A - 25 Onderwijs (20) bijlage 1. Voortgangsbrief Tegengaan Kansenongelijkhei
Tekst van het document
Bezoekadres Straatnaam 25 0000 AA Amsterdam Postbus 000 0000 AA Amsterdam Telefoon 14 020 amsterdam.nl
Retouradres: Postbus 000, 0000 AA Amsterdam
Aan de leden van de commissie WIO, ZJS en KDD
Datum Behandeld door Bijlage(n) Onderwerp
23-10-2020 E. Ham Voorbeelden gemeentebrede inzet, G4 voorstel tegen kansenongelijkheid, Achtergrondrapport G4 voorstel tegen kansenongelijkheid Voortgang tegengaan Kansenongelijkheid
Geachte commissieleden,
Met de raadsbrief van 21 januari 2020 heeft het college van B en W de prioriteit van het tegengaan van kansenongelijkheid bekrachtigd. Mensen van alle inkomensgroepen, opleidingsniveaus en typen migratie-achtergrond moeten in onze stad kunnen wonen en de kans krijgen zich te ontwikkelen tot wie men kan of wil zijn. Nog te vaak bepalen economische en sociale verschillen het resultaat van die ontwikkeling. In een rechtvaardige stad mag hier geen sprake van zijn. Niet voor de Amsterdammers zelf en niet voor de toekomst van onze samenleving. De coronacrisis dreigt de tweedeling in onze maatschappij te vergroten. Baanverlies, het mijden van zorg en stress als gevolg van COVID-19 heeft een groot effect op de kwetsbare inwoners in de stad.1 Het opleidingsniveau en mogelijkheden van ouders en de thuisomgeving zijn meer dan ooit van invloed op de ontwikkelkansen van kinderen. Ook dreigen ongelijkheden te vergroten doordat relatief veel Amsterdammers met een lage sociaaleconomische status een flexibel arbeidscontract hebben in de meest getroffen sectoren. Jongeren die al steun nodig hadden, zijn nu nog kwetsbaarder. Daarnaast komen door de huidige crisis nieuwe kwetsbare groepen, zoals ZZP’ers en middeninkomens in beeld. Het bestrijden van kansenongelijkheid is een complex en elementair vraagstuk.
Ook uit de belangrijke signalen van de protestbeweging tegen racisme en discriminatie volgt de urgentie van het fundamenteel aanpakken van kansenongelijkheid. Ongelijkheid speelt bij vele facetten van het bestaan tegelijkertijd en wordt regelmatig van generatie op generatie overgedragen. Wie in een achterstandssituatie opgroeit, komt daar veelal moeilijk uit. Kinderen uit gezinnen met een lage opleiding en een laag inkomen hebben vaak een onderwijsachterstand wanneer ze naar de 1
Bron: Achtergrondrapport G4 voorstel tegen kansenongelijkheid
Gemeente Amsterdam
Datum 23-10-2020 Pagina 2 van 9
basisschool gaan. Veel van hen halen deze achterstand niet in. Ze eindigen op een lager opleidingsniveau en verdienen een lager inkomen, dan leeftijdgenoten uit gezinnen met een hoge opleiding en status2. Ook blijkt dat deze kinderen van hun leerkracht vaker een lager schooladvies krijgen dan hun CITO score aangeeft.3 De ongelijkheid accumuleert gedurende de levensloop en concentreert zich geografisch in bepaalde gebieden, zoals stadsdeel Nieuw-West, Zuidoost en Noord. De noodzaak om kansenongelijkheid tegen te gaan en te voorkomen dat de tweedeling verder groeit is door de crisis toegenomen. Met het door de coalitiepartijen opgestelde voorstel “Samen sterker uit de crisis, een sociaal en duurzaam perspectief voor de stad” staat het versterken en creëren van werkgelegenheid voorop om te voorkomen dat meer mensen in een kwetsbare positie komen. We zetten onder andere in op het tegengaan van jeugdwerkloosheid en het voorkomen van oplopende onderwijsachterstanden. Ook investeren we in een Masterplan Zuidoost en NieuwWest en in vroegsignalering van schulden. In deze brief informeren wij u over de genomen stappen en tussenresultaten en blikken we vooruit op de komende periode. Een periode waarin, ondanks de bezuinigingen in de gemeentebegroting, de inzet op het tegengaan van kansenongelijkheid onverminderd prioriteit heeft.
De uitdaging om Amsterdam een rechtvaardige stad voor iedereen te laten zijn, blijft een grote opgave die dwars door alle domeinen, programma’s en verantwoordelijkheden heengaat. Het is als stad onze collectieve opdracht om samen met onze maatschappelijke partners, het bedrijfsleven en het Rijk kansenongelijkheid tegen te gaan met een integrale aanpak over langere termijn. Een aanpak waarbij we de nog beschikbare middelen verschuiven naar de groepen die dit het hardst nodig hebben. Aanpak Zoals beschreven in de raadsbrief van januari 2020 pakt het college van B en W kansenongelijkheid via drie sporen aan: 1. Het continueren en versterken van bestaande programma’s en inspanningen; 2. Ongelijk investeren en het verhogen van integraliteit; 3. Het aanpakken van systeembarrières. Naast de voortgang op de drie sporen, informeren wij u in deze brief over de stand van zaken met betrekking tot de oprichting van het Amsterdams Kenniscentrum Ongelijkheid en de voortgang van de internationale samenwerking met Europese steden op het gebied van kansenongelijkheid.
1. Continueren en versterken van bestaande programma’s en inspanningen Met behulp van de lessen uit de Verkenning Kansenongelijkheid 2019 kijken we met een kritische blik naar de gemeentelijke activiteiten en programma’s. Tal van inspanningen dragen bij aan het tegengaan van kansenongelijkheid. Een aantal voorbeelden hiervan is: Ontwikkelbuurten: het college van B en W heeft in het coalitieakkoord 40 miljoen euro aan incidentele middelen vrijgemaakt voor 32 ontwikkelbuurten in Amsterdam. Sinds 2018 is 2
Bron: Herman van de Werfhorst in Achtergrondrapport G4 Voorstel tegen kansenongelijkheid Bron: regionale monitor kansengelijkheid in het onderwijs o.b.v. Amsterdamse data en dasboard gelijke kansen OCW. 3
Gemeente Amsterdam
Datum 23-10-2020 Pagina 3 van 9
gewerkt aan diverse structurele fysieke, sociale en duurzame verbeteringen in deze buurten. Zo is de brandweerkazerne als talenten- en buurtcentrum in Reigersbos geopend en wordt momenteel een Beweegplein gerealiseerd in De Kleine Wereld. Met het door de coalitiepartijen opgestelde voorstel “Samen sterker uit de crisis, een sociaal en duurzaam perspectief voor de stad” van 2 september 2020 wordt 12 miljoen euro uit het budget voor de ontwikkelbuurten gebruikt voor het in gang zetten van grotere projecten die in deze buurten verschil kunnen maken, waarbij we tevens oog hebben voor het creëren van werkgelegenheid. Met het Masterplan Zuidoost en een vergelijkbare aanpak voor Nieuw-West wordt de inzet in deze stadsdelen geïntensiveerd; Aanpak armoede en schulden: het college van B en W heeft, gezien de forse impact van de coronacrisis op de Amsterdamse economie, de aanpak armoede en schulden geïntensiveerd. De dienstverlening van de Voedselbank Amsterdam is aangevuld met diverse voedselinitiatieven om te kunnen blijven voorzien in de eerste levensbehoefte van een grotere groep Amsterdammers. Om te voorkomen dat problemen zich opstapelen hebben we de aanpak vroegsignalering geïntensiveerd. Mensen met betalingsachterstanden benaderen we eerder en schuldeisers bieden maatwerk en coulance.
Ook is de schuldhulpverlening voor zelfstandige ondernemers uitgebreid; High Dosage Tutoring: het college van B en W investeert in het programma High Dosage Tutoring, waarbij sinds 2019 leerlingen uit de ontwikkelbuurten in Zuidoost ondersteund worden met intensieve studiebegeleiding en bijles om onderwijsachterstanden terug te dringen en schoolprestaties te verbeteren; Meer Kans Op Werk Jongeren (MKOWJ): met de aanpak MKOWJ zet het college van B en W in op het verminderen van de jeugdwerkloosheid die door de Coronacrisis is ontstaan. De eerste maanden na de start van de crisis is de instroom bij de gemeentelijke uitvoeringsorganisatie voor jongeren sterk toegenomen en de uitstroom naar werk afgenomen. Ook is vaker een beroep gedaan op bijstand. De effectieve elementen uit de Aanpak Jeugdwerkloosheid 20152018 worden voortgezet in MKOWJ, met focus op het innoveren van de dienstverlening. Het gaat onder meer om het gericht verlagen van de caseload, waardoor meer persoonlijke aandacht kan worden gegeven, het ophalen van een goed klantbeeld en de inzet van jobhunters. Daarnaast zetten we stevig in op het versterken van de afstemming in de keten; Amsterdam Gezond & Vitaal: gezondheid is ongelijk verdeeld over de bevolking en de wijken in de stad. En als er niks gebeurt, dan worden die verschillen alleen maar groter. De huidige Corona-pandemie toont dit eens temeer.
Veel van de huidige ziektelast is te voorkomen. Dat vereist dat we gezondheid en ziekte zien als het product van maatschappelijke omstandigheden en de inzet in aansluiting daarop richten. Dat wil zeggen leefstijlziekten voorkomen door een omgeving te creëren waarin mensen gezond kunnen leven, intensiveren van het samenspel over de grenzen van medisch en sociaal domein heen en focussen op de wijken waar de opgave het grootste is (Noord, Zuid Oost en Nieuw West). Met Amsterdam Vitaal & Gezond zet de gemeente samen met Zilveren Kruis, zorg- en welzijnsaanbieders en cliëntenbelang in op een stadsbrede integrale aanpak met als doel alle Amsterdammers gelijke kansen op goede gezondheid in 2040.
Gemeente Amsterdam
Datum 23-10-2020 Pagina 4 van 9
In bijlage 1 vindt u een uitgebreider overzicht van inspanningen op de verschillende thema’s die het afgelopen half jaar zijn ingezet in het tegengaan van kansenongelijkheid. Het overzicht is een illustratie van de belangrijkste stappen die we zetten als college van B en W en is niet uitputtend. Verantwoordelijke wethouders leggen de voortgang en eventuele aanpassingen betreffende de afzonderlijke inspanningen aan u voor. Zo informeerden de wethouders u over de inzet op het tegengaan van kansenongelijkheid via onder meer de volgende voortgangsbrieven: voortgangsbrief ‘Kansengelijkheid in het Onderwijs´ van dd. 28 augustus 2020 voortgangsbrief ‘Arbeidsmarktdiscriminatie´ van dd. 18 augustus 2020 voortgangsbrief ‘Stand van zaken Masterplan Zuidoost’ van dd. 3 juli 2020 voortgangsbrief ´Positief Perspectief´ van dd. 19 december 2019
2. Ongelijk investeren en het verhogen van integraliteit Om het vraagstuk van kansenongelijkheid effectief aan te pakken, werkt het college van B en W aan het verhogen van de integraliteit van inspanningen en zet ze de middelen daar in waar investeren het meest nodig is. Ongelijk investeren Het principe van ongelijk investeren is het uitgangspunt bij het verminderen van (kansen)ongelijkheid: we zetten de middelen daar in waar ze het meest nodig zijn waarbij we steeds beter met data de beleidskeuzes onderbouwen. Dit geldt zowel voor de verschillende gebieden in de stad (waar), voor de momenten in de levensloop waarop we investeren (wanneer), alsook voor de activiteiten waar we ons op richten (wat en hoe). Dit gebeurt vanuit verschillende portefeuilles. Voorbeelden zijn: In de verdeelsystematiek van de middelen voor de sociale basis en de buurtteams houden we rekening met de kwetsbaarheid van de gebieden. Er gaan meer middelen naar de kwetsbaarste gebieden; We concentreren de middelen en inzet op scholen die de ondersteuning het meest nodig hebben. We investeren bijvoorbeeld in schoolveiligheid in Zuidoost en leraren ontvangen een hogere toelage op scholen met een hoog percentage doelgroep leerlingen.
Ook investeerde het college van B en W €28,9 miljoen ‘ongelijk’ in vijf VloA (Verordening lokaal onderwijsbeleid Amsterdam) voorzieningen die essentieel zijn voor kansengelijkheid4 ; We alloceren de middelen rondom werk vooral in Noord, Nieuw-West en Zuidoost, met als voorbeeld het 1000 banenplan in Zuidoost en de prioritering binnen de cohort aanpak; Binnen het investeringsprogramma maatschappelijke voorzieningen prioriteren we naar Noord, Nieuw-West en Zuidoost; De GGD zet in Zuidoost en Nieuw-West een extra team in om preventie en andere maatregelen onder de aandacht te brengen in strijd tegen Corona; Naar aanleiding van de coronacrisis heeft het college van B en W 6700 laptops beschikbaar gesteld aan kinderen uit gezinnen met een lage sociaaleconomische status. Ook is het zomerprogramma MidzomerMokum opgezet met activiteiten op het gebied sport, kunst, cultuur en onderwijs. Focus hierbij lag op jeugdigen waarvan ouders minder goed in staat waren om ondersteuning te bieden bij het thuisonderwijs; 4
Zie commissiebrief ‘voortgang kansengelijkheid in het onderwijs’ (28-08-2020)
Gemeente Amsterdam
Datum 23-10-2020 Pagina 5 van 9
Vanuit het programma Positief Perspectief investeren we extra in jongerenwerk op scholen in Zuidoost; Het college van B en W heeft besloten om vanaf schooljaar 2020-2021 subsidies te weigeren aan scholen die een hogere ouderbijdrage dan 225 euro vragen. Een hoge ouderbijdrage kan een drempel zijn om kinderen op een school aan te melden. Ook investeert het college van B en W in de stadspasregeling vrijwillige ouderbijdrage die sinds dit jaar beschikbaar is voor alle basisscholen en scholen voor speciaal (basis) onderwijs. Ruim 7.400 stadspashouders maken gebruik van de mogelijkheid via de stadspas de vrijwillige ouderbijdrage te betalen; Bij alle bezuinigingsvoorstellen proberen we de impact op kansengelijkheid te bewaken door ongelijk te investeren en de gebieden en Amsterdammers die de ondersteuning het meest nodig hebben te ontzien. Ondanks de noodzakelijke bezuinigingen in de gemeentebegroting maken we in 2021-2022 incidenteel 5 miljoen extra vrij voor het tegengaan van onderwijsachterstanden.
Om de inzet vanuit de gemeentelijke begroting maximaal in te zetten op het tegengaan van kansenongelijkheid, is het noodzakelijk om nog transparanter en scherper te krijgen wat de uitgaven en impact van (beleids)interventies is. Het hiervoor gestarte traject, waarbij we de inhoudelijke inzichten koppelen aan de financiële keuzes, maakt inzichtelijk of we daadwerkelijk bereiken wat we voor ogen hebben en wat de impact is. Begin deze zomer zijn we gestart met het thema ‘Onderwijs’. In het najaar verbreden we dit naar de andere thema’s. De ontwikkelde werkwijze stelt ons in staat de analyse periodiek te herhalen en zo beter te sturen op impact. Het moet inzicht geven op: of het zwaartepunt van onze inzet daadwerkelijk ligt bij de mensen in de wijken waar dit het meest nodig is, of we onze inzet echt richten op de programma’s die het meeste effect hebben, of bepaalde thema’s en/of leeftijdsperiodes onderbelicht zijn en ten slotte of we onze inzet op de juiste wijze hebben ingericht. Het traject maakt het mogelijk gefundeerd keuzes te maken tussen interventies. In de volgende voortgangsrapportage zullen we u informeren over de eerste bevindingen. Integrale buurtaanpak In de Verkenning Kansenongelijkheid worden brede buurt-gebaseerde programma’s aangeraden om integraal en duurzaam kansenongelijkheid tegen te gaan.
We werken dit advies uit binnen de bestaande organisatielijnen zoals de bestuursopdracht Zuidoost, de aanpak ontwikkelbuurten in Zuidoost, Nieuw-West en Noord en de buurtteams. Er wordt geen separaat buurtgericht programma op het gebied van kansenongelijkheid gestart. De focus binnen de bestaande programma’s ligt op de gebieden waar de sterkste cumulatie van problematiek is. In Zuidoost sluiten we aan bij de ontwikkeling van het Masterplan. De opdracht vanuit het Masterplan is om een duurzame en structurele verbetering van de leefbaarheid en de veiligheid te realiseren gericht op een positief perspectief voor de jeugd. Het tegengaan van kansenongelijkheid loopt hier als een rode draad doorheen. Bestuurders, beslissers van corporaties, werkgevers, onderwijs, jeugd(hulp), politie, openbaar ministerie, het Rijk en (vertegenwoordigers van) bewoners en de kunst- en cultuursector vormen samen met de gemeente de Alliantie Zuidoost. Alle partijen hebben zich gecommitteerd aan de ambities van het
Gemeente Amsterdam
Datum 23-10-2020 Pagina 6 van 9
Masterplan. Het Masterplan is in de tweede helft van het najaar gereed waarna besluitvorming door college van B en W en raad volgt. In Nieuw-West hebben de gemeente en de corporaties ‘gelijke kansen’ als belangrijke ambitie opgenomen in het afsprakenkader en daarbij horende Uitvoeringsagenda Sociaal, die wordt opgesteld voor drie kwetsbare buurten in Slotermeer, de zg. Röellbuurten. Daarnaast start in het najaar een vergelijkbare aanpak als in Zuidoost voor heel Nieuw-West, om aan te sluiten bij het programma “Leefbaar en Veiligheid” van het Rijk. Ruimtelijke aspecten kansenongelijkheid Het college van B en W streeft ernaar ruimtelijk beleid en ontwerp bewuster in te richten op het thema kansenongelijkheid. Hiervoor wordt gewerkt aan een notitie met handvatten voor het vertalen van kansengelijkheid in ruimtelijk beleid en ontwerp. Onderdeel hiervan zijn portretten van Amsterdammers die in hun dagelijks leven te maken hebben met de ruimtelijke componenten van kansenongelijkheid en een factsheet met daarin de verbanden tussen kansenongelijkheid en de fysieke leefomgeving. Voorbeelden van ruimtelijke componenten van kansenongelijkheid zijn vervoersarmoede, energiearmoede, segregatie, (on)toegankelijkheid van openbare ruimte en afnemende mobiliteit in relatie tot vergrijzing. Het college van B en W verwacht inzichten hieruit te kunnen delen in het vierde kwartaal.
Tegelijkertijd wordt momenteel het ontwerp Omgevingsvisie Amsterdam 2050 opgesteld. Kansengelijkheid speelt hierin een belangrijke rol. We streven ernaar dat Amsterdam een stad is waar iedereen zich thuis kan voelen en gelijke kansen biedt. Een stad waar voldoende ruimte is voor betaalbare woningen en banen zijn voor alle opleidingsniveaus. Een stad met een gespreid, fijnmazig en toegankelijk netwerk van (maatschappelijke) voorzieningen, met woonbuurten en openbare ruimte die uitdagen tot een gezonde leefstijl van en ontmoeting tussen Amsterdammers. Ook in de Verstedelijkingsstrategie voor de Metropoolregio Amsterdam (MRA) die het Rijk en de regio momenteel gezamenlijk opstellen, is kansengelijkheid een van de centrale uitgangspunten: ‘Ruimtelijke inrichtingskeuzes moeten zorgen voor sociaal-inclusieve verstedelijking en het borgen van een goede leefbaarheid.’ Daar waar aanpassing van het ruimtelijk systeem een essentiële bijdrage kan leveren om achterstanden en kwetsbaarheid van specifieke groepen en op specifieke plekken op te lossen en kleiner te maken, worden de investeringen daarop gericht. In het bestuurlijk overleg MIRT in najaar van 2019 zijn de ontwikkelprincipes die de basis vormen voor de keuzes in de verstedelijkingsstrategie vastgesteld. Onder die ontwikkelprincipes is er een aantal die genoemde inzet op gelijke kansen voor alle inwoners van de MRA concretiseert.
Momenteel worden die vertaald in gezamenlijke verstedelijkingskeuzes, plannen en investeringen.
Gemeente Amsterdam
Datum 23-10-2020 Pagina 7 van 9
3. Aanpakken van systeembarrières Om een stap te kunnen zetten op het tegengaan van kansenongelijkheid is het van belang ook in te zetten op de structurele oorzaken die aan kansenongelijkheid ten grondslag liggen. Structurele oorzaken die voor systeem barrières zorgen. Dit zijn wetten of regels in beleid of uitvoering die met goede reden tot stand zijn gekomen, maar die onbedoeld kansenongelijkheid vergroten. Soms is dit beleid dat we als gemeente bepaald hebben en soms is dit beleid van de Rijksoverheid. G4 Propositie Kansenongelijkheid De G4 heeft een propositie van systeemaanpassingen voor het Rijk ontwikkeld (bijlage 2). Het betreft een integrale propositie om de structurele oorzaken van kansenongelijkheid tegen te gaan vanuit de perspectieven onderwijs, arbeidsmarkt, gezondheid en wonen. Op onderwijs pleiten we onder andere voor het voorkomen van achterstanden door een Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) voor alle kinderen, het verkleinen van verschillen in kwaliteit van onderwijs en het tegengaan van kwetsbare overgangen. Rond de arbeidsmarkt richt de propositie zich op het bestrijden van verschillen in toegang en (sociale) zekerheid, bijvoorbeeld voor flexwerkers. Qua gezondheid pleiten we voor een grotere inzet op preventieve zorg en betere coördinatie tussen en over (medische) hulpverleners.
Op het gebied van de woningmarkt zet de propositie in op systeemaanpassingen om de woningmarkt in het sociale- en middensegment toegankelijker en leefbaarder te maken en te houden. De propositie is tijdens de G4 conferentie op 19 juni door de G4 wethouders Sociaal Domein, met enkele uit te werken amendementen, onderstreept. Op 1 september is de propositie, samen met het rapport “G4 voorstel tegen kansenongelijkheid” (zie bijlage 3), gebaseerd op de Amsterdamse Verkenning Kansenongelijkheid, aan de minister-president aangeboden met als doel een structureel partnerschap tussen het Rijk en de G4 te starten, op het tegengaan van kansenongelijkheid. Daarnaast wordt de propositie onder andere met het SCP en CPB besproken om ook deze partijen kennis te laten nemen van de verschillende voorstellen uit de propositie in het licht van de voorbereidende stukken voor de volgende kabinetsformatie. Aanpak segregatie We willen segregatie tegengaan daar waar dit kansengelijkheid negatief beïnvloedt. We richten ons hierbij in het bijzonder op de eenzijdige samenstelling van buurten en scholen. Met de betrokken directies en wetenschappelijke experts hebben we een feitenbasis en een overzicht van handelingsperspectieven op het gebied van woon- en onderwijssegregatie opgesteld. Daarbij hebben we een impact- en haalbaarheidsinschatting gemaakt.
In het derde kwartaal stellen we een implementatievoorstel op om de initiatieven in te passen in de uitvoeringspraktijk van de gemeente via gebiedsuitwerkingen, stedelijk beleid of lobby. Daarin worden de aanbevelingen uit het rapport ‘De Gemengde Stad’ (juni 2020) van de Rekenkamer Metropool Amsterdam meegenomen. Gemeentelijke organisatie Uit de Verkenning Kansen(on)gelijkheid 2019 bleek dat de gemeente organisatie een barrière vormt voor kansengelijkheid. Het gaat daarbij om de toegankelijkheid en vindbaarheid van overheidsdiensten, de integraliteit van werken en de diversiteit van de gemeentelijke organisatie.
Gemeente Amsterdam
Datum 23-10-2020 Pagina 8 van 9
Met onder andere de doorontwikkeling Sociaal Domein richten we ons op het vergroten van de toegankelijkheid en vindbaarheid van overheidsdiensten en verhogen van de integraliteit van werken. Daarnaast is met de bestuursopdracht Inclusie en Diversiteit 2020-2023, die het college van B en W op 24 juni heeft gepresenteerd, een belangrijke stap gezet. Amsterdam wil voor alle werknemers een veilige werkplek bieden, los van etniciteit, geaardheid, handicap, gender of leeftijd. Zodat de diversiteit in onze stad ook terug te zien is in onze gemeentelijke organisatie. Ook moeten álle huidige en nieuwe medewerkers van de organisatie zich veilig, gewaardeerd en gestimuleerd voelen.
4. Kenniscentrum Op 17 juni jl. sprak de gemeenteraad over het door het college van B en W uitgewerkte voorstel uit het coalitieakkoord tot de oprichting van het Kenniscentrum Ongelijkheid. Doel van het Kenniscentrum is het beschrijven, begrijpen en aanpakken van ongelijkheid in verschillende levensdomeinen en levensfasen. Het Kenniscentrum richt zich tot eind 2022 op onderzoeksvragen op het gebied van gestapelde problematiek vanuit verschillende domeinen, zoals jeugd, onderwijs, huisvesting, gezondheid, zorg en arbeidsmarkt. In dialoog met gemeente, onderzoekers, maatschappelijke partners en bewoners wordt de komende periode de onderzoeksprogrammering uitgewerkt. In de eerste fase zal bijzondere aandacht zijn voor het onderzoeken en dempen van toegenomen ongelijkheid als gevolg van de coronacrisis. Op 1 oktober is de nieuwe directeur-bestuurder van het Kenniscentrum Louise Elffers gestart. De directeur verbindt de diverse partners vanuit verschillende maatschappelijke domeinen. De samenwerking in het Kenniscentrum wordt vormgegeven in een zelfstandige stichting, die dit najaar wordt opgericht.
5. Intensiveren Europese samenwerking Amsterdam intensiveert de samenwerking met Europese steden om kennis te delen en samen op te trekken in de strijd tegen kansenongelijkheid in stedelijke gebieden. Dit doen wij door het opzetten van een Europees netwerk van stedelijke directeuren in het sociaal domein die kennis uitwisselen over het tegengaan van kansenongelijkheid. In deze ‘Roundtable on rising inequalities and segregation’ werken directeuren Sociaal van veertien Europese steden samen, waaronder Barcelona, Wenen en Stockholm. Deze Roundtable is extra naast de bestaande samenwerking die Amsterdam heeft met andere steden, bijvoorbeeld via de activiteiten van EUROCITIES (Europees stedelijk netwerk dat kennisdeling faciliteert en steden in de EU vertegenwoordigt) . Een volgende stap is het benutten van de samenwerking van deze steden om de krachten te gaan bundelen met de Europese Unie. We willen stedelijke problematiek op EU-niveau agenderen zodat er vanuit Europa meer aandacht komt voor de toenemende ongelijkheid in steden.
Ten slotte Om een rechtvaardige stad te blijven, is het essentieel langdurig in te blijven zetten op gelijke kansen. Het mag niet zo zijn dat de crisis de tweedeling in de maatschappij nog verder vergroot. Amsterdammers moeten hun hoop voor de toekomst kunnen behouden. We moeten er daarom alles aan doen om onze inzet zo in te richten dat de kwetsbare Amsterdammers niet dubbel geraakt worden door de crisis. Onze focus op het tegengaan van kansenongelijkheid is
Gemeente Amsterdam
Datum 23-10-2020 Pagina 9 van 9
onverminderd groot. De komende periode gaan we nog gerichter onze middelen inzetten waar dit het meest nodig is en verhogen we de kwaliteit van ons aanbod, onder andere met behulp van het Kenniscentrum Ongelijkheid. Hierbij staat de samenwerking met Amsterdammers, maatschappelijke partners en het Rijk centraal. Dit alles met als doel in de praktijk het verschil te maken voor de Amsterdammers die het nodig hebben.
In het voorjaar van 2021 informeren wij u opnieuw over de voortgang van onze inspanningen. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,
Marjolein Moorman Wethouder Onderwijs, Armoede en Inburgering
Rutger Groot Wassink Wethouder Sociale Zaken, Diversiteit en Democratisering
Simone Kukenheim Wethouder Zorg, Jeugd(zorg), Beroepsonderwijs en Sport
Laurens Ivens Wethouder Wonen, Bouwen, Openbare Ruimte, Groen, Reiniging en Dierenwelzijn