de indiener een toevoeging van de behoefte aan zo'n 6.500 - 10.500 m2 aan veldsportvoorzieningen. Indiener ziet op de Bestemmingsplankaart geen sportvelden staan en komt in de Toelichting bij het Bestemmingsplan het begrip "sportnorm" niet tegen. Indiener vraagt of in het Bestemmingsplan Amsteloever voldaan wordt aan de sportnorm?. Reactie gemeente De sportnorm geldt voor nieuwbouwlocaties en niet voor transformatielocaties. De referentienormen (sportnormen) zijn opgesteld voor nieuw te ontwikkelen openbare ruimte. Dit plangebied Amstelstation Amsteloever is een transformatiegebied, waar bestaande bouw en nieuwe ontwikkelingen samengaan in een hoge dichtheid en vraagt daartoe om maatwerk. Maatwerk wordt gezocht in het uitbreiden of beter benutten van bestaande voorzieningen binnen het gehele gebied Over-Amstel.
Conclusie De ingediende zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
68
Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever
Zienswijze Allen & Overy LLP namens NL Mondriaan Property 8 B.V. en FSMC NL Property Group B.V. NL Mondriaan is eigenaar van de Mondriaantoren met bijbehorende gronden, en mede-eigenaar van de gronden en gebouwen waarin Café-Restaurant Blooker (Amstelplein 4) en voormalig Café-Restaurant Riva, thans Café-Restaurant Ode aan de Amstel, (Amstelboulevard 1) zijn gevestigd (de Mondriaantoren). Deze eigendommen bevinden zich binnen het plangebied van het Ontwerpbestemmingsplan. NL Mondriaan heeft grote bedenkingen tegen verschillende ruimtelijke ontwikkelingen die in het Ontwerpbestemmingsplan worden voorzien, en die met het Ontwerpbesluit mogelijk worden gemaakt. NL Mondriaan meent, in de kern, dat de voorgestelde verdichting en hoogbouw in het gebied in strijd zijn met de goede ruimtelijke ordering. Zij meent ook dat het Ontwerpbestemmingsplan op deze punten onuitvoerbaar is. Verder meent NL Mondriaan dat het plan voorbijgaat aan haar bedrijfsbelangen - want deze ontwikkelingen brengen een onaanvaardbare aantasting van NL Mondriaan's bedrijfsvoering en van de verhuurbaarheid van haar eigendommen mee. Het Ontwerpbestemmingsplan borgt vanuit ruimtelijk oogpunt aldus geen goed ondernemersklimaat.
De bedenkingen van NL Mondriaan heb ik eerder namens NL Mondriaan uiteengezet in een inspraakreactie van 5 oktober 2020 op het concept Stedenbouwkundig Plan (bijgevoegd als Milne 2) en in mijn brief van 20 april 2021 in reactie op de Nota van Beantwoording (bijgevoegd als Milne 3). Op NL Mondriaan's bedenkingen heb ik voorts gewezen in mijn brieven van 19 november 2021 en 26 januari 2022 (bijgevoegd als Bijlage 4 en Bijlage 5). De inhoud van deze reactie en brieven moet op deze plaats als herhaald en ingelast worden beschouwd. Zoals uit bedoelde reactie en brieven volgt, probeert NL Mondriaan al circa 1,5 jaar tevergeefs in overleg te geraken met uw gemeente over de plannen voor het gebied Amstelstation en Amsteloever. Tot enige inhoudelijke discussie is het helaas nog niet gekomen. Het eerder aan NL Mondriaan toegezegde overleg met de verantwoordelijk wethouder heeft niet plaatsgehad. NL Mondriaan voelt zich in deze kwestie dus niet gehoord door de gemeente, en meent, in aanvulling op het navolgende, dat de tot nog toe gevolgde procedure onzorgvuldig is. Aantasting belangen NL Mondriaan Voor een punt van zorg vraagt NL Mondriaan in het bijzonder uw aandacht. NL Mondriaan meent dat het Ontwerpbestemmingsplan geheel voorbijgaat aan haar belangen als 'zittende' gebouweigenaar binnen het gebied.
Door de sterke verdichting en de hoogbouw in het betrokken gebied, wordt het "unique selling point" van de Mondriaantoren - het vrije uitzicht op de Amstel - volledig aangetast. De onderstaande illustratie (bezien vanaf de Amstel) laat dit duidelijk zien.
69
Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever
Het Ontwerpbestemmingsplan voorziet aldus in ontwikkeling van hoogbouw (in de toelichting wordt deze hoogbouw aangeduid als het Tooropgebouw) pal voor de Mondriaantoren. Deze onvoorziene ruimtelijke keuzen (waarover ook hieronder), zullen zeer onevenredig nadelige gevolgen hebben voor NL Mondriaan, waaronder een sterk nadelig effect op de aantrekkelijke positie en eigenschappen van de Mondriaantoren. De voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen ter plaatse van het oude Delta Lloyd-gebouw, zullen aldus resulteren in een aanmerkelijke waardevermindering van de eigendommen van NL Mondriaan. De voorziene hoogbouw doet sterk afbreuk aan de wezenskenmerken en het unique selling point van de Mondriaantoren, met - mede door de toevoeging van veel te veel kantoorruimte, waarover hierna - alle gevolgen voor de verhuurbaarheid van de Mondriaantoren van dien. De ruimtelijke gevolgen daarvan naar de omgeving van de Mondriaantoren zijn in het geheel niet beschouwd in het Ontwerpbestemmingsplan. Op deze manier borgt het bestemmingsplan bovendien, in strijd met de vaste rechtspraak van de Raad van State ter zake, geen vanuit ruimtelijk oogpunt goed ondernemersklimaat.
Onder verwijzing naar de recente rechtspraak van de Raad van State over de evenredigheid van overheidsbesluiten (ABRvS 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285), wijst NL Mondriaan er verder op dat uit het Ontwerpbestemmingsplan in het geheel niet blijkt of de raad is nagegaan of de met de ruimtelijke keuzen beoogde doelen, op een voor NL Mondriaan en de omgeving minder vergaande manier kunnen worden bereikt, en of die ruimtelijke keuzen (jegens NL Mondriaan) evenwichtig zijn.
70
Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever
Te veel kantoorprogramma Uit de toelichting op het Ontwerpbestemmingsplan en de planregels volgt dat binnen het plangebied, waaronder in het Tooropgebouw, meer kantooroppervlak mogelijk wordt gemaakt. Naast dat de Mondriaantoren haar unique selling point zal verliezen, zal dus ook de concurrentie op het vlak van de verhuur van kantoorruimte in het projectgebied flink toenemen, met alle gevolgen voor het goede ondernemersklimaat van dien. Het toestaan van extra kantoorruimte is een ontwikkeling die NL Mondriaan, mede gelet op het vigerende bestemmingsplan "Omval", niet had verwacht en ook niet hoefde te verwachten. In de toelichting bij het vigerende bestemmingsplan (p. 19-20) wordt namelijk expliciet overwogen (onderstreping gemachtigde): "De groei in dit gebied wordt bereikt door de bouwplannen rond het Amstelstation. Het deel dat in het plangebied Omval valt, is reeds herontwikkeld tot kantoorlocatie. Nieuwe ontwikkelingen voor kantoorruimte vinden niet plaats." Uit de toelichting op het Ontwerpbestemmingsplan volgt niet welke nieuwe ruimtelijke inzichten nu nopen tot het verlaten van deze eerder, en relatief recent, gemaakte ruimtelijke keuzen, waaraan NL Mondriaan en de omgeving gerechtvaardigde verwachtingen ontlenen.
Laat staan dat uit de toelichting blijkt waarom het belang bij de beoogde, nieuwe ruimtelijke keuzen, zwaarder zou moeten wegen dan die gerechtvaardigde verwachtingen. Volgens NL Mondriaan is dat ook niet het geval. De toelichting poneert in dit verband weliswaar dat wordt voldaan aan artikel 6.3 van de Omgevingsverordening NH 2050 (bedoeld zal zijn 2020), en aan de in art. 3.1.6, lid 2, Besluit ruimtelijke ordening voorgeschreven `laddertoets', maar de in de toelichting genoemde beleidsdocumenten en onderzoeken die de behoefte aan meer kantoorruimte zouden moeten onderbouwen, dateren van voor de Corona-pandemie. Zo merkt de toelichting op het Ontwerpbestemmingsplan op dat de voorziene ontwikkeling van extra kantoorruimte binnen het plangebied past binnen de Kantorenstrategie 2017, maar er is niet beoordeeld of in de huidige tijden van "het nieuwe werken", nog steeds in extra kantoorruimte moet worden voorzien. Sinds de uitbraak van de Corona-pandemie werken mensen immers veelvuldig vanuit huis, iets wat veel werkgevers en werknemers willen vasthouden, met mogelijke leegstand van kantoren tot gevolg. Vorenstaande raakt ook aan de uitvoerbaarheid van het Ontwerpbestemmingsplan: het is maar zeer de vraag of de beoogde extra kantoorruimte gerealiseerd en verhuurd kan worden en dus daadwerkelijk in gebruik zal worden genomen.
Bovendien merkt de toelichting op het Ontwerpbestemmingsplan op dat er al veel kantoorruimte mogelijk is binnen het plangebied (par. 3.1.4). Het is NL Mondriaan daarom in het geheel niet duidelijk dat extra kantoorruimte nodig is en zal worden gebruikt. Daarnaast is het zeer de vraag of het realiseren van kantoorruimte waar mogelijk geen vraag naar is, vanuit bestuurlijk perspectief gepast is in tijden van een woningcrisis. Verkeersgeneratie Het extra autoverkeer dat zal worden gegenereerd door de toename van de woon- en werkfuncties in het gebied is volgens NL Mondriaan in strijd met de goede ruimtelijke ordening (waaronder het goed ondernemersklimaat). Het Ontwerpbestemmingsplan treft in dit kader alleen voorzieningen voor het inpandig parkeren van auto's en fietsen op alle ontwikkellocaties. Hiermee wordt echter geen oplossing geboden voor de toename aan verkeersdrukte binnen het plangebied, waar momenteel reeds sprake is van een grote verkeersdrukte. De toelichting op het
71
Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever
Ontwerpbestemmingsplan stelt dat het ontwikkelen van extra woningen en kantoren niet tot een noemenswaardige toename van autoverkeer mag leiden. In dit kader merkt de toelichting slechts op dat er verschillende deelgebieden worden ontsloten en dat de gemeente een investeringsbesluit heeft genomen (zie para. 4.1). Het is zodoende onduidelijk op welke manier het beperken van een toename van verkeersdrukte is geborgd in de planregels als de in het Ontwerpbestemmingsplan voorziene extra woningen en kantoren worden gerealiseerd. Stedenbouwkundige aansluiting op lommerrijke Amstel gaat verloren Zoals NL Mondriaan reeds naar voren heeft gebracht in haar inspraakreactie op het concept Stedenbouwkundig Plan, valt de voorziene hoogbouw verder moeilijk te rijmen met de ambitie om het gebied te 'vergroenen' en meer open te maken. In het Stedenbouwkundig Plan wordt opgemerkt dat de openbare ruimte langs de Amstel krap aanvoelt (p. 19, Stedenbouwkundig Plan). NL Mondriaan meent dat de voorziene verdichting en hoogbouw van het Tooropgebouw dat gevoel van krapte alleen maar zullen vergroten; de groene strook aldaar zal letterlijk en figuurlijk worden overschaduwd door de beoogde hoogbouw, een en ander in strijd met de goede ruimtelijke ordening.
Uit de Nota van Beantwoording begrijpt NL Mondriaan dat het Stedenbouwkundig Plan het mogelijk maakt om het groen rondom het Delta Lloyd-gebouw (het nieuwe Tooropgebouw) beter zichtbaar en toegankelijk te maken, en te ontwerpen als een visuele ruimte met de oever (p. 48, Nota van Beantwoording). Hoewel NL Mondriaan een verdere vergroening van de oevers van de Amstel toejuicht, wordt het NL Mondriaan niet duidelijk hoe die vergroening wordt gewaarborgd in het Ontwerpbestemmingsplan, terwijl verdere hoogbouw wordt gerealiseerd in een gebied waar reeds veel bebouwing aanwezig is. Het toegankelijk en zichtbaar maken van bestaand groen neemt immers niet weg dat het aanwezige groen teruggedrongen zal worden, en dus minder zichtbaar zal zijn, door het realiseren van de voorziene hoogbouw. NL Mondriaan verzoekt dan ook in het definitieve bestemmingsplan de plannen random AmstelstationAmsteloever zodanig aan te passen dat de groene oever wordt hersteld en gerespecteerd. Inbreuk op UNESCO-beschermingsregime NL Mondriaan verwijst in dit verband ook (andermaal) naar de aanwijzing van de Amsterdamse binnenstad als UNESCO-werelderfgoedlijst in 2010. Daarmee wordt de binnenstad beschermd tegen nieuwe bebouwing die afwijkend in maat en schaal is, die het historisch gelaagde stadsbeeld aantast (p. 18, Hoogbouwvisie Amsterdam 2011).
Het plangebied ligt binnen de daarvoor ingestelde bufferzonel (van 2 kilometer rondom het Singelgrachtgebied). NL Mondriaan meent dat nieuwe hoogbouw, in het bijzonder ter plaatse van het oude Delta Lloydgebouw, nadelige invloed kan hebben op dit beschermde werelderfgoed. Dat binnen het plangebied reeds de Mondriaantoren aanwezig is, maakt dit niet anders, nu de Mondriaantoren dateert van voor de UNESCO-aanwijzing. Omgekeerd meent NL Mondriaan dat om diezelfde reden, het toevoegen van hoogbouw en verdichting van de bebouwing niet kunnen worden onderbouwd met de stelling dat deze `vergroeien' met voorafgaand aan de UNESCOaanwijzing gerealiseerde bebouwing, wat de strekking lijkt van par. 4.10.1 van de toelichting. Die hoogbouw en verdichting moeten op zichzelf worden beschouwd en getoetst aan de beschermende voorwaarden van de UNESCO-aanwijzing. Aan die voorwaarden wordt volgens NL Mondriaan niet voldaan.
72
Nota van Beantwoording – Ontwerp bestemmingsplan Amstelstation – Amsteloever
Voorkomen van wind-, schaduw- en galmhinder onvoldoende geborgd NL Mondriaan heeft eerder in' haar inspraakreactie op het concept Stedenbouwkundig Plan en in haar brieven haar zorgen omtrent wind-, schaduw- en galmhinder naar voren gebracht. Het Ontwerpbestemmingsplan bevat in dit kader een regeling omtrent windhinder: in de planregels is de verplichting opgenomen dat de bedoelde ontwikkelingen op het moment van de vergunningaanvraag (omgevingsvergunning voor het bouwen) een windhinderonderzoek kunnen overleggen waaruit blijkt dat het uiteindelijke plan tot een acceptabel windklimaat leidt (art. 25.3 van het Ontwerpbestemmingsplan). NL Mondriaan meent dat dergelijk onderzoek voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan moet worden verricht, omdat anders niet vaststaat dat de gemaakte ruimtelijke keuzen uitvoerbaar zijn. Bovendien gaan de toelichting, noch de planregels, expliciet in op schaduw- en galmhinder die door de hoogbouw worden veroorzaakt ter plaatse van de Mondriaantoren. De toelichting geeft aan dat uit een schaduwonderzoek zou blijken dat de ontwikkeling in de avonduren een bepekte invloed op de omgeving heeft, maar dat deze invloed groter is in de winter (par. 4.10.3).
NL Mondriaan meent dat ervoor moet worden gewaakt dat - in strijd met de goede ruimtelijke ordening - tussen de hoogbouw alleen nog maar donkere gebieden ontstaan waar zonlicht niet kan doordringen, bijvoorbeeld door het hanteren van ruimere afstanden en beperking van hoogten. Permanente schaduw in een gebied doet afbreuk aan de ambitie om een aantrekkelijk stedelijk gebied te creeren. NL Mondriaan vraagt om deze aspecten in het kader van het definitieve bestemmingsplan mee te nemen. Privacy In haar inspraakreactie op het concept Stedenbouwkundig Plan maakte NL Mondriaan verder haar zorgen omtrent privacy door het realiseren van de voorziene hoogbouw reeds kenbaar en zij herhaalt deze zorgen nogmaals in deze zienswijzen. In dit verband verwijst NL Mondriaan naar de "Toren Checklist voor Amsteloever" op pagina 29 van het Stedenbouwkundig Plan, waarin 12 punten zijn geformuleerd waarop de hoogbouwplannen worden beoordeeld. Dit criterium is in het Stedenbouwkundig Plan aangepast van: "Of ze het uitzicht en de privacy van huidige en nieuwe gebruikers respecteren" naar "Of ze rekening houden met de privacy van huidige en nieuwe gebruikers", om zo duidelijk te maken dat het gaat om het vinden van een goede balans (p. 73, Nota van Beantwoording). De hoogbouw voorzien met het Tooropgebouw voldoet echter ook aan dit aangepaste criterium niet.