CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 25 Economische Zaken (24) 2. Rapport Marktwaarde Ombudsman Amsterdam

RAAD 7 juni 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van het rapport Marktwaarde van de Ombudsman van 6 maart 2023 en de bestuurlijke reactie hierop en kennisnemen van de correspondentie met bureau Droogh Trommelen en Partners (DTNP)VN2023-01352925.789 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Dit betekent dat op deze markten dus formeel ook geen actuele ontwikkelingen afgezet kunnen worden t.o.v. de oorspronkelijk

12 De Ombudsman heeft geen onderzoek gedaan naar de besteding van de bij de Voorjaarsnota 2017 incidenteel beschikbaar gestelde €1,3 miljoen voor herindelingen. 23

gedachte inrichting en, indien dit ook in het besluit staat opgenomen, t.o.v. de oorspronkelijke koopwaar. Deze stand van zaken roept logischerwijs meteen de vraag op hoe de gemeente de kwalitatieve en kwantitatieve conditie van deze markten zonder een inrichtingsbesluit volgt. Vervolgens roept het ook de vraag op, op welke wijze de bezetting op deze markten wordt bepaald als formeel (via een inrichtingsbesluit) niet is vastgesteld hoeveel enkelvoudige marktplaatsen beschikbaar zijn. De onvermijdelijke conclusie op basis van deze gegevens is, dat de administratieve organisatie van SW/Markten in het streefjaar 2020 na de inhaalslag niet op orde was, maar ook in 2023 nog niet op orde is. De inhaalslag die na 2016 zou zijn ingezet heeft in 2023 het Marktbureau en haar opvolger SW/Markten niet op het vereiste kwalitatieve niveau gebracht. Jarenlang voldoet de gemeente niet aan de behoorlijkheidsnorm van een 'goede organisatie'. Het meer dan tien jaar achterwege laten van herindelingen heeft vele nadelen voor een markt: voor de bezetting, voor het aanbod op de markt, voor de bedrijfsvoering van de marktondernemers, voor de werkrelatie tussen de gemeente en ondernemers, voor de binding van de ondernemers aan een markt, voor de risicobeheersing qua fraude op de markt en voor het financiele beheer bij de gemeente en bij marktondernemers.

Deze stand van zaken is ook slecht voor de gemeente, als beheerder van de markt, die meent ongewenste ontwikkelingen op markten met actief beleid en maatregelen te kunnen keren Verordening op de straathandel 2008 en de Marktverordening 2016 De Verordening op de straathandel 2008, die geldt tot 19 februari 2016, bepaalt dat ten minste eon keer in de drie jaar een herindeling voor een markt moet worden georganiseerd. Voor Amsterdam, met bijna 30 markten, betekent dit dat op basis van de verordening 2008 er een verplichting was tot 2016 om gemiddeld jaarlijks tien herindelingen te realiseren. De gemeente heeft wat dat betreft - met negen herindelingen in zeven jaar - zich niet aan de eigen verordening gehouden, zo is in de vorige paragraaf aangetoond. Met name oudere marktondernemers geven aan zich te herinneren dat in de periode jaren '50-'60 tot rond 2010 op de Amsterdamse markten elke drie jaar een herindeling plaatsvond. Amsterdam had wat dat betreft dus een indelingssysteem wat naar tevredenheid functioneerde en haar waarde bewees voor de markten en de ondernemers. Door de marktondernemers worden herindelingen op basis van ancienniteit ook ervaren als het meest eerlijke systeem (i.v.m. loyaliteit aan de markt) en het beste systeem voor de markt als geheel (samen vormen de ondernemers het eigen karakter van de markt).

Dat in de Verordening 2008 de driejaarlijkse verplichting staat om een herindeling per markt te organiseren, is wat de marktondernemers betreft volstrekt logisch en vanzelfsprekend. In 2016 wordt de Verordening op de straathandel 2008 inhoudelijk gesplitst in enerzijds een Marktverordening en anderzijds de verordening op de staan- en ligplaatsen en venten. Deze splitsing wordt nodig geacht omdat dit verschillende typen ambulante handel zijn. De gemeenteraad wordt bij deze wijziging van de verordening in 2016 o.a. voorgesteld "meer ruimte voor innovatie en maatwerk per markt, door de mogelijkheid op te nemen 24

voor het actiever gebruikmaken van de mogelijkheid tot herindeling." 13 De driejaarlijkse verplichting tot het organiseren van een herindeling komt met dit voorstel te vervallen. Dit wordt beargumenteerd op basis van het beleidsmatige uitgangspunt: Meer ruimte voor innovatie en maatwerk per markt. Voorgesteld wordt als wijziging: "Minimaal elke drie jaar wordt beoordeeld.of een herindeling nodig is. Door actief gebruik te maken van de hierboven genoemde mogelijkheden om maatwerk te bieden, kan de herindeling bij uitstek een instrument worden om de markt te versterken en te moderniseren." De concept Marktverordening en de bijhorende toelichting zijn op 23 juni 2015 door het college vrijgegeven voor inspraak en advies. In totaal zijn 33 schriftelijke zienswijzen ontvangen, zeven adviezen van de bestuurscommissies en 75 mensen hebben deelgenomen aan de formele inspraak-bijeenkomsten. "De ontvangen zienswijzen zijn zeer uiteenlopend en afkomstig van de vertegenwoordigers van de grote dag-markten, sollicitanten, vast marktondernemers en organisatoren van uitgezonderde markten" vermeldt de raadsvoordracht over de betrokkenheid vanuit de marktondernemers. De belangrijkste aanpassingen ten gevolge van inspraak en advies zijn het opnemen van de bepaling dat driejaarlijks wordt beoordeeld of een herindeling wenselijk is.

De volgende toelichting wordt hierbij gegeven: "In de concept Marktverordening is geen minimale termijn voor de herindeling opgenomen, omdat het niet voor alle markten noodzakelijk is om elke drie jaar een periodieke herindeling te doen. Veel insprekers hebben gevraagd om minimaal een keer per drie jaar een herindeling te houden, omdat het organiseren van een herindeling een goede manier zou zijn om de vinger aan de pols te houden op de markt. In de Marktverordening is nu opgenomen dat minimaal om de drie jaar beoordeeld wordt of een herindeling noodzakelijk is. Als dit noodzakelijk is, zal binnen een jaar een herindeling plaatsvinden. De beoordeling over de noodzaak van een herThdeling vindt plaats door het college na overleg met de marktcommissie." Bevindingen Ombudsman Vervallen verplichting driejaarlijkse herindeling Veel marktondernemers geven tijdens de inspraakprocedure bij de Marktverordening 2016 duidelijk blijk van hun ongenoegen over de voorgestelde vervallen verplichting tot een driejaarlijkse herindeling. "Door veel insprekers wordt de herindeling als een goede manier gezien om voeling met de markt te houden en in te springen op nieuwe ontwikkelingen," vermeldt de Nota van beantwoording Marktverordening. 14 Het college stelt in haar reactie: "Het is niet mogelijk om ondernemers te laten besluiten,. de besluitvorming vindt per definitie door het college plaats.

Bij de driejaarlijkse beoordeling kan het college advies vragen aan de marktcommissie. Op deze wijze worden de ondernemers betrokken bij de besluitvorming Aan de verordening wordt geen regel toegevoegd dat ondernemers korting op het marktgeld krijgen als niet tijdig een herindeling plaatsvindt Het signaal dat met deze inspraakreactie is gegeven is duidelijk kom afspraken na. Het college zal er alles aandoen dat artikel 3.7, tweede lid wordt uitgevoerd." Voordracht voor de raadsvergadering van 20 januari 2016: Intrekken Verordening op de straathandel 2008 en vaststellen Marktverordening en Verordening op de staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten. 14 Nota van beantwoording Marktverordening december 2015 25

De Ombudsman stelt vast dat de marktondernemers actief geprobeerd hebben om de driejaarlijkse herindeling voort te zetten, maar dat het college vasthoudt aan slechts een driejaarlijkse beoordeling. Een beoordeling, zonder helderheid te verschaffen welke criteria hierbij gelden. Het zou hier in beginsel om een bestuurlijk besluit gaan "na overleg met de marktcommissie".

Geen driejaarlijkse beoordelingen en geen maatwerk De in de verordening opgenomen driejaarlijkse beoordeling heeft er in de praktijk toe geleid dat sinds 2017 (dus in de achterliggende zeven jaar) slechts negen herindelingen hebben plaatsgehad. Dit is een zeer magere invulling van eerdergenoemde Raadsvoordracht van 20 januari 2016: "meer ruimte voor innovatie en maatwerk per markt, door de mogelijkheid op te nemen voor het actiever gebruikmaken van de mogelijkheid tot herindeling." De score van negen herindelingen in zeven jaar kan de Ombudsman kwantitatief gezien niet duiden als "actief gebruik maken van de mogelijkheid tot herindeling". En kwalitatief gezien is er geen "maatwerk" geleverd, gezien de vele klachten van marktondernemers op tal van markten over het uitblijven van herindelingen sinds 2017 en eerder. Dit zijn duidelijke signalen dat er niet naar de marktondernemers is geluisterd. Zowel schriftelijk als mondeling heeft de Ombudsman aan SW/Markten en EZC/Ondernemers-klimaat de vraag gesteld wanneer er een herindeling plaatsvindt en welke criteria er worden gebruikt om te bepalen of een herindeling noodzakelijk is.

In een gezamenlijke bespreking op 29 september 2022 in het kader van hoor en wederhoor geeft EZ-Ondernemersklimaat aan dat het hierbij om "betrekkelijk jong beleid" gaat en men nog aan het uitzoeken is hoe beleid en uitvoering, en de rol van college en dagelijks besturen goed vorm kan worden gegeven. Wat betreft criteria voor een herindeling wordt vanuit SW/Markten aangegeven dat relevante factoren in samenspel met marktondernemers en Dagelijks Besturen worden bepaald: er wordt gekeken naar aantallen sollicitanten, de bezettingsgraad en brancheplekken. Op de vraag van de ombudsman naar achterliggende notities over relevante criteria en bestuurlijke besluiten naar aanleiding van deze beoordelingen is geen reactie gekomen. Notities, noch besluiten blijken aanwezig, waaruit blijkt dat deze beoordelingen niet hebben plaatsgehad. De Ombudsman stelt vast dat zeven jaar na vaststelling van de Verordening 2016 niet meer sprake is van "betrekkelijk jong beleid" en beoordeelt de reactie van EZC/Ondernemersklimaat als niet houdbaar. Daarnaast geldt dat maatwerk zonder enig kader niet bestaat. Verzuimd is op basis van de Verordening generieke criteria te ontwikkelen op grond waarvan beoordeeld wordt of een herindeling nodig is.

Het had voor de hand gelegen om de meer dan 50 jaar geldende vuistregel dat bij een bezettingsgraad van minder dan 80% gedurende meerdere jaren een herindeling nodig is, een van de criteria te laten zijn bij de driejaarlijkse beoordeling of een herindeling nodig is. Conc/usie De gemeente heeft door slechts een beperkt aantal herindelingen te organiseren, door geen werk te maken van een driejaarlijkse beoordeling of een herindeling nodig is, en door 26

het negeren van oproepen van marktondernemers vanuit diverse markten een herindeling te organiseren, zelf actief bijgedragen aan het verslechteren van de conditie van de Amsterdamse markten. Hiermee hebben de stadsdeelbesturen en het gemeentebestuur in strijd met de eigen marktverordeningen 2008 en 2016 gehandeld. De werkrelatie met en het vertrouwen van de marktondernemers is hierdoor geschaad. De ombudsman stelt vast dat EZC/Ondernemersklimaat, noch het voormalige Marktbureau (onder bestuur van stadsdeel Centrum), noch de afdeling Markten (sinds 2020 onder de directie Stadswerken) uitvoering hebben gegeven aan de Marktverordening 2016 inzake het elke drie jaar beoordelen en organiseren van herindelingen. Door geen herindelingen te organiseren hebben de stadsdeelbesturen, het gemeentebestuur en de gemeentelijke organisatie getoond geen besef te hebben van het belang van herindelingen en geen kennis te hebben hoe het werkt op de Amsterdamse markten. De bestuurlijke opdracht en toezeggingen inzake herindelingen (zoals deze in de Marktverordening 2016 staat verwoord en wordt toegelicht in de Nota van beantwoording) zijn genegeerd, ook de oproepen en klachten van de marktondernemers in de achterliggende zeven jaren zijn genegeerd.

De toezegging van het college in de Nota van beantwoording: 'Het college zal er alles aandoen dat artikel 3.7, tweede lid wordt uitgevoerd'is in de jaren daarna een lege hull gebleken. Het college voldoet niet aan de behoorlijkheidsnorm van betrouwbare overheid. De marktondernemer die in augustus 2020 Van de Westerstraatmarkt is verwijderd heeft gelijk. De Westerstraatmarkt is volgens opgave van SW/Markten voor het laatst in 2010 heringedeeld. Indien de gemeente conform de eigen Verordening 2008 had gehandeld, had deze ondernemer kunnen uitbreiden conform zijn wens. Door het nalaten van herindelingen was deze ondernemer in 2020 gedwongen deel te nemen aan de lotingen om 9.00 uur. Het niet organiseren van herindelingen door de gemeente heeft de marktondernemers omzet gekost. 15 De beoogde kwalitatieve inhaalslag na 2017 bij het Marktbureau en opvolger SW/Markten is niet gerealiseerd. In 2023 beschikken o.a.11 Amsterdamse markten nog steeds niet over een inrichtingsbesluit. Ook op andere fronten vertoont de administratieve organisatie ernstige tekortkomingen. In de volgende hoofdstukken meer hierover.

15 Enkele marktondernemers hebben eind 2022 een schadeclaim naar het college gestuurd in

verband met het nalaten van herindelingen. De claims gaan uit van een schade van € 5.400 op jaarbasis. Een enkele ondernemer heeft bericht gehad van SW/Markten dat de claim is doorgestuurd naar Verzekeringsbedrijf Gemeente Amsterdam. Het merendeel van de ondernemers heeft aangegeven geen reactie te hebben gehad. 27

7

Marktvisie 2018-2026; visie of analyse of ...

'De algemene uitstraling van de markt is s/echt. De meeste ondernemers hebben weinig aandacht voor presenta tie en op veel plekken vindt verkoop vanaf de grand p/aats. Ook ligt er erg veel rommel op het plein. Hierdoor krijgt de markt een armoedige indruk.'m

Centrale regie vanuit directie Economische Zaken De porfolio-benadering Vanuit het standpunt dat lokale markten de Amsterdamse markt in zijn geheel versterken en de Amsterdamse markt meer is dan de optelsom van de losse delen, krijgt de directie Economie met ingang van 2017 een centrale regierol voor alle markten in de stad. Daar waar tot 2016 sprake was van een terughoudende gemeente op het gebied van de Amsterdamse markten, gaat er een andere wind waaien: van beleidsarm naar ambitieus. Onder regie van Economische Zaken komt er met ingang van 2017 beleidsontwikkeling op basis van een portfolio. Onder portfolio wordt verstaan:

De blauwdruk van de gewenste Amsterdamse markten op basis van een helder gedefinieerd DNA per markt, betekenis voor o'oelgroepen, betekenis voor het gebied, inzicht in verdienkracht, verbinding met Retail. Lokale markten, als onderdeel van een geheel, gedefinieerc/ in termen van geografische spreiding, samenspel van de markt versus de winkelgebieden en ambities met betrekking tot gebruik van de openbare ruimte, zoals spreiding van toeristische stromen.'17 Binnen deze portfolio worden de Amsterdamse markten als volgt gepositioneerd:

Lokale markten, als onderdeel van een geheel, geo'efinieerd In termen van geografische spreiding, samenspel van de markt versus de wirykelgebieden en ambities met betrekking tot gebruik van de openbare ruimte, zoals spreiding van toeristische stromen. De stad groeit en er is meer behoefte aan voorzieningen. Markten kunnen hierin voorzien: Het is een ontmoetThgsplek in de openbare ruimte. De belevenis van de markt is een altematief voor internetaankopen en grootschalige (supermarkt)ketens. Diversiteit in aanbod op een markt is een aanvulling op het aanbod van supermarkten en grootschalige wThkelketens. lnrichting, die specifiek is afgestemd op het verzorgingsgebieo' waarin de markt zich bevindt, is een verrijking van de lokale omgeving.'

16 Analyse non-food themamarkten Gemeente Amsterdam, NDTP, 4 september 2019, pagina 24: over rommelmarkt Waterlooplein met grondplaatsen Notitie 'Doorontwikkeling voile en aantrekkelijke markten', Stadsdeel Centrum/Marktbureau, 6 februari 2017, pagina 17. Het begrip Retail wordt, hoewel in deze notitie met een hoofdletter geschreven niet toegelicht. Het gaat om een begrip afkomstig uit het Engels en betekent 'het leveren van goederen en diensten aan de eindgebruiker' of 'in het klein verkopen'. Dit kan door fysieke winkels zijn, maar gebeurt tegenwoordig ook veel online, via een webshop. 18 Notitie 'Doorontwikkeling voile en aantrekkelijke markten', Stadsdeel Centrum/Marktbureau, 6 februari 2017, pagina 17.

28

Op basis van het bovenstaande worden de Amsterdamse markten begin 2017 gedefinieerd als onderdeel van een geografisch geheel die de stad voorziet van bepaalde voorzieningen: een plek in de openbare ruimte, een alternatief voor internetaankopen, aanvullend op het aanbod van grootschalige ketens en een verrijking van de lokale omgeving. Opvallend aan deze definitie is, dat aan de Amsterdamse markten zelf geen of nauwelijks een eigen functie wordt toegedacht: gesproken wordt in termen van 'een alternatief voor' en 'een aanvulling op'. Blijkbaar voldoet deze definitie van 'de markt' toch niet helemaal want bovenstaande opsomming wordt direct aansluitend aangevuld met de zin: 'Markten dragen bij aan de versterking van de lokale economie, lokale werkgelegenheid, veiligheid, duurzaamheid en sociale cohesie. Daarnaast gaan zij verschraling van het dagelijkse (voedsel)aanbod tegen.' Het bovenstaande maakt nieuwsgierig welke definitie en invalshoek ongeveer negen maanden later in de Marktvisie 2018-2026 wordt gehanteerd.

Wordt het een beperkte omschrijving die de Amsterdamse markten ziet als onderdeel van een geografisch geheel, die de stad voorziet van bepaalde voorzieningen aanvullend op andere leveranciers? Of gaat men uit van een bredere omschrijving die ook oog heeft voor de Amsterdamse markten met sociale functies als sociale cohesie, ontmoetingsplaats, veiligheid, creatieve werkgelegenheid etc. De Marktvisie vermeldt in de Inleiding: 'Markten maken van oudsher onlosmakelijk onderdeel uit van Amsterdam en zijn van grote economische, sociale en culturele waarde voor de stad. Goed functionerende markten bieden ondernemers een inkomen en inwoners een rijk en gevarieerd aanbod van food en non-food producten ... De markten zorgen voor reuring en belevenis in de openbare ruimte en verhogen daarmee de aantrekkelijkheid van de stad'. 19 Deze schets wekt de indruk dat de Marktvisie uitgaat van een brede omschrijving en dus ook van een brede analyse van de Amsterdamse markten.

Dit blijkt toch niet het geval te zijn, want onder het kopje 1.2 Gemeentelijke ambitie staat: Aangezien markten een belangrijk onderdeel vormen van de stedelijke detailhandelsstructuur sluit deze Marktvisie nauw aan op de stedelijke detailhandelsvisie.' Vervolgens wordt bij 1.3 Totstandkoming Marktvisie vermeldt dat de aftrap voor deze Marktvisie voorjaar 2017 is gegeven tijdens een bijeenkomst over het onderwerp 'voile en aantrekkelijke markten'. Dit betekent dat de Marktvisie 2018-2026 uitgaat van de eerder beschreven beperkte definitie van markten; de sociale functies van markten komen niet aan de orde. Nota Detailhandelsbeleid en Marktvisie; een vergelijking Het is niet aan de ombudsman om het Amsterdamse detailhandelsbeleid te beoordelen. Daarnaast geldt dat de Amsterdamse detailhandel qua aantallen winkels en economische betekenis voor de stad verschilt van die van de Amsterdamse markten. Feit is wel dat het gemeentebestuur met de nota Detailhandelsbeleid en de Marktvisie zich presenteert aan de ondernemers in de stad en ook het beleid dat zij voor ogen heeft in deze nota's uiteenzet. Ook geldt dat de gemeente de Marktvisie nauw wil laten aansluiten bij de detailhandelsvisie.

19 Marktvisie 2018-2026, pagina 4

Deze stedelijke detailhandelsvisie is eind 2017 door de Gemeenteraad vastgesteld aan de hand van de beleidsnota: Detailhandelsbeleid 2018-2022; sterke winkelgebieden in een groeiende stad. 29

Gezien de samenhang en inhoudelijke verbinding tussen deze beleidsnota's zijn in het onderzoek van de ombudsman deze documenten met elkaar vergeleken. Het gaat hierbij om een globale analyse aan de hand van de inhoudsopgave, de opzet en presentatie.

De volgende zaken zijn ons opgevallen: De Detailhandelsnota telt 128 pagina's, waarvan de laatste twee pagina's (pagina 127128) de geraadpleegde bronnen vermelden: 60 externe bronnen in totaal. De Marktvisie telt 35 pagina's en kent geen lijst met geraadpleegde bronnen. De Detailhandelsnota heeft een begrippenlijst van 7 pagina's (pagina 120-126) met in totaal 59 begrippen die uitvoerig worden toegelicht. De Marktvisie bevat een pagina met begrippen (die op verzoek van de Vereniging Waterloo anno 1885 is toegevoegd). De pagina bevat 13 begrippen, waarvan er 5 specifiek betrekking op de markt. Opvallend is dat voor markten belangrijke begrippen als herindeling, weekmarkt en bezettingsgraad ontbreken. De begrippenlijst roept het beeld op dat deze 'op een late vrijdagmiddag uit de losse pots' in elkaar is gezet.21 De Detailhandelsnota telt 113 noten met een grote variatie aan bronnen waarnaar wordt verwezen. De Marktvisie telt 22 noten, waarvan er twee naar een externe bron buiten de gemeente verwijzen. De Detailhandelsnota heeft een bestuurlijk voorwoord van twee wethouders en een samenvatting van 10 pagina's. De Marktvisie heeft geen voorwoord en geen samenvatting. Het colofon vermeldt op de achterkant dat het document is samengesteld door Economische Zaken.

De Detailhandelsnota beschrijft kaders voor de detailhandel om initiatieven voor nieuwe winkels of uitbreiding te toetsen, beschrijft de veranderende vraag en veranderingen in het consumentengedrag. De ambities voor de stad die relevant zijn voor de detailhandel worden beschreven en de algemene beleidsregels komen aan bod, die gelden voor winkels in de hele stad. De Marktvisie vermeldt een beleidsvisie te zijn met als doel een basis te leggen voor een stedelijke aanpak 'die gericht is op het stimuleren van ondernemerschap en innovatie die ertoe bijdraagt dat Amsterdammers kunnen blijven beschikken over een compleet, gevarieerd en toekomstbestendig aanbod van markten'. 22 De Detailhandelsnota kijkt terug op eerder vastgesteld beleid (nota: Amsterdam Winkelstad: Een kwaliteit aan winkelgebieden 2011-2015) en beschrijft hoe het zit met gedane toezeggingen op basis van vorig beleid. De Marktvisie kijkt niet terug op eigen gemeentelijk handelen, niet op eerder beleid of eerdere toezeggingen inzake de Amsterdamse markten: de Marktverordening 2016 wordt niet genoemd en ook beleidstoezeggingen bij de vaststelling van deze verordening door de Gemeenteraad worden niet gememoreerd. 23 De gemeente presenteert zich via de Detailhandelsnota tegenover de winkeliers als kadersteller, goed gelnformeerd (breed georienteerd en degelijk onderbouwd), faciliterend.

In de zienswijze van de Vereniging Waterloo anno 1885 wordt een opsomming gegeven van enkele begrippen die men toegelicht wil zien. De Marktvisie voorziet hier niet in. 22 Marktvisie 2018-2026, pagina 5. 23 Zoals de toezegging van het college inzake het actief beoordelen of een herindeling nodig is en op dit punt maatwerk leveren. 30 21

De gemeente presenteert zich via de Marktvisie tegenover de marktondernemers als normerend, weinig informatief (beperkt georienteerd en zwak onderbouwd), belerend. De ombudsman stelt op basis van het bovenstaande vast dat objectief gezien er over de hele linie naast duidelijke stijlverschillen, tevens grote kwalitatieve en inhoudelijke verschillen zijn tussen de twee beleidsnota's. Grote verschillen tussen enerzijds hoe de gemeente zich in 2017 presenteert, opstelt en verantwoordt ten opzichte van winkeliers in de detailhandel en anderzijds hoe de gemeente zich in 2018 positioneert ten opzichte van marktondernemers op de Amsterdamse markten. Bondig geformuleerd zitten de verschillen in het feit dat de marktondernemers ten opzichte van de winkeliers op alle fronten genoegen moeten nemen met "een stuk minder". Een minder stijlvolle presentatie, minder bestuurlijke aandacht, minder inhoudelijke onderbouwing, minder informatief, een minder faciliterende gemeente etc. Analyse beantwoording zienswijzen Marktvisie 2018-2026 Het college van B&W geeft op 9 januari 2018 de concept Marktvisie vrij voor inspraak. Bewoners, (markt)ondernemers, marktcommissie en -organisaties sturen tezamen 54 zienswijzen in. Aan de afzonderlijke zienswijzen en de reactie van het college gaat een korte inleiding vooraf.

Wat direct opvalt onder het kopje 'Inspraak en samenvatting zienswijzen' is de slordige en summiere opsomming van de delen van de zienswijzen die geleid hebben tot aanpassing van de Marktvisie. Een inhoudelijke toelichting op de wijze van beantwoording ontbreekt. Met 'knippen en plakken' zijn 6 tekstdelen uit zienswijzen geselecteerd en onder elkaar gezet als voorbeelden die tot aanpassing van de Marktvisie hebben geleid ... Op deze wijze met inspraak omgaan getuigt niet van respect jegens de insprekers en/of indieners van zienswijzen. Het getuigt ook niet van respect jegens de gemeenteraad. De ombudsman bespeurt in de beantwoording vier invalshoeken: Het college neemt (deels) de zienswijze over en past aan de hand daarvan de Marktvisie aan; Het college stelt vast dat de zienswijze inhoudelijk niet de Marktvisie betreft, maar een onderwerp in de Marktverordening en zegt toe de zienswijze te betrekken bij de herziening van de Marktverordening; Het college stelt vast dat de zienswijze inhoudelijk niet de Marktvisie betreft maar een ander beleidsgebied en verwijst, waar mogelijk, daarnaar; Het college geeft een inhoudelijk reactie zonder dat dit leidt tot een aanpassing van de Marktvisie.

De Nota van beantwoording is door de Ombudsman inhoudelijk geanalyseerd met betrekking tot de zienswijzen die iets zeggen over: herindelingen en de kwantitatieve en/of kwalitatieve onderbouwing van de Marktvisie. Zienswijzen over herindelingen In zeven zienswijzen van marktondernemers, marktcommissies en - organisaties wordt het achterwege blijven van herindelingen aan de orde gesteld.24 Hoewel het hierbij gaat om een onderwerp dat onder de Marktverordening valt, bevat de reactie van het college bij geen enkele van deze zeven zienswijzen de toezegging om deze te betrekken bij de

24 Nota van Beantwoording, zienswijze 33, 38, 39, 41,46,48, 50 31

herziening van de Marktverordening. Dit is niet juist gezien de gevolgde beantwoordingssystematiek in de Nota van beantwoording. Het onderwerp herindeling wordt in de beantwoording stelselmatig genegeerd; er volgt geen enkele reactie van het college. Zienswijzen over kwantitatieve of kwalitatieve onderbouwingen In vier zienswijzen van marktondernemers, marktcommissies en - organisaties wordt getwijfeld aan de scores waarop de Marktvisie is gebaseerd als het om leegstand en bezettingsgraad gaat. Ook deze vier reacties worden door het college genegeerd. Deze zienswijzen krijgen geen antwoord, terwijI volgens de beantwoordingssystematiek een inhoudelijke reactie aan de orde is. Twee zienswijzen betwijfelen de onderzoeksresultaten van 1840 Research. De eerste vermeldt: 'Ik heb een aantal keren getuigen mogen zijn van hoe de onderzoekers to werk gingen op de markt Tussenmeer. Daar bestaat het bezoekersaantal uit grofweg 70% anders dan de Nederlano'se culturen en de overige 30% uit Nederlanders met een Nederlandse cultuur Veel van de andere culturen werden of niet aangesproken of begrepen de vraagstelling niet. Dus transparant kan ik de uitslag dan ook niet noemen'.' De reactie van het college luidt: U merkt op dat de Marktmonitor niet echt transparant is.

Uw opmerking doorgeven aan de onderzoekers van OIS en vragen of ze in 2019 bij het opstellen van de nieuwe marktmonitor daar rekening mee kunnen houden. Het college ontwijkt in deze reactie wat de indienster aan de orde stelt, namelijk dat zij heeft geregistreerd dat niet-Nederlandssprekenden niet geInterviewd worden. De ontwijkende beantwoording namens het college negeert de inhoud en is daardoor niet respectvol. De tweede zienswijze die vraagtekens zet bij de onderzoekaanpak van MO Research stelt vast dat aanvullend onderzoek in opdracht van de directie Economie plaatsvond in de periode januari- maart 2017; ongunstige maanden wat betreft marktbezoek. Daarnaast stelt de indiener dat in de Marktvisie de toeristen en het toerisme volledig ontbreken. De reactie van het college is dat in de eerstvolgende monitor de opmerking over de maand wordt meegenomen. De opmerking over het ontbreken van het bezoek door toeristen aan markten wordt genegeerd (zoals in alle zienswijzen die hier ook op wezen). Ook hier geldt dat een inhoudelijk antwoord volgens de beantwoordingssystematiek had moeten worden gegeven. Hano'haven Meerdere zienswijzen benadrukken dat de gemeente bepaalde marktregels strenger moet handhaven, zoals de sta-verplichting van drie dagen per week voor vaste plaatshouders op dag-markten.

In de Nota van beantwoording worden alle zienswijzen die vragen om meer handhaving door marktmeesters beantwoord met de toezegging dat deze opmerkingen betrokken worden bij de evaluatie van het handhavingsbeleid. Echter, het gaat in deze zienswijzen niet om handhaving door Toezicht, Handhaving en Openbare Ruimte, maar om de handhaving door marktmeesters.'

25 26

Nota van beantwoording, zienswijze 20, pagina 21. Zie bijvoorbeeld de reactie van het college op zienswijze 16 en 19 in de Nota van beantwoording. 32

Deze wijze van beantwoording roept de vraag op met welke kennis van zaken en mate van betrokkenheid de reacties namens het college zijn opgesteld. Raadsbehandeling Marktvisie 19 september 2018; een motie, antwoorden en toezeggingen De raadsvoordracht "Vaststellen met de Marktvisie Amsterdam 2018-2026 en instemmen met de uitwerking Marktvisie" bevat geen volledige samenvatting van de onderwerpen die naar aanleiding van de zienswijzen wel/niet geleid hebben tot aanpassing van de Marktvisie. Gemeenteraadsleden moeten, willen zij inzicht krijgen in hoe het college is omgegaan met de inhoud van inspraak en zienswijzen, de gehele Nota van beantwoording doornemen. Tijdens de raadsbehandeling brengen woordvoerders van vier partijen de volgende kwesties naar voren:

Socialistische Partij (SP) De SP stelt dat de verdere vercommercialisering van de markten in toeristische zin een uitwerking van de agenda vereist om instrumenten te ontwikkelen om toeristische kramen van specifieke markten te weren. En dient daartoe een motie in. De wethouder doet hierop de volgende toezegging: lk kan me heel goed voorstellen dat dat instrument gewenst is. We gaan heel goed kijken op welke manier we het kunnen toepassen, maar de manier waarop lk emaar kijk, is dat je met de markten op dezelfde manier moet omgaan als met de winkelstraten. Als je vindt dat er in een bepaalde buurt een overmaat aan toeristisch winkels is, dan moet je daarmee op dezelfde manier omgaan op de markten in age buurt.' Partij voor de Ouderen Deze partij heeft zorgen over de voorliggende Marktvisie. Centrale rol bij de uitvoering ligt bij het Marktbureau naar aanleiding van enkele voorbeelden stelt zij dat daar "administratief er dus nog het een en ander (moet) gebeuren". Een ander punt van zorg betreft de mogelijke aantasting van het karakter van de specifieke markten en de (verkeersonveilige) situatie bij de Van der Pekmarkt: Daar wordt al jarenlang aandacht voor gevraagd en er is nog steeds niets aan gedaan. Luisteren naar de mensen? Ho maar. Zelf heb ik menigmaal aan de bel getrokken.

Wanneer wordt er nu eindelijk eens maar de burgers en de marktmensen geluisterd?' Een eventuele avondopenstelling verontrust de Partij van de Ouderen nog meer: Ziet u het voor zich? De Albert Cuypmarkt tot 21.00 uur 's avonds open? En dan de straatreiniging tot een uur of 23.00 daar schoonmaken? Mijn vraag.. valt deze post onder de afvalstoffenheffing? Kan iemand daarover opheldering geven?' De wethouder antwoordt dat het Marktbureau sinds haar oprichting een moeilijke periode heeft doorgemaakt, maar dat zijn indruk is dat het nu langzaam de goede kant opgaat en dat een aantal processen, waaronder de facturering, steeds beter gaat. Omdat een van de centrale elementen van de Marktvisie is, dat er maatwerk moet worden toegepast, ziet de wethouder markt specifieke zaken als onderwerpen die typisch door de stadsdelen kunnen worden opgepakt.

Raadsnotulen Avondzitting op woensdag 19 september 2018, pagina 1

28 Raadsnotulen Avondzitting op woensdag 19 september 2018, pagina 2 29 Raadsnotulen Avondzitting op woensdag 19 september 2018, pagina 2 33

Zoiets als een avondopenstelling ja of nee, dat kun je niet vanaf de tekentafel does. Dat moet echt met die adviescommissies, de marktkooplui en de buurt. lk wil het even aan de stadsdeel bestuurders overlaten hoe ze de participatie precies willen inrichten, maar het is duidelijk dat we daaraan heel sterk hechten'.' PvdA De versteviging van de Amsterdamse markten is voor de PvdA niet alleen lets vanuit een economisch perspectief, want de markt is een ontmoetingsplaats. Het is een van de plekken -en daarvan zijn er eigenlijk niet eens zo veel- waar Amsterdammers elkaar tegenkomen. De markt speelt dus een rol voor de sociale cohesie in een buurt en wij juichen daarom toe dat deze vorm van buurteconomie wordt gesteund en dat de gemeente daarin een actieve rol gaat spelen 21 De wethouder antwoordt dat een van de oorzaken waardoor het met een aantal Amsterdamse Markten niet gaat het veranderde verkooppatroon van Amsterdammers is. Er zijn ook een paar andere, maar dit is een belangrijke. De markten zijn belangrijk voor Amsterdam. Dit is niet lets watje zomaar aan de markt moet overlaten. Ze hebben ook een bindende functie. Dat rechtvaardigt ook het felt dat de gemeente en de overheid zich hiermee bezighouden en deze Marktvisie neerleggen'.' D66 Tenslotte spreekt D66 o.a.

uit grote bewondering voor de marktondernemers te hebben die in weer en wind en voor dag en dauw hun spullen verkopen. De markt is volgens deze partij een ontmoetingsplaats. Levendig en met aantrekkingskracht voor de regio. De raadsleden hebben na beantwoording door de wethouder geen behoefte aan een tweede termijn, waarna de voorzitter eerst de motie van de SP in stemming brengt. De motie verzoekt het college: In de uitwerking van de agendamarkten instrumenten te ontwikkelen om, indien gewenst, toeristische kramen van specifieke markten te weren.33 De motie wordt met algemene stemmen aangenomen. Vervolgens wordt de raadsvoordracht (Gemeenteblad afd.lnr. 701) aangenomen met de stem van de Partij van de Ouderen tegen. De raadsbehandeling toont dat vanuit meerdere partijen de sociale functies van markten worden benadrukt, maar ondernemen niets om deze functies een plaats in de Marktvisie te geven. Zo bezien stemt de gemeenteraad in met de beperkte definitie van de Amsterdamse markten en dus ook met de beleidsmaatregelen die hieruit voortvloeien. Een ander inhoudelijk punt dat opvalt is de toezegging van de wethouder dat de markten wat betreft toeristisch aanbod hetzelfde dienen te worden behandeld als de winkelstraten. Wij stellen vast dat deze gelijke behandeling niet geldt voor de markt op het Waterlooplein.

In de brief van de ombudsman d.d.11 mei 2022 aan de gemeenteraad, wordt al gemeld met betrekking tot de verkoop van op toeristen gerichte waar op het Waterlooplein "dat het bestuur van stadsdeel Centrum, met ambtelijke ondersteuning vanuit Economische Zaken Raadsnotulen Avondzitting op woensdag 19 september 2018, pagina 4. Raadsnotulen Avondzitting op woensdag 19 september 2018, pagina 2. 32 Raadsnotulen Avondzitting op woensdag 19 september 2018, pagina 4. 33 Motie van het lid N.T. Bakker inzake toeristenkramen op markten (Gemeenteblad afd. 1 nr. 770) 30 31

34

(EZ) en het Marktbureau, afwijkt van de beleidskaders en uitvoeringsrichtlijnen zoals de wethouder Economische Zaken deze heeft geschetst aan de gemeenteraad op 1 juli 2019" 34

De ombudsman stelt wederom vast dat het bestuur van stadsdeel Centrum bovenstaande toezegging van de wethouder aan de Gemeenteraad negeert. Marktondernemers op het Waterlooplein die toeristische waar verkopen worden wel degelijk en nog steeds anders behandeld dan de winkeliers in Amsterdam die zich ook op toeristen richten. Zo verloopt het terugdringen van toeristische winkels via bestuurlijke wijzigingen van het bestemmingsplan. In de praktijk betekent dit zeer een geleidelijke "sterfhuisconstructie". De verkoopwaren van marktondernemers zijn zonder heldere criteria recent geschouwd en het stadsdeelbestuur van Centrum heeft reeds besloten dat een overgangstermijn van vier jaar van toepassing is. Een termijn die enkel en alleen is gebaseerd op een -niet onderbouwde terugverdientermijn- voor gedane investeringen door marktondernemers. Een zorgvuldige belangenafweging heeft niet plaatsgehad: geen rekening is gehouden met bijvoorbeeld de leeftijd van de marktondernemers en hun toekomstperspectief. Kortom, dit roept vragen op. Marktvisie 2018-2026; bevindingen Ombudsman Vergelijking nota Detailhandelsbeleid en Marktvisie In vergelijking met de Detailhandelsnota valt op dat de Marktvisie geschreven is op vooral eigen, ambtelijke denkkracht en inzichten: slechts een enkele externe bron is geraadpleegd.

De verzamelde cijfers en gegevens over marktbezoek, waardering productaanbod, bezettingsgraad etc. zijn indrukwekkend qua hoeveelheid. Echter, deze zijn niet in een bredere context geplaatst, er ontbreekt een analyse en de informatievoorziening over de totstandkoming van de scores is onvoldoende en op onderdelen onnavolgbaar. De verzamelde gegevens en inhoudelijke onderbouwingen leveren geen vertrouwenwekkende informatie voor beleidsontwikkeling op. Vergelijkingen met markten in andere steden en landelijke trends ontbreken. Zonder deze bredere context zijn de gepresenteerde cijfers niet (goed) te duiden. Is hier sprake van een Amsterdams fenomeen of maakt Amsterdam deel uit van een breder, landelijk verschijnsel? En wat is in het geschetste cijferbeeld van tijdelijk aard, door de conjunctuur bepaald en wat zijn structurele patronen? 35 Welke veerkracht en creativiteit zit er in de

34 De ombudsman constateert in deze brief dat Stadsdeel Centrum "achterstevoren" werkt: "de

uitvoering is gestart, terwijl de beleidsmatige kaders en vereiste uitvoeringsdocumenten nog ontbreken. Concreet betekent dit dat marktondernemers op het Waterlooplein nu mentaal en fysiek worden geconfronteerd met - door hen ervaren kwetsende, onduidelijke, onzeker makende uitvoeringswerkzaamheden, waarvoor de vereiste beleidsmatige basis en bijhorende nadere regelgeving ontbreekt. lk stel dan ook vast dat het bestuur van stadsdeel Centrum, met ambtelijke ondersteuning vanuit Economische Zaken (EZ) en het Marktbureau, afwijkt van de beleidskaders en uitvoeringsrichtlijnen zoals de wethouder Economische Zaken deze heeft geschetst aan de gemeenteraad op 1 juli 2019. Dit betekent niet alleen dat qua houdingjegens marktondernemers, maar ook qua inhoud (inhoudelijke en procesmatige voorbereiding), de huidige gemeentelijke organisatie, zowel ambtelijk als bestuurlijk, ernstig tekortschiet." De Marktvisie is opgesteld in 2017 en vastgesteld in 2018; dus voor corona. Dit betekent dat het cijferbeeld in de Marktvisie sowieso actualisatie behoeft. Door de crises doen vele markten het erg goed: vooral mensen met weinig geld weten de markt (weer) vaker te vinden. 35

ondernemersgeest van marktkooplieden zelf? Waar hebben zij behoefte aan? Wat is de rol van de gemeentelijke overheid? De Marktvisie bevat nauwelijks een analyse. Tegelijkertijd worden veel standpunten verwoord en stellige uitspraken gedaan. Deze uitspraken zijn niet onderbouwd. De Detailhandelsnota bevat geen kwalitatieve uitspaken over ondernemers. In de Marktvisie komen meerdere kwalitatieve, suggestieve uitspraken over marktondernemers voor, zoals: 'Een goede marktondernemer houdt rekening met de veranderende consument, speelt in op nieuwe technologieen, innoveert, verduurzaamt, denkt aan kostenbeheersing, doet aan marketing en branding. Kortom, hij optimaliseert voortdurend zijn marktbedrijf. De praktijk laat zien dat een deel van de marktondernemers hierin nog stappen kan en moet zetten.' De vraagt dringt zich op waar deze definitie van een 'goede marktondernemer' op is gebaseerd en hoe 'in de praktijk' is vastgesteld dat 'een deel van de marktondernemers hierin nog stappen kan en moet zetten'.

Gesteld wordt in de Marktvisie dat 'het gebrek aan productontwikkeling en innovatie bij marktondernemers versterkt wordt door het huidige systeem van marktrechten en ancienniteif en 'ook andere regels in het huidige marktstelsel beperken het innovatief karakter en de flexibiliteit van de markten'.' Ook deze zinnen bevatten standpunten zonder enige onderbouwing en er worden relaties gelegd tussen regels, stelsels en vermeende kenmerken van markten, zonder enige toelichting. De ombudsman stelt vast dat hier sprake is van neerbuigend taalgebruik. Opvallend is dat de Marktvisie nergens de rol van de gemeente bespreekt als marktbeheerder, kadersteller via de verordening, als vernieuwer en innovator door regievoerder over herindelingen en als gastheer op de markt voor marktondernemers en publiek. De titel "Marktvisie" roept de verwachting op dat ten minste de rol van de gemeente als marktbeheerder wordt belicht. Op pagina 30 staat weliswaar: 'Verbetering van het marktbeheer is inmiddels in gang gezet', maar hoe de gemeente haar eigen rol ziet (in combinatie met de positie van de stadsdelen in deze) ontbreekt. Op welke wijze het marktbeheer door de gemeente in de achterliggende jaren heeft bijgedragen aan de huidige situatie staat ook nergens benoemd.38 Elke vorm van reflectie ontbreekt en ook de impact van het nalaten van herindelingen wordt nergens onderkend.

In een van de gesprekken met EZ/Ondernemersklimaat is het gemis aan reflectie in de Marktvisie 2018-2026 op de eigen rol van de gemeente als beheerder van circa 30 markten uitvoerig besproken. Betrokken ambtenaren hebben aangegeven dat zij in 2017 wel een beleidsrol inzake de markten kregen, maar door de onbekendheid met het beleidsgebied 'erg aan het pionieren' waren. Zo was men bijvoorbeeld niet op de hoogte van het fenomeen en het grote belang van het regelmatig houden van herindelingen. Men voelde zich genoodzaakt omdat men een regierol had gekregen met betrekking tot de Marktvisie 2018-2026, pagina 15. Marktvisie 2018-2026, pagina 16. 38 Dit, in tegenstelling tot de Notitie Doorontwikkeling voile en gevarieerde markten' d.d. 23 januari 2017 waarin o.a. op pagina 7 wordt geconstateerd: "De afgelopen jaren is er onvoldoende aandacht geweest voor het overgrote deel van de markten." 36 37

36

Amsterdamse markten snel met een beleidskader te komen, zoals dat ook voor de detailhandel bestond. Veel kennis was er niet, bij de gemeente zelf niet, maar ook daar buiten niet. Het lopende onderzoek van de Ombudsman wordt door hen dan ook als leerzaam ervaren. Uit oogpunt van behoorlijk bestuur is een goede voorbereiding (alle informatie verzamelen om een weloverwogen beslissing te nemen), goede organisatie (secuur werken en fouten vermijden) en professionaliteit (beschikken over deskundigheid) van groot belang. De gemeente had eerst moeten investeren op dit punt, of anders vanaf het begin in 2017 hierover open moeten zijn. Meerdere behoorlijkheidsnormen zijn hier met voeten getreden. Nota van beantwoording; bevindingen Ombudsman De ombudsman stelt vast dat de klacht van (markt)ondernemers, marktcommissies en organisaties, dat hun inbreng door de gemeente wordt genegeerd, wat betreft de beantwoording op hun zienswijzen op de Marktvisie, gegrond is. Het is niet verwonderlijk dat insprekers en indieners van zienswijzen zich niet gezien en niet gehoord voelen in deze bestuurlijke documenten. In de nota ontbreekt een samenvattend overzicht met onderwerpen die betrokken gaan worden bij de eerstvolgende herziening van de Marktverordening. Dit is cruciale informatie om gedane toezeggingen in de toekomst te kunnen volgen. Cruciaal voor burgers, maar ook voor gemeenteraadsleden.

De ingebrachte zienswijzen vanuit de markten worden in de Nota van beantwoording namens het college niet eenduidig behandeld. Daar waar volgens de systematiek een verwijzing naar een herziening van de Marktverordening aan de orde is of sprake moet zijn van een inhoudelijk reactie, wordt de inbreng in sommige gevallen helemaal genegeerd. Op het gebied van herindelingen doet dit in alle zeven gevallen zich voor. Ook komt het voor dat er onjuiste antwoorden worden gegeven en ook ontwijkende reacties komen voor. In een aantal zienswijzen van marktondernemers wordt gewezen op het feit dat de Marktvisie 2018-2026 geen visie-document is, omdat essentiele onderwerpen ontbreken. Zo wordt waarom de gemeente Amsterdam het als haar taak ziet om circa 30 markten te exploiteren nergens beschreven. Er bestaan immers in Amsterdam ook door particulieren geexploiteerde markten. Ook de verschillende rollen die de gemeente vervult op een gemeentelijke markt, die van toezichthouder en gastheer -voor publiek en ondernemersontbreekt in het document. De functies van 'de markt' in het leven van mensen, in hun leefomgeving, als bron van bestaan, en hoe de gemeentelijke overheid met deze functies omgaat, komen nergens in de Marktvisie aan de orde.

EZC-Ondernemersklimaat heeft in gesprek met de Ombudsman aangegeven dat de Marktvisie inderdaad geen visiedocument is, maar gelezen moet worden als een ruimtelijke en cijfermatige analyse over de Amsterdamse markten. De ruimtelijke analyse gaat, bondig geformuleerd, over de spreiding van de markten over de stad en de cijfermatige analyse gaat over de bezetting van de markten en hoe deze worden gewaardeerd. Zo bezien dient volgens EZC/Ondernemersklimaat deze ruimtelijke en cijfermatige invalshoek, wil er echt sprake zijn van een visie op de Amsterdamse markten, te worden aangevuld met een analyse van de sociale functies die de Amsterdamse markten hebben. Ook de rol en

37

toegevoegde waarde van de gemeentelijke overheid als beheerder van de Amsterdamse markten hoort in een visiedocument te staan. De ombudsman stelt vast dat ook de ruimtelijke analyse flinterdun is. Aan de hand van een kaartje is het niet moeilijk te constateren dat de spreiding van de markten over de stad ongelijk is. Indien men (bijvoorbeeld aan de hand van de instellingsbesluiten plus achterliggende stukken) had onderzocht in welk jaar en waarom daar in de stad een markt is ontstaan, had de ruimtelijke invalshoek meer inhoud gekregen. Een ongelijke spreiding van de markten over de stad hoeft nog niet te beteken dat deze spreiding onjuist is, en dus daarom moet worden bijgestuurd. Onderzoeksgegevens O/&S en MO-Research; bevindingen Ombudsman De Marktvisie steunt wat betreft mate van bezoek en waardering op gegevens van Onderzoek, Informatie en Statistiek (01S), zoals deze zijn gepubliceerd in 'Monitor markten Amsterdam 2017'. In deze Monitor zijn data van de Consumentenenquete (veldwerkperiode 2015-2016) ten behoeve van de monitor Staat van Detailhandel (2016) gebruikt. 39 In opdracht van de directie Economie is begin 2017 aanvullend onderzoek gedaan onder bezoekers en ondernemers op 15 markten en onder passanten in omliggende winkelgebieden.

Voor dit onderzoek zijn tussen januari 2017 en maart20/7per grote markt tussen de 75 en 100 bezoekers en passanten geinterviewd en tussen de 40 en 80 op kleinere markten. Omdat deze methodiek van veldwerk onder 15 markten vergelijkbaar is met de methode die I&O-research in 2015 en 2016 heeft toegepast (bij de bezoekers- en passanten onderzoeken op de Bos- en Lommermarkt, de markt op Tussen Meer (op dinsdag) en de markt op Plein '40-'45) acht OIS het mogelijk om de bevindingen van deze onderzoeken mee te nemen in de 'Monitor markten Amsterdam 2017'. De Ombudsman stelt vast dat: De scores in de Marktvisie over bezoek aan de Amsterdamse markten en waardering van de markten niet primair zijn gebaseerd op scores op en van de markten zelf, maar allereerst hun basis hebben in bestaande onderzoeksresultaten over de detailhandel uit 2017 en 2015; Deze scores over de detailhandel zijn vervolgens aangevuld met veldwerk onder 15 markten; dit is een aanvulling waarbij dus slechts 50% van de markten in de stad zijn betrokken; Dit veldwerk heeft plaatsgevonden in de maanden januari - maart 2017; dit zijn de koude wintermaanden wanneer de bezettingsgraad op de markten laag is, het aantal bezoekers aan de markten op zijn laagst is en dus de ideale periode voor marktondernemers voor het bezoeken van beurzen en het houden van vakantie; Niet alleen de bezoekers aan de markten zijn tijdens het

veldwerk gelnterviewd, maar ook passanten in omliggende winkelgebieden; Bezoekers aan markten die de Nederlandse taal niet machtig zijn, zouden volgens observaties door marktondernemers niet in de interviews zijn betrokken.

39

Monitor Markten Amsterdam 2017, pagina 4 en 5. 38

Deze aanpak doet sterk de vraag rijzen naar de representativiteit van de cijfermatige overzichten die in de Marktvisie staan opgenomen over bezoeken aan de markt en waardering van de markt. In de Marktvisie wordt zeer summier verantwoording afgelegd over de totstandkoming, de inhoudelijk bron, van de cijfermatige overzichten. Op deze wijze is de Marktvisie niet een zelfstandig leesbaar, transparant en navolgbaar document: de lezer moet eerst de 'Monitor markten Amsterdam 2017' doorgronden, om de - zwakke - kwantitatieve en kwalitatieve basis van de Marktvisie te constateren en te begrijpen. De informatieverstrekking en transparantie schieten ernstig tekort. Daarnaast dienen er grote vraagtekens gezet te worden bij de integriteit en representativiteit van de gepresenteerde scores in de Marktvisie over de waardering van de Amsterdamse markten en over het bezoek aan de markten. Het is onzorgvuldig en onbehoorlijk om beleid te baseren op zulk een zwakke, discutabele basis. Bezettingsgraad/leegstand markten; bevindingen Ombudsman Marktondernemers klagen gedurende meerdere jaren en bij verschillende gelegenheden over de wijze waarop de gemeente de leegstand van markten bepaalt. De werkwijze zou niet deugen. De Ombudsman staat hier nadrukkelijke bij stil, omdat de leegstand in de Marktvisie gezien wordt als een belangrijke graadmeter voor de conditie van de Amsterdamse markten.

EZ/Ondernemersklimaat heeft voor de overzichten in de Marktvisie gebruik gemaakt van de bezettingsgegevens zoals deze door het voormalige Marktbureau zijn verzameld en aangeleverd. Basis voor de bezetting/leegstand op markten vormen de scangegevens van de marktmeesters. Bedoeling is dat marktmeesters dagelijks minimaal eon keer langs de vaste plaatshouders gaan en hun pas scannen. Deze gegevens worden opgeslagen in het systeem Makkelijke Markt; de administratie is gemachtigd deze scores te vertalen naar bezettingsgegevens. Sollicitanten worden op de ene markt wet en op de andere niet gescand, zo blijkt uit de gesprekken. Hun aanwezigheid op de markt wordt op een andere wijze bepaald. Zij betalen dagelijks via het pinapparaat van de marktmeester voor hun marktplek. De dagelijkse opbrengsten bepaten de bezetting op de markt door deze groep marktondernemers. Dit is in beginsel een sluitend systeem bij aanwezigheid van twee marktmeesters (door het meer ogen-principe).

Uit gesprekken met marktondernemers is gebleken dat voor veel markten geldt dat de marktmeester niet de pas van de marktondernemer scant, maar: dat de marktmeester aan de hand van een aanwezigheidslijst, lopend langs de kramen op de markt, markeert welke vaste plaatshouders aanwezig zijn; de marktmeester verwerkt vervolgens deze gegevens in het systeem zonder dat deze invoer door iemand wordt gecontroleerd; dat de marktmeester 'op afstand', bijvoorbeeld in een café, aan de hand van een marktlijst of marktkaart bepaalt welke vaste plaatshouders aanwezig zijn en de gegevens van deze ondernemers eigenstandig invoert; dat op sommige markten de marktondernemers alleen hun (ancienniteit)nummer aan de marktmeester doorgeven, waarna de marktmeester de verdere invoer afhandelt.

39

Deze verschillende werkwijzen tonen aan dat met betrekking tot de vaste plaatshouders geen sprake is van een sluitend systeem wat hun aanwezigheid registreert. Veel markttondernemers hebben aangegeven om meerdere redenen grote moeite te hebben met deze werkwijzen. Allereerst geldt dat de marktbezetting op deze wijze niet betrouwbaar en niet sluitend kan worden bepaald. Daarnaast speelt dat vaste plaatshouders geen controlemiddel en geen bewijs hebben of de marktmeester hun aanwezigheid wel juist heeft geregistreerd. In verband met hun sta-verplichting op de markt is het echter in hun individuele belang dat aanwezigheid zorgvuldig en navolgbaar wordt geregistreerd. Aan "op afstand scannen" kleeft ook nog het risico dat de marktmeester geen zicht heeft op eventuele vervangers (en dus ook niet of de vervangersregeling wordt nageleefd), en ook geen zicht heeft op de handel die door de vervanger wordt verkocht. Is het verkoopwaar van de oorspronkelijke marktondernemer, is het eigen waar, of verkoopwaar waarvan de herkomst niet duidelijk is? In gesprek met SW/Markten heeft de administratie aangegeven dat men na kan gaan of een marktmeester daadwerkelijk zelf de passen van marktondernemers scant of dat scannen "op afstand" door de marktmeester is gebeurd (middels het scannen van de barcodes van marktondernemers waar marktmeesters toegang toe hebben).

Een controle op hoe er wordt gescand is niet in het 'ao/ic-programma'4O van SW/Markten opgenomen. Het voormalige Marktbureau heeft bij de aanlevering aan EZC/Ondernemersklimaat van leegstand/bezettingsgegevens geen toelichting gegeven over de wijze van totstandkoming van deze gegevens. EZ/Ondernemersklimaat heeft op haar beurt aan het voormalige Marktbureau geen vragen over de totstandkoming van deze gegevens gesteld. Vragen stellen aan het voormalige Marktbureau naar de totstandkoming van de gegevens zou volgens EZ/Ondernemersklimaat ook niet passen in de huidige organisatiecultuur van de gemeente, waarin men uit moet gaan van vertrouwen en niet van controle. De ombudsman beoordeelt deze reactie van EZC/Ondernemersklimaat als niet adequaat. Navraag doen naar de totstandkoming van gegevens iets anders is dan het controleren van de gegevens. Vooral daar waar sprake is van het gebruik van unieke brongegevens dient de gebruiker zich ervan te vergewissen dat de totstandkoming van de te gebruiken gegevens deugdelijk is verlopen. Marktmeesters, marktbeheerders en medewerkers van EZC/Ondernemersklimaat hebben in gesprek met de ombudsman geschokt gereageerd bij het horen van de grote mate aan variatie, het gebrek aan controle en het grote risico van onjuistheden bij deze vormen van 'het scannen' door marktmeesters van de vaste plaatshouders.

Dit betekent dat aan de hardheid van de scores aangaande bezetting/leegstand van markten in de Marktvisie grote onzekerheden kleven. De verschillende manieren van aanwezigheidsregistratie verklaren wellicht waarom ondernemers regelmatig klagen over het feit dat zij onterecht waarschuwingsbrieven krijgen van SW/Markten dat zij niet zouden voldoen aan hun sta-verplichting op de markt. De conclusie is gerechtvaardigd dat er onzekerheid is over de juistheid van de gegevens in de Marktvisie inzake leegstand/bezetting van de Amsterdamse markten. De destijds door het Marktbureau aangeleverde gegevens inzake aanwezigheidsregistratie door

40 Gemeentelijke organisaties dienen over een 'administratieve organisatie en interne

controleprogramma' te beschikken op basis waarvan zij planmatig hun organisatie en administratie checken op correct volgen van procedures en integer handelen. 40

marktmeesters vindt niet plaats in een sluitend systeem, en elke vorm van controle ontbreekt. Dit gegeven, in combinatie met het felt dat van 11 markten inrichtingsbesluiten ontbreken, waardoor het onbekend is hoe het aantal marktplekken op deze markten is bepaald, maakt dat de gegevens en uitspraken in de Marktvisie over leegstand, nog onzekerder worden. De klachten van de marktondernemers (o.a. in de zienswijzen) dat de gegevens over leegstand en bezettingsgraden, waaronder die in de Marktvisie, veel minder hard zijn dan wordt voorgesteld, zijn gegrond. Transparantie over de totstandkoming ontbreekt, scangegevens zijn onzeker en van 1/3 van de markten ontbreekt een inrichtingsbesluit (dus is formeel het aantal marktplekken niet vastgesteld). Uitvoeringsprogramma Marktvisie; bevindingen Ombudsman Instemming door de gemeenteraad met de Marktvisie Amsterdam 2018-2026 op 19 september 2018 houdt ook in dat de raad akkoord gaat met het bijhorende Uitvoeringsprogramma. Dit programma behelst het opstellen van gebiedsgerichte uitwerkingen van de Marktvisie voor: Noord; Zuidoost; het oostelijk deel van Centrum, Oost en Zuid; het westelijk deel van Centrum, West en Nieuw-West en voor de non-food themamarkten die een functie hebben voor de hele stad.

In gesprek met de Ombudsman beklagen zowel ondernemers, als ook SW/Markten zich over de kwaliteit van de uitwerkingen door het, door Economische Zaken ingehuurde, externe bureau Droogh Trommelen en Partners (DTNP). Ondernemers klagen over het felt dat het bureau zich zou hebben gebaseerd op onjuiste en niet meer relevante metingen en inzichten (van ver voor corona). SW/Markten klaagt op haar beurt over het feit dat men met de gebiedsgerichte uitwerkingen niets kan: deze uitwerkingen zijn te abstract en hebben te weinig inhoudelijke onderbouwing. Vier jaar na vaststelling van de Marktvisie, en meerdere analyses en onderzoeken verder, zijn er wel veel klachten van ondernemers maar is er geen inhoudelijke basis voor het eventueel treffen van maatregelen voor een afzonderlijke markt.' Een onderhandse aanbestedinq Op 21 februari 2019 dient de directie Economische Zaken een aanvraag in om of te wijken van het Inkoop en Aanbestedingsbeleid van de gemeente Amsterdam. Gesteld wordt dat voor de gebiedsgerichte uitwerkingen kennis nodig is op de volgende terreinen: trends en ontwikkelingen in koopgedrag in relatie tussen markten, detailhandel en online; trends en ontwikkelingen in bevolkingssamenstelling en relevantie daarvan voor het koopgedrag; inzicht in het functioneren van afzonderlijke markten, mede in relatie tot de omgeving.

Aangezien bovenstaande kennis niet bij andere bureaus voorhanden zou zijn en alleen DTNP dit voldoende zou hebben voor warenmarkten, wenst Economische Zaken in

De opheffing van de markt op het Bos en Lommerplein is volgens voormalige manager Markten reeds gestart voor de totstandkoming van de gebiedsgerichte uitwerking voor Nieuw-West, en geen resultaat van de Marktvisie 2018-2026.

41

41

afwijking van de geldende procedure een enkelvoudige onderhandse aanbesteding aan dit bureau. 'Er is in Nederland weinig marktenbeleiotgemaakt van deze diepgang, complexiteit en schaal en dat vergt een bureau dat ervaring heeft met analyses op dit terrein' 42 DTNP nader bekeken; profiel Naar aanleiding van klachten van ondernemers in november 2022 over de opgeleverde gebiedsgerichte uitwerkingen door DTNP besluit de ombudsman dit nader te bestuderen en de expertise van DTNP te checken (in november 2022). Het bedrijf, gehuisvest in Nijmegen, presenteert zich op Linkedln met 10 medewerkers en geeft als profiel: "Droogh Trommelen en Partners (DTNP) adviseert overheden en marktpartijen over de ruirntelijke en economische ontwikkeling van dorp en stad. Wij zijn gespecialiseerd in visies voor centrumgebieden en sectorale visies voor detallhandel horeca, recreatie en toerisme. Distnbutie-planologisch onderzoek. Inzicht krijgen in kwantitatieve uitbreidingsruimte van specifieke branches of winkelgebieden. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar de kwalitatieve (ruimtelijke) effecten die uitbreiding heeft op het voorzieningenniveau en leegstana' in de omgeving. Haalbaar programma centrumgebieden. Ruimtelijk aankoopgedrag van consumenten veranderd en dit heeft invloed op winkelgebieden.

Hoe zien onze centra er in de toekomst uit? Welke kansen zijn er? En welke ruimtelijke randvoorwaarden kunnen we meegeven? Aanpak leegstand. Winkelleegstand is bijna niet meer weg te denken uit het straatbeeld in veel centrumgebieden. Maar hoe gaan we er mee om? Leegstaande panden worden niet meer vanzelfsprekend ingevuld door nieuwe winkels. Dit dwingt ons om na te denken over de functie van centrumgebieden en voorzieningen die centra ook in de toekomst relevant en vitaal houden." De ombudsman stelt vast dat in het bedrijfsprofiel nergens het woord 'markten' voorkomt. Ook in de afzonderlijke profielen van de 10 medewerkers (met hun achtergrond, ervaringen en prestaties) komt het woord 'markten' geen enkele keer voor. DTNP is gespecialiseerd in winkelgebieden, detailhandel en winkelleegstand. Het ligt zo bezien niet erg voor de hand dit bedrijf de gebiedsgerichte uitwerkingen van de Marktvisie (onderhands) te gunnen. DTNP; relevante ervaringen Gezien de specifieke kennis die Economische Zaken aan het bureau toeschrijft in de aanvraag om of te wijken van de reguliere aanbestedingsprocedure heeft de Ombudsman gezocht naar andere, relevante onderzoeksresultaten door DTNP. De score is (november 2022) een rapport: "Proeven en ontmoeten", de kracht van de ambulante handel, d.d.16 februari 2018.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12809741/1