CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 25 Onderwijs (20) Bijlage 2. Voorbeelden gemeentebrede inzet Tegengaan K

RAAD 20 januari 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de voortgangsbrief Tegengaan Kansenongelijkheid. Nr. VN-2020-0296693.798 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Impressie inzet tegengaan kansenongelijkheid Werk en inkomen Verkenning Kansenongelijkheid en achtergrondrapport G4 kansenongelijkheid: er is een structurele lagere werk- en bestaanszekerheid onder laagopgeleiden dan onder hoogopgeleiden. De loonkloof tussen hoog en laagopgeleiden groeit. Armoede is één van belangrijkste belemmeringen voor een stabiele groeiomgeving voor kinderen en een stabiele thuisomgeving voor ouders. Het verminderen van chronische stress is essentieel. Inzet op een ‘leven lang ontwikkelen’ helpt: kennisveroudering tegengaan en scholing en persoonlijke ontwikkeling bieden. Een integrale aanpak bij het helpen re-integreren van mensen met afstand tot de arbeidsmarkt is nodig. Werk speelt een belangrijke rol in het vormen en opbouwen van identiteit en trots. In de buurt spelen rolmodellen op het gebied van werk een rol bij identiteitsontwikkeling. Tijdelijke contracten zorgen voor minder zekerheid voor kwetsbare groepen. Discriminatie en een vaak dominant ‘witte’ organisatiecultuur zijn additionele belemmeringen voor met name mensen met niet-Westerse migratieachtergrond. Voorbeelden ter illustratie, niet uitputtend.

Aanpak vroegsignalering

Regionaal Werkcentrum

Meer kans op werk voor jongeren

•

Aanleiding: Door de coronacrisis krijgen veel Amsterdammers te maken met een terugval in inkomen, die niet (volledig) gecompenseerd wordt door de regelingen vanuit de overheid. Het risico bestaat dat betalingsachterstanden ontstaan die leiden tot een stijging van schuldenproblematiek.

•

Aanleiding: Bedrijven in bepaalde sectoren hebben weinig of geen werk meer door de coronacrisis, waardoor mensen hun baan verliezen. Tegelijkertijd ontstaan er in andere sectoren juist kansen op werk.

•

•

Doel: Voorkomen dat kwetsbare werkenden werkeloos worden.

•

Doel: Voorkomen van schulden en escalatie van problemen.

•

•

•

Doelgroep en bereik: Amsterdammers in een kwetsbare positie, zoals flexwerkers en huishoudens met een wankele bestaanszekerheid.

Doelgroep en bereik: Meest kwetsbare werkenden op de arbeidsmarkt die met werkloosheid bedreigd worden zoals flexwerkers, gedwongen ZZP’ers en jongeren.

Aanleiding: Sinds het begin van de coronacrisis is het aantal jongeren tussen de 15 en 25 jaar dat een WW-uitkering heeft aangevraagd verdrievoudigd en twee keer zoveel jongeren hebben een bijstandsuitkering aangevraagd. De positie van de jongeren op de arbeidsmarkt is kwetsbaar. De kans op verdringing op de arbeidsmarkt is groot, waardoor de kansen voor lager opgeleiden afnemen. Doel: Vergroten kansen van jongeren op de arbeidsmarkt en perspectief bieden op passende plaats op de arbeidsmarkt.

•

•

Aanpak: Intensivering aanpak op drie lijnen: 1. eerder afgaan op meldingen schuldeisers, 2. het verlengen van periode waarin we contact proberen te leggen, 3. maatwerk en coulance om betalingsachterstanden op te lossen.

Doelgroep en bereik: Jongeren tussen de 15 en 25 jaar.

•

Aanpak: Doorontwikkeling en intensivering aanpak jongerenloketten waarbij jongeren worden doorgeleid naar werk met perspectief of naar een opleiding. Hierbij worden nieuwe online methode van begeleiden ontwikkeld voor de jongeren.

•

Aanpak: De gemeente Amsterdam heeft samen met de andere partijen in de arbeidsmarktregio Groot-Amsterdam het Regionaal Werkcentrum opgericht. Het Regionaal Werkcentrum bemiddelt werknemers die met werkloosheid bedreigd worden naar ander werk (van werk naar werk) en organiseert indien nodig scholing in samenwerking met werkgevers.

Preventie laaggeletterheid

Arbeidsmarktdiscriminatie

Gebiedsgerichte voorbeelden

•

Aanleiding: De maatschappelijke impact van laaggeletterdheid is groot en beïnvloedt de kansen van mensen in onder meer onderwijs, werk, financiële redzaamheid en gezondheid. Laaggeletterdheid neemt toe. De OESO beschouwt 24 procent van de Nederlandse 15-jarigen als dermate laaggeletterd dat zij niet voldoende kunnen meekomen in de maatschappij.

•

Aanleiding: Discriminatie op de arbeidsmarkt en een vaak dominante witte organisatiecultuur zorgen voor extra belemmeringen en minder kansen voor Nederlanders met een niet-westerse migratie achtergrond. Naast discriminatie op grond van afkomst vindt discriminatie op de arbeidsmarkt ook plaats op andere factoren zoals religie, leeftijd, gezondheid sekse of seksuele voorkeur.

•

•

Doel: Voorkomen van laaggeletterdheid zodat kinderen mee volledig mee kunnen doen in de maatschappij en gelijke kansen hebben.

•

Doel: Arbeidsmarktdiscriminatie voorkomen en bestrijden, bevorderen van een inclusieve arbeidsmarkt

•

Doelgroep en bereik: Kinderen en volwassenen met risico op laaggeletterdheid

•

•

Aanpak: Ontwikkeling van een doorlopende lijn gericht op preventie van laaggeletterdheid op het gebied van onderwijs, volwasseneducatie en statushouders.

Doelgroep en bereik: De eigen gemeentelijke organisatie, de organisaties waarvan we opdrachtgever, inkoper en (mede)eigenaar zijn en op overige publieke en private bedrijven in Amsterdam.

•

Aanpak: De aanpak arbeidsmarktdiscriminatie 2019-2020 bestaat uit 2 pijlers: maatregelen gericht op o.a. bewustwording en het stimuleren van ontmoeting en maatregelen ter bestrijding van arbeidsdiscriminatie door o.a. trainingen, advies voor werkgevers, het inzetten van mystery guests en het vergroten van de meldingsbereidheid binnen de gemeentelijke organisatie. Eind van dit jaar komt er een aangescherpt plan voor de Aanpak Arbeidsmarktdiscriminatie voor de periode 2021-2022

Inzet sleutelfiguren en ervaringsdeskundigen bij het toe leiden van moeilijk bereikbare doelgroepen naar een baan: WPI, stadsdelen en diverse lokale organisaties in Zuidoost werken samen met lokale ervaringsdeskundigen met een niet-westerse migratie achtergrond. Zo is er het sleutelfigurenproject waarbij ervaringsdeskundigen werkzoekenden richting een reguliere betaalde baan begeleiden. Sleutelfiguren begeleiden en coachen werkzoekenden om zich beter te positioneren op de arbeidsmarkt. Het gaat veelal om bewoners zonder werk die geen uitkering hebben en/of niet bekend zijn bij het UWV.

Impressie inzet tegengaan kansenongelijkheid Gezondheid en zorg Verkenning Kansenongelijkheid en achtergrondrapport G4 kansenongelijkheid: de levensverwachting van Nederlanders met een lage SES is 6 jaar minder en de ‘goed ervaren gezondheid’ 15 jaar minder dan bij Nederlanders met een hoge SES. Investeringen aan het begin van het leven realiseren de meeste impact. Overgewicht is het hoogst bij Amsterdammers met een lage SES. Gedragsfactoren (roken, ongezonde voedingsgewoonte etc.), ongezonde omgeving (arbeids- en woonomstandigheden), ongezonde voedselomgeving, psychosociale stress en milieu van herkomst kunnen zorgen voor gezondheidsachterstanden. Problemen accumuleren vaak gedurende het leven. Door de verzekeringsmethodiek met toegenomen eigen risico ontstaat zorgmijding wat verschillen versterkt. Beperkte aandacht voor preventieve zorg treft met name kwetsbare groepen terwijl zij hiervan juist het meeste profiteren. Beperkte kennis van het zorgsysteem en mismatch tussen zorgverlener en zorgontvanger kunnen additionele belemmeringen opwerpen. Voorbeelden ter illustratie, niet uitputtend.

Gezonde en Kansrijke start

Aanpak Gezond Gewicht

Buurtteams

•

Aanleiding: In Amsterdam worden gemiddeld 12.634 kinderen per jaar geboren. Maar de kansen op een gezonde start verschillen in de stad. In sommige wijken in Amsterdam is bijvoorbeeld de kans op sterfte en ziekte rondom de geboorte 2 tot 3 maal hoger dan het landelijk gemiddelde. Waar je wieg staat, maakt dus uit voor je kansen op gezondheid en je latere kansen in het leven. Als we nu investeren in een kansrijke start dan is dat de ultieme vorm van preventie.

•

Aanleiding: in Amsterdam hebben 1 op de 5 kinderen en jongeren overgewicht of obesitas. Dit heeft ernstige gevolgen voor hun gezondheid op korte en lange termijn.

•

•

Doel: Het voorkomen en terugdringen van overgewicht bij kinderen waar de problematiek het hoogst is. Een gezond gewicht is hierbij een belangrijk doel, maar niet het enige. Zo is de kwaliteit van leven en een gezonde omgeving minstens net zo belangrijk.

Aanleiding: De weg naar ondersteuning is voor Amsterdammers die het nodig hebben vaak lastig. Het is niet altijd duidelijk waar zij met hun vraag terecht kunnen. Er werken veel verschillende organisaties binnen een klein gebied. Het lukt onvoldoende om integraal te kijken naar de behoefte van de Amsterdammer.

•

Doel: Elk Amsterdams (ongeboren) kind krijg de best mogelijke start in het leven krijgt en daarmee een optimale kans op een veilige, gezonde en kansrijke toekomst.

•

Doelgroep en bereik: Alle Amsterdamse kinderen.

•

•

• Doelgroep en bereik: Pasgeboren Amsterdammers en hun (aanstaande) ouders.

•

•

Aanpak: Het plan van aanpak wordt in het najaar naar de raad gestuurd. We ondersteunen met dit plan aanstaande ouders in een kwetsbare situatie in hun rol als opvoeder door tijdig in te zetten op het verminderen van risicofactoren die hen daarin belemmeren en het versterken van beschermende factoren. We hanteren een integrale adaptieve aanpak, waarbij we in gebieden waar dat het hardst nodig is, wijkgericht en domein overstijgend werken aan een gezondere omgeving en tijdige, passende ondersteuning en zorg voor (aanstaande) ouders en jonge kinderen in een kwetsbare situatie.

Aanpak: Een thematische integrale aanpak waarbij met een systemisch perspectief wordt gekeken naar het complexe geheel van factoren dat een rol speelt bij de problematiek. Dit betekent dat de aanpak kan verschillen per buurt en per fase. Het is een lerende aanpak: continu wordt onderzocht of de inspanningen de juiste doelgroepen daadwerkelijk bereiken. Vorig jaar bleek bijvoorbeeld uit de cijfers dat het geschatte percentage overgewicht bij kinderen is gedaald van 21% in 2012 naar 18,7% in 2017. Daarbij gaven we aan dat er vooral winst behaald was in kwetsbare buurten. Maar door beter te kijken naar deze cijfers, is gebleken dat er minder kinderen met overgewicht zijn, maar dat deze daling deels te verklaren is door de verandering van de populatie. Deze nieuwe inzichten onderstrepen het belang om blijvend kritisch te zijn op behaalde resultaten en het bereiken van de juiste doelgroepen.

Doel: Amsterdammers kunnen gemakkelijker de weg vinden naar de juiste zorg. Mensen en middelen zetten we effectiever in om zorg meer buurt- en persoonsgericht in te richten. Doelgroep en bereik: Volwassenen die (tijdelijk) een steuntje in de rug nodig hebben.

•

Aanpak: Vanaf april 2021 kunnen Amsterdammers terecht bij een buurtteam voor vragen en ondersteuning op het gebied van wonen, welzijn, inkomen, schulden en veiligheid. Samen met de Ouder- en Kindteams zijn de buurtteams de spil in de wijk zorg en ondersteuning samenkomt. De buurtteams ondersteunen Amsterdammers om hun situatie duurzaam te verbeteren en zo zelfstandig mogelijk mee te kunnen doen in de samenleving.

Preventie chronisch zieken

Aansluiting zorg ouderen

•

Aanleiding: Ruim 30% van de ziektelast is toe te schrijven aan ongezond gedrag en gerelateerde persoonsgebonden factoren. Verbinding tussen publieke gezondheidszorg en preventie, het zorgdomein en welzijnsvoorzieningen komen vaak niet of moeizaam van de grond, terwijl juist een integrale, domein overstijgende benadering van gezondheidwelzijn de meeste vruchten afwerpt.

•

Aanleiding: In Amsterdam verdrievoudigd de komende twee decennia het aantal oudere Amsterdammers met een niet-Westerse achtergrond. Uit onderzoek blijkt dat deze groepen op gezondheidsuitkomsten als overgewicht, diabetes en psychosociale gezondheid aanmerkelijk minder gunstig scoren. Ook is bekend dat het huidige zorg- en welzijnsaanbod niet goed aansluit op de zorgvraag van oudere migranten.

•

Doel: Inzetten op alle vormen van preventie (primaire, secundaire en tertiaire) om de ziektelast van en bij chronisch zieken te verminderen.

•

Doel: Zorg en ondersteuning maar ook woon(zorg)concepten beter aan te laten sluiten op de behoefte en mogelijkheden van migrantenouderen.

•

Doelgroep en bereik: Volwassenen met een (verhoogde kans op) chronische ziekten, met focus op minder welgestelde wijken.

Doelgroep en bereik: Migrantenouderen.

•

Aanpak: De coalitie chronisch zieken zet in op 5 bouwstenen; Gezonde fysieke omgeving, Gezonde sociale omgeving, Amsterdam als gezonde metropool, Preventie-infrastructuur en samenspel medisch/sociaal en Juiste zorg op de juiste plek (JZOJP). Daarbij wordt ingezet op een integrale aanpak met oog voor de achterliggende problematiek.

Aanpak: 1. De uitvoeringsagenda van de Amsterdamse Coalitie Ouderen toetsen op cultuursensitiviteit 2.Cultuursensitiviteit als vast onderdeel in het curriculum van leerlingen/studenten, maar ook van het bij- en nascholingsaanbod, 3. Mogelijke lacunes in het aanbod onderzoeken en waar nodig, apart cultuurspecifiek aanbod ontwikkelen, bijvoorbeeld op het terrein woon(zorg)concepten (via programma ouderenhuisvesting).

Gebiedsgerichte voorbeelden Samenwerking formeel en informeel: Niet alle bewoners van Amsterdam kunnen makkelijk hun weg vinden naar het voorzieningenaanbod. Daarvoor is het belangrijk dat formele en informele partijen nauw met elkaar samen werken. In Zuidoost is het aantal bewoners met psychosociale problematiek hoger dan het stedelijk gemiddelde. Zo is ook het percentage bewoners met ernstige psychische problematiek hoger (stedelijk 8%, Zuidoost 11%). Bewoners met psychische problematiek ontvangen vaak niet tijdig de ondersteuning en zorg die zij nodig hebben en hebben daardoor minder kans zich optimaal te ontwikkelen. Het stadsdeel ondersteunt daarom onder andere stichting Duurzaamheid 360 graden die vrijwilligers traint om psychische kwetsbaarheid te herkennen, hoe er mee om te gaan en om mensen tijdig toe te leiden naar het zorg- en ondersteuningsaanbod. Daartoe werken zij nauw samen met professionele zorgverleners zoals maatschappelijk werkers en stichting Arkin.

Impressie inzet tegengaan kansenongelijkheid Onderwijs en opvoeding Verkenning Kansenongelijkheid en achtergrondrapport G4 kansenongelijkheid: kinderen met een gelijk IQ eindigen op een verschillend opleidingsniveau, waarbij kinderen met hoogopgeleide ouders op hoger niveau komen. Deze verschillen nemen toe gedurende de onderwijsloopbaan. Opvoedkundige vaardigheden en mogelijkheden van de ouders zijn de belangrijkste determinant. Onderwijs is cruciaal voor de ontwikkeling van een individu. VVE voorkomt achterstanden op jonge leeftijd. Kwaliteit van (lagere) scholen is essentieel voor de ontwikkeling van kinderen, waarbij het belang van kwaliteit toeneemt naarmate de kinderen kwetsbaarder zijn. Systeemkernmerken als vroegselectie en vrije schoolkeuze versterken kansenongelijkheid. Met name jongeren met niet-Westerse migratie achtergrond ondervinden daarnaast hinder van een culturele mismatch en discriminatie. Investeringen aan het begin van het leven realiseren de hoogste impact. Ontwikkelen van een eigen identiteit en zelfvertrouwen zijn belangrijk voor de ontwikkeling van het individu. Voorbeelden ter illustratie, niet uitputtend. Zie ook raadsbrief Kansenongelijkheid in het onderwijs.

Devices en MidzomerMokum (MzM)

Toelage leraren primair onderwijs

Sport en een inclusief sportklimaat

•

Aanleiding: De gevolgen van de coronacrisis hebben de bestaande kansenongelijkheid pijnlijk zichtbaar gemaakt. Snel werd duidelijk dat veel leerlingen niet beschikte over de benodigde devices om thuisonderwijs te volgen. Dezelfde jeugdigen hebben veel thuis gezeten, in een levensfase waarin contact met leeftijdsgenoten essentieel is en zij volop in ontwikkeling zijn.

•

Aanleiding: Het Amsterdamse lerarentekort veroorzaakt een crisis in het onderwijs. Op scholen waar kinderen het meeste risico lopen op een onderwijsachterstand, zijn de tekorten gemiddeld drie keer zo groot als op scholen waar weinig kinderen dit risico lopen.

•

Aanleiding: De afgelopen periode hebben steeds meer kinderen uit de laagste inkomensgroepen deelgenomen aan sportactiviteiten. Door het coronavirus is het risico op verslechtering van deze cijfers groot.

Doel: Devices: thuisonderwijs mogelijk maken voor leerlingen die niet beschikte over de juiste middelen. MzM: een positief perspectief bieden aan deze jongeren die lang thuis hebben gezeten vanwege de coronacrisis.

•

•

•

Doel: Het oplopende lerarentekort in het onderwijs tegengaan en de onderwijskwaliteit verhogen.

Doel: Het verhogen van de deelname aan sportactiviteiten door kinderen uit de meest lage inkomensgroepen - Het toegankelijk maken van sport ongeacht inkomen, culturele achtergrond of geaardheid.

•

•

Doelgroep en bereik: Alle leerkrachten die werken bij besturen die het noodplan hebben ondertekend met een focus op leerkrachten op de 74 basisscholen met een zeer hoge schoolweging.

•

Doelgroep en bereik: Kinderen uit de meest lage inkomensgroepen

Doelgroep en bereik: Devices: leerlingen die niet beschikte over de juiste middelen om het onderwijs te volgen. MzM: alle kinderen en jongeren in Amsterdam met een focus op jeugdigen waarvan ouders minder goed in staat waren om ondersteuning te bieden bij het thuisonderwijs.

•

Aanpak: In het kader van het sportakkoord wordt gewerkt aan een veilig en inclusief sportklimaat met als doel sport voor iedereen toegankelijk maken, via de Sportvergoeding Jeugd wordt ingezet op een toename van kinderen uit lage inkomensgezinnen die sporten door de financiële belemmering tot sport weg te nemen (Stadspas en het Jeugdfonds Sport).

•

•

Aanpak: De gemeente heeft voor de zomer via het onderwijs 6700 laptops beschikbaar gesteld en na de zomer MidzomerMokum opgezet; een uitgebreid en gevarieerd activiteitenaanbod op het gebied van sport, cultuur en onderwijs waar duizenden kinderen in de stad aan hebben deelgenomen.

Aanpak: Tot en met 2024 stelt het Rijk een toelage van jaarlijks 7,1 miljoen beschikbaar. Als onderdeel van het Amsterdamse noodplan krijgen leraren een toelage op hun salaris .Voor de leerkrachten op de 74 basisscholen met veel doelgroepleerlingen zal de toelage meer dan twee keer zo groot zijn.

Preventie

Specialistische jeugdhulp

•

Aanleiding: preventief ondersteunen van kinderen en jongeren vergroot de kansen van jongeren en voorkomt dat zij later zwaardere hulp nodig hebben.

•

Aanleiding: De komende jaren moet met minder budget meer effect worden gerealiseerd. Het maken van keuzes over hoe we voor de meest kwetsbaren de juiste ondersteuning bieden speelt een centrale rol.

•

Doel: De beperkte middelen zo veel als mogelijk bij de meest kwetsbaren in de samenleving terecht laten komen

•

Doel: Vanuit deze transformatie opgave de juiste ondersteuning bieden aan de meest kwetsbare jeugdigen

•

Doelgroep en bereik: Jeugdigen in een kwetsbare positie

•

Doelgroep en bereik: De meest kwetsbare jeugdigen

•

Aanpak: Het opzetten van een eenduidig gebiedsgericht preventief netwerk van signalen en ondersteuning, extra investeren in jongerenwerk op scholen in Zuidoost (programma Positief Perspectief), inzetten op opvoedondersteuning en voorlichting op kansarme scholen en wijken (FPAJ), inzet op kleinschalig onderwijs en intensive begeleiding voor jongeren met multiproblematiek die niet aan het regulier mbo onderwijs kunnen deelnemen (Amsterdamse Plusscholen), via het beleid voortijdig schoolverlaten worden gericht verschillende coaches (oa. leren en werken, schulden, overstap) ingezet voor jongeren in een kwetsbare positie om te voorkomen dat jongeren uitvallen.

•

Aanpak: Het normaliseren waar mogelijk: waar kan de hulp en ondersteuning op een andere wijze plaatsvinden, het voorkomen en vroegtijdig signaleren van problematiek.

Gebiedsgerichte voorbeelden •

Reken- en taalvaardigheden in Zuidoost In Zuidoost is het aantal kinderen dat een HAVO/VWO advies krijgt laag in vergelijking met het stedelijk gemiddelde. Daarom is een meerjarig integraal traject gestart i.s.m. POZO gericht op het inlopen van reken- en taalachterstanden en het vergroten van sociaal-emotionele vaardigheden van kinderen in ontwikkelbuurten. Het doel daarbij is het verhogen van het percentage kinderen dat een HAVO/VWO advies krijgt.

•

Integrale samenwerking kansarme kinderen Kinderen die gebruik maken van de voedselbank worden via het project SINA begeleid naar sport. Ze kunnen aan sportactiviteiten meedoen met behulp van de stadspas en het Jeugdfonds Sport.

•

Dieptegesprekken kansengelijkheid Dapper- en Transvaalbuurt gevoerd over kansengelijkheid. Met bewoners is gesproken over segregatie en hun inzichten/ervaringen omtrent kansenongelijkheid.

Impressie inzet tegengaan kansenongelijkheid Wonen Verkenning Kansenongelijkheid en achtergrondrapport G4 kansenongelijkheid: de kwaliteit van wonen verschilt op basis van onder andere migratie en/of sociaal economische achtergrond. Een passende woonsituatie draagt bij aan een stabiel huishouden en een goede ontwikkelomgeving. Een buurt met sterke concentratie van kwetsbare gezinnen kan voor extra barrières zorgen. Het tegengaan van segregatie in wonen, onderwijs en werk kan kansen vergroten. De huidige marktinrichting en verdeelsystematiek gecombineerd met de populariteit van de stad zet de woningmarkt sterk onder druk. Door sterk stijgende woningprijzen neemt het verschil in vermogensopbouw voor Amsterdammers met en zonder koopwoning toe. Met name de woningzoekenden met niet-Westerse migratie-achtergrond ondervinden daarnaast hinder van discriminatie. Voorbeelden ter illustratie, niet uitputtend.

Discriminatie op de woningmarkt

Woningbouwprogrammering

Woonruimteverdeling

•

Aanleiding: met het onderzoek ‘Discriminatie op de Amsterdamse woningmarkt’ is vastgesteld dat discriminatie naar afkomst een probleem is op de Amsterdamse woningmarkt. Mensen met een niet-westerse migratieachtergrond hebben daarmee minder kansen op een woning.

•

•

Aanleiding: sociale huurwoningen zijn schaars. Als stad willen we deze zo rechtmatig en eerlijk mogelijk verdelen. Starters en huishoudens met een dringende verhuiswens hebben echter weinig kans op een woning als ze nog niet lang staan ingeschreven.

•

Doel: verminderen discriminatie op de woningmarkt.

Aanleiding: Amsterdam groeit. Als alleen de markt de prijzen zou bepalen, zouden mensen met een laag inkomen alleen aan de rand van de stad kunnen kopen of huren. Ook zouden steeds meer gezinnen de stad uit trekken en zullen ouderen niet passend wonen. Amsterdam wil echter een open en gemengde stad zijn: het centrum is niet alleen voor de hoge inkomens en kleine huishoudens, en de buurten buiten de ring zijn niet alleen voor de mensen met een lager inkomen.

•

•

Doel: een diverse stad blijven met gemengde en leefbare wijken en zorgen dat ook woonstarters, gezinnen en mensen met een laag inkomen in de stad kunnen wonen.

Doel: huishoudens met een dringende verhuiswens meer kans te geven op een woning waarbij het uitgangspunt is dat de woning gaat naar degene die hem het hardst nodig hebben

•

Doelgroep en bereik: alle groepen in de stad, waaronder lage inkomens, gezinnen, jongeren en studenten, ouderen en kwetsbare groepen

•

Doelgroep en bereik: alle woningzoekende in de regio Amsterdam en de regio´s Amstelland-Meerlanden en Zaanstreek Waterland.

•

Aanpak: de gemeente zet in op een woningbouwprogrammering van 40% gereguleerde huur, 40% middelduur (huur en koop) en 20% dure huur en koop om een gemengde stad te blijven. In het geval van pandtransformaties van stadsdeelprojecten in bestaande woonwijken is het mogelijk van deze percentages af te wijken en 100% middelduur te bouwen. Dit geldt ook focusgebieden in het Hamerkwartier. Daarnaast zetten we o.a. op een betere kwaliteit van woningen in naoorlogse wijken en leefbare wijken.

•

Aanpak: met 15 gemeenten en 14 corporaties in de regio is gewerkt aan het voorstel nieuwe woonruimteverdeling. Er komt een puntensysteem waarbij naast inschrijfduur ook actief zoeken en specifieke omstandigheden een rol spelen.

•

Doelgroep en bereik: verhuurders.

•

Aanpak: in maart zijn de resultaten van het onderzoek met de verhuurdersbranche en het anti discriminatie comité besproken. Gezamenlijk is een aanpak tot stand gekomen waarbij we inzetten op bewustwording, overeenkomsten met verhuurdersbranche, monitoring discriminatie op de Amsterdamse woningmarkt en het ‘niet discrimineren’ als voorwaarde voor een verhuurvergunning.

Naast de inzet op woonruimteverdeling, zetten we sterk in op het verbeteren van de woningkwaliteit en woonsituatie van Amsterdammers.

Experiment Buurtbalans

Prestatieafspraken: woonlasten

Ontwikkelbuurten

•

Aanleiding: er zijn regelmatig zorgen over de draagkracht van wijken met veel corporatiewoningen waar relatief veel kwetsbare groepen wonen. Vanuit het programma Huisvesting Kwetsbare Groepen voeren we verschillende experimenten uit betreft de toewijzing en matching van woningen voor kwetsbare groepen. Een voorbeeld is het experiment Buurtbalans.

•

Aanleiding: sinds 2017 zijn 32 buurten, in de stadsdelen Nieuw West, Zuidoost en Noord, aangewezen voor een integrale, meerjarige en intensieve aanpak om structurele verbeteringen te laten plaatsvinden.

Doel: beter inzicht in wat er speelt op buurtniveau voor stadsdelen, corporaties en maatschappelijke instellingen.

•

Doelgroep en bereik: het experiment Buurtbalans richt zich op de NieuwWest, Oost en Zuidoost.

•

Doelgroep en bereik: mensen met een laag inkomen.

•

Aanpak: Nibud voert een onderzoek uit naar de woonlasten en draagkracht van bewoners. Op basis van het onderzoek bepalen gemeenten, corporaties en huurderskoepels in het najaar of de afgesproken huursomstijging voor de periode 2021-2023 en de betaalbaarheid in brede zin moet worden herzien.

• • •

Aanpak: partners in de buurt zoals gebiedsmakelaars en medewerkers van zorginstellingen en coöperaties hebben met buurtbalans meer inzicht in wat er speelt in een buurt en waar de kansen en uitdagingen liggen. Een gezamenlijk beeld over de buurt zorgt voor betere samenwerking om kansen te benutten en uitdagingen op te pakken.

Aanleiding: huurders, corporaties en gemeenten hebben in de samenwerkingsafspraken 2020-2023 afspraken gemaakt over onder andere beschikbaarheid, doelgroepen, wonen met zorg, duurzaamheid en kwaliteit. Naar aanleiding van de gestegen woonlasten, maken huurders zich zorgen of de woningen nog betaalbaar en daarmee toegankelijk zijn voor mensen met een laag inkomen. Doel: zorgdragen voor betaalbare woningen van voldoende kwaliteit en daarmee de gelijkheid op de woningmarkt vergroten.

Doel: de ontwikkelbuurtenaanpak is gericht op het verbeteren van kwaliteit van woningen(omgeving) (1); leefbaarheid (2); sociaaleconomische positie (3); koppeling met strategische buurtontwikkeling (4); het verbeteren van energetische kwaliteit van woningen (5). Doelgroep en bereik: in de ontwikkelbuurten werkt de gemeente nauw samen met bewoners, corporaties, zorg- en welzijnsinstellingen, scholen en overige betrokkenen. Aanpak: het College stelt voor de periode 2019-2022 jaarlijks €10 miljoen beschikbaar voor investeringen in de ontwikkelbuurten. Voor de periode 2021-2022 is €12 miljoen daarvan specifiek bestemd voor het versterken van de sociaal economische positie van inwoners door (zicht op) betaald werk te stimuleren, waar mogelijk in de buurt. Voor de stadsdelen Zuidoost en Nieuw-West worden daarnaast Masterplannen ontwikkeld om de leefbaarheid en veiligheid te verbeteren met een positief perspectief voor de jeugd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9621037/1