A - 24 Ruimtelijke Ordening (23) 7a. Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022 Bij
Tekst van het document
de geluidsbelasting op de gevels van de geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, of; 2. hiervoor een hogere grenswaarde is vastgesteld en in het geval van nieuwe woningen er minstens één geluidsluwe zijde wordt gerealiseerd. 20.3.4 Afwijken geluid Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in: a. lid 19.3.3 onder a2 en b2 ten behoeve van het toestaan van een geluidsluwe gevel met een geluidsniveau van 3dB(A) hoger dan de voorkeursgrenswaarde, indien: 1. met akoestisch onderzoek is aangetoond dat het voldoen aan de voorkeursgrenswaarde, ondanks technische maatregelen, niet doelmatig is, dan wel onwenselijk om stedenbouwkundige en architectonische redenen; 2. slaapkamers worden gesitueerd aan de meest geluidsluwe kant van de woning. b. lid 19.3.3 onder a, indien: 1. met akoestisch onderzoek is aangetoond dat wordt voldaan aan de maximaal toelaatbare geluidsnormen zoals deze zijn vastgesteld bij het ten behoeve van dit bestemmingsplan op grond van de Wet geluidhinder vastgestelde besluit hogere waarden wegverkeerslawaai of de voorkeursgrenswaarden van de Wet geluidhinder, indien wordt voorzien in ten minste een geluidluwe zijde in geval de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden, waarbij geldt dat de regels onder a van overeenkomstige toepassing zijn.
Gemeente Amsterdam
blz. 64
Artikel 21 21.1
Maatschappelijk
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke dienstverlening; alsmede voor: b. ondersteunende horeca bij maatschappelijke dienstverlening; c. een kantoor in de eerste bouwlaag, het souterrain en/of de kelder, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'kantoor'; d. een sportschool, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'sportschool'; e. kantoren op de derde bouwlaag en hoger, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van kantoor - 1'; f. een openbaar fietspad en voetpad, uitsluitend ter plaatse van de bouwaanduiding 'onderdoorgang'; g. een opleidingshotel, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'hotel'; met daarbij behorende: h. i. j. k. l.
speelvoorzieningen; groenvoorzieningen; tuinen en erven; waterhuishoudkundige voorzieningen; nutsvoorzieningen;
21.2
Bouwregels
Op en onder de in 21.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met inachtneming van de onderstaande bepalingen. 21.2.1 Hoofdgebouwen en op de verbeelding aangeduide bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van hoofdgebouwen en op de verbeelding aangeduide bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. b. c. d.
gebouwen zijn alleen toegestaan binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken; maximale bouwhoogte: zoals op de verbeelding aangegeven; maximale goothoogte: zoals op de verbeelding aangegeven; In afwijking van het bepaalde onder b en c geldt dat achter de vlakke achtergevel van het hoofdgebouw uitsluitend de bebouwing is toegestaan zoals die is gerealiseerd of kan worden gerealiseerd op grond van een omgevingsvergunning ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan. Deze bebouwing mag niet worden vergroot of verhoogd, met inbegrip van ondergeschikte onderdelen van gebouwen (zoals hekwerken).
21.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken dienen te worden voorzien van een groen dak met een hemelwaterberging; b. de hemelwaterberging dient te voldoen aan de voorwaarden uit de Hemelwaterverordening Amsterdam (gepubliceerd op 26 april 2021). Indien deze voorwaarden worden gewijzigd, gelden de meest recente voorwaarden als toetsingskader.
bestemmingsplan_Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022 (vastgesteld)
blz. 65
21.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van speelvoorzieningen bedraagt maximaal 6 meter; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen in het voorerfgebied, dan wel in het achtererfgebied grenzend aan de openbare weg bedraagt maximaal 1 meter; c. de bouwhoogte van overige erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2 meter; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 meter. 21.3
Specifieke gebruiksregels
Voor de in artikel 21.1 genoemde gronden gelden de volgende specifieke gebruiksregels. 21.3.1 Ondersteunende horeca Ondergeschikte horeca is toegestaan bij maatschappelijke dienstverlening, met inachtneming van de volgende regels: a. alleen horeca categorie 3 en 4 zijn toegestaan als ondersteunende horeca-activiteit; b. het ondersteunende horeca-gedeelte bedraagt maximaal 20 % van het netto vloeroppervlak van de hoofdfunctie.
Gemeente Amsterdam
blz. 66
Artikel 22 22.1
Sport
Bestemmingsomschrijving
De voor Sport aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een overdekt zwembad, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'zwembad'; b. een watersportaccommodatie, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van sport - 1'; c. een tennisbaan, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'tennis'; alsmede voor: d. e. f. g. h. i. j.
ondersteunende horeca; ondersteunende detailhandel; kinderopvang en buitenschoolse opvang; fitnessruimtes; horeca van categorie 4 uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'horeca van categorie 4'; horecaterrassen, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'terras'; een fietsenstalling, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'fietsenstalling';
met daarbij behorende: k. speelvoorzieningen; l. groenvoorzieningen; m. tuinen en erven; n. waterhuishoudkundige voorzieningen; o. nutsvoorzieningen; 22.2
Bouwregels
Op en onder de in 22.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met inachtneming van de onderstaande bepalingen. 22.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen zijn alleen toegestaan binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken; b. de bestaande goot- en bouwhoogte geldt als maximale goot- en bouwhoogte; c. In afwijking van het bepaalde onder b geldt dat achter de vlakke achtergevel van het hoofdgebouw uitsluitend de bebouwing is toegestaan zoals die is gerealiseerd of kan worden gerealiseerd op grond van een omgevingsvergunning ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan. Deze bebouwing mag niet worden vergroot of verhoogd, met inbegrip van ondergeschikte onderdelen van gebouwen (zoals hekwerken). 22.2.2 Bouwwerken geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. maximale bouwhoogte van de poort aan de zijde van de Hobbemastraat: 5 meter b. maximale bouwhoogte van erf en terreinafscheidingen: 2 meter c. maximale bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouw zijnde: 3 meter.
bestemmingsplan_Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022 (vastgesteld)
blz. 67
22.3
Specifieke gebruiksregels
Voor de in artikel 22.1 genoemde gronden gelden de volgende specifieke gebruiksregels. 22.3.1 Horeca Voor horeca van categorie 4 gelden de volgende regels: a. het maximale verkoopvloeroppervlak per vestiging bedraagt 300 m2. 22.3.2 Ondersteunende horeca Ondergeschikte horeca is toegestaan, met inachtneming van de volgende regels: a. alleen horeca categorie 3 en 4 zijn toegestaan als ondersteunende horeca-activiteit; b. het ondersteunende horeca-gedeelte bedraagt maximaal 20 % van het netto vloeroppervlak van de hoofdfunctie. 22.3.3 Ondersteunende detailhandel Ondersteunende detailhandel mag maximaal 20 % van het netto vloeroppervlak van de hoofdfunctie beslaan, met een maximum van 50 m2.
Gemeente Amsterdam
blz. 68
Artikel 23 23.1
Tuin - 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Tuin - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen; alsmede voor: b. bestaande, onbebouwde parkeervoorzieningen, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'parkeerterrein'; c. bestaande, gebouwde parkeervoorzieningen, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'parkeergarage'; d. buitenruimtes bij kinderdagverblijven, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'kinderdagverblijf'; e. horecaterrassen, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'terras' f. kantoor, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'kantoor'; met daarbij behorende: g. waterhuishoudkundige voorzieningen; h. nutsvoorzieningen. 23.2
Bouwregels
23.2.1 Parkeergarages Voor parkeergarages gelden de volgende regels: a. parkeergarages zijn alleen toegestaan binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken; b. maximale bouwhoogte: zoals op de verbeelding aangegeven. 23.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan, behalve ter plaatse van gronden waar de dubbelbestemming 'Waarde - Landschap 1' en 'Waarde - Landschap 2' gelden; b. bijbehorende bouwwerken mogen maximaal één bouwlaag hoog zijn; c. bijbehorende bouwwerken mogen maximaal 0,3 meter hoger zijn dan de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw, met een maximale hoogte van 5 meter; d. bijbehorende bouwwerken dienen te worden voorzien van een groen dak met een hemelwaterberging; e. de hemelwaterberging dient te voldoen aan de voorwaarden uit de Hemelwaterverordening Amsterdam (gepubliceerd op 10 mei 2021). Indien deze voorwaarden worden gewijzigd, gelden de meest recente voorwaarden als toetsingskader; f. uitsluitend bestaande kelders en souterrains zijn toegestaan; g. indien de bestaande situatie niet voldoet aan de regels onder sub a tot en met d, dan mag de bestaande situatie gehandhaafd worden. 23.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a.
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen die naar het openbaar toegankelijk gebied zijn bestemmingsplan_Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022 (vastgesteld)
blz. 69
gericht bedraagt maximaal 1 meter; b. de bouwhoogte van overige erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2 meter; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde bedraagt maximaal 3 meter; d. de bouw van een zwembad is niet toegestaan, bestaande zwembaden mogen gehandhaafd worden. 23.3
Specifieke gebruiksregels
23.3.1 Bijbehorende bouwwerken Voor bijbehorende bouwwerken geldt dat: a. aan- en uitbouwen mogen worden gebruikt ten behoeve van de functie van het op het perceel aanwezige hoofdgebouw; 23.4
Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan in afwijking van het bepaalde in 23.1 onder d afwijking verlenen voor het gebruik van tuinen voor kinderopvang, onder voorwaarde dat: a. het op het perceel aanwezige hoofdgebouw wordt gebruikt als kinderopvang; b. het woon- en leefklimaat ter plaatse niet onevenredig wordt aangetast.
Gemeente Amsterdam
blz. 70
Artikel 24 24.1
Tuin - 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Tuin - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen; alsmede voor: b. bestaande, onbebouwde parkeervoorzieningen, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'parkeerterrein'; c. bestaande, gebouwde parkeervoorzieningen, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'parkeergarage'; d. buitenruimtes bij kinderdagverblijven, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'kinderdagverblijf'; e. horecaterrassen, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'terras'. met daarbij behorende: f. waterhuishoudkundige voorzieningen; g. nutsvoorzieningen. 24.2
Bouwregels
24.2.1 Bouwwerken geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen die naar het openbaar toegankelijk gebied zijn gericht bedraagt maximaal 1 meter; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouw zijnde bedraagt maximaal 2 meter.
bestemmingsplan_Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022 (vastgesteld)
blz. 71
Artikel 25 25.1
Verkeer - 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.
wegen, straten en pleinen; fiets- en voetpaden; parkeervoorzieningen; laad- en losvoorzieningen; tramvoorzieningen; horecaterrassen, voor zover in de direct aangrenzende hoofdbebouwing een horeca-inrichting aanwezig is;
alsmede voor: g. een staanplaats voor een verkoopkraam ter hoogte van de Van Baerlestraat 56-58 met daarbij behorende: h. groenvoorzieningen; i. speelvoorzieningen; j. werken van beeldende kunst; k. waterhuishoudkundige voorzieningen; l. oeververbindingen (bruggen); m. nutsvoorzieningen; n. ondergrondse afvalcontainers; o. straatmeubilair. 25.2
Bouwregels
Op en onder de in artikel 25.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met inachtneming van de onderstaande bepalingen. 25.2.1 Gebouwen Er mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van: a. een verkoopkraam ter hoogte van de Van Baerlestraat 56-58 met een maximum grondoppervlak van 15 m2 en een maximale bouwhoogte van 3 meter. 25.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van lichtmasten, bewegwijzering, verkeersregelinstallaties en daarmee vergelijkbare bouwwerken, geen gebouw zijnde bedraagt maximaal 12 meter; b. de bouwhoogte van werken van beeldende kunst bedraagt maximaal 12 meter; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 6 meter.
Gemeente Amsterdam
blz. 72
Artikel 26 26.1
Verkeer - 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.
wegen, straten en pleinen; fiets- en voetpaden; parkeervoorzieningen; laad- en losvoorzieningen; horecaterrassen, voor zover in de direct aangrenzende hoofdbebouwing een horeca-inrichting aanwezig is;
alsmede voor: f.
een staanplaats voor een verkoopkraam op de hoek Van Eeghenstraat - Alexander Boersstraat ter hoogte van de Alexander Boersstraat 50; g. twee staanplaatsen voor een verkoopkraam op het Willem Sandbergplein; h. een staanplaats voor een verkoopkraam op de hoek Roelof Hartplein - Bronckhorststraat; i. een staanplaats voor een verkoopkraam op de hoek Hobbemastraat - Museumstraat; j. een staanplaats voor een verkoopkraam ter hoogte van de Paulus Potterstraat 3; k. een verkooppunt voor tickets tegenover de kruising Stadhouderskade - P.C. Hooftstraat; l. een ondergrondse parkeergarage ter plaatse van de functieaanduiding 'parkeergarage'; m. een overkapping ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - overkapping'; n. een ondergrondse tentoonstellingsruimte bij een museum ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - 1'; o. een ondergrondse supermarkt ter plaatse van de 'specifieke vorm van detailhandel - 1; p. een bergbezinkbassin ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - bergbezinkbassin'; met daarbij behorende: q. r. s. t. u. v. w. x.
groenvoorzieningen; speelvoorzieningen; werken van beeldende kunst; waterhuishoudkundige voorzieningen; oeververbindingen (bruggen); nutsvoorzieningen; ondergrondse afvalcontainers; straatmeubilair.
26.2
Bouwregels
Op en onder de in artikel 26.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met inachtneming van de onderstaande bepalingen. 26.2.1 Algemeen Er mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van: a. een verkoopkraam op de hoek Van Eeghenstraat - Alexander Boersstraat ter hoogte van de Alexander Boersstraat 50 met een maximum grondoppervlak van 12 m2 en een maximale bouwhoogte van 3 meter; b. twee verkoopkramen op het Willem Sandbergplein met een maximum grondoppervlak van 12 m2 en een maximale bouwhoogte van 3 meter. a. een verkoopkraam op de hoek Roelof Hartplein - Bronckhorststraat met een maximum bestemmingsplan_Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022 (vastgesteld)
blz. 73
grondoppervlak van 15 m2 en een maximale bouwhoogte van 3 meter; 26.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van lichtmasten, bewegwijzering, verkeersregelinstallaties en daarmee vergelijkbare bouwwerken, geen gebouw zijnde bedraagt maximaal 12 meter; b. de bouwhoogte van werken van beeldende kunst bedraagt maximaal 12 meter; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 6 meter.
Gemeente Amsterdam
blz. 74
Artikel 27 27.1
Waarde - Archeologie 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het beschermen van archeologische waarden. 27.2
Bouwregels
27.2.1 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen dient een archeologisch onderzoek uit te voeren, indien ter plaatse van de in 27.1 genoemde gronden sprake is van bodemverstoring met een oppervlak groter dan 100 m2. 27.2.2 Uitzondering onderzoeksplicht Het bepaalde in 27.2.1 is niet van toepassing indien de bodemverstoring: a. minder diep is dan 1 meter onder maaiveld; b. reeds in uitvoering is op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of uitgevoerd kan worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende omgevingsvergunning; c. plaatsvindt ter plaatse van gronden waarvan vaststaat dat daar geen archeologische waarden aanwezig zijn of meer aanwezig zijn. 27.2.3 Voorwaarden Indien uit het onder 27.2.1 genoemde archeologisch onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c.
de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. 27.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 27.3.1 Vergunningplicht Ter plaatse van de in 27.1 genoemde gronden is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning grondbewerkingen met een oppervlak groter dan 100 m2 uit te voeren. 27.3.2 Uitzondering vergunningplicht Het bepaalde in 27.3.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a. die minder diep zijn dan 1 meter onder het maaiveld; b. die het normale onderhoud betreffen; c. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende
bestemmingsplan_Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022 (vastgesteld)
blz. 75
omgevingsvergunning; d. in en op gronden waarvan vaststaat dat daar geen archeologische waarden aanwezig zijn of meer aanwezig zijn. 27.3.3 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in 27.3.1 dient een archeologisch onderzoek uit te voeren. 27.3.4 Voorwaarden Indien uit het in 27.3.3 genoemde archeologisch onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning als bedoeld in 27.3.1 de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
Gemeente Amsterdam
blz. 76
Artikel 28 28.1
Waarde - Archeologie 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het beschermen van archeologische waarden. 28.2
Bouwregels
28.2.1 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning voor de activivteit bouwen dient een archeologisch onderzoek uit te voeren, indien ter plaatse van de in 28.1 genoemde gronden sprake is van bodemverstoring met een oppervlak groter dan 100 m2. 28.2.2 Uitzondering onderzoeksplicht Het bepaalde in 28.2.1 is niet van toepassing indien de bodemverstoring: a. minder diep is dan 2,5 meter onder maaiveld; b. reeds in uitvoering is op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of uitgevoerd kan worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende omgevingsvergunning; c. plaatsvindt ter plaatse van gronden waarvan vaststaat dat daar geen archeologische waarden aanwezig zijn of meer aanwezig zijn. 28.2.3 Voorwaarden Indien uit het onder 28.2.1 genoemde archeologisch onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c.
de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. 28.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 28.3.1 Vergunningplicht Ter plaatse van de in 28.1 genoemde gronden is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning grondbewerkingen met een groter oppervlak dan 100 m2 uit te voeren. 28.3.2 Uitzondering vergunningplicht Het bepaalde in 28.3.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a. die minder zijn dan 2,5 meter onder het maaiveld; b. die het normale onderhoud betreffen; c. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende
bestemmingsplan_Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022 (vastgesteld)
blz. 77
omgevingsvergunning; d. in en op gronden waarvan vaststaat dat daar geen archeologische waarden aanwezig zijn of meer aanwezig zijn. 28.3.3 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in 28.3.1 dient een archeologisch onderzoek uit te voeren. 28.3.4 Voorwaarden Indien uit het onder 28.3.3 genoemde archeologisch onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning als bedoeld in 28.3.1 de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
Gemeente Amsterdam
blz. 78
Artikel 29 29.1
Waarde - Archeologie 3
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het beschermen van archeologische waarden. 29.2
Bouwregels
29.2.1 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning voor de activivteit bouwen dient een archeologisch onderzoek uit te voeren, indien ter plaatse van de in 29.1 genoemde gronden sprake is van bodemverstoring met een oppervlak groter dan 500 m2. 29.2.2 Uitzondering vergunningplicht Het bepaalde in 29.2.1 is niet van toepassing indien de bodemverstoring: a. minder diep is dan 1 meter onder maaiveld; b. reeds in uitvoering is op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of uitgevoerd kan worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende omgevingsvergunning; c. plaatsvindt in en op gronden waarvan vaststaat dat daar geen archeologische waarden aanwezig zijn of meer aanwezig zijn. 29.2.3 Voorwaarden Indien uit het in 29.2.1 genoemde archeologisch onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.
29.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 29.3.1 Vergunningplicht Ter plaatse van de in 29.1 genoemde gronden is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning grondbewerkingen met een oppervlak groter dan 500 m2 uit te voeren. 29.3.2 Uitzondering vergunningplicht Het bepaalde in 29.3.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a. die minder diep zijn dan 1 meter onder het maaivled; b. die het normale onderhoud betreffen; c. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende
bestemmingsplan_Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022 (vastgesteld)
blz. 79
omgevingsvergunning; d. in en op gronden waarvan vaststaat dat daar geen archeologische waarden aanwezig zijn of meer aanwezig zijn. 29.3.3 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in 29.3.1 dient een archeologisch onderzoek uit te voeren. 29.3.4 Voorwaarden Indien uit het in 29.3.3 genoemde archeologisch onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning als bedoeld in 29.3.1 de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
Gemeente Amsterdam
blz. 80
Artikel 30 30.1
Waarde - Archeologie 4
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het beschermen van archeologische waarden. 30.2
Bouwregels
30.2.1 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning voor de activivteit bouwen dient een archeologisch onderzoek uit te voeren, indien ter plaatse van de in 30.1 genoemde gronden sprake is van bodemverstoring met een oppervlak groter dan 500 m2. 30.2.2 Uitzondering onderzoeksplicht Het bepaalde in 30.2.1 is niet van toepassing indien de bodemverstoring: a. minder diep is dan 2,5 meter onder maaiveld; b. reeds in uitvoering is op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of uitgevoerd kan worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende omgevingsvergunning; c. plaatsvindt in en op gronden waarvan vaststaat dat daar geen archeologische waarden aanwezig zijn of meer aanwezig zijn. 30.2.3 Voorwaarden Indien uit het in 30.2.1 genoemde archeologisch onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c.
de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. 30.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 30.3.1 Vergunningplicht Ter plaatse van de in 30.1 genoemde gronden is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning grondbewerkingen met een oppervlak groter dan 500 m2 uit te voeren. 30.3.2 Uitzondering vergunningplicht Het bepaalde in 30.3.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a. die minder diep zijn dan 2,5 meter onder het maaiveld; b. die het normale onderhoud betreffen; c. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende
bestemmingsplan_Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022 (vastgesteld)
blz. 81
omgevingsvergunning; d. in en op gronden waarvan vaststaat dat daar geen archeologische waarden aanwezig zijn of meer aanwezig zijn. 30.3.3 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in 30.3.1 dient een archeologisch onderzoek uit te voeren. 30.3.4 Voorwaarden Indien uit het in 30.3.3 genoemde archeologisch onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning als bedoeld in 30.3.1 de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
Gemeente Amsterdam
blz. 82
Artikel 31 31.1
Waarde - Archeologie 5
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het beschermen van archeologische waarden. 31.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 31.2.1 Vergunningplicht Op en onder de in 31.1 genoemde gronden is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning ingrepen in de waterbodem met een oppervlak groter dan 10.000 m2 uit te voeren. 31.2.2 Uitzondering vergunningsplicht Het bepaalde in 31.2.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a. die het normale onderhoud betreffen; b. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning; c. in en op gronden waarvan vaststaat dat daar geen archeologische waarden aanwezig zijn of meer aanwezig zijn. 31.2.3 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in 31.2.1 dient een archeologisch onderzoek uit te voeren. 31.2.4 Voorwaarden Indien uit het onder 31.2.3 genoemde archeologisch onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning als bedoeld in 31.2.1 de volgende voorschriften verbinden: a.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
bestemmingsplan_Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022 (vastgesteld)
blz. 83
Artikel 32 32.1
Waarde - Cultuurhistorie 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Cultuurhistorie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, herstel en de versterking van architectonische en cultuurhistorische waarden van gebouwen. 32.2
Bouwregels
Het bestaande kapprofiel van de in 32.1 bedoelde gebouwen mag niet worden gewijzigd en de oorspronkelijke, waardevolle karakteristiek van bestaande winkelpuien mag niet worden verstoord. 32.3
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
32.3.1 Vergunningsplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor de activiteit slopen bouwwerken geheel of gedeeltelijk te slopen. 32.3.2 Uitzonderingen op de vergunningsplicht Het bepaalde in 32.3.1 is niet van toepassing op sloopactiviteiten: a. die het normale onderhoud betreffen en/of inpandig plaatsvinden; b. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; c. die uitgevoerd mogen worden krachtens een voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan verleende dan wel aangevraagde vergunning; d. die voortvloeien uit een aanschrijving of een besluit van het bevoegd gezag. 32.3.3 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in 32.3.1 dient een cultuurhistorisch onderzoek uit te voeren. 32.3.4 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in 32.3.1 wordt slechts verleend indien: a. uit het in 32.3.3 genoemde onderzoek naar voren komt dat de architectonische en cultuurhistorische waarden zodanig laag zijn, dat behoud van het bouwwerk niet te rechtvaardigen is. b. er omgevingsvergunning is verleend voor de ter plaatse geprojecteerde geheel of gedeeltelijke nieuwbouw. 32.3.5 Advies Het bevoegd gezag wint ten behoeve van de beoordeling van een aanvraag als bedoeld in 32.3.1 advies in bij de dienst die belast is met erfgoedbescherming.
Gemeente Amsterdam
blz. 84
Artikel 33 33.1
Waarde - Cultuurhistorie 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Cultuurhistorie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, herstel en de versterking van de architectonische en cultuurhistorische waarden van gebouwen. 33.2
Bouwregels
Het bestaande kapprofiel van de in 33.1 bedoelde gebouwen mag niet worden gewijzigd en de oorspronkelijke, waardevolle karakteristiek van bestaande winkelpuien mag niet worden verstoord. 33.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan in afwijking van het bepaalde in 33.2 een omgevingsvergunning verlenen voor het wijzigen van het kapprofiel van de in 33.1 bedoelde gebouwen in de onderstaande situaties. 33.3.1 Daklaag achter een schijnkap Bij gebouwen met een schijnkap is achter de kap één daklaag op het oorspronkelijke platte dak toegestaan, mits: a. de daklaag niet zichtbaar is vanuit de openbare ruimte; b. de achtergevel van de daklaag onder een hoek van tenminste 45 graden terug ligt ten opzichte van de vlakke achtergevel van het hoofdgebouw dan wel indien aanwezig de overstek van het platte dak ter plaatse van de vlakke achtergevel; c. de daklaag een bouwhoogte van maximaal 3 meter heeft, gemeten vanaf het oorspronkelijke platte dak achter de schijnkap; d. de daklaag tenminste 1 meter lager is dan de nok van de schijnkap; e. van het bepaalde onder sub b, c en d kan worden afgeweken, indien het wenselijk is om met het oog op de eenheid van het daklandschap dezelfde maatvoering te hanteren als bestaande daklagen in de straatwand. 33.3.2 Daklaag achter een setback Bij gebouwen met een setback is achter de setback één daklaag op het oorspronkelijke platte dak toegestaan, mits: a. de daklaag niet zichtbaar is vanuit de openbare ruimte; b.
de achtergevel van de daklaag onder een hoek van tenminste 45 graden terug ligt ten opzichte van de vlakke achtergevel van het hoofdgebouw dan wel indien aanwezig de overstek van het platte dak ter plaatse van de vlakke achtergevel; c. de daklaag dezelfde bouwhoogte heeft als de setback; d. van het bepaalde onder sub b en c kan worden afgeweken, indien het wenselijk is om met het oog op de eenheid van het daklandschap dezelfde maatvoering te hanteren als reeds bestaande daklagen in de straatwand. 33.3.3 Daklaag achter een afgeplatte langskap Bij gebouwen met een afgeplatte langskap is achter de kap één daklaag op het oorspronkelijke platte dak toegestaan, mits: a. de daklaag niet zichtbaar is vanuit de openbare ruimte; bestemmingsplan_Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022 (vastgesteld)
blz. 85
b. de achtergevel van de daklaag onder een hoek van tenminste 45 graden terug ligt ten opzichte van de vlakke achtergevel van het hoofdgebouw dan wel indien aanwezig de overstek van het platte dak ter plaatse van de vlakke achtergevel; c. de daklaag dezelfde bouwhoogte heeft als het afgeplatte dak van de kap; d. van het bepaalde onder sub b en c kan worden afgeweken, indien het wenselijk is om met het oog op de eenheid van het daklandschap dezelfde maatvoering te hanteren als reeds bestaande daklagen in de straatwand. 33.3.4 Daklaag achter een dwarskap Bij gebouwen met een dwarskap mag de kap naar achteren worden verlengd op het oorspronkelijke platte dak, indien aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan: a. de nok van de verlengde dwarskap ligt onder een hoek van tenminste 45 graden terug ligt ten opzichte van de vlakke achtergevel van het hoofdgebouw dan wel indien aanwezig de overstek van het platte dak ter plaatse van de vlakke achtergevel; b. de verlengde dwarskap heeft dezelfde kapvorm als de bestaande dwarskap; c. indien de daklaag zichtbaar is vanuit de openbare ruimte, mag er geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van cultuurhistorische waarden. Dit is ter beoordeling van de dienst die belast is met erfgoedbescherming. 33.4
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
33.4.1 Vergunningsplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor de activiteit slopen bouwwerken geheel of gedeeltelijk te slopen. 33.4.2 Uitzondering op de vergunningsplicht Het bepaalde in 33.4.1 is niet van toepassing op sloopactiviteiten: a. die het normale onderhoud betreffen en/of inpandig plaatsvinden; b. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; c. die uitgevoegd mogen worden krachtens een voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan verleende dan wel aangevraagde vergunning; d. die voortvloeien uit een aanschrijving of een besluit van het bevoegd gezag. 33.4.3 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in 33.4.1 dient een cultuurhistorisch onderzoek uit te voeren. 33.4.4 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in 33.4.1 wordt slechts verleend indien: a. uit het in 33.4.3 genoemde onderzoek naar voren komt dat de architectonische en cultuurhistorische waarden zodanig laag zijn, dat behoud van het bouwwerk niet te rechtvaardigen is. b. er omgevingsvergunning is verleend voor de ter plaatse geprojecteerde geheel of gedeeltelijke nieuwbouw.
Gemeente Amsterdam
blz. 86
33.4.5 Advies Het bevoegd gezag wint ten behoeve van de beoordeling van een aanvraag als bedoeld in 33.4.1 advies in bij de dienst die belast is met erfgoedbescherming.
bestemmingsplan_Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022 (vastgesteld)
blz. 87
Artikel 34 34.1
Waarde - Cultuurhistorie 3
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Cultuurhistorie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, herstel en de versterking van de architectonische en cultuurhistorische waarden van gebouwen. 34.2
Bouwregels
Het bestaande kapprofiel van de in 34.1 bedoelde gebouwen mag niet worden gewijzigd en de oorspronkelijke, waardevolle karakteristiek van bestaande winkelpuien mag niet worden verstoord. 34.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan in afwijking van het bepaalde in 34.2 een omgevingsvergunning verlenen voor het wijzigen van het kapprofiel van de in 34.1 bedoelde gebouwen in de onderstaande situaties. 34.3.1 Daklaag achter een schijnkap Bij gebouwen met een schijnkap is achter de kap één daklaag op het oorspronkelijke platte dak toegestaan, mits: a. de achtergevel van de daklaag onder een hoek van tenminste 45 graden terug ligt ten opzichte van de vlakke achtergevel van het hoofdgebouw dan wel indien aanwezig de overstek van het platte dak ter plaatse van de vlakke achtergevel; b. de daklaag een bouwhoogte van maximaal 3 meter heeft, gemeten vanaf het oorspronkelijke platte dak achter de schijnkap; c. de daklaag tenminste 1 meter lager is dan de nok van de schijnkap; d. van het bepaalde onder sub a, b en c kan worden afgeweken, indien het wenselijk is om met het oog op de eenheid van het daklandschap dezelfde maatvoering te hanteren als bestaande daklagen in de straatwand. 34.3.2 Daklaag achter een setback Bij gebouwen met een setback is achter de setback één daklaag op het oorspronkelijke platte dak toegestaan, mits: a. de achtergevel van de daklaag onder een hoek van tenminste 45 graden terug ligt ten opzichte van de vlakke achtergevel van het hoofdgebouw dan wel indien aanwezig de overstek van het platte dak ter plaatse van de vlakke achtergevel; b.
de daklaag dezelfde bouwhoogte heeft als de setback; c. van het bepaalde onder sub a en b kan worden afgeweken, indien het wenselijk is om met het oog op de eenheid van het daklandschap dezelfde maatvoering te hanteren als reeds bestaande daklagen in de straatwand. 34.3.3 Daklaag achter een afgeplatte langskap Bij gebouwen met een afgeplatte langskap is achter de kap één daklaag op het oorspronkelijke platte dak toegestaan, mits: a. de achtergevel van de daklaag onder een hoek van tenminste 45 graden terug ligt ten opzichte van de vlakke achtergevel van het hoofdgebouw dan wel indien aanwezig de overstek van het platte dak ter plaatse van de vlakke achtergevel; Gemeente Amsterdam
blz. 88
b. de daklaag dezelfde bouwhoogte heeft als het afgeplatte dak van de kap; c. van het bepaalde onder sub a en b kan worden afgeweken, indien het wenselijk is om met het oog op de eenheid van het daklandschap dezelfde maatvoering te hanteren als reeds bestaande daklagen in de straatwand. 34.3.4 Daklaag achter een dwarskap Bij gebouwen met een dwarskap mag de kap naar achteren worden verlengd op het oorspronkelijke platte dak, indien aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan: a. de nok van de verlengde dwarskap ligt onder een hoek van tenminste 45 graden terug ligt ten opzichte van de vlakke achtergevel van het hoofdgebouw dan wel indien aanwezig de overstek van het platte dak ter plaatse van de vlakke achtergevel; b. de verlengde dwarskap heeft dezelfde kapvorm als de bestaande dwarskap.
bestemmingsplan_Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022 (vastgesteld)
blz. 89
Artikel 35 35.1
Waarde - Hoofdgroenstructuur
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Hoofdgroenstructuur' aangewezen gronden zijn, naast de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de hoofdgroenstructuur inclusief de bescherming van de cultuurhistorische waarde van de Schinkeleilanden. 35.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 35.2.1 Vergunningsplicht Op de in 35.2 genoemde gronden is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te voeren: 1. het omzetten van landgebonden groen naar water 2. het omzetten van water naar landgebonden groen. 35.2.2 Uitzonderingen op de vergunningsplicht Het bepaalde in 35.2.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: 1. die het normale onderhoud betreffen; 2. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan, danwel uitgevoerd mogen worden conform een aangevraagde en/of verleende vergunning. 35.3
Wijzigingsbevoegdheid
Het dagelijks bestuur is bevoegd, overeenkomstig artikel 3.6 lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening het bestemmingsplan te wijzigen door het toekennen danwel verwijderen van de dubbelbestemming 'Waarde - Hoofdgroenstructuur', indien gronden aangewezen zijn als (nieuwe) hoofdgroenstructuur, respectievelijk niet langer zijn aangewezen als hoofdgroenstructuur, onder de voorwaarde dat de Technische Adviescommisse hierover heeft geadviseerd.
Gemeente Amsterdam
blz. 90
Artikel 36 36.1
Waarde - Landschap 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Landschap 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, herstel en de versterking van het groene karakter van de (binnen-)tuinen in het plangebied. 36.2
Bouwregels
Ter plaatse van de in artikel 36.1 genoemde gronden gelden de volgende bouwregels: a. Er mogen geen gebouwen worden opgericht, bestaande bijbehorende bouwwerken daarop uitgezonderd. De in artikel 36.1 genoemde gronden dienen niet te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit plan. b. In afwijking van het bepaalde onder a is de bouw van één vrijstaand bijgebouw per perceel toegestaan, mits er wordt voldaan aan de onderstaande voorwaarden: 1. de maximale bouwhoogte van het vrijstaande bijgebouw bedraagt 3 meter; 2. het totale grondoppervlak van alle bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 25 % van de in artikel 36.1 genoemde gronden met een maximum van 9 m2; 3. het vrijstaande bijgebouw dient te worden voorzien van een groen dak met een hemelwaterberging; 4. de hemelwaterberging dient te voldoen aan de voorwaarden uit de Hemelwaterverordennig Amsterdam (gepubliceerd op 10 mei 2021). Indien deze voorwaarden worden gewijzigd, gelden de meest recente voorwaarden als toetsingskader. c. In afwijking van het bepaalde onder a mogen bestaande bijbehorende bouwwerken worden herbouwd, mits er wordt voldaan aan de onderstaande voorwaarden: 1.
de te herbouwen bijbehorende bouwwerken dienen te worden voorzien van een groen dak met een hemelwaterberging; d. de hemelwaterberging dient te voldoen aan de voorwaarden uit de Hemelwaterverordennig Amsterdam (gepubliceerd op 10 mei 2021). Indien deze voorwaarden worden gewijzigd, gelden de meest recente voorwaarden als toetsingskader. 36.3
Specifieke gebruiksregels
36.3.1 Verbodsregel verharding Het is verboden om per perceel meer dan 50 % van de in artikel 36.1 genoemde gronden te verharden, waarbij het grondoppervlak van bebouwde gronden als verharding wordt meegerekend. 36.3.2 Uitzondering Het bepaalde in 36.3.1 is niet van toepassing, indien de verharding reeds legaal aanwezig is op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of mag worden aangebracht op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde, dan wel verleende vergunning. 36.3.3 Gebruiksregel Het gebruik van vrijstaande bijgebouwen ondergeschikt dient te zijn aan de functie van het op het perceel aanwezige hoofdgebouw.
bestemmingsplan_Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022 (vastgesteld)
blz. 91
Artikel 37 37.1
Waarde - Landschap 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Landschap 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, herstel en de versterking van het groene karakter van de (binnen-)tuinen in het plangebied. 37.2
Bouwregels
Ter plaatse van de in artikel 37.1 genoemde gronden gelden de volgende bouwregels: a. De in artikel 37.1 genoemde gronden dienen niet te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit plan. b. Op maximaal 50 % van de in artikel 37.1 genoemde gronden mogen gebouwen worden opgericht, bestaande bijbehorende bouwwerken worden hierbij meegerekend. Daarbij gelden de volgende bouwregels: 1. aangebouwde bijbehorende bouwwerken mogen binnen 2,5 meter vanaf de vlakke achtergevel van het hoofdgebouw worden gerealiseerd; 2. aangebouwde bijbehorende bouwwerken mogen maximaal één bouwlaag hoog zijn; 3. aangebouwde bijbehorende bouwwerken mogen maximaal 0,3 meter hoger zijn dan de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw, met een maximale hoogte van 5 meter; 4. aangebouwde bijbehorende bouwwerken mogen op een afstand van niet meer dan 2,5 meter vanaf de vlakke achtergevel van het hoofdgebouw worden gerealiseerd; 5. vrijstaande bijbehorende bouwwerken mogen een maximaal grondoppervlak van 9 m2 en een maximale bouwhoogte van 3 meter hebben; 6. alle bijbehorende bouwwerken dienen te worden voorzien van een groen dak met een hemelwaterberging; 7.
de hemelwaterberging dient te voldoen aan de voorwaarden uit de Hemelwaterverordening Amsterdam (gepubliceerd op 10 mei 2021). Indien deze voorwaarden worden gewijzigd, gelden de meest recente voorwaarden als toetsingskader; 8. uitsluitend bestaande kelders en souterrains zijn toegestaan. c. Bestaande bijbehorende bouwwerken mogen worden herbouwd, mits er wordt voldaan aan de onderstaande voorwaarden: 1. de te herbouwen bijbehorende bouwwerken dienen te worden voorzien van een groen dak met een hemelwaterberging; 2. de hemelwaterberging dient te voldoen aan de voorwaarden uit de Hemelwaterverordening Amsterdam (gepubliceerd op 10 mei 2021). Indien deze voorwaarden worden gewijzigd, gelden de meest recente voorwaarden als toetsingskader. 37.3
Specifieke gebruiksregels
37.3.1 Verbodsregel verharding Het is verboden om per perceel meer dan 50 % van de in artikel 37.1 genoemde gronden te verharden, waarbij het grondoppervlak van bebouwde gronden als verharding wordt meegerekend.
Gemeente Amsterdam
blz. 92
37.3.2 Uitzondering Het bepaalde in 37.3.1 is niet van toepassing, indien de verharding reeds legaal is aangebracht op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of mag worden aangebracht op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde, dan wel verleende vergunning. 37.3.3 Gebruiksregel Het gebruik van vrijstaande bijgebouwen ondergeschikt dient te zijn aan de functie van het op het perceel aanwezige hoofdgebouw.
bestemmingsplan_Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022 (vastgesteld)
blz. 93
Artikel 38 38.1
Water
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water; alsmede voor: b. aanlegsteigers/opstapplaatsen voor rondvaartboten, bedrijfsboten, roeiboten en zeilboten, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'aanlegsteiger'; c. ligplaatsen voor rondvaartboten en bedrijfsboten, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'ligplaats'; d. een watersportaccommodatie, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van sport - 1'; e. ligplaatsen voor woonboten, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'woonschepenligplaats'; f. huisgebonden beroep, huisgebonden bedrijf en bed & breakfast, uitsluitend in woonboten; met daarbij behorende: g. h. i. j. k. l.
kades en oevers; werken voor beeldende kunst; kunstwerken ten behoeve van de waterhuishouding; oeververbindingen (bruggen); waterhuishoudkundige voorzieningen; nutsvoorzieningen.
38.2
Bouwregels
38.2.1 Algemeen Op en onder de in 38.1 genoemde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten dienste van de bestemming. 38.2.2 Woonboten, maatvoering Voor woonboten is de volgende maximale maatvoering toegestaan: a. een maximale lengte van 24 meter; b. een maximale breedte van 7 meter; c. een maximale hoogte van 3 meter. 38.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van aanlegsteigers bedraagt maximaal 1,5 meter; b. de bouwhoogte van hekwerken bij aanlegsteigers bedraagt maximaal 3 meter; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouw bedraagt maximaal 4 meter.
Gemeente Amsterdam
blz. 94
38.3
Specifieke gebruiksregels
38.3.1 Huisgebonden beroep en bedrijf, bed and breakfast In woonboten is de uitoefening van een huisgebonden beroep, een huisgebonden bedrijf en een bed and breakfast toegestaan, met inachtneming van de volgende regels: a. maximaal 40 % van het bruto vloeroppervlak van de woning mag voor deze functies worden gebruikt, met een maximum van 60 m2; b. detailhandel en horeca zijn niet toegestaan; c. een webwinkel is toegestaan.
bestemmingsplan_Museumkwartier - Valeriusbuurt 2022 (vastgesteld)