CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 25 Onderwijs (20) Bijlage 3 G4 voorstel tegen kansenongelijkheid

RAAD 20 januari 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de voortgangsbrief Tegengaan Kansenongelijkheid. Nr. VN-2020-0296697.503 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Augustus 2020

Achtergrond en Doel De toenemende groei van de steden heeft ons de afgelopen decennia welvaart gebracht. Helaas kent deze verstedelijking ook een keerzijde. Net als in andere wereldsteden zien wij dat de groei van de G4 de verschillen in kansen tussen haar inwoners vergroot. De huidige COVID-19 crisis toont én versterkt deze kansenongelijkheid: mensen met laag opleidingsniveau/inkomen (samen “Sociaaleconomische Status” of “SES score” genoemd) en/of niet-Westerse migratie achtergrond krijgen minder kansen in de samenleving, hebben meer last van discriminatie, minder bestaanszekerheid, en worden sterker geraakt door de crisis in zekerheid én in gezondheid. Als G4 vragen we aandacht voor het thema kansenongelijkheid. Kansenongelijkheid zien we in alle aspecten en fasen van het leven terug. Wij zien dat mensen met een lage SES score en/of een niet-Westerse migratie achtergrond op vrijwel alle leefgebieden minder goed uitkomen. Een aantal voorbeelden: • Onderwijs: kinderen met een gelijk IQ eindigen op verschillend opleidingsniveau op basis van SES score van hun ouders; het verschil neemt toe gedurende de onderwijsloopbaan;

De G4 bestrijdt kansenongelijkheid met verschillende gemeentelijke programma’s. Samen met het Rijk richt de G4 zich daarnaast op het integraal en gebiedsgericht tegengaan van kansenongelijkheid, onder andere op de zestien “stedelijke vernieuwingsgebieden” uit het Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Uit onderzoek blijkt dat kansenongelijkheid structurele oorzaken heeft, onder andere vanuit (gebrek aan) landelijke wet- en regelgeving. Om écht een stap te zetten in het opheffen van kansenongelijkheid, moeten wij daarom deze zogenaamde “systeembarrières” aanpakken. Deze betreffen formele en landelijke regelingen en daarvoor is samenwerking met het Rijk vereist. Hiermee gaat het in deze propositie niet zozeer om achterstanden (van individuen en groepen) maar om institutionele achterstelling door wet- en regelgeving of gebrek daaraan waardoor het voor deze groepen moeilijker is om zich te ontwikkelen. Om dat aan te pakken richten wij ons op de systemische kant van instituties. Doel

Het doel van dit document is het volgende:

• Werk en inkomen: er is een structurele lagere werk- en bestaanszekerheid onder laagopgeleiden dan onder hoogopgeleiden;

•

Kort de achtergrond schetsen van bestaande ongelijkheid en wat we weten over oorzaken en wat werkt;

• Wonen: de kwaliteit van wonen verschilt op basis van onder andere migratie en /of sociaal-economische achtergrond en er is sprake van segregatie;

•

Een propositie: een voorstel voor benodigde systeemaanpassingen om de kansenongelijkheid weg te kunnen nemen;

• Gezondheid: er is een verschil in levensduur en aantal gezonde levensjaren op basis van migratie en/of sociaal-economische achtergrond.

Voorliggende propositie is tot stand gekomen op basis van de verkenning in 2019 naar kansenongelijkheid in samenwerking met wetenschappers en professionals. In deze verkenning is de laatste stand van kennis uit wetenschap en praktijk op een rij gezet. Deze propositie bouwt hier op voort, door in samenwerking met G4 professionals en wetenschappers, de structurele oorzaken verder te ontleden en systeemaanpassingen te identificeren.

In het begeleidend rapport ‘G4 Verkenning Kansenongelijkheid’ wordt de integraliteit van het onderwerp en de G4 inzet verder besproken. Hier wordt ook verder ingegaan op het belang van de eerste 1000 dagen en bestaanszekerheid.

2

Om écht een stap te zetten op het tegengaan van kansenongelijkheid vragen we het Rijk om structurele oorzaken integraal aan te pakken Onderwijsachterstand vanaf de eerste jaren tegengaan door vroeg- en voorschoolse educatie voor alle kinderen. 2. De verschillen in onderwijs tegengaan door: A. Extra middelen voor scholen met veel doelgroepleerlingen* B. Professionalisering van leraren op scholen met veel doelgroepleerlingen* C. Neem meer leraren aan waar de nood het grootst is (scholen met veel doelgroepleerlingen*) 3. De kwetsbare overgangen beperken door: A. De VVE en PO in nieuwe brede integrale kindcentra te huisvesten B. Een later selectiemoment tussen PO<->VO<-> MBO/HBO/WO voor alle leerlingen in te voeren C. Een 6-jarige opleidingsduur voor het VMBO in te voeren D. Vakken op verschillende onderwijsniveaus te kunnen volgen E. Extra aandacht voor grootstedelijke context in lerarenopleiding en het maken juiste inschattingen Juiste zorg beter laten aansluiten bij de patiënt door: A. Multidisciplinaire en domein overstijgende (keten-)samenwerking met andere professionals (opnemen als inkoopvoorwaarde bij zorgverzekeraars en gemeentes B. Betere samenwerking van zorg en ondersteuning door coördinatie tussen hulpverleners structureel te bekostigen en in te richten. C. Verplicht taalniveau B1 en cultuur sensitieve communicatie tussen patiënt en zorgaanbieder 5.

Een gezondere leefomgeving en levensstijl voor iedereen mogelijk maken door: A. Invoering van belastingmaatregelen om ongezonde producten te ontmoedigen zoals een frisdranktaks en beperking van tabaksverkoop B. Het opnemen gezondheidsbevordering in de opdracht van de zorgwetten, en mogelijkheden voor gemeenten om op basis van de Omgevingswet een gezonde omgeving (voedsel en ruimte voor groen en bewegen) te creëren

*doelgroepleerlingen zijn leerlingen met het grootste risico op een onderwijsachterstand

De verschillen in toegang tot en kansen op de arbeidsmarkt tegengaan door: A. Verhoging van het participatiebudget om langdurig werklozen te ondersteunen B. Meer beleidsruimte binnen participatiewet om flexibel inkomen beter te kunnen verrekenen en het mogelijk te maken om beperkt bij te verdienen met een uitkering C. Landelijke afschaffing van de kostendelersnorm om werken aantrekkelijk te maken 7. (Sociale) Zekerheid bieden aan schijnzelfstandigen en flexibele werknemers door: A. Beperking van het gebruik van flexibele contractvormen B. Verplichte bijdrage van werkgevers aan werknemerslasten (schijn)zelfstandigen C. Invoering van een scholingsfonds met individuele trekkingsrechten voor iedere werkende. Vooruitlopend hierop een G4/regionaal ontwikkelfonds starten. 8. De bestaanszekerheid van minima verbeteren door: A. Verhoging van het sociaal minimum en wet minimum loon, inclusief koppeling met sociale bijstand uitkeringen B. Een volledige herziening naar een simpeler en voorspelbaarder toeslagenstelsel C. Verruiming van de Wet Structuur Uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen om ook werkende minima te kunnen benaderen en ondersteunen 9. De toegang tot de woningmarkt van de sociale huurmarkt vergroten door: A. Het aandeel van de WOZ-waarde voor de maximale huurprijs te maximeren B. De investeringscapaciteit van de woningcorporaties verbeteren 10.

De toegang tot de woningmarkt in het middensegment vergroten door: A. De liberalisatiegrens te differentiëren B. De markttoets voor corporaties te vereenvoudigen of af te schaffen C. De mogelijkheid te geven voor zelfbewoningsplicht van bestaande koopwoningen D. Gemeenten te ondersteunen bij het realiseren van randvoorwaarden voor de bouw E. Duidelijkheid te creëren rond Rijksinvesteringen om woningbouw te stimuleren 11. De discriminatie op de woningmarkt tegen te gaan via een verhuurvergunning 12. Wijken te versterken door investering in openbare ruimte en spreiding van kwetsbaren

Wonen

Gezondheid en zorg

4.

6.

Werk en inkomen

Onderwijs

1.

3

Inhoud

1. Achtergrond kansenongelijkheid

2. Propositie

> G4 VOORSTEL TEGEN KANSENONGELIJKHEID

4

Totstandkoming en definitie Totstandkoming

Definitie

Deze propositie is tot stand gekomen op basis van bestaand onderzoek en gesprekken met professionals en wetenschappers. Samen met hen is onderzocht:

De definitie die we aanhouden voor Kansenongelijkheid is als volgt:

• Wat we zien aan structurele ongelijkheid • Wat er nodig is om kansenongelijkheid tegen te gaan

“(Kansen)ongelijkheid is het door systeem, omgeving of instituties gevormde ongewenste verschil in het verwerven en benutten van capaciteiten of gebruiken van voorzieningen. Dit kan objectief worden vastgesteld. Daarnaast erkennen we dat dit ook subjectief kan worden ervaren.”*

Op de volgende pagina’s geven we een beknopte samenvatting hiervan.

Gesproken experts:

Gemeenten richten zich via eigen programma’s op aanpassingen die binnen hun vermogen liggen. Veel oorzaken zijn echter structureel van aard en vragen actie vanuit het Rijk. De G4 vraagt het Rijk hierop samen te werken. Deze propositie richt zich daarom op de kansenongelijkheid voortkomend uit systeembarrières, zie slide 8 voor een nadere toelichting op deze barrières. Hierbij is een definitie (zie rechts) leidend geweest om het onderwerp te kaderen.

G4 Verkenning Kansenongelijkheid

        

Naast deze propositie is er het begeleidend rapport “G4 Verkenning Kansenongelijkheid” opgesteld waarin op basis van actuele wetenschappelijke kennis kansenongelijkheid nader wordt geduid. Verder worden evidence en practice based aanpakken toegelicht die de G4 inspireren in haar strijd tegen kansengelijkheid.

*Bron: Deze definitie is opgesteld door een groep van wetenschappers tijdens een sessie ter voorbereiding van het opzetten van het Kenniscentrum (kansen)ongelijkheid.

• Wat we weten over de achterliggende oorzaken van kansenongelijkheid

De propositie is opgesteld in het voorjaar van 2020 in voorbereiding op de G4 collegeconferentie van 1 september 2020.

Herman van de Werfhorst Cody Hochstenbach Paul de Beer Maurice Krul Jean Tilly Monique Leygraaf Machteld de Jong Karien Stronks Godfried Engbersen

        

Maarten van Ham Bastiaan Ravesteijn Eric Steegers Annemiek Veen Frank van Lenthe Fabian Dekker Nadja Jungmann Erik Snel Gregor Walz

5

Nederlanders met een lage SES score en/of migratieachtergrond krijgen over de gehele levensloop minder kansen Jeugd Perinatale sterfte hoger in stadsdelen met lage SES score

Kwart Amsterdamse peuters heeft risico op onderwijsachterstand

-9 mnd

4

De overgang van PO naar VO: onder-advisering en minder brede scholengemeenschappen

Kinderen met gelijk IQ eindigen op verschillend opleidingsniveau o.b.v. opleiding ouders

12

Jeugdwerkloosheid hoger met lage opleiding en niet westerse herkomst

18

Volwassenen

Gezondheid

27

Ouderen

Toenemende inkomensongelijkheid tussen laag- en hogeropgeleiden

Buurttevredenheid lager in lage SES wijken

Jongeren met niet-Westerse migratie achtergrond verlaten het onderwijs ruim twee keer zo vaak zonder startkwalificatie

Lager % vaste contracten voor mensen met lage opleiding

Meer huiselijk geweld & discriminatie, lagere ervaren veiligheid in lage SES wijken

Onderwijs

Druk op betaalbare woningen voor lagere inkomens

23% meer zware rokers met schoolniveau VMBO-B Veiligheid

Grote verschillen in obesitas tussen hoge en lage SES wijken, bv. 27% in Kralingen (hoge SES) en 68% in Bloemhof (lage SES) te Rotterdam

Hogeropgeleiden stemmen vaker (81%) dan lageropgeleiden (56%) Wonen

Verschil in ervaren gezondheidsjaren tussen laag- en hoogopgeleiden is 15 jaar

Verschil in levensverwachting tussen laag- en hoogopgeleiden is 6 jaar

Niet-westerse (stage) sollicitanten worden vaker afgewezen

Werk & Inkomen

Participatie

De coronacrisis versterkt bestaande kansenongelijkheid: de mensen die het meest kwetsbaar zijn worden harder geraakt Onderwijs Schoolsluiting en thuisonderwijs hebben gevolgen voor de kansenongelijkheid in het onderwijs. Bijvoorbeeld: •

•

De afhankelijkheid van het opleidingsniveau van ouders om goede hulp te bieden in het basisonderwijs en vooral in het voortgezet onderwijs De beschikbaarheid van digitale hulpmiddelen als laptops en tablets om volledig mee te kunnen doen aan het thuisonderwijs1

Werk en inkomen Doordat mensen met lage SES vaker een flexibel contract hebben zullen zij eerder en harder geraakt worden door de economische impact van de corona maatregelen. Bijvoorbeeld:

•

Veel personen met een tijdelijke baan en zzp’ers vrezen voor werken inkomensverlies. Een kwart van zzp’ers en flexwerkers hebben al inkomensverlies geleden door de huidige crisis2

•

Deze groep minder regelmogelijkheden heeft dan mensen met een hoge SES en minder zekerheden en daardoor sneller en harder geraakt wordt door de huidige crisis

Gezondheid en zorg De gevolgen van, en de maatregelen tegen, de corona crisis manifesteren zich onevenredig sterk bij mensen met een lage sociaaleconomische status. Bijvoorbeeld: •

Minder vaak werkzaam in beroepen waarvoor thuiswerken mogelijk is en daardoor grotere kans op besmetting

•

Groter risico op het oplopen van en complicaties door een coronainfectie, omdat zij vaker aandoeningen zoals hoge bloeddruk en diabetes hebben3

1. www.uva.nl/shared-content/faculteiten/nl/faculteit-der-maatschappij-engedragswetenschappen/nieuws/2020/04/scholensluiting-leidt-tot-groeiende-onderwijsongelijkheid.html 3:www.rug.nl/aletta/blog/covid-19-is-ook-een-les-in-ongelijkheid-27-04-2020

Wonen De corona crisis zal zowel nu als op de lange termijn de kansenongelijkheid vergroten. Bijvoorbeeld: •

Door het direct stilvallen van veel sectoren kunnen (schijn)zelfstandigen of flexibele medewerkers in directe betalingsnood komen voor de huur en hypotheek

•

Op de langere termijn verwacht men dat door de verwachte recessie enerzijds de vraag naar goedkope woningen zal groeien terwijl anderzijds de bouw en daarmee het aanbod terug zal vallen

2. www.kenniswerkplaats-leefbarewijken.nl/publicaties/de-bedreigde-stad-de-maatschappelijke-impact-vancovid-19-op-rotterdam/ 4.www.trouw.nl/opinie/huurverhoging-doet-ook-ons-pijn~b96437c9/ 7

Samen met het Rijk is het zaak de “systeembarrières”, die voortkomen uit wetten en regels, aan te pakken. De oorzaken van kansenongelijkheid zijn met wetenschappers in kaart gebracht Omgeving Huishouden / achtergrond

Instituties Buurt

Systemen

Informele gedragsregels

(formele regels en wetten)

(impliciete afspraken)

 Toegang tot activiteiten/sport  Aandacht voor gezondheid  Aandacht voor gezonde voeding

 Toegang tot activiteiten/sport/ beweegvriendelijke buurt  Gezonde voedselomgeving

 Zorgverzekeringen (eigen risico)  Toegankelijkheid (wijk)zorg  Financieringsgrondslag centrale zorgverlener voor gezin

 Beperkte focus op preventieve zorg  Culturele (mis)match zorg/zorgbehoevende (incl. kennislacune specifieke zorgbehoefte minderheden)

 Actieve leerondersteuning  Toegang en vindbaarheid goede informatie over systeem

 Goede (voor)school  Goede basisschool  Goede middelbare school

 Vrije schoolkeuze  Vroege selectie  Adviesmethodiek (CITO en schooladvies)  Sociale focus op “hoogopgeleid-zijn”  (Vele) Kwetsbare overgangen

 (Mis)match school, straat en thuiscultuur  (Onbewuste) discriminatie in het onderwijs

Werk & Inkomen

 Toereikende financiële situatie  Volwaardig werken en werkzekerheid

 Aanwezigheid positieve rolmodellen  Afwezigheid negatieve rolmodellen

 Arbeidscontracten (flex/zzp/vast)  Sollicitatieprocedures en kanalen, toegankelijkheid vacatures

 (Onbewuste) discriminatie op de arbeidsmarkt  Dominante (witte) organisatiecultuur

Wonen

 Passende woonsituatie (sociaal en vrije sector)  Kwaliteit van woonsituatie

 Gemêleerde buurt (herkomst en opleidingsniveau en woonvormen)

 Sociale woningbouw en vrije sector  Wachtlijst- en plaatsingsmethodiek  Vermogensongelijkheid tussen kopers en huurders

 (Onbewuste) discriminatie op woningmarkt  Dominante wijkcultuur

Veiligheid

 Veilige thuisomgeving (geen huiselijk geweld, bv. gerelateerd aan alcoholisme)

 Veilige leefomgeving  Geen negatieve rolmodellen/ straatcriminaliteit

 Inzet politiecapaciteit  Fysieke inrichting wijken

 (Onbewuste) discriminatie door politie/ (ervaren) etnisch profileren

 Aanwezigheid positieve rolmodellen  Vertrouwen in instituties/overheid  Ontwikkelen positieve identiteit en zelfvertrouwen

 Aanwezigheid van maatschappelijke rolmodellen  Vertrouwen in instituties/overheid

 Toegankelijkheid overheidsdiensten (nabijheid, digitaal)

 (Onbewuste) discriminatie in openbare ruimte. (Ervaren) onrechtvaardigheid  Afwijkende informele gedragsregels/geen toegang tot informele netwerken  Bestuurders afkomstig uit de “elite” realiseren zich te weinig elite te zijn

Gezondheid

Onderwijs

Maatschappelijke participatie

Belangrijkste oorzaken (impact op alle domeinen)  Opleidingsniveau  Opvoedkundige vaardigheden ouders  Stress in het gezin (bv. door armoede/ schulden, psychische problemen, etc.)  Herkomst

Factorenmodel uit de Amsterdamse verkenning Kansenongelijkheid (2019). Dit factorenmodel vormt de basis van de propositie en is op basis van voortschrijdend inzicht verder uitgewerkt.

8

De G4 zet stedelijk stevig in op aanpak kansenongelijkheid. Echter, structurele aanpak van oorzaken vraagt samenwerking met het Rijk Voorbeelden van gemeentelijk inzet op kansenongelijkheid – en bestaande samenwerking tussen G4 en Rijk

Gewenste structurele aanpak oorzaken (“systeem barrières”) i.s.m. het Rijk – zie uitwerking in hoofdstuk “Concept propositie”

Onderwijs

•

De Open Schoolgemeenschap de Bijlmer in Amsterdam heeft een ‘heterogene onderbouw’ waarin leerlingen met VMBO, Havo en VWO advies bij elkaar in de klas zitten. Ze krijgen les op hun eigen niveau, maar leren wel over dezelfde onderwerpen om uitwisseling en elkaar te versterken.

Wonen •

Bij Veelzijdig wonen in Utrecht, wonen zogenoemde ‘vragende’ en ‘dragende’ bewoners samen in één flat. In korte lijnen met zorgpartijen en de woningbouwvereniging wordt er samen gewerkt aan een prettige woonbuurt voor iedereen.

Onderwijs •

Onderwijsachterstand vanaf de eerste jaren tegengaan door VVE voor alle kinderen

•

De verschillen in toegang tot de arbeidsmarkt tegengaan via het Participatiebudget en de P-wet

•

De verschillen in onderwijs tegengaan door op scholen met doelgroepleer-lingen extra middelen, professionalise- ring van leraren, en meer leraren in te zetten waar de nood hoogst is

•

De sociale zekerheid van flexwerkers vergroten door tegengaan van schijnzelfstandigheid, betere verdeling van werkgeverslasten en scholing

•

•

De kwetsbare overgangen beperken via een doorlopende ontwikkellijn en meer flexibiliteit in schoolroutes

De bestaanszekerheid van minima verbeteren door meer voorspelbaarheid en werken lonend te maken

Werk en inkomen •

Binnen het Schuldenlab is ruimte voor innovatieve werkwijzen op het gebied van schuldhulpverlening. Hierbij worden bijvoorbeeld jongeren geholpen met het opstellen van een perspectiefplan op maat om schulden weg te werken.

Gezondheid •

Via het programma ‘Moeders van Rotterdam’ krijgen jaarlijks ongeveer 200 Rotterdamse kwetsbare moeders zeer intensieve begeleiding tijdens de zwangerschap, en de eerste levensjaren van het kind, om de perinatale gezondheid in de stad te verbeteren.

G4 samenwerking met het Rijk tegen kansenongelijkheid G4 en het Rijk werken samen om kansenongelijkheid tegen te gaan in het Programma Leefbaarheid en Veiligheid, met gebiedsgericht aanpakken op 16 “stedelijke vernieuwingsgebieden”, in navolging van de Aanpak Rotterdam Zuid. Hieronder vallen o.a. Amsterdam Zuidoost, Amsterdam Nieuw-west, Utrecht Overvecht en Den Haag Zuid-west.

Werk en inkomen

Wonen

Gezondheid en zorg •

•

De juiste zorg op de juiste plek krijgen door ketensamenwerking als inkoopvoorwaarde, heldere coördinatie en verplicht taalniveau B1 in de zorg Een gezondere leefomgeving voor iedereen creëren door gezondheidsbevordering als opdracht in wetgeving, ontmoediging van ongezonde producten, en aandacht voor de leefomgeving

•

De sociale woningmarkt verbeteren door regulering en waar nodig bijbouwen

•

De woningmarkt in het middensegment verbeteren door gerichte regulering en betere samenwerking Rijk en gemeente

•

Discriminatie tegengaan met een verhuurvergunning

•

Wijken versterken met investering in openbare ruimte en spreiding van kwetsbaren

9

Inhoud

1. Achtergrond kansenongelijkheid

2. Propositie

> G4 VOORSTEL TEGEN KANSENONGELIJKHEID

10

Overzicht en inhoudsopgave van de propositie punten Slide

12

14

1.

Onderwijsachterstand vanaf de eerste jaren tegengaan door vroeg- en voorschoolse educatie voor alle kinderen. 2. De verschillen in onderwijs tegengaan door: A. Extra middelen voor scholen met veel doelgroepleerlingen* B. Professionalisering van leraren op scholen met veel doelgroepleerlingen* C. Neem meer leraren aan waar de nood het grootst is (scholen met veel doelgroepleerlingen*) 3. De kwetsbare overgangen beperken door: A. De VVE en PO in nieuwe brede integrale kindcentra te huisvesten B. Een later selectiemoment tussen PO<->VO<-> MBO/HBO/WO voor alle leerlingen in te voeren C. Een 6-jarige opleidingsduur voor het VMBO in te voeren D. Vakken op verschillende onderwijsniveaus te kunnen volgen E. Extra aandacht voor grootstedelijke context in lerarenopleiding en het maken juiste inschattingen

15

16

Juiste zorg beter laten aansluiten bij de patiënt door: A. Multidisciplinaire en domein overstijgende (keten-)samenwerking met andere professionals (opnemen als inkoopvoorwaarde bij zorgverzekeraars en gemeentes B. Betere samenwerking van zorg en ondersteuning door coördinatie tussen hulpverleners structureel te bekostigen en in te richten C. Verplicht taalniveau B1 en cultuur sensitieve communicatie tussen patiënt en zorgaanbieder 5. Een gezondere leefomgeving en levensstijl voor iedereen mogelijk maken door: A. Invoering van belastingmaatregelen om ongezonde producten te ontmoedigen zoals een frisdranktaks en beperking van tabaksverkoop B. Het opnemen gezondheidsbevordering in de opdracht van de zorgwetten, en mogelijkheden voor gemeenten om op basis van de Omgevingswet een gezonde omgeving (voedsel en ruimte voor groen en bewegen) te creëren

De verschillen in toegang tot en kansen op de arbeidsmarkt tegengaan door: A. Verhoging van het participatiebudget om langdurig werklozen te ondersteunen B. Meer beleidsruimte binnen participatiewet om flexibel inkomen beter te kunnen verrekenen en het mogelijk te maken om beperkt bij te verdienen met een uitkering C. Landelijke afschaffing van de kostendelersnorm om werken aantrekkelijk te maken 7. (Sociale) Zekerheid bieden aan schijnzelfstandigen en flexibele werknemers door: A. Beperking van het gebruik van flexibele contractvormen B. Verplichte bijdrage van werkgevers aan werknemerslasten (schijn)zelfstandigen C. Invoering van een scholingsfonds met individuele trekkingsrechten voor iedere werkende. Vooruitlopend hierop een G4/regionaal ontwikkelfonds starten 8. De bestaanszekerheid van minima verbeteren door: A. Verhoging van het sociaal minimum en wet minimum loon, inclusief koppeling met sociale bijstand uitkeringen B. Een volledige herziening naar een simpeler en voorspelbaarder toeslagenstelsel C. Verruiming van de Wet Structuur Uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen om ook werkende minima te kunnen benaderen en ondersteunen 9. De toegang tot de woningmarkt van de sociale huurmarkt vergroten door: A. Het aandeel van de WOZ-waarde voor de maximale huurprijs te maximeren B. De investeringscapaciteit van de woningcorporaties verbeteren 10.

De toegang tot de woningmarkt in het middensegment vergroten door: A. De liberalisatiegrens te differentiëren B. De markttoets voor corporaties te vereenvoudigen of af te schaffen C. De mogelijkheid te geven voor zelfbewoningsplicht van bestaande koopwoningen D. Gemeenten te ondersteunen bij het realiseren van randvoorwaarden voor de bouw E. Duidelijkheid te creëren rond Rijksinvesteringen om woningbouw te stimuleren 11. Discriminatie op de woningmarkt tegen te gaan via een verhuurvergunning 12. Wijken te versterken door investering in openbare ruimte en spreiding van kwetsbaren

17

18

19

20

21

23 11

Wonen

Gezondheid & Zorg

4.

6.

Werk en inkomen

Onderwijs

13

Slide

Onderwijs

Gezondheid

Werk & Inkomen

Wonen

Laat peuters op hetzelfde niveau aan de basisschool beginnen door iedereen toegankelijke voorschoolse voorziening te bieden Onderwijs 1/3 Systeembarrière 1. Beperkte toegankelijkheid van de voorschool Kinderen uit gezinnen met een lage SES en/of migratieachtergrond kampen relatief vaker met een taalachterstand en hebben daardoor heet meeste baat bij voorschoolse educatie. Door de invoering van de verplichte eigen bijdrage en de bijkomende administratieve lasten maken juist deze ouders geen of minder gebruik van de voorschool. Het huidige stelsel van voorzieningen voor jonge kinderen is versnipperd en complex. De financiële toegankelijkheid van de voorschool is een barrière in het systeem die alle kinderen raakt, omdat het eerder leidt tot minder dan meer gebruik van de voorschool.

Systeemaanpassing 1. Onderwijsachterstand vanaf de eerste jaren tegengaan door vroeg- en voorschoolse educatie voor alle kinderen Eén publieke basisvoorziening kinderopvang vanaf 0 jaar tot het moment dat het kind naar de basisschool gaat. Waar alle jonge kinderen terecht kunnen, zonder onderscheid te maken naar doelgroep en niet-doelgroep, met en zonder werkende ouders. Binnen die basisvoorziening wordt vanaf 2 jaar voorschoolse educatie gegeven aan alle peuters het hele jaar door. Met speciale aandacht voor de kinderen met een (risico) op ontwikkelingsachterstand. Waar nodig vervroegen met speciale programma’s voor 0 tot 2-jarigen. Op deze manier kunnen alle peuters gebruikmaken van een basisvoorziening van hoge kwaliteit en kunnen kinderen die dat nodig hebben extra ondersteund worden met een educatief aanbod zodat achterstanden worden ingelopen. De heterogeniteit zorgt dat kinderen met een lage SES zich aan anderen kunnen optrekken. Daarnaast voorkomt de heterogeniteit vroege contactsegregatie. Het niveau van de pedagogisch medewerkers op de groep zou op termijn op minimaal mbo-4 en hbo-niveau moeten liggen.

12

Onderwijs

Gezondheid

Werk & Inkomen

Wonen

Investeer in de kwaliteit van scholen met veel doelgroepleerlingen zodat deze leerlingen de hoogste onderwijskwaliteit ontvangen Onderwijs 2/3 Systeembarrière 2. Wisselende kwaliteit van onderwijs tussen scholen Doelgroep leerlingen hebben vaker een grotere uitdaging om goede schoolprestaties te leveren omdat zij van huis uit minder ondersteuning krijgen. De kwaliteit van de school is daarmee een bepalende factor voor de te leveren schoolprestaties. Scholen met de meeste doelgroepleerlingen hebben echter het meeste last van lerarentekorten wat de doelgroepleerlingen dus extra zwaar treft. Deze scholen krijgen nu extra middelen maar dat levert vooral een verlengde leertijd op en geen verhoging van de onderwijskwaliteit. Op deze scholen staan ook bovengemiddeld veel onbevoegde leerkrachten voor de klas.

Systeemaanpassingen 2. De verschillen in onderwijs tegengaan door extra middelen, professionalisering en meer leraren 2 A Geef scholen met veel doelgroepleerlingen extra middelen, zodat zij de kwaliteit van het onderwijs kunnen verbeteren. Denk aan extra taalondersteuning, digitalisering en digitale leermiddelen, of aan ondersteuning schoolleiders en (ondersteunend) onderwijspersoneel. Per school verschilt het wat nodig is om de kwaliteit van de school te verbeteren. 2 B Zorg voor betere leerkrachten, op scholen met veel doelgroepleerlingen door (kwalitatieve) professionalisering van leerkrachten. Op deze scholen zijn bevoegde en gekwalificeerde leerkrachten hard nodig. Stel leerkrachten in staat om bij te scholen. Het is maatwerk per school, maar denk aan o.a. nieuwe didactiek, of pedagogische cursussen. 2 C Neem meer leerkrachten aan waar de nood het grootste is. Het tekort aan leraren is het grootst, daar waar het eigenlijk het hardste nodig is namelijk op de scholen met veel doelgroepleerlingen. Bijvoorbeeld door grote stedenbonus in te voeren.

13

Onderwijs

Gezondheid

Werk & Inkomen

Wonen

Creëer meer maatwerk en flexibiliteit in overgang en doorstroom om de schoolloopbaan van doelgroepleerlingen succesvol te maken Onderwijs 3/3

Systeembarrières 3. Weinig kansengelijkheid bij overgangen en te rigide schoolroutes

Systeemaanpassingen 3. De kwetsbare overgangen beperken via een doorlopende ontwikkellijn en meer flexibiliteit in schoolroutes

Om blijvende effecten van VVE-programma’s te realiseren is een doorgaande ontwikkellijn noodzakelijk. Als leerlingen in de vroegschool (basisschoolklassen 1 en 2) onvoldoende gestimuleerd worden, kan de ontwikkeling van kinderen stagneren of kunnen er weer leerachterstanden ontstaan waar juist de doelgroepleerlingen een hoog risico op lopen.

3 A Organiseer de “alles in één school”/integrale kindcentra. Huisvest de voorschool (2-4) en basisschool samen. Bevorder hiermee de doorgaande leerlijn en warme overdracht door alle professionals te betrekken.

Leerlingen uit lagere sociaal-economische milieus en met migratieachtergrond, hebben geen baat bij de vroege selectie en het gebrek aan (tussentijdse) doorstroommogelijkheden. Dit leidt vaak tot meer ‘zitten blijven’ of uitval. Ook leidt deze barrière er eerder toe dat havo/vwo leerlingen met lage SES vaker afstromen naar lagere niveaus.

3C Trek de opleidingsduur VMBO gelijk met VWO. Bijvoorbeeld vakmanschapsroute in VMBO niveau 2. Dit leidt tot een effectievere onderwijsloopbaan. Ieder kind moet met een startkwalificatie van school.

Kinderen met een lage SES achtergrond ontvangen vaker een onjuiste inschatting van het onderwijsniveau (door PO leerkrachten). Door een wetaanpassing van ca. 6 jaar geleden is het PO schooladvies (van de leerkracht) leidend i.p.v. de Cito-toets. De resultaten van de Cito-toets kunnen leiden tot aanpassing van het schooladvies, maar onderzoek laat zien dat kinderen met een lage SES structureel onder worden geadviseerd en er geen aanpassing n.a.v. Cito plaatsvindt.

3E ‘Zwaardere’ opleiding voor leraren die werken in grootstedelijke context, waar in het curriculum o.a. extra aandacht is voor bewustwordings- & bias-trainingen op de PABO en de lerarenopleiding voor het VO. Hiermee worden leerkrachten hun vaardigheden versterkt om juiste inschattingen voor het schooladvies te doen. Biedt middelen voor leerkrachten om specifieke vaardigheden aan te scherpen of te ontwikkelen. Door aan voorkant van het systeem te interveniëren stellen we leerkrachten in staat een juiste inschatting te doen en heb je minder kans op afstromen of doorstromen in het VO.

3 B Bied maatwerk in de vorm van een later selectiemoment van PO naar VO en VO naar MBO, HBO, WO. Bijvoorbeeld door 2 extra oriëntatiejaren voordat de schoolkeuze wordt gemaakt. Het uitstellen van selectiemomenten door bijvoorbeeld brede brugklassen of tienerscholen. Bevorder daarnaast van (tussentijdse) doorstroommogelijkheden ‘stapelen’) en doorgaande leerlijnen. Hierbij kan je ook het bestaande LOB instrument steviger inzetten.

3D Meer maatwerk voor individuele leerlingen op het VO. Vakken op verschillende onderwijsniveaus kunnen volgen. Bijvoorbeeld VMBO volgen, maar wiskunde op HAVO kunnen niveau doen. Of een maatwerkdiploma.

14

Onderwijs

Gezondheid

Werk & Inkomen

Wonen

Maak de zorg toegankelijker door meer ketensamenwerking en begrijpelijke communicatie met de patiënt Gezondheid en zorg 1/2 Systeembarrière

Systeemaanpassingen

4. Grotere afstand tot de zorg door complexiteit en taal

4 De toegankelijkheid van de zorg vergroten door ketensamenwerking als inkoopvoorwaarde en verplicht taalniveau B1 in de zorg

De zorg in Nederland is niet voor iedereen even toegankelijk door de complexiteit in taal- en zorgaanbod. Zo is Omdat zowel op het vinden van goede zorg en ondersteuning voor veel mensen complex. Zeker voor mensen met een licht verstandelijke beperking, slechte taal- en gezondheidsvaardigheden, of mensen die in een stressvolle situatie zitten met multiproblematiek. Door gebrek aan kennis, attitude en vaardigheden is de doelgroep minder zelfredzaam en zoeken deze minder snel (preventieve) zorg en ondersteuning, met een hogere kans op complicaties en hogere zorgkosten in de toekomst tot gevolg. Mensen in een kwetsbare situatie op meerdere leefgebieden hebben daarnaast vaker meer (gezondheids-) problemen, en daarvoor meer hulpverleners uit het sociaal en medische domein. De gezamenlijke sturing, en daarmee ook de samenwerking, afstemming en coördinatie binnen deze hulp is vaak ontoereikend. Omdat zowel in het zorg- als het sociaal domein op wijkniveau vaak zeer veel partijen actief zijn, wordt samenwerking bemoeilijkt. Betere coördinatie tussen de domeinen van de Zorgverzekeringswet, de Wet Langdurige Zorg, de Wet publieke gezondheid, de Jeugdwet en de Wet Maatschappelijke ondersteuning zal bijdragen aan een betere coördinatie van de verschillende hulpverleners en het hebben van 1 aanspreekpunt die de mensen/gezinnen over een langere periode begeleidt.

Dit leidt tot duurzame verbetering van de leefstijl en leefomstandigheden. Er zijn al goede operationele ervaringen met het programma kansrijke start en de Centrale Zorgverlener. In de huidige stelsels ontbreekt echter goede afspraken over een meer gezamenlijke sturing, waaronder ook een meer structurele bekostiging voor het coördineren en afstemmen tussen hulp- en zorgverleners.

4 A Versterk de ketensamenwerking voor kwetsbare inwoners Ondersteun de gezamenlijke (regionale) plannen van zorgverzekeraars en gemeenten voor het versterken van de ketenzorg voor (zeer) kwetsbare inwoners (GGZ, LVB en ouderen). Ondersteun de professionele samenwerking over de domeinen van Zvw, Wlz, Wpg, Jeugdwet en Wmo vanuit het Rijksbeleid. Verruim de mogelijkheden voor zorgverzekeraars om in te spelen op de lokale samenwerking, onder meer in het contracteerbeleid. Faciliteer budgettair en zo nodig met wetswijziging, dat ook vanuit de financiering van de zorg meer aandacht gegeven kan worden aan preventie, welzijn en samenwerking. Bij mensen en gezinnen met multiproblematiek spelen veel verschillende professionals en loketten een rol. Op deze wijze wordt de zorgketen voor onze meest kwetsbare inwoners (in goede samenwerking tussen medische en niet-medische hulpverleners, verder verstevigd. 4 B Eén centrale coördinator voor zorg en ondersteuning Maak het mogelijk om sneller structurele bekostiging te realiseren voor coördinatie van zorg en ondersteuning tussen verschillende domeinen. Specifiek daar waar meerdere zorg- en hulpverleners betrokken zijn bij de begeleiding van een gezin of burger. Belangrijk hierbij is dat de uitvoering van deze rol plaatsvindt bij een ‘logische’ partij. Dit kan per (gestapelde) problematiek verschillen.

Benut hierbij de best practice van de centrale zorgverlener als voorbeeld voor bijvoorbeeld zorgcoördinatie voor de eerste 1.000 dagen of andere thema’s en ziekte(beelden). Zorg dat partijen voldoende ruimte en tijd hebben om elkaar af te stemmen over de zorg en ondersteuning en gezamenlijk een coördinator te benoemen. Gemeenten en zorgverzekeraars kunnen vanuit hun gezamenlijke regionale beleid faciliteren (onder meer met behulp van inkoopen contracteerbeleid) dat deze centrale zorgverlener zo veel mogelijk met gezag kan opereren. 4 C Verplicht begrijpelijke taal in de zorg en cultuur sensitieve communicatie Stel taalniveau B1 verplicht voor alle communicatie en informatievoorziening tussen zorgaanbieder, zorgverlener en zorgverzekeraar enerzijds en patiënt/cliënt/gezin anderzijds. Creëer daarnaast meer aandacht voor cultuur sensitieve communicatie.

15

Onderwijs

Gezondheid

Werk & Inkomen

Wonen

Sluit het gezondheidsbeleid in Nederland beter aan op de levensstijl en zorgbehoeftes om voor iedereen effectief te zijn Gezondheid en zorg 2/2 Systeembarrière 5 Slechtere gezondheid door onvoldoende preventie Het gezondheidsbeleid in Nederland sluit niet goed aan op de vaardigheden, het gedrag en de leefomgeving van de doelgroep mensen die lager opgeleid zijn, de taal niet spreken of een chronische aandoening/ beperking hebben . Zo komt intergenerationeel gedrag zoals roken, obesitas, en een ongezond voedingspatroon vaker voor. Mede als gevolg van stress over werk, inkomen, rondkomen en ‘het systeem’. Dit leidt tot bijbehorende levensstijl gerelateerde ziektes, medische behandeltrajecten die te voorkomen zijn en een achterstand in de ontwikkeling van kinderen. Het komt daarnaast ook direct tot uiting in het relatief hoge aantal COVID-19 besmettingen binnen deze doelgroep. De prikkels in de huidige stelsels zijn echter meer gericht de houdbaarheid en betaalbaarheid van die stelsels, dan op hoe met de stelsels toegewerkt kan worden naar een gezonde populatie. Dit leidt tot meer nadruk op inzet op curatie dan op georganiseerde preventie, waardoor structurele kansenongelijkheid blijft bestaan.

•

Systeemaanpassingen 5. Een gezondere leefomgeving voor iedereen creëren door belastingmaatregelen*, beperking van tabak en gezondheidsbevordering als opdracht 5 A Voer belastingmaatregelen op ongezonde producten in zoals een frisdranktaks in en het beperk de verkoop van tabak Realiseer zo preventieve maatregelen die het meest effectief blijken te zijn binnen en buiten de zorg om een gezonde omgeving te creëren waar gezond leven de normale keuze is. 5 B Neem gezondheidsbevordering als op opdracht in de zorgwetgeving Neem het bevorderen van gezondheid op als onlosmakelijk onderdeel van de opdracht van verschillende stelsels vanuit de Jeugdwet, Wet langdurige zorg, Wet Maatschappelijke ondersteuning , Wet publieke gezondheid en Zorgverzekeringswet. En onderzoek mogelijkheden voor gemeenten om een gezonde omgeving (voedsel en ruimte voor groen en bewegen) te creëren op basis van de Omgevingswet en andere juridische mogelijkheden. Laat hierbij effectief of noodzakelijk gebleken maatregelen die als (preventieve) zorg omschreven kunnen worden, met prioriteit in aanmerking komen voor bekostiging, door (pro-)actievere sturing hierop door primair en secundair VWS. Dit vereist ook investering in preventiedeskundigheid op rijksniveau en kennis hoe de doelgroep het beste te bereiken.

Op deze wijze ontstaat er ook ruimte om (plausibele) effectieve aanpakken eenvoudiger te financieren en implementeren zoals de inzet op de eerste 1.000 dagen als Kansrijke Start.

Een belastingmaatregel op dranken die met suiker gezoet zijn, dan wel een bredere (set van) belastingmaatregel(en) op suiker, zout of verzadigd vet, die voldoende hoog is om effectief te zijn op (koop)gedrag

16

Onderwijs

Gezondheid

Werk & Inkomen

Wonen

Vergroot de toegang tot de arbeidsmarkt door passende ondersteuning en flexibiliteit Werk en inkomen 1/3 Systeembarrières 6. Structurele verschillen in toegang tot en kansen op de arbeidsmarkt

Systeemaanpassingen 6. De verschillen in toegang tot de arbeidsmarkt tegengaan via het Participatiebudget en de Participatiewet

In het huidig beleid is het gunstiger om mensen die relatief snel uit de bijstand kunnen komen te helpen dan mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld zonder passende startkwalificatie, zijn relatief vaak werkloos en komen niet altijd (snel) in aanmerking voor ondersteuning. Door de crisis wordt de afstand tot de arbeidsmarkt verder vergroot.

6 A Verhoog het Participatiebudget van gemeenten zodat zij de groep die langdurig werkloos is passende ondersteuning kan bieden en geef experimenteerruimte om de instrumenten voor arbeidsbeperkten ook in te zetten voor mensen zonder arbeidsbeperking die langdurig werkloos zijn.

Mensen met een lage SES hebben relatief vaker een flexibele arbeidsovereenkomst en (vanwege onzekerheid werk) ook vaker inkomensondersteuning nodig. De Participatiewet biedt gemeenten onvoldoende mogelijkheden mensen die flexibel werken inkomensondersteuning te bieden. Het verrekenen van inkomsten is complex en leidt tot inkomensonzekerheid. Dit houdt mensen tegen om vanuit de bijstand parttime te gaan werken en verkleint hun toegang tot de arbeidsmarkt.

6 B Geef gemeenten meer beleidsruimte binnen de Participatiewet zodat gemeenten soepeler om kunnen gaan met flexibele inkomsten uit werk en deze beter kunnen verrekenen en zodat mensen beperkt bij mogen verdienen naast de Participatiewet-uitkering.

De kostendelersnorm pakt nadelig uit voor mensen met een uitkering. Burgers met lage SES wonen vaker samen met anderen. Jongvolwassen verlaten noodgedwongen het ouderlijk huis anders worden ouders op hun uitkering gekort.

6 C Schaf de kostendelersnorm af zodat mensen die een woning (moeten) delen met anderen over hetzelfde sociaal minimum kunnen beschikken als mensen die hun woning niet delen.

17

Onderwijs

Gezondheid

Werk & Inkomen

Wonen

Verklein de kansenongelijkheid door lageropgeleide flexibele medewerkers dezelfde zekerheid en scholing als vaste medewerkers te bieden Werk en inkomen 2/3 Systeembarrières 7. Het verschil tussen flex en vast leidt tot toenemende ongelijkheid

Systeemaanpassingen 7. De sociale zekerheid van flexibele werknemers vergroten door tegengaan van schijnzelfstandigheid, betere verdeling van werkgeverslasten en scholing

Laagopgeleiden hebben vaker een flexibel contract dan hoogopgeleiden, wat resulteert in minder werkzekerheid, een lagere beloning en minder sociale bescherming. Hierdoor is werk steeds vaker niet de weg uit de armoede, we zien steeds vaker werkende armen. De coronacrisis versterkt dit nog.

7 A Zorg dat er meer inkomenszekerheid ontstaat door het uitbannen van oproep- , nul-uren contracten en schijnzelfstandigheid. Zorg dat inzet van tijdelijke contracten beperkt wordt tot wat noodzakelijk is voor flexibiliteit in werkaanbod.

Het socialezekerheidsstelsel van basisverzekeringen en voorzieningen sluit zelfstandigen uit. In tegenstelling tot werknemers, die beschermd zijn via werknemersverzekeringen, ontstaat hier een groot risico op inkomensverlies bij verlies van werk of arbeidsongeschiktheid.

7 B Zelfstandigen moeten kunnen terugvallen op een sociaal zekerheidsstelsel bij arbeidsongeschiktheid en (plotseling) werkverlies. Nu besparen werkgevers door inzet van zelfstandigen op werknemerslasten en liggen alle risico’s bij de zelfstandige. Pas het fiscale stelsel aan zodat werkgevers (opdrachtgevers) hieraan moeten bijdragen. Ook een minimumuurloon voor ZZP’ers kan helpen.

Flexibele contractvormen en inzet van mensen als zelfstandige bieden minder kansen voor de ontwikkeling van competenties, vaardigheden en beroepskwalificaties. Werkgevers kiezen bij de inzet van middelen voor training en competentie ontwikkeling vooral voor vaste medewerkers en daarbinnen vooral voor hogeropgeleiden. Bij flexibele arbeidsrelaties liggen deze kosten bij de uitzender of bij de zelfstandige. Dat maakt het lastiger competenties blijvend op peil te houden.

7 C Voer een structureel scholingsfonds met individuele trekkingsrechten in voor iedereen waarvan de omvang omgekeerd evenredig is met wat al via initiële scholing door de samenleving is geïnvesteerd. Zodat we, conform de aanbevelingen van de commissie Borstlap, iedere werkende in staat stellen om zich te ontwikkelen en te blijven leren. Voornemen is vooruitlopend op een landelijke regeling voor scholingsfonds te starten met een G4/regionaal ontwikkelfonds.

18

Onderwijs

Gezondheid

Werk & Inkomen

Wonen

Verminder de complexiteit en onvoorspelbaarheid van het stelsel om de bestaanszekerheid te vergroten en minima beter te ondersteunen Werk en inkomen 3/3 Systeembarrières 8. Bestaanszekerheid van mensen met inkomen op of rond het minimum staat onder druk

Systeemaanpassingen 8. De bestaanszekerheid van minima verbeteren door meer voorspelbaar en levensloopbestendig te maken en te zorgen dat werken loont

Door complexe fiscale wijzigingen (in 2009) daalt het netto inkomen van bijstandsgerechtigden elk jaar t.o.v. het netto inkomen van werkenden met een minimumloon. In de afgelopen 10 jaar is het verschil al opgelopen tot meer dan € 50 per maand (en loopt nog op tot 2035). Tegelijkertijd zien we dat werkenden tegen het minimumloon niet rondkomen (werkende minima). Hierdoor ervaren mensen continue stress en onzekerheid over hun bestaan.

8 A Verhoog het wettelijk minimumloon en hou daarbij de koppeling met de sociale uitkeringen in stand . En bezie ook of (gedeeltelijk) terugdraaien van de fiscale wijzigingen (doorwerking van de afbouw van de overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting) nodig is om de bestaanszekerheid van zowel bijstandsgerechtigden als werknemers met minimumloon te verbeteren.

Burgers met een lage SES zijn relatief vaker afhankelijk van verschillende toeslagen en worden relatief ernstiger geraakt door de onvoorspelbaarheid van het systeem. Het toeslagenstelsel is namelijk te complex en de vormgeving van het stelsel sluit niet goed aan bij het handelen van mensen. Hoe de toeslagensystematiek in het individuele geval uitpakt is slecht te voorspellen, vooral niet bij (grote) schommelingen in het inkomen.

8 B Op de lange termijn zijn gemeenten voorstander van volledige herziening van het toeslagenstelsel. Eenvoud, duidelijkheid en menselijke maat zijn kernbegrippen voor het nieuwe stelsel. Zorg in de tussentijd voor een voorspelbaar systeem met meer zekerheid (op basis van inkomen uit eerder kalenderjaar) met meer verantwoordelijkheid voor de overheid is (bijvoorbeeld rechtstreeks betalen van toeslagen aan verhuurder/ zorgverzekeraar). Voor kinderopvang pleiten we voor een andere systematiek.

Uit onderzoek van o.a. Nibud blijkt dat mensen met een minimuminkomen de armoederegelingen van de gemeente nodig hebben om rond te komen en te kunnen meedoen. Mensen ervaren het aanvragen vaak als ingewikkeld en bureaucratisch en het bereiken van werkende minima is moeilijk omdat zij vaak niet bekend zijn bij de gemeente. De armoederegelingen komen zo onvoldoende terecht bij de mensen voor wie ze bedoeld zijn.

8 C Geef gemeenten meer ruimte voor het voeren van inkomensbeleid. Regel om te beginnen dat gemeenten SUWI-net kunnen gebruiken om minima te benaderen en hen te wijzen op de mogelijkheid een beroep te doen op armoederegelingen. En vereenvoudig het doen van een beroep op regelingen door gemeenten ruimere mogelijkheden te geven om categoriale bijzondere bijstand te verlenen.

19

Onderwijs

Gezondheid

Werk & Inkomen

Wonen

Vergroot de toegankelijkheid van de sociale huurmarkt door de wijze van huurberekening aan te passen en het aanbod te vergroten Wonen 1/4 Systeembarrière 9. Beperkte toegankelijkheid tot woningmarkt van sociale huur Mensen met een lagere SES zijn relatief vaker afhankelijk van sociale woningbouw voor hun huisvesting. Door een krimpend aanbod en een stijgende vraag ontstaan er lange wachtlijsten voor sociale huurwoningen. Hierdoor kunnen mensen in deze doelgroep minder goed hun woonsituatie aanpassen op de gezins- of werkbehoefte waardoor hier kansenongelijkheid ontstaat.

Systeemaanpassingen 9 De sociale woningmarkt verbeteren door regulering en waar nodig bijbouwen 9 A Maximeer waar nodig het aandeel van de WOZ waarde voor de bepaling van de maximum huurprijs. Het uitgangspunt bij de inwerkingtreding van het nieuwe WWS systeem was dat gemiddeld een kwart van de punten bepaald zou gaan worden door de WOZ waarde. Het aanpassen van het aandeel van de WOZ waarde bij het berekenen van de huur helpt om in bepaalde gebieden te voorkomen dat er te hoge huren gevraagd kunnen worden. De gewenste omvang van de betaalbare huurvoorraad kan daarmee beter in stand worden gehouden. De minister heeft aangekondigd om op korte termijn over eventuele maatregelen omtrent de zogenoemde WOZ cap te beslissen. Afhankelijk van de maatregelen die in de brief worden vermeld, kunnen we eventueel verdere acties bepalen. 9 B Verbeter de investeringsruimte van de woningcorporaties in de steden. Om de sociale huur toegankelijker te maken, moeten de corporaties in de steden meer financiële armslag krijgen om te kunnen investeren in sociale woningbouw, via (sloop)nieuwbouw, verduurzaming, onderhoud en huurmatiging, onder andere door de verhuurderheffing anders in te richten.

20

Onderwijs

Gezondheid

Werk & Inkomen

Wonen

Reguleer en stimuleer de woningmarkt voor het middensegment om voldoende aanbod te houden en te creëren Wonen 2/4 Systeembarrière 10. Beperkte toegankelijkheid tot woningmarkt Er is een groeiende kansenongelijkheid in de woningmarkt voor het middensegment. Door een tekort aan betaalbare huur- en koopwoningen heeft de middenklasse (zeer) beperkte toegang tot de stedelijke woningmarkt waardoor ook zij onvoldoende door kunnen groeien in woonomgeving.

Systeemaanpassingen 10. De woningmarkt in het middensegment verbeteren door gerichte regulering en betere samenwerking Rijk en gemeente 10 A Reguleer ook huurwoningen in het middensegment. Door gerichte regulering van huurwoningen in het middensegment (tussen €737,14 en ca. €1000,- ) kunnen deze behouden worden binnen de genoemde bandbreedte. De minister heeft een voorstel aangekondigd (een percentage van de WOZ hanteren als maximum huurprijs) als noodknop waarmee gemeenten tijdelijk kunnen voorkomen dat aanvangshuren te snel stijgen. Zodat woningen in de bestaande voorraad betaalbaar blijven voor mensen met middeninkomens: huur tot ca. €1000. De minister is aan zet om deze maatregel verder uit te werken. Per regio willen we bekijken wat een logische liberalisatiegrens is. We vragen de minister dan ook om de liberalisatiegrens te differentiëren. Deze grens kan in stedelijke gebieden hoger komen te liggen dan in gebieden met een lagere marktdruk. Zo kunnen woningen behouden worden in het middensegment.

10 B Vereenvoudig of schaf de markttoets af om corporaties in het middensegment te laten investeren. Corporaties worden nu beperkt in het bouwen/verhuren in het middensegment. De voorraad in het middensegment kan stijgen door corporaties hierin een rol te geven. De markttoets is een toestemmingsmechanisme voor corporaties om te investeren in het middensegment. Door deze te vereenvoudigen of af te schaffen voorkomen we een administratieve last en worden corporaties gestimuleerd tot investeringen.

21

Onderwijs

Gezondheid

Werk & Inkomen

Wonen

Reguleer en stimuleer de woningmarkt voor het middensegment om voldoende aanbod te houden en te creëren Wonen 3/4 Systeembarrière 10. Beperkte toegankelijkheid tot woningmarkt Er is een groeiende kansenongelijkheid in de woningmarkt voor het middensegment. Door een tekort aan betaalbare huur- en koopwoningen heeft de middenklasse (zeer) beperkte toegang tot de stedelijke woningmarkt waardoor ook zij onvoldoende door kunnen groeien in woonomgeving.

Systeemaanpassingen 10. De woningmarkt in het middensegment verbeteren door regulering en betere samenwerking Rijk en gemeente 10 C Maak zelfbewoningsplicht mogelijk voor bestaande koopwoningen We willen voorkomen dat koopwoningen in het middensegment worden weggekaapt door investeerders. Een zelfbewoningsplicht voor bestaande woningen helpt om ongewenste effecten van buy-to-let tegen te gaan. We vragen het Rijk om gemeenten de mogelijkheid te geven om een zelfbewoningsplicht voor bestaande koopwoningen in te stellen. 10 D Ondersteun gemeenten in het realiseren van randvoorwaarden van nieuwbouw. Bouwen, bouwen, bouwen. Hierin hebben zowel gemeenten als provincies en het Rijk een rol. Gemeenten hebben niet altijd genoeg geld om woningbouw mogelijk te maken. We vragen de minister om ook na de woningbouwimpuls financieel bij te blijven dragen zodat gemeenten de randvoorwaarden kunnen realiseren om nieuwbouw te realiseren. 10 E Creëer duidelijkheid omtrent grote investeringen om nieuwbouw te stimuleren. Duidelijkheid (bijvoorbeeld over de aanleg van wegen of ov-voorzieningen) zorgt er voor dat het bouwen van nieuwe woningen wordt gestimuleerd.

22

Onderwijs

Gezondheid

Werk & Inkomen

Wonen

Bestrijd discriminatie en promoot goed verhuurderschap via het invoeren van een verhuurvergunning en investeer in wijken Wonen 4/4 Systeembarrière 11. Discriminatie op de woningmarkt Door discriminatie ondervinden met name mensen met een migratieachtergrond meer moeite met het vinden van een huur- of koopwoning. Hierdoor hebben zij minder kansen op het vinden van een geschikte woning. Gerichte wet- en regelgeving kan dit mitigeren op de koop- en huurmarkt. 12. Kansarme wijken door de fysieke en sociale omgeving Mensen met een lage SES en/of niet-westerse migratieachtergrond wonen vaker in wijken met een hoge concentratie van kwetsbare groepen. In combinatie met een lage mate van goede voorzieningen komen mensen in deze buurten in een vicieuze cirkel, en mogelijk zelfs negatieve spiraal, terecht. De voorzieningen faciliteren hen onvoldoende en trekker ook onvoldoende of houden ook onvoldoende broodnodig sociaal-cultureel kapitaal vast. Professionals willen hier minder graag werken of ‘sterke’ bewoners trekken weg. Dit leidt tot de kansenongelijkheid ten opzichte van betere buurten.

Systeemaanpassing 11. Discriminatie tegengaan met een verhuurvergunning Stel een verhuurvergunning in om misdragende verhuurders van de woningmarkt te kunnen weren. We vragen de minister om misdragende verhuurders – bijvoorbeeld verhuurders die discrimineren of intimideren – te kunnen weren van de woningmarkt. 12. Wijken versterken door investering in openbare ruimte en spreiding van kwetsbaren 12 A Investeer in openbare ruimte en leefbaarheid. o.a. in goede voorzieningen, bereikbaarheid en veiligheid. Het gaat niet alleen om fysieke voorzieningen zoals sportaccommodaties, buurthuizen of Ouder Kind Centra, maar ook voorzieningen waardoor het sociaal weefsel in de wijk zich kan ontwikkelen (sterke inwoners blijven) of versterkt wordt (professionals, culturele instellingen, of bedrijven vestigen zich er graag). Voorkom dat buurten in een negatieve spiraal terecht komen waardoor de kansengelijkheid van de bewoners ten opzichte van bewoners uit andere buurten afneemt. 12 B Voorkom concentratie van kwetsbare groepen door deze weloverwogen te spreiden en spreiding te stimuleren.

23

DANK

> G4 VOORSTEL TEGEN KANSENONGELIJKHEID

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9621039/1